Zo is het

image_pdf

25 oktober 1963

Ik neem aan, dat u allen weet, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, zodat wij over kunnen gaan tot ons onderwerp van vandaag. Als titel koos ik: Zo is het.

Wat dan geen betrekking heeft op hetgeen ik nu ga zeggen, maar wel op een mentaliteit, die in deze dagen overal wel bijzonder sterk heerst. Wanneer ik bv. iemand vraag, hoe hij ertoe komt te stellen, dat Jezus historisch bewijsbaar heeft geleefd – ofschoon dit niet geheel en direct is aan te tonen – wijst hij mij op “Gods Woord” en eist, dat ik hieraan niet twijfel. “Want zo is het…”

Vraag je een wetenschapsmens, waarom de occulte wetenschappen door hen zozeer worden verafschuwd en verworpen, dan is het antwoord: Het is niet bewijsbaar. Vraag je, waarop dit antwoord is gebaseerd, dan volgt: Dat is nu eenmaal wetenschap, ik kan u dit niet zo zonder meer duidelijk maken, maar zo is het. Vraagt men een vakbondsleider, waarom hij tot op heden alleen maar 2,7% loonsverhoging per jaar kon krijgen, dan stelt hij: De economie maakte dit noodzakelijk. Vraag je waarom, dan is het antwoord: De economen hebben dit gezegd, dus zo is het.

“Zo is het” is geen argument, maar in wezen vaak een uitvlucht, die ook wij vaak gebruiken, wanneer wij iets denken, menen, of zelfs alleen maar willen beweren. Ongeacht de vraag, of dat dan ook een bewezen feit is. Haast iedereen hanteert t.z.t. deze uitdrukking. En toch draait het grootste deel van de hedendaagse wereld op onbewezen stellingen en niet aantoonbare waarheden. Er wordt, met op de achtergrond dergelijke argumenten, een gehele wereld geleid en geregeerd door mensen, die eigenlijk niet eens zeker weten, wat zij nu wel doen. Hun gezag danken zij grotendeels aan hun gewoonte om, al dan niet met machtsmiddelen op de achtergrond, steeds weer de menigte voor te houden: Wij weten het nu eenmaal, en daarom is het zo en niet anders. Velen menen met een: “Zo is het”, het krachtigste argument gehanteerd te hebben, dat je als mens maar hanteren kunt; het drukt hun persoonlijkheid uit, hun persoonlijk gezag en daar achter ook het gezag van alles, wat met hen samenhangt.

Menige wetenschapsmens zegt: “Zo is het”, omdat hij nu eenmaal meent, dat het zo moet zijn en zich daarbij gesteund denkt door het totaal van de wetenschap. Degenen, die anders denken, zijn dwazen, zonderlingen, die eigenlijk niet mee zouden moeten tellen. Een staatsman stelt: “Zo is het”, en meent daarbij gesteund te worden door geheel het volk, of ten minste door zijn partij.

Wij, op onze beurt, zeggen vaak, dat het zo is en niet anders, omdat wij menen, dat wij gezag genoeg bezitten om een ander tot aanvaarden te bewegen, of door de gemeenschap gesteund zullen worden bij onze beweringen. Zeer vaak wordt deze uitdrukking gebruikt, wanneer men meent, dat het moeilijker, lastiger zou zijn een eerlijk antwoord te geven. Er is dus sprake van een ontgaan van de noodzaak tot eerlijkheid, een zich toe-eigenen van gezag, zonder dat men werkelijk in staat is dit verantwoord uit te oefenen.

Waaruit u zult begrijpen, dat deze titel het mogelijk maakt een opvallend aspect van de hedendaagse moraal te belichten, namelijk de neiging om feiten te stellen als geheel verklaard, toestanden als geheel werkelijk, zonder daarvoor overtuigende bewijzen aan te voeren, wat tot een vertroebeling van de waarheid voert. Men stelt bijvoorbeeld, dat alle mensen op aarde naar vrede verlangen. Indien dit werkelijk waar zou zijn, vraag ik mij af, waarom men zoveel besteedt voor “defensie” en de aanschaf van meer agressieve wapens. Indien dit waar was zou, als logisch gevolg hiervan, een steeds toenemend aantal mensen weigeren een beroep als soldaat of wapenfabrikant uit te oefenen.

De feiten tonen dus niet aan dat de wereld werkelijk zo goedwillend is en alle mensen werkelijk zo vredelievend zijn, als men voorgeeft. Een nadere beschouwing maakt eerder waarschijnlijk, dat het al dan niet vredelievend zijn bepaald wordt door mogelijkheden van winst en carrière.

Wanneer men echter de militair van heden vraagt, waarom hij dient en slooft, zo antwoord hij onmiddellijk: Om de vrede te handhaven. Al stelt men nu 100 keren terecht, dat het scheppen van verdere mogelijkheden tot het gebruik van geweld nimmer werkelijke vrede kan scheppen. Hij blijft bij zijn standpunt: Bewapening is noodzakelijk om de vrede te handhaven. Hij weet het zo, en zo is het. Punt. Wanneer je een mens vraagt, waarom een bepaalde leefregel, een bepaalde methode van leven of denken, nu eigenlijk zo belangrijk of zelfs voor eenieder noodzakelijk is, blijkt dat zij daarop uiteindelijk niet verder meer ingaan. Na enkele argumenten komt het neer op een: Wij weten dit nu eenmaal zeker. Daarvoor zijn geen argumenten nodig, want zo is het nu eenmaal.

Een voorbeeld van de resultaten, die een dergelijke houding kan voortbrengen vinden wij hier in Den haag. Een deskundige beweerde, dat een nieuwe gasinstallatie noodzakelijk was. De niet zo deskundigen stelden echter: Wij zien, dat dit niet nodig is. En toen de ander de moed had met argumenten te komen en vol te houden, kreeg hij te horen: “Wij weten wel, wat wij zeggen. Zo is het, en niet anders. Hoe je mond of ga.” De neiging eigen denken, oordeel en wensen eenvoudig voorop te stellen en met alle macht een bevestiging daarvan te eisen door geheel de wereld is nu niet bepaald redelijk verantwoord. Wanneer wij een regel, onverschillig welke, stellen en gelijktijdig onszelf daarvan uitzonderen, is dit volgens mij zelfs onzedelijk, d.w.z. een ingaan tegen de heersende moraal en de algemeen erkende verplichtingen. Wanneer een politieman moet bijdragen tot de grotere veiligheid van de burgers en gelijktijdig op onverantwoorde wijze en zonder noodzaak – werkelijke noodzaak wel te verstaan – tegen alle regels snel met zijn voertuig door het verkeer gaat, is hij schuldig. Zijn wijze van handelen is onzedelijk, moreel niet verantwoord. Zijn argument voor zijn optreden is echter: wij zijn van de politie. Wij weten wat wij doen. Wij kunnen dit dus ook doen. Dat is nu eenmaal zo. Maar is het wel waar?

Kun je wetten verdedigen door ze zelf te schenden, ongeacht de goede bedoelingen die je daarbij misschien hebt?

Indien je stelt een bepaald iets te geloven, zullen velen je antwoorden, dat je ongelijk hebt. De sferen, het leven na de dood, zoals jij je dit voorstelt, bestaan niet. Er is een hemel en een hel – of nog erger, een sterven der niet uitverkoren zielen – en basta. Vraag je naar een bewijs voor de juistheid hiervan, dan komt men wel met vele argumenten, maar vergt men een bewijs voor de juistheid daarvan, dan luidt het antwoord: Wij weten dit nu eenmaal, zo is het. Indien ik op gelijke basis hier tot u zou willen spreken, dan zou ik van u moeten eisen, dat u alles zonder meer voor zoete koek aanneemt. Wanneer u dit zou doen, ongeacht ons verzoek zelfstandig na te denken, dan is dit uw eigen verantwoordelijkheid. Maar wij zullen hieraan niet meer medewerking verlenen, dan gezien de aard van ons werk nu eenmaal onvermijdelijk is, omdat eenieder recht heeft op een eigen mening, op zelfstandig denken. Wij zullen ons standpunt verdedigen. Maar wij zullen het uwe niet aanvallen zonder juiste argumenten, zelfs niet, wanneer u ons zou aanvallen.

