Wereldgebeuren

uit de cursus ‘Achtergronden van de werkelijkheid’ (hoofdstuk 10) – juli 1976

Wereldgebeuren

Als wij ons bezighouden met het wereldgebeuren en met de achtergronden daarvan, dan komen we al snel tot de overtuiging dat de mens maar een heel beperkte mogelijkheid heeft om zijn leven in te delen en daarin veranderingen aan te brengen.

Als wij teruggaan naar het verleden, dan worden wij altijd weer geconfronteerd met omwentelingen waarbij we niet eens meer weten wat er aan de hand was. Neem bv. Attila, koning der Hunnen. Een fantastische figuur. Zijn aanvallen en plundertochten werden eigenlijk alleen gedicteerd door zijn behoefte om de baas te blijven, om een groot rijk te hebben, al het andere was bijkomstig. Toch zijn er door zijn invallen grote veranderingen gekomen in de gehele Europese samenhang en cultuur. Kunnen we nu zeggen dat dit door de mensen gezocht is? Neen. Moeten we dan zeggen dat er een God is die dat heeft bepaald. Ik weet het niet. Want dan is die God nogal eens tegenstrijdig, maar als wij concluderen dat veel van die gebeurtenissen met een zeker ritme in de historie verschijnen, dan denken we aan een pulserende invloed buiten de wereld, die daarmee het een en ander tot stand brengt.

Als we dat willen toepassen kunnen we teruggaan tot de uittocht van Abraham of als we nog verder terug willen gaan in het rijk der legenden tot de eerste scheepsbouwer Noach. Wij ontdekken dat wat er gebeurt gepaard gaat met inspiratieve invloeden, met zaken die misschien heel normaal lijken, maar die voor de persoon zelf een heel bijzondere betekenis krijgen. Denk maar eens aan de engelen die bij Abraham op bezoek kwamen. Daarna was Sarah vruchtbaar. (Je vraagt je dan wel af wat dat voor engelen geweest zijn. Misschien een paar prehistorische cupido’ s.) In ieder geval, door de vruchtbaarheid van Sarah kwam het tot de verstoting van Ismaël en Hagar. Ismaël werd opgevoed met het gevoel dat hij ten onrechte was weggejaagd. Zijn volgelingen hebben dat overgenomen. Het is typerend dat er een familievete bestaat die op zijn minst 6000 jaar oud is en nu nog steeds tot uiting komt in de relaties tussen Israël (het jodendom) en de Arabische wereld. U zult zeggen: Hoe komt u aan dergelijke dingen? Maar het is toch logisch.

Als ik die lijn kan doortrekken, als ik elke keer weer constateer, en dat kan ik door de gehele geschiedenis blijven doen, dat er een strijd bestaat tussen Israël en andere volkeren die echter, bekeken vanuit volkenkundig standpunt zeer na aan elkaar verwant zijn en deze strijd zich doorzet tot aan deze dagen toe, dan kan ik haast niet anders zeggen dan: Hier is een erfelijke factor aan het werk.

Is dit nu bepalend voor het wereldgebeuren? Als je dat de leiders van deze wereld vraagt is dat niet waar. Die denken dat zij het doen. Maar alles bij elkaar voert steeds weer tot een samenloop van omstandig­heden die absoluut onverklaarbaar en niet redelijk is, zeker gezien de gevolgen. Wij hebben het daar wel eens meer over gehad.

Ik heb u eens verteld dat Adolf, als iemand hem had gezegd: Schil­der eens een mooi portret voor mij, misschien een heel goed kunstenaar zou zijn geworden en niet een zeer machtig, maar ook een zeer slecht politicus. Datzelfde geldt ongetwijfeld eveneens voor Nixon. Als Nixon niet de steun nodig had gehad van een miljonair die er erg veel van hield om alles te kopen, dan zou hij zich nooit in allerlei eigenaardige zaken heb­ben gestoken. Maar als dat niet was gebeurd, zou hij geen loodgieters no­dig hebben gehad. En als hij geen loodgieters nodig had gehad, zou er geen Watergate zijn geweest. En als er geen Watergate was geweest, zouden er geen grote veranderingen tot stand zijn gekomen in de gezagsverhoudingen in de U.S.A., want dat is het feitelijke resultaat. Je kunt dat alles niet helemaal beredeneren, dat is de grote moeilijkheid.

Als je verstandelijk de wereldgeschiedenis nagaat, dan is er soms eigenlijk geen enkele reden te vinden voor een bepaald gebeuren.

Waarom moest Filip II van Spanje zo bigot (overdreven vroom) en tevens zo seksueel aber­ratief zijn dat hij daardoor een opstand veroorzaakte waaruit o.m. het Koninkrijk der Nederlanden uit voortkwam? Als je het allemaal nagaat is het ge­woon ondenkbaar.

Wat brengt een Italiaanse zeeman, een zekere Columbus, ertoe om in Spanje steun te gaan zoeken? Eerlijk gezegd heeft men geprobeerd hem weg te krijgen, want hij was lastig. Hij had echter nog wel zoveel relaties dat men hem niet goed kon opsluiten. Dus heeft men hem een wenk gegeven dat hij moest gaan praten. En omdat de man, al was hij zeeman, toch een zekere charme  bezat, vond Isabella van Castilië na wat er gebeurd was het pret­tiger hem ver weg te weten. Zij heeft ongetwijfeld de H. Maagd daarbij om hulp gevraagd en daarna Columbus op de Santa Maria gedeponeerd. En daar­door worden de Amerikaanse landen opengebroken. Niet ontdekt, dat was voordien al gebeurd. De kolonisatie en de exploitatie komt na Columbus. Het is een zaak van de Spaanse avonturiers (de hidalgos), die niet bepaald veel geld hebben, maar zoveel te meer pretentie en natuurlijk ook van de kerk die graag zielen bekeert, al is ze in de middelen tot bekeren niet be­paald kieskeurig.

Alles wat wij weten van de rijken van Montezuma, de wijze waarop dat is ingedeeld (een groot gedeelte is gewoon door de priesters verdonkeremaand of vernietigd) wijst erop dat wij hier te maken hebben met een heel andere cultuur. Een cultuur met een eigen karakter. Gezien de wijze waarop ze zich aan het ontwikkelen was, was het bijna onmogelijk dat die cultuur zich zou beperken tot Mexico. Ze zou verder naar het noorden zijn gegaan en er zou een heel ander werelddeel ontstaan zijn, waarin de Indiaanse stammen een heel andere en groter rol gespeeld zouden hebben dan nu het geval is. En dat is nu allemaal het gevolg van een man die relaties heeft, maar te lastig is, die zelfs een koningin bekoort, ofschoon ze hem doet vluchten voor de bekoring die ze voor zichzelf verwerpt.

De gehele geschiedenis is vol van dergelijke eigenaardigheden en onwaarschijnlijkheden. De hele historie is vol van schijnfiguren, van onwerke­lijke zaken.

