Zijn en werkelijkheid

18 november 1985

Zoals altijd hebben wij een gastspreker voor u. Deze keer een die al een hele tijd in de geest leeft. Ik meen: overgang 6 jaar voor het begin van uw jaartelling. Interesses: deels religieus, deels geestelijk en wanneer ik kijk wat er eigenlijk op de achtergrond allemaal speelt, dan zijn er een paar punten bij, waar ik nu even over wil praten, als u dat niet erg vindt.

Ik vroeg deze man, het was een man tijdens zijn leven althans, nu is het een geest: “Zeg, hoe zat het met die Ster van Bethlehem? Weet je er iets vanaf?” Waarop hij zei: “Ja, een jaar voor mijn overlijden, zagen wij een komeet langs de hemel gaan. Die ging nogal traag en dat zou weleens de Ster van Bethlehem kunnen zijn”. Ik zei toen tegen hem: “Hoe wil je dat dan rijmen met het verhaal van de kerstkribbe en zo?” En toen gaf hij mij de volgende antwoorden Hij zei:

“Je moet niet vergeten dat het hele verhaal beladen is met symboliek. Dat is begrijpelijk, want bepaalde getallen waren heilig. Dat Jezus bijvoorbeeld 33 jaar geworden zou zijn en dat hij 3 jaar openbaar leven heeft gehad”. Hij zegt:

“Dat moet je niet allemaal zo letterlijk nemen. Maar er is in die tijd inderdaad een Messias geweest. Er zijn er velen geweest die zich zo genoemd hebben, maar Jezus is toch wel degene geweest die zich en door zijn wonderen, zijn optreden, en zijn leer zich van de anderen heeft onderscheiden.”

“Wanneer ik denk aan Jezus, dan denk ik eigenlijk meer aan een geestelijke verbinding, dan aan wat anders. Ook in mijn tijd waren er ingewijden, maar er waren ook mensen door wie hoge krachten spraken. En die Jezus is er ongetwijfeld één van geweest. Wat hij allemaal heeft gedaan en niet heeft gedaan, ach, daar kun je eigenlijk weinig over vertellen. Ik heb het zelf niet meegemaakt en in de tijd dat hij actief was, was ik eigenlijk net zo’n beetje bezig om mijn eigen weg in de geest te vinden, maar wanneer ik hem nu ontmoet, dan weet ik, dat is iemand die een hoge kracht gedragen heeft. Maar ik weet ook: hij is niet wat de mensen van hem willen maken.”

Zijn visie was bv.: “Ja, u moet niet aan Jezus denken als de zeemzoete persoonlijkheid die je wordt voorgesteld. Hij kon erg fel en erg heftig zijn. Als bepaalde mensen alleen bij hem kwamen om iets van hem gedaan te krijgen, dan liep hij gewoon voorbij. Maar wanneer hij zag dat mensen werkelijk nood hadden, dan wachtte hij niet tot zij bij hem kwamen, dan ging hij er zelfs naar toe. Deze man kon ook zijn leerlingen soms heel goed de les lezen. En dat hij erg driftig is geweest, nu ja, u weet het zelf, hij heeft in de tempel aardig opruiming gehouden, maar hij heeft ook heel vaak steekspelletjes gespeeld met wetgeleerden, en alle mensen eigenlijk die hem een klein beetje een hak wilden zetten. Het knappe van Jezus is geweest, dat hij met dat alles toch probeerde om zonder vijandschap en zonder vijanden te leven. Wanneer er onrecht was, heeft hij zich ertegen verzet. Niet tegen hen die het begingen, maar tegen het onrecht. Wanneer er nood was, dan ging hij niet de mens veranderen, maar hij probeerde de fout zo goed mogelijk te herstellen”.

