Werkingen van deze tijd

18 juni 1963

Wanneer je ziet hoe de mens op de wereld op het ogenblik leeft, dan ontdek je dat hij steeds meer geneigd is om over te gaan tot een zeker isolement. Men verwijdert zich van elkaar. De mensen begrijpen elkaar niet meer, ze leven langs elkaar heen en in de plaats daarvan komt heel vaak gemeenschappelijk amusement zoals cinema, televisie ofwel een gemeenschappelijke belangstelling zoals we die vinden in de politiek en in andere genootschappen en kringen. Belangrijk is hierbij dat deze mensen van anderen wel degelijk de fouten zien maar dat ze door een zekere verwaandheid niet in staat zijn te zien waar ze zelf een fout maken.

Wij zien een voorbeeld, daarvan bij het kleurlingenprobleem. Daar zegt men heel rustig, ja we zijn het er allemaal mee eens dat een zwarte diplomaat in elk restaurant, in elk hotel moet kunnen komen want hij is een diplomaat, maar die andere zwartjes laat die nou maar onder elkaar blijven dat is voor hen veel beter. Men patroniseert a.h.w., en begrijpt niet dat er niets te patroniseren is. Men haalt de schouders op over de bijgelovigheid, de domheid van de mensen en daarbij vergeet men steeds weer dat men ook zelf dom is. Het zal u duidelijk zijn dat een dergelijke toestand op de duur voor de mensheid de ondergang gaat betekenen. Oh niet dat ik de ondergang aankondig, helemaal niet maar de feiten zijn als volgt:

 Naarmate de mensen minder begrip krijgen voor de ideeën, bedoelingen, bestrevingen, het gevoel van eigenwaarde van andere groepen, van andere mensen zullen zij vijandiger tegenover elkaar staan, ze zullen elkaar minder goed begrijpen, ze zullen ten ondergaan aan hun eigen onbegrip. Ze zullen in het optreden van een ander een geweld zien dat niet gerechtvaardigd is en zo zullen retaliatie of wedervergelding terugslaan, en zo wordt een onbedoelde slag, een ongelukje, een ramp. Zo wordt een klein misverstand, een broederkrijg die hele landen kan verscheuren.

Om dit te voorkomen moet een zekere keten opgebouwd worden, Een keten van mensen die elkaar wel begrijpen. En daarbij is uitgegaan (zoals de laatste 40 jaren) van gedachtekracht. Wanneer een mens in zijn denken meditatief bv. goede gedachten uitzendt, zo zullen anderen die inwerking ergens ondergaan, ze zullen minder agressief zijn en meer begrip voor anderen tonen. Maar dat is een ongerichte kracht. Een ongerichte kracht heeft over het algemeen weinig directe inwerking. Om dus deze zeer losse keten van weldenkenden langzaam maar zeker te vervangen werd het noodzakelijk actievere groepen te scheppen, die niet alleen maar met geestelijke middelen maar ook met andere middelen zouden trachten, het begrip en de harmonie onder de mensen te vergroten.

We vinden dergelijke groepen in elk milieu. We vinden ze bij de niet-kerkelijken en bij de kerkelijken. Bij elke godsdienst, we vinden ze in elke politieke groepering. Deze groepen echter waren ook niet voldoende, want zij gaan nog steeds uit van hun eigen standpunt. Ze hebben geen begrip voor een algehele vernieuwing, maar willen slechts het behoud van het bestaande op een zo prettig mogelijke wijze verzekeren. U zult begrijpen, dat ook deze vorm van contact van samenwerking moest worden vervangen. En zo krijgen we nu de keten die op het ogenblik bestaat. Die keten bestaat natuurlijk uit veel verschillende schakels. Schakels die meestal van elkaar weinig of niets afweten. Maar ze hebben één ding gemeen, ze behoren allen tot groepen waar een innige samenwerking wordt beoogd. Groepen die begrip hebben voor geestelijke waarde en wijsheid. Ongeacht uit welke bron ze denken, putten, groepen die geneigd zijn om enkele andere groepen te begrijpen. Aan het hoofd van elke groep vinden we iemand die men dan wel priester noemt, een gewijde, die wijding die is over het algemeen betrekkelijk eenvoudig. Het is geen grootse uitstorting van kracht, het is een bevestiging van een opdracht. Er zit natuurlijk wel iets anders bij, want die gehele keten met een oneindig aantal schakels rond de hele wereld, moet toch op de een of andere manier worden samen gehouden en zo worden de ouderen, de priesters of adepten eigenlijk weer gebonden in een kleiner verband en nu ontstaat dus het volgende beeld. We hebben een grotere groep gemeenten of gemeenschappen, deze streeft naar het goede, maar gaat daarbij uit van de bestaande condities of omstandigheden. Binnen deze groep is een kleinere groepering die begrip heeft voor de noodzaak om oudere waarden terzijde te leggen.

