Wessac 1987 – Veranderingen in de wereld van morgen

16 juni 1987

Zoals u weet is er Wessac-bijeenkomst geweest. We hebben nu de eerste interpretaties gekregen daarover en die luiden ongeveer zo. Daar verschillende stralen in het begeleidingsverschijnsel elkaar kruisten moeten we aannemen dat het een jaar wordt van grote tegenstellingen. In deze tegenstellingen blijken dingen naast elkaar te liggen die op dit moment althans nog niet volledig te interpreteren zijn. Zo staat er bijvoorbeeld vrede, maar vlak daarnaast staat onrust en geweld. Voorlopig nemen we aan dat het betekent dat er geen grote oorlog zal uitbreken maar dat er wel in zeer vele landen en op vele niveaus geweld zal worden gebruikt.

Dan vinden we daarnaast tekenen voor verlichting en tekenen voor hartstocht. Niet dat we tegen beiden iets hebben, maar wanneer ze naast elkaar schijnen voor te komen dan zou dit kunnen betekenen dat enerzijds een enorm deel emoties zullen losbreken in het nu lopende jaar, (van mei tot mei dus), en dat daarna zeer veel mensen zullen geconfronteerd worden met paranormale verschijnselen over het hele jaar. We nemen aan dat het zo zal zijn,

Ten laatste moeten we opmerken dat wanneer de wetenschap kennelijk vele vooruitgangen gaat boeken in het komende jaar, daarnaast de natuur, nogal wat verwoestende elementen laat zien en dat bevat ondermeer een reeks bevingen en eventueel vulkanische uitbarstingen, zeer waarschijnlijk in het gebied van de Stille Oceaan.

Daarnaast echter ook vulkanische werkingen in de Atlantische Oceaan, vermoedelijk gepaard gaande met enige vloedgolven. Dat zou dan ook, voor de U.S.A., alsook voor delen van Wales en Ierland nog wel wat eigenaardige verschijnselen kunnen veroorzaken.

Ten laatste. De luchtcirculatie schijnt niet geheel normaal te worden dit jaar. We moeten dus rekenen met perioden van te grote kou en daarnaast perioden van te grote hitte. Het is daarbij denkbaar dat neerslag bijvoorbeeld plaats vindt op gebieden waar het normaal zelden regent, terwijl droogteperioden kunnen aanbreken in gebieden waar normaal regelmatige regenval wordt verwacht.

Het zijn een paar punten, dus verder niet zo belangrijk en wanneer we weer meer nieuws hebben dan vertellen we het u wel maar ik dacht dat er onder u zouden zijn die dat toch gaarne zouden weten

Dan kunnen we nu overgaan tot ons onderwerp. We worden in deze tijd nogal eens geconfronteerd met nieuwe, varianten van ziekten. Als u zich alleen als eens realiseert dat in de laatste tien jaar een groot aantal mutaties van het griepvirus zijn voorgekomen dan zal het u niet verbazen dat dat ook op andere gebieden in toenemende mate het geval is. Er zijn bepaalde dingen die eruit sprongen zoals Aids, dat een kunstmatig virus is dat ontsnapt is en daardoor wordt, zo dacht ik, de levensstijl van de mensen wel een beetje beïnvloed.

Nu is natuurlijk de vraag: Wat moet je ertegen doen? En ik kan u verzekeren dat tegen Aids de eerste mogelijkheden om de verschijnselen tot stilstand te brengen, gevonden zijn. Ze worden op het ogenblik beproefd en komen vermoedelijk binnen anderhalf jaar in de circulatie.

Daarnaast is men bezig met een onderzoek dat na vermoedelijk een periode van zeven of acht jaar, voert tot mogelijkheden om het Aidsvirus uit te schakelen.

