Werkloosheid en geestelijke kracht

image_pdf

17 februari 1984

Bij het begin van de bijeenkomst moet ik u allereerst vertellen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk a.u.b. zelf na, het is beter je eigen fouten te maken dan die van anderen klakkeloos na te volgen. Vandaag zou ik met u willen spreken over: Werkloosheid en geestelijke kracht.

Een wat vreemd onderwerp, maar de geest ziet dingen wel op een wijze die voor mensen in de stof wat vreemd schijnt. Men zegt immers dat werkloosheid in deze dagen een groot probleem is. En wij krijgen dan de indruk dat het niet een kwestie is van te weinig – wat  te doen zou zijn – maar eerder van een tekort aan werkzaamheden waarvoor veel betaald wordt. Ofschoon er nogal wat mensen zijn die kennelijk heel veel betaald krijgen om daarvoor maar heel erg weinig te doen. Maar dat schijnt een kwestie te zijn van maatschappelijke structuur, zodat daaraan wel niet veel te veranderen zal zijn.

Bezien wij de feiten, dan moeten wij constateren: binnenkort zijn in uw land ruim een miljoen mensen werkloos. Reken de omliggende gebieden mee, dan komen wij hier in de buurt op een totaal tussen de 4 en de 5 miljoen werklozen. Allemaal mensen, die dus niet meer in het productieproces zijn opgenomen. Reken  daarbij nog eens alle mensen die wel een baan hebben, maar die op geen enkele wijze werkelijk productief zijn, komt men op ruim zeven en een half miljoen niet productieven. Al die mensen hebben heel veel tijd, vaak te weinig geld. Vraag: Is dit nu werkelijk zo erg? M.i. ligt het er maar aan, wat je met je tijd en eventueel je geld wilt doen. En er zijn voor allen wel degelijk positieve mogelijkheden.

In elke mensen schuilen positieve geestelijke krachten. Het is zeker niet juist, dat men met bepaalde gaven geboren moet worden om een goed medium, magnetiseur, helderziende te zijn. Dit alles zijn dormante kwaliteiten. Een groot deel daarvan heeft vroeger in de menselijke samenleving een grote rol gespeeld. Langzaam maar zeker laat men het gebruik van deze mogelijkheden steeds meer over aan specialisten. En op de duur kwamen er zoveel specialisten, die niet meer zo met die gaven wisten te werken, dat zij eenieder die dreigde door zijn gaven tot een specialist te worden op het “paranormale” terrein, met alle middelen probeerden te onderdrukken.

Wij hebben echter wel degelijk te maken met een mogelijkheid die in de erfmassa van praktisch alle mensen aanwezig is. Ook beschikken alle mensen over bepaalde vormen van gevoeligheid waarmee zij veel bereiken wanneer zij er maar aandacht aan leren geven en zo deze kwaliteit in zich ontwikkelen. Als geest vraag je je dan toch af, of in een tijd waarin zovele mensen niet binnen de gemeenschap kunnen worden ingeschakeld in een productief proces volgens het oude systeem er geen mogelijkheid zou bestaan al deze mensen in te schakelen in een ander geestelijk zeer productief proces en zo weer gaven tot ontwikkeling zouden kunnen brengen die voor het geheel van de mensheid van groot belang kunnen zijn.

Luister: wanneer je niet veel te doen hebt, kun je toch wel 3 per dag 20 minuten vrijmaken voor bepaalde concentratie- en contemplatieoefeningen. Volgens mij is dat zeker niet te veel gevraagd. Wanneer je dit op de juiste wijze doet – ik zal u zo dadelijk zeggen hoe – kun je niet alleen je gevoeligheid aanmerkelijk vergroten, maar je kunt ook al die slapende kwaliteiten, die in de mens schuilgaan, bij jezelf wakker schudden.

Het is niet zeker, dat eenieder zich gelijkelijk ontwikkelt of eenzelfde volgorde bij verwerving van mogelijkheden zal aanhouden. Er zullen mensen zijn, die allereerst helderziende worden, anderen gaan empathisch veel meer ervaren. Weer anderen leren te genezen of op een nog andere wijze hun medemensen te helpen. Maar wanneer velen zo zouden handelen, zouden wij, naar ik meen, een heel groot probleem kunnen wegnemen dat deze tijd beheerst. Het merendeel van de problemen die de wereld in deze dagen kent, is niet in de eerste plaats van materiële aard. Grotendeels is hun oorsprong psychisch. Zij komen voort uit verworven denkbeelden die men koestert, uit allerhande complexen die je grotendeels door anderen aangepraat worden. Zij komen dus grotendeels voort uit een verkeerde structuur van de verschillende public relations technieken die algemeen en voor alle doeleinden in deze dagen worden gehanteerd. Ik meen dat men een groot deel van deze spanningen zou kunnen oplossen en de mensen weer tot een meer ontspannen wijze van leven zou kunnen brengen, wanneer men hen maar zou kunnen leren de gemeenschap en het menszijn meer reëel te benaderen.

Wanneer men dan de mensen spreekt over 3x per dag 20 minuten voor dit doel, dan zullen velen opmerken dat dit in feite niet zoveel is: één uur van een dag die toch grotendeels ledig is. Maar zo vragen zij dan: hoe en wat moet je dan doen?

In de eerste plaats: leer de techniek van een jezelf volledig  ontspannen. Dit heb je allereerst nodig. De meest bekende methode: ga plat op de rug liggen op de vloer of indien deze u te hard is, op een bed, maar zonder kussen onder het hoofd. Leg de handen losjes langs het lichaam, zo dat zij juist de zijden niet raken. Leg de benen ook iets van elkaar, zodat de hielen elkaar niet raken. Probeer je in te denken dat je voeten er niet meer zijn, je enkels er niet meer zijn, de knieën, dijen etc. Het is in feite een voorstellingsproces waarbij je probeert het bewuste contact met steeds meer delen van je lichaam te verbreken. Je komt werkelijk tot rust wanneer deze volledige ontspannenheid ontstaat. Ook voor de gezondheid is dit altijd dienstig. Maar hierdoor bereik je ook een wegvallen van een zekere druk die normalerwijze van het lichaam op het denken en delen van het bewustzijn pleegt uit te gaan.

De eerste weken waarin je bezig bent met deze werkwijze zal je wel voornamelijk bezig zijn met een leren je op deze wijze goed te ontspannen. Heeft men dit eenmaal geleerd, dan kan men na het bereiken van de toestand eenvoudig wat gaan denken over zaken, die men belangrijk vindt. Neem geen denkbeelden als bv. hoe ruilen wij Ruud voor Joop of andere politieke inzichten. En besteed je kostbare ontspanning ook niet aan het kankeren over de komst van de paus, die weer zoveel miljoenen gaat kosten – op de keper beschouwt, is dat nog een koopje. Denk eerder aan dingen die voor jou persoonlijk van belang zijn, zoals de vraag bv. wat er morgen zal gaan gebeuren. Probeer een beeld te krijgen van de dingen die morgen zullen gebeuren of de toestanden die voor jou werkelijk interessant zijn. Op deze wijze maak je je gevoeligheid groter. In het gegeven voorbeeld vooral voor invloeden uit de tijd. Maar misschien wilt u liever wat meer energie krijgen en bv. kracht om ook anderen te genezen.

Stel je dan open voor alle kracht en probeer je voor te stellen dat, als een soort bundel licht, een straal kracht je bereikt. Tracht die kracht in je te voelen, te beleven. Maar denk niet aan je ledematen, het is in feite een denkproces met suggestieve waarden, waardoor je feitelijk meer krachten opneemt dan voor jou normaal is.

Dit soort oefeningen kun je afwisselen met bv. het trachten gevoelens in je omgeving aan te voelen, ook in je gedachten geheel tot rust te komen e.d.

Op een gegeven ogenblik heb je dan “beet”. Je ontdekt bv. dat hetgeen je in die dagdroom jezelf vertelde dat morgen zou gaan gebeuren, inderdaad ook gebeurt en wel vooral op punten, die in feite op normale basis onvoorspelbaar zijn. Dus zeg niet tot jezelf dat tante Mien wel zal opbellen, wanneer die tante bijna elke dag een keer of drie bij je aan de telefoon hangt. Aan dergelijke voorspellingen heb je niets. Maar je denkt bv. opeens: ik loop daar en daar en dat en dat gebeurt er. Slaag je er enkele keren in op een dergelijke wijze, redelijk niet te voorspellen ontwikkelingen te voorzien, dan weet je dat je helderziendheid in “tijd” als eerste gave kunt ontwikkelen en neem deze mogelijkheid voorlopig als uitgangspunt. In het begin ga je steeds van jezelf uit.

