Zin en onzin

12 december 1977

Ik denk: als je daarover begint, dan hebben we daar een betere spreker voor: onze vriend Henri. Maar zijn reactie was: Voor mij is onzin de wijze waarop de mensen kijken naar alles wat niet gebruikelijk of niet normaal is. De zin van de dingen ligt juist in het feit, dat ze bestaan. Hij vertelde toen een verhaal over een grote piramide die de eerste gele keizer van China had laten opwerpen. Die was zo groot, dat ze zelfs derde in grootte in de wereld was, ook al is ze later ondergespit of omgespit. De gastspreker:

“Als je de mensen vertelt dat zoiets bestaat, dan zeggen ze: Dat is onzin. Toch zou het zinvol zijn na te gaan wat voor betekenis er in zit. Die keizer heeft werkelijk geleefd. Hij heeft een enorm grafmonument opgericht dat een piramide is geworden. Dat is vastgelegd. Het staat in de oude geschriften. Wanneer de mensen dit zouden weten, dan zouden ze misschien ook kunnen nagaan hoe verschillende geheimen van de oudheid eruit hebben gezien.”

“Men vertelt dat deze keizer eerst heel diep heeft laten graven. Toen heeft hij op de bodem een vloer van brons laten gieten waarop zijn sarcofaag is gezet. Op die bronzen vloer staan tevens een groot aantal van de schatten en apparaten die ze toen kenden. Dat zou de mensen veel kunnen bijbrengen omtrent de beschavingen van het verleden.”

Ik heb hem gevraagd hoe lang dat geleden is. Dat blijkt nog vóór de jaartelling te zijn geweest. Ik vroeg hem: “Vindt u dat nu werkelijk zo interessant?”

Hij antwoordde: “Het is op zichzelf wetenswaardig. Maar in een tijd als de huidige waarin we worden geconfronteerd met een voortdurend grotere strijd tussen wat zinnig en onzinnig is, zouden de mensen toch langzamerhand moeten leren dat er bepaalde zaken zijn die je pas kunt rationaliseren als je ze eerst emotioneel ervaren hebt. En het wonderlijke is, dat de mensen dat nu juist niet doen.” Hij geeft dan de volgende voorbeelden:

Je kunt iemand die drugs gebruikt er theoretisch wel vanaf helpen, maar al je theorieën zijn niets waard, tenzij je begint met iemand, die het zelf heeft doorgemaakt en die er vanaf is; die weet wat het kost om er vanaf te komen. Als een aantal van die mensen nu gaan samenwerken, dan vinden ze inderdaad de mogelijkheid om anderen te bevrijden van die verslaving. Maar zolang je met theoretici blijft werken, krijg je alleen een verschuiving van de verslaving. Volgens mij zit daar wel iets in.

De gastspreker meent ook dat het met het geloof precies hetzelfde is. Als je iets gelooft, dan is dat een zekerheid voor je. Niet omdat je het weet, maar omdat je het voelt. Wat jij als juist voelt, is jouw waarheid. Het zou dwaas zijn te zeggen: het is niet waar, want ik kan het niet beredeneren. Het is nog veel dwazer om tegen een ander te zeggen: jij voelt dat nu wel zo, maar het is niet juist, want ik beredeneer het anders. Hij zegt: De zin van het bestaan is juist dat we doordringen tot de essentie van de dingen. En de essentie van het leven is nu eenmaal geestelijk zowel als stoffelijk, redelijk zowel als emotioneel, dat je die dingen niet van elkaar kunt scheiden. Op het ogenblik dat je dit doet, kom je in grote moeilijkheden.

Ik vond dit wel interessant en dacht: aardig voor een vrijdagavond onderwerp. Maar je bent nu eenmaal bij zo iemand terechtgekomen omdat je een gastspreker nodig hebt en dus ben ik verder gaan puren. Ik vroeg mij af, of er nu ook esoterie in zat en zei tegen hem: “Wat is volgens u esoterisch zinvol en wat is esoterisch gezien onzin?”

