Ziektebeeld en innerlijke disharmonie

Er is een verband te leggen tussen het ziektebeeld zoals dit wordt geconstateerd en de innerlijke disharmonie van de patiënt. Hierover zouden zeer veel gegevens verstrekt kunnen worden. Ik wil mij echter in deze inleiding tot enkele gegevens bepalen. Bij het werken aan de lopende band blijkt dat ongeveer de helft van de mensen, die daaraan werkzaam zijn, lijden aan verschillende kwalen zoals hoofdpijn, vergeetachtigheid. en daarnaast onbeheerstheid van temperament. Als deze mensen, behorend tot de genoemde 50 % een ongeval krijgen, vergt de genezing aanmerkelijk langere tijd dan normaal. Verder blijkt dat bij een normaal ziektebeeld veelal complicaties optreden en dat deze grotendeels voortkomen uit de bloedsomloop. Het zal U duidelijk zijn dat hiervoor een verband moet worden gezocht.

Als wij uitgaan van de norm, dan blijkt dat het aantal complicaties bij normale ziekten ongeveer 60 % hoger is. Gaan we na wat de vertraging van genezing bij bv. botbreuken en dergelijke ongevallen betreft, dan is deze 45 % hoger dan normaal. De enige conclusie, die men kan trekken is dat hier de werkomstandigheden een grote invloed hebben. Waaruit bestaan die werkomstandigheden?

In de eerste plaats worden korte bewegingen herhaald, meestal zeer geconcentreerd waarbij de voortdurende herhaling toch concentratie vereist. Bij lopende banden voor kleinere producten zal de gemiddelde duur liggen op ongeveer 7 seconden bij elke herhaling, soms 10 sec. Bij de grotere lopende banden waar een grotere activiteit is, zal een soortgelijke herhaling optreden elke 3 á 5 minuten. Dit werkt geestdodend.

In de tweede plaats is het uitermate frustrerend, omdat elke vergissing wordt bestraft doordat men niet de mogelijkheid heeft deze te herstellen dan door een extra inspanning. Enkele van die vergissingen per dag zijn dus al voldoende om een gevoel van wanhoop te geven. Dit werkt weer in op de bloedsomloop, de bloeddruk loopt op, het zenuwstelsel is sterk gespannen. Overspanning komt trouwens in deze gevallen nogal eens voor. Als er dan een ziekte optreedt, hebben we te maken met een lichaam waarin bepaalde fouten a.h.w. geconditioneerd zijn. Het resultaat is duidelijk: de ziekte zal niet alleen haar eigen symptomen vertonen, maar zal bovendien bestaande symptomen, die normaal onderdrukt worden, nu kenbaar maken. Het gevolg is; complicatie. Het is hinderlijk voor een juiste diagnose en daarbij ook uitermate vertragend voor de genezing. Dit is een enkel voorbeeld uit de moderne werkomstandigheden. Laten we nu eens kijken of we nog vormen kunnen vinden van een dergelijke innerlijke spanning of disharmonie op een ander vlak.

Als we te maken hebben met mensen die regelmatig aan ondraaglijk geluid worden blootgesteld (denk eens aan bulderbanen e.d.), dan blijkt hierdoor eveneens de hersenfunctie enigszins te worden aangetast. Er ontstaat een voortdurend groter wordende frustratie. Een gevoel van machteloosheid speelt hierbij natuurlijk een rol, daarnaast echter een grote prikkeling van het zenuwstelsel en grote variatie van hartfunctie en bloeddruk. Dit betekent dat het lichaam zelf al niet harmonisch is. Normaal kan een mens deze prikkels toch nog wel verdragen en verwerken. Nu kan er een klein voorval zijn bv. in de huiselijke kring. Dan zal dit voorval de aanleiding worden tot een zo grote innerlijke disharmonie, dat de uiterlijke belasting niet meer te dragen is en ineenstorting volgt. Ik citeer hier een geval dat in de praktijk bewezen is. Het zal u verklaarbaar voorkomen, als ik het u zo voorleg, want dat innerlijke disharmonie door dergelijke omstandigheden wordt veroorzaakt, weet iedereen wel.

Iets wat men minder goed beseft, is dat een mens, die een taak op zich neemt of een gezag uitoefent waarvoor hij eigenlijk niet geschikt is, eveneens disharmonisch wordt. Want deze mens moet voortdurend presteren dan hij werkelijk kan. Hij moet beslissingen nemen, terwijl hij bang is te falen. Ook dit is een voortdurende belasting voor het lichaam. We weten dat bij zeer veel van deze mensen maagzweer voorkomt en daarnaast ook vaak hartinfarct. Dat wijst erop dat bepaalde delen van het lichaam hierdoor ook worden beïnvloed. Nemen we de spanning weg, dan blijkt een maagzweer zeer snel te kunnen verdwijnen. Indien we de spanning werkelijk kunnen wegnemen ‑ en dat gaat soms zelfs langs geestelijke weg ‑ dan kan een maagzweer, die nog niet tot een maagperforatie is geworden, in ongeveer 2 á 3 weken genezen. Is er sprake van in beginnende perforatie met een lichte doorboring van de maagwand, dan is zelfs onder deze omstandigheden nog genezing te bereiken met geestelijke middelen. Maar ook dan moeten we eerst de patiënt harmonie geven, daarnaast kracht en dan is de gemiddelde tijd van genezing daarvan ongeveer 6 á 7 weken. Ook hier dus weer innerlijke vermoeidheid, verstoordheid, onevenwichtigheid, die voeren tot ziektebeelden.

Ik heb u dit voorgelegd aan het begin van deze inleiding, opdat van te voren duidelijk stellen, dat de door mij gestelde relatie tussen ziektebeeld en innerlijke disharmonie aanwezig is. De hoop, dat niemand van u dit zal bestrijden.

Laten wij nu eens nagaan met welke verschijnselen we verder te maken krijgen, als innerlijke disharmonie als eerste oorzaak wordt aangenomen. Normaal ga je uit van het standpunt: er is een kwaal en de disharmonie maakt die erger. Maar je kunt het ook omkeren en stellen: als er een innerlijke disharmonie is, kan deze oorzakelijk worden voor gebreken en zwakke punten in het lichaam met als gevolg daarvan het ontstaan van een lichamelijk kwaal. Een van de meest bekende verschijnselen daarvan vinden we onder de verzamelnaam reumatiek.

Mensen, die het gevoel hebben dat de vele taken die zij verrichten eigenlijk net zo goed door anderen kunnen worden gedaan, maar geen verontschuldiging hebben en zich aan die onaangename taken te onttrekken, blijken bijzonder vatbaar te zijn voor reumatische aandoeningen. De meest voorkomende zijn: gewrichtsreumatiek en spierreumatiek vooral in armen en handen. In de voeten komt dat minder vaak voor. Wel zien we bij deze mensen ook vaak verstoring van de bloedsomloop. Hoe komt dat?

Deze mensen willen “ontvluchten”. Zij hebben geen reden tot ontvluchten, maar als hun lichaam zwak is of gebreken vertoont, dan hebben ze wel een reden. Het resultaat is niet alleen dat zij pijnen krijgen die reumatische worden genoemd, maar het gaat nog iets verder, door de continuering van een abnormale situatie in het lichaam, waarbij zelfsuggestie ongetwijfeld een grote rol kan spelen, ontstaat er op den duur lichamelijk werkelijk reuma die ten dele wel met medicatie en therapie te bestrijden is maar niet volledig. Het wonderlijke is dat deze mensen, als ze de kwaal eenmaal hebben, zich daardoor weer gefrustreerd voelen en nu “beter willen worden”. Zij willen zich echter wel lichamelijk beter voelen maar ze willen niet weer de volle aansprakelijkheid van een normaal mens aanvaarden. Het resultaat is over het algemeen: een veel grotere innerlijke gespletenheid, die zich dan weer in allerhande psychische verschuivingen en eventueel zelfs gebreken gaat openbaren, terwijl de lichamelijke toestand in wezen weinig verbetert. Ook verlammingen kunnen uit een dergelijke bron voortkomen. In al deze gevallen hebben we dus te maken met een niet‑aanvaarden van het leven zoals het is.

Een mens heeft soms een voorstelling van zichzelf, die anders is dan de waardering, die hij in de wereld vindt. Prompt begint hij dan in zichzelf allerhande energieën te misbruiken en wekt daardoor toenemend grote psychische spanningen op. Deze reflecteren op het zenuwstelsel en via het zenuwstelsel weer op het lichaam. Maar stel nu eens dat er geen direct beeld voortkomt uit de psychische spanning op zichzelf, dan betekent ze toch een verzwakking. En deze verzwakking van het lichaam betekent weer een verminderd weerstandsvermogen tegen eventueel optredende kwalen.

