Zijn mensen robots?

Zijn mensen robots?

In deze moderne tijd horen wij steeds meer vertellen dat de mens zelf niets kan beslissen. Zijn wil is een illusie; het product van mo­leculaire botsingen in een organisch geheel. Wat er dan overblijft, heet verstand en dat wordt weer gedomineerd door de reclame. En zo roept men uit: In deze consumenten maatschappij worden de mensen tot robots. Nu zou ik daar wel een paar kanttekeningen bij willen plaatsen. Ik herinner mij het jaar 55 n. Chr. in Rome. Het gewone volk werd cliënt (afhankelijke volgeling of huisgenoot van een aanzienlijk burger) bij de een of andere politicus. Deze was geen politicus omdat hij van politiek hield, maar omdat hij veel geld had en zijn cliënten een rede­lijke verzorging en de gehele stad wat spelen kon bieden. Zo ging dat in die tijd.

Nu was er een man, die ontdekte dat het alleen maar nodig was de broden, die hij aan zijn cliënten liet uitdelen, iets groter te maken. Die man heette Claudius Publius. Hij liet daarom, wat wij nu zaagsel noemen, en nog wat andere nevenproducten in die broden inbakken, die hij vervolgens, wat toen nog niet de gewoonte was, over het bruine van de korst be­poederde met echt meel. En iedereen zei: als je cliënt wilt worden dan moet je naar Claudius Publius gaan, want die geeft veel meer. Die man had in deze tijd op ongeveer dezelfde basis een politieke partij als een D 65 of een C 72 kunnen stichten en aanhang kunnen krijgen. Ook in die dagen was misleiding onder de mensen normaal. Zelfs in de hoogtij dagen van Athene (ongeveer 150 v. Chr.) werden allerlei eigen­aardige verklaringen vaak onderstreept door de komedie van onvrijwillige clowns (slaven) om daarmede bepaalde beslissingen of denkwijzen door te zetten. Er is niet veel veranderd in de wereld. Mensen zijn geen robots, maar mensen zijn gemakzuchtig en dat kun je van een robot niet zeggen. Een robot heeft een beperkt doel, maar daar is hij dan ook helemaal aan gewijd. Een mens heeft vele doelen en hij wijdt zich over het algemeen aan beschouwingen daarover. Als u dus denkt dat u in deze moderne maatschappij teveel wordt gemanipuleerd, dan kunt u niet zeggen dat het komt omdat ze van mensen robots maken. U kunt hoogstens stellen dat u het gemakkelijker vindt om u als een soort ro­bot te gedragen.

Eén van de punten, die de laatste tijd nogal eens naar voren komen, is de reclame. Reclame, zo zegt men, is een voortdurend volksbedrog, waardoor een verkeerd consumptiepatroon wordt bevorderd. Nu was er in 1570 een kerk in een mooie stad in Duitsland waar ze ook verduveld weinig klanten hadden. In deze kerk besloot men toen een paar wonderen te laten geschieden. Met de medewerking van een tim­merman en een voorbij reizend toneelspeler werd het mogelijk een drietal wonderbaarlijke genezingen op te voeren bij een bepaald Mariabeeld. De plaats werd een bedevaartsoord. Het wonderlijke is dat veel mensen dachten dat ze daar van hun kwalen genazen. Ze voelden zich beter en dus kwamen er steeds meer. Het lijkt mij zoiets als een geestelijk Bayer­concern van de late middeleeuwen.

Reclame, mijne vrienden, is doodgewoon de mens de kans geven te denken wat hij wil en hem gelijktijdig te verleiden om die denkbeelden te associëren met een bepaalde plaats, een bepaald product, een bepaalde handelwijze. U zult het met mij eens zijn dat dat helemaal niet iets bijzonders is. Als een mens zo dwaas wil zijn, moet hij het zelf weten. Daarom roept men overal om duidelijkheid en openheid. Ik heb zelfs ge­hoord dat er mensen zijn die pleiten voor duidelijkheid in de politiek, wat m.i. een contradictio in terminis is. Openheid en duidelijkheid zijn er altijd, als je nadenkt en als je kijkt.

Als u een product koopt zonder u af te vragen wat er in zit en het niet te kopen zonder dat u weet wat er in zit, dan is uw consumptie misschien wat beperkter, maar dan weet u precies wat u doet. Maar als u het gemakkelijker vindt de dingen zo te pakken, dan kunt u dat de fa­brikant niet verwijten, want die wil zijn producten kwijt.

