Werelden

15 februari 1971

Als je je bezighoudt met de mens, dan zijn er altijd weer aspecten, die je bijzonder boeien. Je kunt de mens zien in verband met de kosmos of in verband met de microkosmos. Je kunt hem ook zien als iemand, die leeft te midden van een reeks van werelden. En daar zou ik vanavond op in willen gaan, omdat dit van belang kan zijn voor eenieder, die zijn ontwikkeling verder zelf wenst te ontleden.

Stel het u zo voor: de mens leeft – in wat hij noemt – zijn wereld. Deze wereld is deel van een veel groter geheel van dimensies en mogelijkheden. De mens ziet daarvan een beperkt deel. Hij interpreteert daarvan een groot gedeelte verkeerd, zodat hij tenslotte leeft in een wereld, die samengesteld is uit enkele feiten en vele interpretaties. Maar daarnaast liggen al die andere werelden en wanneer je leeft als mens, word je door die werelden op de één of andere manier toch beïnvloed. Die werelden dragen bij tot bepaalde voorgevoelens, tot bepaalde inzichten, dromen – belevingen in de droom zijn vaak belangrijk zoals u weet – en daarnaast, naar ik meen, ook tot het ontstaan van allerlei eigenaardiger psychische situaties. Hoe die toestand helemaal uit te leggen, weet ik eigenlijk niet eens.

Laten wij het eenvoudig houden. Wanneer meneer A omringd wordt door werelden B, C, D en E dan zal elk van die werelden op zijn bestaan een gelijkwaardige invloed hebben, waarbij echter het niveau, het vlak waarop de invloed van die werelden ligt steeds different is. Elke wereld heeft zijn eigen karakteristiek en die karakteristiek is bepalend voor de invloed, die op de persoon wordt uitgeoefend. Nu zijn niet alle werelden altijd overal aanwezig, zoals u begrijpen zult. Omdat een deel ven deze continuüms niet direct behoren bij de eigen wereld. Er ligt een te grote‑ afstand tussen en het kan voorkomen dat u een bepaald punt van die wereld bereikte, waarop plotseling zo’n andere wereld zijn invloed doet gelden. Het kan heel goed zijn dat zo’n wereld 10.000 jaar niets heeft te zeggen en dat hij dan weer synchroon begint te lopen met uw wereld, met de aarde en als gevolg daarvan krijgen wij dan plotseling een betrekkelijk algemene beïnvloeding van de mensen. De beïnvloeding kentekent zich bij de mens in een afwijking in het gedrag. Maar die gedragsafwijking moet weer het resultaat zijn van een verandering in denken. De verandering in denken kunnen wij dan weer verder stipuleren eventueel. En ik pak hier een voorbeeld:

Er is een bepaalde wereld, eigenlijk een zomerlandwereld, die nu en dan heel dicht bij de aarde ligt en in die wereld zijn grote steden. Je kunt daar dus enorme bouwwerken zien, maar die bouwwerken wijken heel sterk af van die op aarde gangbaar zijn. Op het ogenblik dat die wereld en uw wereld synchroon lopen, zodat een wederzijdse beïnvloeding zeer sterk mogelijk wordt, zien wij ineens dat op aarde bouwers vaak fantastische, maar dan toch wel met de neiging om het waar te maken als het kan, plannen overnemen, die eigenlijk in die andere wereld thuishoren. Ze gaan de vormentaal overnemen, omdat ze bij het overwegen van problemen deze vormen, die ze niet kennen, plotseling op de voorgrond zien komen zonder te weten waar ze vandaan komen.

Je kunt dat een inspiratieve werking noemen. Maar daar het een feit is dat deze gebouwen elders bestaan en dat de mens de vorm neemt zonder vaak te denken aan het doel, zou dit toch ook kunnen voeren tot de interpretatie dat bepaalde waarden worden overgedragen. En omgekeerd, wanneer men dergelijke vormen op aarde verwezenlijkt – meestal met een andere bestemming dan ze oorspronkelijk hebben in de eigen wereld – dan zullen daar afwijkingen in voorkomen. Die afwijkingen kunnen weer inspiratief werken op degenen die bouwen in bv. zomerlandwereld.

Het zal u duidelijk zijn dat dergelijke beïnvloedingen op elk terrein denkbaar zijn. Maar stel nu dat een architect weet dat hij zakelijk moet bouwen en dat hij geconfronteerd wordt met een wereld, waarin alles barok is, dan kan hij veelal zijn inspiratie en de werkelijke noodzaak niet tot een werkelijke eenheid maken. Wij krijgen dan gedrochten, die niet het één en niet het ander zijn. Er is een tijd geweest, waarin dat in Nederland bv. heel sterk is voorgekomen. Dan komt de man met zichzelf in moeilijkheden, want enerzijds weet hij dat hij functioneler moet zijn en aan de andere kant voelt hij de noodzaak van een vorm zo sterk aan, dat het compromis, dat hij tenslotte sluit, hem niet bevredigt. Zo iemand krijgt een werkelijk downe periode, hij gaat als een krankzinnige proberen toch te vangen wat die werkelijkheid moet zijn en hij kan dat niet.

En dat is nu op een bepaald beroepsterrein. Maar stel u nu voor, dat er een wereld is waar iedereen het zijne gemakkelijk kan verwezenlijken alleen maar door de juiste woorden te spreken. Dan zullen tienduizenden of misschien zelfs miljoenen mensen plotseling geneigd zijn om naar het juiste woord te zoeken. Komt er in die tijd iemand die een boekje schrijft dat gaat over het juiste woord, dan behoeft dat helemaal niet te kloppen, maar het gaat weg als sneeuw voor de zon. Op die manier is er een wisselwerking.

Die wisselwerking moet u niet als geestelijk zien. Onthoudt u dat goed. Het is zuiver materieel, het gaat in de richting van het gemeenschappelijk bovenbewustzijn en natuurlijk ook de onderbewuste reactie van de mens. Maar een wijziging van gedrag dwingt de mens om deze verandering in zijn gedrag te rationaliseren. En deze rationalisatie wijkt af van alles wat in beide werelden, de beïnvloedende wereld en de eigen wereld, bestaat: Het resultaat is, dat de mens een derde wereld gaat creëren, die echter voor 9/10 illusie is. Die illusie gaat hij voortaan als werkelijkheid beschouwen, want dat is de enige mogelijkheid om zijn eigen impuls, zijn eigen denken en eigen wezen te accepteren. Het resultaat is dat hij door te handelen alsof die illusoire wereld werkelijkheid was, voor zichzelf daaraan voortdurend meer inhoud en betekenis geeft. Maar daar zijn handelen ook anderen beïnvloedt, zal de mogelijkheid bestaan dat zijn speciale illusie door steeds meer mensen gedeeld wordt. En die illusies kunnen dan een religieus karakter krijgen, ze kunnen een esoterisch karakter krijgen, het kan ook zuiver zakelijk zijn, het kan onbenullig zijn tot en met, het kan iets met intermenselijke verhoudingen worden enz. Alles, wat u denken kunt, is hier mogelijk. De mens, die in die illusie leeft, wordt steeds weer geconfronteerd met feiten, die hij niet kan verwezenlijken, niet kan verwerken binnen het kader van zijn eigen wereld.

Het is alsof je droomt en elke keer even wakker wordt gemaakt. Maar je vindt de droom zo mooi dat je alle verwondingen en kwetsuren probeert te vergeten, om maar door te kunnen slapen. En wanneer u dat doet, dan zou u als het een reële verwonding is, bloed kunnen verliezen. Wanneer u dat doet, wanneer het een meer geestelijke kwestie is, een mentale kwestie, dan zou u daardoor levenskracht kunnen verliezen en u zou vooral bepaalde geestelijke contacten, die je zelf hebt, zien verzwakken en zien verdwijnen.

