Zin en Betekenis

12 mei 1986

Vandaag hebben we als gastspreker iemand die ik eigenlijk het beste met de term fatalist kan karakteriseren.

Standpunt : Alles heeft zijn zin en betekenis. Betekenissen worden bepaald door gedachten en gevoelens, niet door feiten. Dan ten laatste : Meester ben je van jezelf als je met het ogenblik leeft. Enzovoort, enzovoort.

Er zijn natuurlijk heel veel dingen waar je wel wat over kunt gaan zeggen. Neem bijvoorbeeld dit : Hoe komt de beweging tot stand in het heelal ? Er is massa; er is ruimte, akkoord. Er zijn zelfs velden. Dat kunnen we ook allemaal aantonen. Maar hoe komt het nou dat die zon in een bepaalde richting gaat ? Dat de planeetjes er heel gehoorzaam omheen blijven draaien ? Waar komt die zwaartekracht vandaan en wat is tijd ?

Dat zijn dingen die volgens onze gastspreker eigenlijk niet bestaan.

Ik heb geprobeerd er een klein beeld van te krijgen en dacht toen ook terug aan stoffelijke omstandigheden, aan mijn kinderjaren. Toen hadden we een houten vloer, die was tamelijk oneffen. Wanneer je daar een knikker op legde, volgde die een tijdje een rechte baan, maar kwam dan in een putje terecht en bleef daar een hele tijd ronddraaien.

Ik denk dat je ongeveer op dezelfde manier de beweging van de sterren en planeten kunt bepalen. Zeker, er is dan geen houten vloer en als hij er wel is, merkt u er niets van, maar wat er wel is : er is ergens een kracht, een oerkracht.

Als die oerkracht nu niet overal gelijk is, kan ik mij voorstellen dat ‑ zodra er massa ontstaat ‑ die massa zich steeds naar het laagste punt gaat bewegen. Komt ze nu terecht op een punt waar op de een of andere manier een deuk in het veld zit, dan blijft ze draaien. Is het zo dat een massa zwaar en groot is, dan zal ze gemakkelijker over zo een putje heen gaan.

Stel bovendien dat de zaak een beetje in kan deuken, dan is het denkbaar dat rond die massa een deuk zit, waardoor alles wat in de buurt is eromheen blijft draaien.

Je hebt nu zo ongeveer het beeld van een zonnebaan en de planeetbaan rond de zon, maar dan zit je nog altijd met de tijd.

Tijd is een momentopname en heel vaak is het eigenlijk meer een microscopische opname. Je neemt een heel klein deeltje uit een heel groot geheel en dat is het ogenblik Nu. Al het andere is er wel, maar pas wanneer de microscoop verschuift, komt het volgende beeld, wordt het volgende gedeelte zichtbaar. Ik denk dat wanneer je op die manier de tijd en de ruimte bekijkt, dat je ook het menselijk lot anders moet gaan bekijken.

Een menselijk noodlot. Het klinkt schitterend, hé, iets voor een damesroman van een of andere schrijfster uit een ver verleden.

Maar stel nu eens een keer dat wij ook alleen maar een microscopisch beeld zijn van een klein gedeelte van wat we werkelijk zijn. Dan zijn onze veranderingen in tijd eigenlijk niets anders dan constateringen van andere waarden die in ons bestaan. Dit impliceert dat de geest en de mens een geestelijke totaliteit vormen, waarvan achtereenvolgens delen beleefd worden.

Dat wijkt een beetje af van andere stellingen. Normaal zeg je namelijk : er is een raster van mogelijkheden; je hebt keuzemogelijkheden en aan de hand van je keuze beleef je. Dat is ook rationeler. Maar wanneer je met de gastspreker een tijdje bezig bent geweest, krijg je echt het gevoel : ach, eigenlijk ben ik, ja, de hemel weet wat, misschien wel een landschap, maar ik kijk er naar, grassprietje voor grassprietje. Wanneer dat het geval zou zijn, kunnen we ook niet zeggen dat het een noodlot is. Dan kunnen we alleen zeggen : ik maak mezelf waar, maar ik kan dit mijzelf waarmaken bijvoorbeeld niet aanvaarden, of ik kom in verzet tegen de dingen die wel degelijk deel van mezelf zijn. Ja en op dat ogenblik ontstaan de moeilijkheden en de problemen.

Een ander denkbeeld dat ik van hem kreeg, vind ik ook heel erg aardig. Hij zegt : de mens is werkelijk een beetje gelijk aan God. God denkt het heelal, maar de mens die erin leeft, kan dromen en dan leeft hij in een heelal dat hij zelf schept. Nou, mooi.

Is er dan wel een werkelijkheid ? Ik weet het niet. Als iemand zo praat, zeg je : wat is er dan nog waar ? Wat is er niet waar ? En dan val je terug op de oude norm : wat is zwaarder, een pond lood of een pond veren ? Nou, als gewicht is het gelijk, maar als je het op je tenen krijgt, maakt het wel verschil uit.