Dat is nu iets wat geestelijk ook een grote rol speelt. Als ik kijk naar wat er tegenwoordig allemaal voor grote geestelijke bewegingen aan de gang zijn, dan sta ik ook wel eens verbluft te kijken en ben ik wel eens geneigd om die robot theorie, dat gemanipuleerd worden, enigszins te onderschrijven. Dan denk ik aan mensen als Billy Graham, die als een twintig-eeuwse Peter van Amiens een nieuwe kruistocht inleidt, daarbij gesteund door zijn zeer goede vriend Richard Nixon. Maar wat heeft God, wat heeft innerlijk besef te maken met massasuggestie plus een heel aardig showprogramma? Dat was het wat Billy bracht. Show waarin zelfs een ballet van zangeressen opkwam, bekende trompettisten hoorngeschal produceerden, waarna hij zelf met zeemzoete stem, afgewisseld door enkele verbale donderslagen, de menigte duidelijk maakte dat het tijd was om je hier en nu te bekeren.

Als iemand denkt dat God dat nodig heeft, laat hem dan maar ge­loven en zich bekeren. De enige vraag is, is de God die zo iemand na­streeft nu wel iets meer dan de premie die je krijgt, als je 125 pakjes van een bepaald merk margarine hebt geconsumeerd? Het is een reclame­stunt, zeker. Maar je weet het en je kunt het zien.

Als u wordt geconfronteerd met iemand die zegt: Ik heb alle wijs­heid in pacht, of zoals bij ons een geest u komt vertellen wat nuttig en goed is voor u te weten en u denkt verder niet na, wie wilt u dan nog een verwijt maken? Natuurlijk de wereld wil bedrogen worden, maar ook wil de wereld graag dat een ieder zich conformeert. En als u de waarheid kent en u gaat dat dan nog duidelijk aan een ander vertellen, wordt hij alleen maar boos op u. Dat is precies hetzelfde als wanneer men u ver­telt dat een wit wasmiddel niet goed is voor uw wasgoed, niet goed voor het milieu en ook niet goed voor u omdat er ook nog bepaalde allergische werkingen door kunnen optreden, dan wordt u misschien nijdig en zegt u, waar bemoeit u zich mee. Ik wil niet schrobben. Ik wil mijn was witter dan wit. Nu, dat is waar. Als je door zo een gat heen kijkt, is het witter dan wit.

Maar als je gelijk hebt, als je iets weet, als je zelf iets ervaart en onderzoekt, dan wil je toch daarnaar leven?

Ik vind iemand een dwaas die tegen een ander zegt, dat hij niet moet roken. Ik vind iemand een wijze, indien hij besluit zelf voortaan niet meer te roken. Ik vind iemand een dwaas, als hij zegt dat je je moet overgeven aan God en dan wel volgens zijn regels. Maar ik vind iemand een wijze, indien hij in zichzelf God ontdekt en zich aan die God overgeeft.

Een mens is geen robot. Een mens is een mens. Dat wil zeggen, hij heeft een bewustzijn, hoe beperkt dat stoffelijk ook moge zijn, hoe be­perkt het misschien geestelijk nog is. Hij kan voor zichzelf uitmaken wat hij denkt, wat hij voelt. Hij kan er naar leven of hij kan het vertikken. Een robot heeft een dergelijke mogelijkheid niet; die is geprogrammeerd. Een mens is niet geprogrammeerd. Zeker, men heeft bepaalde voorkeurprogramma’s in hem ingebouwd, maar die domineren hem niet. Hij kan al­tijd zeggen, nu besef ik het anders en nu ben ik anders. Ik vind dat het in deze tijd wel eens goed is dat te zeggen.

Ik heb een enorme hekel aan mensen, die de eeuwige waarheid bezit­ten en haar vervolgens op anderen uitleven. Ik voel erg veel voor een mens, die in zichzelf ergens een besef krijgt van kracht, van geestelijke mogelijkheid, van geestelijke werkelijkheid en die daar wat mee doet. Zeker, de wereld denkt dan dat je gek bent.

Neem een lieveling van me: Franciscus van Assisi. Realiseert u zich wel dat hij de eerste “streaker” van de westerse geschiedenis was? Want toen zijn vader hem verweet, jij loopt in mijn kleren, jij hebt van mijn geld gegeten, zei hij; vader, niets van wat van u is zal ik meer dragen en hij gooide zijn kleren uit en stond in zijn nakie. Gelukkig was de kerk in de buurt in de persoon van een bisschop, die op dat moment erg ontroerd was (Franciscus had toch het gevoel dat God hem had geroe­pen en daarmee moet je als bisschop rekening houden) en hulde hem even in zijn mantel, waarna hij een pij liet aanrukken, die men ook voor boetelingen gebruikte en gaf hem die als kleed. Franciscus zei: Wat ik voel dat juist is, dat doe ik. En toen hij meende dat hij een kerkje in Assisi de Porziuncola moest restaureren, deed hij dat. Dan kunnen we zeggen, dat is dwaas. Maar hij deed dat, omdat hij voelde dat hij het moest doen. Hij liet zich niet afleiden door zijn vader, zijn moeder, de spot van de burgers of de verontwaardiging van vele van zijn vroegere gezellen. Hij was geen robot. Integendeel, hij toonde zich een mens door waar en getrouw, datgene wat hij in zichzelf besefte te vol­gen. En dat is iets wat in deze tijd en in deze wereld net zo goed mogelijk is.