Weer binnen deze groep ontstaan enkelen die dat niet alleen begrijpen maar ook praktisch verwerkelijken. Die hun gehele wezen a.h.w., instellen op de harmonie en deze ook uitbeelden, sommigen met woorden, anderen door de uitstorting van krachten over mensen, weer anderen misschien met artistieke gaven. En binnen deze kleine groep vinden we dan altijd de figuur van een leider. Geen führer, geen gids in de betekenis van de Duitse zin van het woord maar iemand die a.h.w. de vraagbaak is, het middelpunt. U zou kunnen zeggen de naaf van het rad.

Die priester, die ouderling, die adept, moet nu een contact vinden met andere krachten maar hij kan dat over het algemeen moeilijk. Een direct contact zou hem vervreemden van zijn eigen groep. Een alleen staan zou ten gevolge hebben dat zijn eigen groep geestelijk achteruitgaat, dat hij daarvoor onvoldoende betekenis kan gewinnen. Wat is dus nodig? Een contact dat op een zogenaamd sublimaal niveau ligt. Een contact dat niet geheel bewust wordt beleefd maar waaruit het bewustzijn putten kan.

En zo hebben we nu elke schakel samengesteld op dezelfde manier met één bindende kracht. Deze kracht is een kosmische, alomvattende kracht. Vanuit die kracht gaan impulsen uit die het hele gebeuren van elke keten, de beleving binnen elke keten beïnvloeden. Elke schakel ondergaat dus die invloed. Maar naarmate men deel heeft daaraan, meer indirect of meer direct. Dat is natuurlijk voor de kern niet altijd heel prettig. Want ze staan voor situaties waarvan ze zich het doel niet kunnen indenken. Veranderingen in hun situaties, veranderingen in hun lichaam soms zelfs, met als gevolg onbehagen, ziekte waar ze niet tegenop kunnen. Wanneer ze dan toch vast kunnen houden dan worden ze langzaam omgevormd, want dit is eigenlijk het hele principe.

Door de geest te benaderen en niet het stoffelijk bewustzijn direct, vanuit de geest op het stoffelijk bewustzijn in te werken,, kan men de condities van de stof langzaam maar zeker aanpassen. Die mens is dus na enige tijd niet meer dezelfde, hij is veranderd. Die verandering is datgene wat nodig is, want die mens is dan harmonisch met de grote kracht die werkt. Hij kan daar uit dus steeds meer putten en zo steeds bewuster een deel van die krachten gaan gebruiken. Dat is het eerste punt dat ik wilde maken over deze keten, haar bestaan en haar vormen.

Punt 2. Er is tot op zekere hoogte een verschil tussen kracht en energie, althans in de menselijke betekenis. Voorbeeld: een magnetisch veld is een kracht. een elektrisch veld is energie. Een klein onderscheid misschien, maar het bestaat.

Nu hebben wij te maken op deze wereld met 2 grote invloeden. De één zou ik direct energie willen noemen. Zij is levenskracht die door de mens geabsorbeerd kan worden, waar de mens iets mee kan doen, wanneer hij er maar harmonisch mee is. Hij heeft daarnaast (dit is voor hem misschien ook wel erg belangrijk) geestelijk een kracht die geen directe menselijke energie beheerst. Zij is geestelijk. Zij brengt bewustzijn. Het is een proces van verwerven van nieuwe inzichten, een nauwer contact misschien met geestelijke sferen. kortom datgene wat men bij de profeten wel de invloed Gods of de inwerking van de geest heeft genoemd. Beide invloeden zijn op het ogenblik op de aarde, beide zijn op die aarde werkzaam. Beide behoren tot wat we zouden kunnen noemen: de ademhaling van het heelal.

Nu staat de mens op het ogenblik voor de geestelijke kracht en voor de stoffelijke kracht, of beter gezegd, de levende energie. Wat gebeurt er? Hij heeft 2 totaal verschillende waarden die hij in zich tot eenheid moet maken. Hij kan dat niet wanneer hij alleen staat. Iemand die helemaal alleen staat die kan geestelijk hoog stijgen dat is waar, maar al stijgt hij geestelijk nog zo hoog dan is het maar de vraag of hij in staat is zijn realisaties, datgene wat hij geleerd heeft om te zetten in de praktijk. Degene die kracht heeft, die beschikt over een enorme materiële levenskracht, energie, kan er misschien veel mee doen, maar hij moet het bewustzijn hebben om die kracht juist te gebruiken, juist te richten.

