Yoga, middel of weg

14 juli 1958

Onze onderwerp van vanavond draagt als titel: Yoga, middel of weg. Zoals gebruikelijk zal ik trachten om dit onderwerp eerst voor u in te leiden. Het gaat mij hierbij niet zozeer om de verschillende mogelijkheden, die yoga qua beoefening biedt, dan wel om de inhoud, die in yoga gelegen kan zijn en ook verder natuurlijk alle waarden die yoga kan betekenen.

De grote vraag die allereerst wel rijst, is: Wanneer mogen wij over yoga spreken? Er bestaan zeer vele methoden, die gaan van de eenvoudige Hatha yoga, tot de yoga van het noodlot, de Karma yoga toe. Wij kennen de koninklijke yoga zowel als andere minder esoterische richtingen. We kunnen dus het hele gebied niet meteen overzien en zullen wel degelijk onderscheid moeten maken in de waardering, die wij aan de verschillende soorten van deze leer eigenlijk mogen toekennen.

In de allereerste plaats dan dat deel van yoga dat zich speciaal met de scholing van het lichaam bezighoudt. Het is begrijpelijk dat voor een geestelijke bewustwording of een volledige bereiking in de wereld een zuiver lichamelijke training alleen niet voldoende is. Aan de andere kant weten we ook dat wanneer wij werkelijk tot concentratie moeten komen, wanneer wij zoveel mogelijk feiten uit het geheugen moeten opdiepen, zo intens mogelijk moeten waarnemen, etc. het erg belangrijk voor ons is, dat we het lichaam kunnen uitschakelen. Daarnaast is het ongetwijfeld zeer prettig, wanneer je het lichaam zo ver beheerst, dat je in staat bent om de lichamelijke condities volledig aan te passen aan de omgeving en zo zelf onberoerd te blijven door de verschijnselen buiten je. In zijn verste ontplooiing is Hatha yoga hier inderdaad wel een zeer goede school voor. Hetgeen erin geleerd wordt, kunnen we kort verdelen in:

  1. Beheersingsoefeningen,
  2. Reinigingsoefeningen,
  3. Beheersing van levensstromen.

Nu weet ik, dat vooral dat beheersen van levensstromen voor de meeste mensen in het westen wat dwaas klinkt. Tenslotte maakt een bepaalde houding toch weinig uit, zo zegt men t.o.v. de wijze, waarop bv. je bloed en de levensimpulsen door het lichaam heen kunnen circuleren. Maar wanneer we aannemen, dat er buiten deze zuiver stoffelijke waarden ook nog krachten zijn, die zich in het lichaam bewegen – grof gezien langs de lijnen van de voornaamste zenuwkanalen – maar die toch zelfstandig zijn en ten dele buiten het lichaam kunnen uit treden, dan wordt het heel anders. Dan zou het inderdaad dus mogelijk zijn om een bepaalde stroming te doen overgaan in een ander en daarmee een zekere beslotenheid te bereiken. Hatha yoga leert ons dit. In dit geval kunnen wij echter nooit spreken van een weg, ten hoogste van een middel. En dan nog wel van een middel dat alleen bruikbaar is in de stof en waarbij de bruikbaarheid verder zeer sterk afhangt van eigen lichamelijke gesteldheid en gebonden blijft aan de mogelijkheden, die eigen opvoeding en omgeving ook verder bieden. Ofschoon er zeker geen reden bestaat – ook niet voor de westerling – om deze grondvorm van yoga geheel te verwerpen, geloof ik toch niet, dat we daar werkelijk nadruk op mogen leggen. Het is een middel, dat gehanteerd kan worden, wanneer men daaraan zelf behoefte heeft. Het is nooit een onontbeerlijk iets en kan evengoed gebruikt worden om een goede lichamelijke conditie te bereiken zonder meer als om voorbereidingen voor verder geestelijk streven te treffen.

Wanneer we echter wat verder gaan, dan ontdekken we dat de yogaleer bv. reeksen van geleide meditaties kent: Een beschouwing die gebaseerd wordt op een gegeven onderwerp en waarbij het “ik” moet trachten zich in de wereld te verzinken. Er worden banden geknoopt met bv. het lijden der mensheid, de vreugden der mensheid. Het “ik” tracht zich het geheel van de wereld voor te stellen en in elk gekend verschijnsel, als deel van een totale wereld, onder te gaan. Het gevolg is dat men door deze meditatie in staat is afstand te nemen van de wereld, ook van eigen leven en het daarin optredende.

Hier heeft de bewustwording reeds meer aan. Want een groot gedeelte van het leven kan onder begoocheling, onder maya worden bevat, omdat de mens niet gewend is van uit een algemene regel of wet de dingen te zien. De doorsneemens – onverschillig waar hij woont of wanneer hij leeft – bekijkt de wereld vanuit zichzelf en acht slechts de relatie van het “ik” tot de wereld plus eigen reactie hierop belangrijk. Of zo’n wet in de wereld overal bestaat interesseert minder. Om een voorbeeld te geven: Wanneer iemand sterft in onze naaste omgeving, dan kunnen wij heel vaak daardoor beroerd worden. We vinden het erg droevig, tragisch, we voelen een leegte en verlies. Heel veel mensen komen in opstand. Ze zeggen: “Waarom moet mij dit nu juist overkomen? Waarom had mij nu nog niet een paar jaar meer van deze vreugde gegeven kunnen worden?” En daar komt dus de persoonlijke opstand tegen het algemeen verschijnsel, waardoor de hele reactie op de wereld verandert en het niet meer mogelijk is op een juiste wijze in het leven te treden.

Hier kunnen we nog niet zeggen, dat yoga een weg is geworden. Maar als middel is het ongetwijfeld buitengewoon machtig. Want indien wij weten dat de dood een normaal verschijnsel is, indien wij leren deze dood als onvermijdelijk te aanvaarden en onszelf te beheersen door niet een directe bezitslust te projecteren op één enkele mens, maar de hele wereld te zien als één geheel, waarvan we deel zijn, dan zullen we veel vrijer, met minder smart, met groter innerlijke vrede, met sterkere weerstand ook, door het leven kunnen gaan. Ik geef nu een enkel voorbeeld van iets dat in het westen veel voorkomt: Ik zou er natuurlijk vele andere voorbeelden bij kunnen geven.

Hetzelfde geldt bv. voor het lijden. De doorsneemens wordt door het lijden wel degelijk bewogen, ook wanneer het bij zijn medemensen gebeurt. Maar werkelijk intens ondergaan doet hij het niet. Zijn eigen belangen zijn toch altijd nog weer een ietsje gewichtiger. En men wil heel graag een arme zieke helpen, maar dat moet nu niet net de eigen vakantie in de war sturen, want dat is niet prettig. Dan moet een ander dat maar even doen. Door geen begrip te hebben voor het lijden en wat in dit lijden de handelingen van anderen betekenen kunnen, zal men dus zelf verkeerd handelen. Komt men zelf tot lijden, dan eist men wel dat de wereld al het gewenste produceert, ofschoon men dit zelf nooit gedaan heeft. Daardoor ontstaat weer een vertekening, die uit de eenzijdige belichting van uit het “ik” voortvloeit.

Hebben wij door meditatie ons één gemaakt met het lijden der wereld, dan worden we door ons persoonlijk lijden niet meer zo bijzonder beroerd. Het voorkomt uitputting, want wij blijven niet met onze gedachten nog eens een negatieve nadruk geven aan alle verschijnselen van ziekte en pijn. We zullen onszelf niet zo gauw beklagen. We weten immers, dat er zoveel mensen zijn, die met ons lijden. We zullen geneigd zijn voor elke hulp dankbaar te zijn en niet deze als een recht van de wereld op te eisen. Het gevolg is dat wij een prettiger verhouding hebben met onze omgeving en de genezing dus – zo al mogelijk – in ieder geval sneller zal geschieden. Alleen deze paar voorbeelden zuiver gebaseerd op het stoffelijke zullen u reeds duidelijk maken, dat de meditatiereeksen die in de yogaleer gebruikt worden, op zijn minst genomen een zeer belangrijke weg zijn. Ze kunnen grote invloed hebben op eigen beleven en kunnen daarnaast ons soms tot een gevoel van eenheid brengen, waarbij de gehele wereld voor ons aan betekenis wint en niet alleen maar een klein deel. Toch is ook dit nog niet te beschouwen als een weg. Een weg betekent de lijn, die wij trekken tussen onszelf en het doel, dat wij ons stellen. En wanneer u mij toestaat om vanuit mijn zienswijze het doel te definiëren – u kunt daartegen natuurlijk zo dadelijk in verweer komen als u dat wilt – dan zou ik willen stellen dat het doel van de mens is een absolute vrede te bereiken, waarin hij één is met het totaal van het geschapene plus de Schepper Zelf. Een weg daarheen te vinden langs algemene lijnen is onmogelijk. Een bewustwording door te maken in de zin van een religie bv. kan nooit precies volgens de lijnen der gemeenschap, want ieder voor zich heeft een eigen benadering. Het is daarom dat ik het nog belangrijker vind om ook de nadruk te leggen op eigen lot.

Het lot in de wereld is eigenlijk de voorstelling die de mens zich maakt van alle omstandigheden, die hem dwingen daar, waar hij niet wenst te gaan. Een groot gedeelte daarvan kunnen we ongetwijfeld onderbrengen bij zelfgeschapen oorzaken. Een groot deel van hetgeen u ondergaat, heeft u zelf in deze wereld bewust of onbewust tot stand gebracht. Maar er blijft altijd nog een even groot deel over dat wordt geboren uit uw wereld, uit uw tijd. U leeft in een tijd van motoren en auto’s, van elektrisch licht en atoombommen. Die dingen beïnvloeden u wel degelijk. Ze geven gestalte aan uw omgeving maar ook aan de wijze, waarop u die omgeving waarneemt. Zij bepalen de eisen, die u aan de wereld stelt, maar dragen ook in zich de mogelijkheid tot ongevallen en ongelukken, ongenoegens, die in een andere wereld niet zouden bestaan. Het gevolg dus van een noodlot, dat ons geboren doet worden in een bepaalde tijd.

Nu kunnen wij karma natuurlijk omschrijven als de wet van oorzaak en gevolg, voortgezet over meer levens en waarschijnlijk vele verschillende werelden. Maar zelfs dat is niet nodig. Yoga dwingt ons niet om een reïncarnatieleer aan te nemen. Wel zegt het ons, dat alles wat in het leven gebeurt in directe relatie staat met onze eigen persoonlijkheid. Dat deze relatie ons het vermogen geeft alle gebeuren dus te beïnvloeden. De wijze waarop wij beïnvloeden, bepaalt in hoeverre wij verantwoordelijkheid dragen.

Nu stelt een bepaalde denkrichting, dat je op een gegeven ogenblik door omstandigheden wordt gedwongen. Laten we zeggen, dat u wordt gedwongen om voort te gaan, terwijl doden of gewonden langs de weg blijven liggen. In een oorlog bv. Dan kunt u wel zeggen: “Ja, misschien had ik die mensen kunnen redden.” Maar dit “misschien” doet niet ter zake. Het was uw lot om in een conditie te verkeren, waarin u niet kon helpen; waarin elke hulp voor uzelf dus een nederlaag geweest zou zijn, een zelf ondergaan. Het resultaat is dat wij het schuldbewustzijn hier moeten uitschakelen en dat de gehele voorstelling moet worden beschouwd als iets, wat buiten ons staat. We hebben er niets mee te maken.

