Wijsheden van het zeer oude Oosten

image_pdf

 16 oktober 1956

Ik zou voor deze avond graag met u willen spreken over wijsheden van het Oosten, maar van het zeer oude Oosten. Er is een periode geweest, dat juist het Oosten van de wereld de ware kern in zich droeg van de weinige adepten, die op aarde waren. Aan hen zonder meer enige spreuken te ontlenen, brengt enige moeilijkheden met zich. Maar daar staat tegenover, dat wij in een vrije vertaling hun gedachten, die op het ogenblik voor deze wereld nog zo belangrijk zijn, tot uitdrukking kunnen brengen en ik hoop dan ook, dat mijn voornemen in deze uw goedkeuring kan wegdragen.

Er staat geschreven in een van de oudste werken, die in de Potala worden bewaard. “Het leven is een glans vuurs. Men ziet de vlam doch niet haar bron.” Dit uiteen te zetten op de juiste wijze vraagt natuurlijk enig overleg: Het leven is een vlam. Wat is een vlam? Een vlam is een product van een aantal verschillende gassen en kwaliteiten, waarbij warmte vrij komt bovendien licht. Onvolledig als mijn technische kwalificatie is, heb ik deze toch nodig om hiermede uitdrukking te geven aan de bedoeling.

De bron van het leven blijft onzichtbaar voor ons allen. Wij weten niet vanwaar wij komen, wij weten niet waarheen wij gaan. Zeker, wij kunnen soms betrekkelijk ver in het verleden gaan, betrekkelijk ver in de toekomst vooruit zien. Maar desondanks, de ware bron, het ware einddoel, blijven voor ons vaag en nevelachtig, verborgen in de onbegrepenheid, die nog steeds ons eigen wezen regeert. Hoe kunnen wij nu zeggen, dat ons leven is te beschouwen.

Materie beroert geest en er ontstaat leven. Zo ziende is dus al wat op aarde gebeurt een verschijnsel en meer niet, van een samenwerking tussen stof en geest. Het resultaat hiervan beleven wij aan de lijve. Het zou betrekkelijk troosteloos zijn, zo deze zelfde wijsgeer in zijn geschriften ons niet wijst, op de eigenaardigheden van deze vlam des levens.

Zoals het vuur uit de hemel wordt geboren, zo is de mens ontstaan door de ontketening van groot geweld. In dit grote geweld, vond hij zichzelf terug. Simpel gezegd. Maar uit de ontketening van een groot geweld is de mens geboren. Er moet stoffelijk gezien een zeer grote ramp zijn geweest, die uiteindelijk op deze aarde het genereren van dit soort leven mogelijk maakte. Dit bracht bovendien met zich mee, dat ook voor de geest een schokkende gebeurtenis moet hebben plaats gevonden, waar zij plotseling het menselijk voertuig tot haar beschikking kreeg.

Hij gaat dan verder (beter gezegd dit geschrift gaat verder): “Echter niet verloren gaande, zijn de beiden, uit wie de eenheid ontstond, zelve een met het Grote. Onze materie blijft altijd de materie gebonden, onze geest altijd, de geest.” Het zijn de grondstellingen, die noodzakelijkerwijze eerst genoemd moeten worden, willen, wij de denkwijze van deze ouden verder kunnen begrijpen en verstaan.

“Er is een weg”, zo schreef een van hen, “die voert door 18 hellen en 33 hemelen. En in elk van deze werelden zullen wij rusten vóór wij ontsnappen aan deze gebondenheid, de ware bewustwording vinden.”

Men zal zich afvragen, waarom deze getallen? In de eerste plaats: 9 is het getal van de hogepriester. De 18 hellen is de verdubbeling daarvan. De mens, tweevoudig wezen, zal de tweevoudigheid der principes moeten erkennen en aanbidden in het duister, in het negatieve, voor hij tot een ware bewustwording kan komen. Daarnaast de 33 hemelen, product 9. Maar ook 3 x 11. Elf: uitdrukking van het geopenbaard goddelijke, nog niet in zijn volmaakte, maar in zijn aanschouwende vorm. Drie, het getal der 3 principes, waaruit de wereld is opgebouwd: Begrijpelijkerwijze is dit beeld met zijn getallenleer niet geheel gebonden aan de huidige kabbalistische voorstelling en waardering. Toch is de betekenis daarvan ongeveer gelijk. Als resultaat kunnen wij stellen, dat de bewustwording gaat door een totale cyclus, waarbij alle gebieden des levens moeten worden beroerd en uit alle beroering des levens uiteindelijk een bewustwording moet voortkomen.

Wij kunnen niet leven in een hemel, wanneer wij een hel niet kennen. De 18 helse sferen zijn in evenwicht met de 33 hemelse sferen. Ons bewustzijn kan nooit alleen bestaan uit hemelsfeer of uit demonische sfeer. Altijd moeten deze gezamenlijk, daarin aanwezig zijn.

Er is een schrijver, die verder gaat en ofschoon ik aarzel zijn stelling geheel te onderschrijven, meen ik u toch deze hier niet te mogen onthouden. “Achttien keer in de helse sfeer is gelijk aan de 18 uitdrukkingen, die de materie kan vinden en de 18 voertuigen, die het wezen gebruikt op zijn weg naar het begrip. De 33 hemelen drukken uit 33 fasen, waarin hij geestelijk moet ontwaken en sterven, voordat hij uiteindelijk komt tot de volledige bewustwording, waarbij dood noch leven meer bestaat.” Ik zeg, ik aarzel dit te onderschrijven.

Want dit betekent, dat wij de helse sferen deze indeling (overigens de gebruikelijke Tibetaanse Chinese indeling, later ook door de Boeddhisten vaak aanvaard) dat wij deze moeten zien als een splitsing: hel stof en hemel geest. Het wordt mij dan raadselachtig hoe ik moet verklaren, dat een geest in het duister kan leven. Weliswaar kan ik ook daarvoor citaten vinden, maar ook deze berusten m.i. niet altijd op een volledig inzicht van de werkelijke toestand in de sferen. Zo schrijft een volgeling van de door mij geciteerde leraar: “Elke geest die lijdt is verbonden aan de materiele sfeer: en het feit dat ze zich slechts de materie realiseert en niet haar eigen geestelijke waarden, betekent voor haar de helse toestand. Er is hier veel voor te zeggen, ik geef dat onmiddellijk toe: Maar dat houdt in, dat het kwade dus alleen in stoffelijke bevoertuiging, ongeacht de aard daarvan zou kunnen leven. De ervaring leert ons dat er ook demonen bestaan, die hun vormen kunnen beheersen en regeren, die zichzelf kunnen uitdrukken op duizenderlei wijze. En dat betekent voor mij dus, dat hier op zijn minst één vraagteken moet worden geplaatst achter de verklaring: Zij is in mijn ogen niet definitief.

Meer steun vind ik bij een iets latere leraar, die een voorganger is van de vroeg Hindoeïstische vormen. Vroeg Brahmaanse vormen eigenlijk van filosofie: Hij zegt n.l.: “Ik spreek van stof en geest, doch ken deze waarden niet, Want ik kan niet zeggen: “ik ben stof”: waar mijn geest de stof waarneemt.” Noch kan ik zeggen: “ik ben geest”, wanneer mijn geest zich slechts door de stof uitdrukt.

Ik moet zeggen: “Ik ben een bewustzijn, dat doolt in de schepping.” Een buitengewoon sterk punt wordt hier gemaakt: Wij kunnen wel praten over geest of stof, maar gij in de stof kunt u uiteindelijk niet in de toestand van de geest verplaatsen. En wij ondanks onze mogelijkheden kunnen ons niet meer geheel verplaatsen in de zuivere toestand, waarin u verkeert. Het resultaat is dan ook, dat ik deze stelling grote waarde toemeet. Ze geeft ons voor het eerst in die gehele geschiedenis van de ontwikkeling van deze aarde een zuiver inzicht in de toestand van de mens.

De mens is een bewustzijn, onverschillig of hij geest is of stof. Ik kan dan ook met ware eerbied mij buigen voor de wijsheid van deze schrijver, wanneer hij zegt: “het weten is mijn middel, maar het begrip is mijn wezen,” Mijn weten blijft oppervlakkig, aan de buitenkant. Dat kan teloor gaan, dat kan ten onder gaan. Maar mijn eigenlijke begrip, de dingen waarvoor ik begrip heb, die kan ik niet verliezen. Zij zijn met mij vergroeid. En verdergaande dan hij zou ik eraan willen toevoegen: “Ons wezen is dus een samengestelde reeks van begripswaarden, die binnen een ons onbekende kracht gevangen zijn.”

Wanneer wij streven naar de esoterische verheffing van de mens, van de geest, dan lijken mij deze grondstellingen haast onontbeerlijk. Het komt er voor ons dus niet op aan om te weten, maar om te begrijpen. Begrijpen kan vaak worden vertaald met aanvoelen. Er is geen reden om hier te gaan spreken van grote waarden en waarheden. Het is heel simpel te stellen: De dingen, die ik werkelijk begrijp, waarbij mijn begrip juist blijkt te zijn, zijn de werkelijke waarden van mijn leven. Wanneer wij dit bij onszelf ontdekken, kunnen wij zeggen: Hier is een deel van mijn eigen persoonlijkheid en de kennis van mijn eigen wezen wordt hierdoor zeer vergroot.

Daarnaast vinden wij in deze oude geschriften veel leringen, die in verband staan met direct grote krachten rond ons. Meer dan heden ten dage golden in de oudheid de grote engelen en demonen als heersers van zekere gebieden op aarde, zowel als daarbuiten. Wat hieromtrent is vastgelegd, is al evenzeer interessant. “Leren, bewustzijn bezitten, betekent deel hebben aan het leven van vele andere groten rond ons. Want elk wezen, dat ons beroert, is een schema voor ons eigen beleven. Indien ons begrip het mogelijk maakt ons beleven te richten naar de noodzaak van onze eigen persoonlijkheid, zullen wij een harmonisch contact krijgen met de grote sferen buiten ons, waarin de heersers van licht en duister ons tot zich nemen en met zich voeren tot hun eigen einddoel.”

