Werelden in de kosmos

maart 1989

Aan het begin van de bijeenkomst wil ik u zoals gebruikelijk er op wijzen, dat we niet alwetend en onfeilbaar zijn en we wat dat betreft ook hopen dat u zelf zult willen nadenken.

Wat ons onderwerp van vandaag betreft: Werelden in de Kosmos.

De kosmos is niet alleen maar het zichtbare heelal, maar alles wat zich daarin bevindt. Je hebt bv. werelden van wat u normale materie noemt, maar ook werelden van antimaterie, die bestaan ook.

Je hebt stralingsvelden van de meest verschillende geaardheid. Er zijn allerhande wolken van energie, magnetisch soms, in het andere geval is het weer een straling.

We vinden ook hele wolken van vrije atomen. En als je het allemaal bij elkaar pakt, dan moet je tot de conclusie komen dat zelfs in dat kenbare, dat zichtbare heelal, dus heel wat verschillende werelden moeten zijn.

De vraag is echter of stoffelijke verschillen ook op energetisch niveau bestaan. En dan kom je tot een eigenaardige ontdekking, namelijk dat de menselijke uitstraling, de aura, overeenkomst vertoont bijvoorbeeld met de communicatie signalen van een cultuur, beschaving kun je hier eigenlijk niet zeggen, een soort cultuur van grote kristallen, die ergens op een andere planeet bestaat. Er is hier een mate van symbiose. Er is een onderling contact, er zijn groei- en sterfprocessen, zoals bij de mens. Alleen is er geen grote mobiliteit en er zijn verdere mogelijkheden die u niet bezit.

Het bewustzijn kan zich namelijk overplaatsen op het ogenblik dat een kristal als het ware andere kristallen helpt groeien uit de omgeving, iets wat onder speciale omstandigheden gebeurt.

Hoeveel stoffelijke werelden met wezens die bewustzijn bezitten, zouden er bestaan? Alleen in dit melkwegstelsel, laten we niet eens verder gaan. De schatting bij ons beloopt van duizenden tot zelfs enkele miljoenen. Mijn persoon­lijke visie is, het zijn een behoor­lijk aantal duizenden en ik denk dat we dicht bij de 100 000 zullen komen.

Die verschillen komen onder andere voort uit de wijze waarop je leven omschrijft. Want er zijn dus levensvormen, amoebe-achtigen die toch allerhande communicatie mogelijkheden bezitten, en die een mate van samenwerking kennen. En dan beschouw ik dat toch weer als een bewust gedrag. Een ander zal zeggen nee, want ze hebben weer geen begrip van directe godsdienst of iets dergelijks, dus niet.

En dat zelfde tref je dan ook aan als je in andere werelden komt. Wij worden geconfronteerd met entiteiten die ongetwijfeld ergens op een andere planeet geleefd hebben. Maar zoals u zich voor kan stellen dat u bij het bereiken van een vreemd volk een groot aantal moeilijkheden zult ervaren voordat er enige vorm van communicatie eigenlijk sprake zal zijn. Zo ligt dat eigenlijk ook bij ons.

Er is een uitwisseling van gegevens noodzakelijk en dat kan alleen wanneer men elkaar kan begrijpen. Denk je allebei in andere reeksen van symbolen, of zelfs milieuomschrijvingen, dan is het heel erg moeilijk om een contact te krijgen.

Dat houdt in dat je in de sferen dus voornamelijk te maken krijgt met hogere bewustzijnssoorten en dat je zelfs hun eigen wereld en wat er mee samenhangt eigenlijk niet goed kunt omschrijven.

Maar het blijkt dat we allen bepaalde dingen delen.

Alle leven dat een menselijke of met de mens vergelijkbare levens­vorm bezit, kent bepaalde emoties. Daarnaast kent het een soort program­me­ring of conditionering, waardoor het gedrag mee bepaald wordt.

