Werk in uitvoering

uit de cursus ‘ Relatie mens en de geest’ ( hoofdstuk 2 ) – november 1972

Als je de aarde uit de verte zou kunnen bezien, dan zie je vele geesten aan het werk en daarbij een enorm bord waarop staat: Werk in uitvoering. En dat is ook begrijpelijk. Er zijn zeer veel grote entiteiten, die elk voor zich bezig zijn om op deze wereld nog iets in stand te houden, iets te redden of rassen te helpen zich verder te ontwikkelen. Er zijn ook entiteiten bezig om verschijnselen af te remmen of te stimuleren. Het is er een drukte van jewelste.
Nu zijn er naast de heel hoge geesten altijd weer groepen kleine geesten, die eveneens aan het werk zijn met medeweten van, of onder leiding van een der hogere entiteiten. En dan komen wij bij clubjes als de onze of als wij het wat hogerop zoeken bij de Witte Broederschap. Ook over de activiteiten en de indeling van de grotere groepen zal ik u natuurlijk inlichten. Maar een redelijke opbouw vergt toch ook wel dat ik u een inzicht geef in datgene wat door een eenvoudige geest wordt gedaan voor de aarde.
Wanneer je overgaat, begin je eigenlijk eerst te leren. De geest maakt dus een ontwikkelingsfase door. Voor sommigen duurt dat kort; voor anderen lang. Je moet in ieder geval eerst leren wat je als geest bent, hoe je bepaalde harmonieën en daardoor bepaalde contacten kunt handhaven. Pas dan kun je eventueel teruggrijpen naar de wereld en daar je acties beginnen.
Nu is er bij een overgegane altijd een zekere nieuwsgierigheid ten aanzien van de wereld. U moet ons dat niet kwalijk nemen; wij hebben toch ook zoveel achtergelaten. En de voorstelling van het laatste leven domineert je in de sferen vooral in het begin zeer sterk. Je. wilt dan gewoon eens even kijken hoe het gaat met Piet, met Mies, met Oom Jan en hoe kleine Willempje het maakt. Daarvoor probeer je terug te komen.
Nu zijn die waarnemingen over het algemeen niet zo eenvoudig. Een geest, die iets gade slaat heeft te maken met waarnemingen, die niet meer zuiver visueel zijn. Het is in het begin wat ontstellend, als je daar een lichtvlekje ziet rondlopen en dàt is kleine Willem! Pas als je leert daar bij te voegen wat je aan gedachtenbeelden ontvangt en ook het “ik” besef van de persoon zelf leert benaderen, is het mogelijk de omgeving waar te nemen.
De eerste verschijnselen van waarneming zijn wat wonderlijk. Je zou kunnen zeggen het is net een verlicht toneeltje waarop mensen staan, vaak bijna versteend als tanagra beeldjes van terracotta. Wij hebben nl. ook nog een eigen tijdsverloop. Vooral in het begin heb je als geest wel eens haast. Je zou het allemaal vlugger willen laten gaan, maar de aarde heeft een eigen levensritme en daarmee moet je in harmonie komen. Aanvankelijk is het een stelletje verstarde momentopnamen of in enkele andere gevallen een waanzinnig druk heen en weer razen dat in een ouderwets filmpje nog te snel zou zijn. Maar dan komt het ogenblik, dat je een synchroniciteit bereikt en je dus kunt zien wat de mensen doen. Dan zou je ze willen laten weten dat jij er bent en dat is nu juist erg moeilijk.
De geest bouwt in dergelijke gevallen met zijn beperkte kennis kleine krachtvelden op. Ja, en dan kraakt er wel eens iets. Soms zijn er spiritisten bij en die zeggen dan: Dat is Ome Toon. Soms zijn dat niet spiritisten en zij zeggen: Het hout werkt. Misschien zijn de aanwezigen wat bijgelovig en zeggen: Het spookt. Maar om precies duidelijk te maken wie en wat je bent, is moeilijk.
De volgende fase: je leert dat je dergelijke velden met korte, heftige stoten tot stand kunt brengen en weer ontladen. Het resultaat kennen de mensen onder de naam “rappings” ofwel klopgeluiden. Er zijn entiteiten, die een tijd bezig zijn om op deze manier aandacht te vragen; echte klopgeesten. Zij wensen eigenlijk niets anders dan aandacht. In de eerste plaats zullen zij natuurlijk gedurende een lange tijd dergelijke verschijnselen als klopgeluiden en kraakgeluiden blijven produceren. Maar daarnaast, als zij eenmaal andere contactmogelijkheden krijgen, gaat het hen helemaal niet om een werkelijk contact met de mens, het gaat alleen om het verkrijgen van aandacht en in bepaalde gevallen bovendien nog om het verkrijgen van enige kracht van de mens. Dat laatste komt voornamelijk voor bij hen, die nog in het duister leven of die nog aardgebonden zijn. Dergelijke entiteiten worden dan spotgeesten genoemd.
Nu denkt u misschien: ach, dat is allemaal maar speels. Neen, het is wel degelijk werk. Om namelijk een kraakgeluidje te veroorzaken moet je een hoeveelheid energie gebruiken, die vergelijkbaar met een prestatie op aarde ongeveer gelijk komt met het tillen van 100 kilo! Een behoorlijk gewicht dus. Als je “rappings” veroorzaakt, dan moet je korte, maar hevige krachtinspanningen leveren, die gelijk komen aan punchings, maar met een doorslagkracht van ongeveer 50 kg. Omdat het korte stoten zijn, kun je dus het momentum gebruiken met minder eigenlijke kracht om in het materiaal zelf spanningen tot stand te brengen.
Ga je nog verder en probeer je andere verschijnselen te veroorzaken, dan zijn die in verhouding zwaarder. Het klinkt misschien krankzinnig, maar als iemand, die niet behoort tot een hogere orde (dus geen kracht uit hogere sferen zonder meer kan gebruiken en niet de beschikking heeft over menselijk ectoplasma) één bloem één centimeter wil verplaatsen, dan komt dit overeen met een arbeidsprestatie voor het verplaatsen van ongeveer 2500 kg in dezelfde tijd en over dezelfde afstand. U kunt begrijpen, dat iets dergelijks zeer uitputtend is. Wij moeten dan ook niet zonder meer aannemen, dat een dergelijke geest omdat hij voor de mens eigenlijk niets belangrijks oplevert ook niets presteert. Hij presteert wel degelijk iets, maar hij doet dat ondeskundig.
Iets anders wordt het als je hebt geleerd bepaalde harmonieën te scheppen. Om u weer een vergelijkend voorbeeld te geven.
Ik bedien op dit ogenblik een medium. Er worden op dit moment over de gehele wereld een kleine 70.000 mediums gebruikt, van verschillende aard natuurlijk. De prestatie, die ik persoonlijk lever, mag worden vergeleken met de gemiddelde prestatie die alle andere inspirerende, sprekende, enz. geesten leveren. Deze prestatie komt overeen met het in grote concentratie in één minuut uit het hoofd leren van b.v. een gedicht van tien strofen. Dus in een enorme concentratie fotografisch in je opnemen. Dat is niet zo eenvoudig als het lijkt, maar omdat wij werken met bepaalde harmonieën kunnen wij dat. Wij hebben alle een tijd, die wij daar voor kunnen gebruiken. U kunt wel uitrekenen dat ik de energie, die ik per minuut spreektijd nodig heb, kan uitsmeren over een recuperatietijd, die onnoemelijk veel langer is. Ik kan één ogenblik van uw tijd gebruiken om daarin 10 minuten adem te halen, vergelijkenderwijs gesproken natuurlijk, en dat doen dan ook de meesten.