Het klinkt misschien erg koelbloedig, want nu kun je ook gaan zeggen: “Ja, door het leven en de omstandigheden word ik gedwongen – als politiek leider bv. – deze of gene handeling te verrichten. Ik moet een bepaalde wet uitschrijven en ik weet, dat ze niet goed is. Maar ik kan niet anders. De omstandigheden leggen mij dit op. Ik heb hiervoor geen verantwoording.” Dit is volkomen waar, indien elk middel om aan het niet-gewenste te ontkomen – het voor ons niet-aanvaardbare te ontkomen, beter gezegd – is gedaan. Datgene wat zich aan onze macht en onze beheersing onttrekt, behoort niet tot onze aansprakelijkheid, mag terzijde worden gesteld en ten hoogste gewaardeerd worden als een oppervlakkig verschijnsel in ons eigen leven. Hier komen we al een beetje dichter bij het idee van een weg. Want hier wordt in ieder geval een scherpe scheiding gemaakt tussen het “ik” met zijn mogelijkheden en de wereld met haar mogelijkheden. En het “ik” zelf wordt hier gezien als het enige, waar het om gaat. Niet in egoïstische zin maar als enig aanvaardbare manier van leven.

Misschien zou men ook een dergelijke denkwijze nog een weg kunnen noemen. Maar in de kern van de yoga-leer vinden we een reeks van stellingen, die m.i. wel degelijk een weg zullen zijn voor eenieder die in staat is ze te hanteren, voor eenieder die in staat is daarin geheel op te gaan. En deze stellingen lijken mij wel het voornaamste van hetgeen deze avond ter sprake komt. Wanneer ik daar te lang over uitweid, erger u niet; U krijgt zo dadelijk na de pauze volledige gelegenheid tot repliek, dus dan kunt u daar ten volle gebruik van maken. Ik zal de stellingen maar zo te hooi en te gras bij elkaar halen en dan beginnen met het volgende punt:

Het wezen van de mens moet worden gescheiden in drie afzonderlijke fasen. De stoffelijke fase op zichzelf is slechts een verschijningsvorm. Zij is gevolg, nooit oorzaak, kan nooit beslissend zijn. De tweede fase kan worden genoemd: eigen begrip of eigen eenheid met het zijnde. Dit is zeer belangrijk, omdat het ons mogelijk maakt een voorstelling van onszelf te vormen en aan de hand van deze voorstelling t.o.v. de wereld te reageren. Hierbij rekenen wij vooral wel met de inhoud van dit “ik”. Natuurlijk bestaat er veel meer in de schepping, dan wij in onszelf kunnen bevatten. Onze kennis zal niet alle dingen voor zich kunnen verwerkelijken. Ons falen om meer dan een bepaalde reeks feiten in zich op te nemen, enz. Maar er bestaat ook nog de mogelijkheid om in harmonie te komen. Het is – zo vertelt deze yoga-leer ons – niet noodzakelijk om uit jezelf tot kennen, tot weten en begrijpen te komen. Indien je de kunst verstaat om de grote invloeden aan te voelen en daarop te reageren, dan kan ook buiten elk redelijk proces om, buiten elk aards streven om zelfs, een bewustzijn ontstaan en ook een aanvaarding van de grote krachten en de grote waarden.

Die grote krachten en waarden stellen we dan te zijn in de eerste plaats: regerende geesten of lichtende krachten in de zin van engelen en aartsengelen. Dus met gezag beklede wezens, al of niet in de stof verkeerd hebbende. In de tweede plaats de zgn. wetten, d.w.z. de vaste regels, die ons gedrag bepalen en beperken binnen de kosmos. In de derde plaats: de zgn. levende essence of goddelijke Kracht. Deze waarden tezamen werken in ons. Maar wanneer wij in harmonie zijn met de goddelijke Kracht zelf, dan wordt ons vermogen buitengewoon groot. Wij kunnen daarmee wonderen doen. Vandaar dat de ingewijde yogi over het algemeen in staat is zeer eigenaardige verschijnselen te veroorzaken. Hij is o.m. meestal een geschoold telepaat, beschikt over de gave van telekinese, heeft een zodanige lichaamsbeheersing, dat hij zich voor praktisch alle verwondingen ongevoelig kan maken, zal ook kunnen uittreden – zoals dat heet – dus zien in ruimte. De besten onder hen kunnen a.h.w. hun geest werpen, dus een schijngestalte uitwerpen, die hun eigen persoonlijkheid op een andere plaats projecteert, waarbij deze gestalte al dan niet handelend kan optreden. Natuurlijk spelen hierbij suggestieve processen een grote rol, maar dat neemt niet weg dat werkelijk resultaten worden bereikt.

De yogi, die in eenheid kan komen met het Allerhoogste, kan ook nooit een zuiver persoonlijk doel dienen. Het is hem niet mogelijk alleen voor zich iets te volbrengen, want het is juist de weerklank van de kosmos, die hem in staat telt om krachten te verzamelen. Is hij daarentegen in harmonie met bv. die grote lichtende geesten, dan wordt het wat anders. Daar is een soort marchanderen nog wel mogelijk, want we kunnen kiezen uit verschillende grote factoren. Door zijn meditatie – die soms heel lang wordt voortgezet in voor elke meditatie afzonderlijk te stellen houdingen van het lichaam bovendien nog – kan hij een contact krijgen met krachten, die een zekere hoofdwaarde hebben,

Het is eigenlijk net als met valuta. Stel u voor, dat de yogi in zichzelf door zijn mogelijkheid tot kiezen willekeurig waarden kan betrekken in Nederlandse guldens, in francs, in dollars, in ponden, in kronen en wat dies meer zij. Hij heeft dan valuta, die hij in een bepaald gebied gemakkelijk kan uitgeven. Indien hij weet op welk gebied hij werkzaam moet zijn, zal hij dus ook door zich te richten op de persoonlijkheid, die dat gebied beheerst, een maximale prestatie krijgen. En waar deze persoonlijkheid als heerser totale kennis en weten in zich draagt, is het weer niet noodzakelijk, dat hij persoonlijk weten kent. Een typische instelling en mogelijk een instelling, die door sommigen als bijgeloof verworpen zal worden. Toch kan ik u verzekeren, dat op deze wijze contact krijgen met hogere krachten voor de bewustwording ook enorm veel betekent. Ik zou weer een voorbeeld willen gebruiken.

Wanneer je een kind neemt en je brengt dit kind betrekkelijk kort na elkaar in drie of vier verschillende landen, waar het elke keer ongeveer een jaar vertoeft, dan zal blijken dat het kind de talen van die gebieden gemakkelijk spreekt; dat het de denkwijzen, die in die gebieden heersen, gemakkelijk zal begrijpen, naarmate de omgeving meer die van het land zelf en zijn bewoners was. Een kind dat op deze wijze zijn opvoeding heeft gehad, kan zich in al die gebieden gemakkelijk bewegen, kan begrijpen wat er gebeurt. Toch kan het vaak niet verklaren, waarom die reacties zo zijn. Het voelt eenvoudig aan en reageert. Het zal ook niet altijd in staat zijn om te vertalen, dus hetgeen het zegt bv. in het Frans met precies dezelfde intentie en inhoud over te brengen in het Engels. Het heeft zich het idioom aangewend, denkt a.h.w. in het Frans en zou eenzelfde zin wel in het Engels kunnen zeggen, maar daar meteen de variant in brengen, die voor een Engelse mentaliteit nodig is.

Stel u volgens dit voorbeeld nu onze eigen bewustwording voor. We mogen niet vergeten, dat wie als mens op de wereld leeft, misschien als geest betrekkelijk oud is, maar qua ontwikkeling toch ook nog tamelijk jong. Het gevolg is dus, dat de manier van instellen u kan leren om steeds meer contact te krijgen met de verschillende gebieden. U weet onbewust meer daarover, ook al kunt u het niet uitdrukken. En dit onbewuste weten kan resulteren in een wetend handelen, uitbreiding van bewustzijn. Hier hebben we werkelijk al te maken met iets, dat een weg is. Want op deze manier kunnen we beter in de kosmos passen en ook beter de plaats innemen, die van die kosmos binnen ons moet bestaan,

Toch is dat niet de enige reeks van stellingen. Integendeel, wat ik u verteld heb, is maar zo’n klein beetje een begin. Wat zou u zeggen, wanneer ik u vertelde dat het mogelijk is – een van de hoogtepunten van een bepaalde yoga-scholing – in jezelf de schepping als een geheel te ervaren, alleen aan de hand van een zekere reeks handelingen en meditaties. Dat het mogelijk is gezeten in het duister – niet alleen een deel van die wereld te zien en te kennen, maar die gehele wereld te kennen. En zelfs meer dan dat. Dit is voor de yogi in zijn hoogste punt van ontwikkeling absoluut mogelijk. Zich terugtrekkend in eenzaamheid, zal hij zijn oefeningen doen, en door deze oefeningen zich in staat stellen bv. vanuit een eenvoudige bergrots de gehele wereld te bevatten. Hij zal ook weten, hoe hij met zijn eigen denken moet handelen om daar in te grijpen. Dit wijst niet alleen op een groot bewustzijn maar ook op een begrip omtrent één-zijn met de wereld.

Is het een wonder dat ook het bovennatuurlijke onmiddellijk zijn intrede doet? Wiens geest ontwaakt is – zo zegt de yogi – kan alle krachten rond zich erkennen. Hij weet echter ook dat elke kracht die hij erkent, een spiegeling is van dat wat in hem leeft. Dit is een belangrijk punt. Zelfkennis en kennen van de wereld gaan samen. Ik zal dat onderwerp echter niet verder belichten, aangezien het kortgeleden door een andere spreker is gebeurd. Maar het is en het blijft een zeer belangrijk punt in de bewustwording.

Van hieruit is yoga een weg geworden. Degene, die het totaal van deze oefeningen kan gebruiken – vooral de meditatieoefeningen, het zich instellen t.o.v. de wereld – kan van hieruit de hoogst mogelijke bewustwording in de stof bereiken. Is die weg voor iedereen gelijk bruikbaar?

In de eerste plaats: De yoga-oefeningen, die de lichamelijke functies mee beheersen, zijn slechts voor weinigen volledig te volbrengen. Voor de westerling zeker niet. Om te komen tot een volledige beheersing van het stoffelijk deel van de yoga heeft men een reeks van jaren achtereen alleen aan deze beheersing te wijden. Men moet een groot aantal houdingen leren, zeker. Maar voor alles moet men leren elke spier en elke vezel van het lichaam te beheersen. Iemand, die getraind is hierin, kan naar believen eigen hartslag vertragen en versnellen, kan elke spier afzonderlijk doen bewegen en is zelfs in staat om in zichzelf aderkramp te veroorzaken, waardoor tijdelijk de bloedsomloop in bepaalde delen van het lichaam gestremd wordt, volledig naar eigen wil. Men beweert – ofschoon ik dit niet kan bevestigen – dat men zelfs zo ver kan komen, dat men de pigmentering van eigen huid zowel als haargroei en nagelgroei a.h.w. beheerst. Ik zeg nogmaals, ik kan dit laatste niet bevestigen.

