Zodiaksymbolen en inwijding

Juli 1971

Als men een verband tussen Zodiaksymbolen en inwijding wil aantonen, dan staat men voor een paar grote moeilijkheden. De mensen denken, dat het allemaal heel eenvoudig is: je bent een Stier, een Leeuw, een Kreeft, een Maagd, een Waterman, noem maar op en dan is de zaak in orde. We kunnen dan zeggen: Tussen dat teken en inwijding bestaat een vaste relatie. Dat geldt voor iedereen, dus men weet waar men aan toe is.

Helaas ligt de zaak enigszins anders. We kunnen natuurlijk zeggen, dat er een zekere, zeer beperkte relatie bestaat tussen het teken van de Dierenriem, waaronder men geboren is en de mogelijkheden voor inwijding, die men in een leven zal vinden. Dat is ook begrijpelijk. Inwijding is niets anders dan een uitbreiding van bewustzijn, waardoor men toegang krijgt tot een deel van de wereld, dat door de gewone mensen nog niet wordt gezien of ervaren. Daar komen soms ook bepaalde krachten bij te pas, maar in feite is het alleen maar een beetje groter en ruimer worden in je waarneming, dus in je bewustzijn. Nu kunt u wel begrijpen, dat als een mens is geboren onder het teken Leeuw, deze mens bij zijn inwijding voor een groot gedeelte bepaald zal worden door zijn eigen karakter. We weten: een Leeuw heeft in het al­gemeen een tamelijk eerzuchtige aard. Hij wil graag erkenning. Aan de an­dere kant is hij meestal erg edelmoedig. Als wij die factoren zo naast elkaar zetten dan zeggen we: Dat is dus iemand, die zijn inwijding al­leen kan vinden door de wereld.

Daar tegenover staat bv. een type als Vissen. Vissen: tamelijk wereldvreemd, neiging tot mystiek, aanleg voor handel, maar aan de andere kant ook ‑ en dat is wel heel vreemd ‑ zeer inspiratief aangelegd zowel ten aanzien van anderen inspirerend als ook zelf veel inspiratie ontvangend. Iemand, die onder Vissen is geboren, zal zeer waarschijnlijk, indien hij tot inwijding komt, die inwijding zoeken langs de weg van de mystiek. Het gevaar bestaat echter voor hem, dat hij van de mystiek gelijktijdig een zaakje maakt en dat zou een van zijn grootste belemmeringen kunnen zijn.

Ik geef u maar twee voorbeelden, want u begrijpt wel, als we dat zo doen, dan zegt iedereen: O, ik ben…. en dan volgt het: een Ram, een Steenbok, een Schutter, een Schorpioen, dus is dit de weg van in­wijding,

De mens leeft eigenlijk volgens een zeker systeem en dat zouden we aan de hand van de sterren kunnen bepalen. Je kunt het grondkarakter bepalen. Je kunt eventueel ook de kritieke punten bepalen, maar wat heb je daar al niet voor nodig? Niet alleen maar een Zodiak teken. Daarvoor heb je nodig: de stand van de planeten, de stand van de zon, een aantal vaste sterren en hun invloed en dan ben je er eigenlijk nog niet, want dan moet je de onderlinge relaties t.a.v. elkaar nog afwegen door de belangrijkheid van de huizen waarin zij staan tegenover elkaar te stellen. Als iemand bv. een oppositie heeft tussen de huizen van de dood en van de vriendschap, dan weten we: die man verliest voortdurend al zijn vrienden. En zo zijn er meer van die dingen. Je kunt nooit zeggen: het Dierenriemteken alleen bepaalt.

We zouden de zaak echter niet vanuit de mens, maar vanuit de kosmos kunnen benaderen en dan zijn er weer andere mogelijkheden.

De hele Dierenriem is eigenlijk een fictie. Wat wij zien als de Dierenriem is een aantal traditioneel gekozen sterrensamenstellingen, waartussen we een aantal verbindingen hebben gemaakt, die we dan bovendien nog een naam hebben gegeven. Oorspronkelijk waren het er tien, tegenwoordig zijn het er twaalf. We kennen ook nog de Chinese Zodiak. De Chinezen hebben er veel meer. Zij hebben twaalf hoofdtekens, 64 belangrijke tekens en de voor hen meest belangrijke, de jaarheersers. Dat zijn 7 tekens. U ziet, al die dingen worden gezien als geconstrueerd vanuit deze wereld, maar ze bestaan niet echt.

Als u kijkt naar de Waag of naar de Grote Beer, dan ziet u die sterren wel zo staan, maar als u een klein eindje verder weg bent in de ruimte, dan ziet u ze al niet meer. Het is dus niet zo, dat daar vaste hemellichamen staan. Het is wel zo, dat we door die sterrenbeelden in zekere zin onze richting bepalen. We kijken vanaf de aarde naar een sterrenbeeld, maar we kijken ook naar een bepaalde richting en wat meer is: deze richting houdt tevens in (want we zien het sterrenbeeld), dat we op dat moment alle invloeden, die uit die richting komen, zullen ondergaan.

Nu zult u begrijpen dat krachten, die van buitenaf optreden, nog lang niet bepalend kunnen worden geacht voor inwijding. Laten we bv. eens de Tweeling nemen. De invloed van de Tweeling is kennelijk zeer tegengesteld. Het zijn sterk wisselende invloeden. Gaan we ze ontleden zoals die kosmisch optreden, dan blijkt er een sterke fluctuatie te zijn tussen purper en rood. We zouden kunnen zeggen. De kracht, die daarmee verbonden is en die op dat moment iedereen bereikt, is een kracht, die soms grote vitaliteit geeft en daarmee uitbundigheid en op andere ogen­blikken een diepe bezinning en misschien ook wel een beetje mistroostigheid betekent. Als zo’n kracht optreedt, dan zullen de personen, die qua karakter hierdoor het sterkst worden aangesproken, door die invloe­den de grootste ervaring opdoen. Dat is mogelijk. Dan zegt u: Maar wat is die kracht dan en waarom geeft u er een kleur­ aanduiding bij?

Ik geef de kleur om een zeker karakteristiek weer te geven. Het is na­tuurlijk geen gekleurd licht. Het is geen lichtshow. Laten we het zo zeg­gen: De trillingen zijn van een laag en van een zeer hoog gehalte. Met een laag gehalte zijn ze echter voortdurend gemengd. In feite is er één vitaliteitsbron, die bovendien nog wordt beïnvloed door een tweede bron.

Nu kun je zeggend dat zouden dan sterren moeten zijn. Het is heel waarschijnlijk, dat sterren hier helemaal geen rol bij spelen. Zelfs meen ik te mogen zeggen op grond van wat we zo hebben bekeken, dat de invloed die we Tweeling noemen niet altijd gelijk blijft. Het schijnt, dat ze ongeveer per 900 jaar aanmerkelijk wordt gewijzigd. We hebben hier nl. te maken met een aantal z.g. “donkere wolken”. Die donkere wolken blijken sommige stralingen absoluut te absorberen en andere straling versterkt uit te zenden. Vandaar dat men ze ook wel radiobronnen noemt. Nu zitten die toevallig in de richting van Tweeling, als ze voor u zichtbaar zijn op deze breedte. Als die trillingen komen, dan hebben ze een invloed. Hoe groot die is, ligt aan uw eigen gevoeligheid. Wat die invloed voor u zal betekenen, is voor een groot gedeelte afhankelijk van uw reactie; de manier waarop u zo’n invloed verwerkt.