Blijkt het aantal treffers hierbij hoog te liggen, dan komt de volgende fase: het lot van een ander. Je hebt misschien een vriend, een vriendin, iemand die je erg interesseert. Ga je dan afvragen wat er morgen met zo iemand zal gebeuren. Klopt ook dit enkele malen, zo wordt het tijd om eens te gaan denken aan het gebeuren van overmorgen of zelfs van de volgende week.

Al snel blijkt dat je niet op alle punten gelijk hebt, maar dat je toch een groot aantal redelijk betrouwbare gegevens omtrent de toekomst kunt vergaren. Dan zal je ontdekken, dat je door rekening te houden met de zo veronderstelde feiten, iets aan het gebeuren kunt veranderen. Nooit alles. Je kunt je eigen rol enigszins veranderen, maar niet het geheel, waarbinnen die rol zich afspeelt, voldoende beïnvloeden om ook die geheel te veranderen. Zoals je ook anderen niet geheel los kunt maken van de voor hen niet wenselijke omstandigheden, maar hen wel raad kunt geven waardoor zaken, die zo iemand anders ernstig zouden treffen, geheel of grotendeels aan zo iemand voorbij zullen gaan. Wijs voorzichtig op vermoede ontwikkelingen. De ander zal dan vaak sneller dan normaal reageren op alles wat daarmee samenhangt en zo die meevaller krijgen die normalerwijze voorbijgegaan zou zijn. Het is op deze wijze mogelijk, jezelf en ook anderen een beetje te helpen. En wanneer je toch voldoende tijd hebt, lijkt mij het helpen van mensen altijd nog beter dan geheel niets doen.

Zoek je naar kracht, laat deze dan de eerste malen dat je deze in je voelt, maar rustig op jezelf inwerken. Pas wanneer je zover komt dat je, alleen wanneer je even aan die kracht denkt, reeds het gevoel hebt daarmee verbonden te zijn, moet je eens gaan kijken of er iemand in de buurt is die bv. hoofdpijn heeft of iets dergelijks. En als ik u nog een raad mag geven in dit verband, vooral niet met opgezette borst naar die ander toegaan en zeggen dat je wel even zult helpen. Er zijn mannen die onder dergelijke omstandigheden zich zo opblazen dat zij opeens verdacht veel op Jane Mansfield gaan lijken.

Zoiets is bijna altijd eerder schadelijk en bovendien in het begin zeker niet nodig. Zeg liever niets en concentreer je in stilte op die ander. Stel je bv. voor dat er van jou een lichtstraal uitgaat, het is maar een beeld, maar wij hebben vaak een psychisch beeld nodig om bewust krachten naar anderen over te brengen. Stel u voor dat de hoofdpijn bedaart. Voor u het weet, bent u een goede concurrent van Bayer en gezonder dan aspirine, ook voor anderen,

Eerst wanneer ook dit meerdere malen zonder enige twijfel is gelukt, wordt het tijd, aan meer omvattende genezingen te denken. Je dient jezelf op de proef te stellen, omdat je, wil je grotere resultaten behalen, allereerst zeker van jezelf moet zijn.

Of stel je gevoeligheid voor de stemmingen en gevoelens van anderen eens op de proef. U bevindt zich zeker vaak in een menigte, u weet wel, een humane trage stroop die gelukkig zo nu en dan wat voor je  uitwijkt, zodat je er doorheen kunt komen zonder dat je al te moe of te vuil wordt. Maar zij is opgebouwd uit mensen. Probeer eens voorbijgangers aan te voelen of desnoods anderen meer bewust aan te voelen wanneer je bv. in een tram staat, ergens toch in een rij moet wachten of men toevallig enige tijd samen ergens moet zitten, probeer aan te voelen hoe die ander is, hoe deze zich voelt. Want ook dit  aanvoelen van anderen is iets wat door genoemde concentratieoefeningen wordt bevordert. Wil je dit tijdens je oefeningen nadruk geven, probeer dan aan te voelen, hoe de mensheid – dus niet een enkele mens – zich voelt in je omgeving. Stel je voor dat alles wat in die mensheid leeft op je afkomt en in jou samenvloeit tot één ervaring. Waarschuwing: wat u ontvangt zal soms heel erg droevig zijn, andere malen juist weer buitengewoon uitbundig. Besef dat die ervaring op zich niet van belang is, daar u deze onmiddellijk en geheel van u kunt afschudden op het ogenblik dat u de oefening beëindigt.

Begin dan eens aan te voelen wat voor stemming, welke achtergronden mensen in uw nabijheid hebben en ga dan zo goed en onopvallend mogelijk na, of uw gevoelens juist waren. Vaak constateer je dat mensen die heel uitbundig schijnen in  feite erg in de rats zitten, gespannen zijn of zelfs geheel niet meer weten waar zij aan toe zijn en dan zal je bemerken dat je alleen door enkele welgekozen woorden en soms zelfs alleen door je geduldige aanwezigheid die ander even kunt helpen uit het donker te komen,

Vooral ga je begrijpen wat mensen drijft tot bepaalde handelingen. En juist door het begrip dat je voor hen nu kunt opbrengen, kun je vaak ook voorkomen dat iets uit de hand loopt. Op deze wijze beteken je heel veel voor veel mensen. Wat er op neerkomt dat je met die eenvoudige oefeningen op de duur dus heel veel kunt bereiken. Maar er is meer.

Wanneer wij op het ogenblik de maatschappij bezien dan ontdekken wij dat vele dingen in feite anders zouden moeten. Maar al snel blijkt dat het eenvoudig niet anders kan, omdat het anders niet te betalen is of omdat je er geen mensen voor kunt vinden. Het lijkt er op dat de meerderheid van de mensen een psychische afwijking heeft. Ik wil niet zeggen dat u die hier zit niet normaal zou zijn. Nu is normaal iets wat niet geheel kan bestaan, daar het een gemiddelde is. Maar zien wij naar hetgeen de mensen zeggen en hetgeen zij doen, dan blijkt al snel, dat zeker in de Westerse landen meer dan 70% van de mensen een afwijking heeft. Wanneer die afwijking kenbaar zou zijn, zou het nog niet zo erg zijn. Dan valt het op. Maar de meeste mensen hebben kennelijk een afwijking die juist niet te veel opvalt. Dit openbaart zich in een onredelijke en zelfs onlogische eenzijdigheid van handelen en denken, in drammen en zelfs fanatisme op bepaalde punten, waar men zelfs geen argumenten wil horen. Kortom: de wereld is vol van mensen die in de werkelijkheid niet durven en kunnen leven en voortdurend bezig zijn er iets anders van  te maken voor zich, zonder aan de feiten overigens ook maar iets te veranderen.

Op die “zwijgende meerderheid” zou men invloed kunnen hebben, wanneer die  mensen enig begrip krijgen – en dit hebben zij vaak heel hard nodig – zullen zij zich gemakkelijker dan voorheen aanpassen aan de feiten. Wanneer die mensen wat genezende kracht krijgen of wat extra energie in de ogenblikken waarop zij deze werkelijk nodig hebben, dan zullen zij hun onbehagen niet zo snel gaan uitleven op anderen. Wanneer de mensen op een gegeven ogenblik die ene tip krijgen die betrouwbaar is ook nog en zo wat ellende en mislukkingen kunnen vermijden, krijgen zij ook het gevoel dat zij toch niet helemaal alleen staan.

Vroeger was een gemeenschap iets, waarin iedereen, iedereen kende. Er waren kleine staatjes. Erg veel zeker. Maar de koning, graaf, baron, ridder die daar heerste was met zijn mensen opgegroeid. Hij kende de meesten van hen toch wel. Zeker, hij had volgens de normen van zijn tijd bepaalde voorrechten en gebruikte die ook, misbruikte die soms. Maar aan de andere kant hoorde hij er bij. De mensen in die gemeenschappen voelden zich als deel van het geheel en als hun vorst of ridder nu niet bepaald de beste was, was hij “hun meester” en hoorde er volgens hun gevoel er geheel bij. En wanneer een kleine heerser voor zijn mensen schappelijk was, ging men voor zo iemand desnoods door het vuur. In uw dagen staat het gezag te zeer op een afstand. In het beste geval krijg je een mooi tv plaatje van iemand die je vertelt dat alles wat jij denkt wel juist is, maar dat er toch redenen te over zijn om anders te handelen dan jij redelijkerwijze aanvaardbaar of noodzakelijk vindt.

