Wijsheid en ouderdom

image_pdf

2 oktober 1972

U weet allemaal dat wij sprekers van deze avond niet alwetend of onfeilbaar neem ik aan. U denkt natuurlijk na over alles, wat gezegd wordt.

Het onderwerp is, zoals aangekondigd: wijsheid en ouderdom.

Nu zijn dat dingen, die je eigenlijk wel een beetje moet definiëren, dacht ik, want wanneer een kind van zes jaar kijkt naar een meisje van achttien, dan zegt ze: je bent oud. Dat is het hier dus niet. Ouderdom, daar wil ik onder verstaan: een langzaam inzettend verval van lichamelijke functies, meestal optredende, zeg maar, na het vijfenveertigste jaar en in sommige gevallen na het zestigste.

En dan wijsheid. Wijsheid is het begrip, waardoor je de essentie van de dingen ziet en niet slechts de uiterlijkheden,

Ik dacht dat deze twee definities wel nodig zijn. Nu zijn er natuurlijk een hele hoop mensen, die anders redeneren. Ze zeggen: Kijk eens, iemand die oud is, heeft een hoop ervaring opgedaan en dus is hij wijzer, dan iemand, die jong is. Ik vind dat een gevaarlijke stelling, omdat de ervaring leert, dat vele mensen, die ouder worden, zozeer opgaan in hun eigen wijsheid, dat ze eigenwijs worden en eigenwijsheid is één van de grootste vormen van dwaasheid. Dus, we mogen zeker niet zeggen dat ouderdom en wijsheid zonder meer identiek zijn.

Wat we wel kunnen zeggen natuurlijk, is, dat iemand, die ouder wordt, veel dingen herkent. Wanneer je langere tijd hebt geleefd, dan heb je rond je allerhande situaties gezien en dan kun je je voorstellen, hoe het ongeveer afloopt. Je hebt dus een beter overzicht. Dat is inderdaad waar. In de tweede plaats, wanneer je wat ouder wordt, ga je meestal wat pragmatischer denken. Dat betekent dat je denkt in de utiliteitssfeer, in: wat kan ik direct doen, wat is voor mij belangrijk? Heel vaak is dat een pragmatisch egoïsme, dat wil ik erbij zeggen. Maar dat neemt niet weg, dat je dus veel meer ziet, wat is en wat niet mogelijk is, dan iemand, die jonger is. Maar of dat op zichzelf nu wijsheid constitueert, dat weet ik niet. Volgens mij eigenlijk niet. Nu hebben we natuurlijk de kwestie van: ja maar, iemand, die ouder is, heeft veel meer geleerd. Ja, ik geloof dat iemand, die tot op late leeftijd nog voortdurend leert, eigenlijk eerder dommer wordt dan wijzer. Om wijs te worden, moet je veel van wat je geleerd hebt, vergeten. Dan kijk je pas door de uiterlijkheden heen en dan ga je tot de essentie doordringen.

Ik heb dus in het begin hier gezegd – en ik hoop dat niemand van de aanwezigen mij dat kwalijk neemt – dat oud en wijs zeker niet identiek zijn. Nu kan ik op grond daarvan wel een aantal stellingen gaan opbouwen, maar laten we eerst even kijken naar degenen, die jong zijn.

Wat is het nadeel van jong zijn? Kun je wijs zijn en jong? Daar zegt iemand: zeker! Nu, ik weet het nog niet. De mogelijkheid bestaat. Maar daar staat weer tegenover dat degenen, die jong zijn, alles in zwart-wit verhoudingen plegen te zien. Ze kunnen over het algemeen het compromis, waar de wereld toch uiteindelijk uit is opgebouwd, niet aanvaarden. Het resultaat is, dat ze vaak idealistisch uiterlijkheden en theorieën nastreven, die praktisch geen betekenis hebben, zonder te weten wat het voor anderen betekent. Laten we een voorbeeld nemen:

Een jongeman wordt architect. Hij gaat op in zijn idee van esthetisch bouwen, doelmatig bouwen van doelmatige huisvesting en hij creëert daarmee een nieuw woningtype. Dat is allemaal heel mooi. Maar is dat woningtype nu een woning, waarin de mens graag kan wonen?

U weet, de mens is ook een dier, hij heeft een eigen territoir nodig en wanneer je een huis hebt, dan moet dat iets zijn, waarin je geborgen bent, dat van jou is. Waar ook niets van buitenaf kan invaderen, al is het maar geluid. Als je nu kijkt naar wat de jongeman doet, dan zeg je: ja, het is allemaal esthetisch, het is mooi, maar het is niet wat de mensen nodig hebben. Die man is niet wijs. Wat hij doet is theoretisch allemaal heel mooi en heel goed, maar hij vergeet één ding: de mensen moeten erin leven, dat gaat ook met heel veel theorieën precies hetzelfde.

Je kunt idealen hebben omtrent een sociale structuur, die allemaal absoluut op zichzelf zeer respectabel zijn en de moeite van het nastreven waard. Maar men wil dat dan doorzetten, zonder rekening te houden met de mensen, die dan toch uiteindelijk de basis zijn, waarop een dergelijk ideaal zou moeten staan. Dan ben je ook weg.

Ik geloof dus, dat het voor jongeren wel erg moeilijk is, om ‘wijsheid’ te bezitten. Maar iedere mens kan wel wijs zijn, dacht ik, dat is op het ogenblik dat hij in het beschouwen van een probleem niet alleen het probleem van zichzelf uit beziet, maar dat hij probeert te begrijpen, waaruit het probleem in feite bestaat.

Dat is nogal eens moeilijk, dat geef ik direct toe. Laten we bv. eens kijken naar het probleem van de voeding in India indertijd. Al die heilige koeien, die liepen overal, maar die vraten maar en daar werd niets aan gedaan. Het was oorzaak van een hele hoop armoede. In Europa heb je tegenwoordig ook heilige koeien. Alleen zijn die van blik. Die razen maar, die rossen maar, die stinken maar, en de natuur gaat er onderdoor, maar de mens zegt: nee, daar moeten we afblijven.

Kun je iets doen tegen die heilige koeien? Ja, het kan wel, maar dan kwets je toch wel een hoop gevoelens. Kun je iets doen tegen de heilige koeien van Europa? Wel degelijk, maar dan kwets je een heleboel bezits- en machtsgevoel en zo.

Is het mogelijk? Dan moet je kijken welke weg staat mij open. Ik geloof dat er dan een oplossing te vinden is. Soms is het een jongere, die zoiets vindt, soms een oudere. Een oudere zou zeggen: nu ja, laten we die dingen zo duur maken, dat niemand ze meer kan kopen, dan verdwijnen ze vanzelf wel. Een jongere zal misschien zeggen: nu ja, laten we zorgen, dat alle regels van het verkeer zo strikt worden nageleefd dat er geen aardigheid meer aan is. Dan hebben ze allebei iets begrepen van de essentie.

In het verkeer is het verkeersgenot driekwart illusoir, maar is de meest belangrijke factor. Niet het feit dat je van huis tot huis zo gemakkelijk komt, maar het idee dat je met een eigen wagen van huis gaat, waarbij je dan kosten, moeite, verontreiniging, extra belasting van het zenuwstelsel absoluut over het hoofd ziet. Je zou het dus anders moeten benaderen.

En nu kan ik misschien aan een paar stellingen komen: Wijsheid impliceert eenvoud. Op het ogenblik dat een probleem tot zijn eenvoudigste bestanddelen kan worden teruggebracht, is het overzienlijk, het is hanteerbaar en meestal ook oplosbaar. Gelijktijdig zien we dan, waar de knoop, waar de spanning ligt. Wanneer een oudere dit in zijn leven voortdurend doet, moeten we hem wijs noemen. Wanneer een jongere in staat is, dit in zijn leven tot stand te brengen, is hij wijs.

In de tweede plaats: Een groot gedeelte van de problematiek van de moderne, zeker van moderne westerse wereld, komt voort uit o.m. de bevolkingstoename en daarnaast de bezitshonger. Wanneer we die dingen bekijken, dan blijkt dus dat de oplossing moet worden gevonden bij de mens. Seksualiteit is een taboe en de voortplanting is een nog veel groter taboe, daar mag je niet aankomen. Waarom?

Je zou moeten begrijpen, wat de belangrijkheid is van die functies en waarom. Je zou je af moeten vragen, wat de belangrijkheid is in feite van het bezit en waarom. Laten we maar weer even bij deze dingen een notatie plaatsen. Het is mij al ras opgevallen, zover ik dat kan nagaan vanuit mijn wereld, dat jonge mensen, die geen geld hebben voor de inrichting van hun huis, dat die veel beter geïnstalleerd zijn dan mensen, die een hoop geld hebben. Alleen maar, omdat ze het zoeken in eenvoud, in nuttigheid en omdat ze gebruik maken van de middelen, die ze hebben. Ik zou zeggen, dat is kenmerkend eigenlijk voor deze maatschappij: degenen, die niet hebben, zijn feitelijk voor hun behoeften vaak beter geïnstalleerd dan degenen, die het beter hebben. Een hele zonderlinge situatie dus.

Een derde punt. Een groot gedeelte van de wijsheid, die de mens verkondigt, is gebaseerd op abstracties. Op dingen, die niet bewijsbaar en ten hoogste emotioneel beleefbaar zijn. Het is duidelijk dat heel veel mensen gemotiveerd worden door een geloof, een ideaal. Maar een wijze beseft dat degenen, die alleen vanuit een geloof of alleen vanuit het ideaal voortdurend willen denken, daarmee de werkelijkheid ontvluchten. De oplossing zou te vinden zijn in de richting van hun ontvluchting, niet in een aantasting van het geloof of het overweldigen van de idealisten door ze als het ware in de pas te laten lopen met ouderen, die verschillende idealen of geen idealen hebben.

