Bewustzijn

image_pdf

1 september 1978

Ook op deze avond, waarop u vanuit de zaal het onderwerp dient te stellen, geldt dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Mag ik vernemen, wat uw keuze voor deze avond is?

  • Bewustzijn, De Overgang.

Laat ons dan beginnen met het bewustzijn en zien wat wij omtrent de overgang erin kunnen verwerken.

Bewustzijn

In de eerste plaats constateer ik dan, dat bewustzijn iets is wat eenieder bezit, maar kennelijk niet altijd in gelijke mate.

Bewustzijn is gebaseerd op het erkennen van buiten je bestaande feiten, of waarden plus het van deze met alles wat aan herinnering, besef en gevoel in jezelf bestaat.

Vanuit menselijk standpunt zou je kunnen zeggen, dat er een uiterlijk bewustzijn en een innerlijk bewustzijn bestaan. Maar dat is een te eenvoudige benadering, want het innerlijke bewustzijn in de mens op zich is weer gelaagd opgebouwd.

Je hebt nu eenmaal geestelijke voertuigen, die elk tot een verschillend vlak van geestelijk besef behoren, zodat elk voertuig op zich tot het bewustzijn zijn eigen levenswaarden, krachten en vermogens bijdraagt. Ofschoon zelden afzonderlijk beseft, zijn al deze waarden ook in de stofmens aanwezig, gemeenlijk in het onderbewustzijn.

Daarnaast hebben wij ook te maken met een innerlijke wereld, die niet strookt met de buiten u kenbare feiten, maar toch als een soort eigen werkelijkheid in elke mens pleegt te bestaan.

Als deel van deze innerlijke wereld treffen wij vaak vage herinneringen aan uit een ver verleden, uit een vorig stoffelijk bestaan. U hebt ook vroeger in de stof geleefd. U hebt in die vorige levens reeksen van ervaringen opgedaan, die als een soort fantasie en wensleven ook in uw huidige innerlijke wereld een rol blijven spelen.

Je beseft mogelijk de bron niet geheel, maar een rol spelen dergelijke zaken zeker als schijnbaar onredelijke angsten, begeerten en voorkeuren. Deze vroegere belevingen oriënteren de mens in het heden als het ware bij zijn verwerking en waardering van bewust ontvangen impulsen.

Maar ook andere punten spelen vaak een rol in het innerlijk besef. Want alles heeft dan wel zijn aard en betekenis, maar voor de geestelijke delen van het ik is een dergelijke betekenis vaak meer kosmisch van aard. Wat er op neerkomt, dat er een betekenis is die uw besef in feite ver te boven gaat, maar dat daarnaast dezelfde waarde voor u ook een mogelijk zintuigelijke, redelijke en gevoelsbetekenis heeft. Want zeker speelt altijd weer de erkende band tussen ik en gebeuren een rol.

Om het eenvoudig te stellen: hoe ‘hoger’ je bewustzijn nu is, hoe beter je de kosmische betekenis van de erkende waarden zult beseffen. Wat er op neerkomt, dat je steeds weer allereerst de grote lijnen, de werkelijke betekenis ziet van de feiten, waarden, gebeurtenissen en je eigen meer persoonlijke reacties invult en zo je eigen realisaties en reacties ook in meer kosmische zin vorm weet te geven.

Het zal u duidelijk zijn dat elke mens die op aarde komt, reeds een bepaald bewustzijn met zich brengt. Wanneer je geboren wordt, heb je reeds herinneringen van de vorige incarnaties bij je. Kinderen behouden vage herinneringen aan een of meer vorige levens vaak nog enige tijd. Maar de ouders plegen hen dan te vermanen en voor te houden, dat zij niet zo moeten fantaseren en bovendien grijpt het leven zelf in: er hoeft maar een straaljager over te vliegen en opeens zijn alle waarden uit het verleden vergeten.

Als kind leef je in een wereld die je door haar inwerkingen overheerst, ook al zullen bepaalde ervaringen en bovenal voorkeuren nog door dat wat je vroeger geweest bent bepaald worden. Alle erkende betekenissen zullen echter aan het huidige bestaan ontleend worden.

Wat betekent dat elke mens die op aarde leeft, geconditioneerd is door zijn omgeving. Hij komt tot het voor zich aannemen van waarderingen en erkenningen, zoals die in zijn omgeving gelden. Hij zal ook zichzelf waarderen aan de hand van normen die de omgeving algemeen zal aanleggen.

Een kind zal dus gaan leven in de gedachtewereld, de voorstellingswereld – mogelijk zou je nog beter het woord illusiewereld kunnen gebruiken – van de volwassenen en zal zijn eigen maatstaven aan de hand daarvan bepalen.

Ook dit alles valt wel onder bewustzijn, maar is volgens mij niet zuiver persoonlijk. Wanneer het kind groter wordt, zal het echter steeds meer gaan beseffen dat het weliswaar voorkeuren en angsten kent, maar dat die niet allen even vanzelfsprekend en duidelijk uit de feiten voortkomend zijn.

Hierdoor ontstaat vaak een mate van zelfonderzoek, die uit kan monden in een mate van zelfaanvaarding of zelfverwerping op basis van het innerlijk erkende.

Dit is in feite bewustwording: je gaat begrijpen dat je een persoonlijkheid bent en dat je binnen het kader van waarden, dat je is opgelegd, jezelf dient te zijn en volgens die persoonlijke normen ook zult moeten streven.

Dan kom je als vanzelf in een volgende fase: je hebt niet meer voldoende aan hetgeen anderen zonder meer zeggen, of wat er aan denkbeelden in jezelf bestaat, je zoekt een bevestiging voor zowel de juistheid van hetgeen je innerlijk erkend als een bewijs voor de juistheid van de ervaringen en interpretaties van de wereld buiten je. Dit streven naar zelfbevestiging kan een zuiver stoffelijke basis vinden, uitmondende bv. in de stelling dat je sterk bent en jezelf dus waar kunt maken door eenieder, die niet doet wat je zegt, een dreun te verkopen.

In andere gevallen echter zal de zelfbevestiging uitgang vinden in een stellen van eigene juist weten en denken, waardoor alles wat omtrent die wereld is gesteld en zelfs alles wat ervaren wordt in die wereld, op juistheid onderzocht wordt.