En dat gaf dan aanleiding tot een verhaal over de sferen. “Wanneer wij spreken over persoonlijkheden in de sferen, dan spreken we in wezen over een uiterlijk verschijnsel, niet over een innerlijke waarheid. Want alle hoge krachten die we kennen, zijn ergens met elkaar verbonden. Je kunt eigenlijk niet eens zeggen: ik zag Jezus, Boeddha, Mohammed, noem nog een paar op. Je kunt alleen maar zeggen: ik zag hoge krachten en daarin herkende ik bepaalde gezichten, bepaalde figuren. Want het leven in de sferen is een eenheid, die alleen doorbroken wordt door je eigen onbegrip daarvan. Alle dingen die samengevloeid zijn, zijn enorm krachtig. Een figuur als Jezus, representant eigenlijk van een geheel, is wonderbaarlijk krachtig en sterk. Hij zou heel veel wonderen kunnen doen, maar hij wil geen wonderen doen, tenzij die wonderen a.h.w. onvermijdelijk zijn en voortvloeien uit de mensen zelf. En dat geldt voor alle krachten die ik heb leren kennen die in het witte licht leven”, zo sprak dus de gast van vandaag.

Wanneer wij bezig zijn te praten over allerhande geestelijke waarden, over de innerlijke wereld zoals wij dat op avonden zoals deze vaak doen, dan proberen wij eigenlijk wel dingen te zeggen, maar kun je de waarheid zeggen? De waarheid is namelijk veel meer dan je kunt zeggen.

Wij kunnen proberen om de mensen duidelijk te maken: vrede begint bij uzelf, maar dan zeggen zij: ja, maar als ik vrede heb en de anderen zijn agressief, dan ben ik het slachtoffer. Daar hebben zij nog een beetje gelijk in ook. Alleen wanneer heel veel mensen vrede willen, dan zijn ze daardoor zo sterk, dat anderen hen niet meer kunnen aanvallen. En dat is natuurlijk iets, ja, dat klinkt mooi, maar iedereen zegt: Dat is een mooie theorie, als het nu eindelijk maar eens waar werd.

En toch is er vanuit de geest heel wat gedaan. Wanneer u weet wat wij gedaan hebben om rampen te voorkomen, of om rampen in een bepaalde richting te laten gaan. In hoeveel gevallen wij bepaalde dingen vernietigd hebben omdat ze te levensgevaarlijk waren, zoals voor kort nog een geheim laboratorium in de V.S. enige tijd geleden o.a. een atoombomlager in Rusland, en daarnaast, en dat mag ik er wel bij zeggen, een deel van een inrichting die toch ook de ruimteoorlog ten doel had. We doen wel wat we kunnen, en de hoge geest zal ook doen wat zij kan, maar zij kan toch alleen maar beantwoorden aan datgene wat ook u bent. En als u niet wil leven in waarheid, en u leeft in allerhande illusies, nou ja, dan is het heel begrijpelijk, dat daar geen reacties kunnen volgen. Want een illusie, een droom, is niet echt. En de hoogste krachten kunnen alleen werken waar waarheid aanwezig is.

Een entiteit als ik, (ja, ik ben nog niet zo lang dood nietwaar? Ja, vanuit uw standpunt al een hele tijd, maar vanuit ons standpunt is het nog niet zo lang), is ook geneigd, net als mensen om te zeggen: Ja, mijn werkelijkheid, dat is het. Maar eigenlijk moet je toegeven, dat je het niet zeker weet.

Ik spreek met een persoonlijkheid. Ik meen dat ik die persoonlijkheid ervaar, je zou ook kunnen zeggen: dat ik die persoonlijkheid zie. Ik meen dat ik met die persoonlijkheid een meningsuitwisseling heb gehad. Voor mij is dat allemaal volledig juist, maar hoe was het nu voor die ander? Ik weet het eenvoudig niet. En daar krijgen we dan de zere punten. Wanneer ik zeg: zo is het, dan heb ik vanuit mijn standpunt volkomen gelijk. Maar mijn standpunt is gebaseerd op onvolledige ervaringen, op onvolledige erkenningen. En ja, dan denk je verder. Ik weet dat er hellesferen bestaan. Nee, niet duistere sferen, dat is weer wat anders, nee, hellewerelden. Werelden waar het inderdaad ijzig is. Waar je in lava, bij wijze van spreken, gesmoord wordt. Werelden vol van somberheid, vol van pijn. Maar bestaan zij wel echt? Voor degenen die er leven zijn ze echt. Maar hoe komt het dan, dat ik door gloeiende lava heen ga, en dat ze mij niet deert? Als ze echt zou zijn, zou ze het waarschijnlijk wel doen, want ik ben toch op dat ogenblik in die wereld ook concreet aanwezig? Ik denk dat het komt omdat wij hemel en hel eigenlijk uit onszelf voortbrengen. En zo denk ik ook dat wij de figuren die we vereren, of het nu Mohammed is, Hussein, Ali of Jezus en de apostelen, en Paulus niet te vergeten, dat wij dan eigenlijk bezig zijn om denkbeelden te vereren, die we zelf hebben geschapen. Soms denk je: ja, zou het allemaal niet een verhaal zijn? Neem mij niet kwalijk, maar als ik zo die kerstverhalen hoor, en alles, dan denk ik: ja jongens het is heel erg mooi, het zou zo van Andersen kunnen zijn.

