Werelden en sferen

image_pdf

14 februari 1977

Wij zitten vandaag met een klein probleem. We zullen ons vanavond voornamelijk bezig houden met een paar hoog geestelijke zaken en dat is altijd een beetje moeilijk. Het gaat vooral over allerlei werelden en sferen en we hebben een expert te pakken gekregen, die daar na de pauze het een en ander over zal zeggen.

Het is natuurlijk een beetje moeilijk voor mij om daar precies op in te gaan. Ik zal dus niet gaan vertellen wat hij heeft gezegd en wat ik toen heb gezegd, maar gewoon vertellen wat ik er zelf  van weet en wat volgens mij de mogelijkheden zijn en wat de waarheid is.

Laten we maar meteen beginnen met de overgang. Iemand gaat dood. De mogelijkheid van ontwaken in vol licht bestaat bijna niet, dat weten we. Wanneer je geconfronteerd bent met het feit dat je dood bent en je de eerste contacten hebt gemaakt, dan is eigenlijk je eerste ontmoeting met een soort licht; het is een soort tunnel.

Wanneer je uit het duister daar naartoe gaat, dan is het eigenaardige dat jij verandert. Het duister verandert niet. Het licht verandert niet. Jij verandert. Ik heb dit zelf meegemaakt, daarom kan ik dit met alle zekerheid verklaren.

De grote moeilijkheid is dan, geloof ik wel, dat je in die verandering niet terug mag gaan. Je mag dus niet zeggen: “Nu gaat het me te ver.” Maar wanneer die verandering zich helemaal heeft voltrokken, dan lijkt het er op of bepaalde chakra’s, die je op. aarde  ook al kunt zien als je helderziende bent, ineens een soort van stralende bloemen zijn geworden. Of beter gezegd: warrelende lichten. Dat is nog duidelijker.

Er is een grote hoeveelheid kleur en je ontdekt al heel snel — al denk je dat je nog steeds dezelfde bent — dat bij anderen die eigenaardige waas over hen heen ligt en dat het die waas is waar je eigenlijk mee spreekt en waar je mee waarneemt. Dan blijkt ook dat je eigenlijk niet allemaal precies dezelfde weg kunt gaan.

 Wie naar een hogere wereld toe wil, zal natuurlijk moeten zoeken. Hij zal moeten werken. Hij zal moeten denken. Maar dat zijn de menselijke termen hiervoor. Het is eerder een kwestie van zoeken waar je bij hoort.

Nu kan je je dat wel vereenvoudigd voorstellen en zeggen: Er zijn in alle kleuren van de regenboog allerlei stralen licht, maar het komt er eigenlijk  op neer welk licht het beste past bij de hoofduitstraling van je eigen chakrum, waardoor je in contact komt met iets dat in jezelf begint te spreken. Het is net of je een ingebouwde radio hebt.

Die stem of die klank, want het is lang niet altijd in woorden weer te geven, geeft commentaar op alles wat je ziet. Het is dus zo dat alle waarneming, die je tot op dat ogenblik normaal hebt gehad in de sfeer, een extra dimensie’ krijgt. Door die extra dimensie ga je ook begrijpen waar je harmonieert en waar je niet harmonieert. Dat is bij de vooruitgang een heel belangrijk ding.

Er zijn natuurlijk heel wat werelden. Elke wereld die je maar denken kunt, is wel ergens te vinden. Maar de grote moeilijkheid is natuurlijk dat je een wereld moet hebben waar je zelf in past en in het begin zal dat toch altijd nog een wereld zijn met vormen. Alleen de beperktheid van de vorm valt weg.

Wie op dit niveau terecht komt, zal met enige moeite ontdekken dat hij in een soort netwerk van stralen zit. Je kunt je niet overal verplaatsen maar je kunt van elk knooppunt waar twee stralen elkaar treffen, naar een ander knooppunt van twee stralen gaan. Daar zit geen afstand tussen. Dat is voor jou allemaal identiek.

De waarneming die je doet vanuit die verschillende punten, is wel heel anders. Je krijgt eigenlijk een beetje een caleidoscopische reeks belevingen. Het ene ogenblik ben je verbonden met de wereld waar je vandaan bent gekomen, het volgende ogenblik misschien met heel andere werelden en soms met toestanden die je niet eens meer kunt omschrijven, waarvan je alleen kunt zeggen: “Het is een soort licht. Ik voel me er wel prettig in. “Deze toestand blijft vaak erg lang duren. Maar ook hier kom je op den duur toch zo ver – omdat het commentaar dat je gehoord hebt nu gebruikt wordt als een bewust middel om je te oriënteren ten aanzien van al die fragmenten van beleven die zich samenvoegen – dat je zegt: “Ik ben een eenheid. Ik heb al wat rond me was, nu wel beleefd. Ik heb het wel gezien. Ik ga nu proberen om het in mijzelf tot een eenheid te naken. Wat dan gebeurt, kun je je misschien nog het beste als een soort bloesem voorstellen. Het is licht. Het is, u zou misschien zeggen, een poort; maar dan moet u er zich wel één voorstellen.

Van al die kleuren licht die er zijn, ook de kleur waar u zelf bij hoor, is er een soort boog en daarin is een straling. Dat zie je. Wat er achter is, zie je niet. Je gaat er op den duur toch maar doorheen, want je weet niet beter en dan zit je ineens weer in een soort duister. Maar nu niet meer een duisternis waarin je je niet kunt oriënteren, een soort uitblussing van alle dingen waar je je tot op dat ogenblik mee bezig hebt gehouden.

In die stilte ontstaan allerlei beelden. Je zou haast kunnen zeggen dat het een soort filmzaal is. In die filmzaal zie je de fragmenten van jezelf terug. Het is een hal van herinneringen, om eens een oude term te gebruiken. De herinneringen voegen zich samen. Je gaat zien hoe je misschien in een ver verleden geleefd hebt en wat je allemaal geweest bent. Je ziet ook een aantal mogelijkheden die je hebt voor de toekomst. Het is een oriëntatie.

Wanneer je daar genoeg van hebt, denk je:  “Nu weet ik het wel.” Dan wil je weer naar buiten, maar je kunt niet terug. En het wonderlijke is dat je nu ook niet meer kunt zeggen: Ik ga alleen op een poortje af of op een lichtend gat met mijn eigen kleur, dat is er niet. Bijna alle verdere mogelijkheden waardoor je die duisternis verlaten kunt, hebben twee of drie kleuren. En dan gaat het er om toch weer te kiezen wat het beste bij je past.

Heb je dat gedaan, dan krijg je eigenlijk een wereld die ik het beste zou kunnen uitdrukken als een zeer poëtisch loch ergens in Schotland, met mist, maar ook met een opkomende zon. Het is een schoonheid, het is een beleven, er is ook een melodie en zeker niet alleen maar een slecht gespeelde doedelzak. Het is een soort, ik zou haast zeggen ‘Morgenstimmung’, als je de ouderwetse muziek van Grieg nog mag noemen in deze dagen.

Wanneer je daar bent, ga je ontdekken dat je zelf geleefd hebt op verschillende niveaus. De herinnering heb je nu wel, maar je ontdekt dat in je eigen wezen eigenlijk altijd verschillende trapjes van licht aanwezig zijn.