Zo hebben we bv. de Schutter. De Schutter brengt in het algemeen een zeer harde tendens. Dat is heel eigenaardig. Als we die in kleur moeten stipuleren, dan zouden we zeggen: Het is wit licht, maar voortdurend met spikkeltjes van andere kleuren erin. Het is een wat sproeterig beeld. Hier hebben we te maken met een hoofdtoon, die een zekere mate van hardheid ‑ bewust of onbewust ‑ en oprechtheid stimuleert. Aan de andere kant hebben we te doen met allerlei kleurverschijnselen (het is een beeld dat sterk adopteert), die eigenlijk ergens anders zouden thuishoren, maar die hier sterk worden vermengd. Daardoor krijgen we enorme diep­tepunten en hoogtepunten, daarnaast enorme oprechtheid, maar vaak ook grote weerstanden daartegen in de wereld. Het laatste is natuurlijk niet zo moeilijk, want oprechtheid in uw wereld zal meestal op weer­stand stuiten.

Als ik na ga wat voor invloed het is, dan kom ik weer terecht bij o.m. een paar sterren. Er is een Rode Reus bij en een paar heel kleine briljantsterren (blauwe sterren). Die sterren schijnen samen die in­vloed voort te brengen. Zo zou men elk teken kunnen nagaan. Elk teken brengt een invloed naar de mens. Voor inwijding is het nodig dat men er iets mee doet. Dat is echter nog lang niet zeker, want er zijn heel veel mensen, die zich gewoon door de impulsen die hen bereiken, de genetische waarde, de tekens waaronder ze geboren zijn en de eventuele stimuli, die in de wereld aanwezig zijn voortdurend laten besturen. Die mensen hebben geen eigen leven. Het is natuurlijk gemakkelijk; je kunt van tevoren zeggen wat ze zullen doen. Maar dergelijke mensen zullen nooit tot inwijding komen, want zij komen nooit tot een overweging, tot een stellingname. Zij proberen nooit méér te zien dan alles wat zich aan hen opdringt.

Zou een mens onder precies dezelfde omstandigheden een beetje met zichzelf worstelen en proberen nieuwe inzichten te krijgen, dan blijft ook de erfelijkheidsfactor nog een rol spelen; die genetische achtergrond domineert steeds. Maar anderzijds is er een neiging in een bepaalde richting. Nu blijkt, dat wat bij de een alleen een overheersende invloed is, bij de ander een stimulans wordt in een richting; de ontwikkeling bv. van een bepaald talent. Is dat talent materieel ontwikkeld zonder meer, dan komt er verder niets van. Dan is het iemand, die op aarde alleen in een bepaald opzicht goed geslaagd is, verder niet. Ga je echter kijken naar iemand, die ook de wereld onderzoekt, die voortdurend een soort dialoog met de wereld voert op grond van de impulsen die hij in zich beseft, dan gaat hij dingen zien en aanvoelen, die niet voor iedereen kenbaar zijn. Zijn beeld van de wereld verandert, ín die wereld ziet hij nieuwe mogelijkheden, nieuwe krachten. En dat is wat men noemt inwijding.

U ziet het, als je verband wilt leggen tussen de tekens van de Dierenriem en inwijding, zit het nogal moeilijk. Toch zijn er heel veel mensen, die het graag willen doen. Ik zou hun de raad willen geven om in de eerste plaats te kijken naar de geaardheid van hun teken. U weet, tekens worden onderscheiden in lucht‑, water‑, aarde‑ en vuur­ tekens. We houden er rekening mee, dat luchttekens over het algemeen de meeste talenten hebben, de meeste veelzijdigheid, juist als het in de richting van een bewustwording, van inwijding gaat.

Hebben we te maken met een aardteken, dan zit er een zekere traagheid. Hier is inwijding eventueel mogelijk, maar dan zal ze van stoffelijke aard moeten zijn. Zo iemand zal in de magie een eindje verder kunnen komen, maar nooit in de mystiek, de filosofie, zelfs niet in de esoterie. Daar ben je beperkt.

Heb je een vuurteken, dan weet je dat je met enorme uitschieters, werkt, maar dat je aan de andere kant meestal ook weer in je enthousiasme snel gedoofd bent. Dat zijn de mensen, die zo’n beetje van het naar her gaan. Zo iemand zal het nooit moeten hebben van een inwijding, die een lange studie vergt. Hij is aangewezen op ontdekkingen, het vinden van een punt dat hem bijblijft, ook als zijn reacties veranderen. Hij slaat het op in zijn geheugen, brengt het naar voren als het nodig is en kan op die manier, als hij voldoende punten heeft gevonden, op den duur ook wel degelijk een grotere en nieuwe wereld zien.

Het waterteken is een van de eigenaardigste in dit verband. Watertekens vertonen nl. eb en vloed. Ze zijn meestal ook sterk “maanhorig”. Het ligt natuurlijk ook wel aan de persoonlijke horoscoop, maar toch is de invloed van de maan bij deze tekens aanmerkelijk groter dan normaal. Daaruit zouden we kunnen concluderen, dat deze mensen eigenlijk in een soort eb‑ en vloedbeweging leven; zeker wat hun waarnemingen betreft. Er zijn tijden, dat ze sterk in zichzelf gekeerd zijn. In die periode zullen ze wel bespiegelend werken, maar tamelijk egoïstisch bespiegelend, als u mij toestaat dit op te merken. Op het ogenblik echter, dat ze weer extrovert worden (dat het vloed is), dan gaan ze wat ze voor zichzelf hebben bereikt en geleerd uitdelen aan de wereld. En het is de wisselwerking met de wereld, die dan voor de inwijding belangrijk is.

Hier heeft u een paar eenvoudige gegevens. Je zou er een heel verhaal van kunnen maken. Ik houd niet erg van lange verhalen en voel er ook niet veel voor om alleen maar een aantal feiten en gegevens achter elkaar op te sommen zonder verder een inzicht te geven. Laten we proberen om het een beetje zakelijk te stellen. Naarmate je meer streeft naar een inwijding om hetgeen zij voor je zal betekenen (wat je er dus mee zult bereiken) hoe minder kans je hebt een inwijding te bereiken. Inwijding is nl. een verder opgaan in de wereld en in de verschijnselen van die wereld, onverschillig of ze kenbaar zijn voor anderen of niet.

Het ogenblik van geboorte betekent in zekere zin een bepaling van geaardheid en karakter. Hierbij gaat het echter hoofdzakelijk om stoffelijke factoren en daarbij nog speciaal om factoren, die behoren tot de aarde zelf. Er is dus geen sprake van een bepaling van de geaardheid van de geest. Indien de geest in overeenstemming is met datgene, wat de geboortehoroscoop als beste mogelijkheid aangeeft, zal hierdoor inderdaad een veruiterlijking van geestelijke waarden ontstaan en daarmee een relatie met andere geestelijke machten en krachten. In zo’n geval hebben we te maken met iemand, die binnendringt in andere werelden en die dus in meer of mindere mate een ingewijde kan worden.

Een mens die inwijding zoekt, kan deze nooit van een ander ontvangen. U kunt haar ook niet ontvangen van een kosmische kracht of van een geest. U kunt daarvan hoogstens een aanwijzing krijgen. De inwijder vervult in de ontwikkeling van degene, die inwijding zoekt, ongeveer de plaats van de A.N.W.B. in Nederland ten aanzien van de wegwijzers op de wegen. De inwijder zegt: Dit is de weg; die kan je daarheen voeren. Je moet de weg zelf gaan. Hoe je hem gaat en welke problemen je op die weg te overwinnen hebt, is allemaal je eigen zaak.