Het zal u allen bekend zijn, dat een man als Stalin een aantal dubbel­gangers had. Minder bekend is dat ook Adolf Hitler daarvan enige tijd gebruik heeft gemaakt, voornamelijk in de jaren 1940 tot 1942. Wist u dat ook Mao een aantal dubbelgangers heeft? Als men dat bij elkaar neemt, zeg je: Wat zien wij eigenlijk? Wij denken misschien, in China ligt Mao nu op ster­ven. Het kan waar zijn. Maar wie zegt ons dat hij niet allang gestorven is? Mensen en namen zijn symbolen. Ze worden zo enorm lang gehandhaafd. Ze gaan vaak over verschillende schijven onder dezelfde namen en zelfs met een ver­gelijkbaar uiterlijk, dat het heel moeilijk is te zeggen dat Mao, die eens de lange weg begon, nu op sterven ligt. We kunnen hoogstens zeggen: De fi­guur Mao, die het symbool is van een Chinese natie, ligt op sterven. Indien deze man eerder was gestorven, zou China zeer waarschijnlijk een andere manier van actie voeren hebben gekend, dan zouden er veel eerder geschillen zijn gerezen met de Sovjet Unie en zou ongetwijfeld een cultu­rele revolutie ook niet mogelijk zijn geweest. China zou een totale bureau­cratische  staat zijn geweest, reeds nu. Het is nog net niet zo ver, maar het gaat wel de goede kant uit

De achtergrond van het wereldgebeuren is duister. Zelfs als men de gebeurtenissen op de voet volgt, blijven er altijd vragen open.

Waarom wordt zelfs nu nog niet toegegeven dat bij de aanslag en moord op John F. Kennedy een aantal schutters en niet slechts één enkele mijnheer Lee betrokken was? Waarom? Wat speelt er zich op de achtergrond af? Is de mens wel zo machtig als hij denkt? Kan die mens zijn eigen zaken wel regelen, zoals hij denkt dat hij het doet? Ach, eigenlijk vindt u het ant­woord in het heden.

Overal heeft men welvaart gepredikt. Overal heeft men gesproken over een strijdloze maatschappij, een sociale rechtvaardigheid. En kijk nu eens wat er van komt, kijk naar uw eigen land waarin de sociale verworvenheden van de massa teniet moeten worden gedaan, omdat de massa er zelf aan te gronde dreigt te gaan. Kijk naar de illusies van Frankrijk, die nog steeds luid kraaiend worden verkondig, maar waarvan het stemmetje zo langzamerhand toch wat schor wordt, het is een coq au vin geworden. De Franse politiek is praktisch gaar. Kijk wat er gebeurt in Italië. Kijk naar het eigenaardige spel in de Ver. Staten. Kijk naar de wonderlijke veranderingen die zich aan het afspelen zijn in Engeland. Kijk rond u en vraag u af of er een verstandelijk bere­deneerbare en aantoonbare reden is te geven waarom al deze verschijnselen samenvallen. O, ja de crisis. Maar waar komt die dan vandaan? De crisis is weer het gevolg van een invloed waardoor iedereen meer wilde hebben ­dan hij kon krijgen.

Hoe komt het dat al die mensen ineens gelijktijdig zo beginnen op te treden, want het is niet alleen een kwestie van de derde landen die plotseling meer willen hebben. Neen, het is een conflict dat is ontstaan door­dat de westerse wereld veel meer voor zichzelf nodig had. En waarom had de westerse wereld meer voor zichzelf nodig? Omdat ze meende dat ze recht had op een welvaart, die alleen door exploitatie van anderen kon worden bereikt, zelfs als er geen koloniale relaties waren. Een imperium zonder imperialisme of misschien elders imperialisme zonder imperium.

Dit maakt wel duidelijk dat er kosmische krachten aan het werk moeten zijn, dat er ritmen moeten zijn. Voor economen is het misschien interessant eens na te gaan hoe het in het verleden is geweest met de economische crisis. Wij komen tot de conclusie dat het vorige jaar, waarin praktisch de crisis  uitbrak, een jaar was waarin volgens de berekening van de cycli inderdaad een crisis moest uitbreken. Maar – zal men uitroepen – de drie voorgaande fasen hebben geen crisis vertoond. Dat is waar. Men heeft die economisch weten weg te werken. Maar u kunt ze wel terugvinden in de Dow Jones index en ook in de reacties op de vrijwording van het goud. Er zijn dus wel aanwij­zingen voor. Maar nu zet het door. Waarom zet het juist nu door?

Wij moeten dan verder teruggaan. Vanaf 1963 is de invloed van Aquarius steeds sterker geworden. Aquarius is wat revolutionair. Als die in de oude zin van de Vissen wordt geïnterpreteerd, dan ontstaat er een conflict. Want Vissen zijn disciplinaire wezens. Aquarius is tegen elke discipline, hij is wat wispelturig als geheel genomen. Hoe kunnen wij dat nu rijmen? Zodra de Aquarius-invloed sterker gaat worden, verschuiven plotseling de mogelijkheden van de mensheid. De manoeuvres worden steeds moeizamer. Er is steeds meer verdeeldheid en door het gebrek aan samenwerking – in een disciplinair verband wel te verstaan – ontstaat er als vanzelf de onvermijdelijkheid van de huidige crisis. Zou Aquarius daar iets mee te maken hebben?

Wie de achtergrond van het wereldgebeuren nagaat zou volgens mij tot de conclusie moeten komen dat,  als wij spreken over de heerschappij van een bepaald sterrenteken, die heerschappij inderdaad in een beschrijf­bare en historisch aanduidbare periode bepaalde neigingen bij de mensen bevordert en dat daaruit veranderingen voortkomen. Als zodanig is de komst van Aquarius in ieder geval het begin van grote veranderingen in de gehele menselijke maatschappij.

En hoe zit het met de crisis-ritmen? Dat loopt ongeveer 1 op de 28 jaar. Er moet dus een invloed zijn die moet samenhangen met de energie en het voortbrengingsvermogen van de mensen. Wanneer de energie laag is en duidelijk het voortbrengingsvermogen daalt terwijl de eisen in die periode stijgen, dan ontstaat er een crisis. Want men wil meer dan er is. Daardoor schept men een situatie waarbij de kleinste gebeurtenis voldoende is om de ballon te doen springen. Daarvoor is er heus geen Black Friday nodig om de hele wereld plotseling in een economisch onoverzienbare situatie te dompelen.

