Zenboeddhisme

image_pdf

4 november 1974

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, zoals u wel zal bekend zijn. We hopen dat u zelf zult nadenken over alles wat wordt gezegd. Ons onderwerp voor vandaag is: Zenboeddhisme.

Iets, waarover u heel veel uit boeken kunt lezen en ik zal zo vrij zijn om in mijn lezing vooral die aspecten aan te snijden, die misschien wat minder bekend zijn.

Wanneer we zeggen: “zenboeddhisme” dan spreken we eigenlijk over een filosofie, die uit China stamt en een praktijk, die uit Japan stamt. We hebben een aantal leraren gehad daar in Japan, die uitgingen van het standpunt dat de mens zijn lichaam moet kunnen beheersen, omdat alleen hij, die zijn lichaam beheerst, in staat zal zijn, zijn geest te beheersen. Dit heeft een grote stempel gedrukt op de praktijk van Zen, want Zen gaat inderdaad ook uit van een algehele onthechting, die mede gebaseerd is op een algehele beheersing van het lichaam.

Nu is die historie tamelijk verward en het is misschien het verstandigste om hier meteen maar bij te vermelden dat kennelijk invloeden uit het hindoeïstisch fakirisme een rol hebben gespeeld bij de praktijk die men ontworpen heeft. In het begin was het een zuiver Japanse training en zagen we bij die training dan ook heel vaak aspecten, die eigenlijk direct uit de school van de Samoerai voortkomen.

Vechttechnieken horen erbij, worstelen, lichaamsbeheersing maken er deel van uit. Toen kwam het fakirisme erbij en kwam ook het element van de zelfverwerping op de voorgrond, mensen dus, die zichzelf blootstellen aan extreme condities, zoals koude en dergelijke, bv. in halfbevroren water gaan staan mediteren en dat soort dingen.

De filosofie is in zoverre interessant, omdat ze dus afwijkt van de normale boeddhistische denkwijze. Bij het normale boeddhisme gaan we uit dus van heilige wegen en we komen daarmee langzaam maar zeker in een toestand van nirwana, de absolute ontspanning, het zijnde niet-zijn. Maar, zegt de zenboeddhist, dat is onbereikbaar. Om te kunnen opgaan in de totaliteit, moet ik deel uitmaken van die totaliteit. Dat kan ik alleen wanneer ik ga begrijpen, hoe het onmogelijke niet bestaat.

De Chinezen gingen daarbij uit van de vraag bv. hoe een draak verandert in een mens. Dat is een vraagstuk overigens, wat ook al in bepaalde taoïstische kloosters indertijd gebruikt is. Ze gingen uit van het vraagstuk: wat een wolk denkt, wanneer het regent. De japanners hebben dat, zoals ze meestal doen, wat zakelijker opgevat en zij hebben dat geheel gesystematiseerd. In zen worden we geconfronteerd inderdaad met het onmogelijke. Een van de meditatievragen, die een zenmeester u kan geven, is bv. ‘hoe loopt een man met één been, hard?’ of: ‘hoe applaudisseert één hand’. Dat zijn zo van die vragen, ‘Hoe beleeft de zon, als het nacht is? Allemaal denkbeelden en vragen, die ergens samenhangen toch ook wel met de Japanse achtergrond. En in sommige van die meditatievragen vinden we zelfs ook overleveringen, die eigenlijk thuishoren bij de legende, zoals: ‘Waarom is het licht, dat ik zie langs de eenzame weg, onheilzaam?’ En dan kun je een hele hoop denken.

De mens, die zen werkelijk wil beoefenen, zal zich er bewust van moeten zijn dat hij moet leven uit en met de natuur.

Dat is erg belangrijk. De natuur heeft haar eigen ritme, haar eigen schoonheid. Ik moet die schoonheid als het ware naar voren laten komen, zowel in zijn beschouwing van die natuur als in mijn beleving. Mijn voedsel moet eenvoudig zijn en natuurlijk, het mag niet ‘versierd’ worden, zoals mensen dat doen. Het is dan ook zo, dat praktisch alle richtingen van zen vegetarisch denken en daarnaast ook heel vaak nog fanatieke rauwkostaanhangers zijn.

Wanneer ik leef, dan leef ik in een wereld, die ik niet zie. Ik zie de werkelijkheid niet, ik zie de begoocheling. Door echter voortdurend mij te concentreren op één aspect van die wereld, waarin ik leef, doorbreek ik de begoocheling. Dat krijg je dus met mediteren bv. over de vorm van een steen, het kijken naar water dat aan de kook gaat komen, dat soort dingen. Hierbij kun je, door zeer nauwkeurig een proces te volgen – volgens de denkers van zen – de onwerkelijkheid doorbreken. En hij, die binnentreedt in de werkelijke wereld, beseft de waarde, waarvan hij deel is en kan opgaan in de totaliteit.

Het klinkt allemaal zo mooi en zo eenvoudig. Een typisch iets is ongetwijfeld ook, om eigen beproevingen aan de natuur te verbinden. Meditaties worden heel vaak voornamelijk in een natuurlijke omgeving beleefd. Waar dit onmogelijk is – er zijn zen-gemeenschappen, zen-kloosters, waar dus dat landschap en die vrijheid niet aanwezig is – dan maakt men gewoon een tuin en hier en daar gebruikt men zelfs verfijnde verwilderingstechnieken, en in die tuin mediteer je. Want de natuur is deel van de werkelijkheid, wat de mens maakt, dat is eigenlijk deel van de illusie. Wanneer de mens iets maakt en hij vindt de ritmen en de vormen van de natuur terug dan wordt het weer aanschouwen waardig, dan is het weer de moeite waard om je er mee bezig te houden. Maar het merendeel van de werken van de mens zijn een illusie.

Daarom vindt de zenboeddhist het vaak ook erg belangrijk, om voor zichzelf iets te maken, waarin hij een natuurlijke vorm probeert terug te vinden. Er zijn groeperingen bv., die het in Japan nu eenmaal zeer gebruikelijke papiervouwen en -vlechten voor dit doel juist gebruiken.

De gebeden van de boeddhisten spelen in de zen beschouwing meestal ook een rol. Het opdreunen, zoals we dat kennen in andere landen, van de heilige spreuken komt dan ook wat minder naar voren en daarvoor in de plaats komt dan eigenlijk een soort beurtzang, waarbij op de bekende wijze op de klok wordt geslagen, op de gong wordt geslagen, wierook wordt gebrand en wat er verder bij hoort. Maar eigenlijk, zegt de beschouwer van zen, is dit de vorm, waarin ik mij meedeel. Het is voor hem dus niet een werkelijk religieus beleven, maar het is voor hem een poging om duidelijk te maken, hoe hij gelooft in de Verlichte. En hij heeft een groot aantal Meesters gehad. Er zijn een aantal Japanse boeddha’s en deze worden natuurlijk in het bijzonder vereerd en gevolgd.

Wanneer ik mijn eigen visie mag geven – ik hoop, dat u daar geen bezwaar tegen hebt – dan zou ik willen zeggen: Zen is een weg, die je alleen kunt gaan, wanneer je bereid bent om alle bruggen achter je te verbranden. Het is niet iets, waar je even mee spelen kunt. Het is niet een filosofietje, dat je weer in kunt ruilen voor iets anders. Omdat het een opbouwproces is. Een opbouwproces, dat begint onder meer, bij harding en training van het lichaam. Dat begint bij de beheersing van het woord en van het denken. Hier en daar doet het zelfs denken aan de Pythagoreïsche scholing, waarin de mens in de eerste jaren alleen mocht luisteren en niet mocht spreken. Je moet één worden met de essentie, met de geest.

Elke zen-gemeenschap heeft dan ook een aantal meesters en degene, die daar komt, die zal éérst naar die meester moeten luisteren, alléén maar luisteren, absorberen. Want de werkelijkheid is iets, wat je absorbeert, wat je tot je laat komen. Ik geloof dat we daar een principe te pakken hebben, dat heel erg belangrijk is. De meesten van ons lezen wel, maar we willen alleen maar zien wat we al in onszelf als voorstelling dragen. We spreken wel, maar we zijn maar zelden bereid oprecht te luisteren naar een ander. Dat klinkt misschien vreemd dat ik het zo zeg, maar luisteren naar een ander, dat wil zeggen: kritiekloos luisteren, absorberen, jezelf eigen maken, wat de ander zegt. Niet om daar een antwoord op te vinden, niet om er een probleem in te vinden, nee, maar gewoon, om het in jezelf op te nemen.

Ik geef direct toe, dat is in vele gevallen natuurlijk niet denkbaar. Stel je voor dat er in de Tweede Kamer mensen zouden zijn, die alleen maar zaten, om de stellingen, die hun worden voorgedragen, op te nemen, dat is gewoon ondenkbaar. Maar er zijn zoveel situaties, waarin dat wel belangrijk is. Wanneer je luistert naar een dichter, dan moet je als het ware zijn beelden absorberen. En uit dat gedicht de voorstelling opbouwen, zijn hele wereld. Uit de woorden van een ander een wereld vinden. En die wereld dan vergelijken met de wereld die je kent. Dat is weer Zen. Dat is weer zoeken naar waarheid, dat is een poging, om jezelf te ontmaskeren, want daar komt het eigenlijk op neer.