Ook als ‑ zoals in bepaalde magische inwijdingen gebeurt ‑ u een aantal gegevens wordt verstrekt of u deelname aan een aantal experimenten wordt toegestaan, blijft u nog steeds zitten met de beperking van uw wezen. Daarom zult u een weg moeten vinden tot die prestatie, tot het herhalen van het experiment in overeenstemming met uw eigen persoonlijkheid.

Dan de astrologie. We moeten deze er even bij halen. Het kan niet anders met een onderwerp als dit.

De astrologie is een kaart van het totaal van krachten en krachtsverhoudingen, zoals ze optreden in het zonnestelsel en van een aantal invloeden, die van buitenaf het gehele zonnestelsel kunnen beïnvloeden. Het vaststellen van de hoogte‑ en dieptepunten in die kaart maakt het mogelijk invloeden en gebrek aan invloed ten aanzien van de mens te postuleren. We kunnen daarmee een groot gedeelte van de mogelijkheden en eigenschappen weliswaar met waarschijnlijkheid vaststellen, maar nooit met zekerheid. De astrologie in dus eigenlijk een soort werkhypothese voor de mens, die in zijn leven naar inwijding zoekt. Hij kan uitgaan van zijn grondeigenschappen. Wat dat betreft geloof ik wel dat iemand, die in deze tijd een inwijding wil zoeken, een geboortehoroscoop moet hebben, die goed getrokken is en deze zelf moet leren te lezen, te interpreteren. Men kan dan vaak op eenvoudige wijze de progressie enigszins volgen.

De horoscoop is een soort schattingskaart, daarop staan alle bereikingsmogelijkheden, die waarschijnlijk zijn. U kunt daarbuiten misschien iets bereiken, maar de kans daartoe is klein. De kans dat u, afgaande op bepaalde belangrijke gegevens van de horoscoop, bereikt wat daarin is aangeduid, is in verhouding zeer groot. Laten we zeggen, dat een bereiking buiten het aangegevene in de horoscoop een kwestie is van 1 op 10.000 en dat ‑ indien juist weergegeven ‑ u in relatie daarmee een kans heeft van 1 op 50. De kans tot bereiken is dus klein, maar we kunnen de mogelijkheid tot bereiken vergroten door ons streven te richten op datgene, wat in een horoscoop is aangegeven.

De astrologie geeft ons verder nog een naar mogelijkheden, die voor mens op aarde toch ook wel van belang zijn. Het is mogelijk om aan de hand van de gegevens van de astrologie vast te stellen wat je beste en wat je slechtste perioden zijn. Nu bedoel ik dit niet ten aanzien van zaken of zo, maar gewoon t.a.v. eigen prestatie, eigen mogelijkheid tot uiting aan de ene kant en lusteloosheid, gebrek aan reactie, traagheid, beschouwelijkheid anderzijds. Indien ik naar inwijding streef, dan is dat altijd iets wat met de buitenwereld te maken heeft. Ik zal die inwijding dan moeten zoeken op die punten waar een maximum aan voor mij gunstige, dus actieve invloeden bestaat. Beschouwingen daarover en ook plannetjes maken die toch niet doorgaan zal ik het best kunnen doen in de tijd, dat ik eigenlijk geen zin heb. Laat mij het maar zo zeggen.

Dan is er nog een punt, dat ik over de astrologie wil zeggen. Deze wonderlijke ervaringswetenschap, die nimmer als zodanig werd erkend, geeft de mens naast de mogelijkheid tot het kennen van zijn persoonlijkheid en zijn goede en slechte punten, ook wel degelijk aanwijzingen omtrent de tendensen van een maand, een jaar, een dag. Daaruit zijn geen vaste voorspellingen af te leider. Maar alweer; waarschijnlijkheden. Het kan voorkomen, dat ik in een bepaalde tijd meen; nu ben ik dicht bij een inwijding. Dan moet ik wel zorgen, dat ik de gunstigste periode kies, al is het naar omdat in die tijd de mogelijkheid van storing door invloeden van buitenaf (het afgeleid worden en dergelijke) minder snel optreden. De astrologie is dus als handleiding te gebruiken voor het systeem, dat men volgt. Ze is niet te gebruiken als een methode om onmiddellijke inwijding en inwijdingsmogelijkheid zonder meer te constateren.

Hier zou eigenlijk uwerzijds een protest moeten worden gehoord, omdat men z.g. geestelijke horoscopen trekt. Hierin gaat men uit van de esoterische, dus naar het “ik” gerichte eigenschappen van de mens. Men probeert voor zich daaruit een geestelijk beeld te vormen. Dergelijke dingen kun je meestal wel aan de uiterlijkheden aanpassen en indien het vleiend genoeg is, zal iedereen het wel als waar aannemen. Maar je kunt daarmee heel weinig zeggen omtrent de werkelijke persoonlijkheid. Ik hoop hiermee duidelijk te hebben gemaakt, dat we de Dierenriem niet kunnen beschouwen als een perfect middel om de inwijding zelf te bereiken. Zij is ten hoogste een aanduiding langs welke weg wij persoonlijk een inwijding het gemakkelijkst kunnen bereiken. De invloeden heb ik reeds genoemd. Deze invloeden (u kunt over de tekens, die u interesseren vragen stellen) kunnen in vier hoofdtypen worden geklasseerd. Deze vier hoofdtypen komen weer enigszins overeen met gelijksoortige temperamentstypen, die men in de psychologie kent.

De instelling van de mens ten aanzien van de wereld ‑ hoe stoffelijk ook veroorzaakt ‑ is bepalend voor zijn reactie op de wereld en op alle krachten, die er in en buiten die wereld kunnen bestaan en voor hen waarneembaar worden. Zijn reactie is bepalend voor de wijze, waarop hij inwijding vindt. Elke plaats in de hemel zendt krachten uit. Een deel van deze krachten ‑ niet alle ‑ bereikt de aarde. Sommige ervan zijn uitermate sterk en zullen dus door iedereen wel worden ervaren. Andere krachten zijn zeer zwak, maar zullen in harmonische personen toch een zekere weerklank kunnen vinden en daardoor voor die personen de algemene invloeden kunnen afbuigen en wijzigen.

De tekens van de Dierenriem zijn bovendien nog als richtingwijzers bruikbaar om aan te duiden: in die richting bevindt zich op dit moment deze of gene ster. Die ster is voor mij bijzonder belangrijk. Dan zal de inwerking daarvan ongeveer in overeenstemming zijn met het teken. Het eigen karakter van een vaste ster wordt altijd gevarieerd door het teken, van waaruit zij straalt. Dit schijnt onbelangrijk te zijn, omdat de meeste vaste sterren altijd in een bepaald teken schijnen te staan. Maar er zijn sterren, die ook nog wandelen en in de loop der jaren overkruisen van het ene teken in het andere. Dat betekent ook een verandering in hun invloed.