Laten we nog iets verder gaan. Waarom denkt u zou het weer de laatste twee jaar zo sterk afwijken van de norm? Daarvoor moet een bepaalde reden zijn. Het is gemakkelijk om hiervoor spuitbussen, uitlaatgassen enz. de schuld te geven. Maar die dingen worden al zo lang gebruikt. Waarom gebeurt het juist nu? Als wij dit nagaan blijkt dat wij in een periode zitten die reeds meermalen is voorgekomen. Het is namelijk een periode vergelijkbaar met die van 1938. In die tijd was er eveneens een zekere vermoeidheid. Er waren af­wijkingen van het normale weertype, al was dat niet zo intens als op het ogenblik. Daarvoor moeten wij teruggaan tot de twintiger jaren om dat te vinden. En wat zien wij daarna? Oorlog. Of in een ander geval het begin van de crisisontwikkeling, die zich eerst in Duitsland afspeelt en daarna uitgrijpt over de rest van de wereld. Wij moeten dus aannemen dat dit een invloed is. Waar kunnen we die vinden? Bij de zon? De zon doet niets bij­zonders. Er zijn wat extra zonnevlekken, maar die zijn niet van zo’n overheersend  belang.

Dan moeten we het dus in de kosmos zoeken. Maar welke invloed in de kosmos zegt de mensen dat sommigen op een gegeven ogenblik gewoon gek wor­den? Want dat is het eigenlijk. Het is een vorm van lemmingdrang, maar dan op het gebied van de economie.

Ik meen dat we dan de conclusie zouden moeten trekken dat de invloe­den niet een bepaalde bedoeling hebben. Die invloeden zijn het milieu – geestelijk maar voor een deel ook mentaal – en zelfs het fysieke milieu van de mens. De mens moet daarop reageren. Hij doet dit volgens zijn geaardheid, zijn neiging. Op grond daarvan kunnen wij weer constateren dat alle crises uit de laatste periode eigenlijk samenvallen met bezitscrises.

Wij kunnen teruggaan naar de Franse revolutie en vinden daar dezelfde verschijnselen. Wij kunnen nog verder teruggrijpen naar de jaren rond 1400 en zien daar soortgelijke verschijnselen. Wij kunnen gaan naar de jaren 900 tot 1070, weer vergelijkbare verschijnselen. Er is bij de mensen steeds een reactie. Waar komt deze bezitsreactie vandaan?

We moeten dan kijken naar de eigenschappen van het teken Vissen. Dit teken blijkt de neiging te hebben zich een gezag toe te eigenen op grond van waarden, die het als een verlengstuk van zichzelf beschouwt. Als dat in deze tijd weer gebeurt, zou het een beetje verwarder moeten worden dan voor­dien. Toen kon een revolutie uitbreken, maar die had alleen ten doel een nieuwe stand a.h.w. op de plaats te zetten van de machthebbers van voorheen. Een keizerrijk, geboren uit een koningschap dat door de revolutie werd vernietigd. Tegenwoordig kan dit niet meer. Zoals ook eens de ambtelijke rege­ring van de Tsaar werd vervangen door de ambtelijke regering van de Bolsjewiki. De humaniserende Mensjewiki werden gewoon opzij geschoven. De Tsaar heet de Partijvoorzitter en zetelt nog steeds in Moskou. Als je het goed bekijkt dan is er zo weinig veranderd. Maar in deze tijd komt er ineens een explosief element bij, de kracht van Aquarius. Aquarius zal op een crisis ook anders reageren dan Vissen dat doen. Anders gezegd: de reactie van de mensheid op gelijksoortige situaties zal veranderen.

Nu kunnen wij die achtergronden nog verder uitbouwen. Ik stel het volgende: in Aquarius speelt broederschap een rol, maar ook drift. Aquarius is een invloed die ongetwijfeld geestelijk grote mogelijkheden geeft en geheel nieuwe technische inzichten kan bereiken. Maar daarnaast is Aquarius zo eigenzinnig en stijfhoofdig als maar denkbaar is.

Kijk naar de mensen van vandaag. Zie je die stijfhoofdigheid en eigenzinnigheid niet steeds meer? Draven de mensen niet steeds meer door? Maar ze draven nu niet meer door in de richting van eigen macht. Integendeel, ze willen een functie, geen macht. Hun functie zien ze niet als een middel om zichzelf in de eerste plaats te bewijzen, maar om hun nut in de gemeenschap uit te drukken, dus een relatie met de mensheid. De menselijke relatie wordt steeds belangrijker in deze dagen. Die invloed zal zich uitbreiden.

Nu zitten wij op dit moment nog steeds in een situatie waarvan wij kunnen zeggen: Men is voortdurend bezig met compromissen die weinig inhouden. Veel grote woorden en weinig daden. De massa is echter veranderd. Of u nu kijkt naar de massa van Engeland, van Frankrijk, van Duitsland, Iran, Nederland of van de U.S.A. ze verandert, ze wordt bewuster. De massa gaat meer kritiek uitoefenen en ze is ook bereid om bepaalde zaken zelf op te knappen en het niet alleen aan anderen over te laten. Als er nu dus een tendens van energie gaat komen – en aangezien we nu een laag gemiddelde van energie op aarde hebben, gepaard gaand met een zeer hoog potentieel van luchtelectriciteit – moeten wij aannemen dat in de komende periode (over een paar maanden zal dat zeker het geval zijn) juist die eenlingen gaan optreden, die actief willen zijn op hun eigen manier. Dat kan niet anders, want die energie moet worden omgezet in een poging om samen met de mensen iets tot stand te brengen en dit met misachting van alle bestaande machtsverhoudingen en alle economische regels en wetten. Ze gaan gewoon hun gang. Zo bezien moeten zich dus in een betrekkelijk korte periode een aantal ingrijpende veranderingen kunnen afspelen. Welke die zullen zijn, daarover kan worden gevochten. Ik stel:

Het zal steeds moeilijker zijn om een ambtelijk gezag uit te oefenen, indien dit niet gepaard gaat met de macht van wapens. Het zal steeds moeilijker zijn de eenling te doen beantwoorden aan de eisen, die de hoofden van de menigte als zodanig stellen. Er is een gistingsproces, een veranderingsproces aan de gang. Dit proces zal niet stilstaan bij een bepaalde grens. Of als u het netjes uitgedrukt wilt hebben in meer parlementaire termen. Gezien de onrust en de vergelijkbare ontwikkelingen in vele landen moet worden gevreesd dat het verzet van bepaalde groepen tegen de toch noodzakelijk verdere maatschappelijke ontwikkelingen een internationaal karakter zal aannemen.

Deze veranderingen op zichzelf betekenen gelijktijdig dat de conflicten binnen elke gemeenschap sterker toenemen en vanuit het huidige begrip onredelijk worden. Die onredelijkheid is echter niet te wijten aan degenen die iets nieuws nastreven, maar aan hen die proberen elke persoonlijke ontwikkeling te voorkomen om zo een gelijkschakeling van de massa mogelijk te maken.

Als je dat zo bekijkt, krijg je het gevoel dat er geestelijk ook nog wel het een en ander aan de hand moet zijn. Want het is duidelijk dat wanneer het gehele geestelijke klimaat op aarde gaat veranderen – en dat zit er duidelijk in – dan zullen er ook andere geesten op aarde incarneren. Andere geesten dan tot nu toe op aarde incarneerden zullen de kans krij­gen te graviteren naar belangrijke plaatsen. Wat zullen wij op dat terrein dan kunnen constateren?