De gastspreker zei: “Onzin is esoterisch gezien elke theorie, want theorie is praktijk. Zinvol is de praktijk in het esoterisch streven waardoor ik meer van mijzelf en van mijn harmonieën met de kosmos bewust wordt. Onzin is elke stelling die probeert dit te verklaren.” Ik dacht toen: Er zit misschien toch wel iets voor u in en zodoende krijgt u vanavond deze gastspreker, wat tevens betekent, dat ik met een onderwerp zit waarmee ik zelf heel weinig raad weet. In de eerste plaats heeft de man mij een aantal mythen, legenden en verhalen uit het verleden verteld om zijn stellingen te bewijzen. Ik weet niet, of hij dat nu ook gaat doen. In de tweede plaats heb ik gemerkt, dat deze man een wonderlijk manier heeft om allerlei feiten te mengen met gevoelens. Dan kun je weer verder gaan en zeggen: Hoe zit het dan met allerlei krachten die tot uiting zullen komen? Want dat in dit jaar heel wat occulte krachten tot uiting zullen komen, staat voor mij vast. En dat is niet alleen omdat ik het aanvoel, maar ook omdat ik hier en daar het begin ervan kan zien. Het is alsof je zegt: Het is uitgezaaid, de omstandigheden van het komende jaar kunnen niet zo slecht zijn dat daar niets van opkomt.

Wanneer ik die geestelijke waarden en gaven bekijk, dan denk ik dat er voor heel veel mensen een ogenblik komt, dat ze door de rede heen moeten breken. Door de barrière, de werkelijkheid, die buiten hen bestaat. Omdat de kracht, die in je bestaat, alleen geactiveerd kan worden, indien je juist die grens kunt overschrijden, als je de innerlijke werkelijkheid voor een deel aan die innerlijke kracht ondergeschikt kunt maken. Kun je dat niet, dan staat het er slecht met je voor, dan word je van buitenaf beheerst. Op deze manier krijg ik een beeld dat voor mij volkomen zinrijk is, ofschoon het niet strookt met de nu bekende feiten.

Er zijn dingen waarvan je je afvraagt is het zinnig om dat te zeggen? Op grond van de feiten, nee. Dan lijkt het onzin. Maar als je in jezelf kijkt naar je contact met de kosmos, je gevoel voor harmonieën, voor allerlei situaties, dan wordt het wel zinvol. En wat meer is, dan is het eigenlijk een soort richtlijn waaraan je je kunt vastklampen. Dan kun je zeggen: kijk, op die manier gaat in de stof de ontwikkeling verder. Wij mogen er dan op rekenen, dat we op die manier ook geestelijk de beste resultaten behalen. Ik denk, dat dit een methode is waar de mens ook veel voordeel van kan hebben. Er zijn altijd wel dingen waar je niet helemaal mee overweg kunt. Er zijn mensen die je lastigvallen en situaties waarvan je niet meer ziet hoe je het eigenlijk moet oplossen. Elke mens zit weleens een keer voor het blok. Maar nu is het gekke, dat je diep in jezelf wel weet wat er aan de hand is en dat je, als je dat innerlijk weten gebruikt om daardoor je reacties te laten bepalen, je de werkelijkheid veel gemakkelijker aankunt. Dreigementen die enorm lijken worden onbelangrijk en kleinigheden waar je overheen keek worden opeens zaken waarmee je ernstig rekening gaat houden. Het is misschien ook het element inspiratie dat invloed heeft.

Inspiratie komt voor een deel uit jezelf, voor een deel misschien uit een ander. Inspiratie is zelden redelijk; ze is niet rationeel. Als u uit een mogelijkheid van 1000 proeven besluit om juist die ene proef eerst te doen en het is de enige proef die een goed resultaat kan geven, dan is er toch wel iets wonderlijks aan de hand. En nu is het vreemde, dat er mensen zijn die steeds die greep maken. Om een voorbeeld te geven:

Edison heeft in het geheel ongeveer 150.000 experimenten gedaan. Van dat aantal experimenten waren er zeker 70:000 grondstof‑experimenten. Dus geen kwestie van een idee vormen, maar gewoon kijken wat beter was. Het waren vergelijkende tests. Ga je nu de overblijvende 80.000 experimenten weer splitsen, dan kom je tot de conclusie dat de belangrijke experimenten eigenlijk allemaal succes hebben gehad lang voordat dit volgens de waarschijnlijkheidsberekening mogelijk zou zijn.