De keten is bedoeld om hieraan een zekere inhoud te geven. In de eerste plaats zal de mens binnen een dergelijk strevend milieu, waarin zich verschillende trappen, niveaus van bewustzijn a.h.w. vanzelf ontwikkelen, langzaam maar zeker in staat zijn, zijn geestelijke impulsen en die materiële kracht en zijn begrippen daar in die gemeenschap naar voren te brengen. Hij kan zien waar het verschil ligt. Hij kan ook zien op welke wijze een samenwerking mogelijk is. En wanneer hij dat vindt dan heeft hij, overigens volledig vrij, binnen die keten de mogelijkheid om de gehele kracht van de vernieuwing vanuit zich te verwezenlijken. Wat is nu de kwestie van de geest. Wel om de geest, de geestelijke kracht, te ontvangen is het noodzakelijk dat de mens stil is, je moet rustig kunnen zijn. Je moet in jezelf kunnen luisteren a.h.w. naar de stem van het onbegrepene. Je moet niet vragen naar het wetenschappelijk feit, je moet als een bron in je laten opwellen, al die begrippen van wijsheid, die dan misschien ergens in een wat occulte of paranormale vorm meer gestalte krijgt, maar die toch altijd behoort tot je innerlijke wereld. Je inzichten in het leven veranderen. En wanneer die inzichten op de juiste manier veranderen, dan worden die inzichten steeds meer in overeenstemming gebracht met de kosmische werkelijkheid dus met de noodzaken die de aarde, de zon en al het andere regeren. Op het ogenblik dat, dat het geval is leef je gemakkelijker, natuurlijk, want je denken staat niet meer tegenover de wereld en het leven, neen het gaat er in op, het gaat er met mee. Maar ook wanneer je dat allemaal hebt gedaan, dan nog ben je niet verder. Want vrienden, een woord krijgt pas zijn kracht wanneer het tot daad wordt. Een gedachte krijgt pas zijn zin wanneer ze aan een stoffelijke werkelijkheid wordt getoetst. Een geestelijke waarde of een geestelijke kracht kan alleen reëel worden wanneer, ze wordt getoetst aan de werkelijkheid, en daarvoor heb je de energie nodig, die kracht van leven die nu eenmaal niet te verkrijgen is alleen door de meditatie. Ze kan alleen verkregen worden door een vorm van beheersing van jezelf, door werken met jezelf, kortom een beantwoorden aan het wezen dat je ook materieel bent. En daar schijnt meestal een strijdigheid te liggen. Maar een materieel wezen dat beantwoordt aan zijn eigen impulsen zonder daarbij in te gaan tegen zijn geestelijk bewustzijn, vergroot zijn kracht. Die kracht op zichzelf verzamelen is één ding, het tweede is: je kunt ze richten.

Ik zal het eenvoudig toelichten. Weet u wat een matrix is, een moedervorm. Wanneer ik dus kracht doe ontstaan, die energie, die levende energie, die op het ogenblik de wereld benadert, tot mij trek, dan is dat een activiteit, het kan een ritueel zijn, een dans, een incantatie, onverschillig wat. Maar die activiteit die maakt het mij gelijktijdig onmogelijk om volledig te concentreren op datgene wat ik met die kracht wil doen.

Wanneer je lood of brons smelt, en je wilt iets gieten dan moet je zorgen dat er een vorm klaar is waar de gesmolten metaalmassa kan invloeien, anders heeft het geen zin om dat metaal te smelten. De geest en het geestelijk bewustzijn dat ontstaat, maakt het mogelijk je een doel te stellen. Dat doel mag rustig omschreven worden en dat kiezen we vooral niet te algemeen, dus niet dat er vrede zou zijn op aarde. Maar bv. dat die en die mensen vrede mogen vinden. We kiezen het doel dus beperkt, en nu gaan we verder zeggen, ik ga van mijn gedachten een beeld maken hoe dat precies moet zijn. Desnoods neem ik er nog een stukje materie bij, een beeldje, een kruisje. U weet het wel zoals dat gaat met het wijden van voorwerpen. Op diezelfde manier kun je dus een voorwerp nemen. U kunt soms enkele voorwerpen nemen, zoals kristallen en kristalstructuren zijn er erg voor geschikt, sommige metalen ook, waarvan je zegt daar moet die kracht dus tijdelijk in blijven. Ook dat is mogelijk. Nu je eerst de matrix hebt gemaakt, eerst het beeld hebt gemaakt van wat je wilt bereiken, het doel van de kracht hebt vastgesteld en niet eerder, wordt het tijd om die bron van energie aan te boren. En pas wanneer je eenmaal die matrix gemaakt hebt, kun je vanuit jezelf die matrix laten vol vloeien met de energie die in jou is. Je kunt haar immers niet vasthouden. Je kunt zeggen elke dag wordt ik mooier en beter, maar als je dat zegt en je kijkt in de spiegel dan zeg je daarachter, is het wel waar? Op diezelfde manier kun je zeggen elke dag heb ik meer kracht, en het zal misschien waar zijn, maar die kracht moet een doel hebben. Wij vragen niet die energie, die levenskracht voor onszelf. We willen er iets mee doen. Die matrix is natuurlijk iets wat plaatselijk zeer sterk zal verschillen. Er zijn groepen van mensen die zich vooral willen bezighouden met bereiken van welvaart voor de mensen, die zullen hun matrix moeten zoeken in de bevordering van de welvaart. Er zijn anderen die een innerlijk beleven hebben, die willen graag overal meer mensen geestelijk bewust zien worden, die zullen als matrix moeten kiezen een lering, het ontstaan van een begrip en van een kracht. Zo kan elke schakel in de keten zijn eigen kern hebben. Een kernbegrip waar al dat verwerken van krachten rond draait. De een wil genezen, de ander wil laten spreken, een derde wil de oudheid doen herleven, een vierde wil de toekomst voorbereiden, ieder op zijn manier. Ieder zoekt daarvoor een concreet begrip, en omdat het aantal schakels van deze ketens zo enorm groot is, kan dus gelijktijdig heel veel bereikt worden, wanneer men maar gebruikmaakt van de krachten die er zijn.