Bij al deze wezens blijkt verder dat er een bewustzijn bestaat dat eigenlijk alleen de emotiegeladen momenten opslaat en daardoor een herinneringsketen opbouwt die bij een eventuele incarnatie dus weer medebepalend wordt voor alle onbewuste drijfveren.

De conclusie moet dan ook zijn: er zijn niet alleen veel zichtbare werelden, maar voor elke zichtbare wereld zullen er wel een aantal onzichtbare werelden bestaan.

Werelden waarin de energie gelijk is aan die van alle andere werel­den, maar waarin het voorstellingsleven zodanig verschilt van al die andere werelden, dat ze voor zichzelf een afgesloten geheel vormen.

We hebben dus vele sferen, ontelbare, maar kom je boven het vormbe­wustzijn uit, dan blijkt ineens dat vele van die werelden samenvloeien. Er is dan een gedeeld bewustzijn en daardoor een communi­catie mogelijkheid. De taal waarin dat gebeurt is moeilijk te omschrijven. Maar ik kan wel een vergelijking geven. Er zijn een aantal grondvormen die in alle materie-werelden erkend zullen worden. Ik denk hier aan een cirkel, een vierkant, een driehoek e.d.

Er zijn verder een aantal mathematisch uit te drukken beginselen, die ook voor het geheel van de stoffelijke ruimte gelden. Deze kunnen als uitgangspunt worden gebruikt, om elkaar duidelijk te maken dat men in staat is om dus te denken.

Wanneer ik met iemand wil communiceren, laten we nu een niet al te hoog beschaafd ras nemen. Achter Achteveus ligt er een planeet, overigens opgegroeid uit iets wat u herbivoren zou noemen, maar wel met een andere atmosfeer, een andere stofwisseling. Deze wezens hebben dus een heel andere wereld dan u. Ze zijn ook niet in staat om zich goed te manipuleren als u, ze hebben geen handen. Maar ze kunnen wel tellen. Stel u nu voor dat u met zo’n iemand moet praten. U trekt dus vijf streepjes.

De ander die bekijkt dat en die trekt ook vijf streepjes, u trekt hierachter twee streepjes, een ruimte en dan drie streepjes. Dan heeft u gezegd twee en drie is vijf. Wanneer de ander dat begrijpt, kan hij antwoorden door een streepje en vier streepjes te zetten, dat is ook vijf. En dan kan je op een dergelijk betrekkelijk simpel begin, kun je eigenlijk de communicatie baseren.

Ik weet er zijn heel veel mensen op aarde, die zijn vooral geïnte­resseerd in de ruimtevaart, de rassen, en denken daarbij dan aan wezens die menselijk of meer dan menselijk zijn. Nu vergeet u het maar. Al die rassen hebben hun eigen kwaliteiten en er zijn er zelfs bij die meer een mierenstaat of bijenkorf mentaliteit schijnen te bezitten en die eigenlijk een centraal punt hebben, waarheen alles naar toe vloeit en waaruit alles bepaald wordt.

Je hebt ook wezens die vanuit uw standpunt waarschijnlijk anarchis­ten zouden zijn. Ze functioneren wel, maar volgens hun eigen wil en alleen in de functies die ze zelf belangrijk vinden. Toch kennen ze ruimtevaart. Is dat nu zoveel belangrijker dat ze dus een technische beschaving hebben. Er is een ras van filosofen, die de laatste tijd ook nog weleens proberen hier en daar zen­dingswerk te doen. Ze zijn sterk in het projecteren van gedachten. Gevolg is dat ze door elk ras dat ze benaderen, gezien worden als iemand die met dat eigen ras nog tenminste vergelijkbaar is, en hun denkbeelden zijn gebaseerd op eenheid, op samenwerking en gelijktijdig daarbij de vrijheid om in een samenwerking je eigen aandeel daarvan te bepalen.

Moet ik die nu lager aanslaan dan degenen die zelf ruimtevaart ontwikkeld hebben of hoger. Ze zijn anders. De werelden in de kosmos onderscheiden zich op zeer vele manieren.