Je kunt natuurlijk zeggen: “Ik ben nu tot deze graad gevorderd. Ik ben op dat trapje gaan staan en ik blijf staan.” Maar dat is helemaal de bedoeling niet. De bedoeling is dat je elk van die krachten, trapjes, ze noemen het ook wel eens stralen die je beleefd hebt, met elkaar gaat samenvoegen. Dat je gaat zien waarom ze bestaan.

Op dat ogenblik krijg je een klein beetje begrip voor de zin van je eigen bestaan. Dus niet alleen van wat ik allemaal heb meegemaakt en wat ik nog kan gaan doen, wat ik moet gaan doen. Neen, het is of alles eigenlijk nu tot een eenheid wordt.

Ik ga begrijpen dat ik in één leven op aarde of in een sfeer kan ageren op een groot aantal van die verschillende trapjes tegelijk. Het gaat er helemaal niet om dat ik alleen dit bewustzijnsniveau handhaaf. Ik moet ze allemaal hebben. En dan sorteer je het verleden.

Dat is misschien wel de beste omschrijving die ervoor bestaat. Je gaat kijken welke fragmenten, die voor jou sterk in de herinnering spelen, eigenlijk thuishoren bij een bepaalde trap die in je wezen bestaat. Dan ga je zien dat het eigenlijk allemaal samenvoegt. Het is misschien vreemd. Ik zit hier voor een deel natuurlijk vanuit mijn eigen beleving te praten, want iedereen zal het wel weer een beetje anders meemaken.

Maar nu moet u zich eens voorstellen: Ik heb bv. op een gegeven ogenblik iemand gered. Ik deed dat omdat het mijn plicht was. Als ik het niet had gedaan, hadden ze mij afgemaakt. Nu blijkt dat ik in een later leven ook weer iemand heb gered. Toen deed ik het niet omdat het noodzakelijk was, maar misschien omdat ik nog op een beloning hoopte. Later heb ik hetzelfde nog een keer gedaan en toen dacht ik er eigenlijk niet over na wat ik deed. Tenslotte zie ik misschien dat er een fase is geweest waarin ik die mens heb gered, omdat ik niet kan leven met het begrip dat ik een ander in gevaar laat verkeren.

  Dit zijn allemaal verschillende trappen en zoals ik dit nu voor één voorbeeld geef, zo zult u begrijpen dat het bestaat voor duizend-en-een dingen. Het is heel goed mogelijk dat iemand, die vaak huisvrouw is geweest, ontdekt dat ze melk heeft gekookt op alle verschillende niveaus. Maar dat hangt dan wel samen met wat je er eigenlijk bij wilt zijn.

Door dit uitsorteren, door te begrijpen hoe je bent samengesteld, krijg je ook een beeld van wat je werkelijk kunt zijn. Want het is heel vaak nodig om een lager niveau in te schakelen om de tendens van een hoger niveau waar te maken.

De eenzijdigheid wordt verbroken. Je komt nu als het ware tot een veelzijdigheid van beseft bestaan. Vroeger waren al die consequenties en die betekenissen er ook wel, maar je wist het niet. Nu ga je begrijpen waarom. Je begrijpt waarom iets mis moest lopen, maar je begrijpt nu ook waarom het eens zal slagen en wat het verschil tussen die twee is.

Als je dan zover bent gekomen en je hebt ook daar zo’n beetje jezelf gevonden — dat doe je natuurlijk tussen allerlei karweitjes door — dan komt er een ogenblik dat je weer een poort doorgaat,

Een poort is maar een naam voor een beleving waarbij alle soorten licht a.h.w. wisselend optreden. Zoiets als een lichtreclame. Ik heb gehoord dat je tegenwoordig lichtreclames hebt waarbij rood in geel en wit en zo verandert en dat er zelfs geen vaste sequentie in schijnt te zitten. Zoiets heb je dan daar. Het verandert voortdurend. Je gaat er doorheen en je zit even te denken: “Zou ik op mijn kleur wachten of zou ik dat niet doen?” Maar als je er doorheen gaat, kom je terecht in een soort vloeibaar goud. Dat is de beste oplossing. Je kunt niet zeggen: “Ik ben helemaal in de olie” of zo, maar je voelt je toch wel erg gestimuleerd. Het lijkt of je aan alle kanten energie verzamelt.

Die energie heeft nu weer de neiging om bepaalde herinneringsbeelden a.h.w. op te blazen. Dus uit het geheel van je bestaan komen bepaalde fasen scherp vergroot en met enorme intensiteit op je af. In die beleving ga je ook gelijktijdig zien dat je a.h.w. een sprong in de tijd maakt. Je gaat zeggen: “Hé, maar zo behoort het niet te zijn. Het moet anders zijn. Je herstelt a.h.w.

Nu is dat, naar ik aanneem, geen realiteit. Ik geloof niet dat je kunt teruggaan in de stoffelijke tijd en daar even de zaak rechtzetten. Maar voor jezelf kun je dat kennelijk wel.

Wanneer die rechtzettingen gebeurd zijn, is al dat opgeblazen gedoe verdwenen. Het is of het in jezelf oplost. Het is niet meer een gebeuren, maar het is iets als je bloed. Of als de signalen in je zenuwbaan of iets dergelijks. Het is gewoon een impuls geworden, een impuls die functioneert in het geheel dat je aan het worden bent.

In deze wereld van goud heb je ontzettend veel contacten met anderen en naarmate je meer van je herinneringen in je opgenomen hebt, gegroepeerd hebt als een directe functie van het werkelijke ik, krijg je ook contacten die veel meer omvattend zijn. Het is niet alleen meer een kwestie van woorden, beelden of gevoelens. Het is a.h.w. of je hele werelden ontvangt en ook weggeeft.

Dit is zo’n beetje de wereld waarin de hoge jongens zitten. Wanneer zij besluiten om het een of ander te gaan doen, dan beschikken ze ook over de kracht en de middelen, naar men zegt. Neemt u mij niet kwalijk, naar dat laatste heb ik een keer even mogen kijken. Geproefd heb ik er niet van, maar gekeken heb ik wel. Met mijn neus tegen de etalage. Dit is dus allemaal van horen zegger: lering.

Wanneer je deze wereld eenmaal bereikt hebt, dan komt er een ogenblik waarin je diezelfde eenheid gaat bereiken met alles wat rond je is. Je verdwijnt dan, zeggen ze, in een licht dat heel zacht lijkt te zijn wanneer je erin stapt, maar dat steeds feller wordt totdat het alles wegbrandt. Totdat je niets meer schijnt te zijn of te zien. Op het ogenblik dat je dat doorstaat, ben je niet meer één wezen, maar je bent eigenlijk als functie van een ander wezen gelijktijdig je van dat grotere wezen bewust. Vanaf dat ogenblik krijg je dan, wat men noemt, de scheppende impuls.

    Ik weet ook niet precies hoe het in elkaar zit, maar het schijnt dat je vanaf dat ogenblik uit het geheel van je ervaringen desnoods weer een hele wereld kunt opbouwen als je dat wilt. Stoffelijk ook. Het wonderlijke bij dit alles is misschien nog wel dat het netwerk, waar ik het daarnet over had, die lijntjes, toch ergens blijft bestaan, want je blijft verbonden met een bepaald deel van de kosmos. Dus niet met alles.