Heel vaak zien we ook, dat de oudere mens naar voren wordt geschoven als de man, die het dan wel kan doen. Franco is op het ogenblik -geloof ik- al zwaar in de zeventig en hij heeft eens zijn eigen land bezet, en dat houdt hij nog steeds vol. Hij regeert het dan ook als bezet gebied. Deze man is niet wijs te noemen, want een groot gedeelte van wat hij doet, gaat regelrecht tegen de belangen en zelfs tegen de aard van het volk in. Toch wordt hij als ‘wijs’ gezien, omdat hij de macht in handen heeft. Anders gezegd: macht in handen van ouderen, wordt door hen vaak verward met wijsheid. Jongeren hebben hetzelfde idee en proberen macht te verwerven. Macht kan nimmer in de plaats treden van wijsheid, wijsheid is net geen macht. Dat laatste is natuurlijk een harde knoop, maar het is erg eenvoudig. Wanneer je wijs bent en je ziet waar het om gaat, dan betekent elke macht die je uitoefent, een enorme aansprakelijkheid, verantwoordelijkheid. En je zult die verantwoordelijkheid niet op je nemen, als het anders kan.

Iemand, die niet ‘wijs’ is, die zoekt naar macht. Waaruit dus zou kunnen worden geconcludeerd dat het merendeel van de mensen die, die naar macht streven, in feite niet wijs is. Dat mag natuurlijk niet gezegd worden, maar het is zo.

Ik heb dan verder geprobeerd in dit verband, om eens na te wat de reacties van de mensen zijn. Hoe reageert een oudere, hoe reageert een jongere? U weet, wij hebben nogal wat moeilijkheden; we moeten namelijk via het gedachteleven van de mensen dergelijke dingen constateren. En ik heb een wat ouder volkspaar en een jonger, nogal hip paar geobserveerd tijdens een voorstelling van “Oh, Calcutta” De reacties waren heel verschillend. De jongeren waren overtuigd dat het cultureel was, omdat het anders was. De ouderen vonden het eigenlijk wat gênant. Haar gedachte kwam neer op – excuseert u de platheid – is het nu nodig dat ze in hun blote kont gaan staan? En zijn antwoord was: Ach kind, het is flauw cultureel, dan krijgen ze meer uit de subsidiehutsepot. Ik ben zo vrij, om die gedachten te vertalen, niet letterlijk dus.

Ik dacht dat hier een enorme afwijking zat. De één zag hierin eigenlijk een soort experiment, toch wel een vernieuwing en dacht: verandering is verbetering. De anderen zeiden juist: Kijk eens, het is zo anders, dat we nu wel gaan kijken, maar we moeten het afkeuren, omdat het anders is.

Ik dacht dat allebei de partijen een heel eigenaardige fout maken. Een wijze zou zeggen: een verandering, die doeltreffend is, is altijd aanvaardbaar. Een verandering, die alleen gezocht wordt om het anders zijn op zichzelf, is dwaasheid en blijft onaanvaardbaar, zodra ze anderen wordt opgelegd. Ik zou dus in dit geval bijvoorbeeld kunnen zeggen: Een toneelexperiment op zichzelf, dat moet je aanvaarden. Een gesubsidieerd toneelexperiment kun je alleen aanvaarden, wanneer je tot een werkelijke vernieuwing komt. Is dat niet het geval, dan is het dus gewoon de mensen iets opdwingen, wat eigenlijk geen zin heeft. Een vernieuwing moet ook nog kunnen bewijzen dat ze zin heeft.

Aan de andere kant zou ik zeggen: het in stand houden van een hele hoop oude dingen is op zichzelf wel erg mooi. Ik kan begrijpen, dat men zegt bv.: je moet orkesten subsidiëren. Maar ik vraag me af aan de andere kant, of het wel reëel is, om nu grote orkesten wel en bv. beatgroepen niet te subsidiëren. Beide zijn namelijk een weergave van een cultuurvorm, van een belevingsvorm van de mens. En ik geloof niet dat je eerlijk bent, wanneer je de één wel en de ander niet op kosten van iedereen wilt onderhouden. Ik dacht dat ook hier de fout zit, dat je denkt: wat oud is, is noodgedwongen goed. Ik zou zeggen: wat iets tot de mensen zegt, is goed.

Ik geloof dat je altijd in de eerste plaats de mens moet bereiken. Elk isolement dat er ontstaat – en we zien dat in de maatschappij zo vaak – is op zichzelf, ook door het vervreemdende effect, eigenlijk nadelig, het stoot mensen af. Je moogt rustig de mensen een andere kant tonen van de zaak, daar heb ik geen bezwaar tegen, maar dan moet het in ieder geval iets zijn, dat reactie uitlokt. Zodra er geen reactie op is, zou ik zeggen: het is waardeloos. Dat is mijn vorm van wijsheid misschien.

Dan: moeten we verwachten dat de ouderen wijs genoeg zullen zijn op deze wereld. Nu, ik moet zeggen, als je kijkt naar de praktijk, dan ziet het er niet bepaald naar uit. De ouderen hebben deze wereld door twee wereldoorlogen heen geloodst, dat is waar. Daarna hebben ze de zaak de inflatie ingetrokken, dat is waar. De gulden van 1940 is op het ogenblik nog zoiets van dertien cent waard, vergelijkenderwijs dus. Ze hebben zeker bepaalde problemen opgelost, o.a. dat van werkeloosheid, maar ze hebben er niets voor in de plaats kunnen zetten.

Arbeidsvreugde bv. is veel minder geworden. De maatschappelijke samenhang is hechter georganiseerd, er zijn veel meer groepen echter, die met elkaar in conflict komen. Er is dus in feite minder broederschap en samenwerking dan er vóór die tijd was, alleen was het toen niet georganiseerd. Ik zou zeggen, die ouderen hebben het verkeerd bekeken.

Moeten we van de jongeren dan de wijsheid verwachten? Ik geloof het niet. Ik ben een beetje pessimistisch wat dat betreft. Want de jongeren hebben inderdaad vaak een conflict geschapen. Dat is eigenlijk al begonnen, zeg maar in de jaren 1940. De jongeren, die op hun manier gereageerd hebben op bezetting bv. in Nederland. De jongeren, die later gereageerd hebben bv. op bepaalde sociale conflicten. Jongeren, die zelf dus bepaalde conflicten geprovoceerd hebben, om daarmee te laten zien, wat de werkelijke verhoudingen waren. Ik dacht dat ze wel wat gedaan hadden.

Maar zijn ze in staat – en dat is heel belangrijk – om door te dringen tot de essentie van de maatschappelijke problemen? Ik betwijfel het. Ik betwijfel het, omdat ik bij hen altijd weer, ook in deze tijd, de neiging zie, om de werkelijkheid te ontvluchten. En om wijsheid te verwerven, moet je eerst de werkelijkheid aanvaarden. Dan kom ik dus tot een paar conclusies:

De wijsheid van de ouderdom is heel vaak niets anders dan het handhaven van een traditie. Op dat ogenblik kan ze niet als wijsheid worden omschreven. Ouderen echter, die begrip hebben gekregen voor hetgeen in de mens leeft en in de mens bestaat, bezitten een ware wijsheid. Ze zijn in staat om door de problemen heen te zien. Ze zijn ook in staat om, haast ongemerkt, de zaak ten goede te leiden.

De jongeren zullen veel wijsheid kunnen opdoen, wanneer ze bereid zijn, de gelijkwaardigheid van anderen en de denkbeelden van anderen te accepteren. Eerst door de erkenning van een gelijkwaardigheid en dus een conflict tussen hun eigen stellingen en die van anderen kunnen ze begrijpen wat de verbindende factor is, waardoor deze stellingen in feite bestaan en waardoor ze belangrijk zijn. Als ze de werkelijke belangrijkheid hebben gevonden, dan hebben ze het grote voordeel, dat ze veel actiever zijn, dat ze veel gemakkelijker nieuwe feiten opnemen en dat ze – en dat is geloof ik toch niet te verwerpen – een langere tijd hebben om in te werken. Dit, zover het de meer mundane werkelijkheid betreft.

Laten we nu eens gaan kijken naar de geestelijke werkelijkheid, want die speelt ook altijd een rol.

Men zegt dat de ouderen veel wijzer zijn in occult en religieus opzicht. Het is inderdaad waar dat bij het komen van de hogere leeftijd de mens zich meer bezighoudt met het occulte, het hiernamaals en al wat erbij hoort. Maar is dat nu wijsheid, of is het angst voor de dood. Het blijkt dat bij een deel van de mensen althans, dit in de eerste plaats een poging is om voor zich de onvermijdelijke dood die komen gaat, een beetje een ander kleurtje te geven, om ze op te schilderen. Het blijkt ook dat ze in deze periode in hun aanvaarding heel vaak erg kritiekloos zijn. Dat ze dus op gezag aanvaarden en hun aansprakelijkheid voor zelfstandig denken en beleven eigenlijk zoveel mogelijk opzijschuiven. We krijgen dan mensen als, ja, wat zal ik als voorbeeld nemen: zeg de wat ouderen in de Opus Dei. U weet wat Opus Dei is? Dat is een instantie, die in Spanje is gesticht en sedertdien uitgebreid is, katholiek van origine en ze gaat dus uit van de machtsstelling van de Kerk en probeert deze, niet alleen religieus maar ook sociaal, voortdurend waar te maken. Daar komt het wel op neer. In Nederland bv. is ze in de eerste plaats geloof verkondigend, maar gelijktijdig coördinerend voor een deel van het Kerkbezit.

De Kerk heeft grote bezittingen. Ja, u dacht misschien, dat ze allemaal zo arm waren, maar Jezus heeft zijn bezit wel achtergelaten, die heeft alle bezit verworpen, maar de Kerk is sedertdien druk bezig geweest, om dat ongedaan te maken. U moet mij dat niet kwalijk nemen dat ik dat zeg, het is geen kritiek op de Kerk als geheel, maar op een omstandigheid.

Kijk eens, die Opus Dei-mensen vragen dus niet: waarom wordt ons gevraagd, of: waarom zegt de Kerk, of: waarom zegt een hoge geestelijke… Ze zijn als soldaten, ze gehoorzamen. Dit is een afschuiven van verantwoordelijkheid, dat kun je nooit wijsheid noemen. Iemand, die wijsheid zoekt, zal altijd iemand moeten zijn, die een beetje alleen staat. Dat gaat niet anders; geestelijke wijsheid dat is in de eerste plaats wat jezelf motiveert. Waarom zoek je naar het occulte? Waarom is het geloof voor jou belangrijk? Wat betekent God voor je? Het is mooi om God aldoor maar voorop te stellen, maar als je dan aan de anderen toe moet geven: ja maar, als ik Hem nodig heb, dan is Hij er niet: dan moet er ergens iets fout zijn. Of bij God, of bij u, of bij uw geloof.