Het is voor de westerling niet mogelijk om hieraan te beginnen. Wil men nl. deze scholing goed doormaken, dan zal men op 18 – 19 leeftijd ten laatste hieraan moeten beginnen. Daarna is het wel mogelijk als een soort sport, yoga-oefeningen te bedrijven, maar dan moet het onder deskundige leiding gebeuren en dan mogen ze zeker niet meer worden gezien als meer dan juist een soort sport. Ademhalingsoefeningen zijn voor de westerling in een simpele vorm meestal niet gevaarlijk. Maar zodra we ze verder gaan uitbreiden en komen tot de lange reeksen van ademhalingen en beheerste ademhalingen, dan is er alweer een grote oefening voor nodig. Is dat niet het geval, dan wordt er zowel van de longen als van het hart meer gevergd dan wenselijk is. Het resultaat kan zijn: duizelingen, optreden van zuurstofarmoede of zuurstof-dronkenschap, naargelang de gebruikte methode, kortom het kan gevaarlijk zijn. Slechts onder controle van een bevoegd leraar en zeer langzaam hiermee vorderende, is het mogelijk daarmee althans iets te bereiken. Voor het westen meen ik dus als geestelijke weg de lichamelijke vormen van yoga te moeten afwijzen.

Wat betreft de yoga-vormen die zich zeer sterk op meditatie instellen, moet ik opmerken dat voor een goed mediteren ook weer scholing en een aparte mentaliteit nodig is. Men mag dus niet denken dat yoga een soort wondermiddel is, waarbij men een paar keer mediteert en dan onmiddellijk een andere gesteldheid in zichzelf ontdekt. Zeker kunnen meditaties een middel zijn. Maar het is lang niet noodzakelijk dat men hierbij speciaal de door yoga opgegeven reeksen volgt, waarbij bovendien moet worden opgemerkt dat werkelijk goede meditatieoefeningen in yoga slechts door een persoonlijke leraar geleid kunnen worden, waar hier de meditatie geheel aan de eigen geestesgesteldheid moet worden aangepast, elke keer opnieuw. Ook dat meen ik dus – ofschoon een bruikbaar middel, ook voor de westerling niet – te moeten zien als een zeer belangrijk aspect.

Er bestaan voor het westen andere, even goede of soms betere methoden om tot eenzelfde toestand van introspectie te geraken, om op eenzelfde wijze te komen tot beschouwing van wereldwaarden. Iemand, die gewoon de Bijbel leest en daarbij nadenkt over zijn eigen wezen en leven, bereikt precies hetzelfde als degene, die de yoga-meditatie volgt. Wanneer het echter komt tot het aanvaarden van het noodlot en het dus gaat om de wijze, waarop wij het eigen bestaan aanvaarden, meen ik, dat zowel voor oosterling als westerling de juiste geesteshouding aan de hand hiervan kan worden bereikt. Het is op zijn minst genomen een middel, een belangrijk middel. Een middel, dat overal hanteerbaar is, waar het niet afhankelijk is van het bewustzijn, het intellect of het weten alleen, maar zich speciaal baseert op de innerlijke gesteldheid, het gevoelsleven, dat in praktisch ieder mens ongeveer gelijk – althans binnen gelijke grenzen – aanwezig blijkt. Dit gevoelsleven maakt het mogelijk tot een eenheid te komen, die een vervanging kan zijn voor weten en zelfs voor intellect. Langs deze weg een juiste aanpassing bereiken betekent vergroting van bewustwording en als zodanig ook: weg.

Het allerbelangrijkst – naast het aanvaarden van wereld en noodlot – is het in jezelf erkennen van eenheid en het zoeken van perfecte harmonie met krachten, waarvan je je een voorstelling maakt, terwijl je gelijktijdig in jezelf een absolute ontspanning en innerlijke vrede tot stand brengt. Zeker zijn ook hier vele mentale oefeningen voor nodig. Het is niet zo eenvoudig om dit te bereiken. Maar dit is een weg par excellence. Dit is een grote en een goede weg. Een weg, die voor niemand gesloten blijft, die hem werkelijk vastberaden wil gaan.

De conclusie, die ik nu allereerst wil trekken is: In de yogaleerstellingen is een weg te vinden, die voor de bewustwording van elke mens belangrijk is. Indien we het yoga ontdoen van zijn uiterlijkheden en zijn oefeningen, blijft er een voldoende rijke inhoud over om hierop ons leven te baseren. Yoga is een weg voor degene, die de inhoud van yoga voor zich kan aanvaarden.

Ik zou natuurlijk niet volledig zijn, wanneer ik hier niet onmiddellijk ook een vergelijking ging maken met andere mogelijkheden, die voor ons bestaan. Wat zijn de voordelen, die yoga ons geeft? In de eerste plaats. Een omschrijving, zodanig vastgelegd, dat ze wel verklaring vraagt, maar is de verklaring eenmaal gegeven, dan heeft men zwart op wit in oude geschriften, die niet van de willekeur van de hedendaagse mens afhankelijk zijn de complete bewustwording-, en ontwikkelingsweg uitgestippeld. Men heeft dus een houvast eraan. Een verder voordeel: Yoga bevordert niet alleen de geestelijke gesteldheid, maar zal – zelfs indien wij elke stoffelijke oefening terzijde leggen – toch voor het lichaam gunstige invloeden kunnen uitoefenen. Het grote nadeel: Zelfs in de belangrijkste punten van yoga heeft men steeds weer een deskundige nodig, al is het maar iemand om je uitleg te geven, iemand om je leiding te geven. En het is niet gemakkelijk om dergelijke leraren te vinden. Daarom, beperking. Beperking van de yoga, voor zover de mogelijkheden voor ons bestaan. Wanneer wij die weg beginnen, dan is het betrekkelijk gemakkelijk. Willen wij hem ten einde toe gaan, dan zullen we ons moeten beroepen op hulpmiddelen, op helpers, die niet onmiddellijk binnen ons bereik zijn. Een deel van onze tijd zal dus ongetwijfeld met zoeken teloor kunnen gaan.

Dan de wegen, die we wel hebben. In de eerste plaats: het Christendom. In het Christendom liggen – zij het niet zo nauwkeurig omschreven als in de yoga en niet zo ritueel uitgedrukt – een reeks overeenstemmende waarden. De mens die zich nl. alleen reeds houdt aan de geboden van de naastenliefde, zal – door zich hieraan te houden – zich een voldoende zelfbeperking moeten opleggen en zeker ook tot een grote zelfbeheersing geraken. Het is langs deze weg mogelijk geestelijk precies hetzelfde resultaat te bereiken.

Dan de zgn. mystieke wegen. Allereerst theosofie met daarnaast ook antroposofie. Beide richtingen geven een vaak verwarrend wereldbeeld. In het wereldbeeld echter schuilt een gedachte, die een levensaanvaarding bevordert en die de mens betrekkelijk vrij doet staan van de zuiver stoffelijke belemmeringen en beperkingen. Indien hij daarbij ook ten goede streeft – u zou dus a.h.w. kunnen zeggen: binnen deze leringen ook de christelijke waarden niet uit het oog verliest – zijn ook deze een volkomen aanvaardbare weg. Het is niet noodzakelijk zich alleen op yoga te beroepen.

De zgn. geheime leren of geheimscholen: Wij moeten opmerken dat yoga verder gaat dan de meeste van die geheimscholen. Daar komt verder bij dat deze geheimscholen ingedeeld zijn in verschillende klassen en rubrieken. Het is niet mogelijk aan het begin het einddoel onmiddellijk te overzien of te kennen. Bij yoga is dit wel mogelijk. Ofschoon langs de weg van de geheimscholen grote resultaten van bewustwording kunnen worden behaald, zal men waarschijnlijk sneller en doelbewuster kunnen streven via de leringen van yoga of – een laatste mogelijkheid – de zuiver esoterische wereldbeschouwing.

Esoterie betekent ontwikkeling en kennis van het innerlijk. Esoterie is te vinden bij elke religie. Daarnaast bij zeer vele wereldbeschouwingen – dus ook bepaalde politieke groeperingen, die een politiek doel a.h.w. religieus nastreven. Het gevolg is, dat esoterie het grote voordeel heeft boven yoga of één van de andere genoemde wegen, dat zij overal in de praktijk kan worden gebracht, dat zij van elk standpunt kan uitgaan. De onthulling van het “ik”, het erkennen van wat je bent, van hoe je werkt, bevordert te allen tijde de bewustwording. Komt men esoterisch echter verder, dan ontmoet men krachten en zal men zich aan deze krachten a.h.w. gaan overgeven. Dat is een geloofswerking. In deze geloofswerking komt de gevoelsbeleving, uit de gevoelsbeleving vaak de reële beleving van andere toestanden en werelden voort. Op de duur echter is de kern van het “ik” altijd deel van de goddelijke Kracht. Vanuit de esoterie kunnen wij dit deel benaderen, onverschillig van welk punt wij uitgaan, mits het eerlijk en oprecht met het “ik” in verband staat.

Conclusie: De weg van de esoterie kan parallel lopen met of deel zijn van de yoga-leer. Hij is echter door zijn universele mogelijkheden boven deze als weg te verkiezen. Toch is mijn eindconclusie: Yoga is zeker een weg, indien men zich niet houdt aan de eenvoudige rituele voorschriften alleen, indien men zich niet alleen bindt aan de meer lichamelijke en mentale beoefening ervan, doch komt tot een beleven. Deze laatstgenoemde waarden zijn een middel, dat ook bruikbaar is binnen elke andere richting van streven en deel kan uitmaken van elke weg van bewustwording. Yoga zelf echter in zijn essence is ongetwijfeld een weg en – voor een groot gedeelte van de wereld – een belangrijke.

En daarmee ben ik dan klaar met mijn inleiding, vrienden. Ik heb daar, zoals u merkt, over het geheel genomen meer algemeen gesproken. Ik veronderstel, dat er onder u wel enkelen zijn, die iets van yoga afweten. Hoe meer u ervan weet, hoe prettiger het is en hoe deskundiger wij met elkaar kunnen gaan praten. Er zijn anderen, die er een betrekkelijk  “vage” voorstelling van hebben. Dan moeten we dadelijk hierover in dialoog gaan. Dat is het doel van deze avond. Wat ik heb gezegd is alleen maar het aanloopje. Daar moet u zo dadelijk a.h.w. mee gaan werken. Ik heb u de mogelijkheid gegeven om vele kanten uit te gaan. U kunt zowel de beschouwelijke kant uitgaan,  dat is de esoterische dus op de duur, dan wel uw aandacht richten op stoffelijke mogelijkheden en bereikingen van yoga. Ik hoop, dat u ruimschoots van die mogelijkheid gebruik zult merken.