Maar aan de andere kant spreek je weer met iemand die in die periode geleefd heeft, en die dan tegen je zegt: “Ja, het was toch wel zo. Die ster was er, dat is geen sprookje van later. Het was dan wel een paar jaar vroeger, maar ze was er dan in ieder geval.” En die zegt: “Ik heb van het leven van Jezus betrekkelijk weinig meegemaakt”, maar die ook zegt: “Ik weet dat toen iemand gestorven is, die door lichte en duistere werelden heenreisde en die uiteindelijk op aarde is teruggekeerd. Dat zegt niet dat Jezus echt dood is geweest, dat zegt wel dat zijn geest in ieder geval in al die sferen en werelden is geweest.”

En dan vraag je je af: Wat is er dan wel waar en niet waar? De gestalte die wij ons voorstellen natuurlijk niet. Dat is allemaal onzin. Maar er is iets, er is iemand. En dan denk je: als ik die iemand nu ontmoet en hij is dus zo zeer deel van het geheel geworden, dat er eigenlijk vanuit zijn standpunt, dat neem ik tenminste aan, geen onderscheid meer is tussen hetgeen hij is en het geheel, dan is alles wat ik waarneem als deze figuur ook niet meer echt.

Hij bestaat wel, maar niet meer zoals ik hem kan benaderen. Het is voor mij een tamelijk schokkende ervaring geweest, dat mag ik rustig zeggen. Jezus leeft, inderdaad. En aan de andere kant hebben degenen die uitriepen: “God is dood” ook gelijk. Want de god die de mensen hebben geschapen, bestaat niet echt. Die leeft alleen maar uit hun gedachten, en in hun gedachten, maar datgene wat er de oorzaak van is, dat wij aan een god kunnen denken, dat we ons een gedaante kunnen voorstellen als Jezus enz., die is er wel.

Eigenlijk vreemd, vindt u niet? En dan ben ik altijd geneigd om een beetje ruggespraak met iemand te gaan houden. Ik heb dat in dit geval gedaan met een zeer oud lid van de Orde, van Chinese origine. En die keek mij een beetje, nu ja, een beetje bijna meewarig aan. En hij zei: “Wanneer er draken wonen op de bergen, zijn de bergen echt, en de mensen maken de draken, maar de draken kunnen de mensen verderven omdat de mensen ze maken en in standhouden.” Ik zeg: “Nou ja, wat heeft dat te maken, niet waar, met Jezus, met God, met al die dingen?” “Wanneer ik in een spiegel kijk”, zei hij, “zie ik mijzelf, maar ik ken mijzelf niet. Wanneer ik naar God kijk, zie ik mijzelf, maar ik ken mijzelf niet. Zolang ik echter niet besef wat ik zie, blijf ik leven in de waan, die voor mij de bevestiging is van dat wat ik denk te zijn”. Leuk! En wat ­denkt u er nu van?

Je moet zo iemand voeren, vooral onze vriend Rhodeus, en heel erg vriendelijk. Ik zeg: “Wanneer ik al die dingen niet begrijp, kunt u dat verklaren?” Toen zei hij: “Natuurlijk. Want wanneer je begint om te verklaren, verklaar je datgene wat je niet weet, maar als je weet, behoef je niet te verklaren. Daarom zijn alle verklaringen in zichzelf een bewijs van datgene wat je niet weet. Alle dingen die in de werkelijkheid leven hebben 10.000 vormen, ze gaan soms gelijktijdig langs 10.000 paden en toch zien ze zichzelf als één geheel: Eerst wanneer je begrijpt hoezeer je in, en vanuit jezelf steeds verschillende paden gaat, en soms gelijktijdig, hoe je je altijd weer in andere gedaanten ziet, ga je begrijpen wat waar is.”

