Wereld en waarheid

 11 januari 1982

Inleiding

Vanavond hebben we weer een gastspreker. Ditmaal iemand die ongeveer in 1880 à 1890 is overgegaan. Achtergronden: studie gemaakt van paranormale verschijnselen. Medische opleiding. Heeft enkele boekwerken geschreven. Heeft verder ook nogal wat mislukkingen gekend in zijn leven.

Alles bij elkaar iemand van wie je eigenlijk geestelijk niet zo veel zou verwachten. Maar het blijkt dat, wanneer een mens bepaalde remmen kwijt raakt, hij soms enorm op kan schieten. Dat is in dit geval zo geweest.

De thesen van de gastspreker zijn nogal veel omvattend. Onder andere stelt hij dat het wezen van de geest in de stof slechts deels wordt weerspiegeld. Een andere these van hem is, dat alle werelden van de geest de illusies zijn zonder welke wij onszelf niet voor kunnen stellen.

Nu weten we ongeveer waar we aan toe zijn. Het is een situatie waarbij je zoekt naar innerlijke waarheid, naar een relatie tussen wereld en waarheid.

Ik zal proberen op mijn eigen manier er het een en ander over te zeggen. En dan ben ik maar zo vrij om uit te gaan van de wereldjes die ik ken.

Elke wereld is eigenlijk een aanvulling van je eigen persoonlijkheid. Wanneer je leeft in een sfeer dan denk je misschien, dat je eigen mogelijkheden door die eigen sfeer worden bepaald. Maar ik geloof dat het eerder zo is dat de erkenning van je eigen mogelijkheden bepaalt in welke sfeer je bent. Daarover ben ik het dus met onze gast eens.

Omdat wij niet in staat zijn een verschil te maken tussen onszelf en onze wereldvisie laten wij ons heel vaak beheersen door dingen, waar wij in wezen meester over kunnen zijn. Wanneer dit in de stoffelijke wereld deels geldt zo is dit in de wereld van de geest, in de werkelijkheid waarin wij innerlijk leven, volledig waar.

Ik ben het overigens niet met de geachte spreker eens, dat je eenvoudig door je wereld te verwerpen een andere wereld beleeft. Mijn ervaring is: dat je wel tijdelijk een andere wereld beleeft maar dat je toch weer terugvalt op het beeld dat je hebt. Laat ik het zo formuleren. Je hebt om je bewust te kunnen zijn van jezelf een wereld nodig, waarin je jezelf kunt manifesteren volgens het beeld dat je van jezelf in je draagt. Dat die ik‑voorstelling onvolledig is of vaak zelfs deels verkeerd doet niet ter zake. Je kunt alleen jezelf zijn, wanneer er een wereld is, waarin je volgens die voorstelling actief kunt zijn.

Dat heb ik inderdaad aan den lijve moeten ervaren. Dus trek ik hieruit de conclusie, dat wij gebonden zijn aan ons innerlijk besef en daardoor aan de wereld die wij buiten ons zien. Maar dat werpt allerlei interessante problemen voor mij op.

Wanneer ik naar een duistere wereld ga en ik probeer iemand te helpen, is die duistere wereld er dan? Er zal ongetwijfeld een duistere wereld zijn, dat wel. Maar is die wereld er zoals ik haar zie? Ik denk voor mijzelf, op grond van ervaringen, dat, wat ik van die wereld meen te zien eigenlijk voor een groot gedeelte voortkomt uit mijzelf. Dat het een poging is om te interpreteren wat er rond mij bestaat. En dat ik mij voor mijn eigen handelen daarbij heel vaak een beeld ontwerp, dat niet voortkomt uit een werkelijkheid, maar dat voortkomt uit mijn behoefte om mijzelf te doen kennen. De een kan dan beginnen met een kruistocht, de ander gaat met de lift naar beneden, maar ieder stelt zich de zaken voor volgens zijn eigen inhoud. Volgens zijn persoonlijkheid.

Nu is dat natuurlijk maar beperkt waar. Want we kunnen het altijd met elkaar eens worden. Wanneer een groep van vijftig man allen zeggen: “Wij trekken met harnas en zwaard naar beneden om de demonen te verdrijven en de zielen te bevrijden”, dan gaan ze naar beneden. Ze zullen elk de omgeving misschien iets anders zien, maar ze hebben zoveel dingen gemeenschappelijk dat voor hen dit een werkelijkheid is, een waarheid.

Aan de andere kant is het natuurlijk wel zo, dat je alleen diegenen kunt bereiken, die tenminste in hun behoefte en in hun denken een klein beetje met jou overeenstemmen. Ik durf zelfs iets verder te gaan. Ik heb wel eens de idee, dat we vooral in het begin heel stoutmoedig een duistere wereld binnendringen om een ziel te redden en die ook in veiligheid brengen, terwijl die wereld er helemaal niet is. Dat het alleen maar een soort verzinsel is van onze eigen instelling. Van ons eigen denken. Maar we hebben die actie, die zekerheid nodig om bewuster te kunnen worden van onze werkelijke mogelijkheden. Van onze wereld.