Dit is misschien een vreemd voorbeeld; in het verleden waren enigste kinderen heel vaak het slachtoffer van de verwenning en betutteling van hun omgeving. Dit veroorzaakte bij hen over het algemeen een zelfwaardering, die door de wereld niet werd bevestigd. Het valt op dat bij deze kinderen aanmerkelijk meer gevallen voorkomen van zware verkoudheden, pleuritis, longontsteking, dus meestal aandoeningen van de luchtwegen en ook z.g. zenuwastma. Daarnaast blijken ze ook veel meer kinderziekten achtereenvolgens af te werken dan algemeen gebruikelijk is. De conclusie is duidelijk; de innerlijke disharmonie, die in dit geval door een verkeerde inschatting tot stand wordt gebracht, resulteert in een grotere vatbaarheid voor ziekten.

Als we daarentegen gaan kijken naar kinderen, die soms heel zwaar worden belast (dat kunnen zowel zijn kinderen in een arm milieu die onmiddellijk moeten meewerken als kinderen in een groot gezin die eigenlijk de halve aansprakelijkheid voor dat gezin mede moeten dragen), dan blijkt dat zij veel minder deze vatbaarheid voor ziekten vertonen. Wel zien we bij hen – en dat is ook begrijpelijk ‑ bloedarmoede door verkeerde voedingsgewoonten, te grote inspanning en te weinig frisse lucht. Dat is dan lichamelijk verklaarbaar. Maar op het ogenblik, dat deze kinderen hun situatie niet meer aanvaarden, blijken ze plotseling weer vatbaar te zijn voor allerlei fysieke en psychische aandoeningen. In deze gevallen bestaat de compensatie ofwel uit een aantal zware ziekten, vaak zelfs verdergaande zodat daaruit misvormingen voor het leven voortkomen, dan wel een zodanig asociaal gedrag, dat geen werkelijk contact met de maatschappij meer wordt opgenomen. Milieu kan dus mede invloed uitoefenen. Het is dus noodzakelijk voor de mens om het zo nu en dan een beetje moeilijker te hebben. Daarmee zullen velen het in deze tijd niet eens zijn, maar misschien mag ik dan teruggrijpen naar het verleden en dat met het heden vergelijken.

Te vette voeding is ongezond. Ongeveer 50 jaar geleden werd over het gehele land genomen overmatig vette voeding gebruikt. Het aantal sterfgevallen en ziekten daaruit voortvloeiend was in verhouding niet groter dan nu wat aan de voedingsgewoonten wordt geweten.

Het overmatig gebruik van suiker is schadelijk voor uw organismen en ook de veroorzaker van tandbederf. In het verleden werd ongetwijfeld onder omstandigheden meer zoetigheid geconsumeerd dan door u. Daarbij trad echter niet overmatig cariës op. Als we ons bovendien nog realiseren dat er in die tijd van tandverzorging geen sprake was (men kende maar twee dingen, doorkauwen of laten trekken), dan is het toch wel opvallend dat men tegenwoordig daaraan zoveel euvelen wijt. Men heeft zelfs geconstateerd dat het vele eten van drop schadelijk is. Ik geloof niet dat Nederland als ’s werelds grootste dropetende natie – vooral in het verleden, toen drop nog een luxe was ‑ ooit heeft aangetoond dat dit op feiten berust. Toch is in deze tijd dat wel te constateren. Dan kunnen we zeggen; Die mensen hebben teveel verzadigde vetzuren, ze hebben teveel suiker, ze gebruiken teveel van dit en van dat. Maar het zou verstandiger zijn de zaak om te keren en ons eens af te vragen, of misschien de mentale toestand van de hedendaagse doorsnee-mens zodanig is, dat hij veel vatbaarder is voor schade dan voorheen. Dat lijkt mij een zeer belangrijk en interessant punt.

De mens van vandaag leeft te snel. Hij heeft geen tijd. om al zijn indrukken rustig te verwerken en te laten bezinken. Hij staat voortdurend onder pressie. Zijn wereld is vol van grotere en kleinere angsten. Voor zeer veel mensen, vooral in de z.g. beschaafde wereld, bestaat bovendien een gevoel van toenemend isolement. Als we deze factoren eens zouden opheffen en we zouden dan nagaan in hoeverre overmatig vette voeding, overmatig suikergebruik of dropgebruik schadelijk is, dan denk ik dat we tot de conclusie zouden komen dat deze ziektebeelden, die in deze tijd technisch kunnen worden vastgesteld en er zeer klaarblijkelijk zijn, ineens niet meer bestaan. En dat betekent, dat de innerlijke gespannenheid, de innerlijke onvrede van overwegend belang zijn bij het optreden van dergelijke kwalen en zwakten.

Nu is dit alles zuiver stoffelijk bezien. Er zijn natuurlijk ook, geestelijke zaken. Ik wil hier verschillende punten aanhalen om duidelijk te maken dat ook zaken als gelooft mystieke en andere aspecten een rol kunnen spelen in de gezondheidstoestand. Gaan wij na in hoeverre priesters, die het volkomen ernstig nemen met hun roeping, een hoge leeftijd bereiken, dan blijkt dat dit slechts geldt voor 30 %. Gaan we na hoe tegenwoordig de slijtageslag voor de geestelijke leiders is, dan blijkt deze nog aanmerkelijk groter te zijn en dat slechts 40 % de gemiddelde hoogste leeftijd of zelfs een iets hogere leeftijd bereiken. Waarom?

Als we geloven, gaan we uit van een innerlijke waarheid. Die innerlijke waarheid moet voor ons zo overstelpend zijn zeker als we optreden als geestelijke leiders van een groep dat er geen twijfel over bestaat en dat we uit een innerlijke zekerheid met grote mildheid ook zelf trouw kunnen zijn aan al datgene wat tot dat geloof behoort. Waar dit niet het geval is, ontstaan de wonderlijkste afwijkingen. Als we nagaan hoe het zit met de mensen, die meer denken aan de macht dan aan het geloof, dan zien we dat deze zodra ze de bisschopsrang of een hogere bereiken zeer hoge leeftijden plegen waar te maken. Het aantal kardinalen en belangrijke personen in de Curie, dat meer dan 90 jaar wordt, is werkelijk overstelpend vergeleken bij de rest. Men zou haast denken dat dit geloofsland een geestelijk Georgië is waarin de honderdjarige leeftijd niets uitmaakt.

Gaan we nu kijken naar mensen, die bepaalde mystieke scholen volgen, dan valt weer hetzelfde op. Indien ze met een bepaalde zelfverzekerdheid en een intense innerlijke beleving verdergaan, bereiken ze meer dan de gemiddelde leeftijd. Als ze echter voortdurend in conflict komen met zichzelf, onzeker zijn t.a.v. de leer en deze toch niet volledig eerlijk kritisch durven bezien, dan blijken zij minder dan de gemiddelde hoogste leeftijd te bereiken. Dit lijkt mij veelzeggend.

Ik noemde zo-even Georgië als een land waarin de ouderdom over het algemeen de honderd jaar nog wel kan passeren. Er zijn meer van die gebieden in de wereld. Kijken we naar de mensen die daar leven, dan valt het volgende op; Ze zijn beperkt gelovig. Hun geloof is voor hen in vele gevallen niets anders dan een mondbelijdenis, die dient om aan de uiterlijke riten van het leven vorm te geven. Ze zijn zeer ge­steld op waardigheid. Ze zijn werkers die gelukkig zijn met hun werk. Ze zijn vaak tamelijk strijdvaardig en hun agressiviteit kan zich ontla­den zonder dat ze ressentimenten met zich meebrengt. Zij zijn altijd geïnteresseerd in het leven en kunnen vooral de kleine dingen van het leven bijzonder goed waarderen, wat m.i. overeenkomt met innerlijke vre­de. Maar hoe moet het dan gaan met mensen, die onder precies dezelf­de condities leven ‑ dat komt toch voor ‑ en die voortdurend in dis­harmonie blijken te zijn met zichzelf? Een appreciatie voor het kleine is er wel, maar heeft altijd een bittere bijsmaak. Een gevoel voor de goede dingen des levens bestaat, maar er is ergens een ressentiment zonder dat ze weten waarom. Hier krijgen we te maken met een innerlijke disharmonie, die voortkomt uit een onjuist reageren op de incarnatiebehoefte van de geest. Ook dit speelt een rol. Een geest, die in een mens incarneert, doet dit om daarmee voor zich bepaalde mogelijkheden te verwezenlijken. Die zijn zeker niet altijd positief volgens de menselijke waardering, maar ze betekenen voor het ego een aantal belevingen waardoor een be­ter begrip van de totaliteit mogelijk wordt.