Ik geloof, dat je reëel moet zijn om wijs te zijn. Dan horen we de wijsheid van de oude Meesters, weet u wel? Dat zijn dan niet alleen de meesters uit het verleden, maar het zijn heel vaak jolige oude heren, die een hele hoop spreuken en inzichten bij elkaar vergaard hebben, vaak gepaard gaande met een stel technieken, die ze als de enig juiste voorstellen.

Zijn ze werkelijk zo wijs? Nu, soms wel. Want met de ouderdom komt een zekere onthechtheid. Je wordt dus veel minder door bepaalde hartstochten geregeerd bv. je hebt veel minder de behoefte om voor jezelf een plaats te maken in de wereld. Je bent al tevreden, als je een beetje leven kunt, dus je kunt wat objectiever zien, je kunt je wat meer oprecht en eerlijk in jezelf verdiepen en je hebt minder behoefte om anderen te verkondigen. Dan krijg je inzicht in de krachten van je eigen wezen, je ontdekt vaak dat je hele gekke dingen kunt doen – want de mens heeft die kwaliteiten wel, hij gebruikt ze alleen niet – en dan kun je dus een mens worden, die occult zeer begaafd is, die grote wijsheid bezit ten aanzien van het leven bv. maar ook ten aanzien van het leven in het hiernamaals. Dat is wel degelijk denkbaar.

Maar is dat altijd zo? Ik geloof het niet. Er zijn heel wat “meesters” van rijpe en rijpere leeftijd, die rondtoeren in de wereld om iedereen te vertellen, hoe belangrijk hetgeen is wat zij denken. Ik dacht dat juist waarin je zegt, dat hetgeen je zegt belangrijk is, je ook gelijktijdig duidelijk maakt, dat je de belangrijkheid aan een ander suggereert. Ben je er dan zelf van overtuigd, kun je de dingen niet voor zichzelf laten spreken? Een wijze laat de dingen voor zichzelf spreken.

Dan de jongeren. De jongeren zijn, wat hun geloof betreft, vaak een beetje kritischer geworden. Dat kan ik ook begrijpen. In een wereld, waarin je steeds meer overtuigd bent van je rechten, van je gelijkwaardigheid met anderen ook – iets, wat in de maatschappij niet bestaat, maar in de opvoeding wel voortdurend wordt gepropageerd – kan ik me voorstellen dat je zegt: Ja maar, die Kerk hoeft mij nu niet alles te vertellen, ik kan zelf toch ook nog wel denken. Ik kan dan zeggen: jazeker. Wanneer de jongeren beginnen met het occultisme, dan zijn zij vaak veel reëler dan de ouderen. Soms leren ze ook er beter gebruik van maken. Maar, in heel veel gevallen zoeken ze er toch ook weer een weg om die maatschappij een klein beetje te overbluffen of zelfs achter zich te laten.

Ik heb niets tegen het “Jesus-Movement” bv. Ik vind het op zichzelf een zeer attractief geheel. Ik geloof wel dat iemand, die zelf beseft wat hij doet, grote wijsheid daaruit kan puren. Maar het merendeel zoekt alleen de geborgenheid, de aanvaarding van de groep, de verantwoordingsloosheid, door Jezus, die dan alles wel zal doen. Ik geloof, dat je daar een fout maakt, hè?

Als u wijsheid zoekt, ja, dan vindt u ze eigenlijk bij de mensheid hier en daar wel. Ik vind ze niet bij de ouderdom, ik vind ze niet bij de jeugd. Wat zou voor een oudere, iemand, die dus wat op jaren begint te komen, wijs zijn, in deze wereld? Ja, dan kan ik alleen maar een eigen oordeel geven, een eigen mening.

Ik zou zeggen: kijk eens, iemand, die ouder is, moet in de eerste plaats begrijpen dat zijn maatstaven voor hemzelf gelden, maar dat de wereld veranderd is. Hij moet in de tweede plaats begrijpen dat het belangrijk is om, op welke manier ook, deel te blijven uitmaken van het leven, van de wereld. Hij moet niet proberen zich te isoleren in zijn eigen gelijk, hij moet juist proberen om te leven in de verandering. Zelfs, wanneer deze voor hem persoonlijk niet aanvaardbaar is. Hij moet er toch in leven.

Een mens, die ouder wordt, moet ook begrijpen, hoe zijn medemensen zijn. Hij moet begrijpen dat dezelfde tekortkomingen, dezelfde vorm van intolerantie, die bij hen bestaat, bij anderen ook kunnen bestaan. Je moet weten waarom je reageert, zoals je doet. En dan zul je in heel veel gevallen anderen op kunnen volgen, wanneer ze verkeerd reageren.

Je moet je geloof niet concretiseren tot iets, waardoor jij zo dadelijk opwaarts zult wieken. Dat klinkt misschien heel gek. Want je zou toch zeggen: voor een oudere is het toch heerlijk; als je weet, na de dood komt er nog wat, ik hoef er niet bang voor te zijn. Ja, dat is prettig als je het weet, als je het beleven kunt, vooral. Maar ik geloof dat je in de eerste plaats moet komen tot de aanvaarding: dit leven is praktisch afgelopen, ik heb geen tijd meer om zelf te veranderen. Het beste wat ik kan doen is, het beste wat in mij is, vastleggen of weergeven of aan anderen overdragen.

De taak van de ouderen is in de maatschappij altijd geweest: overdragen: Bij de natuurvolkeren zie je dat heel sterk. De oudere is daar – nu, zeg het maar eerlijk – een opvreter. Ze hebben daar natuurlijk recht op een plaatsje, totdat ze dus te lastig worden. Maar in uw maatschappij hebben ze dus recht op sociale steun of weet ik wat, A.O.W. , dus een gelegaliseerde aalmoes. Maar de taak van de oudere in die primitieve maatschappij is vooral het overdragen van de kennis, de kennis van het verleden. De ouderen hebben stem, zodra het gaat om de dingen van het verleden. Maar gaat het om de nieuwe dingen, dan hebben de jongeren het woord, het voor het zeggen. Het is iets, dat haast automatisch ontstaat. De oudere is het bezinnelijke, het belerende element geworden, de jongere is het daadkrachtig, vaak opstandige element en de oudere probeert dus een balans te bereiken. Het is de oudere, die dit probeert, ‘t is nooit de jongere.

Ik dacht, dat je dit zou moeten zien als een patroon voor de mensheid. De mens is, volgens mij althans, ook een dier. Ja zeker, hij is wel wat meer – dat geef ik graag toe – maar hij is ook een dier. Hij heeft als dier, ingeboren levensgewoonten, bepaalde instincten, waar hij niet omheen kan. En één daarvan is dus de taak van de oudere, niet alleen in de mensenmaatschappij, we zien het zelfs in bv. de apenmaatschappij. Daar is de oude belangrijk, zolang hij de sterkste, de meest daadkrachtige is. Is hij niet daadkrachtig meer, dan maakt, hij plaats voor een ander. Maar we zien heel vaak, dat hij de ware macht delegeert. Vooral bij de bavianen komt dat veel voor. Een oud bavianenopperhoofd heeft dus een soort lijfwacht meestal bij zich, een paar sterke mannetjes en die mannetjes regeren eigenlijk. Het is de oudere, die uitmaakt, waar zij heengaan, het zijn de jongeren, die uitmaken, hoe de kudde erheen gaat.

En als je dat gaat begrijpen, dan kun je zeggen: ja, dat zou in de maatschappij misschien ook wel een beetje passen. De ouderen kunnen de richting wel bestemmen, omdat ze door ervaring meestal beter weten welke richting je in kunt slaan. Maar het zijn de jongeren die dan uit moeten maken, hoe; niet de ouderen. Is er in deze maatschappij van u, in uw maatschappij dus zoals u die op het ogenblik kent, is daar een redelijke samenhang? Wat is de wijsheid van uw maatschappij? Laten we een paar pseudovrijheden opnoemen: We moeten zoveel mogelijk iedereen zijn zin geven, want alleen zo blijven we aan de macht. Dat is de grootste dwaasheid die er bestaat. Waarom zou je de aansprakelijkheid nemen voor de onzinnigheden van anderen, terwijl je er niets aan kunt veranderen?

Het is belangrijk dat wij alle dingen vernieuwen. Ik geloof dat dat niet impliciet waar is. Het is belangrijk dat we beseffen, wat uit het verleden waardevol is, dat conserveren en waar tekorten optreden, vernieuwen, zo harmonisch mogelijk met het oude.

Het is belangrijk, dat wij de mensen confronteren met onze mening: maar je mag ze niet die mening opleggen. Wanneer je bv. een “captive audience” hebt, dus een gezelschap, dat er eigenlijk niet onderuit kan – u bent het ook een klein beet je, weet u dat? U zit hier, en voor uw fatsoen zult u niet weglopen, dus daarom luistert u naar wat ik zeg – Wanneer je een captive audience hebt, dan moet je niet proberen om je eigen mening dwingend op te leggen. Dan moet je zelfs proberen, om eenzijdigheden te vermijden. De mens die denkt dat het wijsheid is om zijn denkbeelden met alle kracht aan een ander op te dwingen, vergeet dat hij daardoor onevenwichtigheden creëert, onevenwichtigheden, die hij zelf niet kan corrigeren.

Dat zijn dus een paar punten. En dan vraag ik mij af: wat is dan wijs in uw wereld?