Neem nu de fonograaf; die is nu weer in de mode. De fonograaf, dat membraansysteern, is niet het resultaat geweest van 20 experimenten. Bij het vierde experiment was het systeem volledig hanteerbaar, maar te kwetsbaar. De daaropvolgende reeks van ongeveer 320 experimenten hadden ten doel om die kwetsbaarheid te verminderen en dus de houdbaarheid van het apparaat te vergroten. Dat was gewoon een kwalitatief experiment. De man heeft echter zoveel mogelijkheden gehad om het verkeerd te doen, dat het vinden van het juiste systeem, inclusief de rol, de aandrijving enz. op z’n minst genomen miraculeus is. Dat is nu inspiratie. Inspiratie gaat in tegen de wet van het gemiddelde en is als zodanig schijnbaar onredelijk. Maar de zin van de inspiratie wordt duidelijk door het geslaagde experiment dat ze mogelijk maakt. Ik meen, dat dit de basis kan zijn vanwaar onze gastspreker zal vertrekken. Precies weet ik het niet.

De innerlijke stem vult aan, Zeker. Ze kan niet de wereld veranderen, maar ze kan de te veranderen elementen in de wereld zodanig doen beseffen dat de verandering mogelijk wordt. Dat betekent niet dat je de verklaring krijgt voor alle fenomenen. Die komen pas later, nadat je opeens het besef krijgt dat je een bepaald punt van benadering kunt gebruiken. Het is niet het denkbeeld dat er geestelijke krachten zijn en de beredenering hoe ze bestaan. Het is opeens aanvoelen dat je op een bepaalde manier die kracht in jezelf zo sterk kunt voelen, dat je daardoor resultaten krijgt die ver beven het gemiddelde van je normale prestatie uitgaan.

Op deze manier wordt onzin eigenlijk zinrijk, omdat ze een benadering biedt die rationeel niet schijnt te bestaan maar die wel degelijk resultaten heeft. Daar staat tegenover dat heel vaak zaken, redelijk gezien, zinvol zijn, maar dat ze in feite onzinnig worden. Laat mij u een voorbeeld geven.

Men is voortdurend bezig om de bestaande auto’s te verbeteren. Van een werkelijke vernieuwing in systeem, in veiligheid is maar betrekkelijk weinig sprake. De werkelijke vernieuwingen blijken verder vaak het resultaat te zijn van het persoonlijk onderzoek van bepaalde ingenieurs of van ideeën en patenten die van buiten zijn gekomen. Dat een origineel idee binnen een bedrijf wordt verwezenlijkt, komt zelden voor. Wel dat men de technische mogelijkheden van een idee verder ontwikkelt en steeds verder uitsplitst. Ik geloof dat daar de basis is.

In ons ligt een wereld. Uit die wereld kunnen we het werkelijk vernieuwende, het werkelijk belangrijke putten. Maar het is onzin aan te nemen dat we daarmee dan alles gewonnen hebben. Ook onze innerlijke waarden moeten worden toegepast in de wereld buiten ons. Dan pas wordt het zinvol, al zal degene die alleen aan de hand van uiterlijke waarden oordeelt, in het begin veronderstellen dat hetgeen wij doen onzinnig is.

U leeft geestelijk. De een wat meer bewust, de ander wat minder bewust. Maar als je dat bewustzijn van je innerlijk geestelijk bestaan gebruikt om voor jezelf en vanuit jezelf een benadering te vinden tot je problemen, dan ben je wel niet in harmonie met de wereld die problemen altijd op een bepaalde manier wil benaderen, maar je kunt je problemen zelf oplossen. Wat meer is, je wordt meer jezelf naarmate je meer innerlijke waarden omzet in een mogelijkheid iets uiterlijk te doen.

Misschien zou je kunnen zeggen dat het christendom op zich ook onzin is. “Hebt uw naaste lief gelijk uzelve.” Dat klinkt reuzeleuk. “Maar ik dan”, zegt de gek, “ik wil een beetje meer hebben dan een ander.” In de maatschappij is die naastenliefde dan ook praktisch niet mogelijk. Maar wat gebeurt er nu? Op het ogenblik, dat ik werkelijk mijn naaste liefheb, verander ik oorzaak en gevolg. Dat wil zeggen, dat de verdere verandering voor mij harmonischer zal zijn en dat ik op grond van die harmonie eigenlijk, onredelijk veel goede kansen krijg. We worden er dus allebei beter van. Terwijl als ik iets van een ander afneem, ik daardoor zelf iets verlies, al is het maar de mogelijkheid om vrijelijk erover te beschikken. Laat mij het zo zeggen:

