Wessac 1986

Op deze laatste avond wil ik nog uw aandacht vragen voor al datgene wat er ten aanzien van de laatste Wessac bijeenkomst zo langzamerhand bekend is geworden. Ik zou u graag mijn visie daaromtrent willen voorleggen.

Velen vinden de manifestatie warrig of verwarrend. Begrijpelijk, dit behoort tot een nieuw stelsel.

In de totale uitstorting van licht komt een aantal effecten naar voren die niet meer horen in een tweedimensionaal stelsel, maar waaraan een extra dimensie is toegevoegd. Pogingen om dit te interpreteren op de oude manier, moeten uit de aard der zaak tot verwarring voeren.

Er is door verscheidene sprekers en waarnemers nogal veel gesproken over flitsen of bollen van wit licht die zich overal manifesteerden. Laten wij proberen dit te ontleden.

Als je deze punten door een lijn verbindt, dan kom je tot die conclusie dat er een ommekeer of een omwenteling plaatsvindt doordat een groot gedeelte van het menselijk leven en het menselijk bestaan met nieuwe dimensies wordt verrijkt.

Wit licht betekent tevens duidelijkheid, helderheid, scherptes maar in zekere zin ook een oordeel. De conclusie die daar zonder meer aan te verbinden is, is dan ook: Er zullen op schijnbaar onsamenhangende wijze vele veranderingen, feiten in die wereld plaatsvinden die als ze later met elkaar in verband worden gebracht een geheel blijken te vormen en aanleiding zullen zijn tot verandering van mentaliteit, van gedrag en zeker ook van invloed zullen zijn op de internationale leefwijze en leefsfeer zo goed als op de benadering van idealen en geloofspunten.

Er wordt gesproken over een gespleten bundel. Dat is ook weer heel begrijpelijk. Kent u een laserstraal met stroboscopisch effect? Misschien niet. Het betreft hier een geprojecteerde lichtbundel die zichthaar is, maar die voortdurend wordt onderbroken, zodat ze een trillend verschijnsel lijkt te zijn. Verplaatst ze zich bovendien daarbij tamelijk snel, dan lijkt het alsof je een aantal verschillende stralen naast elkaar ziet. Een dergelijk effect hebben wij geconstateerd bij de uitstoring van de witte of lichtende kracht op en nabij het hoofdaltaar. Aannemende dat er hier geen sprake kan zijn van verdeeldheid in het witte licht, moeten wij dus aannemen dat dit witte licht in feite in beweging is, dat hier een voortdurend veranderende invloed is, als wij ons standpunt en onze waarneming niet kunnen wijzigen.

Nadruk werd ook gelegd op bepaalde golven van groen en blauw licht. De wijzen zijn daar druk over bezig geweest. Zij kwamen tot een verandering van geloofsbeleving of een intensifiëring van geloofsbeleving bij zeer veel mensen.

Het blauwe licht zagen zij als een verandering in wetenschappelijke benadering eventueel gepaard gaande met nieuwe ontdekkingen op z.g. of werkelijk wetenschappelijk terrein. De conclusie zou juist zijn, indien niet rekening werd gehouden met het feit dat wij hier te maken hebben met verschijnselen die een extra dimensie hebben waar dus een deel van het erkende moet worden aangevuld met andere facetten.

In dit geval ben ik ervan overtuigd (ik sta daarin niet alleen, ik heb het in de Grote Raad ook gehoord), dat een samenvloeiing van blauw en groen de feitelijke achtergrond vormt. Er komt een ogenblik dat datgene wat nu geloof is, weten wordt. Er komt ook een ogenblik dat op grond daarvan, datgene wat nu weten heet, bewezen wordt veronderstelling of geloof te zijn. Het wijst op een tamelijk sterke omwenteling in denken en benadering zowel in religie als in wetenschap. Wie daarbij bovendien rekening houdt met bepaalde buitenaardse invloeden, die zich op dit moment in de richting van de aarde bewegen, zou zelfs zo ver kunnen gaan dat hij hier, zij het directe, zij het telepathische manifestaties van buitenaardse krachten verwacht. Ik meen dat dit laatste inderdaad juist is, ofschoon deze veronderstelling niet wordt gedeeld door de meerderheid van de Grote Raad.

De Grote Raad heeft verder geprobeerd na te gaan wat dergelijke invloeden t.a.v. de aarde zelf zouden betekenen. Niet geheel omschrijvende wat zij daar hebben geconstateerd, wil ik toch hun standpunt hier vermelden.

