Werkelijkheid en relativiteit

19 september 1961

U zou het misschien beter kunnen vertalen door betrekkelijkheid. Wij kunnen aan de hand van stellingen o.m. van Einstein, een relatie vaststellen en een mogelijkheid van verwisseling of vergelijking tussen praktisch alle dingen in het Al. Dit is natuurlijk waar. In de werkelijkheid echter blijken een groot aantal punten niet onderling vergelijkbaar of verwisselbaar te zijn.

Bv. Wanneer wij de relativiteitsleer gebruiken, is het ons mogelijk om te berekenen dat Antwerpen hedenavond te 8 uur gelijk is aan New York om 7 uur ‘s middags op de 27ste van deze maand. Tijd-ruimtelijk qua energie, kortom in alle grote verschijnselen treedt deze relatie inderdaad op. En vanuit een kosmisch standpunt gezien, zouden deze punten dus verwisselbaar zijn. Maar wij zijn niet kosmisch. Wanneer u in Antwerpen bent, dan is het voor u niet mogelijk om precies hetzelfde als het ware te zien in New York. Er zijn andere en mogelijk belangrijkere factoren bij betrokken nl. de persoonlijke interpretatie en het persoonlijke denken.

Het gevolg is dat de leek zal stellen dat deze leer van relativiteit geen betrekking heeft op de werkelijkheid. De vraag is echter of wij een dergelijke boute bewering zonder meer naar voor mogen brengen. Want, wanneer u, mijne vrienden, deze relatie niet vindt, dan betekent het dat zij voor u niet bestaat. Maar voor een ander kan ze wel degelijk bestaan.

Hierop zouden wij een tijdje kunnen doorgaan. Maar dit voert ons niet verder in de richting die wij belangrijk achten Een groot gedeelte van hetgeen de mens werkelijkheid noemt, wordt door zijn denken bepaald. De wetten van die werkelijkheid zijn in feite afhankelijk van de gedachtevorm, de gedachtematrijs, die de mens oplegt aan zijn omgeving. Ik zal proberen om dit eenvoudig en duidelijk te maken met een klein voorbeeld.

U hebt allemaal weleens gehoord over het eigenaardig verschijnsel van de zogenaamde genezing der primitieven door middel van dansen en duiveluitdrijving. Wetenschappelijk is dit humbug en kolder. Toch zijn er gevallen vastgesteld waarbij een besmettelijke ziekte, ernstige kwalen werden overwonnen door diezelfde methode. Een blanke echter kon op deze wijze niet genezen worden, wel een inboorling.

Nu kunnen wij logisch en wetenschappelijk denken en zeggen: nu ja, dat wat een kwestie van suggestie en een toevallig optreden van gunstige omstandigheden.

0fschoon dit onderzoek wetenschappelijk niet hoog staat aangeschreven en nog niet erkend wordt, heeft men echter de laatste tijd onderzoekingen gedaan bij vele primitieve stammen hoofdzakelijk in Zuid – Amerika en men kwam tot de conclusie, dat deze genezing zoals die door de medicijnmannen wordt gebruikt, heel vaak resultaten geeft, resultaten die wetenschappelijk niet verklaarbaar zijn en niet verwacht kunnen worden.

Wanneer vele malen een soortgelijk resultaat optreedt is het dwaas om te spreken over toeval. Laten wij nu even teruggaan naar de menselijke gedachtevorm. Wanneer een blanke deze genezing niet aanvaardt, geneest hij niet. Een inboorling die er wel aan gelooft, geneest wel. Zouden misschien, aan de hand van eigen denken en instellingen, dan voor de blanke en voor de inboorling verschillende wetten kunnen gelden? Wetten die dus niet voor beiden gelijk zijn?

Dit is een belangrijk punt. Op het ogenblik dat ik stel dat elk denkbaar heelal in een logische ontwikkeling en opgebouwd vanuit een punt heden door een gedachtematrijs, een vorm van denken en aanvaarden geschapen kan worden, dan stel ik ook dat al het denkbare mogelijk is. Zelfs wanneer deze gedachten ingaan tegen alles wat u kent van biologie, chemie enz.

Die stelling is natuurlijk erg bout in de ogen van de logische mens maar er zijn vele aanwijzigen dat mensen, die op een andere wijze leven en denken, aan andere wetten onderworpen zijn, dat zij prestaties kunnen verrichten die theoretisch niet mogelijk zijn maar in de praktijk bewijsbaar.

Het is bv. vreemd dat nog niemand een goede uitleg heeft gevonden voor het zogenaamde vuurvast zijn, van de vuurlopers in de Fidzji eilanden en verschillende andere gebieden. Het fenomeen wordt ook voor toeristen, regelmatig gedemonstreerd. U hoort er weinig van. Men kan dit wetenschappelijk niet verklaren en hoopt te volstaan met opmerkingen als versterkte vochtafscheidingen van de voetzolen, wat tegen temperaturen van 120 tot 200°c in het centrum van het vuur kan het 800°c zijn, niet redelijk klinkt, ofwel dat zelfsuggestie het verbranden van het weefsel onmogelijk maakt. Maar daarmee kent men aan het weefsel eigenschappen toe die absoluut niet rationeel meer zijn.

Stellen wij echter dat deze mensen door hun denken, leven in een wereld waarin het vuur niet branden kan, waarin een toverspreuk kan genezen enz. en dat deze dingen voor hen een wet zijn, een logische wet, dan komen wij tot een heel vreemde conclusie.

Het is dus mogelijk (dit is een soort syllogisme) door het veranderen van de waarden die men innerlijk aanvaardt, de wetten waaronder men leeft te veranderen.

Gesteld dat elke wijziging van eigen gedachtematrijs kan inhouden, een wijziging van wetten. Dan geldt verder dat allen die binnen deze gedachtematrijs betrokken zijn, eveneens onder deze wetten zullen leven.

En laat ons nu even ingaan op het wonder, het mirakel, de wonderdadige genezing. Het is gemakkelijk om te zeggen, “God grijpt in”. Maar wanneer ik dit stel, ontken ik de wetten van de natuur in dit bepaald geval. Ik kan natuurlijk deze uitvlucht gebruiken door te zeggen: “Nu, ja goed, dat God ingrijpt verandert nog niets aan onze wereld”. Maar ik kan ook stellen, en dit is heel iets anders dat een bepaalde mentaliteit een wereld schept waarin bv. een gebed logischerwijze volledig en tegen elke natuurwet in verhoord kan worden.

