Werkelijkheid in de magie

 Werkelijkheid in de magie

Als mensen zich bezighouden met magie, dan denken ze altijd dat het kunstjes zijn, die of tegennatuurlijk of bovennatuurlijk zijn of het is oplichterij. Een mens bestaat uit twee delen. Zelfs een gewoon mens kan dat zien. Hij bestaat namelijk uit een gevoelswereld en uit een denkwereld. Daardoor is hij tegen zichzelf verdeeld. Ik weet niet of u het ooit heeft opgemerkt, de meeste mensen denken dat ze iets voelen tot op het ogen­blik dát ze iets voelen en dan menen ze dat ze het gedacht hebben.

In de magie doen wij nu het volgende: je probeert het denken en het voelen van de mensen in overeenstemming te brengen. Daarmee kun je heel eigenaardige verschijnselen krijgen die dan misschien wegverklaard kunnen worden via suggestie, hypnose e.d, maar die toch bruikbaar zijn. Een van de meest bekende verhalen is wel van de man die zei: “Er is hier een leugenaar in dit gezelschap. Ik spreek een bezwering uit over een schaaltje melk. Iedereen drinkt ervan, ook degene die heeft gelogen en dan wordt de melk zwart.” Eigenlijk is het een psychologisch trucje. Maar waarom gebeurt dat? Om de doodeenvoudige reden dat de gevoelswereld van de schuldige zegt, dat het wel eens waar zou kunnen zijn. Het is de twijfel in de mens die in dit geval werkt.

Als je tegen iemand zegt – en dat is ook magie: Je bent ziek. Ik ga je gezond maken. Wat gebeurt er dan? Als de persoon zegt: Ik ben ziek en ik blijf ziek, dan blijft hij ziek. Maar als hij het gevoel heeft: ik zou beter kunnen worden, dan overtuigt hij zichzelf dat hij beter mag worden en daardoor wordt hij beter.

Nu zult u zeggen: daarin spelen toch ook andere dingen een rol. Zeker. Krachten worden overgedragen en wat dies meer zij. Maar in de magie gebeurt er in feite niets anders dan dat er eerst een harmonie wordt bereikt die meestal ligt op het emotionele vlak tussen de genezer en zijn sujet. Waar die emotionele eenheid eenmaal bestaat, dus als men op elkaar is afgestemd, daar werken de woorden en ook de gebaren verder als een suggestie, want de werkelijke krachten spelen dan al. Het is al­leen nodig om de gedachten onder woorden te brengen, het denkbeeld dus vorm te geven.

Zo gaat het ook wanneer wij te maken hebben met bv. het oproepen van geesten en demonen. Niet dat ik het u als een liefhebberij aanbeveel, want het gevoelsleven van de mens kan over het algemeen niet tegen de uitstraling van een demon.

Als u een demon oproept, wat doet u dan eigenlijk? Gaat er nu wer­kelijk een poort open tussen twee werelden? Welnee. In feite doet u niets anders dan u door een zeer sterke concentratie en emotionele op­winding, die daarmede gepaard gaat, op een niveau brengen waarop uw krachten en die van de demon ongeveer gelijk worden. Dat je daarbij incan­taties, reukwerken, lichten e.d. bij gebruikt, dat zijn alleen maar hulp­middelen. De hoofdzaak is dat uw kracht en die van de demon gelijk zijn. Daardoor kan de demon zich in feite door uw kracht manifesteren. Maar aangezien u hem als een zelfstandigheid ziet, bent u over dit deel van uw krachten op dat moment geen meester meer. Dat is het grote gevaar van het oproepen van een demon. Hij verslaat je door je krachten te ab­sorberen.

Magie is dus helemaal niet, zoals men wel eens suggereert, alleen maar tovenarij. Het is eigenlijk een leer waarmee we factoren uit de wer­kelijkheid op een zodanige manier op elkaar afstemmen, dat wat we beleven of zien meer omvat dan wat wij verstandelijk plegen te aanvaarden.

Nu gaan we nog wat verder. Het wordt pas interessant, wanneer we met magie bezig zijn, als wij ons realiseren hoeveel magie er eigenlijk in de wereld is. Wanneer wij een godsdienstoefening bijwonen, dan is die magisch van karak­ter. Wanneer wij een eed afleggen, dan heeft die een magisch karakter.

