De wet van evenwicht als praktische levenservaring

16 september 1969

Een wet van evenwicht is natuurlijk niet zonder meer uit te leggen. Wij kennen een aantal regels of wetten die wij kosmische wetten plegen te noemen. Wij noemen ze kosmische wetten omdat ze, zover ons bekend, overal en op elk terrein geldend zijn. Maar wanneer we deze wetten nu zien, dan blijkt dat ze voor ons in verschijnselen uiteenvallen.

De wet van evenwicht zegt heel eenvoudig: Waar een invloed op één punt in het geheel plaats vindt, op een tegenoverliggend punt een gelijksoortige waarde en/of actie plaats vindt, zodat het evenwicht, d.w.z. de structuur van het geheel, gelijk blijft. Maar nu spreken wij ook over bv. oorzaak en gevolg. Oorzaak en gevolg is eveneens onze uitdrukking voor de wet van evenwicht. Maar nu gezien in de tijd, dan spreken wij over de wet van gelijkblijvende velden en we drukken wederom die wet van evenwicht uit volgens onze eigen visie, maar nu op het terrein van de energie.

Wanneer wij spreken over de wet van evenwicht moeten wij over een werkelijk al bestaand principe debatteren of spreken. Nu zijn er natuurlijk verstoringen van evenwicht mogelijk, laten we zeggen in uw eigen cultuur. In uw eigen cultuur kan op een gegeven ogenblik een verstarring plaatsvinden, dat kan een sociale, een economische structuur zijn, dat kan misschien een mentaliteit zijn. Wanneer deze verstarring plaatsvindt dan zeggen we: er kristalliseert zich een groep uit. Die belemmert dus de rest van de mensen in beweging te komen en te blijven zoals zij dat zelf wensen. Naarmate het kristallisatieverschijnsel grotere aantallen of meerdere groepen omvat, zullen wij zien dat gelijktijdig dus de resistentie van degenen die nog bewegend zijn tegen deze verstarring groter wordt. Er ontstaat opstandigheid, er ontstaat rebellie. Die opstandigheid en die rebellie die kunnen we weer niet binden aan een principe, zo vreemd als het moge klinken, ze heeft slechts als doel de verstarring op te heffen en daarmee een blijvende, en voor iedereen aanvaardbare ook, evenwichtigheid weer tot stand te brengen.

Ik kan me voorstellen dat u zegt: is dat nu een praktisch voorbeeld van de wet van evenwicht? Inderdaad, want wanneer wij in een maatschappelijke structuur zien dat ergens een fixatie plaatsvindt, een vastleggen van iets dat dus niet meer in zichzelf leeft en actief is, dan moeten we begrijpen dat tegenover dit verschijnsel van verstarring, vermindering van activiteit elders een vermeerdering van activiteit en wel op een tegengesteld punt plaats vindt. Op deze manier kun je dus die kwestie van evenwicht eigenlijk uitdrukken als de dingen heffen elkaar altijd weer op. In de tijd kun je dat nooit helemaal zeggen omdat de tijd voor de mens een reeks opeenvolgende gebeurtenissen is, terwijl vanuit een ander standpunt er sprake is van een lijn, een meetbare lijn, aan beide kanten betreedbare lijn desnoods, waarop een gebeuren is gefixeerd. Maar laten we dan proberen het anders te stellen.

Wanneer ik goed doe, verander ik iets. Dan moet er dus ten aanzien van het goede wat ik doe ook weer iets ontstaan wat het tegengestelde is: kwaad. Naarmate ik meer kwaad doe, zal ik iets in beweging brengen dat meer goed is. Dat is voor de mensen meestal moeilijk te begrijpen, ze denken absoluut, ze denken in een richting. Maar dat komt omdat ze zichzelf beschouwen als het criterium voor alle gebeuren. Ze zeggen wij weten dat, wij beschouwen dat, wij constateren en dus is het zo. Maar links en rechts veranderen, naarmate u uw eigen houding verandert. Goed en kwaad veranderen naarmate de maatschappelijke normen en het geloof in die maatschappij veranderen. Wanneer we dat nu gaan begrijpen dan weten we dus het besef is niet bepalend maar het is wel zeker dat, wanneer op punt A iets gebeurt, er op punt B eveneens iets gebeurt.