De zo belangrijke gemeenschapszin kan feitelijk alleen maar bestaan binnen kleinere groepen. Ik wil geen reclame maken voor de een of andere wijze van leven, maar er zijn communes die dit aantonen. Onderling heeft men net zoveel ruzie als u en mogelijk soms meer. Maar de leden ontwikkelen ongeacht dit alles een saamhorigheid, juist omdat men elkander kent en van diens problemen en mogelijkheden op de hoogte is. Het blijkt dat dergelijke gemeenschappen, ongeacht hun bron, ongeacht het feit dat zij mogelijk buiten de gemeenschap staan of menen te staan, iets hebben wat de huidige maatschappij in hoge mate ontbeert: saamhorigheid.

Uw wereld moet terug naar dit gevoel van saamhorigheid. O, geen denkbeelden als: wat vader zegt is juist en goed. Die tijd is al lang voorbij. Tegenwoordig weten de meeste kinderen al dat zij het met vader niet eens zijn voor hij werkelijk iets heeft gezegd.

Het gaat er zeker niet om het gevestigde gezag kritiekloos te aanvaarden. Maar men dient wel te beseffen dat het er ook bij behoort. Men moet begrijpen dat het op een zekere wijze functioneert en dient zich daaraan zodanig aan te passen, dat men toch zichzelf kan blijven.

Vooral mag men niet trachten uit de eigen gemeenschap bepaalde groepen af te zonderen die men dan tot vijand verklaart. U vindt dit een overbodige stelling? Er zijn anders heel wat mensen die veronderstellen dat iedereen die een politie-uniform draagt automatisch een ultra rechtste idioot is en dus de vijand van iedereen die progressief is. Iets wat zeker niet juist is. Er zijn heel wat progressieve politieagenten. Je zou het mogelijk niet onmiddellijk kunnen zeggen op het eerste gezicht, maar toch is dit juist. Het is dus zeker onjuist uit te gaan van de stelling dat een politieman iemand is die, wanneer het er op aankomt, verandert in een knuppel met in de ene hand een knuppel en een schild in de andere. Een politieman is gewoon een medemens, die op zijn wijze binnen de gemeenschap functioneert en daarin ook belangrijk kan zijn. Krijgen meer mensen dit door, dan komt er een ogenblik waarop de politie niet de opruimer van alle problemen aan de ene kant en aan de andere kant de vijand behoeft te spelen, maar een normaal, geïntegreerd deel kan gaan vormen van een gemeenschap, waarvoor hij zich dan ook veel eerder en veel vollediger zal inzetten. Mogelijk vindt u het vervelend dit zo te horen stellen, maar in dorpen kan de politie nog werkelijk deel zijn van de gemeenschap, in de grote steden bestaat die mogelijkheid in feite bijna niet meer.

Men zou moeten begrijpen, dat de dominee en de pastoor heel achtenswaardige mensen kunnen zijn, die vaak zeer oprecht zijn. Maar men zal ook moeten begrijpen dat hun academische graad, hun gewaad en kerkelijke rang niet gelijktijdig bepalend zijn voor hun gelijk. Wij echter moeten kunnen begrijpen, dat die mensen denken dat zij werkelijk gelijk hebben. Dan pas kun je ook op dergelijke “notabelen” juist en gepast reageren.

Het is in feite zo gemakkelijk: problemen zouden ophouden te bestaan wanneer in Nederland alle mensen het eens op de voornaamste punten met elkander eens zouden kunnen zijn. Nu is dit in uw land natuurlijk ondenkbaar, maar laat mij het dan als een soort sprookje toch eens weergeven: Alle mensen zijn het met elkaar eens. De tegenstellingen spelen geen grote rol meer, eigen belang wijkt voor begrip voor de ander. De problemen worden snel opgelost, sociaal, maar ook financieel. De gewone mensen reageren dan: dat redden wij wel, al moeten wij huisvrouwen aan de kas zetten in plaats van ambtenaren en politici. Maar ook de politici en de ambtenaren zullen daarvoor dan begrip kunnen  opbrengen. De politie zal niet zo vaak hardhandig behoeven in te grijpen: zij krijgt van allen medewerking, wanneer het om werkelijk ernstige delicten gaat. En waar het niet ernstig is, haalt ook de agent zijn schouders op en meent: laat maar.

De rechterlijke macht studeert niet meer in boeken, maar vraagt zich af hoe men, wanneer iemand werkelijk iets misdeed, die in een positie kan brengen waarin deze de gemeenschap niet langer kan schaden en toch gelijktijdig alle mogelijkheden krijgt om later tot iemand die deel is van de gemeenschap te worden. Dat klinkt alles nogal utopisch of op zijn minst heel erg moeilijk. Maar geloof mij, wanneer iedereen daaraan probeert mee te werken, dan is dit alles zelfs op korte termijn mogelijk.

Alleen zou het jammer zijn voor de mensen die het dan niet meer over de “problematiek” kunnen hebben, wat niet betekent dat er geen problemen meer zijn; maar alleen, dat zij geen reden meer kunnen zijn om anderen een rad voor ogen te draaien. Want de “problematiek” is de politieke automatiek, waaruit men tegenwoordig problemen trekt, die men dan voorgeeft tegen betaling van belastinggeld te kunnen oplossen, terwijl men in feite alleen maar anderen zo lastig valt met zaken, die zonder dit nooit een dergelijk probleem zouden zijn geworden.

Denk nu niet, dat ik alleen maar wat bazel. Wanneer men zich realiseert hoe betrekkelijk kleine groepen die een eenheid vormen op het geheel van de maatschappij een enorme invloed kunnen uitoefenen, zal men moeten toegeven, dat het gestelde alles behalve onredelijk is.

Daarbij gaat het er dan niet om, dergelijke groepen lange tijd te continueren. Het gaat er slechts om dat zij door hun eenheid, hoe beperkt en tijdelijk ook, in het geheel een verandering tot stand kunnen brengen. Dan zult u beseffen, waarom volgens mij kleine groepjes met meer ontwikkelde paranormale begaafdheden, met die eigenschappen die de meeste mensen begraven hebben onder hun zorgen voor de materie en hun protesten tegen alles wat zij toch niet kunnen verhinderen, veel kunnen gaan betekenen in de ontwikkeling van het geheel.

Wanneer eindelijk dergelijke groepen eens kunnen gaan werken, groepen die werkelijk harmonisch zijn – op welke wijze dan ook – zal de gehele maatschappij de invloed daarvan ondergaan en eveneens veranderen. En dan verandert er veel meer dan de maatschappij alleen. Dan veranderen zaken als het geestelijk leven van de afzonderlijke mensen. Dan beseft men eerder, wat men zelf is en kan, dan zal dus niemand meer bv. God vragen, om vooral zijn bankrekening te sparen. U lacht. Maar weet u hoe vaak dit gebeurt? Mensen bidden zelfs wel: Heer, zorg ervoor dat mijn bankrekening kan blijven groeien, want mijn oude dag nadert. Er zijn heel wat mensen die, zij het met wat andere woorden, dit soort gebeden zelfs dagelijks herhalen.

Trouwens, er zijn ook minder vromen, die zelfs het Onze Vader hebben gewijzigd en zo zij al bidden, zeggen: geef ons heden ons dagelijks brood en zorg dat wij er voldoende op en bij krijgen, ook een warme hap, want dat is nooit weg, O, ik overdrijf natuurlijk wel wat, maar dit soort “vroomheid” komt meer voor dan u kennelijk durft denken. Wanneer wij dergelijke onzin nu eens geheel weg zouden kunnen vagen, alleen door meer begrip en gevoel voor de achtergronden en noden van anderen te krijgen, zouden wij God weer God doen worden voor allen in de plaats van een Almachtige hemelse Vader. Want men zal dan meer begrip hebben voor de werkelijke noden en behoeften ook van anderen. Wanneer men maar enkele malen die flitsende inzichten kan krijgen, zal men ook voor morgen meer kunnen doen: men zal meer en meer aanvoelen dat bepaalde problemen wel degelijk vermeden kunnen worden door zelf anders te handelen. Dat men zelfs problemen die van lange duur dreigen te zijn, zo van aard kan doen veranderen en weer hanteerbaar kan maken.