Er zijn planeten bij, als je daar zuurstof zou brengen, zou de hele atmosfeer ontploffen. Er zijn werelden bij die voor u niet eens te betreden zouden zijn. Het is antimaterie.

Die werelden zijn er, maar wat daar leeft wordt gebonden door een beginsel. En die beginselen zouden we in het Nederlands uit kunnen drukken met de term bewustwording. Er is een groeiend bewustzijn waarbij je niet alleen je wereld beter leert kennen, maar ook jezelf als deel van de wereld beter leert be­schouwen. En dat is eigenlijk de kern van de hele zaak.

Dit bewustzijn voert uiteindelijk naar de mogelijkheid van absolute eenheid, want waar de vormen wegvallen, waar de pogingen om onder­scheid te maken wegvallen, daarentegen de erkenning van gelijkheid en eenheid optreedt, daar vloeit alles samen. Daar is een absoluut begrip, een absolute samenwerking, wat u maar wilt.

De mens heeft een tijd lang gedacht dat zijn planeet de enige was. U herinnert zich die oude plaatjes misschien wel: een platte wereld die als een pannenkoek rust op een pilaar of op een aantal pilaren. En die rusten dan meestal weer op schildpadden, omdat ze dachten dat die langer leefden, nou dat doen ze ook wel maar ze merken het niet zo. En daarboven dan een koepel en daar hebben de engeltjes dan de sterren neergehangen en de zon dat is gewoon de strijdwagen van een of andere god, die elke dag een keertje uitrijdt om ook nog wat frisse lucht te scheppen.

De wereldvoorstelling, die zet de mens centraal. Maar is de mens wel zo centraal als hij denkt? Op het ogenblik dat je als mens probeert om de waarderingen van alles wat er in die kosmos bestaat, geeste­lijk of stoffelijk te herleiden tot een mens-relatie, dan doe je iets wat voor mensen heel begrijpelijk is, maar gelijk­tijdig ontken je daarmee de eigen kwaliteiten van het andere.

Er zijn heel wat rassen waarvan je zeggen kunt dat ze menselijk gezien eigen­lijk grote knoeiers zijn. Er is zelfs een ras dat, ja het lijkt een beetje op mestkevers of zoiets, als je het zou willen vergelijken, uiterlijk een skelet­vorm, goed denkvermogen, maar ja die voelen zich nu eenmaal het prettigst in een kruising tussen een mestvaalt en een beerput. Zijn die mensen nu viezerikken. Nee natuurlijk niet. Ze hebben andere levensbehoeften en voor hen is het zelfs heel erg belangrijk dat ze dus in die, zullen we zeggen met aromel derivaten doortrok­ken omgeving liggen, want dat blijkt goed te zijn weer voor de bewegelijkheid van hun externe skelet.

Het is een levensnoodzaak! Gelijktijdig kennen ze een filosofie en ook een vorm van dichtkunst, een beetje anders dan de uwe, maar toch erg mooi, die ver uitgaan boven de toppen die op aarde tot nog toe bereikt zijn. Dus als we zoeken naar gemeenschappelijk factoren voor alle werelden in de kosmos, dan moeten we wel zoeken naar de geest. En aangezien het mens-denken nog lang niet uitgestorven is, kunnen we in dit geval uitgaan van de mens, mits we verstaan dat de tussenliggende trappen die ik nu ga beschrijven, voor elk ras een beetje anders zouden zijn, omdat ze bepaald worden door voorstellingsvermogen, bewustzijn en zelfs de conditionering van één of meer levens in de materie.

Sterven is uiteindelijk niets anders dan een geboren worden in een andere wereld. De wereld in licht, soms zelfs verblindend licht, maar je gaat er als het ware door een duistere tunnel naartoe.

