Werkelijkheid

2 november 1987

Inleiding 

Zoals gebruikelijk een gastspreker, van origine filosoof, goudmaker en nog zowat, die zichzelf als magiër beschouwde, overging als geestelijke goochelaar en het toch nog ver gebracht heeft.

Wat moet je daarvan zeggen? Als je met een tovenaar of een goochelaar te maken hebt kun je het beste ingaan op de werkelijkheid.

De werkelijkheid is eigenlijk dat er één waarheid is en miljoenen leugens. De kans dat je de waarheid vindt is zo groot dat je elke leugen op waarheid wilt onderzoeken. En wanneer wij van onze persoonlijke werkelijkheid uitgaan, dan worden we geconfronteerd met een soort levensspiraal, waarbij je elke keer gelijksoortige omstandigheden ontmoet. Daar zijn wel verschuivingen in, maar die zijn eigenlijk te verwaarlozen, wanneer je daar filosofisch over praat.

De vraag is nu alleen: hoe kan het zijn dat elk leven weer anders is en dat in het leven zoveel andere fasen en toestanden voorkomen, terwijl de invloeden zich steeds herhalen?

Ik denk dat het antwoord is dat wij eigenlijk lijken op zo’n rat die in zo’n doolhof wordt neergezet en die dan moet leren prikkels te vermijden en voedsel te vinden. In het begin loopt het beest elke keer weer verkeerd, maar hij leert dat hij die kant beter kan vermijden, dus gaat hij kijken: hoe kom ik er dan wel? En zo komt hij, na een paar schokken misschien, uiteindelijk op een ogenblik zover dat hij – waar je hem ook in dat labyrint zet – altijd weer ’t voedsel weet te vinden. Hij heeft a.h.w. geleerd wat de regels zijn van het labyrint. En dan kun je het veranderen en de eerste keer zal hij een paar vergissingen maken, maar dan gaat hij weer regelrecht op voedsel af!

Het is misschien niet netjes om de mens met een rat te vergelijken. Maar wij leren door ervaring.

En wanneer dezelfde omstandigheden komen, zou je kunnen zeggen: daar staan wij weer in een labyrint. Weer in datzelfde labyrint, steeds weer. Maar terwijl wij de eerste keer steeds onze neus stoten, op den duur hebben we geleerd wat we moeten vermijden en welke wegen we wel kunnen kiezen.

We hebben zelfs geleerd om te kijken wat gevaarlijk is en wat niet gevaarlijk is. Godsdienstig zou je zeggen we hebben dan geleerd wat goed en kwaad is. En daardoor zal datzelfde labyrint, dat eens een straf was, nu misschien een hemel voor ons zijn.

Het is duidelijk: naarmate de rat meer leert, zal men sneller ertoe komen om het labyrint te wijzigen. De veranderingen volgen sneller op elkaar. In de spiraal van het leven zit dat ook ingebouwd. De eerste omloop is betrekkelijk traag en langzaam, de tweede versnelt iets en uiteindelijk word je er bijna duizelig van hoe snel het allemaal op elkaar volgt.

Maar… hoe meer je hebt geleerd, hoe juister je weet te bewegen. En dan denken we waarschijnlijk: nu weet ik hoe ik erbij moet komen. Nu ben ik vrij. En we vergeten dat het labyrint bestaat.

De werkelijkheid is niet iets wat wij zonder meer beheersen! De werkelijkheid is iets, wat wij voor een deel natuurlijk uit onszelf scheppen. Wij maken uit hoe we de dingen vinden en wat ze voor ons betekenen. Maar de grondwaarden veranderen niet. En de grondwetten, die er bestaan, kunnen we ook niet veranderen.

U kunt wel zeggen: “ik kan vliegen” maar als u het dan probeert, komt u terecht aan onze kant en dan mompelt iemand: “zeker teveel LSD” of iets dergelijks. Want al weet u het, u kunt niet vliegen. Maar als u innerlijk heel rustig bent en u zegt tegen uzelf dat u niet aan de aarde gebonden bent, dan leviteert u wel. Dat leviteren is wel uw mogelijkheid, maar die komt van binnenuit. Het vliegen is iets wat u buiten uzelf zoekt, wat u niet kunt vinden.

Ja, en dan ga je je afvragen: wat is werkelijk? Want als ik kan leviteren – ik kan dus omhoog stijgen – ik kan, zoals ze zeggen dat de Silies doen, heen‑en‑weer vliegen, de vraag is gewoon: is dan die toestand waarin ik verkeer volkomen reëel?

Ik heb daarnet al gezegd: er is maar één waarheid! Er zijn zoveel leugens en halve leugens en je moet ze allemaal onderzoeken voordat je de waarheid vindt. Ik denk dat een groot gedeelte van onze levens berust op een eliminatieproces. Er komen ervaringen en we moeten leren dat die ervaringen onjuist zijn. Dat moet voeren tot een andere keuze. Beseffen we niet dat die keuze op ons leven slaat?