Nu ja, dan ben ik een practicus, (ja, ook onder geesten komt dat voor, het is niet alleen op aarde een veel voorkomend gebrek), ik heb dus gezegd: “Ja, en als u nu de mensen op aarde troost zou willen geven wat zou u dan zeggen? “Ach°, zei hij, “laat dat maar aan die gast van je over. Ik zal de mensen niet troosten, want troost is alleen daar nodig waar de waan van het leed door een andere waan vervangen moet worden. Want er is geen lijden behalve dat lijden, dat wij onszelf toestaan te beleven. Er is geen smart buiten de smart die voortkomt uit ons eigen onbegrip van de wezenlijkheid van onze persoon, de werkelijkheid van ons leven. Wanneer alle dromen gedroomd zijn, dan blijft er alleen over wat we zijn, werkelijk. Daarom: Troost de mensen niet: Ze vrezen ondergang, ze vrezen vernieling, troost ze niet. Want ze dromen van ondergang en vernieling en zij willen elkaar doden uit angst dat anderen hen zouden doden. De dood is echter maar een voorbijgaand iets. Laat ze in hun illusies wijsheid vinden. Laat ze door ervaring beseffen dat hun angsten redeloos zijn, dat hun voorzorgen zinloos zijn, en dat alleen wat in je leeft blijvend is.”

Ja, dat is mijn versie natuurlijk hoor. Als ik het zou moeten doen zoals het mij werd meegedeeld, dan zou het met een zachte orkestratie op de achtergrond zijn en ongeveer uitgedrukt als een klokkenspel, met zo nu en dan een ritme er doorheen, alsof iemand een overgrote metronoom gebruikt, weet u wel.

Ik kan het misschien ook niet allemaal begrijpen, maar nou ja, vriend Ho kan ik beter begrijpen dan de meeste anderen, omdat wij een aantal belevingen samen hebben doorgemaakt, vooral in de geest. Ik denk werkelijk dat ergens de waarheid ligt in hetgeen hij zegt. Zijn waarheid, maar waarschijnlijk ook een stukje van een grotere waarheid.

Wanneer wij zo dadelijk met een gast te maken krijgen, (en dat is dan heus een gast die u met alle respect mag ontvangen), stel u dan niet voor dat die gast eens eventjes de waarheid gaat zeggen. Wat hij zal uitdrukken zal waarschijnlijk veel meer te maken hebben met het gevoel van eenheid en verbondenheid, met de innerlijke zekerheid, die door niets meer aangetast kan worden dan met de dingen waarover hij spreekt. Ik kan u alleen maar zeggen: Ik ben onder de indruk gekomen van deze persoonlijkheid, maar vooral van de dingen die hij mij heeft laten, ja, zien, beleven, horen, hoe wilt u het zeggen? Ik hoop dat dat ook voor u het geval zal zijn en ik zeg u er meteen bij: Deze dingen moet je innerlijk beleven. Wanneer je je gevoel en je gedachten loslaat en je laat ze a.h.w. zweven in datgene wat zo’n entiteit brengt, dan vind je nog steeds niet de waarheid die hij zegt, maar dan kom je in ieder geval dichter bij je eigen waarheid. En wie zijn eigen waarheid leert kennen, kan het pad kiezen dat hij gaat en kan daardoor bereiken wat voor hem noodzakelijk ia.

Zo, dat was de hele inleiding. Niet veel hè? Nu ja we moeten een beetje tijd overhouden voor de gastspreker. Je weet het nooit, hè? De een is kort, de ander is lang van stof. Ik zou er alleen nog aan toe willen voegen: vrienden, ik blijf op mijn manier en op mijn golflengte dit volgen, omdat het uiteindelijk ook een soort experiment is voor mij. Een experiment zo dat ik mij afvraag, of iets van de sfeer en van de zekerheid die deze spreker bezat, door kan klinken wanneer hij probeert u te benaderen.

De Gastspreker.

Het zijn is het wezen van de werkelijkheid. Het weten is de schaduw van het innerlijk beseffen. En de kracht is een vleug, die ontsnapt aan de ziel. Daarom kunnen wij wanneer wij onder de mensen zijn, op aarde, eigenlijk niet leven zonder te geloven. Ons geloof kan vele vormen aannemen, want wat je innerlijk beseft, kun je zo moeilijk uitdrukken. Zijn wij niet allen verbonden met alles? Het Ik kan leven en alleen zijn, maar het Ik is maar de gestalte. De werkelijkheid, het wezen kan niet alleen zijn. Het is verbonden met alle dingen.