Dat betekent dus eigenlijk dat alle verandering die wij tot stand brengen, gelijktijdig door een andere verandering wordt opgeheven. De enige verandering die dus de moeite waard is, is de verandering van ons eigen wezen. Wij kunnen niet de maatschappij veranderen, of de mensheid veranderen, wij kunnen alleen onszelf de mens of de geest veranderen. En nu blijkt dus dat er functies zijn van die wet van evenwicht die voor ons bijzonder interessant kunnen worden omdat zij mogelijkheden laten. Want al wat ik tot nu toe heb gezegd dat brengt je er eigenlijk toe om te zeggen; nou ja, laat de zaak maar gaan, het is niet belangrijk. Wanneer ik mijn ervaring uitbreid, mijn inzicht, dan worden mijn negatieve mogelijkheden eveneens groter. Maar, ik behoef ze voor mijzelf niet te realiseren. Dat wat bestaat, behoef ik niet geheel te uiten of waar te maken ik kan volstaan met het waarmaken van delen ervan.

Hier komen we aan een praktisch punt. Ik ben alleen, ik kan alleen betrekkelijk weinig bereiken. Wij zijn met meerderen, onze gezamenlijke krachten stellen ons in staat om veel meer te bereiken dan elk van ons afzonderlijk zou kunnen presteren. Hierdoor ontstaan weliswaar andere problemen, want de compensatie blijft aanwezig, maar voor mijzelf kan ik dus verdergaan. En daaruit moet je de eerste conclusie trekken: In de wet van evenwicht kan ik nimmer aannemen dat ik iets buiten mij blijvend kan beïnvloeden. Ik kan slechts mijzelf veranderen ten aanzien van datgene wat bestaat. Wanneer ik met anderen tezamen werk, kan ik mijzelf, mijn besef, mijn verhouding ten aanzien van de wereld, sterker veranderen en kan ik dus voor mijzelf meer mogelijkheden scheppen. Wanneer ik energie verbruik, zet zij zich onmiddellijk om in energie van een andere vorm. In de praktijk blijft het quotiënt energie dat verloren gaat zo klein dat we het mogen verwaarlozen, zelfs op materieel vlak. Wanneer ik een gedachte uitzend (en dat is energie) dan zal er een vorm ontstaan van energie die anders is dan de in mij bestaande, levenskracht bv. En zo zegt de wet van evenwicht dat ik het totaal van de in mij bestaande kracht kan omvormen in elke andere vorm van kracht of energie die voor mij voorstelbaar en projecteerbaar is. Ik kan dus met die kracht heel wat doen, maar ik put ze uit mezelf. En daar staan we dan op een dood punt, want ik heb zelf maar bepaalde capaciteiten. Ik kan niet meer energie afgeven dan ik heb. Totdat we gaan beseffen dat de begrenzing die ik stel aan mijn energie niet de begrenzing is van een hoeveelheid, maar van een gebied waaruit ik put. Wanneer ik dat weet, doen we weer een stapje verder, dan kan ik dus zeggen:

Wanneer ik mijn besef ten aanzien van de kracht die ik bevatten kan op welke wijze ook vergroot, zal mijn vermogen om kracht uit te stralen even groot worden. Ik kan geen kracht vernietigen, ik kan geen kracht oproepen, ik kan slechts kracht in werking en vorm veranderen. Deze verandering is voor mij kenbaar, hoe zij voor anderen kenbaar is weet ik niet. Zij zal gepaard gaan met een verandering van krachtverhouding, waardoor het evenwicht overal hersteld wordt.

Wanneer je eenmaal zover bent dat je kunt accepteren dat alles ten aanzien van mijzelf relatief is met dien verstande dat de som van alle tegendelen altijd dezelfde blijft, dan kan ik pas mijn wereld gaan beschouwen en dan kan ik zeggen: wat ik dus zus doe betekent dat ik iets zo niet kan doen. Wanneer ik kies voor richting A, kan ik niet gelijktijdig in richting B gaan. Of nog eenvoudiger te zeggen, je kunt nooit je koek hebben en opeten tegelijk.