We moeten dus eigenlijk leren wat voor ons niet past. En dan kan je wel een heleboel vertellen over het geestelijk goud en al die dingen meer, maar het is “trial and error” zeggen ze in Engeland. Het is proberen, falen, opnieuw proberen en daardoor al datgene wat niet juist is elimineren.

Juistheid is een innerlijke afstemming. Werkelijkheid is de waarneming van het bestaande vanuit deze innerlijke afstemming. Praten tegen u is makkelijk genoeg, praten met u is veel moeilijker. Want praten met u is, doordat u probeert te volgen en te begrijpen, een proces waarbij mijn gevoel van waarheid/werkelijkheid/mogelijkheid wordt omgezet in uw begrip daarvan. Er is altijd een transformatie.

Zover ik weet is elke uitwisseling van bewustzijn – hoe dan ook – een vorm van het transformeren over en weer van inhoudswaarden van persoonlijkheden. En als dat zo is en ik zit hier lekker tegen u aan te praten, dan had ik net zo goed mijn mond kunnen houden.

Maar aan de andere kant: wanneer ik iets wakker maak in uw gevoel, in uw waarheid, in uw denken, dan zult u daardoor waarschijnlijk uw eigen kooitje, uw eigen labyrint een beetje anders gaan bestuderen. En er misschien eerder een juiste weg vinden.

Ik vind het altijd zo wonderlijk dat de mensen die bezig zijn het hebben over vrijheid. Ze hebben het bv. over een hemel en als je goed hoort hoe het in die hemel is, dan is dat de eerste geslaagde dictatuur der eeuwen. En iedereen is er nog gelukkig mee ook. Op aarde is het zo dat een dictatuur wel een heel volk kan domineren, maar dan hebt u te maken met mensen die doen of het ze gelukkig maakt en in feite hopen dat het anders wordt.

Ook dat is de oplossing niet. Vrijheid kan niet bestaan in de werkelijkheid, behalve binnen het kader van onze eigen doolhof, onze dooltuin. We vinden daar rustpunten in. Dan zegt men: “wat heb ik aan die rustpunten?” Het is makkelijk om even uit te rusten, maar misschien – zoals in zo’n ouderwetse dooltuin – is er hier of daar een uitzichttoren. Dan kunt u naar boven klauteren en dan kunt u de zaak een beetje overzien. Dat wil niet zeggen dat u dan de weg ineens wel weet. Het wil alleen zeggen dat u beter weet waar u mee bezig bent. En ik denk dat de wetten eigenlijk de structuur van het doolhof bepalen. Dat houdt in dat ze niet oneindig veranderlijk is. Er zijn vaste regels, geen logische regels. Oorzaak en gevolg is niet logisch, want wanneer wij zeggen dat iets een gevolg is, is het gelijktijdig een oorzaak van andere gevolgen. Maar beheerst het ook niet de voorgaande geschiedenis voor een gedeelte? ’t Is maar een vraag.

Wanneer we het goed willen uitdrukken kunnen we zeggen: oorzaak en gevolg is een menselijke wet. Een menselijke interpretatie van een kosmische wet en zeer waarschijnlijk de kosmische wet van compensatie. De wet van compensatie zegt in feite alleen dit: er kan nooit een leegte bestaan. En wanneer er aan de ene kant een verandering plaatsvindt, zal een compenserende verandering aan de andere kant eveneens plaatsvinden.

Maar luister: als u onschuldig bent, doet u dan geen kwaad? Misschien wel volgens de regels van anderen, maar u weet het niet. Dus doet u geen kwaad. Maar hoe meer u weet wat goed is, hoe meer er is wat kwaad is.

Uw gebied van bewustzijn breidt zich wel uit, maar doet dit eigenlijk in tegenstellingen. En als we alles weten over het Al-goede, dan weten we ook iets wat de mens het Al-kwade zou willen noemen. We kunnen daar niet aan ontkomen. En dan zeggen de mensen: “Ja, maar de feiten der historie” enzovoorts. Laten we eerlijk zijn. De historie die u leert is over het algemeen de grootste, soms wetenschappelijk, gefundeerde vervalsing die er voor de mensheid ooit heeft bestaan.

Want het zijn denkbeelden die in de plaats treden van feiten! Soms aan de hand van resterende feiten reconstrueert men de beelden die men eigenlijk nu in zich draagt, maar die vroeger niet konden bestaan. Er zijn bv. nu mensen die denken: al die prehistorische dieren, die zagen er zo groengrijs/vuil uit – nou, vergis u niet! Ze waren veel kleuriger. Als we nu bijvoorbeeld kijken naar de stegosaurus; die zag eruit als een moderne sportauto die door een paar jongelui is opgeschilderd! Daar denken ze gewoon niet over na. Het moet wel zo geweest zijn.

Ze denken aan de mensen als: zoveel duizenden jaren geleden waren het toch nog maar primitieve mensen. Toen zaten we nog in het stenen tijdperk. Oh ja, dat is waar. Maar aan de andere kant – hoe is dat te rijmen met het volgende:

In India staat op een bepaalde plaats een zuil van staal. Er bestaat bovendien een legende over: zolang die zuil bestaat, zal het Hindoeïsme bestaan.