Indien een geest inspirerend optreedt of in bezit neemt, dan ziet de mens dat als een continue vereenzelviging. Dat is waar voor zover het het voorstellingsleven van die entiteit betreft. Het is niet waar voor zover het de lichamelijkheid (als je als geest tenminste daarover kunt spreken ) van deze entiteit betreft. Deze lichamelijkheid zal per minuut gemiddeld ongeveer 8 á 9/100 sec. afwezig zijn. Dat is niet veel, maar dat zijn dan momenten van gemiddeld 1/100 sec. Indien wij daarmee trager zouden zijn en dat gebeurt wel eens dan krijgen we vertraging van het spreekvermogen, zoals een aflopende grammofoonplaat. Wij kunnen dan niet in normaal tempo en met normale intensiteit werken. De tussenpozen worden dan ongeveer 1/20 sec en nemen dus in aantal toe. Dit is misschien voor u wel aardig te weten, omdat u daardoor een zekere maatstaf heeft.
Een entiteit, die op aarde goed kan doorkomen, behoort tot een sfeer, die zeker boven het duister ligt, zo aan de bovengrens van Zomerland. Zo’n entiteit kan vlot spreken. Ook hogere geesten kunnen dat doen, indien zij geen intermediair gebruiken. (Daarop kom ik dadelijk nog terug.) Een entiteit echter, die om welke reden dan ook harmonisch gebonden is (b.v. iemand, die in een eigen hemeltje of in een beperkt eigen wereldje leeft, waarin de mogelijkheid nog niet bestaat om energie e.d. op te nemen), spreekt trager. Het spreektempo is zeker niet alleen bepalend, dat zeg ik meteen erbij. Er zijn nu eenmaal onderwerpen waarbij je wat langzamer moet spreken. Maar toch, als iemand zich langzaam en stamelend uitdrukt, dan kunt u wel aannemen dat het iemand is, die harmonisch beperkt is.
Nu kun je niet altijd vanuit een sfeer in een mens doorkomen. Er zijn mensen die dat kunnen verdragen. Er zijn bovendien mensen, waarin een voldoende uitdrukkingsvermogen aanwezig is. Gewoonlijk echter moet je proberen toch terug te keren tot een wat menselijker persoonlijkheid. Dat kun je niet doen in een vormloze sfeer. Nu kun je zelf een lichaam opbouwen en dus a.h.w. stapje voor stapje in elke sfeer weer volgens de wetten en krachten daarvan je een voertuig aanmeten, totdat je ook een astraal voertuig hebt; en dan kun je een medium zonder meer bespelen. Maar je kunt het ook anders doen. Je kunt een of meer voertuigen weglaten. Indien je dat doet, dan betekent dat dat je op een andere manier moet werken. Werk ik met een astraal voertuig, dan kan ik het gehele lichaam volledig beheersen en aanpassen aan dat wat ik zelf ben en wil zijn. Voor een permanente inbeslagname, iets wat overigens niet door lichtende geesten wordt gedaan, is een astraal voertuig noodzakelijk en onvermijdelijk.
Het afbreken van een dergelijk voertuig vergt dan ook wel enige overgang.
Nu kan ik vanuit midden tot hoog Zomerland dit medium bereiken. Dat is een kwestie van harmonie en ingespeeld zijn. Maar nu kan er een entiteit zijn, die uit een wereld komt waarin alleen nog maar licht is. Deze moet eerst ofwel naar een vormwereld gaan en zich daar a.h.w. bevoertuigen en instellen op de daar heersende wetten en harmonieën, dan wel, hij kan een ander verzoeken – misschien iemand uit laag Zomerland zelfs – om het medium in beslag te nemen en als een soort transformator te dienen. Die hogere entiteit kan dus zijn boodschappen uitzenden en de lagere entiteit herhaalt ze. Daar zitten echter enkele bezwaren aan vast. Er kan wel eens een misverstand ontstaan. De uitdrukkingswijze is meestal ook wat trager, omdat de bezitnemende geest niet zichzelf uitdrukt en dus niet onmiddellijk impulsen doorgeeft, maar steeds moet afwachten welke impulsen hij krijgt en hoe hij die kan omzetten en hoe hij daarbij moet reageren. Daardoor kan er inderdaad een zekere traagheid optreden. Maar dat is dan ook wel de enige vorm van traagheid waarvan wij moeten zeggen: dit is geen bewijs, dat wij te maken hebben met een minder rijpe geest.
De sprekers, de inspirerende geesten, de geesten die van zenuwtrekkingen in een menselijk lichaam gebruik weten te maken (het hanteren van een planchette, het automatisch schrijven, tekenen, schilderen) hebben natuurlijk ook allerlei moeilijkheden. Wat zij doen, is inhaken op het zenuwstelsel. Dat kan bij de een beter dan bij de ander.
Er zijn wel methoden waardoor je met de bezwaren enigszins kunt omgaan. Daar is b.v. de mogelijkheid om gebruik te maken van een medium (een heel gekke situatie) dat een behoorlijke hoeveelheid ectoplasma kan produceren. Dan moet je vanuit dat medium kracht nemen en met die kracht een dwang uitoefenen op een ander, en dan moet die ander ook maar willen volgen. De resultaten, die je daarmee krijgt, zijn over het algemeen niet om over naar huis te schrijven. Als u het mij vraagt, ziet zoiets er meestal uit als een wild geworden grafiek, niet als leesbaar schrift.
Ga je op het zenuwstelsel zelf inspelen, dan moet je dat doen via een van de zenuwknooppunten. Over het algemeen ga je daarbij uit van een van de z.g. lichtpunten in het levenslichaam (chakra’s). Hier ga je signalen geven en daardoor ontstaan er niet beheerste, dus spontane bewegingen. Die spontane bewegingen kun je dan met enige training gebruiken om een leesbaar schrift te produceren, te tekenen, te schilderen, eventueel zelfs te musiceren en dat soort dingen. Ook hier is het nog altijd een entiteit, die zichzelf wil uitdrukken en die op de een of andere manier toch ook wel bezig is zijn belangrijkheid te bewijzen hetzij aan zichzelf, hetzij aan de wereld.
U zult zich afvragen, of ik daarmede ook mijzelf bedoel? Ja. Dat ik voor deze wereld werk, dat ik mij daarmede verbonden gevoel, is een emotionele kwestie, ongetwijfeld. Maar dat ik juist op deze wijze graag werk, dat betekent dat ik een soort contact wil hebben, dat ik iets tegen u wil kunnen zeggen, dat ik van u een antwoord wil hebben, dus dat ik een zekere mate van belangrijkheid ambieer; niet zelfzuchtig misschien, maar ik ambieer die dan toch maar. Dat zijn dingen, die wij niet over het hoofd moeten zien. Want er zijn zo enorm veel geesten aan het werk.
Heel gauw komt de mens ertoe te zeggen: Die geest spreekt altijd zo mooi; of: die is zo plichtsgetrouw; of: op hem kun je precies aan; of: die tekent zo mooi, dat is een hoge geest. Neen, helemaal niet. Dat zegt niets! Het zegt alleen maar dat die geest zich met de wereld bezighoudt en dat zijn poging om te werken op aarde ook mede betekent dat hij voor zichzelf er ook iets uit krijgt. Laat u dus alstublieft niets wijs maken. Een geest doet iets ook niet zonder motief. De motieven kunnen misschien erg edel zijn in uw ogen, maar zij hebben toch altijd iets te maken met jezelf, het waarmaken van jezelf. Ook voor de geest is het stellen van een daad in zekere zin: een stem tegen een weerkaatsende muur laten klinken, opdat hij uit de echo iets beter wordt, dat hij er iets uit terugkrijgt. De eenvoudige geesten werken dus op die manier.
Dan komt er op een gegeven ogenblik een groep als de onze. Ik neem de orde als voorbeeld, omdat het voor u misschien gemakkelijker is om uit te gaan van het bekende. U kent ons zo’n beetje: een aantal regelmatige leden en sprekers, een aantal geheel of ten dele harmonische figuren, die vaak als gastsprekers optreden, soms van hogere orde, soms nu ja, laat ons eerlijk zijn niet eens zo ver van uw wereld verwijderd. Hier moeten wij ons dan afvragen: hoe komt het dat deze groep, als groep functioneert?
