Werkelijke kennis en onkunde

11 april 1986

U weet het: we zijn niet alwetend of onfeilbaar. Er wordt van u verwacht dat u zelf nadenkt.

Werkelijke kennis en onkunde: Ja, daar heeft u het over twee waarden die in deze tijd heel vaak met elkaar verward worden. Werkelijke kennis berust nl. niet slechts op weten, maar daarnaast op inzicht.

Het is eenvoudig genoeg om allerhande theorieën op te stellen. Maar wanneer je ze hebt opgesteld, moet je ze ook waar kunnen maken. En dat kun je alleen wanneer je de kern van hetgeen je in die theorie hebt opgebouwd zo goed begrijpt dat het bruikbaar wordt. Dat is het geval bij heel veel wetenschappen. Bv. neem sociologie: gedragspatronen van de mensen. Het is allemaal heel aardig en je kunt daar een hele hoop verklaringen achteraf mee geven voor datgene wat er gebeurt. Maar wanneer je de sociologische achtergrond van maatregelen die je gaat nemen wilt bekijken, dan moet je niet alleen maar weten wat die gedragspatronen zijn, maar je moet ook de motivering van de mensen kennen, je moet enig begrip hebben voor hun eigen wereldvoorstelling, en pas dan kun je er iets mee doen.

Ik ben bang dat het niet alleen in de menselijke wetenschappen voortdurend voorkomt dat een kennis zodanig wordt misbruikt, dat ze in feite een uiting van onkunde wordt. De werkelijke wetenschap is een wetenschap die berust op twee waarden: enerzijds de feitelijke wereld waarin je leeft, anderzijds de innerlijke wereld waardoor je die uiterlijke wereld beleefd. Pas wanneer deze twee parallel lopen kun je komen tot een redelijke benadering zowel van je eigen innerlijke wereld als de wereld buiten je zelf. Zou een van de twee uit de pas lopen, dan krijg je ofwel bijvoorbeeld een innerlijke wereld die bevredigend is en een minachting voor de wereld buiten je of omgekeerd: een verheerlijking van alles wat die buitenwereld mooi vindt, met een verloochening van de werkelijke behoeften die je toch innerlijk wel degelijk hebt.

Kijk, esoterie is in feite een vorm van innerlijk beleefde filosofie, want je bouwt een wereld op, op grond van een aantal feiten. Misschien, soms alleen op grond van een aantal veronderstellingen en dan probeer je door je eigen ervaringen een zodanige innerlijke kracht te verwerven en een zodanig inzicht dat je daarmede die wereld buiten je aankunt.

In esoterisch denken heeft het ontzettend weinig zin om te praten over God. God is er, daar ben ik van overtuigd, maar op het ogenblik dat ik probeer het onbegrensde te definiëren, wordt de onzin die ik spui eveneens onbegrensd. Ik moet aanvaarden dat ik te maken heb met iets wat niet definieerbaar is, wat in mij in feite bestaat als een emotie. Daarnaast kan ik proberen om de gang van zaken in het totale leven, waarvan het menselijke maar een fase is, te overzien. En dan kan ik bv. komen tot het bekende kringloopprincipe, zoals dat o.m. bij bepaalde Rozenkruisers wordt gedoceerd. Maar ik kan dit niet waarmaken, want er zitten twee punten in die onbeleefbaar zijn. Ik kom op een gegeven ogenblik in de hogere sfeer, ik ga naar God, maar ik kan het niet meer beseffen. Pas wanneer ik weer naar beneden ga, weet ik het.

Maar hoe weet ik dan waar ik geweest ben? Dan kom ik terecht in de chaos, waarin geen definitie meer mogelijk is, en er uit stijg ik uiteindelijk weer omhoog naar de menselijke wereld. Je zou dus kunnen zeggen: er zijn twee eindpunten, het onbegrijpelijke en het ongeordende en daartussen liggen een aantal stationnetjes die in de heen- en terugweg worden aangedaan. Het is erg leuk. En het kan misschien een verklaring vormen voor een aantal verschijnselen, maar het is in zich geen beleefbare werkelijkheid.

Je kunt andere benaderingen vinden die, mij althans, concreter aandoen. Neem bv. Jnana Yoga. Hierbij probeer je vanuit je eigen wereld bepaalde andere niveaus van bestaan te benaderen. Eerst met een gids, dan zonder gids, en dan ga je weer een niveau verder en nog een niveau verder. Hierbij is er in ieder geval sprake van eigen belevingen. In hoeverre die reëel zijn? Kunnen we over vechten. Maar het gaat hier om eigen belevingen, herinneringen die je terugbrengen en in vele gevallen ook zaken die je dus op de proef kunt stellen. Dan is zeker de theorie die er achter zit even onbewijsbaar als de door mij geciteerde Rozenkruisers theorie. Maar laten we eerlijk zijn: ik heb hier in ieder geval een kans om iets waar te maken, iets te bewijzen.

Heel vaak maakt de esoterie zich los van deze wereld. Ze is bezig met hogere sferen, men is bezig met lichtgeesten; dan zijn er nog een hele hoop mensen die hebben goeroes, geestelijke geleiders, beschermgeesten, en wat dies meer zij. Allemaal best, ik heb er geen bezwaar tegen, maar wat zeggen de feiten? Als iemand zegt: ja ik heb een beschermgeest, het is een oud indiaanse medicijnman, dan zeg ik: nou ja, dat is een leuk verhaal. Maar als hij zegt: door die geest kan ik genezen, en hij geneest inderdaad mensen, dan zeg ik, dan moet er iets zijn, hoeft geen medicijnman te zijn, maar het kan zijn dat die persoon het in die vorm beleeft, maar het is ook manifest in mijn eigen wereld.

Kijk, onkunde kun je al heel gauw verbloemen wanneer je je gaat beroepen op allerhande abstracties. Je kunt zeggen: het is de wil van God, of je kunt zeggen: dit is noodzakelijk uit het standpunt van de algemene solidariteit, of: dit is een democratische noodzaak, of: dit is een socialistische wet. Kijk, wanneer die wet zin heeft, hoeft die niet socialistisch of democratisch te zijn. Dan is ze in zichzelf zinvol. Op het ogenblik dat ze alleen zinvol is door de bevestiging van een bepaald systeem van denken, is ze niet zinvol meer. En op diezelfde manier moet ik alle geestelijke waarden benaderen. Wanneer u hier zegt: ja, ik weet niet of er een geest spreekt, dan mag niemand u dat kwalijk nemen. Wanneer iemand zegt: ik heb niet begrepen wat er is gezegd, moet iedereen zeggen: nu, dat komt meer voor. Die dingen zijn niet van belang. Maar wanneer er iets is gezegd, wat voor jou waar lijkt, dan moet je er over nadenken, dan moet je je ook afvragen: kan ik er misschien iets mee doen. Anders heeft het geen zin.