Het is een grote moeilijkheid om hier de geestelijke gevolgen concreet weer te geven, want elke mens en elke situatie is anders. Maar u kunt zich wel voorstellen dat iemand, die met een dergelijk conflict, dus het conflict tussen de werkelijkheid en zijn illusie, de neiging zal hebben om in de geest de illusie boven alles te stellen. Maar de geestelijke wereld maakt deel uit van de werkelijkheid en daar zit nu het ellendige punt. Normaal kun je in de sferen alles waarmaken wat je denkt, maar wanneer je illusies wilt gaan waarmaken die sterk afwijken van hetgeen in je eigen wereld en ontwikkeling gangbaar is, dan schep je dingen die strijdig zijn met jezelf. Je kunt dan een bouwwerk oprichten, maar het bouwwerk wordt dan meteen je gevangenis. Je kunt proberen bepaalde planten en bloemen te visualiseren, maar dan blijkt plotseling, dat deze in vergelijking met andere planten en bloemen die je kent, giftig zijn. Het is een magere vergelijking, maar wie zich echter bezighoudt met de menselijke psyche zal waarschijnlijk al ontdekt hebben, dat in die mens dergelijke afwijkingen – en heus niet alleen maar illusies van idealen e.d. – heel veel voorkomen.

De ontwijking van de werkelijke wereld is zodanig toegenomen op het ogenblik dat ik tenminste één op de tien mensen wil beschouwen als werkelijk levend in een illusiewereld, waarbij hij zich voortdurend stoot aan de feiten. Dan rest ons de vraag: Wat gebeurt er wanneer iemand een illusiewereld heeft geschapen op grond van een conflict, dat tussen een aangevoelde en zijn reële wereld ontstaat, op het ogenblik dat een derde wereld invloed uitoefent of op het ogenblik dat het contact wordt verbroken? De laatste vraag is het gemakkelijkst te beantwoorden. De mens zal dan zijn illusie langzaam naar zeker weer ombuigen in de richting van de feiten, dus van zijn eigen wereld. Maar wanneer er een andere wereld komt, dan wordt het moeilijker, want nu is er een invloed die helemaal niet meer verklaarbaar is; zelfs niet binnen die illusoire wereld die u geschapen hebt. Ze is totaal nieuw. Je moet het aanvaarden of inpassen en wat doe je? Je creëert persoonlijkheden uit het leven. In een illusoire wereld ligt eigenlijk het creëren van persoonlijkheden bijna als noodzaak vast. Wanneer meer werelden bij een illusie betrokken zijn, is dat onvermijdelijk. En dan krijg je een heel komische situatie. Want de mens probeert nu elke wereld afzonderlijk zelf te verpersoonlijken. Hij is dus in feite zelf datgene, wat voor hem die andere wereld representeert. In 5 of 6 verschillende gedaanten bestrijdt hij soms zichzelf. Hij zit met zichzelf aan een ronde tafel en probeert een conferentie te leiden die altijd weer vastloopt, omdat iedereen gelijktijdig wil spreken Hij wordt verscheurd door zijn conflicten.

Er is op het ogenblik een situatie, waarbij een wereldbeïnvloeding inderdaad onvermijdelijk is. Wanneer u op dit moment meneer of mevrouw A zou zijn, dan zou u drie verschillende wereld-invloeden van tijdelijk synchrone werelden ervaren. De tijdsgelijkheid is natuurlijk nooit volkomen. Er blijven altijd afwijkingen maar wij kunnen toch zeggen dat er gebeurtenissen binnen een vergelijkbare tijdsscala plaatsvinden in de verschillende werelden. Die werelden zullen de mensen trekken, ze zullen de mens beïnvloeden, maar ze zullen vooral de mensen ertoe brengen om op de een of andere manier – wat de mensen in die andere werelden opvangen – hier op aarde weer te geven.

En dat betekent een totaal afwijkende reeks gedragingen bij verschillende groepen, het ontstaan van sterk divergerende creatieve groepen. Het betekent daarnaast een neiging tot splitsing en splijting bij elk geestelijk werken en geestelijk strevende groepen. Ik zal dit wat voor u uitwerken.

Men behoort tot een geestelijke groep; d.w.z. men heeft in contrast met anderen een bepaald systeem van denken aangeleerd of aangewend en die anderen kunnen dan in een sfeer leven, het kunnen ook mensen op aarde zijn. Doordat nu eenieder op zijn manier – want het vaste systeem is niet helemaal meer te hanteren- gaat interpreteren, wat hij uit die andere werelden aan denkbeelden krijgt, ontstaan verschillende richtingen binnen de groep. Dat is dus duidelijk. En daar deze richtingen proberen die afwijkingen te rationaliseren, dus te verklaren tot een logische conclusie uit het bestaande systeem, ontstaat er als vanzelf een splitsing, een verwijdering.

En wanneer daar geesten bij betrokken zijn, dan is de kans heel groot dat ook die geesten zich in groepen scheiden Dat ook zij van verschillende standpunten uit contact met de mensen gaan opnemen en daardoor krijgen wij een vertroebeling van de geestelijke werkelijkheid, die normaal voor de mensen toegankelijk is.

Nu heeft men weleens geprobeerd al die dingen onder te brengen bv. een astrologisch systeem. Het blijkt niet helemaal te functioneren, omdat een parallelwereld – zo zou je het kunnen noemen – niet gebonden is aan de invloed van uw sterren en planeten. Toch zijn er bepaalde indicaties te vinden op een ogenblik bv. dat de aarde een nieuwe fase intreedt, men zegt dan een nieuw sterrenbeeld binnentreedt. Dan kan men er rekening mee houden dat een periode optreedt van ongeveer 200 jaar – iets minder – waarin zeer vele van de bestaande werelden tijdelijk synchroniciteit met de aarde bereiken, (dus een voldoende tijdsgelijkheid) dat een wederkerige beïnvloeding mogelijk wordt. En dat is op het ogenblik het geval. Kijk eens rustig rond naar uw medemensen. En probeer dan eens na te gaan, waarom zij in hun denken een bepaalde ontwikkeling, een bepaalde ontplooiing vertonen, die zo sterk afwijkt van uw ontwikkeling en die van anderen. Want nu wordt het interessant, want wij gaan ontdekken dat deze mensen wel degelijk werken met rationalisaties. (Dat dachten wij vroeger ook wel te weten, maar nu komen ze zo scherp en duidelijk naar- voren, dat wij ons gaan afvragen hoe ze er zelf in kunnen geloven)

En dan doen wij de volgende stap. Dan gaan we niet zeggen: Wat zijn die mensen stom dat ze het op die manier rationaliseren, we gaan ons afvragen: Wat is het verschil tussen de normale wereld, zoals ik die meen te kennen en die rationalisatie. Dus niet de praktijk maar de verklaring die voor die praktijk gegeven wordt. U zult dan ontdekken dat bij zeer veel afwijkende gedragingen een soortgelijke basisinterpretatie bestaat. En dat maakt de zaak interessant, want nu kunnen wij dus zeggen: er zijn groepen van mensen, die bij het aanwezig zijn van meerdere parallelle werelden voor één parallelle wereld te schijnen te kiezen.

Zodra synchroniciteit optreedt met een dergelijke wereld, zijn zij snel beïnvloed, is hun rationalisatie een poging om een eenheid met die andere wereld te bereiken en daar moet een oorzaak voor zijn. En die oorzaak is vreemder dan u zou denken. Het zal u duidelijk zijn dat reïncarnatieprocessen zich niet alleen afspelen op uw aarde en dat er tijden zijn geweest dat mensen, vooral oudere zielen zoals dat heet, tijdelijk behoord hebben tot een ander systeem, tot een andere wereld. Het zijn juist degenen die in contact komen met een wereld die zij eens gekend hebben, die bijzonder sterk onder de invloed daarvan geraken. Ook begrijpelijk, nietwaar. Wanneer je vroeger vrienden hebt gehad, dan kun je ze twintig jaar niet hebben gezien, maar als je ze ontmoet, dan doet het je wat. En op dezelfde manier kun je zeggen, dat wanneer je zo’n wereld 100.000 jaar niet ontmoet hebt en ze treedt weer op, dat die wereld je zal beïnvloeden. En daar de beïnvloeding bij reïncarnatie niet alleen zuiver lichamelijk kan zijn, moeten we daaraan toevoegen, dat hier kennelijk de geest mede deel heeft aan de beïnvloeding.