Wanneer je dat allemaal bekijkt dan vraag je je af: Wat is er eigenlijk gaande? Wanneer overal veranderingen plaats vinden, wanneer er mutaties zijn die eigenlijk bijna onverwacht ontstaan zoals bijvoorbeeld in bepaalde van uw kustgebieden een mossoort plotseling een wat andere vorm gaat aannemen. Een schijnbare afwijking die nu plots algemeen dreigt te worden. Wat moeten we denken van afwijkingen in groei die bijvoorbeeld in West-Engeland plaats vinden op dit ogenblik die zowel bepaalde boomsoorten als zowel heesters ertoe bewegen tot een andere groeivorm te komen waarbij ook de bladvorm zich licht wijzigt.

Dan krijg ik toch de indruk, dat we te maken hebben met een periode waarin veranderingen van zulke aard optreden dat ze zich nu aankondigen in plantengroei, maar ook in de snel levende vormen als bacteriën, ook bij de kleinere diersoorten als de insecten. Zo is er in Afrika een bepaalde afwijking van een wilde bijensoort ontdekt die heel wat strijdvaardiger is geworden.

Alles bij elkaar zegt men gewoon: Er is een verandering gaande maar welke? Het is in ieder geval geen verandering die alleen maar door de wetten der geleidelijkheid, oorzaak en gevolg zonder meer aanvaardbaar kan worden gemaakt. Aan de andere kant, de verschijnselen zijn er en ik heb er een paar opgenoemd. Maar over de hele wereld zijn er nog wel een paar meer te vinden.

Het is dus zo. Het ontstaat plotseling. Waar hangt het mee samen? Sommige mensen zullen uitroepen dat we naar een bepaalde planetenstand gaan waardoor astrologisch een groot onevenwicht voor de aarde kan worden verwacht. Op zichzelf niet geheel onjuist. De onevenwichtigheid op aarde schuilt namelijk in de mensheid en niet in de aardas. Als er een verandering is, dan kan die nooit alleen zuiver materieel zijn. Je moet wel degelijk ook bepaalde psychische achtergronden hebben. Nu klinkt dit misschien erg verwaand dat je zegt dat een psychische achtergrond bij kan dragen tot de mutatie van bijvoorbeeld een griepvirus. Maar waarom niet? Gedachtekracht is levenskracht. Uitstraling vindt normalerwijze ongecontroleerd plaats en de werkelijke uitstralingstijd is zeer gering voor de doorsneemens.

Maar als we nu eens te maken hebben met honderdduizend mensen die, zeer emotioneel en met haat bezig zijn om de vernietiging van een gezag of wat anders te bewerkstelligen dan bestaat er toch wel een cumulatief aspect. Het is een werkelijk sterke golf die wordt uitgestraald. De golf slaat neer in de omgeving. Als in die omgeving levensvormen zijn die nog niet volledig gevormd zijn, een insect of volledig imago kan niet meer muteren daardoor, maar vooral een ei bijvoorbeeld kan daardoor wel degelijk beïnvloed worden. Een zaadkorrel die nog niet tot ontkieming is gekomen kan daardoor worden beïnvloed. Er is namelijk een evenwicht tussen wat u de psyche noemt, dit is het denkend gevoelsleven van de mens plus nog geestelijke waarden aan de ene kant en aan de andere kant de materiële omgeving waarin hij zich bevindt.

De vraag wil altijd blijven in hoeverre deze samenhang verder geestelijk kan worden bepaald, dus van niet stofmenselijke zijde. Ik voor mij meen dat die beïnvloeding in verhouding gering is, laten we zeggen misschien één deel op tien, misschien twee delen op tien maar meer niet.

Het gaat dus om de mens. Als de mens zich bevindt in een dergelijke staat van verwarring en verandering dan kan dat niet alleen maar een kwestie zijn van zijn denken. Het is eerder zijn aanvoelen dat in het denken gestalte krijgt en die gedachtegang wordt dan wel gericht. U weet het: Mensen zijn schapen die denken wat hen wordt voorgezegd door hun leiders die zelf niet weten waar ze over denken.

