Een zelfstandige levenshouding: nut en noodzakelijkheid ervan

19 januari 1971

Dat zijn drie verschillende onderwerpen. Ik zal proberen ze samen te vatten.

Hoe kom ik tot een zelfstandige levenshouding? Dan moet je in de eerste plaats jezelf een paar vragen stellen: In hoeverre ben ik voor mijn denken, mijn geloven en ook zelfs voor mijn handelen afhankelijk van, of zelfs onderworpen aan anderen? Wie zelfstandig wil gaan leven en denken, moet beginnen met zijn eigen onzelfstandigheid, op velerlei gebied, voor zich in te zien, te omschrijven, want pas dan kun je er iets aan doen.

In de tweede plaats kan zelfstandigheid voor een mens nimmer beteken: een zich buiten of boven een gemeenschap stellen. Deze mogelijkheid hiertoe bestaat wel, maar dan vervreemdt hij meteen van het menselijke leven. U zult begrijpen dat je niet als mens op deze aarde incarneert, om niet als mens te leven. Je moet dus zeggen tegen jezelf: Wat zijn voor mij – en dit is zeer persoonlijk – de belangrijke punten van het bestaan? Niet: Wat zegt men mij dat belangrijk is, maar: wat vind ik belangrijk?

Zelfstandigheid gaat uit van het eigen ik. Iemand die weet wat hij werkelijk wil, wat hij werkelijk denkt, weet wat voor hem de bewezen feiten van het leven zijn en dat wat uiteindelijk alleen maar berust op verklaringen van anderen; die zal ertoe komen zijn plaats te midden van de mensen te bepalen volgens zijn eigen wezen. Je gaat van jezelf uit. Dit betekent niet dat je je richt op jezelf, dat is iets anders. Je kunt niet zeggen: Als het mij maar goed gaat dan kan de hele wereld mij niet schelen, want je bent in zoveel punten verbonden met die gehele wereld dat het haast niet denkbaar is dat je zonder die wereld ooit vrede of geluk zou kennen. Wat moet je verder doen? Probeer je eisen, die je aan het leven stelt, aan te passen aan de mogelijkheden die liggen in hetgeen voor jezelf aanvaardbaar is. Een ingewikkelde zin misschien? Maar het zal u duidelijk zijn dat je in de wereld een hele hoop wensen eigenlijk opgedrongen krijgt. De vraag is: Heb je eigenlijk zekerheden nodig van bankrekeningen, gemak van radio, televisie, wasmachines, koelkasten en al dat andere? Is dat zo belangrijk als u denkt? Is het belangrijk dat u in een even goede, mooie, of snellere wagen rijdt dan een ander? Wanneer je eerlijk bent, zul je toegeven dat die dingen meestal eigenlijk overbodig zijn. In een enkel geval zeg je: Ik heb het nodig omdat ik anders mijn functie, mijn werk, mijn wijze van bestaan niet kan voeren. Maar de wijze van bestaan gaat uit van wat je wilt zijn, niet van wat de wereld meent dat je moet zijn om aanspraak te kunnen maken op alle stoffelijke gemakken en voordelen. Probeer je leven in te delen zodat je met hetgeen je werkelijk wilt doen, kunt voldoen aan de behoeften die voor jou daadwerkelijk bestaan. Dat is zeer belangrijk om tot zelfstandigheid te komen. Dus als individu te leren leven. Dan wil ik u verder nog wijzen op een paar punten die men vaak over het hoofd ziet.

Elk geloof is een onbewezen feit. Of nog erger: Elk geloof is een reeks van niet bewezen en onbewijsbare stellingen.