Als je hebt geleerd om te luisteren en je hebt geleerd, om je lichaam als het ware onderdanig te maken, dan komt het ogenblik, dat je voor jezelf moet gaan proberen, om werkelijkheid te vinden. En werkelijkheid kunnen we niet vinden in het geheel. Om één van de meeste bekende Zenmeesters te citeren hier: “Wanneer wij de veelheid zien, zien wij niet de werkelijke samenhang. Maar wanneer we de details zien, dan spreekt uit elk detail het geheel. En zo zullen wij, door het kleine te zien, het grote begrijpen.

Kijk gewoon naar een hoopje zand met een paar lijnen erin en probeer te begrijpen wat ze betekenen. Kijk naar een tak aan een boom, niet naar de hele boom, naar één takje, en probeer te begrijpen wat die is, wat de betekenis is. Kijk naar een bloem en probeer in die bloem op te gaan, niet alleen maar als bloem, maar als één product van een werkelijkheid, die erachter verborgen ligt.

En dan komt het ogenblik dat je in staat bent om je aandacht te richten en, wat er ook lichamelijk met je gebeurt, geconcentreerd te blijven op dat ene wat je beschouwt, of te spelen met die éne gedachte die je vasthoudt. En ja, ik zeg dit, naar mijn mening natuurlijk, maar dan kom je op een ogenblik zo ver, dat je een eigen wereldje opbouwt. Het grote gevaar daarbij is, dat degenen, die zo ver gekomen zijn, niet meer terugkeren om naar de details te kijken. Ze zien niet het ritueel van de worsteling van de mens met zichzelf en met de waan, om de werkelijkheid te ontdekken. Ze zien zichzelf als een deel van een werkelijkheid en verwijten al het andere, dat het waan is. Dat is natuurlijk kolder. Je kunt iets geloven, maar je kunt geen fantasiewereld opbouwen en zeggen: dit is de werkelijkheid.

Krijg je nu een goede meester, dan zal hij je voortdurend problemen stellen. En die problemen zijn meestal bijna onoplosbaar. “Hoe spreekt een goudvis?” “Wat weerspiegelt het water, wanneer er niets is?”. Vragen, die krankzinnig lijken. Vragen, waar je misschien een eenvoudig antwoord op kunt geven, maar waar zoveel meer achter ligt. Het is niet de vraag zelf, die betekenis heeft, het is het zoeken erachter. En de mens, die zijn lichaam heeft aangepast aan de natuur, die het hele ritme van de natuur in zich draagt, die onafhankelijk is geworden, zelfs eigenlijk van kleding en van warmte, die het klimaat gewoon verdragen kan, zoals het komt, die zich voeden kan met wat de aarde normaal opbrengt, die mens kan dan doordringen achter de feiten. En het wonderlijke is dan vaak, dat hij vergeet dat die feiten voor anderen werkelijk zijn.

Dat is één van de bezwaren, die ik heb tegen vele, vooral de, zeg maar, meer op inwijding gerichte, trainingen bij zen. Je vergeet de werkelijkheid te gauw. Maar wanneer ik steeds terugkeer in de werkelijkheid dan zal ik, door het concentreren op één detail die werkelijkheid terug kunnen vinden, en toch met mijn eigen ogen zien. Ik kan zien wat leeft in de mens. Maar wanneer ik die mens als geheel wil beschouwen, lukt me dat niet. Dus ik kijk naar de ogen van die mens, of naar een paar plooien van zijn huid misschien. En ik probeer de essentie van die mens te begrijpen. En dan dring ik door achter de vorm en achter de vorm doordringend, zie ik niet alleen maar de grote werkelijkheid, waarin de absolute, onthechte daadloosheid mogelijk is, maar ik zie vooral ook, hoezeer de ander daarvan verwijderd is en hoezeer ik er zelf van verwijderd ben.

Zen is een methode om binnen te dringen in een verborgen wereld, die in zichzelf zinloos is, tenzij ik mijzelf aanvaard als een deel van dit mechanisme, waarin voor mij de daad overbodig wordt. En om dat te doen, ga ik uit van de daad. Dat schijnt een tegenstelling, maar toch is het waar. Want slechts hij, die de daad kent, zal de overbodigheid kunnen beseffen.

En zo zien we dan ook, dat in sommige van de gemeenschappen er een ogenblik komt dat de leerling uit moet gaan, hij moet de maatschappij in. En in Japan bestaat dat ook. Dat is vaak krankzinnig dat men tegen iemand zegt: Nu, nu heb je tien jaren misschien je beziggehouden met deze leer in deze kloostergemeenschap, ga nu een jaar ergens werken op een fabriek of ga taxichauffeur spelen in een grote stad, of zoek wat anders, maar ver weg. Want je kunt niet de werkelijkheid van de mensen vergeten, wanneer je de werkelijkheid van de Grote Wereld wilt beschouwen.

Je moet de waan voortdurend in werking zien, om daaruit de Wet van Werkelijkheid te kunnen destilleren.

Aanvaardbaar, begrijpelijk, commentaren, protesten?

  • De meeste ervaring heeft men al gevormd voor het grootste deel.

Die ervaring heeft men meestal niet reëel gehad. Want, wanneer een blinde door een tuin is gelopen, dan heeft hij de geuren van de bloemen geroken, maar wanneer hij er nooit weerkeert, zal hij nooit weten, wat hun kleuren betekenen. Begrijpt u, wat ik bedoel? Dat is ook niet van mij natuurlijk, ik heb het eerlijk gestolen. Geciteerd, een deftiger woord, hè? We doen dat altijd zo, we citeren altijd een ander, wanneer we zelf niet precies weten, hoe we het moeten zeggen, wat we dachten dat eigenlijk gezegd zou moeten worden, weet u wel? Dat is heel gek.

Nu, dan zou je eigenlijk moeten proberen, om de essentie van zen nu maar meteen samen te vatten.

Er zijn heel veel systemen, er zijn heel veel denkwijzen, ook binnen zen. Het is dus niet, zoals men wel eens denkt in het westen, een vaste gezichtsrichting, zoiets als een alleenzaligmakende kerk of iets dergelijks. Het is een gemeenschap, waarin een grote diversiteit van benadering mogelijk is. Maar kenmerkend is de zinvolheid van alle dingen. En de mens, die probeert die zinvolheid in en vanuit zichzelf waar te maken en te beseffen door er deel van te worden. Je kunt niet waarlijk de leer volgen, wanneer je niet gelijktijdig in staat bent, afstand te doen van jezelf. Het hele leven, met alle verschijnselen, zijn een ceremonieel. Een ceremonieel, dat in zichzelf misschien zinvol of zinloos is, maar waarachter de werkelijkheid schuilgaat. Niet, wat wij voorstellen te zijn, is waar, maar dat wat wij beseffen, dat ons drijft tot deze voorstellingen, is waar. Op deze wijze bouw je langzaam maar zeker werkelijkheid. De werkelijkheid, die je bouwt, is jouw werkelijkheid en niet die van een ander. Besef dat wel. Maar deze persoonlijke werkelijkheid geeft een nieuwe inhoud aan hetgeen algemeen als reëel aanvaard wordt.

En daar zit het haakje! Ik leef anders, ik beleef anders, ik kan in toestanden van mystieke ervaring, beleving en verrukking terechtkomen, maar ik moet terug naar de normale wereld. Want wanneer ik dit niet doe, dan loop ik vast in een eigen droomwereldje, waarbij ik, met of zonder hulp, niet meer de mogelijkheid heb door te stoten naar dat ene, grote bereiken, dat het meest werkelijk is.

De essentie van zen zegt verder: “de mensheid en de aarde zijn één geheel. Voed je daarom met wat de aarde je geeft. Leef in wat de aarde is. Wees één met al wat de natuur maakt en is. Besef jezelf als deel daarvan. Probeer niet je erboven of erbuiten te plaatsen, maar wees er deel van. En in dit deel-zijn, besef, hoe in alle kleine dingen een verborgen werkelijkheid zich openbaart. Ontvlucht de waan, niet door haar te verwerpen, maar door haar te ontmaskeren. Vind jezelf niet door jezelf te veranderen, maar door jezelf te beheersen. Zorg ervoor, dat je altijd in perfecte discipline en harmonie kunt reageren. Er zijn vaste wetten en regels nodig. Aan een regel en wet kun je niet ontkomen, want hij, die de grote werkelijkheid erkent, weet dat zij een wet is. En de kleine wetten, die wij hier aanvaarden, zijn slechts de tekenen van de grote wet, die wij beleven en waaraan wij onverbrekelijk verbonden zijn. Alles in het leven is een voortdurende verandering en die verandering is maar één werkelijkheid. Deze onveranderlijke werkelijkheid beleven is het doel van de leer. Die werkelijkheid beleven, zonder daarom die verandering, die voor anderen een rol speelt, te ontkennen, is de taak van de Meester.

Commentaar? Geen?