Maar dat ding staat er minstens van vijftienhonderd vóór Christus; dat hebben ze wel geconstateerd. Hoe kan het dan dat deze zuil van een roestvrij staal is gemaakt als het een primitieve wereld was?

Of een ander leuk ding: er zijn opgravingen geweest – ik meen ergens zuidelijk in de Verenigde Staten. Daar waren ze druk bezig en ze vonden allerhande tripolieten en zo – het was vroeger een zee geweest – en op een gegeven ogenblik vonden ze daar een eigenaardige klomp. Wat bleek? Dat klompje bestond uit een soort roestvrij staal waarin praktisch geen sulfer meer aanwezig was, zodat men niet kon zeggen dat het een natuurproduct kon zijn. Het ding is in een museum terechtgekomen, verdwenen, maar afgietsels ervan bestaan nog.

Maar hoe kan dat? Volgens de lagen waarin het gevonden werd zou dat voorwerp zo’n tien miljoen jaar oud moeten zijn. En als we nu aannemen dat het in zee is gevallen door zijn gewicht en door de modder heen en alles, dan kunnen het misschien vijf miljoen jaar zijn. Maar in ieder geval ver voor de bestaande tijd: het is er wel.

Hoe kan dat? Is dat nou werkelijk bestaanbaar? En dat terwijl er mensen zijn die aan de hand van de bijbel precies weten wanneer de aarde geschapen is. Het was lang nadien, dus gewoon een voorlopertje? “Nee, dat heeft God ingeschapen, zeggen ze dan.” Ja, God heeft ook gedacht: “Later beginnen ze toch met roestvrij staal, laat ik het alvast een keer proberen”… kom nou!

Wat is de werkelijkheid? Als je die werkelijkheid heel goed bekijkt dan kun je bv. historisch zeggen: er zijn dus een aantal rassen geweest. En die hebben allemaal wel een hoge beschaving bereikt, sommige meer magisch, andere meer technisch.

Er zijn veel mensen die niet weten waar bekende woorden vandaan komen. ‘Magiër’, waar komt dat eigenlijk vandaan, weet u dat? Dat waren de priesters die geneeskunde beoefenden in Egypte, die heette magie. Waar denkt u dat ‘chemie’ vandaan komt? Dat komt gewoon van Cemt of Cem. Chemie was dus de kunst van Chem, van Egypte.

Wat ik probeer aan te tonen is alleen dit: wanneer er een wereld is geweest met rassen die ten onder zijn gegaan, en waar misschien heel weinig van is overgebleven of waarvan een heleboel dingen veranderd zijn, kunnen we dan nog aannemen dat onze logische, onze redelijke benadering van het bestaan juist is?

Komen wij niet heel vaak tot allerhande krankzinnige conclusies als je het goed bekijkt? Bijvoorbeeld in de Bijbel staat over de mijnen van koning Salomo. Er zijn inderdaad steengroeven gevonden en dat zullen koning Salomo’s mijnen wel geweest zijn. En er staat over zijn paarden die hij had. Aan de Rode Zee hebben we paardenstallen aangetroffen voor grote aantallen. Ze zijn opgegraven… dus is alles wat in de bijbel staat waar!

Dat dus is geen logica meer. Dat is onze eigen manier om ons bewegen in ons doolhof aan onszelf te verklaren. We kunnen niet leven met het begrip dat we door wetten beheerst worden, dat onze vrijheden zeer beperkt zijn. Dat we wel een groot aantal keuzemogelijkheden hebben, maar dat er uiteindelijk maar één juiste keuze overblijft.

En daarom hebben we al die dingen nodig, die halve waarheden. Die wereldjes die we zelf scheppen aan de hand van de feiten, zonder ze gelijktijdig te herkennen voor wat ze zijn. En dan wordt die spiraalslinger ineens weer veel begrijpelijker.

Ik heb geen vleiend voorbeeld genomen toen ik die rat in het laboratorium door de doolhof liet lopen. Wanneer je die dingen nagaat, dan zeg je: “Ja, wij hebben wel een bepaalde visie, maar die visie is niet juist.”

We moeten leren om juist te kiezen. Dat kunnen we niet alleen doen aan de hand van onze verstandelijkheid en onze kennis. We moeten dus leren andere processen te gebruiken. En dan kom ik weer bij een geval:

U weet dat ze die herinneringscentra in de hersenen allemaal gelokaliseerd hebben en nu wilden ze weten of – als je een deeltje uit de hersens wegnam, heel voorzichtig – er daardoor een verandering van bewustzijn ontstond.