Wel, wij hebben allemaal onze eigen emotionele achtergronden. Wij hebben onze eigen behoefte aan bepaalde ervaringen, maar wij hebben ook allen een instelling; dat wil zeggen: een relatie tussen onszelf en het andere, in casus de menselijke wereld. Indien wij allemaal het gevoel hebben dat iets op een bepaalde manier het best kan gebeuren, dan is het weer duidelijk dat wij tezamen meer kunnen doen dan één alleen. Dat de Orde optreedt, betekent:
1) dat zij een aantal mediums regelmatig en tamelijk behoorlijk kan beschermen;
2) dat zij, indien het nodig is, betrekkelijk grote hoeveelheden kracht kan opbrengen, wat een            eenling niet zo gemakkelijk zal kunnen doen;
3) dat, omdat wij het eens zijn over een aantal punten, onze actie niet meer afhankelijk is van        hetgeen wij zelf kunnen doen.
Er ontstaat een continuïteit doordat de inspanning van vele entiteiten het mogelijk maakt alle facetten van een bepaalde taak of een bepaald doel te bestrijken.
U moet ook niet denken dat een Orde, of een Broederschap, of een groep in de geest een vast organisme is. Naar buiten toe heeft het die vorm, zeker. Maar in wezen is het een soort belangengemeenschap, waarin men door samen te werken gezamenlijk en volgens het inzicht van alle leden toch op aanvaardbare wijze meer tot stand brengt dan men alleen zou kunnen doen.
Nu werkt de O.D.V. reeds een hele tijd; wij zijn al erg lang bezig. Wij proberen daarbij verschillende dingen te doen. Wij hebben sprekers. Ik ben er tegenwoordig gelukkig één van. Wij hebben een afhaaldienst. Ik heb daar ook toe behoord. U weet wat de afhaaldienst doet? Dat zijn degenen die overgegane opvangen. Het spijt mij soms wel dat er bij ons geen uitgevers zijn die kleine verzamelwerkjes publiceren, anders zou ik er ongetwijfeld één uitgeven onder de titel: ” De geest, de griebels en de gossiemijne.” Indien u het mij toestaat, wil ik dat even verklaren,
Wij krijgen iemand over uit de Jordaan. Deze persoon realiseerde zich niet dat zij dood was en de eerste reactie was: “Gut, wat zijn jullie ’n griebels! Wat zeg ie? Ben ik dood? Ben ik werkelijk gossiemijne?” Zo kom ik aan die titel.
Wij hebben heel wat ervaringen opgedaan. Zo herinner ik mij een zeer geestelijk geschoold heer, die bij ons kwam en de eerste Zomerlandsfeer praktisch meteen kon pakken, er rondkeek en zei: “Hier deugt iets niet,” waarna hij verdween. Het heeft een lange tijd geduurd, voordat wij hem weer hebben zien opduiken. U ziet dat deze afhaaldienst, al doe ik het niet meer regelmatig nog steeds mijn belangstelling heeft.
Daarnaast inspireert de Orde. Zij probeert op bepaalde gebieden kracht te geven. Zij probeert tevens hulp te verlenen aan degenen die in het duister vertoeven; d.w.z.  degenen die zich nog geïsoleerd hebben trachten zij te bereiken. Daarvoor moet een enorme hoeveelheid werk worden gedaan. Toch komt er een ogenblik dat je zegt: Die wereld is zo aan het veranderen en er gebeuren daarin zoveel dingen, die buiten onze capaciteiten vallen, dat wij er iets aan zouden moeten doen. Waar kunnen wij die kracht vinden? Hoe kunnen wij voorkomen dat bepaalde feiten gebeuren? Ja, dan kom je als groep van de O.D.V. en de verschillende andere groepen haast automatisch terecht bij een van de grotere groepen, die proberen de wereld en vooral de ontwikkeling van de mens te leiden. Een daarvan is de Witte Broederschap.
Ook de Witte Broederschap zit heel eigenaardig in elkaar. Op het eerste gezicht is het eigenlijk een soort hiërarchische maatschappij. Ze doen een beetje denken aan wat de Chinezen dachten van de Hemelse Keizer en wijze waarop zijn hofhouding was ingedeeld, alleen met dit verschil dat er eigenlijk, geen vaste rangen bestaan, maar dat er een vaste wil is. Die vaste wil wordt bijzonder bevestigd door contacten met de hoogste krachten. U kent dat dan als Wessac bijeenkomsten, maar in feite gaat het hier om een verbondenheid met hoge krachten, waardoor je wordt gesterkt in je eigen harmonie. Wat wij vertellen over de besluiten van de grote of de kleine Raad, daar hebben wij eigenlijk te maken met het selecteren van de taken, die men denkt te kunnen of te willen vervullen op basis van hetgeen men in veel grotere omvang, met veel grotere diversiteit vanuit een hogere kracht heeft gekregen. Op deze wijze ontstaan dan samenwerkingen van groepen, die op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen hebben. Als ik u vertel, dat er zelfs nog magisch orgiastisch werkende groepen in de geest zijn, die op aarde hun volgelingen hebben en die toch tot de Witte Broederschap behoren, terwijl daarnaast ook Leger des Heils- achtige groepen bij de Broederschap zijn aangesloten, dan begrijpt u wel hoe groot de scala van mensen of entiteiten is die daar betrokken zijn.
Al deze entiteiten werken in de eerste plaats op hun eigen manier met hun eigen maatstaven, met hun eigen middelen. Maar omdat zij begrijpen dat die maatstaven en die middelen zinloos zijn, tenzij er in de wereld een mogelijkheid tot continuïteit, tot verdere ontwikkeling wordt gegeven, stellen zij zich in zekere mate onder het gezag van die Witte Broederschap. Een gemeenschap, die niet zozeer let op de individuele ontwikkeling van de mens, maar die eerst uitgaat van de ontwikkeling van de mensheid als geheel en elk exponent daarvan beoordeelt naar de mogelijkheden, die deze heeft voor het totaal van de mensheid. Ook hier wordt dus heel druk gesleuteld en gewerkt aan uw wereld.
Als ik nog wat verder omhoog kijk, word ik geconfronteerd met entiteiten, die een z.g. relatie binding met uw wereld hebben. Dat wil zeggen, dat zij in enigerlei tijd en op enigerlei wijze daden hebben gesteld op de wereld meestal in stoffelijke vorm waardoor zij een reeks ontwikkelingen op die wereld onstuitbaar tot stand hebben gebracht. Zij hebben dus dingen veroorzaakt, die niemand meer helemaal kon veranderen of wegnemen; daardoor ontstaat er een aansprakelijkheid. Dat begrijpt u als mens waarschijnlijk minder, maar als u iets doet, dan bent u ook aansprakelijk voor hetgeen u doet; niet alleen voor de bedoelde gevolgen maar ook voor de niet bedoelde consequenties. Je bent aansprakelijk voor het geheel.
Die aansprakelijkheid kun je vaak op een bepaalde wijze sublimeren, zodat zij op een andere wijze kan worden afgehandeld. Je kunt in sommige gevallen, die aansprakelijkheid a.h.w. overdragen aan een ander, maar je zit er toch maar mee.
Een werkelijk hoge entiteit heeft niet de behoefte dat te doen, nl het afschuiven van aansprakelijkheid. Als ik u een paar mag noemen, die u zeker kent: Jezus, Gautama Siddharta, de Boeddha, Mohammed, zoon van Abdallah, tot zelfs Osir of Esir, een Farao heel aan het begin der tijden met Atlantische achtergronden. Al deze figuren hebben iets op aarde tot stand gebracht. En zolang die ontwikkeling niet voltooid is, zijn ze aansprakelijk voor die ontwikkeling. Dat betekent, dat zij op hun wijze zich met die wereld bezighouden, maar niet zoals wij.