Een belangrijk citaat. De kunst in ons leven is om ons dus af te stellen en in te stellen op al hetgeen wordt gegeven in het leven, de mogelijkheden die wij krijgen. De wijze waarop wij in onszelf alles aanvaarden, betekent voor ons niet alleen (volgens deze ouden) een bevrijding van onszelf en het komen tot een groter bewustzijn, het betekent nog meer. Het betekent: een gedragen worden in een grotere kracht.

Wij kennen Tasja, een voorganger van een Lama eigenlijk, een oude kluizenaar, die ons dit wel zeer aardig uitdrukt. Sprekende tot zijn leerlingen bracht hij n.l. het volgende naar voren: “Gij zult, mijne vrienden, niet alleen deze rots kunnen heffen,” hij wees daarbij op een rotsblok, dat gelegen was vlak bij zijn kluizenaarswoning, een grot “Maar”, zo zei hij, “indien gij uw krachten paart, zo zult gij dit verrichten.” De leerlingen deden dit toen en slaagden er inderdaad in deze betrekkelijk zware steen op te lichten en iets te verplaatsen. Toen zei de leraar: “Gaat nu terzijde. En hij sloot zijn ogen en bracht alleen door de kracht van zijn gedachten de steen terug op zijn oude plaats. De leerlingen riepen hem toe, dat hij groot was en sterk en een waar meester. En toen gaf hij hen dan de volgende lering: “Niet ik alleen kan deze steen verplaatsen. Want mijn krachten zijn kleiner dan de uwe. Maar waar gij slechts tot elkander kunt roepen om hulp, heb ik geleerd te roepen om hulp tot al degenen, die rond mij zijn, tot de wezens waarin ik besta. Wanneer ik tot die steen zeg: “Verhef u”, zo doe ik dit in eenheid met de geest der bergen en de geest der luchten. Zo zijn met mij het vuur en het water, en geen steen kan hun geweld weerstaan.”.

Hier wordt een conclusie getrokken, die zeer ver reikt. Wij kunnen niet alleen (ook geestelijk niet alleen zonder meer) iets bereiken. Wij hebben onze eigen krachten, dat is waar. De een kan sterker zijn dan de ander. Maar niemand van ons kan dit doen zonder in werkelijke harmonie te zijn met andere krachten, die veel groter en sterker zijn dan wij.

En let nu op: In het beeld wordt gezegd: “De geest der bergen”, ofwel de aarde, Maar ook de lucht, het vuur en het water worden erbij gehaald. De elementen. Men is geneigd daaruit de conclusie te trekken: hier is sprake van elementalen. Ik kan u echter verzekeren, dat dit hier niet wordt bedoeld. Er werd hier bedoeld, dat de persoonlijkheid, waarin wij leven, zich uitdrukt in de verschillende elementen.

Deze opvatting vinden we verder vervolgd in andere betogen, waarvan ik uit de aard der zaak slechts enkele kan aanhalen. Er zegt er een: “Buiten mij is een wereld, die ik niet zelve schep.

Zij moet geschapen zijn. En zij is geschapen met persoonlijke eigenschappen, die verschillen met andere werelden.” (Vergeet niet dat werelddelen hier als wereld golden in die tijd.) “Zo mag ik zeggen, dat dus elke wereld zijn eigen persoonlijkheid heeft, ook zijn eigen geest en zijn eigen bewustzijn:

Dit gaat de richting uit van rassengeesten, groepsgeesten, enz. De gedachte op zichzelf is niet ongezond. Wanneer u leeft in dit land, dan is dit land een bepaalde samenstelling van elementen. En deze bepaalde samenstelling zal verschillen van alle andere landen. We kunnen wel ongeveer gelijke maar nooit geheel gelijke condities vinden. Om modern te zeggen in de termen van de dactyloscopie: “Geen twee vingerafdrukken zijn geheel gelijk, ofschoon vele een overeenkomst kunnen vertonen.”

Zo is het met de landen en de landstreken. Zullen wij nu niet mogen zeggen, dat deze ouden gelijk hebben wanneer ze beweren, dat elke omgeving dus zijn eigen persoonlijkheid bezit? De conclusie daaruit te trekken voor iemand, die streeft naar bewustwording en bereiking, is begrijpelijkerwijze groot en op het eerste gezicht wat ketters. Men kan bv. niet als Nederlander in alle landen vertoeven en verblijven. Verblijft men in een land en beleeft men dit land, is men er harmonisch mee, dan is men geen Nederlander meer.

Degenen onder u, die langere tijd in Indië zijn geweest, zullen ongetwijfeld die verschillen hebben leren waarderen. Vooral met een verlof. Er zijn altijd verschillen, die zich uitdrukken in een omstellen van karakter, in andere wijze van leven, van levensaanvaarding, andere waardering, andere moraal. Ander vermogen, andere werkwijze. Deze verschillen zijn (volgens deze ouden) dus niet zo maar toevallig of alleen afhankelijk van klimaat en omstandigheden.

Neen, integendeel. Men zegt zich hier: “Wanneer ik iets wil bereiken in een land, dan moet ik harmonisch zijn met de geest, die er heerst. Met die geest kan ik zeer veel tot stand brengen, zonder die geest niet. Dan heb ik alleen mijn eigen kracht. Is die geest tegen mij, dan zal ik iets kunnen bereiken, maar nooit veel.” Dit is belangrijk genoeg, zeker voor u, die zoekt naar bewustwording.

Want, mijne vrienden. Wanneer gij zoekt naar een werkelijke realisatie van een bepaalde geestelijke waarde, dan kunt gij dit niet doen buiten dit karakter om. Gij zult altijd vanuit uw eigen persoonlijkheid, maar ook vanuit uw eigen land, uw eigen volk, de daar heersende waarden, moeten opstijgen.

Men heeft wel eens gelachen om de dichter Kipling, toen hij neerschreef dat: “East is East and West is West and never the twain will meet.'” We kunnen elkaar ontmoeten, we kunnen elkaar misschien begrijpen, maar we zullen nooit één met elkaar kunnen zijn. De reacties van het Oosten blijven vreemd aan het Westen. En de gangen van het Westen zijn voor het Oosten onbegrijpelijk en niet aanvaardbaar. Dat kunnen wij opbouwen uit de oude stellingen. En wij vinden dit nog sterker bevestigd, wanneer wij ons gronden tot het bekende, compilatiewerk uit de oude tijd alweer, dat spreekt over de hemel en hellegeesten. Hierin vinden wij onder veel meer citaten, de belangrijke uitspraak: “Al wie leeft is onderdaan van sterkere geestelijke kracht. Men is niet vrij om te gaan waar men wil. Toch is men niet gebonden door slavenketenen. Maar eigen is men aan de heerser, die men erkent. “

Sta mij toe te verduidelijken, voordat ik voortga: Het verschil tussen een slaaf met ketenen en een eigene was ook in deze dagen reeds uitgedrukt: De slaaf had mindere rechten en was in zijn bewegingen zeer beperkt, terwijl zijn taken bepaald werden door zijn meester. De eigene behoorde tot het goed van zijn meester, maar was vrij daarbinnen zijn eigen taak te zoeken en had ook buiten diens goed bewegingsvrijheid, zolang hij niet zondigde tegen de belangen van zijn meester. Ik geloof, dat het beeld hierdoor voor u zeker aan duidelijkheid heeft gewonnen.

De schrijver gaat verder: “Ik ben eigene van geest, die mij beheerst. Ik kan vele geesten ontmoeten, doch indien ik mijn meester verloochen, zal: ik sterven” (Dit sterven, dat mag ik wederom zeggen, betekent niet, zoals u meent, alleen een verscheiden uit de aarde. Maar sterven meende, men vroeger vooral te zien als de ondergang van de geest. Die geest werd dan, ja. laten we zeggen, in slaap gebracht, waaruit zij slechts door een bepaalde meester kon ontwaken, door diens wens en wil. Een absolute periode van onbewustzijn, zoals het dier kent na zijn overgang).

De consequenties van deze uitspraak, overgebracht weer in moderne begrippen en taal: ”Of wij willen of niet, we hebben allen een geestelijke kracht aan ons gebonden.

Deze geestelijke kracht kan zich soms aan ons openbaren in de vorm van een leider, van een stem in ons, een kracht van buiten, die ingrijpt in ons leven. Hoe zij ons echter geopenbaard wordt, of wij haar bewust aanvaarden of slechts ondergaan, een ding blijft gelijk: Wij blijven gebonden aan deze meester. En deze meester kunnen wij dan, meen ik, vergelijken met onze eigen fase van bewustwording. Want wij vinden in de oude werken, die ik noemde vooral het compilatiewerk vele uitdrukkingen, die ons de zienswijzen, der ouden hierover duidelijk maken.

Bijvoorbeeld: “Slechts degene, die niet weet, is onderdanig aan de wetende. Hij, die niet bezit, is gebonden aan de bezittende. Wanneer ik geestelijk bezit, kan ik nooit gebonden zijn aan de geest, (en daarachter zou dan behoren te staan natuurlijk “die evenveel bezit”). Wanneer ik weet kan ik nooit gebonden zijn aan de geest (die evenveel weet) enz. Het is een hele litanie.

De consequentie daaruit trekken is dus: “Wij zijn aan een bepaalde meester en kracht gebonden, zolang wij onszelf niet bekwaamd hebben tot een punt, waar wij zijn gelijken zijn.” En daar volgt dan eigenlijk plots bovenop het gezegde: “Want wie zich van een meester bevrijdt, zal een nieuwe meester vinden. En vaak zal hij zijn vroegere meester “vriend” noemen en met hem taak en werken delen.”

Volgens de opvatting van de oude esoterici was de mens niet iemand, die ten onder kon gaan, iemand, die neergedrukt kon worden. Hij was iemand, die kon opstijgen totdat hij gelijk was aan de grote geesten, die volgens de begrippen van die tijd aan alle dingen op aarde leiding gaven. Ik moet dit uit eigen ervaring bevestigen. Er komt een ogenblik in de sferen, dat wij tot nog toe aan de voeten van onze leermeester zittende naast hem plaats nemen en met hem leraren: maar ook gelijktijdig met hem gaan tot zíjn leraar en daar nieuwe wijsheden ontvangen. Dit is dus zeker waar.

