Het weten – consequenties en gevaren

20 september 1983

Mag ik beginnen met op te merken dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. We hopen dus dat u zelf zult willen nadenken over alles wat besproken wordt.

Verder viel mij op, kort voordat ik mijn intrede deed, dat u zich bezig hebt gehouden met de vraag wat normaal is. Ik zou u de oplossing graag aan de hand willen doen, dan weet u dat althans. Het is bij veelvuldig onderzoek op velerlei terrein gebleken dat normaliteit slechts zelden optreedt. Wanneer je dus normaal bent, ben je abnormaal en ik hoop dat u daarmee rekening wilt houden.

Voor de rest heb ik geen specifiek onderwerp in gedachte voor deze avond, wanneer u in een bepaalde richting wilt gaan kunt u dat kenbaar maken.

  • Er zijn een paar suggesties binnengekomen, broeder, namelijk het weten, consequenties en gevaren ervan, gezien vanuit de praktische bewustwording en causaliteit, omdat men al eens zegt: onwetend kan men niet zondigen.

Ja, daar kunnen we wel een en ander over zeggen.

In de eerste plaats: Weten betekent: de feiten geconstateerd hebben. Wanneer u dus zelf de feiten niet geconstateerd hebt, dan weet u iets niet zeker en wanneer de feiten niet bewijsbaar zijn en u meent toch te weten, dan gelooft u. Het jammere is dat velen die beweren te weten, wat het werkelijke weten betreft, vaak geloven.

Een kwestie van weten is altijd een doordringen tot de essentie van de zaak. Verschijnselen kun je kennen, maar weten daaromtrent houdt in dat je weet hoe de verschijnselen tot stand komen, wat ze veroorzaken en wat hun feitelijk resultaat zal kunnen zijn. Je bent dus als het ware doorgedrongen tot de kern van de zaak en dit betekent dat je voor die kern van de zaak ook medeverantwoordelijkheid gaat dragen. Laten we het heel simpel zeggen in termen van deze tijd: Wanneer in Europa een Russische aanval plaats vindt, veronderstellenderwijs hoor, het zal wel niet gebeuren, dan is het wel zeker dat gezien de werkelijke afweerkracht van de NAVO, tactische atoomwapens zullen moeten worden ingezet om de gemotoriseerde en tankspitten van de Russen terug te dringen. Wanneer dit gebeurt, en er worden verder geen lange en middellange afstandswapens ingezet, wat overigens ook nog een grote vraag zou zijn, betekent dat wel dat een behoorlijk deel van Noord Duitsland, waarschijnlijk tot Beieren toe en waarschijnlijk ook in de kustgebieden tot Sleeswijk-Holstein in het noorden en waarschijnlijk tot de kust van Nederland en België en een deel van Frankrijk, door fall-out en andere verschijnselen, als straling, radiatie en hitte, toch dermate geteisterd zouden worden, dat gerekend kan worden op een tijdelijke ontvolking, vermoedelijk 150 tot 250 jaar van een groot gedeelte van dit gebied. Het houdt verder in het wegvallen van de productiemogelijkheid van Europa voor ongeveer 25 tot 30 %.

Wanneer je dat weet, is het dan nog verantwoord zelfs maar te denken aan strategische atoomwapens? Volgens mij niet. Maar wanneer je dat niet weet kan ik mij voorstellen dat je zegt: Ja maar, die wapens betekenen kracht en kracht heb ik nodig want de macht van mijn tegenstander is groot.

Hier ligt de vraag dus weer in het weten. Op het ogenblik dat het werkelijk weten aanbreekt is er een aansprakelijkheid, een verantwoordelijkheid. Zolang die er niet is, bestaat die verantwoordelijkheid in veel kleinere mate.

Ik weet wel dat het tegenwoordig mode is om iemand achteraf aansprakelijk te stellen. Er zijn gevallen bekend, in België bijvoorbeeld, in Nederland, in Duitsland, in Frankrijk en zelfs in Engeland, waar mensen veroordeeld zijn op grond van wetten die nog niet in dat land bestonden op het ogenblik dat de daad werd begaan. Dit is natuurlijk onzin. Het is een tegemoetkomen aan de wraakbehoefte van de mensen misschien, maar wij zouden ons dus moeten beperken tot de vraag of weten dan ook gelijktijdig, zoals u zo mooi stelde, betekent dat je meer zondigt?