Er is geen geloof dat u op menselijk niveau iets kan zeggen. Wat u werkelijk gelooft, wat u in uzelf aanvoelt als waarheid, kan dan ook nimmer bepaald worden door machten of groepen buiten uzelf. Uw werkelijke geloof is belangrijk. Niet wat de wereld zegt wat u moet geloven; zoals uiteindelijk ook normen van moraliteit en dergelijke, normen zijn die niet uit uzelf voortkomen, maar die uit een wereld worden gesteld. Stel uw eigen normen en zie in hoeverre het voor u belangrijk is of niet, u te conformeren aan wat die wereld buiten u vermeent dat juist is. Ik wil er u op wijzen dat alle stellingen omtrent hetgeen in de maatschappij gebeurt, en dit probeert men toch wetenschappelijk te ontleden, in feite uitgaan van denkbeelden die niet volledig bewezen zijn. Neem niet aan dat iets waar is omdat men het u zegt. Neem slechts aan dat iets waar is, omdat u innerlijk voelt dat het een waarheid is, of omdat een feitelijk bewijs van die waarheid geleverd wordt. Dat is de beste manier om een individuele, een eigen zelfstandigheid te ontwikkelen.

Nu vraagt u zich af: Wat is het nut ervan? Het nut daarvan is materieel gezien, niet groot. Integendeel. In de maatschappij waarin u leeft is er meer behoefte aan mensen die zich laten opzwepen, om precies te doen wat anderen willen, dan aan mensen die zelf denken, een eigen mening hebben en die op deze wijze hun eigen leven vormgeven. Een groot gedeelte van hetgeen u doet wordt u opgelegd door anderen, maar u kunt de hoeveelheid van die dingen aanmerkelijk verminderen. Nuttig uit materieel standpunt zal het niet zijn, wel vanuit een geestelijk standpunt omdat de mens, die van zich uit het leven benadert en zichzelf weet waar te maken in dat leven, een veel intensere en vollediger ervaring opdoet in het leven dan iemand die eigenlijk alleen maar herhaalt wat anderen zeggen of willen en niet nadenkt over zichzelf, over zijn mogelijkheden en functies in het leven.

Ook wat uw geluk betreft is het zeer nuttig en belangrijk. Een mens kan immers niet gelukkig zijn, wanneer hij voortdurend tracht te beantwoorden aan eisen die niet passen voor zijn wezen. Wie erkent: zo ben ik, dit zie ik als doel, dit wil ik in mijn leven waarmaken, boekt voldoende resultaten in zijn streven om daarmee tevreden en gelukkig te kunnen zijn. Diegene die tracht een doel te bereiken, dat een ander hem heeft gesteld, zal die bevrediging niet vinden en zal in de meeste gevallen zijn doel voor hem zien wegvlieden, sneller naarmate hijzelf harder streeft.

Dus het doel van een zelfstandige ontwikkeling is in de eerste plaats: het waarmaken van dat wat je bent. Een mens komt niet alleen maar op de wereld om daar nu als mens zo prettig, zo gelukkig, zo vroom mogelijk te leven. Dat je op de wereld komt is een uitvloeisel uit datgene wat je bent voor je mens wordt, noem het ziel, noem het geest. Hierin bestaan bepaalde behoeften en noodzaken. Hierin is – wij zouden het als taak kunnen beschouwen – een drijfveer gelegen, die ons verbindt met de kosmische werkelijkheid die wij zijn.

Het doel van een zelfstandig denken, een individueel leven, een vanuit jezelf zoeken naar waarheid, is dus niet het bereiken van die waarheid, maar het waarmaken van hetgeen je bent. Beantwoorden aan je geestelijke persoonlijkheid en je geestelijke werkelijkheid. Er zijn nevenverschijnselen die de mens, helaas al te vaak als doel ziet. Hij kan juist door zijn persoonlijke levenshouding, zijn persoonlijk streven en denken, vaak zekere gaven ontvangen. De een wordt misschien een dichter, de ander een helderziende de derde wordt alleen maar iemand die enorm goed mensen begrijpt en de vierde wordt misschien een ingewijde in de ogen van anderen. Wat je wordt is niet zo belangrijk. Belangrijk zijn die gaven alleen voor anderen. Zodra je die gaven beschouwt als iets dat u a.h.w. scheidt van de massa, u afzonderlijk stelt boven anderen, dan is zij eerder een belasting geworden dan een vreugde of een goede mogelijkheid. Kijk dus niet naar de nevenverschijnselen, kijk naar datgene wat je waarlijk bent en kunt zijn.