Om verder te gaan met de citaten, die ik u wil voorleggen, zou ik u een klein gedeelte eigenlijk willen citeren. Men kan dit niet geheel overzetten in begrijpelijk Nederlands, maar in de poging daarbij kan ik u misschien een inzicht geven in het esoterisch en geestelijk streven van deze adepten. Enkele verklaringen wil ik van tevoren geven, later zal ik u de onduidelijkheden graag toelichten op verzoek.

Wanneer er gesproken wordt over Hij, dan wordt hiermede de hoogst kenbare geest bedoeld.

Wanneer gesproken wordt over Ik, de ingewijde. Wanneer gesproken wordt over Zij, denken we aan de andere wereld, bij voorkeur de gelijk of lager gelegen werelden.

“Hij roept mij,

Ik versta Zijn stem.

Ik ga tot Hem en zie Hem in de pracht van volle legerscharen, die met geweld verslaan, wat Zijnen stem weerstaat.

Ik zie, dat zij Hem niet begrijpen.

En in mij gaat Zijn stem en spreekt door mij tot hen.

Hij zegt door mij: Een ben Ik.

Hij is een met mij. Maar een zijn zij met Hem.

Ongebroken is de band van groot tot klein.

Toch gaat zijn leger uit en werpt Hij de blik en een schijf en slaat de tegenstander neer.

Hij overwint, regeert.

En een ben ik met Hem: en een is Hij met mij.

Toch keert de tijd der strijd.

Want wolken trekken samen.

Ik zie het leger gaan en ’t lijkt mij soms of zij wel Hem in al Zijn grootheid toch verslaan.

Maar in mij klinkt Zijn stem.

En met die stem moet ik tot hen weer gaan.

Zijn leger slaat hen neer en toch spreekt Hij tot hen door mij.

Zijn zij dan deel van Hem als ik?

Ik weet het niet.

Maar als ‘k kom vraag: Waarom uw geweld? Waarom uw pronk en uw praal en uw pracht?

Dan zegt Hij: “Niet om het vernietigen.

Want ziet Ik neem Mijn macht terug tot Mij.

Maar om te tonen eenheid, die bestaat tussen allen.

Opdat er eenheid tussen allen zij.”

Hoe gebrekkig zijn de woorden van uw taal. Hebt u mij kunnen volgen? Hebt u de zin kunnen begrijpen? Het aspect, dat hierin voor de esotericus, die nog zoekt naar zijn bewustwording, het interessantste is, is ongetwijfeld het feit, dat volgens deze beschouwer, deze kenner van geestelijke krachten, er een strijd bestaat. En deze strijd wordt, uitgebeeld als een strijd tussen zij en Hem. Dus tussen de mensheid (dus de lagere werelden) en de God, Die zich openbaart, de hoogst kenbare God. En Hij strijdt met hen. Hij brengt hen dus leed, vernietiging en ondergang. Gelijktijdig echter spreekt Hij. Dit lijkt een tweeheid van handelen te zijn, die onder sommige omstandigheden verraderlijk genoemd zou kunnen worden.

De uitleg daarvoor heb ik zelf ook moeten zoeken en wanneer ik ze u voorleg, wil ik dat doen in mijn eigen woorden, want anders zou ik u zeer vele citaten plus enkele ervaringen moeten vertellen.

“Het goddelijk geweld is geen werkelijkheid. Want anders zou het zich niet terugtrekken op het ogenblik, dat de anderen (dus wij) dreigen onder te gaan. Maar toch komen voortdurend de goddelijke krachten op ons aangestormd. Wat kan dit anders zijn dan een beproeving, een poging om vast te stellen, of wij waardig zijn in het goddelijke leger te strijden? Of misschien meer nog als gelijken tot onze God in te gaan?”

Ook dit laatste klinkt misschien weer lasterlijk, maar hier kan ik mij beroepen op autoriteiten uit veel verschillende werelden, veel verschillende tijden ook op uw aarde. Zij komen allen tot dezelfde conclusie: De grootste God is niet kenbaar. Maar de kleinere goden, elk voor zich, zijn voor ons het toppunt van volmaaktheid, het toppunt van grootheid en macht. Indien wij echter hun slag weerstaan, doch gelijktijdig bereid zijn hun stem te begrijpen, zodat wij het wezen van hun strijd doorgronden zowel als hun leven, zo zijn we gelijk geworden aan hen en kunnen wij tot hen ingaan en met hen tezamen komen tot het grote Onbekende, dat ook voor hen duister blijft, waar zij geen begrip daaromtrent kunnen hebben. (Ik hoop alweer, dat mijn beelden niet te onduidelijk blijven.)

“Er leeft in alle dingen dezelfde kracht. Ook in mij. Maar een kracht, die tegen zichzelf verdeeld is, verteert zichzelf.”

Op deze stelling zijn ongetwijfeld de beschouwingen gebaseerd van een geschrift, dat op het ogenblik (ik meen in de zeventiende kopie) nog wordt bewaard in de tempel van een slapende Boeddha op Ceylon. (Dat is een groot heiligdom.)

Daar staat in geschreven: “Alle leven zal door het leven tot niet leven komen. Alle zien wordt door voortdurende aanschouwing tot niet zien. Alle horen gaat in de veelheid der geluiden verloren, tot men niets meer hoort. Zo nu is het leren. Wie de grote volheid van het leven zelf beseft, leeft niet meer.”

Hier wordt nadrukkelijk niet bedoeld: bestaat niet meer. Hier wordt bedoeld, dat men niet meer beleeft, dus waarneemt. Een nader onderzoek van deze stelling toont ons dan het volgende denkbeeld: De kern van al het leven is het Groot Goddelijke. Maar het Groot Goddelijke is een zo intens leven, dat het voor ons onmogelijk is dit te verdragen en te verwerken. Wij zullen dus binnen dit leven komende afgesloten, zijn wat waarneming betreft van deze grote werkelijkheid. Wij kunnen er in opgaan, er deel in hebben, deel van uitmaken, in werken, enz., maar nooit zal ons bewustzijn het geheel omvamen. Deze opvatting omtrent het Goddelijke vind ik trouwens meer.

Daarnaast vinden wij vele verwijzingen naar de grote wijzen, die zijn voorgegaan en vinden wij ook steeds weer profetieën omtrent het nageslacht. En daarbij vind ik uit een tijd van ongeveer 4000 jaar geleden een zeer belangrijke, die regelrecht ook op uw eigen tijd schijnt te slaan.

“Wanneer in de mens de materie is geworden tot de belangrijkste macht, die hij kent, zal zijn geest ontwaken en de materie vernietigen. En zo de geest de materie niet vernietigt en beheert, zo zal de materie de materie vernietigen en de geest wekken. En in de dagen, dat zij sluimeren in het geraas der stof, zullen zij ontwaken en nieuwe werelden zien.”

Deze profetie is uitgesproken door een monnik, die niet alleen op dit gebied een grote reputatie had, maar die ook bv. de cyclus van grote leraren accuraat heeft voorspeld, met naam en toenaam en ook de grote invloeden op deze wereld, waarbij enkele wereldomvattende rampen, maar ook het optreden van grote figuren, die veranderingen brengen als o.a. Alexander de Grote. Ik wijs u hier even op, opdat u deze dingen niet alleen neemt als een uitlating van een dromer. Er is hier wel degelijk sprake van een zekere vaststelling. En deze vaststelling wordt gelegd in uw tijd.

Op het ogenblik dat zij verdoofd worden door het geraas der stof, het lawaai der stof. Is uw wereld op het ogenblik niet verpest door het rumoer van machines, het geraas van de producten van uw eigen handen? Ik mag dus rekenen, dat dat gedeelte van de voorspelling zeker in uw tijd geheel vervuld is. Ik wil echter verder gaan.

De stof zal de stof kunnen vernietigen. D.w.z. een te grote technische beschaving betekent een zodanige techniek, dat de wereld der beschaving daarin ten onder gaat. De techniek vernietigt uiteindelijk zichzelf. Een feit, dat in deze wereld ook waar moet zijn.

En dan de tweeledigheid van de gevolgtrekking: Ofwel de geest zal ontwaken en de materie vernietigen, of de materie vernietigt zichzelf en wekt de geest. Zeer belangwekkend. Er komt een ogenblik, dat de mens met zijn industrialisatie en zijn mechanisatie niet verder kan. Indien hij ontwaakt tot geestelijk bewustzijn, zal hij zijn materiële eisen terugbrengen tot een bepaald minimum, waarin hij gemakkelijk kan voorzien. Hij beheerst dan de materie. Indien hij echter niet geneigd is dit te doen, zal de materie zichzelf vernietigen en hem in een dwangpositie plaatsen, waarbij zijn geestelijk ontwaken wederom zal plaatsvinden.

Ik meen dat deze voorspelling kan worden gezien als te lopen tussen de jaren tussen 1950 en 2050, en dus een periode van 100 jaar omvatten. In deze periode zou dus een geestelijk ontwaken moeten plaats vinden. En daarbij wordt ons gewezen op een hulpmiddel, ook al is dit de bedoeling van de profeet waarschijnlijk niet geweest. Op het ogenblik dat wij leren bepaalde materiële dingen te negeren, heel rustig te negeren, niet te gebruiken, voorbij te gaan zonder aandacht, omdat wij weten, dat zij voor ons op dit ogenblik niet belangrijk meer zijn, vinden wij daardoor een geestelijke beheersing over dit deel van de materie juist terug.

Naarmate wij onze beheersing vergroten zal onze geest noodzakelijkerwijze sterker worden en sterker ontwaken. Wij kunnen dus gebruik maken voor onze geestelijke ontwikkeling van deze wet. Wij kunnen bewust en zeker gaande door ons ontkennen van bepaalde materiële waarden komen tot het bezit van door ons begeerde geestelijke waarden.

Dit wordt overigens bevestigd door een wijsgeer, die tevens een groot bon vivant was. Zijn leven doet ons denken aan, Falstaff, soms aan Plato. Hij brengt ons echter een lering, die wel zeer sterk belangrijk is. Hij zegt: “De drank is mij dierbaar, want zij verheft mij voor een wijle.

