Werkelijkheid

22 april 1985

Ik mag vanavond weer inleiden. Wij hebben een gastspreker die zich bezighoudt met het begrip “werkelijkheid”. Dat is voor mij erg moeilijk, voor u misschien niet, je kunt nooit weten.

Er komen allerlei begrippen aan te pas zoals bv. “de totaliteit der gebeurtenissen”. Ik heb geïnformeerd hoe dat in elkaar zat en toen kreeg ik een hele show over o.m. parallelle werelden, over mogelijkheidswerelden, over realiteitsverschuivingen en wat dies meer er zij. Er kwam zelf een heel stel dimensies bij.

Ik heb mezelf afgevraagd hoe ik dat kan uitleggen. Ik moet eerlijk zeggen nee, dat kan ik niet. Ik weet wat een parallelle wereld is. Een parallelle wereld is een wereld, die in enkele aspecten verschilt van de uwe; maar die aspecten zijn dan wel essentieel. Beide werelden lopen naast elkaar, de tijd is in beide werelden meestal een tikje Verschillend. En zo kunnen er hele reeksen van die werelden zijn.

Met dimensies is dat precies hetzelfde: Wanneer je een wereld hebt zoals de uwe, dan kan er een zogenaamde anti‑dimensie zijn. Dat wil zeggen dat 3 andere dimensies die wereld bepalen, die verder gelijk is aan de uwe, maar waarin dan weer bepaalde natuurkundige principes bv. anders werken of reageren.

Dat zijn begrippen die m.i. eigenlijk een beetje meer bij sciencefiction horen dan bij geestelijke werkelijkheidsonderzoekingen. Eén ding is mij in ieder geval wel opgevallen en dat is dat werkelijkheid een zeer persoonlijke zaak is.

Toen ik vroeg: “Wat is werkelijk?”, zei hij: “Alles wat je zelf als zodanig ervaart.” Daar ben ik dan een beetje over gaan nadenken, maar het is voor een deel natuurlijk juist. Wanneer ik geloof dat de maan van groene kaas is gemaakt, zal ik er nooit van eten, maar ik heb in ieder geval een hele voorraad kaas om naar te kijken.

Ik geef toe; het is een beetje een gek voorbeeld. Maar als ik denk dat ik gelukkig ben, ben ik veel gelukkiger dan wanneer ik denk dat ik ongelukkig ben. Want als ik ongelukkig ben, vertrouw ik mijn geluk niet en als ik gelukkig ben, dan tel ik mijn ongeluk niet. Dergelijke dingen kan ik nu wel begrijpen.

De gastspreker zegt bv.: “Harmonie is nooit totaal mogelijk zolang je eigen besef beperkt is.” Daar is iets voor te zeggen, omdat de totale harmonie alles moet omvatten. Maar zoals ik het bekijk hangt het veel meer af van de wijze waarop je kunt aanvaarden dat er nog iets anders bestaat dan in de situatie van: ik kan alleen maar erva­ren wat bij mij behoort.

Misschien is dat voor de geest een beetje anders dan voor de stof dat wil ik er graag meteen aan toevoegen. Want een geest beleeft eigenlijk alles wat hij aanvaardt, maar alleen voor zover hij het voor zichzelf in termen van werkelijkheid kan vertalen.

Dat is bij u eigenlijk net zo. Uw hele wereld loopt over van mensen die God prediken, maar niemand weet wat Hij is. U weet zelfs niet of het een Hij is; het zou ook een Zij kunnen zijn. Het zou ook nog een Het kunnen zijn. Het zou ook iets kunnen zijn wat helemaal niet meer omschrijfbaar is.

Wanneer je jezelf daarmee bezighoudt blijkt dat God voor jou werkelijk is voor zover je in die God gelooft. Het gekke wat dan daaruit voortvloeit is, dat iemand, die werkelijk volledig in een God gelooft ook door die God allerlei dingen ziet gebeuren die toch wel een beetje buiten de redelijke normen vallen. Noem het wonderen, mirakels, noem het afwijkingen of toevalsafwijkingen, precies zoals u wilt. Maar het is er wel.

Dan kun je natuurlijk zeggen: “Ja, maar het is God niet.” Dat is onzin. Wanneer het in relatie tot het begrip God gebeurt dan moet dat begrip God er iets mee te maken hebben.

Wanneer ik denk dat ik veel krachten heb, dan heb ik ze noodzakelijkerwijze niet altijd. Maar wanneer ik geloof, dat ik deel ben van een grotere kracht, dan blijkt weer dat ik daar steeds kracht uit kan putten. Waarom? Waarschijnlijk weer omdat ik toch bij een groter geheel behoor en eigenlijk dat grotere geheel dan gebruik. Maar dat kan ik alleen maar wanneer ik er werkelijk aan geloof.