Nu wordt een mens geboren. Het doel dat gesteld is kan worden verwezenlijkt. Naarmate er doelbewuster wordt gekozen, wordt er een incarnatie gezocht die beter past bij het gestelde doel. Die mensen echter leven vaak in een omgeving waarin dat doel onaanvaardbaar is. In dergelijke gevallen zullen ze een keuze moeten maken: ofwel aanvaard deel blijven van het milieu, dan wel hun eigen weg gaan en verworpen door het milieu toch zichzelf zijn om zichzelf waar te maken.

Nu blijkt dat zij, die de eerste weg volgen ‑ ook als er uiterlijk daarvoor geen omstandigheden aantoonbaar zijn ‑ sneller sterven en wat dat betreft ook meer ziekten krijgen en meer ongevallen hebben dan degenen, die zichzelf zijn. Een wonderlijke conclusie, zelfs de geestelijke noodzaken spelen dus mede een rol. Wat mij brengt tot het tweede gedeelte van mijn inleiding.

Als er een innerlijk disharmonie is, dan is er zelden sprake van één enkel defect of één enkele kwaal. Degene die de kwaal geneest zal er altijd rekening mee moeten houden dat onder de direct kenbare symptomen er een tweede reeks niet zo direct kenbare symptomen verborgen is. Er is vaak een tweede kwaal die de genezing van de eerste bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt. Wie bij geestelijke genezing wordt geconfronteerd met een mens, die door disharmonie tot falen (ziekte) is gekomen, zal allereerst ervoor moeten zorgen dat de aangevoelde disharmonie wordt bestreden, want deze is belangrijker dan de lichamelijke symptomen. Een lichamelijk symptoom kun je onderdrukken en tijdelijk wegnemen, maar je kunt het niet doen verdwijnen, tenzij ook de oorzaak is verdwenen. Aantasten van de lichamelijk kwaal zonder gelijktijdig in te gaan op de geestelijke aspecten daarvan betekent lapwerk.

Harmonie is een belangrijk ding. Wanneer een geneesheer contact heeft met een patiënt en deze de geneesheer vertrouwt, dan blijken de voorgeschreven middelen en therapieën in de eerste plaats beter te worden opgevolgd; men neemt meer de juiste dosering van de medicijnen in, men doet wat is voorgeschreven. In de tweede plaats; zelfs als de geneesmiddelen niet werkzaam zijn, blijkt er toch een verbetering van de toestand in te treden. Bestaat deze vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt niet of nauwelijks, dan zal niet alleen de neiging om de medicijnen volgens voorschrift in te nemen veel kleiner zijn, maar blijkt ook dat men eenvoudig niet reageert op de therapie. In al deze gevallen is disharmonie mede oorzaak van de kwaal.

Het geloof in de arts ‑ misschien het magische geloof zoals dat vroeger bestond ‑ of de aanvaarding van de arts als kundig en de meerdere op dit terrein is belangrijk, want hierdoor wordt een zekere vrede geschapen, namelijk het gevoel dat de kwaal inderdaad doelmatig wordt bestreden. Gelooft men dat niet, dan gebeurt er niets en wordt de kwaal alleen maar erger.

Er zijn heel veel voorbeelden te teven van een verkeerde benadering. Laat mij beginnen met een voorbeeld van een vrouw, in de onderbuik, een z.g. vleesboom. De oorzaak daarvan was niet alleen zuiver lichamelijk, daar de persoon in kwestie gescheiden was, onder wat moeilijke omstandigheden leefde en bovendien door een schuldbewustzijn werd gekweld t.a.v. eigen handelingen die te maken hebben gehad met de lichamelijke noden, die ook gescheiden en ongehuwden soms kwellen. Men had zeker operatief moeten ingrijpen; dat was onvermijdelijk geworden. Maar gelijktijdig had men de patiënt zekerheid moeten geven; het gevoel “dat het allemaal zo erg niet was”. Maar hier werd gesproken ‑ het was een religieus ziekenhuis ‑ over Gods genade, de noodzaak je aan God toe te vertrouwen, dat God de zonden straft maar de deugd beloont. Het resultaat was dat er een geestelijk trauma ontstond door deze overigens goed gemeende, vrome benadering en dat de patiënte 1½  jaar na deze operatie aan een hernieuwde woekering bezweek.

Ik stel hier tegenover het geval van een patiënt met beginnende kanker. De therapie van bestraling was in die tijd nog niet gebruikelijk. Men meende dat het een ongeneeslijke kwaal was. In dit geval kwam de persoon terecht in een ziekenhuis van Diaconessen, die geloofde dat God wonderen zou doen. En dit kwam in de verpleging en het onderzoek tot uiting. De arts, die dat kennelijk merkte, ging ook van datzelfde standpunt uit. De patiënt was gelovig. Het wonder gebeurde, er waren geen verdere uitzaaiingen van de kanker, en de patiënt leefde nog heel lang en laten we aannemen harmonisch en gelukkig.

Twee gevallen. In zekere mate met elkaar vergelijkbaar; in beide gevallen gaat het over woekering. In beide gevallen was het ingrijpen redelijk doeltreffend, maar niet overweldigend doeltreffend, dat is het zelfs in deze tijd nog niet altijd. De benadering waarbij de een het gevoel van schuldbewustzijn kreeg, terwijl de ander het gevoel kroeg van een goddelijke genade, maakt hier kennelijk het verschil uit tussen een direct herontstaan en een onverwacht felle woekering van de kwaal. Normaal neemt men aan dat, indien een dergelijke woekering (vleesboom) wel is weggenomen het ongeveer 4 á 5 jaar duurt voordat een volgende operatie noodzakelijk wordt. In het tweede geval; een ongeneeslijke kwaal werd genezen (men sprak van inkapseling) alleen door het geloof. Ik meen dat ook hier weer zeer duidelijk tot uiting komt, dat niet alleen het ziektebeeld wordt beïnvloed door innerlijke disharmonie, maar dat innerlijke disharmonie of harmonie vaak bepalend is voor genezing. Bij innerlijke harmonie kan genezing zelfs intreden, wanneer de kwaal medisch gezien niet te cureren is. Een interessant punt.

Ik zou in dit tweede gedeelte van mijn betoog een korte omweg willen maken. Het zal u bekend zijn dat er een astrologie bestaat speciaal ten aanzien van geneeskunde. Hierbij gaat men naar gelang van de stand der sterren en de geboortehoroscoop uit van een diagnostiek, terwijl men daarnaast de therapie op grond hiervan voorschrijft. Het zij verre van me te beweren dat deze techniek onfeilbaar is, maar kennelijk heeft het toch wel bepaalde voordelen omdat namelijk blijkt dat indien op de juiste wijze van deze astrologische indicaties gebruik wordt gemaakt de kans op genezing aanmerkelijk groter wordt, ook indien andere dan de medisch aanvaarde geneesmiddelen worden gebruikt. Waar ligt de bron van dit gebeuren?

In de astrologie nemen we aan dat een mens door het moment van zijn geboorte a.h.w. bestemd is. Er wordt dan gefixeerd wat de grondeigenschappen zijn. Deze kunnen wel veranderen, maar het grondpatroon blijft aanwezig. Als we verder rekening houden met de tijdhoroscoop (bv. een jaarhoroscoop), dan zien we welke invloeden er optreden. Wat wij in wezen met deze vorm van genezend inwerken doen, is het compenseren van de evenwichtsverstorende invloeden. Een wonderlijk verschijnsel. Dat daarmee resultaten worden behaald, zal natuurlijk door de officiële geneeskunde wel worden bestreden ‑ ofschoon ook niet overal. Maar er zijn inderdaad bewezen, dat de op deze diagnostiek gebaseerde therapieën werkzaam zijn. Indien u hierover nadere informatie wilt hebben, raad ik u aan zich te richten tot de Rozenkruisers, die wat dit betreft over voldoende gegevens en zelfs gevallen beschikken.

Dan wijs ik u op een ander punt; Wij zien dat bv. de moderne geneesmiddelen met zeer kleine hoeveelheden van bepaalde (soms zelfs gifstoffen zoals bv. arsenicum) stoffen gewerkt wordt. Hoe zit dat in elkaar? In de eerste plaats heb je natuurlijk vertrouwen nodig. In de mens blijkt echter zo’n kleine hoeveelheid van een bepaalde stof als een soort starter te functieneren, waardoor het lichaam dan de noodzakelijke werkingen en stoffen verder zelf produceert. Het is alsof hier een bijna neutraal blijvende stof een actie in het lichaam veroorzaakt. Het zal u bekend zijn dat ook deze wijze van genezen vaak zeer goede resultaten oplevert.

