Woorden

17 september 1985

Laten wij beginnen met het begin. We zijn niet alwetend en we zijn niet onfeilbaar aan onze kant. Denkt u er a.u.b. aan. Denkt zelf na.

Ik zou graag een beetje met u willen filosoferen. Als je zegt: een woord, dan denken de meeste mensen: Nu, wat is dat nog? Toch staat er geschreven: In den beginne was het woord. Dus kennelijk is het ook iets bijzonders en dat woord dat is dan kennelijk ergens vandaan gekomen maar niemand weet waar vandaan.

Nu zijn woorden bedrieglijke dingen. Wanneer je iets zegt, dan zul je met dat woord het bestaan van een tegendeel erkennen. Wanneer ik zeg: Dit is goed, dan geef ik toe dat er ook iets slechts kan zijn. Wanneer ik zeg: Dit is juist, dan geef ik ook toe dat er onjuist bestaat en dit dualisme in het woord dat is eigenlijk steeds verder uitgegroeid en zelfs wanneer je zegt: Er is een God, dan vullen de meeste mensen aan: Dan is er een duivel. Ze vergeten daar één ding bij: Wanneer je de duivel ontkent, ontken je God zoals Hij is in de voorstelling. Het zijn vreemde dingen. Zo hebben ze het over leven en over dood. Maar zonder dood geen leven en dat is iets waar de mensen ook nog niet aan toe zijn.

Wanneer je dus begint te filosoferen en u gaat denken aan al die woorden die worden gebruikt, dan vraag je je op een gegeven ogenblik af: Is het wel werkelijkheidszin wanneer we denken dat we de realiteit kunnen omschrijven aan de hand van woordbegrippen? Persoonlijk ben ik van mening dat dit niet juist is. Dat zolang je bezig bent met woorden, er nooit een waarheid is, alleen maar een dualisme, een tweezijdigheid waarin een keuze wordt gemaakt voor hetzij het een, hetzij het ander. Maar wanneer ik bijvoorbeeld zeg: Er is niets, dan erken ik ook dat er iets bestaat, want zonder iets kan ik niet over niets spreken. En het omgekeerde is ook waar. En dat zal ons misschien een beetje helpen te begrijpen waar we zelf aan toe zijn. We leven, of we nu dood zijn of nog op aarde vertoeven, inclusief alle taksen die ons daarvoor worden opgelegd, in een toestand waarbij we zeggen: Ik. Maar dat impliceert dat er ook een niet-ik bestaat, als tegenstelling.

Wanneer ik waarheid wil vinden, dan moet ik in feite proberen om het geheel van mijn eigen denken, van mijn eigen wezen zodanig te richten, dat ik niet meer weet dat ik ben. Op het ogenblik dat ik niet meer weet dat ik ben, is het namelijk zo dat ik deel ben van iets anders. Dat andere kan ik ook niet omschrijven, het ogenblik dat ik het doe bestaat het al niet meer. Het is het onomschrijfbare, het onnoembare waaruit eigenlijk alles voortkomt en dat is voor een mens een beetje moeilijk want wij willen de dingen graag omschrijven.

Maar laten we dan bij deze omschrijving een beetje voorzichtiger zijn dan normaal. Iemand beschikt over magnetische krachten. Weet u wat dat zijn, magnetische krachten? Dat is een uitstraling die men per ongeluk zo heeft genoemd terwijl ze er niets mee te maken heeft. Maar is dat wel een afzonderlijke kracht of zouden we misschien verder kunnen gaan en zeggen: Ja, het is een deel van de levenskracht zoals ze hier bestaat. Aan de andere kant bestaat een antithese daarvan. In het ik-bestaan heeft ook degene die overgegaan is kracht, maar het is een andere soort. Dan is het veel gemakkelijker om al die dingen die paranormaal worden genoemd, eigenlijk terug te brengen onder één noemer. Er is één kwaliteit, er is één kracht. Er bestaat een tegenstelling die dat eventueel kan opheffen, maar we zijn er niet aan toe. Wanneer we dus werken met die kracht, dan werken we eenzijdig en dat moeten we beseffen. Maar gelijktijdig is de wijze waarop wij met die kracht werken iets wat volledig van onszelf afhankelijk is.