Je kunt natuurlijk rijk worden door de arbeid van anderen. Een bekend verhaal, vooral bij de progressieven. Men zegt dan: Zo’n fabrieksdirecteur heeft het maar gemakkelijk, die laat anderen voor zich werken. Dat is een winstmogelijkheid, natuurlijk. Maar die directeur moet ervoor zorgen dat die anderen werk houden. Hij moet ervoor zorgen dat het werk zich voortdurend aanpast en ontwikkelt, dat het voortdurend financieel haalbaar blijft, anders heeft hijzelf ook niets. Ziet u waar de moeilijkheid zit? Je raakt gebonden aan iets en dan kun je het niet meer prijsgeven omdat je dit vanuit jezelf doet. Maar als je iets doet alleen maar om een ander te helpen en het gaat niet, dan zeg je: Jammer. Ik ga mij daar niet druk over maken. Ik betreur het, maar dit is afgedaan. Ik kan gewoon verder gaan.

Ik geloof, dat zin en onzin misschien ook iets te maken heeft met vrijheid en onvrijheid. Vrijheid in het leven komt voort uit het vermogen om vanuit jezelf juist te handelen tegenover de naasten zonder daar enige consequentie aan te verbinden voor die naaste. Dat is namelijk het criterium. Want op het ogenblik, dat ik een tegenwaarde ga verwachten en verlangen, ben ik gebonden aan datgene wat ik meen te mogen eisen. En door de eisen die ik stel verlies ik mijn mogelijkheid te handelen zoals ik ben. Dat is natuurlijk onzin in uw wereld, maar het is waar. Alleen degene, die voor anderen werkt en streeft en daarbij het resultaat, dat hij voor die anderen behaalt niet ziet als een recht dat hij daardoor t.a.v. de ander uitoefent, blijft vrij. Degene, die desnoods alles voor anderen doet, maar daaraan verwachtingen vastknoopt, zal altijd de gevangene blijven van die verwachting, of ze nu vervuld wordt of beschaamd wordt.

Dan komen we nu toch terecht op een zeer geestelijk onderwerp. Dat is dan meteen de afronding van deze inleiding.

Wij vormen allen een eenheid. Of we die eenheid beseffen en hoe we die uitdrukken, is verder niet belangrijk. Het feit, hoe onzinnig het ook lijkt, bestaat. Niemand van ons is in wezen geheel onafhankelijk van anderen; je wordt door alle anderen beïnvloed. Zo zal hijzelf niet alleen degene, die hij kent en bewust benadert beïnvloeden, maar onbewust zo vele anderen dat hij daar ook geen overzicht van heeft.

Elke invloed die je van jezelf doet uitgaan, zou op harmonie gericht moeten zijn. Want de harmonie, die ik vanuit mijzelf voortbreng, zal altijd weerkaatsen door zoveel mensen heen en wat dat betreft ook nog door zoveel geesten dat hierdoor voor mijzelf alleen maar een versterking van harmonie uit kan voortkomen. Maar op het ogenblik, dat ik een disharmonie voortbreng of alleen maar de harmonie terzijde stel, schep ik een relatie met een onbekend aantal personen in de stof en in de geest waarin die harmonie niet aanwezig is en dus zal ik daardoor zelf die harmonie ontberen.

Geestelijk werken, geestelijk leven, esoterisch denken en streven, magisch streven en werken dat heeft allemaal te maken met de band die er tussen al het geschapene bestaat. Op het ogenblik, dat we deze band ‑ hoe dan ook ‑ harmonisch weten uit te drukken, zal onze harmonie groeien. Op het ogenblik, dat we ‑ waarom dan ook en hoe dan ook – disharmonisch of zelfzuchtig gaan handelen, zullen we daardoor een disharmonie scheppen waaraan we ons niet zo gemakkelijk kunnen onttrekken. Wie de disharmonie eenmaal heeft gewekt, kan haar meestal alleen teniet doen door zichzelf prijs te geven. Anders gezegd: door zichzelf te offeren.

Offeren is zinvol op het ogenblik dat er een disharmonie bestaat, omdat we door het offer de disharmonie kunnen doen verkeren in harmonie. Zonder dit is het offer zinloos. Het is onzin te zeggen dat elk offer goed is. Maar het is zeer zinvol te offeren op het ogenblik, dat er een disharmonie is. Harmonie kunnen we altijd in stand houden en voortbrengen, maar een disharmonie kunnen we vaak alleen bestrijden ten koste van onszelf.