Dat zijn, dacht ik, voor ons de belangrijke punten, het gaat er niet om of alles in het leven gelijkwaardig is, het gaat erom hoe wij het beleven. Wanneer de ene waarde indruk maakt en de andere niet, dan betekent dat, dat de ene waarde voor ons betekenis heeft en dat de andere voor ons tijdelijk waardeloos is.

Dus we selecteren wel zelf, ja, dat geloof ik graag. Maar als dat selecteren gebeurt op grond van onze eigen grondeigenschappen, dan kunnen we er toch nooit aan ontkomen. We krijgen het vandaag of we krijgen het morgen, maar hebben zullen we het. Dat zet je dan weer aan het denken over die kosmische harmonie en zo. (Nu ga ik van mijzelf uit, hoor.)

Een kosmische harmonie is theoretisch de eenheid van alle dingen. Die theorie kan reëel zijn of ze kan het niet zijn, maar kun je haar beleven ? Nee, tenzij je tijdelijk jouw eigen werkelijkheid opzij zet. Je kunt kiezen tussen bewust als Ik leven of kosmische harmonie, maar je kunt niet het een hebben en het ander. Dat schijnt een van de keuzes te zijn die we altijd maken.

Voor mij is een harmonie iets waardoor ik meer ben dan ik zonder dat zou zijn, maar ze is niet alomvattend, dat besef ik wel. Wanneer ik iets begrijp, iets aanvoel, dan heeft dat wel zin, natuurlijk, maar ergens kom ik dan weer aan de grens. Er komt altijd weer een ogenblik dat je zegt : nu weet ik het niet en ik kan het niet constateren. De onwetendheid is niet iets wat ik even door een leerproces kan opheffen. Het is iets waar ik gewoon mee moet leven tot het ogenblik dat mijn mogelijkheden als levend wezen veranderen. En ja, dan zou dus die theorie (die ik ook een beetje aan onze vriend ontleend heb, hoor, van die ruimte waar massa een deukje in maakt en kleinere massa’s rond gaan tollen en zo) die theorie zou misschien ook kunnen gelden voor een geestelijke werkelijkheid.

Wanneer we een groot bewustzijn hebben, maken we een soort indruk. Onze gedachten beroeren vele anderen; wij lezen ook die anderen gemakkelijker af. Daardoor hebben we inderdaad een grote mogelijkheid om meer van onze wereld te begrijpen, maar gelijktijdig bestaat het gevaar dat die anderen onze satellieten worden. Dat ze worden aangetrokken door wat wij bezitten, door wat wij zijn, zonder daardoor zelf meer te worden. Ze blijven alleen maar in kringetjes draaien.

Op dat moment vraag ik me af : is dat reëel en heeft dat iets met harmonie te maken ? Dan zeg ik : nee. Zeker kan er tussen mensen op die manier een soort geestelijke harmonie bestaan, maar is die harmonie belangrijk ? Is het niet veel belangrijker dat ieder zich van zichzelf bewust wordt ? Het willen leren van anderen is mooi; wij willen ook wel wat van anderen leren, ik ook. Maar eigenlijk kan ik alleen maar leren wat er al in mij bestaat. Ik kan alleen maar worden wat ik al ben, als onze vriend gelijk heeft tenminste. En daarom vraag ik mij af : waarom zou ik me dan moe maken ?

In zekere zin heeft fatalisme betekenis, want je kunt jezelf en de wereld niet veranderen. Je kunt alleen de relatie tussen jezelf en de wereld bepalen volgens je eigen inhoud, voor zover als dat mogelijk is en verder niet.

Wanneer je dat zo bekijkt, zeg je : ja mensen, waar maken we ons druk over ? Of je nu leeft of dat je dood bent, of je een hoge geest bent of een lage geest, het zit er allemaal in, het moet er toch een keer uit komen.

Je gaat dan ook begrijpen waarom je op een gegeven ogenblik in de geloofsbelijdenis hoort zeggen dat Jezus neerdaalde ter helle en daarna opsteeg naar de hemel. Je kunt het ene niet hebben zonder het andere. Want de hemel was deel van zijn wezen, maar dan moest de hel dat ook zijn. Hij kon het een niet bereiken zonder het andere.

Voor ons is dat geloof ik ook heel vaak zo. We hebben onze problemen, onze moeilijkheden.  Op aarde is het vaak nog veel ingewikkelder dan voor een geest, hoor. Mensen maken het graag ingewikkeld omdat zij het niet willen beseffen. Ze zitten erover te bazelen dat een atoomreactor nu veilig is, terwijl het grootste gedonder nog gaat komen, maar ja. (O nee, niet voor u, geen zorg, geen zorg !) we willen het gewoon niet zien, dat is waar, maar het is er wel. Wanneer ik eenvoudig probeer mezelf te zijn, zo goed als ik kan, bepaal ik daarmee mijn relatie met de wereld volgens een deel van mijzelf dat ik besef. Indien die wereld mij dan corrigeert (dat zal heel vaak voorkomen) ontdek ik dat ik ook nog iets anders ben; dat er ook nog andere dingen in mij bestaan. Laat ik dat dan rustig erbij pakken. Waarom zou je je druk maken ?