Enig zien in de tijd geeft dan de mogelijkheid heel wat mensen te beschermen tegen ontwikkelingen die voor hen verschrikkelijk zouden zijn. Daarnaast moet u zich eens afvragen wat de sociale betekenis zou zijn van een groter aantal mensen die paranormaal anderen kunnen helpen en genezen.

O, op het ogenblik zou dat een enorme meevaller betekenen voor de ziekenfondsen en een nog grotere strop voor vele specialisten, dat weet ik ook wel. Zelfs de chemische industrie zou daar een strop aan hebben. Maar is het dan niet belangrijk dat de mensen weer gaan beseffen dat je met geestelijke krachten veel, zo niet alles, kunt bereiken en doen? Er zou veel goeds uit voortkomen. En alles wat je daarvoor nodig hebt is een beetje oefening en geestelijke concentratie. Wanneer er maar genoeg mensen een proef mee willen nemen, gaat het betekenen dat de werkeloosheid, dat grote probleem van deze dagen, wordt ingezet in een ontwikkeling met positieve waarde.  Een ontwikkeling waardoor een nieuwe geestelijke groei op aarde mogelijk  wordt, waardoor nieuwe geestelijke energieën kunnen loskomen onder de mensen.

Denk niet, dat ik alleen maar sprookjes vertel. Misschien zijn er onder u nog wel die zich de dagen van provo, oranjevrijstaat, kabouters en bloemenkinderen herinneren. Al die groepen hebben een grote invloed gehad op het leven en denken van de mens van heden, ook al bestonden zij in feite maar enkele jaren als belangrijke beweging. Maar zij hebben door hetgeen zij deden en niet deden, wel degelijk de wijze van denken van een groot deel van de gemeenschap aanmerkelijk veranderd.

Zij hebben de mensen ertoe gebracht althans in het openbaar zaken als normaal of aanvaardbaar te zien die voordien in aller ogen  althans openlijk afschuwwekkend waren. En hoeveel mensen hebben door dergelijke groepen niet leren beseffen dat bepaalde zienswijzen misschien betrekkelijk juist zijn, maar niet absoluut en altijd? Natuur1ijk zijn er zaken bij waarvan je je later afvraagt: hoe is het mogelijk geweest en wat bedoelde men? Denk aan de maagdenhuis-bezetting. Een studentikoze ingreep die voor decanen een soort universitaire studenten verkrachting scheen. Het was een teken des tijds, maar het was een oproer en voor de gewone mensen zijn studenten altijd iets buiten de norm.

Toch heeft zelfs dit vele gewone mensen tot inzichten gebracht die nog vele jaren nadien een rol speelden in de gemeenschap, niet alleen politiek, maar ook in het sociaal verkeer. Stel u voor ogen wat er die dagen allemaal veranderd is. Kijk alleen maar naar 30 jaren geleden en nu. Dat is een stukje historie dat de meesten onder u nog wel kunnen nagaan zonder al te grove vervalsing van feiten en ontwikkelingen.

Vraag je dan eens af: wat wij, in deze dagen doen om een meer ingrijpende verandering tot stand te brengen. Mijn antwoord daarop kent u nu: mensen moeten meer gebruik leren maken van hun psychische en geestelijke krachten en vermogens. Laat het niet meer aankomen op anderen, die het moeten gaan doen en vraag je niet af of je voor je werken voldoende geld kunt loskrijgen. lk ben er van overtuigd dat wij de oplossing voor de moeilijkheden van de gemeenschap in deze dagen het beste kunnen vinden, wanneer wij durven uitgaan van de geestelijke en psychische mogelijkheden die in alle mensen sluimeren.

En daar zit u dan mee. Het zou gemakkelijk genoeg voor mij zijn om u iets van geestelijke krachten en mogelijkheden te demonstreren. Maar dan nog zouden velen zeggen: nu ja, die geest kan dat wel, maar ik kan het niet. Maar bedenk: alles wat een geest kan, kan een mens. Want in die mens leeft een geest. Als ik zeg: “Ik roep hier krachten voor op” dan behoef ik daarvoor verder niets te doen dan er intens aan te denken. Zelfs nu zijn er meerderen aanwezig, die zonder meer kunnen constateren, dat zelfs nu reeds iets van kracht in deze zaal ontstaat. Dat kunt u ook. Zeker, u moet leren hoe geconcentreerd te denken en u dient eerst het ontspannen goed te leren. Dan pas kunt u zonder veel moeite die ontspannenheid bereiken, waarbij alles wegvalt behalve dat ene denkbeeld dat op het ogenblik het belangrijkste voor je is.

Een mens die last heeft van zijn lichaam kan nu eenmaal vaak geestelijke dingen niet zo gemakkelijk voor zich geheel beleven en bereiken. Maar ook u kunt het: Wanneer ik zeg dat er hier licht is en kracht, dan is er hier ook licht en kracht. Voel het maar aan, als ik zeg, dat die kracht genezend op u zal inwerken, dan zal zij dit inderdaad doen. En wanneer ik daaraan toevoeg dat ik in die kracht iets heb gelegd dat degenen die willen proberen zich te concentreren, zal helpen om enkele flitsen te ervaren van hetgeen voor hen morgen zal zijn, dan is dit waar. En niet omdat ik een geest ben of omdat ik toevallig wonderen kan verrichten, maar omdat ik nu gebruik heb gemaakt van dezelfde kwaliteiten en mogelijkheden waarover ook u onontwikkeld beschikt. Omdat ik gebruik maak van dezelfde geestelijke krachten en die binding met de totaliteit die ook u in uzelf als mogelijkheid draagt.

Maar laat ons dan reëel blijven: u moet het zelf proberen. Dan zou de werkloosheid, die velen in deze dagen een vloek schijnt te zijn, wel eens een zegen voor u en de gemeenschap kunnen worden. Want daardoor hebben zovele mensen tijd en vrijheid die zij niet zouden kennen wanneer zij gebonden zouden zijn aan een – vaak niet bepaald interessant maar tijdverslindende – arbeid. Zij hebben althans de tijd en ook mogelijkheden, om zichzelf dan maar eens innerlijk te gaan ontwikkelen.

Deze mensen vinden de mogelijkheden en vinden ook eerder de aansporingen, die anderen – gebonden door hun werken – niet zo intens kunnen beleven, om met hun innerlijke krachten te werken en van hun mogelijkheden eindelijk eens gebruik te maken.

Dan zouden geestelijke krachten en inzichten wel eens een einde kunnen maken aan vele krankzinnige situaties, die nu als onvermijdelijk op aarde zijn ontstaan. Denk aan het streven naar centraliteit enerzijds en de vele mensen die zich alleen nog maar willen inzetten voor – en concentreren op de belangen van hun eigen kleine groepjes. Dat zou dan verwateren. Men zou gaan beseffen: het is goed dat elke groep voor zich werkt en streeft, omdat eenieder nu eenmaal zijn eigen belangen en inzichten kent. Maar dan wel in samenwerking met en vanuit een begrip voor anderen. Nogmaals: wanneer allen willen en werken, kan er eerst werkelijk iets bereikt worden.