Ik heb vroeger gedacht dat als je zo hoog bent, je één  bent met elk atoom en met elke ster. Dat er dan niets meer is. Maar het blijkt dat het selectief is. Je hebt daar, naar ik meen, te maken net zeer verschillende waarden, die allemaal bij jou horen en met andere waarden waarvan je weet dat ze bestaan, maar die op een of andere manier jou niets doen en die jij niets kunt doen.

De totale oplossing in het Goddelijke, waar men wel eens over spreekt, heb ik niet kunnen vinden. Ik heb er als theorie wel eens over gehoord, maar ik heb nog nooit gehoord: Zo gebeurt het nu. Dit is het enige wat ik van al die dingen af weet.

Nu denkt u waarschijnlijk: Hij kan zoveel verhalen vertellen. U bent misschien zelf nogal eens uitgetreden. U hebt ook verschillende werelden bezocht en gezien en u zegt: “Maar is dat nu alles?” Ik weet het niet. Ik heb een heel voorzichtig idee dat het maar een heel klein stukje is.

Verwacht van de gast van vandaag geen hoog gestemd wezen. Ik zeg het er maar even bij. Het is iemand die het werkelijk heel ver gebracht heeft, maar het is niet iemand die u zalvend komt toespreken. Elke persoonlijkheid heeft nu eenmaal zijn eigen manier van uiting en uitdrukking. Maar wanneer je ziet hoe zo iemand eigenlijk gewoon zichzelf blijft, dan sta je wel eens even met de oren te kwispelen, die je niet meer hebt. Je vraagt je dan af hoe dat kan. Hoe kan iemand een keer zelfs door dat verblindende licht heen zijn gegaan en toch heel gewoon zijn wat hij geweest is?

Dat schijnt nu het grote geheim te zijn. Wat je bent, in welke fase van het bestaan dan ook, is gewoon een deel van jezelf. Je kunt het wel allemaal integreren. Je kunt je bewuster worden van de eenheid, van de totaliteit, maar wat je niet kunt doen, is zeggen: “Dat ben ik niet meer.” Je blijft het.

Dit is het eerste stukje wat ik u wilde vertellen. Hopelijk eenvoudig genoeg. Ik ben zelf maar een simpele ziel als ik geen lering van een ander citeer.

Nu is er een tweede punt wat nog veel vreemder is. U hebt misschien wel eens gehoord van wat men noemt: kruisende incarnaties. Neen? Het is namelijk zo dat je mensen hebt, die incarneren en hoewel dat niet wil zeggen dat ze elkaar bij elke incarnatie noodzakelijkerwijze ontmoeten, wil het wel zeggen dat ze altijd op een gegeven ogenblik elkaar toch weer ergens beroeren. Het is net een slangenvuur. Dit noemt men nu kruisende incarnaties. Het is dus een incarnatiereeks waarbij je op bepaalde knooppunten van de ontwikkeling elkaar altijd weer ontmoet.

Die reeksen zijn natuurlijk erg interessant, maar daar schijnt meer aan vast te zitten. Ik heb erover gepraat met de gastspreker, maar wat hij allemaal vertelde, deed hij waarschijnlijk vanuit het standpunt dat ik als geest, door te ontvangen, ook kon begrijpen. En dat is niet helemaal waar. Het ging mij als menig interviewer: Ik deed alsof, maar ik snapte helemaal niet wat mijn tegenpartij zei. U kunt die mensen de hele dag aan het werk zien op radio en tv. Dus zat ik met de moeilijkheid en ben toen na gaan zoeken in hoeverre ik het zou kunnen begrijpen. En dan kom ik ongeveer tot dit beeld: Nu moet u begrijpen dat ik het nooit over twee personen of over vier personen heb. Die aantallen kunnen lopen van misschien een paar  tot slechts twee.

Wanneer een incarnatie begint, begint er een leerproces. Wanneer je kijkt in het hele verre verleden, zo goed als je kunt, dan zie je dat er wezens zijn die een bepaald deel van hun uitstraling, u zou waarschijnlijk weer zeggen: een deel van een chakrum, precies gelijk hebben. Dus niet alleen maar bij benadering, neen, identiek.

Waar die identiciteit bestaat, blijkt dat ze steeds een vergelijkbare ontwikkeling doormaken en elkaar ook steeds weer op een bepaald punt ontmoeten. Maar die ontmoeting heeft niets te maken met versmelting of zo, wat men wel eens denkt. Zoiets van: We ontmoeten elkaar weer in eeuwige liefde, door alle incarnaties heen. Het is eigenlijk meer een kwestie van: Wij moeten elkaar voortdurend blijven beïnvloeden omdat we een zekere harmonie hebben. Die harmonie openbaart zich dan bovendien meestal in een wisselend spel van betekenis, van verhouding. En dat vind ik wel erg curieus.

Wanneer je met die incarnaties te maken hebt namelijk, dan is het niet alleen wat je je misschien zou kunnen voorstellen bij bv. twee entiteiten: dit is de man en dit is de vrouw, en nu wordt de vrouw de man en omgekeerd. Dat is een beetje simpel. Je kunt beter zeggen: In de ene cyclus is de een de gevende; die geeft informatie of maakt ontwikkelingen of bewustwording mogelijk. Dan komt de volgende incarnatie en moet die functie verwisselen. De leraar wordt de leerling. De leerling wordt de leraar.

Dat geldt altijd weer voor iets wat bij beiden in vergelijkbare ontwikkeling is. Het is dus nooit op dat eerste beginvlak, op datgene wat ze in het begin allebei gelijk hadden. Dat is de band, de eenheid, de straal of hoe je het noemen wilt, waardoor ze elkaar blijven ontmoeten. Maar de ontmoetingen zelf en die wisseling van betekenis worden bepaald door een bewustzijnsontwikkeling die zich afspeelt binnen de personen.

Een heel eigenaardige kwestie, en omdat ik dat ook mee wilde zien in verband met werelden en sferen, ontdekte ik nog iets eigenaardigs. In zeer veel gevallen blijkt namelijk dat de ontmoetingen in de stoffelijke wereld bv., ik neem die nu als voorbeeld, summier zijn. Men ontmoet elkaar en men schijnt aan elkaar voorbij te drijven. En wat gebeurt er nu? Er is gelijktijdig een hoger niveau van besef. Dat kan een uittredingstoestand zijn. Dat kan een harmonische fase zijn waarin de contacten weer veel intenser zijn, en nu blijkt dat er een punt is — en dat is meestal het punt van lering, dus een contact met een hogere waarde — waar beiden altijd mee verbonden blijven gedurende elke communicatie tussen die twee. Elke ontmoeting. Kunnen jullie mij volgen?

Dit is heel gek, want als mens zou je geneigd zijn om te zeggen: Goed, die mensen ontmoeten elkaar, incarneren in elkaars omgeving. Ze zullen altijd weer samenkomen. U kent die mooie verhalen. Maar als je gaat zoeken in de werkelijkheid, dan blijkt dat deze ontmoetingen eigenlijk helemaal niets te maken hebben met contact, zoals je dat in het leven probeert te interpreteren. Het zijn gewoon waarden, die kosmisch bepaald zijn en die meestal op een ander niveau dan de wereld, waarin we elkaar ontmoeten, de hoogste werking hebben.