Ik heb zo-even al geprobeerd om de taak van de ouderdom daarin te schetsen. Ik geloof dat de taak van de ouderen is, duidelijk te maken wat is geweest, wat in het verleden werd bereikt. Niet, welke theorieën we hebben gehad, maar wat de feiten zijn. We moeten niet spreken voor of tegen het fascisme, we moeten spreken over Auschwitz. We moeten niet spreken over bv. de zegepraal van Engeland, we moeten ons afvragen: wat is de relatie Engeland, in de oorlog en in de vrede, en de rest van Europa. De ouderen zijn degenen, die de jongeren moeten confronteren met datgene, wat bereikt is in het verleden en hoe het bereikt is. Ze moeten de jongeren confronteren ook met de ontstaansgeschiedenis van het verkeerde, waarom bestaat het, wat heeft ertoe gevoerd. De jongeren moeten dan, ziende wat er is en wat de noodzaken zijn, niet leren uit het verleden, zoals de mensen wel eens verkeerd zeggen, maar begrijpen: in het verleden is het dus zo gegaan, we moeten dus niet dezelfde techniek toepassen, we moeten het anders doen. En die moeten dus een nieuwe methode proberen te vinden om van oude fouten af te komen.

Dan zou er wijsheid zijn. Wijsheid bij de jongeren, omdat ze zeggen: wat geweest is, dat geeft iets weer over de aard van de mens en daar hebben we mee te rekenen. Hoe reageren mensen? Dat moeten we weten. En voor de ouderen, omdat ze niet meer zeggen: Zo moeten jullie reageren, maar omdat ze zeggen: zo is het geweest, wat wil je er nu mee doen.

Ik geloof ook dat het belangrijk is, wanneer je religieus gaat denken, dan geloof ik niet dat het de taak van de priester is om te zeggen: “Zo is God”, maar te zeggen: op deze wijze kun je God vinden. Het verschil is eigenlijk dit, om het goed te zeggen. Kijk eens, op het ogenblik is de priester heel vaak iemand, die een entreekaartje verkoopt ter bezichtiging van de godheid, zij het een verbale. De priester zou iemand moeten zijn, die overal de wegwijzer neerzet, opdat degene, die naar God toe wil, God ook kan vinden.

De wijsheid ligt hier in het feit dat de mens het alleen in zichzelf vindt en dat niemand hem kan zeggen, hoe hij dat moet beleven en hoe hij dat moet zien. Je kunt het innerlijk van een ander niet eens volledig overzien. Hoe wil je dan precies zeggen hoe mensen moeten voelen en denken? En dan moet je ook je niet vastklampen aan een vorm, want een vorm zonder inhoud is leeg. Juist bij heel veel mensen met een kerkelijk geloof, is hun geloof, als je het goed bekijkt, alleen het doosje. Het is een hele mooie verpakking van allerhande rituelen en geloofsbelijdenis, maar er zit niet ‘dat’ in.

Ik zie het in de esoterische systemen. De esoterische systemen zeggen: wij hebben de waarheid, wij weten het. Ze decreteren. Ze zouden moeten zeggen: dit is een weg, probeer het voor jezelf, bewijs aan jezelf dat dit voor jou betekenis heeft.

Hetzelfde vinden we bij het occultisme. Ze zeggen: wij hebben een wetenschap. Misschien hebben ze die, maar laten ze die dan eerst bewijzen. Laat de jongeren een practicum doormaken van het occultisme, niet alleen maar een theoretische scholing.

Kijk, dat bedoel ik: Wijsheid, dat is werken met de eenvoudige waarden van het leven. Als de jongeren zeggen: ja, hoor eens, wij zien seksualiteit anders, dan moeten de ouderen niet zeggen: Foei. Ze moeten zeggen: de uiterlijke vorm doet er niet toe; en de menselijke instincten veranderen niet werkelijk. Laten we alleen zorgen dat we elkaar kunnen begrijpen.

Wanneer de jongeren uitroepen: die maatschappij deugt niet, dan moeten de ouderen niet zeggen: maar we hebben zoveel moeite gehad om het zover te krijgen. Dat hebben ze ook gehad, hoor. Dat is een gemeen mopje, als u het goed nagaat. Maar u moet dus niet zeggen: het heeft ons zoveel moeite gekost, om iets op te bouwen. Je moet je afvragen: deugt het? Op het ogenblik dat ik vakbonden zie, die zich gaan gedragen als economische heersers, die dus gelijktijdig werkgevers en werknemers domineren, dan zeg ik: hier deugt iets niet. Waar is het oude syndicalistisch denken gebleven? Van de mensen, die samen iets doen, in plaats van de mensen, die samen wel eens even laten zien, dat hetgeen gezegd wordt, ook gedaan wordt. Begrijpt u wat ik bedoel?

We moeten terug naar de essentiële waarden. De oudere kan niet zeggen: zo is het goed! Want het is niet goed. Hij kan alleen zeggen: wij hebben het niet beter gekund, maar zo zijn we ertoe gekomen. Wat kunnen jullie doen?

En wanneer iemand zegt: ik heb een mooie theorie, moet je zeggen: die theorie moet je eerst eens aan jezelf proberen’.

Ik heb een reuze idee, wat dat betreft. Moet u van mij niet aannemen Ja, ik maak altijd van tevoren mijn excuses als ik iets ga zeggen, maar het is volgens mij juist. Ik geloof dat we alle bouwers van hoog-flatwoningen eerst eens zelf in zo’n flat moeten laten wonen, een paar jaar. Ik geloof dat er dan betere woningen zouden komen. We zouden alle ontwerpers van bepaalde verkeersregels ertoe moeten dwingen, juist daar, waar die regels het sterkst gelden, een keer een maand met een wagen rond te rijden. Misschien dat ze het dan anders zien. Ik zou al die mensen, die sociale wetten uitvaardigen er zelf eens een keer onder laten leven. Al die mensen bv. die uitmaken – we hebben het over A.O.W, gehad, goed, laten we dat nemen; al die mensen, die hebben gezegd: dat A.O.W. dat moeten we dus aanvaardbaar achten. Die zou ik zeggen: nou goed mensen, gaan jullie zes maanden leven van dat geld en niets anders en kijk dan hoe je er weer over denkt. Dat zou het mooiste zijn, want dan ga je pas begrijpen, wat het betekent.

Het is gemakkelijk om te schelden op degenen, die ergens onderdrukkers zijn. Het is zo gemakkelijk om te zeggen dat die Palestijnse terroristen toch maar niet deugen, of dat de Israëli’s het toch maar helemaal verkeerd hebben. Je zou eigenlijk met die mensen moeten leven een jaar, dan zou je misschien weten wat er in hen leeft, dan zou je het misschien begrijpen en dan zou je misschien zien waar de schoen wringt. Met een veroordeling bereik je niets.

Je kunt de communisten afwijzen, je kunt ze goedkeuren. Maar hoe wilt u wat bereiken, wanneer de communist voor u een theoretisch wezen is, een soort verwilderde boeman, die met hamer en sikkel voortdurend klaar staat om elke mens te ontmenselijken. Ik geloof dat je gewoon moet zien wat het communisme is, niet alleen die regering, maar wat de mensen zijn. En je moet ook het kapitalisme niet afwijzen als de grote exploitant van alle   mensen. Je zou gewoon eigenlijk moeten zeggen: iemand, die erg tegen de kapitalisten is die moet eens een tijd in een kapitalistisch land gaan werken en wonen; degene die erg tegen de communisten is, moet eens een jaartje daar gaan werken. Dan ga je toch pas begrijpen, wat er is.

Wijsheid is begrip. Mensen, die oordelen over zaken, waar ze niets van afweten, zijn dwazen. Je kunt een mening hebben.

Een vriend van me werd gevraagd: Beatmuziek, wat denk je ervan? Nu is het iemand die niet van dat soort dingen houdt, want de indrukken die hij ervan krijgt, zijn ietwat chaotisch. Hij reageerde dus met een oud rijmpje:

Een kogel in de keukenkast, pa die op de baby past.

Twee katten in de maneschijn, dat moet een beatband zijn.

Dat kan ik begrijpen, dat is een persoonlijke mening. En als persoonlijke mening is het aanvaardbaar. Zodra het een oordeel wordt, is het verkeerd. Misschien dat u ouderen nu gaat begrijpen, waarom ik soms aan uw wijsheid twijfel. Niet aan alle wijsheid, maar ik geloof niet dat ouderdom identiek is met wijsheid.

En waarom zijn die ouderen dan toch beter, hè? Dat is ook een maatschappelijk punt. ‘t Laatste trouwens, waar ik aan begin, dan heeft u genoeg inleiding gehad, dacht ik.

Kijk eens: een ouder mens loopt niet zo hard en dat is een reuze voordeel. Als je extreem reageert en extreem denkt, dan schiet je zo vaak je doel voorbij. De ouderen zijn een rem. Maar de wijsheid en de betekenis van de ouderdom ligt, geloof ik, in het feit vooral dat ze begrijpen dat je langzaam moet bouwen, dat je niet te snel moet willen zijn. Ik geloof dat de wijsheid van de jeugd ook ligt in het besef van de beperktheid van hun mogelijkheden. Wanneer de jeugd beseft hoe beperkt zij is, dat ze niet iedereen mee kan slepen zonder meer, dan zal ze wel degelijk vernieuwingen door kunnen zetten, die overal ingang vinden. De ouderen moeten begrijpen, dat het hun taak niet is, om stilstand af te dwingen, maar dat ze wel mogen zorgen, dat een te snelle ontwikkeling niet desastreus wordt.

Nu heeft u waarschijnlijk een hoop gehoord, een paar keer ja, een paar keer nee geknikt, is er nu iemand, die onmiddellijk wil reageren?

  • Over het optreden van macht, daar spreekt u over het vaak ontbreken van wijsheid. Maar één van de meest gehoorde kreten is: zorg, dat je zelf aan de top komt om vanuit de top op een gegeven moment de veranderingen door te voeren, die dan veel effectiever zijn, dan wanneer je buiten het geheel blijft staan.

Ja, ja, het is een heel bekende kreet, maar er bestaat een andere kreet: Macht perverteert, absolute macht perverteert absoluut. Het is zo, dat alle grote machthebbers, of we nu kijken naar Hitler, Alexander de Grote, Napoleon, kijk maar naar wie u wilt, Roosevelt, Kennedy, kijk maar. Wanneer ze aan de macht komen, dan doen ze dat vol van de beste voornemens. En wat ze opbouwen in het begin, is goed. Maar dan moeten ze ook zichzelf handhaven, op het ogenblik dat die zelfhandhaving in het geding komt, zien we dat de vrijheid, die ze met één hand hebben gegeven, met de andere weer wordt teruggenomen. Dat ze de voordelen die ze eens hebben geboden, omdat volgens hen, de mens er recht op had, nu gaan verbinden aan een bijzondere afhankelijkheid. Laten we dat niet vergeten.