Die beïnvloedingen die via de geest gebeuren, zullen altijd alleen in het onderbewustzijn van een mens een rol spelen. Maar stel, dat er een geestelijke voorkeur is en een gelijktijdige lichamelijke beïnvloeding, dan ontstaat er voor de geest een werkelijkheidsbeeld. Die geest erkent plotseling weer waarden uit het verleden en zegt tegen het lichaam: Hiermee moet je sterk rekening houden. Maar het lichaam weet dat niet. Het lichaam kan niet zonder meer zeggen: een oud leven dat terugkeert, maar interpreteert elke invloed alleen in het heden. En daar ligt de discrepantie. De geest gaat uit van de erkenning van zo’n wereld in het verleden. De geest van de voorstelling die die wereld in hem tot stand brengt in het heden. En dat kan erg nuttig zijn, wanneer het streven van die mens tamelijk reëel blijft, wanneer die mens zich aan de feiten blijft houden. Maar op het ogenblik dat hij gaat wegdromen, dan kan hij uit de ervaringen uit het verleden die de geest probeert toe te spelen, geen gebruik meer maken. Wanneer hij ze al gebruikt, dan doet hij dit alleen om zijn afwijkende gedrag te verklaren. Hij doet het uitdrukkelijk niet om daarmee zijn gedrag in de werkelijkheid te veranderen en te verbeteren.

En zo ontstane er fasen van besef en van bewustwording die je met enige goede wil zelfs inwijding zou kunnen noemen. Dat vindt u misschien een vreemde term in dit verband. Maar is inwijding niet het zoeken naar een wijdere, een ruimere wereld? De mens die met al zijn illusies, met al zijn moeilijkheden en strijdigheden tussen de geest en de materiële interpretatie bv., eindelijk komt tot een benadering van zijn stoffelijke werkelijkheid, waarbij de geestelijke feiten het hem mogelijk maken daarin een nieuwe weg te kiezen. Dan heeft hij zijn wereld verruimd; hij heeft waarden uit het verleden aan het heden toegevoegd – niet in de zin dat hij zich plotseling een hele incarnatie herinnert, (dat kan een keer voorkomen, maar dat is meestal niet belangrijk) maar in de zin dat hij ervaringen, die hij persoonlijk niet heeft opgedaan, nu plotseling zo volledig beheerst dat hij zelfs vaak in staat is bepaalde lichamelijke impulsen, laten we zeggen een sport of zoiets of een bepaalde vorm van kunst, zeer snel aan te leren, ook wat betreft de lichamelijke gewoonten. Het is alsof er een rem is weggevallen. (Mozart zou u kunnen noemen, u zou het ook nog kunnen hebben over Chopin, Goethe, er zijn er nog wel meer te noemen, maar ik geloof dat het noemen van beroemde personen een bezwaar met zich brengt, nl. het feit, dat u denkt dat het alleen voor uitverkorenen bestemd is en dat is niet waar). Het is voor eenieder mogelijk, iedereen kan het op zijn eigen vlak plotseling leren.

Ik geef u een gek voorbeeld: Er is een jongeman, die altijd angstig en bang is en eigenlijk nooit de kunst van het vechten machtig is geworden. Het resultaat is dus dat iedereen hem in zijn eigen kring in een hoekje drukt. Nu komt hij onder die invloed te verkeren en vroeger heeft hij gevochten. Het resultaat is niet alleen dat hij gemakkelijker zal leren vechten, het is ook wel degelijk een verandering van mentaliteit Hij is, gesteund door dat onderbewuste erkennen van “vroeger kon ik het alleen aan”, niet meer geneigd over zich te laten lopen en dan wordt hij een keer werkelijk woedend. Hij vergeet dus redelijk te denken, gaat instinctief reageren en in die instinctieve reactie haalt hij allerlei trucjes uit, die hij nooit geleerd heeft, omdat die uit het verleden komen.

Hier ontstaat een vervollediging van de persoon. Hier komt uit voort, een grotere geestelijke bewustwording en daarnaast vaak een veel sterkere en nieuwe ontplooiing van bepaalde vermogens. In een dergelijke periode is het bv. gewoon dat je liefhebberijen die je een tijdlang hebt laten liggen, ineens opneemt, maar nu met bijzonder succes. Dat soort dingen

De situatie voor de geest die eenmaal is overgegaan, is nog veel mooier. Want omdat het besef van die wereld in hem is doorgedrongen, kan hij die wereld zo goed benaderen als de wereld die hij verlaten heeft. Je bent dus niet meer als menige geest gebonden aan een uiting naar beneden toe – dan moet ik naar de aarde, je kan dus ook naar die parallelle of tijdelijk synchrone wereld toe. Ook wanneer de synchroniteit met de aarde verloren is gegaan, want in de geest telt die tijdsfactor niet voor overdracht, terwijl ze dat in de materie wel doet.

En zo krijg je dan het leuke geval dat je twee werelden tegelijk hebt, waaruit je kunt leren, waarin je kunt werken en daardoor een veel groter contact zult hebben met andere geesten, ook met hogere entiteiten die je lering kunnen geven. In de bewustwording dus wel degelijk een belangrijk iets. Wil je je daar niet onmiddellijk mee bezig houden, dan kan ik mij voorstellen dat u zegt: Ik leef hier op aarde en ik heb op het ogenblik meer dan voldoende aan mijn hoofd, dan blijft nog altijd die observatie. Wie de veranderingen in zijn medemensen constateert, constateert natuurlijk ook in zichzelf een gedragsverandering. Want wie anderen beschouwt, dwingt zich a.h.w. tot een vergelijking van de ander met het eigen ik en komt zo tot een zekere objectiviteit omtrent zichzelf, maar wat nog belangrijker is, men ziet waar het verschil optreedt. Je kunt dus van tevoren zien, in welke richting een ontwikkeling gaat. Je kunt tevoren erkennen, hoe bepaalde mensen ook verder zullen reageren en je weet op welk ogenblik feiten voor die mensen tellen en op welke ogenblikken ze absoluut geen invloed op hun denken – zelfs op hun reactie – kunnen uitoefenen.

Op die manier kun je helpen mensen te veranderen, daar een feit op het juiste moment, plus de injectie van een paar redelijke elementen, de illusie wel niet helemaal tenietdoet, maar afbuigt naar de werkelijkheid. En dat is het beste, wat u voor een ander bereiken kunt. Een situatie die op zichzelf zeer curieus kan zijn maar er is nog meer.

We hebben verschillende sferen en om het nu maar eenvoudig te zeggen: Er zijn hogere, minder hoge sferen en lagere sferen. De hoogte van een sfeer – dat moet u niet vergeten – betekent een potentieel aan kracht dat vergelijkbaar hoog is. Dus wanneer ik zeg: Deze sfeer staat een miljoen jaren van de aarde van heden af in ontwikkeling, dan moet u daar ook aan toevoegen dat elk kleinigheidje aan energie wat daar in die sfeer is, op aarde miljoenvoudig versterkt wordt.

Het is een gelijkenis; het is geen constatering Dan betekent dit dat een klein knipje met de vinger boven, een donderslag beneden wordt. Maar het omgekeerde geldt ook: een donderslag beneden is ten hoogste een knipje met de vinger boven, want de relatie die bestaat tussen de sfeer en de wereld is altijd wederkerig. Het verschil in afstand kan worden vergeleken met afstand tussen twee punten. Wanneer de afstand tussen punt A en B 60 km is, dan is het tussen punt B en A ook 60 km (tenminste; wanneer we niet meerdimensionaal rekenen). De situatie wordt nu nog ingewikkelder. Geesten kunnen op aarde vaak veel tot stand brengen. Maar stel dat er mensen zijn die door twee, drie werelden worden beïnvloed. Wat dan? Op welke wijze zal die kracht tot ontlading komen? De kracht is sterk genoeg. Onthoudt u dat. Ze kan altijd de mens tijdelijk domineren, maar welk beeld zal geprojecteerd worden? En nu ontstaat er een grote moeilijkheid, want de mens zelf selecteert door zijn eigen instelling vaak de werkingsmogelijkheid van de kracht. Wanneer je te kiezen hebt uit B, C en D en je bent geporteerd voor D, dan zal de kracht gelijk zijn aan wereld D plus werkelijkheid van A.