Daarin ligt nu een groot verschil met het optreden van vele mensen in deze dagen. Mensen ergeren zich erover, wanneer buurman zijn kinderen een pak slaag geeft; dat past volgens hen niet meer in de moderne opvoedkunde. Kunnen zij aantonen, dat de kinderen die wat hardhandiger werden aangepakt, nu inderdaad tot slechtere mensen opgroeien dan zij die alleen zachte woorden, vriendelijke verwijten en een te grote vrijheid hebben gehad? Bewijzen, dat de ene of andere wijze de voorkeur verdient, kan men niet. Elk kind vergt nu eenmaal een andere aanpak, waarbij de uitwerking van een wat hardere aanpak over het algemeen beter is dan al te grote zachtzinnigheid. Hieruit volgt, dat men het buurman niet kwalijk mag nemen, wanneer hij zijn kinderen een pak slaag geeft en zelfs, wanneer dit wordt overdreven, heeft men nog het recht niet de man in zijn principe aan te vallen, doch mag men alleen de kinderen trachten te behoeden tegen een overmaat aan lichamelijk straffen, wanneer deze voor hun ontwikkeling in de stof werkelijk schadelijk blijken te zijn. Zijn zij echter groot en sterk genoeg, om zichzelf te verdedigen, wanneer zij dit werkelijk zouden willen, dan heeft u er niets meer mee te maken, hoe zeer u misschien het geheel meent te moeten afkeuren.

Zo denkt de mens, denkt de wereld er gemeenlijk niet over. U maakt zich druk over een hondje en een katje, over mensen, die tegenslag en ongeluk hebben elders. Dat is op zich heel mooi. Maar wanneer men het dan werkelijk zo goed meent, hoe is het dan mogelijk, dat gelijktijdig toestanden bestaan die met deze fraaie gevoelens strijdig zijn.

Ik geef voorbeelden: Dierenbescherming is mooi. Maar mag men zich dan nog voeden met dieren, die op voor hen tot zeer pijnlijke wijze worden getransporteerd en gedood? Een ander voorbeeld: Nederland bouwt een dorp in Turkije. Nederland voedt mensen in den vreemde. Nederland probeert vluchtelingen een nieuw en menswaardig bestaan te verschaffen, naar ik meen in Griekenland. In ditzelfde Nederland echter bestaan nog heel wat crepeergevallen. Er zijn in Nederland nog mensen, die onder onmenswaardige omstandigheden moeten leven en heel wat minder levensvreugde kennen dan de mensen, die men helpen wil in Turkije of Griekenland. Wijst men hierop, dat volgt vaak het antwoord: Misschien is dat wel zo, maar daarvoor zijn instanties aanwezig. Daarmee kunnen wij ons niet bezighouden. Het is nu eenmaal zo! Daarmee wordt men dan geacht zich bij de toestand neer te leggen. Ook al zijn er mensen, die oud, eenzaam en zonder verzorging sterven, en dat komt in Nederland ook vandaag aan de dag nogal eens voor. Achteraf zegt men natuurlijk: Hadden wij het maar geweten. Wij hadden er wel een oogje op kunnen houden. Maar ja, het was zo een eenzelvig mens, nietwaar, het was zo een kribbebijter. Het is natuurlijk tragisch, het is jammer. Maar het was onze plicht uiteindelijk niet.

Daar had de familie, de sociale instantie… Nu ja, het is nu eenmaal zo, en een volgende keer gebeurt dat weer. Een arbeider sterft in het welvarende Nederland van hongeroedeem op een boerderij. Een andere arbeider wordt in een ziekenhuis opgenomen en blijkt zwaar ondervoed plus zwaar t.b. Iedereen had het kunnen weten, niemand had gedacht, dat het zo erg was. En iedereen heeft gezegd: Dit is uiteindelijk een zaak van de publieke instanties. Daar hoeven wij ons niet mee te bemoeien, daar hoeven wij onszelf geen overlast mee aan te doen.

Het is zo. Tja, zo is het. Zo is het nu eenmaal. Een slagzinnetje dat uitdrukking geeft aan de wijze, waarop de mens van heden twee dingen van zich probeert af te zetten.

Ten eerste: zijn persoonlijke aansprakelijkheid, in de tweede plaats de vaak onaangename ervaringen, de onaangename noodzaak, verantwoording af te leggen al is het maar tegenover zichzelf over zijn falen. Dit begint vaak al bij de opvoeding van de kinderen.

“Moeder, Pietje zegt, dat hij een broertje krijgt.”

“Dat kan wel, schat.”

“Moeder, waar komen de kindertjes vandaan?”

“Uit de boerenkool.”

“Waarom?”

“Dat is nu eenmaal zo. Zeur niet.”

Herkent u misschien iets? Of in de Kamer:

“Is het de minister bekend, dat telefoongesprekken worden afgeluisterd?”

“Ja. Het is de minister wel bekend, dat dit soms gebeurt. Maar de minister is ervan overtuigd, dat dit niet geschiedt op een wijze, die schadelijk zal zijn voor de persoonlijke vrijheid van de betrokkenen, tenzij zij staatsgevaarlijk of misdadig zijn.”

“Kan de minister garanties hiervoor geven?”

“De minister meent dat reeds garanties bestaan, maar zal zich nog verder hiermede bezighouden.”

M.a.w.: Wij luisteren af. Het is nu eenmaal zo. Leg je er dus maar bij neer. De moeder deed iets verkeerds: Zij beantwoordde de vraag van haar kind niet naar waarheid, maar koos de voor haar gemakkelijkste weg. Toch zou beter zijn geweest het kind de dingen zo goed mogelijk uit te leggen en daarop te laten volgen: misschien begrijp je dit nog niet allemaal, maar later zal je het wel begrijpen. Nu heeft moeder met haar: “Zo is het …”, bereikt, dat het kind een tijdlang eigenaardig naar alle boerenkool kijkt, om na informaties uit andere bron te besluiten, dat moeder – en met haar waarschijnlijk alle volwassenen – ofwel niet toerekenbaar, dan wel niet betrouwbaar is.

En wanneer de minister eerlijk gemeend en zeer politiek misschien gaat betogen, dat afluisteren nu eenmaal niet te vermijden is, dat wij daar nu eenmaal niet helemaal buiten kunnen, verwacht hij dat een ieder zal herhalen: Het is nu eenmaal zo, wij kunnen daaraan niets doen. Hij verwacht zeker niet, dat iemand de vraag stelt: Heeft de minister bij het afleggen van zijn eed niet gezworen de democratie en vrijheid in dit land naar beste kunnen te behoeden en de grondwet te handhaven? Is de minister niet van mening, dat een dergelijke ingreep, die – bij staatsgevaarlijke, maar ook bij anderen – in het geheim kan geschieden, zonder dat een feitelijke controle op het geheel mogelijk is, tegen de grondwet is, niet past binnen het kader van de democratie, en de vrijheid van het individu op ontoelaatbare wijze aantast? Neen. Hij verwacht, dat men zal zeggen: Het is nu eenmaal zo. Maar wat men zich dient af te vragen, is niet in de eerste plaats wat acht de minister voor de gemeenschap goed of slecht, maar de vraag luidt: wat zijn de stelregels van de gemeenschap, die hij gezworen heeft te verdedigen. De werkelijke vraag luidt, of men het recht heeft incidenteel de regels van de gemeenschap te schenden, iets wat dan in steeds toenemende mate geschieden zal, omwille van een tijdelijk nut. Het is misschien gemakkelijker of veiliger. Maar het is immoreel, onzedelijk, dergelijke praktijken te bevorderen, of zelfs maar oogluikend toe te laten.

Zo gaat het u in het dagelijkse leven ook wel eens. U weet wel, dat bepaalde dingen eigenlijk niet goed zijn. Maar u weet zo snel geen andere gemakkelijke methode. Het is wel niet juist, maar wij zien geen andere uitweg. Het is nu eenmaal zo, nietwaar… Daarbij verloochent men dan steeds weer en vaak in steeds toenemende mate zijn eigen principes. Men liegt tegen zichzelf. Maar wie zal dan anderen het recht ontkennen u te verwaarlozen en tegenover u op dezelfde wijze te handelen? Heeft een regering, die in eigen land afwijkingen van recht en orde – zoals deze zijn vastgelegd – ontkent, en gelijktijdig gedoogt, nog enig recht heeft zich op te winden, wanneer anderen zeggen: Nederland is een aardig landje, dat altijd zijn verplichtingen aan de UNO, enz. betaalt, naar voor ons nut is het beter, ons even niet aan de regels te houden. Wanneer Nederland daardoor veel verliest, of zijn rechten daardoor aangetast ziet, is dit jammer. Maar ons belang gaat voor. Dat is nu eenmaal zo. “Het is zo, het is nu eenmaal zo”, is vaak niet alleen maar een ontkenning van eigen aansprakelijkheid, of een ontgaan van eigen verplichtingen, maar houdt vaak zelfs een ontkenning van menselijke rechten in en wordt zelfs vaak tot een ontkenning van gegarandeerde menselijke vrijheden.