Nu moet u zich het volgende eens proberen voor te stellen: U hebt allerhande voorgevoelens, gevoeligheid zeggen ze dan, intuïtie. Dat is een uiting van dezelfde basis waaruit genezende kracht voortkomt, maar ook waaruit helderziende kracht voortkomt, uittredingsvermogen, wat u maar wilt, tot zelfs vermogen van levitatie en telekinese toe. Wanneer je zegt: Ik voel die dingen wel aan, maar ik kan niet, wat heb je dan gedaan? Dan heb je voor jezelf de mogelijkheid om met die kracht te werken beperkt tot dat ene gebied. Het gebied van, zullen we zeggen, de paranormale kwaliteit van aanvoelen. Als het ding maar een naam heeft. En zo kunnen we dan proberen om toch een beetje verder te gaan en ons af te vragen. Wat is dan hetgeen waardoor ik een bepaalde kracht of kwaliteit bezit?

Want dat is een heel belangrijk, punt. Het is gemakkelijk te zeggen: Als ik die gave zou hebben, of: Ik heb die gave, maar hoe komt zij tot stand? Wij hebben een voorstellingsvermogen. Een voorstellingsvermogen richt zich niet alleen naar een deel van onze persoonlijkheid of wat ermee samenhangt, maar het richt eigenlijk ook datgene wat we doen, wat we uitstralen en de wisselwerking die tussen ons en de rest van het Al bestaat. De voorstelling die wij ons maken is dus medebepalend voor al datgene wat we naar buiten toe kunnen zijn.

En dan kun je nog een stap verder gaan en zeggen: Op het ogenblik dat ik in mijzelf, en dat is niet alleen maar een mooi verhaaltje, maar werkelijk een beleven, een voelen, een bepaalde kwaliteit of noodzaak voor mijzelf duidelijk kan opbouwen, dan zal het geheel van mijn wezen beantwoorden aan die kwaliteit.

Is dat aanvaardbaar? Een beetje moeilijk? Nu, laten we het dan nog een keer eenvoudiger zeggen: Wanneer je in jezelf, diep in jezelf, een wereld kunt opbouwen waarin bijvoorbeeld engelen rondzweven of wat anders, dan schep je in jezelf die wereld. Maar doe je nu een beroep op een engel buiten je, dan bestaat die mogelijkheid omdat het in je leeft. Je levenskracht, je leven, je afstemming zoals men ook weleens zegt, is geheel gericht op entiteiten die overeenkomen met uw voorstelling van engelen. Dat is ook zo wanneer je iemand wilt genezen, wanneer je uit wilt treden. Je moet gewoon in jezelf het beeld en de toestand langzaam maar zeker verwezenlijken waardoor je voelt, uittreden is een feit. Waardoor je voelt, uitstralen van kracht is een feit, telekinese is een feit. Je moet jezelf a.h.w. eerst innerlijk overtuigen en pas op dat ogenblik kan je wil die kracht waarover je beschikt, gebruiken. Is het nu duidelijk genoeg gezegd?