Volgt men deze laatste weg, dan spelen gevoelens een grovere rol dan men zou denken: men komt tot een verbluft staan door de raadselen van het bestaan en zoekt hiervoor een oplossing te vinden in het aanvaarden van een bepaald soort God met zeer bepaalde eigenschappen, spreekt over de mogelijkheid een ‘verlossing’ te vinden, of onderwerpt zich aan het onbegrijpelijke en verontschuldigt zich tegenover zichzelf steeds weer door te spreken over een noodlot, een karma, zo eigen directe verantwoordelijkheid omtrent onaanvaardbare of schijnbaar onredelijke zaken afschuivende door een onderworpenheid, een onvermijdelijkheid, te poneren:

Zodra je echter begint te beseffen dat er in je banden bestaan met iets wat verder gaat dan je eigen wereld, zul je je ook niet meer zonder meer onderwerpen aan de uiterlijkheden. Dit kan van het grootste belang voor de bewustwording zijn.

Door het erkennen van de banden tussen de hogere krachten en werelden in je en de directe menselijke werkelijkheid, waarin je meent te leven, zul je anders gaan leven en denken. Dit komt neer op een voortdurend testen van de eigen persoonlijkheid.

Je gaat je eigen kwaliteiten, mogelijkheden en eigenschappen beter beseffen en begrijpt ook beter je eigen reacties in het leven. En hoe beter je dit doet, hoe zuiverder je erkenning van jezelf en je wereld zal worden. Je wordt dus bewuster, je bewustzijn ‘breidt zich uit’.

Het is duidelijk dat hierover nog heel wat meer te zeggen is. Ik beperk mij echter tot het voornaamste. Een mens die op deze wijze steeds meer bewustzijn verwerft, zal ertoe overgaan steeds meer ook zijn innerlijke wereld, waarden en mogelijkheden met de als werkelijkheid beleefde uiterlijke wereld samen te voegen.

Hij maakt van zijn leven een geheel, dat steeds meer feiten, waarden en mogelijkheden zal gaan omvatten. Naarmate dit geheel groter wordt, zal ook de kracht, waaruit de mens kan putten om te leven en zichzelf te zijn, toenemen. Dan blijkt hem op de duur, dat hij beschikt over krachten van geestelijke en mentale aard, maar zelfs zijn eigen lichaam en levenskrachten meer de baas wordt, zodat hij ook hier steeds meer bewust over te zeggen krijgt en ook daarmede meer bewust tot stand kan brengen.

Op drie niveaus tenminste nemen de mogelijkheden tot uiting toe. Maar het ik wil zijn eigen eenheid als aanvaardbaar, ja, als aangenaam blijven beleven. Daarom zal ook gezocht worden naar een steeds grotere harmonie in het gebruik van de verschillende vormen van kracht.

De mens kent dan op de duur geen tegenstellingen meer tussen de wereld van de stof en de geest, de wereld van het denken en van het doen, maar ervaart ze als één enkel ding, één geheel.

De betekenis van het geestelijk besef zal dan altijd weer tot uiting komen in elke stoffelijke handeling, terwijl alle stoffelijke ervaring ook weer zonder meer tot een aanvulling en commentaar wordt op het geestelijk besefte en mogelijke. Het is duidelijk dat hierdoor ook het geestelijke besef wordt uitgebreid, terwijl de waardering voor geestelijke zowel als andere waarden buiten het ik wijzigingen kan ondergaan. Wat, naar ik meen, u wel duidelijk zal zijn. In ieder geval constateer ik dat eenieder denkt dit alles geheel te begrijpen, zodat wij rustig verder kunnen gaan.

Voor elk mens breekt er een ogenblik aan dat hij beseffen moet, dat zijn stoffelijke bestaan ten einde loopt. En voor heel veel mensen beginnen dan de moeilijkheden pas goed, want al zeggen wij heel vriendelijk ‘overgaan’ tegen dit schijnbaar onvermijdelijke gebeuren, heel wat mensen zien de dood als een definitief einde en denken dan hoogstens nog in termen als: “Jantje in het putje, zieltje naar de hel of – met geluk – mogelijk naar de hemel.”

Een situatie die de meesten nog niet zo leuk vinden.

De hemel willen de meesten nog wel graag beleven, maar de kans deel te hebben aan de warme mestvorkengeschiedenis in het blijvende duister, voelen zij niet en denken met wanhoop aan de mogelijk op hen toekomende permanente hitte. Trouwens de doorsnee Nederlander houdt niet zo van een warm klimaat. Daar voelt hij alleen wat voor wanneer hij met vakantie gaat. Een Nederlander is iemand die in de vakanties best naar de hel wil, maar voor zijn werk in de hemel hoopt te mogen vertoeven.

Naarmate de dood redelijkerwijze dichterbij komt, gaan de mensen zich daarmede meer bezig houden. En naarmate de interesses voor dit gebeuren groter wordt, zal de mens ook meer geconfronteerd worden met de vraag, of er echt een leven na de dood bestaat.

Je hebt mogelijk je gehele leven geloofd dat er een hiernamaals is, maar wanneer de tijd van gaan nader komt, zeggen heel wat streng gelovigen tegen zichzelf: Nu ja, ik hoop dat het waar is. Of wanneer men zich van vele zonden bewust meent te zijn, hoopt men soms ook dat het niet waar zal zijn.

Men beseft niets zeker te weten op zuiver stoffelijke basis. Met het gevolg, dat in het bewustzijn weer een verschuiving plaats kan gaan vinden.

Want de mens die zich in deze fase vaak steeds meer met geestelijke en mystieke zaken bezig gaat houden, ontdekt veelal, dat over dit onderwerp in hem een stemmetje mee gaat spreken, dat hij tot dan nog niet hoorde, of waarop hij tot dit ogenblik te weinig heeft gelet.

Hij zal tot de conclusie komen, dat dit een soort telepathisch contact is, een soort inspiratie en geeft daaraan op zijn eigen wijze een naam en betekenis, zelfs wanneer hij het bestaan hiervan tegenover de buitenwereld hardnekkig blijft loochenen, zoals eveneens vaak zal gebeuren.

Innerlijk voel je echter steeds sterker dat er een relatie bestaat tussen jou en iets of iemand anders, zonder dat het mogelijk is dit andere nader te erkennen of te omschrijven anders dan in de temen van een geloof, waarvan je diep in jezelf niet meer geheel zeker bent.

Zeker is dat men in deze fase zal proberen voor zich een beeld op te bouwen, van hetgeen mogelijk na de dood zal komen. En men formuleert dit volgens alles wat men in het leven daarover zoal gehoord heeft. Met de kans dat je dan goed in het schip zit, vooral wanneer je er niet toe kunt komen je eigen leven op de juiste wijze en eerlijk te waarderen.

Er gijn bv. mensen die denken: Ik zit goed, want ik ben lid van de Orde der Verdraagzamen. Wanneer ik over ga, staat die gehele Orde reeds in slagorde opgesteld om mij te ontvangen. Men zal mij reeds, voor ik het lichaam geheel verlaten heb, toeroepen: Wees welkom, broeder – zuster.