Laat ons eens zien, waartoe dit alles voert. De eerste keren zegt men dit met enige gewetensbezwaren. Ik heb mij laten vertellen dat het werpen van de eerste kluiten voor een nieuwe minister niet alleen een zaak is van de steun van collega’s en staatssecretarissen, maar tevens van een vreemd gevoel, waardoor de nieuwe bewindvoerder zich slechts met een ongerust geweten en kloppend hart in de politieke arena waagt. Daarna blijkt het werpen van dergelijke ‘kluiten in het riet’ zo gemakkelijk, dat men het ook doet, wanneer het niet als werkelijk onvermijdelijk en noodzakelijk wordt gevoeld en denkt men al snel: “Het is gemakkelijker en kost minder tijd. Wat geeft het eigenlijk, het is nu eenmaal deel van de politiek. Laat ons dan maar zoveel mogelijk met halve waarheden en zelfs onwaarheden werken.” Ik stel niet, dat dit in bepaalde gevallen zeker gebeurt, maar merk op, dat men toch wel gemakkelijk tot een dergelijke instelling zal komen, wanneer men eenmaal een eerste maal dit middel heeft gehanteerd.

Dit geldt ook voor het dagelijkse leven. In het begin is enige onoprechtheid voor uzelf misschien minder aangenaam. Maar de wereld ziet er niets van, reageert er niet op. Een volgende maal gaat het gemakkelijker.

Toch leeft u in een wereld, waarin geestelijke vrijheid en geestelijk bewustzijn van het allerhoogste belang zijn. Wanneer u echter stelt: “God zegt wel, dat ik mijn naasten lief moet hebben, maar ik kan dit niet doen, omdat mijn naasten mij niet liefhebben; zo is het nu eenmaal, dus kan ik uit mijzelf daar niets aan doen”, dan hanteert men voor zich en in de wereld de onjuiste, de onvolledige, de verkeerde uitleg. Met alle gevaren voor geest en stof, die daaruit voortvloeien, omdat men zo de werkelijkheid voor zich steeds meer zal vervalsen. Voor mij is het bv. moeilijk om in korte en duidelijke woorden te zeggen, wat ik van de mensen of hun handelwijzen denk. Want wanneer ik dit te duidelijk doe, lopen de mensen weg. Dat is nu eenmaal zo… Wanneer je de waarheid, de werkelijkheid, te scherp en te duidelijk omschrijft, noemen de mensen je onbekwaam, onzedelijk, immoreel enz. Liever dan toe te geven, dat hun waarden niet juist, eerlijk en oprecht zijn, liever dan toe te geven, dat zij innerlijk wel weten dat je gelijk hebt. Dat is nu eenmaal zo. Wanneer ik tracht ter zake te komen, zo hoop ik dat u de leuze: “Het is nu eenmaal zo” voor een avond terzijde zult stellen. U meent misschien dat “het zo is: Wij leven en streven naar de geest, dus komt alles wel in orde!”

Ik zal proberen u te vertellen, hoe de zaak precies ligt: Elke keer, dat u oneerlijk bent tegenover uzelf, dat u bv. uw gedachten beschouwt als onbelangrijk, zolang uw uiterlijk leven, uw daden, maar aan de eisen beantwoorden, verwerpt u een deel van uw geestelijke waarden en bewustwordingsmogelijkheden. Elke keer, wanneer u de uitvlucht of de leugen gebruikt, omdat dit gemakkelijker is, dwingt u zichzelf en anderen steeds meer in een onware wereld te leven, waarin geen enkele maatstaf meer werkelijk is en alles berust op schijn. Naarmate u verder gaat uw verantwoordelijkheden, plichten en moeiten terzijde te stellen, al dan niet met de opmerkingen: “Zo is het nu eenmaal” of “het kan niet anders”, ontwijkt u uw persoonlijke aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid. Bedenk, dat de wereld deze niet kan stellen, u kunt deze alleen zelf bepalen.

Er wordt van uw niet verwacht, dat u alle eenzamen van den Haag nu op zult gaan zoeken en alle krotten opeens op zult gaan ruimen. Maar wanneer u van het bestaan daarvan weet en zegt, daaraan niets te kunnen doen, bv. omdat u geen tijd hebt, maakt u een fout. U verloochent dan niet alleen maar een paar stoffelijke verplichtingen, maar verloochent ergens uw eigen geestelijke inhoud. Want wat is de kern van deze dagen: De noodzaak harmonie te vinden. Niet alleen maar in gezelligheid, maar een harmonie die berust op een feitelijk samengaan, waarbij men niets voor zichzelf vraagt, maar volgens eigen begrip en verantwoordelijkheid geeft, overal in de wereld, waar dit noodzakelijk of ook maar wenselijk is. Zowel van zijn tijd, bezit, als andere waarden. Harmonie betekent dus zeker niet, dat je voor jezelf iets zult vragen. Alleen wanneer je aan die harmonie in deze dagen voldoende kunt beantwoorden, kun je werkelijk wat doen. Dat is zo.

Wanneer wij nu eens nagaan, hoeveel mensen in deze tijd onaantastbaar juist leven, kan dit niet in procenten worden uitgedrukt. Men zal van een of twee promille moeten spreken. Want de doorsnee mens van vandaag weigert eenvoudig de werkelijke feiten onder ogen te zien. De doorsnee mens weigert eenvoudig van de voor hem kenbare feiten de logische gevolgtrekkingen te maken. De doorsnee mens weigert verder haast altijd aan te nemen, dat er nog een ander standpunt kan bestaan, dat juist is buiten het zijne. De doorsnee mens weigert vooral zich te realiseren, dat zijn gedachten een even concrete waarde hebben in zijn bewustwording, als zijn daden. Want elke negatieve gedachte zal ten volle tellen in de recapitulatie van het leven. Elke negatieve gedachte is een gedachte, die de omgeving kan besmetten en aansteken, elke negatieve denkwijze, elk verborgen “zondig” dromen is in feite het tot uiting brengen op astraal niveau van bijna demonische krachten. Wij kunnen nu wel zeggen, dat de mensen nu eenmaal meer denken dan zij doen – dat is ook zo, gelukkig maar – maar daarmede zijn wij er niet. Wij zouden eens na moeten gaan, in hoeverre het gedachteleven van de wereld van vandaag vergiftigd is, ondanks alle uiterlijke schijn en mooie spreuken, ondanks alle kluiten in het riet. Dit voert tot de conclusie, dat haast geen enkele mens in deze dagen de moed heeft, dat, wat hem innerlijk beweegt, ook tot uiting te brengen. Zo men dit al doet, gaat het meestal langs omwegen. Nu zal niemand eisen, dat men deze uitingen op het Malieveld of op het Spui zal stellen. Er wordt in deze tijd alleen van uw geëist, dat u, wanneer u denkt en in gedachten steeds weer met iets “bezig” bent, u het ook zult toetsen aan de praktijk. Maak u dus van de werkelijkheidswaarde van uw dromen en gedachten niet met een schouderophalen af. Zeg vooral niet: Wij moeten nu eenmaal anders leven. Het is nu eenmaal zo… Vraag u steeds weer af in hoeverre u kunt beantwoorden aan dat, wat er in u leeft, wat uw denken regeert, wat uw Kracht is. Ik wil dit niet meer persoonlijk voor de aanwezigen bespreken.

Er zijn echter een aantal punten, die wij algemeen kunnen stellen.

Zaken. Hoeveel mensen in zaken gaan uit van een reëel standpunt, zeggende, ik lever een prestatie, die een redelijke vergoeding verdient. Ik ben dus verplicht voor elke tegenprestatie van anderen naar beste weten en kunnen dienst te verlenen. Hoevelen willen echter alleen maar winsten? Hoeveel mensen in zaken en bedrijf zijn in staat eigen functie binnen de maatschappij te zien als een dienstbaar zijn aan de gemeenschap – ofschoon zij zich steeds weer plegen te beroepen op het feit, dat zij diensten aan de gemeenschap verlenen? Hoevelen hebben er waarlijk begrip voor, dat zij een dienende functie binnen de gemeenschap hebben gekozen en alleen door waarlijk en eerlijk dienstbaar te zijn aan die gemeenschap – noch overvragend, noch hun klanten minachtend – aan de gekozen roeping kunnen beantwoorden? Ten laatste, hoeveel mensen beseffen, dat zakendoen niet alleen maar een verhandelen van materialen en diensten betekent, maar ook een bijdragen betekent tot het menselijk geluk?

Misschien zijn het er meer, dan u denkt. Maar velen zeggen, wat hebben wij daarmee te maken? Wij bouwen huizen voor de toekomst. Dat na een paar jaren alles in puin valt, dat muren scheuren enz. hindert niet, wij hebben dan onze flats reeds met goede winsten verkocht. Want zaken zijn zaken en je kunt nu eenmaal niet te sentimenteel – een heerlijk verhullend woord voor plichtgetrouw en eerlijk – zijn. Anderen verzekeren de mensen tegen alles, wat zij maar willen.