Nu ga ik weer terug naar de genezing in verband met harmonie en disharmonie. Indien ik een mens één ogenblik van intens geloof kan schenken, blijkt lichamelijke verandering als gevolg daarvan mogelijk. Dit is niet alleen bewezen in bedevaartsplaatsen zoals Lourdes, het is wel degelijk ook bewezen in bijeenkomsten van gebedsgenezers en wat dies meer zij. In al deze gevallen speelt de spanning van de aanwezigen een rol. Wat is hier kenmerkend?

Er ontstaat een afgestemd‑zijn van de persoonlijkheid waardoor krachten kunnen worden ontvangen. En zelfs in gevallen waar geen menigte aanwezig is waaruit die eerste kracht met een enorm geweld kan worden voortgebracht, blijken genezingen toch mogelijk te zijn. Hier wordt klaarblijkelijk door de geloofsgenezing of hoe we dat ook mogen noemen een verandering in de harmonische toestand van de patiënt veroorzaakt, die de genezing tot stand brengt. Hoe genezen we nu de veel voorkomende kwalen? Bijvoorbeeld een voortdurende migraine, een veel voorkomende kwaal. Hoe kunnen wij iets doen togen de zoveel voorkomende spierpijnen, die zich steeds weer herhalen?

Migraine

Wij zullen eerst moeten uitgaan van de vraag in hoeverre de mens harmonisch is. Wanneer een mens in zich disharmonisch is, wordt gekweld door schuldgevoelens of onzekerheden, dan is migraine niets anders dan een reactie hierop. Wij kunnen er een stoffelijke verklaring voor vinden, maar naast deze verklaring zal die innerlijke disharmonie bepalend zijn. In vele gevallen zal een lichamelijk symptoom aanwezig zijn en kan als de oorzaak worden beschouwd. Maar nemen wij de spanning weg, dan blijkt genezing mogelijk, zonder dit niet. Hier wordt het gehele ziektebeeld dus door de disharmonie beheerst.

Bij spierpijnen blijkt dit ook het geval te zijn. Het schijnt, dat de stofwisseling hierdoor wordt beïnvloed. De beïnvloeding van de stofwisseling resulteert o.m. in: neerslag van stoffen in de spieren, het niet voldoende verwijderen van afvalproducten uit de spierweefsels etc. wat dan weer spierpijn tengevolge heeft en in sommige gevallen leidt tot een vorm van reuma.

Wanneer wij de harmonie moet vinden en herstellen, dan is het eerste wat we ons moeten afvragen; Is het wereldbeeld dat die persoon heeft ten aanzien van zichzelf zowel als van de wereld juist? We kunnen nooit proberen zo iemand een ander wereldbeeld te geven. Dat is zinloos. U kunt iemand wel aanpraten dat de wereld zo mooi is, maar als hij haar lelijk vindt, dan zegt hij misschien “ja”, maar denkt nog altijd “neen”. U moet zich dus afvragen; Waar ligt de oorzaak? Dan blijkt vaak dat in de eerste plaats die oorzaak ligt in een gevoel van eigen onvolkomenheid of het stellen van eisen aan de wereld waar­ aan deze niet wezenlijk tegemoet kan komen. Is er daarnaast sprake van een verveling. Dan zullen we eerst die verveling moeten aanpakken. Want zodra iemand interesse heeft in het leven en in hetgeen bij daar­ in doet, zal hij andere spanningen gemakkelijker kunnen overwinnen. In de tweede plaats zullen we moeten beseffen waarom de patiënt komt tot een verkeerde beoordeling van zichzelf en de wereld. Dit kunnen factoren zijn die stammen uit de jeugd” uit lichamelijke oorzaken of uit milieurelaties. Ook deze kunnen we niet veranderen, maar we kunnen op zo iemand wel inwerken dat hij de zaak a.h.w. minder bewogen opneemt. Zodra er een zekere gelatenheid in de beschou­wing optreedt zowel t.a.v. het “ik”, als van de wereld, blijkt dat ook een herwaardering van “ik” en wereld mogelijk is. Kunnen we daarbij het gevoel geven van belangrijk zijn in die wereld, dan zullen de kwalen verdwijnen als sneeuw voor de zon. In het algemeen gezegd;

  1. De psychische factoren zijn van zo groot belang in de gehele beleving en uiting van ziekten, dat het niet mogelijk is om tot een juiste en volledige genezing te komen zonder met deze psy­chische factoren rekening te houden. Als mens kun je niet geeste­lijke factoren alleen dan rekening houden, indien je gevoelig bent voor hun werkingen en invloeden. Dat zal voor velen niet mogelijk zijn. Maar de psychische factoren zijn voor iedereen toch wel redelijk afleesbaar en benaderbaar. Daarmee dient rekening te worden gehouden. Een patiënt is nu eenmaal een mens, die ergens in disharmonie verkeert, lichamelijk maar meestal ook mentaal en geestelijk. Tracht dit evenwicht te herstellen.
  2. Als we te maken krijgen met symptomen, die op de een of andere manier niet geheel duidelijk zijn en niet een zuiver ziektebeeld aanduiden, moeten we ons afvragen in hoeverre psychische factoren van invloed zijn. Dan blijkt n.l. dat psychische factoren invloed hebben op de wijze waarop symptomen worden gewaardeerd, terwijl daarnaast bepaalde symptomen een zuiver psychische oorzaak heb­ben. Besef hiervoor helpt de juiste therapie toe te passen en dan is de geneeswijze die u hanteert verder niet belangrijk, of u dit nu geestelijk doet, met kruiden, met reële medicijnen of desnoods met een chirurgische ingreep.
  3. Waar een vertroebeld ziektebeeld optreedt en een psychische factor mede wordt verondersteld, is het belangrijk dat ook een psychisch diagnose wordt gesteld. Zelfs als deze diagnose beperkt is (een algehele analyse vergt meestal te veel tijd) zo is het toch goed althans enigszins te zien waar de problemen van de patiënt zitten. Hebben we dit namelijk geconstateerd, dan zullen we ons gehele gedrag op deze problematiek kunnen baseren en daardoor de belangrijkheid van de problemen verminderen en gelijktijdig de verbetering van de patiënt en de vereenvoudiging van zijn ziektebeeld tot stand brengen.

**************************************

*  Is dit ook zo in de psychosomatische geneeswijze?

De psychosomatica gaat inderdaad van dit standpunt uit, maar zij maakt m.i. een fout die erg belangrijk is. In de psychosomatica men namelijk uit van het standpunt dat een volledige analyse noodzakelijk is. Deze vergt onnoemelijk veel tijd. De psychosomaticus kan dan, zelfs indien hij met een goed psychiater samenwerkt, maar een beperkt aantal gevallen goed behandelen. Gaat men uit van een primaire analyse zonder dus uit te gaan van het standpunt dat men de patiënt zelf moet brengen tot realisatie van de discrepanties in zijn denken en van de spoken die ergens in zijn onderbewustzijn verborgen zijn, dan kan men veel sneller tot genezing komen, omdat ‑ en dat is het verschil tussen mijn standpunt, en dat van de genoemde geneeskundige richting ‑ het benaderen van een patiënt met kennis van diens probleem een vereenvoudiging van diagnostiek en een juistere toepassing van de therapie mogelijk maakt. Daarbij worden in vele gevallen de problemen die psychisch bestaan ook opgeheven of in belangrijkheid verminderd, zonder dat een volledige analyse heeft plaatsgevonden. Ik heb niets tegen de psychosomatica. Ik vind haar de meest aanvaardbare van de moderne geneeskunde. maar ik ga uit van het standpunt, dat ze zoals in vele vormen van de geneeskunde te perfectionistisch denkt en te werk gaat. Indien u mij een oordeel toestaat over de huidige geneeskundige praktijk zoals ze over het algemeen in uw land bestaat, dan zou ik willen zeggen dat men voor kleine kwalen te weinig tijd en aandacht heeft, terwijl men waar er een paar reële kwalen zijn ontstaan met een zodanige overdaad van aandacht, techniek en ingrijpen te werk gaat dat daardoor, zelfs indien genezing wordt bereikt, toch een enorme verspilling van energie wordt veroorzaakt. Dit alles zou door een juistere benadering van de patiënt net een veel eenvoudiger behandeling kunnen worden voorkomen.

*  Hoe staat u tegenover dieptepsychologie, het te voorschijn brengen in het denken van de oorzaak van de kwaal?