Nu is er nog iets moois bij, tenminste, ik vind het erg mooi. Het is niet mogelijk dat bij entiteiten die op deze manier die band hebben, één een hogere wereld betreedt zonder dat de ander daar deel aan heeft. Dan zou je zeggen: Dan moet je op elkaar staan wachten. Ook dat is niet waar. Maar omdat je deze harmonie hebt, deze identiciteit op een bepaald punt, kan de één niet naar een hogere wereld gaan zonder de kracht of de waarde van die hogere wereld naar de ander te projecteren. En dat wil zeggen dat in de ander een versneld rijpingsproces zal ontstaan. Het zijn wezens die elkaar a.h.w. meesleuren in de ontwikkeling, omdat ze elkaar voortdurend energieën en krachten geven die ze nodig hebben om een vergelijkbaar peil te krijgen.

Maar dan krijg je natuurlijk wel iets, dat een beetje doet  denken aan wielrennen. Daar zie je ook dat iemand een sprint doet om aansluiting te vinden bij de kopgroep. Zo kunt u zich dat voorstellen. Iemand is wat achtergebleven in zijn eigen besef van werelden of sferen en neemt ineens een run en gaat naar de ander toe. Maar nu heeft die ànder momenten van een zodanig vergrote receptiviteit dat hij vaak gemakkelijker krachten, leringen en omstellingen aanvaardt die nodig zijn dan degene, die daar geleidelijk aan is gekomen.

Dan krijg je ook nog eens het geval van mensen die elkaar a.h.w. voort slingeren. De één maakt een stap en dan maakt de ander een stap. Zo gaat dat door. Ze helpen elkaar omhoog. Het is wel een heel typisch iets. Bovendien blijkt ook nog dat wanneer dat gebeurt, in de meeste ontmoetingen eenieder innerlijk op een ander trapje manoeuvreert — ik heb er even verbaasd van gestaan, toen ik het zag, Ook dat is vreemd.

Wanneer je bv. iemand hebt van, laten we zeggen, de derde straal, dan is het heel onwaarschijnlijk dat zijn partner ook derde straal zal zijn. Die kan bv. vijfde straal zijn of eerste straal, desnoods tweede of vierde. Maar die derde straal, dus die precieze identiciteit van innerlijke actie, blijkt maar heel zelden aanwezig te zijn en wanneer ze aanwezig is, is het zeer vlug voorbij. Dan wisselt toch weer of de een of de ander. Je zou daaruit de conclusie kunnen trekken dat de aanvulling niet alleen maar een aanvulling is van besefswaarde en krachtwaarde, maar dat er bovendien een soort veelvoudigheid van leven en beleven bij te pas komt .

Kijk eens, wanneer de een zus ervaart en de ander zo, dan ontstaat een wisselwerking. Je zou dan kunnen zeggen dat de lagere de teleurstelling is voor de hogere of omgekeerd, maar dat is helemaal niet waar. Neen, door de invloeden van de lagere die worden ingebracht, verandert de hogere zijn eigen niveau, zijn eigen manier van leven en werken. Dit straalt hij terug naar de lagere, die daardoor ook weer nieuwe stimulansen krijgt en aan een nieuwe ontwikkeling begint.

Ik heb geprobeerd dit allemaal ook nog te zien in inwijdingstermen. Ik zal u zeggen wat mijn conclusie is geweest. Als men spreekt over de verschillende poorten van inwijding, is het verschil meestal alleen maar of u binnengaat door de voordeur, door het raam, door de achterdeur of door de serredeuren.

De poorten van inwijding zijn persoonlijke belevingen en die   zijn inderdaad allemaal anders, maar je komt op hetzelfde punt terecht. Het is alleen maar wat je kunt aanvaarden van de plaats waarop je terechtkomt, wat bepaalt wat je zelf geestelijk bent en kunt. Op deze manier is de wereld met al zijn verbindingen, met alle schijnwereldjes die wij kennen, bv. in het astrale, zoals wij ze kennen in zomerlandsferen enz. eigenlijk alleen maar een soort illustratie van de werkelijkheid. Om niet te zeggen een karikatuur van de werkelijkheid. Het zijn allemaal eenzijdigheden die pas betekenis krijgen wanneer we weten wat er tegenover staat en wat de basis is waaruit ze allebei voortkomen.

 We moeten groeien uit de tegenstelling naar de eenheid. Het is en blijft mijn persoonlijke conclusie, begrijp me wel.

Wanneer je bezig bent met al die lichte krachten en al die poorten van licht, met de Heren van de Stralen, de Machten en al die dingen meer, dan sta je zo verbluft dat je je niet eens realiseert dat je innerlijk eigenlijk precies hetzelfde bent en doet.

Het is niet zo dat er ergens een Heer van Wijsheid zit, die alleen maar wijsheid zit uit te stralen. Neen, een Heer van Wijsheid is een manifestatie van een rijpingsproces op een hoger niveau. Ik denk helemaal niet dat ik wijs ben, maar wanneer ik een inzicht krijg in de wereld, dan gaat dat inzicht de beleving die ik doormaak, op precies dezelfde manier inwerken op alles wat er verder in mij bestaat, als een Heer van Wijsheid doet in zijn uitstraling naar bv. de mensheid. Het is net alsof je zelf een soort kopie bent. Ik zou haast zeggen: het is of we allemaal deel zijn van een en hetzelfde grote organisme, maar dat kan je natuurlijk niet met zekerheid zeggen.

Ik heb geprobeerd mijn inleiding in mijn eigen termen te houden, zoals u gemerkt hebt. Ik zou misschien alleen nog even moeten vertellen dat het ook erg mooi is. Weet u, als je het zo nuchter zegt – ik heb alles zo nuchter mogelijk verteld – dan is het eigenlijk of je in een paar schetslijntjes de glorie van een heel zonnestelsel wil weergeven. Dat kan je niet. Elke sfeer, elke trap die je geestelijk doormaakt, elke verandering in besef, in bestaan, in harmonie is iets van een overstelpende schoonheid. Zelfs het meest duistere heeft in zich nog steeds een soort overstelpende schoonheid. Alleen degene die in het duister is, ziet het niet. Maar het is er wel.

Als je het mij vraagt, is het geheel van het bestaan een aaneenschakeling van verrukkingen waar je naar toe moet groeien om ze te kunnen beleven. Het is ook iets wat we heel vaak proberen te vervangen, maar wat je nooit helemaal vervangen kunt.

Licht is niet alleen maar licht; Licht is emotie. Het is sensatie. Het is beeld. Het is leven en sterven tegelijk, elke kleur. Dus als je door een poort gaat met vijf kleuren, dan heb je eigenlijk vijf verschillende wijzen van beleven, leven en sterven, waaruit je tenslotte terecht komt in dat ene wat voor jou het meest waar is.