Het streven is dus inderdaad hoofdzaak, mits dat streven door jezelf bepaald wordt. Zodra een streven voor u, door anderen bepaald wordt, is het geen werkelijkheid voor u. Het is dan een vreemd soort spel waarin je jezelf dreigt te verliezen. Maar streven is altijd belangrijker dan bereiken vanuit een geestelijk standpunt. Want de bereiking die je als mens kunt zien, is nooit kosmisch waar. Stel het eens zo: als mens ben je gebonden aan het menselijk denken. Elke omschrijving van kosmische waarden blijft vaag, is niet te bepalen en kan ten hoogste enigszins worden aangevoeld, verder ga je niet. Het doel dat je stelt op die gronden moet uit de aard der zaak, evenzeer vaag zijn en kan volledig verkeerd zijn door een interpretatie die u hebt. Maar het streven, de poging uzelf waar te maken, beantwoordt aan de persoonlijkheid die u ook buiten het stoffelijke bezit. Het beantwoordt aan datgene dat u ook in de eeuwigheid ergens bent, in het tijdloze waarin alle tijden van zijn samenvallen tot één en hetzelfde. Zo bezien kunt u inderdaad stellen dat het streven belangrijk is, omdat ons streven inhoud geeft aan ons bestaan en deze inhoud bepalend is voor ons bewustzijn, niet onze bereiking. De bereiking is het nevenproduct van het streven en kan schadelijk worden op het ogenblik dat de bereiking een onderbreking in ons streven veroorzaakt.

Ik geloof niet dat je kunt volstaan met te zeggen: zolang ik streef is het goed. Elke mens heeft een doel nodig, omdat hij een zekere gerichtheid nodig heeft. Wanneer je alleen maar zou willen streven, dan kun je streven om de rijkste man te worden, de handigste zakenman, de grootste wetenschapsman e.d. volledig volgens normen van een maatschappij zonder dat je daar zelf iets anders in ziet dan het middel om je belangrijkheid in de wereld te vestigen en dat is natuurlijk niet juist.

Het doel dat je, zoekt, moet dus een persoonlijk doel zijn. Wij moeten een richting hebben en, zodra wij een doel hebben richten wij onszelf. De erkenning van het doel houdt in dat ons streven een zekere eenheid gaat vertonen. Hebben wij geen doel dan vallen onze bestrevingen in vele kleine en onbelangrijke dingen uiteen, die elk voor zich enorm veel pretenties hebben, enorm belangrijk willen zijn en nooit tot een volledige bereiking voeren. Vergelijk: Wanneer iemand gelijktijdig zegt: Ik wil naar links, naar rechts, naar achter of naar voor gaan, het is niet belangrijk zolang ik ga, dan loopt hij in een kringetje rond. Heeft hij echter een windrichting, of een ander oriëntatiepunt, dan beweegt hij zich recht. Iemand in een bos bv. zonder kompas, heeft vaak de neiging om in cirkels te lopen. Je moet dus iets hebben om je te oriënteren; het doel is een oriëntatiepunt, niet een vervulling, begrijpt u? En dan pas kunnen wij zeggen: het streven is primair, het gaar om het streven alleen. De bereiking is niet zo belangrijk, zolang wij weten dat wij het uiterste hebben gedaan om de bereiking mogelijk te maken. Mislukkingen tellen niet, zolang wij onze beste intenties en krachten hebben ingezet want de resultaten tellen niet zo zeer als de ervaring die wij opdoen door ons zoeken naar het resultaat.