Dat heb ik in mijn betoog mede aangeduid, ook al heb ik de term dieptepsychologie niet gebruikt. Het te voorschijn brengen van de oorzaak is het doel van de psychiater; of het nu de oorzaak is van een bepaalde gespletenheid van een bepaald complex, dan wel van een bepaalde kwaal. Dieptepsychologie op zich is een heel mooi iets, maar mag ik u een tegenvraag stellen? Als u honger heeft, gaat u dan speciaal zitten hengelen buiten het visseizoen totdat u een snoek heeft gevangen of neemt u liever wat voor de hand ligt? Dieptepsychologie is in vele gevallen het uitermate kostbaar en frustrerend hengelen naar een snoek in een water waar snoek weinig voorkomt, terwijl de eenvoudige benadering door mij aanbevolen uitgaat van het standpunt; indien er voedsel nodig is, moet er gegeten worden.

*  Is het mogelijk om een psychisch trauma, wortelend in een vorige incarnatie in dit leven langs mediamieke weg te herstellen?

Het is niet mogelijk een psychisch trauma te hebben dat stoelt in een vorige incarnatie. Ik zal proberen u dit duidelijk te maken. Onder psychisch trauma verstaan wij iets wat is vastgelegd in de hersenen. Het is duidelijk, dat je bij een incarnatie niet iets vast­legt in de hersenen, zij het je persoonlijkheid en doelstelling met deze incarnatie. En psychisch trauma kan pas ontstaan, indien je tegen de werkelijkheid en oriëntatie van je persoonlijkheid ingaat in dit leven. Dientengevolge is het niet mogelijk om dit langs mediamieke weg te verwijderen. Wel zijn andere dingen mogelijk en één daarvan dit; Indien in de psyche bepaalde factoren verdrongen zijn, dan is het mogelijk middels een medium ‑ soms ook middels een medium en een daar­voor geschikte controle ‑ deze onbewuste feiten dermate juist op de voorgrond te brengen, dat door een confrontatie hiermede de spannin­gen van het trauma dat aanwezig is op te heffen en een aanvaarding van de eigen innerlijke toestand en daarmee ook van eigen leven en van uiting dus beter mogelijk wordt.

*  Wat is de oorzaak van duizeligheid of evenwichtsstoornis?

Daar zijn verschillende oorzaken voor te bedenken die zuiver li­chamelijk zijn. De evenwichtsorganen zitten bij de oren in de buurt. Als een beschadiging daar optreedt kan daardoor een gevoel van on­evenwichtigheid merkbaar worden dat weer als een duizeling wordt er­varen. Indien u daar last van heeft, is het eerste wat u moet doen: de evenwichtsorganen controleren. Daarbij is het mogelijk dat er een bepaald verweer of aantrekking is en dat daardoor onder bepaalde omstandigheden duizelingen optreden. Vrees bv. kan duizeling veroorzaken als u op een hoogte staat en naar beneden kijkt. Een vrees voor en een zekere aantrekking tot water hebben vaak duizeligheid of een duizeling ten gevolge en de neiging te water te gaan. Deze dingen zijn heel bekend. Wij weten dat als mensen, die agorafobie (pleinvrees) hebben zich in een grote ruimte bevinden, zij eveneens duizeligheid en onevenwichtigheid ervaren en met richtingsgevoel dreigen kwijt te raken. We weten dat dit veelal voortkomt uit een zuiver psychische oorzaak. In deze gevallen kan men zeggen; Deze duizelingen komen voort uit een verkeerde gespannenheid ‑ al dan niet bewust beleefd ‑ zodat men voor de genezing in de eerste plaats moet zorgen voor een ontspannenheid. Deze zal men dan moeten gebruiken om de omstandigheden waaronder de duizeligheid normaal optreedt zonder deze gevolgen te trotseren. Indien u iemand die hoogtevrees heeft zo sterk onder invloed van een geestelijke uitstraling kunt brengen, dat deze ‑ staande op een hoogte ‑ naar beneden kan kijken zonder duizelig te worden of die fatale attractie tot de afgrond te ervaren, dan is de kans heel groot dat daarmee de eigen beheersing groter wordt en de hoogtevrees dus verdwijnt. In alle andere genoemde, en niet genoemde gevallen is de werking onge­veer navenant.

*  Hoe komt het dat er in deze tijd zoveel mensen gestoord in het hoofd zijn?

Dat is een heel moeilijke vraag. Het is maar wat men daaronder ver­staat. Als u het mij vraagt zijn degenen, die de trend van deze gemeen­schap bepalen, gestoord in het hoofd. U zult dat waarschijnlijk anders ervaren. Als u echter bedoelt; hoe het komt dat zovele mensen in deze tijd psychisch gestoord zijn, zou ik daarop als antwoord willen geven;

  1. de mensen leven gewoonlijk onder condities, die voor hen – zowel fysiek als psychisch ‑ niet geheel aanvaardbaar zijn.
  2. De mensen leven in een massa waarin zij een gevoel van beëngdheid of benauwenis ternauwernood kunnen onderdrukken. Zij hebben a.h.w. door de massaliteit van de samenleving vaak ook bepaalde storingen, die in een afwijkend psychisch gedrag en ook regel gedrag tot uiting kunnen komen.
  3. Een groot gedeelte van de gewoonten van deze maatschappij is in wezen a-normaal zodat een normaal mens zich daaraan moei­lijk kan aanpassen en dus door de gemeenschap als psychisch ge­stoord worden beschouwd.

*  Is een geestelijke ontwikkeling mogelijk zonder spanningen op te roepen die gewoonlijk toch het lichaam beïnvloeden?

Een geestelijke ontwikkeling op aarde is alleen dan mogelijk, indien zekere conflicten ontstaan en men door eigen ingrijpen in die conflicten een oplossing weet te bereiken. Ervaring plus de oplossing van het conflict zijn dus noodzakelijk voor een geestelijke bewustwording. Het zal u echter duidelijk zijn dat iemand, die alleen naar conflicten ervaart doch niet tot een oplossing daarvan komt, geestelijk niet veel verder zal komen. Daarom mag worden aangenomen, dat conflicten zonder meer zinloos zijn. Een conflict heeft alleen dan zin, indien het uitgaat van de bewuste erkenning van de conflictwaarde of soms het bewust veroorzaken daarvan. En daarnaast het bewust en wetend met inzet van geheel zijn wezen oplossen van dit conflict om zo te komen tot een nieuwe toestand van leven en bewustzijn.

*  Kunt u iets zeggen over de invloed van het weer en van kosmische stralingen op het lichaam?

Invloeden van het weer

U zult rekening moeten houden met het volgende; De mens heeft een eigen lichaamstemperatuur. Door het verschil van lichaamstemperatuur en buitentemperatuur ontstaan wisselwerkingen tussen lichaam en bui­tenwereld, die resulteren in een opname van warmte of een afgifte daarvan. Bij opname van warmte kan een temperatuur worden bereikt, die voor het organisme zelf niet aanvaardbaar is. Het reageert dan met een eigen temperatuursverhoging én we krijgen koorts. Dit is een verschijnsel dat u kent als gevolg van zonnebrand.

Bij een te grote koude heeft het lichaam de neiging de eigen tempera­tuur te verlagen, tenzij geestelijk en bewust de temperatuur tot ver­hoging wordt gestimuleerd. Maar bij het onbeheerste proces ontstaat er een verlaging van lichaamstemperatuur waarbij weliswaar de overlevings­kans tijdelijk hoger wordt, maar gelijktijdig een beheersing van het lichaam en een voortzetten van de normale levensprocessen moeilijker wordt. Het eindresultaat is het inslapen in de sneeuw door de voortdurende daling van de lichaamstemperatuur, tot het ogenblik waarop het func­tioneren van organen niet meer mogelijk is. Bij een verhoging van luchtvochtigheid zal het weefsel deze vocht op nemen. Het gevolg is dat de eigen uitwaseming wordt beperkt. Deze beperking betekent een vermindering van de huidademhalingsmogelijk­heden, wat benauwdheid kan veroorzaken en daarnaast ook een verminderde afscheiding van schadelijke stoffen door de huid wat spierpijnen kan veroorzaken of bestaande onvolkomenheden kan stimuleren. Ten laatste wil ik opmerken, dat verschil in luchtelektriciteit eveneens het zenuwstelsel kan beïnvloeden, zodat een te hoog luchtpoten­tiaal gewoonlijk prikkelbaarheid, onbeheerstheid en via de hersenen een soort verstrooidheid ten gevolge heeft. Een te laag luchtpotentiaal be­tekent dat men in vele gevallen het gevoel heeft niet verder te kun­nen, alles is loodzwaar, het denken is logisch maar het gaat traag.