Als dit juist is (ik dacht van wel) kom je ook aan de vraag waar de kosmische krachten vandaan komen. U weet het wel hé, zo (maakt wat gebaren). Ik zou het nog echt kunnen doen ook, maar waarom zou ik ? U kunt het zelf ook, dan doe je ’t toch zelf ?

We moeten beseffen dat we die kosmische kracht alleen kunnen gebruiken wanneer ze in ons bestaat, maar dan in het geheel van ons wezen. Dat wil zeggen dat we veel meer kracht hebben dan in ons tijdelijk stoflichaam voorstelbaar is. Maar het zijn onze eigen krachten.

Onze krachten kunnen we afstemmen op de buitenwereld, dat kan een sfeer zijn, een geestelijke wereld, een stoffelijke wereld, een stoffelijk gebeuren. Maar hoe we het ook afstemmen, we zitten altijd vast aan wat we zelf zijn, wat we zelf kunnen. Dan is het werken met een geestelijke kracht niet een poging om te ontsnappen aan jezelf of meer te worden dan je zelf bent : het is gewoon een bevestiging van iets dat je óók nog bent, meer niet. Als je de belangrijkheid van de dingen een beetje weg gaat vagen en je eigen belangrijkheid in je huidig besefte persoonlijkheid eveneens wat in twijfel gaat trekken, kom je ‑ geloof ik ‑ op een punt te staan waar de wereld groter wordt. Van jezelf kun je dat nooit zeggen, maar je wereld wordt groter omdat ze meer bevat.

Iemand van ons die na de dood de bekende ervaring had van als een heel grote figuur te staan kijken naar wat er bij de begrafenis op het toneel beneden gebeurt … ja, dat zijn vaak leuke dingen, hoor. Dan hoor je dat je deugden hebt gehad waar ze je vroeger nooit over hebben aangesproken en dat je fouten allemaal onbelangrijk waren. Maar goed, die zei dus : “Eigenlijk is het zo dat hoe minder we zien, hoe groter we ons voelen. En hoe meer we zien, hoe kleiner we ons voelen. Maar als we alleen maar constateren, zien en onszelf er niet bij betrekken, zijn we altijd net zo groot als onze hele wereld”.

Nu klopt dat zeker in bepaalde fasen van de geestelijke ontwikkeling. Ik heb het zelf ook doorgemaakt en er zijn ongetelde aantallen die hetzelfde hebben beleefd. Dus dat is juist. Kan ik dat nu ook toepassen op een mens op aarde ? Ik dacht van wel. Hoe meer je denkt te zijn, hoe kleiner het wereldje is dat je nog werkelijk beseft. Hoe meer je de werkelijkheid om je heen beseft, de werkelijkheid van jezelf ook misschien, hoe kleiner je je voelt. Niet omdat je werkelijk kleiner of groter wordt – want je blijft jezelf – maar omdat je, als je veel ziet, begrijpt dat je in dat geheel moet passen, terwijl je, als je weinig ziet, denkt dat je het geheel kunt domineren.

Ik vrees dat dat de fout is van heel veel mensen. Ze kijken naar een heel klein gedeelte van de werkelijkheid en denken : dat kan ik de baas. Maar omdat er zo veel meer is, loopt het altijd mis. Je gaat bijvoorbeeld Libië bombarderen, terwijl je eigenlijk Syrië had moeten hebben. Dan zit je later je hoofd te schudden en zegt : ja, maar hij had toch ook schuld. Want je kunt niet zeggen : ik ben stom geweest.

Wanneer je al die dingen bij elkaar pakt, blijft – denk ik – de vraag bestaan of een uitbreiding of een verandering van besef niet gelijk is aan een verandering van je wereld. Neem nu bijvoorbeeld die reactorramp in Tsjernobyl. Op zichzelf een lelijk gebeuren, maar weet u wat het in feite heeft gedaan ? Ja, radio‑activiteit en zo, ik weet het. Maar het heeft een aantal mensen erop gewezen dat ze niet maar willekeurig beslissingen kunnen nemen, dat er feiten zijn die sterker zijn dan zij. Als ze dat gaan begrijpen, zullen ze ook met andere ogen naar de rest van de wereld kijken. Niet alleen naar Rusland en hun eigen instellingen, maar ze zullen ook gaan begrijpen : het zou wel eens kunnen zijn dat we ook daar met onze zogenaamde deskundigheid vergissingen maken. 0, ik zeg niet dat deze atoomramp het begin is van een nieuwe era. Dat is onzin. Een nieuwe era begint elk ogenblik en elk ogenblik is er ook een afgelopen. Maar ik heb wel het idee dat hierdoor een groot aantal mensen gedwongen is in plaats van heel stoer rechtuit te kijken, nu ook opzij te leren kijken en te zien dat de wereld anders is dan zij dat hadden gedacht en dat ze minder meester zijn van die wereld dan ze voor zich hadden willen geloven. In een dergelijk geval is dat misschien wel een zegen voor de wereld.