Maar ja, dan gaan dergelijke mensen echt over en zien niets. Want dat gebeurt nogal eens. Deze mensen moeten zich immers eerst geheel bewust worden van hun nieuwe toestand, hun nieuwe mogelijkheden, voor zij voldoende contact op kunnen nemen met hen die reeds in de wereld van de geest leven en verder kunnen gaan.

O, die anderen zijn er wel om hen te helpen en bij te staan, maar zij zien en horen die gewoonweg nog niet. Het is voor hen net of het licht uit is, of men geheel alleen in het stikdonker staat.

Men wil dan toch iets gaan doen, zoals de man, die met zijn secretaresse naar huis kwam en net deshabillé was toen het licht opeens aanging en alle gasten van de surpriseparty hem toe stonden te proosten. Wanneer je je opeens bewust wordt van die anderen, zul je kort na de overgang soms een dergelijk gevoel hebben.

U moet dus niet denken dat de overgang voor de doorsneemens altijd zo gemakkelijk is. Hij voelt wel dat er iets zou moeten zijn, maar heeft er een beeld, een voorstelling van met bv. engelen en duiveltjes, of vol van lieve geesten enz. Zolang je innerlijk de werkelijke toestand niet volledig kunt verwerken en aanvaarden, zolang er in je een soort voorbehoud ten aanzien van de feiten blijft bestaan, leg je ook een soort grens tussen jezelf en die andere werkelijkheid.

Aanpassing vergt gemeenlijk enige tijd. Heel wat mensen die doodgaan, hebben het gevoel, door een soort donkere koker te moeten gaan, of opeens in een donkere kamer te zitten. Eerst na enige tijd zien zij licht en ontdekken dat zij toch werkelijk niet alleen zijn.

Wanneer het stoffelijke bewustzijn echter kan begrijpen, dat de waarneming onmiddellijk na de dood niet bepalend is voor het verdere bestaan, dat het eenvoudig een kwestie is van wachten tot je werkelijk weer wakker wordt, dan valt die ellende weg en vindt men het licht snel.

In dit verband blijkt ook de instelling van een mens rond de overgang van groot belang te zijn. Stel: dat een mens druk bezig is met zijn leven. Het komt voor dat men kort voor de overgang bezig is met zijn aflopende leven en weer alle mensen voor zich ziet, die goed voor je waren, waar jij zelf goed voor bent geweest. Dan is het of er een soort gordijn scheurt.

Dan kijkt men en heeft opeens het gevoel: daar is mijn vader, moeder, anderen met wie je verbonden bent. Contact is dan mogelijk. De mensen die op deze wijze sterven, hebben vaak reeds voor de feitelijke dood het besef gekregen van de andere wereld. Daarom gaat het bestaan voor hen onmiddellijk verder, zonder duister, zonder pauze.

Vergeet niet dat bewustzijn in feite mede door de instelling en wil van een mens bepaald wordt. Hoe meer je definitief wilt in de richting van de overgang en geestelijke contacten, hoe minder mogelijkheden je overlaat.

Je bepaalt je tot enkele verschijnselen; die behoren dan niet tot de geestelijke werkelijkheid die je gaat betreden en bemoeilijkt daarmede voor jezelf, maar ook voor de entiteiten die je bij de overgang willen helpen, de mogelijkheid tot contact maken.

Doodgaan zou voor de mens een zich ontspannen moeten zijn. De overgang zou een diepe zucht moeten zijn van een mens die beseft: eindelijk kan ik verder gaan naar een wereld vol nieuwe mogelijkheden, maar ook vol onzekerheden.

Wanneer dit het geval zou zijn, zou een mens die overgaat niet eens kunnen zeggen waar de grens tussen stoffelijk bestaan en leven in de geest in feite ligt. Want dan is het contact tussen je innerlijk weten, je geestelijk beseffen algemeen en onbeperkt, dat de geest er niet eens meer toe komt te constateren dat het lichaam sterft en wordt achtergelaten.

Er is geen sprake van duisternis, gaan door een donkere tunnel, angstige verwarring. Er is alleen maar een gevoel van continuïteit. Goed sterven is wel degelijk een kwestie van goed bewustzijn.

Stel nu echter eens, dat de stervende druk bezig is met het nogmaals opsommen van alles, wat de mensen geleerd hebben omtrent het hiernamaals en daarnaast zich bezig houdt met de in eigen leven gemaakte fouten, vergezeld van de opmerking dat anderen het toch ook niet zo heel goed hebben gedaan. Het is duidelijk dat je steeds meer op enkele punten zult terugvallen, die voor jouw denken het meest belangrijk zijn in een dergelijk geval.

Je bent zo geconcentreerd op een betrekkelijk klein stukje van je eigen wezen, dat je je gevoeligheden afsluit, je geestelijke erkenningsmogelijkheden als het ware op non-actief zet.

Een mens die de ogen sluit, ziet niet. Iemand die zijn bewustzijn concentreert op kleine zaken, op denkbeelden die met de werkelijkheid vaak weinig te maken hebben, mogelijk daarbij ook nog speelt met zijn eigen emoties, is eveneens blind: hij heeft de mogelijkheid tot erkennen van de zich manifesterende werkelijkheid afgesloten.

Dientengevolge zal zo iemand het gevoel hebben in het duister te zitten, zich teleurgesteld voelen en vaak zelfs zijn eigen dood niet willen aanvaarden. Maar ook dit is altijd weer een tijdelijke toestand. Ook dit gaat heus weer voorbij.

Stel u vooral niet voor dat het aan onze kant een ambtelijke zaak is, waarbij men je het licht afsluit tot je weer voldoende boete hebt gedaan, of deugden hebt verzameld om bij het hemelse GEB een aansluiting te betalen. Het licht is er altijd. Wanneer je meent in het duister te vertoeven, is dit eerder een kleine pauze, waarin je de ogen nog dicht hebt en niet beseft wat er gaande is. Maar daarna volgt altijd weer een ontwaken in een nieuwe werkelijkheid.

In het bewustzijn van de mens speelt te dood vaak een wat wonderlijke rol: aan de ene kant is men er gemeenlijk vaak mee bezig, aan de andere kant neemt men van dit feit zoveel afstand, dat men het gevoel krijgt dat alleen anderen kunnen sterven maar jij zelf niet.

Daarom vinden velen die zich geestelijk bewust en bevoegd achten – vaak zonder enige werkelijke reden – het zo gemakkelijk anderen te vertellen hoe zij moeten sterven. Anderen kunnen sterven, zo voelen zij, maar dat is eigenlijk bijna een blijk van zwakte. Want zijzelf moeten nog niet sterven, zullen nog niet sterven, voor hen is de dood nog veraf.