Ik weet dat yoga de verbeelding van vele mensen prikkelt en dat bij velen enigszins verwrongen beelden zijn ontstaan door zgn. populaire werkjes over de beoefening van yoga. Mij dunkt dat er dus van alles te vragen, van alles te zeggen is. En misschien ook heeft u voor uzelf uitgemaakt, dat niet alles, wat ik zei, juist was. Brengt u dat dadelijk dan rustig naar voren. De strijd om wie gelijk heeft zal in alle broederschap worden gevoerd en ongetwijfeld wederzijds weer belangrijke gezichtspunten opleveren.

Vragen

Zo, vrienden, dan kunnen we nu beginnen met onze vragen, het belangrijkste gedeelte van de avond zou ik haast zeggen.

Wij weten wat Hatha Yoga, Karma Yoga, Bhakti Yoga, Jnana Yoga is en hebben ons afgevraagd, wat dan de feitelijke inhoud is van Raja Yoga, de koninklijke weg. Men meent het verschil het best te vertalen door de koninklijk (levens-) kunst, die wij ook in de maçonnerie leren beoefenen. Wat is uw commentaar hierover?

Nu, ik zou dan een klein verschil willen aanduiden tussen Raja yoga en maçonnerie. In de eerste plaats ligt een andere voorstelling van het Al en een andere symboliek aan beide ten grondslag. In Raja yoga wordt eigenlijk getracht een beeld op te bouwen van de kosmos, waarin men inderdaad deel is van alle dingen, doch gelijktijdig een zelfstandige weg doormaakt. Hierbij is de instelling de meest belangrijke. Bij Raja yoga zijn het zeker niet de daden, waar het om gaat. De daad is slechts de verschijningsvorm van de innerlijke beleving. Alleen de innerlijke beleving als zodanig is belangrijk. Ik meen, dat dit in zekere zin in tegenstelling is tot de maçonnerie, die toch in vele gevallen juist de goede daad en de onderdrukking van de kwade daad primair stelt. Bij Raja yoga wordt hier niet zozeer de nadruk op de daad gelegd. De daad is incidenteel een resultaat van innerlijke bewustwordingen, innerlijke strijd misschien. De kunst om te leven is gelegen in het één-zijn met alle dingen. Ofschoon een oppervlakkige overeenkomst tussen beide niet ontkend kan worden, meen ik dus op voornoemde gronden toch ook wel een verschil te mogen constateren en geen volledige eenheid of congruentie te mogen aannemen. Commentaar daarop?

 Neen. In zoverre, dat ik het alleen niet eens ben met die premisse van U, waar U zegt, dat de maçonnerie alleen maar de daad vooropstelt en minder de geestelijke inhoud, die erachter ligt naar voren brengt.

Dat is niet door mij gesteld. Mijn formulering was anders. Ja, u moet het me niet kwalijk nemen natuurlijk. U zult het ongetwijfeld kunnen naspeuren. Maar mijn stelling was, dat de nadruk veel meer op de daad ligt dan bij het Raja yoga. Dat is heel iets anders dan te zeggen, dat alleen de daad belangrijk is.

 Inderdaad. Dan zou ik haast zeggen, dat dit bij de beginners van de maçonnerie misschien het geval is, maar niet bij degenen, die in het wezen van de maçonnerie zijn doorgedrongen.

Ten dele kan ik u bijvallen, niet geheel. Want bij de maçonnerie blijft zelfs in de hoogste graden het actieve streven een belangrijk punt. En het actieve streven wordt bij Raja yoga vervangen door het actief beleven. Er is dus wel een verschil, waar bij de maçonnerie toch steeds het “ik” zelf de stuwing geeft. Ik geef onmiddellijk toe dat wie doordringt tot de kern van de maçonnerie, daar onmiddellijk ontdekt dat het werken met het Goddelijke in de zin van het Goddelijke de grondslag van alle daden moet zijn en dat aan de hand daarvan bepaalde innerlijke geheimen bestaan, die de directe aanpassing aan het Goddelijke mogelijk maken. Dat ben ik direct met u eens. Toch stel ik nogmaals, dat de benadering verschillend is.

Dat neem ik graag van U aan, want ik weet van Raja yoga niets af. Ik heb dit juist gesteld omdat ik het verschil goed duidelijk wilde horen.

Nu ja, dat kan ik dan nogmaals kort formuleren, om vooral toch duidelijk te blijven. Dus bij Raja yoga gaat het om het beleven. Dat wil zeggen de wijze waarop je het zijnde in jezelf accepteert. Bij de maçonnerie gaat het erom – zoals u wel degelijk weet – het erkende uit de kosmos en uit het Al in je eigen wezen en daden tot uitdrukking te brengen, je gehele streven aanpassende aan datgene wat je van de goddelijke schepping hebt erkend. En daar ligt dus een groot verschil tussen.

En zo is de maçonnerie dus identiek met esoterie.

 Ja. De maçonnerie is in feite een tak van esoterisch streven.

U heeft in Uw inleiding verschillende wegen naar bewustwording aangegeven. Is het ook mogelijk langs een meer concrete weg tot bewustwording te komen? Hoe is het proces, dat door omvorming van ons wezen tot deze bewustwording leidt? Er zijn veel mensen, die zich een bewustwording langs wetenschappelijke weg, dus via de rede eigen zouden willen maken. Kunt U hier iets over meedelen?

Het is onmogelijk om een kosmische bewustwording door te maken aan de hand van de rede. Want onder rede verstaan we een menselijk met een voorstellingsvermogen plus een redeneringsvermogen, dat weliswaar tot abstracte stellingen kan komen, maar deze steeds moet baseren op zintuiglijke waarnemingen en de beperkte waarden, zoals ze in een stofwereld bestaan. De wetenschap kan ons ongetwijfeld een voortdurende aansporing zijn tot denken. Men kan dankzij de wetenschap tot mysticus worden, dus de mystiek erkennen van uit het concrete feit. Maar dan begint de feitelijke bewustwording zeker niet bij de wetenschap, maar eerst op het ogenblik dat men de mystieke achtergronden, die ook door de wetenschap worden gekentekend en omschreven, begint te realiseren voor zichzelf.

Een concrete weg; concreet is elke weg, zodra het “ik” zich deze weg kan voorstellen. Al deze wegen zijn volledig reëel en concreet. Ze berusten niet op vaagheden. Het moeilijke is echter, dat de mens zich eerst moet overtuigen van de redelijkheid of althans de aanvaardbaarheid van deze wegen. Ik kan me voorstellen, dat velen graag a.h.w. aan de hand van het laboratorium, zouden willen komen tot een besef omtrent leven in het hiernamaals, mogelijkheden om één te worden met de kosmos, de banden die het “ik” verbinden met anderen, etc. Maar men vergeet één ding: de rede zal te allen tijde het “ik” centraal moeten stellen. Daaraan is niet te ontkomen. Want wetenschappelijk en redelijk gezien kan ik slechts uitgaan van mezelf, mijn eigen waarneming, mijn eigen gedachte. De conclusie is duidelijk: Alles wat redelijk is, blijft beperkt binnen het “ik” en zal elke waarde, die buiten het “ik” ligt en daarin ten hoogste als gevoelswaarde kan opkomen, terzijde schuiven of als een niet-verklaarbaar verschijnsel niet in eigen bewust beleven verwerken. Juist datgene, wat ligt achter het weten en achter het redelijke geloof, aanvaarding, is belangrijk. Want hierdoor wordt het ons mogelijk de grenzen te overschrijden, die zintuiglijk zijn gesteld, die door de beperking van menselijk denkvermogen ook worden opgelegd. Een innerlijk beleven kan veel verder gaan dan alle rede. En indien we dit nu begrijpen, zal het ook duidelijk zijn dat indien u een concrete weg tot bewustwording wilt gaan, u deze weg desnoods kunt baseren op de wetenschap om zo te komen tot een erkennen van het wetenschappelijk onverklaarbare, het redelijk niet meer uitlegbare, om dan daarachter aan te nemen de krachten, die u aanvoelt.

Het typische is verder dat het voor de bewustwording niet noodzakelijk is dat het geloof zuiver is. De voorstelling, waarop het geloof gebaseerd is, is onbelangrijk. Ze is a.h.w. een rationalisatie van innerlijke ervaringen en valt als zodanig toch weer ten dele terug op het gebied van de rede en ook de psychologie, waarin nu eenmaal een zekere zelf-rationalisatie altijd noodzakelijk blijft. Wanneer u dit nu vooropstelt, dan zal het u duidelijk zijn, dat geloof in feite betekent een ervaren en erkennen van het redelijk niet vaststelbare, het redelijk niet-verklaarbare. Hetgeen dat niet concreet is, zelfs niet in zijn verschijnselen, omdat men voor die verschijnselen een redelijke verklaring kan vinden, die althans oppervlakkig de meeste feiten dekt. Achteraf blijkt bij nader onderzoek, dat de uiterlijke overeenkomst met redelijke feiten nog wel eens wat te wensen overlaat en dat er veel meer schuilt in het waargenomene of vastgestelde dan men wetenschappelijk ooit zal kunnen aantonen.

De wetenschap kan dus helpen om tot een geloof of een aanvaarding te komen. Ze kan nooit op zichzelf een weg uitmaken. Wetenschap kan middel zijn, evenals de rede. Ze kan nooit werkelijk weg worden door de beperkingen die zowel rede als wetenschap ondervinden en de gebondenheid van beide aan het menselijk bestaan pour soi. Ik hoop dat ik daarmee mijn visie hieromtrent duidelijk heb gemaakt.

Kunt U misschien hier een voorbeeld van geven. Ik weet dat het moeilijk is, omdat het aan het weten verbonden is. Maar bv. de Pythagoreïsche weg.

De Pythagoreïsche weg is absoluut onredelijk, wist u dat? Want hij gaat uit van de mathematica om een uitdrukkingswijze te vinden voor gedachten, die zo abstract zijn, dat ze geen verdere concretisering verdragen dan een eenvoudige benoeming. Dat is punt 1. De Pythagoreïsche weg werkt verder met indrukken, d.w.z. o.a. met muziek. Het opwekken van trillingen die gevoelsinhouden weergeven maar ook opwekken. Wanneer we de Pythagoreïsche weg in zijn kern gaan beschouwen, dan betekent het dat de volledige opleiding een poging is om te komen tot:

  1. Het vermogen eigen gevoelswaarden vast te stellen en – zoals niet te omschrijven – dan toch te constateren en te benoemen.
  2. Het aangevoelde t.o.v. elkaar in een relatie te brengen, die mogelijk zou zijn en op grond daarvan een structuur te bouwen, die voor ons ook redelijk aanvaardbaar is, zodat geen verwerpen van innerlijke waarden optreedt.
  3. Het oproepen van zodanige inhouden in het eigen wezen door middel van klank en enkele andere uitingsmiddelen, dat men in staat is krachtens deze werking voor zichzelf de gevoelswaarde te intensifiëren en de werkelijkheid tijdelijk te doen wegvallen. Dat men gelijktijdig met anderen tot een harmonie kan komen door een gemeenschappelijk ondergane ervaring, gebaseerd op geluidstrilling. En dan kennen wij verder de zgn. magische wetenschap.
  4. Het vermogen om binnen eigen voorstelling onredelijk datgene te ervaren, wat wel redelijk benaderbaar maar niet geheel vaststelbaar of verklaarbaar is. Dat zijn de inhouden van de Pythagoreïsche leer.
Zou dat laatste nog eventjes nader uit de doeken willen doen nl. de magische aangelegenheid?