Nu, dan heb ik nog een paar leuke gegevens, die misschien interessant zijn. Het boeddhisme heeft een wonderlijke reis gemaakt, zoals u zich misschien realiseert. Het is ontstaan in India en je zou het de verlossing van het hindoeïsme kunnen noemen op ongeveer dezelfde manier, waarop je kunt zeggen, dat het christendom de verlossing van het jodendom zou betekenen. Het is dus een progressie op een oude leer. In deze leer wordt het onbelangrijke terzijde geschoven en de wereld heeft niet meer te maken met een wereld vol goden en machten, waarmee je als het ware handel moet drijven, maar hij staat alleen in een wet, die zijn wezen beheerst maar die gelijktijdig de inhoud is van de totaliteit. De Boeddha Siddhartha heeft deze leer gebracht en, zoals u waarschijnlijk bekend is, hebben sedertdien zeer vele filosofen en leraren dit allen op hun eigen wijze ontwikkeld. Opvallend is hierbij dat in elke landstreek het boeddhisme zo werd gewijzigd, dat het alle andere delen van geloven en denken mee kon omvatten. Wanneer we bv. horen van de Tibetaanse boeddhisten, die aan tovenarij doen, aan magie, aan horoscopie en aan weet ik wat allemaal nog meer, dan vragen we ons af, hoe dat kan. Maar dat komt gewoon, omdat daar een natuurverering heerste en de magie van degenen, die natuurkrachten gebruiken en dienen, als het ware geïntegreerd werd in het boeddhisme.

In China had men de beschouwing – ja, ik geloof niet, dat je het godsdienst moogt noemen, maar beschouwing van de georganiseerde wereld, de vaste verhoudingen in de wereld. Ook deze zijn in het boeddhisme binnengeslopen en hebben daar een grote rol gespeeld. Japan was een zeer feodale gemeenschap, waarin we de grote Heren kennen en hun vechtersbazen of ridders, de samoerai, die trouw zijn aan hun daimon en ook dit hele systeem is als het ware opgenomen in dat boeddhisme. We hebben dus te maken met een basis-boeddhisme, dat alle elementen van de aard van het land, maar ook van de bestaande geloofswaarden en filosofieën in zich draagt.

Wanneer we kijken naar zen, dan vinden we daar een aantal principes terug, die we ook bij Shinto aantreffen. En de laatste tijd valt zelfs op, dat in bepaalde zen-gemeenschappen ook christelijke invloeden een rol zijn gaan spelen. Het is niet een onveranderlijke leer, het is als het ware een waarheid, die zich in haar uitdrukking voortdurend oriënteert op de mensen, waarin zij beleefbaar moet worden en zich aanpast aan de gemeenschap, waarin zij zich ontwikkelt.

Het is erg belangrijk, dat u dat begrijpt, want Japan is een heel ander land geweest dan u het nu kent. Op de achtergrond zijn er nog van die denkwijzen van onverbrekelijke trouw, van verbondenheden, van een sterke rangen-en-standen-maatschappij, van onderlinge rechtsverhoudingen. En deze hebben, naar ik meen, eigenlijk ook wel het zen zijn vorm gegeven.

Wanneer ik kijk naar de lichaamsoefeningen, die men maakt voor zen, dan denk ik automatisch eigenlijk aan de verschillende vechtsporten, die beoefend worden, en die in Japan ook zo belangrijk zijn. Daaronder o.m. zwaard en stok vechten, verschillende vormen van worstelen – wat u judo of jiujitsu noemt – al die vechtkunsten spelen daar een rol. De trainingsmethode, die zen gebruikt is dan ook helemaal niet nieuw. Het baden in koud water, één van de geliefde bezigheden van veel van die monniken, is eigenlijk iets, wat altijd als een hardingsmethode gebruikt werd. Hun neiging dus om beweging te maken, bv. om te lopen met een zeer bepaalde pas, een hele tijd te lopen, die komt ook weer uit diezelfde kringen voort. En we kunnen niet zeggen dat datzelfde Zen, zoals het in Japan bestaat, bv. in Nederland zonder wijziging aanvaardbaar is.

Ook de hele gedachtewereld speelt eigenlijk ergens onder een keizer. In Japan is het lange tijd zo geweest, – dat heeft u trouwens in Tibet ook gezien, dat je dus een goddelijke keizer en een burgerlijke keizer had, een geestelijk hoofd en een, zeg maar, staatshoofd. Een klein beetje misschien zoals in Nederland de koningin tegenover de minister-president staat. Dat systeem van denken moet zijn invloed hebben gehad. Het gaat hier om de relatie: waarheid en schijn, die ergens heel veel lijkt op die van de goddelijkheid van de keizer en het burgerlijk gezag, de schijnwereld ertegenover. Het gehele systeem is dus opgezet als het ware vanuit het oud-Japans denken. En ik geloof niet dat je dat zo gemakkelijk moogt vergeten.

Er zijn een hele hoop mensen, die zeggen: ja maar, zen, dat komt uit Korea. Inderdaad, het bestaat ook daar. Anderen zeggen: nee, zen, dat komt uit het Zuiden van Indochina en zo. Ook daar bestaat zen wel, ofschoon niet in zo grote mate. We vinden het zenboeddhisme op het ogenblik overal, zelfs op Ceylon is er een gemeenschap, waarin dus zen-methoden beoefend worden. Maar het is Japan, dat de vorm eraan gegeven heeft, zoals het China is geweest, dat de gedachteninhoud heeft gegeven.

Wanneer je dat over het hoofd ziet, dan zul je geloof ik, ook het systeem overschatten. Net zoiets als bij het christendom, waarbij men probeert om, als het ware, de uitingen van Jezus universeel te maken, terwijl ze werden gegeven in een bepaalde tijd, in een bepaald land, ten aanzien van een bepaald volk en stammende uit bepaalde tradities. Jezus is de representant in al zijn leringen eigenlijk van de rabbinale traditie.

Dus, we moeten zien, waar het vandaan komt. En dan moeten we vragen: Wat betekent het voor ons? En dan zeg ik: ja, die natuurlijke voeding, zoals ze wordt aanbevolen, is voor de meeste mensen ook erg goed. Maar, ze kan niet overdreven worden, want daarvoor heeft men eenvoudig geen mogelijkheden. Wanneer je je helemaal zou willen voeden in overeenstemming met de principes van het systeem van zen, dan zou je dus komen in een situatie, waarbij je ergens een belasting gaat vormen voor de maatschappij, zodra er te veel volgelingen komen. Dat kan eenvoudig niet. Je moet ook zeggen: de bewegingstechnieken en de hardingstechnieken, zijn die aanvaardbaar? Ja. Ik geloof inderdaad, dat de westerling te weinig zorg heeft voor dat deel van zijn lichaam, dat werken moet. De westerling is uitermate zindelijk, trouwens de zenboeddhist ook, want reinheid behoort ook tot één van regels.

Maar, wanneer je dat lichaam nu alleen maar vertroetelt en heerlijk baadt en wast en je geeft het niet de kans, om het uiterste van zijn prestatievermogen als het ware te bereiken, om zichzelf voortdurend: op aanpassingsvermogen te testen, dan zit je met een lichaam, dat zoveel eisen stelt, dat er geen tijd overblijft om te denken. Maar die hardingsmethoden zullen moeten worden aangepast aan de tijd, waarin je leeft. Ik kan mij niet voorstellen, dat iemand hier, midden op de Groest (winkelstraat in Hilversum) bv. gaat staan op één been, de handen gevouwen en dan gaat mediteren over de vraag; “Waarom is in de onwaarheid, waarheid besloten?” Dat kan ik mij gewoon niet voorstellen, dat kan niet. Zo min als ik mij voor kan stellen dat iemand elke dag in het Naardermeer gaat zwemmen onder het uitroepen van godsnamen. Dat is eenvoudig onmogelijk.

Je zou dus moeten zeggen: we moeten die harding gewoon aanpassen. Want ik kan me voorstellen dat een zenboeddhist regelmatig een trimbaan af gaat rennen, maar dan probeert, naast die lichaamsbeweging ook nog probeert één bepaald denkbeeld vast te houden. Dat lijkt mij wel mogelijk en aanvaardbaar.

Dan het systeem van de werkelijkheid zien in het kleine, in het detail: Je leeft in een wereld, waarin maar heel weinig van de natuur overblijft. Zelfs de bossen zijn vaak meer parken dan bossen. Je zult dus moeten zoeken naar iets dat voor jou een concentratiemiddel is. Maar je mag niet altijd hetzelfde nemen, want je moet in alle details de schoonheid vinden, waar, in deze schoonheid de waarheid verborgen is. Dan zou ik zeggen: nu ja, ga eens een keer naar de zee kijken, kijk naar de reflectie van de zon en de wolken in het water. Dat soort dingen. Dat lijken mij goede meditatiepunten, mooie beschouwingspunten. Ga kijken desnoods, wanneer de wind er is geweest, naar een zandverstuiving, naar de ribbels, die erin getekend zijn door die wind. En probeer daar de zin, het wezen, de werkelijkheid achter te zoeken, dan kom je misschien een eind verder. Maar je kunt volgens mij dus niet gaan zeggen: ik ga een schoonheidstuin aanleggen met stenen en allerhande natuurlijke vormen, die ik ga groeperen. Je kunt ook niet zeggen: ja, ik ga nu wel een tuin maken, die zo verwilderd is, dat ik me daar helemaal vrij met de natuur één kan voelen. Ik geloof dat het eenvoudig niet gaat. Dan komt er weer een straaljager over, of de buurman laat zijn motor, die te koud is, razen, etc. En ik geloof niet dat de westerling gauw zo ver komt, dat hij al die dingen leert uitschakelen.

Dan zou ik zeggen: voor de westerling is bij het volgen van zen, het vinden van een juiste meditatieruimte belangrijk. Dan zou je misschien terug moeten grijpen naar het oude hindoegebruik, om eigenlijk de meditatieruimte zelf tot een soort van mantra te maken. Nou, mantra is niet juist, mandala moet ik zeggen.