Ik vind het ook erg interessant dat de gastspreker zegt: ”Het paranormale bestaat niet”. Ik ben het direct met hem eens. Wat paranormaal heet, had normaal moeten zijn. Maar dat wat de mensen vergeten hebben, noemen ze paranormaal. Dat is een uitspraak, een vrije variatie overigens van mijzelf, waar ik onmiddellijk achter kan staan.

Als iemand zegt: “Er is geen scheiding tussen werelden”, dan zeg ik: “Dat kun je nou wel vertellen”, maar kun je het waarmaken? Kunt u eenvoudig door een omschakeling van uw eigen wezen werelden samentrekken tot een eenheid? Voor mij is dat niet mogelijk.

Als je ver boven bent misschien wel. Ik kan wel van de ene wereld naar de andere gaan. Kan ik echter die twee tot een eenheid brengen? Ik niet. Dan is er volgens mij tussen die twee werelden – althans voor mij – een grens, want anders zou de zaak inderdaad in elkaar overgaan.

Nu weet ik wel dat er argumenten komen van: maar dat is je besef, de manier waarop je de zaken ziet. Dat kan zijn. Maar wanneer iemand zegt, dat ik geen voeten heb en ik vloek omdat iemand op mijn tenen trapt, kun je dan zeggen: het is allemaal illusie? Voor mij is die pijn echt en als ik er eksterogen aan overhoud ook.

Dan kan men zeggen: Je hebt die tenen niet. Maar voor mij heb ik ze wel. En misschien dat daar één van de knellende problemen ligt van een groot gedeelte van de esoterie. We kunnen wel zeggen dat het anders is, maar voordat we het ook anders beleven is het voor ons niet waar.

Een innerlijke bewustwording kan je ontzettend vrij maken. Maar wat is die vrijheid? Is die vrijheid een werkelijke verandering van je leven in de wereld, dan ben je werkelijk vooruit gegaan. Maar is het alleen een verwisselen van de ene waarde voor de andere, dan ben je volgens mij niet verder gekomen. Het gaat niet om het beeld dat ik mij maak van de zaak. Het gaat om de wijze waarop die zaak deel van mij is. Als ik dat begrijp dan denk ik, dat er een grotere vrijheid komt.

Er zijn altijd veel mensen hier alleen om de hogere waarheid te ontvangen. Maar dan moet u één ding onthouden, er bestaat geen hogere waarheid. Er bestaat waarheid voor zover je ze kunt bevatten, maar als je ze kunt bevatten is het geen hogere waarde. Dan is het jouw waarheid. En als je het niet kunt bevatten weet je niet wat het is. Dus kun je niet zeggen dat het een hogere waarheid is. Waar of niet? Want altijd weer, wanneer je bezig bent met allerlei diepzinnigheden probeer je de zaak te herleiden. Dan ga je zeggen: Wat is er nu werkelijk aan de hand?

Ik heb in de loop der tijden – de meesten van u kennen me – al aardig wat inleidingen gehouden op avonden als deze. En het blijkt, dat wat werkelijk van belang is, wat werkelijk spreekt op deze avonden eigenlijk veel meer een uitstraling is dan woorden. Ja, bij mij natuurlijk niet. Bij mij moeten de woorden het nog doen net zoals bij sommige politici. Maar wanneer je werkelijk komt bij iemand die de zaak beheerst, dan geeft hij eigenlijk meer een uitstraling. Hij werkt in op je gedachten. Hij zit a.h.w. te signaleren op een geestelijke straal waar je bij hoort of iets dergelijks. En dan vat je iets op dat eigenlijk anders is dan wat de woorden zeggen. Dus die woorden zijn het papiertje dat er omheen zit. Kijk je naar de woorden dan weet je nooit wat er in zit. Zo zal het met de waarheid ook wel gaan, denk ik.

Er zijn heel veel waarheden die wij kunnen omschrijven. Maar elke waarheid die wij omschrijven is, dermate relatief, dermate afhankelijk van de situatie waarin ze gesteld wordt, dat je niet kunt zeggen: het is zus of het is zo. Maar dat, wat achter de waarheid leeft, het geheel waaruit ook die deelvisie voortkomt, is iets wat je weer niet kunt omschrijven. Maar je kunt het wel beleven. Dat is het hele probleem van alle werelden die wij kennen.

Ik heb zelf aardig wat trips gemaakt. Ik ben in de gewone werelden geweest; in de Zomerlandwerelden heb je ook heel veel verschillende werelden. Daarnaast ben ik ook geweest in klank‑ en kleurwerelden. In lichtwerelden van verschillende intensiteiten en tonen. En ik ben werkelijk ook wel eens een keertje tot voor het verblindende licht geweest. Als ik dit allemaal bij elkaar vat zeg ik: “Al die werelden hebben mij eigenlijk maar één ding kunnen leren. Dat is dat ik meer ben dan ik besef, maar dat ik minder bijzonder ben dan ik zo graag zou veronderstellen.”

