Werkelijkheid

Werkelijkheid

De leerling vroeg aan de Meester: “Meester, wanneer wij leven in de begoocheling, wat is dan de werkelijkheid?”

De Meester glimlachte en antwoordde: “De werkelijkheid is alles wat je niet wilt weten plus ongeveer de helft van wat je denkt te weten.” Daarmede is wel iets geschetst wat van groot belang is, als wij inzicht willen hebben en als wij ons verder willen ontwikkelen, namelijk:

De werkelijkheid waarin wij leven en datgene wat wij de werkelijkheid noemen. Het geheel van onze ontwikkeling wordt bepaald door de schijn waarin wij leven. Het denkbeeld dat wij van onszelf koesteren is maar zel­den in overeenstemming met de feiten. En daarom zou ik u over die werke­lijkheid vanavond een paar dingen willen zeggen, die zoals dat wat volks heet, hout hakken.

De werkelijkheid bestaat uit een aantal feiten, die men van vele kan­ten kan benaderen. Altijd ziet de mens de ellende. De vreugde is echter altijd mede aanwezig. “ Hoe groter het lijden,” zo sprak de denker, “des te groter de vreugde” en hij herinnerde zich hoe hij zich had gevoeld voor, tijdens en na het bezoek aan de tandarts.

Als wij in een wereld vol veranderingen en ontwikkelingen leven, dan voelen wij ons allesbehalve gelukkig. Wij kijken altijd naar datgene wat niet strookt met onze opvattingen, onze denkbeelden, onze verlangens. Maar zien wij ook het andere?

De mens vergeet zo vaak hoe de feiten liggen. Of dacht u misschien dat de apostelen, toen hun meester werd gekruisigd, vreugdig hebben uitgeroepen: Dit is de verlossing van de mensheid! Er is altijd een samen­vloeien van pijn en opluchting, van leed en vreugde. Het is ons gegeven door onze eenzijdigheid en de begoocheling waarin wij leven om uit het geheel die punten naar voren te halen die wij willen zien en beleven.

De wereld vernieuwt zich. De wereld groeit naar een voortdurend grotere broederschap toe. Wie achter de schermen kijkt en tussen de re­gels door leest, beseft dit. Steeds weer wordt de mens met zijn medemen­sen geconfronteerd en steeds weer wordt hij gedwongen zijn vooroordelen de een na de ander prijs te geven. Dit is een groot gebeuren. Gelijktijdig zie je hoe de voorrechten van bepaalde groepen wegvallen, hoe er steeds meer kritiek komt op toestanden, die weliswaar misschien niet geheel rechtvaardig zijn, maar die dan toch de ruggengraat uitmaken van de maatschappij, zoals de doorsnee-mens die ziet.

Je moet leven met de feiten, die zowel geestelijk als stoffelijk zijn. Het is zowel de innerlijke vreugde en de innerlijke kracht die je voort­durend door jezelf tot uiting brengt als je aanvaarding van het goede, dat in elke ontwikkeling aanwezig is. Je kunt moeilijk een vijand vriend noemen, maar misschien kun je een vij­and zien als een mens. Dan ben je al dichter bij de werkelijkheid. Je kunt misschien een demon niet tot engel maken, maar je kunt beseffen hoezeer de demon lijdt onder hetgeen hij is en juist door het medelijden dat je voor hem koestert de kracht vinden om hem te weerstaan.

Het zijn wat vreemde gezegden voor u. Maar kijkt u eens naar de we­reld rond u. Wat is de waarheid? Is de waarheid dat u welvaart kent? Hoe “wel” gaat het u dan eigenlijk? Of is het misschien een wereld waarin alles langzaam maar zeker ten onder gaat? Hoe komt het dan dat er zo­veel nieuwe denkbeelden, nieuwe mogelijkheden en nieuwe ontwikkelingen kenbaar worden?

Zeker, de medaille heeft altijd twee kanten. Maar de werkelijkheid is niet één kant van de medaille, het is altijd het geheel. Zelfs zij die naar de twee zijden van de medaille kijken, vergeten vaak dat die twee kanten worden verenigd door een rand. En die rand kan ook een betekenis hebben. Tussen het negatieve en het positieve ligt de werkelijk­heid, want de werkelijkheid is de fusie van beide. Niet getekend door datgene wat positief en negatief voor een mens van elkaar onderscheidt, maar zijnde de substantie waaruit beide worden gevormd.

Uw leven zal voor u vaak mislukkingen kennen en soms ogenblikken dat u denkt dat u geslaagd bent of dat u gelukkig bent. Is dit de werkelijkheid? Ach, wel nee. Het is het kijken naar de uiterlijkheden. U kunt zelf een keuze doen. U kunt er op een andere manier naar kijken en dan ziet u het anders. Dan bent u er misschien meer tevreden mee of u kunt het gemakkelijker aan. Maar het feit is datgene waaruit al dat positieve en al dat negatieve voortkomt.

Eens vroeg de leerling aan zijn meester “Meester, wanneer er zo­veel waan is, wat ben ik dan?”

Het antwoord was: Jij bent het eeuwige blad waarop de begoocheling haar lijnen trekt. Wij zijn niet de wereld die wij leven. Wij zijn het leven dat die wereld mogelijk maakt met alles wat eraan vast zit. De geestelijke wereld bestaat niet, tenzij wij bestaan in die geestelijke wereld. Wij allen vormen alle werelden. Wij vormen het menselijk bestaan, het menselijk leven.