De kosmische stralingen

De kosmische stralingen beïnvloeden altijd het geheel van de we­reld, zij het dat ze soms uit één richting komen en de wereld door haar wenteling achtereenvolgens deel voor deel wordt beïnvloed. In dit geval zal de straling de gehele omgeving aantasten en als zodanig geen bijzonder gedrag, van de eenling kunnen veroorzaken, wel een gedragsafwijking van het geheel. Degenen, die in staat zijn de kos­mische straling te absorberen en om te zetten in hun eigen kracht­ soort en trillingssoort hebben natuurlijk een voordeel. Zij beheersen zich, krijgen meer energie en zullen daardoor ten aanzien van anderen tijdelijk exceptioneel bekwaan lijken. Als er in het lichaam een ziekte is, zal de stimulans van buitenaf deze ziekte kunnen bevorderen of afremmen. Ook dit kan dus invloed hebben op ziektegevallen. Dit geldt zelfs voor de invloed van de maan, die geen kosmische, maar een zwaartekrachtwerking heeft. In deze gevallen blijkt namelijk dat in bepaalde maanfasen een kwaal sterker naar voren treedt, terwijl wanneer een andere maanstand wordt, bereikt de symptomen terugvallen.

Verder is er nog de invloed van gepolariseerd maanlicht, dat voornamelijk een psychische invloed heeft, maar via deze psychische factoren ook weer op lichamelijk kwalen.

*  Reageren wij bij een lagere temperatuur niet door het sterkere verbranding met een temperatuursverhoging?

Het typische is dat dit de eerste impuls is, daarna gebeurt dit niet meer, omdat de stimulans voor het lichaam om tot grotere ver­branding over te gaan impliceert dat het moet werken in tegenstel­ling tot de ontvangen prikkel. Het past zich aan. Het best kunt u het zo vergelijken; Als u met sneeuw speelt, krijgt u zeer koude handen, maar u merkt het niet meer. Komt u uit een warmere omgeving, wat merkt u dan? Uw handen tintelen. Wat is tinteling? Tinteling is in feite een bloedstuwing. Dat wil zeggen, dat de bloedsomloop in de handen door de lage temperatuur vertraagd is en in een warmere omgeving weer op het normale peil wil komen. Er ontstaat nu een stuwing, omdat het koudere en tragere lichaamsvocht dat zich nog in de aderen bevindt a.h.w. onder pijn moet worden weggestuwd en gelijktijdig de vernauwde aderen weer tot de normale verwijding en pulsering moeten worden be­wogen.

*  In welke gevallen worden bepaalde ziekten door straling gestimuleerd en in andere gevallen weer opgeheven?

Laat mij u een paar voorbeelden geven. Ik zal hier de bij de Orde gebruikelijke aanduiding voor de soort kosmische straling aanhouden. Ik heb te maken met een celdelingsproces (ca.). Er is een rode golf (dat is een kosmische straling, die hartstochten bevordert), ca blijft praktisch gelijk; het vergroot de uitzaaiing. De vergrote uitzaaiing treedt niet zo snel op, wel is er bij de patiënt een sterker verzet tegen de kwaal, indien hij deze kent. We hebben dezelfde ziekte naar nu onder invloed van wit licht. Bij wit licht ontstaat er een heviger strijd, waarin de gezonde cellen zich verzetten tegen de woekering en deze de neiging vertoont zich uit te breiden. De pijnen zullen onder deze straling aanmerkelijk erger zijn, maar er blijft een evenwicht van krachten, tenzij de patiënt zeer verzwakt is. In dat geval zien we een versterkte toename van de kanker. De gele of gouden golf. Dit is levenskracht. Het betekent een ster­ke stimulans. Hier zien we vaak een toenemen van weerstandskracht en levendigheid bij de patiënt, maar gelijktijdig zal de kanker neiging ver­tonen gangliën (zenuwknopen) te vormen en tot uitzaaiing te komen. Als ik de verschillende stralingen naast elkaar leg, wordt het duide­lijk wat de functie van die stralingen kan zijn. Een rode straling kan dus van groot belang zijn in al die gevallen waarin een beetje daadkracht, een beetje emotie belangrijk is voor de genezing. Daar waar ze nadelig is, zal de kwaal verergeren. Hebben we wit licht, dan is het uitermate belangrijk dat er een goede medicatie is, want die kan dan goed gebruikt worden. Indien die er niet is, dan gebeurt er weinig of niets. Hebben we te maken met een kwaal, die voornamelijk door psychische in­ vloeden tot stand is gekomen en wordt de aarde geraakt door een blauwe of violette straal, dan zal deze helend werken, omdat hiermee de eigen geest gemakkelijker tot rust en tot bewustzijn komt.

*  Hoe staat u tegenover de osteopathische geneeswijze?

De osteopathie is uit de aard der zaak alleen dan bruikbaar, indien wij te maken hebben met deformaties van het geraamte of van de gewrichten. In dat geval kan deze therapie inderdaad een verbetering geven. Ik wil u enkele voorbeelden geven. Wanneer bv. de ribben niet juist zitten, kan dit een druk op de longen betekenen. Die druk kan wederom de oxygenatie van het bloed beïnvloeden. Als we de ribben dus weer goed op hun plaats brengen, betekent dit niet alleen een verbetering van de ademhaling, maar ook van de algemene toestand en het weerstandsvermogen van de patiënt. Langs de ruggengraat bevinden zich een aantal zenuwstrengen en ook ze­nuwvertakkingen gaan van de ruggengraat uit. Als de ruggengraat op enigerlei wijze gedeformeerd is of als er een bijzondere torsie van enkele wervels is, dan is het mogelijk dat een dergelijke zenuwstreng onder druk staat. Die druk betekent dat er in deze gehele zenuw­streng en de functies die ze stimuleert een afwijking ontstaat. Dat kan dan tot een kwaal leiden. Indien de osteopaat in staat is die druk weg te nemen, dan is er natuurlijk een verbetering. Je kunt dus een aantal kwalen door osteopathie genezen, maar niet alle. Wij moeten uitgaan van het standpunt, dat alleen daar waar een feitelijke vervor­ming van het geraamte aanwezig is osteopathie zin heeft. Daarnaast kan niet verdraaiing of druk door misvorming van het geraamte als enige oorzaak voor een kwaal worden beschouwd. Wel kan het opheffen daarvan een verbetering brengen, maar verdere behandeling en medica­tie blijft in vele gevallen toch noodzakelijk wil men een algemene genezing bereiken.

*  Welke waarde kent u toe aan de behandelingsmethode van Steiner, in het bijzonder t.o.v. de behandeling door middel van eindeloze reek­sen injecties? Deze methode maakt gebruik van bloedproeven waarbij uit de stand van gekristalliseerde staafjes wordt opgemaakt hoe het is gesteld met de algemene gezondheidstoestand van de betrokken patiënten.

Dat is iets wat men met een normale bloedproef ook doet. Ik neem aan dat het iets dergelijks zal zijn. We kunnen dit zeggen; De sedimenten die in het bloed aanwezig zijn mogen van een bepaald percentage niet afwijken. Is dit wel het geval, dan blijkt dat er niet voldoende afvoer is van afvalproducten dan wel een verhoogde productie daarvan. Als we nu het bezinksel verder onderzoeken, dan kunnen we op grond daarvan zeggen welke kwalen en welke benadering daarvan de eenvoudigste is.

Wat betreft injecties. Een injectie is de wijze waarop men onmiddellijk in de bloedbaan of in het weefsel een stof actief kan maken. Bij een oraal genomen medicatie krijgen we een diffusie van het product, terwijl bovendien een omzetting daarvan door de maagzuren in de darmen plaatsvindt en voor een deel via osmose de bestemde plek kan bereiken. Als zodanig kan een injectie nuttig zijn. De injectie is heel vaak de methode waardoor men een directer resultaat kan krijgen. Als ik een voorbeeld mag geven: Als u penicilline oraal inneemt, zal ongeveer een tiende van de genomen eenheden direct actief zijn. Er ontstaat zelfs dan nog een effectvertraging van enkele uren. Met een injectie met hetzelfde aantal eenheden ontstaat;

  1. een praktisch onmiddellijk functioneren in het lichaam. Na een half uur is het effect reeds merkbaar;
  2. ongeveer 90 % van de eenheden zijn in het lichaam actief.

Dit maakt een groot verschil uit. Eindeloze reeksen injecties acht ik niet aanvaardbaar, omdat als je eindeloze reeksen gaat geven, je toegeeft dat je met enkele injecties het verlangde effect niet kunt bereiken. En dit wijst ofwel op een niet juist toepassen van het ge­neesmiddel dan wel van het nalaten van andere therapeutische maatregelen, die het effect van de injecties zouden moeten versterken.

*  Men zou door het regelmatig toedienen van injecties kanker kunnen voorkomen. Waar de oorzaak van kanker medisch nog niet bekend is gemaakt, lijkt het wonderlijk dat bestrijding daarvan met een onbekend middel mogelijk is.