Ja, magisch. Magisch is een naam ervoor. Het berust in feite hierop: Ik zie de sterrenhemel. Ze wekt in mij bepaalde gevoelens op. Ik verplaats mij met mijn denken in die sterrenhemel en kom tot een waarnemen daarvan. Deze waarneming kan nooit redelijk zijn. Vandaar dat de Pythagoreërs ook heel rustig – evenals latere filosofen – dachten over de kristallijnen sferen, muziek der sferen, etc. Zij gaven hiermee aan wat zij in zichzelf hadden erkend. Dat men foutievelijk later – dankzij o.a. Aristoteles en nog zo’n paar van die lui – getracht heeft om dit tot een wetenschappelijk systeem te verklaren, is hun zaak. De Pythagoreër verplaatste zich in de toestand, die in hem een emotie had opgewekt, onderging deze daarbij met uitsluiting van al het andere om zo het maximum aan bereikbare invloeden en indrukken in zich opnemen. Om deze later te kunnen herbeleven, bouwde hij dan een voorstelling, die in redelijke of in formule-taal een herbeleven van het ervarene voor het “ik” mogelijk maakte en tevens een bespreking met anderen, die een ongeveer gelijke invloed hadden ondergaan. Is het nu duidelijk? Ja? Jammer, dat er geen gebruiksaanwijzing bij is, hè? Maar vergeet niet dat de Pythagoreër eerst een vierjarige school moest hebben doorgemaakt, voordat hij zo ver kwam en dat hij zelfs dan eerst onder leiding van zijn meesters a.h.w. een klein beetje mee mocht delen van hun eigen mogelijkheid tot voorstelling en beleving. Dat er heel veel van die leerlingen bij zijn geweest die het nooit zo ver hebben gebracht dat zij het zelfstandig konden doen.

Er is een akoustikoi, en een mathematikoi.

Noemt u dat maar de kracht van sympathie en voorstelling, daar berust het wel het meest op. De uiting daarvan kwam in de zgn. redekunst, in de voordrachten. De voordrachten die de leerling van het tweede jaar wel mocht bijwonen, maar waarin hij niet mocht meepraten, zoals u zich misschien herinnert.

Elke wetenschap berust toch eigenlijk op intuïtie? Want het is toch een voorspellen dat naderhand in het laboratorium bevestigt moet worden?

Neen. Op het ogenblik dat het een intuïtie is, is het geen wetenschap. Wetenschap is de vastlegging van hetgeen men ervaart en meent te kunnen vaststellen. En wel zodanig aan de hand van proeven, dat het vastgestelde in een bepaalde wet kan worden ondergebracht en als zodanig overal gelijkelijk werkzaam kan worden geacht.

 Maar er moet toch eerst iets gesteld worden dat door de proeven moet worden aangetoond?

Ja. Maar de wetenschap bestrijdt altijd datgene wat eerst wordt gesteld. Pas wanneer het aantoonbaar wordt, wordt het wetenschap.

U begrijpt me niet.

Ja, ik begrijp u heel goed. Maar ik wil hier eventjes de nadruk leggen op het feit, dat men niet te veel met het woord wetenschap moet schermen.

Kijk eens, het gaat hierom: Wanneer wij komen tot het begin van de waarnemingen, waaruit de wetenschap later een stelling kan distilleren, werken wij niet met wat u noemt intuïtie, maar met wat men noemt realisatie. Dus het erkennen van verhoudingen. Op het ogenblik dat ik verhoudingen erken en ik ken vier factoren, terwijl er een vijfde onbekende factor in aanwezig is, kan ik door met de vier bekende factoren te manipuleren komen tot een voorstelling van de vijfde en tenslotte tot een definitie van de vijfde in zijn verhouding tot de vier. Heb ik dat bereikt, dan kan ik ook de vijfde afzonderen. Op deze wijze werkt dus de wetenschap. Het is niet alleen een waarneming zonder meer, maar het is ook geen intuïtie. Het is doodeenvoudig een in zichzelf associëren van een schijnbaar afzonderlijk verschijnsel als één geheel. Wanneer ik dat eenmaal heb gedaan, moet ik de relatie aantonen. Heb ik dat gedaan, dan heb ik met wetenschap te maken, niet voordien. Dus ik wil dit geen intuïtie noemen, omdat een groot gedeelte van wat onder de wetenschap verstaan wordt, niet langs intuïtieve weg gerealiseerd werd, maar door droevige ervaring. Het feit echter, dat men voor zichzelf een relatie tussen de feiten constateerde, die anderen niet aanvaard hadden, maakte het mogelijk de wetenschap uit te breiden. O ja, om te voorkomen, dat iemand me zal aanvallen, omdat ik gezegd zou hebben, dat intuïtie geen rol speelt daarbij: ze kan natuurlijk een zeer grote rol spelen. Maar het is niet noodzakelijk. Intuïtie is dus niet het noodzakelijk begin van alle wetenschap.

Er stond nog een gedeelte in de vraag over het proces tot omvorming van ons wezen. Kunt U daar nog iets over zeggen?

Dat is heel erg moeilijk. Het is individueel. Kijk eens, een proces van omvorming betekent in de eerste plaats natuurlijk, dat je langzaam maar zeker jezelf en de verhouding van alle dingen tot jezelf op een andere basis gaat stellen. Het is moeilijk om voorbeelden daarvoor te geven. Laten we het zo zeggen. In het begin zeg je: “Scheen de zon nu maar en regende het nu maar.” Wanneer je die on-stelling bereikt, kom je zo ver, dat je zegt: “Er is zon of er is regen nodig. Niet voor mij maar voor het hele plantenleven, voor het hele land.” Waarbij dus de ergernissen en de vreugden niet meer worden gedefinieerd door eigen verlangen, begeren, eigen angst of behoefte, maar door het geheel. Dan ga je verder en kom je tot de conclusie, dat veel van de dingen, die onaanvaardbaar lijken, in feite een doel hebben; dus het erkennen van de doelmatigheid van het schijnbaar ondoelmatige. Hierdoor kom je tot een realisatie van wetten, waarbij je jezelf in je streven beperkt en gelijktijdig je begrijpen voor hetgeen rond je gebeurt groter wordt. Langzaam maar zeker ga je zien, hoe je zelf daarin een rol speelt. En je gaat dus die rol beschouwen als iets, wat je van bovenaf wordt opgelegd. Je speelt je rol, terwijl je jezelf beschouwt en analyseert, hoe de werkingen van het eigen “ik” t.o.v. de omgeving nu eigenlijk zijn. Een begrip voor het totaal der scheppende werking wordt zo dus in het “ik” mogelijk. Van daaruit wordt het mogelijk een begrip van de scheppende werkingen op zichzelf te krijgen. Dus ook zonder het verschijnsel. Daardoor is een zich vereenzelvigen met het scheppend proces steeds intenser mogelijk en kan het “ik” zich nu realiseren als volkomen deel van het geheel zonder de behoefte tot een afzonderlijke uiting. Dat is natuurlijk zeer in het kort en onvolledig, maar de hoofdtrappen heb ik toch wel aangegeven. Is er iemand, die er commentaar op heeft?

 U zei: “Als geest betrekkelijk oud, qua ontwikkeling betrekkelijk jong.” 1. Krijgt iedere geest niet een bijna gelijkvormige ontwikkeling in een zekere periode of is dit zeer verschillend? 2. Wat verstaat U onder een jonge geest, resp. oude geest? Mag ik er een voorbeeld voor nemen?

Dat maakt het het eenvoudigst duidelijk. Hier heb ik een Romeinse cisterne, die laat ons zeggen bijna een 2000 jaar oud is. Hier heb ik een nieuw waterbassin. Ik laat in beide water druppelen. Het ene waterbassin is oud; het andere is jong. Het is niet belangrijk in hoeverre deze beide jong of oud zijn, wanneer ze gelijk waterhoudend zijn. En wat betreft het vullen van beide, is dit niet afhankelijk van de manier, waarop ze gebouwd zijn alleen maar vooral van de wijze, waarop het water wordt toegevoerd. Als u dit voorbeeld even vasthoudt zal blijken dat een oude geest iemand is die meermalen in de gelegenheid was om de druppelen van kennis en bewustzijn in zich op te vangen en een jonge geest iemand die daar minder gelegenheid toe had. Vanuit stoffelijk standpunt drukt men het over het algemeen uit in het al dan niet langere tijd en meermalen in de stof geleefd hebben. Het is echter niet noodzakelijk, omdat er ook andere vormen van bewustwording mogelijk zijn wat betreft de bewustwording. Niet iedereen zal in dezelfde tijd evenveel kennis en bewustzijn op kunnen doen. De eigen houding is daar erg belangrijk voor. Wanneer u zeer in uzelf opgaat, zult u een groot gedeelte van de krachten, die de wereld bewegen, aan uzelf voorbij zien gaan. Het resultaat is dus, dat u eigenlijk maar heel weinig meekrijgt, desnoods alleen maar een paar spatjes, die toevallig binnen terecht zijn gekomen. Stelt u zich volledig open voor alles wat zich in de natuur afspeelt, alles wat er in uw leven bestaat, dan zult u in veel snellere mate uzelf kunnen vullen. Echter zolang u een bepaalde vorm bezit en dus niet tot een uitbreiding in staat bent van uw eigen capaciteit tot ontvangen, kunt u ten hoogste vol zijn. Is dat ook duidelijk? Dus als ik twee vaten van één liter heb, kan ik nooit proberen in één daarvan anderhalve liter te gooien. Een goochelaar kan het misschien wel doen, maar dan doet hij het alleen door een vorm van bedrog. Want in het vat kan nooit meer dan één liter water. Bij een geest is het zo dat wanneer het voorstellingsvermogen hem begrenst tot een zekere inhoud, eerst het voorstellingsvermogen zal moeten veranderen, voordat hij meer krachten van bewustwording en dus een grotere intensiteit van beleving in zich dragen kan. Hebben die paar eenvoudige punten de zaak duidelijk gemaakt? Als het niet zo is, mag u het rustig zeggen. Als u het niet met me eens is, mag u het ook zeggen.

 Is de yoga-ademhaling ook te beoefenen voor hen die lijden aan grote gevoeligheid van de zenuwen om het hart?

