Werkzaamheden in en uit de geest

uit de cursus ‘Geestelijke ontwikkeling – (Hoofdstuk 3)   december 1956

De geest, levend in zijn eigen wereld en sfeer, gedreven door zijn eigen angsten, begeerten, door zijn verlangens en zijn bewustzijn, zoekt altijd weer naar een vergroting van zijn eigen mogelijkheden. Dat deze feitelijk is gelegen in het vinden van een perfect innerlijk evenwicht moge al bekend zijn, het is voor ons praktisch niet te realiseren. Daarom zal men in de sferen te allen tijde weer werkzaamheden beginnen, dus een taak op zich nemen. Met deze taak hoopt men dan voor het eigen ik de mogelijkheden te vergroten. In deze zin is men er ook van overtuigd, juist door deze werkzaamheden, het begeerde innerlijke punt van vrede te kunnen bereiken. Nu zal natuurlijk de wijze van uiting en van werkzaamheid zeer kunnen verschillen, waar het geestelijk peil van degene, die werkt, hier bepalend is.
De lage sfeer en de lagere en laagste sferen werken natuurlijk ook. Met hun werkzaamheden wil ik vandaag beginnen om hierdoor duidelijk te maken dat de beïnvloeding van deze wereld grotendeels door deze wereld zelf gewenst en verlangd wordt.
Als u zich goed herinnert wat ik in de vorige les heb gezegd, nl. dat er een voortdurende zee is van haat en angst, van begeerte en frustratie, dan is het begrijpelijk dat de geest, die in het duister vertoeft, elke gelegenheid zal aangrijpen om althans iets van haar ongeluk af te reageren. De werkzaamheden, die de geest uit de duisternis op aarde verricht, zijn dus in de eerste plaats een bevrediging van de in het ik levende verlangens. En al is die bevrediging nog zo klein, al is het ontvluchten aan de angst ook nog zo kort, nog zo gering, voor deze geest heeft dit grote betekenis. Zij richt zich daarbij op die gebieden, die voor haar bereikbaar zijn, d.w.z. de gebieden waarmee zij zelf geestelijk onmiddellijk verwant is. De geest uit de lagere sfeer wordt dus, door de begeerten van anderen te stimuleren en door zijn eigen gedachtegang, zijn eigen verlangen zoveel mogelijk aan anderen op te leggen, gedreven.
Indien hem dit niet gelukt, wil hij ook wel een ander spel spelen. Hij tracht dan de eigen wroeging en angst op een ander over te brengen, om in het lijden van deze ander voor zichzelf een verlichting van lijden te ervaren. Voor de mens, die op aarde leeft, is het dus wel zeer belangrijk te begrijpen:

punt 1: De geest uit de duisternis werkt niet slechts op uw begeerten, uw hartstochten en gevoelens, maar ook op hetgeen u uw geweten noemt.

Punt 2. Hij zal u altijd benaderen vanuit uw eigen zwakke punt, mits hij daarmee verwant is. Is er geen enkel punt, waarop u zo laag staat als een geest uit deze sfeer, dan zal hij u niet kunnen beroeren en benaderen.

Punt 3: Gebrek aan beheersing, lichamelijk en geestelijk, maakt u vatbaar voor invloeden, die u anders van u af zoudt kunnen werpen. U zult zich deze invloeden niet snel realiseren, maar indien gij ze u realiseert, zult ge begrijpen, hoe uw gehele eigen leefwijze hierdoor wordt gedrongen in een richting, die u in wezen vreemd is.

Met deze punten heb ik getracht weer te geven wat deze geest uit het duister dus doet. Hij werkt met u, maar kan zich ‑ waar zij zich op eigen begeerten en angsten blijft richten ‑ niet door deze werkzaamheden bevrijden.
U kunt dus voor de geest in een duistere sfeer niets doen door toe te geven aan hetgeen hij u verzoekt te doen. Wel kunt u trachten de invloeden, die u ondergaat, bewust om te buigen ten goede. Hier kan nl. een vergroting van lijden voor de geest uit het duister uit voortkomen, maar gelijktijdig een begrip omtrent de mogelijkheid eigen lijden te ver­kleinen.
Komen wij in de wat minder duistere sferen, in het land van nevel, van onbegrip, dan vinden we ook daar de arbeid. Maar niet als een bewuste taak. In de duisterste sferen vinden we dat wel. Ook in de lichtere sferen. Maar in dit nevelachtig terrein weet niemand eigenlijk wat hij precies wil doen. Vandaar dat op dit terrein de geesten ronddwalen, die terloops doorkomen op kruis en bord, haast onwillekeurig bezit nemen van iemand, die mediamiek is, geesten die trachten goede raad te geven, maar eigenlijk niet veel anders doen dan hun eigen ikje uiten. Omtrent deze geesten zouden we het volgende kunnen zeggen;