In een persoonlijk leven zullen dergelijke dingen ook gebeuren. Een beetje anders misschien, maar ook dan word je ineens geconfronteerd met de gedachte : er is nog meer in de wereld; ik sta niet alleen en ik ben het niet alleen die even uit zal maken wat wel en wat niet …. Misschien ga je dan begrijpen met al hetgeen ik wel ben, is er zoveel dat ik nog niet ben, dat ik naar mijn beste weten moet functioneren in dat geheel. Ik denk dat je dan toch ook wijzer wordt. Ja, misschien is het wel een soort inwijding. Wie zal het zeggen ?

Er zijn mensen die zeggen : ik heb het toch tamelijk ver geschopt. Ze beschouwen het als een soort jakobsladder en zeggen : kijk, jij staat op trede 4 en ik sta al op trede 77. Een verstandig mens zegt : als je dat denkt, heb je veel meer kans om een gevaarlijke val te maken dan ik. Maar heel vaak denkt men : ja, daar moet ik naar opkijken; die is al zover…

Vergeet het maar. Die ander heeft het op één punt ver gebracht, maar in hoeverre is zijn bereiking alomvattend ? Omvat ze het geheel van het zijn, niet alleen een bepaald aspect ervan ?

Volgens mij bestaat er geen hoog of laag, geestelijk niet en anderszins niet. Er bestaat alleen je meer bewust zijn van het grote geheel waardoor je jezelf kleiner voelt, of je minder bewust zijn van het grote geheel, waardoor je jezelf groter voelt. Dat is een soort groeiproces. Kinderen denken ook heel vaak dat ze de wereld wel kunnen regeren. Als je maar hard genoeg schreeuwt en trapt en driftbuien krijgt, nou, dan gaat het wel. Maar hoe harder je dat doet, hoe groter de kans dat je klappen krijgt. Totdat je beseft dat je met die dingen rekening moet houden. Maar dan is je wereldje anders geworden. Je kunt dan wel hetzelfde karakter hebben, maar je reacties zijn anders en jouw beeld van jezelf als belangrijk wordt ook anders.

Volgens mij is datgene wat wij doormaken, in vele levens, vaak in vele sferen, een soortgelijk proces.

We denken dat we de baas zijn omdat we te weinig weten. We krijgen elke keer een tikje, een klapje, een waarschuwing en dan, op een gegeven ogenblik – als het niet helpt – slaat het noodlot toe. Dan zeggen we : maar dat heb ik niet verdiend en had het niet anders kunnen zijn ? Nee, want je hebt het zelf mede veroorzaakt. Met de beste bedoelingen misschien en het is geen ‘schuld’, maar het is onvermijdelijk. Je moet gewoon wakker worden, zien dat er ook nog andere dingen zijn, dat het ook nog anders kan zijn.

Daarom vond ik dat ik onze spreker van vanavond – aan wie ik toch een deel van die denkbeelden ontleend heb (niet allemaal) – het best kan omschrijven als een soort fatalist. Want als je gelooft in die ene werkelijke persoonlijkheid van je, waarvan je deeltje na deeltje leert kennen, als je gelooft in een kosmisch geheel, waarin al die persoonlijkheden zelf weer aaneensluiten tot zij het geheel vormen, ja, dan moet je wel fatalist zijn en zeggen : alles wat er gebeurt, moet je aanvaarden zodra het gebeurd is. Daarna moet je weer jezelf worden en verder gaan. En dan moet je ook zeggen : je kunt het duizend keer verlangen; je kunt erom bidden, maar als het niet bij je hoort, krijg je het niet. Je kunt denken : nou, ze kunnen me wat .. en je krijgt het toch.

Wat dat betreft is die arme duivel altijd weer degene die aansprakelijk wordt gesteld voor de vreemde grillen van wat mensen noodlot noemen. Zeggen ze : “ja, maar duivels schijten op een grote hoop”. Ik wist niet eens dat engelen, gevallen of niet, ontlasting hadden, maar goed. Ze zeggen altijd : “de duivel blaast het je in” of : “God roept je om dat te doen”.

Het spijt me maar het klopt niet. Een deel ervan kun je zo controleren. Als je – zoals ik – in de geest leeft, zie je een aantal dingen een beetje anders : je gaat andere dingen beleven en ik ben tot de conclusie gekomen dat er geen noodlot is. Er is alleen het onvermijdelijke en het onvermijdelijke komt uit ons zelf voort. Hoe meer wij de gehele persoonlijkheid die wij zijn, met alle geestelijke en andere factoren erbij, proberen waar te maken, hoe vriendelijker voor ons het noodlot wordt. Maar het is geen kwestie van : je bent zo goed en daarom krijg je het, of : je bent zo slecht en daarom krijg je het niet. Het is : je vertrouwt in jezelf en bent dus in overeenstemming met je werkelijke ik, je omvattende persoonlijkheid, of je bent het niet.