Maar ongeacht de beïnvloeding moet die emotionele achtergrond er zijn. Er moet een onevenwichtigheid bestaan anders kan de reactie eenvoudig niet optreden.

Als we dat nu eens een keer zouden vertalen in een verandering van de samenhang tussen geestelijke invloeden, de geheugeninhoud en de endocriene balans van de mens, dan zouden we komen tot een punt waarop gesteld kan worden dat het werkelijke ik, geest of ziel of hoe u het noemen wilt, een eigen ideaalbeeld heeft. Dit ideaalbeeld is afgedrukt op elke stoffelijke vorm waarin het zich manifesteert en met de middelen van die stoffelijke vorm wordt a.h.w. geprobeerd dit ideaalbeeld te benaderen.

Maar dit is een onbewust proces. Wanneer een te grote strijdvaardigheid bestaat tussen de uitingsmogelijkheden en dus het geprogrammeerde ideaal ontstaat onrust die je tevens als onvrede kunt vertalen. De mensen zijn dan geneigd om droombeelden te scheppen waarin dat ideaal op een of andere wijze wel werkelijkheid zou kunnen worden. Vanaf dit ogenblik is het droombeeld voor hen eigenlijk een werkelijkheid die ze proberen de wereld op te leggen en daaruit ontstaan dan conflicten. Omdat ze gedreven worden door een innerlijke en niet bewust beleefde drang naar een bepaald beeld is het heel erg duidelijk dat ze niet in staat zijn die gevoelens helemaal te begrijpen. Ze zullen dan ook de gevoelens verbinden met de omstandigheden die ze in hun omgeving aantreffen. Eindresultaat: een grotere emotionaliteit die zich richt tegen de omgeving.

Het gemiddeld denken van de mens betekent echter dat daaronder een richtend element voor de daad wordt geschapen. De mensen gaan handelen door hun innerlijke onrust gedreven volgens patronen die voor hen nog niet aanvaardbaar zijn, maar die eigenlijk door een menigte worden bepaald. Op het ogenblik dat de mens zich daar los van maakt, heeft hij de neiging om toch een groep te zoeken waar hij bij hoort. Hij zoekt dan echter een groep die beter past bij zijn eigen persoonlijkheid en elke aantasting van die groep en de wijze waarop die groep probeert te denken en te leven wordt dan weer als een soort, agressie ervaren. Agressie wordt meestal met gevoelens en daarna met agressie beantwoord. Daardoor is die grote verdeeldheid in de wereld die op dit ogenblik bestaat beter te verklaren. Dan kun je begrijpen waarom bijvoorbeeld in India zoveel stammen ineens zelfstandigheid en eigen bestuur opeisen. Waarom op Ceylon de verhoudingen ineens zo misgelopen zijn nadat ze daar honderden jaren praktisch stabiel waren. Dan kun je ook begrijpen waaruit al die krankzinnige, en anders kun je het niet noemen, studentenopstandjes voort gaan komen. Ze voelen dat het niet juist is en ze redeneren. Maar ze denken dat er een verstandelijke oplossing te vinden is.

Maar uit al die verwarring komt ervaring voort. Die ervaring moet voeren tot een verandering van het wereldbeeld. Verandert het wereldbeeld, dan is het mogelijk om juister te reageren in de werkelijkheid die je nu eenmaal met anderen moet delen, of je nu wilt of niet. En dat is heel leuk want nu ontstaat ook hierdoor een beïnvloeding van het lichaam. Zolang u onstabiel bent en geen juiste uiting kunt vinden dan kunt u misschien zeggen: Ja, ik haal het toch wel, maar u zult er lichamelijk onder lijden, Het is een spreekwoord waar de Kerk altijd erg tegen is geweest en dat zegt: Goed vloeken op tijd vermijdt dokterskosten.