Dat waren dan mijn conclusies. Gezien de moeilijkheden die ik heb met hetgeen de gastspreker zo dadelijk mogelijk gaat zeggen, vind ik dat ik het er aardig heb afgebracht. Ik meen, dat ik bewust of onbewust terecht ben gekomen op een van de grootste waarheden van het bestaan: de betekenis van de harmonie. Ik hoop, dat u daarover toch eens zult nadenken.

De Gastspreker

Als ik kijk naar het leven als een kosmisch geheel, dan kom ik tot de conclusie dat alle wezens behoren tot een eigen deelgroep (b.v. de mensheid) en dat deze groep zowel de voorvorm (wat u the missing link noemt) als de eindvorm mee omvat. Maar die mensheid is op zichzelf een afgerond geheel. Ditzelfde geldt voor alle andere rassen en soorten die je je denken kunt. Ze komen tezamen in een hoofdvorm, een hoofdlijn en in dat geheel moeten ze dan zichzelf manifesteren van begin tot einde. Elke soort, elk ras, elke wereld is iets wat begint in chaos en eindigt via alle vormveranderingen in het exemplarisch moment van het bestaan, het ogenblik waarop de voltooiing voor alle vormen in het bewustzijn kan worden vastgelegd. Wanneer het bewustzijn van volledigheid is bereikt, ontstaat er wederom een binding tussen al die verschillende vormen met hun eigen ontwikkeling. En daar ze elk voor zich de eigen vorm volledig kennen, is het ook mogelijk om op de volledigheid van de andere ontwikkelingen te reageren. Er ontstaat dus weer een versmelting. Als u het mij vraagt, doet het mij denken aan een bloem.

U heeft weleens van die bloemen gezien met een mooi geel hartje. De margriet b.v. en de kamille heeft dat ook. Als je daarnaar kijkt, dan zie je dat de kern uit aparte stukje bestaat, maar ze komen samen in een en dezelfde schut met alle bloemblaadjes eromheen Die bloemblaadjes zijn eigenlijk niets anders dan de advertentie van de inhoud die de kern kan aanbieden. Zo zijn al die vormen samen – ongeacht de verschijnselen van het bestaan die de bloemblaadjes vormen ‑ één geheel, ofschoon ze zich naar buiten toe nog als afzonderlijkheid schijnen te manifesteren. Ze trekken nl. hun kracht uit dezelfde bron. Ze produceren hetzelfde eindresultaat.

Nu is de situatie waarin je verkeert, wanneer je mens bent de volgende: Je leeft als deel van een voltooid geheel, want alle mogelijkheden zijn aanwezig, ook als ze voor je besef nog niet concreet zijn. Kosmisch gezien is die volledigheid aanwezig. Nu kun je als eenling die volledigheid natuurlijk ontkennen. Of je kunt als mensheid de vergelijkbaarheid van waarde en ontwikkeling van andere rassen en soorten ontkennen, maar dat kan alleen vanuit een tijdelijk vorm. Op dat ogenblik is dat voor jou aanvaardbaar. Maar zodra je doordringt tot de kern van het menselijk bestaan, dring je gelijktijdig door tot de essentiële gedachte waardoor al het andere leven verstaanbaar, begrijpelijk wordt. Daarom is het zo ontzettend onzinnig, als je probeert je als mens op te stellen in een afwijzing van een andere mens of een andere mensvorm, andere rassen en wat dies meer zij. Want de kern is een eenheid.

Wanneer je op die kern een beroep kunt doen, dan heb je niet alleen de basiswaarde van je eigen leven, maar ook de basiswaarde van alle ontwikkelingen. Zeker van alle menselijke ontwikkelingen maar daarnaast ook van alle andere rassen en soorten die voorkomen in de kosmos. Dus niet alleen maar de bloemetjes en de beestjes. Je kunt niet zeggen: Ik ben in harmonie met een vlo. Dat heb ik trouwens nog nooit gezien, iemand op aarde die met een vlo in harmonie leefde. Dat is op z’n minst genomen altijd weer krabben. Maar je kunt zeggen; als er aan het andere eind van het Melkwegstelsel een vorm leeft ‑ hoe die ook zij en hoe bewust die ook zij ‑ dan is er ergens een ogenblik waarop je elkaar kunt begrijpen.