  1. De geest uit het Nevelland is geneigd al zijn bekwaamheden te gebruiken om zijn eigen wezen op de voorgrond te stellen. Zo zal hij voorspellingen doen, mededelingen geven, enz. in de hoop hierdoor de aandacht van de aardmens sterk te boeien. De betrouwbaarheid daarvan is niet altijd buiten twijfel.
  2. Ofschoon hij niet geneigd is kwaad te doen, zal de geest uit Nevelland door zijn onbegrip voor stoffelijke, zowel als geestelijke waarden impulsen uitzenden, die de mens geestelijk beroerend, lichamelijk beïnvloedend op het verkeerde pad kunnen brengen.
  3. Wanneer deze beïnvloeding u treft en uzelf ten goede streeft en ook deze impuls ten goede weet te richten, zult u daardoor waarschijnlijk de bewoner van het Nevelland licht geven, zodat deze zich kan bevrijden. Ook hier weer een twijfelachtig werken, een twijfelachtige taak. Het werk zelf wordt zonder overleg gedaan, de resultaten zijn op een bevrediging van het ik gericht.

Nu is een van de grootste punten in dit Nevelland, van de pijnlijkste ook, wel de eenzaamheid. Wanneer men daar vertoeft, is er zo nu en dan eens contact met gelijken, maar heel vaak toch een dwalen in een eeuwige nevel, zonder te weten, waar men heengaat. Een dergelijke geest zal zich vaak zeer getrokken voelen tot kleine kringen, die experimenteren, tot gevoelige personen, die de mogelijkheid tot uiting zouden kunnen scheppen. Zijn werken wordt hier gestimuleerd door de beloning: een terugkeer tot het contact met mensen, een tijdelijk verdrijven van de nevelgedachte.
Ik geloof dat wij t.o.v. beide klassen mogen zeggen: Het is voor de mens goed, wanneer hij zich realiseert dat deze invloeden bestaan. En het is zeer goed, wanneer deze mens ook bovendien zijn eigen weg blijft gaan, ongeacht de beïnvloeding, die hem ‑ onverschillig van welke zijde – wordt gegeven.
Nu komen we aan de lichtere sferen. In de lichtere sferen is er een bewustzijn omtrent een toekomstig doel; daarnaast een bewustzijn omtrent de noodzaak met anderen gezamenlijk naar dit doel toe te streven. Hoe lager de lichte sfeer is, hoe directer de benadering op de persoon zal zijn. Er is dus in de eerste plaats sprake van een persoonlijk samengaan in de lagere lichte sfeer. Hier krijgen wij het contact, dat in zijn hoogste vorm de persoonlijke leider toont.
Even daarboven vinden we de leiding van groepen. Hier vinden we sprekers zoals wij, maar ook inspiratieve krachten, die ‑ hetzij op wetenschappelijk of kunstzinnig gebied ‑ trachten hun persoonlijkheid te uiten op een wijze, die dienstig is aan de geestelijke ontwikkeling van de mensheid.
Over deze sferen zou ik het volgende willen noemen als zeer belangrijk:
Geesten in deze sferen zijn zich niet van de volmaakte waarheid bewust. In het bezit van een groot gedeelte hunner vroegere persoonlijke eigenschappen zullen zij deze ‑ of zij willen of niet ‑ steeds op de voorgrond moeten plaatsen. Hoe meer zij het persoonlijk contact trachten te benaderen, hoe zekerder wij kunnen zijn, dat zij in de lagere lichte sfeer zijn. Naarmate de geest zich wendt tot een groter gebied, op minder persoonlijke wijze tracht de gehele wereld te beïnvloeden, kunnen wij ook aannemen dat hij stamt uit hogere lichte gebieden. In al deze gevallen echter moet worden aangenomen dat zij óf stammen uit de vormenwereld (het z.g. Zomerland) dan wel uit de onmiddellijk daarop volgende lichte sferen.