Het andere blijft er een beetje als een echo, als een droom naast zweven. Maar het is fantastisch mooi. Ook wanneer je werkt voor anderen. Dat zult u, wanneer u eenmaal dood bent ook wel ontdekken. Wanneer je anderen gaat helpen, is dat helpen niet alleen maar een kwestie van iets doen. Het is een beleving. Het is eigenlijk een verrukking terug vinden.

Misschien kan ik het het beste zo zeggen: Wanneer je probeert een ander te helpen en het lukt je een klein beetje, dan is het of je helemaal doortrokken wordt van een fantastisch overstelpend, overheerlijk aroma waarvan je niet kunt zeggen waar het vandaan komt. Het is er gewoon. Daardoor kom je even in een soort roes en zie je ineens het leven anders. Dan zie je jezelf wat anders. Het vergaat weer, maar zelfs dat is schoonheid.

Voor iemand die leeft in het licht is, ondanks alle teleurstelling, alle tegenslag, alle dorheid en droogheid van werken en streven die je als mens en soms ook als geest wel eens ontmoet, toch ergens op de achtergrond een voortdurende schoonheid. Ik wil niet zeggen: bevrediging, want het is een schoonheid die je hongerig maakt naar meer schoonheid. Het is een zo grote innerlijke beleving en vrede, en dat kan ik uit ervaring zeggen, zelfs op mijn niveau, dat je nooit meer alleen aan licht denkt of alleen maar aan samenhangen. Je moet altijd weer denken aan die sidderende verrukking die alle zintuiglijkheid te boven gaat. Die steeds weer op je afkomt en waarin je steeds weer voor een ogenblik de kracht vindt om meer jezelf te zijn en daardoor gelijktijdig meer harmonisch met anderen.

Ik heb mijn best gedaan om het goed te zeggen, meer kan ik ook niet. U krijgt zo dadelijk een spreker die niet van Nederlandse origine is, maar hij zal waarschijnlijk wel proberen om zijn eigen karakter zoveel mogelijk in het Nederlands aan te nemen en u op zijn manier vertellen wat hij er belangrijk van vindt. Ik heb alleen weergegeven wat er in mij werd wakker geroepen toen ik met hem in contact kwam. Ik wens u allemaal een prettige en zegenrijke avond.

Zijn wat je bent.

Ik ben z0 vrij geweest om de inleider in zijn inleiding te volgen. Ik moet zeggen, het was voor mij net zoiets als: hoe vertel ik het mijn kinderen? Maar ik geef toe, het is niet altijd even eenvoudig. Als ik het op mijn manier zeg, moet u mij dat niet kwalijk nemen. Je kunt het allemaal zo lekker gaan vertellen, weet je wel, maar dat hoeft voor mij niet. Ik hoop voor jullie ook niet.

Kijk, als je het heel eenvoudig wil zeggen, dan is het zo: Iemand die een zak is, kan naar de hoogste sferen gaan, maar hij blijft een zak. Het enige. verschil is dat hij het zelf weet en daarom is hij het tegenover anderen minder.

Al die geschiedenissen van inwijding en al dat gedoe, och. . . Kijk eens, als ze zo bij ons aankomen, dan zie ik dat spul wel eens zo ronddolen en dan zie ik ze vol van hoge geestelijke waardigheid zoeken naar een poort om zo doorheen te gaan. Maar ja, ik heb vroeger altijd gezegd: “Als het makkelijker is over de sloot te stappen, dan stap je over de sloot.” Maar zij moeten het allemaal precies hebben volgens de regels.

Laten we nu beginnen met jullie één ding met zekerheid te zeggen: Er zijn geen regels! Dat is natuurlijk verrekt lastig, tenzij je geleefd hebt zoals ik geleefd heb. Dan is zonder regels leven erg gemakkelijk, want ik had op aarde last van de regels en van de handhavers van die regels, die mij achter mijn vodden zaten. Dus ik was blij toe.

Nu moet je goed begrijpen dat je kunt zeggen: “Er zijn geen regels.” De regels maak je zelf en dat is volledig waar. En je kunt helemaal niet zeggen dat iemand zelf geen invloed heeft op de dingen. Dat doe je allemaal zelf.

Maar aan de andere kant, als ik die inleider zo bezig hoor en ik hoor hem zeggen: “Denk erom, het is mijn persoonlijke beleving”, dan zeg ik: “Jongen, je zit nou wel een klein beetje te kletsen. Want per slot van rekening, een schop tegen de schenen zal iedereen wel een beetje anders aanvoelen, maar je hebt allemaal pijn op dezelfde plek. Als je op dezelfde plek schopt, dan voel je het op dezelfde plek.

Dat is nu eigenlijk de grote geestelijke waarheid. Want laat ik het heel eenvoudig met jullie maken: Je hebt een grondtype. Je bent dus een figuur die langs een bepaalde reeks van belevingen terecht is gekomen waar je nu toevallig zit. Dat heeft je getekend, maar het heeft veel meer gedaan. Het heeft niet alleen gezegd dat je nu toevallig hier terecht zult komen, maar het heeft gezegd dat je in verbinding en in harmonie bent geweest met heel veel verschillende entiteiten, ook met heel hoge krachten.

Toen ik dood ging, dacht ik: “Nu zal ik het wel aardig warm krijgen, want we hadden zo’n soort getrouwde pastoor met ‘domineesneigingen, als je weet wat ik bedoel. Die goede man had het altijd over het hellevuur, dus vandaar. Toen ik daar kwam, stond ik toch wel te kijken als verdomde Loewietje, onder ons gezegd en gezwegen. Want er was geen hellevuur. Er was geen hemel. Maar er was wel iets in mij dat ineens als een soort landkaart begon te kloppen, weet je wel, met lichtende lijntjes. Ik dacht: “Hé!” Nu ik een heel eind verder ben — Ik ben ook niet stil blijven staan, nietwaar — nu kan ik zeggen wat het was. En dat is nu precies hetzelfde wat jullie ingebouwd hebben.

Die lichtende lijntjes zijn al je contacten die je met de kosmos hebt. D.w.z. dat iedereen een directe lijn heeft met de directie en dat betekent ook dat je met de werkplaats een directe lijn hebt. Je kunt alles, wanneer je maar de juiste verbindingen maakt. Hoe hoger je komt, hoe verder je komt, is misschien beter, hoe duidelijker je gaat begrijpen wat die dingen betekenen. Een inwijdingspoort is er, heus. Als je er een zoekt, is die poort er. Maar dat wil niet zeggen dat die nodig is.

Als je een engel zoekt om je te begeleiden, dan zul je een engel zien die je begeleidt, ook al is het de grootste nep van de hele wereld omdat je dat ding zelf hebt geproduceerd. Het is huisvlijt. Maar het is er, want wij geven aan alles de gedaante, de inhoud, die gestalte die we er zelf aan toekennen.

Nou ja, uiteindelijk is het ook waar. Ik ben getrouwd geweest. Ik dacht altijd dat ik een schat van een mooie vrouw had. Anderen waren het nooit met me eens hoor, daar niet van, maar ik vond het mormel nou eenmaal lief. Wat doe je daaraan? Later blijkt dat dat heel begrijpelijk is. Want toevallig hadden wij elkaar al in een heel stelletje incarnaties zo hier en daar ontmoet en, nou ja, alle illusies van al die tijd heb ik toen opgebruikt in één menselijk leven. Maar dat contact is toch blijven bestaan en het zal ook blijven bestaan. Het is hetzelfde contact dat ik heb met iets heel hoogs.