Neem als vb. een figuur als Jezus. Jezus heeft een groot geestelijk overwicht. Hij betrekt degenen die in Hem geloven in zijn wereld. In zichzelf kent hij God. Hij voelt zich één met die God. In deze gedachtewereld bezit Hij dus Goddelijke macht. Over het al of niet reëel zijn daarvan hoeven wij niet eens te spreken volgen een stoffelijke norm. Het is trouwens ook een geloofskwestie. Op het ogenblik dat een mens gelooft in Jezus en Jezus gelooft in zich als zijnde één met de vader, (dit blijkt o.m. uit zijn uitspraak “Die mij heeft gezien heeft de Vader gezien; de Vader heeft mij gezien”) is genezen. Jezus legt er de nadruk op: “Uw geloof heeft u behouden” en Hij zegt uitdrukkelijk dat het redelijk element weg moet blijven. Hij schakelt de rede uit. Wanneer een Romein komt om genezing te vragen voor zijn dochtertje dan zegt Hij gewoon: “ga terug naar huis”. En die man gaat. Hij vraagt niet aan Jezus of Hij a.u.b. iets wil doen of hem iets mee wil geven; hij gaat. Hij aanvaardt volledig Jezus wereld. En het kind is genezen. Op grond van het voorgaande mag ik dus stellen dat de wereld waarin Jezus leeft en degenen die hem aanvaarden, een andere is dan die van de logische en de redelijke denkers.

  • Er is toch een moeilijkheid broeder, nl. is dat volledig willekeurig. Ik bedoel: in het geval nu van dat kind van die militair dat genas op het woord van Jezus. Wanneer wij nu werkelijk geloven aan een bepaalde genezing, werkelijk geloven, voltrekt zich die genezing altijd?

 Wanneer het geloof bij beide partijen ten volle aanwezig is ja.

  • Altijd, 100%?

 100% ongeacht alle wetten, tot de wet van oorzaak en gevolg toe. De verdere ontwikkeling valt onder oorzaak en gevolg en kan een eventuele genezing dus snel te niet doen of vervangen door iets anders. Maar de genezing zelf kunnen wij niet onmogelijk maken.

Nu zult u voor uzelf waarschijnlijk zeggen: “maar wij geloven toch ook”. Een geloof is iets anders dan een zeker weten. Een geloof, zoals u dat beschouwt, kan een twijfel inhouden.

Ik stel: elke twijfel op zichzelf vermindert het aantal wetten dat in onze gekozen wereld tot uiting komt en vergroot het aantal wetten van onze zogenaamde reële wereld waaraan wij onderworpen blijven.

Dus: De volledigheid van geloof, overgave en aanvaarding is het centrale punt.

Wij kunnen ons werelden voorstellen waarin een totaal andere sociale opvatting, zedenleer, godsdienstige opvatting een totaal andere wetenschap bestaat. Er zijn schrijvers (wij heten ze meestal utopisten) die dergelijke beelden weleens de mens hebben voorgespiegeld. Vraag u eens af of dit: Misschien niet werelden zijn die volgens de wetten van de schrijver werkelijk kunnen zijn.

 0mdat de gedachte bepalend is, kunnen twee mensen die hier naast elkaar zitten, elk in een verschillende wereld leven, onderhevig zijn aan verschillende wetten op, zowel wat wij noemen wetenschappelijk als ander terrein, elk voor zich binnen hun eigen wereld een maximum bereiken aan pogen, aan bewustwording, aan ontwikkeling en aan krachten. Dan zullen beiden in hun wereld goed zijn. Maar beiden zullen elkander niet kunnen benaderen of begrijpen omdat zij immers gehoorzamen aan andere wetten. Er is een onzichtbare scheiding die door het verschil in gedachten wordt bepaald.

Het is dus niet noodzakelijk dat wij een zekere scheiding van werelden gaan zoeken, ofschoon ook dit theoretisch mogelijk is, parallelle werelden bv. Wij moeten alleen stellen dat, al zouden er duizend verschillende werelden zijn die in de mensen leven, waarbij mensen volgens andere wetten, gebruiken en mogelijkheden bestaan, deze in een gemeenschappelijke uitdrukking steeds zullen veronderstellen dat de anderen tot hun wereld behoren zonder dat dit feitelijk zo is. Zij spelen een rol in een wereld waarvan zij geen besef hebben.

Wij gaan dit nu verder ontwikkelen. Het is nl. een van de rechtvaardigingen en ook een van de grondslagen van alles wat met magie, mystiek en tot op zekere hoogte zelfs met esoterie plegen aan te duiden.

Ik heb voor mijzelf een behoefte. Dat kan zijn de behoefte om rijk te worden, maar ook om medemensen te genezen, behoefte om God in mijzelf te zien of om Gods werk op aarde uit te dragen. Deze behoefte moet door mij worden omgezet in een op zichzelf volkomen logische wereld waarin alle wetten onderling aaneensluiten, waarin geen hiaten zijn en geen toevalligheden worden toegelaten. Alleen de wetten die ik erken zullen werkzaam zijn. En om ze te erkennen moet ik ze beseffen.

De consequenties hiervan zijn, dat ik door mijn patroon van denken en van handelen te wijzigen, de wereld waartoe ik behoor eveneens kan wijzigen. Dat ik, door mij sterk te concentreren op één bepaald denkbeeld en vanuit dit denkbeeld al mijn handelingen verder te volbrengen volgens een op zich logische opzet die echter niet behoeft te beantwoorden aan enige logische opvatting, ontwikkeling of denkwijze die elders bestaat, dan zal ik deze wereld voor mij werkelijkheid maken en zullen alle wetten uit die wereld voor mij van toepassing zijn. Zij zullen dit zijn in de stof zowel als in de geest en zij zullen mij de mogelijkheid bieden, om zonder dat ik daardoor het evenwicht in een andere wereld verstoor, want ik rationaliseer wat met mij gebeurt volgens eigen wetten, alles te bereiken wat voor mij wenselijk of noodzakelijk is.

Beschouw ik dit vanuit een neutraal standpunt, dan betekent dit dat ieder alles kan bereiken wat hij wil, mits hij een wereld opbouwt die daaraan beantwoordt en volgens het geloof en de rede van die wereld handelt.