Vandaar dat zij maar zelden de stervende duidelijk kunnen maken, dat hij de menselijke wereld geheel achter zich laat en een geheel nieuwe wereld zal betreden en ook dient te aanvaarden.

Zeker staan zij er niet bij stil, dat de menselijke werkelijkheid, waaruit zij hun spreuken spreken, voor het merendeel is gebaseerd op illusie. Vergeef mij de opmerking: Maar mensen hebben vaak geheel geen blik op zelfs maar de stoffelijke werkelijkheid waarmede zij te maken hebben.

Zo zijn er op het ogenblik nogal wat mensen die bidden voor een goede paus, met in hun achterhoofd de illusie dat een werkelijk goede paus de wereld zal veranderen.

Zoals er mensen waren die dachten: nu Van Agt aan het bewind komt, krijgen wij een veel orthodoxere regering. Want de man kan ook niet anders dan de omstandigheden dicteren, handelen. Wie denkt dat een staatsman werkelijk de wereld kan veranderen, of zelfs menen dat een goed systeem de mensen anders kan maken, zijn volgens mij ook niet geheel bij hun volle verstand en koesteren illusies die door alle feiten voortdurend worden tegengesproken.

Zoals er mensen zijn die elke week weer trouw een briefje met getallen invullen met in hun achterhoofd het denkbeeld: wanneer ik het maar lang genoeg doe, win ik wel de hoofdprijs en word ik rijk. Wat voor de meesten ook niet meer kan zijn dan een illusie.

Mensen denken te weten wat goed en verkeerd is, menen hun eigen rechten te kennen en beseffen niet dat dit alleen maar gebruiken zijn, zaken, die elk ogenblik kunnen veranderen.  Het lijkt erop dat mensen niet op aarde kunnen leven zonder vele illusies.

Maar wanneer je je ook geestelijk bewust wordt, zul je door die illusies heen leren zien. Je gaat beseffen hoe onbelangrijk allerhande aardse processen op de duur zijn en hoe weinig zin het heeft een oordeel te vellen over zaken, waarin je niet volgens eigen besef en op eigen verantwoordelijkheid in kunt grijpen. Besef je dit niet, dan ga je steeds weer aan de feiten en zelfs aan je innerlijke werkelijkheid voorbij, omdat je van je illusies geen afstand kunt doen.

Denk ook niet dat uw eigen bestaan van belang blijft na uw heengaan, dat er zaken zijn die u alleen had kunnen of moeten doen, enz. Besef: wanneer ik overga, is er voor mij niets belangrijks meer in de wereld, niet wat ik had moeten doen, niet wat anderen gedaan of nagelaten hebben, niet de situatie in de wereld, enz.

Zover het stoffelijke zaken en werkingen betreft, geldt bij de overgang: afgelopen, de beurt is nu aan de volgende, die zal het op zijn eigen wijze en met zijn eigen middelen moeten doen.

Door het besef dat op een gegeven ogenblik alle stoffelijke ontwikkelingen onbelangrijk worden, zal het ik zijn bewustzijn gemakkelijker kunnen verplaatsen naar zijn nieuwe wereld.

Zeker, tijdens het verblijf op aarde heeft het ik bepaalde gewoonten gevormd, denkgewoonten aangewend. Je bent die na de overgang niet meteen kwijt. Er zijn voorstellingen waaraan je nog enige tijd gebonden kunt blijven, interpretaties van waarden die tot de stof behoren, maar die je ook in je nieuwe geestelijke bestaan nog enige tijd behoudt, omdat je nog niet bewust genoeg bent om daarvoor nieuwe, geestelijk juister beoordelingen en waarden in de plaats te stellen. Maar dit verbleekt allemaal.

Goed bezien is bewustzijn, ongeacht de ellende die wij er soms door hebben, een zeer kostbaar iets.

Een goed ontwikkeld bewustzijn is niet alleen een waarde die ons helpt gedurende ons bestaan in de stof ons leven op de voor ons meest juiste wijze in te richten, het is daarnaast voor ons een weg, langs welke wij tot een vollediger gebruiken van onze krachten en vermogens kunnen komen en contacten met andere werelden kunnen opnemen. Zelfs in de stof is dit alles te bereiken en kan de mens leren daaraan op zijn eigen wijze uiting te geven. Maar de mogelijkheden die het bewustzijn ons geeft, gaan nog veel verder.

Zodra wij leren beseffen dat ons innerlijk en ons geestelijk bestaan niet gebonden zijn aan stoffelijke waarden of normen, kan ons bestaan en daarmede de groei van ons bewustzijn zelf ononderbroken voortgaan. De dood vormt dan geen onderbreking. Wij kunnen wisselen van wereld, zonder ooit een ogenblik ons besef te verliezen, zonder ooit iets werkelijk te vergeten, of onze mogelijkheden te verliezen.

Zelfs de banden met entiteiten die nog in de stof leven, kunnen onbeperkt worden voortgezet. Er is geen enkele beëindiging meer van iets, wat in en voor ons van belang is en zelfs de dood, reïncarnatie, algehele bewustwording, zal voor ons niet meer een einde kunnen betekenen van de levenswaarden en banden die voor ons bewustzijn beslissend waren.

Wat aan de andere kant natuurlijk wel vervelend is voor hen die menen, dat de dood aan alle streven en werken een einde maakt. En er zijn helaas heel wat mensen op aarde die tot zichzelf zeggen: Ik ben zo goed voor zoveel anderen geweest, dat ik na mijn dood onmiddellijk in de geestelijke WW kan gaan. Maar je bent jezelf, je blijft jezelf en je leven en werken gaat voort.

Wat je bent, wat je denkt te beleven, de contacten die je wezenlijk maakt en de contacten die je werkelijk tot stand kunt brengen, dit alles is alleen maar een uitvloeisel van het bewustzijn dat je hebt opgebouwd.

Bewustzijn omvat niet alleen een wereldbeeld, maar ook een ik-beeld, maar is gelijktijdig een samenstel van eigenschappen, waardoor alle waarden in en rond het ik steeds weer opnieuw beseft worden, tot alle besef van wereld, ik en gebeuren uiteindelijk wordt samengevoegd tot een groot harmonisch geheel, waarbinnen het ik zich bewust beweegt.

Een beleven van de eenheid tussen het ik en alle dingen is echter volgens mij voor het bewustzijn ook een overschrijden van een grens. Beperkingen, tijd, bestaan dan niet meer. Wanneer je deze grens bereikt, geldt waarlijk dat je geen tweede dood meer zult sterven, zoals men met de woorden van Jezus de mensen vaak voorhoudt.