Ik zou zeggen, ja, want hoe beter je weet wat je moet doen, hoe groter de mogelijkheid dat je het niet doet of wat anders doet. Onwetendheid is dus in zekere mate een bescherming. Die bescherming valt weg naarmate we verder doordringen in de essentie van de dingen, maar de mens denkt in termen van weten over het algemeen maar wanneer het gaat om wat men noemt wetenschap. En wat wetenschap is weet u waarschijnlijk en als u het niet weet wil ik het wel even zeggen: Wetenschap is een op door herhaling als juist bewezen feiten, gebaseerde reeks van onderstellingen en uitleggingen welke tezamen een zeer beperkt deel van de totale scala van fenomenen kan omschrijven. Wetenschap gaat echter veel verder, want we hebben niet alleen te maken met het feitelijke weten van deze wereld en al wat daarmee samenhangt, we hebben ook nog te maken met een innerlijk weten:

Dit innerlijk weten is voor ons veel moeilijker uit te leggen omdat we dat niet kunnen bewijzen. Het is gebaseerd op zuiver persoonlijke factoren. Maar er zijn dingen die voor u verkeerd kunnen zijn en die voor een ander goed zijn. Het verkeerde komt dan misschien voort uit uw conditionering in uw jeugd, uit de maatschappij waarin u leeft, de wijze waarop u godsdienstig gedresseerd bent, al die andere dingen. Maar dat neemt niet weg dat voor u die dingen verkeerd zijn, dat ze ingaan tegen uw eigen gevoel van juistheid. Voor een ander kan de zaak omgekeerd liggen: wat u heel goed vindt, kan voor die ander verkeerd zijn. Ook wanneer dit weten bestaat, houdt het in dat je er rekening mee moet houden. Het innerlijk weten omtrent goed en kwaad, zelfs wanneer dit niet op een absolute basis te plaatsen is, houdt in dat je eigen oriëntatie in het leven gebaseerd moet zijn op het vermijden van kwaad en het zoveel mogelijk accentueren van het goed. Want dit goede geeft ons innerlijke rust, het geeft ons bevrediging. Het kwaad daarentegen wekt spanningen op, confronteert ons met zaken als schuldbewustzijn, berouw, onbewuste behoefte misschien om onszelf voor het kwade te straffen en de gevolgen daarvan zullen in ons leven regelmatig optreden.

Ook hier kun je weer zeggen: naarmate je minder weet, dus minder weten in jezelf hebt omtrent goed en kwaad, zal je minder zondigen en zal je ook minder verantwoordelijkheid dragen. Het wonderlijke is dat men dit bij volwassenen op aarde niet pleegt te aanvaarden. Men heeft nu eenmaal algemene normen aangelegd en iedereen heeft zich daar maar aan te houden. Is het redelijk? Ik denk het niet, want elke mens heeft zijn eigen innerlijk, zijn eigen achtergronden. Elke mens heeft zijn eigen drijfveren die hij over het algemeen niet, of zeer ten dele, kan beheersen. Kijk je dus naar een individu dan moet je zeggen: Voor elk bestaat een afzonderlijke norm. Wanneer je bij kinderen aanvaardt, omdat ze het nog niet weten en omdat ze moeten leren, dat ze vaak zichzelf zijn, dat ze vragen stellen die erg pijnlijk zijn soms, dat ze dingen doen waarvan je je afvraagt: is dit nu niet verschrikkelijk, dan moet je dat bij volwassen mensen eveneens kunnen tolereren wanneer het voortvloeit uit hun eigen persoonlijkheid, uit hun gevoel voor juistheid of onjuistheid.

Laten we nu eens verder kijken wat kosmisch weten eigenlijk heeft ingehouden in alle eeuwen. Kosmisch weten was in feite een soort filosofische wetenschap. Het is een filosofie waarbij je verklaringen vindt voor het onverklaarbare in jezelf en buiten jezelf.

Dan kun je spreken over de demon in mij, het licht in mij. Dat licht is er natuurlijk niet letterlijk, maar wanneer je het zo ervaart en je erkent je relatie met de buitenwereld als gebaseerd op dat licht dan is dat juist. Wie verder komt in het denken ontdekt een innerlijk licht. Dat licht is niet uit te drukken in lumen of in watt, het is eenvoudig een toestand. Misschien zou je het moeten omschrijven als een toestand van vreugdige vrede of van stille blijdschap. Het is een levensaanvaarding. Deze levensaanvaarding draagt elke mens in zich, ieder op zijn wijze. Helaas echter zijn er zeer vele die daaraan bewust of onbewust voorbijgaan. Zij zeggen: Ik moet mij houden aan de uiterlijkheden, het innerlijk doet er niet toe. Maar het innerlijk is bepalend voor alles wat het uiterlijk tot stand brengt.