De moeilijkheid voor mij is natuurlijk dat ik spreek over dingen die voor mij vanzelfsprekend zijn en wanneer je probeert het dan duidelijk te maken aan iemand die het misschien nog niet kent, dan maak je heel dikwijls de fout aan te nemen dat de ander veel te veel kan begrijpen en voor jezelf kun je de zaak gelijktijdig niet meer vereenvoudigen omdat het voor jou één concept is. Je kunt werken op duizend en één manieren, dat weet u. Suggestie is er één waar je veel mee kunt doen. Met hypnose kun je ook vaak bepaalde dingen tot stand brengen. In alle gevallen gaat het om een verschuiving van je begrip van werkelijkheid en dat maakt het geheel van de paranormale ontwikkelingen en mogelijkheden zo bijzonder moeilijk voor bijvoorbeeld de wetenschap. Want hoe zou je wetenschappelijk een gevoelswereld moeten definiëren waarbij dan bovendien die gevoelswereld van persoon tot persoon verschilt? Het is bijna niet doenlijk. Je moet naar binnen toe gaan, maar binnen bestaat een wereld die alleen voor jezelf volledig toegankelijk is. Het is een wereld die niet meetbaar is. Ze heeft geen spanningen, geen begrippen maar ze is er wel.

Nu is het misschien simpeler wanneer je probeert om dan de zaak toch een beetje technisch te benaderen, zo zijn de mensen wel. U hebt in uw lichaam een aantal zenuwstromen. U hebt een zekere lading in de bloedbaan. Daarnaast zijn er nog twee levensstromingen, hoofdstromingen die je dus wel terugvindt in de oude Chinese wetenschap en denkwijze maar waarvan het Westen nog lang niet overtuigd is. Nu denken de mensen dat al die krachten erg verschillen. Dat is niet waar. Uw levenskracht hangt samen met het geheel.

Wanneer uw levensstromen niet in evenwicht zijn, zal ook uw zenuwstelsel niet in evenwicht zijn. En is uw zenuwstelsel niet in evenwicht en bent u niet in staat om het te beheersen dan komt er een inbalantie tussen die twee levensstromen. Het is een voortdurende wisselwerking. Alleen de levensstromen kunnen zo sterk zijn dat ze in staat zijn om afwijkingen van andere delen van de stromingen in je wezen, tot de bloedsomloop en lymfe, enz. toe, eenvoudig te corrigeren.

Nu moet u niet zeggen: 0 dan kunnen we alles oplossen. Wanneer er sprake is van Parkinsonisme bijvoorbeeld dan hebben we te maken met een verval van zenuwcellen. Die kun je ten dele ontgaan, maar het is erg moeilijk om eenmaal vergane zenuwcellen door andere te vervangen. Het lichaam zal dat meestal niet kunnen. Maar het kan wel secundaire impulsen geven die dus langs een omweggetje dan toch een zekere beheersingsmogelijkheid bieden. Deze levensstromingen nu maken weer deel uit van een soort levensgebied. Als je in een stoffelijke wereld bestaat, dan denk je misschien wel dat het alleen een kwestie is van eten, drinken en slapen. Maar wanneer er geen voldoende uitstraling is van jezelf en wel van een speciale geaardheid, wanneer uw wereld niet een zekere mate heeft van uitstraling en wel op heel verschillende niveaus, dat loopt van infrarood tot ultraviolet, maar er zitten ook Röntgenachtige stralingen bij, er zitten hele trage en hele snelle stralingen bij. Dat gehele complex vormt in feite een schil van energie. Deze energie is per planeet anders. Elke ster heeft een eigen uitstralingsgamma waardoor bepaald wordt welke levensmogelijkheden op de planeten kunnen ontstaan. U voedt dus uw kracht eigenlijk voortdurend uit het geheel van de wereld plus nog eens een keer uit alle wisselwerkingen op die wereld. U kunt daarom aanmerkelijk uw kracht vergoten wanneer dat wenselijk is, maar alleen wanneer u het evenwichtig doet.

U kunt daarnaast ook geestelijke krachten gebruiken. Maar geestelijke krachten zijn ja, de antithese eigenlijk van die levenskracht in vele opzichten. Je hebt hier een energie die moet worden omgezet, zoals je misschien wisselstroom kunt omvormen naar gelijkstroom. De geaardheid moet dus werkelijk veranderen en om dat te doen is er dan weer een bepaalde instelling nodig, zowel geestelijk als stoffelijk. Zou je daarin slagen de juiste innerlijke wereld te scheppen waarin dit mogelijk is dan is die energie waarover je beschikt nog veel groter en bevat bovendien veel meer mogelijkheden want je bent niet meer alleen afhankelijk van datgene wat er op je eigen wereld reeds aanwezig is.