Pas dat nu eens toe op je eigen leven. Wat vind je belangrijk? U kunt natuurlijk geld verdienen, veel geld verdienen misschien, dat is erg mooi. Maar om dat geld te verdienen moet u zich andere mogelijkheden ontzeggen. Die andere mogelijkheden die u zich ontzegt, spelen in uw eigen wezen en leven een grote rol. U beperkt dus uw leven door gericht in een bepaalde categorie uw energie te besteden. De vraag is dus niet: kan ik mijn energie vergroten? Dat is een sprookje wat heel vaak wordt verteld. De vraag is: kan ik leren mijn energie volgens mijn persoonlijkheid juist te besteden? Daar kun je regels voor geven:

Al datgene waarin ik volledig kan opgaan, is harmonisch met mijn wezen. Het vergroot het gebied waarin ik bewust werkzaam kan zijn en waaruit ik krachten kan putten. Dat daardoor veranderingen elders ontstaan, gaat mij niet aan. Ik kan daar niets aan doen, dat is een kosmische wet. Ik moet dus kiezen in de eerste plaats in de richting die voor mij de belangrijkste is. Ik moet beseffen dat ik nooit twee dingen tegelijk kan doen. Wanneer ik begrijp dat ik geen twee dingen tegelijk kan doen, wordt duidelijk dat de bewuste keuze de meest belangrijke is. En u ondergaat alles dus met een voortdurende verandering. Want die wet van evenwicht betekent niet alleen dat het voor u zo is, maar het is ook voor anderen zo. U wordt beïnvloed door alle werkingen die evenwicht tot stand willen brengen. Dit houdt in dat uw eigen pogen, uw eigen gerichtheid en uw eigen belangstelling nooit op één punt mogen zijn gefixeerd. Je mag niet zeggen; alleen zo is het goed. U moet zeggen: het is nu zo goed. En daaruit volgt dan de conclusie:

Leef in het heden. Wat u nu erkent, bent, en doet is in overeenstemming en harmonisch met uw wezen wanneer u een beetje verstandig reageert. Wat u morgen wilt of zult gaan doen, kan alleen voor u betekenis hebben zover het direct betrekking heeft op de werkelijkheid van vandaag. Alles wat vandaag niet aanwezig is, kan ik morgen niet zonder meer gaan vervullen. Dat verandert. Ik kan de invloeden van vandaag aanvoelen, ik kan ermee werken, die van morgen niet.

Er is niets dat ik definitief kan hebben. Klinkt gek, de meeste mensen zeggen: Hebben is hebben en krijgen is de kunst! Kijk zodra ik iets bezit, maak ik het tot deel van mijn wezen, mijn persoonlijkheid. Dat betekent dat een ander deel van mijn persoonlijkheid niet actief kan worden. Naarmate ik dus meer bezit, zal ik in feite minder mijzelf zijn, of mijzelf bezitten.

Wanneer wordt gezegd dat een arme gemakkelijker in hemel komt dan een rijke, dan zeggen de meeste mensen: ja maar, rijk is de weg naar de hemel toch wel eenvoudiger! Dat is niet waar, want je bent nl. aan bezit gebonden. Wanneer ik iets werkelijk bezit of wil bezitten, dan bind ik daaraan een deel van mijn kracht, van mijn energie. Deze behoort niet meer aan mijzelf, zij is deel geworden van een ander. Dit deel kan ik niet meer terugkrijgen. Als u op de centen bent en u geeft penningen uit, dan geeft u daarmee iets van uzelf, iets wat u niet terug kan krijgen. Wanneer u van een ander ontvangt, dan is een deel van zijn energie bij u.

Op het ogenblik dat u dit bezit wederom als belangrijk beschouwt, wordt u beïnvloed door de persoonlijkheid van die ander. Uw innerlijk evenwicht raakt in de war, u moet veranderen in uw reactie om dat te compenseren. Die veranderingen zijn meestal niet gunstig. Maar wanneer ik dus iets krijg en ik beschouw het niet als bezit, ik zie het als onbelangrijk, dan zal de energie die daarin zit, vrij moeten komen, maar zij kan niet gelijktijdig mijn wezen bedwingen. Wat doet ze dus? Zij lost op, zij verdampt a.h.w. in de omgeving en die energie is dan sterk vatbaar voor mijn eigen gedachteninvloeden.

Probeer u het volgende in te denken. Iemand geeft u iets. Dat is een eigendom waar een ander erg op gesteld is geweest. Dan kun je dat psychometrisch wel aanvoelen, je kunt daar allerhande invloeden uit aflezen. Maar u zegt dit ding op zichzelf dus niets, het is geen bezit, het is geen hechting daaraan, het is gewoon gebruik, dan komt die energie los. Omdat het energie is die in uw omgeving loskomt, wordt ze door uw eigen gedachten gevormd, uw gedachten zijn een soort voortdurende uitzending die het krachtspatroon in de omgeving bepaalt. Uw uitstraling wordt a.h.w. verrijkt met de werkzame factor van de omgeving die u niet beschouwt als deel van uzelf, uw bezit, uw noodzaken. Hieruit volgt hoe minder je begeert of verlangt, hoe rijker je bent omdat je de energie hebt om steeds meer rond je te beïnvloeden. Dat is allemaal de wet van evenwicht.