De praktijk is helaas wat anders. Wanneer ik mijzelf zoek, beperk ik automatisch de wetten en hun toepassingen tot mijn eigen persoonlijkheid. Dit houdt in dat ik veel meer zaken van buitenaf zal moeten verklaren en inpassen in mijn wereld dan iemand die naar buiten toe streeft, die streeft voor allen. Mijn wereld wordt kleiner. Naarmate mijn wereld van aanvaarde feiten en stellingen kleiner wordt, wordt mijn bereikingmogelijkheid beperkter. Alle zelfzuchtige magie zoals alle zelfzuchtige esoterie en mystiek voert tot een wereldverkleining waarin op den duur het ik machteloos wordt en zich specialiseert op één enkel aspect dat dan het gehele leven moet dragen, maar niet feitelijk in staat is om dit te doen waar het niet alles omsluit.

Een eenvoudig vb. om dit laatste te verklaren.

Stel dat er een mens is die een plaats in de hemel wil verdienen. Om deze plaats te verdienen wijdt hij zich aan de dienst van God. Maar hij wijdt zich niet aan God om anderen te helpen. Alles wat hij voor anderen doet is slechts een middel voor hem om voor zich te bereiken.

Dan zal hij nimmer in staat zijn feitelijk een ander te helpen. Het gevolg is dat hij op den duur enkele denkbeelden neemt en daar krampachtig zich aan vasthoudt. Hij is dan een fanaticus geworden en laat niet toe dat iemand anders denkt, gelooft of reageert dan hij dit wenst. Hij tracht in feite terreur uit te oefenen, kan dit niet voldoende handhaven en wordt uiteindelijk gefrustreerd. Het gevolg is dat hij niet alleen de plaats in de hemel die hij denkt aldus te verwerven niet verdient, maar dat hij voor zichzelf een reeks van onoplosbare problemen en complexen tot stand brengt die hij zal moeten oplossen voor hij zelfs zijn oorspronkelijk standpunt in de kosmos weer kan innemen.

Om het heel eenvoudig te zeggen: Een priester die God dient om zelf zalig te worden, zal in vele gevallen eerder een religieus administrateur zijn dan een mens die anderen tot God brengt. Hij zal dit niet beseffen en zal door machtsuitoefening trachten wat hij aan begrip, inzicht en menselijkheid te kort komt op te heffen. Hij leeft daardoor zelf zeer moeilijk maar kan niets bereiken. Een priester die de mens tot God wil brengen, onverschillig dus welke priester; wij nemen hier het woord in zijn breedste betekenis, of het nu een Boeddhistisch priester is of een Hindoepriester, een wetgeleerde of een godsdienstgeleerde is die de koran verklaart het geeft niet wie of wat; of het een dominee is of een voorganger of een spiritistisch medium of wie dan ook; de priester die zijn eigen leven richt op het dienen van anderen zal zien dat zijn eigen wereld in steeds meer aspecten van buiten uit bevestigd wordt. Zijn wereld breidt zich dus uit. Steeds meer mensen kunnen die wereld binnentreden omdat zij immers zovele mogelijkheden biedt. Dan zal de priester misschien niet een zo vast en georganiseerd geloof bereiken als de eerste, maar bereikt wel dat eenieder die in dit geloof leeft, zijn God innerlijk ziet en daarmede beantwoordt aan alle eisen die de mens voor zichzelf stelt en gelijktijdig onderdanig is aan alle wetten die in dit godsdienstig beeld, door de priester dus, erkend worden. Wanneer wij “priesters” zeggen, denken wij altijd aan iemand die behoort tot een speciale getrainde groep. In de oude zin van het woord kon iedereen priester zijn. Zo zien wij bv. dat in de Vroeg-Joodse tijd, de huisvader de priester is voor zijn gezin. Getuigenis daarvan in het Oude Testament o.m. in hetgeen gezegd wordt ontrent de Aartsvaders, het overdragen door zegening, denkt u eens aan Jacob en Esau. Typische priesterlijke overdracht van macht bewijst dus dat eenieder in feite priester kan zijn mits hij een God zoekt; van die God een voorstelling heeft die in zich consequent en logisch is en deze uitdraagt aan anderen. De magiër, de esotericus, de mysticus zijn allen, indien zij eerlijk en oprecht streven, priesters zodra zij de logica van het zuiver menselijk denken vervangen door een religieuze of mystieke logica waarin vaste wetten en redelijk verband van oorzaak en gevolg bestaan.

Ter verduidelijking een voorbeeld dat zeker niet waar zal worden. Op het ogenblik dat een van u zover komt dat hij in zich een logisch wereldbeeld opbouwt waarin elfjes en kabouters spreken, waarin alle mensen als koeien loeien, dan komt er voor hem een ogenblik dat elke mens voor hem alleen maar loeit, dat de elfjes en kabouters optreden, maar dat hetgeen logischerwijze de bevoegdheid is van een elf of kabouter, ook tot uiting komt.  Wanneer ik eraan geloof, realiseer ik mij uit het totaal der volmaakte schepping deze factoren hoe onlogisch dit ook klinkt. Maar nu kan ik mij in zo’n wereld niet alleen goede kabouters en goede elfjes scheppen. Wanneer ik zo’n wereld schep, dan moet ik daarbij de kwade reus en de boze kobold op de koop toe nemen. Want elke wereld die gerealiseerd kan worden, is evenwichtig, heeft zijn tegenstellingen. Daarom kunt u nooit voor uzelf een wereld opbouwen van alleen goed. Welke wereld u ook kiest, ze zal altijd voor u bestaan uit twee delen waarvan u één deel goed noemt en een ander kwaad, waarvan één deel uw wezen vormt en beschermt, een ander deel uw wezen dreigt aan te tasten en te achtervolgen. In elke wereld, ongeacht welke, zult u zelf steeds bepalen wat u doet, wat u bereikt volgens de normen en de regels van die wereld. Wanneer ik dus in deze wereld, die ik hier even als hypothese stelde, leef, dan zal ik, wanneer ik gebruik maak van de gunsten van de goede kabouter en de elfen, ermee moeten rekenen dat ik mij moet verweren tegen de boze reus. Wanneer ik niet bereid ben om dit te doet, kan ik beter niet geloven aan de elfen en de kabouters, want alles wat gebeurt in deze wereld, hoe irreëel ze volgens de normen van de mensheid ook is, zal mij volledig fysiek zowel als psychisch aantasten. Wanneer een reus mij doodknijpt in zijn wereld, zal het voor een ander lijken dat ik een ongeval heb met een auto, of een hijsblok op mij is gevallen. Maar de toestand blijft gelijk.