Er zijn duizend en één van die dingen en die kun je nooit helemaal duidelijk maken of omschrijven.

Ik vroeg bv.: “Wat is dan de werkelijkheid van een mens op aarde?” “Nou, zei hij, “dat is een stuk woestijn en heel veel luchtspiegeling.”

Ik zei: “Hoe kun je dat nou vertalen?”

“Nu”, zegt hij, “heel eenvoudig. Wat de mens in werkelijkheid heeft, is allemaal heel eenvoudig. Maar wat hij ervan maakt is vaak erg ingewikkeld omdat hij beelden, die hij zich van vroeger herinnert of die hij aanvoelt in een andere wereld eigenlijk projecteert over de werkelijkheid waarin hij leeft. Daarom zeg ik: het is een luchtspiegeling; een fata morgana.”

Daarna kwam ik nog tot een paar vreemde constateringen. Wanneer u in een heilige gelooft ‑ voor mijn part heet hij Sebastiaan ‑ en u bidt dat die heilige u zal helpen, dan hoeft die heilige niet te bestaan, maar hij kan u toch helpen. Waarom? Nu, het blijkt dat die heilige een symbool is voor iets. Het is een aspect van de totale werkelijkheid waarop u zich beroept in een vorm, die het niet heeft, maar met eigenschappen die wel degelijk aanwezig zijn. En dan blijkt, dat de eigenschappen werken en niet de vormen. Ook al weer zoiets vreemds.

Ik heb mij ook afgevraagd of je met al dat praten over werkelijkheid eigenlijk niet heel ver van de werkelijkheid af komt te staan. Want het is natuurlijk erg gemakkelijk om te zeggen: U leeft in een wereld van illusie. Maar als een illusie op je tenen valt voel je dat en als je dan “g.v.d.” zegt is dat geen reactie op een illusie, maar op een ervaren werkelijkheid.

Werkelijkheid is volgens mij al datgene wat voor ons kenbaar en schijnbaar onveranderlijk bestaat. Dat houdt in, dat er veel verschillende reeksen van werkelijkheden moeten bestaan. Want de dingen die de een mooi en goed vindt, vindt de ander lelijk. Een klein verschil; maar het betekent wel, dat je de wereld anders ziet. Als je de wereld anders ziet, leef je er anders in, je reageert er anders op en het eindresultaat kunt u zich denken je leeft anders, je ervaart anders. En toch leven die mensen vaak vlak naast elkaar.

Ik had bv. een buurman, die dacht dat zijn vrouw een heilige was en zij dacht van hem, dat hij een stommeling was. De heilige was niet heilig en de stommeling was niet stom. Het enige stomme aan de stommeling was dat hij niet keek wat er achter het mom van de heilige zat. Begrijpt u wat ik bedoel? Voor haar was het reuzeleuk. Zij had ontzettend veel afwisseling. Voor hem was het ook reuzeleuk, want hij had een ideaal om zich aan vast te klampen.

Dat komt geloof ik heel vaak voor. Voor die man was de vrouw zo en voor die vrouw was de man zo. Zo leefden zij eigenlijk in een heel verschillende wereld. Zij leefden met iemand die niet eens echt bestond. Ze waren er nog gelukkig mee ook. Kun je je dat voorstellen?

Ik heb dat ook meegemaakt met mensen die overkomen en dan vertellen ze dat ze het een of ander gehad hebben, u weet wel, een manie of een depressie. Of ze zijn helemaal mesjokke geweest. Als je ze dan hoort vertellen over werelden, waarin ineens monsters opduiken dan ben je geneigd te zeggen nou ja goed, een ziekteverschijnsel. Maar als je dan kijkt naar de inhoud van die mensen dan was dat voor hen volkomen echt en nog steeds een volkomen reële herinnering. Ze zien het in een andere samenhang, ongetwijfeld. Maar de ervaring blijft bestaan.

Zijn die monsters er nou wel of niet? Is bij die achtervolgingswaan de achtervolging een illusie geweest? Menselijk gezien wel. Maar als beleving weer niet.

Ik vind het uitermate verwarrend, om eerlijk te zijn. Ik zou heel graag een wereld hebben met een vast kader, dat je mooi kunt indelen en waar je kunt zeggen zus en zo liggen de zaken en dat en dat is werkelijk en al het andere bestaat niet. Er zijn trouwens heel veel mensen die dat doen. Die noemen zich dan vaak wetenschappelijk onderlegd. Maar daar kunnen zij ook niets aan doen. Het is maar een systeem van denken.