Zij stellen: Er zijn verschillende werkingen in de aarde op gang gekomen welke zich in vulkanisme, wijzigingen van magnetisch veld en eventueel ook in aarde- en zeebevingen zullen manifesteren. Het is aan te nemen dat dit begint in de winterperiode op uw halfrond en wel zeer waarschijnlijk vooral in de meer equatoriale en eventueel subtropische zone. Ik heb dit van mijn kant uitgezocht en ik stel het volgende;

Het is duidelijk, dat aarde- en zeebevingen zeker niet zijn uitgesloten. Integendeel, er wordt aangenomen dat ze met een zekere frequentie zullen optreden. Ik meen dat dat ook in deze periode al het geval zal zijn. Ik ga er verder van uit dat aardbevingen van grotere omvang niet zeer waarschijnlijk zijn, omdat de epicentra waarschijnlijk voornamelijk in zee zullen liggen, althans in de eerste 6 maanden van dit jaar.

Ik denk niet dat vulkanische en andere verschijnselen een werkelijke invloed zullen hebben op de gedragingen van de mensen of dat de denkwijze van de mensen zal veranderen. Wel ben ik ervan overtuigd dat, maar dat is waarschijnlijk pas na afloop van dit jaar en mogelijk enige tijd zelfs nadat de volgende Wessac bijeenkomst heeft plaatsgevonden, een grote hoeveelheid stof rond de aarde in circulatie komt en wel in de hogere luchtlagen. Dit zou invloed kunnen hebben op het klimaat, maar het zou zeer zeker daarnaast een deel van de straling kunnen opvangen die op dit moment in te hoge mate doordringt in de aardatmosfeer.

Het nagaan van datgene wat de Ordes, de Broederschap en dergelijke groepen zouden moeten doen, lijkt mij op grond van het voorgaande enigszins vermetel. Maar zoals vele ministeries ook hun programma’s ontwerpen ook als ze weten dat ze misschien niet uitvoerbaar zijn, zo schijnt onze geestelijke organisatie in dit opzicht enigszins ambtelijk te zijn ingesteld.

Men heeft zich dan voorgenomen om in te grijpen in bepaalde conflicten op aarde en denkt daarbij vooral aan het zuidelijke halfrond en Afrika en Zuid-Amerika. Men meent dat het hier mogelijk moet zijn om een verandering in menselijke mentaliteit te veroorzaken binnen negen maanden. Ik hoop dat de heren gelijk hebben en dat de aarde zwanger is van vredelievendheid. Ik zie het nog niet zitten.

Dan heb ik verder geprobeerd om vanuit mijn standpunt nog tot een verdere interpretatie te komen. Ik meen dat er economisch zeer sterke fluctuaties zullen zijn, vermoedelijk binnen 4 maanden vanaf heden. Ik neem aan dat deze zowel betrekking zullen hebben op prijspeil, lasten, als ook op handelsovereenkomsten en het eventueel niet of niet geheel vervullen daarvan.

Bezie ik de situatie politiek, dan moet ik zeggen dat het overlijden van een aantal heren aanmerkelijke verbeteringen zou kunnen brengen in de politieke relaties. Het gevaar daarvoor bestaat weliswaar wel, zoals ook de Grote Raad heeft geconstateerd, maar zolang zij niet bereid is om hier zelf en daadwerkelijk in te grijpen, geloof ik niet dat grote veranderingen in dit opzicht te verwachten zijn.

Politiek kerk en economie lopen op het ogenblik alle ongeveer 5 jaar achter bij de feiten. Daar is niets aan te doen. Wij kunnen alleen maar aannemen dat verbeteringen mogelijk zijn doordat een nieuwe generatie met een wat andere – en als u het mij vraagt – een meer gefundeerde benadering van het leven, probeert om haar eigen leven en dat van de gemeenschap in te richten op een manier die voor iedereen aanvaardbaar is.

Het zij mij toegestaan, u moogt het afkeuren, hier even op mijn eigen liefhebberijen in te gaan.

Ik heb in een vorig betoog al geconstateerd dat de opvoeding en zeker het onderwijs tegenwoordig absoluut onjuist zijn. Ik wil daarbij verder nog enkele dingen aanstippen.

Het z.g. tolerantie beleid dat overal wordt gevoerd, is in feite een ondermijning van werkelijke zekerheden en orde in de maatschappij. Het geldt zowel ten aanzien van misdadigheid als voor de tolerantie van afwijkend gedrag binnen de gemeenschap. Het is duidelijk dat hier een nieuw proces moet plaatsvinden waardoor nieuwe gemeenschappelijke normen kunnen worden gevonden die goed functioneren en waarbij vooral ook de bestuurders niet meer uitgaan van hetgeen voor hen emotioneel of zakelijk het meest aanvaardbaar is, maar van datgene wat feitelijk noodzakelijk is. In dit opzicht zie ik nogal wat feilen en fouten.