Verduidelijking: de kracht, die inwerkt, verenigt in zichzelf de wereld waarmee zo’n persoon tijdelijk door de synchroniciteit a.h.w. gelieerd is geraakt, de eigenschappen, kwaliteiten, de inhoud en de waarden daarvan plus de waarde van de wereld waarin meneer A zelf woont. En dat betekent dat de factoren die in beide werelden gelijk of ongeveer gelijk zijn, met de enorme kracht van een miljoen maal, een normale gedachte worden uitgedrukt. En dit is een enorm iets, want dat betekent een beïnvloeding die desnoods een heel volk kan meeslepen. Maar alle factoren die niet gelijk zijn in die twee werelden, blijven buiten beschouwing.

Als ik het nog een keer mag proberen uit te drukken: Wanneer gesteld wordt dat de kracht van de sfeer t.a.v. de aarde 1 miljoen is, dan zal een beïnvloeding van aarde plus parallelwerelden, zoals erkend in een mens, zijn een miljoen maal de congruente bestanddelen van beide werelden. En wel als gedachtenimpuls; dus niet als realiteit

Nu zijn er veel geesten altijd met de wereld bezig. Dat is op het ogenblik bij ons zelfs een hausse – als het kan zouden wij ook gastarbeiders laten komen. Je bent dus erg druk bezig, maar als geest realiseer je je vaak te weinig de verwarrende inwerking die deze factor congruente bestanddelen van twee werelden met zich kan brengen, zodat de uiting van een geest hierdoor een zekere eenzijdigheid krijgt. Maar als dit geldt voor een geest, voor een sfeer, dan kunt u zich misschien ook voorstellen dat datzelfde geldt bij bepaalde kosmische werkingen. Uit de kosmische kracht zal onder die omstandigheden in de mens, let wel, dus wat in de mens daardoor gebeurt, eveneens betrekking hebben op de congruente bestanddelen van de eigen wereld of zijn eigen wereldbesef en het wereldbesef van de tweede wereld, waardoor hij op dat moment beïnvloed wordt. En hierdoor zijn alle factoren, dus ook die uit het onderbewuste en uit het bovenbewustzijn ontleende, mede betrokken. En zo krijg je vaak een verwarring. En om zo’n verwarring uit te sorteren, heb je als geest ook weer bepaalde mogelijkheden.

En nu gaan wij uit van dit standpunt: Wanneer dergelijke krachtige impulsen optreden, waarbij de mens ondanks zichzelf bijna versterkt wordt in bestanddelen van zijn illusie – illusies die op zijn wereld toepasselijk zijn – ontstaat een gedrag dat ofschoon niet op de feiten gebaseerd – zodanig eenvoudig herkenbaar is en daardoor corrigeerbaar dat de correcties op grond van de werkelijkheid kunnen worden aangebracht.

Dan betekent dit dat een geest die onder die condities werkt, vanuit welke sfeer het ook moge zijn, voortdurend bezig moet zijn. In een normale periode heb je met één wereld te maken. Je geeft een impuls. Die impuls werkt uit. Af. Maar nu moet je voortdurend bezig blijven en wanneer even de concentratie verslapt, dan zal je niet meer juist reageren op de feitelijke ontwikkeling. Dan moet je eerst weer gaan kijken: Wat is er nu werkelijk op dit moment aan de hand? Hoe ligt de situatie reëel? En dan pas kan ik weer zeggen: Die impuls ga ik geven in overeenstemming met die werelden en hun congruente waarden. Het corrigerende proces vraagt meer energie door de concentratie en vraagt meer tijd, voor zover tijd kan worden uitgedrukt in onze termen, maar voor u duurt het dan langer. En daarnaast vraagt het ook nog een voortdurend corrigeren. D.w.z. dat je niet volstaat met één impuls, maar dat je misschien wel een dertigtal afwijkende impulsen nodig hebt om in de menselijke werkelijkheid precies hetzelfde resultaat te bereiken.

Het is ingewikkeld, maar u hebt er mee te maken. En wat wij doen, vertel ik u als een bijkomstigheid. Alleen wanneer u er even over nadenkt, kunt u begrijpen, waarom er bij ons zo ontzettend veel entiteiten bezig zijn om hier op aarde toch nog iets in orde te brengen. Dat ligt aan die noodzaak om te blijven corrigeren. Het is een toestand die de laatste jaren begonnen is en die nog steeds verder oploopt, dus wij zullen er nog wel een jaartje mee bezig zijn. Maar goed, voor u is dit niet zo belangrijk.

Maar dit is wel belangrijk voor uzelf: Wanneer u ontdekt dat uw eigen manier van denken en handelen onverwachte veranderingen ondergaat, dan krijgt u misschien de idee dat u in een kringetje loopt met uw eigen denken. Dat is niet helemaal waar. De afbuiging brengt u nl. terug naar het oude punt met een nieuw besef en dat is heel erg belangrijk. In de innerlijke bewustwording van de mens is het niet voldoende iets te constateren. Het is ook noodzakelijk om wat je geconstateerd hebt, voortdurend zuiverder te zien en dat betekent dat je daarheen moet terugkeren op het ogenblik dat je nieuwe ervaringen hebt opgedaan. Je waardering zal voortdurend veranderen. Die verandering van waardering betekent gelijktijdig een vergroting van bewustzijn en daarnaast in vele gevallen ook een vergroting van wereld.

Voorbeeld: Wanneer ik een feit bekrompen zie, dus alleen vanuit mijn eigen waarde, dan kan ik alleen maar één kant uitzien. Ik heb blindkleppen voor, ik zie alleen wat recht voor mij ligt. Kom ik terug met nieuwe ervaringen naar hetzelfde feit, dan heb ik a.h.w. één richting gezien. Ik heb belevingen opgedaan. Ik zie nu – naar één kant nog steeds – een cirkel van 45°. En nu keer ik later weer terug op ditzelfde punt en ik heb weer nieuwe ervaringen opgedaan, maar nu heb ik ook aan de andere kant de waarden gezien en ik kan het geheel al zien met een gezichtsvlak van 80° tot 90°. Dan wordt je wereld voller, ze krijgt meer dimensie. En alles wat dimensie krijgt in je eigen persoonlijkheid, is gemakkelijker te herscheppen.

  1. Dit herscheppend proces van je wereld maakt het mogelijk om steeds weer op de werkelijkheid gebaseerde, astrale vormen tot stand te brengen en zoals u waarschijnlijk zult weten, kan dat in vele gevallen dienstig zijn.
  2. Door de ruimte van opvatting die u hebt, van herkenning, van beleving, kunt u meer krachten gelijktijdig accepteren. Hierdoor zult u dus vaak sterker zijn en punten van absolute verlatenheid of zwakte komen steeds minder voor.
  3. Ten derde zullen de impulsen van de geest, juist door de veelzijdigheid van uw begrip t.a.v. zo’n punt, veel gemakkelijker kunnen worden aanvaard, zodat de eigen geest een veel juister en concretere inwerking kan hebben op het stoffelijk leven. En dat op zichzelf is al een bewustwording, zoals u weet.
  4. Daar de geest zich concreter en gemakkelijker binnen de stof kan manifesteren en uiten, terwijl gelijktijdig een grotere wereld ter beschikking staat, kunnen geestelijke eigenschappen worden overgedragen aan de persoonlijkheid, zoals deze zichzelf op het moment in de wereld tot uiting brengt. Het resultaat is dat hij enerzijds zijn wereld a.h.w. tijdloos kan beschouwen, terwijl hij die wereld anderzijds tijdgebonden als mens beleeft en de waarden en krachten, zowel uit het tijdloze als in de tijdsontwikkeling aanwezig, afzonderlijk erkent.