De werkelijkheid waarover onze vriend bezig is, is natuurlijk een beetje groter dan de werkelijkheid waarover ik nu zit te praten. Want zijn werkelijkheid is, dacht ik, bijna kosmisch. Als je zo ver bent, dat je geen enkele vorm en geen enkel kenbaar onderscheid meer nodig hebt om toch de totaliteit te kennen en te ervaren, dan moet je wel ergens heel dicht bij de waarheid zitten, dacht ik.

Hoe hij het zal uitdrukken? Tja, waarschijnlijk veel eenvoudiger dan ik het ooit zou kunnen en met veel onderstromingen, waardoor het veel duidelijker lijkt dan het is. Want ik heb in de loop der tijd, heel wat gastsprekers leren kennen. De meesten van hen hebben een enorme uitstraling. Zij gebruiken die dan om u dingen te laten horen, die ze eigenlijk niet zeggen. Dat is heel vreemd.

Is dat nu een illusie of is het waar? Ik denk, dat het waarheid is voor hen en dat ze u tijdelijk betrekken in hun eigen waarheid. Ik verwacht dat van deze gastspreker ook. Hij leeft met zijn beeld van werkelijkheid. Nu kunnen wij wel zeggen het is misschien wel zo, maar laten we dan in hemelsnaam erachter zeggen: voor hem. Want we weten niet hoe het voor onszelf zal zijn. Misschien bereiken we een ogenblik dat we zeggen: ja, we kunnen het volledig aanvaarden.

Maar tot die tijd zeg ik: Als je je vergist en je neemt tabasco in plaats van de ketchup en je bent er den nog erg royaal mee, dan kan het wel een illusie zijn dat je vlammen spuwt, maar je hebt toch een gevoel dat er heel dichtbij komt. Dan kun je zeggen: het ligt aan de pepers. Maar zitten er wel pepers in? Is het misschien een chemisch product? Je kunt het nooit weten.

Met andere woorden: we nemen heel veel dingen aan. Wat we aannemen en ervaren, is voor ons echt. De kosmische waarheid van de gastspreker en zijn kosmische werkelijkheid is iets waarin wij wel leven, maar wat wij niet kunnen beleven. Zolang je iets niet kunt beleven is het voor jou niet werkelijk, zou ik zeggen

Laat ik eens proberen een paar dingen op een rijtje te zetten, die ik voor mezelf heb uitgekiend na het interview. Dat hoort erbij. Je krijgt een gastspreker. In dit geval kon ik niet eens bij hem komen; ik moest trachten tot ik een lijntje kreeg. Toen kreeg ik al die gegevens door. Dan zit je dat op je eigen niveau te verwerken en probeer je dat ook nog om te zetten in enigszins redelijke termen. Dan kom je tot bepaalde conclusies; alweer, ik zeg niet: ze zijn volledig juist. Dat weet ik niet eens. Maar voor mij zijn ze de beste omschrijving. Het eerste is dit:

Een wereld is gebaseerd op je vermogen waar te nemen en te ervaren. Daar, waar die vermogens ontbreken, zal de wereld niet identiek zijn aan die van anderen, die wel in staat zijn alles waar te nemen. Op het ogenblik, dat een stukje werkelijkheid wegvalt, zal er een ander stukje werkelijkheid ontstaan. Er is een compensatie.

Een werkelijkheid is altijd voor jou een volledige wereld met alle tegenstelling en alle aspecten die bij een wereld horen, inclusief de wetmatigheden en wat dies meer zij. Maar die wereld met haar wetmatigheden regeert wel jou, maar niet een ander, die op welke wijze dan ook de wereld anders ervaart.

Verder kom ik tot de conclusie; werkelijkheid is een begrip dat wij hanteren omdat wij het niet begrijpen. Want op het ogenblik dat wij iets werkelijk noemen, hebben wij het over ons wezen en niet over feiten die buiten ons liggen zonder meer. Onze werelden en onze werkelijkheden zijn een uitdrukking van door ons ervaren relaties, niet zonder meer van vaststaande feiten of onveranderlijkheden.

Werelden van stof en geest, heb ik ervaren, lopen nogal sterk door elkaar heen. Er zijn werelden waarin eigenlijk uw wereld een beetje is opgenomen. Een geest kan hunkeren naar dat glaasje vruchtbaar sap, dat u daar zit te consumeren omdat hij ook graag een tikkeltje lazarus wou zijn, maar helaas beseft hij dat het materie is. Daardoor kan hij de roes niet krijgen, niet lazarus worden en wordt zijn heropstanding uitgesteld.