Dat is erg moeilijk te beantwoorden. Wat verstaat u onder yoga-ademhaling? De verschillende oefeningen, die daarvoor worden opgegeven: dus de diepe ademhaling, de reinigingsademhaling. De diepe ademhaling kunt u wel beoefenen, ja. In zo’n geval zelfs met betrekkelijk goede resultaten, wanneer u dat maar niet te vaak doet. Een paar keer is genoeg. Reinigingsademhaling is ook te beoefenen, mits niet te krampachtig. Men intensifieert daarmee over het algemeen eerder de zuurstofopname en dus ook de intensiteit a.h.w. waarmee het lichaam voor zichzelf krachten opneemt en doet ontstaan; het omzettingsproces wordt gestimuleerd. Wat de zenuwkracht betreft, is dat zeker niet vervelend. Maar wanneer u te ver zou doorgaan bv. met diepe ademhaling – sommige mensen zijn zo dwaas om te proberen dat 20 à 30 keren te doen – dan heeft u grote kans dat u zich een overspanning of een hartcollaps op de hals haalt. Want dan eist u een inspanning van het lichaam, waar het niet op berekend is. Daar kan het eerst heel langzaamaan worden gewend. Dan is er nog de zgn. wisselende ademhaling. Die kunt u beter niet toepassen, en wanneer u het doet dan maar weer enkele malen. Maar de doorsneemens kan over het algemeen diep zuchten heel vaak gemakkelijk in de plaats stellen voor de diepe ademhaling met haar telregels, enz. De gevolgen daarvan zijn vaak hetzelfde. Nu moet u altijd onthouden dat de diepe ademhaling of de diepe zucht over het algemeen ontspannend werkt en zelfs zenuwspanningen tijdelijk doet vervloeien. Dat ze een ontspanning geeft en een vergroting van innerlijke zekerheid, een mogelijkheid tot optreden, zelfs een verheldering van geheugen. Ze mag echter niet overdadig worden gebruikt.

 Jezus zegt. “Neem mijn juk (yog) op u en weet, dat ik zachtmoedig ben en nederig van geest en gij zult rust vinden voor uw ziel.” Hier hebben wij de uitspraak van Jezus, die uw stelling bevestigt dat Christendom een weg is, die evenals Yog naar de bewustwording leidt. Heb u hierover nog iets op te merken?

Ik kan alleen dit opmerken, dat alle ware wegen, die tot God moeten voeren, in de kern ook dezelfde waarde moeten bergen. Per slot van rekening is God één kracht, één Wezen, niet een veelheid. We kunnen die God op verschillende manieren benaderen. Dat is ongetwijfeld waar. Maar hoe dichter wij tot God komen, hoe meer we in ons moeten beantwoorden aan de goddelijke Kracht en hoe meer we dus de kernwaarde van elk geloof en elke esoterische richting zullen terugvinden in onszelf. We zullen erkennen, dat hoe dichter wij bij het Goddelijke, bij het ware Bewustzijn komen, hoe meer ook alle stellingen gelijk blijken te zijn. Omdat ze – ontdaan van hun uiterlijke verschijnselen, hun vorm en reglementatie – als inhoud steeds hetzelfde hebben, realisatie van God in één absolute overgave aan God. Dat is de uiteindelijke weg voor iedereen. Ik geloof dus niet, dat het moeilijk is om hier bevestigend te antwoorden. Ik vind het overigens aardig, dat u dit aanhaalt, juist omdat hier wordt bevestigd, dat men Christendom als beleving kan nemen en gelijktijdig bv. de overdenkingsmethode van yog (van yoga dus), om daardoor tot een intensifiëring van eigen begrip te komen. Het is dus vaak mogelijk om elementen van bepaalde leerstellingen onderling te verwisselen, mits in het eigen “ik” geen tegenzin tegen die stellingen bestaat. U ziet, er is verder niet veel commentaar nodig.

 Zoals U zei: Het einddoel van de yoga is het nivelleren van het “ik”. Zoals men het ziet in het Oosten, vooral in het minder waarde stellen aan het leven, zoals in Japan, waar zelfmoord vaak een plicht is en geen zonde. Ligt hierin dan ook niet een groot gevaar voor het “ik”?

Ach, dat gevaar ligt ongetwijfeld eerder in de mens dan in de leer. Per slot van rekening, hoeveel van hetgeen u goed noemt, is in feite goed? En van wat u kwaad noemt, is in feite kwaad? U spreekt over zelfmoord als iets kwaads. Is het niet eerder belangrijk, waarom men iets doet, dan wat men doet? Men spreekt over heel veel dingen in deze wereld als: fantastisch slecht. Diefstal bv., buitenechtelijk verkeer, enz. Maar zijn die dingen nu werkelijk altijd kwaad? Of zijn de ze regels geboren uit de behoefte van de maatschappij om een bepaalde zekerheid voor het “ik” van elk individu binnen de maatschappij te scheppen? Hoe verder je komt in de esoterische levensbeschouwingen en hoe meer je doordringt in de kern van het leven en de levensleer, hoe minder die dingen van werkelijk belang zijn. Want het gaat hier niet meer om handelingen, om feiten. Het gaat hier om de wijze, waarop het “ik” zich gedraagt, het “ik” zichzelf, realiseert te midden van de schepping. U spreekt over Japan en de zelfmoord en u noemt dat een gevaar. Mag ik u erop wijzen, dat in het begin van het Christendom vele martelaren opzettelijk de marteldood zochten? En toch acht het Christendom deze mensen daarom over het algemeen goed. Mag ik u erop wijzen, dat Jezus zelf zich gemakkelijk aan zijn kruisdood had kunnen onttrekken? Ja, dat velen – zelfs onder zijn rechters, zijn latere rechters – hoopten dat hij zich daaraan onttrekken zou? Zodat in feite Jezus kruisdood ook als zelfmoord zou kunnen worden aangemerkt volgens de zuiver menselijke wijze van redenering zij het dan op een indirecte manier. Het gaat er helemaal niet om, of je sterft en hoe je sterft of wat er precies gebeurt. Het gaat erom, of je steeds beantwoordt in jezelf aan wat je erkent als de eeuwige Kracht. Zolang de mens voor zichzelf verantwoord is, wetende dat de daden en de handelingen die hij zich stelt – in de geest of in de stof – in overeenstemming zijn met het goddelijk Wezen, zoals hij dit erkent, dan is er geen andere weten, geen ander oordeel meer mogelijk. Dan is er niets, wat een beperking kan betekenen. Dan heeft stoffelijke moraal niet dat aan waarde. Dan heeft de usance van de wetgeving geen enkele betekenis. Het klinkt misschien vreemd, maar als elke mens handelde volgens zijn waar besef van wat God van hem eist, wanneer elke Christen een waar Christen was, elke Mohammedaan een waar Mohammedaan, elke Boeddhist een waar Boeddhist. enz., dan zou er geen wetgeving op de wereld nodig zijn en ook geen moraal. Dan zou men alleen spreken over het leven en streven naar God en het beleven van God. Al het andere is het jammerlijke vervangingsmiddel dat de menselijke zelfzucht heeft gevonden om zo voor zich het idee van goed zijn te kunnen handhaven en gelijktijdig toch datgene te kunnen verwaarlozen wat innerlijk als een eis van het leven, van de goddelijke Kracht Zelf wordt gevoeld. Voor iemand die werkelijk streeft, zie ik in deze stellingen geen gevaar. Integendeel, ik zie er slechts een mogelijkheid in om vrijer te worden, bewuster, eerlijker. En wat de genen betreft, die zichzelf bedriegen, die zullen het met deze leer heus niet meer doen dan ze het doen met uw wetgeving. En die zullen heus niet meer uitvluchten zoeken voor die leerstellingen, die wijze van leven, dan ze op het ogenblik doen met uw menselijke moraal.

 Er is nog één punt, dat ik nog even naar voren wou brengen. Het staat in het Evangelie van Mattheus. “Ieder, die een vrouw aanziet met begeren, heeft bereids overspel met haar bedreven.” En daarnet heeft u dit genoemd als één van de voorbeelden, waar het nu niet zo verschrikkelijk op aan kwam, waarmee ik het volkomen eens ben. Maar ik wou dat punt toch even met U in discussie stellen. Hoe is dat nu met elkaar te rijmen?

Dat is heel begrijpelijk en eenvoudig. Het Christendom is een vorm van Judaïsme. Met andere woorden – of men zich dat nu realiseert of niet – in het Christendom is over het algemeen de mozaïsche wet belangrijker gesteld dan Jezus’ lering. De mozaïsche wet werd door Mozes gegeven op een ogenblik dat deze wetten absoluut noodzakelijk waren binnen een besloten gemeenschap, die zich moest afgezonderd houden van alle omringende stammen. Om de doodeenvoudige reden dat slechts op deze manier het volk sterk kon worden en ten slotte zich een land veroveren. Het gevolg is dat heel veel van de wetgeving die Mozes heeft gegeven in feite een staatkundige wet was, ook wanneer zij zich schijnbaar op zeden en moraal richt. Men kan natuurlijk zeggen: Ze was van goddelijke oorsprong. Maar dan is het vreemd, dat God plagiaat heeft gepleegd bij enkele oudere stammen en volken en dat heel veel …

 Hammurabi.

… Onder andere. Maar ook bepaalde Egyptische wetgevingen zijn er zelfs in verwerkt. Ten opzichte van: “Gij zult geen beelden voor mijn aangezicht stellen,” is dat bv. een uitdrukking, die Amon gebruikt, wanneer hij verbiedt dat in zijn tempel in het heilige andere beelden zullen worden gesteld dan het zijne. Het is dus begrijpelijk dat dit zo is gesteld en dat hoeft niet alleen goddelijk te zijn. Ik neem graag de goddelijke inspiratie aan, als u dat wilt, maar dan toch wel een zeer stoffelijke, een zeer reële en politiek zeer handige verwerkelijking. Ik wil hiermee maar zeggen, dat dus het Christendom zich baseert op het Jodendom. En ik mag u er misschien aan herinneren dat Paulus een lange tijd ervoor heeft gestreden dat men om Christen te zijn ook Jood moest zijn. En dat er 150 Jaar na Christus’ dood in Rome nog over is gestreden of een Christen de besnijdenis al of niet moest ondergaan. Het geeft u een klein inzicht in de sfeer, waarin dergelijke uitlatingen dus voorkomen.

Onmiddellijk wil ik eraan toevoegen dat ik het eens ben met deze stelling. Wie een vrouw met begeren naziet, die heeft inderdaad reeds een overspel gepleegd. De trouw, de absolute trouw aan één, is daarmee tenietgegaan. De vraag is nu maar: In hoeverre was innerlijk deze binding absoluut, hoever was die belofte van trouw absoluut. Dat is iets, wat het “ik” voor zich moet vaststellen, wat niemand voor het geheel kan vaststellen. Ik wil er onmiddellijk bijvoegen dat het ongetwijfeld – wanneer het op dit punt aankomt – gunstiger is dat iemand zondigt door te zien met begeren, dan dat hij de tweede verleidt tot dezelfde zonde in de praktijk. Maar de gedachte is een voorstelling. Elke voorstelling wordt evenzeer in het bewustzijn gegrift en geeft eenzelfde mogelijkheid tot gevoelservaring dezelfde gevoelsintensiteiten als de daad. Ik zou zeggen dat de inhoud voor de geest dezelfde is. Wat dat betreft ben ik het dus eigenlijk er wel mee eens. Ofschoon ik onmiddellijk daarvoor heb gezegd dat het judaïstische element in het Christendom (vooral in de zgn. zwarte-kousen-kerken, ik weet niet of u ze kent) nog heel sterk tot uiting kan komen en dus het Christendom over het algemeen misvormt.