Zoeken naar waarheid is zoeken naar jezelf, want diep in je wezen ligt het enige wat voor jou en onveranderlijk blijft bestaan: het zijn, het functioneren van het zijn. Daarom zeg ik u: Wat ge ook gelooft, het is slechts een vorm, maar dat ge gelooft is onvermijdelijk, is noodzakelijk.

Elke wereld kent haar eigen grenzen, en toch zijn alle werelden grenzeloos, voor hen die de grenzen niet meer willen beseffen. U leeft op aarde, maar u kunt wanneer uw geest vrij is elke ster in de ruimte bezoeken, elke planeet betreden. U leeft in de stof, maar hoeveel sferen kunt ge niet binnengaan op het ogenblik dat ge vergeet, dat die uiterlijke vormen uw werkelijkheid bepalen.

Er zijn geen grenzen, maar het besef van het grenzeloze kun je niet in woorden gieten, ik zou haast zeggen: zoals een proestbui zich onweerhoudbaar door je naar boven vecht, zo vecht de werkelijkheid van je zijn zich steeds weer, en onhoudbaar, en onafwendbaar, een weg door al je illusies.

Leven in de werelden van de geest is als leven op aarde. Vormen zijn anders, wat je beseft is anders, de regels, die voor jou gelden, zijn anders, maar je leeft, je wisselt gedachten uit. Je gelooft en je zoekt naar iets dat je eigenlijk nog niet kent. De werkelijke kracht die ons beweegt, is de kracht die we zijn. Soms kan een ander die kracht in je wekken, maar hij kan je nooit die kracht werkelijk geven, want jij bent kracht. En de kracht die een ander je geeft, of zegt te geven, is alleen maar een wakker worden in jezelf van wat je allang vergeten had: de energie, die het zijn zelve met zich brengt.

Wanneer je de paden van de geest gaat, ga je vele verschillende wegen, en wanneer je op een weg bent, dan kun je je niet ontdoen van wat er bij je hoort. Ik gebruik een lichaam en ik moet kuchen. Mijn geest kucht niet. Ik kuch niet. Het kucht mij. Maar als dit nu een duidelijk voorbeeld is, vraag u dan eens af, hoeveel dingen ook in andere werelden, ú kuchen? Hoeveel uitingen en verschijnselen worden veroorzaakt door dingen die u misschien niet eens weet of kent, en die toch in u wonen?

Ik heb de groten gezien, die op deze aarde vereerd of zelfs aanbeden worden. Ik heb hun wezen ervaren. Ik heb het niet doorgrond. Ik geloof in hen, niet als gedaante, de gestalte, de uiting maar als het wezen dat zij zijn. En Jezus is lichtend, is liefdevol en toch niet zonder gestrengheid. Maar is hij alles? De Boeddha is vol van mededogen en toch schijnbaar sterk, en ver verwijderd van al wat zijn mededogen opwekt. Maar is hij werkelijk zo? Haast zou ik zeggen: wat kucht hen? Welke kracht uit zich in deze gestalten, in deze wezens, in deze vormen van bewustzijn?

Zoeken naar de oneindigheid is zoeken naar een onoplosbaar raadsel. En wij moeten zoeken, want in het zoeken confronteren wij onszelf met onszelf. In onze verstilling staan wij ons wezen toe luider te roepen dan ooit tevoren. De zin van meditatie, van alle vormen van beheersing, of onbeheerstheid is gering. Maar wat zij veroorzaken is van betekenis. Zo zou je kunnen zeggen dat een mens die leeft, zijn belangrijkheid niet ontleend aan dit mens‑zijn, behalve door de betekenis misschien, die hij voor het geheel heeft.

In vele gevallen ben je niet eens in staat uit te maken wat het is dat je drijft in een bepaalde richting. Ik wil niet spreken van een noodlot, van een absolute gebondenheid., want dat bestaat eigenlijk ook niet, Ik wil spreken van een innerlijk, dat ons voortstuwt zonder dat we het begrijpen, En wanneer we al even één zijn met die kracht die in ons is, en alle bewustzijn uitdooft, dan is er alleen een lichtend gevoel van verheerlijkt zijn, een vrede en een kracht zonder naam, waaraan je hunkerend terugdenkt, maar die je niet eens kunt beschrijven.