Soms heb ik gedacht dat je het in een  pendel kon vinden. Soms heb ik gedacht dat je het buiten kon vinden als je naar de sterren keek. Ik heb een leven gehad waarin ik dacht dat je het in de boeken kon vinden. Allemaal ergens waar en niet waar.

Dat hogere,  ja, wat moet ik zeggen — God? Van mij kunt u Hem cadeau krijgen. Neen, zeg maar liever: Het is een hele hoop energie en een hele hoop kracht. Zo’n  kracht dat je geen lamp nodig hebt omdat je zelf staat te gloeien. Zo’n enorme spanning dat je niet hoeft te leven want het is een en al leven wat je vult. En daar heb ik nou elke keer, stukje bij beetje, wat van afgeknabbeld in elke incarnatie. In de sferen elke keer weer een beetje ervan genomen. Een beetje ervan beleefd en dan maar rustig verder scharrelen.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik stom ben geweest. Ja, ‘stom’ is ook nog niet eens het woord. Onbewust, zouden jullie zeggen. Kijk, dat geheel dat heb ik altijd gehad, alleen heb ik het nooit gebruikt en omdat ik het niet gebruikte, stond ik voor gek. Elke keer weer.

Als je het goed bekijkt, ben ik negentien keer doodgegaan voordat ik deze keer eindelijk eens een beetje betere kans heb gekregen. Je ziet, Jan met de pet is er nooit goed aan toe.

Negentien keer dood gegaan. Negentien keer in sferen geleefd. Negentien keer allerlei mooie dingen meegemaakt. Negentien keer gezegd: “Ik verveel me rot.” Negentien keer terug geïncarneerd. Dan moet je toch eigenlijk hartstikke gek zijn. Maar je ziet het, terwijl het niet nodig was. Als er iets is wat me nu nog zou kunnen steken — ik geef niet veel kans tegenwoordig, maar goed — dan is het juist dat, hé. Dat ik zo stom ben geweest om niet te begrijpen dat ik dat beetje dat ik soms voelde, alleen maar had moeten laten doorwerken, en ik had die hele lichtende bedoening bij elkaar gehad.

Ach, dat zal jullie niet veel interesseren. Kijk, het is eigenlijk zo gelegen dat als ik die oude gestalte aanneem, ik weer een beetje, zullen we zeggen, aan de zwakke kant ben. Zolang ik die gestalte beschouw, was ik een beetje aan de zwakke kant, zoals ik altijd geweest ben. Dan blijf ik ook zo, want dat is gewoon een van mijn gezichten, een van de delen van mijn wezen. En nu hoef ik heus dat wezen niet te veranderen om die andere kracht erin door te laten dringen, en dat is nou juist het geintje. Jullie denken allemaal: “Ach, ik zit hier en ik moet het afwachten. In het hiernamaals komt het misschien voor elkaar.” Had je gedacht! Als je het nu niet voor elkaar brengt, zal je het later voor elkaar moeten brengen, dus je kunt beter meteen beginnen.

Op het ogenblik dat ik iets van mijzelf toelaat, meer van mijzelf in diezelfde oude gedaante, dan heb ik ineens een hele hoop meer kracht. Ik moet het vertalen. Als ik het in mijn eigen taal zou moeten zeggen, zou het Cockney zijn, maar dat kan ik er door dit medium niet uit krijgen, dus ik moet maar proberen er wat van te maken. Ik hoop niet dat jullie me met de rekening laten zitten.

Elke mens is altijd direct verbonden met alle krachten waar hij bij hoort en daar kun je niet het kleinste vliegenpoepje aan veranderen. Dat is zo. Die kracht beperk je doordat je teveel bezig bent met je eigen voorstelling van hoe het is en hoe het allemaal moet gaan.

  Goed, het is waar, als je denkt dat je allemaal langs lichtende laddertjes loopt, ja, dan loop je met lichtende laddertjes. Of desnoods met molentjes; moet je zelf maar weten. Maar nodig is het niet. Het is helemaal niet nodig dat je bestaat in je stoffelijke beperking, zoals je dat ziet. Dat praat je jezelf aan.

Alle kracht en alle licht wat je ooit zult kunnen hebben, ben je nu ook. Begin daar maar mee. Zeg dan niet tegen jezelf: “Ik kan niet”  maar: “Ik kan alleen wat harmonisch is.” Zoek naar datgene waarin je jezelf toch weer herkent. Waarvan je zegt: “Ja, dat is goed” en dat laat je gewoon helemaal door je heen spuien. Kun je rustig laten doen, geen milieuverontreiniging, helemaal niets. Je hoeft zelfs niet te kletsen over solidariteit, want dat is er ook niet bij. Het is doodgewoon: Zijn wat je bent. De grenzen weghalen.

 Er zijn allerlei lichtende werelden, zeker. Als je daar met alle geweld naartoe wilt, dan kun je dat. Maar heb je die lichtende werelden nodig? Is het niet veel beter gewoon zelf licht te zijn?

Het grote raadsel van de hele natuur is de eenheid ervan. Daar heb ik in het begin ook wat mee geworsteld hoor, dus maak je geen zorgen als het niet zo gemakkelijk is. Maar alles is een eenheid en ik ben met die eenheid verbonden, en daardoor ben ik mezelf. Zonder dat niet.

Wanneer ik de kracht van die eenheid afwijs of beperk, kan ik veel minder zijn, veel minder erkennen, veel minder beleven dan anders het geval is. En als dat voor mij geldt — ik ben heus niet meer geweest dan jullie en heus, als we het sociaal zouden uitdrukken, zou ik minder geweest zijn — dan geldt dat voor jullie ook.

Nu zitten jullie allemaal hier erg, hoe heet het, esoterisch magisch te doen. Goed, dat mag van mij. Ik trek me er geen barst van aan. Maar één ding zeg ik je wel: Dat is allemaal versiering en niet meer dan versiering. Want de kern moet je toch in jezelf vinden, die moet je in jezelf aanvaarden en beleven.

Wil je licht hebben? Nu, hier is licht. O nee, niet van mij. Pak je eigen rommel. Je hebt het. Je kunt het. Je kunt meer genezen dan je denkt. Je staat er heus niet zo hopeloos voor als je soms denkt.

Je moet ook niet denken dat het allemaal toch wel een beetje hoger moet zijn. Doe het maar heel gewoon, dan gaat het ook goed. Ik wil niet persoonlijk worden, dat is vroeger wel mijn gewoonte geweest, maar ik zal netjes blijven vandaag. Het is zo gewoon dat je gewoon bang bent om het te zeggen in zo’n kring, menselijk gezien dan altijd.

Luister! “Ik hoor niets.” Moet je eens diep van binnen luisteren. Dat is toch gemakkelijk?