Wanneer je eenmaal in dat licht bent, voel je je daardoor praktisch verdoofd, je komt in een soort slaaptoestand. In deze periode ben je echter wel gestimuleerd en je herleeft een aantal fragmenten uit je eigen bestaan. Wanneer deze situatie of recapitulatie of herkenning, wanneer die teneinde is, dan moet je aanvaarden wat je bent. Hoe minder je aanvaardt van hetgeen je werkelijk nu beseft te zijn, hoe meer je in wat we dan noemen het duister leeft. Omdat je dus een aantal verbindingen en mogelijkheden van jezelf hebt afgesloten, je hebt gezegd daar wil ik niet op reageren.

Aangenomen dat je dus wel reageert, dan kom je in een wereld te­recht die je nog niet kunt omschrijven. En dan is het net als in de bijbel. Wat was het eerste wat Adam deed toen hij in het paradijs rondliep? Alles een naam geven. Verschillen vaststellen dus en dat probeer je daar ook en dan kom je wat we Zomerland noemen. In verschillende gradaties ongetwijfeld. En pas wanneer je de noodzaak niet meer kent, om te omschrijven in termen van de stoffelijke ervaring, kun je wakker worden; dan ga je reageren op allerlei invloeden en krachten die er zijn, welke niet omschrijfbaar maar toch wel beleefbaar zijn.

In die beleefbaarheid ontstaat dan een resonantie tussen je eigen persoonlijkheid en vele anderen. Wat er precies gebeurt, kun je niet uitdrukken. Het is alsof in een computer gelijktijdig 10 of 12 programma’s worden opgeslagen, met een interrelatie, zodat elk programma het andere aanvult. De vergelijking is onjuist, want ze is onvolledig. Maar het is het beste wat ik hier als benadering kan geven.

Het is in deze toestand, dat je ook niet meer gebonden bent aan vragen als persoonsdefinitie en persoonserkenning. Het is een in jezelf weerkaatst weten, door alles wat om je heen is, en gelijktij­dig jezelf gespiegeld zien in dat alles. Daardoor verrijkt je ervaring, je mogelijkheid tot communicatie kan zich enorm uitbrei­den. En dan heb je zelfs het verschil niet meer nodig van, ja dat ben ik en dat is die en dat is die.

Je gaat het niet meer personifiëren, je gaat het gehele Al beschou­wen als een eenheid. In die eenheid ken je jezelf nog wel als waarnemer, maar de waar­nemingsfunctie is het enige wat belangrijk is, de begrenzing van het Al doet niet meer ter zake.

En als je zover bent gekomen, dan ben je niet alleen meer verbonden met de mensheid, dan ben je verbonden met alle geesten die een dergelijk bewustzijn benaderd of bereikt hebben.

Maar je kunt alleen spreken op lager niveau met degenen die nog beantwoorden aan de voorstellingswerelden die voor jou bestaan.

Het zal u duidelijk zijn dat de eenheid van de kosmos nooit kan bestaan in stoffelijke zin. Ze kan alleen bestaan in geestelijke zin.

En wanneer we proberen alle werelden te vergelijken, dan ontdekken we ook dat er enorme verschillen zijn. Bijvoorbeeld de tijdsbepa­ling. Er zijn rassen die leven vanuit uw standpunt: 5000 jaar.

Maar u moet niet vergeten dat het ze 6 minuten kost om een pas te zetten. Dus ze nemen er de tijd voor. Uw tijd, want voor hun eigen gevoel zijn ze waarschijnlijk nog zeer gehaast bezig. We hebben dan verder in het Al nog te maken met de eigen kwaliteiten van sterren, van planeten. Want het klinkt misschien een beetje bijgelovig als je zegt: “ja, maar de zon leeft”. Toch is het waar, ze leeft. Ze kent een aantal processen die eveneens berusten op een soort bewustzijn. Daarnaast bezit ze periodiciteiten die onder meer bepaald worden door haar eigen relatie met de sterren in haar omgeving. Die per­soonlijkheid is niet menselijk en wanneer we weten dat er in de zonneatmosfeer ook nog leven is, namelijk ener­gievormen, dan wordt het helemaal duizelingwekkend. Natuurlijk, maar alles leeft tot op zekere hoogte. Je kunt niet zeggen alles is gelijkelijk bezield, dat zou onjuist zijn.