Wanneer emoties een ontlading kunnen vinden dan zal het hele organisme evenwichtiger en veerkrachtiger kunnen functioneren. Wat we zeggen voor dat lichaam moeten we ook voor de geest kunnen zeggen, dacht ik. Wanneer een mens in staat is een mate van evenwichtigheid in zijn eigen bestaan te handhaven, dan zal dat niet alleen zijn lichamelijke toestand ten goede komen, maar het zal hem daarnaast geestelijk helpen om eveneens een evenwicht te vinden. De onbewuste dwang van het ideaalbeeld wordt opnieuw gemoduleerd. Ze wordt aan de hand van ervaringen voortdurend bijgesteld. Er is geen vaste waarheid meer. Er is een steeds fluctuerende waarheid die door ervaring wordt geïnspireerd. Vragen?

  • Dat ideaalbeeld, waar komt dat eigenlijk vandaan?

Ik zal proberen om het u duidelijk te maken maar dan moet, u me niet kwalijk nemen als ik een paar dingen moet stellen. Reïncarnatie is een werkelijkheid. Ik stel dat. Het is niet wetenschappelijk volledig juist aantoonbaar. Het is wel aannemelijk te maken met de huidige gegevens. Wanneer u incarneert, dan doet u een bepaalde levenservaring op. U maakt bepaalde aangename dingen mee, daar gaat u a.h.w. naar verlangen. U maakt onaangename dingen mee en die zou u liever willen vermijden. Wanneer dat in een aantal levens achtereen gebeurd dan ontstaat een selectie waarin een aantal dingen als onaanvaardbaar, dus zeg maar kwaad of slecht of wat anders, worden geconstateerd en dus moeten worden vermeden of bestreden. En een betrekkelijk eenzijdig beeld van het goede is ontstaan. Wanneer nu een mens dit ideaalbeeld geestelijk opbouwt, dan is het zijn beeld van het goede maar dit is voor driekwart mede gebaseerd op zijn lichamelijke ervaringen in verschillende vormen dan.

En dan hebben we te maken met een ideaalbeeld dat in feite één kant van de medaille bevat en dat dus nooit waar kan worden. Zolang mensen niet in staat zijn om te komen tot een soort gulden middenweg waarbij men dus het ideaal ziet als datgene wat voor u lovenswaardig en eventueel belevenswaard is, terwijl men aan de andere kant de veroordeling ziet, niet als iets wat men moet bestrijden, maar als iets wat voor jezelf niet aanvaardbaar is, dan komt men vanzelf tot een evenwichtiger situatie. Dan ga je niet meer zeggen: Ik wil goed of ik wil kwaad. Dan ga je zeggen: Ik wil zijn. En dit zijn omvat dan dingen die je oorspronkelijk als goed en kwaad hebt omschreven in je bewustwordingsproces.

Ben je eenmaal zo ver gekomen dan bestaat er geen ideaalbeeld meer. Ideaal wil trouwens zeggen: droom, dat weet u misschien. Dus in plaats van de droom komt een werkelijkheidsbeleving en die werkelijkheidsbeleving is dan het eerste begin van wat wij noemen geestelijke groei, bewustwording, of wat voor namen u er verder aan wilt geven. Dus op die manier ontstaat het.

Kijk vrienden, wanneer wij dan bezig zijn met zoeken haar de geestelijke achtergronden, want dat is toch een beetje het doel hier, dan moeten we dus zeggen: We kunnen niet zuiver geestelijk zijn, denken of leven zolang we een stoffelijk lichaam hebben, maar we worden er altijd door beïnvloed. Wij kunnen echter wel proberen onze geestelijke waarden voortdurend in te brengen in ons stoffelijk leven. Hoe verder we daarin slagen hoe bewuster we zullen worden omdat, mits we onze ervaringen op de juiste manier beleven, en dat is belangrijk, aanvaardend dus beleven, daardoor een voortdurende correctie ervaren en die correctie geeft ons een juister werkelijkheidsbeeld niet alleen van de aarde, maar ook een instelling waardoor een veel groter deel van de geestelijke kosmos aanvaardbaar en dus beleefbaar wordt.