Wanneer je macht neemt, dan kun je plannen doorzetten, ja, dat is waar. Maar dan ben je ook genoopt om goed of kwaad voort te gaan. Je kunt niet meer terug, wanneer je macht hebt genomen. Een van de beste voorbeelden hiervan is misschien wel Soekarno. Een groot redenaar, in vele opzichten ergens wel een goed mens, al leefde hij een beetje anders dan de mensen goed vinden. Hij begon te vechten voor de belangen van de gemeenschap in Indonesië. Nu kun je het daarmee eens zijn of niet, maar daar vocht hij voor. Hij heeft onnoemelijk veel gedaan om bepaalde tekorten aan opvoeding, vooral aan hogere opvoeding snel ongedaan te maken. Hij heeft veel gedaan ook om exploitatie om te zetten in vormen van coöperatiever samenwerking. En zolang hij daarmee bezig was, ging het goed.

Maar toen bleek dat er macht nodig was. De mensen waren niet zo volgzaam. Hij wilde te snel vooruit voor het volk. Hij stichtte een coöperatieve, maar er was niemand, die er leiding kon geven en de hele zaak liep in de soep. Een hele hoop mensen, die grond kregen, waren daar niet tevreden mee, die wilden geen tani, geen landbouwer blijven, die wilden werkelijk wat meer. Die gingen rampokken. Zo kwam hij aan het leger. Toen het leger aan de macht kwam, kon Soekarno niet anders meer, toen moest hij een machtspolitiek gaan voeren, omdat het leger te sterk was, ondanks zijn mooie beginselen, moest hij gaan overhellen naar communistische macht. Hij was geen communist. Hij was gewoon iemand, die een tegenwicht nodig had tegen een leger, dat dreigde, hem te regeren. Hoe het is afgelopen, weten we allemaal.

Of neem Hitler, die aan het bewind komt – al gestuwd overigens door een groep, die niet deugt, hoor – maar die aan het bewind komt, aan het begin toch wel als een hervormer hoofdzakelijk. Nu kun je wel zeggen: kijk naar “Mein Kampf” daar staat het allemaal in. Ja goed, Mein Kampf is ook niet helemaal van hem, de oorspronkelijke versie is al in 1930 teruggenomen, toen kwam er een nieuwe druk. Daarna is er nog een gereviseerde versie uitgekomen in 1935, die werden ook kort daarna teruggenomen en rond 1940 is nog weer een nieuwe versie gekomen, waarin nog meer dingen waren veranderd, dus laten we ons daar niet te veel aan vasthouden.

Maar Hitler begon dus met orde te scheppen, die nodig was, een samenwerkingsmogelijkheid te creëren die mogelijk was. Totdat hij tot de conclusie kwam dat zijn partij hem de baas ging spelen. Het gevolg was: het bloedbad, u weet wel, waar Röhm en die anderen bij gevallen zijn. Maar daarvoor had hij weer mensen nodig en zo kwam hij onder de dominantie van de S.S. En zo moest hij steeds extremer worden en extremer op gaan treden tegenover iedereen, om dus zichzelf te handhaven. En zo kwam hij tot een groepering die zei: ja, maar wat u doet is goed. De verheerlijking van de Führer als bovenmenselijk is begonnen ongeveer in 1935. Vanaf dat ogenblik zien we Hitler zienderogen vervallen. Hij verandert. Hij wordt, in plaats van de mens, die met alle middelen probeert om toch nog iets goeds te brengen, de man, die zegt: ik ben het goede en ik ga van de wereld uit. Dat zijn heel curieuze zaken.

Ik geloof dus, dat je wel degelijk moet begrijpen, dat macht op zichzelf iets gevaarlijks is. Want als je eenmaal macht hebt, wil je ze behouden, als je ze wilt behouden, dan moet je datgene, waarvoor je die macht oorspronkelijk hebt genomen, verloochenen.

Daarom geloof ik dat je dus niet vanuit een machtspositie moet werken, maar uit een samenwerkings- een communicatiepositie werkzaam moet zijn. Anderen bewust maken van mogelijkheden, van denkbeelden, ja.  Macht hebben om anderen met je denkbeelden te confronteren en ze op te leggen, neen.

  • Misschien moet je dus af en toe de boel een beetje de soep laten lopen?

Ja, dat ben ik het wel met u eens. Het klinkt misschien gek, wanneer je dat zo zegt, maar waarom zou je het niet bekijken.

Laten we nu zeggen: er zijn verkeersregels. U vindt, dat die verkeersregels niet juist. Wat moet u dan doen? U er zo strikt aan houden als maar mogelijk is. Als ze dan werkelijk niet juist zijn, loopt de zaak in de soep.

Maar dan is het ook klaarblijkelijk. Dan hoeft u niet te gaan ageren met een hele beweging tegen die dingen. U moet het gewoon doen, maar dan ook perfect. Als ze morgen zeggen: er staat hier een minimumsnelheid van 60 km, dan gaat u 60 rijden, maar ook allemaal. En dan komt u vijf of zes keer in een verkeersopstopping. Zeg niet: maar als ik nu even doorzet, ben ik eruit, néén, 60 km. Doe het. En binnen zeer korte tijd zal iedereen zeggen: ja maar zo kan het niet, dan moet het anders.

  • Volgens mij is de grootste ellende voor het volk, dat het deze mensen totaal aan bescheidenheid ontbreekt en dat ze voortdurend, wat u zei, oordelen. Als de mensen alleen maar wilden oordelen over dingen, waar ze enig begrip althans van hebben. Ik zou veel liever een regering van heb experts hebben.

Ja, weet u, ik heb één bezwaar tegen experts. Misschien is dat volgens u dan geen wijsheid, maar ik geloof dat er ergens wijsheid in zit. Een expert is iemand, die zo eenzijdig denkt en vanuit een zo eenzijdige instelling handelt en ontwerpt, dat hij blind is voor de consequenties van hetgeen hij doorvoert. En ik geloof dat dit het grote bezwaar is, wat ik tegen praktisch alle regeringen op deze wereld heb. Ze bestaan uit experts, experts, die dus geen rekening houden – neemt u mij niet kwalijk, dat ik het zeg – met de feiten, maar met gestelde ideële beelden en die waarmaken.

  • Zoals Napoleon Frankrijk er in een verschrikkelijk korte tijd bovenop geholpen heeft, omdat hij op alle mogelijk gebied experts genomen heeft, gebieden, waar hij helemaal niets van af wist, daar heeft hij zijn mond gehouden.

Ja, inderdaad, dat zou voor een hele hoop mensen natuurlijk goed zijn, als ze dat deden. Maar als u nu in Nederland kijkt en je neemt een bepaalde maatregel. Laten we bv. zeggen: Nederland is een toch zeer overbevolkt gebied, we moeten dus beginnen – en ik zou me dat zo voor kunnen stellen, dat u dat zo zegt – om het bevolkingsaantal althans te stabiliseren. Dat kun je wel degelijk. Maar weet u, dan komen er mensen, die gaan met de bijbel in de hand en die vertellen… Met andere woorden, zij zijn niet bereid om te zeggen, ik voor mij leef zo, maar als anderen het anders willen, dan moeten ze ook de kans krijgen. Ik meen dat de grote fout, de onwijsheid, de dwaasheid van deze wereld, in feite voortkomt uit een paternalistische instelling, waarbij men zegt: hoor eens, ik ben capabel en jij niet. Ik geloof dat in de wereld veel meer mensen zouden moeten zeggen: waar het even mogelijk is, mag je zelf bepalen, wat je doet en wat je bent. Alleen daar, waar het niet anders kan, daar zullen we spelregels hebben. Wanneer je tegen die spelregels ingaat, dan moet je ook de consequenties nemen. We zullen je er niet voor veroordelen, maar doodgewoon: je doet iets verkeerd, dan moet je ook de consequenties daarvan aanvaarden. Als iemand steelt, vind ik best, het is helemaal zo gek niet. Er is een hele hoop overbodige rommel, allicht, dat iemand er eens iets van weghaalt. Maar aan de andere kant moet je dus ook zeggen: hij vindt het kennelijk belangrijk. Dan moet hij dus arbeidsvermogen voldoende opbrengen om datgene, wat hij gestolen heeft te vergoeden, dus diezelfde waarde in arbeidskracht terug leveren.

De meeste mensen zijn inderdaad niet in staat om te beoordelen, waar ze capabel zijn en waar niet. Maar in ieder geval moeten de mensen alleen daar iets te doen, waar ze verstand van hebben.

  • Ja, denkt u niet, dat dat een heleboel politici in een heel moeilijk parket zou brengen, en een heleboel beambten ook, en een heleboel directeuren? Met andere woorden, uw maatschappij is gebouwd op een illusie, de illusie van de deskundigheid. De illusie zegt, wanneer je iets op school geleerd hebt; dat je dan ook weet, hoe het moet in de maatschappij.

Nee, dat ben ik helemaal niet met u eens.

M’n waarde, van op het ogenblik, dat men niet kijkt naar de capabiliteit van een persoon, maar naar de diploma’s die hij bezit, ben je al weg.

  • Dat ben ik volkomen met u eens, maar dat sluit het niet in. Je moet zelfkennis hebben enigszins, maar ik geef toe, dat er heel weinig mensen die zelfkennis hebben.

Ik geloof dat u daar als oudere, een wijsheid hebt gezegd.

En wanneer we daar dus van overtuigd zijn, dan moeten we proberen: punt één om onszelf te leren kennen en punt twee – en dat lijkt me net zo belangrijk – anderen niet beoordelen aan de hand van de voorstelling, die wij op dit ogenblik van onszelf hebben.

  • Natuurlijk, dat lijkt me ook erg logisch.