Er kan een entiteit bestaan voor wie de verstoffelijking van zijn wezen wordt uitgedrukt door een enorm lang zeestrand, of een hele bergke­ten, of misschien een enkele bergtop. Er kunnen bewustzijnsvormen bestaan die zich vereenzelvigen met, zeg een enkele plant of een enkel kristal. Ze hebben alleen hun eigen kwalitei­ten, maar de basisenergie van hun bestaan is gelijk. En het is die gelijkheid die de kosmos beleefbaar maakt. Zolang je van buitenaf naar de kosmos kijkt, kan ze u verwonderen. Ze kan u voor raadselen stellen, maar ze kan niet tot u spreken. Op het ogenblik echter dat de oerenergie als het ware wordt aan­gesproken, dan kan alles gelijke­lijk reageren en vibreren. Er zijn in paranormale zaken allerhande gebruiken. U kent misschien de psychometrie en dergelijke zaken. En wat zeggen de mensen: “ik heb een inductor nodig”. Waarom? Ze hebben iets nodig waardoor zij als het ware de trilling over kunnen nemen van datgene waarmee ze contact zoeken. In de magie vinden we iets dergelijks. Er worden allerhande op zichzelf vaak zinledige rituelen volbracht, maar ze hebben allen ten doel de mens voor zijn eigen ik-voorstelling te vervreemden en om hem zo in contact te brengen met een andere wereld, een wereld van andere trillingen, die wel weer in men­selijke vormen vertaalbaar zijn, maar toch op een vast en blij­vende wijze.

Als de wereld ooit zover komt dat ze aan ruimtevaart begint, nou en dan zijn er nog een paar leuke verrassingen. De eerste landingen op Pluto zullen met verba­zing ontdekken dat de structuren van de maan en de stofsamenstelling van Pluto praktisch gelijk is en dat zelfs de evenwichtigheid van de verdeling praktisch gelijk is. Dat laat­ste, dit is zeer interessant, want dat zou kunnen bewijzen dat de maan en Pluto wel of niet uit dezelfde bron stammen.

Ga je daarentegen naar Mars, dan zie je dat er een andere stofsamen­stelling is. De aarde heeft ook een licht andere samenstelling dan de maan, maar dat zal eerst blijken wanneer je dus die maan werke­lijk helemaal onderzoekt en niet alleen maar een paar monsters. Er zijn dus grote verschillen. Wanneer u de ruimte vergeet, zult u met verschillen geconfronteerd worden. Waarom niet een of andere wereld , waar vloeibaar geworden edelgassen watervallen vormen. Een wereld, die schijnbaar helemaal uit ijs bestaat, maar die in werkelijkheid door zijn temperatuur en door de structuur, de mogelijkheid schept voor bepaalde wezens om juist daar te leven. Dat zijn mensen die in een koelkast of diepvries kunnen kruipen en dan zeggen: “pff, wat is het hier warm”. Het zijn allemaal menselijk gezien sprookjes. Maar er zijn ook dingen, die geen sprookje zijn, omdat ze berusten op menselijke ervaring, zij het dat deze voornamelijk subjectief is. Wanneer u mediteert en een groot gedeelte van uw ik-bewustzijn smelt als het ware tijdelijk weg, dan kunt u een geval krijgen alsof u opgelost bent in een enorme grote wolk van vrede en van licht en van vreugde, en toch kunt u niet zeggen wat het is. U hebt een ogenblik van kosmische eenheid op ander dan stoffelijk niveau ervaren. En als je dat nu realiseert dan zeg je dus het bestaat wel. Er is dus wat verder grijpt dan alles. Het is niet alleen maar een emotie of een bijgelovigheid of een zelfsuggestie. Het gaat veel verder. Want het is een ervaring die zich door alle eeuwen heen in het menselijke ras voortdurend weer manifesteert, maar die niet logisch te duiden is en die wetenschappelijk alleen met veronderstellingen, maar niet met bewij­zen, in een bepaald kader te plaatsen is.