Nu is het eigenaardige dat, zodra je tegenover elkaar staat, een van de factoren ten aanzien van de ander parasitair wordt. Die gaat ervan plukken. Die gaat misbruiken, zou je misschien kunnen zeggen. Maar op het moment dat je uitgaat van een harmoniemodel en de innerlijke waarde van het totaal, die ook in jou bestaat, dan blijkt er geen parasitisme meer te zijn, maar wordt de ander plotseling symbioot. Dat wil zeggen: je leeft samen en je helpt elkanders leven mogelijk te maken en op te bouwen. Alles wat gebaseerd is op de onderstreping van de verschillen is dus eigenlijk onzin, indien we uitgaan van de kosmos. En al datgene waardoor die wederkerigheid van besef en erkenning tot stand komt, is dus zinvol.

Als ik nu nog een stapje verder ga, dan kom ik bij de basiskracht. Het bloem‑idee is de stengel die de voeding aanvoert. Door de sappen kunnen de omzettingsprocessen plaatsvinden en kunnen die hele kleine kelkjes in het hart van de bloem functioneren.

Nu moeten wij ook eens kijken wat voor ons eigenlijk die stroom is en dan blijkt dat vorming voor ons eigenlijk het voedsel is waaruit wij de kunnen puren. Vorming is een verschijnsel in de tijd. De achtereenvolgende realisatie van verschillende fasen van het eigen bestaan en van de totaliteit is het proces van bewustwording. Het is dus niet alleen “mens ken uzelve” maar “mens, leer door uzelve te kennen de kosmos beseffen.” U heeft een aanvulling nodig. Op die manier wordt voor ons het leven in tijd, in fasen een proces waarbij we voortdurend moeten teruggrijpen naar ons innerlijk, ons “ik”. Want de werkelijke betekenis van al wat we zijn, al wat we beleven en al wat we doormaken, kan alleen voortkomen uit de bron, uit het begrip van de tijd, van de verandering van de totaliteit die hierdoor ontstaat. Ons product is eeuwigheidsbesef, maar we kunnen het alleen voortbrengen vanuit de tijd.

Nu is dat op zichzelf natuurlijk erg leuk, maar wat is de moeilijkheid? Voor een mens en ook voor een geest is dat de neiging om een bepaalde reeks gebeurtenissen achtereenvolgens als enige waarheid vast te houden. Als een persoonlijke waarheid is dat misschien denkbaar, maar geen enkele waarheid is onveranderlijk behalve deze ene: dat je bestaat. Nu kunt u natuurlijk denken dat u niet bestaat, maar dat duurt meestal niet lang. Denk dat u niet bestaat en probeer door een deur te lopen, dan weet u zo dat u bestaat. Maar waarom het gebeurt, weet u niet. Want een kleine verandering in de moleculaire structuur zou al voldoende zijn om er doorheen te lopen. Helemaal geen moeilijkheid, als je maar weet hoe dat gedaan wordt. Waar het mij nu om gaat is dit:

De werkelijkheid is mijn ogenblikkelijke relatie tot het bestaande. Deze relatie wordt echter door mij niet bepaald op grond van de huidige situatie Ze wordt bepaald aan de hand van voorgaande ervaringen. Anders gezegd: het verleden bepaalt wat ik in het heden als mogelijk ervaar. Dat is nu de meest onmogelijke zaak die er is. Het is net als mensen, die zeggen: je kunt niet naar de maan gaan, want die is van groene kaas gemaakt. Dat hebben wij vroeger op school geleerd. Wat ik nu probeer te zeggen is dit:

Elk ogenblik is mijn relatie met de kosmos volledig nieuw ervaarbaar. Maar dan is mijn relatie met de kosmos ook volledig nieuw in mogelijkheden, volledig nieuw in beleving. Zodra ik vastloop in herhalingen komt dat uit mijzelf, omdat ik het verleden toepas op het heden en niet mijzelf besef als zijnde gegroeid door het heden naar een totaliteit waarin elk verschijnsel, dat tijdelijk heet, alleen een andere vorm van harmonische verhouding is waarbij die harmonie mede wordt bepaald door mijn besef van het andere. Nu is mijn stelling deze:

Omdat de menselijke rede en het geestelijk geheugen niet in staat zijn het heden te beseffen in zijn werkelijke betekenis op het ogenblik dat het nog heden is, moeten wij ons in onze benadering van het heden beroepen op de totaliteit van het Zijn. (In casu voorlopig voor ons het menselijk zijn) waardoor we uit de tijdloosheid in de tijd voortdurend elk moment geheel nieuw beleven met een reactie die niet is afgestemd op een voorgeschiedenis maar die is afgestemd op de feitelijkheid van het heden zoals deze zich nu manifesteert. Ik amuseer me met het heden dat mij een voortdurende herhaling lijkt van het verladen zonder het besef van de problemen van het heden. Dat is dan weer wat ik onzin noem.