En dat noemen wij dan ook weer inwijding. Dat is een benadering van een grotere werkelijkheid. Je zou in dit verband veel filosofieën kunnen gaan produceren t.a.v. God, t.a.v. materiële instabiliteit en al die dingen meer. Ik wil mij daarvan onthouden, want een filosofie ligt los van de feiten. En wat wij hier bespreken, is een feit En als wij ons aan de feiten houden, dan zeggen wij – en daarmede besluit ik deze inleiding – Alle krachten rond ons zullen op ons kunnen inwerken, wanneer onze instelling t.a.v. die krachten juist is. Naarmate wij minder geconcentreerd zijn in één richting en een veelzijdiger begrip hebben, zullen meer krachten ons benaderen en in ons optreden, hoe meer krachten in ons kunnen optreden, hoe gelijkmatiger onze totale ontwikkeling zal zijn, ook in geestelijk opzicht. Hoe gelijkmatiger onze ontwikkeling is, hoe harmonischer ons wezen zal worden. De harmonie van ons wezen is dan wederom bepalend voor vermogens, voor contacten met eigen en andere werelden en voor het ontvangen van openbaringen die juist zijn en niet meer middels interpretatie aanvaardbaar gemaakt behoeven te worden. Naar ik meen een onderwerp dat uw aandacht terdege waard is.

Na de pauze krijgt u een gastspreker. Wij hebben een practicus gevraagd en wij hopen dat hij u t.a.v. de esoterische en magische praktijk en de levenspraktijk directe aanwijzingen kan geven. Wij komen dus met een practicus in de geest, wat weer wat anders is dan iemand die denkt dat hij in de stof praktisch is.

De Gastspreker

 

Ik heb iets onaangenaams gehoord, men heeft mij belasterd en voorgesteld als een praktische geest. De grote moeilijkheid is altijd voor de geest dat je leeft in een wereld die een beetje anders is. En u weet precies hoe het gaat, als een arme arbeider zegt dat hij het zo erg vindt dat hij geen kleurentelevisie kan zien, dan zegt iemand die geld genoeg heeft: waarom koopt die man er dan geen?

En op dezelfde manier gaat het vaak bij ons. Wij zeggen ook: Wij kunnen het allemaal regelen, wij hebben alle tijd. Wanneer het dit jaar niet komt, dan komt dat het volgend jaar wel. Wat is een jaar? Dat is de pauze tussen twee woorden. En dan zeggen de mensen op aarde: Waar blijft die geest nu?

Het is begrijpelijk dat dat erg vervelend voor de mensen is, maar het is nu eenmaal zo bij ons. De relatie tussen de geest en de mens in de stof wordt over het algemeen erg geromantiseerd. Men maakt ervan: de lieve geest die voortdurend klaar staat om iemand, die zich blootgewoeld heeft, weer toe te dekken. En heus vrienden, zo is het niet. De geest leeft in een eigen wereld en in die wereld kent ze haar eigen waarden En dat zijn voor haar de dingen die tellen. En als u zegt: Ik heb kiespijn, dan zegt die geest: Ach wat, als je dood bent, heb je er toch geen last meer van. Dat klinkt wel vervelend wanneer ik dat zo zeg, maar u moet proberen de zaken reëel te zien. Ik ben misschien niet praktisch, maar ik probeer reëel te zijn.

Wat u zich op aarde denkt, zal allemaal wel een keer waar worden, maar zover elke geest daarbij betrokken is, gaat het bij haar eerder om het vinden van de juiste impasse en de mogelijkheden, dan het gaat om de juiste tijd. Honderd jaar maakt weinig verschil uit. En iemand op aarde, die erg haastig is en het drie dagen langer duren van een toestand dan is aangekondigd al erg vindt, zegt dan dat die geest niet deugt. U zou ook kunnen zeggen dat die mens niet deugt. Want je leeft als mens in een mensenwereld en die geest leeft als geest in de geestenwereld, ook wanneer ze op aarde optreedt. Dan is het toch wel heel erg realistisch dat je als mens zegt: Die geest zal dat wel doen, maar ik weet niet wanneer, dus voorlopig trek ik mijn eigen plan. Dat is volkomen reëel.

Op dezelfde manier heb ik weleens horen zeggen: Ik heb nu wel een maagzweer, maar laat die geest dat nu even opereren. Maar ja, de geest is toevallig net in de kliniek geroepen voor een andere geest, die een kleine verstuiking aan het bewustzijn heeft en die vindt dat veel belangrijker. En dan ligt u met uw maagzweer misschien tot het te laat is. U kunt er niet van op aan dat die geest altijd op het juiste moment ergens is, tenzij het behoort tot iets wat van die geest is.

Neem mij nu. Ze hebben mij beetgepakt en gezegd: Hoor eens, wij hebben zondag geen gastspreker gehad. We willen er toch graag een hebben, ga jij nu maandagavond wat vertellen. Maandagavond zegt mij niets, gastspreker heel weinig, maar ik wil iemand een genoegen doen. Dat ik hier ben is niet de kwestie dat ik hier op tijd ben, maar dat ik mij gehouden heb aan een afspraak; op een bepaald signaal zal ik doorkomen: Dat is voor mensen waarschijnlijk moeilijk te verwerken. Zo denkt men ook: wat de geest doet, dat kost de mens niets. Maar wat wij doen door middel van u, daar gebruiken wij ook heus uw kracht voor. Dat is wel logisch, wij geven wel terug, wat wij niet nodig, hebben, maar u moet niet denken dat wij alleen onze krachten gaan opstapelen, omdat de mensen op aarde zo graag hebben dat het niets kost. Wij zeggen eenvoudig: Het is een samenwerking, fiftyfifty.

En omdat het zo gaat, ontstaan er heel wat misverstanden. Men denkt dat de geest nog weleens tekortschiet. Ja, die geest schiet wel, maar niet te kort; eerder te lang, want die geest heeft een plan, maakt dat waar, maar maakt het waar in overeenstemming met zijn eigen wereld en denken en dan kunt u toch niet verwachten dat een geest die met geestelijke krachten werkt, die misschien een grote geestelijke zending aan het vervullen is, eerst even op de kalender van de mensen gaat kijken of het convenieert.

Zo zegt men ook weleens: Als ik doodga, dan word ik afgehaald. Het is net alsof u dood gaat en verzonden wordt naar een hemels postvak. Dat is natuurlijk wel ergens waar, maar niet zoals u denkt. De mensen denken: Ik ga over; dat is belangrijk; dus staan alle vrienden, familieleden en bekenden klaar om mij jubelend te ontvangen. In de eerste plaats vraag ik mij weleens af, waar men de brutaliteit vandaan haalt om aan gejubel te denken, maar in de tweede plaats vraag ik mij af, of men zich weleens realiseert dat dat afhalen alleen een utiliteitskwestie is. Want contact is daarbij toch nog niet werkelijk mogelijk. Het is zoiets als iemand helpen en dat doet de eerste de beste meestal. Degene, die daar toevallig zin in heeft, die daartoe in staat is; desnoods de voorbijganger, die ziet dat zo’n geest uit zijn stoffelijke cocon kruipt en zegt: Ik zal je even helpen dat je tenminste tot je bezinning komt. Maar verder gaat dat ook niet.

Het denkbeeld dat er een hemelse garde klaarstaat om elke ziel omhoog te geleiden of wel dat er een stel cocktailvorkjes dragende entiteiten aanwezig is om iemand naar lagere oorden te bevorderen dat is gewoon illusie. Dat bestaat niet en is ook niet nodig.