In de stelling van het onderwerp komt het begrip causaliteit, oorzaak en gevolg, naar voren. Nu is causaliteit iets wat je filosofisch kunt aantasten. Het is namelijk nooit met zekerheid te zeggen waar een keten oorzaak en gevolg zal beginnen, of waar ze eindigt. Het is zelfs mogelijk dat er sprake is van een kringloop. De zekerheid is alleen deze: een oorzaak is voor ons een keuzemogelijkheid, het gevolg is een resultaat van de gedane keuze en is voor ons onomkeerbaar. Maar in het heelal hangt alles op een andere manier samen dan bij ons. Wanneer we zouden willen spreken over kosmische tijd, dan zouden we spreken over iets waarvan we niet weten hoe het bestaat. Kijken we naar uw eigen wereld, dan weten we: Tijd is een verloop dat in alle organismen zichzelf registreert en dat veroorzaakt wordt door magnetisch veld, rotatie, plus verplaatsing in ruimte. Wanneer we de tijd kosmisch willen bezien, dan kunnen we alleen zeggen: het is existentie. Van ons standpunt uit houdt de tijd op te verlopen op het ogenblik dat wij bewegingloos zijn. Toch is gelijktijdig al het bewegende voor ons gelijktijdig aanwezig. En dit benadert sterk het begrip eeuwigheid. Nu kun je deze tijd nooit lichamelijk beleven. Als je het probeert dan begint je maag te knorren, je krijgt dorst, je krijgt jeuk of je krijgt spierpijn. Maar innerlijk kun je, althans voor korte ogenblikken, deze waarheid, deze tijdloosheid als ik het zo mag noemen, beleven, en dan ontstaat een weten omtrent het verbonden zijn met alle dingen. Alweer een weten dat niet in exacte formules uitdrukbaar is.

Maar je gaat begrijpen dat er een kosmisch evenwicht is en dat elke verplaatsing van een factor ter ener zijde, ter andere zijde een gelijksoortige verplaatsing noodzakelijk maakt omdat het evenwicht in zichzelf voortdurend zichzelf herstelt. Dan voel je dat je zelf een factor bent in dat gehele spel en dan kom je tot de misschien wat filosofische maar toch innerlijk onomstootbare wetenschap: Al wat ik doe beïnvloedt het andere en de oorzaak die het daardoor vormt voor wijziging in het andere is door mijzelf niet beheersbaar. Ik kan mezelf bepalen op grond van mijn innerlijk, maar ik kan nooit bepalen wat ik veroorzaak in de wereld buiten mij.

Dat kun je met een voorbeeld toelichten. U ziet iemand die volgens u onschuldig gevangen is genomen en u bevrijdt die mens, u hebt daar de gelegenheid toe. Nu blijkt later dat die man een paar moorden begaat daarna, het kan ook een vrouw zijn, de emancipatie stelt, wat dat betreft, beide gelijk. Dan kunt u daaruit een conclusie trekken: Ik heb dus die moord mogelijk gemaakt. Hebt u nu kwaad gedaan? Er zullen vele mensen er zo over denken en zeggen: Ja dan hebt u toch gezondigd. Ik zeg u: U hebt niet gezondigd, u hebt datgene gedaan wat voor u het meest juiste was.

U ziet een arme drommel in de kou en u zegt: Nou ja, ik heb nog wat franken in mijn zak, u grijpt een paar munten en zegt: Hier, ga een koffie drinken of neem een kom warme soep of wat anders. Die man gaat onmiddellijk naar een drankzaak, laat zich vollopen voor eigenlijk meer dan hij kan besteden, wankelt daarna vrolijk naar buiten, wordt bevangen door de kou, loopt tegen een rijdende auto aan en gaat vervolgens over. Hebt u nu de dood van die mens veroorzaakt? Eigenlijk wel, maar u was daarbij niet werkelijk betrokken. U was oorzakelijk, maar u was niet betrokken.