Je kunt dus niet verstandelijk het heden benaderen, maar je kunt wel verstandelijk de groei van het verleden constateren. Daar heb je je verstand voor nodig om de groei, de verandering te constateren nadat ze zich heeft voltrokken. En wat heb je nodig om in het heden juist te reageren? Een beroep op de totaliteit van de mensheid in jezelf, iets wat u waarschijnlijk inspiratie of de goddelijke bron wilt noemen.

Op het ogenblik, dat je leert dat de daad in de eerste plaats moet voortkomen uit het innerlijk besef en dat het begrip voor de daad pas kan ontstaan nadat ze een feit is geworden, kom je een eindje verder. Want dan ga je begrijpen dat de bewustwording, waarover we altijd zo druk spreken, in feite niets anders is dan het langzaam beseffen van de verbondenheden waaruit onze belevingen zijn ontstaan. Als ik alleen besta, kan ik niet beleven, dan ben ik dood. Niet dat ik geen bestaan heb, maar er is geen realisatiemogelijkheid. Elke realisatiemogelijkheid is een wisselwerking. Maar dan zal elke realisatie niet alleen berusten op jezelf, maar ook op al datgene waardoor de realisatie mogelijk werd. Dat is nu de zin van het bestaan: dat je begrijpt dat je verleden niet door jezelf werd opgebouwd, maar door jezelf en alle anderen.

Bewustwording is weten dat je het product bent niet alleen van één bestaan, maar van de ontmoeting van een bijna ontelbaar aantal verschillende bestaansvormen. Op het ogenblik, dat je dit beseft, ga je ook dat begrip van eenheid beter begrijpen. Dan zal je niet meer zeggen: ik ben die en die. Dan zal je zeggen: ik ben een uiting van dat en dat. En dan kun je teruggaan totdat je zegt: ik ben de uiting van God. Maar als we zeggen “God” zonder meer, dan laten we heel veel buiten beschouwing. Dat was in mijn tijd al zo. Toen zeiden ze: “De Heer heeft u geroepen” en “de Heer heeft u zijn geboden gegeven” en “De Heer zal u tot zich nemen.” Ja, ja. Degene die het meest nam was de predikant, niet de Heer, dat kan ik u wel vertellen. Deze stelde het wel voor als een vrijwillige gave, maar als je niets gaf, was de hel toch wel heel dichtbij.

Kijk, die man was voor mij nodig, opdat ik zou begrijpen in hoeverre wij onszelf door illusies laten leven. De Heer is er wel. God is er, absoluut. Maar God is op een punt waar wij pas kunnen komen, als we eerst de eenheid met het totaal van de mensheid op z’n minst hebben gevonden. En zeer waarschijnlijk ook met het totaal van het leven. Dat is indertijd voor mij het punt geweest waardoor ik­ heb gezegd: je moet niet onmiddellijk grijpen naar het hoogste. Het is dwaas om een toren naar de wolken te bouwen, als je nog niet eens in staat bent een huis te bouwen. Het is dwaasheid om een tempel op te richten, als je nog niet eens in staat bent een klein trapje te metselen waar dat nodig is.

Je moet doen wat nu te doen is. Maar om dat zo goed mogelijk te doen, het in te passen in het geheel, moet je wel voortdurend een beroep doen op de gehele mensheid waarin God zich op een­ bepaalde wijze manifesteert.