Dat laatste is natuurlijk altijd het pijnlijke punt, dat begrijpt u wel. Want al die werelden bij elkaar geven mij wel een contact met anderen, maar het aantal keren – als ik eerlijk moet zijn – dat het contact voor mij een directe beleving was, dus een verandering van mijn persoonlijkheid, zijn in verhouding erg zeldzaam.

Op de duizend contacten die je hebt komt het misschien 2 tot 3 keer voor dat je afwijkt van je eigen wereldje en van je eigen manier van denken; zodat je niet een echo terugkrijgt, maar dat je geconfronteerd wordt met iets heel anders. Iets heel nieuws en iets wat je toch kunt opnemen en beleven.

Dan zegt u: Ja, als Hij zo groot en zo goed is, wat moet Hij daar beneden zoeken? Maar dat wil alleen maar zeggen, denk ik, dat hij overal aanwezig was. Dat Zijn besef in staat was alle werelden te omvatten. En omdat Hij dus ook in de werelden van dood en duister kenbaar werd, zeggen ze dat Hij neergedaald is ter helle. Eigenlijk heeft Hij alleen maar contact opgenomen met de duistere delen van het Zijn, die Hijzelf ook heeft gekend. Daarnaast was en bleef Hij hetzelfde lichtende dat Hij altijd geweest is.

Wanneer ik het zo probeer te zeggen heeft het ook veel meer zin en betekenis. Ik weet niet of u vroeger een opleiding hebt gehad, waarbij ze u precies vertelden hoe het allemaal ging. Jezus is gestorven en Hij werd in het graf gelegd. Zijn lichaam bleef daar achter en Zijn ziel ging naar beneden. Alle zielen in het duister, die zochten naar licht gingen achter Hem aan totdat Hij als een soort komeetkop met een staart van zielen achter zich aan tenslotte de aarde weer bereikte, waardoor die zielen vrij waren van het duister en verder konden gaan.

Nu zeg ik: Neen, dat is niet waar. Dat wat Hij betekende was een mogelijkheid tot begrijpen, tot die verandering. Dat is erg vroom, maar ja, wie kun je er bij halen van wie men het zo gemakkelijk begrijpt.

Wanneer u denkt en er is een gedachte bij die mij vreemd is, maar die toch voor mij betekenis krijgt, dan hebt u mij enorm verrijkt.

Wanneer u naar mij luistert of naar iemand anders en u hoort alleen de dingen die u al meende te weten, dan blijft u net zo arm als u was, kunt u hoogstens zeggen: leuk dat ze mij gelijk geven. Maar op het ogenblik dat er ook maar iets nieuws bij komt waardoor u iets een tikje anders gaat zien, dan heeft u werkelijk iets gekregen. Niet omdat die ander het u gegeven heeft, maar omdat het in u ontstaan is.

In alle esoterie zijn we voortdurend bezig onszelf te ontwikkelen. Maar kunnen we dat wel? Het is namelijk leuk om te stellen dat wij met allerlei oefeningen verder kunnen komen. Soms is het nog waar ook. Maar verder komen in geestelijke zin? Wil dat niet veel eerder zeggen: leren begrijpen?

Als ik alleen mezelf beter leer begrijpen dan is dat prettig. Maar als ik daarbij niet begrijp wat er om mij heen is, blijf ik nog net zo arm en net zo geïsoleerd als voordien. Pas wanneer ik beter ga begrijpen wat er om mij heen bestaat en dit ga herkennen als iets wat ook in mijzelf bestaat, dan heb ik iets bereikt.

Wanneer iemand met zo’n ruime belangstelling als onze gast van vandaag aan de gang gaat dan krijg je allerlei fantasieën en beelden waarvan je zegt: zou het waar kunnen zijn?

Onze gastspreker zegt heel eenvoudig: “Paranormaal bestaat niet. Als ik zand heb en ik heb dorst, dan maak ik er water van. Knap hè?” Neen, zegt hij: “Dat is helemaal niet zo knap, want tenslotte bestaat alles uit atomen. Als je de atomen onderling verandert en in de juiste verhouding samenvoegt krijg je water.”

Ja. Dank u, heel eenvoudig. Vertel het maar aan de waterleidingbedrijven. Ik kan het niet. Ik zie het niet. Hij vindt het doodeenvoudig. En dat is misschien ook weer één van die punten waar we met esoterie altijd voor moeten uitkijken. Want we zitten zo vaak aan te happen tegen allerlei begrippen. Dan zeggen we: “Ja, het zal wel zo zijn. Het is wel mooi, maar… van binnen voelen we het eigenlijk anders aan.”

Ik zou zeggen: dat is ook hetzelfde. Wat je krijgt is misschien vaak zand en je moet er zelf water van maken. Je moet niet de zaak nemen zoals ze je gegeven wordt. Je moet de grondstof nemen die je gegeven is, hoe dan ook en waar dan ook vandaan en die omwerken totdat zij dat is geworden wat jij nodig hebt. Maar als dat lukt, is het opeens ook een deel van jezelf. Dan is het een nieuwe mogelijkheid. Dan maak je niet alleen water maar word je deel van de oceaan.

