Westerse magie.

Westerse magie.

Alchemistische magie

In dit materialistische Westen, dat zegt helemaal niet van magie te houden en er niet in te geloven, bestaat wel degelijk een specifiek op het Westen toegepaste magie. Het wonderlijke is dat hee1 veel mensen niet eens weten dat ze eraan doen. Neem nu b.v. de tijd van Sinterklaas.

Sinterklaas is niet alleen maar een goedgeefse heilige, al heeft de kalender van Rome dat er enige tijd van gemaakt. Hij is eigenlijk een godheid die in de tijd van de hoogste nood en armoede (de winterzonnewende] door de lucht gaat en geschenken brengt opdat men de winter beter kan doorstaan. Het is dus een natuurkracht,

Het wonderlijke is dat de mens die natuurkracht ook zelf moet aanroepen. In de oude Germaanse denkwijze is dat: zelf iets maken en geven. Dus niet iets kopen en geven, neen, iets zelf maken en geven. Dus een deel van je eigen kracht, je voorstellingsvermogen en moeite aan een ander schenken. Door dit te doen, breng je de godheid ertoe om antwoord te geven. Heel veel mensen geven zelfs nu nog cadeautjes met Sinterklaas in de hoop dat ze zelf ook niet worden overgeslagen. Dus wat dat betreft bestaat het nog. Het belangrijke element hierbij is nu juist dat in de westerse magie altijd weer iets van jezelf een rol speelt.

De alchemisten b.v. hebben het over de vele verschillende soorten sulfer en de verschillende soorten vuur. Maar het wonderlijke is dat de belangrijkste sulfers en het belangrijkste vuur in de alchemist schuilen. Ze zijn deel van zijn persoonlijkheid. Hij verzamelt ze in zich en projecteert ze buiten zich. Pas daardoor kan bij zijn opus, zijn werk, volbrengen. Het is een manier van denken die tegenwoordig nog voorkomt.

Neem nu de moderne economie. Als ik steeds uitbreid, word ik steeds rijker. Dat geldt in zaken dan ook als een soort dogma. Ten aanzien van de mens schijnt men het ook toe te passen, ofschoon iemand die steeds uitbreidt, steeds meer moeite en kosten krijgt om zich te kleden. Men denkt nl.; als wij actiever worden, zal het antwoord van de wereld bestaan in een grotere activiteit, die dan voor ons weer gunstig is. Maar is dat wel zo? Eigenlijk alleen als je er zelf deel van bent. En dat deelzijn impliceert dat je precies behoort op de plaats waarop je werkt. Dus niet; ik werk om het geld. Neen, dan is dat element al weg. Ik werk om iets te maken. En wat ik maak, is belangrijker dan wat ik krijg; dat is eigenlijk bijkomstig. Dan blijkt, hoe beter ik het maak en hoe meer ik maak, des te meer ik krijg. Het is dus helemaal niet een wet die alleen met natuurkrachten te maken heeft. Het werkt zelfs bij de mensen onderling. Op die manier kunnen we dan proberen het geheel op een rijtje te zetten.

Er zijn vele soorten magiërs. Wij hebben de alchemistische magiërs maar evengoed de natuurmagiërs (soms heksen, soms druïden), daarnaast hebben we nog de krachtmagiërs, die werken vanuit de kracht van het symbool. Maar altijd werken ze op basis van de westerse, mens, de westerse kracht en het westerse symbool. Ik zet de regels, die voor allemaal gelden, even onder elkaar.

  1. Ik kan de wereld slechts dan beheersen, indien ik iets van mijzelf aan de wereld toevoeg.
  2. Datgene wat ik in het klein doe, zal het geheel van krachten in beweging brengen waardoor het resultaat groot is. Bij de alchemist van de Italiaanse alchemie, die veel meer magische karakters had dan de latere vormen geldt: “als ik door mijn kracht één deeltje lood kan veranderen in goud, dan zal het zich voortplanten zolang mijn kracht het vuur rond de bokaal blijft beheersen”. Ik heb dus een basisdenkbeeld nodig en de rest groeit. Dit groeiprincipe zit overal bij.
  3. Al datgene wat ik verenig, verenigt krachten. Al datgene wat ik scheid, doet krachten teloor gaan of heft ze op.