Dat klinkt krankzinnig, maar er zijn veel entiteiten die op die manier wereldgebonden rondzwerven. Soms aan een gewoonte gebonden, soms aan een bepaalde zorg, een probleem, soms gewoon aan bezit waar ze geen afstand van willen doen. De machteloosheid komt voort uit het begrip; ik ben dood. Op het ogenblik dat dit begrip niet of niet volledig aanwezig is, ontstaat er voor die geest wel degelijk een mogelijkheid om materie te hanteren en om er iets mee te doen.

Je zou dus kunnen zeggen: de wereld van de geest wordt ook bepaald door zijn eigen besef. Wanneer iemand nu eens niet gelooft in de dood? Dan kan hij niet sterven. Maar geloven is niet alleen maar “niet willen weten dat..” Je moet vanbinnen weten dat het niet is, dan pas maak je het waar.

Onze wereld wordt bepaald door onze gevoelens veel meer dan door onze beredeneringen of waarnemingen alleen. Het is altijd een associatie die wij hebben bij bepaalde ervaringen, maar ook een zekerheid waardoor wij die ervaringen a.h.w. boetseren, vormgeven.

Ik denk, dat dit tot op zekere hoogte zelfs het principe is van de magie. Ik weet het van magie weet men tegenwoordig niet veel meer af. Maar in de magie werk je dus met een wereld die niet reëel is. Of denkt u werkelijk dat als je al die namen zit uit te brullen, er wezens bestaan die die namen dragen? Nee, je hanteert begrippen. De naam is de uitdrukking van een bepaald oerbeeld dat in je bestaat. Maar wanneer je dat doet en je gelooft er a.h.w. in, je bent er helemaal van overtuigd dat het werkt, dan zijn die werkingen voor jou regel.

Zolang andere dingen deel uitmaken van jouw bestaan of wereld kunnen ze ook daarin werkzaam zijn en in verschijning treden. Maar ze kunnen dus niet werken op iets waarin ik niet geloof. Maar als ik geloof, dat er een zekere Pieter Jansen bestaat (die er mogelijk helemaal niet is, ofschoon volgens het telefoonboek hij er wel zal zijn en ik heb een beeld van die Pieter Jansen, dan zal dat beeld en niet die naam bepalend zijn voor elke magische werking die ik oproep; ook wanneer ik ze richt op Pieter Jansen.

Dit is hetzelfde als bv. zegelmagie. Met zegelmagie werken is zoiets als zeggen: een blauwdruk is even goed als de echte machine. Dat is natuurlijk maar heel beperkt waar. Maar de machine ben ik zelf. Ik zelf schep de psychische krachten, ik schep al de relaties, die bij het zegel behoren. Wanneer ik dat goed doe, dan werkt dat zegel. Natuurlijk. En als een ander erin gelooft dan werkt het zegel ook voor die ander. Het is een beetje krankzinnig als je het zo bekijkt.

Kunt u zich realiseren, dat er heel veel mensen op de wereld zijn, die leven in een wereld waarin geen geesten bestaan? Als ze dood gaan zijn zij ontzettend eenzaam tot het ogenblik, dat ze gaan beseffen dat die eenzaamheid niet werkelijk is. Dan krijgen ze contact met anderen. Maar dan zeggen ze niet; dit zijn geesten. Dan zeggen ze heel klassiek: waar ben ik?

De werkelijkheid is de illusie die wij verbinden aan het onbegrepene. Ik geloof dat ik daar een wijsheid verkondig, die heel wat verder reikt dan ik zelf op het ogenblik kan beseffen. Wij leven in een wereld van illusies, omdat wij niet in staat zijn de werkelijkheid te begrijpen en de delen ervan die wij wel begrijpen dan toch tot een sluitend geheel proberen samen te voegen. Onze synthese van zeer kleine delen werkelijkheid schept voor ons de persoonlijke werkelijkheid.

Je kunt op gekke ideeën komen bij zo’n discussie. Nu ja, ik heb twee keer wat gezegd, geloof ik. De eerste keer was: “Ik ben die en die en ik wilde u vragen …” en de tweede keer was: “Kunt u dat nog een keer uitleggen?” Dat kun je dus eigenlijk geen discussie noemen.

Je komt op allerlei vreemde denkbeelden als je ermee geconfronteerd wordt. Bij ons zijn er heel veel aanhangers van begrippen als “een tweede werkelijkheid”. Ze zeggen: er is een werkelijkheid die verder reikt en anders is dan datgene, wat je normaal als zodanig ervaart. Op het ogenblik dat je die andere werkelijkheid accepteert als heersend, als dominerend, gaat die optreden in plaats van je eigen werkelijkheid en zal in alle harmonische elementen van je menselijke werkelijkheid zich kunnen manifesteren. Het is ook weer een soort magie.