De situatie is, geloof ik, hiermede voldoende geschetst. We kunnen nog hele verhalen gaan ophangen omtrent inwijding, over wat er allemaal met die sterrenbeelden te doen is geweest, maar ik denk niet, dat u daarmee veel verder komt. Op het ogenblik, dat u teveel op de sterren gaat rekenen, ontstaat er bijgeloof. Indien u te sterk in hun invloed gelooft, maakt u datgene wat u verwacht wel waar, maar het zijn niet de sterren die dwingen. U bent het zelf, die voor uzelf een dwingende factor wordt en vele onmogelijkheden schept. Dat moet u voorkomen. Wil je rekening houden met bepaalde invloeden en doe je dat nuchter genoeg, dan houd je rekening met gevaren. Zoals je op een autobaan met eventuele kruisingen daarmee rekening zult houden, indien die zijn aangegeven. Het is mogelijk, dat er geen enkele auto wil kruisen, maar het is ook mogelijk dat iemand dat wel wil doen en dat hij toevallig onvoorzichtig is. Dan is het beter dat je erop gerekend hebt. Zo eenvoudig ligt het.

Ik ben bang, dat ik u heb teleurgesteld. U heeft waarschijnlijk een grootse opbouw verwacht met een opsomming van alle tekens, alle daarbij behorende werkingen. Geloof mij, als u zich houdt aan hetgeen ik heb gezegd over de z.g. elementaire waarde van uw teken, dan weet u al meer dan genoeg. En als u inwijdingen in historisch verband wilt zien, dan kunnen we daarvan nog zeggen;

Wanneer in een periode een teken domineert (in de afgelopen periode Vissen, in dít tijdperk Aquarius), dan betekent het dat het karakter, het wezen en de uiting van inwijding (waarden zowel als openbaringen) in die periode het karakter weerspiegelen van het sterrenbeeld, waaronder de aarde staat; en wel omdat daar de meest juiste werking kan worden gevonden, het beste gehoor kan worden verkregen en een zo groot mogelijke inwerking ook mogelijk is.

Dan moet u verder rekening ermee houden, dat elk teken eigenlijk in drie decaden moet worden verdeeld, die elk voor zich dan nog weer enigszins anders zijn. Dat doen we ook met de tijdperken. Als we in de eerste periode van een tijdperk een openbaring van een geloof krijgen, zo is het waarschijnlijk dat een mede daarop steunende openbaring in de tweede periode begint. Zeg, dat de eerste openbaring in het jaar 0 valt, dan zal de tweede openbaring voor een deel mede daarop gebaseerd, plaatsvinden ongeveer in het jaar 700. Dan zal er in het jaar 1400 een meestal esoterische versie in zwang komen of een nieuwe en eenvoudiger versie (beide zijn een mogelijkheid) van beide andere geloven. We kunnen ook zeggen: Als dat tijdperk is afgelopen, vinden we in al die inwijdingsleren de daaruit voortkomende godsdiensten. e.d. verwarring en omvorming. Want een godsdienst kan alleen voortbestaan, indien ze de waarde van haar openbaring weet te vertalen in de waarde van het nieuwe teken. Kan ze dat niet, dan helpt het niet.

Jezus bv. valt onder Vissen, maar ook Mohammed. Daarbij is Jezus in Vissen een zonne‑invloed, Mohammed een maaninvloed, En we kunnen nog verder kijken en dan denken we aan de tijd van de beginnende Reformatie. Dat is gelijktijdig de beginnende kennis bij de gewone mensen, Op het ogenblik, dat dat begint, hebben we te maken met een sterke Mars-Venus‑invloed. Dat is heel eigenaardig. Beide invloeden treden op. Als u het wilt narekenen, zult u zien dat zowel Mars als Venus een grote rol hebben gespeeld bij alle reformaties in de middeleeuwen. Kijkt u naar deze tijd, dan zult u tot uw verbazing zien, dat met een Mars dominant Aquarius op dit ogenblik zeer strijdvaardig bezig is om al het oude te onttakelen, maar dat er nog geen opbouw is. En dat betekent voor een inwijding, dat je op het ogenblik heel weinig kans hebt, indien je je op een uiterlijk systeem wilt baseren; dat een inwijding volgens je eigen teken volgens je eigen geboortehoroscoop moet worden gezocht. Maar die inwijding moet voor jezelf zijn, niet door een binding met een bepaalde groepering of groep. U ziet: er zit wel wat aan vast zo hier en daar.

Laat mij dan deze inleiding maar eens afronden.

Er zijn mensen, die in zichzelf waarheid vinden en er zijn mensen, die buiten zich waarheid vinden

Een Leeuw bv. is erg edelmoedig. Is hij dit goed, dan is hij dat over de gehele lijn. Is hij verkeerd, dan is hij gierig, maar buigt dat om in een schijn van edelmoedigheid, die hem niets kost. Laat mij het zo zeggen; Een goede Leeuw is iemand die zegt: Ik heb geld genoeg. Ik doe ook wat voor de sport, voor de armen of voor wat anders. Een slechte Leeuw zegt: Ik moet een functie hebben, dan kan ik uit gemeentegelden die dingen bestrijken. Dat is dus het verschil. Als u ziet, dat die twee facetten overal aanwezig zijn, zult u ook begrijpen, dat t.a.v. inwijdingen die facetten ook bestaan en dan noemen we dit exoterische en esoterische facetten,

De schijnbaar negatieve kant van de inwijding speelt zich in jezelf af. Het is een bewustwording, die niet kan worden uitgedragen als begrip. De gevolgen ervan kunnen voor anderen kenbaar worden; een mededelen van de kracht waaruit ze ontstaat is onmogelijk. Dat is het negatieve facet.

Positieve facet is de mens, die een inwijding ontvangt en in staat is de kennis, die hij vergaart, aan anderen op vereenvoudigde wijze mede te delen, zodat althans zijn rijk van inwijding voor anderen voorstelbaar wordt. Hij werkt dan ook met zijn krachten meer kenbaar naar buiten toe juist, op de opvoeding. Waar de ander geneest om te genezen, daar geneest de exoterische figuur om met de genezing iets aan te tonen. De inwijding, die door de exoterische groepen wordt gebracht, is voor de mensen, die daarmee harmonisch zijn, bruikbaar. Daaruit ontstaan dan de geheimscholen.

De esoterisch gerichte inwijdingen kunnen hoogstens van persoon naar persoon worden overgedragen, zodat een adept dan misschien zelf een opvolger kan kiezen, maar deze slechts kan doen delen in zijn belevingen en gedachten (die hij telepathisch overdraagt), maar nimmer kan zeggen; Zo is de waarheid.

Als u ook met dit facet rekening heeft gehouden, dan zult u wel begrijpen, dat inwijdingen en de Dierenriem dingen zijn, waarover je eigenlijk alles kunt zeggen, maar waarbij een poging om een vaste samenhang aan te tonen ongeveer neerkomt opeen verhandeling over de ongetrouwde vrouw en de verwarmingsradiator. Er is een samenhang, maar die is zozeer door omstandigheden bepaald, dat we niet een algemeen geldende regel kunnen opstellen.

Ik hoop, dat ik in deze inleiding toch nog enkele saillante punten naar voren heb kunnen brengen en dat deze u kunnen helpen om eventueel uw streven naar inwijding te vergemakkelijken, al is het alleen maar doordat u iets meer weet over de waarde van uw teken, de mogelijkheden ervan en daarnaast zult leren zoeken naar uw beste punten in uw geboortehoroscoop, zodat u in ieder geval bij het begin van uw inwijding gerichtheid heeft. Die kan erg belangrijk zijn.

 ********************

*  Heeft de astrologische kennis in de oudheid niet veel bewijzen ge­leverd van voorspellingsmogelijkheden omtrent gebeurtenissen? De ster van Bethlehem o.a.?