De werkelijkheid leeft ons, en niet: wij leven de werkelijkheid. Ga naar Zomerland, zie, hoe soms als door een wonder, hoe vormen schijnen te vergruizen, zich oplossen in een soort rook, en hoe anderen ontstaan. De wereld van droombeelden vernieuwt zichzelf. Maar degenen die er leven zien de verandering niet. Voor hen is dit natuurlijk, onvermijdelijk en noodzakelijk. Zie in die wereld waarin wat lagere en hogere trillingen samensmelten tot een symfonie in regenboogkleuren. En kijk naar wat er gebeurt, en besef hoe weinig die kleuren eigenlijk betekenis hebben. Blauw wordt rood en rood wordt groen, en soms versmelten zij en is er wit of goud. En toch is alles hetzelfde.

Ik besef dat veel van hetgeen ik nu naar voren breng voor mensen die als stofmens leven nog zinloos is. Daarom kan ik alleen maar proberen u iets duidelijk te maken. Iets te geven dat toch wat verder gaat dan woorden. Er is geen reden om te vrezen, want de vrees is het beeld dat je in jezelf oproept. Het gebeuren kan veranderen, maar jijzelf zal nooit veranderen, want je blijft de waarheid die je bent, het deel van alle dingen dat je altijd geweest bent.

Er is geen reden om te hunkeren en te begeren en aarzelend misschien terug te treden of te stoutmoedig voorwaarts te stormen. Want wat je bent en wat je doet veranderd daardoor niet en wat je betekent voor anderen kun je zelf niet aflezen. Dat kan alleen blijken uit de betekenis die door een verandering in de uiting van het geheel tot stand komt.

Het enige waarmee wij kunnen werken en het enige wat betekenis heeft voor ons, is wat wij waarlijk zijn. En daarom hebben wij een geloof nodig. Dit onbewijsbaar weten dat ons voortstuwt en ons doet aanvaarden, en begrijpen waarvan wij anders misschien met onszelf in strijd zouden komen. Daarom hebben wij die krachten nodig die wij gebruiken om anderen te helpen, om anderen te geven. Niet om die anderen. Maar om waar te maken wat in ons bestaat. Indien u een ander helpt, helpt u niet waarlijk die ander. Dat weet u niet, maar u drukt de eenheid uit, die diep in u verborgen leeft, en die u ertoe beweegt om in alle uitingen deze hulp dan toch te hanteren.

Het gaat zelfs te ver om het leven een schimmenspel te noemen, te zeggen dat wat u kent, wat wij in de sferen kennen, een schaduwspel is, geworpen door de werkelijkheid. Want de werkelijkheid heeft geen gestalte. Wij bouwen de gestalte. Wij vullen de leegte die wij nog niet kunnen verdragen. Wij ontkennen de harmonie waarvan wij toch deel zijn door tegenstellingen te scheppen en zo voor ons zelf een begrensde en hanteerbare wereld tot stand te brengen.

Ik heb het wezen van geloof, van denken, voor lange tijd bestudeerd. Ik heb vele sferen betreden en heb getracht deel te zijn van hetgeen daarin hangt als een essentie van bestaan, van denken en van beleven, maar ik heb altijd dat ene teruggevonden, wat in mij leeft. Want dat vind ik in alle dingen. Ik heb maar zelden een zin gevonden, die betrekking had op de wereld. Wanneer er iets belangrijks was, was het steeds datgene wat in die verschillende bewustzijnsuitingen de kern vormde, de wezenlijke kracht, de werkelijkheid. En wanneer ik dan tot u zeg dat geloven belangrijk is, dan zeg ik dat niet, omdat een vorm van geloof betekenis kan hebben, behalve tijdelijk, maar ik zeg het, omdat het geloof de uitdrukking is van het diepst van ons wezen, dat we op geen andere wijze kunnen manifesteren.