Denkt u nu niet dat dit zo gemakkelijk is. Er was eens een man en die zei bij zichzelf: Ach, ik weet het en hij had iemand te pakken, een inboorling en hij dacht: Dit is een indiaan die weet waar goud te vinden is. Dat hij te ver noordelijk zat en dat het een Eskimo was drong niet tot hem door. De Eskimo zei: Heer, ik kan u geen goud wijzen, ik ben een Eskimo. Ja, ja, zegt hij, dat zeggen ze allemaal als het zover komt. Ik wil goud hebben of ik ga je martelen. Ja, maar, zegt hij, heer, weet je, wat het verschil is tussen een indiaan en een Eskimo? Ja ja, een Eskimo kan robben vangen. Maak me dan los en ik zal een rob voor u vangen. Zogezegd, zo gedaan. De man kreeg een speer, werd overigens onder schot gehouden van op een afstandje en inderdaad, na korte tijd had hij een buit gemaakt, een luchtbuit. Het beest kwam naar boven, werd gespietst, op de kant gehaald. Ziet u heer, dat ik een Eskimo ben? Neen, zegt hij, dat zie ik helemaal niet. Ik zie alleen dat er ook indianen zijn die robben kunnen vangen.

Daar zit het aardigheidje: Ik heb gezegd: Het is een indiaan, dus blijft het een indiaan. En als je, nou alles bewijst wat daartegen strijdt dan zeg ik: Dat bewijst dat een indiaan dat ook kan, niet dat ik met iemand anders te maken heb.

Dat is dus de kwaliteit die wij voortdurend hebben in elke benadering, of het nu gaat om een wetenschappelijke benadering, een politieke benadering, een geloofsbenadering ook of wat anders. We zeggen allemaal. Nou, dat is nu eenmaal zo en als dan iemand zegt het is anders, is het antwoord. Ja, bewijs het maar. En als het dan bewezen wordt dan zeg je: Ja, ja, dat is dan een toevalligheid maar dat kan ook wel vanuit mijn systeem. Kijk, en op die manier loop je vast.

Daarom is het geestelijk gezien zo belangrijk dat je eerst leert om de feiten te aanvaarden en op zichzelf te beoordelen, voordat je begint om daarvan theorieën op te bouwen. Dat verder theorieën nooit worden beschouwd als zekerheden of het nu een geloofspunt is of een wetenschappelijke stelling, een lemma, een opstelling of wat dan ook. Ga altijd uit van de stelling: De feiten bewijzen.

Als u dat doet dan zult u in uzelf tot een voortdurende correctie komen van dat ideaalbeeld dat u beheerst. Als geest zul je daardoor komen tot grotere openheld tegen delen van de kosmos die je, tot dat ogenblik hebt afgewezen omdat je ze tot dat ogenblik disharmonisch vond of onjuist of onaanvaardbaar of zelfs meende dat kan niet bestaan.

Onze kosmische groei, nou ja, kosmisch is ook maar een naam hoor, zou je best kunnen omschrijven als het verkrijgen van een vermogen om een steeds groter wordende hoeveelheid aan indrukken, namelijk zodanig te correleren, dat een beantwoording aan elke indruk afzonderlijk mogelijk blijft.

Het is dus een uitbreiding van je bewustzijn. Niet zozeer van je wezen, maar echt van je bewustzijn, je vermogen tot waarnemen, tot reageren, tot begrijpen.

Ik neem aan dat in deze tijd dat proces eigenlijk sterk aan de gang is. We hebben te maken met allerhande omstandigheden, ideaalbeelden, maar ze worden stuk voor stuk gefrustreerd. Als iemand beweert dat hij de werkeloosheid minder zal maken, wordt ze meer. Als iemand zegt dat hij rechtvaardigheid brengt dan kan hij dit alleen doen door onrecht te plegen. Wanneer iemand zegt dat hij vecht voor de vrijheid, moet hij wel maatregelen nemen om de vrijheid van anderen te beperken. Kijk, dat soort dingen ga je langzaam maar zeker begrijpen.