Nu is het eigenaardige: er ontstaat wel een verandering van karakter, maar vreemd genoeg niet van bewustzijn. Een aap hadden ze eerst geleerd sloten open te maken om aan een banaan te komen. Toen hebben ze hem geopereerd en na genezing hebben ze hem weer in diezelfde kooi gezet met weer hetzelfde kastje dat opengemaakt moest worden. Die aap mocht dat helemaal niet meer weten! Hij moest er helemaal nieuw en vreemd weer instaan. “Ja,” zegt die aap, “denken jullie maar na, ik pak een banaan” en dat deed hij.

Want wat blijkt nou achteraf? Het geheugen wordt ook nog door een gedeelte van het zenuwstelsel en door andere delen mee beïnvloed en er bestaat iets, wat niet als plaats te definiëren is, waarin de herinnering blijft bestaan. Het is net zoals bij mensen het onderbewustzijn: wat we geleerd hebben blijft bij ons. En het is die kennis, die we moeten leren gebruiken om steeds sneller en juister in die doolhof van mogelijkheden onze weg te vinden naar datgene wat voor ons het enig werkelijke is.

Dat kunnen we dan leven na leven doen. Maar zolang we blijven vast hangen aan een bepaalde ervaring en daar niet de conclusie aan verbinden:’dat dus wel en dat dus niet’, ja, dan zitten we opgelaten.

Iemand, die problemen overhoudt uit een vorige incarnatie, dat is volgens mij gewoon iemand die is vastgelopen, die niet meer weet wat hij verwerpen en wat hij aanvaarden moet. Wanneer onze filosoof zo dadelijk komt zal hij ongetwijfeld wel weer het een en ander van mooie, of van verstandige of krachtdragende dingen weten te zeggen.

Onthoudt u dan één ding: het gaat niet om wat hij is en doet, het gaat erom wat u ervan ervaart, Punt 1.

Punt 2: datgene wat goed is, is een richtingaanwijzer, niet iets wat u zegt hoe u onmiddellijk moet gaan, maar wat u duidelijk maakt welke keuze u moet maken wanneer er een keuzeogenblik komt.

En in de 3de en laatste plaats: denk rustig dat u vrij bent, maar besef dat uw vrijheid zeer beperkt is: u hebt de vrijheid van keuze, niet van weg.

Ik heb daarmee van mijn kant geprobeerd u een en ander te zeggen over werkelijkheid en over de kracht die er in ons is. Wij kunnen ons onttrekken aan alle feiten die niet door wetten als keuzenoodzaak zijn vastgesteld. Maar we kunnen dit alleen doen door onze innerlijke kracht te gebruiken, omdat we naar buiten toe die invloed eenvoudig niet hebben. De begrenzing is altijd sterker dan we zelf zijn. Misschien dat u tegen uzelf zegt: “ik voel dit als juist, maar mijn verstand zegt nee.” Als uw verstand nou heel erg hard nee zegt, bots dan nog maar eens een keer tegen de muur, dan ben je zeker. Maar als je zegt: “Verstandelijk zie ik het ook niet helemaal zitten”, volg dan je gevoel maar.

De Gastspreker

Ik neem aan dat ik een paar dingen kan zeggen die iets verder gaan, als ik het gezelschap hier bekijk. We zijn allemaal op weg naar de volkomenheid, volledigheid. Volledig kun je nooit alleen zijn, volledigheid is altijd een geheel waarvan je deel bent. In onze poging die volledigheid te bereiken zullen we langzaam maar zeker begrijpen dat het nodig is om de kracht van de geest, de vaardigheid en de realisatiemogelijkheden van de stof te combineren.

En de richting die ik in tijd ben toegedaan geweest gaat dan ook altijd. Je mediteert in je studievertrek, je werkt in je laboratorium. Uw laboratorium is uw wereld. Maar wanneer niet door studerende de mediterende wijze, de studeerkamer, eigenlijk leiding geeft en de kracht geeft aan het experiment loopt het altijd mis.

Wij moeten leren onze innerlijke kracht te gebruiken. Maar wij moeten ook begrijpen dat wij niet in staat zijn om dat te doen vanuit een kosmisch geheel. Wij hebben de mogelijkheid de kracht in ons op te wekken. Maar we moeten haar ook richten. We kunnen haar alleen richten op een doel dat in ons bewustzijn hoe dan ook bestaat. Als we dat niet doen dan is het oproepen, opwekken van de kracht in ons nutteloos. ’t Is ten hoogste een tijdelijke versterking van ons ik in stoffelijke en misschien zelfs geestelijke zin.

Ik heb lang nagedacht over al die dingen en ik heb heus wel gehoord dat uw inleider mij een geestelijke goochelaar heeft genoemd en ik ben dat in een zekere fase waarschijnlijk wel geweest. Mijn magie lag in het wekken van de verbazing van de ander. De werkelijke magus wekt in zich de verbazing over het bestaande en dan de zekerheid van de verandering in zichzelf. Dat is al een groot verschil.

De zoeker gaat dan na hoe hij bv. materie kan beheersen en gelijktijdig de geestelijke waarden vinden. En wanneer hij ziet dat er niet genoeg stoffelijke kracht is om iets tot stand te brengen, dan gebruikt hij zijn geestelijke kracht voor het stoffelijke doel.