Zij dient mij en ik roep haar, wanneer mijn geest zonder deze vleugelen aan de aarde vastgeklonken is. Ik zie de liefde als een eenheid en een roes: ook als een samengaan op ongekende paden. En soms roep ik de liefde tot mij, omdat ik zonder haar niet voort kan gaan.

Het leven is vol. De volheid des levens is mijn. wapen. Maar steeds, spreek ik weer tot mijzelf, wanneer het begeren spreekt: “Wat is uw noodzaak?” En in deze vraag beantwoord ik zelf het wezen van mijn leven in het weten van mijn geest. En zo is de volheid van de materie mij dienaar en bereik ik steeds grotere hoogten.”

U vindt, dit laatste misschien wat opschepperig. Maar hij had gelijk, deze wijsgeer. Want, geestelijk is hij tot grote hoogte gekomen: Hij kon dit bereiken, omdat hij leerde van de materie gebruik te maken. De wijze waarop is ongetwijfeld in deze dagen voor U niet geheel navolgenswaard. Dit neemt niet weg, dat ge van hem kunt leren. Op het ogenblik, dat gij het niet zonder iets kunt doen van de materie, is het tijd om het te verwerpen, en te leren het zonder te doen. Op het ogenblik echter, dat ge weet zonder iets te kunnen leven, kunt ge u daarvan bedienen, tot het ogenblik, dat gij uzelf zegt: “En nu ontzeg ik mij om mijn beheersing voor mijzelf te testen.” Op deze wijze wordt de materie dragende kracht en kan zij ons voortdurend geestelijk grotere impuls geven. In verband met hetgeen ik in de eerste citaten reeds belichtte, brengt het verder nog een zeer groot voordeel met zich mee. Door ons heersen over en toch ons kunnen bedienen van materiële waarden zullen wij ongetwijfeld een zijn met de geest, die deze materiële waarden mede helpt vormen, met de grote geest, die ons geleidt. En in de eenheid met die geest worden wij (denkt u aan het citaat hierover) door die geest gedragen. D.w.z. ons eigen streven wordt in het oneindige versterkt en is voldoende om een volledige verheffing van eigen geest en vermogens tot stand te brengen.

U ziet mijne vrienden, ook in de oudheid waren er in Indië, in Tibet, in China grote wijzen.

Hun leerstellingen gelden in deze dagen nog. wanneer mij de gelegenheid wordt geboden meer tot u te spreken, zou ik o.a. voor u willen toelichten de gedachtegang van de Tao teh king even als van enkele Chinese wijsgeren en hun geschriften. Met daarnaast vooral de geschriften van de monniken van de zogenaamde Gudenberg (dat is een bergtempel in de Himalaya’ s), en ook hun bibliotheken zijn buitengewoon belangrijk. Door vergelijking van deze beide zullen wij misschien kunnen komen tot een synthese van Westers denken met Oosters geestelijke. wijsheid en zo vermeet ik mij tot u te zeggen misschien tot een groter geestelijk begrip. Mag ik de nederige hoop uitdrukken, dat mijn kleine toespraak uw goedkeuring heeft kunnen wegdragen. En meer nog, dat deze onbetekenende woorden door uw groot begrip voor u betekenis verkregen mogen hebben?

o-o-o-o-o

Esoterische achtergronden van de rituele magie.

Ik zou dan op het ogenblik graag met u willen gaan spreken over: Bepaalde achtergronden, esoterische achtergronden hoofdzakelijk, van de rituele magie.

De rituele magie is opgebouwd uit reeksen van gebaren, beïnvloedingen van omgeving en personen,: o.a. door middel van reukstoffen en dergelijke en verder het stellen van beelden en voorstellingen op zodanige wijze, dat zij betekenis krijgen voor meerdere werelden tegelijk.

Bij de rituele magie is de bedoeling van de magiër, hetzij ten goede hetzij ten kwade, een poort of zo u liever wilt een brug te scheppen tussen gebieden, die normaler wijze van elkaar gescheiden zijn. Verder zal hij dan trachten, gebruikmakende van deze poort, zijn invloeden via deze andere wereld te doen gelden op zijn eigen wereld.

Esoterisch gezien moeten wij dus de rituele magie in de eerste plaats zien als een contactmiddel met andere werelden, waarbij echter in tegenstelling met het leren, dat wij kennen, door zelf uit te treden, een voortdurend contact zoeken plaats vindt, waarbij wijzelf redigeren, dus het verloop van contact bepalen. Daar waar dit niet gaat, zien wij over het algemeen voor de magiër zelf schade ontstaan.

Een mens kan zichzelf harmonisch maken met zijn omgeving door zijn zuiver persoonlijke concentratie en instelling. Daarnaast kan hij echter gebruik maken van hulpmiddelen, waardoor hij zowel aan zichzelf als zijn omgeving en bepaalde stemming, of afstemming oplegt. Dit laatste punt nu is voor de esotericus, naar ik meen, het meest belangrijke in de gehele rituele magie. Het is voor mij n.l. niet altijd mogelijk mij af te stemmen op mijn omgeving. Het is ook niet mogelijk zonder kunstgrepen die omgeving te doen veranderen van eigen uitstraling, eigen sfeer en beïnvloeding.

Wanneer ik mij nu wil richten op een hogere wereld, een hogere sfeer, dan zal ik dus gebruik moeten maken en methoden, waardoor ik die omgeving verander. Opvallend is hierbij het gebruik van reukstoffen. Ook uzelf zult ongetwijfeld de gewoonte hebben wierook te branden.

En de wierooksoorten, die u gebruikt verschillen naar gelang, uw geestelijke gesteldheid en geaardheid.

Er zijn bv. mensen, die gebruik maken van sterk geparfumeerde wierook en zij doen dit hoofdzakelijk om hierdoor een zekere gezelligheid te scheppen. Eigenaardig genoeg wordt de indruk, die men van de sfeer krijgt, dan enigszins zwoel. Gebruikt men daarentegen uit harsen samengestelde wieroken, dan kunnen we daarmede een sfeer krijgen, die haast beklemmend is en als het ware tastbaar rond u contacten van een andere wereld doet voelen. Maken wij gebruik van bv. Tibetaanse en Chinese z.g.n. bloemenwierook, dus wierooksoorten, waarin bloemen essences mede verwerkt zijn, dan zien we vreemd genoeg een zomerse stemming en zomerse sfeer ontstaan Het is dan net of er een zon schijnt: zelfs laat in de avond. Misschien zijn er onder, u, die deze verklaring mijnerzijds door eigen ervaring kunnen bevestigen.

Het gebruik van deze reukmiddelen is natuurlijk afgestemd op de mens, inderdaad: Maar gelijktijdig zijn deze geuren zo doordringend, dat zij de eigenschappen van de omringende materie tijdelijk kunnen afschermen ofwel bij langdurig gebruik aantasten. Als resultaat kennen wij dan ook de bewieroking niet alleen bij de magie, maar ook binnen verschillende kerkelijke genootschappen, waar men o.a. sacramentele handelingen volbrengt. Met deze bewieroking tracht men dus een bepaald voorwerp met deze wierookgeuren a.h.w. te doordringen.

Hoe deze verandering plaats vindt is een technische kwestie, die wij op deze avond waarschijnlijk beter niet verder behandelen.  Het is voor u voldoende te weten, dat de eigen uitstraling van de omgeving door de wierookgeur wordt afgeschermd, wanneer ze in geringe mate aanwezig is: Is dus die omgeving niet in overeenstemming met hetgeen ik wil bereiken, dan zal ik voor een gewone meditatie bv. gebruik kunnen maken van zekere wierooksoorten.

Wanneer u een aanwijzing wilt hebben: het eenvoudigst is wanneer u probeert de gewone Tibetaanse of Chinese rituele yossticks te krijgen. Niet de Indische, de Tibetaanse of Chinese.

Deze wierooksoort heeft n.l. bijzonder sterk de eigenschap de omgeving af te schermen. Deze afscherming betekent voor ons een bevrijding van vreemde invloeden. Hierdoor zijn wij in staat met onze concentratie de omgeving scherper uit te schakelen en gelijktijdig ons scherper te richten op hetgeen wij willen bereiken. In de zuiver rituele magie wordt bij de samenstelling der reukwerken bovendien rekening gehouden met de stand der planeten, rekening gehouden met de jaargetijden en de omgeving, plus het doel. Men kan natuurlijk niet necromantie bedrijven met dezelfde reukstoffen, als men bv. uittreding en contact met hogere sfeer tracht te bewerkstelligen.

Voor ons zit hier de volgende les aan vast. Onze omgeving kan ons of wij willen of niet voortdurend blijven beïnvloeden. Zij kan ons terug dwingen tot de wereld, wanneer wij ons geestelijk zouden willen verheffen. De esotericus, die niet in staat is zich door eigen krachten geheel vrij te maken van zijn omgeving, zal dus gerechtvaardigd zijn, wanneer hij dergelijke weermiddelen gebruik: om hierdoor zijn eigen geestelijke bewustwording te vergroten.

Daarnaast maakt ook de magiër gebruik van het licht als middel om invloed uit te oefenen op andere sferen. Ik wil hier bv. herinneren aan het gebruik van olielampen, waslichten, vetpotten en dergelijke, o.a. in de samenstelling van verschillende zegels en schema’s. Dit wordt uitgelegd op de vloer. Hierin zien wij ook weer, dat de geaardheid van de belichting scherp verschilt naarmate het doel dat men zich stelt. Hieruit zal de esotericus kunnen leren, dat het ook voor hem belangrijk is bij zijn meditatie de juiste belichting te kiezen.

Waar over het algemeen ons streven mediterend is te komen tot een scherper inzicht en contact met hoger sferen, zullen wij in geen geval gebruik maken van lichten, die van dierlijke vetten zijn vervaardigd. Wij zullen ook geen gebruik maken van elektrische stromen, die met hun lage impuls inducerend op ons werken en dus daarmede ons meer dan nodig beïnvloeden.

Integendeel, wanneer het ons mogelijk is, zullen wij een ruimte zoeken, die elektrisch is afgesloten, dus waar zelfs in de aanwezige leidingen geen stroom passeert.