Nu kun je natuurlijk zeggen we hebben nu die keten, maar wat zal er nu uit voortkomen. Kijk eens, een keten dat is niet alleen iets waarmee je iemand kun boeien. Je kunt iemand ketenen, maar je kunt ook bv. een ankerketting gebruiken. En wanneer die mensheid op hol slaat (en dat doet ze zo nu en dan aardig, dat weet u zelf ook) dan is het nodig dat er iets is wat haar tegenhoudt, wat voorkomt dat die mensheid in een gevaarlijke richting afdrijft. Dat is het eerste en belangrijkste doel van die keten. En deze keten op zichzelf is zoals een metalen ketting, gesmeed uit waarden die uit alle tijden stamt. Wanneer u een ijzeren ketting ziet, dan is het heel goed mogelijk dat, dat metaal eens gelouterd is in de vlammen toen de aarde nog helemaal geen adembare atmosfeer had, dan was er te veel koolstofdioxide enz., er was nog helemaal geen leven mogelijk. Toch was dat erts er al en toen is dat erts al zo in het gesteente ingesmolten dat bij het langzaam koelen die ertslaag ontstond. Sedertdien zijn er een 40 à 50.000.000 waarschijnlijk wel 80.000.000 jaar over heengegaan en nu is het een ketting geworden. Ondertussen is er misschien iets bijgekomen, chemicaliën uit een latere tijd. Er zijn veranderingen geweest, er is erosie geweest, al die dingen samen die hebben het erts gemaakt waar je vandaag een keten uit smeed, ijzer waaruit je die schakels vormt.

Op diezelfde manier is die keten eigenlijk de oudheid die tot een nieuw leven komt, die een andere vorm krijgt, en die door die vorm de mensheid terughoudt in een tijd van gevaar opdat zij haar weg zou kunnen vervolgen in een tijd dat die gevaren niet meer aanwezig zijn,

Dan wil ik het nu hebben over die oudheid. De oudste talen hadden maar weinig woorden. Maar een woord had een buitengewoon grote betekenis, het omschreef niet alleen maar zoals tegenwoordig vaak een begrip. Het omschreef een totale essentie, boom, dat was niet alleen een boom, neen dat was: alle bomen, dat was de levende kracht waaruit alle planten groeien, en langzaam maar zeker is die taal vergroeid. We vinden daar wat van terug in de kabbala, waarin elke letter ook tevens een cijfer was. Daarom gebruikt men ook het Hebreeuwse schrift daarvoor, waarin verder elke letter op een andere wijze nog weer gecombineerd kan worden met zijn omgeving. Daar krijgen we ook namen die op zichzelf niets te zeggen hebben. Denk u maar eens aan Adonai, wanneer je dit niet de juiste nadruk geeft, wanneer je niet de kracht a.h.w. onderschrijft met het woord, maar alleen maar weergeeft wat er van je gedachten aan vastzitten: “het is ergens een Joodse Godheid geweest”, dan zegt dat woord niets. Maar laat je datzelfde woord op een andere manier klinken dan is het kracht.