Bij een ander geval heeft hij een geestelijke waarheid en een geestelijke werking en hij kan deze niet lang genoeg handhaven. En dan maakt hij een symbool. Of hij verricht een reeks symbolische handelingen. Opdat daardoor de geest de juiste afstemming vindt. ’t Is een wisselwerking, ’t gaat over en weer.

Nu leeft u allemaal als mens: de één mediteert wat meer, de ander wat minder; de één houdt wat meer van het denken, de ander wat meer van het voelen. Hoe je het ook bekijkt, je moet allemaal toch komen tot de samenwerking van de kracht in je, ook als hij niet omschrijfbaar is, en je wezen zoals het in de wereld bestaat. De middelen die je gebruikt kunnen heel verschillend zijn. Maar wie bewust wil worden moet de innerlijke kracht en het uiterlijk weten en kunnen verenigen.

Juist daardoor ontstaat de ervaring die het mogelijk maakt meer innerlijke kracht te gebruiken en gelijktijdig juister te beseffen hoe die kracht gebruikt moet worden.

Wanneer je een tijd in de geest bent dan verander je van wereld. D.w.z.: jij verandert, maar je denkt dat je wereld verandert. Ik heb een aantal van die veranderingen of transformaties doorgemaakt. En elke keer heb ik gezegd: “Hoe is dit mogelijk?” En later heb ik gezegd: “Hoe is het mogelijk dat ik dat dacht!”

Bewustwording is een voortdurend proces. Het kan niet worden stilgezet. Kijk naar uw eigen wereld: op het ogenblik dat je een systeem hebt en het verstart, verliest het zijn gelding. Het kan niet bereiken wat het pretendeert te bereiken. Het is machteloos. Maar op het ogenblik dat het zichzelf voortdurend aanpast en vernieuwt blijkt het steeds weer in zich nieuwe energie voort te brengen, waardoor het niet alleen het nieuwe beter kan zijn en kan maken dan het was, maar gelijktijdig is het nog in staat om de kracht te vinden om een verdere vernieuwingsmogelijkheid te ontdekken.

Ons hele proces is steeds weer: “Dit ben ik, maar dat is niet voldoende. Wat kan ik worden?” Ik streef om te worden en ik bereik iets. En dan is er een rustpaus: ’t is altijd een stilstand na elke vernieuwing. Maar dan wil ik niet zeggen: “Nu heb ik bereikt”, maar “Dat kan ik bereiken”.

In geestelijke werelden is dat voor een groot gedeelte het uitraderen van het overbodige. Ik ben me ervan bewust dat dit me op dit moment niet voldoende gelukt. Maar datgene wat overbodig is dat moet eruit. Je moet alleen de werkelijk belangrijke punten overhouden. Bijvoorbeeld niet: wat betekent het voor mijn huidig “ik” wanneer ik dat wil, maar je afvragen: waarom wil ik? En als je dat antwoord vindt: dus doe ik. De wereld is begraven onder allerhande uiterlijkheden die onjuist zijn.

Je hebt bv. tegenwoordig een technocraat. Dat is iemand die op één gebied heel veel weet, daardoor macht en gezag pleegt op te eisen op bijna alle gebieden en als grond dan weer de aanwijzingen heeft die hem gegeven worden door een bureaucraat.

En een bureaucraat is dan eigenlijk niets anders dan iemand, die – volgens regels, die hij zelf niet begrijpt – beslissingen neemt over zaken waar hij weinig of niets van weet. En die doet dat dan weer om daardoor de gunst te verwerven van een politicus. Dat is iemand die over alles, wat ondanks zijn aanwezigheid gebeurt, die verklaring weet te geven waardoor het lijkt of hij heel verstandig is zonder het werkelijk te zijn. Uitoefenaars van deze beroepen vergeven mij deze uiting.

Het is doen alsof! En uw eigen leven is ook voor een groot gedeelte ‘doen alsof’. Zolang u het weet is het niet zo erg. Dan weet u ook dat het niet zo belangrijk is. Op het ogenblik dat je je vastklampt aan het beeld dat je van jezelf of van de wereld geschapen hebt en weigert om een verandering erin te herkennen, dan ben je de slaaf geworden van een onwaarheid. Dan kun je uiteindelijk slechts onwaardigheid of onwaarheid produceren. Elke keer wanneer de nieuwe wereld dan weer tot daad wordt, tot zoeken, tot werken, dan begin je al te vergeten, wat zo even in de rust nog je vaste wet is geweest. Je gaat begrijpen dat het ook allemaal plooibaar is. Dat het er niet op aankomt hoe het hoort, maar hoe het is. En hoe het moet worden.

En dan kom je op een punt, zoals ik nu ben gekomen, waarop je je afvraagt of er enige vaste waarde bestaat. Wanneer je ziet dat de mens denkt, dan vraag je je af: schept hij nu het gebeuren tussen denken, of schept het gebeuren door dat wat hij denkt? Dat is allemaal wel heel aardig, maar het is een vraag waar geen antwoord op mogelijk is, omdat beide dingen gelijktijdig waar zijn.