Dat is een heel moeilijke vraag. Ik kan er alleen dit over zeggen: De astrologie in de oudheid was wichelarij. Dat wil zeggen, dat karak­terbeschrijving in de astrologie betrekkelijk jong is. Laten we zeggen ongeveer 900 jaar oud, terwijl het voorspellend gebruik van de astrolo­gie eigenlijk al teruggaat tot zeker 3000 jaar v. Chr., waarschijnlijk nog verder. Dan moeten we de volgende punten in de gaten houden. De uitspraak van de sterren werd meestal weergegeven in woorden, die wat dubbelzinnig waren. Daardoor kwamen veel van die voorspellingen uit. De ster van Bethlehem is een symbool. Als de ster van Bethlehem werkelijk de omloop van de komeet van Halley zou zijn geweest ‑ men neemt dat wel eens aan ‑ dan zou Jezus veel vroeger geboren moeten zijn. En zelfs dan is het niet aanvaardbaar, dat die ster (die komeet) alles doet wat eraan wordt toegeschreven. Zeker niet dat zij bleef stilstaan boven de stal en in Jeruzalem bleef wachten tot de Drie Koningen klaar waren met Herodes. Als we kijken naar een aantal Griekse voorspellingen uit die tijd, waarbij ook sterren een rol speelden, dan zien we dat kan worden aangenomen, dat op een bepaalde plaats op de wereld een grote geest zal worden geboren; en op grond daarvan komen waarschijnlijk ook de Wijzen. Het is heel goed aan te nemen, dat ze in de eerste plaats astrologen zijn geweest en geen koningen. Dan hebben we ook iets dergelijks bij de geboorte van de Boeddha. Ook daar zijn enkele wijzen, die op grond van de stand van de sterren voorzeggen, dat een grote geest zal worden geboren. Alleen denken ze allemaal aan een grote Koning en het blijkt een grote Profeet te zijn; zelfs geen profeet, een grote leraar. Het is dus gemakkelijk te zeggen: Wat je met de sterren voorspelt, komt uit. Het is gemakkelijk achteraf te berekenen, dat toen dit en dat gebeurde die en die stand van de sterren te zien was en dus de gebeurtenis onvermijdelijk. Maar als we in de toekomst kijken, dan blijkt het alleen een waarschijnlijkheid te zijn en geen zekerheid. Ik geloof daarom, dat je kunt zeggen, dat de mens niet in staat is de sterren voor duidelijke en practisch onfeilbare prog­nostiek te gebruiken; dat hij dit hoogstens kan doen in vage termen – en voor zover het een persoonlijk lot betreft ‑ in een aanduiding van mogelijkheden zonder daaraan de conclusie te verbinden, dat de gebeurtenissen op zich werkelijk geheel onvermijdelijk zijn.

*  Ik meen, dat nu de astrologie wat scherpere bepalingen mogelijk maakt. Is daar de invloed van een interpretatie bijgekomen of berust het nog steeds op bepaalde sterrenstanden?

Het merendeel van de werkelijk goed geslaagde prognoses ‑ ook in de astrologie ‑ is niet te danken aan de sterrenstand in de eerste plaats, maar aan het interpreteren. Dat betekent dat men een systeem kan ontwikkelen, dat een bepaalde tijd bijzonder dienstig is. We hebben dat ook in de Arabische periode gehad. Toen is er een tijdlang een systeem geweest, waarmee men heel mooie voorspelling kon doen. Maar ja, toen het 30 jaar later was, klopte het niet meer. Dat bleek toen o.m. te wijten te zijn aan een vaste stand van een paar planeten, die ze nog niet kenden en die een vaste beweging hadden. Toen die retrograde wer­den, was het afgelopen met de juiste interpretatie. Ik geloof, dat je hier moet zeggen, dat de interpretatie zodanig belangrijk is, dat een juiste voorspelling aan de hand van de berekening in feite toch meer helderziend wordt gedaan.

*  U zei; 30 jaar later werden ze retrograde. Een planeet wordt toch elk jaar retrograde? Is dat een speciale planeet?

Langlopende planeten hebben een tijd dat ze in hun invloed positief zijn, daarna worden ze retrograde. Ik had het over door hen niet gekende planeten, waaruit u kunt afleiden, dat het hier de zeer verre planeten als Pluto e.d. betreft.

*  Wilt u de stralingen noemen van elk Dierenriemteken?

De Maagd.

De straling is over het algemeen wat groenachtig, ze kent enkele flitsen van goud, daarnaast echter ook vlekken van donkeroranje. Dit is kleuraanduiding en betekent dat in het teken Maagd over het al­ gemeen een grote aardgebondenheid aanwezig is (soms zou je dat zelfs met burgerlijkheid kunnen vertalen) en dat daarin geloof (dus een niet­ redelijke formulering) een van de beste wegen is om een inwijding te vinden. De redelijke werkingen zijn te laag bij de grond en geven daarbij weinig mogelijkheden. Er zijn perioden van enorme drift en zelfzucht. Indien deze invloed ten goede zou worden gebruikt, kan het ook beteke­nen: krachtexplosie, zodat inderdaad nieuwe inzichten in het geloof wor­den gevonden, maar waarbij de verbinding geloof en feiten altijd wat vaag blijft.

De Kreeft.

De Kreeft heeft doorgaans een betrekkelijk stabiel, dubbele straling. Blauw (redelijk element) en daarnaast lichtgoud, welke beide stralingen aangeven, dat de Kreeft aan de ene kant eenzijdig en vasthoudend pleegt te zijn en aan de andere kant over het algemeen verstandelijk zeer scherp kan reageren. Er is hier sprake van vooral goed combinatievermogen. Het opnamevermogen voor feiten zal over ’t algemeen iets minder zijn. De inwijdingsmogelijkheid ligt hier dus kennelijk in het doorbreken van de eigen eenzijdigheid en zou dan moeten liggen op het gebied van eigen krachten. Ik denk daarbij aan iemand, die bv. door het ontdekken van zijn vermogen tot magnetiseren plotseling een geheel nieuwe be­langstelling in de mensen krijgt en daarbij naast de nodige menselijke ver­gissingen, die dit teken eigen plegen te zijn, op een gegeven ogenblik komt tot een nieuwe visie op zichzelf en de mens en van daaruit inderdaad een inwijding kan bereiken. Is die inwijding bereikt, dan zal hij ‑ althans voor zichzelf ‑ zuiver formuleren en de feiten aandragen om zijn nieuwe ervaringen in te passen in het normale schema der dingen.

De Ram.

Ram kent over het algemeen oranjeblauw als hoofdcombinatie met daarnaast, maar niet altijd, wit. Dit betekent, dat de Ram in zijn karakteristiek voor de bewustwording sterke hartstochtelijkheden kent en daarbij zekere verstandelijke eenzijdigheden. Deze verbinding geeft aan, dat we te maken hebben met mensen, die vaak voor specialisatie zeer goed geschikt zijn. De daartussen liggende flitsen wit geven een voortdurende heroriëntatie aan. U zou dus kunnen zeggen, dat Ram zijn grootste inwijdingsmogelijkheid dankt aan zijn vasthoudendheid en doorzettingsvermogen, maar dat hij door de voortdurende wisseling van inzicht, die bij hem mogelijk is, komt tot een afgeronde inwijding, die vele punten van het leven omvat, ofschoon hij zich in zijn streven meestal beperkt tot een bepaald specialisme.

De Steenbok.