U zult zeggen: dat is allemaal heel mooi maar wat doen wij ermee? Is dat wel logisch en al zit het nog zo mooi filosofisch in mekaar, bestaat het?  Dan wil ik u eens gaan wijzen op de zogenaamde geesteszieken, daarnaast op de zogenaamde geniën die ook vaak, ik wil niet zeggen “gek” zijn maar toch wel een zeker verwantschap met geesteszieken vertonen. Ik wil u verder herinneren aan bepaalde dichters en schrijvers die een sprookjeswereld bv. zo reëel met elk deel weten te projecteren, dat het is of deze wereld door hen zelf beleefd wordt, en wat meer is, die wereld zo omschrijven dat u beseft dat het verhaal hier en daar eenvoudig aan de schrijver ontlopen is, dat er gebeurtenissen zich ontwikkelden die hijzelf niet meer kon bepalen; iets wat de onsamenhangendheid van dergelijke verhalen, ook vaak doordat ze geen direct einde hebben, zouden kunnen verklaren.

Wanneer u zich realiseert dat die mensen misschien twee werkelijkheden tegelijk kennen, maar in geen van beide werkelijkheden geheel volgens de daarin bestaande wetten kunnen reageren (ik bedoel hier dus de werkelijk geesteszieke, dus niet de mens die door een stoffelijke afwijking. bv. geestesziek wordt genoemd) dan zouden zij onverschillig welke van beide werelden voor hen een volledige werkelijkheid wordt, volgens de regels en de wetten daarvan geheel kunnen leven en zichzelf kunnen zijn.

Maar het je bevinden op de grens is gevaarlijk, denk hier o.m. aan een technisch genie bv. een architect Le Corbusier, een uitvinder Edison, wij zouden nog andere kunnen noemen.

Wanneer ik nu stel dat in de wereld van Edison bv. de droom is geconcentreerd (laten wij het even een droom noemen) op een volkomen logische wereld waarin de bestaande menselijke wetenschap zich reeds ontplooid heeft, dan vindt hij daarin de ontwikkelde idee van de toekomstig wereld. Hij reist als het ware in zijn eigen toekomst. Het is niet zeker dat die toekomst gelijk is met de toekomst van anderen; het is zijn eigen toekomst. De mensheid kan van dat spoor afbuigen. Maar hij kan aan alle ontwikkelingen daarvan ideeën ontlenen. Op het ogenblik echter dat hij op zijn eigen wereld terugkeert moet hij de middelen vinden om volgens de wetten van zijn eigen wereld hetzelfde effect te verwekken.

Vandaar dat de verwerkelijking van een idee veel vraagt. In Edisons wereld bv. kunnen wij ons een perfect fonograaf voorstellen, een die beter is dan al wat u op het ogenblik kent.

Maar daar is de vastlegging eenvoudig in lucht geschiedt. Lucht op aarde maakt het niet mogelijk geluid te conserveren of te bevriezen. Hij zoekt naar een andere stof, komt uiteindelijk naar zijn wasrol en zijn schellakplaat. Het princiep van overbrenging echter, het opnieuw omzetten in hoorbaar geluid dus heeft hij daaruit ontvangen; zo kan hij dus uitvinden. Wanneer het echter niet meer lukt om in zo’n wereld terug te komen, dan kan iemand die een genie is plotseling een waanzinnige worden. Wij kunnen daar een typisch voorbeeld van zien in het optreden van Napoleon. Deze had zich voorgesteld om een bondgenootschap met Rusland te sluiten. Voor hem was dit in zijn wereld een werkelijkheid. Toen dit niet te verwerkelijken bleek, omdat hij geen geloof genoeg had in deze mogelijkheid, begon hij de wanhopige tocht naar Rusland. Alles wat daarna volgt, toont steeds verder optredende verschijnselen van paranoia, dus van een afwijking – een geestesziekte. Hetzelfde zouden wij kunnen zeggen van bv. Hitler, om mensen te noemen die daarin niet slagen. Zien wij daarentegen een Disraëli dan zien wij eveneens een dromer, maar een dromer die iets weet te verwerkelijken. Deze dingen kunnen in een andere wereld zijn opgebouwd. Omdat deze mensen echter in de ene wereld dromen, in de andere leven, kunnen zij wat ze in zich zien – het visioen – alleen omzetten volgens wetten die voor dat visioen niet helemaal geschapen zijn.

Nu de conclusie. Nu kunnen wij wel gaan stellen: Wij mensen gaan onze eigen wereld bouwen. Maar dat is niet eenvoudig.

Want terwijl u die wereld aan het bouwen bent en ze voor u nog niet werkelijkheid is geworden, zult u onderhevig blijven aan alle wetten van uw eigen wereld en die kunt u niet ontkennen. Door elk optreden van de wetten en regels van uw eigen wereld wordt het u moeilijk gemaakt volledig die andere wereld die u opbouwt als regel te zien. De doorsneemens, de bijzonder begaafden op geestelijk terrein enz. misschien uitgesloten, lijkt het mij dan ook onmogelijk om blijvend zo’n dergelijke wereld op te bouwen.

Maar nu kennen wij een ander beeld. Dat beeld vinden wij o.m. in het spiritisme maar wij horen er vreemd genoeg ook van in bepaalde Babylonisch-Perzische overleveringen, het komt naar voor in bepaalde uitspraken in de sekte der Farizeeën en wij vinden het later ook weer terug in bepaalde sekten van het Christendom de eerste 800 à 900 jaar na Christus. Deze idee is gebaseerd op het feit dat je eigenlijk twee werkelijkheden hebt: een van de stof en een van de geest. Die twee werkelijkheden kun je naast elkaar hanteren. Zo kom je tot een uitverkiezing, het Farizeïsche principe, die geestelijk volledig verantwoord is, maar waarvan de wetten in de stof omgezet, voeren tot een onrechtmatig optreden tegen anderen. Dat brengt ons tot een verwerpen van systemen op aarde zoals wij bij de Albigenzen bv. zien. Iets wat weerom niet kan worden doorgevoerd omdat men in de macht van die anderen gelooft. Men ziet ze als tegenstander. Zodra ik iemand als tegenstander zie, heeft hij macht. Als ik iemand haat of zie als een zondaar, heeft hij macht over mij. Dan is er dus onze band, is onze wereld dezelfde. De uitweg die sommigen daarin vonden was deze: Ik bouw mij een geestelijke wereld op, ik leef in mijn eigen wereld maar, wanneer ik bepaalde dingen wil volvoeren, trek ik mij terug in mijn geestelijke wereld en handel gedurende deze tijd, ook materieel, geheel in overeenstemming met die geestelijke wereld. In feite hebben deze mensen dus een methode gevonden om tussen twee werelden over en weer te reizen: de wereld die wij misschien de wereld van hun geloof moeten noemen en daarnaast de wereld van hun stoffelijke werkelijkheid.