En daarmee moet ik mijn bijdrage gaan beëindigen, er is toch één ding wat ik u nog wil voorleggen – al is het maar, omdat het wel aardig is. Stel u eens voor dat het kapitalistische en het communistische of socialistische systeem het eindelijk eens met elkander eens zouden kunnen worden. Stel u voor dat de mensen eindelijk eens zouden gaan begrijpen dat het werkelijke christendom en de ware praktijk van sociale solidariteit dezelfde inhoud bezitten. Dan zou het misschien mogelijk zijn van de marxistische maatschappij te leren, hoe de gemeenschap moet functioneren en zou het mogelijk  worden van de kapitalistische gemeenschappen te leren, hoe je in die gemeenschap moet werken en produceren. Nu gaat het socialisme weer ten gronde aan degenen die een maatschappij op basis van de theorieën hierover proberen te organiseren. En het kapitalisme gaat ten onder aan degenen die in de eerste en mogelijk enige plaats van de gemeenschap willen profiteren, zonder daarvoor meer terug te geven van onvermijdelijk blijkt. Op het ogenblik dat je deze denkwijzen kunt samenbrengen tot één wijze van reageren en denken, vindt je eveneens een oplossing voor vele onnodige spanningen en strijdpunten in uw wereld. Een oplossing die angsten uit de weg kan ruimen, als bv. die voor een wereldoorlog, die het bouwen van werkelijke ruimteschepen mogelijk maakt en door samenwerking, het zonnestelsel toegankelijk maakt. Want op het ogenblik is er reeds een ruimtestation op aarde in aanbouw, een tweede ruimtestation bevindt zich deels reeds in de ruimte en zal vermoedelijk in 1986 voor het eerst verder worden uitgebouwd tot het een beperkte platform functie kan overnemen.

Wanneer kleine groepen een voldoende invloed kunnen krijgen op de verdere ontwikkelingen op aarde en veranderingen tot stand kunnen brengen, zal ook de angst voor een groot deel van de aarde kunnen verdwijnen. De innerlijke kracht kan de mens helpen, de mensheid die stuwkracht te geven waardoor zij komt tot een nieuwe en juiste ontwikkeling, waarin de mens allereerst mens is en vrij als mens en eerst daarna en volgens eigen verkiezing deel kan gaan uitmaken van een geheel als een functioneel deel daarvan. Van belang daarvoor is een groeiend vermogen om elkaar aan te voelen en te begrijpen. Dit kan nooit bereikt worden tenzij men gebruik leert maken van geestelijke mogelijkheden en middelen.

Maar wanneer dit alles kenbaar wordt, zal men zeggen dat de geest van Aquarius nu werkelijk over de mensheid is gekomen. Ik ben bang dat het nog wel even zal duren, voor dit alles kenbaar waar begint te worden.

Maar een begin kun je ook nu reeds maken. En mogelijk zijn er enkelen aanwezig die nu begrijpen, waarom ik dit onderwerp juist vandaag heb aangesneden. Indien u dit niet geheel kunt begrijpen, kan ik u als troost nog mededelen dat eenzelfde soort onderwerp op het ogenblik op rond 80 punten in de wereld wordt aangesneden, zodat de denkbeelden waarmee u vanavond kennis kon maken ook elders over de gehele wereld verbreid zullen worden en mogelijk tot een begin voeren van de ontwikkelingen waarvan ik u de mogelijkheden trachtte te schetsen.

Hebt u nog commentaar?

  • Is dit alles dan niet reeds op gang gekomen?

Dit is inderdaad deel van een proces dat reeds op gang is gekomen. Maar juist waar het de geestelijke ontwikkelingen en vooral het meer bewust gebruik van geestelijke krachten is een snelle uitbreiding hierin wel degelijk noodzakelijk. Het betreft uiteindelijk ontwikkelingen die in het verborgen zijn ontstaan en werken, maar die nu meer openlijk en algemeen een rol dienen te spelen. Dat wij deze punten nu zo sterk naar voren brengen, is dan ook geen poging eens iets geheel nieuws te brengen, maar is eerder een poging om alles wat zich tot op heden aarzelend en verdoken ontwikkelt, eens een steun te geven waardoor het meer algemeen in de praktijk kan worden gebracht en ook meer openbaar een rol kan gaan spelen.

Bovenal is ons doel – voor zover dit mogelijk is – de aantallen die met geestelijke gaven, middelen en krachten werken, zodanig te vergroten dat zij een werkelijk tegenwicht kunnen gaan vormen voor alle chaos die onvermijdelijk schijnt in een tijd die zovele tegenstellingen en crises kent.

  • Zijn die punten waaruit u werkt aan beide zijden van het ijzeren gordijn?

Wij hebben weinig last van ijzeren en bamboegordijnen e.d. Aan de andere kant van het ijzeren werken wij nu met een zevental punten, waarin en van waaruit deze denkbeelden inderdaad ook nu worden verbreid. Een van die punten ligt praktisch in Siberië, maar schijnt zeer belangrijk te worden; het betreft hier een meer wetenschappelijk centrum, waarin vele mensen zich bezig houden met de studie van de psychologie en de bestudering van het zgn. paranormale.

Wij menen dat wij juist in dit punt vele meer belangrijke ontwikkelingen bij zeer vele mensen kunnen bewerkstelligen. Ook al zullen wij daar natuurlijk niet, zoals hier, uitgaan van werkloosheid. Er zijn ook daar natuurlijk wel mensen die geen werk hebben, maar daarover spreekt men in die streken niet. Ons onderwerp daar luidt dan ook, vrij vertaald:  “Gemeenschapszin en geestelijke kracht”.

  • Om geheel tot rust en vrede te komen is het ook een goede methode je geheel te concentreren op je hartslag?

De door u beschreven methode is soms zeer goed bruikbaar. Zij heeft echter een nadeel, de mensen waarop wij ons vanavond in het bijzonder hebben gericht, staan vaak onder grote spanningen. Juist dergelijke mensen hebben de neiging, bij een luisteren naar hun eigen hartslag, al dan niet werkelijk voorkomende onregelmatigheden te ontdekken. Zij komen dan niet los van de lichamelijke ervaringen en vinden geen rust,  maar eerder onrust en een nieuwe reden tot stoffelijke bezorgdheid. Hebt u echter geheel geen last van angsten over uw lichamelijk en maatschappelijk welzijn, dan kunt u m.i. deze methode wel met goed gevolg gebruiken. Zij brengt weliswaar niet, zoals u veronderstelt, het gehele hersen-denken tot stilstand, maar bevordert een zeer intense concentratie op één punt. Kan deze verbonden worden met een ervaren van kracht of bv. uitmonden in een schouwen, dan bereikt u dus precies hetzelfde als bij de ontspanningsoefening die ik u, gezien haar volgens mij meer algemene bruikbaarheid, in mijn inleiding heb voorgelegd.

  • Indien je krachtvelden wilt bouwen en deze gebruiken tot het verbeteren van de maatschappij, welke inhoud kan je die velden en krachten dan meegeven?

Je kunt nooit een kracht als zodanig “aan de maatschappij geven”. De maatschappij is in feite een niet bestaande entiteit die zich als een begoocheling aan je oplegt, zonder ooit zichzelf geheel waar te kunnen maken. Indien u dus krachtvelden en krachten wilt opbouwen en richten, zo kunt u dit ten hoogste doen op kleine en beperkte gemeenschappen. U kunt uw krachten verder uitzenden naar u bekende mensen of zeer kleine groepen waarvan u meent dat zij kracht van node hebben.

U moogt overigens deze krachten niet negatief gebruiken, daar deze werkingen sterk op u terug kunnen slaan, wat betekent dat je dergelijke krachtvelden enz. niet met goed gevolg kunt gebruiken om anderen  te bestrijden. Vanuit het huidige stoffelijke standpunt is dit wel een vervelende beperking vrees ik. Maar je kunt die krachten wel gebruiken om alles sterker en duidelijker te maken wat positief lijkt en gegroepeerd is rond gekende groepen of personen, zodat je daarvan de veerkracht, levenskracht en mogelijkheden probeert te vergroten.

  • Er zijn veel kinderen van rond een jaar of twaalf die buitengewoon wijs overkomen. Zijn die er ook om de wereld vooruit te helpen?

Er zijn er wel enkele die geestelijk bewust of onbewust, zo wijs zijn dat zij daardoor een grote invloed uitoefenen op hun omgeving. Meestal zijn dit inderdaad entiteiten die geïncarneerd zijn om ook anderen te helpen en dus de wereld wat beter te maken.  Maar voor volwassenen lijkt het mij erg moeilijk uit te maken of kinderen werkelijk wijs zijn. Kinderen zullen vaak eigenwijs zijn, terwijl in andere gevallen hun “wijsheid” in feite bestaat uit het ontbreken van de eenzijdige dwaasheden die de ouderen, die toehoren deels beheersen.

Het lijkt mij daarom al heel erg moeilijk uit te maken of iemand op aarde werkelijk “wijs” is. Maar er zijn inderdaad in deze tijd zeer velen op aarde geboren – en hun aantal neemt nog steeds toe – die geestelijk grote inhoud bezitten en enige tijd als een soort adeptus minor of kleine ingewijden zullen optreden. Het betreft hier dan mensen die toegang hebben tot bepaalde krachten en denkbeelden en mogelijkheden ontwikkelen die anderen nog ontberen.