De Steenbok is nogal behoudend. Dat komt ook tot uiting in het feit, dat hij zowel groen als rood sterk in zijn vaan voert. Daarnaast heeft hij een zekere mate van violet, zodat mag worden gezegd: De steenbok is over het algemeen vitaal, zeker in de positieve uiting. Deze vitaliteit gaat gepaard met een dromerig‑zijn of een mysticisme. De totale uiting zal verder voeren tot een trouw belijden van een bepaald principe, waarbij de inwijdingsmogelijkheid gelegen is in het doorzien van het principe, waaraan men zich vastklampt. Steenbok is een type, dat in een tempel woont en op die tempel voor zich een nieuwe tempel tracht te bouwen, zonder daarbij te beseffen dat die beide niet samengaan; vandaar een zekere strijdigheid. Steenbok heeft echter zeker ook inwijdingsmogelijkheden. Deze liggen vooral m.i. in actie naar buiten toe, waartoe de Steenbok soms zeer graag maar meestal slechts traag bereid is.

De Schorpioen.

Rechtlijnigheid en zinnelijkheid worden duidelijk in het nogal diepe rood, dat hier naar voren komt gepaard gaand met een helgeel. De intermitterende invloeden van blauw en ook van iets dat bijna bruinzwart is maken duidelijk dat dit een heel moeilijk teken is voor inwijding. In Scorpio krijgen we systeemneiging, een grote zelfwaardering vaak gepaard gaand met enige zelfoverschatting. Daarnaast zien we een zekere vitale gebondenheid, die meestal naar buiten toe wordt omgezet in de neiging tot dirigeren, leiding geven. De inwijdingsmogelijkheid lijkt mij voornamelijk te liggen in erkenning van het “ik” vanuit een systeem, waarbij de uitbreiding van het systeem een verdere ontwikkeling mogelijk maakt. Buiten het systeem om zal de Schorpioen over het algemeen een zeer aardgebonden mens zijn en zeer snel in eigen hartstochten en denkwijzen verward geraken.

De Waterman.

Een wat strijdig teken. Waterman kent zowel wit als geel als intermitterende kleuren, maar wordt zelf in eerste aanleg bepaald door blauw. Groen speelt hierbij een ondergeschikte rol en is bij blauw meestal ook aanwezig. Er zijn korte perioden, waarin het niet optreedt. De analyse zal ons brengen tot iemand, die over het algemeen zeer redelijk, zeer mentaal denkt en reageert, op grond daarvan vaak zijn geloof weet om te zetten in een redelijke praktijk. De neiging om, naar buiten toe werkzaam te zijn wordt afgeremd door de aan het teken inherente traagheid. De beste ontwikkelingsmogelijkheden liggen in de erkenning van vele waarheden, die dan elk afzonderlijk redelijk moeten worden verwerkt. De inwijding van Waterman zal doorgaans een trapsgewijs karakter dragen, waarbij afzonderlijke facetten van bestaan achtereenvolgens worden verwerkt, maar door eigen begripsvermogen worden gecombineerd tot een geheel van waaruit men weer verder werkt.

De Weegschaal. (Libra)

Een teken, dat zeer sterk geneigd is tot zinnelijkheid en mystiek. Dit komt tot uiting in een diep violet en in een nogal lichtend rood. De kleuren, die hierbij vaak een grote rol spelen, zijn groen en geel. Dit betekent: Libra is een voortdurend tegen zichzelf verdeeld wezen, waarin mystiek en gebondenheid aan materiële mogelijk­heden en genoegens voortdurend strijdigheid in het innerlijk veroorzaken. Als Libra tot bewustwording en inwijding moet komen, dan zal eerst een zekere harmonie en zo mogelijk een binding tussen beide moeten wor­den gevonden. Indien de zinnelijkheid en de mystieke gevoelens samen­gaan, heeft Libra de mogelijkheid om in zich zeer scherpe flitsen van besef te ontvangen, waardoor een omschrijving binnen het ‘ik van nieu­we werkelijkheden mogelijk wordt. Libra is dan iemand, die zo nu en dan naar buiten toe wel degelijk blijk geeft van grotere krachten en ook een groter begripsvermogen, maar op andere tijden steeds terugvalt op zich­zelf. Typerend in de inwijding is verder de bijzondere gebondenheid aan symboliek, waarbij de symbolen lang niet altijd ontleend worden aan de reeds bestaande.

De Stier.

De Stier kent rood, het moedige rood, brandweerrood zou je kunnen zeggen als hoofdkleur en heeft daarnaast blauw met een zweem naar vio­let, dat echter niet het gehele leven door op gelijke sterkte blijft in­ werken. De hoofdkleuren, die hier inwerken, zijn typerend genoeg diep­-violet en een scherp blauw, bijna kobaltblauw. Als zodanig kan worden gezegd: de mens, geboren onder Stier is sterk gebonden aan stoffelijke genoegens en neigingen, maar heeft daarbij de behoefte aan hogere geeste­lijke waarden. Het denken is niet zuiver wetenschappelijk, maar wordt al­tijd aangevuld met zekere minder wetenschappelijke versies, soms voortko­mende uit een volksgeloof, soms uit een godsdienstig geloof, soms ook uit een meestal niet geheel begrepen esoterische scholing. Indien deze persoonlijkheid tot inwijding komt, zal dit gebeuren doordat de relatie tussen geestelijke activiteit (denkactiviteit met mystieke inslag) en de inzet van eigen kracht in de wereld duidelijk wordt. Het streven is dan over het algemeen naar een verhogen en doorzetten van eigen inzicht maar dit wordt voortdurend afgeremd. Dan blijkt de Stier de mogelijkheid te hebben tot zeer diepe mystieke ervaringen, mits hij ‑ en dat is hier altijd de belangrijke factor ‑ niet meer wordt gedomineerd door zijn meer stoffelijke aanhankelijkheden t.a.v. wat men “Wein, Weib und Gesang” pleegt te noemen,

*  Is Boeddha ook niet onder het teken Stier geboren?

Inderdaad, maar in een andere tijd. Als u nagaat hoe het leven van de Boeddha is geweest, dan zult u ook tot de conclusie komen, dat hij sterk de neiging toont om zich door te zetten ten koste van alles in zijn leven; dat hij voortdurend weer teruggrijpt naar genietingen en aanzien en dat hij pas op den duur zover komt, dat hij de mystiek in de plaats stelt van het stoffelijke, zoals in de legende is weergegeven, waar Mara hem aanvalt (de driemalige aanval tijdens de grote meditatie) en pas als hij op deze wijze zijn verbondenheid met de symbolen van stoffelijk aanzien, rijkdom en genietingen volledig terzijde heeft gesteld, is hij de Boeddha. Voordien is hij iemand, die overal de macht zoekt te verkrijgen, die hij wil hebben er die tevens ‑ en dat staat ook in de historie beschreven ‑ voortdurend kans ziet zich aan het hof van bepaalde vorsten te laten uitnodigen als leraar om daar enige tijd een goed leven te leiden. We gaan weer verder.

De Leeuw

De Leeuw heelt geel als hoofdkleur, die helaas door violet en groen samen wordt vertroebeld. Als zodanig kunnen we zeggen, dat de Leeuw zijn inwijdingsmogelijkheid voornamelijk vindt, in het zich dienstbaar maken aan anderen en dat zijn bewustwording gebaseerd is op de relaties met de mens. Daar waar hij komt tot onderzoek van zaken, vergeet hij ge­woonlijk de mensheid en denkt hij slechts vanuit zichzelf; en dat betekent dan een teniet gaan van bepaalde inwijdingsmogelijkheden.