  • Broeder voor mij is dat absoluut een onmogelijkheid om in twee werelden afzonderlijk te leven.

Ik heb nog niet gesproken over absoluut, zoals u dat zegt, maar heb gesproken over het feit dat beide werelden op bepaalde tijden en volgens eigen streven tot tijdelijke werkelijkheid kunnen worden. En nu zegt u misschien: dat is onmogelijk. Mag ik u een vb. geven dat u duidelijk maakt dat, juist door de eigenaardige eigenschappen en kwaliteiten van de mens in uw wereld onder uw wetten en logica, deze mogelijkheid bestaat?

In Korea was een aalmoezenier. Deze priester werkte normaal dus om het leven van zijn medemensen te helpen behouden. Hij deed dus altijd dienst bij de verbandplaats, hij hielp met ziekendragers, hij hielp bij operaties. Daarnaast gaf hij natuurlijk aan eenieder, ongeacht zijn geloof, ook een geestelijke en morele steun. In deze functie deed deze mens onnoemelijk veel goed. Maar nu gebeurde het op een keer dat, ondanks het feit dat een aantal ziekendragers kenbaar door het rodekruis, zich alleen op het veld bevonden en duidelijk kenbaar moesten zijn voor de tegenstander, een paar Mongolen het vuur met het machinegeweer openden en deze mensen neerschoten. En nu het typische. De priester vergeet dat hij priester is, grijpt naar een brem en begint alleen een bestorming van de kleine hoogte waarop zij verschanst zijn. Wanneer de anderen met hem mee gaan, ofschoon deze aanval dus niet is afgesproken, in een soort waanzin dus, sleept hij ze mee naar een overwinning, hij is de perfecte soldaat. Hij doodt zijn tegenstanders en pas wanneer hij zijn haat volledig heeft uitgevierd, realiseert hij zich dat hij priester is.

Hier is een mens die in twee werelden leefde; die van de priester en die van de militair. Het heeft die mens veel zielenstrijd gekost omdat hij niet begreep dat beide werelden gescheiden waren en dat hij, op het ogenblik dat hij als militair optrad, volgens de regels van de militair handelde en niet van de priester en dat hij schade toevoegde aan zich en aan anderen door deze scheiding niet te aanvaarden en terug te keren tot zijn priesterlijk zijn, in plaats – zoals hij heeft gedaan – zich terug te trekken van het front, een tijdlang zijn priesterlijke functie neer te leggen en eerst langzaam en met heel veel moeite althans weer enigszins aan het geestelijk werk deel te nemen. Hier heeft u een voorbeeld dat feitelijk is gebeurd.

Misschien dat dit voorbeeld u duidelijk maakt wat ik bedoel met die wetten. Voor de soldaat geldt inderdaad dat die tegenstander moet worden gedood, niet omdat hij soldaat is en geweld pleegt omwille van het geweld, maar omdat van de représaille, omwille van het doden van die rodekruissoldaten de enige oplossing is: terreur tegen terreur. In de wereld van de priesters mag dit nooit bestaan. Daar ligt de tegenstrijdigheid. Wanneer deze mens kort daarvoor dus als priester optreedt, dan kan hij eenieder die een geestelijke eenheid met hem bereikt, zelfs wanneer het geloof geheel verschillend is, (het kan dus een Jood zijn of iemand die helemaal niet aan een God gelooft maar die hier deze steun vraagt) de overgang gemakkelijker maken: iets wat een magisch proces genoemd kan worden. Op het ogenblik dat hij officier is, kan hij dit niet. Dan kan hij alleen mensen in de dood brengen of ertoe brengen om goed te sterven, maar de eigenlijke overgang blijft buiten zijn bereik.

  • Opmerking: Als mens kan hij natuurlijk falen; hij heeft zichzelf vergeten.

Neen, hij heeft niet gefaald. Hij heeft een deel van zichzelf vergeten. Eerst als priester. Toen vergat hij de officier die ongetwijfeld in hem stak. Later als officier optredend, vergeet hij de priester die in hem leeft. Beide werelden echter gehoorzamen aan verschillende wetten. Die wetten zijn in het genoemde voorbeeld op uw wereld volledig duidelijk. Is het echter redelijk, volgens de in uw eigen wereld bekende wetten en logica, om aan te nemen dat een mens die twee mogelijkheden heeft of in feite twee werelden in zich draagt, ongestraft slechts één van die werelden voortdurend kan uiten zonder daardoor in beide werelden geschaad te worden? Dat is de vraag. Alleen wanneer het geheel van zijn persoonlijkheid is opgegaan hetzij in de priester of in de officier in het voorbeeld. Kan hij daarin volledig presteren en zijn, zullen zijn verdiensten, volgens die regels en maatstaven alleen gemeten worden, zal hij zijn resultaten volgens de daarin gelegen waarden bereiken.

Nu moet u dat eens omzetten vanuit dit voorbeeld in een ander. Er is een mens. Normalerwijze is deze mens bv. zakenman. Daarnaast wil hij bv. genezer zijn, artiest of iets anders. Beide waarden gaan niet samen. Dat stel ik er meteen bij. Een zakenman kan niet iemand gaan genezen vanuit een zakelijk standpunt zonder misbruik te maken. Maar een genezer kan geen zaak gaan maken van zijn genezing. Nu is het echter mogelijk dat die mens, gezien de noodzaken die hij in zijn eigen wereld erkent, overdag een goede, een spijkerharde zakenman is, maar dat hij bij het afsluiten van zijn zaken gelijktijdig wordt tot de genezer die desnoods alles wat hij zakelijk heeft gewonnen offert aan zijn ideaal van genezen. Dit is mogelijk nietwaar? Maar dan kan hij bv. niet aannemen dat het geestelijke genezing is; als zakenman even geestelijk gaan genezen; en hij kan niet als geestelijke genezer zakelijk denken. Wanneer hij beiden mengt komt hij in een wereld vol conflicten. Wanneer hij beide functies a.h.w. van het ik gescheiden houdt, kan hij wel in beide werelden leven.