In de gehele magie van het Westen is het toevoegen of samenvoegen een van de belangrijkste dingen die er bestaan. Als je hoort van de verschillende poeders, die in de alchemie worden gebruikt, dan denk je: dat zijn bijzondere chemicaliën. Soms is dat wel zo. Maar het belangrijkste is niet dat je die poeders hebt, maar dat je ze op de juiste manier samenvoegt. Als we kijken naar de druïdische magie, dan is er een ogenblik dat de elementen worden verenigd met de vruchten der aarde. Dan is het helemaal niet belangrijk dat men veel of weinig vruchten heeft, of men één druppel water gebruikt of een hele plens en of ze werkt met een aansteker of met een kolenvuurtje dat eerst door een brandglas is aangestoken. Dat zijn allemaal riten. Het belangrijke is dat die dingen op het juiste ogenblik worden samengebracht. Het is de combinatie ervan waaruit de kracht van vruchtbaarheid moet voortkomen. Bij de symboolmagiër vinden wij dat ook. Heel vaak maakt hij een symbool, een zegel of een genezing brengend amulet. Nu denken de meeste mensen: als je maar dat tekentje hebt, dan is het goed. Neen, er hoort wat bij. Heb ik te maken met een zegel, dan hoort daarbij bijna altijd een aanvullend zegel. Het zijn twee verschillende krachten. Door die te combineren (meestal door ze op elkaars keerzijde te maken), krijg ik pas de werkelijke realisatie van het idee.

Door de ideeën samen te voegen, worden ze tot een kracht. Scheid ik ze weer van elkaar, dan gebeurt er niets al heb ik die mooie tekeningen en symbolen nog net zo. Bij de medische amuletten is het nog veel aardiger. Een zekere mijnheer Paracelsus, u kent hem beter als Theophrastus Bombastus von Hohenheim, schreef als hij iemand voor een bepaalde ziekte behandelde, een zegel uit. Hij stelde een zegel samen met de juiste diagrammen, met de tekens van de planeten en al wat erbij kwam, in de juiste volgorde. Maar die dingen werkten niet tenzij de patiënt, op het ogenblik dat hij dat zegel in zijn nabijheid kreeg, ook een bepaald poeder of een bepaalde drank consumeerde. Dat waren dan drankjes waarvan je je afvraagt waarom ze eigenlijk werkten. Er zaten natuurlijk wel werkzame bestanddelen in, maar dat was niet veel. Hier is dus schijnbaar het drankje de drager geworden van de kracht van de talisman, ze kunnen niet zonder elkaar. Dit is een van de meest belangrijke ideeën die men zich maar kan voorstellen.

In de alchemie geldt namelijk dat het scheiden van de bestanddelen (de distillaties) altijd de voorbereiding is. Het distillaat op zichzelf is niet actief. Het wordt pas actief wanneer men er een ander distillaat of een andere stof aan toevoegt. Vaak gaat men zelfs zover dat men zegt (dit is ook alchemistische magie]: “als ik eenmaal het agens (het werkend bestanddeel) heb gevonden, zo zal het veelal niet zelf veranderen, maar het zal door zijn aanwezigheid de verandering afdwingen. Dat is eenvoudig te vertalen: als ik bepaalde stoffen wil laten samengaan, kan dat soms niet in de alchemie totdat ik een derde stof eraan toevoeg. Die stof blijft zichzelf maar door haar aanwezigheid maakt ze de eenwording van de andere stoffen mogelijk. Datzelfde doet men hier dus ook.

Ik heb altijd een bepaalde basiskracht nodig. Die basiskracht wordt vaal erg geestelijk vertaald. In de Pistis Sofia komt dat wel even ter sprake als er wordt gezegd: “in mijzelf ken ik het licht of het vuur.” (beide is mogelijk). De adem wordt vaak als de uiting ervan gezien. ” Ik bezit in mijzelf dus ook de kracht (de emotie). Wanneer ik de kracht gebruik zonder het licht, zo ben ik geen meester. Gebruik ik het licht zonder de kracht, ik zal beseffen en niet bereiken. Maar indien ik beide tezamen doe gaan en ze meng in de juiste verhouding, dan is mij niets onmogelijk.” Ja, daar zit je dan. Het is allemaal vaag. Zeker de alchemistische magie is vaag. Ze is zelfs vager dan welke andere vorm van magie ook.