De boogschutter (Sagittarius)

De Boogschutter kan geel, kent groen en heeft daarbij de witte kleur, die de zaak nogal eens hard maakt en daardoor veel tegenstand veroorzaakt. De Schutter komt pas werkelijk tot inwijding op het ogenblik dat men zichzelf hervindt. En dit betekent, dat men zich als persoonlijkheid losmaakt van de uiterlijke reacties en daardoor vanuit zichzelf de meestal zeer grote belangstelling voor de wereld weet om te zetten in een directe inwerking op die wereld.

De Vissen.

Vissen zien wij met een sterk groene en een wat paarsachtige gloed als hoofdtoon. Als dit zich verdiept, dan wordt het zelfs zeer diep violet. We moeten daarom aannemen, dat Vissen over het algemeen leven vanuit een zeker zakelijk mystiek denken, maar dat zij eerst komen tot hun grootste ontwikkeling, indien zij hun mystiek zodanig laten domineren boven redelijkheid en zakelijkheid, dat zij ‑ levende vanuit een inspiratie – een nieuwe relatie met de wereld vinden en in die relatie een zuiverder beeld van zichzelf zien ontstaan. Nu hebben we dan alles wel gehad.

*  Een vraag of opmerking over de invloed van de ascendant.

Over het algemeen niet. Wij zeggen dat het eigen teken de innerlijke wereld bepaalt en dat de ascendant de uitingsmogelijkheden, dus de rela­tie met de wereld aangeeft. Dat is wel ongeveer juist.

*  Maar het blijkt in de praktijk wel eens anders te zijn. Want als de zon in een betrekkelijk zwak teken staat, dan overheerst vaak dit teken als ascendant. En in zijn uitingen niet alleen de lichamelijke gesteldheid, maar ook de geestelijke uiting is vaak veel sterker dan het teken, waarin de zon staat.

Dat is iets, wat u als zodanig stelt, maar ik geloof niet dat iemand in staat is de innerlijke denkwereld van een ander volledig te doorgron­den of zich omtrent de eigen denkwereld niet te bedriegen.

*  Zijn er wel mogelijkheden voor de planeet Neptunus op de horizon, ook in verband met de zon, van een sterk esoterisch en daardoor misschien ook inwijdende waarde?

Dat kan alleen met zekerheid worden gezegd, indien de relatie tus­sen deze en de andere planeten is vastgesteld.

*  Buiten de 9 bekende planeten zijn er nog drie mysterieplaneten met name Hermes, Demeter en Persephone. Kunt u daarover misschien nog het een en ander vertellen?

Ik kan alleen daarover zeggen, dat deze planeetmassa’s zodanig klein zijn, dat het nog wel lang zal duren voordat ze worden ontdekt. Ze zijn er inderdaad. Ze worden mysterieplaneten genoemd, omdat ze nog niet ontdekt zijn, maar uitgaande van het standpunt dat de gehele reeks uit twaalf planeten moet bestaan, heeft men deze gestipuleerd en daar­ aan bepaalde invloeden toegeschreven, die anders op onverklaarbare wijze voortdurend toch weer in horoscopen kwamen opduiken. Men heeft dus wer­kingen, waarvoor men de oorzaak niet kon vinden, gereleerd met de myste­rieplaneten en als zodanig een baan voor hen geconstrueerd, die niet met de feitelijke overeenkomt.

*  Er is bij de O.D.V. eens gesproken over twee planeten, die in een loodrechte baan op het aardvlak staan.

Dat zijn geen mysterieplaneten. Dat heeft weer met andere dingen te maken. Omdat ze loodrecht op het aardvlak staan, hebben ze op de aarde practisch geen inwerking in verband met andere planeten. We moeten aan­nemen, dat indien de baanvlakverschuiving meer dan 45 gr. bedraagt ten aanzien van de aardbaan de werking daarvan alleen optreedt in een perio­de, dat van nabijheid kan worden gesproken en dat de invloed geheel weg­valt, wanneer een dergelijke planeet achter de zon staat. Er zijn wel meer planeten en er zijn nog heel wat meer hemellicha­men. Er zijn een paar manen, die geen manen zijn en er zijn een hele­boel manen, waarvan ze riet weten dat ze er zijn. Binnen het zonnestel­sel zijn er nog vele dingen te vinden, waarvan de mens nog niet zoveel af weet. Wat dat betreft is het, misschien wel aardig op te merken, dat er op Jupiter een speciaal gebied is met een eigen sterke radioactiviteit en dat daardoor voortdurend een sterke magnetisch straling op dat punt van die planeet ontstaat met als gevolg sterke zwaartekracht­ variaties. Een heel eigenaardig verschijnsel. Zo zijn er meer.

*  Er is indertijd door Alice Bailey een inwijdende esoterie geschre­ven. Is er in dat stelsel iets terug te vinden van de opvattingen, die u vanavond heeft verkondigd?

Iets wel, neem ik aan. Maar ik geloof toch niet, dat men van een voldoende analogie kan spreken om te zeggen dat wij het met Alice Bailey helemaal eens zijn. En dat is misschien maar goed ook, want sommige mensen gaan zozeer op in zichzelf, dat ze elke waarde die voor hen bestaat beschouw en als een wereldomvattende waarde. En als dat dan in de vorm van een zekere mystieke scholing naar buiten treedt, kan dat voor afwij­kende typen wel eens erg misleidend zijn; het is niet voldoende gerela­tiveerd.

*  Heeft de astrologie in het geestelijk leven nog echt waarde of heeft astrologie alleen maar waarde op de planeet aarde?

De astrologie, zoals ze hier wordt bedreven, heeft niets te maken met de geest. Ze maakt het echter wel mogelijk ‑ dat is nu heel eigen­ aardig ‑ om ten aanzien van de geest een aantal waarschijnlijkheden te bepalen. En dat heeft al tot heel typische ontwikkelingen geleid. Zo wil men via bepaalde horoscopen vorige levens terugvinden. Dit is niet helemaal onmogelijk, maar hierbij is de interpretatie van degene, die de horoscoop trekt van zo doorslaggevend belang, dat we hier eigenlijk niet meer van een volledige horoscopie kunnen spreken. Dit is een koppeling van helderziendheid en intuïtie aan een waarschijnlijkheidsberekening, gebaseerd op het karakter van de geest, zoals het in de keuze van een huidig voertuig tot uiting komt, want voor de geest is een horoscoop natuurlijk, wel in zekere zin van betekenis. Laat mij het zo zeggen: Als we zien, dat iemand op de fiets gaat, een ander op de autoped en een derde in een luxe wagen, dan zegt dat iets omtrent die persoon­lijkheden en hun vermogens, hun mogelijkheden en ook hun interessen. Op dezelfde manier zegt de geboortehoroscoop iets omtrent de entiteit, die een dergelijk voertuig met een dergelijke lotsmogelijkheid als bege­renswaard heeft gezien.

*  Het blijkt dat de meesten die aan astrologie doen hun eigen horos­coop bijna niet kunnen lezen.