Vele mensen voeren hun leven op een bepaalde wijze, uit angst voor de dood. Maar de dood is niet werkelijk, alleen het leven. Waarom zou u uit angst voor wat u niet kent, proberen te verminken wat u bent. Dat zou dwaasheid zijn, maar innerlijk voelt u aan wat voor u de juiste weg is. En of die weg redelijk is of onredelijk, het is en blijft uw weg, en die weg is de uitdrukking van de kern van uw wezen. Door hoeveel werelden u ook gaat, hoeveel sferen u bezoekt, hoeveel zielen u redt of denkt te redden, en hoeveel u ten onder ziet gaan, het is alles illusie, want dat leeft in u, het is uw verhulling van de werkelijkheid, de eenheid, de alomvattende kracht, de verbondenheid, die het ene ware is wat we in een schepping kunnen vinden.

Mensen, die in een Schepper geloven, zeggen soms: “Hij heeft mij geschapen, dan is hij ook verantwoordelijk voor wat ik ben.” maar die schepper heeft u geschapen. Daarom bent u verantwoordelijk en voor uw schepper en voor hetgeen jij bent. Want wat diep in u berust en geen vorm heeft, brengt geen verantwoordelijkheden met zich, maar is voor u in alle ontwikkelingen en uitingen wel degelijk verantwoordelijk; bepaalt welke delen van het geheel u voortdurend zult ontmoeten, welke delen van het geheel elkaar nimmer zullen ontmoeten en toch innerlijk elkaar zullen kennen.

De vormenwereld, juist door haar schijnbare rationaliteit en vastheid, is misschien nog gevaarlijker dan de waanwerelden die men sferen noemt. Er zijn krachten die bepaalde ontwikkelingen a.h.w. beheersen of geleiden. Zeg mij: hoe zou een ijzervijlsel denken over de krachten die het bindt met dat andere ijzer? Een externe kracht of een God? In wezen is het de gelijkheid, de versmeltbaarheid die bepalend is. Zo vergaat het ons. Wanneer een Heer van Licht ons bezoekt en verlicht, is dat ook een deel wat in ons woont, waarvan wij ons bewust worden. Wanneer Heren der Wijsheid ons omgeven, met waarheden die we ternauwernood kunnen beseffen, dan is het ons innerlijk weten, dat in het geheel van het weten zich oriënteert.

Werelden zijn begrenzingen en aan elke begrenzing ligt een andere begrensde wereld. Ontelbaar zijn de stoffelijke werelden, de mogelijkheidswerelden, de werelden die verschillen in de tijd. Aantallen van bestaansvormen, waaraan u als mens nooit gedacht hebt, vervullen het geheel van de ruimte. Zelfs daar waar u alleen uw wereld ziet. Daarom zeg ik u: bindt u niet aan de uiterlijkheden, maar geloof, weet diep in jezelf en probeer het weten niet al te zeer te ontleden, maar leef het. Leef de kracht, die in u is en laat ze van u uitgaan en een eigen vorm vinden. Leef het licht dat in u is en laat het uit gaan, en een antwoord vinden, zonder dat u zegt welk antwoord het moet zijn, of wat uw licht is.

Ik zeg u: vervul het diepst van uw wezen, het is deel van de ene werkelijkheid. Het geloof is het middel daartoe. Het leven in vele werelden en met vele ervaringen is de weg daartoe. En het uiteindelijke antwoord dat ge zult krijgen, wanneer alle vormen verbleekt zijn, en alle gevoelens van verdeeldheid en gescheidenheid zijn weggewasemd. Dat is wat in u woont, en daarom zeg ik ten laatste: zo ik al bidden wil of wil aanroepen zal ik zeggen: Heilig, heilig, heilig, gij Heer der Heerscharen, gij die in mij woont, gij die mij één maakt met alle dingen, gij die mij, onvolledig als ik ben, de volledigheid geeft, totdat ik deel mag zijn van u en uw wezen.

Dat wilde ik u zeggen vrienden. Ik hoop dat ik iets van hetgeen in mij leeft voor u heb kunnen uitdrukken. Vreest niet, aarzelt niet, weet wat in u leeft en laat dit bepalend zijn voor al wat ge beleeft, tot je beseffen kunt wat je bent. Moge de kracht die ons allen verbindt, u tot de eenheid voeren en in uw deelervaringen behoeden, opdat ge nimmer twijfelen zult aan het licht dat in u woont.