Esoterie is een innerlijke verruiming van beleving en begrijpen waardoor men meer meester kan worden van de schijnbare toevalligheden in de beperkte wereld waarin mensen plegen te leven. Ik weet, dat is ook een gezegde, en er zullen er wel zijn die zeggen: het is ook onzin. Moogt u zeggen, wanneer u er iets tegenover kunt plaatsen.

Heel veel onkunde, ik weet er ook geen beter woord voor, verbergt zich achter een eigen taaltje. En dat brengt dan met zich mee dat eenvoudige mensen het niet door hebben dat de dokter ze belazert wanneer hij ze aqua distillata pura geeft. En op dezelfde manier kun je dus allerhande leuzen vinden op politiek, op kerkelijk, op ander terrein, waardoor het lijkt dat wat je zegt gewichtig en belangrijk is, terwijl het in wezen onzin is, maar dat begrijp je dan zelf meestal niet. En daar zit nu juist de onkunde.

Onkunde is niet alleen een verwaarlozing van de feiten, want die kan ook voorkomen terwijl men toch de werkelijke wetenschappen kent en beheerst. Maar het is het feit dat je gelooft in de zinrijkheid van hetgeen je doet door wanbegrip van de werkelijkheid.

En tot zover: is er iemand die al commentaar heeft op het ogenblik?

(Geen reactie uit de zaal).

Ja, we zullen het uitzitten, u hebt gelijk. Nu, dan gaan we verder. We gaan eens kijken naar de wereld van de geest. Zijn er geesten? Een hele hoop mensen zeggen: ja, daar kun je nooit mee in contact komen, of ze moeten uit de hel komen. Ja, waar zijn ze dan zelf vandaan gekomen? Een mens is immers ook een geest. Dit is onzin en het berust op onkunde.

Je kunt zeggen: het is waarschijnlijk dat er een voortbestaan is, want daar zijn gegevens voor. Je kunt zeggen: er zijn persoonlijkheden die na de dood in contact kunnen treden met mensen op aarde. Daar zijn ook een aantal redelijk aanvaardbare bewijzen voor geleverd. Je kunt verder stellen: dergelijke entiteiten zijn anders dan wij. Nu, daar is alle reden voor: u heeft een lichaam en een geest heeft dat niet, als dat geen verschil is dan weet ik het niet. (Nu ja, bij sommige mensen maakt dat niet veel uit hoor, die hebben hun hersens in de hemel geparkeerd en wat hun lichaam doet we ten ze zelf niet. Neem me niet kwalijk).

Zonder meer aanvaarden dat de wereld na de dood er zus of zo uit moet zien, is in wezen onjuist. Er is geen enkel bewijs te leveren buiten een mogelijke eigen ervaring. Dat kan dan een uittreding zijn. Het kan evt. een contact met een geest zijn. Daardoor kan voor uzelf een zekerheid ontstaan. Deze zekerheid is echter zo zeer persoonlijk, dat ze in de praktijk niet overdraagbaar is. Dan kom je  als vanzelf tot de vraag: wat is dan ware wetenschap?

Ware wetenschap berust op een drietal pijlers. In de eerste plaats het moet wetenschap zijn. Met andere woorden: het moet een bewezen reeks zaken zijn of een door een aantal proeven bewijsbare theorie, waarbij de proeven bij herhaling een gelijk of vergelijkbaar resultaat opleveren. Maar daarmee zitten we dan wel in het wetenschappelijke, maar zijn we nog niet bij het ware. De ware wetenschap ontstaat op het ogenblik dat wij beseffen dat elke theorie een aanleiding is tot de proef, maar dat de proef nooit een bewijs is voor de theorie, alleen maar voor het resultaat dat ze zelf voortbrengt. En dat is dan de tweede fase.

Bij ware wetenschap speelt ook de innerlijke mens een grote rol. Datgene wat ik veronderstel, datgene wat ik bewijs, kan aantonen, en datgene waaruit ik werkzaam ben, moeten tezamen voor mij ook innerlijk emotioneel en niet alleen mentaal ervaarbaar zijn. Ik moet er een binding mee hebben. Pas wanneer aan deze drie voorwaarden voldaan is, kom je aan wat men noemt: ware wetenschap.

Ik weet dat er heel wat mensen zijn tegenwoordig, die wat schouderophalend kijken wanneer je spreekt over bv. alchemie. Alchemie: o ja, zeggen ze: was Berthold Schwarz geen alchemist? Deze man die het buskruit heeft uitgevonden en zelf kon vliegen (toen hij per ongeluk er een vonk in liet vallen). Dan zeg ik: ja, dat is ook een kant van de alchemie. Maar wat is de alchemie in feite? Ze is allereerst een innerlijk proces. De zogenaamde studeerkamer. In de studeerkamer probeer je innerlijk een beeld te krijgen, innerlijk krachten te verzamelen, innerlijk alles waar te maken. En heb je dat gevonden, wat doe je dan? Zeg je: ik heb de waarheid gevonden? Wel nee, je gaat naar het laboratorium en je stelt het op de proef. En dan blijkt dat er heel vaak resultaten zijn, maar dat ze meestal anders zijn dan je zou verwachten. Dan zitten we in de richting van een ware wetenschap.

Dan zijn er alchemisten geweest – u hoeft er niet aan te geloven hoor – maar men heeft bv. inderdaad “de steen der wijzen” voortgebracht. Wat overigens geen edelsteen is, zoals sommigen denken, maar een klompje van een niet al te harde substantie, meestal vuilgeel van kleur. Daarmee kun je inderdaad bepaalde, zeg maar moleculaire en atomaire processen beïnvloeden. Je hebt er ook geestelijke kracht voor nodig, maar met deze materie wordt het mogelijk.