  • Hoe bedoelt u?

Nu, mandala is kleur en vorm, en mantra is klank.

  • Ja, maar in dit verband.

Nu, vormen tot een geheel, dat precies correspondeert als het ware met jezelf, zodat je dus een groter harmonie bereikt, omdat er niets is, wat je stoort of afleidt, maar alles je als het ware samentrekt in de richting van hetgeen waarin je moet kijken. Ik mag misschien een vergelijkend voorbeeld geven. Er was een bioscoop en die moest erg mooi zijn, maar hij moest ook erg goedkoop en erg zakelijk zijn. Wat hebben toen de mensen toen gedaan? Ze hebben gewoon de muren gesausd. En wat hebben ze nu gedaan? Ze zijn van achter begonnen met lichte grijzen en ze hebben het naar voren toe steeds donkerder gemaakt, totdat het eigenlijke kader, waarbinnen het filmdoek stond, praktisch zwart was. En dat had een eigenaardig gevolg. Iedereen had het gevoel, in een koker te zitten en als je naar voren keek, dan werd je door dat donker meegezogen naar dat ene verlichte doek. Zo kan ik mij voorstellen, dat iemand een ruimte maakt, waardoor door het verloop van kleur, van het licht en dergelijke, misschien ook de geuren, die erbij zijn bv. één enkele bloem wordt gemaakt tot het middelpunt van de concentratie, of een takje, een stukje dood hout, een steentje… Dan kun je daar, door dat beschouwen, dat proeven van werkelijkheid door middel van het detail, mijns inziens gemakkelijker bereiken. Ik geloof namelijk niet dat je dat in de vrije natuur in Nederland zo gemakkelijk zult kunnen doen. Duidelijk nu?

  • En als het niet stil is?

Wanneer we dus een voldoende visuele concentratie bereiken, dan betekent dat over het algemeen een verslapping van onze auditieve prikkelbaarheid en dan zullen dus die storingen ons minder beroeren. Een geluidsdichte cel zou misschien wel het ideale zijn en dan gewoon alleen het geluid van stromend water van een fontein of een waterval, dat zou misschien het meest ideale zijn. Maar wie bereikt dat, he?

Ik geloof dan verder dat het erg belangrijk is voor de westerling, dat hij begrijpt dat er geen vaststaande waarde is in de mensen, in wat de mensen zeggen. Alles, wat de mensen zeggen, dat is alleen maar een meditatie punt, waarachter ik werkelijkheid moet zoeken. Het is nooit werkelijkheid. Wat ik dus zeg, is, vanuit zen gezien, in werkelijkheid maar een meditatievraagstuk, waardoor ik de werkelijkheid kan brengen. Alleen is het niet bondig genoeg. Dat komt, omdat ik te veel probeer te zeggen op een ander niveau.

Dan moet ik hier nog aan toevoegen: Wanneer de westerling begint met dit zen, moet hij wel begrijpen dat de discipline die daarin ligt, de zelfdiscipline, door jezelf bepaald wordt. Je moet dus niet zoeken naar een Meester, die je die discipline oplegt. Je moet gewoon beginnen met voor jezelf die discipline te aanvaarden. En daarbij zou ik deze regel willen voorstaan: Vermijd, zover het je lichamelijk mogelijk en aanvaardbaar is, alle prikkelende stoffen in je voeding en alle afleidende en prikkelende voorstellingen in je omgeving. Dat klinkt heel eenvoudig, maar het betekent heel veel. U gebruikt koffie, u gebruikt thee, chocolade, peper, een overmaat aan zout vaak, noem maar op, om niet te spreken over de koekjes, de taartjes en al die andere lekkere dingen. Vermijd die zoveel mogelijk. Wanneer je werkelijk wat eten wilt, probeer het te doen, bij wijze van spreken met een hand rijst of wat noten, zo, dat je lichaam voldoende krijgt, maar ook niet meer dan dat. Wanneer je iets gebruiken wilt, gebruik het natuurlijk en zoveel mogelijk in zijn natuurlijk staat. Dus: gekookte groenten liever niet, rauwe groenten zijn beter, ‘t klinkt een beetje gek hier. En als u het zo ver door wilt voeren, dan kunt u zich natuurlijk gaan voeden door gewoon graankorrels te kauwen. Waarbij ik overigens wil opmerken dat de inhoud daarvan over het algemeen gezonder is dan van het moderne brood. Want u weet misschien, waar het verse brood tegenwoordig vandaan komt. Nee? Dat komt uit de diepvries, in negen van de tien gevallen. De zgn. koude bakker doet het inderdaad erg koud, want hij bakt en dan gooit hij het gewoon in de diepvries, en als het dan na een maand zover is, dat hij het gebruiken moet, haalt hij het eruit zoveel als hij denkt dat nodig is. En als dat dan op de juiste wijze weer ontdooit is – het moet natuurlijk wel vochtvrij zijn opgeslagen zoveel mogelijk – nu ja, dan is dat vers brood, dat u eet . En dat het heerlijk soepel is, dat heeft u te danken aan het rundvet, dat erin zit. Ja, misschien overdrijf ik een beetje, maar denkt u er maar eens over na.

  • U zei rundvet?

Ja, rundvet. Dat wil zeggen, allerhande chemische en plantaardige bestanddelen bestemd om het brood een soepelheid te geven, die het eigenlijk krachtens zijn versheid en vochtgehalte zou moeten hebben, maar daarna niet meer kan ontlenen. Maar voor dat we helemaal verzanden in het Nederlandse bakkersbedrijf, zou ik nog even wat willen zeggen.

Waar het mij dus om gaat is dit: natuurlijke voeding. Dan verder: een discipline houdt ook in dat je tegen jezelf zegt: zo lang slaap ik en niet langer. Dat je niet op een koude morgen zegt: nog vijf minuten blijven liggen. Het is doodgewoon je aanwennen om dus volgens je eigen wil te reageren, en niet volgens je gevoelens van behaaglijkheid.

  • Je hebt toch een aantal uren nodig en voor je voeding heb je toch een aantal koolhydraten en vetten nodig en zo.

Wanneer je dus zuiver plantaardige voeding gebruikt volgens zen-systeem; ik heb gezegd dat het voor Europa volgers niet helemaal te doen is, maar dan krijg je die vetten inderdaad doordat je o.a. gebruik maakt van, noem maar wat, sesamzaad en dergelijke oliehoudende zaden. En er zijn een hele hoop andere van die dingen. Het is dus wel mogelijk, maar het is hier heel moeilijk te doen. Dat wil ik ook nog niet eens aanraden, maar ik zeg wel: beperk het zoveel mogelijk. En ga dus niet eens lekker vet eten, maar houd je werkelijk aan een dieet. En zeg ook niet: nu doe ik het vandaag eens anders, want het begint me te vervelen. Eet gewoon wat je lichaam nodig heeft, verwen het niet. Het is een vorm van onthechtheid eigenlijk. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsbeweging krijgt. Trek elke dag een tijd uit voor je lichaamsbeweging en sta jezelf geen enkele uitzondering daarop toe, tenzij je lichamelijke toestand het werkelijk onvermijdelijk maakt. En wees alsjeblieft niet te gemakkelijk, wanneer je toegeeft aan het gevoel van een béétje ziek zijn, dan voel je je even daarna een boel ziek. Probeer te begrijpen: ik kan mijn lichaam beheersen, maar; ik kan voorkomen dat mijn lichaam mij beheerst.

Nu, dan zou ik u verder willen voorstellen, om uw meditatie dus niet alleen maar te houden over abstracte onderwerpen. Dat klinkt nu misschien een beetje gek, omdat het in die zen-technieken meestal wel wordt gedaan. Maar hier in het westen vind je zoveel dingen, die ook met elkaar strijdig zijn, waar je ook eens over kunt denken. Denk bv. eens na over: hoe kun je de welvaart vergroten en gelijktijdig de inflatie bestrijden? Dat is een heerlijk probleem. Dat is namelijk onmogelijk, omdat beide met elkaar gelieerd zijn. Wanneer je dat gaat beseffen, dan kom je tot de conclusie: de inflatie is illusie, de welvaart is illusie, maar de mentaliteit, die daartussen schuilt is werkelijkheid. En wat is die mentaliteit? En zo ga je verder. Zo dring je door tot de essentie van de dingen. En begin in ‘s hemelsnaam niet al te hoog. Er zijn mensen, die willen onmiddellijk beginnen te mediteren over God. Nu ja, nu vind ik het heel mooi, dat ze het willen doen, maar ze kennen zichzelf nog niet eens. En ze willen uitmaken, wat Gods engelen op deze wereld doen, en ze weten nog niet eens, wat de linkerhand en de rechterhand doen. Alsjeblieft, begin eenvoudig. Begin niet met te grootse problemen, begin met problemen, die onoplosbaar lijken, totdat je begrijpt, dat achter de stelling iets anders verborgen ligt.

Neem vaste tijden voor uw meditatie. Wilt u het zen-systeem goed toepassen, mediteer dan – zoals mij overigens voor de meditatie door de westerling wel het beste lijkt – in ontspannen houding, maar dwing uw lichaam gedurende enige tijd, bv. één uur, één en dezelfde houding te gebruiken, terwijl u blijft mediteren. Het komt u lichamelijke en geestelijk ongetwijfeld ten goede.