Jezus b.v. zal niet proberen om aan enkele mensen lering te geven. Neen, hij zal trachten een soort sfeer van tegenwoordigheid te creëren, waarin harmonie mogelijk wordt; zodat een ieder, die in harmonie komt met de kracht Jezus en daarmee ook met een bepaald facet van het Goddelijke, van de kosmos daaruit verschijnselen (openbaringen) en krachten ontvangt. Het is dus niet zo, dat zo’n persoon een werkelijke lering krijgt. Hij realiseert zich bepaalde kosmische waarheden. Dat komt eigenlijk wel een beetje op hetzelfde neer, meen ik.
Die grote entiteiten doen op hun manier ook weer alles wat zij kunnen. Ze zijn een alomtegenwoordigheid. Het is een uitstraling, die niet beperkt is tot één persoon maar die de gehele wereld waarbij zij betrokken zijn omvaamt. Dat betekent, dat zij dus ook zitting hebben in b.v. de Witte Broederschap. Het betekent ook, dat zij als kracht althans tegenwoordig zijn, wanneer wij aan het werk zijn. Zolang wij harmonisch zijn met Jezus, met de Boeddha of met die Grootmeesters, Leraren etc. zijn zij tegenwoordig. Ze zijn dus niet lijfelijk tegenwoordig, maar ze zijn vertegenwoordigd in ons werk. Hun kracht speelt er ook een rol in. Ik meen, dat ik u daarmee toch wel een wat gewijzigd beeld heb gegeven van datgene wat er met uw wereld gebeurt.
Ik weet, dat de mensen het vaak onmogelijk vinden dat de geest van die gekke dingen doet. Nu doen geesten vaak gekke dingen, zeker vanuit menselijk standpunt. Dat moet u hen ook niet kwalijk nemen, want de geest ziet de dingen anders.
Als de geest zegt: “Het is beter dat dit volk wordt uitgeroeid,” dan zegt de mens: “Hoe kun je dat doen! Dat mag je toch niet.” Nu ja, als mens mag je het ook niet. Maar vergeet één ding niet: Indien de geest daaraan werkt, dan is zij daarvoor ook verantwoordelijk. De entiteiten die overgaan zullen zeer bijzondere vormen van bijstand ontvangen. Zij krijgen kracht, zij worden geholpen. Zelfs als zij niet bewust genoeg zijn en dus weer moeten incarneren, worden ze bij de incarnatie geholpen. Het is dan niet zo: een, twee, drie, afgehandeld. Zoiets van de Witte Broederschap heeft maar weer een paar oorlogen gedecreteerd. Helemaal niet. De Witte Broederschap heeft een noodzaak gezien voor de ontwikkeling van de mensheid. Zij draagt daarvoor de aansprakelijkheid voor zover deze behoort tot haar competentie.
Op deze manier doet de geest heel veel dingen waarvan je je wel eens afvraagt, of het redelijk is. Een natuurramp b.v. kun je vooraf laten gaan door een waarschuwing en dan zijn er weinig slachtoffers. Je kunt die waarschuwing achterwege laten: veel slachtoffers. Wat is het nu wat zo’n geest, die aan uw wereld werkt, daartoe brengt?
Het is vaak belangrijk om bepaalde groepen mensen tijdelijk of voor goed uit te schakelen. Je kunt dat direct doen door ze te doden. Je kunt ook zeggen: Het is beter, indien dat natuurlijk verloopt. Dan kan een uitbarsting van een vulkaan op een gegeven ogenblik een stad wegvagen (dat is in het verleden meermalen gebeurd), maar daarmee ook vele handelsrelaties, invloeden die werkzaam zijn geweest, invloeden die de verkeerde kant uit dreigden te gaan. Dan zeggen wij: Wat is er eigenlijk teloor gegaan? Niets. Het leven gaat verder. Een geest is iemand, die de geest heeft gegeven en die daardoor pas werkelijk tot leven komt. Het is dus werkelijk een kwestie van de geest, die aansprakelijk is en die aansprakelijkheid drààgt. Dat moet u heel goed beseffen
Wij hebben het over mooie, lichte geesten gehad. Zijn er geen andere? Natuurlijk. Dacht u dat er alleen maar een lichte hiërarchie was op te bouwen? Als wij in het duister gaan kijken, dan bestaan daar machtsverhoudingen, zodat daar een veel strakkere hiërarchische verhouding zou kunnen worden getekend dan t.a.v. de sfeer van licht. Want waar duister is, daar is hij die sterk is degene die anderen beheerst, want dat is voor hem een noodzaak, omdat hij op die manier alleen nog zichzelf kan waarmaken. Het is zijn vreugde om voortdurend te bewijzen dat hij de meerdere van de anderen is. Dat hij dat nu doet door de anderen te kwellen, door hun taken te geven of door hen zinloze dingen te laten doen, dat doet niet ter zake.
In die duistere werelden zijn er inderdaad ook heel veel entiteiten, die proberen iets met de wereld te doen. Zij kunnen dat echter niet doen zoals wij vanuit een zekere harmonie. Voor degene die uit het duister werkt is een relatie noodzakelijk, die een disharmonie is. Laten we zeggen: een harmonie in haat. Dat is misschien de juiste term:
Als een mens iets in zichzelf veracht en een geest uit het duister kan hem helpen om dat meer te doen, dan zal hij daardoor aan die geest onderworpen, zijn. Als een duistere geest iemand zomaar aanvalt (dat gebeurt wel eens, vooral als er magie bij te pas komt) dan moet u niet denken dat die geest werkelijk veel kan. Zij kan bang maken; maar dat is precies alles wat zij kan doen. Het is een pad, die zich probeert op te blazen om op een levensgevaarlijke vechtstier te lijken, maar het is en blijft een pad. Tenzij u gelóóft dat het een stier is! Hier zien wij dan een heel eigenaardig aspect. Het enige machtsmiddel dat een duistere entiteit op deze wereld kan gebruiken wil zij u beheersen is: angst. Waar angst nog niet te wekken is, kan men misschien een begeerte prikkelen waardoor angst zou kunnen ontstaan.
Er zijn mensen, die denken dat een geest uit het duister iemand is, die de mens voortdurend aanmoedigt om alle wetten en zedenwetten maar overboord te gooien. Doe maar precies zoals je wilt. Er is niets minder waar dan dit! Een geest uit het duister, die van grote betekenis is, heeft er juist heel graag de wind onder. Deze geest vraagt als het erop aan komt, meer ascese dan een geest uit het licht. Hij vraagt meer een absolute en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid dan een geest uit het licht ooit zou kunnen doen. Als hij u aanvalt en met zijn angstbeelden komt, dan is het maar de vraag: onderwerpt u zich eraan? Bent u bang? Indien u begrijpt dat het een aanval is, en u bent er niet bang voor, dan is het net alsof er een klein kereltje met een kindersabeltje tegen u staat te zwaaien “ik steek je dood” en u weet: hij kan nog niet eens door uw huid heen komen. Maar stelt u zich voor dat het een reus wordt, dan geeft u hem van uw eigen kracht.
De geest uit het licht beschikt over voldoende kracht om de mens iets te geven; en dat wil zeggen, dat zij de mens ook gemakkelijk kan benaderen. De geest uit het duister echter zelfs de sterkste kan de mens alleen beroeren, indien de mens die entiteit daartoe de kracht verleent. Het is misschien heel goed om dat te onthouden, als u denkt dat de Boze u achtervolgt. De Boze kan u alleen vervolgen, indien u hem de kracht geeft om dat te doen, door er bang voor te zijn; door ermee bezig te zijn.
Als zwart magische krachten op u worden afgezonden, dan bent u daar alleen kwetsbaar voor, indien u daarin gelooft, indien u er bang voor bent, indien u ze niet als een “quantité négligeable” weet te behandelen. En hier is weer een praktisch punt, dat in elke les eigenlijk moet voorkomen.