Alles bij elkaar kunnen we zeggen: Dit is een poging om je eigen innerlijke wereld te benaderen. Want je hebt een innerlijke werkelijkheid, zeggen ze altijd. Die innerlijke werkelijkheid is natuurlijk heel iets anders dan gewoon “werkelijkheid”. Maar pas wanneer wij de waarden van de z.g. werkelijkheid hier en daar eens een beetje‑ hoe moet ik dat zeggen ‑ onder voorbehoud gaan stellen, kunnen wij die innerlijke werkelijkheid beter bereiken.

Wanneer wij werkelijk zijn ‑ en dat geloof ik ‑ dan moet er in ons iets van de werkelijkheid schuilen. Maar zolang als wij dat blijven aankleden met allerlei ideetjes van “dit ben ik en dit moet en dat kan ik” dan komen wij er niet. De tweede werkelijkheid is een vervanging van de werkelijkheid. Het verschil tussen deze beiden maakt het mogelijk iets te zeggen omtrent de werkelijkheid die in je leeft, dacht ik.

Ik zal dat allemaal zo dadelijk aan de gastspreker overlaten. We hebben het al meer ervaren, gastsprekers kunnen heel eenvoudig zeggen waar wij geen raad mee weten. En u denkt dan allemaal nog dat u het hebt begrepen ook. Wij denken dat zelfs nog soms, maar later blijkt er dan weer toch hier of daar een stukje aan los te zijn.

Vrienden, het was voor mij uitermate moeilijk op mijn manier over de werkelijkheid te zeggen. Ik heb het gevoel, dat ik dan iets loslaat, waar ik eigenlijk te zeer aan gehecht ben. Toch heb ik het gevoel, dat wat ik gezegd heb grotendeels juist is, alleen weet ik niet hoe.

Wanneer u dadelijk met de gastspreker te maken krijgt, zou ik de raad willen geven om de trillingen op te nemen die hij uitzendt en om daarnaast dan de woorden maar een beetje over u heen te laten gaan. Ik denk dat u dan als vanzelf die elementen uit het geheel opneemt, die voor u op dit ogenblik belangrijk zijn. Want of uw werkelijkheid nu werkelijkheid is voor ons, voor een ander of niet, u moet ermee leven.

Als u de betrekkelijkheid van delen van die werkelijkheid dan toch gaat aanvoelen, dan wordt u misschien meer meester over uw wereld en bent u minder de slaaf van de omstandigheden.

Daar wou ik het bij laten. Ik wens u een gezegende avond toe en ik hoop, dat u na de pauze wanneer de gastspreker komt, voor uzelf dat ene punt vindt dat voor u belangrijk is.

De Gastspreker

Toen men mij verzocht met u te spreken koos ik als onderwerp mijn eigen grootste belangstelling: de werkelijkheid. De moeilijkheid van alle leven is dat je zelden weet wat waar is, wat ten dele mis en wat niet waar is. Altijd weer vermengen zich elementen van werkelijkheid met datgene, wat voor ons op zo’n ogenblik onze wereld uitmaakt. Een geest kan voor een deel leven in een bestaan dat hij zelf heeft uitgedacht in een droom. Toch heeft hij werkelijke contacten met anderen. Hij kan verbonden zijn met velerlei krachten, in enkele gevallen kan hij zelfs zeer veel leringen ontvangen waardoor zijn beeld van de werkelijkheid langzaam verandert.

Deze dingen maken duidelijk, dat de vraag, wat waar is en niet waar, eigenlijk geen rol speelt. Een onwaarheid is ergens waar er zijn altijd weer delen van het bestaan, waarin onze waarheden tot onwaarheid worden.

Wanneer eens gezegd werd: “Oordeelt niet, opdat ge niet geoordeeld worde” zo is daarin een grote wijsheid vervat. Wanneer ik dingen zie samenballen tot één werking alsof er één kloppend hart is waarin alle ritmen van de tijd en van het gebeuren zijn samengetrokken, dan ben ik geneigd te zeggen: nu benader ik de werkelijkheid. Maar ik ken dat hart dat klopt nog niet. Ik hoor alleen het kloppen; ik herken het ritme.