Wij maken gebruik van kaarslicht voor het nodige licht. Daarbij: geven wij de voorkeur aan bepaalde getallen n.l. 1, 3 of 7. Wij vinden die getallen ook terug in de rituele magie, maar zij hebben buitendien, een zekere betekenis. In de eerste plaats worden deze getallen geassocieerd met waarden. Voor ons is 1 als licht de voorstelling van het Ene licht. Drie lichten daarentegen zijn voor ons een uitdrukking van de drie eenheid. Dus daarbij wordt onze voorstelling ongetwijfeld op meerdere gebieden gelijktijdig gericht. Beschouwingen over het leven vinden het best plaats bij het gebruik van zeven lichten, omdat hierin het totaal van alle geestelijke trappen mede vertegenwoordigd is.

U zult zeggen: “Wat hebben deze levende vlammen dan eigenlijk te doen met ons streven om te mediteren over een bepaald punt?”

Het licht zelf is een omzettingsproces, een chemisch omzettingsproces. Wanneer we bij die stof bv. zuivere was gebruiken, die dan niet tot dierlijke producten wordt gerekend, (hoewel zij het feitelijk wel is), kunnen wij zeggen, dat de uitwaseming van het licht plus de eigen uitstraling van het licht in de omgeving zekere effecten bereikt. Ook hier weer beïnvloeding van de omgeving, waardoor bij de geest van de mens, die mediteert, een zekere toestand wordt bereikt, terwijl gelijktijdig de omgeving zich hieraan aanpast en dus weer een zekere harmonie wordt verkregen.

De harmonie met onze omgeving is bij onze poging om werkelijk tot een bereiking te komen zeer belangrijk. Wij kunnen niet en een vijandig gezinde omgeving tot maximum prestatie komen, waar een gedeelte van ons eigen geestelijk wezen zelve steeds in voortdurende afweer moet zijn tegen storende invloeden. Daarnaast zal ons bewustzijn vele prikkels te verwerken krijgen, die niet in overeenstemming zijn met ons doel. En als resultaat kunnen wij zeggen, dat de storingen, die optreden, fataal verorden voor een ieder, die zichzelf niet totaal beheerst. Daarvan bestaan er weinigen.

Het gebruikmaken van reukwerken nu en kaarslicht betekent een eenwording van de omgeving met het “ik”. Ik heb dit allereerst naar voren gebracht, omdat het een klein vervolg kan zijn op hetgeen de eerste spreker U heeft gezegd.

Wij zijn echter nog lang niet tot het eindpunt, wanneer wij trachten langs de weg der rituele magie bepaalde esoterische gegevens te bereiken. Want de sympathische werkingen zijn een van de grote verschijnselen, waarop de rituele magie zich baseert, wanneer zij werking wil bereiken.

Zij maakt daarbij o.a. gebruik, zoals u weet van bepaalde stoffen, lichaamsdelen, enz. Het is helemaal niet vreemd, wanneer men in een dergelijk recept hoort, dat een lok haar van een gehangene of een stukje van een strop, waarmee een mens is opgehangen, gelegen moet zijn op een behaalde plaats van het getrokken diagram. Deze dingen staan in onmiddellijk verband met de lagere sferen der verwarring, sferen dus van laag astraal gehalte.

Voor onszelf begeren wij iets dergelijks niet, maar wel zoeken wij naar contacten, die voor ons geestelijk een versterking van impuls betekenen. Wij zullen dus binnen ons bereik verder trachten op te stellen: in de eerste plaats voor ons betekenende symbolen, die het goede symboliseren: in de tweede plaats voorwerpen, die in verband staan met een hoger staande eredienst, voorwerpen, waaraan door mensen in grote getale, een heilige betekenis wordt gehecht en dergelijke.

Wij kunnen daaronder dan noemen symbolen als het kruis bv., dat hier in het Westen zeer veel kracht heeft. Symbolen verder als relieken van heiligen. Verder bijbels, gebedenboeken. En indien de overpeinzing op het “ik” is gericht ook een mensenbeeld bv. of verschillende andere aan de dood herinnerende beelden of uitbeeldingen.

Hiermede bereiken wij n.l. dat wij in zover wij met gewijde voorwerpen of met algemeen erkende symbolen te doen hebben door de aanschouwing hiervan in een zekere harmonie komen met de mensen, die zich hieraan gewijd hebben: of nog wijden. Een kruisbeeld zal dus betekenen, dat u zich hoofdzakelijk met een Rooms katholiek deel van de omgeving in verbinding stelt. Deze beperking is voor u niet ernstig, omdat u als esotericus een bepaald geestelijk peil nastreeft en met dit symbool de steun verwerft van de hele groep om dat peil te bereiken, waarbij u dan echter weet, dat u eenmaal op uw doel gekomen, dus uw punt van geestelijke beschouwing en instelling bereikt hebbende als eerste contact degenen zult ontmoeten, die het symbool evenzeer erkennen en eerst door hen anderen kunt bereiken. Is dit ook duidelijk?

Met relieken van heiligen is het alweer precies hetzelfde. Het geloof van mensen hecht hier invloeden aan. Degenen, die hieraan geloven, kunnen voor u belangrijk zijn, waar zij u steunen in uw streven, wanneer u in uw, concentratie mede deze dingen omvat.

Zoals in de rituele magie wordt gewerkt door ritme, dus geluid, door geur, licht, symbool, kortom alle waarden, die zintuiglijk waarneembaar of aanschouwelijk zijn, zal ook de esotericus niet verachten deze middelen te gebruiken om zich hierdoor een omgeving te scheppen, waarbinnen hem een werkelijk mediteren, een werkelijk geestelijk opgaan, vergemakkelijkt wordt.

Nu leren wij veder in de rituele magie, dat geestelijke krachten vaak het best bereikt worden indien de magiër zelf opstijgt tot deze geestelijke gebieden. Hij doet dit door zichzelf neer te zetten in bepaalde houdingen. Deze houdingen zijn over het algemeen verwant met de leringen van Yoga e.d. Dat wil zeggen, er wordt een bepaalde manier van sluiten van lichaamsstromen mede gebruikt om een lichamelijke evenwichtstoestand te veroorzaken.

Ook wij zullen dit natuurlijk trachten te doen, maar wij moeten daarbij in de eerste plaats passen op onze eigen lichamelijke mogelijkheden. In de praktijk zullen wij te allen tijde, wanneer wij mediterend trachten hogerop te gaan, gebruik maken van een enkelsluiting met gelijktijdig een handopening: U vindt dit gebaar misschien vreemd, maar het stelt ons gelijktijdig open voor instralingen van buiten, terwijl het ons in het lager gelegen lichaamsgedeelte en de lagere chakra’s afsluit voor beïnvloeding.

De consequentie is, dat ik eerst in een dergelijke houding onder de voorgeschreven omstandigheden voor mijzelf de ideale omgeving heb geschapen, waar bij ik niet meer door eigen kracht alleen, maar gedragen door zelfstandig geschapen omstandigheden in mijn omgeving kan opgaan tot hoger geestelijk bewustzijn.

Dan leren we in de magische praktijk de volgende stelling: “Wie vreest is verloren.”

Dat geldt ook voor een esotericus. Een mens, die tracht op te gaan op het geestelijk pad en zich bewust te zijn van een geestelijk gebeuren, ontmoet omstandigheden, gestalten, die voor hem angstwekkend zijn. Een voortdurende realisaties dat deze niet aanvaard behoeven te worden, is dus evenzeer als voor de magiër belangrijk voor een streven naar geestelijke verlichting.

Daarnaast vinden wij dan ook vaak zeer vele mogelijkheden rond ons om te leren. U zoudt het u kunnen voorstellen, of u binnenkomt in een grote ruimte, waar een groot aantal leraren zijn gezeten. Wanneer men, die leraren beziet, heeft men een zekere voorkeur. Maar vaak, zijn er vijf of zes, die u aantrekken. U kunt nooit naar vijf of zes mensen tegelijk toelopen, dat weet u. Geestelijk kunt u dit in zekere zin wel: d.w.z. u kunt gelijktijdig met meerdere geesten, contact opnemen.

De magie leert ons, dat een veelheid van contacten een verzwakking van eigen invloed en kracht betekent en daardoor gevaarlijk is, ongeacht op welk gebied. Wij kunnen voor de esotericus daaraan toevoegen: Wie bewustzijn zoekt, kieze zich een leermeester en tracht met die een volledig contact te krijgen.

Andere contacten stelle men uit, tot men door de meester zelf wordt vrijgelaten. Wij mogen dus aannemen, dat een eenzijdigheid van denken juist gedurende uittredingen, concentraties en meditaties voor ons noodzakelijk kan zijn. Wij richten ons dan niet tot bepaalde wereldbeelden, tot bepaalde ervaringen, maar in de eerste plaats tot een bewustwording. Deze bewustwording verkrijgen wij niet doorleen zelfstandig werken, maar door een tijdelijk volledig deelgenootschap in gedachten en wezen van een ander hoger staande figuur.

Dan leert ons de rituele magie, dat om zekere werkingen te bereiken het noodzakelijk is bepaalde reeksen van woorden voortdurend te herhalen. Het doet er weinig toe, welke reeks wij daarvoor kiezen. Over het algemeen zullen wij echter weer woorden kiezen, die in overeenstemming zijn met ons eigen wezen en geloof. Het gebruik hiervan, op ritmische en nadrukkelijke wijze uitgesproken, zonder dat de betekenis wordt overdacht, is niet slechts voor ons een hulpmiddel bij het bereiken van een zekere toestand van ongevoeligheid en verhoogd bewustzijn, maar gelijktijdig voor ons een hulpmiddel in het afstemmen van onszelf op dat gedeelte van geestelijke krachten, dat wij bij voorkeur willen bereiken.

Bijvoorbeeld: Iemand die in zijn wezen Christen is, zal in het delen van bewustzijn met een Boeddhistische leraar over het algemeen geen grote baten trekken, omdat zijn omstelling op die andere denkbeelden te veel van zijn tijd, kracht en energie vergt om hem een bewustwording mogelijk te maken in de eerste contacten.