Weet u, wat het vreemde is van de menselijke logica? Wanneer een mens logisch redeneert, dan zegt hij de dingen volledig redelijk en hij handelt vervolgens volledig emotioneel. Met andere woorden, logica is alleen dan waardeerbaar, wanneer we de emotionaliteit de emotionele drang van de mens erin calculeren. Zolang dat niet gebeurt, is logica het meest onlogische wat er kan zijn. Voor zover het de mens betreft, niet wat een abstracte redenering betreft, dat is wat anders

Vrienden, we zijn zo langzamerhand aan het einde van dit babbeltje mag ik wel zeggen, gekomen. Nu hoop ik niet, dat ik u geïrriteerd heb, ik had kunnen doceren. Maar ik heb zo de pee aan doceren.

Weet u waarom? Dat begint altijd met: Geachte aanwezigen. Sta mij toe een ogenblik het woord tot u te richten. In de overtuiging dat ouderdom en wijsheid niet volledig identiek zijn, zijn wij gekomen tot de volgende punten:

Als je zo begint, weet u wel, dan heb ik zo het idee, dat past voor een boniseur. Een boniseur is iemand die buiten de kermis staat en staat te schreeuwen wat er binnen te zien is. Meestal vertelt hij het verkeerd. Om een collega van mij te citeren: Wanneer iemand uitroept van de kansel: “God roept u”, en ik vraag uw aandacht voor de tweede collecte; denk dan niet dat God roept. Deze zelfde collega van mij heeft een raad gegeven, die in dit verband ook wel eens wijs genoemd zou kunnen worden:

Wanneer iemand zo tegen je gaat spreken, dat het wel mooi klinkt, maar dat je het niet begrijpt, stel je die persoon voor in een lange jaeger onderbroek, terwijl hij een haring met uitjes eet. De glimlach, die je dan opbrengt, zal de spreker vermoedelijk zodanig irriteren, dat hij probeert duidelijker te worden. Ik geloof dat je daar een punt van wijsheid hebt.

Wij moeten, om wijsheid te verwerven, met de werkelijkheid rekenen, de werkelijkheid zien en de werkelijkheid aan elkaar kunnen overdragen. De werkelijkheid van ons eigen wezen, de werkelijkheid van ons beleven van de wereld. De werkelijkheid van het voor ons belangrijke en het waarom ervan. Wanneer we elkaar kunnen begrijpen, al is het maar met een babbeltje als dit, dan doen we iets. We luisteren, we spreken, maar we proberen ook te begrijpen. Geloof me, ik heb ook geprobeerd u te begrijpen, al heeft u, uit de aard der zaak, niet de kans gekregen om veel te zeggen. Ouderdom, als die misschien leert luisteren, dan bezit ze grote wijsheid. Maar als de ouderdom overtuigd is van haar eigen wijsheid, luistert ze niet. Dan baart ze voortdurend grotere dwaasheden.

Jeugd betekent de noodzaak veel te ervaren, veel te beleven. Wanneer je uit die noodzaak een begrip krijgt voor de wereld, win je wijsheid. Wanneer je belevenis ziet als het enig mogelijke en enig voor de gehele wereld, is het dwaasheid.

Mag ik daarmee sluiten? Na de pauze kunnen we op het onderwerp doorgaan als u dat wilt, kunnen we ook discussiëren. Hebt u andere vragen, dan kunnen die eventueel ook aan de orde komen. Ik heb het mijne gezegd en ik hoop dat lk mijn plicht, ondanks alles, goed gedaan heb.

Vragen

Het is nu eigenlijk het belangrijkste deel van de bijeenkomst, want u komt nu aan het woord en u gaat nu dingen horen van belang, hoop ik. Wie van u is de eerste, zijn er schriftelijke vragen?

  • Er is één schriftelijke vraag, die bestemd was voor na het onderwerp, maar ik heb geen andere…Het is een onderwerp, dat zich niet leent tot….

Tot discussie, vraagstelling. Inderdaad. Het is een heel moeilijk onderwerp, omdat wijsheid dus op zichzelf al iets is, wat zo ontzettend moeilijk te definiëren is. Wat bedoel je ermee, hè? Al de kwestie van ouderdom, ja, je kunt wel zeggen: die ouwetjes doen het ook allemaal niet zo best meer, maar daar blijf je bij. Je blijft ergens steken, om de doodeenvoudige reden dat wijsheid iets is van een toestand. Innerlijke toestanden, daar kun je zo weinig over zeggen. Als je de grootste wijsheid moet omschrijven, dan moet je zeggen: het is een innerlijke harmonie met de totaliteit, waardoor je jezelf kunt zijn te midden van die totaliteit,

Maar goed, dan gaan we toch rustig over naar een ander onderwerp, tenzij iemand nog een vraag heeft over de inleiding.

  • Ja, de factor macht heeft u genoemd. Is het dan eigenlijk wel in de huidige situatie, op het huidige algemene bewustzijnsniveau van de mens, mogelijk om met wijsheid macht uit te oefenen?

Ik dacht van niet. Ik geloof dat alle macht in zichzelf verdwazend werkt. Omdat je dus uitgaat bij macht van een bepaalde regel, van een bepaald standpunt. Ik kan mij voorstellen dat in kleine gemeenschappen met wijsheid een absolute macht kan worden uitgeoefend. Maar alleen in een kleine gemeenschap, omdat de machtsuitoefening dan een persoonlijke relatie blijft. Maar op het ogenblik dat je te maken krijgt met enorme dingen, met enorme instanties en weet ik wat al niet, wordt het moeilijk. Om een voorbeeld te nemen: neem de ambtenarij. Ambtenaren zijn op zichzelf meestal allemaal best goede mensen. Maar ze leven in een lichaam, dat onpersoonlijk is. En of ze willen of niet, ze zijn gebonden aan regels, die niets persoonlijks hebben. Het blijkt dus, dat de goede ambtenaren voortdurend bijna ten onder gaan aan hun worsteling, om de persoonlijk erkende noodzaken en behoeften door te zetten, terwijl het eigenlijk tegen de regels is, terwijl de ambtelijke ambtenaar eigenlijk zijn eigen overbodigheid voortdurend aantoont door de besluiten die hij neemt.

En daar speelt dan ook nog iets anders bij. Ik wil dit zeggen: We leven in een tijd van enorme centralisatie op aarde, als ik het goed heb begrepen. Nu ben ik tot de conclusie gekomen dat op machtsuitoefening dus soortgelijke wetten rusten als op de economie.

U weet, in een bedrijf kunnen we zeggen, er is een Gausskromme. Dat wil zeggen: we hebben een minimum productieapparaat nodig en zonder dat kunnen we niet werken. Maar er is ook een maximum, er is een plafond, Als we daarboven komen, dan wordt het allemaal ook onrendabel en verlies dat daartussen ligt. Je moet dus werken met de rechte lijn, en je moet dus werken met de varianten in je productie zoals men zegt, op die Gausskromme, zodanig, dat je dus in een veilig gedeelte blijft,

Nu is het bij de machtsuitoefening precies hetzelfde. Op het ogenblik dat een machtsapparaat te groot wordt, kan het niet meer flexibel zijn, het schept zelf behoeften en kan dus niet meer aan behoeften tegemoetkomen. Wanneer de behoeften dalen, dan krijgen we als vanzelf het creëren van een kunstmatige behoefte, die meestal gepaard gaat met een verdere inefficiëntie van het apparaat, maar ook met een grotere ontpersoonlijking van de relatie tussen apparaat en degene waarover het macht uitoefent.

Hebben we te maken met een te klein apparaat, dan hebben we precies hetzelfde. Dan kan het dus niet tegemoetkomen aan de behoefte, het beschikt evenmin over voldoende flexibiliteit. Hebben we nu een hele grote gemeenschap, dan kunnen we dus theoretisch nog wel in het steile gedeelte werken, maar in de praktijk is er de persoonlijke relatie niet meer, waarop de fluctuatie moet gebaseerd zijn. Dan krijgen we dus een rechte lijn, die voor iedereen onrecht is, in feite.

Blijven we in een kleine gemeenschap echter, dan zal de invloed, die vanuit die gemeenschap uitgaat, als vanzelf de fluctuaties overdragen aan het gezagsapparaat en mits dat dan niet te klein of niet te groot is voor die gemeenschap, volgt het apparaat dus in zijn interpretaties, in zijn regels, in zijn machtsuitoefening zelfs, de werkelijkheid van de gemeenschap. Ik dacht dat dit een heel belangrijk punt was, dat wel eens over het hoofd wordt gezien.

Men zegt wel eens, het is veel beter om een grote gemeente te hebben, want dan kunnen we alle voorzieningen beter treffen. Dat zal misschien wel waar zijn. Maar je kunt die voorzieningen dan niet zo goed gebruiken. In een kleine gemeenschap heb je misschien geen grote ziekenhuizen. Het zal waar zijn, maar de mensen zijn er wel meer bij betrokken en het ziekenhuis zal dus sterker afgesteld zijn op de behoeften, die er bestaan. En het wordt niet een prestigeobject op zichzelf.

Je hebt hetzelfde bij een sociale dienst, Een sociale dienst in een grote stad, nu ja, die heeft een gemiddelde, en die kan misschien wat meer uitgeven, Maar aan de andere kant is het voor het apparaat al niet meer mogelijk om zo rekening te houden met de persoonlijke situatie van de mensen en de toestand in de omgeving van die mensen, als dat in een kleinere gemeenschap mogelijk is, waar je elkaar wel kent.

En nu geloof ik, dat dat één van de fouten is van macht. Macht distantieert je over het algemeen te sterk van degenen, waarover je macht uitoefent. En op het ogenblik dat die afstand te groot is geworden, dan wordt het in stand houden van de macht op zichzelf, het enige doel van de macht.

  • Maar hoe denkt u dat het mogelijk is, al in deze technische cultuur met geweldige centralisaties tot een redelijke decentralisatie te komen?