Je kunt ook andere stralingen en uitstralingen veroorzaken. Je kunt andere velden opbouwen en je weet een veld, dan denk je maar aan de uitstraling van een magneet, het is natuurlijk niet helemaal juist, maar het lijkt erop. Op deze manier krijg je enorme vermogens die gestuurd worden nogmaals, door een innerlijke voorstellingswereld die nooit geheel verwoord kan worden.

En dan filosoferen we nog eventjes verder, al hebben we dan een aantal feiten genoemd. En als ik daarmee bezig ben waarom zou ik dan zeggen: Dit is wel God en dat is niet God. Ik kan alleen maar zeggen: Dit is de Kracht, dit is mijn werkelijkheid. Op het ogenblik dat ik het buiten mij plaats en een naam geef is het al niet meer waar. Je kunt zeggen: Het Koninkrijk Gods ligt in mij. De Tempel Gods bestaat in mij, enz. en dan heb je gelijk wanneer althans de omschrijving niet overeenkomt met de beleving, want dan is ze te eenzijdig en dan zou ze zichzelf kunnen opheffen.

Als ik dit zeg over God, kan ik het over alle dingen in de werkelijkheid zeggen. Elke werkelijkheid is variabel. De werkelijkheid is de uitkristalisatie van een aantal belevingen en denkbeelden waardoor de concrete vormen aan bepaalde regels onderworpen zijn. De werkelijkheid omvat werkelijk alle dingen, onthoud dat. Dus ook alle mogelijkheden. Op het ogenblik dat u in een mogelijkheid intens begint te geloven, innerlijk, niet alleen maar met woorden, of ik hoop dat het waar is, maar als een soort zekerheid die in jezelf ontstaat, dan zullen de toestanden buiten je zich daaraan gaan aanpassen. Je kontakten met mensen, dieren, planten, dingen, noem maar op, veranderen. En hierdoor wordt dat beeld in je steeds meer benaderd. De vraag is dan natuurlijk: Ja, waarom is het dan zo een grote rommel op aarde, om geen nog onnetter woord te gebruiken?

De meeste mensen hebben een hele hoop dromen en verwachtingen, maar diep in zichzelf dragen ze angst. Hun benadering van de wereld en in hun begeertepatroon, en in hun afwijkingen, hun afwijzingen, is in feite een soort angst. Bang zijn voor iets waarvan je niet speciaal weet of het wel of niet gebeurt. Als iedereen bang is voor de atoombom dan is hij daar vanbinnen mee bezig. Hij heeft het beeld van de atoombom in zich. Maar dan is het toch duidelijk dat die atoombom steeds dichter komt, steeds meer deel wordt van de menselijke werkelijkheid. En wanneer u steeds bang wordt voor een of andere ziekte, dan is de kans heel groot dat die voorstelling die u zich maakt van die ziekte een reeks ziektebeelden veroorzaakt in de maatschappij, misschien zelfs bij uzelf. Vervelend maar waar.

Wanneer ik dan verder denk dan vraag ik mij af waarom zoveel mensen bezig zijn om al het slechte op aarde op te sommen. U weet het, u moet uitkijken: te veel vet is niet goed, hartvervetting. Ofschoon ik zou kunnen zeggen dat het meer eelt op het hart is, want die het beste eten hebben over het algemeen de hardste harten. Dit is schadelijk voor de gezondheid. Dat is voor het nageslacht de nekslag. Zo ga je maar door. Alles is slecht. Overal is er een verbod.