Het wordt dus noodzakelijk, dat degene, die in de eerste plaats Christen is, zich in de eerste plaats wendt tot het Christelijke. Daarvoor kan hij verschillende gezegden nemen die in zijn eigen geloof dus gangbaar zijn: bv. “Geloofd zij den Heer”, Geloofd zij Jezus Christus”. Wil men daarentegen de oude filosofen van het veelgodendom bereiken, dan gebruikt men over het algemeen het “Dat zijt gij “,de slagzin, die wij ook in het oude Sanskriet reeds aantreffen. Zoeken wij contact met de Boeddhistische krachten, dan zullen wij ongetwijfeld niet vergeten het “Aum” uit te spreken: en eventueel daarbij voegen als wij religieuzer zijn ingesteld, het “Aum ma ni pad me hum”. Deze klankuitstotingen betekenen een beïnvloeding van ons eigen wezen. Zij zijn voor ons echter hoofdzakelijk auto suggestief en hebben dus voor onze omgeving weinig betekenis.

Soms kan het nuttig zijn om evenals de magiër de reeks van zijn uitroepen en incantaties aftekent, hetzij met bepaalde gebaren dan wel met verplaatsing van voorwerpen, ook voor onszelf de voortdurende herhaling te registreren door een lichamelijke daad. Wij kunnen dit natuurlijk doen in gebaren. Voor een Westerling is dat over het algemeen niet zo aanvaardbaar. Maar het tellen van kralen als bij een rozenkrans kan vaak zeer dienstig zijn om ook weer de eenheid van uitspreken, reageren op het uitspreken en het richten van de geest tot de kern, die in het uitgesprokene wordt uitgedrukt, te bevorderen.

Daarnaast kunnen wij gebruik maken van zuiver magische krachten. Ik haalde daarnet niet voor niets het “Aum” aan als een aparte klank. Ik neem aan, dat de meesten van u weten, dat zij het totaal van alle klankuitstotingen van de mens in zich draagt en als zodanig een uitdrukking is van zijn totale bewustzijnswaarde, terwijl zij bovendien door haar eigenaardige loop van trillingen mits juist uitgesproken of uitgestoten een speciale werking in lichaam en zenuwstel plus eigen geestelijk vermogen tot stand brengt. Wij kunnen, indien wij dit willen het “Aum” dus gebruiken om juist daardoor speciale krachten te concentreren en een verscherpte projectie van ons eigen wezen op een hoger vlak te bereiken.

De redenen, waarom wij dit doen, kunnen geheel verschillend zijn. Evenzeer als de magie naast elkaar grote reeksen van verschillende bezweringen met verschillende doeleinden kent, zo zal de esotericus meditaties, uittredingen, contemplaties e.d. kennen met zeer verschillende bedoelingen. Het is echter noodzakelijk, dat wij ons allereerst een doel voor eigen stellen voor wij beginnen. Geen magiër begint een bezwering voor zich daarop te hebben voorbereid o.a. door een volledig vaststellen van hetgeen hij wil bereiken.

Ook dit moeten wij leren, wanneer wij zoeken naar geestelijke bewustwording in onszelf. Wij moeten ons allereerst een doel stellen. Dit mag zo onlogisch, onpraktisch en onredelijk schijnen als het maar kan. Dit doet niets ter zake. Wanneer wij afgesteld zijn, zelfs op het onmogelijke, zullen wij al hetgeen daarin mogelijk is onszelf realiseren en een groter bewustzijn krijgen omtrent de wens, die wij later kunnen uitdrukken.

Wanneer wij nu op het ogenblik deze punten hebben vastgesteld, zou ik graag tenzij u tegenwerpingen heeft met u spreken over bepaalde methode van mediteren die gebruikt kan worden om daarmede bv. een Zomerlandsfeer te benaderen en eventueel te bereiken.

Ik ga hier uit van het standpunt, dat wij niet te maken hebben met een uitdrukkelijk Christen.

Ik gebruik hier dus een woordsymbool “Aum” i.p.v. eventuele Christelijke spreuken.

U kunt dit voor uzelf aanpassen aan uw eigen persoonlijk geloof en denken. In de eerste plaats: “Ik wil mijzelf bevrijden van deze wereld: ik wil voor een ogenblik leven in de sfeer, waarin het geestelijk licht regeert. Ik wil de wereld kennen (wereldvoorstelling is zeer belangrijk hierbij, waar zomerland een wereldvoorstelling heeft als hoofdwaarde), een wereld kennen, waarin het Goddelijk licht volledig leeft.” Ik herhaal dit enkele malen voor mijzelf en tracht voor mijzelf deze doelstelling als volledig reëel en aanvaardbaar te zien. Dat is de voorbereiding.

Na deze voorbereiding zal ik mij niet onmiddellijk in meditatie begeven. Bij voorkeur zal ik mij door een symbolische wassing mijzelf nog even reinigen. Ik zal verder daarna trachten mij lichamelijk te ontspannen en te plaatsen in een voor mij aanvaardbare houding. De wassing noem ik symbolisch, d.w.z. zij kan uit het symbolische gebaar bestaan uit het “afnemen”, zij kan ook bestaan uit de reële wassing met water, water en zeep, etc.

Daarna ga ik dus mijn houding zoeken. Voor een beginneling, die slechts de zomerlandsfeer wenst te bereiken zou ik de volgende houding ten zeerste aanbevelen: Geheel uitgestrekt ontspannen: het hoofd niet verhoogd, dus niet op een kussen: een ondergrond die niet te zacht is: het lichaam ontdoen van knellende banden, etc., rustige ademhaling.

Eerst tracht men, terwijl men ligt, zich bewust te worden, dat men alle lichaamsdelen voelt. In deze houding is dit eenvoudiger dan in sommige andere houdingen. Daarnaast realisere men zich, dat dit voelen geschiedt door eigen bewuste gedachten.

Men kan ondertussen gebruik gemaakt hebben van een reukwerk, dat men reeds heeft aangestoken, zodat de kamer, het vertrek, langzaam maar zeker wordt doortrokken met een zuivere wierookgeur, waarin sandelhout of myrrhe is verwerkt dat is evenzeer gunstig. Na dit proces van ontspanning begint men zich in te stellen. Bij deze instelling houdt men er rekening mede, dat de invloeden van de omgeving moeten worden weggewerkt.

Wij beginnen dan met het incanteren. Dit behoeft niet luidkeels te geschieden, maar het is over het algemeen beter, wanneer dit met de lippen althans wordt gevormd. Heeft men de gelegenheid dit luidkeels te doen, dan is dit in vele gevallen beter. Ik zou dus in dit geval moeten gaan zeggen: “Aum.” Ik herhaal dit met regelmatige tussenpozen.

Om een voorbeeld te geven dus: Aannemende, dat ik in deze houding lig, dan zijn mijn handen aangesloten aan het lichaam, waarbij de palmen kunnen rusten tegen het bovenbeen, de dij dan. wel lichtelijk opengevouwen naast het lichaam liggen maar toch aangesloten. De voeten liggen dan ietwat naar buiten gedraaid. U ligt dus niet alsof u opgebaard bent maar in een redelijk ontspannen houding, waarbij echter zo veel mogelijk het lichaam gestrekt wordt.

Aangenomen, dat ik in die houding ben, dat ik alle voorgaarden verder heb vervuld, bij voorkeur als verlichting in die kamer een enkele kaars heb geplaatst: die zo mogelijk niet in mijn ogen schijnt, dan begin ik dus met mijn incanteren.

Ik regel dit haar eigen inzicht en krijg dan bv. dit:. Aum Aum. Aum. Aum enz. De eentonigheid hiervan in het begin ‘n beetje, dwaas doen voelen. Maar echter niemand dit behoeft te horen of dit behoeft te weten, zult u op de duur zeker in staat zijn dergelijke inhibities te overwinnen.

Wanneer u daarmee dan bezig bent, verbindt u het woord “Aum” met de gedachte “licht.” Uw ogen zijn zo mogelijk geloken, dus niet krampachtig gesloten, maar eenvoudig zo, dat het ooglid het oog dus net even los beroert. Daarmede hebben we dan een toestand gekregen, waarin mijn concentratie licht kan overgaan (terwijl mijn woorden ongetwijfeld langzaam zwakker en het ritme iets langzamer wordt), in de voorstelling van zomer. Daarbij richt ik mijn verlangen op het ontmoeten van een geest, die rijper is dan ikzelf.

Het klinkt zeer gecompliceerd. U zult echter ontdekken, dat u deze intentie gemakkelijk in deze enkele klanken kunt leggen. Het is hier dus eerder een complex begrip, dan een uitgedrukte gedachte. Hierbij blijft u langzaam en rustig ademhalen en u laat uw gedachten in dat licht dwalen. Dat wat ontstaat is in de eerste plaats een beeld, dat doet denken aan een fantasmagorie. Het is dit echter niet. Het is een menging van uw eigen denken met bepaalde geestelijke invloeden, die u bereiken.

Wanneer personen zich tonen in het beeld of u meent personen aan te voelen, (twee mogelijkheden: u behoeft ze dus niet te zien, maar u heeft het idee, dat zij er zijn: ofwel: U ziet ze en gaat op ze toe: dus twee mogelijkheden) dan zal men trachten vast te houden aan de gedachte: licht en tegelijktijdig te spreken tot deze personen.

Het zal blijken, dat in het begin vage antwoorden worden gegeven. Op de duur echter wint een dergelijke figuur ook aan kracht en wordt een gedachtewisseling mogelijk, waarbij u elk antwoord zelf weet. Naarmate de uittreding volmaakter wordt, krijgen we het “bel spreken”, dus het weerklinken van een stem binnen de schedel en uiteindelijk een niet meer realiseren van al of niet spreken, maar een gedachteflitsen, dat heen en weer gaat, waarbij scherp wordt aangevoeld “dit is van een ander en dit is van mij”, maar het geheel zich toont als een gedachtereeks in de mens.

Onder de omstandigheden, die ik beschrijf, is dit voor een ieder te bereiken. De inhoud van het gesprokene kan over het algemeen in het begin betrekkelijk laag bij de grond zijn.

Gedachtewisselingen als: “Wie bent u?” “Hoe lang bent u hier.” e.d. zijn naar de ervaring ons leert in dergelijke gevallen in het begin normaal.