Dat is toch heel begrijpelijk. Iedereen wil in de horoscoop over zich­zelf lezen wat hij graag wil en wat hij meent omtrent zichzelf te weten. En als hij dan bezig is geweest deze zelfmisleidingen in te vullen, dan weet hij geen raad meer met de rest van de gegevens. Er zijn wel eens problemen en dan komt er een collega en die zegt; Zo en zo is het. Maar zelf zie je het gewoon niet. Dat is toch heel natuurlijk, zou ik zeggen. Als u werkt met horos­copie of wat mij betreft met kaartleggen, koffiedik of iets (niet dat ik deze dingen volledig gelijk wil stellen) en ik doet dat voor een vreemde, dan maakt juist uw bevooroordeeld zijn, het u moge­lijk vele dingen te zien of af te lezen, die u ‑ als u er sterk emotio­neel mee verbonden bent ‑ al over het hoofd gaat zien.

*  Is de werking van de planeten op de sferen nog op een andere wijze werkzaam, zodat men bv. kan stellen; de inwijdingen zijn nog van meer invloed door deze of gene werking van de planeten?

Indien u dat vanuit de sferen wilt zien, kan ik zeggen: Neen. In de sferen zijn voor een entiteit, die zich met een planeet in dit zon­nestelsel verbonden voelt de persoonlijkheden van de planeten van het zonnestelsel belangrijk. Maar dan hebben we te maken met persóónlijkheden en niet meer met de mechanische bewegingen, want daar komt het toch eigenlijk op neer, die de kern van de astrologie toch eigenlijk vormen.

*  Is het dan wel mogelijk deze persoonlijkheden als een soort milieu­ vormende macht te zien in de sferen?

Ja, je kunt alles zien op een bepaalde manier, natuurlijk. Maar daar­mee is het nog niet zo. Dergelijke persoonlijkheden zien wij wel degelijk als beperkend; en wel werkingsmogelijkheid en invloedsmogelijkheid beper­kend. Het is als het ware een straling, waardoor bepaalde apparaten niet kunnen werken. Laten we zeggen: een sterk magnetisch veld. Daarin kun­nen een heleboel klokjes niet goed lopen, want er zit teveel ijzer in. Zo zou je het kunnen zeggen, Ze hebben dus wel een bepaling. En dat zijn ze op zeer lange termijn, want ze hebben een heel ander levensritme dan een mens. Als ze even ademhalen, dan zegt u. Er is alweer een eeuw voorbij. Een geeuw van een aardgeest duurt vele eeuwen. Dan kun je zeggen­: Op heel lange termijn is hun willen, hun actie (vanuit ons standpunt enorm traag) wel degelijk bepalend. Maar dat is over zo’n lange periode, dat ze op het persoonlijk leven van een mens weinig invloed heeft.

*  Mag ik u vragen, of u de volgende uitspraak kunt onderschrijven: “Een wijze beheerst zijn sterren en een dwaas laat zich erdoor beïnvloeden.”

Als ik u daarmee een plezier doe, kan ik het natuurlijk onderschrij­ven. Het verbindt mij tot niets. Maar ik zou het zo willen zeggen. Een wijze kent zijn sterren en een dwaas laat zich erdoor beheersen. Dan zijn we het eens, want de wijze beheerst zijn sterren niet. Hij is aan hun invloed net zo goed onderworpen als iedereen, maar hij kent ze en houdt er dus rekening mee. Een dwaas doet dat niet en wordt daardoor beheerst door de sterren, daar hij niet reageert op de mogelijkheden die ze hem bieden, maar alleen op de dwingende invloeden, die ze nu en dan voor hem vormen.

*  Er zijn ook Rozenkruisers, die een horoscoop gebruiken om ziekteoorzaken te onderzoeken.

Dat is ook weer een beperkte mogelijkheid, want dan moeten we weer uitgaan van een grote sensitiviteit van de horoscoop. Op dit terrein doet zijn prestatie ons denken aan de psychometrist, Hij kan nl. de moge­lijke ziekte-invloeden plus de zwakke punten in een bepaalde persoonlijk­heid en de tijd, waarop deze waarschijnlijk tot uiting komen berekenen. Hij kan niet het ziekteverschijnselen zelf zonder meer overzien. Maar indien hij de persoon sterk genoeg kan aanvoelen (psychometrische werking), zal hij een groot aantal mogelijkheden terzijde leggen en ermee door zijn horoscoop komen tot een redelijke benadering van bepaalde ziekteverschijn­selen en hun oorzaak. Bovendien zal hij vaak een periodiciteit kunnen aangeven en zo ook de ogenblikken, waarop medicatie e.d. het best mogelijk zijn.

Vrienden, ik heb geprobeerd u een klein beeld te geven van mogelijkheden en tevens duidelijk te maken dat het stellen van een vaste relatie tussen een bepaald sterrenbeeld en een bepaalde inwijding maar zeer ten dele opgaat. Laten we het zo zeggen:

De Dierenriem geeft ons een aantal preferente mogelijkheden voor verschillende typen; daarnaast geeft ze ons bepaalde werkingen, die voor zekere typen noodzakelijk zijn om tot inwijding te komen. Maar de inwijding is en blijft een zuiver persoonlijke bereiking. Ze kan zelf­ worden bereikt geheel buiten al hetgeen door de Dierenriem schijnbaar wordt aangetoond. Want de mens is een wezen, dat zoveel andere krach­ten en voertuigen buiten het stoffelijke bezit, dat het hierdoor ook mogelijk is uit geheel andere waarden en zelfs vanuit geheel andere sferen tot een inwijding te komen, Dat de mogelijkheid daarvoor voor de doorsnee‑mens veel minder groot is ‑ zeker als het moet komen tot een werkelijke inwijding ‑ dan een inwijding volgens de aangegeven weg, heb ik u duidelijk gemaakt. Met dit alles heeft u een onderwerp, dat in het begin enige verwarring zal brengen. Ik zou u dan verder willen zeggen: Uit al die verwarring en de schijnbare vaagheid, waaraan zoveel mensen een hekel hebben, komt wel degelijk een scherp gesneden beeld naar voren. Maar het is niet het beeld, dat beantwoordt aan de voorstelling, die menigeen zal koesteren. Dat is én bij inwijding én bij astrologie steeds weer het geval.

De mens zoekt zekerheden en vaste vormen in een heelal, dat gebaseerd is op een voortdurende relativiteit van waarden. De mens zelf is geen vaste waarde. Hij is een voortdurend zich ontwikkelende maar ook veranderende waarde. Hij leeft in een wereld, die haar betekenis steeds wijzigt. Indien u dit beseft en kunt komen vanuit de behoefte aan vaste wetten en richtlijnen naar de vrije, bijna inspiratieve erkenning van eigen mogelijkheden en noodzaak, dan ben ik er van overtuigd dat u veel heeft gevonden in dit onderwerp, dat u werkelijk kan bijstaan. Maar U zult dan altijd nog moeten beschikken over een juiste geboortehoroscoop. Als er een verklaring bij is, ga die zelf na. Laten liever twee verschillende horoscopisten de horoscoop verklaren. Dan pas krijgt u enig inzicht in de veelzijdigheid van haar betekenis. En pas als u dat heeft gedaan, kunt u op grond daarvan naar inwijding gaan streven.

Elke inwijding is gebaseerd op harmonie als eerste waarde. Zoek naar harmonie in overeenstemming met de meest praktische uitingsmogelijkheid, die uw teken u geeft en u zult ontdekken, dat u veel meer bent dan u denkt te zijn; dat u veel meer kunt dan u mogelijk acht en bovenal, dat uw verbondenheid met vele werelden zich aanmerkelijk verder uitstrekt dan u voor mogelijk houdt. Dit méér dat u werkelijk bent, ontdekken en daarmee werken, is de werkelijke inwijding.