Maar met de uitbetalingen wil men weleens erg voorzichtig zijn. Want er moet een zekere winst gehandhaafd worden. Op dit terrein zijn er vele zaken, die zo groot werden, dat zij zich kunnen permitteren, om eerlijk te zijn. Maar er zijn ook kleinere ondernemingen, die zich op dit terrein altijd weer als dienaren van de gemeenschap aandienen, om anderzijds deze gemeenschap op een vaak zeer brutale manier te flessen.

En dit alles wordt in wezen aanvaard, zolang men maar niet al te ver gaat. Zo is het bv. een algemeen aanvaarde praktijk om iemand, die een faillissement nabij is, tegen een prijs, die ver beneden de waarde ligt, om vervolgens de partij als “speciale aanbieding” met 200% winst in de handel te brengen. Het is in deze dagen heel normaal dat men de arbeiders, die men voor luxe extra in zijn bedrijf bindt, de luxe van omgeving, de vaak onnodig ingewikkelde administratie en productieprocessen op de verbruiker verhaalt met de opmerking, dat men al blij moet zijn, dat men tenminste iets produceert. “Wij kunnen de gewoonten en methoden van ons bedrijf nu eenmaal niet opofferen aan de eisen en behoeften van anderen. Men komt toch wel bij ons. Zo is het nu eenmaal.” Conclusie: zelfzucht regeert in zaken.

Politiek. Hierin wordt tegenwoordig praktisch geen enkele geheel ware en niet tendentieuze  verklaring afgelegd, zeker niet tegenover het volk. Dit geldt dus niet voor Nederland in het bijzonder, maar voor de gehele wereld. Niemand heeft in de politiek de moed om de waarheid te spreken. Ieder is bang minderheden te kwetsen – en die kwetsen snel – minderheden te verliezen, of op een andere wijze te zeggen wat niet aangenaam is en invloed of stemmen zou kunnen kosten. Men neemt aan, dat het nu eenmaal zo is en moet zijn, en legt steeds weer verklaringen af, die feitelijk onjuist zijn.

Voorbeeld? Big Lift is helemaal niet bedoeld, om de bezettingsmacht van de Amerikanen in Europa te verminderen. Zo luidt wel de verklaring. Wij kunnen er echter wel zeker van zijn, dat, zodra de tweede proef op dit terrein geslaagd is, de troepenmacht tot ongeveer 1/10 van de huidige zal worden teruggebracht.

Het is helemaal niet de bedoeling, zo verklaart men, Europa in geval van een aanval eerst te gaan verdedigen in de buurt van de Alpes Maritimes. Gelijktijdig is echter het verdedigingsschema, dat men op het ogenblik hanteert, erop berekend in betrekkelijk korte tijd, namelijk rond 10 dagen, terug te trekken tot deze linie, waarbij men er verder mee rekent, dat als feitelijke basis van de westelijke machten uiteindelijk alleen Spanje overblijft. Let wel, ik vind het wel niet erg, dat men dit strategisch beziet en berekent. Maar ik vind het onjuist, dat men dit niet toegeeft. Maar dan zouden natuurlijk vele mensen geheel anders reageren op de grote offers, die in deze dagen voor de verdediging van hen geëist worden. Ik meen echter, dat deze mensen recht hebben op een eerlijk overzicht, zodat zij hun standpunt zelf kunnen bepalen.

In de politiek ziet men belangrijke mensen over en weer veel reizen. Na elke samenkomst wordt verklaard, dat men uiteindelijk toch wel veel bereikt heeft, soms beperkt deze bereiking zich echter tot de porties kreeftensalade, kaviaar en wijnen, die de heren diplomaten genuttigd hebben. De kosten zijn alleen verantwoord, wanneer er regelmatig van succesjes sprake is. Dus gaat het goed. Men is het steeds weer op vele punten met elkander eens, maar de werkelijke geschillen worden nooit werkelijk overbrugd. Enerzijds spreekt men over een alles veil hebben voor het doel, de doctrine, de vrijheid enz. Anderzijds is men steeds weer bereid vriendelijk handel te drijven met elkander, ongeacht de grote en fel gepubliceerde geschillen, wanneer dit economisch voordeliger blijkt te zijn. Leugen voegt zich hier vaak aan leugen. Wat inhoudt dat geen mens op de wereld, een kleine selecte kring uitgezonderd, werkelijk weet, welke mogelijkheden en gevaren er nu waarlijk bestaan. D.w.z. dat de haat en vooroordelen van de mensen in volkomen verkeerde richtingen geleid worden, terwijl objecten tot een symbool worden gemaakt, die dit eigenlijk niet waard zijn, terwijl werkelijk belangrijke punten en geschillen sub rosa blijven.

Dit houdt ook in dat de gedachten van de mensen – die toch ook een kracht van belang kunnen zijn – over het algemeen verkeerdelijk gericht worden als gevolg van verkeerde voorlichting. Dit houdt in, dat mensen in slaap worden gesust en daardoor niet bereid blijken hun noodzakelijk aandeel bij te dragen voor werkelijk noodzakelijke acties en verbetering. Uiteindelijk betekent dit verder, dat men de mensen de mogelijkheid ontneemt om verantwoord en menselijk te leven met een waar begrip voor de wereld, waarin zij bestaan en de eisen die een menswaardig leven en werken met zich brengt. Op den duur wordt het bereiken van een ware harmonie tussen alle mensen steeds moeilijker, omdat voortdurend partij wordt gekozen, zonder dat men beseft waarom. Het wil zeggen, dat door zeer velen gevaarlijke en onnodige haatgedachten worden uitgezonden, die ergens op de wereld door anderen, in de praktijk zullen worden omgezet. En dit alles betekent – neem mij niet kwalijk – dat politiek in feite boerenbedrog is, dat, veelal met de beste bedoelingen, op zeer grote schaal plaats heeft.

Geloof. De mens moet geloven. Ik ben het geheel eens met hen, die het geloof als een voor de mens noodzakelijke waarde stellen. Maar kan men de mens dwingen om te geloven? Kan men een mens dichter bij God brengen door bv. alle kroegen op zondag te sluiten? Kan men een mens dichter bij de waarheid brengen door hem verhalen voor te houden waarvan men zelf niet zeker is, dat zij werkelijk zo en geheel waar zijn, onder dreiging met eeuwig hellevuur, eisende dat hij dit alles als waar aanvaardt? Kan men van de mens een zelfstandige bewustwording en geestelijke ontwikkeling verwachten, wanneer men hem, zoals tot voor kort in vele kringen gebeurde, onder bedreiging met ditzelfde hellevuur verbiedt, zelf te zoeken naar deze waarheid, maar alleen eist, dat de eigen – of algemeen goedgekeurde – versie als juist en alleen waar, wordt geaccepteerd?

Ook hier klinkt steeds weer: Zo is het. Het is tot een machtswoord geworden. Godsdienst op zich is iets moois. Maar de godsdienstigheid, die door zovelen van anderen wordt gevergd, is dwaasheid. Een dwaasheid, die ongetwijfeld alweer uit de beste bedoelingen voortspruit. “Wij zijn de herders ” zo roept men uit. Maar de herder zelf is vaak verdwaald. Hoe kan hij dan zijn kudde in veiligheid brengen? “Wij weten wat Gods wil is”. Toch staan zij die dit stellen, kennelijk niet dichter bij God dan anderen. Dit blijkt wel uit hun optreden. “Wij hebben de macht om zonden te vergeven”. Wie heeft die macht gegeven? Waarop baseert men dit? Alleen op een historische groei en een rite? Of rust het besef hiervan werkelijk in het Ik, voelt men elke keer weer, dat God die kracht juist nu geeft?

Een nadelig punt: Een formalisering en normalisering van de godsdienst in een pogen geheel de wereld te kerstenen, maar gelijktijdig een terugvallen van de eisen, die volgens het geloof toch wel gesteld dienen te worden, zowel aan de geestelijke leiders als aan de gelovigen. Bewust of onbewust is dit misleiding. Ook hier: het geheimhouden van dingen, die geheel de gemeente aangaan, pogingen om voortduren maar weer de mens te onderwerpen aan een bepaalde groep en binnen die groep een bepaalde harmonie te doen heersen op een wijze, waardoor deze harmonie als een wapen tegen de buitenwereld wordt gericht, zodat zij in de wereld disharmonieën baart en geen grotere harmonie.