Daar zijn de Broeders van de Nieuwe Leer, die op aarde nu onder ver­schillende namen en in verschillende vormen werkzaam zijn. Een van de meest bekende groepen is op dit moment een Indiase groep. Deze mensen proberen een totaal nieuwe visie op het leven te verbreiden. Niet de oude filosofie, zoals men wel eens denkt, maar een nieuwe visie op het leven met gebruik van nieuwe geestelijke krachten, met een nieuwe leefwijze, die veel meer is aangepast aan de geestelijke en stoffelijke biologische harmonieën die mogelijk zijn. Dat dit in deze tijd gebeurt maakt duidelijk dat de tijd daarvoor rijp is. Er gaat dus iets in de belevingsmogelijkheid van de mens veranderen en daarbij in zijn geestelijke concentratie en ont­wikkeling.

En als ik rekening houd met Aquarius, die het technische en het mystieke zo mooi met elkaar weet te verenigen, dan moeten wij ook aannemen dat er een nieuwe benadering van de geestelijke wereld en de geestelijke inhoud van de mens komt. Er zullen technieken worden gevonden, die vroeger misschien inwijding hebben geheten, maar die nu in feite niets anders zijn dan een ontdekking van jezelf en daardoor van de waarheid van je wereld.

Als ik het wereldgebeuren beschouw, dan valt mij elke keer weer op hoe precies op het juiste ogenblik en op de juiste plaats zich een ver­andering ontwikkelt. In de strijd (bv. de eerste heilige oorlog van de islamieten met Mohammed als veldheer) zien wij dat net in een tijd dat alles is vastgelopen in een zelfzuchtig “ik” zoeken, er een nieuwe regel komt, een nieuwe benadering van het bestaan door het aanvaarden van nieuwe wetten.

Wat doen die wetten? Zij brengen wel degelijk een totaal nieuwe weten­schappelijke ontwikkeling teweeg. Niet alleen omdat ze nu toevallig een tijdje oorlog voeren tegen anderen, maar het is zo dat een nieuwe vorm van wetenschap, van bouwkunst e.d. zich plotseling manifesteert. Misschien maar gedurende een paar eeuwen, maar net lang genoeg om invloed te heb­ben op de gehele verdere wereld.

Misschien realiseert u het zich niet, maar zowel uw astronomie als uw astrologie hebben heel veel te danken aan de Arabieren. Uw scheep­vaart heeft zeer veel te danken aan de mogelijkheden en ontdekkingen van de Arabische zeevaarders. Menige reis heeft in die tijd nieuwe methoden gevonden om zich te oriënteren. O, de magneetsteen was al eerder bekend, maar de juiste hantering daarvan in de zeevaart en daarmee het gebruik van het eerste kompas, de eerste mogelijkheid om zich te oriënteren op een eindeloze watervlakte zonder zichtbaar kenteken en dit verbonden met de waarnemingen van de sterren heeft u o.m. te danken aan Pir Reis en al die anderen. Zelfs de kaarten die ze maakten, wonderlijke kaar­ten misschien vanuit uw standpunt, zijn een totaal nieuwe benadering van de wereld. Het is een cartografische vernieuwing van het wereldbegrip.

Zo kunnen we ook gaan kijken naar het boeddhisme. Het boeddhisme ontstaat in een periode waarin de Hindoeleer voor een groot gedeelte in een cultisch bijgeloof is vastgelopen en eigenlijk meer en meer het machtsmiddel is geworden van enkele stammen. En dan komt daar ineens het boeddhisme, dat niet alleen de filosofie vernieuwt zonder het oude, waarde­volle weg te gooien, maar ook een nieuwe benadering van natuurlijke fenomenen eraan toevoegt, zowel als van geestelijke waarden en daardoor een ge­heel nieuwe wereld opent, die in staat is de mensen een andere wijze van leven en beleven mogelijk te maken. En dat in een tijd dat in Azië alles is vastgelopen.

Met het christendom is dat eveneens het geval. Wij kunnen natuurlijk redeneren dat Rome is ondergegaan door de opkomst van het christendom. Het omgekeerde is eerder waar. Het christendom is opgekomen door de zwak­te van Rome. Rome dat ten onder ging aan de zelfzucht van de senaat en de luiheid van zijn burgers, die liever geen soldaat meer speelden, aan de afhankelijk van het Romeinse rijk van de opbrengsten die het uit de verschillende koloniën (de veroverde gebieden) het aanvoeren. De economische ondergang van Rome stond al vast voordat Jezus werd geboren. Het christendom komt juist op het ogenblik dat een nieuwe levensbena­dering en een nieuwe levensdiscipline nodig zijn. Dat is toch geen toeval?

Daarnaast hebben nog een aantal vernieuwingen plaatsgehad. We zien ze gemiddeld eens in de 600 à 700 jaar. Er is bv. een vernieuwende benadering geweest ongeveer in het jaar 1870, die ik eigenlijk de voorbereiding voor deze nieuwe tijd zou willen noemen, waardoor men voor het eerst weer universeel ging denken over geloof. Het lijkt ongelooflijk, maar er zit een vast plan achter. Geen plan misschien van een denkend wezen of van de een of andere mi­nister van God die zit voor te schrijven wat er moet gaan gebeuren. Neen, het is kennelijk een voortdurende wisselwerking tussen geestelijke werelden en invloeden uit de kosmos die de aarde beroeren. We moeten dan wel aannemen dat in de komende periode steeds meer verlichte figu­ren gaan optreden in het wereldgebeuren. Daarmede bedoel ik geen mystici, die verklaren los te staan van de feitelijke wereld, geen Swedenborg e.d. maar reëel denkende nuchtere mensen, die gelijktijdig hogere geeste­lijke waarden introduceren in hun handelen en niet alleen in hun predi­king of in hun persoonlijke beleving.

De vorige maal hebben we geprobeerd achter de coulissen te kijken en we hebben gezien hoe de wisseling van scène voortdurend noodzakelijk wordt. Vandaag is het nog Europa, morgen is het opeens China. Het is de wisseling van de brandpunten van de mensheid. Het stuk wordt echter niet bepaald door het decor. Het stuk wordt bepaald door de speler. Het mooiste decor kan een armzalige toneelspeler niet doen schitteren als een geloofwaardige figuur. En zo gaat het met ons allemaal.

We zitten in een wereld waarin de invloeden van buitenaf de mens­heid dwingen tot een verandering. Alleen degenen die in de verandering hun innerlijke grootheid, hun innerlijke kracht kunnen vinden en die dan nuchter en praktisch kunnen aanpassen aan de huidige wereld met de noodzaken die er nu zijn, kunnen de wereld weer verder helpen. Later verdwijnt er dan wel weer veel.

Het christendom heeft zichzelf geperverteerd op het ogenblik dat het een grootmacht werd. Datzelfde kan worden gezegd van het boeddhisme. Vanaf het moment dat het boeddhisme rijk aan bezittingen begon te worden, was de Weg eigenlijk iets wat meer werd gepredikt dan gegaan.