Aan de ene kant schep je datgene rond je wat je beleeft en ondergaat. Aan de andere kant wordt datgene wat je gaat denken, de mogelijkheden die je hebt, bepaald door de wereld om je heen.

In een studeerkamer kijk je de oude geschriften na en dan begin je te denken. Je weegt af. En op een ogenblik weet je dat je niet verder kunt met denken. Dan word je heel stil in jezelf. Als je stil genoeg bent komt er een conclusie uit die je zelf niet kon bereiken, omdat je hele persoonlijkheid er niet bij betrokken was. En pas wanneer je die conclusie bereikt hebt, is het tijd om je af te vragen: kan ik dit waarmaken in mijn laboratorium?

Wanneer het innerlijk leven vooraf gaat aan het uiterlijk, dan is altijd alles een bevordering van het bewustzijn. Maar wanneer het gebeuren je voortdurend overrompelt, dan is heel vaak een verstarring van bewustzijn het gevolg daarvan.

Mijn ervaringen hangen samen met krachten. Ze hangen samen met woorden. Ze hangen samen met dingen die je niet omschrijven kunt, maar die in je kunnen bestaan, véél werkelijker dan alles wat je je ooit kunt voorstellen. In die mengeling ontdek ik maar één waarde die ik steeds herken. Datgene wat ik eens de kracht in mij heb genoemd en wat misschien een oude Griekse filosoof de daimon in mij heeft genaamd. Daimon = licht, geen demon. Maar wanneer ik het licht vrees, het woont toch in mij, is het een demon die me bedreigt. Deze moeilijkheid moeten we overwinnen. Er zijn geen demonen! Behalve de demonen die wij zelf scheppen! Dat wat voor de één een duivel is, kan voor de ander een engel zijn. Het ligt er maar aan welke kant van het wezen je zelf activeert. Wat erin jou woont dat resonantie met die ander veroorzaakt.

U gelooft in het goede, dan is het goede de enige mogelijkheid. En dan moet u niet zeggen: “Waar is het?” – u moet zeggen: “Het is in mij.”

Van daaruit vind je alle krachten en machten die nodig zijn – ook wanneer het nodig is om misschien een verschijning te laten ontstaan: het circustrucje van hen die in de geest bewust zouden moeten zijn, maar alleen komen tot contact met een bewuste geest.

Je kunt misschien zieken genezen, andere dingen doen. Maar als je je afvraagt: hoe moet ik het doen?” Dan heb je al gezegd: “Ik kan het eigenlijk niet geheel”. Dan heb je maar één reserve: de kracht die in je woont. En nu wijs ik natuurlijk zeer menselijk op de strot, de bovenste knoop van een vest.

Het is duidelijk, die kracht woont in het geheel van mijn wezen. Ze doordringt mij en ze doordringt mijn gehele aura. Ze is hoogtrillend, daardoor niet waarneembaar. Maar wanneer ik haar concentreer, dan kan ik haar afstemmen. En dan kan ze elke kleur vertonen die ik nodig vind.

Mijn wezen filtert uit het totale en werkelijke de verblindende kracht die in mij woont de kleuren die ik nodig heb mij te openbaren en te uiten in mijn wereld.

Er is hier zo vaak allerhande kracht gemanifesteerd en uitgestraald. Maar daar is de kracht die je zelf ook hebt. Is het nu werkelijk nodig om via suggestie, via een zeer sterke uitstraling misschien de dingen in u te wekken die al in u leven?

Bent u het dan niet die leeft? Is het leven dan niet uw gang door de vele werelden om uiteindelijk in staat te zijn alle wereldbeelden te verlaten en het werkelijke bestaan binnen te treden?

U denkt heel vaak machteloos te zijn. Hoe meer u dat denkt, hoe meer u dat bent! Soms denkt u dat u wonderen kunt volbrengen. Maar als u denkt aan het wonder, dan schept u een gedachte buiten u die u niet waar kunt maken. Het wonder is niet mogelijk. Het wonder kan alleen voor de ander bestaan, doordat uw innerlijke kracht de werkelijkheid verandert die een ander als onwijzigbaar heeft beschouwd.

Juist omdat ik aan magie heb gedaan, niet de slechtste soort, juist omdat ik bezig ben geweest met wat u alchemie noemt, juist omdat ik bezig ben geweest met religieus en kerkelijk denken, heb ik geleerd dat het beter te maken van wat moet gebeuren altijd bedrog is. Maar het gebeuren dat wij in onszelf voelen als juist, altijd echt wordt voor ons, waar wordt. We moeten het begrijpen. Wij moeten het doen. Niet een ander. Wij moeten niet voorwaarden stellen, we moeten zìjn. We moeten niet een noodlot erbij halen en met een zekere kansberekening zeggen: “Nou ja wanneer dat gebeurt zal ik dat wel doen.”