Nu kan ik nog verder ingaan op een hele ingewikkelde situatie, waarbij wij o.a. kunnen spreken over het feit dat in uzelf precies dezelfde mogelijkheden bestaan, zij het beperkt, als er in de totale kosmos bestaat, dat u een weerkaatsing bent van die totaliteit. Maar ik ben bang dat je met de techniek de bedoeling zou vergeten. Laat ik het dan zo zeggen: Er staat geschreven dat God de mens maakte naar zijn beeld en gelijkenis. En dat kan nooit betekenen dat God ook twee voeten, twee armen, twee ogen, een neus enz. heeft. God is leven, is schepper: Hij is het geheel, Hij vormt het geheel. Wanneer wij zijn beeld en gelijkenis zijn, dan moet datzelfde in ons bestaan als mogelijkheid. Die mogelijkheid te realiseren, zal dan het doel zijn van ons bestaan.

Nu is elke mens een deel van de kosmos; hij kan binnen zichzelf een weerspiegeling van het geheel geven, maar hij kan niet gelijktijdig alle anderen zijn. Hij is in zekere zin uniek, hij is één steentje in een enorm mozaïek dat mensheid heet. En dit op zichzelf is slechts een sieraad in een tempel die wij heelal noemen en de bezielende en instandhoudende kracht daarvan is het licht dat ergens brandt op een onbekend altaar. Als u het ziet, dan begrijp je dat door het uniek zijn in je vorm, in je wezen, je niet moet worden tot de gelijke van anderen, maar tot jezelf. Opdat je hierdoor binnen het geheel, met alle anderen, de juiste weergave van een totaliteit schept, terwijl je gelijktijdig in jezelf een Goddelijk beeld creëert, een weerspiegeling van het totaal, zoals zij alleen in jou kan bestaan.

Het klinkt wat moeilijk en de meeste mensen vinden het prettiger om te denken aan allerlei werelden rondom hen. Er zijn er trouwens vele, maar ik ben mijzelf. Al die grote wereldwaarden en al dat onbekende heeft zo weinig te doen met hetgeen ik nu kan zijn. Wat ik nu moet scheppen is de waarheid die in mij leeft. En als mens schep je die waarheid door haar tot uiting te brengen, maar gelijktijdig door te komen tot een erkenning en beheersing van jezelf. Het belangrijke punt is hier beheersing en erkenning. Zolang ik mijzelf niet ken, weet ik niet wat ik doe. Precies hetzelfde of u stapt in een voertuig dat u nooit bestuurd hebt. U weet niet wat voor motor erin zit, wat voor brandstof die gebruikt. U kunt er misschien wel mee rijden, maar u zult er nooit het resultaat uit halen dan iemand die het voertuig precies kent, ermee bereiken zal. En het gaat er toch wel degelijk om, dat u uzelf zojuist en zo goed mogelijk gebruikt.

Een ander punt is beheersing. Wanneer u, al is het maar, achter een paard zit op een wagen en u bent niet in staat om het paard te zeggen waarheen het moet gaan, dan komt u nooit waar u wezen moet. Integendeel u bent voortdurend geërgerd doordat alles wat u wilt niet waar wordt. Wanneer je jezelf beheerst dan ken je niet alleen je eigenschappen, maar je weet ook wanneer je ze kunt gebruiken en wanneer niet. Je brengt het geheel van je eigen wezen in relatie met de wereld; en dat maakt de individuele ontwikkeling nog zoveel te belangrijker. Mezelf kennen, mezelf beheersen en, volgens mijn besef van leven, streven naar een doel dat ik voor mezelf aanvaardbaar en ervaarbaar heb erkend. Daar hebt u eigenlijk de essentie van een persoonlijke en individuele ontwikkeling.