 Maar het essentiële van mijn vraag is eigenlijk dit: Is dit een uitspraak van de Christus?

Wel neen. Ik dacht, dat dat uit het antwoord al duidelijk was geworden. Anders had ik moeten zeggen, dat “Jezus had gezegd,” nietwaar. En Jezus zelf was ongetwijfeld meer vrij van het Judaïsme dan al zijn volgelingen. Want Jezus, erkennende de wet en de gebruiken, dus zich niet verzettend tegen de wereld, tenzij hoogstnoodzakelijk – denk o.a. aan de vragen van de Farizeeën, enz. – was voor zichzelf vrij in zijn geloof, maar dat waren zijn volgelingen niet. Zoals het met de meeste mensen gaat, probeer je dan aan een ander datgene op te leggen, wat je voor jezelf goed acht. En als de mensen dat blijven doen, dan heb je kans, dat er op de duur geen wereld meer overblijft. Dat is duidelijk de consequentie. Jezus is een leraar van geestelijke vrijheid. Want ik geloof, dat het belangrijker is dat Jezus heeft gezegd: “Gaat en onderwijst” dan dat hij heeft gezegd: “Dwingt hen om in te gaan.” Dat is nl. weer een heel ander punt.

Heeft hij dat wel gezegd?

Neen, dat heeft hij niet gezegd.

Er staat dus een heleboel in, dat hij helemaal niet gezegd heeft.

Er staat heel veel in, dat in zijn mond wordt gelegd, wat hij zelf niet heeft gezegd, maar wat anderen hebben gezegd. “Dwingt hen om in te gaan” was een opvatting van Barnabas. Vooral met volgelingen van geestelijke meesters zien we heel vaak, dat de niet-begrijpende leerling in zijn enthousiasme tot maatregelen overgaat, die…nu ja…. Heeft U Mark Twain wel eens gelezen? Kent u het boekje: “Een Amerikaan aan het hof van Koning Arthur.” Dat moet u eens lezen. Daar komt een aardig voorbeeld in. De hoofdpersoon, een persoon uit de moderne tijd, is terecht gekomen aan het hof van een zekere koningin Guinevere. En deze koningin laat op zijn last gevangenen vrij. Ze zien er ellendig uit. Hij zegt: ” als ik hen maar kon fotograferen.” Nu wordt deze persoon in hoog aanzien geplaatst, omdat men in hem dankzij zijn technische kennis, de grootste tovenaar aller tijden ziet. Het gevolg is dat de koningin hem graag wil helpen, onmiddellijk een bijl neemt en als hij niet gauw tussenbeide was gekomen, had zij hen allemaal afgemaakt. Dat is een aardig voorbeeld van de wijze, waarop de onbegrijpende leerling probeert de bedoeling van zijn meester te verwerkelijken zonder te begrijpen wat hij eigenlijk wenst. En dat geeft aanleiding tot misvormingen in praktisch elk geloof. Zodra een leer tot een religie wordt, zodra van de lering een predicatie is gekomen, dan zitten we in precies hetzelfde schuitje en dan zijn het de extremisten die onbewust de leer verbuigen en een geheel andere inhoud toekennen aan datgene, wat hun meester heeft gezegd.

In het begin van de Evangeliën leest men dat Johannes de Doper, Christus gaat dopen. Nu is dopen een opnemen in een nieuwe gemeenschap. In welke gemeenschap wordt de Christus opgenomen? In degene, die hij zelf nog moest vormen?

Neen. Dit is wel een vraag, die erg buiten ons onderwerp ligt. Ik zal deze beantwoorden, maar verdere vragen in dit opzicht zullen we dan even bewaren, totdat we met het onderwerp zelf klaar zijn. Kijk eens, Johannes de Doper verkondigde de komst van de Messias en zijn doop was een symbool van de vrijmaking, waardoor de Messias wordt aanvaard. De Messias echter was de onmiddellijk goddelijke zoals die voltrokken zou worden aan het volk der Joden. De wet Gods en de komst van de Messias staan boven de tempel en het gezag van de tempel. Zij, die zich laten dopen, bekennen zich tot de wil Gods. Wanneer Jezus in de woestijn is laat hij zich dopen om de doodeenvoudige reden, dat hij ten aanschouwe van allen zijn vrijheid t.o.v. de tempel wil verklaren om de goddelijke wil, zoals hij die ziet te vervullen. U ziet, het is helemaal niet zo moeilijk, Als u het goed naleest, kunt u het er zelf ook in vinden.

Zodra men in die oosterse godsdiensten komt – neem bv. het Zen Boeddhisme – dan zijn toch alle meesters eigenlijk yogi’s? Hun voorgangers zou je toch allemaal yogi’s kunnen noemen?

Misschien hebben ze geen yogaschool doorgemaakt, maar ze hebben zichzelf een bereiking verworven. A.h.w. waarbij ze dus handelen zoals een Christen, die bv. een heidense held tot een heilige verheft, omdat hij met zijn handelingen gehandeld heeft, zoals een Christen zou kunnen doen. (Er zijn enkele voorbeelden van in de heiligenkalender van de Katholieke kerk te vinden. En wel heiligverklaringen van heiligen, die geleefd hebben voor het jaar 700.) Hier gaan we nu zeggen: “Omdat het einddoel bereikt is, had dat ook langs onze weg bereikt kunnen worden.” Maar is dat nog wel juist? Ik geloof dat, wanneer je werkelijk tot de kern van de zaak komt, er geen yogi en geen Christen bestaat. Dan bestaat er alleen iemand, die bewust deel heeft aan de schepping, aan het Wezen Gods. Wanneer hij daaruit terugkeert, zal hij zich tot eenieder kunnen richten, eenieder kunnen helpen, op zijn eigen wijze waar hij zich in het middelpunt bevindend, elke willekeurige weg die tot dat punt leidt, kan volgen. Dat is toch duidelijk. Dus mijn waarde vriend, ik geloof, dat we in het Oosten voor yogi eerder asceet mogen zeggen. Dat is meestal wel juist. Het geeft een wijze van leven aan. Yogi geeft een scholing aan.

Er was in het Oosten veel yoga-beoefening. Wat is eigenlijk de oorzaak, dat het in het Westen niet kan gebeuren of dat het minder goed zou zijn? Is de oorzaak de constructie van het lichaam, of is de oorzaak het klimaat, of verschil van leefwijze. Noemt u dit een verkeerde leefwijze, of is dat een weg, die ons is gegeven? Wat is verkeerd?

Verkeerd is een beoordeling vanuit ons standpunt omtrent punten die ons verwerpelijk lijken. Kan uw leefwijze verkeerd zijn? Ongetwijfeld. Het kan goed zijn ook. Dat is niet afhankelijk van de manier waarop het Westen of het Oosten leeft, maar van de manier waarop u binnen die gemeenschap voor uzelf leeft. Dus dat is hier niet kritiek, dat is niet urgent, het gaat daar niet om. Neen, weet u wat het hele verschil is? Wanneer u wordt opgevoed in het Oosten met een geheel andere manier van leven, van denken, van handelen, met een geheel andere religieuze achtergrond, bent u in staat om deze yoga-scholing gemakkelijker te aanvaarden. Wanneer u leeft in een maatschappij, waarin de zwervende priester en de wonderdoener een regelmatige verschijning is, zult u er eerder contact mee krijgen. Vergeet niet dat de fakir heel vaak de plaats inneemt van de poppenkast in het Oosten. En zoals u hier gaat kijken naar de sneltekenaar kijkt men daar naar de slangenbezweerder en zo verder. Het supra-normale speelt dus in het Oosten reeds in het dagelijks leven een veel grotere rol. Goden zijn levende wezens, geesten schuilen overal, dieren zijn bezield. Je eigen instelling tegenover het dier is belangrijk, iets wat je steeds weer hoort. Niet iedereen kan het in de praktijk brengen. Maar men heeft de grondwaarden geleerd en zal er dus sneller toe komen om zich over te geven aan een bepaalde scholing in die richting. Verder brengt de yoga-school met zich mee dat men zich bij een leraar kan voegen. Die leraar, die geestelijke leraar, geeft aanzien. Een leerling van een grootmeester zal in zijn eigen omgeving net zoveel gelden als hier iemand die in de hofhouding van de koningin is, zodat voor de jeugd ook een prestigekwestie daarmede verknoopt is. De eisen die men aan het leven stelt, zijn heel andere; ook de levensgewoonten. Daardoor is het gemakkelijker hiertoe over te gaan. Gaat men er eenmaal toe over en blijkt, dat dit ook inderdaad geestelijk iets oplevert, dan rijpt men erin. Er zijn weinig yogi’s, die op heel jeugdige leeftijd resultaten bereiken. De meesten bereiken dat op ongeveer 35 à 40-jarige leeftijd voor het eerst. U ziet dus dat het daar ligt in de maatschappij, in de vorm van denken, van leven. En dat wil dus zeggen, dat hier voor het westen ook dergelijke mogelijkheden bestaan. Wat is nu echter het geval? Het Oosten begint nu pas materialistisch te worden. Vandaar ook dat verschillende grote scholingen op het ogenblik in het Oosten, niet meer “openstaan”. Het westen was al lang materialistisch. Zolang men materialistisch denkt, heeft men een innerlijke stelling genomen t.o.v. de wereld die het onmogelijk maakt alles opzij te gooien. Men ziet het niet meer als een persoonlijk streven, maar als een soort ruilhandel met de hogere machten. Begint men daaraan, dan is de yogi-scholing in haar inhoud al vervallen. Het kan nooit een ruilhandel zijn. Yogi-training, boeddhistische trainingen zijn erop gericht om de mensen te leren zich aan de wereld te schenken, één te zijn met de wereld. En daar liggen nu juist grote verschillen.

Maar dan hoef je dat toch niet met yoga te doen? Dat kun je op een andere manier ook.

Dat kun je op een andere manier ook. Maar de weg van yoga eist dit, nietwaar. En eist daarbij een verlaten van alle stoffelijke waarden. En nu kun je misschien de mensen hier in het Westen er wel toe brengen om voor de wereld ontzettend veel te doen, hun wezen voor de mensheid in te zetten. Maar het is veel moeilijker hen ertoe te brengen hun goede bed prijs te geven en hun verse kadetje. En het zijn juist deze punten, die het onmogelijk maken om het yoga-pad in zijn geheel te gaan, voor de doorsnee. Uitzonderingen vinden we overal, in het Oosten en in het Westen.

Voor de meeste yogi’s is het toch eigenlijk een volkomen zichzelf verliezen en niet een zich geven ten opzichte van, of een zich oplossen voor de wereld. Want het is uitsluitend een zodanige training van een eigen concentratie om eigenlijk een bewustwording te krijgen, die alleen voor henzelf waarde heeft en niet voor hun omgeving. Want de omgeving doet er helemaal niet toe.