Want vanuit het werkelijke weten ontdek je dat je vaak niet kunt bepalen wat het naar buiten toe betekent voor een ander, wat je tot stand brengt. Het enige dat je werkelijk kunt bepalen is of datgene wat je tot stand brengt, beantwoordt aan je innerlijk begrip van juistheid. En dan zien we dus een heel rare situatie ontstaan. Mensen die denken dat ze het beste doen, kunnen het slechtste veroorzaken. Ook het omgekeerde kan waar zijn. Iemand pleegt een roofoverval. Hij slaat iemand neer om hem te beroven. Hij doet dat in een donker straatje, slaat iets te hard, schedelbasisfractuur. Hij weg met een portefeuille die later, wat betreft de inhoud, nog tegenvalt ook. Nu zou je zeggen: dat is een misdaad. Maar toevallig was die man op weg om een bom te plaatsen en als die bom zou zijn afgegaan dan zou een heel koophuis in mekaar gestort zijn en zouden daar misschien vijfhonderd slachtoffers zijn geweest. Heeft die man nu iets goeds gedaan? Nee, hij heeft niets goeds gedaan. Hij heeft verkeerd gehandeld, want hij weet dat die aanval onjuist is. Maar in het totale plan was het nodig dat die bom niet geplaatst zou worden en dus niet zou exploderen, daarom werd hij gelijktijdig het werktuig. Nu zou het misschien ook geweest kunnen zijn dat het geen man was geweest die met een knuppel een schedelbasisfractuur veroorzaakte, maar dan zou er iets anders zijn geweest. Misschien zou hij onvoorzichtig zijn overgestoken en onder een auto gekomen. Misschien zou hij ergens een been gebroken hebben onderweg door verkeerd af te stappen van een of ander voertuig of van een of andere verhoging. Die bom zou niet geplaatst zijn.

En dat brengt ons tot het volgende raadsel. De vraag of er nu voorbestemming is of niet? Want zoals ik dit nu vertel zijn de gevolgen vaak onontkoombaar. U bent zelf alleen maar een agerende factor waardoor het gevolg gerealiseerd wordt. Daar kunnen we iets op zeggen. Er bestaat een zo algemene drang of dwang dat zekere verschijnselen eenvoudig niet op te heffen zijn. Dat wil niet zeggen dat degene die ze veroorzaken, ze wensen. Dat degene die misschien daarbij uitbarstingen veroorzaken, dat werkelijk voor ogen hebben gehad. Ik wil alleen maar zeggen dat een algemene tendens zich altijd zal manifesteren omdat ze door te vele factoren als een spanning in het geheel wordt gebracht.

Wanneer u zich dat goed realiseert dan kunt u dit overal zien. Heeft u weleens gehoord van al die mensen die bij voetballen slaags geraakt zijn met elkaar? Engelsen kunnen er wat van. Nederlanders kunnen er wat van. De Belgen beginnen er wat van te leren. Wanneer die mensen daar naartoe gaan dan kun je zeggen: ze gaan om geweld te plegen. Dat is niet helemaal waar. Ze gaan er wel met een spanning naartoe waarbij ze heel graag een robbertje willen vechten. Ze willen zich een beetje waar maken, goed. Nu behoeft er maar één persoon te zijn, die, heel onschuldig, iets roept, bijvoorbeeld: Hup Beerschot, terwijl er tegenstanders om hem heen staan, en dan slaat de vonk in de pan, dan is er een explosie, dan begint het. Is nu die man met die uitroep schuldig? Nee, natuurlijk niet. Maar had die man iets anders kunnen roepen? Ja. Er is toch iets gebeurd. De spanning heeft zich opgebouwd, zeker als de eigen club verliest en het resultaat is dat er gevochten moet worden. De vraag is alleen maar wat de eerste aanleiding zal zijn?

En daar leren we dan iets over oorzaak en gevolg meteen en gelijktijdig over voorbestemming. De voorbestemming is niet individueel aanwezig. Ze geldt niet voor iedereen gelijkelijk: U bent voorbestemd om dit te doen en voorbestemd om dat te doen. Maar u wordt wel door de gemeenschap bestemd. D.w.z. wanneer een groot aantal mensen onder een bepaalde stemming lijden, dan zal die spanning tot uiting komen. De oorzaak waardoor dit geschiedt staat niet vast, de uitbarsting is echter onvermijdelijk.