Overal is een tegenwerping. Nu, dat is niet goed. Zo wordt de angst bevorderd. Maar als die angst bevorderd wordt, dan wordt datgene wat in die mensen is gepompt, uitgestraald en deel gemaakt van de werkelijkheid. En daarom zouden we een soort zelfdiscipline moeten opbouwen. Negatieve dingen gaan me niet aan. Ik heb te maken met alles wat positief is. Wanneer het regent dan zeg ik niet: Wat een rotweer, dan zeg ik: Het is goed voor de bodem, of: Het moet ergens vallen. En wanneer er zure regen is dan zeg ik: Ja, dan kunnen we augurken in ’t zuur kweken. Ik maak er maar een grap van. Zoek naar iets dat positief is, iets waardoor je niet die dingen gaat maken tot een angstbeeld dat je uitstraalt. En probeer dan in jezelf eens te denken aan een soort paradijs. Jezus heeft ook al gezegd: Het Koninkrijk Gods is in u lieden. Denk aan een wereld waarin vrede is en je zult die vrede uitstralen. Beleef in jezelf de hoogheid, de lichtende eenheid der dingen en u zult zien dat onenigheden rondom u wegsmelten. Het is moeilijk om het in uzelf op te wekken. Het vraagt een enorme discipline en het is heel vaak zo dat je dat voor jezelf alleen niet kunt opbrengen. Dan doe je het met anderen samen, nietwaar.

Zo heb je bijvoorbeeld de Weight watchers, ik dacht eerst dat het Waist watchers waren, maar later bleek het dus dat het om het gewicht ging. Die mensen steunen elkaar om op een natuurlijke manier mager te worden. Je zou ook naar een derdewereldland kunnen gaan, daar gebeurt het vanzelf. Waarom deze dingen dan wel en niet op een andere manier? Laten we dan eens beginnen met al onze ressentimenten overboord te gooien. Te zeggen: Wij willen vandaag positief zijn en dan met een paar man tegelijk, dames, u bent in dit geval dan ook man, u bent trouwens vaak meer mans, maar daar gaat het niet over. Maar realiseer u nu eens dat u elkaar helpt om positief te zijn, elkaar helpt om te zeggen: Ach, dit is goed, dat is goed. In ons leeft toch het goede. Kijk eens, het is toch buiten ons aanwezig. Bij wijze van spreken desnoods: Achter de wolken schijnt ook de zon, als het niet anders kan. Probeer ergens licht te vinden, iets goeds en blijf er in jezelf in geloven. Wat bouw je dan op? Een wereld waarin mensen het bewustzijn van hun medemensen, maar ook de relatie met hun medemensen gaan herzien. Dan is het niet meer nodig om alles te symboliseren, hetzij in gebaren, u weet wel, of met geheime grepen en andere dingen. Het is goed dat die dingen er zijn. Ik heb er niets op tegen, hoor. Het is niet nodig. We hebben geen politieke partijen nodig. We hebben helemaal geen leiders nodig die het voor ons eens even willen uitmaken, wanneer we in onszelf maar die kracht vinden. Want dan kristalliseert op elk punt waar het nodig is wel een brandpunt en dat is, zover het die zaak betreft, een natuurlijke leider. En wanneer er dan zo iemand is, ja dan moet je je natuurlijk neerleggen bij hetgeen zo iemand aan ordeningen geeft op dat punt. Dan kun je gezamenlijk de hele wereld in betrekkelijk korte tijd veranderen. Deze wereld staat op het punt van ondergang: De bodem is vergiftigd, het oppervlaktewater is vergiftigd, de lucht is zuur en hier en daar ook giftig. Wat blijft er nog over? De mensen hebben hun humeur, is ook al giftig. Er blijft niet veel meer over als je het zo bekijkt. En dan zijn er bovendien de atoombommen, de bacteriewapens, de nieuwste ontdekkingen, de space opera met Reagan in de hoofdrol en het space drama met weer een paar andere Russen in de hoofdrol en al die dingen samen die zouden de wereld kunnen vernietigen, maar dat zou het ergste niet zijn. Het ergste zou zijn dat daardoor de innerlijke wereld, de zekerheid van de mensen vernietigd wordt. Maar als die mensen innerlijk hun zekerheid vinden, dan hebben ze veel meer kracht dan welke demonstratie ook. Weet u, er is nog nooit een knuppel uitgevonden waarmee de rijkswacht een gedachte uit je hoofd kan slaan. En wanneer het diep in je zetelt, dan bestaat er helemaal niets dat het kan vernietigen, zelfs de dood niet. Dan is die uitstraling er, dan werkt ze en dan kan ze niet de wereld terugdraaien., denk het a.u.b. niet.