De werelden in de kosmos hebben dus een kracht die hen verbindt. En deze kracht is ook voor de mens beleefbaar. De verschillen in vorm, in toestand, maken eigenlijk weinig uit. Ze zijn alleen uiterlijk­heden en het bewustzijn verlaat die uiterlijkheid toch na enige tijd.

Belangrijker is dat je leert te aanvaarden, ook dat wat je niet bent, dat je ook daarin een erkenning zoekt van jezelf en vanuit jezelf ook probeert het beeld dat de ander in je wekt als het ware uit te zenden. Opvallend is dat er zeker in die bewustzijnsniveaus, maar ook op aarde eigenlijk al en in andere werelden nooit een eenzijdigheid bestaat. Je kunt niet zeggen: “ik word hier bewust, want ik ontvang”. Pas wanneer je iets teruggeeft, komt het werkelij­ke uitwisselingsproces op gang. Ik denk dat men zich dat goed voor ogen moet stellen, zelfs wanneer men eens ooit vanaf de aarde met ruimteschepen de dichterbij gelegen sterren, zeg tot 100 lichtjaren, gaat bezoeken. Dan zal men moeten begrijpen, het is niet alleen maar, ik neem waar of ik definieer, maar ik moet komen tot een begrip van de definitie die in het andere of de andere bestaat en deze als het ware naast de mijne stellen. Pas wanneer we elkaar erkend hebben, kunnen we ten opzichte van elkaar een invloed vormen.

Wanneer we bezig zijn met de werelden in de kosmos, dan moeten we niet alleen maar stilstaan bij die werelden zelf of al die sferen of wat ermee samenhangt. Dan moeten we ons ook afvragen of incarnatie­cycli, zoals dat heet, dus een aantal malen leven op dezelfde of een vergelijkbare wereld, of dat algemeen is.

Zelfs voor mij is het moeilijk, om een alomvattend antwoord hierop te geven, maar de ervaringen die ik heb met wezens, die kennelijk een andere achtergrond hebben dan ik, doet mij vermoeden dat dit wel het geval is. Het blijkt dat je aangetrok­ken wordt tot datgene wat past bij je eigen bewustzijn.

Dus iemand die als mens heeft geleefd, maakt heel veel kans om als mens terug te komen. Pas als hij zijn definitie van mens-zijn totaal heeft veranderd, verinner­lijkt, zou men kunnen zeggen, is het moge­lijk dat hij op een andere wereld incarneert, maar hij heeft dan weinig referentiewaarde. Hij zal dus eerst weer moeten leren wat het referentiekader is, waarin in die wereld het ‘ik’ een bestaan uitdrukt. Dat houdt in dat een dergelijk eerste incarnatie meestal geen verdere bewustwordingsvooruitgang te zien geeft. Maar daarna is het wel mogelijk.

Het zou denkbaar zijn dat een persoonlijkheid op een groot aantal planeten, zelfs 50 of 100 in de loop der tijden een incarnatie doormaakt; maar in de stof zijn die niet terug te brengen; gebrek aan uitdrukkingsmogelijkheid en referen­tiekader.

Dus voor de mens is de wereld de enige waarop hij bewust kan incar­neren en waar hij iets van zijn eigen incarnaties kan terugvinden. Het andere zal zich beperken tot vaagheden en is niet te definiëren zodat het terug te brengen is binnen een stoffelijk uitdrukbaar kader.

Waarom die herhaling van het bewustzijn? Daar zijn heel veel theo­rieën over. Ik geef u de meest eenvoudige. Energie kan van actief tot passief of omgekeerd komen, ze kan van aard en vorm veranderen, maar zij kan niet worden uitgeblust. Er kan slechts een schijnbare uitblussing ontstaan door een totaal evenwicht van krachten, waarbij de uiting achterwege blijft.