Dat houdt niet in dat die strijd onmiddellijk ophoudt. Het betekent wel dat ze de ervaringen van degenen die er deel aan hebben en die eronder lijden ook vaak zullen beïnvloeden. Elk strijdmoment op zichzelf kan een beleving inhouden waardoor een verandering van wereldbeeld ontstaat. Een verandering van wereldbeeld is niet noodzakelijkerwijze analoog met een verandering van gedrag. Een gedragsverandering ontstaat meestal geleidelijk aan de hand van overwegingen die weliswaar gestuurd worden door een bereikt besef, maar die er zelden door beheerst worden.

Waar ga dan we dan naartoe? Ik zal proberen het u duidelijk te maken. Als ik aan mag nemen dat de interpretatie, dat bewustwording toeneemt juist is, dan moet ik ook aannemen dat de eenzijdigheden op de wereld voorlopig toenemen, maar gelijktijdig dat de conflicten die op die manier ontstaan, dus de mensen met mogelijkheid en onmogelijkheid confronteren ten aanzien van hun denkbeeld. En wanneer dat gebeurt, ontstaat een nieuwe relatie met de wereld, met het gebeuren en met de mensheid. Daaruit ontstaat een verandering van contact tussen geest en stof.

Wanneer de wederkerige beïnvloeding tussen stof en geest langzaam maar zeker optimaal wordt dan wordt gelijktijdig de krachtenuitwisseling tussen beide eveneens meer optimaal. Wanneer dus het bewustzijn toeneemt, neemt de mogelijkheid van de geest om via dit bewustzijn zijn krachten te manifesteren, eveneens toe. En dit lijkt me dan de juiste verklaring te zijn voor de conclusie van de Witte Broederschap dat je te maken hebt met een toename van het aantal mensen dat de paranormale verschijnselen beleeft.

Is het paranormale werkelijk paranormaal? De mensen noemen het nu eenmaal zo omdat, het staat buiten de wetmatigheden die zij voor zichzelf als werkelijkheden hebben gedefinieerd. Dat zijn de normale factoren van het leven en dat zou kunnen impliceren dat je bijvoorbeeld meer mensen krijgt die helderziend worden, helderhorend, maar ook dat er mensen zijn die beter gaan genezen, die intuïtief diagnoses gaan stellen en wat u verder maar wilt. Is dat goed? Voorlopig niet, want het is alleen mogelijk met die dingen goed te werken wanneer je je werkelijk ook bewust bent van je eigen mogelijkheden en onmogelijkheden. En dat is iets wat langzaam moet groeien. Maar mensen die dergelijke dingen meemaken, die zullen zeer zeker proberen meer te doen met de kracht van de geest.

Een ander punt wat ook zeer belangrijk kan worden. Heel wat mensen hebben een idee dat er een samenhang moet zijn tussen wat zij doen voor de geest en wat de geest doet voor hen. Tussen wat zij doen voor God en wat God voor hen dient te doen. Die samenhang bestaat niet. De geest kan proberen u te helpen maar alleen binnen het kader van uw eigen mogelijkheden en middelen. God kan u helpen wanneer u zelf poogt om eerder of beter of juister te slagen. Maar Hij kan u niet helpen door een wonder te doen en datgene tot stand te brengen waar u zelf verder geen deel aan hebt. Dus heel wat mensen zullen nog teleurstellingen ondergaan.

En dan zien we daarnaast nog een ander punt: Er bestaat een woord dat voor velen tegenwoordig een lelijk woord is geworden, discipline. Discipline, wil zeggen: Je aan regels houden. Regels kunnen alleen daar bestaan waar ze wederkerig, door steller en degene die zich onderwerpt, worden aanvaard. Eenzijdig opleggen van regels is onzin. Maar wanneer er regels zijn en je meent dat die voor anderen goed zijn, moet je je er zelf ook aan houden.