Boven deze persoonlijkheden, die zich nog onmiddellijk tot de mens trachten te richten, vinden wij de invloeden, die manipuleren. Zij manipuleren de mensheid door het veranderen van condities, niet door het onmiddellijk beïnvloeden van de mens zelf. Men zou kunnen zeggen dat deze geesten het decor wijzigen en trachten daardoor mede de handelingen van de mens te bepalen. Van hen kunnen wij zeggen dat zij over het algemeen zowel in ruimte als tijd zeer goed bewust zijn en in staat zijn dus grotere perioden van bestaan te overzien. Hun streven wordt over het algemeen niet meer geleid ‑ zeker niet in de hogere gebieden van de werkers ‑ door een zich richten op de persoonlijke belevingen van de mens. Zij zullen vaak en zonder enig aarzelen veel lijden veroorzaken op de wereld. Zij doen dit echter om daardoor de mensheid een nieuwe weg tót bewustwording te openen, waar volgens hun inzien de oude wegen óf niet voldoende zijn dan wel langzaam maar zeker zijn dichtgeslibd.
Hierboven vinden wij de geesten, die zich niet meer met kleinere groeperingen of met delen van een omgeving bezighouden, maar alleen b.v. met een planeet. Dezen zijn zeer belangrijk en zijn voor ons niet meer geheel te benaderen. We kennen hen wel, maar kunnen hen niet zo benaderen dat ik hieromtrent veel zou kunnen zeggen.
De werkzaamheden, die de geest verricht, zijn dus krachten, die voortvloeien uit zijn eigen geaardheid, zijn eigen wensen. Om deze nu echter te bepalen tegenover de wereld, is het noodzakelijk te begrijpen hoe het verband is tussen de wereld van de geest en de wereld van de stof.
Dan vinden we in de eerste plaats dat zeer veel dingen, die voor de werkelijk vrije geest onbelangrijk zijn, als mentale factoren in de mens en in de gebonden geest of duistere geest blijven voortbestaan. Vanuit het licht gezien, is het b.v. zeer onbelangrijk, hoe men paart en met wie, hoe men eet, drinkt, rookt of iets anders doet. Deze dingen op zichzelf zijn nietig en tellen niet. Wat wel telt, is de wijze, waarop men zelf dit beleeft. Dit beleven is de hoofdfactor.
De wereld van de geest kiest dus een oplossing, die volgens zijn eigen wezen bevredigend is. Dit houdt in dat menige geest uit de lichte gebieden de mensheid zal aanzetten tot handelingen, die volgens de mensen eigenlijk verkeerd zijn. Hier is bij deze geest dan geen begrip meer voor de aardse waarderingen, of een zeer gebrekkig begrip ervan, en hij tracht zijn eigen bewustzijnsnorm nu op aarde voor te leggen als normaal.
Dit kan leiden tot conflicten. Maar, let wel, deze conflicten bestaan alleen dan, wanneer de mens zelf gebonden blijft door de wetten van zijn omgeving. (Wij mogen hier wel vermelden dat dit praktisch altijd in meerdere of mindere mate het geval zal zijn.)
De geest uit het duister daarentegen werkt met mentale waarderingen. Dat wil zeggen, de werkingen van die geest zijn gericht op uw eigen verstandelijk gebied. Zo is de beïnvloeding door een geest uit het duister en beïnvloeding van het onderbewustzijn vaak vergezeld van een prikkeling van bepaalde zuiver stoffelijke waarden, die via het zenuwstelsel of het mentale gebied bereikt kunnen worden. Voor de geest echter, die uit het hogere licht stamt, is er geen sprake meer van een lichamelijke of zelfs mentale impuls. Zij kan niet meer komen tot een voorstellingswereld, die in overeenstemming is met wat men op aarde als aanvaardbaar, redelijk en goed ziet. Het resultaat is dat het zuiver geestelijk contact vertaald moet worden door de mens zelf. Hoe hoger de geest dus, die u benadert, hoe meer uzelf aansprakelijk zult zijn voor de interpretatie van de ontvangen tendensen. Hoe dichter de geest in het licht bij uw eigen wereld staat, hoe zuiverder, hoe scherper haar conclusies u zullen toeschijnen. Want dan kan hij zich richten op uw persoonlijk leven. Hoe meer de geest in het duister komt, hoe meer uw begeerteleven tegen de rede in wordt gestimuleerd en hoe meer u zich als slachtoffer zult gaan voelen van omstandigheden, die toch werkelijk buiten uw macht liggen.
Deze feiten doen ons vragen, waaruit dan de taak van de geest kan bestaan.