Als ik Nederland beschouw, dan kom ik tot de conclusie dat, ongeacht de vele besparingen die men zegt te willen doen, in feite de onnodige uitgaven van de staat en de verschillende staatsorganen aanmerkelijk zijn toegenomen en in het afgelopen jaar zijn gestegen met ruim 27 % wat toch in ieder geval bijna 22 boven de inflatie ratio uitgaat. Dit is natuurlijk niet acceptabel.

Daarnaast komen we tot de conclusie dat er in vele ambtelijke kringen weerstand is tegen een vereenvoudiging van procedures, aangezien dit invloed of werkgelegenheid zou kunnen kosten. Maar als een beleid niet slagvaardig is, als niet onmiddellijk ook via het ambtelijke apparaat kan worden ingespeeld op de behoeften van de burgers, dan is er geen mogelijkheid om een werkelijke verbetering in de maatschappij tot stand te brengen, inclusief de besparingen waarover men spreekt, inclusief de verandering van mentaliteit, waardoor een groter en beter zedelijk besef bij de verschillende leden van de gemeenschap kan ontstaan. Ik wijs op deze fouten, omdat ze voor mij symptomatisch zijn voor al datgene wat zich op dit ogenblik in de wereld afspeelt. Er zijn wel normen, maar die hebben geen reële betekenis.

Wanneer een staat, alleen maar omdat zij liever niet ziet dat degenen die het niet met haar eens zijn, enige macht bezitten, wapens gaan leveren aan opstandelingen; als zij verder afpersingstaktieken probeert te gebruiken, dan moet een dergelijke staat veroordeeld kunnen worden en kan die staat dan niet zeggen dat zij op grond van eigen vaderlandsliefde, invloeden en opvattingen daartoe gerechtigd is. Als er een wet bestaat, dan is die wet voor iedereen geldig. Als er een internationale wet bestaat dan is die voor iedereen geldend. Niemand moet zich aan de wet kunnen onttrekken. Als de wet niet juist of niet rechtvaardig is, dient zij te worden gewijzigd. Men moet haar niet uithollen of proberen haar aan te vullen. Dit alles vindt op dit moment nationaal en internationaal plaats.

Wij zien dergelijke procedures van schijnbaar het oude handhaven en toch lekker nieuwe dingen doen ook in de verschillende kerkgemeenschappen.

Waar gaat het heen? Alleen indien de invloeden, zoals ik ze meen te kunnen interpreteren inderdaad dit jaar sterk inwerken op de mensheid, kunnen wij verwachten dat er toch het één en ander gebeurt. En dan zal dat voor een groot gedeelte zijn ongeacht de wensen, het streven en de belangen van degenen die menen dat zij de wereld of een deel daarvan besturen.

Het is belangrijk dat mensen gaan beseffen dat alles berust op wederkerigheid. Je kunt niet van één kant uit alles bepalen, maar alleen in samenwerking. Daar waar het samenwerkingselement ontbreekt, ontstaat een voortdurend grotere vervreemding die ten gevolge heeft dat ten slotte degenen die de maatregelen treffen of de beslissingen nemen, geheel los komen te staan van het volk. Het volk zal zich dan onzeker gaan gevoelen en zal reageren met een absolute minachting en misachting voor zowel de regeerders als ook voor alle bepalingen die ze uitvaardigen, ongeacht of deze op zichzelf nodig en goed zijn of niet.

Ik ben mij ervan bewust dat dit met God misschien weinig te maken heeft. Maar als wij aannemen dat plechtigheden zoals die van het Wessacfeest inderdaad een doel van de goddelijke kracht kenbaar maken en gelijktijdig in die kracht ook de samenhang tussen de aarde en bepaalde geestelijke en stoffelijke invloeden van buitenaf, dan moeten wij al deze zaken ook onze aandacht geven.

Het is dwaasheid te veronderstellen dat iemand, die leert zichzelf te uiten en een rekenmachine heeft, in staat zal zijn om werkelijk wat te presteren. Als de rekenmachine niet meer werkt, kan hij niet meer rekenen. Velen die op dit ogenblik schijnbaar zo goed rekenen, kunnen in feite nog niet eens tot tien tellen. Dit is een gebrek aan opvoeding. Het is een gebrek aan benadering van leerstof. Het is een gebrek aan benadering van sociale verantwoordelijkheden. Invloeden, die daarin een wijziging brengen, zullen ongetwijfeld vooral de massa beïnvloeden. Dat is begrijpelijk, instanties zijn traag.