Er zijn ook andere facetten van de wet van evenwicht, die de mensen misschien minder gemakkelijk begrijpen. Ik wil er één van aanhalen: Het is één van de spreuken van Hermes Thoth op de zogenaamde hermetische tafel gevonden. Daar staat op:” Zo het boven is, is het beneden, zo het beneden is, is het boven”; dat is de wet van evenwicht. Gelijke waarden. Er is geen grotere wereld boven, er is geen kleinere wereld beneden, er is een identiteit. Het enige, en dat vergeten de meeste mensen, is dat we In feite met een spiegeling te maken hebben. Wanneer dat nu alleen een kwestie zou zijn van een hemel dan zouden we zeggen nou ja een fictieve wereld, maar het zou ook dimensionaal kunnen worden uitgedrukt. Bij de toevoeging van een dimensie, van een extra afmeting, aan een driedimensionaal stelsel zullen de figuren, wanneer we ze willen voorstellen, een andere omvang krijgen. Maar wanneer we ze bezien in hun vierdimensionale structuur dan blijkt dat we a.h.w. de binnenkant van een kubus aan de buitenkant hebben zitten.

Daarmee krijgt u dus ook nog een andere verwisseling: binnen en buiten. Binnen en buiten zijn in de wet van evenwicht waarden die elkaar in balans moeten houden. Wanneer u innerlijk verandert, zult u uiterlijk ook moeten veranderen. Verandert u uiterlijk, dan zult u innerlijk moeten veranderen. Komt u in een andere sfeer of wereld, dan is al wat nu uw uiterlijk is, een beetje naar de binnenkant gedrongen en wat nu uw innerlijk is, met al zijn kwetsbaarheden en zijn mogelijkheden, is de buitenkant van het voertuig. Wij weten dat dit voorkomt wanneer een mens uittreedt en de sferen betreedt. Dan geloof ik dat we daar een paar punten moeten aan vastknopen.

Wat in mij is, is in evenwicht met wat buiten mij, is. Wanneer ik dus mijn uiterlijke norm verander, zal ook mijn innerlijke waarde en norm aangepast daaraan, verandering ondergaan. En dat betekent eenvoudig bv. iemand is laf. Je vertelt hem voortdurend dat hij een held is, er komt een ogenblik dat hij innerlijke lafheid niet meer aanvaarden kan. Dat zijn innerlijke reactie die van een held wordt. U noemt dat suggestie, maar het is een overdracht van buiten naar binnen of omgekeerd. Kijkt u maar eens naar iemand die betrekkelijk eenvoudig en armelijk gekleed gaat. Geef zo iemand de beste, de modieuste kleding en u zult zien dat het gedrag van die mens ineens verandert, alleen maar door een andere placering in de wereld, ontstaat er een innerlijk totaal ander proces. En dat betekent dat we onszelf kunnen beïnvloeden. In dat opzicht, wanneer wij innerlijk bepaalde dingen vinden die we niet aanvaardbaar achten, dan moeten wij trachten uiterlijk anders te reageren. Wij moeten ons uiterlijk gedrag baseren op het feit dat deze feiten niet aanwezig zijn, of zelfs dat we de tegenovergestelde deugden bezitten. Het resultaat is dat onze besefswaarden, onze reactie op de wereld, daarmee onze bewustwording, een wijziging ondergaan. Die wijziging is voor ons van belang, niet voor de totaliteit. Maar omdat zij voor ons van belang is, verandert ze wel onze relatie met de totaliteit.