Wanneer u overgaat en er komt iemand om u te helpen, dan is dat normaal. Degene die u helpt, helpt u omdat dat voor die geest op de één of andere manier belangrijk is. Omdat dat in zijn eigen wereld betekenis heeft. Niet in de eerste plaats omdat het voor u betekenis heeft. Dat is natuurlijk wel erg vervelend dat ik dat zo zeg, want ik herinner me uit mijn eigen menselijke periode nog wel dat men meestal de mens erg centraal stelt. De geesten komen om de mensen te helpen. Kom nou. Dan kun je ook zeggen dat de hond komt om haar puppy’s te helpen. Het kan, en soms is er een natuurlijke binding en dan gebeurt het ook automatisch, maar het is niet op zich belangrijk. De belangrijkheid ligt voor de moederhond niet in haar pupjes, maar in haar moederschap. En voor de geest is de hulp die zij aan de stof geeft, niet de belangrijkheid van de stof, maar de belangrijkheid van haar eigen verbinding of voorstelling omtrent die stof. En dat betekent dat er bij ons veel dingen zijn, waarvan wij zeggen: Dat gaat voorbij, maak je niet druk.

Wanneer je dat tegen de mensen zegt, krijgen ze een appelflauwte met een rolberoerte. U lacht erom, maar is het niet zo? Wanneer wij u helpen kunnen, dan doen wij dat, maar dat doen wij, omdat het voor ons betekenis heeft. Niet omdat die wereld zo erg belangrijk is. En hoe help je dan iemand`? In de eerste plaats doordat je op de een of andere manier contact met hem krijgt. Het is bij ons niet zo dat je gaat kijken als iemand in de gracht ligt tot er een politieagent komt om hem eruit te halen. Dan zeg je gewoon: Reik een geestelijke arm en trek hem op het droge. En dat doet de eerste de beste die het ziet, maar het moet wel iemand zijn die je vast kan grijpen. En niet iedereen kan je vastgrijpen, omdat er verschillen zijn in uitstraling. Dus u moet goed begrijpen dat bij alles wat ik verder ga vertellen dat u stoffelijk misschien als mens belangrijk kunt zijn voor de geest, maar dat uw omstandigheden, uw belevenissen in de stof voor de geest eigenlijk maar van de tweede orde zijn en alleen belangrijk kunnen worden, wanneer ze voor die geest in de eigen wereld belangrijk zijn.

U leeft op aarde. U bent ook een geest. Wanneer uw geest, zoals die in u leeft, een bepaald niveau bereikt, heeft deze contact met geesten op dat niveau. Dientengevolge moet je nooit proberen om iets anders te zijn dan jezelf, wanneer je je tot de geest wendt. Duidelijk? Je moet je niet bezighouden met krachten die je niet kent, want in 9 van de 10 gevallen kun je ze toch niet bereiken en als je ze bereikt, dan is het nog maar de vraag of het contact inhoud heeft. Ook of dat wat je doorgeeft, belangrijk is. Ga dus uit van het standpunt: Ik ben mijzelf, wanneer ik aan de geest denk, dan denk ik aan die geest alleen in het verband met mijn eigen persoon en mijn eigen denken. Het klinkt egoïstisch, maar het is het niet. Want alleen op die manier kun je werkelijk contact maken met entiteiten die bij je horen.

Nu zijn er veel mensen die de geest gaan vertellen wat er gebeuren moet. Ik vind dat altijd ontroerend kinderlijk. Dan krijg je zo van die oproepen: Broeder Josophat, of zoiets, ik ben mijn portemonnee kwijt en ik weet niet waar mijn bril ligt. Help me mijn bril te zoeken, opdat ik mijn portemonnee kan zoeken. En nu kun je als geest zeggen: Die portemonnee ligt toch dáár. Ik hoor die roep, help hem, dan hebben ze die beurs. Neen, denkt u dat ze dankbaar zijn? Neen, want ze hebben hun bril niet gevonden! Ze willen het in volgorde hebben. En dat is wel begrijpelijk vanuit menselijk standpunt, maar vanuit ons standpunt niet. Die bril is niet belangrijk en die beurs ook niet. Belangrijk is hoogstens dat die mens op een gegeven ogenblik in een zekere nood verkeert. Dan probeer je iets te doen. En nu weten wij allemaal hoe het gaat. Naarmate u meer onmogelijke dingen vraagt, is de kans groter dat er een geest komt die zegt: Ach, dat kind schreeuwt zo, geef het voorlopig een zoethoudertje. Hoe verder u gaat met uw eisen aan de geest, hoe groter de kans wordt, dat u krijgt wat helemaal niet bestemd is om werkelijkheid te worden of iets bijzonders, maar dat u alleen een zoethoudertje krijgt. Iets waardoor de normale processen voorlopig verder kunnen gaan, zonder dat u uzelf ten gronde richt of een ander stoort.

Esoterisch gezien moet u dus ook niet denken: Ik ga even opklauteren in mijn innerlijk, tot ik op het juiste niveau ben, dan kijk ik uit het raam en dan zie ik de geest of God. Ga gewoon zeggen in jezelf: Ik zoek naar mijn waarheid. Wat ben ik echt, wat ben ik werkelijk? Oh, geen “ken uzelf.” Mensen die denken, dat ze zichzelf kennen; weten er niets van. Ze kunnen er niets van ook. Neen, gewoon, wat ben ik?

Probeer jezelf eens reëel te zien. Ik ben een tikkeltje leugenaar, een tikkeltje laf, ik ben nog gemeen ook, want ik mep iemand weleens. Zo, op die manier. Want wanneer u op die manier eerlijk bent, dan komt u tot de kern van uw wezen. Dan moet u niet allerhande aktes van berouw gaan opstellen van “had ik het maar anders gedaan”. Neen, “Zo ben ik.” Daardoor geeft u de werkelijkheid die u bent, de kans om tijdelijk een zekere harmonie te krijgen; d.w.z. ontvangstbereid worden voor de geest, eventueel. Die geest kan nooit reageren op wat u denkt te zijn. Als u denkt, dames: Ik ben iets buitengewoons, dan hebt u veel minder kans om met de geest in contact te komen, dan wanneer u gewoon denkt: Zó ben ik, basta.

Ga niet uit van alles wat de mensen zeggen. De mensen hebben hun eigen moraal, dat is hun goed recht. Voor mij mogen ze zo moreel mogelijk zijn, maar moraal is een gedragscode, die heeft niets met je innerlijk te maken. Ik heb vaak ontdekt, dat de meest morele mensen innerlijk de meest gemene mensen zijn en dan niet in de zin van gemeenschappelijk maar doodgewoon in de zin van meer dan gewoon laag. Dat heeft niets te maken met de moraliteit, maar met de mensen. Het gaat niet om wat je doet of naar buiten bent. Het gaat om wat je bent en leeft in jezelf. En dat is de kracht, waarop een contact gebaseerd wordt. Op het ogenblik dat u probeert op de een of andere manier af te wijken van wat u bent, kunt u in contacten met de geest rekenen op storende invloeden en vervalsingen. Probeer het dus liever niet.

Zoekt u innerlijke bewustwording? Alweer, ga uit van wat je werkelijk bent. Beoordeel of veroordeel jezelf niet. Constateer wat je bent, dat is al meer dan genoeg. En als je het geconstateerd hebt, zal je ontdekken dat er gedachten komen, invloeden, realisaties misschien, openbaringen van de geest. En dan zeg je: Hoe is dat nu mogelijk? Wel, heel eenvoudig. Doordat u terugkeerde tot dat wat u werkelijk bent, hebt u zich losgemaakt van de idee van wat het moet worden in de wereld, of wat u zelf zou moeten zijn en krijgt u dus werkelijk contact met elke geest die op uw persoonlijkheid kan reageren. Als ze reageren op uw wensen, op uw omstandigheden, zoals u die naar buiten toe zou willen zien, dan kan dat nooit goed gaan.

En met magie precies eender. Magie is erg gemakkelijk. Wanneer u thee wilt maken en u bent te lui om op te staan, omdat er zo’n mooi t.v. programma is, dan mompelt u “hocus, pocus, pilatus, pats” en dan komt de thee al binnenzweven.