Wat Mohammed betreft, zodra er sprake was van een religieuze bin­ding en macht, begonnen de sjeriefen met elkaar te vechten over de vraag wie de baas was. Zo werd alles weer omgevormd tot een politiek geheel. Het is de neiging van godsdienst om zich om te zetten in een machtsstructuur. Maar de vernieuwing zelf kan niet ongedaan worden gemaakt.

Wat de islam heeft betekend voor het anders denken en leven van de mensen in een groot gedeelte van de wereld, wat het christendom en het boeddhisme heeft betekent in diezelfde zin, dat kun je niet wegvagen. De verandering begint met een ideaal, met een ware, een geestelijk verlichte weg, maar ze eindigt gewoonlijk in een verandering van wetmatig­heid en praktijk, zoals de mens die beleeft. Dat is er op het ogenblik ook aan de hand.

Deze wereld heeft een Wereldleraar gekend. Zijn naam wordt nog niet genoemd. Zijn krachten zijn al bijna vergeten voordat de werking van zijn leer op aarde goed kenbaar wordt. Er is een Meester geweest en ook hij is in de vaagheid teruggetreden. Dat is in tegenspraak met veel wat er vroeger is gebeurd. Misschien zul­len deze krachten eens de goden zijn tot wie een nieuwe mensheid bidt. Dat is al eerder gebeurd. Nu zijn ze eenvoudig de factoren in een ver­nieuwing van deze wereld. Maar hun optreden in deze tijd maakt duidelijk dat de invloeden er nu zijn, waardoor een geestelijke weg of openbaring of nieuwe krachten zich op aarde kunnen gaan manifesteren.

Als ik het wereldgebeuren op mijn manier ontleed, dan zeg ik: Op de achtergrond ligt op het ogenblik een enorm groot geestelijke poten­tiaal. Daar zit natuurlijk het werk van de Wereldmeester en van de Wereld­leraar in. Er zit het werk in van de verschillende broederschappen, van de inwijdingen en van de ingewijden van deze tijd, de adepten, maar alles bij elkaar zegt het alleen maar: er komen nieuwe accenten in leven en beleven van de mensheid. Ze kan niet meer terugkeren tot de oude zeden, het oude geloof en de oude aanvaarding. De mensheid zal een nieuwe samenhang moeten zoeken. Zij kan die niet meer zoeken in de beperkte zelfverheerlijking van groe­pen die zich uitverkoren achten. Als u het mij vraagt, dan drijft het we­reldgebeuren de mens niet alleen naar een grotere menselijke broederschap, maar ook naar een grotere geestelijke verwantschap waarin de krachten van de kosmos misschien meer bewust beleefd kunnen worden en waarin de rit­men die het leven van de eenling, maar ook de ontwikkeling op aarde dicteren, worden beseft en omgezet in een bewust beleefbare ontwikkeling.

Voor mij is de tijd waarin u leeft het begin van een vernieuwing. Een vernieuwing die voor de mensheid én voor de geest veelbelovend is. Een stap verder op het pad van de mensheid. Dat wil niet zeggen dat het zonder lawaai afloopt, want per slot van rekening is het op de wereld nog steeds eten of gegeten worden. Er zijn politici, die proberen vakbondsleiders als ontbijt te nuttigen en vakbondsleiders willen regeringen als feestmaal aanbieden aan hun volgelingen. Dat is nu eenmaal zo. Iedereen vecht voor zichzelf natuurlijk. Maar dat is normaal op aarde. De vogel eet de worm, de vos eet de vogel, de mens jaagt de vos. Zo gaat het en zal het blijven gaan.

Deze strijd kan echter in haar karakter wel degelijk wijzigingen ondergaan. Want het is een groot verschil of je doodt om te eten of alleen maar doodt om te doden. Er is een groot verschil in bewuste wreedheid, in het je verheugen in het lijden van anderen en bewust met een minimum aan lijden het maximum bereikbare mogelijk maken.

De strijd zal zeker niet verdwijnen uit de wereld. Er zullen nog veel harde klappen vallen, maar het wonderlijke is dat die klappen meer en meer hun belangrijkheid en gewichtigheid zullen verliezen omdat de men­sen de betekenis ervan doorzien en niet meer de gestelde doelen zonder meer nastreven, maar bewust vanuit zichzelf proberen iets waar te maken wat ze zien en beleven als juist.

Het zal pijnlijk zijn voor velen die in deze dagen machtig zijn. Het zal onrustig zijn voor allen die houden van een gevestigde orde, maar er zijn in het wereldgebeuren altijd dergelijke perioden geweest van omwenteling, misschien van lijden, maar gelijktijdig ook van een enorme geestelijke verruiming. En altijd weer is er na zo’n tijd een ogenblik van rust geweest. Een soort gouden periode waarin een nieuwe denkwijze langzaam maar zeker de mensen een geluk en een bewustzijn schenkt op aarde wat ze voordien niet hebben bezeten. Het wereldgebeuren zal zich daar­heen ontwikkelen, daarvan ben ik overtuigd. Daarom wil ik aan het einde van deze cursus zeggen:

Kijk naar de achtergronden van het wereldgebeuren, maar vergeet niet dat u als mens niet alles te zeggen heeft. De kosmische tendensen, de geestelijke invloeden en werkingen die periodiek optreden, zullen ook u mede bepalen. Maar als u zoekt naar een innerlijke vreugde, als u zoekt naar de bevrediging van een bewust juister leven en ervaren, dan brengt de komende tijd u veel. Ik wens u allen toe dat u het besef voor hetgeen gebeurt, de vreugden zult willen plukken van het gebeuren.

Voor zover ik aan deze cursus heb mogen meewerken is het voor mij een plezier geweest. Ik hoopt dat ik u een paar punten heb gegeven waarover u zult willen nadenken, zodat u in dit onderwerp een gevoel van houvast vindt als de wereld die u kent zo onzeker en wankel lijkt.

Geweld als deel van de menselijke samenleving

Als er een geschiedenis is die gewelddadig is dan is dat die van de mensheid. Zelfs in het legendarische begin van de mensheid slaat Kaïn, Abel dood. Daarna emigreert hij, zodat de vlucht naar een andere natie al heel vroeg heeft bestaan.

Het geweld schijnt bij de mens onvermijdelijk te zijn; maar de beteke­nis ervan verandert wel steeds. Als wij kijken naar de jagende stammen dan zien wij veel onderling geweld, maar dat komt meestal omdat men een goed jachtgebied alleen met anderen wil delen indien zij van de eigen buit afblijven en de eigen bedoelingen niet frustreren. Wanneer later holen de woningen worden van de stammen, dan gaat het om een veilig verblijf. En nog later, wanneer er dorpen zijn, is het heel vaak de honger en de nood waardoor men landbouwersdorpen overvalt of veehoeders van hun kudden berooft. In het begin is het geweld in de eerste plaats een nutsfactor. Het is deel van het zelfbehoud.