Die woorden van de oudheid zijn voor een groot gedeelte vergeten. Maar de krachten die ze eens wekten bestaan nog en zelfs op het ogenblik in veel sterkere mate dan voorheen. Alles wat die oudheid geleerd heeft omtrent dat woord en ook omtrent de daad, vindt dus in het heden zijn weerkaatsing. Wanneer we gaan naar de oude godsdiensten, dan vinden we daar de dans. Die dans heeft soms eigenschappen die haar bijna modern maken. Er zijn bepaalde religieuze dansen die veel herinneren aan een twist of rock. Maar die dansen waren bewegingen, uitgevoerd met een bepaald doel. Ritme van lichaamsbeweging, intentie van lichaamsbeweging, brengen de mens a.h.w. over de grens van zijn eigen werkelijkheid in een wereld van Goden en demonen. De eerste dans heeft een ritme geschapen en dat ritme dat klinkt op het ogenblik nog door. U hoort het in de wouden van Afrika, u hoort het bij Nomadenstammen die trekken in Siberië, Mongolië. U hoort het terug, zelfs vaak in moderne ritmen, zo goed als bij de geheimzinnige trommen van de voodoo in Haïti. Het oerritme en ritme is vaak een noodzaak. Wanneer ik gewoon praat dan heeft mijn woord lang zoveel betekenis niet bijvoorbeeld, dan wanneer ik daaraan een ritme verbind. Wanneer ik gewoon praat dan heeft alles maar gewoon betekenis als begrip, maar wanneer ik begin te spreken in het ritme dat behoort bij een bepaalde kracht, dan zal die kracht zich manifesteren. En dan is het wat anders geworden.

Niet alleen de dans maar ook het spel, eigenlijk het religieuze spel, het inwijdingsspel vinden we al betrekkelijk vroeg. Wanneer ik iets uitbeeld wat geweest is dan maak ik mijzelf daarmee één. Want ik kan mijzelf vergeten en een toneel, waar een oude godheid optreedt en de aarde zegent waarin offers worden gebracht, is het spel waarin beweging en gebaar plotseling de oudheid, maar ook een kosmische werkelijkheid aanspreken. De scheiding valt weer weg. De mens die speelt, is voor het ogenblik God. Hij is voor een ogenblik offer, hij is niet meer zichzelf maar de kracht die hij uitbeeldt. Dit is ook doorgezet in vele mysteriën. We vinden die spelen niet alleen maar in Indië, maar op het ogenblik vaak nog in Tibet. Maar we vinden ze evengoed in Egypte, Griekenland en ze herleven zelfs bij bepaalde gemeenschappen op het ogenblik weer in de Ver. Staten. Het is dit erkennen dat je jezelf kunt maken tot een ander, wat bijvoorbeeld de achtergrond vormt van een passiespel.

Wanneer Jezus zijn kruis draagt en de mens die de Jezus moet voorstellen beleeft Jezus, dan is Jezus op aarde terug, zijn wezen zijn kracht wordt opnieuw duidelijk kenbaar. Dat men daarbij soms zo ver gaat dat bij sommige negerstammen in de buurt van Genua bijvoorbeeld, waar men Jezus inderdaad kruisigt, en hij inderdaad sterft, dan zegt men: “Ach mensen het gaat een beetje te ver”. Maar het idee is hier, dit offer van Jezus moet totaal hernieuwd beleefd worden. Dat hebben we ook overal teruggevonden.

Dan vinden we nog wat later de kunst van de afbeelding. De afbeelding die niet is, de directe weergave van een werkelijkheid, maar de weergave van een gedachte. U kent er niet veel van misschien, een Scarabaeus of een paar oude afbeeldingen, een paar oude Goden misschien. En u zegt: Ja dat zal wel mooi zijn. Maar wanneer u werkelijk kunt werken met een beeld, een afbeelding, of dit nu een icoon is, inlegkunst, of u werkt met een schilderij of onverschillig wat, wanneer je dat, wat je neerlegt op het doek beleeft, want dat is weer een eis, dan breng je op het beeld de kracht over die je beleefde. Daarom was men zo bang voor beelden. Je zult geen gesneden beelden voor mijn aangezicht stellen, wordt dan ook aan de Joden voorgelegd. Dat is begrijpelijk want een beeld leeft en de God van de Joden heeft geen beeld, hij is een vlam. een licht een vuur in de nacht, een wolk overdag. Dat kun je niet uitbeelden en dan zouden de mensen grijpen naar beelden van andere Goden en die andere Goden zouden leven en niet de ware God van Israël. Zo ontstaat ook dit geheim. Het geheim van de beeldende kunst dat niet is, zoals men tegenwoordig denkt, het scheppen van schoonheid of het uitdrukken van een idee alleen, maar het weergeven a.h.w. van een onsterfelijke waarde, die je beleeft. En je hoeft niet te vragen of een ander het mooi vindt of niet, het is de kwestie, kun je dat innerlijk beleven, een ogenblik vasthouden in materiaal, dan heb je die kracht overal, iedere mens die er harmonisch mee is ondergaat die kracht. En ook dit speelt tegenwoordig natuurlijk een grote rol.