Ook in de godsdiensten is er zeer veel verkeerd. Want je kunt niet zeggen: zo is het en niet anders, tenzij je dit voortdurend en feitelijk kunt bewijzen. Zelfs dan is het de vraag, of de uitleg, die men aan de bewezen feiten geeft, wel geheel juist is. Zolang men dit niet aanvaardt, zal het geloof voor de mens vaak eerder een hinderpaal bij de bewustwording kunnen vormen dan een gave waardoor hij zijn God dichter benadert. Eerst wanneer men dogma, geloof en godsdienst niet meer als onderling verwisselbare begrippen gaat beschouwen, zal het geloof zijn werkelijke waarde voor de mens herwinnen. Goedgelovigheid is geen deugd, onverschillig, waar deze optreedt. Dit geldt altijd en overal, binnen de kerken, in deze zaal, in de wereld.

Esoterie. Esoterie zegt ook maar al te vaak: “Zo is het en anders niet. Wij, met onze kennis, onze oude achtergronden, hebben de enig zaligmakende waarheid.” Misschien is men te netjes om dit hier ook openlijk te zeggen, maar men handelt toch ook bij vele esoterische scholen en groepen, alsof dit een onloochenbaar feit ware. Een enkeling geeft misschien nog toe, dat er andere wegen en systemen kunnen bestaan, die niet zonder waarde zijn. Maar daarop volgt dan altijd weer: Maar onze weg is de beste. Vraagt men: “Heeft u daarvan een bewijs? Kent u al deze andere wegen dan zo goed? ” volgt vaak als antwoord: “Daarvoor heb ik geen tijd gehad. Maar ik weet innerlijk, dat mijn weg de beste is.” Het juiste antwoord hierop zou luiden: “Dan geldt dit misschien voor u. Maar geldt dit ook evenzeer vooranderen?” U kunt theosoof zijn, rozenkruiser, behoren tot een loge en daarin de voor u juiste weg vinden. Maar op heb ogenblik, dat u meent hierdoor een grotere waarheid te bezitten dan anderen, zonder zelfs maar te weten, wat de waarheid van die anderen dan wel is op hetogeneblik dat u zich een uitverkorene gaat achten, zonder dit ook innerlijk steeds weer te ervaren en om te zetten in een wijze van leven, bedriegt u uzelf en anderen. Dan schaadt men niet alleen eigen bewustwording en mogelijk die van anderen, maar staart men zich bovendien dood op een systeem, dat mogelijk eens een vruchtbare akker was, maar door een voortdurende eenzijdige bebouwing zo is uitgeput, dat hoogstens nog enkele pieterige restanten van vroegere rijkdommen hier en daar zichtbaar worden.

Neen, ook hier is geen plaats door een verzekerd: “Zo is het”. Voor jezelf mag je soms zeggen: Zo is het, namelijk wanneer men voor zich zeker is dat, alleen geldende voor uzelf en kenbaar vanuit uzelf, iets juist is, zowel in geestelijk ervaren als de voor u noodzakelijke stoffelijke uitdrukking ervan. Dan mag men voor zich deze zin gebruiken. Maar in deze dagen ziet men niet meer naar de individuele waarden. Men schept een gemeenschapsrealiteit, die uit de aard der zaak ver onder het gemiddelde ligt van het voor de eenling bereikbare, zelfs indien zij stoelt op waarheid. Een gemeenschapsmoraal heeft men geschapen, die ver moet achter blijven bij hetgeen bereikt kan worden, wanneer elke mens persoonlijk leert te streven naar het voor hem bereikbare hoogste vlak van moraliteit. Men streeft op het ogenblik altijd weer naar het gemeenschappelijke en wil dit van bovenaf opleggen. Daarmede vernietigt men iets, wat volgens ons van het hoogste belang is: De harmonische bewustwording van velen en het bereiken van een werkelijke harmonie in de wereld.

Indien wij echter oprecht een: “Zo is het”, voor onszelf uitspreken, zo is dit voor ons een waarheid, waar wij niet alleen naar willen leven, maar een waarheid, die het ons onmogelijk maakt op een andere wijze nog gelukkig en harmonisch te leven. Wanneer wij in onszelf erkennen: Dit is de ware harmonie, die ware kracht van het leven, dit is het leven zelf, dan mag geheel de wereld een andere weg volgen, maar voor ons blijft het waar. En wij zullen dit feit metterdaad bewijzen. Niet anderen, niet instanties, niet wijzeren, maar alleen wijzelf kunnen deze woorden in waarheid en volledig hanteren. Zelfs dan kunnen wij dit alleen terecht doen, zover het in ons bestaande gedachtegangen betreft, die feitelijk door onze wereld bevestigd worden.

Wij kunnen spreken over de moderne zedenleer, de moraal, het moreel van mensen, die onder zware spanningen toch voortgaan, als bv. in Berlijn. Maar wat hebben deze dingen uiteindelijk te zeggen? Is het niet gewoon verder redeneren op basis van het oude, zonder een werkelijke vernieuwing mogelijk te maken?

Wanneer zuur druppelt op metaal, dat hierdoor aangetast kan worden dienen wij dan te stellen: Eigenlijk zouden wij beiden ook anders en beter kunnen gebruiken, maar de toestand is nu eenmaal zo, laat het zo blijven en tracht alleen er nog het beste van te maken? Is het niet wijzer te stellen: dit is onjuist. Wij moeten het zuur elders brengen, waar het geheel nuttig en dienstig kan zijn, wij moeten het metaal voor een onnodige aantasting behoeden en daar gebruiken, waar het metaal werkelijk nodig is.

In uw dagen stelt men steeds weer: Zo is het nu eenmaal, van hieruit moeten wij verder gaan. Dit is in het verleden ontstaan en blijft dus zo; desnoods kunnen wij trachten het anders te ontwikkelen, maar wij kunnen alles wat het verleden bracht, niet zonder meer teniet doen. Ik echter zeg u, dat de grote geestelijke krachten, die in deze tijd optreden, geen rekening houden met: “Wat nu eenmaal historisch gegroeid is”. De grote geest vraagt niet, wat men op grond van het verleden wel denkt van paranormale geneeswijzen, spiritisme, het Russische volk of Soekarno. Zij vraagt evenmin, wat men misschien morgen van plan is te gaan doen. De grote geest van deze tijd vraagt alleen: Wat ben je, wat doe je vandaag? In uzelf stelt de kracht van deze tijd de vraag: wat is vandaag uw leven, uw bewustzijn, wat kunt u vandaag doen? Uw antwoord zou moeten luiden: Zo zie ik mijn taak, zo erken ik de mogelijkheden, zo zal ik dus handelen.

Dan kan de grote Kracht iets bereiken. Maar wat kan de gehele zee van Lichtende krachten doen, die deze aarde in deze dagen weer en weer benadert, wanneer de mensen er de voorkeur aan geven als struisvogels de koppen in het zand te steken en alle tekenen te verwaarlozen? Hoe kan de grootste geest u helpen, wanneer u weigert na te gaan, wie en wat u eigenlijk bent in dit leven.

Hulp, grote hulp, is mogelijk. Maar dan zult u afstand moeten doen van alle bedrog, alle misleiding, alle zelfbedrog. Zeker. De dingen ziet u vaak als onontbeerlijk, al is het maar om te voorkomen, dat u schade zou lijden of ondoordachte dingen zou doen. Maar daarom is het niet minder: Bedrog.

In uzelf zult u moeten vinden, wat voor u de kracht van de werkelijke betekenis, en de kracht der harmonie is. Wanneer u deze harmonie met de hogere Krachten kunt vinden, dan weet u: dan kunt u voor uzelf zeggen: zo is het, dit is mijn taak, dit is mijn wezen, dit is mijn recht. Dit kan ik doen voor de mensheid, dat moet ik vermijden. Dan weet je wat goed en kwaad is in werkelijkheid en stoor je je niet meer aan de ideeën, die de mensen daarover opbouwen. Dan weet je, wat juist is op dit ogenblik en voelt zelfs aan, waarom. Dan zoekt u harmonie, niet alleen met een klein groepje mensen, met een enkel begrip of met een kleine ordening, maar met de mensheid, met de geest, met God. Alleen deze harmonie is waarlijk belangrijk.

Alles wat nu gebeurt, hebben wij reeds jaren geleden voorspeld. Wanneer er iemand is, die vindt, dat onze voorspelling voor dit jaar – vele natuurrampen, meer dan normaal, stakingen, revoluties en onlusten – niet is uitgekomen, zal moeten leren de couranten te lezen of zijn weerzin voor het vooraf noemen van dergelijke feiten ter zijde moeten stellen. Dat dit alles zou komen, was te voorzien, zoals nu te voorzien is wat gaat gebeuren, wanneer 1964 eenmaal is gekomen, en te berekenen valt, welke grote economische veranderingen op komst zijn, welke ommekeer in de maatschappij kenbaar wordt. Het heeft weinig zin hierop door te gaan.