Dan hebben we in die wet van evenwicht, waarvan ik uiteraard der zaak maar een paar facetten kan belichten, nog een eigenaardigheid die zegt: overal waar iets is, is ook niets. Ik heb hier iets, en dus heb ik niets. Kan ik ook zeggen, ik heb hier niets, dus heb ik iets. En dat is nu het typische, waar ik iets heb, valt de idee weg. Waar ik niets heb, is een idee. Een groot gedeelte van het menselijke proces van leven is gemoeid met het overdragen van idee naar werkelijkheid. Maar helaas ook al te vaak door het verliezen van de idee, door een gebondenheid aan die werkelijkheid. Wanneer ik een idee heb, dan is daarbuiten niets. Ik maak het buiten mij en ik ben leeg. Denk aan een schrijver. Hij schrijft een roman, hij vormt a.h.w. in zich een complete wereld met allerhande drama’s. Nu heeft hij dat allemaal neergeschreven en het vreemde is, op het ogenblik dat hij dat allemaal neergeschreven heeft, is hij leeg, is er van binnen niets meer. Er kan wat nieuws ontstaan, maar dit is het niet. Deze overdrachtelijkheid gebruiken we dus ook. Wanneer ik een idee heb, dan kan ik die idee dus alleen fixeren in mijn wereld, door ze waar te maken. Het gaat er niet om of die idee goed is of verkeerd van mijn standpunt uit, heb ik niets mee te maken. Om de idee uit mij weg te werken, moet ik haar verwezenlijken. Vb. Iemand is op dieet, daar staat een heerlijk stuk gebak. Wanneer je weet dat het er staat of je het ziet of niet, denk je slagroom en gebak en niets anders. Wanneer dat voortdurend in de buurt blijft wordt dat een fixatie, d.w.z. je wordt beheerst dag en nacht door droombeelden van wat zou het lekker zijn enz. Alles is gereleveerd met dat gebak. Maar stel nu dat dat gebak verdwijnt, het is er niet meer, wat krijgen we dan: jammer maar ja…en dan begint van binnen het proces van een anders gerichte gedachte. We zijn er niet meer mee gebonden. Dit is niet alleen maar een uitleven of afreageren wat de mensen ervan willen maken. Het betekent eenvoudig dat de waarden die buiten mij bestaan en mijn denken beheersen en dus leegmaken voor al het andere, door mij op één of andere manier uit mijn bestaan reëel moeten worden verwijderd, wil ik de ruimte krijgen voor nieuw denken, voor de nieuwe idee. Op deze manier leeft ook u, want dit heeft niet alleen iets te maken met een kunstenaar maar ook met uzelf. U heeft bepaalde denkbeelden die u bezighouden, goed. Probeer ze om te zetten in de werkelijkheid of op een andere wijze reëel te zien. Pas wanneer u dat hebt gedaan, hebt u ruimte voor iets nieuws. Dat is ook een evenwicht. D.w.z. geestelijke bewustwording of innerlijke vernieuwing, of hoe men dat ook pleegt te noemen, is een voortdurend proces van het in het “ik” bestaande, naar buiten toebrengen en waarmaken, in welke verhouding dan ook, opdat men in zichzelf nieuwe denkbeelden, nieuwe gedachten, nieuwe krachten kan wekken, die dan op hun beurt weer naar buiten geprojecteerd worden.

Kosmische wetten zijn eigenlijk nooit praktisch. Ze omvatten te veel. Die wet van evenwicht die bepaalt evengoed de omloopbaan van de zon, rond een niet gekend middelpunt ergens in het melkwegstelsel van uw aarde rond die zon enz. als ze de samenhang bepaalt van moleculen, van atomen, als ze bepaalt hoe u leven kunt en niet leven kunt. Ze bepaalt geestelijke waarden en de materie. Ze bepaalt zelfs de voortdurende verhouding tussen wat wij geest en wat u de idee zou kunnen noemen en de materie. Ze is eenvoudig de grondregel van een onveranderlijk Al dat door ons, krachtens ons besef, als voortdurend veranderd beleefd wordt, doordat wij steeds nieuwe facetten daarvan zien.

Een vaste waarde kan, wanneer wij maar voldoende andere mogelijkheden van benadering vinden, voortdurend zichzelf vernieuwen. Soms worden we getroffen door de totaliteit, soms door detail enz. U moet eens aan de eeuwigheid denken als iets dergelijks, of de totaliteit. Een kathedraal perfect in evenwicht, daarin zijn alle mogelijkheden en waarden gefixeerd. Nu kan mijn bewustzijn op heel veel manieren die eeuwige werkelijkheid benaderen en nu kan ik daarmee dus in harmonie zijn. Harmonie is ook een vorm van gelijkklinkendheid, d.w.z. van evenwichtigheid. Ik kom in harmonie niet met het geheel voortdurend, maar steeds met andere details. Daardoor vergeet ik het geheel, of de resten die ik niet zie. Zie ik het geheel dan zijn de details a.h.w. verdwenen. Mijn besef, wanneer, ik dat daarbuiten projecteer, is dus eigenlijk iets wat voortdurend anders de zaken beziet maar daardoor ook voortdurend anders kan reageren. En dat is nu eigenlijk de tijd waarin we werken. Dan is het ook duidelijk dat we indien we onze benadering of tempo van benadering kunnen veranderen, onze harmonie met datgene uit de oneindigheid waarmee we op dit moment verbonden zijn, verandering ondergaat. Dat we zelfs van een detailbeeld naar een totaalbeeld kunnen overgaan of omgekeerd. Voor een mens is dat redelijk natuurlijk niet mogelijk. U kunt dat niet logisch doen. Je ondergaat dat, je ervaart dat vanbinnen. Maar de benadering is iets wat je wel redelijk nog wel beseffen kunt. Je kunt met je denken niet bepalen hoe je iets uit die oneindigheid beleeft, of wat het voor je betekent. Maar je kunt wel bepalen, door je denken dat je op een andere wijze het geheel gaat benaderen, waardoor in jezelf andere belevingen en emoties ontstaan.