Met een onbekend middel lijkt het me ook niet mogelijk. Je zult eerst het middel dat je gebruikt moeten kennen om tot een effect te kunnen komen.

In de eerste plaats wil ik constateren. Er is wel degelijk het een en ander omtrent kanker en kankeroorzaak bekend. In 1932 is men gekomen tot een eerste vaststelling dat virus mede of alleen oorzakelijk is voor kanker. Datzelfde werd in een elektronenmicroscoop gezien in het jaar 1951.

In de tweede plaats heeft men geconstateerd dat bepaalde hereditaire waarden het ontstaan van kanker schijnen te bevorderen. Cancer‑prone is het mooie woord voor degenen die kankergevoelig zijn.

In de derde plaats heeft men geconstateerd dat onvoldoende zuurstof­toevoer in de weefsels kankerbevorderend werkt. Er zijn dus inderdaad een aantal vaststellingen gedaan. Wanneer men het nog niet eens is omtrent de oorzaak, zo vermoedt men toch ‑ en dat is in medische schriften al gepubliceerd ‑ dat kanker een samenwerken van verschillende omstandigheden als oorzaak heeft. Te weten; een bepaald celtype, het ontstaan van beschadigingen, zuurstofarmoede en zeer waarschijnlijk het aanwezig zijn van z.g. carcinogene stoffen of viri, welke een aantasting van de cel veroorzaken. Onder carcinogene stoffen verstaat men stoffen, die een zodanige celverstikking en ‑aantasting veroor­zaken, dat de beperking van de celgroei van de kern wordt verstoord en een woekering van de cel mogelijk wordt.

Hiermede meen ik duidelijk te hebben gemaakt, dat men er wel iets van afweet.

Dan kunnen we verder stellen; Gebleken is dat kanker bestreden en soms zelfs genezen kan worden door toevoeging van bepaalde stoffen aan het lichaam waaronder de z.g. vitaminen en verder een strikte leef­regel waarbij ook de voeding van groot belang is. Verder heeft men geconstateerd, dat bepaalde injecties bij sommige per­sonen een schokwerking in het weefsel ten gevolge hebben waardoor een inkapseling van de kankercellen wordt en deze dan ‑ afgesloten van een volledig deelhebben aan de zuurstoftoevoer van de weefsels ‑ in vele gevallen zelfs kunnen verschrompelen en verdwijnen. Dit geldt alleen voor kankers tot de tweede fase. Als u zegt, dat injecties een rol kunnen spelen, dan, stel ik dat die mogelijkheid niet is uitgesloten, maar dat dit niet zal kunnen gel­den voor alle patiënten op gelijke wijze, maar alleen voor die patiënten, die op het geïnjecteerde middel met het door mij omschreven schokeffect reageren.

*  Hebben psychische factoren zoals haat‑ of angstgevoelens, te grote begeerte enz. ook invloed op kanker?

Inderdaad. Als ik een woordspeling mag gebruiken, als je teveel kankert, maak je de kanker mogelijk.

*  U noemde de Rozenkruisers. We kennen de Amore, de Rosicrucian Fellowship en het Rozenkruisersgenootschap te Haarlem. Welke bedoel­de U?

Alle drie zijn groepen die behoren tot de Rozenkruistraditie. Ik geloof niet dat een van hen zich de enig echte Rozenkruisersgroep kan noemen. Maar dat hebben we bij het christendom ook. Er zijn zeer vele soorten christenen en de meeste soorten beschouwen zich als de enig echte. Hun gedrag spreekt dat uiterlijk tegen. Indien u een keuze wilt doen, zoudt u volgens mij zowel The Rosicrucian Fellowship, die de hoofdzetel heeft in Californië, als de Amore kunnen benaderen, daar voor zover mij bekend is beide instructie geven in astrologie en ook de genezende astrologie kennen. Dat ik de derde groep niet noem, is niet te wijten aan het feit dat ze mogelijk niet over deze kennis beschikt, maar aan het feit dat ik geen voldoende kennis omtrent deze groepering ter beschikking heb.

*  Op latere leeftijd ontstaan vaak spanningen, omdat men oud moet worden zonder ooit jong te zijn geweest. Men moet sterven zonder ooit geleefd te hebben zoals men zelf wilde, omdat vanaf de wieg het milieu, de kerk de levensgang hebben bepaald. Hoe is dit op te lossen?

Dit is heel eenvoudig op te lossen, maar de meeste mensen zullen het moeilijk vinden. Begin te leven wat je bent! Probeer niet voort­durend datgene te bereiken of te verlangen wat je ‑ ook al waren de omstandigheden anders ‑ nooit werkelijk had kunnen zijn. De meeste mensen die zeggen “ik heb nooit geleefd”, zijn de mensen die voortdurend bezig zijn zich te richten op hun dromen en de werkelijkheid die ze leefden vergeten.

Dus als je dood bent, kun je zeggen; Ik heb vergeten te leven. Als je dood bent, dan leeft je pas echt, punt één.

In de tweede plaats; Als je dood bent, dan zeg je niet: Ik heb verge­ten te leven. Dan zeg je; Ik heb vergeten de werkelijkheid te besef­fen. Het nagaan daarvan ‑ dat geef ik toe ‑ kan soms een bittere pe­riode worden. omdat veel mensen het besef van gemiste mogelijkheden en kansen dan niet zo gemakkelijk verwerken.

In de derde plaats; Elk leven is in de geest waardevol, omdat elk leven problemen en daarmede ook pogingen tot oplossing van problemen met zich hebben gebracht. Maar het is duidelijk, dat degene die met reële problemen werkt grotere mogelijkheden tot bewustwording heeft dan degene die zich alleen met imaginaire problemen bezighoudt. Het opvallende van uw maatschappij is, dat zij een toenemende neiging toont imaginaire problemen boven de werkelijke te stellen. Indien u daaraan deelneemt, zult u na de dood ongetwijfeld de tekortkomingen welke op die manier ontstaan moeten constateren.

*  De werking van acupunctuur kunt u die ook onder psychische therapie rekenen of berust die werking op andere factoren?

De werking van acupunctuur berust op andere dan zuiver psychische factoren. We werken hier na­melijk met de lading van het zenuwstelsel en de lading van de eigen aura in verschil tot de buitenwereld. Daarom worden de verschillende acupunc­turen ook naalden van een bepaalde lengte voorgeschreven en worden naal­den van verschillende polariteit gebruikt, meestal zilver tegen goud. Wat we hier doen is;

  1. zenuwknopen stimuleren waardoor reflexwerkingen in het lichaam ontstaan;.
  2. het toevoegen van energieën aan die zenuwknopen waarmee we een versterkte werking willen bereiken;
  3. het mogelijk maken van een versterkte uitstraling van levens‑ en zenuwenergieën op die knooppunten waar we een vermindering van werking tot stand willen brengen.

Wij werken hier dus voor een deel in de astrale wereld, voor een deel werken we met de kracht‑ en veldverhoudingen die tussen de aarde en de mens bestaan en voor een deel werken we ook met het veroorzaken van reflexen door het stimuleren van bepaalde knooppunten van het zenuwstelsel.

*  Het is dus niet zo dat sporen van het metaal van de naalden enige werking hebben?

Neen, dat is meestal niet het geval. Er zijn natuurlijk gevallen denkbaar maar die zijn toch wel sterk in de minderheid. Indien u zich realiseert hoe groot het aantal kwalen is en ook ziekteverschijn­selen, die men met acupunctuur kan behandelen, zult u begrepen dat enkele sporen van steeds dezelfde metalen niet al die kwalen kunnen opheffen.

*  Er is een theorie dat ieder orgaan boven het middenrif een tegen­hanger heeft in een orgaan beneden het middenrif.

Ik vind dat een heel mooie theorie, maar het zal wel eens tot grote teleurstellingen en misvattingen kunnen leiden, als iemand aan bv. een neus bepaalde conclusies verbindt. Dat lijkt me niet helemaal juist.

*  Dat in de puberteit de stem omslaat zou toch kunnen wijzen op een verband tussen twee organen waardoor men een verandering ondergaat.