Dan gaan wij nog een stap verder. Stel dat ik leef in een wereld van magie, een wereld waarin een schijnbaar redeloos toverspreukje bepaalde krachten aan het werk zet die volgens de logica niet eens bestaan, krachten die hij in die wereld ziet als goed en die elders misschien worden uitgekreten voor demonisch, dan kan deze mens dus magisch werken. Maar indien hij daarnaast als mens wil leven, zal hij die magie prijs moeten geven op het ogenblik dat hij overstapt naar zijn eigen wereld. Hij mag dan daarin geen magisch princiep gebruiken, en zulks om te voorkomen dat iets volgens de wetten van zijn eigen wereld gebeurt. Hij kan dus niet zeggen; ik dreig mij aan een pan te branden – vuur mag niet branden. Als magiër kan hij dit stellen. Dan zou het dus mogelijk moeten zijn om bij het kennen van twee logische in zich maar op zich niet te verenigen werelden, het ik te doen wisselen tussen de ene wereld en de andere. Wanneer wij gedreven worden door een ideaal (en ik neem aan dat een esotericus, een mysticus, een magiër een ideaal heeft) zal hij dus kunnen beginnen met twee werelden naast elkaar te zien. Maar hij zal steeds meer ingroeien in de wereld die voor hem het feitelijk leven betekent. Wie begint met te streven in deze zin en die wereld tijdelijk beleeft, zal steeds grotere delen van zijn bestaan daarin volbrengen. Hij zal dus bv. voor zijn levensonderhoud, voor zijn mogelijkheden enz. steeds meer onderhevig worden aan de wetten van die andere wereld.

Er komt een ogenblik dat hij de logica van zijn oorspronkelijke wereld, die ook de uwe is waarschijnlijk, verwerpt en geheel leeft in een wereld die beantwoordt aan wetten die niet meer de uwe zijn. Voor hem is alles wat daarin gebeurt volledig logisch, hanteerbaar en redelijk. En de manifestaties daarvan zijn, voor zover ze hemzelf betreffen, voor iedereen ongeacht zijn wereld kenbaar. Voor ieder die tijdelijk of voorgoed in deze wereld leeft met die mens, zullen deze wetten gelden. Wat via of krachtens deze wetten is geschied is onveranderlijk, zodat iemand die tijdelijk met een magiër, een esotericus, een mysticus meegaat in diens gedachtewereld en daar genezen wordt, of daar voorzien wordt van nieuwe kennis, deze meebrengt naar zijn oorspronkelijke wereld. Er is slechts een ding wat niet uitwisselbaar is, hoe vreemd het ook hoge klinken, het is onmogelijk om fysieke waarden, die niet in het ik liggen, over te brengen van de ene wereld in de andere. U kunt dus niet een magische kandelaar maken als magiër, dan als een gewoon mens leven en verwachten dat ze precies dezelfde eigenschappen heeft.

Dat is een inleiding die op zichzelf al interessant genoeg is. Nu zal ik er iets aan vastknopen dat meer de praktische kant uitgaat. U begrijpt; ik kan u geen praktijk aanwijzigingen geven die voor iedereen goed zijn. U moet dit zelf eens overdenken. Wat ik geef moet u eerder beschouwen als een voorbeeld van wat mogelijk zou zijn. Wanneer u het goede wilt op deze wereld, wanneer u vrede wilt op deze wereld, dan kunt u kiezen tussen gaan strijden voor de vrede (contradictie in terminis) of u kunt voor uzelf een wereld opbouwen waarin de vrede superieur is, machtig is. Bouwt u die wereld voor uzelf op dan zult u anderen misschien in die wereld kunnen binnenleiden, maar dan moogt u nooit wanhopen aan de overwinning van de vrede. Dan moet zij voor u het ene bepalende principe zijn.

U moogt dan ook geen onderscheid maken tussen vrede A en vrede B bv. Wanneer u houdt van een echte, felle voetbalwedstrijd, waarbij het een beetje ruw toegaat, dan kunt u niet een wereld van absolute vrede betreden. Daar is alleen een vriendschappelijk spel mogelijk. U moet dus consequent zijn. U moet dus trachten uzelf om te vormen in de richting van die vrede. Doet u dit, dan bouwt u uzelf een wereld waarin u zeer veel kunt behouden van uw eigen logische wereld, zodat u niet onmiddellijk daartegenover komt te staan als een wereldvreemde of een dwaas, maar waarbij die andere wereld, die vredeswereld voor u, uw omgeving en uw milieu, steeds sterker werkzaam wordt.

Een gek voorbeeld (voor u tenminste) Wanneer ik absoluut geloof in vrede, en er wordt een kogel in haat op mij afgeschoten, zal die kogel mij nooit kunnen raken. Want in mijn wereld kan zij niet bestaan Een atoomexplosie kan plaats vinden; ik zou ook menig verschijnsel daarvan zien, maar al zou ik in het middelpunt staan, de straling en het atoom kunnen mij niets doen want zij zijn een product van angst en haat en in mijn wereld is vrede. Er ontstaat een onaantastbaarheid die men ten hoogste zelf kan opheffen. Wanneer ik die atoombom zie, dan kan het voor mij een noodzaak zijn om in te grijpen in het leven van hen die daar leiden. Wanneer dit ingrijpen niet in overeenstemming is met de vredesgedachte die ik in mij draag, een erkenning van haat of geweld inhouden, ben ik even kwetsbaar als zij die gewond zijn. Zo kan het noodzakelijk zijn om een princiep volledig tot uiting te brengen, soms de immuniteit die het met zich brengt op te geven; dan wordt het eigenlijk princiep getransponeerd tot een hoger niveau. Uit uw vrede wordt broederschap. Uit uw broederschap wordt eenheid met God. Elk betekent het opgeven van bepaalde waarden die tot uw wereld behoren, een kwetsbaarheid daarmee voor wat rond u is, maar daaruit het ontstaan van een nieuwe wereld die meer omvattend is en, vooral in de hogere kosmische waarden en hiërarchieën, steeds meer entiteiten en mogelijkheden omvatten.