Goud maken is niet alleen maar een legende, het is werkelijk mogelijk. Maar wat zegt de alchemist die dit ontdekt heeft? Nu gaan we lekker goud maken? Hij zegt: als ik goud maak dan zullen er mensen zijn die willen dat ik voor hen goud ga maken. Dan verlies ik mijn vrijheid. Dus ik maak het goud niet, het is mij voldoende te weten dat ik het maken kan. Wanneer er een ander komt en die zegt: kun je voor mij dit of dat doen, dan zegt hij: dat weet ik niet. Want het is zijn verantwoordelijkheid, zijn aansprakelijkheid.

Kijk: wanneer u een atoombom maakt, dan bent u niet alleen aansprakelijk voor de juiste afwerking van dit destructieapparaat, dan bent u ook aansprakelijk voor het gebruik dat er van gemaakt wordt, of zelfs maar zou kunnen worden. Wanneer u bepaalde chemische strijdmiddelen maakt, dan gaat het niet alleen om de vraag of u die dingen zo maakt dat er ook een tegengif bestaat. Het gaat er om wat er mee kan gebeuren, of de mensen rijp zijn om dergelijke middelen te bezitten. En degene die de ware wetenschap heeft, beseft: dit is nog niet zodanig bruikbaar in deze gemeenschap dat ik het aan de mensen mag geven.

Bacon heeft eens een keer gezegd (hij was een denker en een filosoof, maar als hij eens wat boosaardigs in zijn kraag had – dat gebeurde ook wel – dan vergat hij wel eens even zijn waardigheid), hij zei op een gegeven ogenblik: wanneer wij de geheimen, die wij kennen en vinden, aan het volk geven, zal het zichzelf daarmee ten gronde richten en ons als heksenmeesters tot de brandstapel veroordelen. Daar had hij volkomen gelijk in. Ware wetenschap is ook weten wat je niet zegt.

Een andere wijsgeer, een denker, Nicola Ferrat, drukte het als volgt uit: als je de hoge waarheid spreekt, spreek ze zo dat alleen zij die de waarheid in zich dragen begrijpen wat je zegt.

Direct en indirect hebben heel veel magiërs, filosofen, enz. diezelfde techniek gebruikt. Om u een voorbeeld te geven: er bestaat nog steeds een boek van Paracelsus, dat weet u misschien, daarin staan niet alleen allerhande gegevens over de elementen en over de ware betekenis van de metalen, maar er staan ook een aantal zogenaamde zegels in. Het zijn meestal driehoeken of ovalen en daarin staan een aantal namen en tekens. U zou zeggen wanneer hij daarbij dan zegt: dit is geschikt tegen kraamvrouwenkoorts en dat is geschikt voor hartzwakte,   dan moet dat bruikbaar zijn. Vergis u niet. Om het te gebruiken, moet u nog net iets meer weten. U moet  weten waar het amulet in wezen voor staat. Het alleen maken, betekent nog niet dat het werkt. Het amulet moet bezield worden. En in alle werken van Paracelsus kunt u enkele aanduidingen vinden over de wijze waarop dat gebeurt. Maar die aanwijzingen zijn zodanig verborgen dat alleen degene die al de geesteswetenschappen beheerst, weet hoe hij er gebruik van kan maken. Ik geloof dat dat heel erg goed is. Want achter de werkelijkheid die de mensen zien, schuilt altijd een tweede werkelijkheid.

Die werkelijkheid omvat precies alle grondwaarden die de menselijke werkelijkheid omvat. Alleen hierbij worden hun samenhangen niet meer bepaald door denkbeelden, ze worden niet meer bepaald door opvattingen, modes of wat dan ook. Het is doodgewoon een grondrooster. Dat zijn de werkelijke verhoudingen van de materie, dat zijn de werkelijke wetten van de materie. En nu kun je daar dus allerhande modulaties op gaan aanbrengen en zeggen: ja, maar dat is ook waar. Dat is dan beperkt waar, maar de gedachte zorgt er voor dat de vaststaande betekenis voor u een bepaalde werking heeft.

De wetenschap die verder grijpt dan alleen het uiterlijk, beziet de innerlijke mens, beseft hoe die innerlijke mens moet worden, als het ware, toegevoegd aan de grondwaarden van de werkelijkheid, die je moet kennen. En dat houdt in dat esoterie en een groot gedeelte van wat men magie noemt enz., niet alleen maar berust op feiten, maar in wezen berust op erkenning van het innerlijk van de mens en de toepassing van dit innerlijk op de daarbij passende feitelijk bestaande mogelijkheden en toestanden. Daarmee hoop ik duidelijk te hebben gemaakt dat het paranormale en het esoterische in zichzelf nog niet volledig waar of werkelijk behoeven te zijn. Maar zij kunnen wel betekenen dat op grond van het innerlijk van een mens een toepassing in de werkelijkheid mogelijk is, die afwijkt van datgene wat men in zijn onkunde als bewezen feit aanvaardt.

Als een mens zegt: dit is een mirakel, dan kan hij het over zijn schoonmoeder hebben, maar hij kan het ook hebben over een feit waarvoor hij geen verklaring weet. Dat betekent dat hij innerlijk niet kan reageren op het geheel van de daarbij betrokken werkingen en waarden. Op het ogenblik dat je in staat bent innerlijke waarden, geestelijke krachten en waarden en stoffelijke werkelijkheid op niet persoonlijke basis te zien, te ervaren, te begrijpen, is er geen mirakel meer. En dat zou me kunnen brengen tot een derde stukje in deze lezing. Maar laat ik eerst vragen of het tot zover aanvaardbaar is en als het niet zo is of iemand wil protesteren.

(Stilte)

Wat bent u toch volgzaam vandaag.

Ik heb al gesproken over het paranormale. Het paranormale is niet datgene wat boven het normale staat. Het betekent dat hetgeen als normaal wordt beschouwd, maar een deel van de mogelijkheden is van de wezenlijke kwaliteiten van de mens, die de materie het bestaan beschouwen wil. Helderziendheid, ach, het kan natuurlijk een vorm zijn van wat men dan wat beleefd hysterie noemt. Maar wanneer het werkt, dan houdt het in dat bepaalde tijdsconcepten zoals ze op aarde bestaan, niet reëel zijn. Dan is het niet paranormaal, maar dan bereikt iemand een toestand waarin een overzicht van de tijd normaal is. En wanneer dat voor één mens mogelijk is, zou het voor iedereen uiteindelijk mogelijk moeten zijn.