Wanneer ik terugdenk aan mijn geestelijke kinderjaren – niet omdat ik een kind was maar omdat ik zo nu en dan nog een kind leek in mijn herinneringen die ik had aan een aards verleden – zat ik in die tijd altijd te denken, er zal wel een keer een hemel opengaan. Dan zal er een engel komen, mij aanraken en zeggen: “Kom mee.”

Maar ik vergat dat die engel wel kan zeggen wat hij wil, maar dat ik ook nog moet kunnen gaan. En daardoor heb ik eigenlijk heel wat Zomerlandwereldjes achter elkaar doorleefd. Niet dat dat ongezellig is, hoor. In elke Zomerlandwereld dacht ik dat het van buitenaf moest komen. En daar zat de fout. Pas toen ik leerde dat het geen zin heeft te verwachten, maar dat je moet “zijn” kreeg ik betekenis. Toen heb ik ook langzaam maar zeker geleerd – u noemt het waarschijnlijk mediteren – om eerst in mijzelf te verwerken.

Wanneer mij iets nieuws gebeurde was ik stil. Dan was ik buiten contact. Want ik moest het eerst laten rijpen totdat ik wist wat het was. Als ik het gevonden had, dan was het deel van mijn persoonlijkheid. Maar dan kon ik het ook buiten mij weer terugvinden. Dan was het niet iets wat één keer gebeurd was. Het was een blijvende werkelijkheid die overal bestaat. Zo is het met kracht ook.

Als je pas overgaat denk je dat je heel veel kunt. De meerderheid van de mensen die overgaan neemt zich voor om nog eens te gaan spoken, met goede of met kwade bedoelingen, tenminste diegenen die zich van de overgang bewust zijn. Je kunt dat wel proberen, maar wat je zou willen doen gaat niet.

Er kwam eens iemand die zei: ”Ach, ik zou maar één ding graag willen doen. Ik zou als een geest midden in een grote vergadering Brezhnev eens aan zijn neus willen trekken.” Ik kan soms met hem meevoelen, daar gaat het niet om, maar dat kun je niet eens. Je kunt het hoogstens zover brengen dat hij niest. Als hij dan niest roept iedereen: Proost! En de zaak gaat gewoon verder. Dus dat is zo zinloos.

Ook denken de mensen: ik kan degenen die ik heb achter gelaten toch wel een beetje helpen, ze zijn zo mistroostig. Laat ik ze vreugde geven, maar ook dat kun je niet doen. Je kunt ze misschien even een gedachte geven die een beetje meer hoopvol is, maar je kunt niet werkelijk iets veranderen.

Wanneer het er om gaat om die kracht in jezelf te vinden – want je hebt overal kracht voor nodig, zelfs voor het doorkomen zoals ik nu doe – dan is dat eigenlijk meer een proces van beseffen. Als ik aan mijzelf denk als een wezen waarin kracht is, dan is mijn kracht maar heel beperkt. Op het ogenblik echter, dat ik niet denk aan de kracht die in mij is, maar gewoon kracht besef, ben ik ineens veel sterker.

Dat klinkt misschien gek, maar het is waar. Op die manier bouw ik dan voor mijzelf op den duur mogelijkheden op die als vanzelfsprekend gebruikt worden.

Misschien zijn er mensen die dat op aarde ook doen en die heten dan paranormaal begaafd. Maar eigenlijk doen ze niets anders dan gebruik maken van datgene, wat in hen en om hen heen aanwezig is, maar zonder er over na te denken als iets bijzonders. Ze gebruiken het gewoon als een arm.

Wanneer ik gedag wil wuiven hoef ik alleen naar te denken: gedag. Die hand wuift dan vanzelf wel. Het klinkt gek maar het is zo. Ik hoef niet beweging voor beweging te zien. Dat is gewoon een feit.

In ons ontstaan veranderingen – nog steeds mijn versie, hoor – maar zolang wij nog erg zelfbewust zijn bij hetgeen wij doen kom je, volgens mijn ervaring, in allerlei illusies en frustraties terecht. Illusies, omdat je niet begrijpt wat je werkelijk doet; omdat je niet begrijpt dat je voorstellingen, die in jezelf zijn, naar buiten projecteert. Daardoor krijg je soms wel contacten, maar die zie je dan niet als zelfstandige contacten. Je ziet ze als deel van de voorstelling die in jou woont. Zo gaat het ook met kracht.

Je hebt natuurlijk zelf kracht en soms kun je ze gebruiken. Maar als je dat zo zelfbewust doet, zo helemaal bezig met jezelf, gaat het eigenlijk niet. Dat is misschien hetzelfde als met denken. U hebt het vast wel eens meegemaakt. Je zegt: “Ik ontmoette … hoe heet die nou ook weer?” U kent het gebaar naar je voorhoofd. Wanneer je heel intens met een probleem bezig bent lukt het niet meer. Dan sta je stil. Maar ben je met iets heel anders bezig dan komt ineens de inspiratie zoals dat heet. De dingen beginnen opeens op een rijtje te vallen.