Je kunt niet teruggaan voor de eerste of de tweede wereldoorlog, onmogelijk. Er is te veel veranderd. Maar je kunt wel zorgen dat het weer samensmelt, dat het eenheid wordt. Wanneer de mensen innerlijk deze positieve beleving en uitstraling vinden, dan ontstaat een synthese waarin alles wat nu misschien gevaarlijk en schadelijk lijkt, weer wordt samengevoegd tot iets wat wel voor die mensheid en voor het leven van belang is. Dan hoef je niet meer een ideaal te prediken, dan hoef je alleen maar te bestaan volgens je eigen innerlijke wereld. En dan heb je bereikt. Het is alleen maar filosofie natuurlijk. Er zijn een hele hoop mensen die feiten kunnen aanvaarden. Ja, we kunnen niets doen tegen … en dan kunnen we opsommen: Mitterand, de Chinezen, de Russen, de spionage, het misbruik van macht door de overheden, hier of daar… U hebt misschien gelijk vanuit uw standpunt. Maar wanneer het voor u niet meer bestaat, alleen maar het goede bestaat, groeit het goede.

Als je iets niet zeker weet, dan bestaat er maar één kans om zekerheid te krijgen. Stel je onzekerheden op de proef. Het klinkt misschien ontzettend irreëel dat je zegt: Het kan zus zijn, het kan zo zijn, het is onbeslist en dan moeten we dat eerst uitpraten en onderzoeken. Neen, we moeten het beleven. Kies dus voor de ene kant of voor de andere. Beleef het. Realiseer u dat een theorie alleen waarde heeft wanneer ze feiten omschrijft. En feiten zijn voor de mensen belevingen, ook persoonlijke belevingen. Dus wees nu maar een beetje opportunistisch. Zoek eenvoudig uit wat kan en wat niet kan. In zo’n betoog als vanavond geef ik u een basis. Ik zeg: Beste mensen, jullie kunnen het allemaal. En dan zegt u: Ja, het klinkt mooi, ik hoop dat het waar is. En dan zeg ik: Nee, het is anders. Wanneer ook maar één duizendste deel van wat ik u vanavond heb gezegd waar is, dan moet u er iets mee kunnen doen. Dan kunt u de proef op de som nemen. Het gaat niet om de woorden die ik zeg. Het gaat om de mogelijkheden die u vindt. En die mogelijkheden die zijn dan niet precies zoals u die zou willen hebben natuurlijk, want u hebt met woorden een schitterend beeld opgebouwd van wat u zou willen zijn. De een die wil een soort Jeanne d’Arc zijn, maar dan liever zonder brandstapel. De ander die wil de grote goede geest zijn en wat er verder maar te pas komt.

Lieve mensen, die dingen bestaan niet. Vraag je diep in jezelf af: Waar ben ik bang voor? Wat is het goede dat ik in het leven ken en zoek? Bouw je een beeld op van het goede en laat die angsten maar rusten, die verdwijnen vanzelf wel. En vraag je dan af: Wat kan ik ermee doen? Als u de werkelijkheid, al is het alleen maar in je stoffelijke leven, die levenskracht tot een eenheid maakt en uzelf alleen maar met uw wil: ik moet die mens helpen, of: Dat verkeerslicht moet nu op groen springen, dit nu voor haastige automobilisten, dan gebeurt dat op den duur. Bij het verkeerslicht, niet de eerste keer, maar u komt wel zover dat u onbewust inspeelt op elke groenfase en elke groene golf die er bestaat en dan staat voor u het licht groen. Voor anderen is er niets veranderd, maar u hebt er voordeel van. Zelfs die simpele dingen kunt u doen.