De mens die een dergelijke wereld voor zich opbouwt, doet dit geheel op eigen verantwoordelijkheid; dat begrijpt u. En hij moet van zichzelf ook niet verwachten dat hij dat een, twee, drie kan doen door alleen fantaseren. Uw wereld moet logisch zijn. Zij mag elke willekeurige wet stellen mits deze wet in alle punten doorgevoerd is en geen uitzondering kent. Zij moet een samenstel zijn van goed en kwaad. Bv. uw wereld van vrede geeft u als bonus, als het goede, afwezigheid van strijd, maar als tegenstelling, afwezigheid van elke ontwikkeling en ontwikkelingsmogelijkheid die alleen door strijd voortkomt. Dit moet u zich realiseren. Wanneer u echter begint u een wereldje in te denken dat geheel beantwoordt aan uw innigste wensen en verlangens, een wereldje dat perfect logisch is en dat u steeds logischer maakt, dan kunt u, handelend volgens de wetten en regels van die wereld, de daarin geldende wetten en wetmatigheden voor u en allen die met u in die wereld zijn steeds sterker van kracht doen zijn, ongeacht het feit dat degene die tijdelijk op bezoek is, terugkeert tot zijn eigen wereld.

Dit is een van belangrijkste principes, de belangrijkste beginselen van de occulte wetenschap.

Ik weet dat ze zelden op deze wijze uiteen wordt gezet. Men spreekt liever alleen over geloven of men stelt bepaalde waarden. Maar daardoor zou u gedwongen zijn een wereld te aanvaarden die niet werkelijk aanvaardbaar is voor u, een wereld waarin hiaten zijn en die daarom in zijn wetten nooit volledig voor u werkzaam kan zijn. Wanneer uw wereld er een is waarin één enkel woord, één enkele concentratie een medemens geneest, opwekt uit de dood, en deze wereld is voor u volledig waar op dat ogenbik, terwijl de ander, ‘ t geval van dood dus als geest, in die wereld ook maar voor een ogenblik opgenomen, geheel tot eenheid met u wordt gebracht, dan kunt u deze dingen normaal verrichten en zullen de resultaten ook verder blijven voortbestaan.

Dit geldt voor alles wat u occultisme, spiritisme noemt, kortom voor al die waarden waarmede de mens zo moeilijk raad weet.

Mijn raad voor deze avond is: overdenk de mogelijkheid om voor u zelf, al is het voorlopig maar erg beperkt, en misschien erg primitief, zo’n wereld op te bouwen. Keer daar, desnoods in het begin in dromen alleen, steeds terug, tot deze wereld iets wordt waarin u meent te kunnen handelen. Handel dan in volle overtuiging dat de daar geldende wetten juist zijn en u zult tot uw verbazing ontdekken dat geest en stof aan die wetten gehoorzamen. Maar vergeet één ding niet. De werkelijkheid die u zo schept, kan op vele wijzen vervangen worden door een andere werkelijkheid, maar niet door u. U kunt niet vier of vijf afzonderlijke werelden scheppen waaruit u naar verkiezing put. U kunt slechts, naast de wereld waarin u nu eenmaal moet bestaan, een tweede innerlijke wereld scheppen, die u steeds dichter naar de stoffelijke verwerkelijking toebrengt tot zij u uiteindelijk omvaamt. Ongeacht het goed en het kwaad wat in deze wereld schuilt; geldt, dat nimmer deze wereld voor die van een ander verwisseld kan worden. Anderen kunnen tot uw wereld toetredend. Maar u kunt alleen tot de wereld van een ander toetreden die groter is dan u, nimmer iemand die beperkter of kleiner is.

Zo ge dus uw wereld niet alleen wilt volbrengen, alleen in die wereld bestaan wat zelfzuchtig, daardoor beperkt en tot specialisme leidend is, zou ik u de raad willen geven om bij de bouw van deze wereld voortdurend te streven naar het helpen van en het opheffen van hen, die in welk aspect ook, tijdelijk of normaal uw minderen zijn.

Zo groeit ge zelf in uw wereld in en zult ge leren hogere werelden te aanvaarden. Kan de groei die ik u voorstelde, misschien beginnen op een haast onderaan en laag niveau en toch komen via al die trappen van bv. vrede, van broederschap en naastenliefde en éénheid in God, tot uiteindelijk bewustzijn in en van God. Vele wegen zijn mogelijk, maar de wet die al deze werelden beheerst is voor allen gelijk, ook voor alle mensen.

  • Dan is het toch van belang dat wij, wanneer wij dus een dergelijke tweede innerlijke wereld wensen op te bouwen, een wereld opbouwen die voor ons van werkelijk nut is voor de bewustwording; niet zomaar een fantastische wereld zonder werkelijke zin, zoals u daarstraks in een voorbeeld heeft gegeven.

De fantastische wereld brengt met zich een nieuwe werkelijkheid en elke nieuwe werkelijkheid heeft én zijn nut én zijn nadeel. Zelfs die meest fantastische wereld, waarover ik u sprak, van mensen die niet kunnen spreken, van elfen, demonen en wat weet ik nog meer, kan u in staat stellen door het werk van die elfen bv. een oogst voor vernietiging te redden of de wolken te verdrijven of door de aardmannetjes schatten uit de aarde te laten dragen om aan de armen te geven.

Begrijpt u wat ik bedoel? Het is dus niet belangrijk welke wereld u opbouwt; het is belangrijk met welke intentie u dit doet. En indien de kern van uw opbouwen steeds is: de behoefte om een steeds grotere eenheid te scheppen in de wereld, in uzelf een steeds grotere eenheid met uw God en een groter begrip voor en dienstvaardigheid aan uw medemensen, dan geloof ik dat u zelfs de meest fantastische wereld op een gegeven ogenblik als volledig bruikbaar en nuttig zult zien. Dit is echter in zover theorie, dat het bouwen van een te fantastische wereld de meeste mensen niet mogelijk zal zijn, omdat het verschil tussen hun zogenaamde realiteit van heden, de wereld waarin zij een groot gedeelte waarschijnlijk nog van hun leven voorlopig moeten doorbrengen, het onmogelijk maakt om de wetten van die nieuwe wereld; geheel te aanvaarden.