De mensen die slagen, zijn over het algemeen nogal sterk in het aanvaarden van zichzelf, anders zouden ze ook niet slagen. Maar dan is het geen wonder dat voor hen die wereld als het ware ook alles aandraagt wat ze maar willen en wat ze maar nodig hebben. Er zijn echter dingen waarin hun zelfvertrouwen niet zo groot is en dat zijn dan de punten waarop ze elke keer als het ware de klappen krijgen. Ze geloven dat ze zakelijk de wereld kunnen regeren en ze vormen een international waar niemand tegenop kan boksen. Maar ze geloven niet dat ze immuun zijn voor kwalen en dus worden ze ziek; dat is het vreemde.

Wanneer je gelooft dat je onvernietigbaar bent, komt er toch nog een ogenblik dat je doodgaat, hoor. Maar zolang je gedragen wordt door dat geloof ‘het kan mij eigenlijk niets doen’, dan is er een wonder. Je geneest sneller dan een ander; je wordt minder ziek dan een ander. Als je al ziek bent, heb je er minder last van dan een ander, noem het maar op .. omdat je gelooft in jezelf en daardoor een mate van eenheid bezit met je werkelijke alomvattende persoonlijkheid.

Ik denk dat dat de basis moet zijn van de wijze waarop onze gastspreker zijn aanvaarding van het bestaande voor zich heeft gerechtvaardigd (waarschijnlijk veel eenvoudiger en mooier dan ik hoor) en heeft gezegd : ach, ik wil niet hoog zijn, ik wil niet laag zijn, ik wil mezelf zijn. En dan zeggen wij natuurlijk : o, hé, zie je daarboven ? Daar zit hij; daar moet hij dadelijk vandaan komen. En een mens die dan oneerbiedig is, denkt: als hij dan maar niet van het trapje lazert … Maar voor mij is hij hoog omdat hij meer omvat dan ik, bewust omvat. Maar voor zichzelf is hij niet hoog. Voor zichzelf is hij doodgewoon.

Wanneer hij spreekt over zijn ervaringen of over zijn stellingen – dat is allemaal mogelijk – dan praat hij eigenlijk niet eens voor u, maar hij uit alleen een gedeelte van hetgeen hij zelf bewust is en van zichzelf aanvaardt.

Ik hoop dat het toch voor u interessant zal zijn. Wat mij betreft, vind ik de inleiding lang genoeg. Ik hoop alleen dat u zult begrijpen dat ik toch geprobeerd heb een paar punten duidelijk te stellen. Misschien mag ik ze nog even samenvatten :

  • Beweging in ruimte is niets anders dan de ongelijkmatigheid van de totale kosmische kracht waarin het geheel van de schepping bestaat en tot stand is gekomen.
  • Tijd is de verschuiving van besef, geen concreet proces. Wij zelf zijn een klein gedeelte van onze werkelijke persoonlijkheid. Wanneer wij menen te veranderen, beseffen we alleen een nieuw stukje van hetgeen wij in wezen al zijn.Goedenavond.
  • Wanneer ik die punten duidelijk heb kunnen maken, heb ik in ieder geval als voorbereiding iets gedaan wat van belang kan zijn. Want ik dacht dat juist deze absolute relativiteit van waarden toch beseft moet worden, voor je kunt begrijpen wat de spreker die na de pauze komt, werkelijk bedoelt. En daar hoop ik dan maar op. Bedankt voor uw aandacht.

De gastspreker

Je moet praten over de dingen die belangrijk zijn.

Je vraagt je dan altijd af : wat is belangrijk ? Leven is belangrijk. Maar wat is leven anders dan ontdekken wat je bent ? En natuurlijk, goed zijn is belangrijk. Maar wat is goed ? Goed is datgene waar je innerlijk ‘ja’ tegen zegt.

Mensen zijn altijd bezig met de wereld te veranderen, zonder ooit te slagen. Want om de wereld werkelijk te veranderen, moet de mens veranderen. Dat wil zeggen : de mens moet leren zichzelf en zijn wereld anders te zien. Als hij daarin slaagt, is een paradijs op aarde uiteindelijk nog maar een ‘koopje’ ten aanzien van de innerlijke werkelijkheid die je beleeft.

Mensen voelen zich altijd beladen door het noodlot. Ze gaan gebukt onder hun karma. Ze slepen met de onrechtvaardigheid van de wereld. Ze zijn voortdurend bezig om alles wat vandaag bestaat te ontkennen, in de hoop dat het morgen anders zal zijn. Maar wat is, kun je toch niet veranderen ? Je kunt jezelf veranderen, maar een toestand die er is, daar kun je niets aan doen. Je moet alles steeds aanvaarden zoals het op het ogenblik is. Als je dat gaat doen, ontkom je in ieder geval aan zeer veel spanningen in de zin van : als het nu eens zus zou zijn en als het maar niet zo wordt.