Vraag je je af: waar komt het vandaan, dan wordt je toch wel geconfronteerd met sommige eigenaardige dingen. Iemand krijgt een klap op zijn hoofd of valt van een trap, en bom hij is helderziende. Dat is inderdaad waar. Dus je kunt zeggen: iemand die helderziende is, is iemand die waarschijnlijk op zijn hoofd gevallen is. En dat is in zich niet onwaar, alleen een implicatie: Waardoor  ontstaat dat? Wanneer deze oorzaak dat gevolg kan hebben, moeten we tot de conclusie komen dat er in de hersenen bepaalde dingen niet helemaal juist werken. En dat ze soms door een schok hersteld kunnen worden. Want helderziendheid, in welke vorm dan ook, vind ik een  uitbreiding van het normale waarnemingskader van de mens, en als zodanig belangrijk.

Wanneer visioenen waar zijn, of waar worden, en dat regelmatig voorkomt, dan kunnen we verder de conclusie trekken dat de tijd dus iets anders is dan men veronderstelt, punt een.

Punt twee, dat de mens totaal anders in zijn innerlijke structuur is dan door het hersendenken normaal wordt aangenomen. In de derde plaats, dat het mogelijk moet zijn het geheel der samenhangen en mogelijkheden ook menselijk te ervaren,

Dan zeggen zeg je, maar ik ken iemand, (want er is altijd wel iemand die iemand kent die er aan doet, of zo. Die vindt dat in koffiedik, theeblaren… Nee, ik ken iemand die maakt horoscopen. 0 “Komt het uit?” “Ja, meestal wel”) ja, nu dan is er dus iemand die in het zand tekent, of iemand die gewoon eens zijn hand door zijn haar haalt als hij nadenkt. En een ander die daar een hele structuur zit te maken. Maar als die prognose juist is, dan is de grondwerking hetzelfde. Begrijpt u?

 En zo kunnen we nog een eindje verder gaan. Bij de training  van telekineten is gebleken dat sommige mensen, zij het met enige moeite, wel een heel licht voorwerpje in beweging kunnen brengen. Maar gelijktijdig hoor je dus van mensen, die op een afstandje gewoon even de vleugel van de ene kamer naar de andere weten te zetten. Er zijn laboratoriumproeven genomen waarbij telekineten, die zichzelf overigens meestal als medium en niet als telekineet beschouwen, in staat bleken om gewichten van meerdere honderden kilogrammen over aanmerkelijke afstanden, zeg tot 10 meter, te verplaatsen zonder zelfs kennelijke vermoeidheid. Leuk. Maar wat is telekinese dan? In de eerste plaats schijnt het gewicht niet belangrijk te zijn, tenzij men zich bewust er op concentreert. Mag ik dan misschien concluderen dat het de voorstelling van het mogelijke is waardoor de uiting van deze kracht, deze gave, beperkt wordt?

En mag ik, punt twee, dan daar onmiddellijk aan toevoegen dat een verplaatsing zonder enige kennelijke moeite – dat is meermalen voorgekomen en geconstateerd – er op wijst dat er niet sprake is van normale zwaarte. De vraag is: wordt er misschien een veld gevormd waardoor tijdelijk ook de zwaartekracht van het voorwerp praktisch is uitgeschakeld?

Wanneer je nu wilt spreken over ware wetenschap, dan moet je proberen om die dingen te constateren, om ze te gaan begrijpen. Dan is het niet genoeg te zeggen: ja, er zijn mensen die het kunnen. Dan moet je je afvragen: waarom kunnen ze het? En dan moet je je vooral afvragen: wat is het eigenlijk wat ze kunnen?

Ik vind het wat dit betreft onkunde wanneer men de verschijnselen helemaal verwerpt, zoals heel vaak gebeurt, dat men het onbekende eenvoudig afwijst. O God, God is alleen maar opium voor het volk.  Herinnert u zich die oude leuze nog? Op dat ogenblik zijn wij bezig om onze eigen begrippenwereld te verheffen tot het enig juiste. Dat houdt in dat we al het andere afwijzen. Maar dat we het moeten afwijzen, betekent al dat het ergens betekenis heeft. Ware wetenschap kan wel degelijk uitgaan van een standpunt waarbij men zegt: er is geen God, of: God is zo en zo. Dat kan allemaal, mits je bereid bent om je door het veronderstelde niet te laten beperken in je onderzoek en je interpretatie van het gebeuren. En daarmee heb ik weer een stukje toegevoegd aan de legpuzzel.

 Ware wetenschap is eigenlijk een mentaliteit die zijn eigen grenzen erkennende, gelijktijdig zich bij onderzoek, bij een poging tot waarneming en begrip, niet laat beperken door het eigen speciaal gebied, of de eigen begrenzing. En eigen begrenzing erkennende, aanvaart men dat er buiten deze grenzen, waarden noch mogelijkheden bestaan, die men zelf niet kan verwerken. En daardoor zal men gaan kijken of er nog anderen zijn die het wel kunnen. En dan kom ik toch weer terug op mijn beginfase: de kern van alle esoterie is het zoeken naar onze innerlijke wereld. Onze innerlijke wereld is een soort fantasie, ze is niet begrensd, ze is een soort luchtspiegeling waarin we onze werkelijkheid waarnemen. Deze af te leiden uit de wereld om ons heen is de eerste stap naar ware wetenschap.

De tweede stap is dan ook, datgene wat in de wereld buiten ons niet te vinden is, tijdelijk schrappen uit ons innerlijk beeld. De esotericus werkt innerlijk aan zichzelf en is gelijktijdig bezig om zijn innerlijk in de uiterlijke wereld te toetsen en terug te vinden en zijn innerlijke conclusie zo mogelijk om te zetten in bewijsbare feiten.

Als u vragen hebt of commentaar, ga uw gang.

  • U sprak over de steen der wijzen, uit wat voor soort substantie bestaat die?