Dat is het sprookje, het verhaal. Magie betekent dat je een bepaalde daad, helemaal tot deel van jezelf maakt en pas wanneer het zover is dat het helemaal deel van jezelf is geworden en je kunt de rest uitsluiten en je hebt bovendien nog contact met een geest of je hebt jezelf geprojecteerd in de astrale wereld of iets dergelijks, dan wordt de zaak waar en niet voordien.

Voor would‑be magiërs dus de bekende raadgeving: Probeer het eerst gewoon; want magisch gaat het wel, maar het is meestal moeilijker. Daarom moet je met magie alleen datgene doen, wat op geen andere wijze tot stand te brengen is.

Wat vindt u, ben ik praktisch of realistisch? (De antwoorden verschillen). Zo is het duidelijk dat de mensen de zaken allemaal verschillend zien. En hoewel de waarden “realistisch” en “praktisch” dicht bij elkaar liggen, is er een onderscheid. Kijkt u maar eens naar de politiek. Een politicus kan een groot realist zijn, maar hij is zelden een practicus, omdat de praktijk een daadstelling vergt, terwijl realist zijn alleen maar een besef vergt.

Het is duidelijk dat datgene die realist roept, anders zou moeten zijn in de magie dan degene die practicus roept, want u bekijkt het toch een beetje van de andere kant. Maar dat betekent ook, dat uw mogelijkheden allemaal een beetje anders georiënteerd zijn. En nu heb ik nog nooit gehoord dat iemand met een vliegtuig op een autoweg wilde rijden, of van iemand die met een auto wilde vliegen. Als je een boot bent, moet je niet proberen om over de weg te gaan, enz. Je moet proberen zoveel mogelijk in je eigen element te blijven.

Je eigen element is je eigen mentaliteit. Dat is de manier waarop je de dingen ziet, definieert, benadert. In de magie zal je actie nooit liggen in de richting van hetgeen voorgeschreven staat of wat ieder ander weleens gelukt is, maar in de richting van je eigen capaciteit.

Om u een voorbeeld te geven: Er zijn mensen, die formeel aangelegd zijn. Wanneer die magie bedrijven, dan moeten ze werkelijk alle formules tot in de puntjes en tot de laatste intonatie juist hebben, anders komt er niets. Er zijn mensen, die zijn informeel. Die denken niet aan die formules. Die laten even die kracht in hun eigen wezen opkomen en zeggen: Nu moet het maar. En het gebeurt nog ook.

Dus ook in de magie komt het op jezelf aan. En nu weet ik natuurlijk wel, dat ze in de magie er ook direct bij zijn, om de geest erbij te halen. Ik vind het geen vriendelijke methode. Er is een geest in de buurt en daar begint op een gegeven moment beneden iemand namen te braken. Het lijkt dan net een opsomming van wat er in een apotheek te vinden is. En dan heeft zo iemand een behoefte of een nood en je helpt hem. Dan zegt hij: Zie je wel, ik heb die geest opgeroepen. Nu, dat is natuurlijk onzin, want die namen zeggen niets. De geest die je kunt bereiken, is alleen de geest voor wie jij op dit moment in zijn eigen wereld betekenis hebt en alle menselijke woorden kunnen u geen betekenis geven. Het is de inhoud die in uzelf bestaat, die voor die geest van betekenis is en verder niets. Dus als ik u een goede raad mag geven: Wanneer u zich bezighoudt met magie, begin dan s.v.p. heel rustig en dan niet zeggen: Hoe hoort het? Maar: Hoe ben ik? En dan: wat wil ik werkelijk?

Er zijn ook mensen, die zeggen: lieve God, geef alle mensen 100.000 gulden, dan is de armoede voorbij. Ze bedoelen: Ik wil 100 gulden hebben, maar als ik het alleen vraag, valt het zo op. Dat is ook geen methode. Je moet het niet vermommen. Kom er eerlijk voor uit wat je werkelijk wil, dan heb je kans het te krijgen, anders niet. Veel mensen vragen om iets magisch of in gebed en als ze het krijgen dan zijn ze boos want zo hadden ze het niet bedoeld.

Als u wijnglazen wilt hebben, maar u vindt het zo gek en u schrijft naar een firma: zendt mij zes vingerkommen, dan moet u niet klagen dat uw glazen te groot zijn uitgevallen

Zo is het met de geest precies eender. De kracht in de geest is vaak geneigd u te helpen, wanneer haar dit mogelijk is en wanneer het voor die geest belangrijk is. Maar ze is nogal letterlijk. Wanneer die geest zegt: Ik beloof u dat onder voorbehoud, dan moet u dat voorbehoud met hoofdletters schrijven. Want dan bedoelt hij letterlijk: Ik beloof het, maar er zijn dingen die anders liggen dan u denkt. Daarop komt het neer. Als een geest tegen u zegt: U zult het eeuwige leven erven, dan klinkt dat heel erg mooi, maar het eeuwige leven kan in alle afdelingen geleefd worden. En dan is er nog niets anders gezegd als: Mens, je leeft na de dood. Dat is iets, wat u zelf ook wel kunt uitvinden.

Probeer dus s.v.p. Die geest letterlijk te nemen. Zeker, ook de geest kan zich weleens vergissen, waarom ook niet? Een geest die zich zoveel en zo vaak vergist als een mens, ook in zichzelf, bestaat bijna niet. Dan moet dat in een heel lage sfeer zijn. Maar een geest die zich uitdrukt op aarde, probeert altijd precies te zeggen wat hij bedoelt en dan komt u en dan zegt u: Daar bedoelt hij dit of dat mee. Neen, hij bedoelt letterlijk wat hij zegt. Als u tegen de geest zegt: Zal ik ooit rijk worden? Dan zegt die geest: Ja. ‘Maar dan moet u er rekening mee houden dat ‘ooit’ vele incarnaties kan omvatten. Als u aan de geest vraagt: Zal dit waar worden? En hij zegt: In mei, dan betekent dat dit jaar, volgend jaar of over 10 jaar of in een volgende incarnatie, zolang de maand mei nog bestaat. Als een geest tegen u zegt: Nu, de zo en zoveelste zal ik dat doen, dan doet hij het ook, maar dan moet hij het ook precies zo gezegd hebben. Als hij zegt: Vermoedelijk zal ik het op de zoveelste doen, dan zegt hij: Ik heb er zelf zin in en ik denk dat het zal gaan, maar ik weet het niet precies. Houdt rekening met de manier, waarop die geest dat uitdrukt.

En dan is er nog iets. U ziet een geest en dan bedoel ik niet een bleek beddenlaken met een paar gaten, u weet wel, zo’n half doorzichtige mens. Dan kijkt u ernaar en dan denkt u: Dat betekent iets. Ja natuurlijk. Dat betekent dat de vorm aanwezig is. Het betekent niet dat de vorm identiek is aan de persoonlijkheid die zich daardoor uit. Onthoudt dat goed. Het is net carnaval. Een hogepriester kan toevallig de vorm van een gorilla treffen en zich daardoor uiten, maar het blijft de hogepriester die zich uit. Maar de vorm van de hogepriester kan ook gebruikt worden door de gorilla en dan kunt u het geloven of niet, maar dan blijven het apenstreken. Dus die vorm die u ziet, is een aanduiding, nooit een bewijs. Wat gezegd wordt moet op zichzelf beschouwd worden, nooit in verband met de vorm.

Wanneer niets wordt gezegd en er worden gebaren gemaakt, dan moet u alleen afgaan op die gebaren, die u duidelijk begrijpt. Maar zeg dan niet: Dat is de hele boodschap. Zeg: Dit is een deel van de boodschap. U moet gewoon blijven bij de dingen zoals ze zijn.

U vraagt u waarschijnlijk af, waarom ik uw esoterische avond kom opluisteren. Kijkt u eens. Hoogdravende theorieën zijn er heel veel. Uitstekende, mooie, dichterlijke, wetenschappelijke enz. zijn er veel, maar die dingen zijn allemaal weinig waard, wanneer je niet weet wat de geest is.