Waarmede wij dan, naar ik meen, door de vragen en commentaren heen zijn gekomen. Rest mij nog af te sluiten.

Beste vrienden, indien u vindt dat ik in mijn uitingen wat overdreven ben geweest, zo is dit uw volste recht. Aan de andere kant: de dingen die ik naar voren heb gebracht zijn mogelijk, niet alleen in de geest, maar wel degelijk ook in de stof. Er zijn zelfs nu op aarde een aantal bewijzen – zij het nog te beperkt in aantal – dat de door mij genoemde mogelijkheden inderdaad bestaan.

Wanneer nu een groot aantal entiteiten – en zeker niet alleen van de ODV – in deze richting met u wil werken, dan betekent dit, dat eenieder die op deze wijze werkt of zelfs maar probeert te werken, een grote kans heeft meer hulp en steun te ervaren dan hij of zij redelijk gezien ooit had durven of kunnen verwachten. Dezen ervaren een hulp en ook nazorg vanuit de geest waardoor zij niet alleen hun geestelijke en psychische mogelijkheden snel ontwikkelen, maar in vele gevallen zullen daardoor ook nu stoffelijke omstandigheden ingrijpende veranderingen ondergaan.

Denk dus niet dat dit alles alleen maar een leuk verhaal is. Nogmaals: redelijk bezien is al wat ik u gezegd heb mogelijk en waar. Emotioneel ligt het vooral aan uzelf of u delen of alles ook waar kunt maken. Denkt u: “voor mij hoeft het niet”, wel niemand wil u enige verplichting opleggen. Maar denkt u: “misschien zou het werken” en u hebt toevallig de tijd ervoor, probeer het eens gedurende zeg 6 weken. Dat lijkt mij niet te veel gevraagd. Want binnen die 6 weken zult u aanvoelen dat u verder kunt komen en zeer waarschijnlijk reeds weten, in welke richting van werken u voorlopig het beste kunt slagen.

Mag ik u toewensen dat u bij uw pogen voor uzelf vrede zult vinden, kracht en sterkte en daaraan de hoop toevoegen dat u die ook aan anderen zult leren geven.

Tweede deel

Het is altijd prettig wanneer je zo eerbiedig wordt ontvangen. Je wordt hier al herdacht met enige ogenblikken stilte voor je zelfs maar een bek hebt opengedaan.

Daar wij in dit tweede gedeelte van de avond alle kanten uitkunnen, kunt u nu kenbaar maken of u een bepaalde voorkeur koestert. Zo niet dan vertel ik zelf wel wat. U zegt niets? Dat kan tot gewoonte worden. Zeker veel getrouwde mensen aanwezig. Maar goed, laat mij dan maar beginnen met een soort hemelpoort-verhaal.

U weet hoe dat gaat, nietwaar? Op aarde begint een heel lange trap. Je kunt die natuurlijk alleen vinden wanneer je dood bent. Want de hemel is nu eenmaal wat behouden. Men is dus nog niet zo modern, dat men al liften heeft geïnstalleerd. Deze trap ligt met zijn begin overal waar mensen doodgaan.

Zo begon hij ook ergens in Moskou, waar iemand overleed die niet goed begrijpen kon of wilde, waarom hij begraven werd. Iets wat trouwens ook bepaalde mensen elders niet geheel duidelijk moet zijn geweest, daar zij een foto van zijn begrafenis publiceerden waarop de man droefgeestig achter zijn eigen baar scheen aan te lopen.

Uiteindelijk zag hij de trap en besloot bij gebrek aan andere ideeën maar naar boven te gaan. Dus klauterde hij wat en zuchtte hij wat, klauterde nog wat en zuchtte nog wat. Ondertussen vroeg hij zich af, wat er toch aan de hand was, daar er geen speciale bewaking, begeleiding aanwezig was en er kennelijk ook geen grote ontvangst was voorbereid. Toen hij eindelijk bijna boven was, ontmoette hij een wat oudere eveneens uit Rusland stammende heer, die kennelijk door geloof of bijgeloof al beter op de situatie was voorbereid en hem dan ook begroette met de woorden: “Zo, bent u ook al dood?” Andropov antwoorde nijdig: “helemaal niet, ik voel mij alleen wat vreemd en ben waarschijnlijk dus weer ziek. Het zal mijn officiële  verkoudheid wel zijn.” “Nou”, zo meende de ander, wanneer u daar bij blijft en dit werkelijk gelooft, ben u hier wel mooi verkouden, dat is zeker”. Desondanks – mogelijk speelde hier de kameraadschap een rol – gingen zij te samen verder. Andropov zag al snel de grote hemelpoort en voelde zich opeens weer thuis, denkende: dit is een conferentieoord. Vastbesloten belde hij dus aan. En toen Petrus zijn fel bebaarde snuit uit het portiershokje stak, riep hij hem luid en duidelijk toe: “Andropov”. “Hier gaat niets op de pof” reageerde Petrus, “alles hier gaat contant”. “Ik ben Andropov en wil hier binnen” riep de nieuw-overledene. “Dan zullen wij eerst eens de personalia opnemen en de gegevens moeten controleren”. Andropov voelde zich opeens weer geheel thuis.

Alles werd nagegaan en in de hemelse computer werd uitgetikt in hoeverre goede en kwade daden verricht werden, met het doel vast te stellen of de aanvrager wel naar binnen zou mogen. Neen, dat ging niet door. Petrus gebaarde wat spijtig: “u moet deze ingang niet hebben. Wanneer u nu even links gaat – en pas op het trapje – dan zult u beneden een ijzeren deur zien. Ga die door en de rest wijst zich helaas vanzelf.

Waarop Andropov wat onbegrijpend tot de andere Rus sprak: “Iwan  Iwanowitsj, wat is daar nu weer de bedoeling van?” “Wel” zo sprak de ander:  “daar vind u waarschijnlijk uw kameraden en familie.”  Andropov droop af. De andere Rus op zijn beurt verzocht nu Petrus hem binnen te laten.

“Bent u soms bijgelovig?” Och neen. “Dat is dan een voordeel” sprak Petrus. En terwijl men wachtte op de computeruitslag ging hij verder. “Bent u in uw leven braaf geweest?” “Nu ja, braaf” reageerde de Rus: “ik heb mijn deugden wel regelmatig op sterk water gezet”. “Dat komt in uw land heel veel voor” meende Petrus. “En waarom wilt u zo graag hier binnen gaan”? “Ik heb er nooit veel voor gevoeld buiten in de kou te staan” meende Iwan. “Begrijpelijk bij dat klimaat” vond de poortwachter.

“Maar wat bent u eigenlijk geweest tijdens uw leven?” “Vooral opstandig” reageerde Iwanowitsj, die zich kennelijk van enige druk bevrijd gevoelde. “Dat is in uw voordeel” meende Petrus. “En  hebt u er wat aan  gedaan?” “Neen, ik ben voorzichtig geweest”. “Dat is dan weer een nadeel” De computeruitslag gaf een onbeslist. Petrus zelf wist niet wat te besluiten. En dus vroegen beiden aan de Heer wat er nu gedaan moest worden. Na verloop van tijd arriveerde deze dan ook, daar Hij juist, toen de aanvraag kwam aan het wandelen was  met Maria Magdalena en nog een paar gesorteerde Maria’s. En hij keek de Rus eens aan en sprak toen: “Laat hem maar binnen. Hij heeft weinig geloofd, veel geleden en veel getwijfeld. Daarom hoort hij hier wel thuis.”

Mij scheen dit een aardig en actueel verhaal toe om mee te beginnen. Want de meeste mensen schijnen nog steeds te denken dat je heilig wordt wanneer je je vroom aanstelt op aarde. Maar die vromen hebben gemeenlijk nog meer eelt op hun hart dan op hun knieën, zodat hun innerlijke toestand er in de loop der jaren niet bepaald beter op pleegt te worden. Vroom zijn op aarde vormt dan ook hier geen garantie dat men later vrijelijk zal kunnen binnentreden in de hemelse domeinen. Maar wanneer je echt probeert het beste van je leven te maken en werkelijk tracht anderen niet onnodig in het vaarwater te zitten, dan heb je volgens hemelse maatstaven al heel veel gedaan. En wanneer je dan ook nog het leven en de wereld hebt liefgehad en zelfs een heel klein beetje van de mensen hebt gehouden, dan moet je verder al heel gekke dingen gedaan hebben, wil iemand later tegen u zeggen: gaat u maar links af hier en pas vooral op het trapje.