En dan nog een raad. Er zijn enorm veel boeken geschreven over zen. En elk van die boeken omvat wel een groot gedeelte van de waarheden, maar elk daarvan is de visie van een persoon, Dat moogt u niet vergeten. Lees ze dan, totdat u iets vindt, waarvan u zegt: Dit heeft voor mij betekenis. Probeer dan te begrijpen wat er in het boek gezegd wordt en probeer het in de praktijk, zowel in uw beheersingspraktijk, als in uw meditatiepraktijk te verwerken. Pas wanneer u zegt: dit brengt mij niets meer, ga desnoods eens verder naar een ander werk. Wanneer u begint met het zen-systeem en u maakt kennis met andere inzichten, verwerp het niet, maar breng het binnen het kader van uw eigen zen-meditatiesysteem. Laat u niet tot andere praktijken verleiden, houdt u eraan vast. En wanneer u dat allemaal doet, dan zult u misschien ook doordringen tot een werkelijkheid, die groter is. En dan zult u misschien ook in uzelf allerlei vreemde dingen gaan beleven, totdat u eventjes niet meer beseft, dat u er eigenlijk nog bent en toch weet, dat alles bestaat. Als u het zo ver hebt gebracht, dan kan ik u geen raad meer geven. Want bij de terugkeer moet u dan niet hunkeren naar het verloren gevoel, maar te volgen waardoor je het bereikt hebt.

Heeft nu op dit moment onmiddellijk commentaar?

  • Ja, ik vind het zo raar, dat U die details zo naar voren haalt, terwijl de mentaliteit van de oosterling probeert het geheel te doorschouwen en de details een beetje te laten rusten. Niet analytisch denken, maar in het gehéél.

Nee, niet analytisch denken. Maar in elk detail is het geheel vertegenwoordigd. Ik heb het u in het begin gezegd, ik heb zelfs driemaal gedurende deze lezing herhaald in verschillende vormen. Het belangrijke is namelijk dit:

Wanneer je beseft dat alles één geheel is, moet dat geheel zich openbaren in elk deel. En in het deel is het benaderbaar, maar in het geheel is het niet te overzien. En dat is de reden dat u dus het geheel via het detail benadert en dat men dat ook doet tijdens de meditatie. Men gaat namelijk niet uit van de kosmische eenheid of iets dergelijks, maar eerder van de vraag: “Hoe springt de man, die hinkt?” Krankzinnige dingen: “Hoe rijdt een wagen zonder wielen?” Dergelijke dingen zijn meditatie-onderwerpen. Waarom? Juist, omdat u door dat detail het geheel moet benaderen. Omdat u niet in staat bent, het geheel te overzien, U kunt er alleen in opgaan.

  • Ondanks het feit, dat de som van de details groter is dan ieder deel afzonderlijk?

Je zou het misschien zo moeten zeggen: de essentie van elk detail is de weerspiegeling van de mentaliteit. Maar wie de totaliteit beschouwt, kan haar niet beseffen, omdat je verdrinkt in de details, waaruit ze is opgebouwd.

  • Je zou dus kunnen zeggen: alles wat je onder woorden kunt brengen, kan mogelijk zijn.

Je moet zelfs verder gaan: alles wat denkbaar is, is waar. Maar het is niet hier en nu waar. En wanneer je de waarheid van het wonderlijke wilt beseffen, alleen door de onmogelijkheid te beseffen onder deze omstandigheden; zodat ik beseffen kan dat er andere omstandigheden zijn, waar het wel mogelijk is. Want dat kun je vaak niet. En dat is eigenlijk het hele beginsel, ook weer van het detail, hè? Wanneer ik besef dat alles gelijktijdig is bv., dan kan ik mij niet meer voorstellen dat wij leven in tijd. Toch is Nirwana ergens de gelijktijdigheid van het totaal en daardoor de evenwichtigheid, waarin de perfecte rust wordt gewonnen.

En als je dat zo bekijkt, dan ga je vanzelf zeggen: ja, wat U zegt is juist; alles, wat onder woorden wordt gebracht, is waar. Alleen is het niet nu waar. En, zoals wij het nu willen verstaan, waar. Maar waar is het. Begrijpt u? En dat is nu alles, wat zen probeert te doen met alle methoden, met alle leringen, met alle training; om je zover te brengen dat je niet meer gehinderd wordt als het ware door jezelf en kunt beseffen dat alles waar kan zijn, ook, wanneer het nu geen onmiddellijke waarheid schijnt te zijn.

  • De meditatie is toch uiteindelijk een prikkel van de waarneming, die je doet?

Ja eh. Mag ik daar een gekke vergelijking voor gebruiken? Dan kunt u ook zeggen: Spijsvertering is uiteindelijk alleen maar de verwerking van het happen, wat je doet. Je zou kunnen zeggen dat de meditatie de poging is, om een synthese te vinden tussen jezelf en de totaliteit aan de hand van het zintuigelijk erkende, of geestelijk erkende.

  • Ja goed, maar heeft de Griekse, de joodse en van daaruit de romeinse en ook het christelijke geloof dat in wezen in zich?

Elk geloof draagt in zich een dergelijke weg. Het opvallende is dus alleen – en daarom heb ik daar ook zoveel aandacht besteed, aan de origine van zen; ik heb er nogal wat over willen zeggen. Ik weet niet of dat me lukt is, maar ik heb het geprobeerd; en hij die poogt, is waardig, zegt men wel eens, maar ik heb geprobeerd duidelijk te maken, vanuit een bepaald standpunt, vanuit een bepaald denken kom je tot zen. En dat zen in zichzelf alleen maar het vinden van werkelijkheid is. Maar in het christendom zou het eigenlijk precies zo moeten zijn. Maar het christendom weet er geen raad mee, want Jezus zegt op een gegeven ogenblik: Waarlijk, wie niet zijn vader en zijn moeder haat en alles achterlaat voor mij, zijn bezit vergetend en zijn kruis opneemt om mij te volgen, kan niet enz. enz. Vrije weergave van Lukas naar ik meen 16. (14:26). Dus, daar zit ook weer hetzelfde in: de onthechting, de beheersing. Maar wat hebben ze ervan gemaakt?

En het wonderlijke is nu eigenlijk dit, in deze tijd. Ik wijk misschien af, maar dat vergeeft u mij even, hè? Het christendom is een gewoonte geworden. Er zijn in het christendom een aantal dingen, daar mag je niet eens vragen: Zijn ze waar? Of je krijgt de hele wereld op je nek. Ik mag niet meer vragen: Is het juist? Want het staat geschreven. En daardoor is de mens eigenlijk terechtgekomen in een reeks van christelijke rationalisaties, die misschien in de maatschappij erg nodig en aanvaardbaar waren, maar die gelijktijdig een volledige ontkrachting van de inhoudelijke waarde van het christendom hebben ingehouden. En daarom is het Oosten voor de mens van vandaag zo belangrijk. Niet, omdat hij daarbij het christendom behoeft achter te laten, maar omdat een nieuwe wijze van denken, een meer concreet leven vindt, in plaats van de dooddoener: wij zijn verlost door het bloed van de Heiland, en als we maar gehoorzaam zijn en doen wat onze meerderen zeggen, komt het wel voor elkaar!

De moderne mens weet niet eens meer, wat een evennaaste is. Hoe kan hij dan weten wat naastenliefde is? Je naaste is niet de mens die daarginder loopt. Het is de mens die hier vlakbij is. Zolang hij vlakbij is, is hij je naaste. Dat begrijpen ze niet eens. Ze begrijpen niet waarom naastenliefde noodzakelijk is. Ze zeggen: dat is de goedheid. Neen. De naastenliefde is het besef van gelijkheid, van een soort onderlinge verwisselbaarheid. Het is de christelijke uitdrukking van het Sanskriet: ‘Tat Tvam Asi’. Dat zijt Gij! Ik ben niet alleen mezelf, ik ben alles wat ik besef, alles wat ik zie. En dat ligt in die naastenliefde en in de leer die Jezus eraan verbindt. Jezus zegt ook: het is niet belangrijk dat je plichtsgetrouw bent, dat is helemaal niet zo belangrijk. Belangrijk is, dat je de noodzaak van de plicht erkend, waarop eigenlijk de hele gelijkenis van de verloren zoon is gebaseerd. Hij zegt: “Het komt er niet op aan wat je denkt of wat je gelooft, maar op wat je doet!” De barmhartige Samaritaan. En zo kun je doorgaan.

Dat zijn de mensen gewoon vergeten. Het Christendom is een sleurtje geworden, dat door deskundigen ontleed wordt, dat gepredikt wordt in duizend-en-één vorm en langzaam maar zeker een kruising is geworden tussen bijgeloof en sociaal werken.

En nu komt het Oosten met zen, met yoga in de verschillende vormen enz. en confronteert je met iets, waar je nog niet die vastgeroeste gewoonten hebt. Iets, waarbij het weer aankomt op jezelf. En daarom is het belangrijk. Zen is niet belangrijk, omdat het iets brengt wat er nog niet is. Zen is belangrijk, omdat het je confronteert met een zelf streven, dat je in het christendom niet meer vinden kunt, omdat je omgeven wordt door goede christenen, die alles doen, behalve doen wat noodzakelijk is. Mensen, die voortdurend bezig zijn met je op je zonden te wijzen en die ondertussen hun eigen gangetje gaan. Trouwens, in het christendom is het tegenwoordig ook: zonde is alleen datgene waarop je betrapt wordt. En een heilige is hij, die in de tijd dat hij leefde, hoopte erkend te zijn. Neem me niet kwalijk, dat ik het zeg, maar het is toch zo.