Nu zijn er mensen die dat verkeerd zien. Zij zeggen: Ja maar ik weet wat goed is, die ander weet het niet, dan moet ik die ander toch tot het goede brengen. Ja dat kan nu wel zo zijn. Maar iemand die vet spek lekker vindt en op grond daarvan een zeezieke met ditzelfde gaat voeren, zal deze slechts tot een lediger maag brengen, niet tot een gevoedheid. Je weet niet wat een ander precies nodig heeft. Wat jij nodig hebt kun je weten. Je kunt dus nooit tegen een ander zeggen: zo moet het zijn. Aan de andere kant moet je met een ander kunnen samenwerken. Want je doel als mens is, geloof ik toch ook wel, om juist in je zelfstandige ontwikkeling, werken en beseffen, met anderen een gemeenschap te vormen. Dat betekent dan weer dat je op grond van hetgeen je innerlijk hebt erkend omtrent jezelf en het doel dat je jezelf gesteld hebt, bereid bent om tijdelijk, maar nooit voor altijd, zeggingschap te geven aan anderen. Dat je rekening houdt met dat wat anderen zijn, wanneer je zelf een zeker streven hebt. Kortom dat je probeert een zeker evenwicht tussen jezelf en anderen te handhaven. Er is in feite natuurlijk hier nooit iemand die de hoogste of de sterkste is. Dat zeggen de mensen wel graag. Er moet natuurlijk wel iemand zijn die leiding geeft, dat is waar. Maar degene die leiding geeft is niet de meerdere van anderen, maar hij is wel degene aan wie de anderen zich onderwerpen omdat hierdoor het gemeenschappelijke doel gediend wordt. En dit doel moet dan vrijelijk en van binnenuit door allen aanvaard zijn. Die manier van werken brengt u dus tot een selecteren van een doel in het leven. En als je verstandig bent dan zal je begrijpen dat dat doel nooit volledig materieel kan zijn. Het moet altijd iets inhouden dat voor jezelf meer betekenis heeft dan hebben of niet hebben bv. Je komt dus ook weer, maatschappelijk zou ik zeggen, tot de vraag: Hoezeer kan ik mijn wensen en mijn gerichtheid met elkaar verenigen? Ik kan deze slechts dan met elkaar verenigen, wanneer ik in gerichtheid contact met anderen vind en in mijn wensen mij beperk en laat beperken door de wensen en wenselijkheden van anderen. Als u daarin een beeld ziet van de werkelijke samenwerking, dan zult u ook begrijpen dat u niet minder wordt wanneer je een ander tijdelijk gezag geeft, maar dat je de mindere zult zijn wanneer je weigert zelf mee te denken en mee te leven in de beslissing die de ander neemt.

In het leven zijn er natuurlijk een aantal dingen die heel belangrijk zijn. Neem bv. liefde. Het kan zijn: liefde tot God, liefde tot de wereld, de mensheid, het vaderland, één enkele mens, je verwanten. Er zijn heel veel vormen van liefde denkbaar. Maar wat is die liefde in de eerste plaats? Een aanvaarding. Wanneer ik een individuele, een persoonlijk ontwikkeling en aansprakelijkheid wil vinden, dan zal mijn aanvaarding nooit zo ver mogen gaan, dat ik de ander aanvaard zonder dat ikzelf bepaal hoever dit gaat en waarom ik het doe; dat moet ik ook weten. Ik kan mij zo maar niet laten meeslepen door een drift, een gebruik, of iets dat mooi klinkt. Ik moet weten wat ik doe.

Liefde is een contact dat ontstaat door de vrijwillige samenwerking. Dan zult u zeggen: Ja maar dan kun je de ander niet kennen. Ja, dat is inderdaad waar. Geen mens kent de ander werkelijk. Laat ik het zo stellen: Een man en een vrouw, die vijftig jaar getrouwd zijn, kennen elkaar in uiterlijkheden volledig, in neigingen beperkt, in werkelijk wezen niet. Wat ik van die ander besef is altijd, wat die naar buiten toe is. Wat die in zichzelf is kan ik niet begrijpen, maar ik kan mij er harmonische mee voelen. Dat is erg belangrijk. De harmonie die ik vind, of het met een volk is, met een land, met een wereld, met een sfeer, is meer bepalend dan de erkenning. De uiting van die erkenning zal moeten uitgaan van wat ik ben, het antwoord dat ik kan geven op de gevoelde harmonie binnen het kader van de mij bekende uiterlijkheden. Kunt u dit volgen?