’t Is gewoon: wat kan je, wat ben je, wat leeft er in je? Je kunt alle psalmen prevelen en zingen – er gebeurt niets. Je kunt een ogenblik vergeten dat je bezig bent met een leer, zeggen dat de zegen van de Here God op u neerdaalt, en dan voel je de kracht eruit gaan. U weet niet waarom. Want je denkt dat het in de leer ligt, dat het buiten je ligt, terwijl het in je bestaat.

Er zijn mensen die zeggen: “Ach, onze wereld is hel” of “Onze wereld is plat”. Of “Onze wereld is rond” of “Onze wereld is peervormig”. Voor hen zal dat waar zijn. Maar is het niet veel juister om te zeggen: de wereld is een fase van ons leven. De relatie tussen de wereld en u wordt niet uitgemaakt door de vorm van die wereld, maar door datgene wat u er zoekt en misschien kunt vinden. Door datgene wat in u is als een noodzaak. En misschien door handelingen gestalte kan krijgen, zodat u weer een stap verder kunt doen.

Er zijn zoveel dingen onbelangrijk. Ik herinner mij dat wij met een aantal mensen, die zich allen godgeleerd noemen – het enige wat ze geleerd hadden was God te gebruiken als ze hun verstand verloren – erover hebben gepraat wat God in een aantal gevallen zou doen:

Een vlo ontmoet op het achterdeel van een hond een aantal andere vlooien en samen houden ze een bespreking om er achter te komen waar je naar toe gaat …. Waanzin.

Als je wereld bestaat uit de ruige pels van een hond, de voedingsmogelijkheden die onder je voeten aanwezig zijn, dan moet je niet praten over de wereld waar die hond doorheen gaat, dat kun je pas wanneer je die wereld hebt leren kennen. Je kunt niet over God praten zolang je hem niet hebt leren kennen. Maar als je God beleeft in jezelf hoef je niet over hem te praten.

Wat gebeurt er na onze dood? Eén van de problemen waarmee velen in uw wereld op dit ogenblik druk bezig zijn en dan maar hopen dat het ‘niets’ zal zijn, wat natuurlijk weer niet uitkomt.

Waarom spreken over wat er na de dood is? Terwijl het heden een voortdurende uitwisseling kan zijn tussen dat wat in je leeft en dat wat buiten je bestaat.

Eens heb ik gedacht dat magie lag in het veranderen van de dingen buiten me. Ik zeg u: de ware magie is de éénklank die ontstaat tussen wat in je leeft en wat buiten je is. En dan zal dat wat buiten je is aan je denkbeeld beantwoorden, niet omdat het een magische verandering is, maar omdat het het normale antwoord is van een kracht die in je leeft en een denkbeeld dat uit je voortkomt.

Lager bewustzijn beantwoordt aan hoger bewustzijn. Maar als het slaaf wordt van hoger bewustzijn ervaart het niet meer.

De laatste tijd krijgen we nog wel eens wat mensen over die zich afvragen waarom deze wereld en al deze ellende nu wel nodig is. Begrijpen ze dan niet dat het hùn ellende is, niet de wereld. Als wij iedereen goed willen maken en de wereld een paradijs, dan moeten we de mens zijn mogelijkheid om eeuwig te zijn ontnemen. Want dan moeten we hem opsluiten in een wereldbeeld. Dan mogen we hem niet meer confronteren met de noodzaak een verdere weg te zoeken, een nieuwe ontwikkeling te vinden om in zich zelf de energie en de kracht te putten die buiten hem nodig is en die hij op een andere manier nu niet heeft.

Men heeft mij gezegd dat dit een esoterische groep is. Aan uw reacties zou ik het soms betwijfelen. Want esoterie wordt maar al te vaak het schoon woord dat zweeft boven de werkelijkheid waarin de mens vergeet wat hij moet zijn en wat hij kan zijn. Dat wat ik zeg vindt hier en daar een zodanige weerklank dat ik het gevoel heb dat u eindelijk bezig bent aan de synthese tussen menselijk leven en esoterische stellingen. En geloof me, dat is een compliment dat ik u maak.

U bent deel van een werkelijkheid. Als u rond u kijkt ziet u iets wat echt is, wat waar is. Het is voortgekomen niet alleen uit u, maar uit alle mensen die leven en velen van hen die al geleefd hebben. Beschouw het als werkelijk. Maar vraag u wel af of in die werkelijkheid de dingen verschoven kunnen worden. Uw innerlijke kracht kan misschien niet het hele spel van het leven wegvagen, maar het kan misschien een enkele zet doen op het schaakbord van het leven. En die enkele zet meer geeft je dan misschien de mogelijkheid om het onbekende wat verder te overwinnen, wat verder te komen voor je door het onbekende verslagen wordt.