Mensen zijn robots. Ja, als ze te lui zijn om mens te zijn. Maar men­sen zijn mensen op het moment dat zij bewust hun eigen wegen gaan en daar­bij hun innerlijke waarheid vorm en gestalte geven in hun bestaan.

Nu heb ik mij wel eens afgevraagd, hoe ging dat eigenlijk vroeger? Het verleden heeft mij altijd gefascineerd. En dan kom ik tot de conclu­sie dat de mens van vandaag niet veel scheelt met de mens die er vroe­ger was. Nu roepen natuurlijk de hoog beschaafde Nederlanders uit dat de Germanen maar een woest volk waren. Mensen die de gehele dag bier dronken en om vrouwen dobbelden, als ze tenminste niet toevallig in een boot de Rijn kwamen afzakken. Die Germanen speelden net zo graag als veel mensen tegenwoordig met de speelautomaten. Er waren er ook die praktisch niet speelden. Die mensen dronken gerstebier dat zij zelf brouwden. Ze had­den niet veel anders om te drinken en het alcoholgehalte was 0,1 tot 0,3, dus dat gaat nogal.

De vrouwen waren zeker ook modebewust, net als u. Er waren er bij die sieraden van barnsteen droegen dat uit het noorden langs de barn­steenroute werd aangevoerd. Ook droegen zij draadsieraden, die uit Enge­land kwamen of uit het Romeinse Rijk, richting Italië. Zij weefden hun kleding en trachtten die een beetje modieus te maken. Ze deden er al­leen veel langer mee dan tegenwoordig.

Die Germanen leefden een gewoon leven. Zij hadden een maatschappij. Ze hadden een hoofdman en of je die nu Germanicus noemt of Joop, dat maakt zoveel verschil niet uit. Die mensen waren net als u. In plaats van reclame experts hadden ze priesters. In plaats van politici hadden ze hoofdlieden, de oorlogshoofden waren de generaals, de gewone hoof­den voor vredestijd waren de politici. Zij hadden kleine industrieën. Ze wisselden producten uit. Ze dreven handel, op een andere schaal dan u, maar het waren dezelfde mensen. En diezelfde mensen maakten dezelf­de vergissingen. Misschien dat je daarom zou kunnen denken dat een mens een robot is.

Maar wij zien ook dat er Germanen waren die er uit braken. Er wa­ren er die naar Rome gingen en daar probeerden een bepaalde kunst of handwerk te leren. We zien dat er onder hen waren die zich bij de Romeinse legioenen voegden en zelfs officier werden en zo de krijgskunst leerden. Wij zien dat er onder hen waren die onder meer naar het zuiden van Engeland en naar Wales gingen waar ze iets leerden over tinbewerking en mijnbouw. Die mensen moesten uit hun sfeertje wegbreken, dat was de grote moeilijkheid.

Zo was het ook met de Romeinen. Er zijn Romeinen geweest, die werkelijk grote mensen waren. Mensen die tot ver in de binnenlanden van Afrika doordrongen of die met waar begrip doordrongen tot aan de Rijn, de Donau en verder. Mannen die leefden voor wat ze zagen en die dat alles heel bewust gade sloegen en beleefden. Die mensen leerden veel.
De meerderheid bleef liever thuis zoals nu. Vooral als het om geeste­lijke zaken gaat, blijft men liever thuis. Want per slot van rekening, je kunt nu op Gods genade hopen, halleluja en wat krijg je anders? Maar we behoeven niet lui te zijn. Er is geen noodzaak om dat ene patroon voortdurend te blijven volgen. Het is maar de vraag wat we ervoor over hebben.

Een bekende sterrenwichelaar (de man is gestorven omdat hij sterrenwichelaar voor Wallenstein was) heeft eens gezegd, en dat is een van de weinige keren geweest dat hij de waarheid sprak: Er zijn voortdurend invloeden die de mogelijkheden van de mens mede bepalen. Maar het is juist de beslissing die je neemt onder deze in­vloeden, welke bepaalt wat je bent en wat je wordt.