En dan ga je als vanzelfsprekend vragen: Hoe zit dat met onze geestelijke zaken en onze geestelijke krachten? Geestelijk gezien liggen de zaken ongeveer als volgt. Een mens is veel meer dan hij lichamelijk vertoont, d.i. duidelijk. Hij leeft in een totale bewustzijnswereld en dat moet u dan maar van me aannemen of voor uzelf verwerpen. Er zijn daarbij een aantal belangrijke geestelijke voertuigen die elk weer tot een eigen wereldje, of moet je zeggen niveau van kracht of bewustzijn behoren.

Ook in die wereldjes ontstaan spanningen, ook daarin kun je behoren tot een bepaalde groep, tot een bepaalde richting a.h.w. Ook daar kun je oorzakelijk worden voor een uitbarsting van kracht of kun je misschien meegesleurd worden wanneer een ander een oorzaak schept zonder dat u dit zelf geheel kunt bepalen of beheersen. En ook dat is interessant. Het houdt in dat in het menselijk bewustzijn, want van de geest ben je je meestal niet volledig bewust, bepaalde drang en zelfs dwangverschijnselen meespelen waardoor geestelijke processen bepaald worden en waardoor stoffelijke mogelijkheden gericht en eventueel beperkt kunnen worden. Daarnaast kunnen ook energieën van geestelijke aard ook stoffelijk gemanifesteerd worden.

Nu zal een mens zich vaak meer bewust worden van de relatie met die andere wereld, dat andere bestaan, wanneer er een schok optreedt. We weten dat op aarde nogal wat mediums, helderzienden, telepaten en dergelijke hun gaven verkregen hetzij via een ongeluk, een verwonding of een periode van zeer ernstige zenuwspanning. Het blijkt dus dat overbelasting op stoffelijk terrein in sommige gevallen de invloed van het geestelijk deel kan vergroten.

Dan moeten we ons als vanzelf de vraag gaan stellen of we niet geregeerd worden in onszelf door zaken waarin we weinig of soms zelfs niets weten. Het antwoord lijkt me onvermijdelijk, ja te zijn. Maar aangezien ons handelen door ons willen mede door onszelf bepaald wordt, zijn wij niet aansprakelijk voor die zaken, waarvan wij de werking en de oorzaak niet beseffen. Slechts daar waar wij zelf, vanuit onszelf en bewust ageren, zijn wij aansprakelijk voor datgene wat wij daarmee volgens ons willen in beweging brengen. Dus al het andere telt eigenlijk niet mee voor schuldbegrip. En dat houdt in dat een hele hoop mensen vrijgesproken kan worden, die de mensheid sterk veroordeelt. Maar het houdt ook vaak in dat je een groot aantal mensen eigenlijk op innerlijke basis moet veroordelen ofschoon zij in de ogen van de wereld misschien helden, of redders van de economie zijn. Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt.

Dan komen we verder aan de vraag en die is: in hoeverre is een reeks van oorzaak en gevolgwerkingen dan constateerbaar? Is het mogelijk te weten wat er gaat gebeuren? Want dat is toch een menselijke benadering. En dan is het antwoord: Op individuele basis is dit niet redelijk mogelijk. Op individuele basis kun je wel zeggen: Dit is de huidige stand van zaken, ik herken daarin een oorzaak, dus een keuze noodzaak, maar de gevolgen worden bepaald door de persoon zelf. Wanneer een zuiver persoonlijke prognose wordt gemaakt zal die altijd moeten berusten op een rechtlijnig reageren aan de hand van de nu bekende oorzaken en toestanden, eventueel mede aan de hand van voor later berekende waarschijnlijke beïnvloedingen. Dat kan dus nooit volledig waar zijn.

Kun je dat voor een groep doen? Hoe groter de groep is, hoe verder vooruit je vast kunt leggen wat onvermijdelijk zal gebeuren. Hier kun je dus niet alleen mogelijkheden voorzien, maar zelfs directe ontwikkelingen. Naarmate de groep groter wordt, zal de tijdspanne, waarover je de ontwikkeling kunt voorzien, eveneens toenemen en dat betekent dat massaliteit dus eigenlijk iets is als traagheid. Eén mens kan een beslissing nemen, soms gewoon door een impuls op een gegeven ogenblik, soms voordat hij innerlijk tot een bepaald besef is gekomen en daarmee wijkt zijn hele lot af van al datgene wat je zou kunnen voorzien.