De geest in het duister verricht voor zichzelf de volgende taken: Hij bevordert egoïsme, woede en roes. Egoïsme, omdat de daad van zelfbehoud, die in zijn ogen de egoïstische daad toch altijd is, een bevrediging geeft, een idee van vergrote zekerheid. Hij zal de roes verkiezen, omdat de roes een verdoving betekent, waarbij de gevoelswereld losraakt van de werkelijkheid en hij zijn eigen werkelijkheid kan ontvluchten.
Over het algemeen is zijn werk dan ook uit te drukken als: bevordering van dronkenschap, diefstal, het opwekken van woedevlagen. (Hierbij wordt dus de wraak‑impuls of zelfs de impuls van zelfbestraffing tij­delijk op de wereld geuit.) Hij houdt zich verder bezig met het inspire­ren van bepaalde soorten kunst, het inspireren van wetgevingen, en kan zich in sommige gevallen zelfs richten tot een sterk dogmatisch denkend mens om deze zo te maken tot een soort Messias, een soort van demagoog op geestelijk terrein.
Soortgelijke geesten nemen verder bezit van mensenlichamen, wanneer het mogelijk is, en zijn zo de oorzaak van bezetenheid en waanzin in sommige gevallen, zijn ook de oorzaak van plotselinge ongelukken. Want hun eigen onvermogen om te reageren op zuiver stoffelijke waarden, zoals dat volgens de huidige normen noodzakelijk is, doet vaak hun poging tot inspireren en meeleven met de mens, voor die mens zelf ontaarden in ongelukken. B.v. in het verkeer. In het verkeer zal de reactie van een geest uit het duister anders zijn dan van een mens, die aan het moderne wegverkeer is gewend. Resultaat: onverwachte bewegingen, te trage of verkeerde reacties en het ongeval.
De geest in Schaduwland of Nevelland zal heel vaak trachten zijn eigen beroep voort te zetten. Wij vinden hier b.v. soldaten, die zich ook nu nog bezighouden met oorlogshandelingen, zich bezighouden met kazerneleven, kortom overal waar een autoritair optreden en een training om mensen te doden op de voorgrond komen. Zijn bedoeling hiermee is zijn eigen leven zoveel mogelijk voort te zetten, te continueren. Hij kan soms zeer nuttig zijn, waar hij ervaring geeft, die men zelf niet bezit in de strijd. Daar staat tegenover dat hij vaak bewust strijd doet ontbranden, waar deze strijd voor hem de enige mogelijkheid tot zelfuiting is. Hierbij richt hij zich meestal tot autoritair denkenden.
De geest van een medicus kan verder gaan met medische praktijken.
Hij kan dus diagnoses stellen, zelfs trachten behandelend op te treden. De diagnoses zijn over het algemeen goed, de behandeling daarentegen is vaak minder goed. En dat laatste is weer begrijpelijk, want vanuit het geestelijke kan men de stoffelijke medicamenten niet meer op de juiste wijze voorschrijven en toedienen, noch hun gevolgen volkomen juist gade­slaan. Daarentegen heeft men nog niet de kracht verkregen om geestelijk werkzaam te zijn en geestelijk genezende krachten in te schakelen.
Op dezelfde wijze kan vanuit dit gebied worden gepredikt, al of niet door middel van een medium, en kunnen zelfs kunstzinnige inspiraties worden gegeven. Eigenaardig genoeg blijft de technologie op dit gebied praktisch buiten beschouwing. Vanuit Nevelland zullen we zelden of nooit technische reacties zien komen; inspiraties op dit gebied worden van daaruit dan ook normalerwijze niet verwacht.
In de lagere lichte sferen bestaat een tweeledig arbeidsveld, dat door sommigen afwisselend, door anderen slechts als ’n veld met volledige inspanning daarop wordt verkozen. Het eerste veld, dat het meest verwant is aan deze sfeer, is het zoeken en helpen van al degenen, die lager staan dan deze geest en die men, door hen tot bewustzijn van het licht te brengen, ook tevens kan brengen tot het delen van hun ervaringen en zo tot een mogelijkheid van bewustzijnsuitbreiding. Daarnaast ziet men een vermindering van invloeden, die schadelijk zijn, als gevolg van deze werking. Zeer velen houden zich hiermee bezig. Ze worden over het algemeen in een reeks van klassen ingedeeld, waarvan ik enkele hoofdklassen zal noemen.