Het spijt me, ik ben niet gerechtigd om hier recepten te geven. Als ik u het gangbare recept geef, dan hebt u er ook heel weinig aan, omdat het nl. dan zou luiden: men neme de rode sulfur, de zwarte sulfur, men menge zich met de zeven kleursulfurs, in de juiste verhoudingen, voege daar aan toe een drietal druppels van het elixir vitae en beziele het met zijn eigen kracht. Daarna smelte men het geheel en het gesmolten hebbende, spreke men daarover de juiste woorden. En na afkoeling ontstaat een steen der wijzen, waarvan de substantie bruikbaar is om het vloeibaar goud te maken, het levende goud, het levenselixir opnieuw te scheppen en daarnaast de aard van metalen en stoffen te veranderen.

Heeft u lekker niks aan. Maar als u zo wijs bent dat u wat kunt doen met de steen der wijzen, dan heb ik u zelfs nog een gangbaar recept gegeven. Gemeen hè?

  • Kan een echte wetenschapsman een theorie, uit inspiratie, in zichzelf voelen opkomen? Is dat mogelijk?

 O ja, dat is heel goed mogelijk. Kijk, dat is ook niet algemeen wetenschappelijk aanvaard, maar er bestaat een soort gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid. Wanneer zo iemand die theorie in zich voelt opkomen, moet hij geconcentreerd bezig zijn geweest met iets wat daarop betrekking heeft. Uit het gehele denken van de mensheid vloeien dan alle feiten waarop hij afgestemd, als het ware naar hem toe, en hergroeperen zich binnen zijn begrip tot een theorie. Daar is dus zelfs geen geest voor nodig die ergens boven vanuit zijn laboratorium doorbelt naar beneden: “stommeling, probeer dit of dat een keer”. Het kan zijn dat een geest zich daarmee ook bemoeit, het komt voor. Maar in alle gevallen zal de wetenschapsman, indien hij een werkelijk wetenschapsman is, zijn theorie niet beschouwen als een zekerheid, maar door proeven bewijzen dat hij althans deels gelijk heeft met de theorie die hij heeft opgesteld. En daarna zal hij moeten proberen te verklaren waarom bepaalde aspecten van die theorie maar steeds niet bewijsbaar zijn.

  • In hoeverre kan een wetenschapsman eigenlijk spelen? Hij doet zijn wetenschap niet om iets uit te vinden, hij doet het niet voor iets, maar hij heeft er zin in, hij speelt eigenlijk?

Ja, dat is een van de meest voorkomende verschijnselen in deze wereld, dat de mensen die in feite spelen, doen of het zeer ernstig en zwaar werk is. Er zijn mensen die spelen met politiek, anderen spelen soldaatje, allemaal zijn ze bezig hun eigen belangrijkheid en waardigheid tegenover de buitenwereld te verdedigen, terwijl ze in feite alleen maar spelen. Maar de mens is een wezen waarvoor het spelelement noodzakelijk is, zoals trouwens voor de meeste dieren ook. De meeste dieren zullen op het ogenblik dat zij aan hun werkelijke behoefte hebben voldaan en voldoende energie over hebben, spelen.

En waarom doen ze dit? Omdat dit spel een aanvulling vormt op het dagelijkse leven en daardoor beter bekwaam maakt in dat dagelijkse leven in hun behoefte te voorzien en gelijktijdig een grotere beheersing geeft over zichzelf, en daarnaast vaak een beter begrip of een betere kennis van datgene wat ze in de wereld kunnen ontmoeten. Dat is de basis van het spel, daarom spelen kinderen, jonge dieren. Het is een leerproces. En een wetenschapsman die speelt, kun je dat niet verwijten. Zolang hij beseft dat wat voor hem een spel is, voor anderen een bittere werkelijkheid kan worden.

  • Is het misschien inherent in wezens die in de stof leven dat zij spelen?

Het wonderlijke voor u waarschijnlijk – en dat is natuurlijk voor u nog niet bewijsbaar, maar dat merkt u later wel – is dat de geest ook speelt. Wanneer je in een zomerlandsfeer komt en uw omgeving verandert voortdurend stukje bij beetje, is dat ook een spelelement.

Het is een soort creatief spel dat je speelt en zelfs in de bewustwording zijn er taken die je vervult, zeker, maar daarnaast hebben die taken allemaal toch weer een element van jezelf op de proef stellen, even jezelf laten zien aan anderen, en dat zijn elementen die in het spel altijd ook weer een rol spelen.

Ja, vrienden nadat we dus de geesten als spelende wezens hebben genoemd, begint het voor mij tijd te worden aan mijn speelkwartier te denken. En dat wil zeggen dat ik ga afsluiten. U hebt een onderwerp gesteld. Ik heb het misschien niet in het geheel in de geest van de stelster behandeld, ben ik me van bewust, maar ik heb u wel geprobeerd het verschil te laten zien tussen een schijnkennis, die in feite onkunde is, en ware kennis, waar onderzoek. Denk niet dat dat alleen geldt voor degenen die toch met wetenschap bezig zijn. Het geldt ook voor uzelf, want de dagelijkse dingen waarmee u bezig bent, uw werk, datgene wat u doet, ja zelfs uw spel, uw dromen, de boeken die u leest, de dingen die u wel en niet leuk vindt, zijn allemaal deel van iets wat beseft moet worden, begrepen moet worden. En hebt u dat begrip, dan ontstaat ineens een nieuw inzicht en dat is dan geheel of ten dele bewijsbaar. En daarom hoop ik dat u niet denkt dat de ware wetenschap voor u onbereikbaar is, of alleen via zeer bijzondere hogescholen kan worden verkregen. Ze leeft in u en in uw omgeving. Wanneer u uzelf toestaat haar te beleven en er attent op te worden en zoekt u dan naar begrip, naar aanvoelen, dan zult u ontdekken dat de onkunde steeds kleiner wordt, dat u steeds bewuster, verantwoorder, en juister kunt leven, denken en reageren.

Dat dit voor u allen het geval moge zijn, is de wens waarmee ik deze toespraak wil besluiten.

Tweede deel

Waar gaan we over praten? Heeft iemand enig idee?

  •  De hemel.

Tja dat is iemand die wil kennelijk een folder van het VVV hebben. Als jullie niets anders weten dan de hemel, weet ik wel wat over de hemel te vertellen. Per slot van rekening: de hemel is precies zoals je hem denkt, dat weten we allemaal hè?