Bij die massa zijn er zoveel individuen, want een massa is geen wezen, het is een conglomeraat van individuen, dat zij als het ware met hun eigen beslissingen, toch altijd elkaar voor een deel counteren, ze heffen elkaars werking en beslissing op binnen de gemeenschap. Daardoor ontstaat vanuit de gemeenschap een dwang waarin gebeurtenissen grotendeels onvermijdelijk worden en dat betekent weer dat er een soort noodlot bestaat dat voor volkeren kan gelden terwijl het gelijktijdig niet, of slechts beperkt kan gelden voor de individuen die erin betrokken zijn.

De kwestie van weten gaat natuurlijk nog wel een beetje verder, want wij denken vaak dat wij iets weten, maar weten wij het wel? Om een voorbeeld te geven: Heel veel mensen weten dat de Bijbel Gods woord is. Is dit weten? Er bestaat geen enkele reden om aan te nemen dat hier sprake is van concreet weten.

Als bewijs voert men de Bijbel zelf aan, maar dat is geen bewijs. Als iemand tegen u zegt dat hij de koning van Spanje is, dan hoeft dat daarom nog niet waar te zijn. Dan hoeft hij met bewijzen te komen en die bestaan er nu juist niet. Je kunt bewijzen dat de Bijbel historisch een groot aantal juiste elementen omvat, niet dat haar pretentie als geheel juist is. Daarom spreken we dan van geloof.

Maar als ik dat zeg ten aanzien van de Bijbel, wat moet ik dan zeggen ten aanzien van de werken van Marx, de geschriften van Engels, de opvattingen van Trotski niet te vergeten die voor heel veel mensen eveneens een onaantastbare waarheid zijn geworden? Dit zijn geen waarheden. De mensen die zich bezighouden met het interpreteren van de werken van Marx of met de inhoud van de Bijbel zijn geen wetenschappers in de ware zin van het woord. Ze zijn uitleggers van onbewezen veronderstellingen en daar komt de grote moeilijkheid: We geloven veel dingen en door ze te geloven, maken we ze tot een persoonlijke waarheid, maar we kunnen niet, al probeert men dat steeds weer, deze als een feitelijke waarheid aan de wereld voor- of op te leggen. Op het ogenblik dat je dat doet, loopt alles verkeerd.

Neem nu bijvoorbeeld de emancipatie van de arbeider zoals Marx die ongetwijfeld voor ogen heeft gestaan en zoals naar ik dacht ook Pjotr Iljitsch Lenin en later Stalin toch wel hebben willen bereiken. Wat is er gebeurd? Doordat men in de plaats van met een werkhypothese met een geloofshypothese te maken kreeg, was het onmogelijk geworden om de zaak aan te passen. Waar aanpassingsmogelijkheid ontbreekt, ontbreekt besluitmogelijkheid. Waar besluitmogelijkheid ontbreekt, ontstaat een noodlot waarbij elke factor van een vroegere oorzaak zichzelf continueert en vaak verveelvoudigt. En dat impliceert vrienden, dat we heel voorzichtig moeten zijn met ons geloven. Ons geloof is onze eigen zaak. Het kan onze eigen innerlijke zekerheid zijn. Wat het nooit kan zijn, is het beheersen van de wereld in de naam van ons geloof, of zelfs maar het opleggen van ons geloof aan anderen. Daarmee gaan we juist een stap te ver. Daar gaan we het rijk der veronderstellingen tot een pseudo-weten verheffen. Dan is geloof een persoonlijke band. Geloof is een persoonlijke band die gelijktijdig een kiezen inhoudt, want wanneer je gelooft moet je het waar maken. Het waarmaken van je geloof betekent: handelen volgens je geloof. Handelen volgens je geloof betekent in de vele keuzemogelijkheden die er voor jou bestaan er een aantal terzijde schuiven als niet passend bij het geloof. Een geloof oriënteert je in een oorzaak en gevolgverhouding op een bepaalde ontwikkeling.

 Kijk, u moet vandaag de dag een keuze maken. Bij die keuze staat vast dat in het gehele volk een zekere tendens onvermijdelijk zich voortzet, daar is niets aan te doen. Het is een spanning die aanwezig is en dat betekent dat zij tot oorzaak wordt van een door niemand, ook niet door politici beheersbare tendens. Maar binnen dat geheel kunt u zelf wel een keuze maken: Nu is het heel vreemd. Wanneer u de keuze maakt om mekaar zoveel mogelijk te helpen en niet te hinderen, ten aanzien van elkaar minder te eisen en meer te geven, dan ontkracht u daarmee de uitwerking van de op zich onvermijdelijke gevolgen. Dan kunt u dus voor uzelf uw lot veranderen zonder dat u daarmee de gehele ontwikkeling ook maar iets kunt doen afwijken van een richting. De betekenissen kunnen veranderen, de eenmaal ontstane reeksen van gebeurtenissen kunnen niet zonder meer worden beperkt. En misschien zou het in België heel goed zijn wanneer men zou begrijpen dat het beter is gelukkig te zijn dan een vaste pree te hebben. Daar zullen niet veel mensen in geloven. Ze denken geluk, geluk dat ligt in de vakantie en dat heerlijk reisje even naar het buitenland, dat even ademen in de wintersport en dan met een paar mooie handtekeningen op het gips weer thuiskomen.