Maar zoals wij deze dingen voor het geheel weten, zo kunnen wij dit niet voor u afzonderlijk weten. Bent u een mens, die zegt: het is zo, het is nu eenmaal zo, dan klopt de voorspelling ook voor u en volgen er voor u ongetwijfeld zware jaren. Bent u een mens, die eerlijk durft zijn tegenover zichzelf en durft stellen: Ik zoek mijn waarheid, mijn Licht, mijn Kracht, ik zoek een verbondenheid waarbinnen het hoogste en het laagste in mijn wezen zijn samengesmeed en gezamenlijk dienstbaar worden aan het leven, aan God, dan zullen deze veranderingen op u geheel anders inwerken.

Wat voor de één pijn of leed is, kan voor de ander vreugde betekenen, wat voor de één een verlies is, zal voor de ander een nieuwe mogelijkheid kunnen betekenen. Misschien verliest een boer zijn land. Jammer voor de boer. Maar nu kan een ander eindelijk een eigen huis bouwen, waarmee hij blij is. Bedenk, dat niet allen gelijkelijk gelukkig kunnen zijn. Daarvoor is de wereld nog te veraf van de erkenning van zelfstandig streven en de noodzaak tot voortdurende vernieuwing. Hierdoor is voor het geheel van de wereld een dergelijke toestand van algemeen geluk niet denkbaar.

Maar wij weten ook, dat elke mens voor zich wel dit geluk kan vinden, kan beginnen voor zich zijn plaats in het geheel te wijzigen en zich af te wenden van de schijnwereld, van de mentaliteit die steeds weer stelt: Laat dat anderen maar doen. Waarvoor hebben wij anders instanties, waarvoor betalen wij belasting. In plaats daarvan zal men zich steeds weer af moeten vragen: Wat kan en moet ik doen in harmonie met mijzelf en het geheel van de wereld, waarin ik besta. Een mens die dit doet, wijzigt voor zich het gehele verloop van de oorzaak en gevolgwerking. Ook bereikt men zo een harmonie met de Hogere Krachten, krachten die nu weer dichter bij de wereld gaan komen en over ongeveer zeven weken weer een bijzonder hoge intensiteit bereikt zullen hebben.

De harmonie met Hogere Krachten betekent voor de mens, dat er in eigen leven iets kan veranderen. Ik kan niet beloven, dat u rijk, of volgens de mensen rond u buitengewoon gelukkig zult worden, maar kan u alleen beloven, dat u zult weten, waarom u leeft, dat u zult weten diep in uzelf, dat u waarlijk onsterfelijk bent. Meer kan ik u niet beloven. U kunt dit alles echter alleen uit uzelf en in uzelf vinden. Elk van u zal op eigen wijze dit waar moeten maken. Ik kan voor u zeggen: Dit is wel zo. Maar u zult voor uzelf moeten ontdekken, dat het werkelijk waar is. Zo is het.

Vragen

  •  Jezus vergaf zonden. Zou er geen enkele priester zijn, die hetzelfde kan doen?

Ik neem aan, dat er enkele priesters zijn, die dit kunnen doen. Er is een groot verschil tussen het innerlijk één zijn met de Vader en van daaruit vergeven van zonden en het misschien wat verveeld luisteren in het halfduister naar een formele opsomming van kleine “zonden” om daarna te prevelen: De penitentie is zo en zo, absolvo, enz. Dit is een usance geworden en niet meer een werkelijk gebeuren. Wij zouden ons af kunnen vragen, of de oorbiecht wel een

werkelijke vergeving der zonden mogelijk maakt, omdat het element van werkelijk en openlijk erkennen van falen daarbij ontbreekt. Deze openlijke erkenning lijkt mij wel noodzakelijk. Want dan alleen zal er sprake zijn van een consequentie der erkenning en dwingt men zichzelf om van soortgelijke fouten zoveel mogelijk verder af te zien. Samengevat: Zeer veel van de “vergeving der zonden” volgens de geldende praktijken heeft voor mij weinig of geen waarde. Wat Jezus deed, kon hij doen, omdat hij zich één wist met de Vader. Een priester, die deze eenheid met de Vader en Jezus werkelijk in zich beleefd en voelt, kan m.i. werkelijk dit doen. Wat de anderen betreft, bij hen lijkt mij de biecht een – nog niet eens altijd geheel geslaagde – psychologische behandeling van de zondaar.

  • Uw betoog stelt, dat wij zelf haaks moeten werken en de rest aan de wereld over moeten laten?

Mijn betoog gaat nog iets verder. Niet alleen zullen wij een mate van zelfkennis moeten verwerkelijken, de waarheid omtrent onszelf erkennende, maar daarnaast zal men dit om moeten zetten in een praktische waarde binnen de materie. Daarbij moet harmonie met de wereld zoveel mogelijk nagestreefd worden vanuit eigen erkennen en mogelijkheid, zonder daarmee de wereld in haar vrijheden en uitingen te belemmeren.

Het is juist, dat de mens zijn eigen houding in de wereld zal moeten bepalen aan de hand van eigen bewustzijn, ook al is dit voor de meeste mensen moeilijk. Toch is dit de enige juiste weg naar harmonie. Niet wat een ander is, zegt, denkt of doet, maar alleen wat u in uzelf erkent als waar, juist en noodzakelijk, of zelfs maar als eerlijk aanvaardbaar, kunt u omzetten in werkelijkheid. Zo alleen kunt u leven als een geïntegreerd mens in wiens wezen de hoog geestelijke harmonieën zowel als de stoffelijke harmonieën een juiste weerklank kunnen vinden.

  • Heeft het harmonisch zijn een bepaalde uitwerking in een bepaalde kring of in het kosmische gebeuren?

God schept, maar is tijdloos. D.w.z., dat het totaal van het geschapene altijd bestaat. Wij kiezen uit dit totaal hetgeen wij volgens ons bewustzijn kiezen kunnen. Daarbij wordt de keuze verder nog bepaald door onze neigingen. In onze keuze laten wij een deel van het totaal dus buiten beschouwing. Wij kunnen als eenling nimmer een grotere ontwikkeling teniet doen, wanneer wij eenmaal binnen die ontwikkeling geïncarneerd zijn. Wanneer u geïncarneerd bent op een wereld, waar een oorlog onvermijdelijk is, gezien het bewustzijn van de gehele mensheid plus haar situatie, kunt u deze als eenling misschien ontkennen en de noodzaak ervan bestrijden, maar u zult de oorlog zelf niet tegen kunnen houden. Je kunt er alleen voor zorgen, dat je geen geestelijke schade opdoet in die oorlog, terwijl de verdere verhouding t.a.v. de mensheid zo juist mogelijk blijft. Van hieruit gaande stel ik: wanneer alle mensen de bedoelde harmonie bereiken, is de wereld een andere en zal geen oorlog noodzakelijk zijn. Wij kunnen, dit niet nagaan. Wij kunnen niet zeggen, wat een ander al dan niet bereiken kan. Het is zelfs heel moeilijk – zo al onmogelijk – om te zeggen wat voor een ander mens het juiste punt van harmonie zal zijn. Dit geldt zelfs, indien die mens je zeer na staat.

Daaruit vloeit voort, dat wij alleen kunnen streven naar de persoonlijke harmonie. Deze zal ongetwijfeld allen, die met ons in die harmonie vereend zijn, samenvoegen binnen een invloed, die zelfs een beïnvloeding van de keuze der wereld binnen haar mogelijkheden zal vinden. Welke die invloed is, zullen wij echter zelf nooit kunnen weten. Wij kunnen alleen stellen, dat een bepaalde ontwikkeling op een gegeven ogenblik niet meer tegen te houden is. Op het ogenblik is bv. een derde wereldoorlog niet noodzakelijk; toenemende harmonie tussen mensen en de krachten der kosmos maakt dit misschien overbodig. Dat echter een groot aantal economische en politieke moeilijkheden niet te vermijden zal zijn – met alle gevolgen van dien – staat wel vast.

Wie ongeacht dit alles, harmonie weet te bereiken, vormt een band met de kosmos, waardoor de wereld als geheel en deze mens als eenling, mogelijkheden zal kunnen bereiken, die anders niet zouden bestaan.

  • Wat betekent: bevrijding van het zelf?