In de eerste plaats: de lichtbrengers, die onmiddellijk zelf als een licht verschijnen in bepaalde duistere sferen en zich daar kenbaar trachten te maken door middel van een verandering van de omgeving. Zij vagen de gedachtebeelden van degenen, die in eigen gedachten gevangen zijn, weg en geven daarvoor tijdelijk een impuls van schoonheid.
Dezen dringen soms tot de allerdiepste sferen door en maken gebruik van alle bekende wijzen van uiting om dit licht te wekken. Daar horen o.a. bij muziek, schone voorstellingen, beroep op zekere begeerten, beroep op zekere goede zijden van een persoonlijkheid.
Daarnaast en bijna gelijkwaardig daarmee vinden wij de z.g. zendelingen. Dezen gaan in de duistere sferen en trachten contact te krijgen met een geest, die in zichzelf besloten is. Zij blijven een lange tijd in diens eigen omgeving zijn gezel en trachten tenslotte deze geest te bewegen de omgeving te verlaten en een nieuwe werkelijkheid te aanvaarden. Direct met hen verwant en vaak een soort van tweede beroep van deze zendelingen is dan ook het leiden van reddingsseances.

Dan vinden we verder nog op dit gebied de z.g. verpleging. Die verpleging is natuurlijk een heel andere dan u op aarde kent en kan het best worden omschreven als het scheppen van een volkomen harmonische sfeer rond een geest, die zwak is, angstig is en dergelijke. Natuurlijk zou ik hier ook mede moeten vermelden ‑ ofschoon dit door praktisch iedereen wordt gedaan ‑ het afhalen van overgeganen, waarbij de geest dus bewust wordt gemaakt van zijn nieuwe omgeving en beschermd wordt in de tijd van introspectie, waarbij het vroeger leven wordt herbeschouwd.
Werkzaam op de wereld, direct en dus zonder tussenpersoon, zijn de inspiratoren en de geleidegeesten. Degene, die inspireert, leidt het gedachteproces van de mens. Het is niet zo dat volledig de gedachten van zo’n persoon in kwestie, van zo’n inspirator dus, worden afgedrukt in de stofmens, maar diens eigen gedachten worden op een zeer kunstige wijze zo gedirigeerd, dat het gewenste resultaat er het gevolg van zal zijn. De geleidegeest kent u ongetwijfeld allen. Hij houdt zich bezig met het helpen van de mens op aarde en dit helpen moet dan worden gezien als een voortdurend wijzen op consequenties van goede en kwade handelingen. Een geleidegeest, die werkelijk goed is, is dus een extensie van uw eigen bewustzijn, waardoor u in staat bent ‑ indien u dit althans wenst ‑ uw eigen handelingen en de consequenties daarvan scherper en duidelijker te beoordelen.
Een middel wordt gebruikt door degenen, die de volgende takken van werk, van wetenschap ‑ hoe moet ik dat zeggen ‑ gebruiken: degenen, die medisch ingrijpen. Zij, die dit doen als z.g. geestelijke doktoren, d.w.z. zuiver vanuit de geest trachten, door het toezenden van kracht en het manipuleren daarmede, binnen het lichaam wijzigingen te veroorzaken, werken door middel van een persoon, uit wie zij een zekere kracht kunnen putten. Soms kan dit vanuit de patiënt zelf geschieden.
Wij kennen verder kunstzinnige inspiratoren en een dergelijke inspirator zal dus niet slechts gedachteprocessen leiden, maar gaat een graad verder. Wij krijgen een toestand van zeer lichte trance bij het sujet, dat dus gevoelig moet zijn voor deze beïnvloeding en het eigen denkproces wordt gedeeltelijk stilgelegd. Hierbij krijgen wij een automatisch schrijven, dat soms zelfs in de slaap wordt voortgezet. Op deze wijze wordt zowel muziek, als kunstwerk, literair werk vervaardigd. Op een dergelijke wijze kan men ook tekenen, schilderen, enz. Deze inspiratoren zijn dus niet onmiddellijk uitbeeldende kunstenaars of scheppende kunstenaars zonder meer, maar zij geven hun eigen gedachteinhoud zo volledig mogelijk weer en gebruiken daarbij als middel een persoonlijkheid, die zij gedeeltelijk uitschakelen, om daardoor zelf een zuiverder uitdrukking te vinden.

Dan kennen we verder de sprekers, zoals wij zijn, dus degenen, die van een medium in meerdere of mindere mate in trance gebruik maken. In dit geval wordt de eigen persoonlijkheid terzijde gesteld en kan de tussenpersoon, dus de spreker, zijn eigen wezen praktisch geheel weergeven. Wij kennen op deze wijze ook kunstenaars, zodat ook andere arbeid als tekenen, schilderen, boetseren, musiceren onder deze bezieling tot stand kan worden gebracht.