Dan komen de stadsstaatjes en daar gaat oorlog heel vaak om gewin: de ander heeft iets wat ik wil hebben, dus voer ik oorlog. Hoe verder wij de geschiedenis ingaan hoe wonderlijker worden de aanleidingen tot oor­log. Het schijnt dat de mens op den duur de drang tot zelfbehoud heeft verbonden met abstracties die niets meer met de feiten te maken hebben. Een oorlog tegen Troje om de mooie Helena is misschien niet volkomen reëel, maar ongetwijfeld zijn er oorlogen gevoerd om het bezit van vrouwen, economische macht en andere zaken. En zelfs nu is oorlog een verkeerde interpretatie van de menselijke drang tot zelfbehoud.

Geweld als geheel beschouwd kan dus worden gezien als een uiting van een menselijke drang tot zelfbehoud welke echter door interpretatie vanuit niet reële standpunten meestal de zonderlingste gevolgen heeft.

Dit gezegd hebbend wil ik proberen de aard van de oorlog te beschou­wen.

Toen de aarde voor een groot gedeelte nog schaars was bevolkt, ken­de men de veroveringsoorlog, de uitbreiding van gebied. Ook in deze dagen zien wij daarvan nog bepaalde verschijnselen. De bezetting van delen van Pa­lestine door de Israëliërs, ofschoon die niet tot hun oorspronkelijk gebied behoren, is in feite een poging om het eigen gebied uit te breiden.

En als wij zien dat in Afrika bepaalde staten voortdurend met hun buur­landen aan het vechten zijn, dan lijkt het erop dat ze vooral gebied wil­len hebben. Ze willen meer mogelijkheden om zelf goed te leven en degenen die hen daarbij in de weg staan, moeten dan maar wijken. Hier is dus niet veel veranderd, maar wanneer een mens oorlog gaat voeren, omdat hij iets gelooft (de heilige oorlog), dan wordt dat iets anders.

De mens denkt dat hij de eeuwigheid kan winnen door op een bepaalde manier zijn medemensen te bestrijden en te vernietigen. Niet alleen de moslim werd beloofd dat hij die in een heilige oorlog valt, onmiddellijk zou ingaan in het paradijs. De legenden, die men in hasjdromen de hasjgebruiker liet beleven, zijn ten slotte ook aan de christelijke ridders voorgehouden, toen ze de heilige oorlog begonnen om het graf van de Verlosser te bevrijden. In al deze gevallen is het ook weer een drang tot zelfbehoud. De dood wordt belangrijker naarmate het leven meer inhoud krijgt. Dat is heel begrijpelijk, want als je leven niet veel inhoud heeft, is de dood daar een normaal deel van. Maar naarmate je meer dingen hebt waaraan je belang gaat hechten, zul je juist die dingen zien als de zekerheid van je leven. Zodra daar een voortbestaan bij te pas komt dat afhankelijk is van hetgeen je in de materie hebt gedaan, veroverd en beze­ten, zul je om je eeuwige leven te kunnen handhaven desnoods je stoffe­lijk leven willen verliezen. Dan ben je een martelaar of een held van het geloof.

Deze zaken hebben een rol gespeeld totdat de bevolking steeds dich­ter werd. Toen kwam het economisch belang om de hoek kijken. Ook dat is begrijpelijk. Zolang iemand overal voldoende grondstoffen kan krijgen voor hetgeen hij wil vervaardigen, behoeft hij er geen oorlog om te voeren. Dan gaat hij hoogstens een paar karavanen beroven, zoals in de tijd van de roofridders. Dirk I was er ook zo een. U wordt wel verteld dat hij tol hief, maar die was soms tamelijk hoog, tot en met het hoofd van de vervoerder, als hij tenminste geen rekening elders had waaruit nog wat te putten viel om Dirk tevreden te stellen. Dus alles bij elkaar, als wij geen grondstoffen hebben en wij hebben ze nodig, dan zijn wij bereid geweld te gebruiken om zo die grondstoffen te verkrijgen die nodig zijn voor het handhaven van onze productiemogelijkheid en onze staathuishouding.

Dat hierdoor het geweld van aard is veranderd, is logisch. Lange tijd is het geweld om economische redenen gepleegd. Alle koloniale oorlogen hadden een economische bijbedoeling en dat gaat zelfs tot 1950 toe. Wij moeten dus constateren dat een oorlog heden ten dage eigenlijk geen zin meer heeft, omdat je leeft in een wereld waarin je niet rijker kunt worden, wel armer. Toch zijn er mensen die voortdurend bezig zijn zich voor te bereiden op oorlogen, daar een richting te zoeken waarin zij zichzelf kunnen bewijzen door middel van geweld. Waarom?

Wel, denkbeelden zijn zo langzamerhand een integrerend deel geworden van het beeld van eigen “ik”. Ik ben communist, dan moet ik als commu­nist proberen het communisme te verbreiden. Want het communisme verbrei­den is de betekenis van mijn bestaan onderstrepen. Of ik nu geloof in een voortbestaan of niet, door het communisme uit te dragen maak ik mijzelf a.h.w. tot een belangrijk persoon en daarmede bevestig ik datgene wat ik ben. Ik geef inhoud aan mijn bestaan. Als ik kapitalist ben, dan moet ik mijn kapitaal uitbreiden. En als iemand dat niet goed vindt, dan moet ik daar iets aan doen; dan moet ik oorlog voeren.

Geweld is langzaam maar zeker een middel geworden om eigen gelijk ten aanzien van bepaalde theorieën of stellingen te bewijzen. Ik meen dat ik hiermee de ontwikkeling van geweld en oorlog wel een beetje heb geschetst.

Ik wil nu nagaan of er ook nog bepaalde samenhangen te zien zijn.

In uw tijd kunnen we een heel eigenaardige ontwikkeling zien. Wij heb­ben een oorlog gehad in 1800, maar ook in 1860 – 1870, dan weer in 1914 en nog weer in 1940. Als wij deze ontwikkeling verder volgen, dan zou dit jaar een oorlog heel waarschijnlijk moeten zijn. Nu is dit niet het geval, omdat de cyclus niet precies loopt en ook omdat de cyclus de neiging heeft om zich door te zetten, maar daarbij niet noodzakelijk machtsblok­ken tegenover elkaar stelt. De oorlog in 1870 was in feite een poging van het Westen om zich tegen bepaalde ouderwets gestructureerde groeperingen door te zetten. De oorlog van 1914 was eigenlijk niets anders dan een poging om de internationale machtsevenwichten te vernieuwen. Duitsland had namelijk te wei­nig koloniën. Indirect is de behoefte aan koloniën van Duitsland en daardoor aan grondstoffen en invloed in de wereld bepalend geweest voor de reactie van Duitsland in de eerste wereldoorlog. Of dacht u werkelijk dat ze vanwege de arme aartshertog Ferdinand die oorlog zijn begonnen.