Bij u, is dat precies hetzelfde. U weet de dingen misschien ergens diep in uzelf wel, maar u kunt ze niet tot deel maken van de wereld die u beleeft, tot uw eigen beleven. U bent in vele opzichten belem­merd. Er zijn dingen die u voelt die goed zouden zijn, maar ze mogen niet, of ze kunnen niet, of ze zijn tegen geboden, of anderen aan­vaarden het niet.

Dan sta je op een gegeven ogenblik in een wereld, die niet meer echt de jouwe is. Maar wat je voelt en wat je denkt, bepaalt nog steeds hoe je die wereld ervaart.

Zo scheppen wij zelf voortdurende strijdigheden waarmee we eigen­lijk geen, weg weten. Ook wanneer je geestelijk verder gaat, kom je steeds weer terecht in situaties, waarbij je je afvraagt, is dit nu nog werkelijk? Is dit een droom? Word ik van buitenaf geregeerd? Is er iets wat mij bewust in een bepaalde richting zal stuwen of ben ik alleen maar bezig met iets, wat ik niet begrijp?

Bij het zoeken naar de werkelijkheid stuit je op de meest wonder­lijke dingen. Er is een wereld waarin nog geen Lindbergh de oceaan heeft overgevlogen, waarin nog geen enorme vliegtuigen door de stratosfeer gaan, waarin toch mensen leven zoals u, anders maar toch ge­lijk. Is die wereld een droom? Voor degenen, die erin leven niet, voor u wel.

Er zijn zoveel dingen mogelijk die nooit waar worden. Maar zijn ze misschien dan elders waarheid geworden? Voelen wij diep in onszelf de dingen aan die reeds bestaan? Reproduceren wij in ons eigen diep­ste beleven alleen maar die delen van werkelijkheid, die in een ande­re vorm existeren?

Het is een vraag en ik kan u geen antwoord geven. Ik kan slechts zeggen: voor mij lijkt dit de waarheid te zijn. Het is een schijn, maar de zekerheid bezit ik niet. Ook u bezit geen zekerheid. Maar wat u bezit is leven. U bestaat. Zelfs wanneer ‑ zoals een filosoof zei ‑ er een dromer is die u droomt, dan nog bestaat u. Misschien zult u verdwijnen als hij ontwaakt, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk. Want de dromer heeft u wel gedroomd, maar geleefd en beleefd hebt u zelf.

Wij kunnen de krachten niet kennen waardoor wij omringd zijn. U bent omringd door een geestelijke wereld. Anderen zijn omringd door werelden met materiële inhoud die hen net niet beroeren en aan hen voorbijgaan. Een enkele keer flitst er een gedachte over van de ene wereld naar de anderen maar niemand begrijpt waar ze vandaan komt.

Het heelal is zo complex dat je wel moet vereenvoudigen als je tot enig begrip van waarheid, van werkelijkheid wilt komen. Ik heb mij daarmede nu bijna in uw tijd 200 jaar ongeveer beziggehouden. Ik heb geleerd dat alle verschillen schijn zijn. Dat alle scheidingen illusie zijn en dat alleen banden en verbondenheden waar zijn, maar dan ook niet meer vernietigd kunnen worden. Wat is en werkelijk is, schijnt eeuwig te zijn. Niet in zijn vorm, maar in zijn wezen.

Datzelfde geldt voor u, dat geldt ook voor mij. De uiterlijkheden, de wereld waarin je leeft kan veranderen, maar datgene wat wij zijn is echt, is onveranderlijk. Alleen de vormen en de uiterlijkheden kunnen in een voortdurende stortvloed van gebeuren steeds wisselen. Maar de kern blijft.

Als je zoekt naar werkelijkheid begin je altijd bij jezelf. Dat is begrijpelijk. Want zijn wij het zelf niet, die het merendeel van de illusies bepalen, ­waardoor wij onszelf dan beheerst en geregeerd voelen? Laat ons daarom zeggen in elk van u zoals in mij leeft één waarheid. Geen delen van waarheid, maar één waarheid. Deze is voor ons allen gelijk en deze is het, die uiteindelijk voor ons een waar beleven en een opgaan in het geheel mogelijk maakt. Daarnaast zijn er de vele beperkingen van ons beseffen, van ons wezen, van ons denken.

Ik probeer door te komen zoals men dat noemt, maar als ik spreek in mensenwoorden, dan is een deel van de werkelijkheid die ik wil mededelen al achtergebleven. Wanneer ik alles zou kunnen uitstralen wat in mij leeft, dan zou u beseffen wat voor mij belangrijk is. Maar kunt u begrijpen wat een ander zegt die een vreemde taal spreekt? Wij spreken een verschillende taal. Onze wereld wordt bepaald door de dingen, die we menen te kennen. Wat we niet kennen bestaat voor ons niet of heeft maar een zeer beperkte betekenis.