Wat ik allemaal verteld heb is van zeer grote praktische betekenis, maar je moet het zelf toepassen. Het vreemde is dat die toepassing altijd persoonlijk is. Wanneer je dus zegt: ik wil uit die wet van evenwicht leren wat ik op aarde beter kan doen. Dan moet u zich eerst eens afvragen: wat ben ik, wat wil ik, wat beschouw ik als onvervreemdbaar deel van mezelf? Soms is dat een huis, soms zijn dat mensen. Wat beschouw ik als deel van mezelf? Wanneer u dat weet, kijk dan wat u overhebt. Wat alleen maar “ik” is, wat niet verbonden is met andere mensen met goederen, ideeën enz. Werk met dat gedeelte, dat is het eerste beginsel. Ik kan u wel zeggen: vergeet al uw bezit, maar als u probeert het te vergeten, dan vergeet u wat u ermee moet doen, omdat het zoveel moeite kost om het te vergeten. Daarom is dat natuurlijk een dwaze benadering. Maar ik heb iets overgehouden in mijzelf dat vrij is, daarmee kan ik werken, daarmee kan ik beïnvloedingen scheppen die voor mij belangrijk zijn. Denken, ik heb bepaalde denkbeelden. Misschien weet ik wel dat ze niet helemaal reëel zijn, maar ik kan er niet omheen. Ik heb ze als kind geleerd misschien of ze zijn voor mij zo ingeboren dat ik er niet af durf. Ga niet proberen uw denkwijze of denkbeelden te veranderen, zover ze gefixeerd zijn. Verander in datgene wat overblijft van uw denken, dat gebied waarin u wel zonder weerstanden op te wekken vrij kunt denken en gelijktijdig ook mee kunt voelen met uw gedachten, een voorstelling van uzelf die verschilt van hetgeen u nu denkt te zijn en die toch daaruit opgebouwd is. Dat laatste is niet zo moeilijk want dat doet u haast spontaan. Hierdoor kunt u krachtens een voorstelling een vorm van zelfsuggestie misschien uzelf uiterlijk helpen veranderen.

U kunt uw eigen capaciteiten naar buiten toe helpen veranderen. En u kunt daarnaast op den duur door die uiterlijke verandering ook innerlijk een grotere vrijheid vinden en een juistere methode van denken. Want dat is ook een kwestie van accumulatie, dat stapelt zich op. Je begint met een klein stippeltje waarheid bij een hele massa leugens. Maar als je van die waarheid uitgaat, brokkelt er iets van de leugen af. Op den duur hou je waarheid over. Op die manier kun je jezelf veranderen. Dan de vraag: wat kan ik ermee doen? Met energie bv., met kracht.

Ik kan me voorstellen iemand wil een ander genezen of zo. Iemand wil telepathische boodschappen overbrengen enz. Dan beginnen we weer. Ik kan alleen datgene doen wat ik ook voor mijzelf vanuit mijzelf mogelijk acht. Heb ik dit geconstateerd, dus ik geloof dat ik kan genezen, iets verplaatsen zonder dat lichamelijk te doen, iets horen of zeggen tegen anderen die niet binnen bereik zijn van mijn normale zintuigen, dan kunt u daarmee gaan werken en wat u nu doet, is dit: u bouwt eerst een beeld op van wat u wilt gaan doen, een denkbeeld. U moet ervan overtuigd zijn of het mogelijk is. Dan vraagt u zich af: hoe zou ik volgens mijn huidige toestand en mogelijkheden dat misschien het beste kunnen doen? U zult ontdekken dat u een groot aantal van die denkbeelden terzijde moet gooien omdat ze niet passen bij de werkelijke mogelijkheden die u hebt, omdat ze niet in overeenstemming zijn met uw gevoelens en denkbeelden. Er blijft iets over. Dat wat overblijft, gebruikt u als de materiële uitdrukking van dit vertrouwen, uw zelfvertrouwen. Het vreemde is dat dit zelfvertrouwen dan door een daad is vastgelegd. Het is niet meer nodig jezelf te vertellen dat je je zelfvertrouwen hebt, het is reëel geworden, het staat nu buiten je. En je kunt nu, in de plaats van dit zelfvertrouwen, een daad, een gedachte in jezelf scheppen die je dan krachtens dit naar buiten toe vastgelegde zelfvertrouwen kunt projecteren. Je kunt dus een mens genezen wanneer je zegt God geef mij de kracht of de geest geef mij de kracht. Maar niet wanneer je zegt: ik moet afwachten of God of de geest mij de kracht geven.