Dat was maar een aanleiding en die kun je altijd wel vinden, al is het maar een schip dat in de grond wordt geboord door de een of andere gek. Dat is nl. in Vietnam gebeurd. Daar heeft men geweld uitgelokt en weer als aanleiding gebruikt om eigen geweld te vergroten en daardoor zijn aanzien te handhaven. Dit is met een zeker ritme altijd weer terug te vinden.

De agressiviteit van de mensheid loopt (dat is niet in alle delen van de wereld gelijk, daarmee moet u rekening houden) met een periode van gemiddeld 37 jaar op. Dat wil zeggen, dat elke 37 jaar er verschil­lende pieken van gewelddadigheid te bespeuren zijn, echter verdeeld over alle continenten .

Dit geweld blijkt dan te ontstaan uit een gevoel van onzekerheid. Als je het gevoel hebt dat je het zonder geweld aankunt, dan ga je als mens heus geen geweld gebruiken. De doorsneemens is vredelievend tot op het ogenblik dat hij meent zichzelf te moeten bewijzen om betekenis te hebben, dan is hij bereid om geweld te gebruiken. De conclusie is duidelijk. Indien wij dit jaar geen groot geweld krijgen, zal het enige tijd du­ren voordat een soortgelijke situatie voor Europa weer optreedt. En aan­gezien op dit moment de conflicten in Europa meer het karakter hebben van interne conflicten dan van machtsblokken die naar buiten toe wil­len ageren, is het ook heel waarschijnlijk dat, wanneer er ooit een derde wereldoorlog komt de oorzaak daarvan niet in Europa zal liggen. Dat zou dan zeker na het jaar 2000 zijn voordat er weer een dergelijke periode komt. Op deze manier gaan we inzien dat geweld en gewelddadigheid wel door kosmische invloeden van buitenaf kunnen worden bepaald, maar het meest belangrijke daarbij is, en dat blijft het ook, de onzekerheid van de mens. Er zijn een paar regels, die u misschien gemakkelijk kunt gebruiken.

  1. Naarmate het eigen gevoel van onzekerheid groter is, is men dus meer geneigd een fictieve zekerheid te accepteren als bewijs van eigen betekenis en macht en op grond hiervan een ieder aan te vallen, die de fictie zou dreigen te vernietigen.
  2. Een oorlog wordt altijd gevoerd om iets te bereiken, onverschillig of dit nu zekerheid is of bezit. In uw tijd zal men meer strijden voor zekerheid dan voor bezit. Vroeger was het misschien meer bezit dat een rol speelde dan de zekerheid. Maar deze beide factoren zijn in elke oorlogsdreiging mede behouden en ze zijn in elke strijd, in elk overmatig gebruik van geweld direct aanwezig. Dit geldt niet alleen voor internationale verhoudingen, het kan ook bij interne verhoudingen meespelen. Als wij kijken naar het geweld in bv. Zuid-Afrika, dan moeten wij ons realiseren dat het optreden tegen de kleurlingen het gevolg is van de angst bij de blanken om de macht te verliezen. Die macht is ook nog niet zo belangrijk, maar ze hebben een zekere welvaart opgebouwd, ze hebben meer dan de anderen en ze zijn bang dit te verliezen. Daardoor zullen zij, op welke wijze dan ook, proberen dit te bereiken om zichzelf een zekerheid en een zelfrechtvaardiging te  verschaffen, ongeacht of dit verantwoord is volgens algemene normen of niet.
  3. Geloof. Een geloof, of dit nu is in een sociaal systeem of in de wil van God, is altijd een niet redelijke benadering van de werkelijkheid. Maar omdat ze niet redelijk is betekent het ook dat ze de werkelijkheid vervalst en ook de betekenis van de werkelijkheid. De gelovige kan alleen een innerlijk gevoel van zekerheid ervaren, indien zijn geloof een suprematie bereikt, dus een meerwaardigheid t.a.v. anderen. Op het ogenblik dat dit niet meer zo is, zal hij zich geneigd, zelf gedrongen voelen om met elk bereikbaar middel anderen te overweldigen en ze toch volgens de regels van zijn ge­loof te dwingen. Lukt dat niet, dan zal er een ogenblik komen dat hij, overtuigd dat anders zijn zielenheil en de betekenis van zijn hele bestaan en streven bedreigd wordt, anderen aanvallen. Het is voor u misschien vreemd dat Rusland Hongarije of Tsjechoslowakije binnenvalt, als daar een politieke verandering plaatsvindt. Maar als u begrijpt waarom dit gebeurt, dan is het heel verklaarbaar en menselijk. Want wat is er aan de hand? “Ons geloof is het juiste. Hier komen hervormers. Mensen die het anders willen gaan doen. Maar als ze het anders gaan doen, is ons geloof niet meer juist. Dan is alle zekerheid die wij voor onszelf hebben opgebouwd vernietigd. Dan komen er vragen waarop wij geen antwoord weten. Dan hebben wij de zin van ons bestaan voor een deel verloren. Om onszelf te handhaven moeten wij ons systeem handhaven. En eerst als wij onze zekerheid verloren hebben, kunnen wij misschien een compromis sluiten omdat wij, eenmaal mislukt zijnde, de misluk­king kunnen verminderen door te zeggen: wij hebben het op een be­paald punt misschien verkeerd gehad. Wij moeten de verschillen met anderen tolereren.”

U ziet dit in het christendom ook. Het christendom heeft altijd be­staan uit elkaar zeer sterk bestrijdende godsdiensten, tot aan het ogenblik dat het christendom als geheel op de tocht kwam te staan. En wat zien we dan? De plotselinge neiging van de kerken om samen te gaan. De behoefte om toch weer, ondanks de verschillen, één christendom te vormen en daarbij doet men meer en meer concessies, opdat deze schijn van eenheid maar kan worden gehandhaafd. Want als die ook nog wegvalt, dan blijft er helemaal niets over. Geweld is eigenlijk niet iets wat de mens zonder meer wil. De mens wil geen geweld, maar hij wil vooral een zekerheid hebben voor zichzelf. Hij wil bevrijd zijn van angsten. Hij wil het gevoel hebben bete­kenis te bezitten. Zijn geweld komt voort uit het gevoel dat juist deze waarden bij hem zijn aangetast. U denkt waarschijnlijk dat dit alleen maar een kwestie is van oor­logen. Denkt u dan eens even na en kijkt u eens naar de hedendaagse maat­schappij. Wij zien in de huidige maatschappij ontzettend veel geweld. Mensen die zeer gewelddadig optreden tegen hun omgeving. Schijnbaar volkomen onredelijk en onverklaarbaar. Maar realiseer u dan ook even dat die maat­schappij alles gelijk schakelt, dat ze normen stelt waaraan bepaalde men­sen niet kunnen beantwoorden, om welke reden dan ook. En als ze dan het gevoel hebben minderwaardig te zijn, zullen zij door hun afwijkend gedrag en hun gewelddadigheid proberen hun betekenis te bewijzen en zichzelf voor een ondergang in de betekenisloosheid binnen de maatschappij te be­hoeden. Daarom is geweld iets waar je als mens niet helemaal buiten kunt.