Maar ja, de mensen denken de hemel nu eenmaal op een bepaal de manier. Bv. als je naar de hemel toegaat, kun je je eerst het lazarus klimmen langs een hele lange trap. Vroeger hadden ze het nog veel erger, dat was een Jacobsladder. Maar tegenwoordig is het al een trap geworden en binnenkort komen er geloof ik liften. Iedereen past zich aan nietwaar, naar beneden zijn er al liften genoeg, misschien dat er nu ook nog één naar boven komt. Enfin, als je dan boven komt, dan zie je daar een soort voorplein. Mooie schaduwrijke bomen. Een heerlijk ouderwets rasterwerk, mooi verguld, ‘t zou zo van het Loo vandaan kunnen komen. En daarnaast zit dan zo’n huisje, weet u wel, met zo’n loggiaatje en voor het loggiaatje een tuinbankje, en op dat tuinbankje zit een heer met een baard, waar Sinterklaas jaloers op zou zijn. En die man heeft dan een sleutel in zijn hand en die heet Petrus.

En als u bij Petrus terecht komt, ja, ze zijn al betrekkelijk modern in de hemel, dan vraagt hij uw naam, geboortedatum, overlijdensdatum en dan gaat hij even naar achteren en dan spreekt hij het in in de computer. Een ogenblik later heeft u uw complete zondenregister in handen, al dan niet voorzien van goedkeuring. Dan kunt u de poort door of u kunt de trap af, ligt er maar aan waar u terecht komt. Ofschoon ze van die trap beweren, dat als je de kleine trap hebt die naar het vagevuur gaat, je nog wel eens een keer kans hebt dat de heilige Jozef met een touwladder klaar staat. Die heeft nog af te rekenen met de Heilige Geest, dus die wil er nog wel eens een naar binnen hijsen.

 Nu ik u zo’n klein algemeen beeld heb gegeven, kan ik u enkele verhalen vertellen over iemand die op aarde als een heilige werd beschouwd. Dat wilde zeggen: de man was zo handig, dat niemand achter zijn zonden was gekomen. Deze pseudo-heilige wandelde barrevoets de trap op en kwam ietwat puffend en hijgend aan en stelde zich voor, laten we maar zeggen: ik ben de heilige Alejakkes. Petrus keek eens een keer deze toch ietwat modern verloederde figuur en mompelde voor zichzelf nog een keer: ah—jakkes, terwijl hij naar achter ging om de data in te voeren. En ja: daar kwam dus een register, dat was niet mis. Tja, tja, zei Petrus, waarde vriend, u bent inderdaad heilig verklaard, maar niet door ons. Maar kijk: ziet u daar die brede trap naar beneden toe? U kunt nog de trapleuning afglijden ook als u wilt, gaat vlugger.

Dan gaat u verder tot u daar een grote ijzeren poort ziet en als u daar aanklopt dan zullen ze uwe heiligheid met vreugde ontvangen. Nu die man gleed naar beneden toe (hij was ook gemakzuchtig, komt veel voor) en hij klopt aan, deur gaat open en wie staat daar: iemand die kennelijk last had van ontrouw, want hij droeg horentjes. Ik ben de heilige Alejakkes, sprak de man. Aangenaam hernieuwd met u kennis te maken, sprak hoornmans, en terwijl hij een uitnodigend gebaar maakte met zijn drietand sprak hij: daar u zoveel hebt betekend voor ons tijdens uw verblijf op aarde willen wij u hier graag het beste geven wat we hebben. U kunt kiezen: voelt u meer voor de saté, voor de frites, voor de grill of wilt u misschien direct bij de draak naar binnen? Waarop de heilige zich wat verontwaardigd schudde en zei: heb je niets beters voor ons? Ach, zei de duivel, wanneer u eenmaal de eerste duizend jaar achter de rug hebt, komt u als vanzelf in onze universiteit terecht, want er zijn een hele hoop stomme duivels die van de mens nog heel wat kunnen leren.

Boven zat Petrus in zijn poortwachtershuisje en volgde op de interne tv het gebeuren en mompelde voor zichzelf: nou nou, dan zullen we over duizend jaar toch werkelijk wat extra ingewijden uit moeten sturen want anders loopt dat nog uit op een ramp. En daar kwam net God voorbij, die zei: wat zit je te mompelen Petrus? Nou zei hij, de pseudo-heilige krijgt binnenkort een baan aan de helse universiteit. Ach, zei God, trek je er niets van aan.

Universiteiten zitten vol met wijsgeren en theoreten, die uiteindelijk heel weinig weten, en daarom veel verkonden, wat niet tot werkelijkheid wordt, zelfs niet Alejakkes’ zonden. Daar bleef het bij.

Ja, bij de hemelpoort kan het heel gek lopen. Neemt u nu bv. die piloot, oh een heel braaf man. Voor dat hij opsteeg om bommen te gaan gooien, bad hij altijd tot God om hem te zegenen en te beschermen. Op een gegeven ogenblik, dat gebeurt zo wel eens, gooide hij die dingen naar beneden, bom. En van beneden schoten ze: put put put put. En hij schoot naar beneden put put put put en toen sloeg er iets in het vliegtuig en dat zei ook bom. En daar stond hij, halverwege de trap, want hij was niet helemaal naar beneden gevallen en begaf zich opwaarts om bij Petrus te informeren welke plaats in de hemel hem, “held der vrijheid”, werd toegedacht.

Tja, tja, zei Petrus, ik zie hier dat – zij het op het kantje – u toegelaten wordt. Dus als u even rechts afslaat, dan vindt u de fouriere. U haalt uw vleugeltjes af, uw heiligenkransje, u kunt een instrument kiezen en dan kunt u kiezen voor een korte of een lange witte jurk, voor de cherubijntjes komt u niet meer in aanmerking, u bent te oud. Dan gaat u verder door, dan wordt u ingewezen en komt u op de vliegschool terecht. Waarop de piloot wat verontwaardigd zei: maar ik heb mijn vleugels al gehaald. Petrus keek hem eens meewarig aan en zei: jongen als je er zo uitziet, kun je er niet goed mee vliegen. Ik zou toch maar naar school gaan. En zo is het dan gebeurd. En nu raast er dus een piloot met super-mach 3 over de hemel heen en elke keer als er een knal komt, zegt God: we moeten toch die moderne mensen bekeren. Zo gaat dat.