Maar werkelijk geluk dat ligt toch eigenlijk in de menselijke relatie. Die menselijke relatie nu kunt u voor een groot gedeelte zelf bepalen, u kunt zelf uitmaken hoe u met uw medemensen omgaat. U kunt proberen na te gaan op welke wijze dat wat u bent, kan aansluiten, een reactie kan wekken bij de anderen, en dan ook desnoods in het voorbijgaan gewoon de vriendelijkheid uitstralen en proberen de uitstraling van de anderen op te vangen. Dan zult u zelf weten dat u zelf uw wereld maakt, niet omdat je de feiten beheerst, maar omdat je de betekenis van de feiten voor jezelf voor een zeer groot gedeelte zelf mee kunt bepalen.

En dan blijft weer de zondeval over. Ik vermoed dat dat al begonnen is in het paradijs. Adam werd wakker, zag Eva staan, vroeg zich even af wat dat nou weer was, dacht toen even na, voelde zekere gevoelens oprijzen, dacht bij zichzelf: Mag het wel, mag het niet? Ach niet, ’t is zonde. Dus wees hij, hij kende nog niet veel woorden, op Eva. Zonde, val en toen was ‘t een feit. Wat overigens een zeer vrije Bijbelse interpretatie is, zoals u zult begrijpen waaraan volgens de legende nog een door addergebroed gestichte fruithandel voorafging.

Maar wat ik probeer te zeggen is dit: Zonde wordt niet bepaald door iets buiten ons. Het is de relatie met dat diepste innerlijk, die demon, dat licht, zoals wij tegenwoordig vaak zeggen of God, waardoor bepaald wordt wat zonde is en wat niet. Maar hoe meer wij weten omtrent dat Licht en omtrent die God, hoe groter onze innerlijke zekerheden worden. Dat is naar buiten toe steeds nog geloof, want we kunnen er maar een klein deel van waarmaken. Maar voor ons is het de waarheid. Daartegen ingaan betekent een vervreemding van dat Licht en van die God. Adam wandelde met God in het Paradijs en na die bewuste val schaamde hij zich voor God. Hij had een afstand gecreëerd tussen de Kracht waaruit hij was geboren en zichzelf. Dat doen wij en dat is onze zonde.

En deugd? Deugd is niets anders. Niet een bepaalde manier van leven, hoor. De meeste deugd is kosmisch gezien niets anders dan ondeugd, vermomd als vroomheid. Maar de werkelijke deugd in ons is de voortdurende bevestiging van de God die naar ons ervaren, voelen en weten in ons leeft. Hoe meer wij weten omtrent die God, hoe meer wij daardoor beperkt worden in de menselijke keuze van zaken en hoe groter onze vrijheid wordt in de geestelijke ervaring van zaken. Misschien zou jet het inwijding kunnen noemen, ik weet het niet. Maar één ding is zeker: Wanneer je spreekt over schuld, dan moet je je daarvan bewust zijn. Je kunt nooit spreken over de schuld van anderen, die kun je niet meten, tenzij je alleen buiten het ik liggende, of door het ik naar buiten toe geuite feiten en mogelijkheden in beschouwing neemt. De innerlijke mens kun je niet kennen. Daarom moeten we wel terugvallen op onszelf en dan ontdekken wij dat een deel van wat volgens uw kennen nog steeds oorzaak en gevolg heet, te beheersen is.