Als een lichte geest zich met u bemoeit, dan kunt u dat weigeren en die geest zal zich bescheiden terugtrekken. Hij zal u nooit iets opdringen. Maar als die geest zijn gang gaat en u denkt: nu ja, wat kan mij gebeuren, dan kunt u er hoogstens beter van worden. Als u eenzelfde houding aanneemt t.a.v. een geest uit het duister, dan bent u onkwetsbaar, zelfs als u zegt: Ga je gang maar, wat kan mij gebeuren. Tenzij u op enigerlei wijze iets aanvaardt van die duistere geest. Er bestaat een aardig verhaal daarover dat ik graag zou willen citeren. Als je afdaalt naar een duistere sfeer (dat kan een mens ook doen; die is uitgetreden), dan bestaan er enkele regels.
U kunt daar alles geven, maar u moogt niets aanvaarden. Als u komt in bepaalde duistere Zomerlandsferen (dus vormkennende sferen, die toch duister zijn en waar groepen verblijven), dan is één van de dingen waarvoor u het meest moet oppassen, dat u vooral niets nuttigt. Dit klinkt krankzinnig; een geest eet niet en drinkt niet. Maar als u in het voorstellingsleven van die entiteiten treedt en zij eten en drinken wel, dan zal wat u in die vorm normaal als verteringstijd voor die spijs beschouwt u gevangen zijn in die duistere sfeer voor diezelfde tijd betekenen. U kunt zich niet meer losmaken. Als u een stukje van dat duister in u opneemt, bent u daaraan gebonden, totdat dat stukje duister weer is uitgedreven.
Dit is een enigszins op een gelijkenis berustend verhaal; het is niet helemaal juist. Maar het maakt voldoende duidelijk waar je eigenlijk de grote moeilijkheid kunt verwachten.
Als een eenvoudige kleine geest uit het duister komt en hij geeft u raad zomaar, dan kunt u dat aannemen of u kunt het nalaten. Maar zodra hij u iets belooft- b.v. dat u iets zult verwerven -dan moet u heel erg uitkijken, want indien dat gebeurt, bent u voor de periode, waarin hetgeen u heeft verworven, een rol in uw leven speelt en daarop invloed heeft (dus dat gehele aspect van uw leven ) onderworpen aan die entiteit. Vergeet niet; het duister is gebaseerd op machtsverhoudingen. Daar wordt nog wel eens misbruik van gemaakt.
Nu zijn er bepaalde leringen (waarop wij later ongetwijfeld nog verder op zullen ingaan), die uit de geest komen, maar die niet bij die geest hun oorsprong vinden. Daar zou ik ook nog even op willen wijzen.
Er zijn bepaalde kosmische wetten en kosmische krachten, die soms door een geest worden omgezet in termen of in verschijnselen. Er zijn boodschappen, die uit het onbekende komen. Zeg maar dat ze van God komen. Ze komen uit het onbekende licht. De geest geeft daaraan vorm en gestalte, als zij deze kracht ontmoet en geeft haar door. Die geest kan daarvoor echter alleen aansprakelijk zijn voor zover het zijn eigen begrip betreft. Dat betekent, dat ook een lichte geest soms wel in moeilijkheden kan komen.
Er zijn bepaalde dingen, die ons kosmisch worden geleerd; dingen waar je als geest ook wel achter zou willen staan en waarvan je gelijktijdig beseft dat zij op aarde niet haalbaar zijn. Neemt u b.v. dit: dat de mens leeft voor de vreugde; voor de vreugde van het leven, voor de ervaring. En dat het belangrijker is te ervaren dan om te bespiegelen en te overdenken. Die dingen zijn waar; dat komt uit de kosmos. Maar als je dat als geest een beetje onvoorzichtig zou doorgeven aan de mens, dan ontstaan er voor die mens verwikkelingen, omdat hij eenvoudig een dergelijk standpunt niet kan verwerken.
Er zijn bepaalde wetten in de kosmos, die soms in brandpunt komen. Dat wil zeggen, dat zij in focus komen op een bepaald deel van het heelal. Dit moet u heel goed begrijpen: niet alle kosmische wetten werken overal in het Al op hetzelfde ogenblik even sterk. Zij zijn er wel, maar vaak zijn ze bijna latent, totdat er ergens spanningen optreden en dan pas worden de wetten kenbaar. Als die wetten nu kenbaar gaan worden, dan betekent dat voor de geest de noodzaak om ze te verklaren. Maar wat moet je nu zeggen? Moet je tegen een mens zeggen: Je lot is onontkoombaar geworden? Dat is alleen maar waar voor een beperkt gebeuren, niet voor het geheel. Of móét je zeggen: Je bent helemaal vrij. Dan geef je de mens de indruk dat hij voor alles aansprakelijk is en dat alles zijn verdienste is. In beide gevallen is dat voor de mens niet goed.
Zo zijn er in uw wereld bepaalde ontwikkelingen, waarvan je weet dat ze bijna onvermijdelijk zijn. Over die ontwikkelingen zwijg je dan, omdat de mensen ze niet zouden kunnen begrijpen. Indien je daarover spreekt, dan kun je dat alleen doen in een profetische vorm. Ik kan b.v. tegen u zeggen, dat binnen enkele jaren een vreemde invloed merkbaar wordt, waardoor o.m. sterke sociale en politieke omwentelingen zullen plaatsvinden. Dat kan ik gemakkelijk zeggen. Dat is waar. Maar het is niet iets dat van de mensen afkomt of van ruimtevaarders. Het is doodgewoon iets dat tot stand komt, omdat in uw wereld bepaalde spanningen een zodanige sterkte hebben bereikt, dat hierdoor kosmische wetten actief zijn geworden. Die kosmische wetten, die geactiveerd zijn (in totaal zijn er vier á vijf), gaan dan samenwerken. Wij zouden op grond daarvan kunnen zeggen: Er zijn dingen waarbij je niet anders kunt handelen. Maar de mens heeft zelf nog voldoende vrijheid, daarom kun je niet zeggen: U bent gepredestineerd.
Wij proberen altijd wel iets van die kosmische krachten weer te geven, maar niet altijd mag dat. Soms lopen wij tegen een muur. Wij weten: als wij dat doen, dan aanvaarden wij aansprakelijkheden, die wij op dit moment en onder deze omstandigheden niet zouden kunnen dragen, zelfs niet als groep. Dat kunnen wij alleen doen, indien er veel meer achter ons staan. Dat is b.v. een van de redenen waarom onze zeer actieve pogingen om de leer van de nieuwe Wereldleraar te verbreiden eigenlijk zijn afgezwakt. Er zitten consequenties aan vast van een dermate grote omvang, dat wij de aansprakelijkheid daarvoor niet alleen kunnen dragen. Dat geldt dus voor de Orde.
Op deze manier zoek je als geest voortdurend een harmonie te vinden, waarin je gelukkig bent. Dat geluk is dan inderdaad heel vaak alleen maar te vinden, als je werkt voor anderen. Niet alleen in een absolute onzelfzuchtigheid misschien, maar omdat dit de vervulling van je wezen is. Vandaar dat, als u uit de kosmos in de geestelijke sferen zou kunnen kijken en uw aarde zou zien, uw ongetwijfeld een bordje zou opmerken, waarop staat: “Voorzichtig! Geest aan het werk. Werk in uitvoering.”

Perikelen voor een geest

U heeft in de eerste helft van deze cursus veel gehoord over al wat er wordt gedaan door de geest en ook over al wat je als geest probeert te doen, als je een medium in beslag neemt, als je doorkomt op een séance. Nu zult u begrijpen dat de geest deze dingen wat anders beziet dan u. Ik hoop, dat u mij zult toestaan om daarvan enkele voorbeelden te geven.
Ik kwam eens door op een bijeenkomst. Ik was mij op dat ogenblik zeer goed van mijn toestand bewust. Ik verkeerde in het licht en ik mocht daar doorkomen om mij enigszins te oefenen. Het was een séance waar men ook gevallen zielen placht te redden.
Daar begon iemand ik meen dat het een heer was tegen mij te oreren van “vriend, je bent dood.” Dat prikkelde mij wat en ik zei tegen hem: “Ik ben springlevend, maar wel overleden.” Hij begon daarop een heel zwaarwichtig betoog over God en het Licht en over de geest, die mij zou komen afhalen. Ik heb tegen de man gezegd, dat het niet nodig was om zich zo aan te stellen. Daarop begon hij allerlei godsnamen aan te roepen om mij als demonische spotgeest uit te drijven. Kennelijk werd mijn demonisch karakter bepaald door de gekrenktheid dat hij mij niet kon redden. Dergelijke dingen maak je heel veel mee.