Ik heb u reeds gezegd, dat in bepaalde opzichten instanties en organen ongeveer 5 jaar achterlopen bij de feiten. Dit houdt in dat ik verwacht dat een steeds grotere discrepantie ontstaat tussen datgene wat officieel goed is, aanvaard is, noodzakelijk is en datgene wat in feite wordt gedaan. En daar ik geloof in de waarde van het witte licht en zeker ook in die meer dimensionale samenstelling die als kogels werd gesignaleerd of als flitsen door de anderen, meen ik ook te kunnen stellen dat een nieuwe verlichting voor deze wereld aanstaande is.

Een dergelijke verlichting zal mijns inziens zo goed een begrip van God inhouden dat meer is aangepast aan de feiten, als ook een benadering van het mens-zijn op een manier die meer is aangepast aan de werkelijke kwaliteiten en de geaardheid van de doorsneemens.

Leven is een moeilijke zaak daar ben ik van overtuigd. Ik heb in mijn eigen leven zeer veel fouten gemaakt. Ik zal ook niemand veroordelen, omdat ook hij die maakt. Maar als je rebel wilt blijven, als je de werkelijkheid onder ogen wilt zien, dan moet je constateren dat vele dingen dwaasheid zijn.

Wat heeft u aan een perfect verkeersreglement als niemand zich daaraan houdt? Wat heeft u aan de beste plannen voor de vernieuwing van het onderwijs, als de onderwijzers niet in staat zijn die vernieuwingen werkelijk door te voeren of de leerlingen niet bereid zijn zich daarin te voegen. Wat heeft u aan een verandering van sociale wetgeving, als iedereen uitgaat van het standpunt, plukken waar je maar kunt. O zeker, ze leren dat natuurlijk van de regering die dat uitvoerig doet, maar het is een onverantwoordelijk gedrag, zowel van de eenling als van de gemeenschap.

Ik neem aan dat de witte krachten van dit nieuwe patroon van denken en leven zichtbaar zal worden in schijnbaar onbelangrijke facetten van de maatschappij.

Ik verwacht grote vernieuwingen in de kunst. Ik verwacht nieuwe benaderingen in bedrijfsleven en bedrijfsvoering, vooral bij kleinere bedrijven. Ik verwacht eveneens klimatologisch enige verandering.

Ik meen dat deze tezamen zullen voeren tot de vernieuwingen die in dit jaar noodzakelijk zijn, wil over ongeveer twee jaar het werkelijke gevaar voor een wereldoorlog of voor een wereldondergang voorbij zijn. Het gevaar is niet groot. Ik wil het hier nadrukkelijk stipuleren, maar het bestaat. Alleen een verandering, die een groot gedeelte van de mensen direct of indirect beroert, zal de zekerheid kunnen scheppen voor een verdere ontplooiing van de mens naar een nieuwe fase van bestaan een nieuwe samenleving, maar bovenal naar een geestelijke vernieuwing waardoor de contacten tussen wereld en sferen intenser zullen worden, het begrip voor de werkelijkheid van het leven bij allen groter wordt en daardoor ook de levensvervulling gezocht kan worden in een erkenning van geestelijke betekenis.

Tederheid

Tederheid is een gevoel van verantwoordelijkheid. Het is een emotie die gebondenheid uitdrukt.

Wanneer wij in de hardheid van het leven voortdurend strijden om onszelf te kunnen handhaven, worden wij soms toch beroerd door een tederheid. Wij durven een ogenblik vergeten wie we zelf zijn, wat we zelf willen. Voor een ogenblik beschermend, voor een ogenblik zegenend, proberen op te treden voor anderen. Een God is werkelijk.

Tederheid is een deel droom, een deel emotie, een deel feiten. Dat wil niet zeggen, dat wij tederheid moeten ontberen. Integendeel, laten wij in de erkenning van de ander, in het beleven van de ander (en dan bedoel ik niet een bepaalde andere, maar gewoon allen die rond ons zijn, steeds weer worden getroffen door datgene wat wij kunnen zijn door de vertedering) ook een vorm van tederheid waarmee wij de schijnbare dwaasheden of zelfs onheusheden van anderen ondergaan.

Als wij daarmee bezig zijn, dan wordt ons steeds meer duidelijk dat in ons een kracht, een eenheid van gevoelen bestaat die in tederheid voor een ogenblik slechts zijn uitdrukking zoekt, maar die in werkelijkheid de bevestiging is van een eenheid, die alle dingen te boven gaat, die ons verbindt met de werkelijkheid, met de eeuwigheid. Daarom is teder zijn belangrijk. Maar het mag nimmer worden tot een verwaarlozing van de werkelijkheid.

Ik hoop dat deze meditatie, uiteraard uitgesproken door mij en uitgaande van mijn eigen standpunt, mijn eigen denken, mijn eigen wezen toch aanvaardbaar is geweest. Is dat niet het geval, dan beklaag ik mijzelf om mijn tekortschieten en u omdat u dat heeft moeten ondergaan.