Op die manier gaat het geestelijk ook. Zolang je intens bezig bent kracht te gebruiken of om te manifesteren zonder meer, dan gaat het misschien nog net. Maar dan is het uitputtend en kun je er niet veel mee doen. Op het ogenblik echter, dat je de uiting ziet als iets normaal, je niet bezig houdt met het proces maar met de noodzaak, dan gaat het ineens wel. En dat brengt mij tot mijn laatste conclusie.

In de esoterie zijn wij voortdurend bezig om te rationaliseren, om het allemaal mooi uit elkaar te rafelen. Maar, wat wij in onszelf beleven is niet uit elkaar te rafelen. We moeten het gewoon in ons opnemen.

Wanneer het voor ons iets betekend moeten wij niet zeggen: hoe kan ik het gebruiken? Maar, we moeten verder gaan. Dan zullen we het gebruiken.

Wanneer ons bewustzijn stil staat voor een bepaalde grens van een wereld of een sfeer dan moeten we niet proberen om die zonder meer te doorbreken, maar moeten we gewoon stil zijn in onszelf en verder gaan zo goed we kunnen. We zullen dan tot onze verbazing zien, dat op een gegeven moment die grens overschreden is.

Misschien moeten we dat voor onszelf dan nog uitdrukken en zeggen we: een meester is mij komen vertellen dat ik weer een graad hoger ben of zoiets. Maar dat is alleen maar onze poging om onszelf te vertellen dat onze wereld wijder is geworden.

Voor mij is de kern van de esoterie, de kern van het hele leven; dat je een vanzelfsprekend deel moet worden van het geheel. Niet als iets bijzonders, maar als iets dat vanzelfsprekend is. Onze hele bewustwording en alles wat wij tot stand kunnen brengen, alle kracht die wij kunnen gebruiken en alles wat erbij hoort, kunnen wij alleen maar gebruiken op het ogenblik dat het gebruik voor ons belangrijk is en niet de kracht.

Het is of wonderen pas gebeuren wanneer je niet zegt hoe ze moeten gebeuren, maar ze eenvoudig verwacht. Ik denk dat dat in uw innerlijk leven en in uw persoonlijk leven net zo goed waar zal zijn als waar dan ook.

Ik heb het gevoel dat u al te vaak de zaken wilt dwingen in een bepaalde richting. Dat u zich een meerwaardigheid probeert aan te matigen, die u niet wezenlijk heeft, doch alleen vanuit één bepaald standpunt. Wanneer u daar overheen komt, komt u tot een begrip en vanuit dat begrip kunt u alles tot stand brengen wat tot uw mogelijkheden behoort. Zolang je een standpunt inneemt sluit je een deel van je eigen mogelijkheden af, of dat nu een kwestie is van innerlijk leven of van een poging om iets in de wereld te zijn. Ik meen, dat het altijd er op neer komt dat de zaken pas werkelijk functioneren, wanneer ze voor jou vanzelfsprekend zijn.

De gastspreker zal zo dadelijk ongetwijfeld iets anders vertellen, want ik weet het ook nooit precies. Maar wat hij in mij heeft wakker geroepen heb ik u, in een misschien niet zo erg samenhangende beschouwing, voorgelegd. Ik hoop alleen maar, dat u één conclusie samen met mij zult trekken: het gaat er niet alleen om wat ik deed, het gaat er om wat ik besef, wat in mij feitelijk waar is, of ik het buiten mij zie of niet. Wanneer ik van daaruit probeer te werken ontmoet ik de werkelijkheid of de waarheid, in mijzelf en daar buiten.

De Gastspreker

Ik moet even de taal zoeken. Men heeft mij gevraagd als gast het een en ander te zeggen. Als ik goed begrepen heb wat er over mij gezegd is, is er zeer veel gezegd waar ik zelf niet achter sta.

Mijn oorspronkelijke visie op het leven – dat geef ik toe – was wat beperkt. En mijn visie op o.m. het occultisme of het paranormale was ongetwijfeld voor mijn tijd wat goedgelovig en vanuit uw standpunt misschien soms zonderling. Maar elke gek heeft zijn gebreken, al hebben de meeste gekken als grootste gebrek dat ze niet beseffen wat ze zijn.

Voor mij is dat een situatie geweest waardoor ik mij na de overgang heb moeten instellen op waarheden, die mij niet erg welkom waren.

De waarheid is altijd iets waarmee wij overhoop liggen. We kunnen altijd weer kiezen: doen of ze er niet is of ze aanvaarden en er wat mee doen. Ik heb voor het laatste gekozen en dat lag misschien ook in mijn aard, omdat ik altijd geobsedeerd ben geweest door alles wat buiten de norm scheen te liggen. En als er iets is wat op aarde steeds weer buiten de normen ligt dan is dat: de waarheid.

Mijn oorspronkelijk werk, mijn studies o.m. over bezetenheid, heb ik natuurlijk grondig moeten herzien nadat ik eenmaal zelf dood was. Het kost me altijd pijn om afscheid te nemen van geliefde denkbeelden en van geliefde illusies.