En dan zijn er natuurlijk een hele hoop oude hemelpoortverhalen, maar die kent u waarschijnlijk allemaal al hè?

O nee! Hebt u al gehoord van die grote wijze in India? Die man heeft eerst 30 jaar in zijn eentje honger zitten lijden in de Andes om wijs te worden. En toen was hij eindelijk wijs genoeg om naar beneden te gaan. Daar heeft hij dan door alle dalen naar geheime tempels gezocht en uiteindelijk vond hij de steen der waarheid. Nu, dat is een ding hoor. Als je er in kijkt, zie je de waarheid. Vandaar dat ze hem ook zo goed hadden opgeborgen. Ook voor hem sloeg het uur. Hij kreeg een hartverlamming toen hij de waarheid omtrent zichzelf zag. Hij wilde deze kostbare vondst niet achterlaten, en zo is hij naar boven gestapt.

Ja, ik zeg, het was een oude man, hij had net een hartverlamming achter de rug, was nog niet over zijn dood heen, bij wijze van  spreken, en dan met zo’n gewicht die hemeltrap op, nu, dat is een karwei. Dus halverwege miste die een treetje, hij struikelde, hij zei iets wat minder vroom was en ondertussen viel die steen uit zijn handen met een daverende klap naar beneden. Bom, kwam die op  de Andes terecht. Hij is zover weggespat, overal op de aarde zijn splinters terecht gekomen en daar is een hoop ellende van gekomen. Overal waar een mens een splinter van de waarheid vindt, zegt hij: ik heb de enige waarheid. En daar zijn al heel wat mensen mee omgekomen. Petrus weet dat, want die moet de drukte verwerken.

Laatst ook. Laatst was er weer een kleine oorlogsverklaring en Petrus – ja, de tv kijkt ook naar beneden, hij zat dus naar beneden te kijken – ineens ziet hij daar een oorlogsverklaring. Hij ziet generaals krijgsplannen maken. Hij als de bliksem het poortwachtershuisje in, hij zegt: ik heb assistentie nodig. Ordedienst, ordedienst! Gidsen! Fourier dubbel bezetten. Men vraagt: “wat is er aan de hand?” “Komt een oorlog” zegt hij en dan moeten we ze weer allemaal processen, anders lijkt het weer net Alice eiland.

En zo is dat gebeurd. Alle soldaten, die gestorven waren voor een goed doel, dat niet bestond, kwamen naar boven. En één voor één werden ze getoetst. De meesten kwamen er nog aardig door. Laten we zeggen 50% vagevuur, 10% hel, en toch nog 40% hemel zeg! Het is zo ver gekomen, dat ze geen eens vleugels meer hadden.

Kijk, ze hebben daar een boom, waar de engelenvleugels aan groeien. Wanneer je bij de fourier komt, plukt hij er een paar vanaf die bij jouw maat passen, zet ze op je schouders, drukt ze even vast en zegt: probeer ze eens een keer. Daarom hebben ze op aarde noodvleugels laten maken, dat hebben ze in Frankrijk gedaan. Zodoende vliegen er nu zoveel lelijke eendjes in de hemel rond.

Ja, u wilde over de hemel praten, maar wat kun je eigenlijk voor verstandigs zeggen over de hemel? Er is weinig verstandigs over te zeggen. Kijk voor de meeste mensen is de hemel een wereld, waarin ze zonder moeite alles krijgen wat ze zich kunnen wensen en bovendien altijd gelijk krijgen en dat bestaat niet. Ik herinner me iemand die naar de hel kwam en dacht dat hij in de hemel was. Dat is ook gebeurd. Die man die had zo’n mooi gezicht, hij zag er zo vroom en gelijktijdig fors uit. U weet wel, zo’n mannelijke engel, waar elke vrouw verliefd op wordt, vooral als hij ook nog wauw wauw wauw kan zingen. Die man hebben ze ingezet in de propaganda afdeling.

  Ja, de hel is heel modern hoor. Dus als u daar op bezoek komt, dan komt u binnen in een heerlijke feestzaal. O, dat is zo gezellig, daar zitten allemaal knappe duivels, om niet te spreken over alle verleidelijke duivelinnetjes die er tussen zitten. Fantastisch, je  kan maar kiezen. Tafels vol met van alles. Iedereen die daar zit, heeft alles wat die hebben wil. Hij krijgt altijd gelijk en dat is de grootste kwelling die bestaat. Maar daar komen ze meestal pas na een paar eeuwen achter. Maar als je naar de hemel, gaat dan heb je je wel degelijk aan de regels te houden. Want ja, ze kunnen nu wel vertellen; God is een na-ijverige God, en onze God is een jaloerse God. Ik zou niet weten op wie die jaloers moet zijn, hij is de baas van alles. Maar hij is in ieder geval wel iemand die van orde houdt. En dat houdt in dat iedereen rekening moet houden met een ander in de hemel. Dat is heel vermoeiend hoor. Vooral omdat je, zoals voor sommige mensen die in de hemel komen, en uit de horeca komen, niet eens de kans hebt om de datum bij de rekening op te tellen.

 Dus, er bestaan gedragsregels. Een oud verhaal dat ik al eens een keer verteld heb, maar waarom zou ik het niet doen, luidt als volgt. Er was eens iemand die was mathematisch boekhoudkundig ontzettend onderlegd. Werkelijk één van de knappe koppen, van één van de beste departementen. Die kwam daar in de hemel, nou die man die schrok zich rot zeg. Word die daar door Petrus naar binnen geloodst, hij krijgt zijn vleugels. En het eerste wat hij zag waren engelen, die zomaar overal door elkaar heen krioelden. Nou daar moeten botsingen van komen, nietwaar? Dus toen hij eindelijk zijn vlieglessen voldoende had gehad en naar de troon Gods werd gebracht en God zei: wil je wat? Zei hij: ja Heer, ik heb het bekeken, maar mag ik hier alstublieft een beetje orde scheppen?

U kent het verhaal! Het komt nog steeds voor, hoor.

Nou, zei God: je bent nu eenmaal zalig. (Kennelijk is God door het katholicisme aangetast)  Dat betekent dat je wanneer je iets werkelijk wilt, je het ook wel moet kunnen doen. Dus ga je gang.