Dan kennen wij verder de inwijders, waarover ik weinig mag zeggen, aangezien hun taak een zuiver persoonlijke blijft. Zij benaderen diegenen, die een zeker inzicht verworven hebben en geven hun de middelen, in een zeer korte periode vaak, waarmee zij een lange tijd aan hun eigen ontwikkeling verder kunnen werken. Wij zouden kunnen zeggen dat zij de wapens in handen geven aan de mens om zijn eigen geestelijke vooruitgang van het leven af te dwingen.

Nu heb ik er zo verschillende genoemd uit deze gebieden, die nog betrekkelijk met de wereld verwant zijn. Dan krijgen we, bijna gelijk daarmee en toch iets daarboven, de groepsgeesten, dus geestelijke entiteiten, die ‑ hetzij in een door een groep geschapen voertuig, hetzij onmiddellijk een groep beïnvloeden en diens lot ten goede trachten te leiden. Met deze beïnvloeding wordt het bewustzijn zelf niet aangetast, maar over het algemeen wel een bepaalde behoefte geschapen, een grootste gemene deler, waardoor de groep als geheel in een zekere richting zal streven met een redelijke individuele vrijheid voor de delen, waaruit de gemeenschap is samengesteld.

Daarboven vinden wij de geesten, die gehele rijken beheersen en de ontwikkeling van wezens in de hand hebben. Zij kunnen b.v. zoogdieren ontwikkelen tot een zeker peil, planten ontwikkelen, enz.
Daarboven krijgen we invloeden, die een gehele planeet beheersen, of een gehele ster. Hun taak is het scheppen van ontwikkelingsmogelijkheid gedurende een bepaalde tijd, waarbij zij, om de ontwikkeling zo eenvoudig mogelijk te maken, trachten hun eigen wezen mede uit te drukken in de planeet of ster, die zij beheersen.

Daarboven liggen anderen, waarvan wij helaas niet veel weten.

Ik heb U hiermee een overzicht gegeven van het werk, dat dus gebeurt door de geest. Sta me toe hieraan nog een opmerking, een kleine les toe te voegen. Elke mens wordt ‑ of hij dit weet of niet, of hij dit verlangt of niet ‑ voortdurend beïnvloed door krachten rond hem, die wij geest noemen. Deze krachten kunnen echter nooit de mens beïnvloeden, tenzij hijzelf meewerkt.
Indien ge dus u beïnvloed voelt om bepaalde dingen te doen, die ge zelf afkeurt, zeg tegen uzelf: “Ik wil niet.” En deze wilsacte alleen zal u vaak zeer ver voeren. Het begin is echter zeer moeilijk.
Dan verder: Ik neem aan dat ge u voortdurend bezighoudt met de geest, de overgang, het leven hiernamaals en dergelijke. Onthoud echter dat de invloeden van al deze gebieden door u kunnen worden aangetrokken, ook wanneer uw gedachten een verkeerde kant uitgaan. Elke tendens, die in u bestaat – of dat er nu een van wanhoop of van geluk is ‑ brengt contact met zekere krachten. En dezen zullen altijd weer trachten uw zwakste punten aan te tasten of te benaderen, indien ze u kwaad wensen te doen. Dus tracht voor uzelf vast te stellen, waar uw werkelijk zwakke punten schuilen. Tracht deze te beheersen en ge zult wederom ontdekken dat niet alleen uw leven maar uw gehele denken en bewustzijn een sterke verandering ondergaan.
Aan eenieder, die seanceert, aan eenieder, die ooit zich bezighoudt met magie, zou ik nog het volgende willen zeggen: “Reinig uzelf, voordat u met een zitting of een magische procedure begint. Wanneer uw gedachten onzuiver zijn, kunnen zij een stimulans verkrijgen, juist omdat deze bijeenkomsten een contactpunt vormen tussen twee werelden en hierdoor ook anderen van lagere sferen toegang geven. Zelfs wanneer de geest, die zo’n bijeenkomst leidt, voortdurend zal trachten deze geesten te weren, is het toch praktisch onmogelijk dat dit gedurende alle tijd gebeurt. Gedurende een seance, ja. Maar daarna op de huisgang, in de nacht, de dag daarop, kan het contact, dat op een seance werd verworven, werkzaam worden. Wanneer die contacten ten goede zijn, zijn ze natuurlijk begerenswaardig. Het is echter uw taak te zorgen, dat u niet bij voorbaat harmonisch bent met kwade elementen.