Maar u kunt veel meer doen. U kunt mensen genezen, je kunt diep in een mens lezen wat zijn werkelijke problemen zijn en daardoor misschien een oplossing ervoor geven. Je kunt aanvoelen wat de werkelijke behoefte van een mens is en dan, al schijnt hij wat anders na te streven, toch helpen tot die begrijpt wat voor hem, voor haar, het meest juiste is. Ik noem nu maar heel eenvoudige dingen, maar u kunt het. Maar dan moet je het proberen en dat proberen, ja dat vraagt een beetje zelfoverwinning. Zou ik niet voor gek komen te staan? Nee hoor.

De hele wereld is gek, dus een kleine afwijking van u valt toch niet meer op. Maak u geen zorgen. Ja, maar als dat nou gebeurt, wat moet ik dan met wat ik tot nu toe was? Geen zorg. Het komt vanzelf wel, dat voel je dan ook. Het is geen kwestie van: Hoe moeten we dit veranderen, dat veranderen. De vraag is: Hoe kan ik in mijzelf beseffen, in mijzelf de wereld vinden, een wereld van vrede, een wereld die misschien soms wat herfstig kan zijn maar waarin de vermoeid, te vroeg al neerdalende zon toch nog een gloed werpt over de bladeren die bijna dood zijn en waarbij de eerste winterwinden al een ogenblik gieren, juichen en dan in de stilte die achterblijft, fluisteren dat de lente weer komt, zelfs nu het nauwelijks najaar is. Zo’n wereld, een wereld waarin alle dingen samengroeien, waarin de tijd niets meer is waar je moeizaam doorheen moet waden, maar waarin de tijd gewoon een gebeuren is, waarvan deel na deel openbaar wordt en waarin je jezelf afstelt op het geheel van die tijd, juist om het beleven te maken tot iets wat niet meer zo gebonden is aan de verschijnselen van de tijd. Als buiten de bloesem niet bloeit, bloeit die in mij en als het mogelijk is, zal zelfs het dorre hout bloemen dragen. Zo moet je dat voelen. In jezelf de wereld bouwen, dat is de basis: En dan nogmaals, het is niet voldoende om met zo’n woordbeeld te spelen zoals ik nu heb gedaan. Het moet in je leven. Het is niet een beschrijving, het is niet een beeld. Het is eigenlijk een gevoel waaruit zo nu en dan een beeld oprijst en een paar onsamenhangende woorden schijnen te spruiten. Let er niet op. Het is dat gevoel in jezelf dat de basis is. Leer dat gevoel gebruiken, leer het hanteren en u hebt een sleutel tot het gebruik van uw werkelijke krachten en vermogens. Maar meer nog: U hebt een sleutel naar die synthese waardoor uit de schijn van chaos, harmonie geboren kan worden. En dan kunt u de problemen van uw eigen leven oplossen en gelijktijdig bijdragen tot een grotere mogelijkheid problemen op te lossen voor allen met wie u harmonisch bent. Daar wil ik het dan bij laten. Vragen?

  • Waarom hebben wij angst?

Wij hebben angst omdat alles wat wij niet kennen voor ons een verschrikking is. Omdat we niets werkelijk aanvaarden, zelfs niet onszelf zoals we weten te zijn. Daarom zijn we bang. We zijn bang omdat we denken dat het verschil tussen leven en dood groot is. In wezen is het bijna nihil. Onze angst komt voort uit onze onwil en ons onvermogen om onszelf te aanvaarden zoals we zijn en de wereld zoals die is. En daarom moeten we juist het tegengewicht vinden tegen de angst. We moeten niet zeggen: We zullen de angst overwinnen. Dat gaat niet. Maar we moeten zeggen: Naast die angst bouw ik de antithese op, het zekere dat toch in mij bestaat, de kracht die ondanks alles in mij leeft, het gebeuren dat mij wezenlijk innerlijk voortdurend beroert en doet verder gaan. De oplossing is niet de bestrijding van de angst, maar het vinden van een zekerheid naast deze angst om u daar dan volledig op te richten.