Mensen zeggen : ach, we zijn zo beperkt; we zijn zo klein. Maar klein is iets dat je jezelf aanmeet en groot ook. Je bent eenvoudig jezelf en in jou woont dezelfde kracht die in alle dingen leeft en werkt. Wat je erover zegt, ach, dat doet eigenlijk niets ter zake. Het is gewoon datgene wat je bent en wat uit jouw wezen voortspruit wat je belangrijk maakt.

Wil je een kosmische waarheid weten ?

Je bent zelf een deel van de kosmische waarheid.

Kijk naar jezelf en zeg niet : dat is zo en niet anders.

Zeg : Kijk, dit is één draadje en als ik dat vasthoud, kan ik daarmee door de hele doolhof van het onbegrepen bestaan komen en tenslotte weer terugkeren, zonder dat enige kracht mij kan vernietigen. Want wat de mens vernietigt, is zijn poging om iets te zijn wat hij niet is en zijn poging om iets te doen wat hij niet kan.

Mensen zeggen : elke dag brengt zijn eigen zorgen.

Dat is waar. Maar is het ook niet zo dat elke dag zijn eigen vreugde brengt ? Elke dag zijn eigen kracht meebrengt ? Elke dag in jezelf toch weer iets anders doet spreken, anders doet zijn, anders doet denken ?

Ik weet het. Mijn vriend die mij heeft ingeleid (vriend is een groot woord misschien, maar ik wil hem aanvaarden als een deel van een totaliteit waar ik ook deel van ben) heeft gezegd dat ik een fatalist ben. Ik geloof niet in een noodlot; hoe kan ik dan een fatalist zijn ? Maar ik geloof in het onveranderlijke van datgene wat nu is. Ik geloof dat elke verandering alleen voort kan komen uit hetgeen ik nu besef.

Daden uit het verleden zijn dood. Ze zijn herinneringen en misschien erkenningen. En de daden van morgen ? Als u er nu mee bezig bent, zijn ze een droom. Alleen wat u vandaag kunt zijn, wat u vandaag bent, wat u vandaag waarmaakt, is voor u echt.

Men roept u toe : leef in het heden. Ik zeg : leef niet in het heden, leef in de totaliteit. Besef dat er geen noodlot is dat u regeert, maar dat het uw eigen wezen is dat u maakt tot dat wat u op dit ogenblik denkt te zijn.

Het is dwaas, zegt men dan, want is een zieke dan schuld aan zijn ziekte ? Die ziekte hoort bij je. Je hebt er geen schuld aan, maar de combinatie van alles wat je geweest bent, alles wat er gebeurd is, betekent nu een onevenwichtigheid. Maar als u die onevenwichtigheid opheft, dan verdwijnt de ziekte, of in ieder geval de last die je ervan hebt. Dat is toch geen fatalisme, dacht ik.

Als u hier zit ,wilt u van een ander horen over de innerlijke weg. Maar de innerlijke weg is uw wezen. Wanneer u uit mijn woorden probeert te distilleren wat u bent, bent u even dwaas als iemand die aan de hand van een jeugdfoto wil weten wat iemand op 70‑jarige leeftijd zal zijn. Dat zijn dingen die bijna onmogelijk zijn.

Dat ik u geven kan, is voor mij belangrijk. Voor u kan alleen belangrijk zijn wat u nu op dit ogenblik voelt, op dit ogenblik beleeft, op dit ogenblik denkt. En wanneer het betekenis heeft voor u, dan verandert u door uw bewustzijn. Niet in vorm, niet in mogelijkheden, want die behoren bij uw wezen, maar u verandert in uw besef. Het is uw besef dat uw wereld schept.

Het is het besef dat u maakt tot datgene wat u bent : een stoffelijk wezen, in beperkingen, in een beknoptheid van ervaren, of een geestelijk wezen, uitwaaierend over vele werelden en zoekende naar de inhoud van zichzelf, door te beseffen ‘al wat ik erken, is deel van mijzelf’. Mensen proberen altijd de zaken op een ander te laden. Mohammed heeft het gezegd en daarom mogen wij het doen. Jezus heeft het geleerd en daaraan ontlenen wij het recht om anderen dit dwingend op te leggen. De Boeddha heeft ons deze weg getoond en daarom gaan wij hem, volgens onze interpretatie van de Boeddha. Het zijn allemaal van die dwaze dingen.

Gelooft u werkelijk dat iemand of iets u kan verlossen wanneer u niet innerlijk verlost bent ?

Gelooft u werkelijk dat iemand u de weg kan tonen van het voor u juiste leven wanneer u niet beseft wat u zelf bent, wilt, kunt ?