Wanneer wij op een bepaalde manier elkaar begroeten, bv. door de hand uit te steken of door een vredesgebaar te maken of een stopgebaar (de hand omhoog houden), dan is dat ergens ook magie. Wat doen wij namelijk? Wij gebruiken een gebaar of een woord op een zodanige manier dat de an­der daarop reageert. Die reactie is verstandelijk. Als een verkeersagent op een kruispunt staat en hij heft zijn hand op, dan zegt u niet: die man zegt “stop”. U zegt: Ik moet stoppen. Dat is nu juist het wonderlijke bij magie. De uiterlijke tekenen en de redelijke waarneming die mogelijk is worden omgezet in een emotionele dwangimpuls waarop u op een bepaalde manier reageert. Het is deze reactie die het magisch resultaat veroorzaakt.

Elke wereld, ook de uwe, omvat heel veel andere werelden of subwe­relden. Het is zeker niet zo dat u alleen met uw eigen wereld te maken heeft. U kunt iets veranderen door magie, bv. een steen in brood. Is dat zo moeilijk? Als u het bekijkt wel, maar als u zich realiseert dat er een wereld is waarin dat brood aanwezig is en u zodanig één wordt met die wereld dat tijdelijk brood en steen van plaats verwisselen, dan is het heel logisch. Ik heb geen brood geschapen uit steen. Ik heb dood­gewoon een wereld waarin een steen ligt, verwisseld voor een wereld waarin een brood is. En omdat ik automatisch toch weer grijp naar mijn eigen werkelijkheid en de wereld die ik als zodanig beschouw, zal ik al­tijd weer terugkeren in de lijn van die werkelijkheid. Een werkelijkheid die voor mij bestaat, omdat ze is opgebouwd uit oorzaak- en gevolgwerkin­gen die voor mij logisch aanvaardbaar zijn of zelfs emotioneel onmisbaar. Het zal u misschien duidelijker worden als ik een ander voorbeeld geef.

Er zijn mensen die op de een of andere manier met elkaar verbonden zijn. Niet door wat men liefde of haat noemt, maar door een onverklaar­bare band. Ergens horen ze bij elkaar. Nu kun je dat in vorige incarnaties gaan terugzoeken, maar je kunt het vanuit een magisch principe veel eenvoudiger verklaren.

Als mensen een zodanige afstemming bezitten, hetzij door een voor­gaand bestaan, hetzij door het streven in dit leven of zelfs door bepaal­de gewoonten en denkwijzen, dan zullen zij door die emotionele afgestemd­heid op elkaar reageren. Deze reactie impliceert dan heel vaak ook nog de mogelijkheid elkaar bepaalde boodschappen over te brengen door middel van telepathie, een groter vermogen om ten aanzien van elkaar helderziend te zijn enz. Het is de basisharmonie die hier een rol speelt. De werkelijkheid is natuurlijk een totale harmonie. Maar als je van die totale harmonie maar een klein stukje beseft, dan verwaarloos je over het algemeen de rest. Verstandelijk kun je dat andere niet accepteren. Als ik u vertel dat hier een snelverkeersweg van een andere wereld midden door deze zaal loopt (of het nu een geestelijke of een ander dimensionale wereld is), dan kunt u zeggen: Hij zegt het, dus zal het wel zo zijn. Maar u gaat toch niet opzij omdat er een auto aankomt. U moet dus ook redelijk kunnen concipiëren.

Op het ogenblik dat uw emoties zo sterk worden dat de rede zich gaat aanpassen, ontstaat er een magisch effect. Die verbinding tussen mensen is een emotionele band, een gevoelsband, een trillingsgelijkheid. Alles wat er in die wereld gebeurt wordt verder daaraan aangepast. De rationele begrippen die wij gebruiken zijn gebaseerd op die bestaande band.

Nu kan het wel eens zijn dat we het gevoel van zo’n band kwijtraken, dat we die afstemming verliezen om welke reden dan ook. We kunnen dan die band emotioneel niet meer terugvinden. Wat kunnen we dan wel doen? We kunnen een rationeel beeld vormen (dus uit het denken) waardoor we ons vervreemden van de werkelijkheid zoals wij die nu beleven en terug­keren naar de oude toestand. Maar dan wordt de afstemming en de gevoe­ligheid van ons wezen ook weer teruggebracht naar die oude toestand. Dan ontstaat weer de resonantie en daarin wordt al het andere weer mo­gelijk tot het ogenblik dat wij de werkelijkheid, zoals ze nu is, weer beseffen. Maar dan is magie eigenlijk helemaal geen magie. Het is dood­gewoon het werken met die delen van de werkelijkheid, welke zintuiglijk en verstandelijk niet zonder meer benaderbaar zijn.