  • Broeder, hoe staat het aan uwe kant met het probleem angst?

In de lichte werelden ken je geen angst. In de duistere werelden wordt je beheerst door je angsten of door je begeerten. D.w.z. dat angst in het geestelijk bestaan op een gegeven ogenblik verdwijnt, omdat de wereld waarmee je in harmonie bent zo groot is, dat er voor angst en onzekerheid geen plaats meer is. Wat overblijft is een besef van een vaak grote onwetendheid, maar we vrezen haar niet omdat we weten dat ze zichzelf oplost naarmate we verder gaan.

  • Hoe staat het dan met de reïncarnatie? Als de geest zonder angst in de stof komt en dan weer een ander mens gaat worden en weer angstig zijn? Ligt dat dan aan het lichaam?

Dat ligt aan het beeld dat je van jezelf hebt en dat je opbouwt. En terugkerend in een lichaam bij een reïncarnatie ben je aan die belemmering onderhevig. Is je vreesloosheid in jezelf sterk genoeg dan zul je in feite haast geen angst kennen. Je zult soms een verwerping kennen van bepaalde gebeurtenissen, maar zelfs die kun je, als het eropaan komt, nog aanvaarden. Het is dus niet zo dat die angst herboren wordt, maar het is wel zo dat de onevenwichtigheden die in de geest gecompenseerd werden door het een zijn met een groter geheel, bij een gevoel van isolement weer op de voorgrond komen.

  • Weten de geesten die willen reïncarneren van de toekomstige mogelijkheden zoals u ze beschrijft?

Dit is afhankelijk van het bewustzijn dat de reïncarnerende geest buiten de stof verworven heeft en dat wil dus zeggen dat je hier geen algemene regel kunt stellen. Maar je kunt wel met zekerheid stellen: Er zijn hoge en bewuste geesten op aarde geïncarneerd, die het geheel van hun stoffelijk leven, met alle gebeurtenissen en mogelijkheden, reeds kenden voor zij de band met de stof aangingen. Hun nederdaling had meestal tot doel een bepaald iets te volbrengen, een taak dus. In andere gevallen is dit zelden gebeurd bij entiteiten die door hun beleving bepaalde tekorten die ze in zichzelf veronderstelden of wisten, konden worden aangevuld; juist door dat leven dat ze kenden. Maar het merendeel van de incarnerende geesten kent de toekomst niet of ternauwernood. Er zijn er zelfs bij die zich buiten het sfeertje waarin die incarnatie, de eerste beslaglegging althans, plaats vindt; geen enkel besef hebben van omgeving, mogelijke levenswaarden, beperkingen die in de kindsheid zullen bestaan en dergelijke. Dus je kunt niet zeggen: Iedereen is er zich van bewust, maar je kunt wel zeggen: Er zijn er die zich volledig bewust waren en deze mogelijkheid zal uiteindelijk voor ons allen bestaan. Waarbij ik als persoonlijke noot wil voegen dat ik hoop, wanneer ik zover zal gekomen zijn, niet meer de noodzaak te gevoelen om in de stof te incarneren.

Dan zullen we hiermede eindigen. Wat mij betreft, dank voor uw aandacht dank voor het medeleven dat ik hier en daar heb bespeurd. Ik wens u een goede avond en als het even kan, een klein beetje van dat lichtende beeld in jezelf, waardoor je meer mens en gelijktijdig meer bewust wordt.

ALS JE EEN ANDER BEOORDEELT, KIJK JE IN EEN SPIEGEL
KNAP JEZELVE OP, OPDAT JE ANDEREN MOOIER ZIET.