Kinderen luisteren graag naar sprookjes. Volwassenen halen er wat meewarig de schouders over op en worden soms door een soort nostalgie bevangen. Zijn die sprookjes dan niet waar ? Voor de kinderen zijn ze soms echt. Voor u kunnen ze niet meer waar zijn. Ze passen niet bij het beeld wat u van uzelf hebt. Wanneer ik u zeg : hier is een zee van licht, een zee van kracht; hier trekt een golf van kracht rond, dan zult u misschien zeggen : als hij het doet, is het zo. Maar die kracht is er altijd. Alleen, ik richt uw aandacht er op. Ik laat u iets zien. Maar het moet er zijn voor ik het u kan tonen.

Er zijn regels en zoals alle regels zijn ze een onvolkomen weergave van een waarheid, die een enkele mens voor zich heeft gevonden. Maar mijn regels zijn eenvoudig. Het heden is mijn werkelijkheid. In die werkelijkheid wil ik gelukkig zijn, want het geluk van die werkelijkheid is mijn verbondenheid met al die dingen die ik nog niet of onvolkomen besef.

Ik leef en ik ken geen tijd meer. Maar ik kan de tijd inschakelen of uitschakelen. Het is een meetmethode die ik mijzelf heb aangewend, maar ik kan soms in een seconde meer weten en denken dan anders in een jaar. Ik kan soms in een minuut beslissingen nemen die een heel leven veranderen, misschien zelfs een halve wereld. Dan is tijd eigenlijk alleen maar een soort klok waarmee ik een gebeuren probeer te meten om het in een volgorde te zetten, om er een opbouw van te maken. Maar die tijd is niet echt. Ik ben de slaaf van mijn eigen denkbeeld wanneer ik de tijd meet. Wanneer ik de tijd niet meet, houd ik op slaaf te zijn van een zelf geschapen waarde en ik leef een kracht die ik zelf ben. Misschien noem ik haar soms tijd, maar ze is niet meer mechanisch, geregeld door wisselingen van invloeden. Ze is het beseffen en een nieuw besef.

Ik zeg jullie : alle dingen die mogelijk zijn voor jullie liggen vast. Al datgene wat jullie ooit zullen kunnen doen, zullen kunnen zijn, bestaat in jullie wezen, ook nu. Er is niets, werkelijk niets wat voor jullie kan bestaan wanneer het niet in je leeft.

Want wat je doet, is alleen maar de vage echo van hetgeen je beseft. De kracht die in je leeft, is alleen maar een druppel uit een oceaan die in je leeft en die je niet durft te benaderen.

Eens zul je staan aan het zandstrand van een onmetelijke oceaan.

Eens zul je je afvragen : kan ik nog verder gaan ?

Eens zul je beseffen : ik ben deel van de oceaan. Zolang ik mij afzonder, kan ik niet verder.

Dat is de werkelijkheid.

Maar is het belangrijk ? Ze hebben mij gevraagd over belangrijke dingen te spreken. Maar jullie halen adem, is dat niet belangrijk ? Jullie hart klopt, is dat niet belangrijk ? Jullie geest leeft, is dat niet belangrijk ?

Al wat jullie belangrijk noemen, komt voort uit het andere.

Als jullie hart niet klopt, staat uw wereld stil.

Wanneer jullie niet ademen, vervaagt het denken; er blijft niets over.

Alleen een geest die zich afvraagt : wat voor een wereld betreed ik nu ? Wat is dit hier ? Waar komt de nevel vandaan ? Die dingen zijn belangrijk. Belangrijk is het dat de bladeren zich ontvouwen aan de bomen, of dat de wind ze afrukt. Want dat is het spel van het beleven. Al wat je bent, al wat je doet, is niets anders dan een spel waarin je jezelf probeert te leren kennen.

Als je dat weigert, wanneer je tracht om anders te zijn, anders te leren, anders te denken; wanneer je probeert je wereld aan te passen, hopende dat iets zal gebeuren, maar je moet er zelf niet mee te maken hebben, dan leef je in je eigen angstdromen. Dat is niet werkelijk.

Maar elk ogenblik dat je beseft te zijn, is werkelijk.

Er is geen noodlot. De enige binding die bestaat, is de werkelijkheid van uw wezen dat alle levens en vormen omvat waarin je jezelf ooit beschouwd hebt.

Er is geen voorbestemming. Er is eigenlijk geen aarde en geen hiernamaals. Er is het Ik. Het Ik dat vrij is zichzelf te zijn en pas wanneer het zichzelf niet is, plotseling belaagd wordt van alle kanten door boosaardige werelden, demonische geesten en krachten die je doen vrezen.

Maar als je aanvaardt wat is, wanneer je vrijelijk de kracht in je laat werken, wanneer je je geest laat uitwaaieren zonder haar een opdracht of taak te geven, dan leef je echt, dan springen de vonken eruit, dan straalt het hele leven.

Ik zeg niet dat je dan tevreden of gelukkig zult zijn. Mensen zijn niet tevreden of gelukkig.

Maar ik zeg jullie dat je in jezelf vrede en geduld zult kennen. Dat is iets anders.