Wij kennen nog heel wat andere voorbeelden, maar we hebben daar bepaalde rites. We kennen in sommige landen een tempelprostitutie die direct in verband staat ook weer met ditzelfde, het wekken van bepaalde kracht. In de moderne tijd kan men die dingen uit de oudheid niet meer inpassen in het oude kader. Een voorstelling van iemand die doet alsof hij een God is, doet al heel gauw belachelijk aan, en een dans waarin demonen door een held worden overwonnen is een spektakel geworden en niet meer een innerlijke beleving. Maar ergens moet datzelfde leven terugkeren. En ook hier speelt de keten een rol.

Bij bepaalde schakels van die keten, vaak noemen we dat duplex schakels, omdat zij naast een andere schakel vallen, zien wij de bezieling die we kunstenaarschap kunnen noemen, dus ritme, melodie, intonatie, woordkunst, beeldkunst en daarin wordt voor de mensheid een idee gevat, geschapen dat ze niet kan begrijpen maar wat ze kan ondergaan. Iets van een levende essentie is vastgelegd in een eenvoudig beeld dat zelfs onbeholpen kan zijn. Maar degene die het ontmoet beleeft er iets in, het straalt zijn kracht voortdurend uit. En zo worden vaak dergelijke kunstvoorwerpen, rites en bijeenkomsten ergens een moeder matrix, een moedervorm, die zich nog onttrekkend aan de persoonlijke matrix die iedereen schept voor de kracht die hij vergaart, een volledige inwerking geven volgens het karakter van een hoger wezen.

Op deze manier zijn die ketens van tegenwoordig een voortzetting van vele verschillende waarden uit het verleden. U zult zich afvragen, maakt iedereen dan deel uit van zo’n keten? Neen. Ook is het deel-zijn van die keten niet in de eerste plaats afhankelijk van een bepaald geloof, of behoren tot een bepaalde groep. Het enige wat je kunt zeggen is, er is een innerlijke harmonie, er is een innerlijk besef. En waar dat besef nu maar bestaat, daar ontmoet men elkaar, daar krijg je contact met elkaar. Je ziet het beeld dat tot jou spreekt, je krijgt het boekwerk in handen dat voor jou leven betekent, je ziet mensen, je ontmoet mensen, die voor jou een waarde van harmonie hebben. Je vindt langzaam maar zeker in een schijnbare verwarring van gebeurtenissen, een harmonische band en die band is je “toebehoren” tot een keten, tot een schakel meestal.

Je moet goed begrijpen dat schakels altijd met elkaar samen mogen en moeten werken. Er is dus helemaal geen reden om te zeggen, ja maar ik behoor tot een bepaalde groep en alle andere groepen daar heb ik dus niets mee te maken. Neen. Mijn leven is het leven van een bepaalde groep. Mijn werken is het werk van een bepaalde groep. Maar in de harmonie die in mij leeft, moet ik zoeken naar een zo groot mogelijk begrip, naar een zo groot mogelijke harmonie voor alle anderen.

Wanneer je een ketting hebt dan is die ketting niets waard wanneer je niet ze hanteert. Dat geldt zo goed voor levende keten waarover wij spreken, als voor een eenvoudige ketting die ergens voor gebruikt wordt. Als je er iets mee af wilt sluiten dan moet er een mensenhand zijn die de ketting in de juiste stand brengt, en er een slot op aanbrengt. Is het een ankerketting dan moet er een mens zijn die, al is het maar de machine bedient waarmee het anker wordt opgehaald of wordt uitgeworpen. En zo gezien moet er dus ook hier voor die keten een werkende kracht zijn. Dat die kracht niet gezien of begrepen wordt door de meesten is duidelijk. Zomin als de ankerketting weet of het nou een bootsman is of een ander die daar de winch overhaalt of die het bevel geeft. Zomin weet de mens die deel is van een schakel vaak zelfs maar wat het doel van de gehele keten is. Ze weet hoogstens dat er soms spanning opstaat en dat hij soms moeilijk tot een besluit kan komen en soms niet. De leidende kracht bij al deze dingen is wat wij kunnen noemen de raad van meester (het is maar een naam).

Wat is een meester? Een meester kan een schoolmeester zijn, een heel vervelend wezen dat voortdurend in een boek zit te kijken en doet of dat het meer weet dan de kinderen aan wie het zegt lering te geven. Maar een meester zoals wij dit bedoelen is een kracht, die in staat is in zichzelf een brug te bouwen tussen de kosmos, het verblindend witte licht, het grote licht en de eenvoudige mensheid. U kent een groot gedeelte van die meesters.