Onthoudt dat nederlaag op zich geen schande is, tenzij zij voortkomt uit daadloosheid. Elke keer wanneer we een nederlaag lijden en ons realiseren waaraan ze te wijten is komen we de volgende keer een stukje verder. Wat is leven eigenlijk anders als je op aarde bent dan een worsteling met het bestaan en de tijd, met de zekerheid dat je die strijd altijd moet verliezen. Maar dat is toch niet erg. Verliezen is niet erg, wanneer het maar zinvol is. Wanneer je verder kunt.

Wanneer je vecht voor een droom, dan is dat goed, zolang je dat doet met de middelen ìn jezelf. Maar wanneer je probeert een droom op te bouwen buiten jezelf, verlies je de kracht die in je woont.

Eén ding wil ik u ook nog in herinnering brengen: de ouden, die niet zo dwaas waren, schreven: zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven. Dat wat boven ons bestaat omvat alles wat we zijn en meer. Maar alles wat wij hier zijn weerspiegelt zich in datgene wat boven ons bestaat. En zo zijn beiden eigenlijk een eenheid. Een eenheid die niet in feiten valt uit te drukken en zelfs niet geheel in beseffen. Het beste misschien zou je kunnen zeggen: in een gedachten verloren hebbende harmonie.

Het zijn die dingen waardoor je meer wordt. Probeer je wereld en de mensen op die wereld te begrijpen. Niet dat het zo belangrijk is, maar als je je medemensen niet begrijpt, ben je voortdurend bezig met een strijd met jezelf over wat die ander wel is, of zou moeten zijn. Maar in het beeld dat je ziet van een ander zie je ook een omschrijving van jezelf. En die omschrijving geeft je dan een mogelijkheid ìn jezelf de krachten beter te gevoelen, beter te richten, beter te waarderen.

Toen Mozes op de berg was, sprak God tot hem ‘als een suizelende stilte’. Ik heb me altijd afgevraagd hoe dat nou zou moeten klinken. Totdat ik ontdekte dat op het ogenblik dat ik werkelijk stil ben er iets in mij spreekt zonder woorden. En dit woordloze draagt toch een betekenis. De suizelende stilte is waarlijk de stem Gods – niet buiten ons, maar in ons.

En dan moet je daar een eindconclusie aan verbinden: stel anderen niet teleur, opdat je niet teleurgesteld bent in jezelf. Niet dat je woord belangrijk is, maar wanneer je daar niet gevolg aan geeft, tegenover jezelf of een ander, dan heb je een gevoel van onbevredigdheid en onvolkomenheid.

Zeg niet dat er veel kwaad is in de wereld. Er is veel wat u niet bevalt. Wees dan zelf anders.

Zeg niet dat er veel goeds is in de wereld, maar zoek het goede in u zelf te uiten.

Beroep u niet op krachten die u niet kent. Maak eerst uzelf waar zoals je bent. Dan ontstaat als vanzelf al dat andere. Want onze bewustwording is een voortdurende verandering. Het is een groeien van ons besef waardoor het lijkt of onze wereld totaal veranderd is.

Wij zijn het enige dat naar volkomenheid groeit, maar als we zover gegroeid zijn zien we rond ons de volkomenheid. Maar hij die niet groeit naar de volkomenheid ziet het onvolkomene, omdat hij de samenhang van het geheel niet meer beseft.

Geloof zoals het geloof waarlijk in u bestaat. Als u een twijfel hebt zeg dan niet: zou het waar zijn, maar zeg: ik kan niet beslissen, ik ga verder.

Wanneer de wereld u toeroept: zo zult ge moeten handelen, vraag u dan af of dat inderdaad mogelijk is voor u zonder uzelf daarbij te vernietigen. Dan bedoel ik dat niet stoffelijk. Wie in zichzelf keert en zo zichzelf leert aanvoelen zoals hij is, leert in zijn leven de wegen te kiezen die voor hem de juiste zijn. En hoe meer dit juist‑naar‑buiten‑treden een feit wordt, hoe groter de eenheid tussen de kracht in u en de wereld om u heen.

Mogen de raadselen voor u sterven. Niet omdat ze niet bestaan, maar omdat u beseft hoe weinig belangrijk ze zijn.

Leef niet vanuit uw vragen, maar streef in een voortdurend verder gaan en vrede die u tot kracht wordt.

Wat er ook gebeurt: niets is belangrijk, zelfs lijden en dood zijn niet werkelijk belangrijk, wanneer in u de kracht is of beseft wordt. De mens die de kracht in zichzelf leert ervaren is meester van de wereld, zelfs wanneer anderen hem zien als een slaaf, als een dwaas en misschien minder dan een mens.

Eer het Licht in het leven van al wat bestaat en ge zult het licht in u zelf gemakkelijker aanvaarden en daardoor eerder het in uzelf gevoelen als een kracht die u gelijktijdig voortstuwt en uw wezen als een stempel afdrukt op de wereld waarin u meent te vertoeven.

En als u dat niet mogelijk is: dat de vrede met u moge zijn. Dat uit de vrede voor u de wijsheid kome waardoor u leert aanvaarden wat in u leeft zonder dat het begrepen kan worden.