Het beheersen van een medium is eveneens in vele gevallen een wat moeilijke zaak. Ik herinner mij dat ik op een gegeven ogenblik door een medium wilde zeggen: “kom toch!” waarmee ik bedoelde: nou, nou! Maar het medium had kennelijk een andere vocabulaire, andere associaties en er kwam uit: verrek! Dit gebeurde in een zeer vrome gemeenschap; ik durf die niet met u te vergelijken. De grote moeilijkheid is namelijk niet alleen om iets te zeggen, maar ook om het zo te zeggen dat de mensen het ook willen aanhoren. De mooiste ervaring, die ik op dit terrein heb gehad, was op een ochtendbijeenkomst op een zondag.
U kent die sfeer wel, zeer vrome gezangen. Er was een spreker geweest, die had gesproken over het Heilige Land en dat soort dingen. Ik mocht toen doorkomen om daar uit te drukken dat de geest blij kan zijn. Ik zei dus tegen die mensen: Ach, mensen, het is helemaal niet nodig om je zo enorm vroom aan te stellen en om zulke lange gezichten te trekken. Kijk eens naar elkaar, wees eens vriendelijk tegen elkaar en trek je toch van de zaak niet zoveel aan. Ik meende deze mensen een zeer gezonde raad te geven. Maar helaas, ook daar begon men iets te mompelen. Mijn begeleiders, die ik zoals menig entiteit een lange tijd heb meegekregen om te zorgen dat ik geen ongelukken maakte, hebben mij onmiddellijk gezegd: overschakelen op een predicatie of anders weggaan. Ik heb toen maar gepredikt over: gij zult niet oordelen. Maar het heeft kennelijk niet veel uitgehaald.
Deze zaken zijn op zichzelf natuurlijk vermakelijk. Maar het is altijd weer moeilijk om door te komen. Ik heb nu de kunst geleerd; het is ook een vaardigheid. Maar vooral in het begin grijp je er nog wel eens naast.
Ik dacht mij een keer goed te hebben ingesteld op een medium. In dit geval een jonge dame. Ik had mij er zelfs al over verheugd om voor het eerst in een andere toestand dan mijn ‘vroegere lichamelijkheid’ te ervaren. Ik grijp uit… en ik grijp mis. Ik grijp een verkeerde aura, zodat een heer met een kaal hoofd op de tweede rij opstond en het een en ander begon te vertellen. Maar deze man was, helaas, niet iemand die gewend was in meer geestelijke termen te spreken. Wat ik in deze bijeenkomst wilde zeggen (in opdracht in die tijd) over de noodzaak de naaste lief te hebben, kwam er ongeveer uit als een reclame voor een nieuw soort zeeppoeder! Het is dus mogelijk, dat je door de afstemming niet nauwkeurig te kiezen een verkeerde aura te pakken krijgt, die bijna gelijk is.
In het begin denk je als geest: iemand, die medium is, moet een hoogstaand mens zijn. Er zijn inderdaad mensen bij, die hoge hakken dragen, maar verder zijn het vaak heel normale mensen. En als zij abnormaal zijn, dan is hun abnormaliteit zelden in de richting van heiligheid gelegen. Daardoor zul je je in het begin teveel instellen op wat jij ziet als het kenteken van openstaan, van mediumschap. Maar al snel ontdek je, dat zeer veel mensen openstaan voor de geest. De moeilijkheid is echter, dat de meesten niet in staat zijn om die geest weer te geven, tenzij onder zeer bijzondere omstandigheden.
Dan kun je ook nog moeilijkheden krijgen met een medium dat je niet geheel kunt beheersen. Ik heb een geval gehad, dat ik iemand probeerde te laten spreken over de noodzaak van de mens om zich tot de naaste te richten. U zou zeggen: de noodzaak van communicatiemogelijkheid. Maar ja, dit medium had een afspraak en verliet op de vastgestelde tijd, terwijl ik nog bezig was, het podium en marcheerde naar een tram. U weet wel, zo’n ouderwetse met een balcon. En daar stond ik verder te praten, voordat ik in de gaten had dat ik een ander publiek had gekregen.
U lacht hierom. Maar hoe vaak gebeurt het niet dat een entiteit met goede bedoelingen probeert van iemands kwaliteit als medium gebruik te maken en door een dergelijke splitsing (het automatisch uitvoeren van voorgenomen plannen ) alles in de war loopt. Een aantal ervaringen, die zoals ik u reeds zei, niet altijd even aangenaam zijn.
Een aangenamer ervaring heb ik gehad, toen ik een persoon (het was in Zuid Aziè) in beslag mocht nemen om daarmee bepaalde spreuken, die men mij had verteld, naar voren te brengen. De geest van het medium was namelijk minstens zo verlicht als ik en omdat er een andere entiteit na mij kwam, hebben wij elkaar ontmoet. Ik heb van de wijsheid van deze mens als geest zeer veel geleerd. Mijn ervaringen zijn natuurlijk niet kenmerkend voor alles wat de geest doormaakt en ook voor wat elke geest doormaakt. Een ieder zal het wel op een andere manier hebben ondervonden. Mijn nadelen zijn b.v. dat ik nogal wat traag kan zijn in mijn reactie. Een vriend van mij is weer – laten we zeggen – nog te sterk georiënteerd op zijn vroeger bestaan, waarin hij geruime tijd had gewijd, zoals hij het uitdrukt, aan het bewonderen van rondingen. Zo heeft ieder zijn eigen problematiek. Als je uit de geest probeert iemand te helpen, die op aarde vast verstrikt is geraakt in een andere aura, dan zijn daar eveneens de meest eigenaardige verschijnselen mogelijk. Wij hebben in een kliniek in Engeland geprobeerd met behulp van een medium iemand te bevrijden, die verstrikt zat in: een aura. Wij hebben hem eerst overgeloodst naar het medium, maar hij bleef zich aan de aura vastklampen, zelfs toen er door het medium met hem werd gecommuniceerd. Toen hebben wij getracht de verbinding los te maken en dat is gelukt. Maar, deze entiteit was zo onzelfstandig, dat ik toen zelf met een aanhechting zat. De oplossing daarvan was betrekkelijk eenvoudig. Ik moest teruggaan naar mijn eigen sfeer en daar werd voor die entiteit zo’n groot aantal ervaringen en mogelijkheden ontplooid, dat hij zich losmaakte; en hij is inderdaad tot verdere ontwikkeling gekomen. Maar het gevoel van gevangen te zijn, niet meer helemaal jezelf te zijn, heeft mij toch wel enige tijd achtervolgd. De ervaringen, die ik u vertel, hebben alle misschien een licht humoristische achtergrond. Want over de tragiek, die je in de geest eveneens meemaakt, daarover kun je vaak weinig zeggen, omdat de mensen deze tragiek, zoals deze bestaat, niet zullen begrijpen. Een enkel voorbeeld zou ik u willen geven, waarbij ik dan ook persoonlijk betrokken ben geweest.
Een moeder ging over. Zij verwachtte dat haar zoon, die vóór haar was overgegaan, een soort heilige zou zijn. Zij verwachtte dus dat hij zou komen en haar in de hemel binnengeleiden. Helaas was de zoon niet dermate bewust als de moeder veronderstelde. Men mag wel zeggen, dat zij zich volledig onbewust, is geweest van hetgeen haar zoon deed; wat bij meer moeders voorkomt. Nu wilde zij die zoon zien. En zij zag in mij (toeval, het had een ander kunnen zijn) die zoon. Zij wilde toen met mij het persoonlijk, emotionele contact moeder zoon opnemen , dat voor mij in mijn toenmalige conditie niet bereikbaar was. Het gevolg was, dat ik door haar eisende liefde a.h.w. moest worstelen om te ontkomen aan wat zij mij wilde opleggen. Haar zoon verdween dus voor haar ogen en een vreemde kwam ervoor in de plaats.