Ik zou dat ook willen zeggen voor de maatschappij, voor de kerk en voor al het geestelijk leven. Ik zou ook tegen u willen zeggen: Er zijn vele invloeden rond u, kosmische en anderen, maar wat u werkelijk bent en wat u bereikt, hangt niet af van die invloeden, maar van wat u bent door de beslissingen die u neemt op het juiste ogenblik. Dat is erg belangrijk.

U denkt waarschijnlijk, ik kan niet anders meer. U isoleert u mis­schien van de mensheid, het kan toch niet anders meer. Of u denkt, nu ja ik zal mijn weg wel kiezen, maar laat mij nu maar gebruiken wat er is, want het kan niet anders meer. Zolang u zo bent, kan het niet anders. Dan bent u inderdaad een robot, een soort marionet, die buiten zijn wil om wordt gemanoeuvreerd langs wegen die hij zelf niet begeert en ternauwernood kent. Maar u kunt ook uw eigen beslissingen nemen. Aangezien mijn geachte collega (de vorige spreker) heeft getracht u het een en ander te zeggen over de wereld van vandaag, zou ik een paar din­gen willen zeggen over de vraag hoe je jezelf kunt zijn.

  1. Aangezien de zeden van de mens voortdurend veranderen met de tijden, wat vandaag goed is, is morgen kwaad en omgekeerd, heeft het geen zin u aan zeden te houden die u niet als juist erkent. Leef volgens uw besef en uw eigen wetten, maar doe dat dan wel consequent.
  2. Hoe meer u heeft, hoe meer het u heeft. Dit is een citaat, licht gewijzigd, van een vriend. Bezit is belangrijk voor zover het u dient. Zodra u meer bezit dan u nodig heeft, om al het voor u belangrijke tot stand te bren­gen, wordt u erdoor belemmerd. Beperk daarom uw bezit tot het noodzakelijke, maar gebruik dan ook alles zo intens mogelijk.
  3. Er bestaat geen pad naar de geest en geen methode, transcentaal of anderszins, waardoor u in de werkelijkheid van de geest kunt doordringen. De geest is altijd rond u, de geest leeft in u. Besef van uzelf is voldoende om de betekenis en de kracht van die geest kenbaar te maken in en door u. Dus vermoeit u zich niet teveel met het leren van vreemde systemen. Het is een dwaas, die in zijn eigen land een vreemde taal leert alleen om het menu op de juiste wijze te kunnen samenstellen.
  4. Geestelijke kracht is overal. De methode waarop u die gebruikt is niet belangrijk. Als u haar gebruikt, moet u resultaat hebben. Als zodanig geldt: elk gebruik van geestelijke kracht dat tot resultaat voert is voor u juist. Maar het betekent niet dat diezelfde methode voor een ander ook maar enigszins bruikbaar zal zijn.
  5. Indien u wordt geconfronteerd met zeer diepzinnige en hooggaande redeneringen, probeer dan eerst alle vreemde woorden te vertalen, schrap dan alle overbodige woorden en beschouw de overgebleven boodschap. Op die manier begrijpt u wat er is gezegd en kunt u werkelijk reageren volgens uw eigen inhoud. Indien u de woor­den niet vertaalt, dan bewondert u wijsheid die niet bestaat.

Met deze punten heb ik u een kleine weg getoond, waardoor u aan het robot zijn kunt ontkomen, waardoor u het gemanipuleerd worden op deze wereld door mensen, door stoffelijke krachten, economische krach­ten of zelfs geestelijke krachten tot een minimum kunt terugbrengen U zult nooit helemaal vrij zijn. Maar wie wil dat eigenlijk? Zolang de mens bestaat heeft hij altijd ergens de behoefte om deel te hebben aan anderen, om ergens bij te horen. Dat is helemaal niet zo erg. Maar u kunt in ieder geval loskomen van dingen, die niet een deel zijn van uzelf, van uw behoeftepatroon, van uw besef. Als u dat allemaal heeft gedaan, zult u de grootste waarheid vanzelf ontdekken Als je leeft voor anderen, dan heb je zelf pas een leven. Maar als je voor jezelf leeft, heb je helemaal geen leven. Dit is ook belangrijk.

Vrienden, dit was mijn poging om kort en goed te bewijzen dat men­sen geen robots zijn. Ik heb dit onderwerp aangesneden, omdat er tegen­woordig in steeds toenemende mate publicaties in omloop komen waarin men, naar men zegt, op wetenschappelijke gronden tracht te bewijzen dat de mens alleen maar gemanipuleerd wordt door zijn milieu, dat hij geen wil heeft en dat zijn gehele gedragspatroon en zijn gehele bewustzijn alleen maar het resultaat zijn van de omstandigheden waarop hij geen in­vloed heeft. Als u dergelijke dingen ontmoet, verzoek ik u terug te denken aan dit kleine onderwerpje.