Dit is het hoogste doel, dat wij ons kunnen stellen. Wanneer wij ons ego geheel kennen en dit ego verder vanuit eigen erkennen en streven harmonisch doen zijn met de Hogere Krachten, zo komt er een ogenblik, dat de Hogere Kracht in ons werkelijk leeft. Het is dan niet meer nodig te zeggen: Ik ben, ik doe. Het bewustzijn blijft, maar het is God, die doet. Dan is men bevrijd van het ego, bevrijd van de begrenzing, die het onmogelijk maakt het totaal van het levende gelijktijdig te erkennen en met het totaal van het zijnde gelijktijdig harmonisch te zijn.

Dit is een einddoel, dat men op aarde wel na kan streven, maar praktisch voor haast niemand op aarde bereikbaar is. Laat ons daarom eerst streven naar de harmonie, opdat in de bereiking van die harmonie voor ons eens mogelijk zal worden, wat u noemt: de “bevrijding van het ik”, maar de Hindoe noemt het “de vrijwording uit belichaming” en de Boeddhist noemt het “de bevrijding van het rad”.

  • Wanneer je zegt: “Zo is het nu eenmaal”, om zoiets te aanvaarden, is dit dan ook onaanvaardbaar?

Wanneer u geconstateerd hebt, dat u dit zonder enige twijfel zult moeten aanvaarden door buiten uw beheersing liggende omstandigheden, is het misschien wel aanvaardbaar. Ik zou er echter aan toevoegen: Vandaag.

Voor anderen kunt u niet bepalen, wat werkelijk onvermijdelijk is. Wel kunt u waarschijnlijkheden zien. De persoonlijke praktijk en mogelijkheden kunt u echter nooit juist zien. Daarom is het gevaarlijk om tegen een ander te zeggen: het is nu eenmaal zo, leg je er maar bij neer. Voor jezelf kun je trachten de toestand zo te wijzigen, dat zij niet alleen meer een last wordt, die je draagt, maar ook een bewuste taak, een beleven, dat u tevens harmonischer maakt en u zekere vreugde kan geven. Tegenover anderen gebruikt, matigt men zich echter een oordeel aan. Men weet immers niet, of er toch niet ergens nog een weg is? Zo lang u dit niet zeker weet, heeft u niet het recht anderen te zeggen: het is nu eenmaal zo, leg je erbij neer. Zeg: aanvaard de situatie, zoals zij nu is, maak er het beste van. Dan is er misschien een kans, dat je toch nog een uitweg kunt vinden. Al te vaak stelt men echter: het is nu eenmaal zo en men laat na van alle mogelijkheden gebruik te maken.

Ik geloof, dat veel in deze wereld ongedaan en onbeproefd blijft, omdat men stelt: Het is nu eenmaal zo, dat moet je maar aanvaarden, daar kun je toch niets meer aan of tegen doen.

Enkele geestelijke achtergronden van regels en wetten

Er werd vandaag o.m. gesproken over de nu sterk verbreide neiging tot dictatuur en dogmatisme, onoprechtheid ook, die in elke mens wel ergens schuilgaan. Ik zou hier enkele geestelijke achtergronden tegenover willen stellen, waarbij ik meen het verstandigste te doen door uit te gaan van verschillende regels en wetjes, die nu eenmaal gelden voor de mens, zijn denken en leven.

Wanneer ik als mens of als geest iets doe – onverschillig wat – zal ik daardoor gevolgen veroorzaken. Dan geldt, dat de oorzaak beheersbaar is, het gevolg echter is niet beheersbaar. Dit betekent, dat ik, wanneer ik iets gedaan heb, met de resultaten daarvan genoegen zal moeten nemen. Ik kan deze niet meer veranderen. Zo stelt men dus: al hetgeen ik vanuit mijzelf in de wereld breng, zal gericht moeten zijn op het door mij als juist erkende doel. De gevolgen van mijn daden, zover zij mij kenbaar worden, dienen ter correctie van mijn instelling.

Hierdoor wordt het noodzakelijk als mens de gevolgen van eigen daad – als geest de gevolgen van eigen ingrijpen – zo goed mogelijk na te gaan. Zo hebben wij er niets aan, te stellen, dat iets zeker goed is, omdat het nu eenmaal altijd goed geheten werd. Wij moeten ons steeds, weer afvragen: Wat is het resultaat? Wat ervaar ik aan de hand hiervan? Indien deze ervaring niet juist is, dan is onze instelling, onze persoonlijke benadering, niet juist.

Dit is iets, wat men bij wetenschappelijk onderzoek wel degelijk kent. Men begint met een reeks van proeven. Elke keer, wanneer een proef niet het gewenste resultaat geeft, probeert men door wijzigingen een wel juist resultaat te verkrijgen. Daarbij heeft de experimentator het voordeel, dat hij steeds weer van begin af aan kan beginnen. Wij kunnen dit niet.

Wij moeten steeds uitgaan van ons laatste product, van de laatste toestand, die wijzelf geschapen hebben. Bedrieg je jezelf, dan kun je geloven, dat gedistilleerd water levenswater is.

Dit blijft waar, tot je tracht hiermee een dode tot leven te wekken, een ziekte te genezen enz. Dan doet het niets.

Daarom is het verstandiger geen namen te geven aan hetgeen wij bereiken. Onze innerlijke bereiking voert ons bv. op een bepaald ogenblik wel degelijk tot een innerlijk contact met Hogere Krachten. Wij voelen ons daarbij sterker, beschikken over een sterkere intuïtie, zijn wijzer geworden. Indien wij deze wijsheid nu gaan definiëren, een naam gaan geven, zullen wij het ons daarmee tevens moeilijk of onmogelijk maken, deze wijsheid voortaan op de meest juiste manier te gebruiken; de bepaling sluit a.h.w. mogelijkheden uit, die wij nog niet beseften.

Ga daarom uit van het standpunt, dat elk bewezen feit zonder meer erkend dient te worden, en dienen zal als uitgangspunt om innerlijk erkende noodzaak of behoefte opnieuw tot uitdrukking te brengen. Er is sprake van een beperkte harmonie in dit geval, toch komen wij voor het feit te staan, dat ons werken een harmonische reactie wekt op vele punten; niet alleen punt a, dat wij stelden als doel, maar ook op de punten b tot z. Overal zijn verschillende reacties.

Welke weg is dan de juiste?

Onthoud nu: Elke reactie in de kosmos wordt bepaald door de harmonische waarden. Je kunt door handeling of gedachte alleen datgene aanspreken, waarin deze waarde reeds gelegen is.

Wanneer ik mij richt op a, maar de rest meeklinkt, zo is het verstandig na te gaan, hoe de reactie op deze andere punten eigenlijk is. Zo er onjuiste reacties bij zijn, mogen wij ons eens afvragen, hoe dit mogelijk is. Vervolgens echter richten wij ons weer op punt a, uitgaande van de nu gewijzigde omstandigheden en eventueel zelfs met een gewijzigde instelling, maar met hetzelfde hoofddoel. Dit blijven wij doen, tot wij geleerd hebben in en vanuit onszelf een ontstane harmonie bewust te richten en vooral ook deze doelbewust tot stand te brengen. Dit geldt voor stoffelijke en geestelijke werelden.

Wanneer u zich richt tot de Hoogste Kracht, heeft u kans, dat de Hoogste Kracht u antwoordt, dan wel iets, wat voor u de Hoogste Kracht representeert. Het kan ook zijn, dat het antwoord uitblijft.

Nu zijn er mensen die in dit laatste geval stellen: God antwoord niet. Dit is natuurlijk dwaas. God antwoordt altijd, maar wij moeten leren zijn antwoord te horen. Anderen stellen – mogelijk juister: Wij zijn niet volmaakt, wij zijn niet juist in ons spreken, daarom antwoordt God niet. Dit is mogelijk waar, maar brengt ons niet verder. Wij zullen dus moeten stellen: mijn manier van benadering tot het Hoogste is verkeerd; ik moet de manier waarop ik dit Hoogste benader, wijzigen. Er komt een ogenblik, waarop God mij een voor mij kenbaar antwoord geeft. Heb ik eenmaal een hiertoe voerende procedure gevonden, dan betekent dit nog niet, dat het antwoord, de kracht, altijd daaraan verbonden blijft. Want bij de contacten met het hogere ontstaat een cumulatief effect: Elke keer ontstaat a.h.w. iets meer kenbare beïnvloeding vanuit het goddelijke in mijn leven. Die Kracht in het verleden heeft het heden mede bepaald. De inwerking van die Goddelijke Kracht wordt steeds sterker. Er kan dan een ogenblik komen, dat zij mij overweldigt, dat ik niets meer besef daarvan. Dan is mijn wijze van benadering dus, gezien de mogelijkheden, niet meer juist.

Bidt niet slechts zo, dat God antwoord geeft en besluit daaruit dat uw procedure goed is, maar wijzig de procedure steeds weer zo, dat een zo duidelijk mogelijk en krachtig mogelijk antwoord ontvangen wordt.