Is je lichaam niet helemaal in orde? Weet je wat je eens moet doen? Je gewoon voorstellen dat je aan het kletsen bent met een verbinding van je mond naar je achterhoofd. Gewoon in je eigen achterhoofd praten. Je zegt tegen je lichaam: “Dat is fout en dat moet je herstellen. En je zegt bovendien zo goed mogelijk hoe het moet herstellen, zodat je het zelf tenminste ook weet. En wat gebeurt er dan?

Als je het goed doet, doet dat lichaam precies wat je zegt. Zo   kun je jezelf van een hele hoop afhelpen; en als de dokter het niet kan, kan je het zelf nog. Alleen, jullie geloven in de dokter en niet in jezelf, nietwaar? Nu, dan zit je met twee knoeiers samen. Ik wilde maar zeggen, dan kom je allebei misschien wel een stukje in de goede richting, maar het zou beter kunnen.

Jullie gaan naar de pastoor om je ziel te laten redden. Of naar de dominee. Of naar een medium, Je moet toch wat hebben, nietwaar? Ca eens diep in jezelf. Ga eens naar binnen toe. Niet alleen maar in die hersens, dat is een holle echokamer, maar naar dat gevoel van je. Daar, waar de mens zegt: “mijn hart” en ga daar eens even heel stil en rustig zitten wachten, en zeg tegen jezelf: “Hier is God” en je zult ontdekken dat Hij er is.

Als je zegt; “Hier is het oneindige”, misschien nog beter, dan ontdek je ineens hoe dat vlechtwerk van allerlei licht in je bestaat. Echt, daar heb je niemand en niets voor nodig. Je kunt het zelf. Maar dan moet je wel leren om jezelf te zijn.

In het begin is het leuk om trapjes te lopen. “Ha, ik ben lekker weer twee stralen op …” Een ander heeft een examen achter de rug en komt ook heel vrolijk thuis: “Ik ben gestraald.” Kom nou!

 Ik wil maar zeggen, het is allemaal wel leuk, maar wat zegt het? Ik heb een baas gehad, de grootste rotzak waar je ooit aan kon denken; die had nou niets geleerd in zijn leven hoor, maar poen! Hij wist precies hoe hij een ander af moest leggen en hij was geen doodbidder. Doodgewoon, die man gebruikte wat hij zijn gezonde verstand noemde. In feite gebruikte hij zijn hebzucht en hij werd er beter van. En dat terwijl veel hooggeleerde heren blij waren als hij ze een baantje gaf. Begrijpt u wat ik bedoel? Waarom kon hij het nu wel en al die anderen niet? Omdat die anderen niet begrepen wat er in hun zat. Die deden geen beroep op wat er in hen leefde.

Nu zitten jullie hier allemaal, esoterisch en magisch. Hier zit de geest en daar zit de geest en daar zit het bemiddelingskantoor. Vergeet het maar! Als je kracht wilt hebben? O ja, ik kan ook met kracht spelen. Natuurlijk kan ik met kracht spelen. Waarom zou ik het niet kunnen? Mag ik ook een keer spelen? Maar waarom doen jullie het zelf niet? Laat ik eens proberen of ik het op een rijtje kan zetten voor jullie. Misschien gemakkelijker.

Elke mens is van begin tot einde een en dezelfde. Je zou het soms niet zeggen, maar het is zo.

Elke mens is verbonden met alle krachten, zowel met die van het einde waarin alle’ wijsheid is, als met die van het begin waar alle kracht is. Als je de verbinding open houdt, kun je ze allebei steeds weer gebruiken.

Elke mens is verbonden met een niet te bepalen aantal andere mensen en zelfs andere wezens. Die banden kunnen nooit teniet gedaan worden. Maar het betekent wel dat jij de ander geeft en dat de ander jou geeft. Dat jij uit de ander put en dat de ander uit jou put. En daar kun je nu eens lekker geen bliksem aan doen, want dat is zo. Als je probeert dat te ontkennen, kun je wel je eigen besef afsluiten, maar je kunt het besef van een ander niet afsluiten. Leven is hoe je je een wereld denkt. Als je denkt aan een stoffelijke wereld, dan incarneer je in de stof. Gelukkig zal je ermee zijn. Als je denkt aan de hemel, dan zit je in de hemel. En als je denkt aan een andere wereld met een tuin, dan zit je in de tuin.

Als je denkt aan de kroeg, dan zit je in de kroeg. Want dat zijn de vormen. Maar het leven blijft hetzelfde en wanneer je bereid bent om die voorstelling van je wereld te zien als een betrekkelijk iets, als iets wat een beetje meer spel is dan werkelijkheid, dan kan die werkelijkheid van je wezen voortdurend actief zijn. Hadden jullie niet gedacht hè? Maar dat zit er ook nog in, hoor.

Jullie zitten nu hier bij elkaar. Een kennis van me zou zeggen: “Het is weer een aardig zootje ongeregeld. Niet dat ik wat kwaads wil zeggen, hoor. De goedkoopste kostbaarheden koop je bij de uitdrager, dat weet je ook wel. Ik wil alleen maar zeggen: nu zitten jullie hier bij mekaar, allemaal zoekend naar de waarheid, allemaal zoekend naar het licht. Heb je daar nu werkelijk een ander voor nodig? Dacht je dat nu werkelijk?

 Ik kan er natuurlijk wel iets aan doen. Waarom zou ik niet? Er zijn wel een paar lijntjes die knopen, anders zou ik hier nooit terecht gekomen zijn. Maar waarom doe je het zelf niet? Dat is de enige vraag.

Moet je een beetje kracht hebben? Moet je een beetje nieuw inzicht hebben? Eventjes uit die tredmolen springen en weer eens wat nieuws erkennen? Je hebt de mogelijkheid in jezelf.

Wanneer ik er wat aan kan doen, kan ik dat alleen maar doen voor degenen met wie ik verbonden ben.

“Zou hij het doen?”

Ja, hij zal het heus wel doen, hoor. Hij is er heus niet te belazerd voor. Het hoeft helemaal niet op zijn plechtigst. O, ik kan er bij gaan staan. Ik kan huppelen. Ja, en ook nog een petje nemen, op en af zetten, een paar boekjes heen en weer gaan dragen. Ben ik helemaal de pastoor. En ook nog een mooie wijwaterkwast nemen, jullie nat spatten en zeggen dat dat de zegen is. Dat is helemaal niet nodig. Wacht maar rustig en wees maar rustig normaal. Maar stel je wel een klein beetje open.

Laten we dan eens kijken. Dat kan alleen voor degenen waar het contact goed voor is. Als je niets merkt, zeg dan niet: “Het is mijn schuld” of: “Het is zijn schuld”. Dan zeg je doodgewoon: “Ik zit op de verkeerde aansluiting te wachten”,  nietwaar? Gewoon proberen.

Nu moeten jullie eens goed luisteren. Dat je zo-even in jezelf dacht en voelde, dat positieve, laat zich dat nu eens even een beetje uitbreiden. Laat het gewoon zijn gang gaan.  Dat beetje energie dat je nu nodig hebt? Neem het nu maar rustig. Het is er. Och natuurlijk, het is er als er een beetje spanning op staat. Goed, kan je ook nog krijgen. Als ik eenmaal gastspreker ben, kijk ik niet op een kleinigheid.