En daarom keer ik terug tot het beginpunt van mijn thema: Alle geest leeft in een eigen wereld. De waarden van die wereld zijn voor die geest bepalend, niet die van uw wereld. Wat die geest probeert te doen is iets, wat in de eigen wereld belang heeft, anders doet ze het niet. Wat de beweegredenen zijn van de geest kunt u misschien vermoeden, maar nooit zeker weten. Ga dus af op uw eigen wezen op uw eigen reacties. Ga af op de waarden die in uw eigen wereld bestaan; dat is het enige wat u kunt doen. Probeer niet de geest te interpreteren, want dan maakt u over het algemeen grote vergissingen. Toets nooit een uitspraak van de geest aan uw verwachtingen. Probeer eerst de uitspraak precies en letterlijk in haar betekenis te beseffen, dan kunt u dat resultaat misschien eens aan uw verwachting toetsen, maar niet voordien.

Wanneer u wilt werken met geestelijke krachten, doe dat zo gemakkelijk mogelijk. En u moogt er voor mijn part voorstellingen van hebben van een hele reeks geestelijke doctoren, mijnentwege met een geestelijke polikliniek met aangrenzende hospitalen, maar denk dan niet, dat dit de werkelijkheid is. Realiseer je, dat je als mens moet werken met de menselijke voorstellingen. Dat, zodra deze een geestelijke betekenis hebben, dit een reactie in die geest uitlokt. Maar wat die reactie precies is, zal je nooit kunnen zeggen. Een van de grootste fouten die een mens altijd weer maakt, is dat hij zelfs in de esoterie – als hij met zichzelf bezig is – zijn idealen verwart met de werkelijkheid.

Wanneer je, denkt dat je wilt doordringen tot deze of gene sfeer, dan krijg je misschien al heel gauw het idee, dat je het gedaan hebt ook. Maar dan ben je ongeveer net zoals iemand, die naar een briefkaart van Parijs kijkt en zegt: Ik heb de Eiffeltoren gezien. Die dingen zijn niet echt.

De werkelijke belevingen staan los van uw begeerte en uw verlangen. Uw begeerten en uw verlangen is één ding. Wat de geest geeft, wat uit de geest komt wat de geest zegt, de kracht die ze u eventueel geeft, is een tweede. Deze twee kunnen gelieerd zijn. Er kan een verband tussen bestaan, maar het is niet noodzakelijk.

En dat betekent – en nu kom ik tot het laatste stukje van mijn beschouwing – dit: Als mens kun je niet bepalen wat de geest doet, is en wat ze denkt. U kunt er een slag naar slaan. Ga dus uit van je eigen denken en je eigen wereld. Wanneer je je een voorstelling maakt van iets en het brengt resultaat op, hanteer dan die voorstelling. Ze staat voor een harmonie. Ze staat niet voor een feit. Wanneer u graag geestelijk hoog wilt zijn, dan moet u beginnen met alle pretentie van hoog‑zijn naast u neer te leggen. Iemand die geestelijk wil stijgen, moet eerst weten wie en wat hij is en dan zich niet meten aan anderen, maar alleen aan zichzelf werken.

Wanneer u magie wilt bedrijven, dan moogt u het voor mij doen, maar vergeet één ding niet: Magie is een moeilijke kruk om mee te lopen. Magie is iets wat kracht, beheersing, concentratie en doorzettingsvermogen vergt. Dat is iets, wat opgebouwd moet zijn in uw eigen wezen en persoonlijkheid en niet in een ander. Wees realist.

De feiten op de wereld zijn zodanig dat ieder ze graag anders zou zien. U kunt de feiten meestal niet veranderen. U kunt wel deze feiten aanvaarden en daardoor voor uzelf andere mogelijkheden scheppen. Heb nooit te veel zelfvertrouwen wanneer het gaat om wat de geest gaat doen of andere mensen. Je weet er meestal weinig van af. Vertrouw op je eigen capaciteiten en eigenschappen, daarmede bereik je het meest.

En ten laatste: natuurlijk prettig wanneer je weet wat je in vroegere incarnaties bent geweest, maar daarop kun je nooit een wissel trekken. Wat in het verleden ligt, is iets wat misschien met het heden verband houdt, maar het heden is iets, wat zeker is. Werk vanuit uw zekerheden, ook uw innerlijke zekerheden. Dan bereikt u iets. Indien u alleen werkt vanuit uw verwachtingen, uw pretenties of zelfs vanuit uw kennis zonder meer, zult u elke keer weer falen.

En nu voel ik mij toch verplicht er toch nog wat esoterie bij te doen. Esoterie is innerlijk stijgen, zegt men. Hebt u al eens geprobeerd in een bungalow met één verdieping te stijgen? Dan zit u zo tegen het plafond en dan stoot u uw hoofd ook nog. Probeer niet in jezelf te stijgen, probeer jezelf te zijn, zo bewust mogelijk. God is het onbekende. Dat is iets waarmee ze altijd komen aandragen en daarin hebben ze nog gelijk ook. Maar alle dingen zouden God kunnen zijn. Maak u daar niet druk om. Noem de dingen zelfs geen God. Vraag je af, of je licht in jezelf voelt of dat er duisternis is. Als je het gevoel hebt dat er iets donker in jezelf is, dat er een gordijn voor hangt, dan is er iets fout. Dan moet je opnieuw beginnen en je afvragen: Hoe moet ik verder? Wat ben ik? En als je licht voelt in jezelf, put dan rustig uit dat licht, wees zo blijmoedig mogelijk en probeer dat licht overal rond je waar te maken. Daarmee schep je voor jezelf een uitbreiding van je innerlijke mogelijkheden en esoterisch gezien natuurlijk het stijgen naar een hogere trap.

En wanneer ik u nog een raad mag geven. Probeer in de esoterie de zaak niet te veel in trappen, graden of rangen in te delen. Dat zijn trappen die je voor een groot gedeelte zelf bouwt. Er zit wel iets waars in, maar het systeem bouw je zelf op. En vergeet niet dat wanneer je zelf een trap in elkaar timmert, het nooit zo stevig is. Je valt er zo vlug af. Denk niet: Dit heb ik bereikt dat kan ik nooit meer verliezen. Denk alleen maar: ik ben mijzelf en ik moet mijzelf blijven. Op die manier wint u heel veel waarheid.

Nog iets: Het is misschien een nutteloze raad: speel zo weinig mogelijk komedie tegenover anderen. Zo weinig mogelijk. Zonder komedie red je het niet op aarde dat weet ik wel. Maar je kunt het beperken. Hoe meer je dat element van komedie, van onwerkelijkheid beperkt, hoe dichter je komt bij je eigen levenswerkelijkheid en daarmee tot een goed gebruik van je eigen krachten, geestelijk en anderszins.

Onthoudt verder één ding: Alles berust ergens op wederkerigheid. Waar die niet bestaat, is er niets: Dus als u wilt ontvangen moet u geven. Maar kijk uit hoe u geeft en waar u geeft en wat u geeft, want dat bepaalt ook hoe en waar en wat u ontvangt. Want dat is nl. oorzaak en gevolg in uw eigen wereld.

U kunt nooit iets op aarde geven, wat geestelijke resultaten heeft. U kunt alleen door uw gaven op aarde een geestelijke reactie uitlokken en die kan geestelijke resultaten hebben.

Wees een beetje royaal tegenover elkaar, niet alleen met de pingping, maar ook met goede gedachten, goede woorden, het begrip. Daardoor schep je misschien een harmonie die geestelijk van groot belang is. En voor de rest: Leef maar rustig als mens. De mens, die probeert als een geest te leven, zal er als mens op den duur als een geest gaan uitzien, maar hij zal een mens blijven en vaak geestelijk voor zichzelf heel wat moeilijkheden scheppen. Als mens: blijf mens. Maar probeer als mens de geestelijke waarden die in je zijn, tot een deel van je menselijk bestaan te maken. En als dat niet genoeg is, kan ik er toch niets meer bij doen.