Het lijkt mij niet zo gek ons dit weer eens te binnen te brengen. Want er zijn op aarde heel veel vreemde gevallen die later tot wonderlijke teleurstellingen kunnen voeren.

Ik herinner mij nog het geval van een altijd nogal rechts aandoende prelaat die aan de hemelpoort kwam juist op het ogenblik dat juist een wat jongere man met kennelijk te veel vrouwelijke kwaliteiten wachtte op de beslissing of hij binnen kon gaan of niet. De prelaat was luidkeels van mening dat hij voorrang verdiende en ook moest krijgen. Helaas voor hem, heeft Petrus het niet erg op prelaten begrepen. Op grond van eigen fouten en ervaringen heeft hij een gezond wantrouwen, of mogelijk zelfs een afkeer van alle mensen die denken dat zij meer zijn dan anderen. Dus haalde hij de schouders op en vroeg aan de jongen nog eens waarom hij wel naar binnen wilde. Die antwoorde: “ik heb mijn gehele leven gezocht, maar wat ik zocht heb ik nooit gevonden. Ik zocht alleen maar een beetje geluk”. “Was daar een bijzondere reden voor?” informeerde de gebaarde sleutelbewaarder. “Zeker” sprak de jongen “ik ben een homoseksueel.” “Geweest” sprak Petrus… “geweest hoor. Hier heb je daar geen last meer van. Maar je zocht een beetje geluk zeg je. Wat zocht je dan precies? Ik zocht naar een wereld die ik met een ander kon delen. Maar die heb ik nooit gevonden.” Petrus keek op het computerblad en meende vriendelijk: “Kom dan maar binnen. Hier vindt je precies wat je altijd hebt gezocht: een leven dat allen met elkander delen, zonder vooroordeel of voorbehoud.” En toen werd me die prelaat toch nijdig. Hij vond het een  schandaal. Wanneer zo iemand in de hemel kon komen, dan wilde hij er niet eens in.

Petrus keek alweer op zijn computeruitslag en meende dat dat dan wel heel goed uitkwam.  “Want u hebt nog aardig wat vagevuur te goed”. Deze toch niet bepaald vage verklaring deed de prelaat paars aanlopen, zodat je niet meer kon zien waar zijn gewaad eindigde en zijn gezicht begon. Hij sputterde bijna onverstaanbaar van woede of eeuwige waarden, de waarden en waardigheden van het geloof en van de kerk. Petrus keek hem eens heel meewarig aan en sprak: “Jongen, de waarheid van de kerk is vaak de waarheid die hoogwaardigheidsbekleders Christus kerk tegen haar aard in toedichten. Maar de waarheid van de Christus is de liefde, die in allen leeft. En eerlijk jongen, zolang je in dat opzicht steeds maar weer tekort blijft schieten, hoef je hier voorlopig niet aan te kloppen.”

Mogelijk ook alweer een goede tip voor sommigen onder u, al zitten er – naar ik aanneem – geen prelaten in de zaal. Trouwens, een prelaat die hier zou komen, zou allereerst zijn pre moeten laten vallen. Maar het is voor ons allen goed ons steeds weer te realiseren dat de wetten van het menszijn –  en heus niet alleen van het Christendom – luiden dat je het leven en de wereld lief moet hebben. Als het kan ook de schepper, wanneer je diens bestaan erkent. Maar zelfs wanneer je die schepper niet kent of erkent, heb het leven en de wereld lief. En wanneer je in je leven al eens zoekt naar een beetje geluk, voel je niet schuldig. Want geluk is datgene wat voor ons allen toch het uiteindelijke doel is. Er is een plek voor ons allen, waar wij dit eens zullen vinden, maar denk nooit dat je meer rechten hebt dan een ander, denk nooit dat je beter bent dan een ander. Want voor je het weet zit je dan, innerlijk of na je dood, in de gang naar links, pas op het trapje en komt u terecht in een eeuwige friteskraam, waar u door duivels al dan niet met mayonaise voortdurend geconsumeerd zult worden.

Indien u meent dat deze verhalen toch nog te oppervlakkig zijn – ik zou het mij met moeite wel kunnen voorstellen – moet u maar denken dat veel radio en tv programma’s  nog veel vager en veel erger zijn. Wat mij brengt tot een derde verhaal. Ik wil u er niet al te veel vertellen vanavond, maar dit handelt over een d.j. Er was een diskjockey die een beroerte had gekregen over de een of andere super hippe plaat. Hij kwam er niet meer uit. Terwijl de plaat nog bonkend verder draaide, begaf ook hij zich op weg naar de hemel. Daar bijna aangekomen hoorde hij de engelen zingen. Voor de poort staande, luisterde hij nog een keer aandachtig en riep: “Wat een onnozel gedoe.”

“Ik” zo vervolgde hij tegen een wat nieuwsgierig te voorschijn gekomen Petrus – zonder de beleefdheid te hebben, te zeggen wie hij was of wat hij wilde – “ik vindt het een schandaal dat ze hier een dergelijke muziek nog durven draaien. Waar is de gezonde beat? Dan hoor ik nog liever elektronische muziek met hard rock of wat funk”. “O” sprak Petrus, “dat kan alles heus wel, ook na de dood. U gaat hier even linksaf,  twee trappen naar beneden en u vindt…” De verontwaardigde d.j. stormde inderdaad met hoog tempo twee trappen naar beneden.       Voor de ijzeren deur gekomen, hoorde hij iets waardoor hij zich opeens weer geheel thuis gevoelde. Want daar klonk het gebonk, het gekreun en gekerm door elkaar waarboven zo nu en dan een hoge stem onverstaanbaar enkele woorden scheen te brullen. Bovendien, en dat bevredigde hem toch wel even, was er op de achtergrond een harde beat. Alleen vond hij het onaangenaam dat – nadat hij eenmaal was binnengegaan – die beat ook op zijn corpus werd geslagen. Toch kwam hij daar niet terecht door zijn voorliefde voor een bepaalde soort muziek, maar door zijn verwaandheid die hem steeds weer deed uitmaken wat goed was voor anderen. Ook wij menen vaak dat wij heel goed weten wat goed is voor anderen. Dit terwijl wij amper weten wat mogelijk goed zou zijn voor onszelf. Ik nam in mijn verhaal nu een d.j. op de hak, maar ik had even goed en met evenveel recht een president of een andere figuur kunnen nemen. Want er zijn altijd mensen die denken dat zij weten wat beter is voor anderen. Daarom menen zij dat zij de enigen zijn die recht hebben voor eenieder uit te maken wat goed is en wat zin heeft. Iets wat zij niet alleen door intriges anderen proberen op te leggen, maar bovendien vaak nog luidkeels als enige waarheid verkondigen ook. In feite weten wij echter niets van dit alles zeker. Wanneer wij in de sferen een beetje rust en vreugde willen vinden, dan moeten wij in de eerste plaats wel van het denkbeeld af dat iedereen precies zo moet zijn, denken en leven zoals wij. Wanneer je leert een ander te waarderen om wat hij brengt, om wat hij doet, dan besef je al snel dat het verschil tussen bv. een Beethoven, een Pijpers, de Beatles, de Stones en al die anderen sindsdien – ik ben niet zo bij in die hippe muziekgeschiedenis – voornamelijk is gelegen in de wijze, waarop hun werk door toehoorders beleefd en bekeken wordt. Maar is dan muziek niet altijd muziek, is scheppen niet  altijd scheppen? Maar dan komt het er toch niet op aan of je nu zeer naturalistisch schildert dan wel de meest vreemde abstracte figuren creëert? Of desnoods alleen werkt met vlakverdelingen? Het gaat er maar om of je daarmee werkelijk iets probeert te zeggen. Denk je dan: ik zeg het zo goed ik kan, laat een ander het dan maar beleven, bezien en begrijpen zoals die wil of kan, dan kom je geestelijk bezien al een eindje verder.