Je kunt zeggen: ik kan telekinetisch iets tot stand brengen. Maar dan moet ik eerst het vertrouwen hebben dat ik dit onder de omstandigheden zou kunnen doen. Ik moet dus niet zeggen: er moet een geest komen die dit voor mij doet. Je moet zeggen: Ik kan dit zelf. En wanneer ik dat vertrouwen heb en ik vind dan een symbolische handeling, een houding, een uitdrukking of wat dan ook waarin ik dit zelfvertrouwen kan fixeren, dan komen die krachten bij mij vrij. Grijp, bij uw poging om wat men noemt paranormale krachten te gebruiken, nooit naar het onwaarschijnlijke. Datgene wat u onwaarschijnlijk ervaart, acht u immers in wezen voor uzelf onmogelijk of bijna onmogelijk. Ga uit van de kleine dingen die u als mogelijkheid beschouwt. Besef zeer wel dat u een mens lichamelijk kunt genezen, maar wanneer u niet de totale werking naar buiten toe weet te richten, is de kans groot dat hij daardoor innerlijk verandert en een zekere schade heeft. U kunt een mens geestelijk genezen, maar het kan een schok zijn die lichamelijke gevolgen heeft. Wanneer u dus met die wet van evenwicht werkt, hebben wij een afleidingspunt nodig en dat is ook belangrijk. De wet van evenwicht maakt het a.h.w. noodzakelijk dat ik de werkelijke energie altijd uiteindelijk ergens breng waar ik en degene waarin die energie moet werken misschien, er dus niets meer mee te maken hebben. Dat is gemakkelijker dan u denkt. U denkt bv. een telepathische gedachte en dan zegt u tegen uzelf wanneer die gedachte er dus is, die kracht dat is gelijktijdig en dan zegt u maar: licht voor een ander, dat gaat op in de zon. Wanneer het maar buiten het begrip van uw persoonlijke communicatie komt te liggen. Daardoor wordt het makkelijker, kunt u makkelijker behouden wat u ontvangt voor uzelf, kunt u gemakkelijker uitzenden en wordt u niet door residuen, dus blijvende verbondenheid met personen die u niet wenst, geplaagd.

Ook in het zakenleven zou u met die wet van evenwicht veel kunnen doen. Het is zo in zakendoen, ik krijg meer dan dat ik geef. Dat is geen gezonde zaken techniek zullen velen zeggen, ik moet zo weinig mogelijk geven en zoveel mogelijk krijgen. Maar er is een verhouding. Ik kan dus bv. dienstbaarheid of persoonlijke vriendschap geven naast de goederen, dan wordt daardoor de mogelijkheid om iets voor die goederen terug te krijgen verhoogd. Het kan de prijs zijn, maar het kan evengoed zijn, de regelmaat van afzet. Je kan iemand voorspiegelen: mijn product is het beste. Dan moet mijn product zo goed zijn dat het beantwoordt aan de verwachtingen van anderen. Is dat niet het geval, dan mag het nog zo goed zijn, dan wil hij het niet.