We kunnen nog een stap verder gaan en zeggen: dan is kennelijk het emotionele leven van de mens veel belangrijker dan men op het eerste gezicht zou zeggen. Dat is inderdaad waar. Uw eigen voorkeur en verwer­ping bepalen niet alleen uw gedrag. Neen, u bepaalt mede gelijktijdig het gedrag van anderen. Dat kunnen mensen of geesten zijn. Het kunnen ook voorwerpen, planten en dieren zijn. Heeft u wel eens opgemerkt dat iemand die bang is voor een hond, ook al laat hij het niet merken, door een hond altijd achterdochtig en dreigend zal worden benaderd? Daar behoeft verder niets uit voort te komen, maar de uitstraling is er en de hond reageert daarop. Een kat doet pre­cies hetzelfde. Waarom is dezelfde kat voor de een schuw of erg strijdlustig, terwijl ze zich door een ander heel gemoedelijk laat aanhalen en zelfs om een aanhaling komt bedelen? Uitstraling! Die uitstraling is verstandelijk niet verklaarbaar, iemand kan zeggen: “Wat een mooie hond.” en het werkelijk oprecht menen, maar diep in zich het gevoel hebben, maar het beest is toch gevaarlijk, een beetje er vandaan blijven. Dan is die uitstraling bepalend voor de relatie met het dier. De bewondering kan dan misschien een verzachting in de uiting brengen, maar ze kan niet de uiting onderdrukken of veranderen. Dat kan alleen de emotie.

U heeft zelf allemaal een emotioneel leven. Het is dit emotionele leven en uw geloof dat in feite een formalisering is van bepaalde emo­ties waardoor u magisch werkt. Alle gebruiken in de wereld die een ma­gisch karakter hebben komen voort uit een algemene aanvaarding, waar­door men niet alleen verstandelijk of volgens gewoonte, maar zelfs ge­voelsmatig gaat reageren. De situatie wordt ongeveer als volgt:

De magie is een deel van de werkelijkheid dat niet rationeel te verklaren of te begrijpen is. Het is soms rationeel, maar daar blijft het gewoonlijk bij. De gevoelswereld domineert een groot gedeelte van de rede, ook al zal de mens dat aan zichzelf niet toegeven of van zichzelf niet beseffen. Het zijn uw innerlijke gevoelens die bepalen wat u denkt, niet uw gedachten die bepalen wat u voelt. U moet iets als een emotie hebben beleefd om het later te kunnen terugbrengen en met woorden weer te geven. Dan kunt u de verbale vorm gebruiken om de emotie hernieuwd te wekken. De emotie is echter de basis, niet het verstand.

Ik kan begrijpen dat veel mensen nu gaan denken wat ben je verve­lend. Want het gevoel van de mens zegt heel vaak: laten we nu niet aan die kostbare redelijkheid van ons komen. Laten we alsjeblieft niet te ver teruggaan; het gevoelsleven is altijd dierlijk. Dit is een menselijk concept dat ik hier uitdruk, niet mijn mening. Het is niet altijd dierlijk. Het is de samenvatting van al het onbekende plus de spontane reacties van het “ik” en het voertuig, die zonder redelijke beredenering of enige redelijke benadering in het ik” tot uitdrukking komen. Er zijn heel veel geestelijke werelden. Als wij werken met een medium – en dat is een van onze criteria – dan willen wij er graag één hebben dat enigszins afgestemd is. Nu kan ik mij het menselijke bestaan voor ogen stellen. Ik weet dus wat het is om mens te zijn. Doordat ik mij dit herinner (voor mij een redelijk proces) komt mijn emotionele uitstraling op een zodanige frequentie, in een zodanige harmonische toestand, dat ik een mens kan benaderen en contact met hem hebben. Zonder dit zou het heel erg moeilijk zijn. Een geest, die nooit mens is geweest, kan zich door een mens maar heel moeilijk uiten, zo hij dit al kan. En wanneer die uiting plaatsvindt, zal dit alleen kunnen indien er iemand is die de geeste­lijke toestand van deze geest en ook het menselijk leven kent en die dan als bemiddelaar optreedt.