Och, dat is eigenlijk niet zo moeilijk. In de eerste plaats, begin dus het land te decentraliseren. Geef dus de mensen de mogelijkheid, in gemeenschappen samen te leven van zeg maximaal duizend man. Verdeel de steden ook in gemeenschappen maximaal duizend man. Geef die een eigen bestuur dat door die mensen wordt gekozen. Laat dan verder een grote autonomie toe voor die kleine groepen. Dan zal je ook zien dat vanzelf de economische centralisatie minder invloed krijgt. Omdat iedereen zegt: nou, ga maar naar een ander toe. Maar als ze bij een grote instantie komen, dan zeggen ze: “nou ja, het is toch wel gewichtig en dan moeten we maar”. Dan ontstaat er een Botlek plan of iets dergelijks. Begrijpt u? Dan krijg je ook vanzelf die afscherming. Aan de andere kant is er dus veel minder om eens even met een groot gebaar een industrie aan te trekken bv. Als u denkt misschien dat grote industrieën dus op zichzelf bestaan, dat is helemaal niet waar. De meeste grote industrieën bestaan winstgevend, dankzij het feit dat ze als werkverschaffingsobjectobject dus enorme toelagen krijgen uit de gemeenschap, die bij hen dan worden geconverteerd in winst.

  • In welke vorm dan?

Nu, mag ik een voorbeeld geven? Wanneer een fabriek land koopt en men gaat daar een fabriek bouwen, dan dat een investering. Maar die fabriek koopt dat land alleen, wanneer garanties worden gegeven ten aanzien van de zogenaamde infrastructuur, dus aanleg van wegen, van leidingen, van allerhande voorzieningen.

Verder zeggen ze heel vaak: het is erg duur om dat te doen. We willen dus alleen ons hier vestigen, wanneer we die grond kunnen kopen tegen een heel voordelige prijs. Dus dat betekent dat een grote industrie vaak grond koopt voor nog geen dertigste van de prijs, die een particulier daarvoor zou hebben moeten betalen. Ofschoon dan de kosten van aanbrengen van wegen en de rest dus aanmerkelijk hoger zijn dan voor de individuele gebruiker ooit gemaakt zouden zijn. En dat betekent dan dus, dat al die dingen dan niet behoeven te worden aangelegd door die maatschappij, zodat een investering van vijf miljoen in feite een project oplevert, dat misschien twintig miljoen waard is.

Een ander voorbeeld: bouwen van hotels bv. is in Nederland op het ogenblik een ziekte. Ze bouwen tegenwoordig zo grote en zo mooie hotels, dat een Nederlander er niet in kan wonen, want ze zijn hem te duur. Dat is heel begrijpelijk. Maar dacht u dat die hotels maar zo gebouwd werden. Nee. Deze mensen krijgen dus allerhande gunsten, ze krijgen toelagen, ze krijgen zekere subsidies, ze krijgen garanties, rentegaranties voor de eerste jaren, dat soort dingen. Dat betaalt u natuurlijk, dat begrijpt u.

Kijk, in een kleine gemeenschap zou daarover gepraat worden. In een grote gemeenschap kun je net doen of je neus bloedt. Dat is dus één van de redenen dat ik zeg: decentralisatie, wanneer die eenmaal sociaal ontstaat, dan is als vanzelf dus ook de machtsconcentratie economisch moeilijker vol te houden.

  • Ziet U nog een redelijke kans, dat dat verwerkelijkt wordt in de komende decennia?

Nou, ik ben bang dus, dat er eerst een hele hoop in puin moet gaan, voordat dat mogelijk is, omdat er dus zoveel mensen zijn, die hun eigen positie, hun macht, hun belangrijkheid gebaseerd hebben op een voortdurend verdergaande centralisatie. Dat deze mensen op de een of andere manier uitgeschakeld moeten worden voordat een ommekeer kan inzetten.

  • Nu ja, er zijn verschillende politieke richtingen, die bv. voor provinciaal zelfbestuur en dergelijke dingen strijden.

Ja, daar ben ik ook nog tegen. Als ik een provinciaal zelfbestuur tot stand ga brengen, dan ga ik dus een centralisatie van macht voor een bepaalde streek tot stand brengen, die de neiging zal hebben om elke zgn. gemeentelijke bevoegdheid steeds meer te usurperen, steeds meer tot zich te trekken, met als eindresultaat dat in feite dan een hele provincie als een soort grote stad behandeld wordt. In Nederland is dat zo moeilijk niet, want provincies zijn in feite steden met hier en daar een stukje platteland ertussen.

  • Ja, dat is misschien wel langzamerhand zo geworden. Maar het heeft dan toch wel het voordeel dat je er mensen aan het bestuur krijgt, die de streek zelf en de mensen daar kennen.

Ik zou het met u eens zijn, wanneer dus het behoren tot een streek en het enigszins kennen van de mentaliteit daar zou voeren tot een uitgaan daarvan. Maar ik ben bang dat al dergelijke instanties nog te ver van de gewone mensen afstaan en daarom uit zullen gaan van hun eigen macht en hun eigen behoeften.

  • Maar als je dan zo sterk decentraliseert, hoe beheer je dan openbaar verkeer, havens e.d.?

Ik denk dat havens als vanzelf dus beheerd zouden worden door de gemeenschap, die daarmee direct te maken heeft, dan kunnen ze dus tot een compromis komen. Dan zal de ontwikkeling niet zo krachtig zijn misschien, maar ze zal wel veel meer in overeenstemming met de werkelijke wensen en behoeften van de mensen die er werken. Op dezelfde manier dacht ik ook dat verkeer, zeker zou worden geconfronteerd, zeker in het begin, met een groot aantal afwijkende regels. Maar aangezien verkeer voor iedereen belangrijk is, zou er dan uiteindelijk een compromis uit de bus komen, waarbij dus een algemene regeling wel bestaat natuurlijk. Ik kan mij voorstellen bv. dat een stadswijk die zelfstandig functioneert, zegt: hoor eens: we moeten een doorlooproute hebben voor het verkeer en we moeten natuurlijk wel  aan en afvoerroutes hebben.

Wat doen we? We zetten onze wijk zó om, dat je daar aan de buitenkant langs kunt rijden en als je binnenkomt, zit je op éénrichtingsverkeer, dan kun je niet anders, of je moet op hetzelfde punt het blok, de gemeenschap, weer verlaten. Dan voorkomt men dus kruisend verkeer en krijgt vanzelf een veel groter verkeersrust. En dat impliceert dan weer dat men meer moet besteden aan die weg die voor dat overdrukke verkeer bestemd is, dat is logisch. Dan zie je dus vanzelf een afweging van belangen ontstaan.

En dan zie je ook – op het ogenblik is het zo gemakkelijk – elke groep bouwt scholen voor zichzelf. We hebben scholen met de bijbel, zonder de bijbel, openbare, humanistische, wat hebben we nog meer, noem ze maar op. Al die scholen willen blijven bestaan en voeren onderlinge concurrentiestrijd. Het onderwijs is daardoor onvollediger, minder systematisch en minder aangepast aan de werkelijke behoefte, dan wenselijk zou zijn. In een kleine gemeenschap kun je je die weelde niet veroorloven. Dus is er maar één school van de gemeenschap, maar die kan de gemeenschap dan ook uitrusten met al wat nodig is. Daarvoor kan men zodanige werkverhoudingen scheppen, dat men het nodige personeel ook aan kan trekken. En als iemand daarnaast een school met de bijbel wil stichten, dan zeg: dat is best, maar betaal dat dan zelf maar.

  • Dus centralisatie.

Geen centralisatie, maar je krijgt dus rationalisatie.

Mag ik het zó uitdrukken? Nederlanders zijn mensen die over het algemeen zozeer van hun eigen gelijk overtuigd zijn, dat ze met enkelen, die bijna hetzelfde denken, tot partijen komen, die voortdurend wanhopig alle anderen bestrijden, die er een eigen mening op nahouden. Dat impliceert dus, dat hoe groter het geheel wordt, hoe minder regeerbaar het is. Dat komt omdat die mensen abstract moeten praten, hè. Ze praten niet tegen mensen, maar tegen een hypothetische kiezer bv. Ze denken ook niet aan de mensen, neen, ze denken aan het figuur dat ze slaan. Ze weten niet eens, wat voor een figuur ze slaan. Dit zou dus wegvallen – als u mij toestaat dit even af te maken – wanneer er de persoonlijke relatie bestaat. En wanneer u zich de moeite getroosten de verschillende eigenaardige verschijnselen in de dorpspolitiek van de laatste tijd na te gaan, daarbij blijkt dat gemeenteraden buitenspel worden gezet, dat B.&W. in feite zodanig gefrustreerd worden, dat ze toe moeten geven dat op een gegeven ogenblik een burgemeester zelfs zodanig geïsoleerd is, dat eigenlijk de zaak buiten hem omgaat Dan ziet u hoe groot dan de invloed is van het belang van de groep. Zo, dat wou ik even gezegd hebben. U hebt het zelf aangesneden.

  • Dus Uw hoofdbezwaar tegen de macht is – voor zover ik heb begrepen – de prolongering van de macht. Is er het een of andere middel – ik constateerde zo-even dat Napoleon in een hele korte tijd, na al het geklets, dat eraan vooraf gegaan is, al die jaren dat hij ineens alles in orde gemaakt heeft.

Dat ben ik volledig met u eens, maar dan moet u even verder doordenken. Hij heeft kans gezien om in vier jaar dus Frankrijk economisch weer een beetje gezond te maken…

  • Geweldig.

Ja inderdaad geweldig, maar hij heeft ook kans gezien, om het in iets meer dan twaalf jaar volkomen te ruïneren.

  • Door delegeren van de macht. Maar is er een middel.

Natuurlijk, er is wel een middel, maar daar zal men nooit aan willen. Kijk eens, ik stel me dit voor, het is een beetje fantastisch natuurlijk. Kijk eens, wanneer iemand macht krijgt, geef hem absolute macht, maar doe hem een gordel om, die hij niet meer af kan doen, zonder dat ze explodeert.

Zet er een klein ontvangertje bij, waar hij ook niet aan kan komen, doe er wat springstof in en als er een miljoen mensen ontevreden zijn, dan ploft hij. Of, hij kan natuurlijk denken, nu heb ik het te ver gedreven en zeggen: nou, wie wil het van mij overnemen? En dan beginnen we weer met de telling opnieuw. Dat is de enige manier, waarop je die prolongatie van de macht ongedaan zou kunnen maken. Maar u begrijpt wel dat geen enkele regeerder bereid zal zijn, om een dergelijke instelling tot stand te brengen. Integendeel.