U dient te onthouden, dat u indien u mediteert met een bepaald doel niet moogt verzuimen dit doel kenbaar te maken aan degene, die u aanspreekt. Veelal zal dan het beeld enige veranderingen gaan tonen. Soms verandert de persoon zelf in het begin. Later vooral zal men merken dat er een soort van ruimtelijke verandering plaats vindt en neemt u ook een omgeving scherp waar.

In deze omgeving ontmoet u naar u meent “personen” en deze zullen over het algemeen, vooral bij de eerste uittredingen, de indruk wekken van monniken te zijn. Zij dragen habijten, die ofwel lichtbruin, grijs of wit zijn (Een geel habijt, zult u in die tijd wel niet ontmoeten.) Dit is een lang vallend kleed zoals reeds gezegd, en u moet er zich niet mee bezig houden, of dit een waar kleed is of niet.

Het enige dat voor u altijd weer belangrijk is: de lessen, die komen van een bruin pijtje, zijn niet belangrijk. Deze zijn hoogstens degenen, die u moeten verwijzen naar anderen. Grijs kan uw inleider zijn en zal u na verloop van tijd overgeven aan wit. Wit gewaad is voor u de uitdrukking van een persoon, waarvan ik leren kan.

Uitdrukking van uw eigen doel betekent voor uzelf een soort hypnotische invloed ondergaan waarbij bepaalde kennis wordt gegrift in uw onderbewustzijn en vandaar onmiddellijk beschikbaar zal zijn – indien noodzakelijk – in normaal stoffelijk bestaan. Hier is een sterke verwantschap met het z.g. zoeken, ofwel kennis vragen, dat menig magiër doet, gebruik makend van zekere diagrammen. Het is geen direct grote gebruiksaanwijzing, dat moet u, wel begrijpen. U zult dit moeten aanpassen aan uw eigen persoonlijkheid. De houding die ik u beschreven heb, zal niet, voor een ieder even passend zijn: U moet er echter rekening mee houden, dat zo veel mogelijk de houding horizontaal dient te zijn.

Dit is op grond van zuiver lichamelijke toestanden. Kleine wijzigingen daarin aan te brengen is niet belangrijk, mits men dit niet doet omwille van het gemak. Eerst wanneer een werkelijk ongemak ontstaat dus, zal men de houding wijzigen. Niet voordien.

U moet zich niet voorstellen, dat een dergelijke methode van mediteren de eerste keer resultaat heeft. Je kunnen rekenen voor gewenning over het algemeen een tot twee keren. De duur van een dergelijke meditatie wordt – tenzij contact wordt bereikt – niet langer voortgezet dan ongeveer een uur laten we zeggen, met een minimum van 20 minuten.

  • Het lijkt mij moeilijk om alle met behulp van een reukwerk in een omgeving als deze stad in meditatie te komen. Wanneer je buiten bent in de natuur is het misschien eenvoudiger, omdat daar meer rust is.

Ja, dat is natuurlijk eenvoudiger. Maar juist daarom heb ik u een reeks maatregelen gegeven, waarbij u de invloed van uw omgeving zo sterk mogelijk tegen gaat. Een uitschakeling van beïnvloeding van de omgeving dus is hier bij de eerste opzet reeds inbegrepen. Het is dus mogelijk deze methode ook binnen de steden te volgen. Buiten de stad, in de eenzaamheid, hebt u zoveel dingen niet nodig. Maar naarmate u meer bent ingesloten door mensen, naarmate uw omgeving rumoeriger en onrustiger is dus, zult u verstandig doen gebruik te maken van zoveel mogelijk of wel zelfs al de door mij gegeven beelden en waarden.

  • Wij hebben gehoord, dat bij uittreding het astraal lichaam in de astrale sfeer kwetsbaar kan zijn en dit uit dien hoofde gevaarlijk is. Moeten wij ons bij mediteren ook afschermen? Zijn wij in meditatie ook kwetsbaar?

In dit geval niet. De wijze van mediteren n.l. gaat zoals u gemerkt heeft, van het mentale naar het supra-mentale in een eigen conceptie van het gebeuren.  Hierbij vinden wij vooral in het eerste begin dus een contact, niet door een ingaan in een sfeer, maar door het trekken van een sfeer tot ons. Dit is een verschil. Wanneer we eenmaal komen tot een uittreding en een gids hebben gevonden, dan hebben wij daarbij tevens wel de zekerheid, dat wij in de eerste plaats ons astraal lichaam over het algemeen niet gebruiken, dus het lichaam achterlaten (daarmede voorkomen wij, dus zeer veel gevaren en kwetsuren): in de tweede plaats hebben wij gedurende de tijd dat wij uitgetreden zijn, een zekere controle zien uitoefenen door onze geleider op ons lichaam (zover wie dat zelf niet kunnen) en gelijktijdig een leiding hebben in het voor ons vreemde gebied, zodat wij daar niet alleen staan, en de zekerheid hebben ook te kunnen terugkeren.

  • Wanneer ik het dus goed begrepen heb is het mediteren, waarin wij ons moeten oefenen, een contact zoeken met een leider.

Daar kan het uiteindelijk: op neer komen: het is niet noodzakelijk.

  • Maar is bij het aantrekken van intelligenties uit een hogere sfeer het ook niet mogelijk, dat wij in het begin intelligenties aan trekken uit lagere sfeer?

Indien uw eigen instelling goed is dit heb ik voorop gesteld neen, dan kunt u geen intelligenties van lager sfeer naar u toe trekken. Integendeel, het begin van uw meditatie “licht” is afschrikwekkend voor lagere intelligenties van minder kracht en vermogen. De hogere intelligentie echter, die in een lagere sfeer leeft, (excuseer mij de uitdrukking, dus de machtigere) zal soms zich hierdoor aangetrokken voelen. Maar waar u uw lichaam niet verlaat en dit verlaten eventueel dus volkomen afhankelijk is van een ingrijpen vanuit de sfeer en geen zelfstandig dwingen tot uittreding, zult u hierbij voortdurend de volledige bescherming van de lichtere sferen genieten, die u ongetwijfeld niet aan risico’s zullen blootstellen die onnodig zijn.

  • Het mediteren, moet men dat alleen doen, of mogen daarbij meerdere personen aanwezig zijn?

U kunt het ook met meerdere personen doen. Daar is geen bezwaar tegen. Maar over het algemeen is de eenzaamheid voor concentratie bevorderlijk, waar de verschillende diepten van concentratie en concentratie vermogen soms anders toch nog afleidende gedachtestromen rond u zendt. Dus, wil men dat doen met andere personen, dan moet eerst een volledig gelijke afstemming worden bereikt.

  • U sprak over de meditatie tijd van 20 minuten tot een uur. Hoe kan men de tijd controleren? Men is toch niet van tijd bewust tijdens de meditatie?

Elke mens heeft in zich een soort klok. En die klok is geregeld ongeveer gelijk te lopen met de zon. Wanneer u zich instelt op een minimum duur van 20 minuten en rustig blijft liggen tot die verlopen zijn: daarbij de tijd geheel buiten beschouwing latende, dan zult u ontdekken, dat u in het begin een iets kortere tijd bent weggeweest, dus hebt gemediteerd: op de duur zal deze tijd echter volledig gebruikt worden. Ik noem deze duur, omdat naar de ervaring ons heeft geleerd een 20 minuten van absolute rust en ontspanning plus sterke richting van gedachten voor de meesten noodzakelijk is, om een goed contact te verwerven. Zou men dus veel voor die tijd afbreken, dan zou men hiermede een mogelijk contact zelf kunnen verhinderen. De duur van 1 uur ligt ongeveer bij het maximum, omdat de doorsnee mens niet in staat is een langere tijd een contact te handhaven.

  • Wordt een contact dan verbroken?

Dat wordt automatisch verbroken.

  • U maakt het duidelijk.

Ja, het is niet de bedoeling om het n.l. zo te zeggen, dat u eerst moet gaan zoeken naar wat ik wil zeggen.

Ik heb deze parallellen nu getrokken en ik heb een meditatie wijze aangegeven. U zult echter begrijpen, dat er nog meerdere methoden bestaan om voor de “ik” uitdrukking te geven aan waarden. De magiër zal naast het volledig ritueel vaak een zogenaamd kort ritueel kennen. Dit verkort ritueel zal in vele gevallen bestaan uit provisorisch branden van enig reukwerk, daarnaast het innemen van een bepaalde houding en een ogenblik dus zich wijden aan een bepaalde sfeer of gedachte. Hij wil hierdoor bereiken, dat hij in contact komt met sferen, waarmede hij meerdere malen in contact is geweest. Ook voor degene, die omwille van zijn geestelijke bewustwording contact zoekt met hogere sferen, zal het op den duur mogelijk zijn om een dergelijke verkorte procedure een regelmatig contact te leggen met enkele der figuren, die als leiders voor her optreden. Duidelijk? Dit gebeurt achter eerst nadat langere tijd dus deze meditatieve oefeningen hebben plaats gehad. Er moet eerst een stevige geestelijke band bestaan tussen u en bv. zomerland: eerst daarna kan dat contact ook gelegd worden zonder begeleidingsomstandigheden, omdat de geestelijke band zo sterk is geworden, dat de lichamelijke beïnvloeding t.o. daarvan steeds minder gewichtig wordt. Duidelijk? Voor onszelf echter kunnen wij dit verkort werken ook reeds toepassen op een ietwat ander gebied. Wij kennen bv. problemen, die vooral van geestelijke aard zijn, dat wil ik erbij voegen. Wanneer ik een probleem van geestelijke aard heb, dan kan ik voor mijzelf dit probleem wel duidelijk uiteenzetten, maar dan zal het mij over het algemeen niet helpen, wanneer ik daar verder over ga nadenken. De oplossing is voor mij zeer moeilijk. Ik ga nu mijzelf aanwennen, wanneer ik enige van deze problemen heb verzameld, deze gezamenlijk voor mijzelf scherp omschreven vast te stellen.

Een geestelijk probleem is over het algemeen moeilijker te formuleren.