Ja, daarin heeft u misschien oppervlakkig weer gelijk, maar alleen oppervlakkig. Want wat is de kern van de zaak? Eenheidsbegrip, ook in de yoga-leer. De verzinking betekent één-wording, niet alleen met een hogere sfeer maar met het totaal van het zijnde. En in het totaal van het zijnde moet men zich bewust worden. Keert men terug, dan zal men zich dus geven om die toestand in zichzelf hernieuwd te kunnen bereiken. Elke zelfbeperking betekent bemoeilijking van het bereiken van het doel van concentratie. Maar dat men zich daarbij niet door affecten laat leiden, zoals dat in het westen wel het geval is, is ongetwijfeld waar. De yogi hecht zich niet. Dat is volkomen logisch.

Wanneer u hier naar buiten gaat en u breekt een been, dan kan de yogi u misschien genezen maar hij zou het niet doen. Hij zou zeggen: “Hij is dom geweest, laat om de schade dragen.” Wanneer u hier een ander probeert te redden en breekt uw been, dan zou hij u genezen. Omdat hij zeggen zou: “Wat hij deed, was goed. En dus is het niet zijn schuld. Hij was alleen onvolledig in de uitvoering van zijn voornemens. We moeten hem nog een kans geven. Dat is een heel andere manier van denken en werken dan u hier misschien onder “het zich geven aan de wereld” verstaat. Dat wil ik graag accepteren. Dat betekent het zich vereenzelvigen met de wetten van de kosmos en deze uitdrukken in de daad. En dat houdt in dat je een veel grotere verantwoording voor je medemensen op je neemt, dan de doorsnee beseft. Een werkelijk groot yogi is iemand, die een ontzettend grote verantwoording draagt voor zijn omgeving, voor zijn wereld.

Ik denk dat deze uiteindelijke ontwikkeling u voorbij is gegaan, omdat de wijze, waarop de bereiking plaatsvindt, een zich terugtrekken in het stoffelijk “ik” betekent. Maar het betekent gelijktijdig een geestelijke activiteit over het geheel. Als u het niet gelooft, moet u het maar eens vragen aan de – nu ja, dat kunt u moeilijk doen. Ik wou zeggen – inboorlingen. Maar misschien kunt u daarover wel eens berichten horen, dat men in sommige dorpen blij is, wanneer een mediterende yogi daar een lange tijd blijft. Men brengt hem offers. Hij blijft rustig op zijn plaatsje langs de weg zitten. Men zorgt dat niemand hem stoort. Want zolang hij daar zit, is de weldoende kracht, die van hem uitgaat, voldoende om dit dorp een zekere harmonie te garanderen, een zekere vrijheid van bv. ongevallen met verscheurende dieren, met giftige slangen en zo.

Ja, inderdaad. Dat staat o.a. in “De Meesters van het verre Oosten” geschreven.

Nu noemt u niet direct een bron, die ik als eerste geciteerd zou willen zien. Maar het is iets, wat u ook in andere dingen kunt vinden. U kunt zelfs beschrijvingen daarover vinden in de jaargangen 1927/1934 van de National Geographical Magazine. De bekende aardrijkskundige uitgave dus van Engeland. Ook in de boekjes van Inayat Khan, daar kunt u het ook in vinden. Maar ik noemde u een westerse bron, die dus – waar ze een wetenschappelijke ondergrond heeft – door het aardrijkskundig genootschap, in de ogen van de meesten toch wel onverdacht zal zijn.

Maar deze vorm van yogi, die u nu naar voren gebracht heeft, is toch eigenlijk niet typisch oosters? Die kan men hier in het Westen overal vinden, want in zekere zin is dat van Christus hetzelfde. Want dat zijn eigenlijk de meesters die al het volle kosmische bewustzijn hebben.

Dat hoeft nu juist nog niet. Dat is nu juist de fout die u maakt. Mag ik u eraan herinneren dat de apostelen hetzelfde konden bereiken als Jezus, ofschoon zij zich niet bewust waren van hun Bron en Jezus wel? In die vergelijking zou men dus kunnen zeggen, dat ieder die voldoende intens gelooft om apostel te zijn, ook op een dergelijke wijze kan werken en reageren. Het enige feit is, dat de westerling het altijd naar buiten toe doet, terwijl de oosterling het door de innerlijke weg doet. En dat maakt een zeer groot verschil uit. Uit mijn voorgaand betoog en ook vaak uit mijn beantwoording van de vragen heeft u dan ook kunnen bemerken, dat ik niet heb gesteld dat de yoga in het westen onmogelijk is, maar wel dat de yoga-weg voor het Westen in doorsnee niet aanvaardbaar of begaanbaar is. Dat is een heel ander iets. Ik heb zelfs uitdrukkelijk gezegd – en dat is het antwoord voor het vorige geweest – dat uitzonderingen natuurlijk op beide gebieden altijd zullen bestaan.

U zegt: De weg tot bereiking zit dus in de kern van ieder mens. Maar kan ieder mens zijn eigen weg vinden?

Wanneer hij ernstig streeft. Ja. Maar om daar een weg te vinden, zijn een paar punten noodzakelijk. Er wordt aan elke leerling van geestelijke scholing geleerd dat je jezelf niet mag wantrouwen, tenzij je daarvoor een gegronde reden hebt; dat je in zelfvertrouwen en geloof tot aanvaarding moet komen van dat, wat je eerst later redelijk zult kunnen aanvaarden en verwerken, zodat de geloofskracht de allereerst noodzakelijke is. Dat is ook begrijpelijk. Want datgene, wat in het “ik” verborgen is, is voor de meeste mensen niet aanvaardbaar. Dat geldt zelfs voor een groot gedeelte van hun stoffelijke herinneringen, laat staan dus voor andere invloeden die in hen bestaan en die strijdig zijn met hetgeen zij op het ogenblik in hun leven doen. Die invloeden onmiddellijk te realiseren gaat niet. Men kan echter wel beginnen met te geloven aan de impulsen die uit dit innerlijk voortkomen en zich daarop  daarop baseren, met vol vertrouwen, met volle verzekerdheid. Dan kan men van daaruit vanzelf zijn weg tot bewustwording zien groeien. Men leert de weg pas kennen terwijl men hem gaat. Men kan hem niet van tevoren geheel uitstippelen.

Meditatie: de kracht die in ons schuilt

Wanneer wij een slotwoord willen spreken op een avond als deze, dan kunnen we dat moeilijk anders doen, dan in verband met het onderwerp. Ik zou daarom een ogenblik een soort meditatie met u willen doorvoeren als slotwoord. Ik zou graag met u willen mediteren over “de kracht, die in ons schuilt.” En ik zal dit op uw vlak behandelen, dus de innerlijke krachten van de mens.

Wanneer je leeft, moet er buiten de uiterlijke waarden in je iets bestaan. Een kracht, een vermogen, waaruit soms als een golf de gevoelens omhoogrijzen. Iets wat soms je gedachten in een erratisch pad doet afwijken van de normale normen, een vreemd spel spelend met je verbeelding, met je realisatie van de wereld.

Achter het uiterlijk ligt het onbekende terrein van het “ik”. Denkende mengen zich je gedachten met het denken van de velen, die er rond je zijn. En in je klinkt een echo uit hun gedachten terugsprekende van de gemeenschap en niet van jezelf. Achter de vorm schoon of lelijk, volmaakt of onvolmaakt, bergt zich een honger, een verlangen, een innerlijk zoeken naar kracht en naar vrede.

Maar hoe zouden wij kunnen zoeken, hoe zouden wij kunnen verlangen, wanneer in ons niet reeds een begrip ligt van deze dingen? Ergens diep in ons is een zekerheid van kracht en van weten, die ons doet denken en streven zoals wij zijn. Het is niet alleen de materie en de maatschappij, die ons beheersen. Het is vooral dit vreemde in ons, deze kracht, deze gave.

Maar om te kunnen komen tot begrip, een aanvaarden ervan, moeten wij eerst gaan door de poort van de wereld. Wij moeten een ogenblik terzijde kunnen stellen, al wat wij denken te zijn, al wat wij menen dat onze wereld is. Het voortdurende spel van verbeelding en van begeerten en angsten rond ons heeft ons misleid. Een ogenblik laten wij deze dingen stilvallen.

Wanneer je probeert in jezelf door te dringen, is er duister. Een duisternis, die soms diep lijkt, vol van dreiging en raadselen. Dan moedig zijn en verdergaan. Dan zoeken naar datgene wat in je bestaat. En vreemd wanneer je het duister overwint, zie je je eigen wereld terug. Anders gegroepeerd, met andere waardering, met andere inhoud misschien, maar toch diezelfde wereld, die buiten je bestaat.

De stemmen, die daar spreken, spreken misschien niet de woorden die zo honingzoet rond u klinken of vol van felheid. Maar ze zijn meer waar. In die eerste onthulling van het “ik” spreken gedachten van anderen een waarheid die hun mond niet spreken kan. Die innerlijke wereld spreekt de begeerten uit, die de ogen angstig verbergen in de buitenwereld. Word dan niet angstig. Meen niet dat het een angstdroom is, maar ga verder.

Indien wij verdergaan, zullen wij ontdekken dat in allen zoals in ons diezelfde stem moet schuilen, diezelfde kracht. Achter het beeld van de misvormde gedachte, van het onbegrepen begeren, daar ligt ook daar hetzelfde. We spreken erover als een Licht misschien, of als een wereld van goden… Laat ons rustig treden daar. Ook al lijken ons demonen als tempelwachters te staan voor elk weten dat wij zouden willen bereiken, al lijkt het ons of de hel losbarst in onszelf, laat ons verder gaan zonder aarzelen. Want eerst achter de demonische vormen van het “ik” dat zichzelf niet wil erkennen, ligt de waarheid van het wezen.

Wie zichzelf erkent in Waarheid, herkent ook de kracht, die in hem leeft. Denk niet aan gouden Licht, dat in u bestaat. Denk eerder aan een verbinding met een Licht, dat buiten en rond u is en dat in u een ogenblik zichzelf weerkaatst. Dan zult gij begrijpen, wat het begin is van een weg.

Dan zal u tot uzelf zeggen: “Meester wil ik zijn van mijzelf. Van mijn lichaam zeker, maar vooral van mijn gedachten. Ik wil leren om mijn gedachten in het spoor te voeren dat volgens mij goed is, hen niet latende dwalen als ongehoede schapen ergens op een berghelling vol gevaren.” Dan zal u zeggen: “Ik wil meester zijn over mijn zintuigen, opdat ik ze sluiten kan, wanneer in mij de stem zo sterk roept dat alles buiten mij een kwelling en een onrust is geworden.”

Dan zoek je het pad van beheersing. En bedenk wel, wie zich beheerst en toch zichzelf zoekt te kennen, vindt de waarheid. Wie de waarheid vindt, vindt de grote krachten. En in de grote krachten staan de wetten des levens geschreven.

Zo zoek in uzelf, opdat gij de wet moge vinden die het Al regeert. Zoek in uw wezen achter al uw angsten verborgen het leven zelf, opdat de kracht van het leven vanuit u kan gaan in de wereld; opdat gij uit de wereld deze kracht tot u nemen kunt. Eerst zo bereikt gij de zin van yoga. De beheersing, die het middel wordt voor begrip. Begrip dat de basis is van ervaren. Ervaren, dat bevrijding betekent.