Deze moeder heeft een heel lange tijd door haar verwachtingen, grote moeilijkheden ervaren, voordat zij het licht kon aanvaarden. Dat kunt u misschien nog begrijpen. Er zijn vaak heel onbelangrijke dingen, waardoor eveneens een aanvaarding of een afwijzing van licht wordt beslist.
Mijn leven in de geest heeft zich de laatste dertig jaren nogal goed ontwikkeld. Voor die tijd heb ik zelf moeten dolen in Schaduwland, waar ik in mensentijd anderhalf jaar (het leek mij wel duizend) vertoefde. Ik heb daar ook begrip voor. Ik weet hoe men zich gevoelt en wat men zoekt. Maar ik weet misschien beter dan menigeen hoezeer je geneigd bent om alle willekeurig licht te volgen. Maar als dat licht dan niet aan je verwachting tegemoet komt, weiger je eenvoudig dat licht te aanvaarden. Zo zijn er entiteiten, die misschien wel eeuwenlang voortdurend denken: daar heb ik een uitweg, een licht. Maar dan is het niet wat zij verwachten en zij keren terug naar een ander licht dat ook niet is wat zij zoeken. En zo trekken zij radeloos heen en weer.
Ik heb nu geleerd om daaraan iets te doen. Het is een van de taken, die ik in de geest naar mijn bescheiden inzicht nog wel het best volbreng, namelijk: als zij komen, dan laat ik aan hen hun eigen spiegelbeeld zien. Ik doe, alsof ik een spiegel ben, ik reflecteer. In deze reflex komt dan vaak een zekere ontsteltenis. Deze ontsteltenis betekent een wegvallen van het dominerende beeld van: dit of dat wil ik, moet ik bereiken of wil ik zijn. Van dat ogenblik van verrassing kun je dan gebruik maken om hen te bereiken. En dan moet je niet proberen om hen meteen in het licht te brengen zonder meer. Laat hen in de schaduw. Maar nu hebben zij iemand waarmee ze kunnen praten en dan is vaak in heel korte tijd het probleem opgelost. Omdat zij contact hebben, kunnen zij het licht betreden.
Dit zijn ervaringen, die in de geest vaak wat erg moeizaam zijn. Het is vermoeiend om b.v. een lange tijd contact te houden met iemand, die in wezen wat egomaan is en voortdurend de gedachten terug te stralen, waardoor hij zich aan zichzelf ontmaskert zonder dat hij kan besef-fen: hier is een ander. Op het ogenblik, dat hij zich afvraagt “wat ben ik dan?” kun je antwoord geven. Die procedure is echter dermate uitputtend, dat als je zeg 24 uur in uw tijd (voor ons is dat soms erg lang, soms erg kort) daarmee bezig houdt, je dan werkelijk enkele dagen in verhouding dus nodig hebt om de energie te verzamelen, waarmee je iets dergelijks weer kunt doen.
Dat kan soms ook het geval zijn met séances. Ik heb een séance meegemaakt in het zuiden van Europa, waar ik ben doorgekomen om deze mensen iets duidelijk te maken en een paar vragen te beantwoorden. Dat ging allemaal erg goed. Maar deze mensen maakten mij haast een gevangene. Zij waren zo blij dat zij deze openbaring- zo zagen zij dit – hadden ontvangen, dat zij mij in het beeld van een zich openbarende heilige wilden stellen en mij met gebeden, wierook en dergelijke probeerden te binden. De emoties, die bij die mensen loskomen, stormen dan op je af en je moet ze verwerken. Ook dat is uitputtend, omdat je lang niet altijd harmonisch kunt zijn met de emoties die de mensen hebben.
Voor u zijn deze dingen op dit ogenblik misschien nog niet zo heel erg belangrijk. U zit hier in de wereld. De geest is een vage zekerheid en alles wat later komt, dat zult u later wel zien. Maar een feit is het, dat u in het contact met de geest ook vaak met emoties reageert, dat ook u vaak een zekere vasthoudendheid toont t.a.v. een enkele spreker en een afwijzing t.a.v. een andere. Hierdoor kunt u soms grote moeilijkheden veroorzaken. Dit is op een avond als deze met een redelijk harmonisch gezelschap niet belangrijk, maar op een openbare bijeenkomst kan zoiets al heel erg belangrijk zijn.
Stel, dat er op een bijeenkomst vijf afzonderlijke groepen mensen zijn. Enkelen aanvaarden een bepaalde uitspraak emotioneel bijzonder fel, anderen verwerpen die even fel. De mogelijkheid is, dat de spreker een telepathische binding met de aanvaardende groep heeft, waardoor het hem practisch onmogelijk wordt gemaakt nog juist te reageren op de andere groepen. Dat houdt dan weer in, dat de geest de schuld krijgt dat zij geen aandacht geeft aan een groep of dat die geest eenzijdige voorlichting geeft, want zo ziet men dat dan. Men realiseert zich niet, dat in een séance de wisselwerking tussen de geest, het medium en de aanwezigen erg sterk is.
Nu houden mensen vaak seances onder heel eigenaardige condities. Misschien heeft u wel eens meegemaakt dat mensen een kopje koffie, een kop thee of een borreltje nemen en ‘s avonds nog even een séance gaan houden. Misschien komt dit bij u niet voor, maar elders gebeurt dat wel. Ik herinner mij een dergelijk geval waar ik persoonlijk bij betrokken ben geweest, al was ik niet de hoofd- leeddragende.
In deze seance ontstond er een sterke mentaliteit van grappenmakerij. Ik ben even door geweest. Een collega van mij, een Nederlander van origine, een tuinman, kwam na mij door en werd a.h.w. geprikkeld om een grap te maken. Deze grap gaf associaties aan iemand, die daar enorm op inging en voordat onze goede tuinman het in de gaten had, zat hij grappen en grollen te vertellen van een kwaliteit, die men in uw dagen waarschijnlijk in een sex boetiek vindt. De gehele avond werd nu dus voor besmet verklaard. De geesten deugden niet en de séance moest onderbroken worden. Toch was de geest in dit geval zeker niet schuldig. Ik weet het heel zeker; ik was er bij. De schuld lag in een zo sterke telepathische beïnvloeding door een persoon en daarna door de reactie van twee personen uit een groep van negen, dat hierdoor de doorkomende geest niet meer in staat was om vrij te reageren, zodat hij a.h.w. gevangen werd door de te sterke gedachtenstromen van deze beide personen. De geest krijgt zo gauw de schuld. De geest is lang niet altijd schuldig.
Als men de geest vraagt om te helpen bij b.v. genezing, dan krijgen wij ook vaak grote moeilijkheden. Ik heb ook aan genezing meegewerkt en doe dat soms nog.
Stel u nu voor dat iemand een patiënt heeft. Het geval waarop ik doel was er een van zeer zware rheuma: de vingers waren gekromd tot “klauwtjes”. Men vroeg ons deze los te maken. Wij konden dit doen, wij hadden de mogelijkheid daartoe. We moesten inzetten bij de ruggegraat, want daar begonnen de zenuwen waardoor de verkramping en de contact-tekorten waren ontstaan. Wij probeerden daar aan te zetten, maar de leider van die groep was helderziend. Hij begon in gedachten te zeggen: Dat is verkeerd, je moet de handen hebben. Wij hebben niets kunnen doen aan de handen. Onze voorganger of leider of hoe men zo iemand noemt, zei toen zeer treurig: “Vanavond was de geest niet sterk genoeg.” De geest wàs sterk genoeg, maar door de scherpe concentratie, die van deze man uitging, was het praktisch onmogelijk geworden om de taak (het leggen van secundaire zenuwsignalen naar de handen, omdat de primaire waren onderbroken) te kunnen uitvoeren. Ook hier is het dus belangrijk; indien u iets aan de geest vraagt, laat hem a.u.b. op zijn eigen manier werken.