Goed, daar gaan we. Een beetje spanning wil je hebben. Die spanning heb je niet nodig hoor, je kan het zo ook pakken, maar pak het nou maar in jezelf op. Het is maar goed dat jullie geen astrale figuren zijn, anders waren jullie al dansende derwisjen. Laat nu maar gewoon op je inwerken. Ja, het tocht beetje langs de benen, heb je gelijk in. Beetje kracht. Niet op letten. Ja, dat doe ik nu, hè. Eigenlijk ben ik helemaal belazerd, want je kan het zelf veel beter, als je goed wilt voor jezelf.

Willen jullie licht ervaren? Nu, we zijn toch bezig. Jullie willen allemaal zo graag licht. Goed, als ik je helpen kan op dit ogenblik, zal ik het voor je aanhaken. Daar, hoef je het zelf niet eens te doen, luie donders! Zo. En wacht nu maar tot je uitgewoed bent en gaat slapen. Je zult misschien wel een paar rare dingen dromen, 0f je wordt alleen maar lekker opgelucht wakker, dat zien we wel weer.

Nu heb ik niets anders gedaan dan geprobeerd dat lijntje van verbinding met die hogere krachten, dat licht voor jullie een beetje sterker te maken. Voor degenen die ik bereiken kan.

En als jullie nu zo magisch, esoterisch zijn, onthoud dan dit: Wanneer ik werkelijk mijzelf overgeef aan het licht, aan de kracht, dan zal ik daardoor niet veranderen maar mij bewuster worden van wat ik ben. Wanneer ik mij overgeef aan de kracht, dan zal ik sterker zijn om te doen wat ik nodig vind, maar ik moet zelf wel zeggen wat. Wanneer ik behoefte heb aan meer licht, dan is dat licht van mij. Maar ik moet het ook een bestemming geven. Je moet met het licht ergens naar kijken.

Als jullie inwijding willen, stel je dan maar een deurtje of een poortje voor. Als je tegen jezelf zegt: “Ik overschrijd de drempel van mijn beperkt bewustzijn; ik geef mijzelf de kans om in mijzelf te beleven wat waar is” en je hebt de moed om dat te doen, zo intens dat je hele corpus en hele ziel erachter zit, dan zul je ontdekken dat je ingewijd bent. Daar heb je niemand voor nodig.

Die idioot van een inleider, nou neen, idioot niet, die jongen heeft het beste geprobeerd, heeft jullie een heel verhaal verteld, van wereld naar wereld, van sfeer naar sfeer.

Hij verkoopt op afbetaling! Bij mij kun je het meteen contant krijgen, gewoon, als je bereid bent om even alle ideeën van hulp die je nodig hebt, behalve van de hoogste kracht, opzij te zetten. Dan kun je al die werelden en al’ die sferen ook nu beleven.

Ik zeg niet dat je ze als mens kan begrijpen. Als mens is het al moeilijk genoeg om een ander mens te begrijpen, dus de rest blijft er een beetje buiten hangen. Maar beleven kun je het.

Ik ben helemaal geen expert op het gebied van al die sfeertjes en wereldjes, maar ik weet dat er kracht is en ik weet hoe die kracht verbonden is. Ik leef gelukkig in die kracht en in die verbindingen en ik zie niet in waarom jullie het niet zouden kunnen. Het zal wel moeite kosten, maar het kan.

Geen geest kan iets doen wat jullie zelf niet kunnen doen, onthou dat nou maar. En als  God werkt, kan Hij door alles werken, maar het is wel het eenvoudigste als je Hem zelf aanvaardt. Dan werkt Hij door jou heen.

Als je ooit een dominee te pakken krijgt of een andere goochelaar die beweert dat het alleen door hem kan, dan moet je maar even lachen, want dat is iemand die eerst je meubilair komt stelen om het je later als een gunstig koopje aan te bieden. Daar moet je gewoon niet op ingaan.

Aanvaard iedereen in zijn beste weten en zijn beste willen, maar werk met je eigen innerlijk.

Wees ook niet bang dat er een wereld of sfeer te veel of te weinig is en trek je er niet te veel van aan of iets nu wel centen oplevert of niet. Het is meestal toch  dat de gekste dingen het meest opleveren, nietwaar, dus maak je daar ook niet druk over, Wat nodig is, komt maar ga van jezelf uit. Als jij werkelijk centen nodig hebt, voel je vandaag welke valuta morgen in elkaar dondert, dat beloof ik je.

Ze hebben bij ons zo’n vent, die is bankier geweest. In het begin heb ik mij afgevraagd hoe hij het zo ver kon schoppen na zo’n beroep, maar het blijkt ook maar een tijdelijke vergissing van hem te zijn geweest. Dan kun je zien wat er gebeurt met die centen. Maak je daar niet te druk mee, je wordt er toch nooit stinkend rijk van. Rijkdom stinkt trouwens niet, dat doen de mensen zelf.

Je kunt alles. Je kunt het aanvoelen, ook al kun je het niet beredeneren. Je kunt het weten, ook al weet je niet hoe je het weet. Het enige wat jullie dan als mensen te doen hebben, magisch, esoterisch, nuchter, of alle drie, is dat wat je in jezelf wakker hebt gemaakt, in jezelf beleeft, in jezelf erkent, zo omschrijven dat je erover praten kunt. Dan kom je net als ik op een punt waar je zegt: “Nu weet ik werkelijk niet meer wat ik moet gaan zeggen, want voor de rest heb ik geen woorden.” Dan laat je een beetje kracht spelen en zeg je: “Dat is ook nog niet voldoende.” Maar laat dat dan over aan de versmelting. Laat al die kanalen zelf maar eens sterk, open en bewust worden. Laat die kracht maar eens heen en weer flitsen. Laat die uitwisseling maar eens plaatsvinden. Dan komt het vanzelf wel.

Nu hebben jullie vandaag een mooie gastspreker gehad, hé. Maar hij heeft je wel één receptje gegeven waar je een hoop mee kunt doen. Als je gewoon gebruikt wat er in je is, is er niemand die je kan slaan. Waarmee ik wil zeggen: Van binnen heb je het enige middel dat werkt tegen alle kwalen die niet noodzakelijk verankerd zijn in je wezen. Als je bewustzijn verandert, verandert alles.

Ik ben geen hoge Piet. Ik heb toevallig alleen een klein beetje mijn bewustzijn uitgebreid. Jullie hebben dezelfde kans, dezelfde mogelijkheid. Dat kan je misschien vandaag nog met een beetje geluk en een beetje wil voor elkaar brengen. Wat zal ik nog langer blijven praten? Onthoud het, hé.

Een beetje kracht? Nee, nu geen koude benen. Denk je dat ik twee keer hetzelfde zou doen? Daar is toch geen gein aan. Dat beetje dat ik nu uitstraal, had je al lang van jezelf kunnen hebben, maar zolang je nog niet zover bent: neem het mee. Doe er wat mee en wat mij betreft: het beste!

Je kunt toch geen verbinding ongedaan maken. Je kunt geen band met de oneindigheid verbreken, dus ergens zullen we allemaal begrijpen dat dit ook alleen maar een knooppunt is waaruit misschien voor mij, misschien voor jullie iets nieuws kan voortkomen. Het beste er mee.

image_pdf