Elk van die meesters en niet slechts één kan worden beschouwd als de bemanning van een schip. Degenen die leiding geven aan wat de keten moet doen. Zij bespelen a.h.w. die keten die rond de wereld wordt gelegd als een instrument. Zij openbaren zich, maar zij kunnen zich niet openbaren in hun geheel. Hun openbaringen blijven beperkt. Hun kracht echter is overal merkbaar en wel over de gehele keten geleidelijk.

Dan volgt hieruit de conclusie dat de meesters hun grote werk. hun grote kracht brengen, door op de gehele wereld gelijktijdig in te werken. Het wezen dat zijn innerlijke harmonie zodanig vergroot, dat hij in de keten gelijktijdig harmonisch is met het geheel erkent door de meester. D.w.z., hij heeft een direct contact met die Hogere en wordt door die Hogere a.h.w. bewuster gemaakt. Krijgt les hoe hij meer deel kan zijn van zijn enkele schakel waar hij toebehoort. Om ook dit proces te vereenvoudigen, zijn de meesters er toe overgegaan zich op aarde meer en meer te uiten. Waar ze zich uiten is dat in eenvoud. Een eenvoud die helemaal geen overwegingen aanneemt verder, die absoluut consequent is. Dat is een kracht waarvan je alleen nog maar kunt zeggen: Ja, het zegt iets en ik weet niet wat. Dat is nu juist de moeilijkheid. Want wij willen natuurlijk wel graag allemaal deel uitmaken van de keten, maar we willen ook een stap verder. Niet dat we allemaal plotseling magiërs en tovenaars willen worden of zo iets, maar we willen graag meer bewust deel hebben aan het geheel. Kijk dat kunnen we alleen maar wanneer we kunnen beantwoorden aan een grote harmonie van die meester. En dan blijft onze taak nog precies dezelfde alleen zij wordt anders beleefd.

Dus vrienden kun je kort concluderen:

De keten die rond de wereld bestaat wordt steeds belangrijker.

De kern van die keten wordt uitgemaakt door de priesterlijke mens. De mens die innerlijk en met de daad a.h.w. zijn God ontmoet, en soms aan die God offert.

De keten als geheel oriënteert zich steeds op de sterkste. op de priesterlijke mens daarin. Het aantal priesters per keten is niet beperkt, het aantal priesters wat voorkomt per schakel is meestal wel beperkt en er is er altijd één die de leiding heeft. Daar is wel degelijk sprake van iemand die de baas moet zijn.

Om te werken met de krachten van deze tijd zal men in de eerste plaats ergens een contact met die keten moeten hebben. Iemand die niet tot een schakel behoort, kan in zichzelf misschien veel bereiken, maar kan voor het geheel praktisch weinig bereiken.

Deelgenootschap aan die keten plus het juist gebruiken van geestelijke en meer materiële energieën maakt het mogelijk om op de wereld door middel van die kracht betrekkelijk snel grote veranderingen tot stand te brengen.

Gelijktijdig zal de mens die innerlijk hoger stijgt door allerhande veranderingen in en rond hem worden aangepast aan de meest ideale waarden.

Waar de schakels en de keten zelf gevormd zijn uit het oude, mag niet worden gesteld dat ze identiek zijn daarmee. Maar wel dat alle waarden die in het oude bestonden in het nieuwe bruikbaar zijn en vaak een direct deel ervan uitmaken.

De meesters die leiding geven aan het geheel kunnen spreken tot elke schakel, ja tot elk deel van elke schakel, maar de taak blijft beperkt tot de schakel waartoe men behoort, omdat men eerst later, en dan uit het geheel genomen voor een nieuwe taak bv. in een parallelschakel, vanuit zichzelf moet gaan werken, zelf dan blijft de taak steeds weer tot een betrekkelijk kleine kring beperkt.

Tweede deel.

Vrede zij met u vrienden.

In deze dagen is de leer gestorven omdat zij slechts leeft in de gedachten van de mensen maar niet in hun harten. De leer echter moet hernieuwd leven, de leer van de waarheid en van de vrijheid. Het is daarom dat ik tot u spreek.

Gij zult elkaar liefhebben. Niet om datgene wat gij zijt of wat anderen zijn, maar omdat gij deel zijt van één en dezelfde kracht, leeft uit één en dezelfde God en niet gescheiden kunt zijn in enigerlei opzicht zo gij uw God in u aanvaardt.

Gij zult elkander dienen, want slechts hij die andere dient zal in staat zijn, zijn eigen plaats binnen de Schepping waardig te zijn en zijn taak binnen de Schepping te vervullen.