Ik heb geprobeerd u duidelijk te maken dat die liefde een kwestie is van een eenzijdige aanvaarding, waarbij uiterlijkheden in feite bijkomstig zijn, de innerlijke harmonie bepalend is, maar het eigen gedrag door erkende uiterlijkheden geacteerd wordt. Dan hebben wij dingen als “trouw”. Niemand is werkelijk trouw en dat klinkt misschien erg vreemd. Want de mens zegt: Ja maar ik ben toch trouw aan, en dan noem je maar op: de kerk, mijn partij, mijn volk, aan de menselijke principes, of wat dan ook.

Trouw is een illusie. Trouw, is het blijven vasthouden aan een bepaald patroon. Maar dat patroon op zichzelf wordt heel verschillend geïnterpreteerd. Wanneer een uiterlijke trouw door andere beweegredenen wordt gestimuleerd – stel bv. een zakelijk belang, – wij gaan elke zondag naar de kerk omdat het onze zaak ten goede komt. Dan heeft dat niets meer te maken met trouw aan de kerk, dan is het ook geen trouw kerkbezoek, dan is het doodgewoon een handelstrucje, hoe je er ook verder over denkt.

Wanneer twee mensen zeggen: Wij zijn elkaar trouw, dan wordt dat meestal op een beperkte manier uitgelegd. Dan betekent het zoiets als: ik doe alleen wat ik mag en de ander doet ook alleen wat hij mag. Dat is natuurlijk onzin want ieder droomt wel eens van iets anders. En dat je het niet durft doen, dat heeft niets te maken met trouw, dat is doodgewoon een angstverschijnsel, het is een beperking in je vermogen tot uiting misschien. Maar diezelfde mensen kunnen in elkaar iets erkennen waar zij voortdurend mee verbonden blijven. Dat is geen trouw, dat is harmonie, dat is een eensklinkendheid die niet meer door uiterlijkheden wordt beïnvloed. Er zijn mensen die zeggen: Ja wij moeten het hebben in het leven van de waarheid en wij moeten berouw hebben over onze zonden.

Iemand die zelfstandig denkt, zal al onmiddellijk beseffen dat berouw het meest nutteloze sentiment is dat er voor een mens bestaat. Als u een vaas in stukken laat vallen en u roept uit: Oh wat jammer, en u blijft erover snikken, wordt de vaas niet heel. Maar wanneer u een beetje lijm neemt kunt u misschien nog wel iets draaglijks van maken. Zo is het met alles wat je doet in het leven. Je kunt betreuren dat je een fout maakt, maar wanneer je dat dan hebt vastgesteld probeer ze te herstellen. Berouw is een illusie bij de meeste mensen. Een zelfstandig bestaan betekent niet alleen maar dat je in een bepaald opzicht onafhankelijk bent van anderen. Het betekent in de eerste plaats ook dat je onafhankelijk wordt van sentimenten die je opgelegd worden, dat je uitgaat van wat je zelf bent, niet van wat de wereld zegt dat je moet pretenderen te zijn. Op die manier kom je ook verder.

Er zijn mensen die zeggen: Ja wij kunnen toch niet toelaten dat zo’n bedelaar door de straten zwerft. De vraag is niet of die door de straten zwerft, de vraag is of die bedelaar gelukkig kan zijn met zijn wijze van leven. Is dit het geval, dan blijf je er toch af. Hij heeft net zoveel recht om, als individu zijn eigen leven te leven: zichzelf waar te maken als ieder ander. En waarom mogen wij aannemen dat een minister-president, of een lid van een senaat, als persoonlijkheid belangrijk is en een bedelaar niet? Hun belangrijkheid verschilt niet, alleen hun pretentie.