Een mens heeft een aura. De meeste mensen denken dat een aura een lichtend manteltje is dat iedereen afzonderlijk aantrekt. Vergeet dat maar. De aura is het in verschijning treden rond de mens van de totaliteit die overal bestaat, maar die door de mens zichtbaar wordt gemaakt in relatie tot het heden zoals die mens dat beleeft. Dat is de aardigheid ervan. De aura is deel van de totaliteit. Het is de geestelijke kracht. Het is elke bestaansmogelijkheid en bestaansvorm. Het is het totaal bewustzijn van de mensheid dat daarin wordt gereflecteerd. Niet dat je het eruit kunt vissen; het wordt erin gereflecteerd. Als wij leren om de reflexen in het geestelijk voertuig rond ons (de aura, de mantel als we mens zijn of het geheel van onze uiterlijke begrenzing als we geest zijn) te zien als de richtlijnen van juistheid dan komt er een ogenblik dat, wij in ons denken en ons reageren en op den duur ook in onze opbouw van herinnering, van geheugen zozeer overeenstemmen met die totaliteit buiten ons, dat we vanuit het besef van die totaliteit kunnen leven en reageren.

Als u nu zegt: voor mij is dit onzin, mag dat. Maar het is wel een sleuteltje, als u maar weet op welk slot het past. Nu is de situatie dat ik zeg “zin en onzin” eigenlijk dit: Op het ogenblik, dat het werkelijkheidsbesef geen gevoelsmatige erkenning als basis heeft, is het onzin. Op het ogenblik, dat de illusie los staat van de werkelijkheid, is ze onzin. Zin is er pas, wanneer het denkbeeld, de droom of de illusie én het heden zozeer versmelten, dat we zonder het erkende heden te verwerpen de kracht putten uit datgene wat er buiten ons als mogelijkheid bestaat. Nu kunt u zeggen: dat is God, dat is de totaliteit. Voor mij mag u dat rustig vergeten, dat komt nog wel een keer.

Essentieel voor elke mens is het volgende: Wil je een zinvol bestaan hebben dan moet je de droom die in je leeft, de intuïtie die voortdurend herontstaat, het totaal van geestelijke inwerkingen die je leert erkennen als reflexen in de aura, samenvoegen met de feiten zoals die nu, menselijk, bestaan. Op het ogenblik, dat ik daarvan een redelijke eenheid kan maken, leef ik in harmonie met de totaliteit. Maar dat betekent ook, dat mijn aura niet een begrenzing is, maar niets anders dan het kenbaar worden. Het is alsof ik een lamp ben, die aangesloten is op het elektrisch licht. Ik kan uitstralen volgens mijn eigen vermogen zolang die stroom er is. Die stroom is de eeuwigheid. Ik kan dan onbeperkt, volgens mijn vermogen, mijn krachten binnen het geheel manifesteren en ik zal door die manifestatie alleen het geheel kenbaar maken. Niet mijzelf maar het geheel.

Je kunt dan als mens met geestelijke krachten wonderen doen en veel bereiken. Je kunt als mens met die geestelijke krachten nooit meer zijn dan je bent, maar je kunt wel volledig waarmaken wat je bent. En in dit volledig waarmaken van wat je bent, als het even kan bij voortduring en natuurlijk in harmonie met het geheel, bereik je wat men noemt: een optimaal bestaan binnen het geheel van de mensheid.

Optimaal betekent echter ook: gelijktijdig volledig harmonisch met het geheel van de mensheid. Dan kun je zeggen De tempel van de werkelijkheid wordt opgebouwd uit het optimale beleven van de tijd waardoor de werkelijkheid voor ons haar vorm en gestalte op kenbare wijze verkrijgt en haar onzichtbare werkelijkheid maakt tot een ervaring waaruit wij niet slechts onze krachten en ons bewustzijn zullen putten, maar waarin wij als deel van het geheel gelijktijdig waarmaken wat werd bedoeld toen alles tot stand kwam.

Zo, nu mogen jullie erover vechten, of alles wat ik heb gezegd zinvol is of onzin.

Wat ik u verteld heb, is voor een groot gedeelte wel eigen waarneming. Niet dat ik het altijd kan waarmaken, maar ik weet dat het zo is. Aangezien u op uw eigen manier toch ook wel aanvoelt wat niet en wat wel juist is in hetgeen ik heb gezegd, zult u misschien hierdoor uw eigen harmonie een beetje beter kunnen begrijpen. En als u dan iets beter begrijpt wat uw eigen harmonie is en u doet er niets mee, dan toont u dat u echt menselijk bent, want dan is datgene wat u bent zinvol en hetgeen u doet onzin. Dat zou ik, als ik u was, vermijden, want het is zonde van de moeite.