Gij zult de kracht van het leven in uzelf aanvaarden en ervaren zonder haar eisen te stellen. Vraag te mogen zijn waarvoor gij bestemd zijt en alle dingen worden u gegeven. Vraag datgene wat gij begeert en gij zult teleurgesteld zijn en heengaan,

Ga niet in tot de Hoogste Geest. Maar vervul de wil van de Hoogste Geest op aarde zoals gij die in uzelf erkent.

Worstel niet met elkaar, worstel niet met uzelf, doch vraag u af hoe God in u leeft. Want ziet, hij die waarlijk gehoorzaamt aan die stem die in hem spreekt, hij vervult zijn taak, hij is deel van het Koninkrijk en hij is verbonden met de krachten van de eeuwigheid.

Leef in vreugde, want slechts hij die in vreugde leeft, erkent de grootheid en de goedheid Gods in alle dingen. Hij echter die de vreugde verwerpt, hij verwerpt de schenker daarvan en bant zichzelf uit het licht en leeft in de duisternis.

Ken de kracht die in u leeft. Deze kracht is oneindig. Zij maakt u alle dingen mogelijk. Zij maakt het u mogelijk elke last te dragen en elke taak te vervullen zolang gij vertrouwt in die kracht boven alle dingen. Vertrouw daarom in de bron van uw leven opdat gij waarlijk leven moogt.

En dit is de leer.

Vraag. Vraag niet elkaar en vraag niet het bewijs, doch vraag slechts uzelf te zijn. Want slechts wie zichzelf vervult zal een antwoord krijgen op de vragen van het levens. Besef dat hij die de brug bouwt, tussen tijd en eeuwigheid niet God is. Dat de brug die gebouwd is niet is, God, maar slechts deel van het geheel. Doch dat de verbinding die gemaakt is tussen de werelden is de wil van God waardoor in zijn wezen de volheid van alle werelden samenvloeit. Besef dat hij die u leert, niet is uw meester is die u beheert, doch uw vriend die naast u gaat.

Ga met uw vriend door het leven. Maar besef dat gij zelf schrijdend, slechts met hem kunt gaan en nooit zonder hem kunt gaan.

Besef dat de leer is, de leer van het Licht, de leer van de lichtende kracht waarvan gij deel zijt, maar die gij moet erkennen om bewust uit deze kracht levend, en in deze kracht volbrengend de waarheid te vinden.

Er is licht en kracht, Licht en kracht zijn er voor eenieder en geen van u wordt iets ontnomen, wat hij niet zelf verwerpt. De leer is, verwerp niet te veel, opdat gij uw ware leven moogt behouden.

Gij zoekt naar het antwoord op raadselen, de leer zegt, zoek naar een antwoord op de ene vraag “wat is de kracht die in mij leeft?” En slechts daarin zult gij leven en behouden zijn,.

Mort niet tegen dat wat gij in schijn zijt. Want wat gij nu uiterlijk zijt, valt weg en wat overblijft is de werkelijkheid van uw wezen. Daarom zegt de leer: Wees mensen van vrede, mensen van liefde, mensen van kracht, opdat uw innerlijk wezen moge vervullen wat uiterlijk nog niet kenbaar kon zijn.

De leer zegt u: Gij waart voor gij geboren werd. Gij zult zijn nadat gij gestorven zijt gaan van wereld tot wereld, van sfeer tot sfeer, maar gij zult zijn één en dezelfde door alle tijden in de kracht die u voortbrengt. Leef in deze kracht en de werelden zijn een spel. Verwerp de kracht in u en alle werelden zijn een droeve last.

Bedenk dat vrede is: vrede kennen in uzelf en vrede geven. Zo gij vrede zoekt in uzelf en vrede wilt geven aan hen die leven in uw wereld waarvan gij u bewust zijt, zo zal de ware vrede de uwe zijn.

En nu in de Naam van de Broederschap voor wie ik heden spreek tot u:

DAT ER LICHT ZIJ IN UW HARTEN!
DAT GIJ DE KRACHT MOGE VINDEN OM TE WERKEN EN TE VOLBRENGEN UIT DE KRACHT DIE IN U LEEFT. DAT GIJ MOOGT VERWINNEN UW BEPERKINGEN VAN TIJD EN VINDEN UW WAARDEN VAN EEUWIGHEID.
DAT HET LICHT GEOPENBAARD ZIJ VOOR U ALLEN, ZO GIJ AANVAARDEN WILT. ALS KENTEKEN VAN DE GODDELIJKE LIEFDE EN DE MACHT DIE U IN DEZE TIJD BESCHERMT.
DE VREDE GODS ZIJ MET U!