Belangrijke factoren hierbij? Een ik, dat zijn deel-zijn van het geheel beseft en zich verbonden weet met alle dingen, zal ten aanzien van alles ook de houding kennen, die mensen wel eens wat misplaatst naastenliefde noemen. Er is een erkennen van gelijkheid, gelijkwaardigheid, maar ook van algehele overdrachtelijkheid tussen jezelf en al het andere.

De grens tussen ‘dit ben ik en dat is de rest’, de begrenzing van eigen wezen valt weg. Hierdoor ontstaat een beleefde verbondenheid met het geheel.

Wanneer u werkelijk een hekel hebt aan bepaalde mensen, wanneer u voortdurend bezig bent kritiek uit te oefenen op andere mensen, zo is de kans erg groot dat u daarmede uw eigen bewustwording schaadt.

Je moet beseffen dat anderen soms verkeerd doen, dat je ook zelf niet altijd het beste doet. Je moet begrijpen, dat sommige zaken anders moeten gaan, zonder daarvoor de lasten aan anderen toe te kennen, of jezelf daarmede belast te achten.

Je moet leren begrijpen dat alles, inclusief de fouten, met elkaar verbonden is en zijn eigen plaats in het geheel zal hebben, maar dat je zelf kunt putten uit je innerlijke krachten om zelf zo goed mogelijk te zijn, wat je voelt binnen het geheel te moeten zijn.

De kosmos zelf is een harmonie. Hoe meer wij de harmonie van het geheel gaan beseffen, hoe bewuster wij zullen worden.

Op het ogenblik dat ons eigen bewustzijn die harmonie weerspiegelt en weerkaatst, vinden wij een eenheid met het geheel. Alle grenzen vallen weg, er bestaat zelfs geen tijd meer. Alleen de verbondenheid blijft bestaan.

Ook iemand die dit in menselijke vorm reeds waar wist te maken, zal met een deel van zijn wezen wel wat sip kijken, wanneer de overgang onvermijdelijk wordt en zich afvragen, of dit nu wel moet. Maar de rest van het ik zal beseffen, dat dit van geen werkelijk belang is, noch voor het ik, noch voor de kosmos.

Heb je de eenheid nog niet geheel bereikt, dan zal er in lichaam en besef vaak een verweer zijn tegen de dood, omdat je het gevoel hebt dat dit toch je eigen wereldje is dat je niet zomaar kunt verlaten.

Trouwens, vele mensen hebben het gevoel dat dit hun werkelijke wereld is, dat hun bestaan alleen door die wereld inhoud en betekenis kan hebben. Maar dit is en blijft een illusie.

Er zijn ikjes die zo zeer gehecht zijn aan de illusies van de stof, dat zij deze niet achter willen laten. Bent u zo iemand, besef dan dat je de wereld niet mee kunt nemen, maar dat je ook in de geest alle illusies, zelfs die van de stof, opnieuw kunt opbouwen en handhaven tot je daarvan werkelijk afstand leert doen.

Voor elke mens komt het ogenblik dat hij wegdroomt of wegreutelt in die diepe trechter, die dood heet, om na alle angst, verwerping, opstandigheid en angst te ontdekken dat er toch weer licht is, een andere wereld.

Ook in die andere wereld zult u zich weer afvragen: Wat ben ik? Want deze vraag blijven wij, bewust of onbewust, onszelf steeds stellen, tot wij de eenheid met het Al bereikt hebben. Want wanneer wij tegenover de buitenwereld volhouden, zus en zo, dit en dat te zijn, vragen wij diep in onszelf ons altijd weer af: zou het werkelijk waar zijn?

Mensen die meer bewust zijn, weten soms zelf: wat ik voorgeef te zijn, ben ik zeker niet. Maar wat ik dan wel werkelijk ben, weet ik niet.

Schijnbaar dus een grotere onzekerheid. Maar in feite een ik dat meer en meer het ontbreken van grenzen in zich beseft. En dit is wel degelijk een teken van verdere bewustwording.

Dit voert weer tot een groter besef voor de waarden van andere dingen. Ik doel nu niet op de mensen die beweren: dat besje dat daar aan de boom hangt, hunkert ernaar zelf een boom te worden. Want dat is eenvoudig onzin: een bes pompt zon in zich, pompt sap in zich en weet van alles wat er verder gebeurt niets af.

Maar wanneer je openstaat voor het andere, kun je soms wel opeens opmerken: hé, die boom straalt iets uit, mogelijk voel je zelfs aan wat die uitstraling betekent. Zoals je soms een stuk grond aan kunt voelen en zeggen: Al zijn er geen merktekens meer te zien, dit moet eens bv. een kloostertuin, een kerkhof, een heerweg geweest zijn.

Wanneer je eenmaal leert aanvoelen, is het soms of de tijd als een reeks laagjes is aangebracht op de basis van het bestaan, een lak, die, wanneer je alleen maar de buitenkant beseft, slechts de glans van het heden weerkaatst. Maar soms lukt het je door die glans heen te zien. Dan kun je laagje na laagje afpellen, tijd na tijd beseffen, tot je weet hoe bijvoorbeeld een steen ontstaan is, hoe hij zijn huidige vorm heeft gekregen. Zelfs kun je dan vaak aanvoelen, hoelang die steen nog als zodanig zal bestaan.

Dan weet je opeens werkelijk wat een mens of een levend wezen is. Dan kun je je één voelen met dieren en planten, omdat je hen geheel kent, word je je bewust zelfs van alle onstoffelijke krachten die hun ontwikkeling hebben bevorderd en nog stuwen.

Je beseft, weet dan opeens alles, zonder kenbare bron van gegevens en blijft toch jezelf. Sommige mensen noemen een dergelijke beleving een inwijding. Voor mij mag het. Sommige mensen zijn nu eenmaal erg gesteld op elke vorm van wijding, maar volgens mij is wijding gemeenlijk alleen maar een walm, die men rond de werkelijkheid hangt in de hoop haar zo mooier te maken.

Toch kun je na een dergelijke ervaring in ieder geval wel stellen, dat je even bent doorgedrongen tot de essentie van hetgeen je aanvoelde. Je komt daardoor nader tot het wezen van het andere, maar ook tot de kosmos als geheel. En nadrukkelijk stel ik nogmaals, dat dit ook voor het menselijke bewustzijn te bereiken is.