Neemt u mij niet kwalijk, dat ik ook hier weer protesteer. Het omslaan van de stem gebeurt meestal later dan het ontstaan van de volledige rijpheid beneden de gordel. Als we nagaan hoe de omslag van de stem tot stand komt, dan blijkt dat op een gegeven ogenblik het groeihormoon verminderd wordt afgescheiden En dat daardoor een veran­dering van intern evenwicht ontstaat. Die verandering van intern evenwicht betekent dat er een heroriëntatie van de stemspleet plaatsvindt waarvan een verandering van het stemgeluid het gevolg is. Dit is een theorie die al heel lang verkondigd wordt en die ‑ naar ik meen – ook enkele malen is bewezen. Men heeft zelfs bewezen dat de z.g. castratenstem niet optreedt, als men alleen – laat ons zeggen – de aardigheid van het leven onder de gordel miniseert, maar dat het ook kan optreden, als men een tijdelijke onvruchtbaarheid veroorzaakt door on­derdrukking van de afscheiding van het sekshormoon. Dat heeft n.l. ook invloed op de stemhoogte.

*  Kunt u iets zeggen over de invloed van trillingen op de gezond­heid van de mens?

Alle trillingen hebben invloed op het gehele lichaam. Geluid heeft invloed op uw gehele lichaam. De geluidstrillingen kunnen voor een groot gedeelte worden verwerkt. Komen er teveel trillingen, dan ontstaat in het lichaam een eigen trilling, wat betekent een flexie van cellen, beïnvloeding van aderen en van organen. Dat kan tot afwij­king van de norm voeren welke ziekte wordt genoemd. Verder zijn er trillingen die zich sterk door een bepaalde stof voortplanten, soms ook door de voetzolen e.d.. Dat kan ook invloed heb­ben op het geheel. Het wonderlijke is, dat dit meestal de grootste in­vloed heeft op het hoofd, voornamelijk als u rechtop staat. Als u ligt en de trilling direct het hoofd bereikt, blijkt het effect veel minder te zijn. Waarschijnlijk is dat hier de vibratie via het skelet moet wor­den voortgeplant naar het schedeldak om de hoogste werking te bereiken. Dat zijn dus trillingen die heel normaal zijn. Dan kunnen we werken met zeer hoge trillingen, die u niet kunt horen. Het zijn vaak de boventonen van geluiden die u wel kunt horen. Ook deze kunnen een stimulus betekenen voor het zenuwstelsel, maar ze kunnen tot gevolg hebben dat er enorme spanningen ontstaan. Om een voorbeeld te geven wat trillingen kunnen doen; Er bestond in de begintijd van de Mansjoe‑keizers een marteling die werd genoemd: de trilling van de tempelklok. Daarvoor werd men onder een tempelklok gelegd, die geluid werd. Als u ooit op de omloop van een klokkentoren bent geweest wanneer de klokken luidden, dan weet u dat uw gehele lichaam daarop reageert. Deze tempelbel had een tame­lijk sonoor geluid en als de klok voldoende geslagen werd, trad het bloed van het slachtoffer zelfs door de poriën naar buiten en was een verstikking het resultaat. Hier ziet u dat trillingen inderdaad invloed hebben en dat u een beetje voorzichtig moet zijn met trillingen die u zelf veroorzaakt en die er rond u zijn.

*  Kan men genezen door muziek?

Muziektherapie kan daarop berusten, omdat bepaald trillingen stimuleren maar ook kunnen verdoven. Om een voorbeeld te geven; Als u het sterke geruis van een waterval hoort, dan werkt dit verdovend, en wel zodanig dat een tandarts een zenuw kan behandelen zonder verdere verdoving en zonder dat u het voelt. Er zijn bepaalde tonen die levenskracht stimuleren, fluitmuziek bv. Viool‑ en cellomuziek kunnen erg rustgevend zijn. Het kan een achtergrond vormen van rust waartegen men helderder denkt en ook har­monischer wordt. Muziektherapie is inderdaad denkbaar. Het is zelfs bewezen dat ook niet‑menselijke organismen op muziek kunnen reageren. Bepaalde ge­luidstrillingen bleken invloed te hebben op de groei van gewassen, die overigens niet alle op dezelfde trillingen op een gelijke manier reageerden. Bovendien is reeds bewezen, dat bepaalde vormen van mu­ziek de melkgift van een koe kunnen beïnvloeden. Het wonderlijke is, dat ze voor beat‑muziek minder melk over heeft. Het blijkt, dat die dieren een goed smaak hebben volgens mij. Ook zelfs de leg van kippen kan door het aan‑ of afwezig zijn van bepaalde geluiden gestimuleerd of geremd worden. Ik meen, dat daarmee wel voldoende is gezegd.

Conclusie

Ik wil u er even op wezen, dat al hetgeen we in de rubriek na de pauze hebben gezegd slechts voor een klein gedeelte te maken heeft met de psyche van de mens. Toch is die innerlijke harmonie veel belangrijker dan al die uiterlijke factoren. Het wonderlijke is dit; De menselijke geest is in wezen kosmisch. Ze kan zich dus – mits harmonisch ‑ aanpassen bij alle omstandigheden en alle factoren en kan een groot gedeelte van dit vermogen overdragen aan de stof, mits die met de geest harmonisch is. Zo wordt dus de gevoeligheid veer uiter­lijke invloeden veranderd door een innerlijke harmonie waarbij ook de geest t.a.v. de stof harmonisch is. Als we psychisch evenwichtig zijn, kunnen we veel grotere versto­ringen en bedreigingen van het lichamelijk en psychisch evenwicht ver­werken dan als we onevenwichtig zijn. Daarom is het erg belangrijk, dat we in onszelf harmonie nastreven en dat we proberen deze ook psychisch zoveel mogelijk te bereiken. Dat wil niet zeggen, dat we moeten afzien van strijd. De beste formulering, die ik voor deze vorm van harmonie ooit heb gehoord start van een denker, die ik hier vrij citeer; “Weest tevreden met vandaag, omdat ge in deze vrede verder kunt gaan aan het nog niet bereikte, dat morgen bereikt zal zijn.”

Niet tevreden zijn zonder meer, maar vrede hebben met wat bestaat. Jezelf duidelijk maken dat het dwaas is om voor vandaag te begeren wat vandaag niet is, vandaag na te streven wat vandaag onmogelijk is, maar dat het verstandig is te beseffen, dat het morgen anders kan zijn. En zo voortdurend te bouwen aan datgene wat voor jezelf belangrijk is. Dit is inderdaad een van de grote voorwaarden voor het voortdurend handhaven van een innerlijke harmonie.

Een punt dat eveneens belangrijk is;

U heeft een geest, u heeft geestelijke krachten en ook bepaalde geestelijke gaven. Zie deze niet als een afzonderlijk deel van uw bestaan, maar als een reserve waaruit u kunt putten; een kracht, die optreedt daar waar uw eigen vermogens schijnbaar tekort schieten. De zekerheid, dat u altijd meer kunt, meer inhoud heeft, meer levensenergie in u draagt zonder daardoor innerlijk in het ongerede te raken. U kunt uw harmonie bewaren.

Waar disharmonie is, probeer te erkennen waarin ze schuilt, want dan kunt u over het algemeen de harmonie herstellen.

Vlucht nooit weg voor bepaalde vrezen of onvolkomenheden in uzelf. Besef ze, dan kunt u ze overwinnen.

Vraag nooit dat de wereld zal volbrengen wat u zelf niet kunt, want alleen indien u uitgaat van uw eigen wezen, kunt u harmonisch zijn. Wie van de wereld meer vergt dan hijzelf is of kan, zal in zich een onvrede veroorzaken, omdat hij het mogelijke niet meer van het onmogelijk kan onderscheiden en zo het slachtoffer wordt van zijn eigen dromen.

Weest harmonisch. Dat wil niet zeggen, dat u dan gegarandeerd altijd gezond zult zijn. Het betekent wel, dat eventueel optredende kwalen en gebreken gemakkelijker door uw lichaam kunnen worden verwerkt; dat u sneller zult genezen, waar genezing mogelijk is en dat u minder te lijden heeft dan zonder die harmonie denkbaar zou zijn.

Voor de doorsnee‑mens betekent innerlijke harmonie verder dat hij – indien het voor hem belangrijk is – langer kan leven en actief werken, dat hij grotere verbondenheid met wereld en kosmos kan ervaren en dat hij ‑ dank zij die harmonie ‑ ook wel degelijk anderen kan helpen om die harmonie te vinden.

Het ziektebeeld wordt vaak bepaald door de innerlijke disharmonie van de patiënt. Herstel de harmonie en u brengt rechtlijnigheid tot stand. Een rechtlijnigheid, die tot genezing kan leiden, tot juist besef en tot juiste aanvaarding, indien genezing niet mogelijk is.

Hiermee, vrienden, meen ik mijn onderwerp gevoeglijk te kunnen beëindigen. Ik hoop dat in het vele dat ik u heb gezegd voor u enkele belangrijke punten schuilen. Maar zelfs indien ik niet verder ben gekomen dan u duidelijk te maken dat innerlijke harmonie belangrijk is, acht ik mij meer dan voldoende beloond voor mijn moeite.