Het is duidelijk, je kunt gevoelens niet omschrijven. Je kunt bepaalde innerlijke processen wel aanduiden maar degene die er nooit mee te maken heeft gehad, weet niet waar je het over hebt. Als je onderscheid maakt in werkingen, gaat het dikwijls om dezelfde kracht. In één alchemistisch manuscript wordt het woord ‘zwavel’ zonder verdere aanduidingen als rode, witte enz. gebruikt in 23 betekenissen. Elk van die betekenissen wordt bepaald door de context waarin het woord staat. Maar als je dat nu niet weet, denk je dat het gewoon gekkenwerk is. Waar gaat het om? Het is hier een gevoelswaarde. De zwavel is in dit verband gevoel. Dat wordt duidelijk gemaakt door de woorden die eromheen staan. Maar dat gevoel ondergaat bepaalde veranderingen, de emotie ondergaat escalaties. Dit wordt dan weer aangegeven door de woorden die een volgende keer erbij staan. Lees je het geheel, dan zeg je feitelijk: ik moet eerst mijn kracht verzamelen, mijn vuur uitstralen op mijn doel (het wordt dan omschreven als een soort pot) en nu moet ik voortdurend die emotie uit mijzelf puren en die op een bepaalde manier steeds veranderen. En elke fase van emotie moet ik weer dat vuur en het werk dat ik doe, erkennen. En dan kom ik tot mijn eindresultaat.

Het is erg aardig; maar een leek heeft er niets aan, al leest hij de mooiste verhandelingen daarover. Dat is trouwens met alle westerse magie wel een beetje het geval omdat de westerling uit een andere hoek het bovennatuurlijke benadert. Niet als een normale eigenschap die hij bezit, maar als iets wonderlijks wat buiten hem bestaat en wat hij dan in zichzelf eerst moet wekken. Je imiteert a.h.w. God om zo de werking van God buiten je manifest te maken. Dat maakt het geheel erg ingewikkeld want het proces van het wekken van bepaalde dingen in jezelf, kan zeer sterk verschillen. De ene Druïde b.v. werkt met bepaalde takjes en de andere met tamelijk orgastische praktijken, beiden met hetzelfde doel. De manier van benadering kan dus een heel andere zijn, maar kennelijk is het proces, waar het om gaat, toch hetzelfde.

Aangezien het in deze cursus nu eenmaal zo gesteld is dat ik ook nog een paar dingen moet vertellen waarmee u zelf wat kunt knutselen, zal ik proberen u een paar eenvoudige regels te geven.

  1. Iets wat je wilt doen of wilt bereiken, kan niet méér zijn dan een denkbeeld, tenzij je het bindt aan een vast iets. Dat kan een voorwerp zijn, het kan een persoon zijn, het kan een omgeving zijn, maar je moet een voorstelling hebben van iets materieels waaraan dit gebonden is
  2. Het is altijd nodig om eerst je gevoel van kracht te wekken. Dat betekent dat je je gevoelens van aarzeling en onmacht moet vergeten en het gevoel van kracht projecteren op dat ene doel dat je je hebt gesteld in zijn materiële vorm. Op het ogenblik dat je het gevoel hebt: nu laad ik dit voorwerp, of wat je dan hebt, op met deze kracht, ik vul het ermee, ga je proberen je gevoelens t.a.v. het gestelde doel ook nog eens te analyseren. Dan zeg je: ik voel dat het zo kan zijn of dat het zo moet worden. Naarmate de betekenis die je geeft aan het voorwerp, meer samenhangt met een praktisch stoffelijk gebeuren, zul je in dat gekozen object (voor werp enz.) die verandering nog sterker en directer tot stand brengen. Het magisch opladen van een voorwerp, kan heel erg dienstig zijn. Maar als je dit alleen doet met je kracht, krijg je hoogstens iets wat gemakkelijker resoneert op de invloeden van buiten, maar die invloeden kun je niet beheersen. Maar als je nu diep in jezelf een gevoel weet te kweken waardoor de betekenis van het voorwerp nog eens zeer nadrukkelijk vanuit jezelf wordt beleefd, terwijl je daaraan ook je kracht geeft, dan ontstaat er een lading waardoor het voorwerp een vaste invloed bezit. Het wordt niet meer van buitenaf aangesproken maar het straalt uit. Dat geldt ook voor een omgeving. Daarin is een sfeer ontstaan die niet door mensen kan worden beïnvloed, mensen worden door die sfeer beïnvloed. Als je het thuis buitengewoon gezellig wilt hebben wanneer er iemand komt, dan stel je je die ruimte voor. Je probeert in jezelf een gevoel van kracht te vinden, je straalt die kracht uit en dan probeer je aan te voelen: wat zal het zijn’? Het gevoel uitstralen, a.h.w. beleven wat in dat vertrek de relatie zal zijn tussen de mensen, hoe de sfeer is waardoor ze zullen worden beïnvloed. Als je dat goed aanvoelt, kun je in betrekkelijk korte tijd een vertrek laden. Dat betekent dus dat je je gasten een beetje naar je hand kunt zetten, als je handig bent.
  3. Als ik voorwerpen alleen laad met mijn gevoel van kracht (mijn licht of mijn vuur) en ik doe dat met twee voorwerpen en ik geef dan één voorwerp aan een ander, terwijl ik mijn eigen voorwerp weer begin te laden met die emotie erbij (dus met een vast doel), dan blijkt dat het tweede voorwerp nu als een ontvanger gaat werken. Het gaat dat doel bijzonder scherp omlijnd uitstralen en zal daarmee dus kracht in beweging zetten. Je kunt op die manier mensen genezen. En als je wilt kun je hen ook nachtmerries geven. Ik zou het niet doen want je weet nooit wat er terugkomt.
  4. Een ander handigheidje, dat in dit verband ook wel aardig is: als je een handvol gewone kiezelstenen hebt, ga je ze een voor een bevoelen. Er zijn stenen bij die een beetje prikken in je vingertoppen; die doen je wat. De rest gooi je weer in de tuin waar je ze vandaan hebt gehaald. Nu ga je het volgende doen. Je neemt de steentjes in je handen en probeert ze weer te laden met je kracht. Dus het vuur wordt erin gebracht; je verandert ze. Dan ga je je voorstellen wat je wilt dat ze tot stand brengen. Dat kan heel erg ver gaan. Je kunt b.v. zeggen: iemand zal op het ogenblik van zijn examen ‘total recall’ hebben, hij herinnert zich alles wat hij heeft gelezen over de vragen die hem worden gesteld. U kunt ook zeggen: die persoon verzwikt een enkel en blijft mank. Als u nu zo’n doel eraan verbindt, dan blijkt dat die invloed blijft bestaan, zolang u tenminste één van die steentjes bij u houdt en tenminste één van de andere deponeert in de buurt van degene die het examen moet afleggen. U behoeft dat steentje niet bij u te houden. Het kan rustig in de kast blijven. Het steentje voor de ander, als u het niet in zijn zak wilt doen, kunt u het rustig in een hoekje van zijn kamer leggen of onder de drempel van de deur. Nu is het leuke dat u op die manier automatisch die kracht aan de ander toevoegt.