Voor mijzelf is het niet noodzakelijk, dat ik al die dingen ga uitspreken. Maar wanneer ik zo’n probleem of zo’n vraag heb, dan wen ik mij aan die op een stukje papier neer te schrijven.

Gewoon de hele dag door. Wanneer ik deze problemen heb, ga ik deze ’s avonds stevig doorlezen. Daarna ga ik ontspannen zitten en laat mijn gedachten dwalen. Dit is op zichzelf niets anders, dan het onderbewustzijn gelegenheid geven om wat scherper naar voren te komen, Ik zal dan vaak geneigd zijn om te gaan doezelen. met potlood figuurtjes te gaan tekenen, geneigd worden om te gaan schrijven, om bepaalde denkbeelden iets nader uit te werken en plotseling weer los te laten, kortom in deze periode zie ik zeer veel kleine aspecten komen. Nu ga, ik, wanneer ik klaar ben dus met het overwegen, waar ik 5 minuten voor neem, de punten, die ik mij nog herinneren kan plus eventueel wat ik heb neergetekend of neergeschreven, half bewust verder beschouwen. Ik ga eerst proberen u deze dingen voor mijzelf te analyseren. “Wat is het eigenlijk? Waarom?” Het “waarom” is hier niet zo belangrijk als “wat is het”. Heeft men daaromtrent een voorstelling, dan neemt men wederom de lijst met vragen voor, zich en gaat nu trachten de vraag voor zichzelf te beantwoorden.

Eigenaardig genoeg zal blijken, dat juist bij geestelijke vragen de mogelijkheid zeer groot is, dat alle vragen na zo’n betrekkelijk korte tijd van “onnadenkendheid” beantwoord zijn geworden.

Gedeeltelijke oplossing hiervan zal dan vaak mogelijk zijn, sommige kunnen geheel worden opgelost, andere worden opgelost op een bevredigend peil, enkele niet. Deze blijven bewaard voor een volgende meditatieperiode.

Ik wens er uitdrukkelijk bij te voegen, dat dit alleen geldt in de omschreven vorm voor geestelijke problemen, dus niet voor stoffelijke. Voor stoffelijke problemen bestaat een gelijksoortige methode. Hierbij echter is de vraagstelling minder belangrijk: waar, e.d. de vragen later wel herinneren. Hier zijn de impulsen, die wij waarnemen, zakelijker wijze vast te leggen, desnoods met een enkel woord op schrift, opdat de verschillende gedachtebeelden later kunnen worden geanalyseerd. In een dergelijk geval hebben wij alleen het onderbewustzijn vrij spel gegeven.

Het scherp formuleren van mijn vraag en de instelling op beantwoording van een geestelijk probleem echter, maakt het mij in het eerste geval mogelijk, om te: komen tot een zij het vaak zeer vaag contact met geestelijke sferen, waarbij de beantwoording van mijn vraag dus mede gedeeltelijk inspiratief is.

Verder. De esotericus zal zich altijd moeten houden aan de wet, die ook voor de magiër geldt, en dat is deze: “Dat men nooit zonder reden een experiment volbrengt.” Naarmate de drijfveren, die voeren tot een meditatie, een experiment als omschreven en dergelijke, dus minder belangrijk zijn, wordt het gevaar ervan groter. Juist de belangrijkheid van het probleem voor onszelf betekent een sterk richten van de persoonlijkheid en sterke concentratie in onszelf plus een redelijk grote geestelijke kracht.

Dan: De magiër wordt erop getraind in het begin van zijn opleiding, dat hij alle onverwachte storingen negeert of mede betrekt in zijn magische bezwete ring. Bv.: een magiër is bezig met een grote bezwering en er komt iemand binnen. Dan zal de magiër zonder op te houden met zijn incantaties zo’n persoon een meestal daarvoor gereedliggende mantel omwerpen, een kring rond hem trekkend zodat hij afgeschermd is, en hem voortaan gebruiken als, een pool t.o.v. zijn eigen diagram. Zo moeten ook wij leren ons niet te laten storen, ofwel elke storing, die optreedt, langzaam maar zeker in ons eigen schema te verwerken. Hierdoor wordt een groter weerstand tegen storing en onderbreking geschapen en kan op de duur een contact worden bereikt, dat onder elke omstandigheid ongeacht de omgeving, ongeacht zelfs de noodzakelijke bezigheden van het ogenblik voortdurend tot stand kan worden gebracht en ook in stand gehouden kan worden.

o-o-o-o-o

Meditatie.

Symbool 

Dank u, symbool. Teken, waarin een wereld van gedachten verborgen ligt. Een mens zet eenvoudig een paar krasjes op papier, die elkaar kruisen een symbool. Hij ziet voor zich het gehele leven van Jezus. Hij denkt aan Zijn leerstellingen. Hij realiseert zich zijn eigen behoeften om die weg te gaan, die Hij is voorgegaan. Symbolen. Een mens ziet een astrologisch tekentje. En hij ziet een ster voor zich. Een vreemde dansende ster, die met zijn vreemde banen opvalt tussen het pronkerige en statige firmament. En dan denkt hij aan de invloeden daarvan. Hij ziet eigenlijk in dit ene tekentje zonder het zelfs maar bewust te willen denken een hele reeks van mogelijkheden voor zich, van gebeurtenissen en van invloeden. Het symbool is het kortschrift van de ziel.

Och, gebruiken wij dit zelf ook niet? Soms kan een enkel gebaar symbool zijn voor oneindige reeksen van begeerten: van angsten, van verlangens. Onze eigen wijze van gaan wordt zelfs tot een symbool. Is het een wonder, dat symbolen voor ons zo’n betekenis hebben? Grote betekenis naarmate meer mensen het symbool kennen en er zich mee bezig houden.

Wanneer u kijkt naar een kruis, symbool van Jezus, die de dood overwon, dan ziet u, mijne vrienden, niet alleen maar Jezus: Maar in gedachte bent u een met alle kerken der wereld, waar Hij op dat ogenblik wordt geëerd. Met alle gezinnen, waarin de kinderen een avondgebed bidden. Met alle zielen, die eenzaam, in wanhoop, een kruis grijpen en bidden, omdat het zo niet gaat.

Het symbool is voor ons een richtsnoer. Wanneer de bron van onze gedachten opborrelt, dan wordt ze geleid door het symbool als een beekje, dat naar zee stroomt en zich met andere beekjes verenigt tot een machtige, grote rivier. En wanneer het beekje, alleen gaande, allang in modder zou zijn ondergegaan, dan kan het juist door die andere beekjes, die meekomen de oceaan bereiken.

Het symbool is voor ons de uitdrukking van een innerlijke toestand, maar tevens de eenheid met anderen. Daarom is het voor ons zo gewichtig.

Uiteindelijk, symbolische gebaren gebruik je zoveel. U ziet het van mijzelf vaak, hoe ik met een zegenend gebaartje afscheid neem. En dan denkt men misschien: “Nou ja, het is een oude gewoonte”, of “Hij meent het zo goed”: maar het is meer dan dat. Want in de handeling “Zegenen”, die ik voor mezelf dan symbolisch uitdruk, ben ik een met allen, die zegenen op de wereld, met allen die zegenen in de geest, ben ik een met alle krachten des goeds, die zich tot de wereld richten. En daarom, daarom is het voor mij nog zo belangrijk.

Hoe gaat het met u? Spreekt uw gehele wereld niet in symbolen? Merkt ge zelf niet hoe een symbool invloed kan hebben op de medemens? Een auto is een symbool van welvaart. En alleen door dit symbool onverschillig of het uw eigen is of misschien geleend staat een hele reeks van mensen anders tegenover u. Er zijn genootschappen, die een handgreep kennen. En met die greep alleen wordt een eenheid geschapen, een zeker elkaar erkennen, helpen, wat erg belangrijk kan zijn. Op zichzelf betekent het symbool niets. Of het nu de handgreep is of een kruisbeeld. Het symbool is belangrijk, omdat het een uitdrukking is, een gedachtestroom, die heel die wereld omvaamt. Omdat het de uitdrukking is van krachten, die reiken vanuit deze wereld tot veel hoger sferen. Het is voor ons een wegwijzer, een gids. Met deze gids kunnen wij een doel bereiken, dat voor ons alleen vaak niet bereikbaar is.

Daarom zegenen wij alle symbolen. Het symbool van het licht, het symbool van het leven. Het symbool van de mens ook, met zijn vallen en opstaan, met zijn streven, zijn lijden en zijn geluk. Niet omdat ze symbolen zijn, maar omdat ze ons een kunnen maken met de dingen.

Daarom moeten we leren het symbool te begrijpen, het symbool, dat het ons mogelijk maakt dieper door te dringen in de waarheid van alle dingen dan wij, armen, dat anders zelf met woorden en boekwerken zouden kunnen doen.

De kern van alle dingen is de eenheid in God, onze Vader. Deze kern bereiken wij elk langs onze weg, juist dank zij de symbolen, die in ons worden gewekt, wanneer het symbool niet alleen maar een beeldje, een voorstelling, maar een begrip wordt, dat tot ons spreekt.

Vrienden, van alle symbolen is mij er een het dierbaarst: Het symbool van een oog, vanuit een driehoek schouwend, heel de wereld in zich opnemend. Zegt het ons niet: “Alle wereld, stof en geest en ziel, bewust of onbewust, is een in het weten en het kennen van God.” Het heeft mij vaak getroost, het heeft mij zekerheid gegeven. Ja, het heeft mij gesteund op ogenblikken, dat het kruis mij slechts een symbool was van eigen lijden.

En daarom, wanneer wij gezamenlijk nadenken over symbolen, probeer ze te begrijpen, probeer ze te aanvaarden, opdat er diep in je hart iets gaat spreken, dat de wereld beter doet begrijpen en God eerlijker doet aanvaarden. Nu wil ik geen afstand doen van mijn eigen oude symbolen en daarom wil ik afscheid van nemen in de naam van God. Dit is het symbool van een zegen, die zegt:’

“De Heer leidde uw schreden, behoede uw paden, opdat ge zult gaan tot God in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, een in alle eeuwen der eeuwen.”

Ook dat symbool is voor mij de benadering van de goddelijke eenheid, die ons aller doel is.

image_pdf