Als wij in het spiritisme zien hoe geesten doorkomen die “gered” moeten worden (u kent die reddingsceances wel), dan kan een dergelijke seance alleen plaatsvinden indien er een controle is. Met andere woorden: indien er iemand is die zorgt dat de afstemming in orde komt. U zult dan zeggen: dat moet dan iemand zijn die redelijk goed is. Neen, dat is iemand die de emotionele band kan vlechten tussen een persoon die zich moet uiten en een medium waardoor die uiting plaats heeft.

Krachten zijn eveneens dingen die in de magie een rol spelen. Als men een dode laat wandelen (zoals men in Tibet deed, dat mag tegen­woordig niet meer), dan wordt er levenskracht verzameld. Waar komt die vandaan? Doordat de mensen bewust daarmee bezig zijn? Ze weten niet eens wat ze doen. Maar omdat ze voelen dat er een kracht is zingen ze. Ook hoort daar nog een trommelslag bij zodat in hen die emoties alover­heersend worden. Die mensen redeneren niet meer. Ze zien alleen dat li­chaam opstaan. Ze stralen de kracht uit en daardoor zal het lichaam van de dode kunnen opstaan en – zij het wat onbeholpen, want het func­tioneert niet helemaal goed meer – kunnen lopen. Dat is dus geen opstan­ding uit de dood waarbij de ziel terugkeert. Het is doodgewoon geprojec­teerde levensenergie. En dat kan alleen geschieden doordat die mensen in een sterke emotionele verbondenheid zijn geraakt. Ik kan het misschien anders uitdrukken.

U kent onze Steravond. Wat gebeurt daar? Het is iets bijzonders zo’n Steravond. U voelt dat. Doordat u dit voelt, maakt u het al tot iets bijzonders. U gaat iets tot stand brengen waarop wij kunnen inhaken. Er ontstaat een band tussen onze wereld en de uwe die veel verder reikt dan normaal. Dat komt omdat u langzaam maar zeker de rede opzij zet en alleen nog maar wacht op de uitstorting van kracht. Kracht is een beeld dat de hoogste en de laagste wereld gemeen kunnen hebben. Er is een ge­voel: die kracht is er waardoor wij verbonden zijn. Het is een smal spoor en niet altijd zonder gevaren, het is er. Het is een band waardoor zeer hoge geestelijke krachten zich op aarde of zelfs in een veel lage­re sfeer nog kunnen manifesteren. Als die kracht komt, is dat dan magie? Zeker, want hier is iets gebeurd wat buiten de redelijke sequentie ligt, buiten het verstandelijk beredeneerbare, het overzienbare. Toch zullen er onder u velen zijn geweest die de sfeer heel sterk hebben ondergaan. Dan zeggen de mensen: Maar de ene avond was het veel sterker dan de an­dere. Alweer verklaarbaar.

Als uw emotionele afstemming precies op het vlak ligt waarop wordt gewerkt, dan ondergaat u de kracht bijna direct. Als u alleen maar in die verwachting meezweeft, die emotie is niet helemaal afgestemd, dan krijgt u alleen a.h.w. door een filter nog bepaalde resultaten. Dat is magie in de werkelijkheid.

De werkelijkheid is dat wij bestaan. Ons bestaan is een kwestie van levenskracht; en die drukken wij meestal emotioneel uit. Het is een gevoelskwestie. Het is iets wat in ons bestaat en reageert al weten we niet eens waarom. Daarnaast bezitten we besef. Dat besef bepaalt ons bewust registreren van wat er gebeurt, maar niet de kracht die de basis is. Naarmate wij meer terugkeren tot de diepste basis van ons wezen, zullen wij aan meer krachten en werelden deel kunnen hebben. Zelfs de ceremoniële ma­gie, die heel vaak in een fantastisch vertoon ontaardt, heeft deze kwaliteit. Zij draait als het ware de rede weg. Zij vervangt de rede door droombeelden, drogbeelden, klanken en door alles wat je je maar kunt voorstellen. Een absolute onredelijkheid waardoor de emotie, juist door­dat de mens de rede uitschakelt, veel sterker kan werken dan normaal.

De afstemming van de rede kan dan soms bepalend zijn voor het ge­bied dat emotioneel ontvangen kan worden. Daaruit kun je dan de krach­ten verkrijgen voor alle magisch werk. Zo kun je in een schijn van het onmogelijke toch nog aspecten van de werkelijkheid doen gelden, zelfs in een beperkte wereld als de stoffelijke.