En dat geldt ook voor een vroom mens. Een vroom mens die innerlijk vroom is, die leeft vanuit de God die hij erkent, maakt zichzelf waar. Dat is volledig aanvaardbaar. Maar iemand die vroom is, omdat hij zich houdt aan alle uiterlijke regels, dat is alleen maar – neem mij niet kwalijk dat ik het zeg – iemand die huichelt, tegenover de wereld, tegenover God, tegenover zichzelf. Je moet consequenties trekken van persoonlijk zijn, van individueel bewustzijn, beleven, ja van een jezelf waarmaken. En die consequenties zijn: dat niets van buitenaf belangrijk is tenzij het in jezelf volledige beantwoording vindt. Dat niets van de ontwikkelingen die rond je plaats vinden, bepalend zijn voor wat je bent of moet zijn, dan datgene wat je innerlijk als juist erkent en waaraan je je dan ook praktisch wil wijden. Het is misschien te eenvoudig allemaal als je het zo zegt en te moeilijk. Daarom zou ik er een paar raadgevingen aan toe willen voegen:

Mensen, een veertje raap je gemakkelijk op, maar een stuk lood van 500kg krijg je niet omhoog. U kunt een kleinigheid, die voor uw individueel besef belangrijk is, gemakkelijk waarmaken. U kunt niet zonder meer uw hele leven veranderen. Streven naar een individueel besef, een persoonlijk begrip en aansprakelijkheid, kan nooit gebaseerd worden op een plotselinge verandering van alle waarden; het is niet te doen. Maar het kan worden opgebouwd uit het zorgvuldig, in de kleine dingen, jezelf steeds meer waarmaken en steeds meer eerlijk zijn tegenover jezelf. Het bewustwordingsproces, dat zich zo afspeelt, lijkt in mensenogen, omdat er geen ontstellende gebeurtenissen zijn, misschien wat dwaas en futiel eigenlijk, onbelangrijk. Maar wat je aan bewustwording op die manier opdoet, is blijvend. En het is beter één klein deel van je werkelijke wezen zo waar te maken, dat je besef van de totaliteit, het kosmische bestaan dat je hebt, iets groter wordt, dan duizend dingen spectaculair te veranderen, zonder dat je daarvan werkelijk iets met je meeneemt.

En dan geloof ik dat er nog een paar punten zijn waar ik je mag op wijzen. Kijk eens, u neemt verplichtingen op u. Heel vaak worden die opgelegd door maatschappijen, door de godsdienst en dergelijke. Wanneer u zich bewust en eerlijk tegenover anderen los maakt van die verplichtingen, is daar geen bezwaar tegen. Maar een mens die zich aan een verplichting onttrekt, die hij aanvaard heeft of erkend, handelt ook tegen zichzelf verkeerd. Want wanneer je niet uit een innerlijke waarheid en een innerlijk besef komt tot het terugnemen van een bepaalde belofte, of wat anders, heb je eigenlijk alleen maar gefaald tegenover jezelf. Ook een belangrijk punt. Je kunt dus niet zeggen: Wereld nu ben ik mijzelf, alle verplichtingen die er waren, die ik heb aangegaan, bestaan niet meer. Je moet zeggen: Wereld ik tracht mijzelf te worden, bepaalde verplichtingen zal ik afwikkelen en dan niet verder aangaan, aan andere verplichtingen zal ik tegemoetkomen, maar ik zal trachten ze zodanig te wijzigen dat zij bij mij passen.

U ziet, het is eigenlijk niet zo moeilijk om een individu te worden, wanneer je alleen maar de gewoonte aflegt om te denken wat een ander zegt. Wanneer iemand u zegt: God roept u, dan moet u eens een keer luisteren en zeggen: ik hoor er niets van. Als iemand zegt: God heeft u nodig, dan zegt u: dan moet Hij het mij eerst maar eens vertellen; maar het is maar een arme God wanneer Hij mij nodig heeft. Als men u zegt: U hebt God nodig, dan zegt u: welke God en hoe? Wanneer men zegt: maar Jezus heeft ons geleerd…, dan zegt u: Dat kun je me wel vertellen. Maar wat heeft Jezus zelf letterlijk gezegd? En neem dan desnoods een evangelie daarvoor en kijk dan wat dit u te zeggen heeft. Dat is veel belangrijker dan alle deskundige interpretaties van mensen die er zelf ook niets van afweten. In een dagblad wordt u verteld dat deze misdaad afschuwelijk is en datgene uiteindelijk eerder een deugd is dan een misdaad. Wanneer iemand uit eigenbelang iemand ombrengt, dan zegt men: Dat is moord, dat is wreed, dat is slecht. Maar wanneer iemand dit doet in naam van het vaderland, de eer, de zekerheid, dan is hij een held! Je kunt niet met twee maatstaven meten. Doden, is wel of niet aanvaardbaar. En iemand die u vertelt dat het anders is, die zwendelt, die liegt.