  • Bij andere zaken op de eerste plaats is – wat ik uit Uw betoog hoor – wat minder theorie en wat meer praktijk. Is dat een idee dat de ODV ook door wil trekken in de toekomst?

Wij zijn met pogingen in die richting bezig, ja. Helaas laten onze mogelijkheden het ons niet toe om iedereen nu maar praktisch aan het werk te zetten, dat begrijpt u wel. Wanneer we dat zouden doen, dan zouden we gaan dicteren en dat is volgens ons het meest verwerpelijke, wat je kunt doen, hè, je kunt hoogstens voorstellen. Maar wij menen inderdaad dus dat op grond van al hetgeen wij zeggen, de voorlichting die we proberen te geven, de mensen toch eerst zelf maar eens wat moeten gaan doen. Wat heeft het voor zin om de mens vol te stoppen met esoterische kennis en visies, wanneer hij niet verandert? Dan heeft hij er meer aan, om een knutsel blad te nemen. Dan kan hij voor het geld, dat het hem kost, een tv-toestel kopen, dan kan hij ook versuffing plenty krijgen als hij er toch niets mee doet. Dat is dus iets wat wij inderdaad wel willen proberen. En we zijn er ook druk mee bezig. We hebben natuurlijk geen overweldigende successen, dat moet u niet denken, maar we zijn er toch wel in geslaagd om de sensitiviteit bv. van een groot aantal personen op te voeren.

Ja, hoe gebeurt dit dan. Dat zal toch op een gegeven moment met bewuste verantwoordelijkheid van degene, bij wie dat opgeroepen is, moeten zijn. We laten de mensen dus ontdekken soms, wat ze kunnen. We geven ze een paar keer voorgevoelens en daardoor geven we ze zelfvertrouwen in hun gevoeligheid en dan moeten ze zelf maar weten, wat ze ermee doen, We helpen iemand een paar keer dus in een situatie, om eens iemand te helpen of te genezen. Daarna moet hij zelf zijn gave maar ontwikkelen. We geven dus aan: dit kan. We maken duidelijk dat die mogelijkheid voor je bestaat. En het blijkt dus de laatste tijd – en dat is erg hoopgevend – dat er veel mensen zijn, die er iets mee willen gaan doen, Maar we kunnen nooit zeggen: we geven je die gave en nu moet je dat werk gaan doen. Want iemand, die iets moet doen, die doet het niet graag. Dat is een heel eigenaardig verschijnsel, moet u maar eens opletten. Als je ziet, hoe de mensen wonen, wanneer ze gaan kamperen, dat doen ze met genoegen. Zegt u eens tegen ze dat ze een maand in een tent moeten gaan wonen. Dit is eigenlijk precies hetzelfde. Zodra je de mens gaat zeggen, dat hij iets moet doen, dan gaat hij dat niet meer vanuit zichzelf doen en beleven, dan gaat hij hoogstens bepaalde formules volgen. Maar er bestaat geen vaste formule. Elke mens heeft in zich zijn eigen formule, eigen symbool, zijn eigen mandala van besef en van macht. Pas wanneer je dat gaat begrijpen, dus gaat werken met en aan jezelf, dan kom je verder.

Wat wij doen is niets anders dan proberen u in uw denken, uw objectiviteit, in uw geloofsleven, overal te stimuleren. Niet alleen door zekerheden te geven, integendeel, door u ook met twijfels te confronteren. De vraag: “is het wel zó” en: “heb ik dan wel gelijk of, heb ik geen gelijk”. Denk na over jezelf en wat je bent, dan kom je verder.

  • Ik wil die verantwoordelijkheid even wat verder doortrekken. Misschien tot wat U daar al zei. Wanneer U bepaalde theorieën, hetzij in een bepaald gegeven, hetzij concreet, naar voren brengt, dan bent U toch….

Dan zijn wij aansprakelijk voor de gevolgen daarvan. Dat wil zeggen, in zoverre, datgene wat gezegd wordt, beschouwd en geprobeerd wordt, in overeenstemming is met wat we zeggen. Op het ogenblik dat iemand ook maar een stap buiten de rails loopt, dan houdt in de praktijk eigenlijk onze verantwoordelijkheid niet op, maar feitelijk kun je zeggen: daar zijn wij niet meer voor verantwoordelijk. Begrijpt u het?

  • Ja.

En wat wij doen? Wij stellen iemand voor de mogelijkheid tot ontwikkeling. Wanneer hij die mogelijkheid aanvaardt, dan kunnen er heel gekke dingen ontstaan. We hebben die resultaten wel eens meer gezien. We hebben bv. eens gezegd: Kijk eens, wanneer God in jezelf leeft, dan moet je proberen God uit jezelf te uiten. Waarmee we dus duidelijk bedoelden: Probeer het in jezelf te vinden en het waar te maken. Dan komt er iemand, die zegt: Nou, dat zal ik wel doen. Ik ben God en geef me nu maar alles wat God toekomt. Maar dáár zijn we niet voor aansprakelijk. Onze aansprakelijkheid loopt voor datgene, wat wij zeggen, voor de richtlijnen die wij geven.

Wanneer we beginnen, bij elke bijeenkomst, zeggen we altijd: Denk erom, we zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denk zelf na. Wij kunnen voor hetgeen wij zeggen, als waarheid, de aansprakelijkheid dragen, maar voor hetgeen, wat u ervan maakt, wanneer u niet nadenkt, wanneer u niet in uzelf eens een keertje bewust wordt, daar kunnen wij geen aansprakelijkheid voor aanvaarden. Dat zit erin begrepen.

  • Maar toch gaat U bij een lezing uit – dat heb ik wel eens gehoord – van een bepaald gemiddelde van ontvangmogelijkheden van de aanwezigen. Dat zal dus altijd zijn iets boven, een ander iets onder dat gemiddelde. Degenen, die onder dat gemiddelde liggen zullen dus de zaak anders interpreteren met foute gevolgen voor henzelf.

Wacht even. Wanneer ze niet goed luisteren – want het is een relatie dus van onmiddellijke reactie – dan hebben ze over het algemeen de mogelijkheid om er verder over te spreken en in heel veel gevallen ook om het nog eens na te lezen of na te luisteren. Wanneer ze zich die moeite getroosten, dan komen ze er heus wel achter, waar het om gaat. Want we gebruiken wel eens geleerde woorden, natuurlijk, maar we proberen zelfs die nog heel vaak eventjes te verduidelijken, wat we zeggen is zo doodeenvoudig dat een kind de was kan doen, zonder witwassers zelfs; alleen maar, de een begrijpt het onmiddellijk, de ander ziet de consequenties daarvan al onmiddellijk en er zijn er ook, die zeggen: ja, dat is aanvaardbaar, maar wat betekent het voor mijzelf. Maar wanneer je weet, wat deze dingen voor jezelf betekenen, dan kun je toch die betekenis ook omzetten in daad.

Als ik tegen u zeg: U kunt anderen helpen en stimuleren. Dan is het uw taak om te zeggen: hé, U zegt het, maar hoe? Begrijpt u?

Dan zeg ik u: je kunt het op die manier proberen. Dan moet u het op die manier proberen, niet één keer, maar een keer of tien. En dan heeft u uw conclusie: er zit iets in voor mij of er zit niets in voor mij, of ik vind het de moeite niet waard of ik had er wat anders van verwacht. Begrijpt u? Het valt over het algemeen erg mee, hoor.

En bovendien hebben we nog een ander kunstje. Ik zit eigenlijk te kletsen en ik hoop niet, dat ik uw tijd verklets. Er is namelijk een kunstje en dat is het praten op drie niveaus. Dat is een aardigheidje, dat kan ik u duidelijk maken op de volgende manier. Wat we zeggen, heeft, ook wanneer het over zuiver stoffelijke dingen gaat, altijd ook een geestelijke, een esoterische achtergrond, daar zit dus een parallel in, die voor sommigen aanspreekt, voor anderen niet. Datgene wat we zeggen is verder materieel redelijk gebaseerd, het kan dus redelijk begrepen worden, maar het bevat ook elementen, die emotioneel stimuleren, zodat ze emotioneel verwerkt kunnen worden en daardoor associaties wekken op grond van die emotionaliteit, waardoor de persoon in zichzelf nog eens de eigen betekenis naar voren gebracht krijgt

Nu kun je niet iedereen op dezelfde manier bereiken, maar we kunnen dus wel zo werken met die niveaus, dat iedereen toch de kans krijgt, om er iets positiefs van mee te nemen. Dat is dan ook, wat we meestal doen. U hebt mij heel gewoon horen kletsen in het eerste gedeelte, heel gewoon gezellig, een heel gezellig babbeltje. Maar hebt u ook opgemerkt dat ik tussendoor enkele dingen heb gezegd, waar een enkeling over na ging denken. Een ander zegt: nou ja, dat zijn algemeenheden, omdat hij de samenhang niet helemaal in de gaten had. Dat is niet erg; maar er was ook nog een sfeertje. Begrijpt u het nu?

Zo ziet u dat zelfs met een gewoon praatje op die verschillende niveaus gewerkt kan worden en dat daardoor de mogelijkheid bestaat – anders zouden we de verbale contacten ook minder belangrijk vinden – om dus iedereen iets mee te geven.

Dan doen we nog iets. Dat is nu geen handigheidje, maar gewoon gebruik maken van de menselijke psyché. Je kunt dus op een gegeven ogenblik een woordkeus gebruiken, dus een samenhang van geluid of van keuze die sterk associatief is, d.w.z. dat de mens in zich bepaalde van die dingen aanwezig heeft. Het resultaat is dat het denkbeeld in het onderbewustzijn verborgen blijft, maar bij het optreden van omstandigheden parallel met het ingelegde nu naar buiten komen, zodat de mens zich vaak op het juiste ogenblik precies kan herinneren, wat we gezegd hebben. En er dan soms naar handelen, dan hebben ze er ook voordeel van. Wij ook, want we hebben ten minste iets gedaan en niet alleen maar gepraat.

image_pdf