Ik zou dan willen zeggen: zoek daarom een wereld die niet te ver verschilt van uw eigen wereld, maar waarin de wetten die u het meest belangrijk acht, zoals die van naastenliefde bv. een andere uitwerking en betekenis hebben, waaruit oorzaak en gevolg of karma op een andere wijze kenbaar zijn, dan zult u beginnende met deze betrekkelijk kleine maar idealistische belangrijke wijziging vanzelf die wereld vinden als zijnde nuttig voor uzelf, voor uw medemensen en daarnaast zeer zeker als een weg die u dichter voert tot uw God.

  • U sprak op het laatst broeder, over een wet die voor iedereen geldig was, maar in de loop van uw betoog heeft u gesproken dat een bepaalde wet maar geldig is in een bepaalde wereld, in een bepaald wereldbeeld.

Ja. Misschien is dit verwarrend. Laat ik trachten om het recht te zetten. Overigens geloof ik niet dat ik in mijn woordkeuze een fout heb gemaakt waardoor ik dit feitelijk heb gezegd. Maar mogelijk is deze interpretatie ontstaan. Ik heb gesteld dat elke wet van een wereld aan die wereld gebonden is. In het begin heb ik eveneens getracht te stellen, dat een wet van relativiteit bv. een wet is die overal van kracht is, maar niet het mogelijk maakt dat alles als onderling relatief wordt beschouwd. M.a.w. de wet, zoals u ze ziet in uw wereld, is in feite, en dit kan niet anders, een interpretatie van een kosmische wet. En zo zal dus aan alle wetten die u beleeft, een werkelijke alomvattende wet ten grondslag liggen. Maar deze wet is voor u in zijn volledigheid niet beleefbaar noch kenbaar. De logische wereldopbouw achter waarin u deze wetten in hun   afleidingen toepast, is voor u wel kenbaar, kan een gedachtematrijs vormen waaruit dus deze wereld en wereldkrachten voor u reëel worden.

  • De Mahatma Gandhi werd dodelijk getroffen. Hij was dus wel kwetsbaar. Was zijn vrede wereld dan niet goed opgebouwd?

Zijn vrede leven was strijdvaardig. Want Gandhi’s strijdvaardigheid bracht hem tot zijn geweldloosheid, maar om de dooie dood niet vredelievend streven. Want hij gebruikte geen geweld, hij probeerde alles goed te doen en hij was een groot en heel wijs man. Maar in feite zei hij: “Heer Engelsen, zou u misschien even willen bukken dan schoppen wij u er wel uit, en tegen de landsheren “Heren, zou u niet een beetje land willen verdelen dat wij nodig hebben, voordat wij u vierendelen op een vreedzame wijze. Zijn leven was niet een leven van vrede maar een strijd voor rechtvaardigheid zonder dat men de naaste onder geweld doet lijden. Dit is heel iets anders Want hij richtte zich rechtstreeks tegen de maatschappelijke toestanden in India, de koloniale verhoudingen en al wat daarmede samenhangt en degenen die zich herinneren hoe het is gegaan, weten dat zelfs in zijn tijd zijn vredelievende tochten zodanig passief geweld deden ontstaan, dat actief geweld de enige oplossing bleek. Wanneer u allemaal morgen zegt: Wij zijn vredelievend en nu gaan wij vlak voor het politiebureau en voor de brandpost enz. liggen, zodat er geen kip in of uit kan, dan pleegt u in feite geweld omdat u een beperking van vrijheid van anderen toepast en daarmede logischerwijze een verweer uitlokt. Daaruit volgt dat de Mahatma de strijd der rechtvaardigen streed op de meest juist wijze die, gezien de toestand van zijn volk en de verhoudingen in de wereld, mogelijk was. Alleen door in deze strijd te sterven a.h.w. kon hij de bevestiging vormen van hetgeen hij is. Vandaar dat de Mahatma Gandhi niet vervangen is door anderen, maar nu nog door ongetelde als een profeet en heilige wordt vereerd, iets wat naar mijn idee terecht is, want er staan een hele hoop standbeelden van kerels …. Ik mag niet roddelen

  • Aansluitend op dit laatste, wil ik een sprong maken naar Jezus, die aan het kruis stierf. Hoe was de wereld van Jezus opgebouwd?

De wereld van Jezus was opgebouwd in een voortdurende strijd tegen menselijk onrecht, een voortdurende strijd tegen een menselijke macht en machtsinstellingen. Ook Jezus kon alleen door te sterven, zijn streven en werken bevestigen. Want alleen door zijn dood scheurde de voorhang van de tempel. En als u begrijpt wat dat betekent? Achter de voorhang van de tempel was nl. de Ark des Verbonds opgesteld en tussen de vleugels van de serafijnen, daarop waren gebeeldhouwd: “Openbaarde zich God” en die was alleen te spreken in de spreekuren en dan alleen voor de hogepriester. Toen echter Jezus zijn innerlijke eenheid met God en zijn strijd voor de vrijheid van de mens om tot zijn God te gaan, bevestigde door, zonder dat het noodzakelijk was, dit hoefde hij niet te doen, te sterven op instigatie van de tempel, en krachtens zijn innerlijk bewustzijn en hetgeen hij in zich was en bereikte, te herrijzen, scheurde de voorhang van de tempel en kon elke mens voor zijn God treden.

Een Jezus die was weggevlucht zou vergeten zijn, als een van de vele wonderdokters die er in die dagen waren. Een Jezus die met geweld de macht van Rome had overgenomen, zou in feite een nieuwe Nero zijn geweest. Want wie macht eist, wereldlijke macht en deze vestigt met geweld, moet ze met geweld verdedigen. En daarin zou eveneens Jezus leer van naastenliefde, van onderling samengaan in ware broederschap teniet zijn gegaan. Jezus dood was de enige mogelijk consummatie van Zijn leven en leer. Voor mij is Zijn herrijzenis de bevestiging van de superioriteit van de geest over de stof, maar tevens de werkelijke binding tussen elke mens, niet die zich Christen noemt, maar die naar Jezus leer en wetten leeft met dit hogere dat Jezus aan zijn leerlingen heeft gegeven. Want Jezus is de weg, maar het einddoel is de Vader. En degene die dit vergeet, moet werkelijk zijn Evangelie eens overlezen.