En juist daarom is het niet oninteressant om je bezig te houden met dingen als zen, is het belangrijk te begrijpen dat in die andere wereld misschien zen ook al een beetje een sleursysteem wordt. En dat we, als we ons aan die sleur aanpassen, dat we te gronde gaan eraan, maar dat, wanneer we het begrijpen als een persoonlijke beleving, iets wat in onszelf werkt, wat een beheersing van het eigen ik wordt en door die beheersing en de erkenning van het detail, waarin het geheel zich openbaart, de sleutel tot de beleving van die totaliteit vinden, die dan in ons berust; zoals in het christendom staat: “Want waarlijk, de sleutel van het Koninkrijk ligt in u, het Koninkrijk ligt binnen in u.” Maar dat begrijpen de mensen niet.

En daarom was het de moeite waard, om vandaag het één en ander over zen te zeggen, dacht ik. En ik heb het misschien niet zo perfect gedaan, als u verwacht had. Dat is ook helemaal niet nodig. Belangrijk is, dat u begrijpt, dat het erom gaat: Je moet jezelf meester zijn. Uw lichaam moet u niet dicteren, wat u doet, uw besef moet uw lichaam dicteren, wat u moet doen. Uw lichaam moet in staat zijn te leven in deze wereld, want daarvoor is het hier. En daarom moet dat lichaam niet alleen beheerst worden, maar het moet zoveel mogelijk in juiste harmonie met de werkelijke, met de natuurlijke loop der dingen bestaan. Want hoe verder je het losmaakt van de natuur, hoe afhankelijker het zal worden van onnatuurlijke zaken en waarden en daardoor voor jezelf onbeheersbaar. Je wordt meer slaaf, naarmate je meer als het ware vraagt naar het bewerkte product, gelijktijdig afwijkt van het vermogen, om het onbewerkte product te aanvaarden en eventueel te verwerken. Daarom dat dieet, daarom die lichaamsoefeningen en daarom die meditatie.

  • Mag ik over die meditatie nog iets vragen? Het is mij nog niet duidelijk, waarom er door die leraren zulke onzinnige dingen worden gesteld. U zei bv.: Hoe rijdt een kar zonder wielen? Maar hoe moet je daar nu over nadenken? Dat snap ik gewoon niet.

Nu, dat is heel eenvoudig. Omdat wij gewend zijn te denken, dat een kar alleen kan bestaan, als hij wielen heeft.

  • Hij kan wel bestaan, maar zonder wielen kan hij niet rijden. Je mag niets anders in die vraag zien.

U moet beseffen dat de functies aan elkaar verbinden, zoals u zegt: zonder wielen kan dat ding niet rijden. Het kan wel! Alles kan! Alles is mogelijk. Dat moet u beseffen. Niets is onmogelijk, wanneer ik maar afwijk van de geplogenheden, zoals ze er zijn. Hoe applaudisseert een man met één arm? (Klopt met zijn ene hand op tafel).

  • Ja, dat kan ik nog wel volgen.

Dat kunt u wel volgen. En die kar zonder wielen kunt u ook volgen, als u eventjes erop ingaat. En de meditatie van zen is juist niet gericht op het mooie versieren van het bekende, maar op de confrontatie met de onzinnigheid van onze vooropgezette meningen. Alles is mogelijk. Het heelal is perfect, het is alomvattend, er is niets denkbaar, er is niets te zeggen, er is niets te tekenen, op welke wijze ook te uiten vanuit ons, wat niet waar is, wat mogelijk is. Er bestaat geen onmogelijkheid in de totaliteit. En zodra ik het besef van die mogelijkheid krijg, zal ik misschien ook een deel van die mogelijkheid ook hier en voor mijzelf kunnen realiseren. Dat is hetgeen waarop de meditatie gericht is.

  • U bedoelt dus: afstand nemen van het waarneembare?

Neen. Afstand nemen van het vooropgestelde.

  • Maar ik vind het zo alternatief.

Het is geen alternatief, dat is het juist. Dat is erg modern, hè. Deze wereld heeft het voortdurend over alternatieven, maar die bestaan niet. Er bestaan geen alternatieven, tenzij wij uitgaan van een beperking aan beide zijden, namelijk het ene punt, waartegenover we het andere als alternatief stellen, dan moeten we ze beide beperken, begrenzen. Maar die begrenzing is niet deel van de werkelijkheid, ze zijn organisch geheel met de totaliteit. En als wij die tegenstelling maken als alternatief, dan laten we de dingen botsen. Maar we moeten ze beseffen als een eenheid, we moeten zien hoe ze in elkaar vervloeien, hoe ze aan elkaar als het ware verbonden zijn, hoe ze zonder elkaar niet kunnen bestaan. Zoals er geen licht kan zijn voor ons besef, wanneer er geen duister is, maar het duister niet ervaren kan worden, tenzij we licht kennen. Licht en duister zijn één geheel, ze zijn niet twee dingen. Ze zijn voor ons de aan- of afwezigheid van een voor ons waarneembare prikkel, maar ze zijn geen absolute tegenstellingen.

Goed en kwaad, ach lieve mensen, – ik ga me gewoon nog opwinden ook – dat is helemaal niet volgens de regels van het zen-systeem, dat is geen zen, dat is de zenuwen, zo langzamerhand … (hilariteit). Luister goed. Dat is goed en dat kwaad. Goed is datgene, wat ik goed noem en kwaad, datgene wat ik afwijs. Waarom ik het doe, is verder niet belangrijk. Het is een oordeel, dat goed en kwaad vormt. En dat ik mij daarbij refereer aan anderen, is mijn zaak. Maar goed en kwaad zijn geen vaste waarden, geen onveranderlijke waarden. En als de mensen zeggen: God heeft goed en kwaad geschapen, dan zeg ik: nou, dan hebben jullie een mooie voorstelling van God. Want God heeft alle dingen geschapen. En als God heeft gezegd: En er staan twee bomen, van deze mag je wel een appeltje hebben en van die niet, dan is hij kennelijk een mens geweest. Net als de pastoor of de dominee, die zegt: dat zijn de goede appeltjes, die zijn van mij, de andere, daar mogen de kindertjes wel eens wat van jatten. Dat zeggen de mensen, die maken die tegenstellingen.

Maar moet er dan een Boom van Kennis van Goed en Kwaad zijn en een Boom van Eeuwig Leven? Is er niet één Boom des Levens, die tezamen omvat de kennis van goed en kwaad, de essentie van levende kracht en de totaliteit waardoor je kunt komen tot God. Dat moet je gaan begrijpen. Je moet niet denken in tegenstellingen of in antithesen of wat anders. Je moet denken in een éénheid. Je moet begrijpen hoe in alle schijnbare onmogelijkheid, het mogelijke toch ontstaat, niet alleen maar als een concrete waarde, maar als een totaliteit, waaruit alles voor een ogenblik gerealiseerd kan worden, zonder dat die totaliteit verandert en dan weer kan opgaan in die totaliteit. Je kunt het evenwicht niet vinden, wanneer je je voortdurend bezighoudt met tegenstellingen. Je kunt het evenwicht pas vinden, als je jezelf hervindt, als deel van een geheel, dat niet noodzakelijkerwijze weer door zijn eigen streven dat geheel ook dient te dirigeren of te veranderen, maar dat door zijn beleving en aanvaarding van het geheel zichzelf beleeft en aanvaardt, zoals het binnen het geheel moet zijn.

O, jonge, jonge. Na deze uitbarsting mijn excuses, maar ik hoop, dat ik iets duidelijk heb gemaakt.

Zo, dan zijn we zo langzaam maar zeker weer aan het punt gekomen, waar we moeten gaan pauzeren. Ik heb mijn best gedaan, dat heb ik daarnet ook al gezegd. En voor de rest zou ik dit willen zeggen: Wanneer u zich interesseert, niet alleen voor zen, maar voor al die nieuwe en oosterse denkwijzen en systemen, realiseer u dan één ding: dat hun belangrijkheid vooral daarin ligt, dat ze u losmaken uit een sleur van onnadenkendheid, van onnadenkende ervaring. Een mens, die bewust is, kan vanuit elk punt vertrekken en God vinden. En een mens, die alles wel gelooft, die zal merken dat God hem wel gelooft, zal die God niet bewust kunnen ontmoeten.

Wij zijn het, die vanuit onszelf waar moeten maken. En wanneer dat in de praktijk van zen zo sterk op de voorgrond komt, is dat misschien een reden te meer om ons eens af te vragen, waarom wij dan onze eigen geloofswaarden, die wij als kind misschien hebben meegekregen van onze ouders en nu nog steeds op de één of andere manier beleven, dan zo abstract behandelen als iets, wat er is voor de zondag, in plaats van het te zien als een systeem van leven.

Tweede deel

Vragen

Ik hoop dat u allemaal een aangename pauze hebt gehad, vrienden. We zullen nu beginnen eerst met wat er schriftelijk is binnengekomen, wat u over het onderwerp te zeggen hebt en wat verder ter tafel komt, zover dat mogelijk is. Mag ik beginnen?

  • Er wordt wel eens beweerd, dat zen zijn oorsprong vindt in de zogenaamde bloemenpreek van Boeddha.