Wanneer een dergelijke gevoeligheid beperkt en vaak eenzijdig bestaat, erkent men deze mogelijkheid wel en spreekt van paranormale vermogens. Mensen die met, maar ook zonder wichelroede aanwezig water weten op te sporen, ‘zieners’ die een bepaald mineraal in de bodem kunnen ‘zien’. Anderen kunnen ‘zien’ wat er op honderden kilometers afstand gebeurt, ‘ruiken’ water op een afstand van rond 50 km. Mensen die ‘voelen’ waar met goed gevolg opgravingen gedaan kunnen worden. Voorbeelden te over.

In feite zijn dit allen mensen die een deel van hun geestelijke gevoeligheden hebben leren gebruiken. Maar zij gebruiken slechts een deel van hun mogelijkheden. Wanneer een mens alleen maar luistert en niet kijkt of omgekeerd, zal in vele gevallen zijn beeld van de feiten onvolledig en soms zelfs geheel verkeerd zien.

Wie zijn bewustzijn werkelijk geheel wil ontwikkelen, zal daarom moeten proberen steeds zoveel mogelijk het geheel van zijn vermogens gelijktijdig te gebruiken, zelfs de indrukken van de stoffelijke zintuigen daarbij niet uitsluitend.

Denk niet dat dit slechts voor een enkeling is weggelegd. Een enkeling kan mogelijk meer dan u, maar elke mens kan op een bepaalde, voor hem geschikte wijze zijn geestelijke kwaliteiten en gaven gebruiken en door gebruik steeds verder ontplooien.

Spreek er dus maar niet al te veel over, dat u toch een zo moeilijk of een zo gemakkelijk leventje hebt, maar vraag u steeds weer af, met inzet van al uw vermogens, wat u kunt ervaren en wat u kunt doen, tot stand kunt brengen. Wanneer je meer en meer aanvoelt, leert begrijpen, word je op de duur ook voor eigen besef een functie van een levende wereld, een wereld die niet alleen vandaag bestaat, maar altijd weer gisteren en morgen samenvoegt in het brandpunt dat u ‘vandaag’ noemt en daardoor het u ook vandaag steeds weer mogelijk maakt te reageren op verleden en toekomst gelijkelijk, bewust te zijn van geestelijke waarden, zowel als stoffelijke ontwikkelingen.

Dit bereiken betekent eerst werkelijk bewustzijn bezitten. Vergis u dus niet en denk niet dat kennis, vooral verdergaande kennis, het kenmerk is van bewustzijn. Al ben je op de hoogte van integraalrekening, dan ben je daardoor nog niet noodzakelijkerwijze ook een meer bewust mens dan iemand die bij 1+1 is blijven steken.

Trouwens, die cijfermanie kan voeren tot een cijferkundige bewusteloosheid, bewijzen de statistieken elke dag opnieuw, want een statistiek is een op cijfers gebaseerde reeks van grafieken, die gebruikt worden om verwachtingen te wekken die nooit waar gemaakt kunnen worden, maar ondertussen de ‘deskundigen’ de mogelijkheid verschaffen zaken door te drijven, die men beter achterwege had kunnen laten. Denk maar eens aan de statistieken die gemaakt zijn om aan te tonen dat je snel atoomenergiecentrales diende te ontwikkelen.

Besef dat je de waarheid zelden leert kennen door alleen maar logisch te redeneren, zeker wanneer je niet bereid bent eerst aan te voelen, wat er achter de feiten die kenbaar zijn nog meer verborgen ligt.

Indien je bewustzijn in menselijk bruikbare termen wilt uitgedrukt zien, komt het neer op het vermogen aan te voelen en het aangevoelde in overeenstemming met de feiten op een voor mensen nog redelijke wijze tot uitdrukking te brengen.

Besef van continuïteit speelt hierbij altijd een rol. Iemand die werkelijk bewust is, zal daarom ook geboorte en dood niet meer zien als een betreden van en heengaan van de wereld zonder meer. De bewuste zal beide zien als een verschijnsel in de tijd, waarbij de kern van het ik in feite niet betrokken is dan door het verschijnsel per se, zodat geen band kan worden gebroken, die in het ik niet reeds bestond en ook geen band kan worden aangeknoopt die niet reeds een kosmisch feit was.

Waarlijk bewustzijn betekent volgens mij ook, dat men beseft, dat het gehele menselijke leven niet veel meer is dan een kleine momentopname van je mogelijkheden op een bepaald ogenblik en zelfs over het werkelijke leven weinig of niets kan zeggen.

Wie zover komt, zal al snel van een verstilde aandacht de dia, die menselijk leven heet, overgaan naar een grote aandacht voor de film, die waarlijk leven betekent en in vele veranderingen de eenheid met het kosmisch geheel kenbaar maakt.

De bewuste beseft door zijn zijn, de kosmische krachten steeds weer te uiten en aan te vullen, terwijl hijzelf door die kosmische krachten gedreven wordt, zodat hij in zich steeds beter het kosmische geheel beseft, dat hij gelijktijdig in delen aan anderen manifesteert, daar hij door zijn bestaan kosmische krachten, of althans een deel daarvan, voor anderen kenbaar maakt.

Wij doen er goed aan te wachten met over ons bewustzijn te spreken tot wij zover zijn. Maar dan zullen wij, naar ik meen, ook mogen zeggen, dat wij toch wel een aardig bewustzijn hebben bereikt.

Commentaar?

Vragen

  • Kan het woord ‘overgaan’ niet worden begrepen als een teruggaan?

Dat kan natuurlijk wel, dat blijkt reeds uit de vraag. Maar wanneer je dit terecht meent te doen, zul je m.i. het zelfde resultaat behalen als iemand die in een Dafje vooruit wil rijden, maar per ongeluk de wagen in zijn achteruit heeft staan: botsingen.

Teruggaan zou immers betekenen: terugkeren naar een vroegere toestand. Maar dit kan in feite niet. Want je bent veranderd. Je hebt geleefd. Je hebt nieuwe ervaringen opgedaan, nieuwe gevoelens leren kennen. Je hebt nieuwe mogelijkheden gekregen om jezelf te integreren in het kosmisch geheel. Zonder ongelukken te maken, kun je dan niet meer terugkeren tot dat wat je eens bent geweest.

Je gaat vooruit, niet in tijd desnoods, maar dan toch in ieder geval in gevoeligheid, in besef, door een mogelijkheid een groter deel van het zijn bewust te beleven. Of je dit laatste nu in positieve dan wel in negatieve zin doet, het is altijd meer omvattend dan je was.

Kortom: je keert niet terug uit het menselijke leven naar een oude beperktheid, waaruit eens incarnatienoodzaak ontstond, maar je gaat vooruit en betreedt mogelijk wel die zelfde geestelijke wereld, maar dan toch wel verrijkt met nieuwe mogelijkheden.