Ik wil hier wijzen op spiegeling en weerkaatsing: twee verschillende dingen omdat een weerkaatsing nimmer volledig is en elke deel van ons eigen wezen kan betreffen, terwijl een spiegeling steeds het totaal bevat van ons wezen, de door ons geschapen invloed enz.

Wanneer je voor jezelf iets bent in de wereld, schep je je een beeld, dit beeld is voor de wereld meestal aanvaardbaar. De wereld antwoordt nu op het beeld, dat ik haar geef, niet op de aspecten van het beeld, die ik zelf de wereld wil tonen, maar op het geheel, dat tot uiting komt.

Mijn harmonie wordt dus nimmer alleen bepaald door de uiterlijkheden, die ik bewust toon, maar mede door het geheel van mijn waan. Wanneer blijkt, dat het beeld dat ik de wereld toon, onjuiste resultaten brengt, volgt hieruit, dat ik een verkeerde houding, maar ook een verkeerde instelling aannam t.a.v. de wereld.

Nu geldt ook: Mijn werkelijke wezen is harmonisch met het oneindige en binnen het geheel ook een deel daarvan. Dit betreft het werkelijke ik. Wanneer nu het kleine, het gekende ik, disharmonisch blijkt te zijn, komt dit uit een verkeerde representatie van het ik. Men hanteert dan voor zich waarden, die niet tot dit ik behoren. Wanneer de spiegeling van mijn wezen in de wereld niet beantwoordt aan mijn denken en verwachtingen, mag ik dit niet aan de wereld wijten, doch dien ik de oorzaak te zoeken in de onjuistheden of disharmonische structuur van mijn eigen wezen binnen de wereld.

Kosmisch kan men hieruit veel lering trekken.

Op het ogenblik, dat ik erken, dat een spiegeling in eigen wereld onjuist is, kan men ook concluderen dat deze afwijking tussen werkelijkheid en voorstelling ook in andere sferen bestaat.

De krachten, waarmede ik in contact kom, zullen dus op alle vlakken evenzeer in strijd zijn met mijn wezen als op aarde. Wanneer ik mijzelf wijzig op aarde, wijzig ik dus niet alleen mijzelf in de wereld en het antwoord op de wereld op mijzelf, maar mijzelf in de kosmos en daardoor het totaal van invloeden en krachten, die ik uit de kosmos kan ontvangen.

Nu nog iets over de weerkaatsing.

Wanneer ik roep en op de juiste afstand bevindt zich een wand, zo keert het geluid als echo terug.

De echo geeft echter nooit het geheel terug. Soms zelfs weinig: Een verloofd stel vraagt de echo: “Worden wij gelukkig samen?”. Echo: Amen, amen, amen. Wanneer wij roepen naar de oneindigheid, is, wat tot ons terugkeert, niet altijd de stem van de oneindigheid: Het is iets van ons bewustzijn – of onderbewustzijn – dat het antwoord verzorgt. Onthoud daarbij, dat het antwoord steeds een breukdeel zal zijn van hetgeen wij uit hebben gezonden.

Wanneer ik een bewuste gedachte scherp gericht uitzend en niet in contact kan komen met een levende Kracht, die mij antwoordt, krijg ik toch een antwoord, dat echter altijd op het door mij gezondene is gebaseerd en daaraan dus niets toevoegt. Velen zenden gedachten uit en krijgen geen werkelijk antwoord, ofschoon een deel van de gedachte tot hen terugkeert. Zij zijn echter geneigd alle bewustwording en alle begrip van waarheid hierop te baseren. Het is duidelijk, dat men daarmee voorzichtig moet zijn. Daarom geldt in alle streven naar harmonie t.a.v. weerkaatsingen: Hoed u voor een eenmalig antwoord en zie dit niet als beslissend en juist. Handel er naar, zover als gij meent, dat dit op dit ogenblik voor u juist en verantwoord is, maar beschouw het niet als beslissend voor uw leven. Zo gij zeker wilt zijn, dat het antwoord juist is herhaal de vraag en let er op, dat het antwoord verschilt in formulering en inhoud. Let er verder op, dat in het antwoord steeds elementen moeten zijn, die niet in de vraag zelf reeds waren behouden. Op deze wijze kan men een vaag contact met Hogere Krachten omvormen tot een ontvangen van duidelijke aanwijzingen van dergelijke krachten, terwijl de misleidende werking van weerkaatsingen tot een minimum beperkt blijven.

Er is een mogelijkheid uit elke Lichtende Kracht leiding te verkrijgen, die tot het Licht voert. Dan moet het echter wel een echt antwoord zijn. Zolang wij ons in dit streven alleen laten leiden door weerspiegelingen en weerkaatsingen, is het gevaar voor zelfmisleiding zeer groot.

Esoterie

Krachten van het Licht 

Sprekend van de krachten van het licht wordt de mens steeds meer geconfronteerd met de krachten van het duister. Toch is het Licht aanwezig. Maar waar het Licht scherp is, zullen de schaduwen zwart en zwaar zijn. Het duister, dat gij ziet, toont u het bestaan van het Licht.

Schouw dan naar het Licht en niet naar het duister, opdat gij niet onderga in een duisternis, die niet waarlijk voor u bestemd is.

Kracht van Licht is de waarheid van het leven. De waarheid van het leven is de oneindigheid van uw bestaan, de onbeperktheid van uw mogelijkheden, de kracht, die u gegeven wordt om alle dingen te volbrengen en te kennen.

Dit Licht omvat alle tijden. Gij omvat slechts een klein brokdeel daarvan. Leert dan de kracht van het Licht in dat deel van uw werkelijkheid voortdurend te leven en voortdurend in uzelf te ervaren. Indien gij meent zwak te zijn of niet te weten de waarheid, die noodzakelijk is, of niet te kennen het besluit waarnaar gij begeert, richt uw denken op het Licht. Schakel alles, wat duister en mistroostig is, uit. Tracht te denken aan het Licht en zwijg, gebaad in dit Licht, opdat de u noodzakelijke kracht, het antwoord, het mogelijk besluit worde gegeven.

En zo gij de gave ontvangen hebt, neem ze in uzelf, beschouw haar. Want zij is u gegeven als een kostbaar geschenk waarmede gij moet werken. Besluit eerst dan, hoe gij deze Kracht werkzaam zult maken in uw wereld.

Zo gij zoekt naar wonderen in deze dagen, zo zeg ik u: De wonderen zijn er, maar de ogen der mensen zijn blind. Zo gij misschien droomt van rampen, die de wereld vernietigen, zo zeg ik u: Het geschiedt voortdurend, doch gij zijt verblind. Indien gij zoekt naar waarden, die het leven levenswaard maken en meent, dat dezen niet te vinden zijn, ik zeg u: Gij zijt verblind. Want waarlijk krachtig en waardevol boven alle dingen is het leven in deze tijd. Groot zijn de mogelijkheden u geboden en sterker dan ooit is de wet van het Licht.

Erken alle schoonheid, wees rechtvaardig in alle dingen en draag een liefde in uw hart tot alles wat leeft. Leer dit uiten in de volheid van de Goddelijke Kracht, die tot u komt, opdat gij daaruit het Licht moge doen stralen, zelfs waar nu nog duister heerst.

Uit naam van hen, die werkzaam zijn in de volgende golf van Lichtende krachten, zeg ik u het volgende: Laat de verwarring van uw wereld u niet beroeren. Ga vrijelijk uw wegen zonder angst. Besef de Kracht, die in uzelf schuilt en dien uw medemens, zelfs indien hij geen dank kent voor uw dienst, zelfs indien hij uw dienst zou willen weigeren. Dien vooral, waar men uw diensten aanvaardt.

Schep vreugde, schep kracht, schep gezondheid, waar gij maar kunt. Leef positief in alle dingen, niet zeggende: Dit is verkeerd, maar zoekende naar dat, wat is goed volgens uw beste weten.

Leef hieruit en wacht in uzelf, opdat het woord zich in u vorme, zich in u uiten moge, dat de sleutel is tot de kracht van de nieuwe tijd, die binnenkort ook in meer kenbare vorm op zal treden onder de mensen.

Aarzel niet de wegen, als gebruikelijk, te gaan, zolang dezen aanvaardbaar zijn. Zoek niet naar wat dreigt of geruststelt, doch naar wat u juist is en door u juistelijk volbracht kan worden. Want hierin is de kracht gelegen, dat zij die waarlijk streven, onthecht, niet vrezend of begerig verheven worden, al beseffen zij dit misschien nog niet, tot deelgenootschap van de Lichtende Kracht, die hen zo mogelijk een zichtbaar teken zal geven, opdat de krachten van deze tijd voorbij mogen gaan.

image_pdf