Ja, dat wordt inderdaad beweerd, dat ben ik volledig met u eens. Juist is het niet. Ik dacht dat ik dat in mijn inleiding voldoende had aangetoond door te wijzen op het feit dat hierbij niet is uitgegaan van de bloemenpreek zelf, althans niet in de praktijk, maar dat men dus is uitgegaan van eigen volkskracht en overleveringen, waarbij zelfs een vertekening van de filosofie heeft plaatsgevonden, welke, zoals ik u duidelijk heb gemaakt, via China naar Japan is gekomen.

  • Leidt de poging, de sleur te doorbreken, niet tot andere gehechtheden: gehechtheid aan dit pogen, gehechtheid aan de discipline van het lichaam en wordt za-zen geen soezen?

Ja, in ieder geval een hoop soesa, en in ieder geval niet de naam van de marsmuziek. Maar wat ik zeggen wilde is eigenlijk dit: een absolute onthechting is voor de mens eigenlijk niet denkbaar. Maar, wanneer hij komt tot een onthechting van de sleur, zoals die nu bestaat, dan zal hij misschien terugvallen op gehechtheid aan bepaalde sleurtjes van zichzelf. Maar daarmee staat hij in tegenstelling tot het geheel, doordat bovendien zijn gehechtheid ook nog weer is gericht op het doorbreken van alle sleur. En daarmee krijg je dan niet, zoals u denkt, het indommelen in het volgen van de juiste discipline, maar eerder in jezelf de vraag, in hoeverre die discipline juist is en daardoor een voortdurende aanpassing van de discipline aan uw innerlijke behoefte. En ik dacht, dat dat goed was.

  • Ja goed, maar in hoeverre past dat dan in het kader van dit gevoelen, dat louter verstandelijk redeneren welke discipline je jezelf oplegt niet juist is, aan de andere kant je de overtuiging hebt: toch is het voor mijn lichaam het best? Dan moet je een keus maken, waar je zelf niet uitkomt, verstandelijk.

Ik dacht, dat je – en dat is één van de dingen, die de mensen nooit begrijpen – op een gegeven ogenblik komt tot een eigen symboliek. En dat is een persoonlijke eigen taal. Ja, hoe moet je dat uitdrukken. ‘t Is net algebra. Algebra is een methode, een stelkunde, waarmee je dingen zegt op een wijze, waarop je ze met gewone woorden alleen veel moeilijker zou kunnen zeggen. En op dezelfde manier kom je dus tot een reeks van symbolen, die je eigen taal worden. En het wonderlijke is nu dat die taal nu de tegenstellingen niet meer kent, die u kent. Omdat namelijk de discipline: het is goed voor mijn lichaam, niet meer geldt; daar u niet meer zegt: het is goed voor mijn lichaam, maar u zegt: het is goed voor of het is niet goed voor. Dat is dan nog wel egocentrisch, zoals elke mens ergens is en blijft, maar het is in ieder geval niet zo sterk sleur gebonden als u schijnt te veronderstellen. Het verstandelijk redeneren is in zen eigenlijk geworden tot de aanvulling van het innerlijk beleven, het is de uitdrukkingsmogelijkheid.

Je zou het misschien zo moeten formuleren – ik heb niet zoveel tijd, dus ik moet het kort doen – ik zou het dan zo zeggen: De logica is een methode, die wij in ons denken dienen te hanteren, omdat ons denken beperkt is tot een reeks samenhangen, die wij kunnen overzien. Op het ogenblik echter dat wij innerlijk kennis maken met niet overzienbare, niet stoffelijk overzienbare samenhangen, is deze logica als zodanig niet meer bruikbaar, omdat wij in een reeks van onzekerheden ons bewegen. En dan komt men als vanzelf tot vervanging dus van het denken door de beleving en het vervangen van het weten door de wijsheid. Ik hoop dat ik het goed heb uitgedrukt, ik heb geprobeerd het kort te zeggen.

  • Het overnemen, het aanvaarden van stellingen en denkbeelden, niet op een klakkeloze wijze, maar niet-klakkeloze wijze, is dat nu wel altijd onjuist?

Nee, ik acht het niet onjuist. Integendeel. Ik geloof dat men elke stelling, die men voor zich aanvaardbaar acht, onder voorbehoud dient te aanvaarden, waarbij het voorbehoud is dat de stelling op zichzelf bewijsbaar in uw eigen beleven en bestaan. Dus, ik geloof dat je overal het bewijs voor moogt vragen. En dat kan een innerlijk, het kan zelfs een emotioneel bewijs zijn, maar het kan net zo goed een zuiver materieel bewijs zijn. Maar wanneer je een stelling accepteert, dan moet je dat doen onder het voorbehoud dat die stelling juist moet blijken. En dan moet je de stelling zelf – ik geloof, dat dat ook belangrijk is dat erbij te zeggen – nimmer zien als een voltooide constatering, maar als een werkhypothese, waarop je je eigen verdere ontwikkeling baseert. Dat geldt niet voor alles wat hier gezegd is, tussen twee haakjes, hoor.

  • Wat is verschil en overeenkomst tussen zen en de geestelijke oefeningen van Ignatius. Hoe waardeert U deze laatste?

Ik zou zeggen dat zen in zijn oefeningen veel overeenkomst vertoont met de disciplines van Ignatius van Loyola. Dat het grote verschil is in de gerichtheid.

Bij zen is de gerichtheid uiteindelijk kosmisch en niet bepaald in één onderwerp of één weg. Bij de discipline van Ignatius gaat alles om de beleving van een eigen facet van de totale waarheid en wordt het gehele ‘ik’ en alle mogelijkheden daarvan, ondergeschikt gemaakt aan diezelfde beperkte waarheid, zodat een verdere ontdekking of ontwikkeling daarvan slechts kan voeren tot verstandsoefeningen, waarbij ze wordt terug geredeneerd binnen de bestaande perken. En dat is dus één van de redenen, waarschijnlijk, dat de Jezuïeten in de redeneerkunst vaak uitblinken.

  • Hoe beoordeelt U die als geheel, als weg?

Als weg geloof ik, dat ze zeer hoog is aan te slaan, omdat het voor de mens een methode is, om tot mystieke beleving te komen en in deze mystieke beleving, tenzij men zich aan een bestaand voorstel tevoren heeft gebonden, de werkelijkheid van het leven, van het geheel van het bestaan als het ware, bereikbaar wordt voor het ego. Maar ik maak er dus een voorbehoud bij; ik zeg: je moet het niet doen, op één stelling gericht, want dan wordt het gevaarlijk.

  • U zegt: als je je niet aan één voorstelling hebt gebonden. Maar dat is moeilijk naarmate je steeds meer Jezus ziet en ervaart, ben je steeds meer gebonden aan die ervaring.

U mag de gebondenheid aan ervaring hebben, maar niet aan stelling. Laten we het heel eenvoudig stellen. De oefeningen van Ignatius moeten voeren tot een absolute zelfdiscipline, een absolute geestelijke eenheid met de totaliteit in totale onderwerping aan het gezag, dat in die totaliteit gesteld is. En in dat laatste zit het haakje. Het is namelijk zo dat dit totale gezag niet kan bestaan, tenzij het uit de totaliteit voortvloeit en dan nimmer tevoren, en zeker niet in een bepaalde vorm en samenhang, gesteld kan worden.

Laat ik het anders zeggen. Wanneer ik uitga van het feit, dat ik een innerlijke waarheid wil nastreven, dan is het systeem van Ignatius bruikbaar, tenzij ik daarbij poneer dat ik mij moet onderwerpen aan het onfeilbaar gezag van de paus en de heilige kerk, waarmee ik dan gelijktijdig mijn eigen belevingsmogelijkheden afsnijd. En een groot gedeelte van mijn eigen beleving in plaats van een zelf ontdekking maak tot een innerlijke verdeeldheid, waarbij ik het beste in mijzelf soms bestrijd, om datgene wat ik goed acht in mijzelf te kunnen handhaven.

 Ja, u lacht erom, maar het is toch zo?

  •  U stelt dus, wat een zenpriester vraagt. Maar wij leven hier in een westerse maatschappij en de oosterse is zeer verschillend van de onze. Wij worden veel meer geconfronteerd met allerlei welvaartsmethoden en waarneembare dingen, die het Oosten heel anders beleeft. Is het dan voor een westerling niet veel moeilijker, om zen, zoals U het naar voren hebt gebracht, te beleven.

Dat ben ik volledig met u eens, dat het erg moeilijk is. En ik geloof zelfs dat je daarbij moet zeggen, dat het voor de westerling ook heel moeilijk schijnt te zijn, om het christendom te ontdekken. Met andere woorden: door een voortdurend grotere gebondenheid aan uiterlijkheden, komt men tot een ondergeschikt maken van het geheel van het innerlijk aan de uiterlijke verschijnselen, vormen, normen en bereikingen, waardoor men gelijktijdig zijn innerlijk ik voortdurend verloochent; zo een voortdurend grotere spanning wekkende tussen hetgeen men innerlijk is en datgene, wat men uiterlijk probeert te zijn. Dat is toch het hele probleem van uw maatschappij?