Je hebt een beter begrip voor samenhangen, beseft iets meer omtrent jezelf, beschikt ook over andere krachten en vermogens dan voorheen.

Het gevolg is dat je een nieuwe functie gaat vinden en op andere wijze dan voorheen aandeel vindt in het kosmische geheel.

Vergeef mij deze correctie. Ik houd niet erg van mensen die op hun schreden terug willen keren. Een enkele maal zal er wel eens een mens zijn, die een incarnatie doormaakt waarin hij geen stap verder komt. Zo iemand gaat echter ook niet werkelijk terug. Want hij zal in de sferen geen vrede kunnen vinden en zal daarom na een korte tijd opnieuw een stoffelijk bestaan moeten aanvaarden.

Het aantal mensen dat tijdens een incarnatie werkelijk geheel niets leert en bereikt, is overigens kleiner dan u zou denken. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de dieren- en plantenwereld.

Elk bestaan in de stof betekent wel op de een of andere wijze een groeiend besef voor verhoudingen, een erkennen van banden en gevoelens, een erkennen mogelijk ook van de noodzaak op een andere wijze dan tot nu toe jezelf waar te maken. Waardoor je wel degelijk met nieuwe gegevens en mogelijkheden de werelden van de geest betreedt om alles daar verder te verwerken. Waarbij tijd niet zo telt als op aarde meestal het geval zal zijn.
  • Blijven mensen die hier niet meer hoeven te incarneren, hangen in de sferen rond de aarde, of gaan zij naar een andere planeet en incarneren zij daar?

Indien er nog een noodzaak tot incarneren erkend wordt en de sorteringsmogelijkheden op aarde is niet meer voldoende om daaraan tegemoet te komen, incarneer je elders, ongeveer zoals dames die bij een Nederlandse couturier niet kunnen slagen, naar Frankrijk plegen te gaan om daar het gewenste ontwerp te zoeken.

Er kan dus wel eens een geest bestaan, die inderdaad op een andere planeet incarneert. Maar zolang de wereld, waarop je reeds geleefd hebt nog voldoende mogelijkheden biedt, is het wel begrijpelijk dat je daar zult incarneren.

Maar wanneer je wat op aarde bereikbaar is, met goed gevolg kosmisch bewust wordt, waarom zou je dan nog ergens incarneren? Een binding met de stof is voor jou dan niet zinvol en vruchtbaar meer.

Overigens blijf je in dat geval niet, zoals u vermoedt, hangen in de sferen rond deze planeet. Je verdwijnt als het ware in een soort andere dimensie, in een wereld met weer geheel andere mogelijkheden en taken.

Iemand die op aarde bewust werd, terwijl hij voor zijn onderhoud zuurballen of augurken verkocht, kan dan zeer goed als nieuwe taak het jongleren met sterren krijgen.

Zeker is in ieder geval, dat je in een dergelijk geval geen stoffelijk bevoertuigd wezen meer zult worden. Mogelijk word je een energiewezen, dat zich ook nog in de voor u normale ruimte kan bewegen, maar misschien ook word je een wezen dat in zich een zodanige trilling, een zodanig fluctuerend veld draagt, dat het niet meer te vangen is in de beperkingen van uw stoffelijke ruimte.

Pas je niet meer in het ene heelal, geen nood. Er is dan altijd weer een ander waarin je verder kunt gaan. Ook al zal dit mogelijk niet meer beantwoorden aan de voorstellingen die de mens omtrent een heelal pleegt te koesteren.

Waar hieraan nog een einde komt? Op het ogenblik dat het ik alles kan beleven en beseffen, zo het evenwicht van het geheel beseffende, zal het ophouden zichzelf te uiten en daarmede vanuit uw standpunt ophouden te bestaan. Maar in zich is het nog ik, beseft alle dingen en kan alle delen van het geheel zowel afzonderlijk en als eenheid ervaren, kan op grond daarvan als ik blijven voortbestaan, ook wanneer alle uiting blijvend  zou blijven.

Misschien echter dat in de ervaringen, die in deze toestand worden opgedaan, toch nog een behoefte ontstaat anderen nader te brengen tot die perfecte toestand van zijn, zodat een dergelijke entiteit dan tijdelijk de volmaaktheid van eigen ervaren kan onderbreken, om in de onvolmaaktheid van een aarde of andere wereld te incarneren met het doel alle leven te brengen tot het beleven van de eenheid.

Waarna een dergelijke entiteit op de duur toch weer terug zal keren in de absolute ontruktheid en niet-uiting, die een beleven van de kosmische harmonie nu eenmaal betekent.

  • Wat is de ’tweede dood’?

Een term die gedekt wordt door een reïncarnatie, dus hergeboorte binnen de stof. U vindt dit mogelijk vreemd, omdat voor u het leven begint met de geboorte en eindigt met de dood. Maar sterven betekent: geboren worden in een ander bestaan. Geboren worden betekent: tijdelijk verdwijnen, ‘sterven’ in je geestelijke wereld.

Zelfs de toestand die op aarde aan de dood vooraf kan gaan, zwakte, ziekte, gebrek aan belangstelling en uiting, gaat gemeenlijk aan een nieuwe incarnatie vooraf: de geest beseft alles bereikt te hebben. Er is geen nieuwe mogelijkheid meer in de geestelijke wereld te vinden. De belangstelling taant dan ook, contacten met anderen worden steeds zeldzamer en trager, tot de incarnatie een feit is geworden. Dan is er voor de eenwording met de stof nog een korte tijd van contacten met anderen, een korte opleving. Daarna is de geest stofgebonden en zal de geestelijke werelden eerst weer in vrijheid kunnen beleven en betreden na de stoffelijke dood.

De tweede dood betekent dus: herhalen van het leven, reïncarnatie en niet zoals sommigen schijnen te denken: de absolute uitblussing, het algeheel teniet doen van het bestaan van een ego.

In deze vorm bestaat de tweede dood niet. Want niets in de kosmos gaat ooit werkelijk en geheel teloor, ook al zal het zijn verschijningsvormen veranderen. Het geheel van de kracht, de mogelijkheden van het ik blijven echter in alle vormen, tot in de stof toe zelfs, bestaan.

Het geheel van een geestelijk wezen blijft altijd bestaan als kracht en besef, ongeacht de vele verschillende vormen waarin het zich mogelijk zal manifesteren.

Zo, dat was het dan. Ik hoop dat ik, in mijn pogen iets over het begrip bewustzijn te zeggen, u niet bewusteloos gepraat heb en geen overgangsverschijnselen bij u heb opgeroepen door uw tweede onderwerp, overgang, daarbij gelijktijdig aan te snijden.