Natuurlijk, we moeten verdraagzaam zijn. Maar als iemand mij aanvalt, dan moet ik mij wel verdedigen. Ik kan toch niet te gronde gaan, tenzij ik weet dat dit zin heeft. En als men iets aanvalt wat ik heilig acht, dan moet ik dat wel verdedigen, want wat ik heilig acht is deel van mij en elke aanval daarop is in feite een vermindering van de betekenis, de ze­kerheid, de waarde die ik bezit.

Het is gemakkelijk genoeg om een zwart-wit tekening te gebruiken in de maatschappij en te zeggen: Dit is misdadig en dat niet. Maar kun je dat wel? Kun je zeggen dat bepaalde zaken misdadig zijn? Een oorlog in Vietnam bv. is die misdadig? Misschien, als we kijken naar de beweegredenen van sommigen die erbij betrokken zijn, of dat nu een Hughes is of een Westmoreland. Maar we moeten ook begrijpen dat Amerika, dat zich be­gon te zien als de handhaver van orde en vrede in de wereld, zijn eigen beeld van grootheid zag aangetast door zijn onvermogen om een stelletje “wilden” in zijn ogen naar zijn hand te zetten. Hier werd de hele machtige natie in haar hemd gezet door een stelletje mensen, die niet eens voldoende bewapend waren, die geen tanks en niet voldoende vliegtuigen be­zaten. Dat kon men toch niet tolereren.

De escalatie van de oorlog in Vietnam is een duidelijk bewijs hoezeer de mens geneigd is om ten koste van alles de illusie omtrent zichzelf te handhaven. En als wij de berichtgeving over het verloop van de oorlog beschouwen, dan wordt ook weer duidelijk dat de mensen niet zeggen wat er werkelijk is, maar wat ze zouden willen dat er is. De mens leeft in een wereld waarin zijn wensen voor hem meer waar zijn dan de feiten. En dat betekent dat geweld onvermijdelijk is.

Als ik spreek over het geweld, dan kan ik dat natuurlijk doen aan de hand van de kosmische golven die optreden en ongetwijfeld kunnen wij daarbij overeenkomsten vinden. Ik kan u wijzen op geestelijke invloeden die be­paalde vastgeroeste systemen eenvoudig moeten vernietigen of aantasten, opdat de mensheid als geheel haar mogelijkheid tot geestelijke vooruitgang blijft behouden. Maar dat is van buitenaf bekeken. Iemand die in zich geen vermogen tot geweld bezit, zal onder geen enkele conditie geweld plegen. Het is de mogelijkheid in het “ik” die wordt geactiveerd. En als wij die mogelijkheid op de keper gaan beschouwen, dan is het altijd weer zelfbehoud.

Een mens verdedigt zich. Hij is bereid zich te verdedigen tegen dui­vels en goden. Een mens verdedigt zich om zichzelf te zijn, om waar te blijven. Een mens liegt, hij bedriegt, hij moordt alleen maar om voor zich­zelf het idee te hebben dat hij iets of iemand is. Want een mens, die het gevoel heeft dat hij zonder betekenis is en waardeloos, gaat aan zichzelf te gronde. Onbewust voelen mensen dat aan. Slechts weinigen hebben voldoende inzicht in zichzelf om bij de betekenisloosheid van een bepaalde fase in het bestaan in zichzelf te keren en daar hun geestelijke betekenis in het geheel te beseffen.

Oorlog is onvermijdelijk op aarde. Oorlogen zullen ook in de nabije toekomst heus nog wel voorkomen. Als wij rekening houden met de verschui­ving van de fasen, dan zal ongeveer in begin 1983-1984 en mogelijk aan het einde van 1981 geweld op het Aziatische continent waarschijnlijk zijn en enige tijd later zal dat ongetwijfeld ook de beide Amerika’s bereiken.

Nu is de gewelddadigheid, zeker in Afrika en in Europa op een top, maar de gewelddadigheid, die zich nu overal gaat uitwerken, heeft niets met oorlog te maken. Alleen daar waar de gemeenschap zodanig sterke onder­linge bindingen heeft, dat men zichzelf alleen kan zien in de termen van de gemeenschap, zal de neiging om naar buiten uit te breken en ge­weld te gebruiken waarmee men zichzelf kan handhaven en voor zichzelf rechtvaardigen, volledig aanwezig zijn.

Toch geloof ik niet dat oorlogen van wereldomvattende aard, zoals er zijn geweest en misschien ook nog wel eens zullen komen in de toekomst, binnenkort zullen uitbreken. Ik heb daar mijn redenen voor.

Ik zie dat er in de mens voortdurend een verandering plaatsvindt en deze brengt hem vooral naar een nauwkeuriger beschouwen van zich­zelf binnen de maatschappij. Wanneer een mens zijn eigen rol binnen de gemeenschap gaat overzien, zal hij vaak protesteren tegen datgene wat de samenleving als geheel probeert voor te stellen en te handhaven. Zolang het beeld van een gemeenschap van binnenuit wordt verbroken, is er weinig kans dat de gemeenschap zich in grote gewelddadigheden zal storten of zich in een oorlog zal verwikkelen. Dan blijft dat al­lemaal beperkt; het blijven schermutselingen.

Ik hoop hiermede duidelijk te hebben gemaakt dat de komende fasen zeker niet zonder strijd zullen zijn en dat de mensheid als geheel nooit zonder enige strijd zal kunnen bestaan. Maar ik hoop ook duide­lijk te hebben gemaakt dat het wereldomvattende geweld, het Armageddon dat velen voorzien in deze tijd, nog wel een tijdje zal uitblijven. Eenvoudig omdat de innerlijke veranderingen in de mens van een zodanige belangrijkheid zijn, dat een oorlog onwaarschijnlijk wordt. Als bepaalde continenten verhongeren en er elders eten is, dan komt er oorlog omdat de mensen voedsel moeten hebben. En als ze het niet kun­nen krijgen, dan zullen ze het nemen. Zelfbehoud speelt een grote rol. Zover zal het echter voorlopig niet komen, meen ik.

Geweld is onvermijdelijk verbonden met de mensheid, omdat de mens in de stof een dier is dat instinctief wordt gedreven om zichzelf te handhaven. En wanneer de geestelijke waarden en de mentale mogelijkheden van de mens hem soms doen afdwalen van de werkelijkheid in zijn voorstel­ling omtrent eigen “ik”, zo blijft het instinct hetzelfde dierlijke instinct van zelfhandhaving waarbij zelfs de grote angst, soms de reden wordt voor de aanval.

Dit is het einde van de cursus. Wij kunnen alleen maar hopen dat ze u materiaal heeft gegeven om over na te denken, zodat u er misschien iets verder mee komt. Als u er niet verder mee komt, dan moet u het voorlopig maar ergens anders zoeken. Maar zolang u nog het gevoel heeft dat u nog iets dichter bij de waarheid komt, dan is het wel raadzaam om de contacten weer op te nemen wanneer de tijd daar is.