Ik wil u niet de raad geven om voor iedereen examens te vervalsen, want dat is het wel een beetje. Maar het is prettig, als u iemand goed toewenst, dat u hem dat gevoel van zekerheid, van vrede geeft waardoor hij gemakkelijker door het leven kan gaan. Zolang u leeft en dat ene steentje niet weer opnieuw behandelt (instraalt, oplaadt), blijft die kracht bestaan. In Europa deden ze het meestal met stukjes hout van de hazelaar of van de beuk.

Dit zijn, meen ik, een paar praktische tips voor de huis-, tuin- en keukenmagiërs. Wat ik u nu allemaal heb verteld is inderdaad te doen. Zoals er werkelijk alchemisten zijn geweest, die echt goud hebben gemaakt. Zoals er alchemisten zijn geweest, die echt hun geest naar verschillende sferen hebben uitgezonden en die de trap der wijsheid hebben bestegen en daaruit voldoende gegevens hebben overgehouden om allerlei uitvindingen te doen en om allerlei mogelijkheden te bereiken. Er was er zelfs één bij die kans heeft gezien om een groot aantal eeuwen te leven. Er zijn dus ontzettend veel mogelijkheden. Het gebruiken van die mogelijkheden berust op de combinatie van het gevoel van innerlijke kracht en de gevoelswereld (de emotie plus de voorstellingswereld) die in elke mens zo’n grote rol speelt. En hoe meer je positief werkt voor anderen, hoe groter de kracht die je in jezelf ervaart. Want als je het idee hebt: ik geef iets wat bijna goddelijk is of dat bij het goddelijke behoort, sta je ook voor het goddelijke. Als je denkt: ik geef iets waaraan iedereen eigenlijk de p…. heeft behalve de duvel zelf, dan zul je ontdekken dat Joost een heel slechte patser is. Hij betaalt niet veel. Hij geeft niet veel terug voor de energie die je eraan spendeert.

Begrijp dus goed: al die alchemisten, de Druïden en al die andere magiërs van het Westen hebben gebruik gemaakt van de eigenschappen en de denkwijzen, de gevoelswereld van de westerse mens. Daarop zijn hun recepten, hun werkwijzen, hun riten gebaseerd. Maar als je die niet allemaal kent, kun je toch zelf werken met soortgelijke mogelijkheden en krachten. Het feit op zichzelf dat je dit kunt doen, maakt je, eigenlijk of je het wilt of niet, een klein beetje tot een magiër. En als je het doet met lichtende krachten, tot een wit-magiër, die in feite dan de priester is van het witte licht en die misschien eens zal ontdekken thuis te horen bij een Orde van Melchizedek of iets dergelijks.