Maar wanneer je dat eenmaal kunt sta je ineens in een heel andere wereld. Een wereld waarin de tijd niet zo belangrijk is. Waarin het gebeuren alleen een bijkomstige bevestiging is van een blijvende waarheid die in je leeft, waardoor het ook veel eenvoudiger wordt om open te staan voor alles waar je je eens bewust of onbewust voor hebt afgesloten. Wat je niet wilde zien en niet wilde horen.

Om te voorkomen dat u denkt dat ik paaps ben geweest en mij tegenover u in een biechtstoel geplaatst meen – iets waarop de psychologische werking van kerk placht te stoelen – wil ik nu proberen u enkele van mijn ervaringen of denkbeelden onder woorden te brengen voor zover dat mogelijk is natuurlijk.

“Leven” is een verschijnsel.

‘Zijn’ is het enige ware. Zijn en leven zijn voor ons van elkaar afhankelijk, maar ‘zijn” is mogelijk zonder leven, d.w.z. dat de uiting niet noodzakelijk is voor het bestaan.

Zolang het bestaan zelf niet aanvaard wordt heb je de uiting nodig omdat ze het onvolledige van je eigen wezen en eigen bestaan voor jou bevestigen.

Men spreekt over het leven en de kracht van het leven, over fluïde, mediamieke krachten en geestelijke krachten en men vergeet daarbij dat er eigenlijk maar één vorm van kracht is. De wijze waarop ze in verschijning kan treden ja, die is heel erg verschillend. Maar de werkelijkheid is eigenlijk maar één en hetzelfde. Er is maar één vorm van werkelijke kracht. Zodra je dit gaat beseffen heb je overal meer dan voldoende kracht om iets tot stand te brengen.

Wanneer je weet dat er kracht is en je hebt ze nodig dan kan het zijn, dat je als geest bv. hier in dit vertrek aanwezig bent. Dan is het niet noodzakelijk dat je die kracht overal elders vandaan haalt.

Het is hier redelijk warm. Warmte is beweging. Beweging is een uiting van kracht. Zet beweging om in kracht – en dat is mogelijk – en je hebt alle energie die je nodig hebt.

Ik heb dat vroeger wel eens gezien. Ik heb een paar echte donkere kamer seances gezien. Dus niet met mediums die met handen en voeten werkten, maar waarbij werkelijk verplaatsingen enz. plaats vonden. Ook toen is mij reeds opgevallen dat er aanmerkelijke wisselingen in temperatuur in zo’n kamer voorkwamen.

Wanneer ik warmte-energie neem moet ik nog dicht bij de aarde zijn. Wanneer ik echter leef in een geestelijke wereld is alles om mij heen trilling. En dat kan je eigenlijk niet vertalen in iets, maar, je kunt ze wel in jezelf veranderen. Want wanneer je een hogere trilling opneemt en deze langzamer doet trillen voor je ze uitstoot, heb je kracht. Dat zijn van die dingen die je al gaandeweg leert.

Voor mij is het een grote openbaring geweest dat je kunt leven; volledig leven met alle dingen en met alle krachten in een wereld, waarin geen vorm en geen onderscheid is buiten je eigen gevoel ten aanzien van hetgeen je buiten je voelt. In die wereld is alles zo vol en zo volledig dat elke impuls die je krijgt nauwkeurig geproefd moet worden omdat ze altijd weer iets nieuws meebrengt, wat je nog niet bent of wat je nog niet kent.

Zo bouw je voor jezelf werelden op die steeds groter worden, maar het wil niet zeggen dat ik daardoor hoger ben gekomen. Ik ben geen ‘enlightened spirit’ zoals men pleegt te zeggen.

Ik ben niet verlicht. Ik ben! Ik existeer! Ik besta! En uit het bestaan zelf probeer ik mijzelf duidelijk te maken zoals ik ben. In de eerste plaats aan mijzelf. Want het is heel erg belangrijk, dat ik besef op welke manier ik verbonden ben met alles wat ik om mij heen voel.

Daarnaast probeer ik ook wel degelijk vanuit mijzelf iets te zijn, waardoor het andere zich van mij, mijn wereld, mijn denken bewust wordt. Het is een voortdurend ontvangen en uitzenden van krachten. Het is een steeds weer in jezelf opbouwen van nieuwe werelden. En hoe verder je komt in de geest, hoe meer die wereld van de stof wordt herleid tot een reeks ervaringen zonder meer.

De grote gevoelens, de vreugde, de wanhoop die je in de stof kent worden teruggebracht tot gewoon kleine onderstrepingen van iets, dat er altijd al geweest is. Het is alsof je de nadruk leert kennen die door je eigen bestaan wordt gelegd op het geheel van het bestaande.

Grenzen tussen werelden en sferen heb ik eigenlijk nooit zo gezien, niet gevoeld. Wanneer je leeft in een wereld verandert ze langzaam. Je weet eigenlijk niet op welk ogenblik die wereld groter is geworden of niet. Het is eenvoudig gebeurd.

Het is niet in tijd vast te leggen. Het is niet in ervaring vast te leggen. Maar het is wel degelijk een verandering. En dit gaat steeds weer verder.