Krijg ik alle volmachten? Ja, zei God. Voor mij mag je alle volmachten gebruiken die je maar krijgen kunt. Van mij heb je in ieder geval toestemming. Regel alles maar en als je klaar bent, dan kom je me het maar vertellen. Dan zal ik eens kijken wat je dan gemaakt hebt. Nou, die man voelde zich prima, weet u wel. Hoofd van het departement, wat zeg ik, minister-president van de hemel!

Heerlijk, en hij begon onmiddellijk alles te regelen. Vliegvoorschriften, oversteekplaatsen voor lopende engelen, verschillen in vlieghoogte voor de verschillende snelheden en richtingen. In plaats van over alle grazige weiden heen te lopen; overal mooie weggetjes, rechtlijnig natuurlijk. Uitgiften volgens de regels, of het past of niet, zo wordt er uitgegeven. De verpleging: ja, manna, elke dag manna. Dat is natuurlijk ook vervelend, dat begrijp ik wel. Maar uiteindelijk, de mensen hebben sinds Adam een slechte ervaring met fruit, dus dat kunnen we hier niet opdienen. Vandaag manna met suiker, morgen manna met zout. En zo ging dat een tijd verder.

Eindelijk, ja, hij heeft er jaren voor nodig gehad, want een engel krijg je ook niet zo gemakkelijk in het gareel, besloot hij om naar God te gaan en zijn werk te tonen. Hij trad binnen in de troonzaal, nederig buigend: Heer, ik kom u melden. En hij keek op en wie zat daar? Joostje Pek himself: Hoorns, slagtanden, vleermuizenvleugels, grote grijns, drietand. Joh joh, zei de duivel, wat kwam je doen?

Ja, uche, ik, ik wilde God spreken, neemt u mij niet kwalijk. O, wou je God spreken! Nou dan moet je maar naar de hel gaan, want een maand of drie geleden kwam die oude bij mij en zei: Joost, laten we eens een keer oversteken, want ik heb op het ogenblik iemand, die maakt van de hemel een hel.

Waarmee ik maar wil zeggen; Alles kan verkeren, maar als u het mij vraagt is de werkelijke hemel eigenlijk iets heel anders. De werkelijke hemel is een wereld, waarin je binnenkomt, en je denkt: ach, lekker zonnetje, mooie bloemen, gezellig huisje, bergen in de verte, vijvers, mooie bossen. Hier ga ik me nu eens heerlijk ontspannen. Maar ja, na enige tijd aan deze geestelijke Côte d’Azur begint als vanzelf toch weer iets te prikkelen, de onrust treedt op en je begint te trekken, je begint te reizen en steeds verder ga je weg van al datgenen wat in vormen eens zo rustgevend was.

En dan begin je te denken, je begint te werken, je gaat wat voor anderen doen misschien. Langzaam maar zeker kom je tot het bewustzijn: ik kan oneindig veel leren, ik kan oneindig veel bereiken, maar ik zal nooit aan een einde komen. En dat is de hemel.

De hemel, dat is de mogelijkheid, achter elke horizon steeds weer een nieuwe wereld te vinden, je die eigen te maken en verder te gaan. En alleen wanneer je dat nog niet aankunt dan ga je terug naar de mensen, want die hebben maar een betrekkelijk bekrompen horizon.

Dan kun je daar tenminste eventjes wat leren en gelijktijdig, vanuit geestelijk standpunt althans, tot rust komen. Ik geloof in die hemel waarin een mens gelukkig kan zijn omdat hij bestaat. Ik geloof in een hemel waarin het geluk van het bestaan ligt in het steeds meer zien, meer leren, meer begrijpen. En ik geloof dat je aan het einde van die hemel zo verbonden zult zijn met alles wat denkbaar is en bestaat dat je de hele kosmos als het ware in je meedraagt. En dat er niets is wat je niet kunt beschouwen, niet kunt onderzoeken en overwegen en dat er niets is waarin je niet zelf mee kunt leven en beleven. Tot uiteindelijk je in staat bent om de kracht van waaruit alles is voortgekomen te ervaren als een volledige werkelijkheid. Zo, daar hebt u uw hemel.

Ja, iemand heeft eens gezegd: de hemel op aarde is het huwelijk. En toen zei een ander: maar het is een hemel die snel evolueert tot een hel. Dat was natuurlijk een pessimist. Een ander zei een keer: ach, de hemel op aarde, dat is vrede. En toen het te lang rustig was, werd hij zo kregel, dat hij gearresteerd is wegens mishandeling van zijn buurman. Want zo gaat het op aarde.

Beste mensen, een hemel is een droom, maar dromen zijn er alleen maar om je de kracht te geven, de werkelijkheid beter aan te pakken. Laat uw droom van de hemel u dan motiveren om van uw wereld geen hel te maken.

Hier wou ik het bij laten. Als u nog niet voldoende opgehemeld bent, gaat u maar klagen bij degene die het heeft voorgesteld. En wat de rest betreft, we besluiten altijd, u weet het, met een improvisatietje. U geeft daar drie woorden voor:

Triomf, video, waarheid.

De triomf der waarheid wordt nooit op video vastgelegd.

Want: Wat is waarheid?

Het onbewezen onvolkomen zijn

in schijn van feiten saam gevat,

waaraan de mens zichzelf bezat en zegt: dit is triomf,

dit is beheersing van de werkelijkheid.

Waarna hij naar een studie geleid,

op video zijn spreuken spreekt

en onbewust en onbeseft

de waarheid weer in stukken breekt.

Want waarheid is een werkelijkheid,

die je alleen kunt ondergaan

de waarheid, geen bewezen feit,

maar wel beseft bestaan.

Triomf is niet de werkelijkheid

of schijn en droom van eigen zijn.

Triomf is de  verwevenheid

met alle vreugd en alle pijn.

Die al tezamen vormen het bestaan

Wat video ooit registreert,

het is en blijft vaak waan

‘t is een eenzijdigheid, een onvolkomenheid,

die bij de mensen past.

Want zo is elke mens wel op zijn tijd.

Maar als je in je zelve eindelijk de kracht vindt,

je grijpt de feiten vast,

je voelt je leven dieper gaan,

je voelt je één met het bestaan.

Dan is triomf een kort gevoel

dat bij ’t ontwaken en de waarheid past.

Maar nogmaals: waarheid wordt alleen beleefd.

Niets legt de waarheid vast.

Print Friendly, PDF & Email