Ik wil hier zeker geen pleidooi houden voor de verdraagzaamheid, want dit woord wordt tegenwoordig uit zovele verdachte bronnen gebruikt, dat je je begint af te vragen of je een dergelijk woord als jezelf respecterende geest nog wel kunt gebruiken. Je krijgt soms, luisterende naar degenen die op aarde de noodzaak van verdraagzaamheid verdedigen, het gevoel dat je luistert naar reclame voor een product, dat nog witter wast… Maar enige wederkerige waardering en enig wederkerig begrip hebben wij toch op aarde zowel als elders hard nodig.

Het is natuurlijk om op je gelijk te staan en bv. uit te roepen dat God de waarheid heeft gegeven. Wanneer je zelf dan met die waarheid nog iets probeert te doen, blijkt vaak zelfs dat zij voor jou inderdaad waarheid bevat. Maar wanneer wij onze waarheid aan anderen gaan opleggen en daardoor geen tijd meer overhouden om er zelf iets mee te doen, mislukken wij zelf en veroorzaken wij bovendien nog menige mislukking bij anderen. De ellende bij dit alles ligt volgens mij voornamelijk in het feit dat mensen en zelfs vaak nog geesten, vooral naar buiten toe menen te moeten streven. Nu ja, eenieder wil er wel eens even uit zijn en tegenwoordig verkondigt men per leuze zelfs dat uit goed voor u is. Ik weet alleen niet, of het in je leven ook altijd waar is.

Want wanneer je naar binnen kijkt heb je als mens en geest al heel wat te verwerken. Dan heb je een gevoel, een denkbeeld, soms is het er wat duister, maar bijna altijd is er ook weer wat licht te vinden.

Wanneer je daar nu eens iets mee kunt doen en daarmee leert werken, zou je volgens mij heel wat verder kunnen komen. Maar helaas zijn er heel wat mensen die zonder kijken, reeds zeggen: er leeft een licht in mij. Wat kan ik daarmee doen en welke verdiensten kan ik daarmee verwerven. Met de hoog te geestelijke bedoelingen – zeggen zij – stichten zij dan een lucifersfabriek en eindigen als een geestelijke Ivar Kreuger. O, u kent die niet allen meer? Dat is een man, die dank zij zijn voortreffelijke luciferskoppen er in slaagde een van de grootste zwendelaars van zijn tijd te worden. En wanneer iemand zover al kan komen met luciferskoppen wordt het misschien tijd dat wij ons gaan afvragen hoever men dan niet kan komen met een stel eierhoofden.

Ik constateer dat al die mensen die het alleen naar buiten toe proberen te doen, steeds weer ergens vastlopen. Of zij moeten steeds maar compromissen sluiten, waardoor zij in feite de droom die zij in zich dragen, verloochenen dan wel vergeten zij al snel wat hun droom in feite was. En toch is die droom een deel van jezelf, een deel van je innerlijke waarheid, een werkelijkheid waaruit je zou kunnen en moeten leven.

Wat er in je bestaat is iets, waarop je kunt trots zijn, zonder je daarom nu ook onmiddellijk boven alle anderen verheven te gevoelen. Wie de droom die hij in zich vindt, weet te gebruiken om tenminste zijn eigen bestaan richting te geven, zal tenminste zo nu en dan tevreden kunnen zijn met zichzelf, niet met de wereld, want dat komt maar zelden voor. Maar men heeft vrede met zichzelf.

Ken je die vrede in en met jezelf, dan komt er altijd weer een ogenblik dat je ook in je relatie met het Al vrede vindt. Een vrede die zeker steeds wisselt, die je moeilijk kunt omschrijven, maar die toch steeds weer een groot deel van de wereld die je kent, schijnt te omvatten.

O, die vrede kent getijden, als ware er eb en vloed zoals de zee. Maar het is die zee die, mede dank zij eb en vloed, het leven in stand houdt, zoals u het kent. Zo ook die innerlijke vrede met haar eb en vloed. Juist door de wisselingen houdt zij het werkelijk menselijke in uw leven en de mogelijkheid tot een steeds geestelijk bewuster worden in stand.

Ach, wat zit ik te zeuren. Laat mij er liever nog een hemelpoort-verhaal tegenaan gooien voor wij gaan sluiten. Deze uitsmijter handelt ook over een uitsmijter: Tijdens zijn leven stond de man voor een lokaal waar hij de mensen naar binnen noodde en zodra zij te lastig werden, ook weer met sterke hand naar buiten transporteerde.

Op een dag probeerde hij iemand te transporteren die iets sterker en gemener was en zo is het dan gekomen. Compleet met uniform en biceps klom hij naar boven en bij de hemelpoort, waar Petrus hem zei: “Je komt toch niet solliciteren he? Want een andere portier hebben wij hier voorlopig nog niet nodig”. ”Neen” sprak de kleerkast, “ik ben doodgestoken. “Tja” merkte Petrus op: “Dat komt nog steeds voor met nieuwe variaties. Wij krijgen ze hier aan gemangeld door het autoverkeer en dan weer gefileerd uit de kroeg. Dus u wilde naar binnen? Dat kan moeilijk zijn. Wat heb je met je leven gedaan?” “Ik heb mijn kost verdiend en verder wijntje en Trijntje, en Trijntje en Trijntje…” “Aha, u was bij de spoorwegen?” grapte Petrus. “Niet direct” gaf de uniformdrager toe, “maar ik hield wel van doorstomen”. “O, alles goed en wel, maar wat heb je aan goeds gedaan?” “Dat weet ik zo niet”. “En wat heb je aan slechts gedaan?” “Weet ik ook niet. Dan kunt u beter met de officier van justitie praten…” “Dus een man vol blakende onschuld. Geef mij uw adres, geboortedatum en naam maar”. Toen de computer zijn gegevens uitbraakte, zweeg de hemelpoort-bewaarder even stil. Daarna: “u hebt kennelijk heel wat goed gedaan zonder het te weten. Tja u hebt ook heel wat kwaad gedaan, waar u zelf niets over wilde weten.” En hij besloot de engelbewaarder van de man er eens bij te halen. Die kwam en zag er wat verfomfaaid uit. Geen wonder, want steeds maar in kroegen rondhangen, is iets waar op de duur zelfs engelen niet geheel tegen bestand blijken te zijn. Petrus legde desondanks zijn probleem voor: “Goed en kwaad zijn wel ongeveer in  evenwicht. Ik zou hem dus binnen kunnen laten, maar ik zou hem met hetzelfde recht een tijdje naar het vagevuur kunnen zenden. Wat denk je er van?” De engel krabde even onder zijn wat dof geworden kroon en meende: “Wanneer u hem naar het vagevuur stuurt, smijt hij iedereen er uit die wat te hard jammert, dus laat hem om moeilijkheden te vermijden maar liever de hemel binnen”. Wat Petrus even overwoog om dan te zeggen: “Ik zal het kleine poortje even voor u open doen. Kom binnen.” Maar de portier informeerde of hij dus werkelijk helemaal dood was. “Ja” was het antwoord, “het verschil zal je niet opvallen, maar zo is het. Binnen rechtsaf naar de fourrier. Vraag een stelletje vleugels, gewaad, de handleiding voor beginnende vliegers en kies een instrument”. “Welke instrumenten?” “Je kunt een harp krijgen, een bazuin, er zijn nog een paar trompetten ook.” “Dan neem ik een trompet”. De man heeft inderdaad bij de fourrier zijn trompet gekregen. Maar die heeft men hem snel weer afgenomen voor de hemel tot een hel werd. Dus wanneer u zelf eens zover komt en voor de poort reeds een harp hoort die het Halleluja van Händel speelt in ragtime, dan weet u wie het is; een uitsmijter die niet geheel goed of slecht was, maar ondanks zichzelf zoveel goed had gedaan, dat hij nog net de hemel in kon. Alleen was zijn verdienste niet groot genoeg om hem ook nog talent voor trompet spelen te geven.

De moraal is, wij doen veel goed zonder het te weten en vaak evenveel kwaad. Maar van het grootste belang is, dat wij altijd bereid zijn onszelf te aanvaarden zoals wij zijn. Durf je dit aan, dan is er in de geest altijd nog een mogelijkheid enig licht te vinden. Kun je dan niet onmiddellijk alles bereiken wat je wilt, zo vind je dan toch de mogelijkheid, daar naartoe te groeien.

image_pdf