Elk ogenblik van beseffen dat ik besta betekent ook een verandering in mijn besef van het bestaan in mijn wereld, in mijn krachten. Ben ik daarom sterk? Ik weet het niet.

Sterk kun je alleen maar zeggen als je verschillen gaat maken. Maar die verschillen zijn alleen maar belangrijk op het ogenblik dat er iets gedaan wordt. Niet op het ogenblik dat je ”bent’.

Hoe meer je één bent met al het andere, hoe groter de eenheid die je weet te krijgen, hoe meer eigenlijk anderen een deel van jezelf worden.

Ik ben een persoonlijkheid, ongetwijfeld. Er zijn rond mij vele andere persoonlijkheden, dat staat vast. Maar wanneer ik iets moet doen, zelfs wanneer ik hier moet spreken, is het alsof anderen mij hun capaciteiten, hun mogelijkheden lenen opdat ik van daar uit, dus meer zijnde dan ik ben, waar kan maken wat er in mij is en wat ik vanuit mij moet uitdrukken.

Toch sta je altijd weer voor problemen. God heb ik bv. nooit gevonden. Ik heb Hem beleefd, maar ik weet niet waar ik Hem moet zoeken. Het is alsof God een soort functie is, die in ons allemaal bestaat.

Kan ik daarom zeggen: “Er is geen God?” Dat zou dwaas zijn, want ik weet het niet. Ik kan alleen zeggen: “Wat ik ervaar van God en als God is niet iets wat buiten mij of buiten het leven bestaat, maar is deel van alles wat ik ontmoet in het leven.”

Dan kun je zeggen: is er waarheid? Ik weet niet wat waarheid is. Waarheid is de tegenstelling van o.m. de leugen, dat is waar, maar alles is ergens waar. D.w.z. dat wanneer je ergens anders bent je waarheid onwaarheid wordt.

Ik heb nog geen absolute waarheid kunnen ontdekken. Ik heb alleen ontdekt, dat er in ons iets is waardoor we uit al het ‘zijn’ bepaalde dingen a.h.w. aanvaarden, naar ons toetrekken alsof dat de waarheid zou zijn. De waarheid is wat wij ons eigen maken van onze wereld. Niet wat wij zijn of wat onze wereld is.

Het medium zou ongetwijfeld zeggen: “Dit grenst aan krankzinnigheid.” Misschien is ook dat wel waar. Want een mens die niet meer in staat is de scheiding tussen zich en anderen te beseffen, of die elke erkende binding tussen zich en anderen stoffelijk waar wil maken, die wordt krankzinnig. Die is vanuit het menselijk standpunt krank van zinnen. Toch is hetgeen hij doet, geestelijk juist weer waar en goed.

De moeilijkheid is dat je geen scheiding weet te maken tussen de vormenwereld, die nu eenmaal gezamenlijk in stand wordt gehouden, met alle wetten en regels en krachten, die daaraan verbonden zijn en die wereld van de werkelijkheid, waarvan wat jij nu werkelijk noemt maar een klein deel is.

Het grote conflict ligt in ons eigen onvermogen het beperkte te beleven en ons in een beperking te uiten.

Wij denken: waar vrijheid bestaat kan geen gebondenheid zijn. Pas wanneer wij beseffen dat vrij zijn betekent een groot aantal gebondenheden afzonderlijk en onder omstandigheden aanvaarden, kunnen wij waarlijk zijn. Niet vrij volgens menselijk denken, maar volledig in onszelf vrij.

De menselijke reden bestaat wel, maar alleen onder bepaalde condities. Hetgeen voor u nu bewijsbaar is, is op een ander niveau van bestaan even bewijsbaar onwaar. Het is dus niet waar of onwaar. Het is gewoon onder omstandigheden uitdrukbaar en onder andere omstandigheden niet uitdrukbaar.

In een bepaalde wereld is het absoluut fout, in een andere wereld is het absoluut goeds omdat wij afhankelijk zijn van de wereld en de regels van de wereld, die wij op een bepaald ogenblik als onze eigene ervaren.

Het is moeilijk om aan bewustwording te doen. Esoterie, paranormaal onderzoek, termen van één wereld. Want bewustwording, menselijk gezien, kan in de geest alleen hervinden van bewustzijn betekenen.

Het is verwarrend wanneer je probeert de waarden van een eigen, voor u andere wereld over te brengen in menselijke redelijkheid en menselijke begrippen. Wat voor mij waar is, is voor u duidelijk onwaar, omdat ons standpunt verschilt.

Wat voor u aanvaardbaar en redelijk is, is voor mij niet veel meer dan een sprookje. Hoe moet je die werelden rijmen? Alleen door een beroep te doen op datgene wat voor u en voor mij waar is: onze innerlijke verbondenheid met een of andere kracht of wezen of hoe wij het zouden willen aanduiden, plus onze afstemming in dat wezen.

Wanneer je het werkelijke licht kent behoef je het niet te ontleden. Wanneer je de werkelijke kracht kent behoef je haar niet in functies in te delen.