De tijd schrijdt voort. We hebben nog een aantal jaren te gaan en de wereld zal je dan vol lijken van noodlottige gebeurtenissen. Hoe tellen jullie ook weer, o ja, 1992, om precies te zijn : in april, dan verandert er iets. Geen oorlog, geen aarde die kantelt en geen alomvattende ramp, maar datgene wat gegist heeft sedert 1964, breekt uit.

Het besef van de mensen verandert. De mensen gaan een nieuw deel zien van wat ze zijn, wat ze leven, wat hun werkelijkheid is. Daaruit zullen ze krachten putten om het schijnbaar onmogelijke waar te maken. Daardoor zullen ze hun wereld opnieuw bouwen, anders dan deze was en toch beter.

Niet omdat het moet – omdat er zoveel vernietigd is – maar omdat ze gaan beseffen : alleen waar ik mijzelf ben, mijzelf uitdruk ‑ elk ogenblik weer ‑ daar is de kracht, daar is de vrede, daar is de werkelijkheid.

Nu ja, misschien ben ik toch wel een fatalist. Je kunt niet weten.

Maar ik zou zeggen : Mensen, wanneer er iets is dat je kunt doen, doe het dan goed. Zó dat je zelf denkt : “ik heb het beste gedaan” en vergeet het dan maar.

Zeg niet : “als het anders was geweest …”, want je hebt het zelf zo veroorzaakt.

Zeg niet : “als het morgen maar anders zal zijn”, want niets kan het veranderen, wanneer je daarbij zelf niet innerlijk en volledig betrokken bent.

Maar dan zeg ik ook tegen jullie :

Leef elk ogenblik met de kracht van je innerlijke licht, dat, wat meer is dan je nu beseft te zijn. Laat het licht stralen.

Omhels een kosmos die je niet eens kent en zeg : het is goed mijzelf te zien, wetende dat ik veel meer ben.

Wees deel van de kracht die in je gehele wezen schuilt en die alle denkbeelden van tijd overbrugt. Zeg niet : “die kracht moet mijn wereld veranderen”, maar zeg : “die kracht moet mij veranderen; ze moet van mij uitgaan; ze moet pieken van mij uitstralen zodat een ieder die daarmee harmonisch kan zijn, ze bemerkt, ze aanvoelt, ze beleeft. Dan wil ik niet één ogenblik licht zijn; ik wil dit licht altijd rond mij uitstralen”.

Maar ‘altijd’ kan ik niet overzien. Nu, elke keer weer Nu, ben ik licht, ben ik kracht.

Elk ogenblik weer erken ik in mij de vrede die er ook is. Erken ik in mij het weten dat geen woorden kent. Erken ik de volledigheid die ik niet kan uitbeelden. En als de wereld dan vergaat, ik ben en blijf mijzelf. En als de mensen veranderen, ik ben en blijf mijzelf. Wat er ook gebeurt, ik ben en blijf mijzelf.

Daar waar vanuit het licht in mij een band bestaat, hoe dan ook en waar dan ook, daar is zij blijvend, onvernietigbaar, onveranderlijk, want ze is deel van mij.

Niets wat waarlijk door straling en harmonie deel van mij is geworden, kan ooit teloor gaan, want al waarmee ik harmonisch ben, is datgene wat ook in mij leeft.

Wat in mijn ervaren een rol speelt, wat in mij kracht en werkelijkheid wordt, is datgene waarin mijn wezen zichelf erkent en beseft hoe groot de macht is waaruit ik ben ontstaan, waartoe ik behoor en waaraan ik nimmer zal kunnen ontkomen.

Voor mij is dat belangrijk, hét belangrijkste.

Ik kan veel dingen zeggen die belangrijker schijnen, maar belangrijk is wat ik nu ben; wat ik nu besef. Dat deel van mijn wezen en werkelijkheid, dat ik nu ook ‑ verminkt door woorden en in stamelende krachten soms bijna verborgen ‑ kan uitdrukken en kan zijn.

Wat ervan jullie beroert, is harmonie. Waar die harmonie is, is een ondeelbaarheid ontstaan die nooit kan vergaan.

Daar waar het je niet beroert, ga verder en wees jezelf. Maar leef elk ogenblik opnieuw en probeer wat in jou is te maken tot een steeds omvattender deel van al wat er rond je is. Al datgene wat ook van je zijn, je leven een deel is en daarmee mede een omschrijving vormt van dat wat jij werkelijk bent.

Mijn besef van dit ogenblik is vrede. Moge die vrede door ons allen gedeeld zijn, opdat we de waarheid beseffen die zich uit in vrede en die alle dingen omvat.

Als jullie terugkeren tot het meer stoffelijk denken en reageren, het ga jullie goed, elk ogenblik opnieuw, opdat jullie het goede beseffen en de kracht beleven die ‑ door het goede juist ‑ vanuit jullie kan voortkomen. Het ga jullie goed.