De geest kan natuurlijk ook wel leuke dingen meemaken.
Wij werden een keer gevraagd in een genezingsbijeenkomst: een dame had last van een opgezette maag. Of u die even wilde genezen, Broeders? Ja, ja. Hoe genees je iemand van een tweeling!? Verkeerd inzicht. Wij hebben geprobeerd dat door te geven. Ik geloof niet, dat het onmiddellijk begrepen is. Later wel, hoop ik.
U lacht om deze ervaring, maar u moet één ding goed begrijpen: Als de geest doorkomt op welke manier en met welke bezigheden en opdrachten dan ook dan kan hij die opdrachten alleen uitvoeren, indien u harmonisch bent. Waar er een disharmonie bestaat tussen de geest en de mensen die aanwezig zijn, zelfs als het een goed bedoelde poging is om die geest ergens op te richten, dan kan dat alle contacten verbreken of het kan totaal andere gevolgen tot stand brengen dan die welke én de geest èn de aanwezigen misschien wensen.
In uw leven zal dat precies hetzelfde zijn. Als u de geest om hulp vraagt, laat het dan aan die geest over hoe hij wil helpen. Zeg tegen die geest wat voor hulp u nodig heeft, niet wat eraan gedaan moet worden. Als u zegt wat eraan gedaan moet worden, dan moet u niet één punt maar alle punten goed opgeven, wil de geest nog de mogelijkheid hebben mits hij harmonisch kan zijn met deze gedétailleerde opdracht om het doel te bereiken.
In uw contacten zult u ook heel vaak worden geconfronteerd met entiteiten, die plotseling overgaan tot schijnbaar niets betekenende woorden. Lege frasen, zegt men dan. Indien u niet kunt reageren op de werkelijke intentie van de geest en hij toch wil proberen contact met u te houden, dan tracht hij te ontdekken waarop u reageert. Als die reacties dan sterk verschillen, dan ontstaan er allerlei lege leuzen en frasen achtereen, die vaak zelfs niet eens een behoorlijke samenhang hebben.
U bent bij elke vorm van contact met de geest erg belangrijk; en wel door uw eigen manier van zijn, van denken, uw innerlijke harmonie, maar evengoed door de wijze waarop u die geest a.h.w. de ruimte geeft om zijn taak goed en naar behoren te vervullen.
De geest werkt zeer veel op uw wereld. Hij helpt soms kinderen om snel bewust te worden. Hij helpt volwassenen om hun taak beter te verrichten. Hij houdt zich zeker niet alleen bezig met toespraken als deze of het genezen van een enkele ziekte. De geest probeert de mens overal te helpen, maar hij kan de mens alleen helpen, indien deze zich laat helpen.
Als de geest tegen u zegt:.”Neem vandaag eens een andere weg naar uw kantoor of naar de plaats waar u moet zijn” en u zegt: “Ja, ik heb dat gevoel wel, maar laat mij maar de oude gewende weg gaan,” dan komt u terecht bij die opstopping of bij dat ongeval waarvoor de geest u wilde helpen om het te vermijden. Als de geest weer eens zegt: “Probeer dit” en het lukt niet, dan zegt u: “De geest heeft gefaald.” ‘Dat is niet waar. De geest heeft u een richtlijn gegeven en gezegd: “Die kant kunt u uitgaan, probeer er wat mee te doen.” Maar dan moet u niet verwachten dat de geest alle arbeid voor u verricht.
U heeft in u grote geestelijke vermogens. U bent ook geest, net zo goed als wij. U heeft alleen een lichaam en dat hebben wij gelukkig niet meer. Maar alles wat in u leeft, kunt u geestelijk uitdrukken. En bent u een mens, die intensief leeft, die dus sterke gevoelens kent, dan beschikt u ook over krachten, die juist in verband met stoffelijke zaken voor menige geest te sterk zijn. Mijn ervaring is, dat dit in vele gevallen juist dan voorkomt, als de geest probeert iemand een klein beetje verder te helpen. Niemand kan van u verlangen dat u de gehele dag met de geest leeft. Dat zou erg vervelend zijn; er zijn interessantere dingen om mee te leven. Maar u zult misschien wel kunnen zeggen:
De impulsen die in mij opkomen, de krachten die ik soms in mij voel, moet ik gebruiken zoals zij komen. Ik moet deze impulsen zien voor wat ze zijn: aanduidingen, die ook mij van nut kunnen zijn.
Indien de mens in de séance meer zou zoeken naar de intentie en minder naar de uiterlijkheid, dan zou de geest in vele gevallen niet hier misschien, maar elders dan toch wel veel meer kunnen zeggen en uitdrukken.
Als de mensen van de geest hulp verwachten, dan moeten zij die hulp nemen zoals de geest die kan geven. Vaak komt de mens naar de geest als iemand, die naar een groenteboer gaat om een kilo kopspijkertjes te kopen. Zij komen iets vragen wat je niet kunt geven, wat je niet eens hebt. Je probeert dan iets te geven waaraan zij wel iets hebben. En vaak worden zo kostbare gaven weggegooid. Ik heb dit persoonlijk beleefd en betreur dit. Aan de andere kant mogen wij de mensen toch ook wel dankbaar zijn, omdat zij soms ook op een onverwachte wijze reageren op wat wij zijn en op wat wij denken. Het zou misschien goed zijn, als u zich ook dit zou realiseren.
Wij lezen veel van uw gedachten af. En uw gedachten kunnen ons soms een stimulans zijn, een vreugde. Soms kan uw afwijzing voor ons een remming zijn. Indien u b.v. meent, dat mijn wijze van betogen niet goed is of dit anders had kunnen zijn, dan moet u ook zeggen waarom. Ik zal dan daarvan leven. Dan geeft u mij iets. U kunt ook alleen maar zeggen: het is slecht. Dan ontneemt u mij iets. U kunt zeggen; dat is allemaal mooi. Maar u kunt ook zeggen: dat is juist. Als ik ontdek wat voor u begrijpelijk is, zal ik een volgende keer exacter en begrijpelijker kunnen zijn. Dat is voor de geest van groot belang. Wij tezamen mens en geest bepalen tenslotte wat de geest op aarde kan zijn, kan doen en wat u als mens uit de geest en van de geest kunt verwerven of wat u altijd ontnomen blijft.

Toegift

Toegift: datgene waarop je geen recht hebt en dat je toch zo vaak wordt gegeven. Want altijd weer, als je ontvangt en je ontvangt spontaan, krijg je meer dan waarop je recht denkt te hebben. Vele mensen eisen alles en krijgen daarom niets. Maar zij, die slechts verwachten te verkrijgen, naar hun verdienste, zij krijgen altijd meer dan zij verwacht hebben.
Een toegift is iets wat de musicus geeft aan zijn publiek. Het is datgene wat het leven geeft aan de mens, die in zichzelf harmonisch leert zijn. Dus datgene wat de geestelijke sferen geven aan de mens, die zichzelf aanvaardt: de toegift van waarheid en nieuwe ontplooiing.
Overal is er een méér, dat ons wordt gegeven ten goede of ten kwade, omdat wat wij zijn een antwoord wekt in de kosmos, dat de waarden bevat die wij zelf hebben uitgezonden plus het antwoord daarop uit de oneindige werkelijkheid. Zo zal uw leven menige toegift kennen, indien gij niet eist, maar zijt. Zo zal uw geestelijk bestaan menige toegift kennen, indien gij niet het onmogelijke vraagt van anderen, maar tracht zelf het mogelijke tot stand te brengen.
Een ieder wordt datgene wat hij waarlijk tracht te zijn zonder daarbij eisen te stellen aan de wereld.
Een ieder verwerft datgene wat hij bereid is te schenken aan de wereld zonder daarbij voor zichzelf teruggave te eisen.
Een ieder bereikt datgene in de oneindigheid wat hij kan aanvaarden in zijn wezen zonder ook maar een deel daarvan te beperken of te verwerpen.