Werelden onderscheiden zich door voorstellingen en voorstellingen zijn de bron van wetten. Er zijn geen wetten, er is bestaan.

Er zijn geen waarheden of onwaarheden. Er is bestaan; het “zijn” zelf. Maar hoe kun je daarmee in je eigen wereld iets doen?

Wanneer je leeft in een wereld heeft die wereld zijn wetten, zijn waarheden en zijn ontkenningen. Die zal je moeten aanvaarden om de doodeenvoudige reden, dat je niet kunt bestaan zonder die wereld en je van jezelf bewust zijn.

Je hebt een wereld nodig om jezelf te spiegelen.

Je hebt een wereld en wetten nodig om jezelf te kunnen afmeten. Maar dan moet je wel weten dat jij niet gelijk bent aan die wereld. Je moet weten dat de waarheid die jij nu hier bewijst niet een algemene waarheid is, maar ten hoogste een verwrongen weergave van iets, wat ook elders zou kunnen bestaan.

In mijn dagen hebben ze mij veel verteld over de hemel. Ze hebben me ook verteld dat ik in de hel terecht zou komen. In het eerste zullen zij nu teleurgesteld zijn en als ze mijn toestand beseffen zal die teleurstelling mogelijk ook het tweede betreffen, want ik heb geen hemel gevonden en geen hel.

Ik heb vreugde gevonden, zeker, maar vreugde is alles wat om je heen is en waarvan je je bewust wordt.

Ik heb strijd gevonden in het begin, zeker. Maar strijd is in wezen het overwinnen van jezelf door je illusies tegen elkaar af te meten. Maar als die strijd tot rust komt dan word je alleen maar rijker omdat er meer is.

Wat je denkt te zijn is hier waar. Misschien. Maar kun je aan de hand van één huidschilfer een mens met alle details en zijn karakter, met zijn kwalen, met zijn deugden, met zijn fouten reconstrueren? Toch is uw leven niet meer dan één huidschilfertje van uw werkelijke persoonlijkheid, minder dan één haar. Dan kom je vermoedelijk tot conclusies zoals ik tot de mijne gekomen ben, want ik kan geen conclusie trekken voor u.

Voor mij is het zo dat alle dingen waarmee ik mij verbonden voel, ik volgens mijn weten juist moet beantwoorden. Alle dingen die mij tegenstaan, waarmee ik mij niet verbonden gevoel, moet ik nu van mij afwijzen, want ik moet een beeld zoeken van mijzelf, waarin harmonie en licht heerst. Maar ik moet ook begrijpen, dat dit zoeken naar een wezen dat in zich vrede heeft, dat in en vanuit zich bewust is, belangrijker blijft dan welke norm, welke leer, welke vorm, welke redenering dan ook.

Het zou gemakkelijk zijn om te zeggen: en nu zal ik u mijn kracht geven. Maar ik heb geen kracht. Ik ben deel van kracht. Kan ik geven wat ik niet ben? Ik kan u alleen deel maken van iets, waarvan ik deel ben. Dat probeer ik nu, terwijl mijn woorden vermoedelijk wat onbegrijpelijk of soms schijnbaar strijdig in uw oren daveren.

Ik wil u deel maken van datgene waarvan ik voel deel te zijn. Dat is mijn waarheid. Of u ze aanvaarden kunt is uw zaak. Ik kan niet voor u denken.

Wanneer ik voor u bid, bid ik voor mijzelf om mijzelf in u bevestigd te zien. Dus ik bid niet voor u.

Er is maar één ding werkelijk mogelijk: ik aanvaard u als deel van dat geheel, waarvan ik deel ben. Ik ben bereid op u te reageren zoals elk deel van het geheel op het andere reageert. Of u nu beseft dat u deel bent of niet.

Dat is de weg uit de illusie.

Dat is de weg die ieder zelf moet gaan.

Ieders weg zal een andere zijn, omdat ieder op een andere wijze zijn besef ontplooit en de eenheid leert aanvaarden.

Daarom zeg ik u: “Wees uzelf. Ga uw eigen weg. Aanvaard uw eigen aansprakelijkheden en verantwoordelijkheden zoals u ze diep in uzelf gevoelt. Maar weet dat u niet eenzaam of alleen bent. Dat u nooit geheel verloren staat. Want wat in u leeft, leeft in het Al.”

Wanneer u uzelf, de kracht die u in uzelf voelt aanvaardt, aanvaardt u niet alleen het Al, maar het Al aanvaardt u. Dat is de waarheid. Dan manifesteert zich in ons wat wij misschien God noemen, of vrede. Dan manifesteert zich in ons de enige kracht, die altijd betekenis voor ons heeft en vinden wij de enige vreugde, die nooit verbleekt.

Wat heel wat is uit de mond van iemand, die door zijn vakgenoten een idioot werd genoemd en door de mensen ‘mijnheer’, alleen omdat hij meer bezat. En toch ben ik dat geweest. Ik ben het nog een beetje. Zoals u bent wat u denkt te zijn; een beetje.

Wees u bewust van hetgeen u meer bent.