Wanneer ik u zeg: in u leeft waarheid, werkelijkheid, dan kan ik ook zeggen, in u leeft kracht, macht. Die dingen zijn inherent aan al datgene wat ik nabij een totalere werkelijkheid voor mijzelf gevonden heb. Maar die kracht kan alleen voor u bestaan zoals u ze zelf ziet.

Jezus sprak eens tot zijn leerlingen: “Indien gij niet wordt zoals dezen (en Hij bedoelde de kinderen om hem heen) zo zeg ik u: gij zult niet ingaan tot het huis mijns vaders.” Schijnbaar een raadselspreuk. Maar worden wij niet steeds weer verblind door wat wij menen te weten? Verschuiven wij niet steeds al wat vanuit ons opwelt tot het past in een beeld dat we van onszelf hebben gemaakt, van de wereld, van anderen?

Vaak is het: hoe meer je weet, hoe minder je beseft. Want weten is beperkt. Weten hoort tot een beperkte wereld, tot een klein deel van de werkelijkheid. En als je het toepast op het geheel dat ook in jou leeft, dan maak je het daarmee machteloos.

Als er ooit een Koninkrijk Gods op aarde komt zal het een rijk zijn van kinderlijke mensen; niet van mensen die alles bestudeerd hebben, maar van mensen die ‑ wat ze ook weten of niet weten ‑ vanuit zichzelf elk ogenblik opnieuw leven en beleven. Het zal geen wereld zijn waarin geen smart bestaat. Kinderleed is vaak dieper leed dan dat van volwassenen, maar het gaat sneller voorbij.

Wij, die werkelijkheid zoeken, wij, die de waarheid van ons eigen wezen willen erkennen, wij worden voortdurend belemmerd door wat wij menen te weten, want daardoor verwerpen wij het weten dat uit ons opwelt. Laten we dan de Bron die in ons leeft meer vrijheid geven‑ laat ons stil zijn en wat naar boven komt drijven niet zien als een illusie van een ogenblik, maar als een deel van een waarheid die in ons bestaat en in ons leeft. Laat ons de kracht putten uit datgene wat wij zijn, juist door de voorstellingen terzijde te werpen en daarvoor in de plaats het diepe beleven te aanvaarden.

Ik heb vele werelden van de geest en van de stof betreden. Ik weet dat er leven is achter datgene wat u de sterren noemt. Ik weet dat er leven is in vele geestelijke werelden, van duistere krochten af via de eeuwig groene weiden tot een schemering van licht, die in een paarlemoeren verkleuring uiteindelijk alle besef en onderscheid verliest.

Ik heb ze gezien, ik heb ze betreden, maar ik kon er geen deel van zijn. Want het zijn werelden die gebouwd zijn door de beelden van degenen die ze beleven en ik wil geen wereldbouwer zijn. Ik wil werkelijkheid kennen, waarheid kennen. Ik wil niet een kracht gebruiken, maar deel zijn van de kracht die alles omvat, die in mij leeft zoals in al het andere. Misschien dat daarom juist elk van die werelden mij een gevoel heeft gelaten van: het is onvolledig. Ja zelfs in de wereld waarin de kleuren langzaam sterven heb ik het gevoel van onvolledigheid.

Er is meer. De werkelijkheid omvat meer, maar ik kan ze nog niet bevatten. Het is geen nederigheid; het is ook geen hoogmoed, het is het zuivere uitdrukken van de feiten. Feiten die voor mij gelden én voor u. Hoe vaak gebeuren er geen dingen, die u niet kunt aanvaarden omdat u een bepaald beeld hebt? Hoe vaak moet u toegeven, dat het veel erger had kunnen zijn?

De waarheid in ons is een stem die ons drijft, maar ze spreekt geen woorden die we kunnen verstaan. Ze is een gevoel dat opwelt. Ze is een beeld dat spontaan ontstaat om alweer te wazig te worden, voor we het goed hebben beschouwd.

Werkelijkheid is datgene wat ons bindt. Onze eigen werkelijkheid verschilt er net genoeg van om ons toch van anderen te scheiden. Eerst wanneer je dat gaat beseffen zul je op je eigen wijze zoeken naar jouw werkelijkheid. Niet met verklaringen, met uitleggingen, maar met een aanvoelen, met een weten, een plotseling buiten je zien dat dingen bestaan die in jou leven.

Wij vormen een voortdurend sterkere band met al datgene, wat tot ons behoort en dat is onze werkelijkheid. We hoeven niet na te treuren wat ervan is heengegaan of niet te verlangen naar datgene, wat er nog niet is gekomen. Elk ogenblik moeten wij beleven wat in onszelf is, de kracht kennen die in onszelf is en ervan maken wat op dit ogenblik ons diepste zijn ons zegt te doen.