Dan is er nog een punt. Omdat door de wet van evenwicht de compensaties overal optreden rond u, kunt u nooit aannemen dat een ander precies doet wat voor u juist is of wat u juist acht. U bent de enige die werkelijk van zich uit juist zou kunnen handelen zonder dat daar gelijktijdig allerhande invloeden op het ik komen afstromen die alle bereiking tenietdoen. Dus laat nooit iets aan een ander over dat je zelf doen kunt. Wacht nooit op initiatieven van een ander wanneer je zelf een initiatief kunt nemen. Wacht nooit af tot een ander voor je heeft gedacht. Probeer zelf met de ander mee te denken of zelfs iets beter en sneller te denken. Dan staat er tegenover dat ik natuurlijk niet teveel in de buitenwereld moet gooien. Naarmate ik meer praat, schep ik bij een ander meer gedachten. Naarmate ik meer naar een ander luister, schep ik bij mezelf een groter denkvermogen. Naarmate je beter weet te luisteren, zal je beter beseffen en daarom juister reageren. Dat is ook de wet van evenwicht. Zelfs in de geneeskunde komt dat op zekere hoogte voor. Wanneer ik nl. een patiënt medicijnen geef en ik geef een te kleine dosis, dan is de vraag of het lichaam de dosis accepteert als denkbeeld, als voorbeeld in zichzelf, en daar iets verder uit produceert. Er zijn geneeswijzen die daarop zijn gebaseerd, waarbij je dus eigenlijk maar sporen krijgt van medicijnen en het lichaam aan de hand van dit voorbeeld a.h.w. zelf verder moet werken. Ik kan iemand een te grote dosis geven van medicijnen, die behoeven dus helemaal niet schadelijk te zijn. Maar dan ontstaat wederom een ander proces dan ik eigenlijk bedoeld heb. Vb. Er zijn bepaalde vitaminen als B. Wanneer je daar een mens dus een regelmatige dosis van geeft, hebben ze een bijzondere goede invloed onder meer op het zenuwstelsel. Geef aan diezelfde mensen een overdosis en er ontstaat een over-stimulans. In plaats dat de mensen rustiger worden, worden ze in feite gespannener, ook al vinden ze dat in het begin een beetje een opgepept, een beetje een prettig gevoel.

Ik moet dus altijd naar een verhouding zoeken. En de juiste verhouding, de juiste combinaties zijn van het grootste belang. Het is zelfs zo dat indien je iemand wil opereren, dan heb je te maken met een type patiënt. Heb ik nu te maken met een type patiënt die dus zijn maximum aan levensenergie heeft in de avond, dan zou ik eigenlijk in de avond moeten opereren, omdat dan de weerstand tegen al wat optreedt bij de patiënt het grootst is. Ik moet een zekere harmonie, een zekere aansluiting zoeken. En wat zien we dan? Wanneer het tegengestelde gebeurt, wanneer ik opereer op het moment dat de patiënt het zwakste is, dan ontstaan niet alleen maar voor de patiënt grote lichamelijke schade, maar er ontstaat gelijktijdig een soort fluïdieke beïnvloeding die over het algemeen, het operationeel verloop voor de chirurg en zijn assistenten veel zwaarder maakt. Als u dat even gaat begrijpen, al denkt u alleen maar over die mogelijkheid, u hoeft het niet zo aan te nemen zonder meer; dan zult u zich geloof ik toch ook wel ergens gaan voorhouden dat je met dat evenwicht wel het één en ander kunt doen.

Een laatste aspect dat alleen in de tijd, in de mensenwereld dus bruikbaar is. Wanneer een evenwicht bestaat dan zal dit evenwicht op den duur wankeler worden naarmate het langer bestaat. Dat wil zeggen dat naarmate de duur van het evenwicht langer is in de tijd, de verstoring van het evenwicht door een geringere invloed kan geschieden. Een verstoring van evenwicht kan vaak met een zeer minieme kracht tot stand worden gebracht. Indien men voldoende beseft op welke wijze dit evenwicht in de tijd bestaat. Wanneer het gaat om een denkwijze die je aan moet tasten, vraag je af hoe lang iemand dit gedacht heeft. En dan moet je natuurlijk niet een gedachte er tegenover zetten. Tegenover een gedachte moet je altijd een feit zetten. Iemand die zijn leven lang één en hetzelfde evenwicht van gedachten heeft gehandhaafd kan, met één enkel feit volledig uit het lood worden geslagen. En een feitelijke structuur die dus jarenlang bestaat kan vaak door een denkbeeld volledig tot een chaos worden.

En als u dat onthoudt dan weet u toch ook alweer hoe u het voor uzelf soms bereiken kunt. Dan zult u zeggen altijd voor jezelf, ja ook wat u doet voor de wereld, wat u doet voor anderen, doet u in feite voor uzelf. Omdat u nooit weet wat het voor een ander betekent, omdat u nooit weet hoe dat evenwicht zich uiteindelijk hergroepeert, maar slechts weet dat u door zo te reageren voor uzelf in een aangenamere toestand van evenwicht komt te verkeren.