Denkt u eens aan de oude alchemisten. Ze staan ongetwijfeld aan de basis van de moderne chemie. Maar ze deden dingen die de chemie niet kan, nog steeds niet. Hetzelfde zien wij bij bepaalde Indianenstammen in Midden-Amerika. Zij hebben ondermeer goud gemaakt dat de hardheid heeft van staal. Er is nog niemand die ze het na kan doen en het is ook niet uit te maken op welke manier dat precies gebeurde, tenzij je weet dat ze gebruik maakten van paranormale krachten. Nu blijkt dat de werkelijke alchemist inderdaad chemische reacties kan beheersen. Punt één. Hij kan daardoor, al is het maar het eerste atoom of de eerste molecule scheppen, wat nodig is om een bepaalde reactie te laten verlopen en dan daardoor omzettingsprocessen in grotere mate op gang brengen. Dit is inderdaad in de historie meermalen gebeurd ook al wordt het tegenwoordig schouderophalend afgedaan door degenen die nog niet beseffen dat innerlijke krachten wel degelijk evenzeer de materie kunnen beïnvloeden onder omstandigheden als alle externe krachten en methoden.

Wanneer wij leren onze innerlijke wereld naar buiten toe te projecteren, dan kunnen we daarmee nogmaals in het gemeenschappelijke lot, de oorzaak en de gevolgwerking van de massa, de menigte, niet veel veranderen.

Maar wat wij wel kunnen doen is zelf natuurlijke processen veranderen. Wij kunnen misschien een kwaal die bestaat doen verdwijnen, ofschoon dat medisch gezien onmogelijk is. Wij kunnen misschien een mens kracht geven en tot opgewektheid brengen, terwijl hij volgens de beste psychologen thuishoort in een inrichting omdat hij nu eenmaal onherstelbaar neerslachtig is.

Dergelijke dingen zijn mogelijk. Ik zeg niet dat je daarmee het lot van het geheel verandert, maar je verandert wel je eigen lot en je ontwikkelt je eigen mogelijkheden en bekwaamheden. Door namelijk op deze wijze te werken wordt je steeds bewuster en dus meer wetend, deel van een steeds groter deel van het bestaan, inclusief je medemensen.

Dit impliceert een beter inzicht, daardoor meer kennis. Kennis betekent de mogelijkheid innerlijke krachten steeds verder in je eigen wereld te manifesteren en dat tezamen voert dan uiteindelijk tot een langzaam beheersen van je stoffelijk lot terwijl je innerlijk weet en je gelijktijdig steeds nauwer bindt aan een bepaalde keuzereeks binnen dit lot.

Oorzaak en gevolg zijn vaak in zichzelf teruggrijpende ketens. We kunnen nooit zeggen waar iets begint of waar het eindigt. We kunnen slechts zeggen dat, waar het bestaat, het onontkoombaar is tenzij één schakel in die keten verbroken kan worden.

Voor uzelf kunt u dit vaak doen door middel van uw geestelijke krachten. Voor de gemeenschap kunt u dit niet doen, maar u kunt wel, langzaam maar zeker, het evenwicht binnen die gemeenschap zo veranderen, dat ook eindelijk zij de keten verbreekt van het onontkoombare noodlot en een nieuwe keuze maakt en daarmee een nieuwe reeks van oorzaak en gevolg binnengaat.

Ik hoop dat ik daarmee aan de mij gestelde taak heb voldaan en is dat niet het geval dan hoor ik dat graag van u. Was ik onjuist, onredelijk, onduidelijk, het staat u eveneens vrij om dat nu op te merken. (Stilte)

Mag ik dit beschouwen als een compliment of als een stil verwijt? (Compliment) Dank u, dan geloof ik dat we er goed aan doen het eerste deel van deze bijeenkomst te beëindigen.

Hartelijk dank voor uw aandacht. Ik hoop dat wat ik u gezegd heb niet alleen maar een lege reeks woorden is gebleven, maar dat het u iets heeft laten begrijpen van uw eigen mogelijkheden en daardoor ook de betekenis die weten, zowel in je wereld als in jezelf, voor u wel degelijk bezit.

IMPROVISATIE, slotgedeelte.

En uit de tijd zo zult ge lezen

Hoe groot het is, hoe sterk en zwaar

Om waarlijk menselijk mens te wezen

En in uzelve geestelijk waar.

Maar wie de waarheid heeft gevonden

Vindt in zich ook die grote kracht

Waardoor je uit jezelf kunt geven

En samenvatten alle leven

Tot het weerspiegelt ene macht

Die al eens in een ongedacht verleden

Het aanzijn gaf en maakte

Tot dat wat het was:

De eenheid van het werkelijk zijn

Waarin de delen menselijk klein

Of dierlijk neergeschreven

Tezamen vormen het ene beeld

Van ene kracht, de ene macht

Het ene Licht, het enig Leven.