De leerling was waarschijnlijk lichtelijk verdoofd door dit betoog en verstoutte zich, zoals dat bij leerlingen vooral in geschriften gebruike­lijk is, om nog een vraag te stellen. Hij zei “Meester, wat bent u dan?”

De Meester antwoordde: “Ik ben mijn eigen werkelijkheid en jouw illusie.”

Hierin is het wezen van de werkelijkheid misschien het best gekarakteriseerd. Wij zijn onze eigen werkelijkheid, al het andere is onze illusie. Onze illusie, omdat wij het willen zien als anders, als betekenisvol, om­dat wij er associaties aan verbinden. Als u kijkt naar de wereld rond u, dan ziet u illusie: het onwerkelijke. Maar als u uzelf erkent in die we­reld en niet bang bent uzelf te erkennen zoals u bent, dan ziet u althans een deel van de werkelijkheid.

Zoeken naar de werkelijkheid is in alle dagen moeilijk en in het bijzonder in die dagen dat wij worden overspoeld door tegenstrijdige ge­voelens en gegevens, die uit de gehele wereld en zelfs uit geestelijke werelden op ons afstormen. Wij denken dat wij machteloos zijn en worden gedreven door de stroom van de tijd. Maar is dat wel waar? Alles wat in ons samenkomt, kan niet veranderen wat wij zijn. Indien wij ons steeds weer beroepen op de substantie van ons wezen, op de levende kracht die wij zijn, dan heeft het andere geen invloed.

Wij kunnen de stand van de sterren berekenen. Wij kunnen doordringen in de geheimen van de kosmische wetten, maar kunnen we veranderen wat wij zijn? Wij zijn een specifiek deel van de werkelijkheid. Daaraan kunnen wij ons niet onttrekken, maar al het andere wordt pas werkelijkheid, als wij het zien in samenhang met de totaliteit en niet meer alleen met onszelf, als wij de wezenlijkheid van onszelf beseffend de wezenlijkheid van de kosmos aanvaarden.

Daar mij de mogelijkheid is gegeven om hieraan enkele conclusies te verbinden, die ik persoonlijk – en dat is mogelijk mijn illusie – belangrijk acht, zo wil ik die hier laten volgen.

Ons leed kan de bron worden van onze vreugde. Maar indien wij ons lijden beschouwen als een onrecht waartegen wij strijden zonder meer, dan zullen wij alleen meer lijden.

Indien wij onze vreugde zien als een eeuwig recht, ons toegekend door onbekende krachten, dan zullen wij die vreugde verliezen en lijden onder het verlies van de vreugde. Maar indien wij erkennen dat in ons lijden de vreugde mede aanwezig is en dat in onze vreugde ook het ver­lies daarvan geborgen ligt, dan zullen wij leven in een werkelijkheid waarin het gebeuren ons niet beïnvloedt, maar wij rijker worden door al wat wij uit de kosmos in onszelf ontmoeten.

Of de wereld een droom is en het leven een droom of een werkelijk­heid, doet niet ter zake. Het is onze werkelijkheid waarmee wij te maken hebben. De werkelijkheid wordt bepaald door wat wij werkelijk zijn, niet door hetgeen ons overkomt.

Als een duivel uit de hel priester wordt, kan hij vroom zijn. Maar als zijn vroomheid en priesterdom hem brengen voor de poorten van de dood, dan keert hij terug naar de onderwereld waaruit hij is voortgekomen, want dat is een deel van zijn wezen en hij kan daaraan niet ontkomen. Slechts indien de demon – demon zijnde – het goede doet, kan hij ont­snappen aan het demonische, omdat hij – erkennend dat het licht ook in hem woont – plotseling niet meer onderworpen is aan het duister alleen, maar uit duister en licht leert het geheel te aanvaarden.

Wij zijn misschien geen duivels of demonen, maar wij leven in een werkelijkheid, een feitelijk bestaan dat eeuwig is. Wij leven in een fei­telijk bestaan waarin de vormen, die wij uitbeelden, van geen belang zijn. Slechts datgene wat door de uitbeelding tot stand komt is belangrijk.

Uw werkelijkheid is gelegen in uw diepste innerlijk en al wat er op uw wereld gebeurt, kan die werkelijkheid niet aantasten of veranderen.

Als je diep in je de kracht en de rust vindt waardoor je naar men zegt God ervaart, of de waarheid aanvaardt, dan kan de wereld je niets doen, dan kunnen de sferen je niets doen, dan heb je die ene weg gevonden waardoor uiterlijkheden onbelangrijk zijn geworden en er slechts de erkenning van het zijn zelf overblijft. Men noemt dit wel eens het berei­ken van de hoogste wereld of de hoogste graad van bewustzijn. Laat ons beseffen dat de hoogste graad van bewustzijn geen kennis is. Ze is geen weten en geen beleven, ze is zelfaanvaarding en daardoor aanvaarding van het Zijnde.

Mijn conclusie is:

Voor ons allen ligt het hoogste bewustzijn binnen het bereik. Voor ons allen is de hoogste vreugde en de hoogste smart gelijkelijk bereikbaar. Laat ons niet kiezen voor het verschijnsel, voor de korte beleving, maar voor de werkelijkheid die wij zijn. Want wij, die waarlijk en bewust onszelf zijn, wij kennen de zin van het totale bestaan waar­door wij aan alle illusie ontworsteld blijven.