Zo kan men bv. ook zeggen dat een parlementaire democratie de enige juiste vorm van democratie is, dan kunt u dat natuurlijk geloven. Maar is het waar? Is een parlementaire democratie niet de uiting van het onvermogen tot beslissen in het volk zowel als in de regeerders. Men kan zeggen dat een dictatuur onaanvaardbaar is, maar een dictatuur kan nooit ontstaan, zonder dat anderen zich vastklampen aan de dictator en hem macht verlenen. Je kunt spreken over de armoede in de onderontwikkelde gebieden van deze wereld, maar dan moet u zich eerst eens afvragen:

  1. Wat verstaat men onder die armoede? Is het misschien alleen een andere maatstaf, een standaard van leven, dan men hier kent?
  2. Moet men zich niet afvragen of het voor die mensen werkelijk zoveel beter is om gelijk te worden aan wat u bent?

Dat is een vorm van zelfstandig denken, jezelf vragen stellen. Als men u zegt dat de paus, de koning, of iemand anders gesproken heeft, dan zegt u: Goed, dat heeft deze gesteld, maar wat ik voel, wat denk ik? Voor mij is dit niet beslissend, het is slechts een punt van overweging. Als je op die manier verdergaat, dan ontdek je al heel gauw dat je betrekkelijk weinig weet, dat je betrekkelijk veel aanvoelt, maar bovenal dat veel van hetgeen u als weten wordt voorgesteld, in feite een zekere onwetendheid omvat, namelijk de verwaarlozing van vele aspecten, een absolute eenzijdigheid, of zelfs het hanteren van drogredenen, die als axioma’s worden gebracht. Op die manier leert u zelfstandig denken! En als je zelfstandig denkt, dan weet je waar je aan toe bent. Ik meen dat een Engels staatsman eens zei, nadat hij op rust was: Nooit is een oorlog dichterbij dan op het ogenblik dat iedereen spreekt over de wenselijkheid van vrede. Daar had hij gelijk mee, want dan is het geweld aanwezig en wat men zegt is alleen maar een poging om u af te leiden van de werkelijke aanleiding tot geweld. Iemand die zelfstandig is, voelt die dingen niet alleen aan, maar hij stelt zich vragen en hij leert daardoor veel omtrent de werkelijkheid, ook omtrent zichzelf. Hij zal overgaan naar een geestelijke sfeer en niet bestaan in een wereldje van illusies, die hij langzaam één voor één moet overwinnen. Hij zal gekomen zijn met de neiging de werkelijkheid te aanvaarden en elke verklaring en illusie eerst te ondervragen en te zien of het wel zo is. En zo iemand komt dan tot een aanvaarding van een voor hem volledig reële geestelijke wereld, waarin hij zich vrij kan bewegen. Ik geloof dat ik hiermee voldoende over dit onderwerp heb gezegd. Mag ik u nog een raad geven?

Er zijn veel mensen bang om in het ongelijk gesteld te worden. Het is beter in het ongelijk gesteld te worden en zo voor jezelf een nieuwe benadering van je persoonlijke waarheid te vinden dan een dergelijke zogenaamde vernedering te lijden en daardoor je waanbeelden in stand te houden. De mens moet komen tot een overwinning van zijn illusies omtrent de wereld en zichzelf, om te leren leven in de werkelijkheid van die wereld en zijn werkelijke ik te erkennen.