 Wanneer je besluit om met anderen samen iets te doen, dan moet je dat ook doorzetten of je er helemaal los van maken, maar niet proberen om er een beetje bij te hangen en zo noch het een noch het ander te zijn. Kijk, als u zo leeft dan bent u geen vlees of geen vis en misschien dat, om een bekende beeldspraak te gebruiken, iemand in de hemel dan nog wel een pastoor uit de hel vist om u tot vis of vlees om te dopen, maar die naamsverandering helpt ook niet. U moet zelf een richting kiezen. Wanneer u die kiest moet u zich aan de regels die daarmee samengaan houden, dat is onvermijdelijk. Juist deze discipline maakt het mogelijk om iets te bereiken, belevingen door te maken die betekenis hebben. Maar als je daar verwachtingen aan vastknoopt, zit je alweer fout, want het je houden aan de regels impliceert niet zonder meer dat er iets zal gebeuren.

Natuurlijk, als je volgens bepaalde regels bent opgeladen met energie en je komt op een bepaald ogenblik ergens terecht en je zegt: Ik doe het niet meer, dan raak je je energie kwijt dat is logisch en dan kan dat met één slag en dat is dan erg pijnlijk, ook lichamelijk vaak, of het kan misschien heel langzaam en geleidelijk: Ik zie er niets meer in, ik heb geen zin meer en wat dies meer zij. Maar dat is een normaal gevolg van wat je in jezelf draagt. Discipline is niet iets wat een beloning met zich brengt. Discipline is het vinden van een orde waarbinnen je je mogelijkheden kunt ontplooien en gelijktijdig waardoor je in de wereld op een bewuste wijze kunt handelen. Ik ben bang dat discipline in deze tijd te veel teloor is gegaan. Je moet begrijpen dat je niet met allerlei woorden kunt ontkomen aan de noodzaak tot het stellen van daden. Het geldt zelfs in de politiek, laat staan in het gewone leven.

Je moet je heel goed realiseren dat om daden te kunnen stellen je altijd moet werken binnen een gemeenschap en dat die gemeenschap haar vaste wetten of regels kent. Dat je binnen die wetten en regels moet proberen datgene te volbrengen wat je noodzakelijk acht. En als u dat allemaal bij elkaar pakt dan kunnen we een eindconclusie bereiken, waarna ik u nog de gelegenheid zal geven om eventueel te ageren of te reageren, precies zoals u wilt.

In de eerste plaats: Volgens mij spelen zich inderdaad grote veranderingen af op zuiver stoffelijk terrein. Veranderingen die bij levensvormen die een langere levensduur en een grotere jeugdperiode hebben ongetwijfeld pas later volledig kenbaar worden.

In de tweede plaats: Geestelijke patronen die eenmaal gevormd zijn moeten worden aangepast aan een werkelijkheid. Zij kunnen niet zonder meer geprojecteerd worden. Mensen die geconfronteerd worden met feiten moeten werken vanuit die feiten en daardoor kunnen ze in hun gevoelswereld een juistere balans vinden.

Ten derde en ten laatste: Indien de mensen aan de twee voorgaande punten redelijk gehoor geven dan vinden ze voor zichzelf een reeks regels welke een toenemend bewustzijn mogelijk maken. Dit toenemend bewustzijn gaat gepaard met het bewustzijn van vermogens en krachten die alsnog als paranormaal worden aangeduid, Hierdoor zal de mens in de stof vele mogelijkheden vinden voor een geestelijke, ontplooiing en daarnaast zullen veranderingen, in de stoffelijke wereld voor die mens in feite een verbetering van zowel zijn geestelijke als zijn stoffelijke mogelijkheden inhouden.