Wanneer we dat erkennen voor materie en de krachten die daarin een rol spelen, dan mogen we dit misschien ook echt ervaren voor geeste­lijke energieën. En dan wordt begrijpelijk waarom een incarnatiecy­clus soms een hiaat zit.

Dat kan een leven elders zijn, wat niet terug te brengen is. Het is daardoor ook begrijpelijk geworden waarom een mens die bijvoorbeeld bij een terugzoeken bij vorige incarnaties, gegevens over vorige levens heel aardig naar voren weet te brengen, daartussen alleen donkere perioden heeft. Perioden waarin niets uitdruk­baar is. Er is geen mogelijkheid om het uit te drukken. Dientengevolge kan het niet via de hersenen worden overge­bracht. Al dit leven met zijn eigen incar­natiecycli, met zijn eigen mogelijkheden tot verandering, ook zoals ik al duidelijk gemaakt heb, eventueel verandering van planeten onder omstandigheden, moet iets gemeen hebben. En dat blijkt dus weer de basiskracht te zijn waaruit het ik gevormd is.

Het is een andere vorm van energie dan die waaruit de materie gevormd is, maar het verschil is gradueel, het is een vibratiekwes­tie zou je kunnen zeggen. Het een vibreert erg snel, het ander erg traag in verhouding. Of het ene heeft een heel hoog voltage en het andere is maar net batterij stroom, zoiets.

We hebben dan een eenheid die alle dingen omvat, en wanneer we alle energie, ongeacht de trilling alleen als energie beschouwen, is het een geheel. Er moet een belevingsniveau bestaan, ik heb het nog niet betreden, waarin die hele kosmos inderdaad een eenheid is geworden, omdat men geleerd heeft onbelangrijke ver­schillen opzij te zetten, en de hoofdstromingen te erkennen die in alles gelijk­tijdig en overal bestaan.

Er zijn werelden in de kosmos, niets anders dan deeluitingen van een niet erkende totaliteit. Dan zijn al die levensvormen die daarop voorkomen, niets anders dan een tijdelijke divergentie van een deel van een grotere eenheid. En als we het zo bezien, dan kan worden gezegd: werelden in de kosmos bestaan er talloos, maar zij zijn de verschillen die wij proberen te definiëren en aan te duiden.

En dit doen wij, omdat wij niet in staat zijn, het begrip van eenheid in onszelf uit te drukken. We kunnen het misschien beleven, maar uitdrukken kunnen we het niet. Onze noodzaak ons zelf te profileren als persoonlijkheid tegenover andere persoonlijkheden en waarden, maakt het ons onmogelijk de eenheid te ervaren.

Maar, wanneer we in die eenheid desondanks innerlijk kunnen geloven, dan zullen we op basis van deze erkenning, gemakkelijker contacten op kunnen nemen met wezens van werelden die -ik heb er maar een enkel voorbeeld van gegeven – vanuit menselijk standpunt onbegrijpe­lijk, belachelijk of iets anders zijn.

Wij alleen zijn in de kern van ons wezen gelijk. Alleen de wijze waarop wij in fase weten te komen met het grotere geheel zal voor ons verschillen. Maar wij allen zijn eigenlijk ook werelden in een kosmos van kracht, delen van een enorm en niet overzienbaar geheel.

Een reeks wezens, die in deze onoverzienbare woestenij van krachten en mogelijk­heden, angstvallig zoeken zichzelf te blijven, en daarbij vergeten dat de eenvormigheid met het ik voor ons eerder schadelijk is, dan dienstig. Ik heb u hiermee een totaalbeeld willen voorleggen en ben mij ervan bewust dat op vele vlakken en niveaus allerhande vragen en eventueel opmerkingen kunnen volgen; en daarom maak ik die inleiding kort.

Misschien kunt u ook nog even in uzelf proberen te vergeten dat u een ikje bent. Even alleen maar ondergaan en zoiets aanvoelen van de onmetelijke kracht waarvan we deel zijn en die zich van ons uit in de vele onvergelijkbare en vaak onvergelijkelijke werelden van datgene wat wij omschrijven als onze kosmos.