  • Ja, dat het geen vluchtmogelijkheid meer overlaat uit de werkelijkheid (rest van de zin niet verstaanbaar)

Nu moet ik zeggen dat als ik die werkelijkheid bekijk, ik degene, die ervoor vlucht, kan begrijpen. Maar ik ben het met u eens, het mag geen vlucht voor de werkelijkheid worden en ik geloof niet dat je dat op enigerlei wijze ooit moogt doen. Want de werkelijkheid is een reeks ervaringen, die je nu opdoet, en uit deze ervaringen kom je tot een zuiverder begrip van hetgeen je zelf bent. Maar het betekent nog niet dat je die ervaring dan ook moet limiteren tot de dan wel zeer materialistische definitie van aanvaardbaarheid, die uw eigen maatschappij pleegt te handhaven. Dat men daarnaast de innerlijke mystieke gebieden moet aanboren, dat men moet doodringen, zowel in de – ja, ik zou zeggen – werelden, die in elke mens geborgen zijn, licht en duister, als men ook zou moeten doordringen tot het geheel van het leven, de kracht, tot wie je behoort. Ik meen dat dat deel is van de werkelijkheid. En dat zoveel van het geestelijke, en occulte en innerlijke en mystieke, esoterische, enz. verworpen wordt, althans met voorbehoud wordt aanvaard in de maatschappij komt m.i. niet voort uit de fout(?), die in deze waarden en systemen zelf is gelegen, maar komt voort uit de angst van uw eigen maatschappij, op grond van innerlijke waarden, haar uiterlijke processen te moeten wijzigen. En die processen zijn, dat bewijzen we voortdurend sterker, in wezen verkeerd.

  • Maar komt het ook niet, doordat zenboeddhisme zo anders is. Ik heb ook de indruk, als ik deze materie zo eens nakijk, dat de oosterling, ondanks het feit dat hij minder of niet de godsdienst meer beleeft. Laten we het zo zeggen: Ofschoon wij dus het christendom belijden, dus de kerk enzovoort, dat de oosterling dit op zijn wijze veel dichter weet te benaderen en daardoor veel meer geneigd zijn om zen te beleven, omdat het christendom ons is opgelegd.

Ja. Ik weet, wat u zeggen wilt. Ik ben dat in zoverre met u eens, dat we uit moeten gaan van het standpunt, dat de westerse maatschappij bepaald wordt door het christendom, ook voor hen, die in zich nooit christenen geweest zijn. En dat betekent dus wel dat je binnen een systeem leeft. Ik dacht, dat ik in het, laten we zeggen, wat hartstochtelijk toevoegsel aan mijn uitspraken in het eerste gedeelte wel duidelijk had gemaakt, hoe ik dat zie. Ik geloof niet dat het voor de mens moeilijker is, om aan zenboeddhisme te doen, dan een waar christen te zijn. Maar ik ben er wel van overtuigd dat hij in beide gevallen in conflict komt met de maatschappij.

  • Omdat er meer indoctrinatie is.

Ja, uw hele leven is indoctrinatie.

  • Christus spreekt altijd in parabelen. En hij spreekt nooit een zekerheid uit, hè? Als ze vragen: moeten we de keizer betalen, dan zegt hij niet nee of ja, dan zegt hij: geef de keizer, wat des keizers is en god wat gods is. Dus maak jij nu maar uit, hoe je daarover denkt.

Ja, maar dat is nu juist het leuke. Wat Jezus heeft gedaan, dat is eigenlijk heel eenvoudig. Hij heeft tegen de mensen gezegd: kijk, op die manier leef je goed. En op die manier kun je kracht in jezelf vinden. En hij heeft dat trouwens aangevuld met een aantal leringen, die nooit in de evangeliën terecht zijn gekomen, ofschoon enkele daarvan indertijd wel aanwezig zijn geweest als additionele evangeliën, toen uitgemaakt werd welke de ware waren. Maar ja, u weet welke de ware waren zijn, hè? De ware waren zijn degene, die passen in de warenwet van degenen, die van alle waren het meeste op de hoogte waren. Ja, was het maar waar.

Maar, het is dus zo: In de evangeliën ligt niet de totale lering van Jezus van Nazareth. Dat is punt één. Punt twee: wat is opgenomen, daarvan is datgene wat hij openbaar, dus tegen ongelimiteerde menigten heeft gezegd. En daar heeft hij gesproken, zoals dat gebruikelijk was voor de leraren en rabbi’s van zijn tijd, namelijk in gelijkenissen, omdat het absolute ja en het absolute neen alleen aan God toekomt. En dat betekent dus dat we geconfronteerd worden met allerhande dingen die waar zijn en die een concrete waarheid stellen ook. Ik heb daarnet de ‘Verloren Zoon’ genoemd, of neem nu maar het ‘Zaad’, hoe dat terechtkomt, het is een concrete waarheid. Maar, die concrete waarheid wordt ons voorgesteld op een zodanige wijze, dat we het voor onszelf moeten verwerken. Ze moet namelijk niet worden gezien als een algehele waarheid, maar als een op mij, op het ego dus, toepasselijke waarheid. En de meest mensen ontkomen eraan, door anderen aan te stellen, die hen gaan uitleggen, hoe ze die dingen moeten vertalen op zo’n manier, dat ze er zo weinig mogelijk last van hebben.

  • U bedoelt dus een transcendentie boven het ritme van het leven?

Ja, het ritme van het leven wordt bepaald door allerhande verschillende omstandigheden. Maar er is een goddelijk ritme en dat goddelijk ritme is de eigen vibratie van onze ziel, de kern, die wij zijn. En deze benadering betekent God kennen, het Koninkrijk Gods. Daarom dragen we ook het Koninkrijk Gods in ons.

Maar, op het ogenblik dus, dat wij trachten daar tussenuit te knijpen door te zeggen: ja maar, ons huidige ritme is veel belangrijker dan ons innerlijke eigen ritme, dan zullen we als vanzelf die zaak afsluiten. Misschien is het een heel erg gemene opmerking, maar ik zou willen zeggen: de leer van Jezus ging teloor op het ogenblik, dat het christendom een georganiseerde kerk werd. En dat begon in Byzantium.

  • Ik dacht, dat sommige van Uw sprekers toch de weg van overgave en naastenliefde wel vollediger prefereren of beter achten dan de bewustzijnswegen of de yoga wegen.

Ja, dat is maar een kwestie van voorkeur. Ik, geloof dat je dat het beste kunt uitdrukken als iets van maatschappelijkheid. Er is een A-weg en er is een B-weg. En de A-weg is beton, rede; de B-weg is ergens in feite emotionaliteit, maar ze voeren beide tot hetzelfde doel. Ze zijn beide in de praktijk, ook wel even snel afgelegd.

Maar wanneer ik dus uitga van zen, dan moet ik uitgaan van deze harde weg van besef. En nu zou ik er graag één ding aan toe willen voegen: Wanneer we beginnen over verdraagzaamheid – neem me niet kwalijk, hè, ik spreek voor mijn eigen standje even, maar ‘t hoort er wel bij – dan praten we in feite over het vermogen aan anderen toe te laten, anders te denken. Dat is het wezen van verdraagzaamheid. Dat is dus, niet willen normaliseren en zeker niet aan jezelf onderdanig willen maken. En dan krijgen we naastenliefde. Maar hoe kan ik een naaste liefhebben, wanneer ik hem alleen liefheb, wanneer hij is, zoals u bent. Wij zijn christenen, broeders en zusters onder elkaar en die verrotte heidenen zal God wel naar de hel schoppen. Ja, dank u. Dat heeft niets meer met naastenliefde te maken. Dat is doodgewoon eigenwaan en een clubfanatisme, dat nog erger is dan voor Ajax of Feyenoord.

  • Maar vindt U dat niet in alle gelederen van de maatschappij?

We vinden het overal. We vinden het zelfs helaas in deze groep. Trouwens, deze groep heeft een collega van mij ook eens een keer omschreven en toen zei hij, tot ergernis waarschijnlijk van sommigen, maar volgens mij niet onjuist: Kijk eens, de Orde der Verdraagzamen is een orde, waarin de leden onderling twisten over de vraag, wie het verdraagzaamst is. En dat is gewoon een korte omschrijving van iets wat we overal vinden. In de kerken zijn ze met elkaar aan het twisten, wie het meest waar kerkelijk is. In plaats dat we leven naar datgene wat we voelen dat goed is, gaan we erover vechten, wie beter is. Maar het heeft geen zin om beter te zijn, als je maar goed bent. Want daar, waar je goed bent, bestaat beter niet. Dus goed zijn is het beste. Het klinkt gek, maar het is niet onjuist.

  • Ik heb zo’n beetje het idee, dat zen toch iets specifieks van mannen is. Het is zo volmaakt formeel, dat het specifiek voor mannen is. Ik geloof niet dat een vrouw het volgen kan. 

Nu, ik ben het niet geheel met u eens. Er zijn namelijk vrouwenkloosters ook, die de zen-weg volgen

  • Ja, maar dat is toch een uitzondering, lijkt mij.

Ik geloof dat de vrouw eerst dan een uitzondering wordt op het ogenblik dat haar seksegenoten zeggen, dat het is. Het verschil tussen man en vrouw is klein. Voor de mens natuurlijk belangrijk, al is het verschil klein, maar in werkelijkheid kan de vrouw alles wat de man kan, ze kan elke weg volgen, die de man volgen kan. Met één klein verschil ook weer en dat is, dat de vrouw altijd sterker de emotionele weg zal volgen, terwijl de man geneigd is, rationeel te beginnen. Maar het wonderlijk is, dat beiden op dezelfde weg met hun verschillende benadering gelijke resultaten kunnen behalen.

image_pdf