Werkelijkheid ligt achter alle kennis en alle kennis is een schaduw die de werkelijkheid voor ons verbergt. Wijsheid is het vermogen de schaduwen terzijde te schuiven… Geestelijk bewust worden wil niet zeggen: plotseling een grote werkelijkheid beleven, maar alleen in staat zijn die dingen die de werkelijkheid in jou voor jou versluieren, langzaam terzijde te schuiven totdat je meer en meer beseft: dit is voor mij waar, dit is voor mij werkelijk, dit is voor mij de intensiteit van een werkelijkheid die ik nog niet ken.

Het leven als mens is wel degelijk leven met vele beperkingen, met vele illusies. Ook het leven als geest is precies zo. Wij kunnen niet plotseling ontwaken tot een groter geheel. Wij kunnen alleen leren steeds meer terzijde te laten wat niet deel is van ons wezen, niet behoort tot onze eigen werkelijkheid.

Wanneer ik zoek naar de woorden, waarin ik althans iets kan meedelen van hetgeen mijn zoeken en beleven mij gebracht heeft, dan kan ik alleen maar zeggen: niets is volledig waar. En toch er is niets waarin de waarheid niet schuilt. In u leeft de waarheid. U bent werkelijk. Al het andere is illusie. Mens, leef dan met je illusies, maar besef dat ze je niet kunnen binden. Probeer vrij te zijn in je gedachten. Probeer te aanvaarden wat diep in jezelf leeft als enig waar, als enig werkelijk voor jou en aanvaard, dat in elke mens iets dergelijks bestaat, iets dergelijks kan gebeuren.

Dan zul je vanuit jezelf waarheid leren kennen omdat de werkelijkheid geen angsten brengt en geen onstilbaar begeren. Ze brengt alleen erkenning. Besef dit.

Loop niet weg voor je leven, voor wat je geweest bent of misschien worden zult; maar zoek naar de kern. Dan verdwijnt het onbelangrijke als vanzelf. Vraag je niet af of je machtig of machteloos bent. Wanneer je in je voelt, dat de kracht moet werken, geef die kracht zonder je af te vragen of ze er is of waar ze vandaan komt. Je zult ontdekken dat je sterk bent.

Treur niet: Wenen over het verleden is dwaasheid. Hoop niet! Hopen op een toekomst is dwaasheid. Besta! Leer dat kennen wat in je woont.

Werk daarmee, nu, op jouw wijze, met de kracht zoals ze in jou woont en door jou geuit kan worden. Met het leven in je zoals het zich door jou en in jou kan openbaren. En weet: dit is eeuwig en al het andere vergaat.

Moeizame woorden, sluiers geweven uit redelijkheid en gevoelens. Klanken die onmachtig zijn te spreken van wat waar is. Toch ben ik tot die beperking teruggegaan. Niet alleen omdat het mij gevraagd werd, maar omdat de waarheid die in je woont, de werkelijkheid van je bestaan, gedeeld moet worden met al wat je maar kent, benaderen kunt, beseffen kunt. Dat heb ik willen doen.

Ik heb gespeeld met krachten, met stralingen, met stromingen. In zichzelf wat illusies; maar misschien een aanvulling voor de onvolledigheid van woorden.

Vrees niets. Beperk uw begeren. Leef uit uw diepste innerlijk en erken dat al wat vrees is, al wat begeren schijnt op te willen wekken toch illusie is; vergankelijk, voorbijgaande schimmen die al doven voordat je ze goed beseft hebt.

Leer te leven met de werkelijkheid in je ook al ken je die niet. Dan zult u een bevrijding vinden, die uw eigen ik doet zien voor wat het is en u de verbondenheid laat beseffen die tussen al het zijnde bestaat zonder begrenzing of voorbehoud.

Dat ik dit met mijn woorden tot u heb mogen brengen is mijn diepste hoop en verwachting. En toch: het is niet belangrijk. Ik heb geuit wat ik ben. Ik heb mijn werkelijkheid gevolgd, al begrijp ik haar maar ten dele, al voel ik mij beperkter dan ik misschien ben. Want dat is de weg die je moet gaan. Ik ga, haar op mijn wijze.

Ik kan u slechts zeggen: probeer die weg te gaan, maar dan op uw wijze, opdat de illusies verdwijnen, de spiegelingen die niet bij ons behoren uitdoven en wat overblijft de waarheid is, waaruit we kunnen leven.