Nog een enkele raad wil ik u geven: Wanneer iemand overgaat, moet u proberen dit voor die ander te zien als een bevrijding, niet in de eerste plaats als een verlies voor uzelf, want hoe meer u zich dit gemis voorstelt en u daarover beklaagt, hoe meer u in feite de banden belast die tussen u en de ander bestaan.

Deel 2

Ik heb vernomen dat het uw beurt is om te vertellen waarover wij gaan praten
  • Wat vindt u van innerlijk evenwicht?

Ah, juist. Is iemand dat kwijt? Enfin. Innerlijk evenwicht is eigenlijk een soort onverstoorbaarheid. Wanneer je in jezelf zover bent gekomen, dat je jezelf kunt aanvaarden en daarnaast je wereld eveneens accepteert, bezit je een innerlijk evenwicht.

Waarbij ik op moet merken, dat dit evenwicht in zijn absolute vorm op aarde slechts zeer zelden voorkomt. Maar de mensen zoeken voor hun kleine onevenwichtigheden dan wel weer een compensatie.

Ik heb een tante gehad, tante Do, die gehuwd was met oom Arie. Oom Arie was een zeer innemend persoon. Hij heeft veel bijdragen tot de industriële ontwikkeling in Schiedam.

Nu was tante Do wel geen afschafster, maar zij kon het vaak verstoorde evenwicht van oom Arie toch niet al te goed verdragen. Samen vormden zij een typisch voorbeeld van mensen, die onder omstandigheden naar hun innerlijk of uiterlijk evenwicht zoeken. Wanneer oom Arie neuriënd en zwenkende de voordeur naderde, greep tante Do iets om haar evenwicht te bewaren. Dit voorwerp kwam dan gemeenlijk op oom Arie neer en soms met evenwichtsvernietigende kracht.

Kijk, dan was tantes ergernis weer in evenwicht gebracht door haar ontwakend schuldbewustzijn. De vrede werd dan ook snel, zij het meestal de daaropvolgende dag en nadat ooms kater om hals werd gebracht, in bed gesloten.

Trouwens, katerbestrijding bestond gemeenlijk uit een broodje met twee haringen en een broodje halfom. Wat veel heeft bijgedragen tot de bekendheid van: het broodje van Dootje.

Maar dit maakt wel duidelijk, dat het actief zoeken naar compensatie in vele gevallen een goed middel is om een verstoord innerlijk evenwicht alsnog te handhaven.

Iets wat typisch Nederlands is overigens, staat niet in het wapen geschreven: “je maintiendrai”? U wist waarschijnlijk niet wat er gehandhaafd moest worden, maar dan weet u het nu: het innerlijke evenwicht. Ook al wordt de burger met dit zoeken heen en weer geslingerd tussen Den Uyl en Van Agt, tussen koninkrijk en republiek.

En indien dit niet voldoende is, zo weet de Nederlander nog een ander middel: hij kankert zozeer op de wereld buiten de grenzen, dat hij omtrent alle misstanden in eigen land tot zich kan zeggen, dat dit in feite nog niet zo erg is. Op een dergelijke wijze zou een mens ook moeten reageren, wanneer hij voelt dat door de omstandigheden zijn innerlijk evenwicht bedreigd of zelfs verstoord wordt.

Ik ben niet zo heel lang over. Wat overigens klinkt of ik naar een volgende klas ben overgegaan. Maar ja, bij ons heb je ook meesters en bovenmeesters. Toch werk ik nu al enige tijd op deze wijze.

In een andere kring, waar ik eveneens probeerde mij te manifesteren, werd ik eveneens over dit onderwerp benaderd. Overigens door een vrouwelijk medium en dat gaf toch wel een wat eigenaardig gevoel. Ik voelde mij zo gevuld.

De vraagsteller sprak tot mij: Broeder, ik ben nu al enige tijd mijn innerlijk evenwicht kwijt en heb dat tot nu toe niet terug kunnen vinden.

Ik heb hem natuurlijk gevraagd, of hij wel overal goed gekeken had, ook onder de kast. Neen, onder de kast had hij niet gekeken. Wat volgens een andere aanwezige begrijpelijk was, omdat de man daar altijd op zat. En na deze voorbereiding heb ik de betrokkene eens goed bekeken en hem toegesproken:

Beste vriend, u gelooft niet in uzelf. Hij gaf toe, zij het aarzelend, dat ik daarin wel gelijk had. Ik had natuurlijk ook gelijk, want anders zeg je zoiets niet, nietwaar? Maar ik liet het voor wat het was en vervolgde: Het erge bij u is nu, dat u verwacht dat een ander wel in u gelooft. Ja, sprak de leeddragende, maar wanneer anderen dat niet doen, waar blijf ik dan?

Wanneer u dat aanvaarden leert, waarschijnlijk weer wat meer in evenwicht, vervolgde ik. Maar ja, dat ging toch niet. Wat hij dan moest doen?

Ik raadde hem: leer dan in jezelf geloven. Wat hij weer niet zo eenvoudig vond. Waarop ik weer: Wat denkt u dan werkelijk van uzelf?

Hij informeerde: of hij dit hier, met die anderen erbij, moest zeggen. Ik las zijn gedachten en gaf hem de raad er het zwijgen aan toe te doen, maar sprak voorts: Wanneer u alles, wat u nu denkt, eens eerlijk aan uzelf toegeeft, ziet de wereld er dan slechter voor u uit? U hebt nu innerlijk alle negatieve dingen in uw leven en omtrent uzelf op zitten sommen. Denk nu eens aan alle goede dingen die u hebt gedaan en aan alle goede eigenschappen die u ook nog hebt.

Denk niet dat dit weinig is: Wanneer je een mens een enkel ogenblik gelukkig hebt gemaakt, zonder daarbij aan je eigen belangen te denken, wanneer je gewoonweg eens iets gedaan hebt, waardoor een ander het even minder moeilijk had, dan heb je al veel goeds in de wereld tot stand gebracht. En daar het nu over deugden ging, durfde hij weer: Dat heb ik inderdaad wel eens gedaan, gaf hij toe.

Juist, nam ik de draad weer op, bedenk nu eens, hoeveel malen u dit meer had kunnen doen, Dan weet u meteen, wat u moet doen, om uw innerlijk evenwicht terug te vinden.

Mensen denken altijd, dat je een innerlijk evenwicht alleen kunt vinden en behouden, wanneer je geen fouten hebt. Maar als je geen fouten hebt, ben je geen echte mens meer. Wat meer is, dan ben je voor je medemensen onmenselijk.

Indien je echter tegenover alle innerlijk erkende fouten ook goede kanten kunt zetten, heb je er geen moeite meer mee je zelf te aanvaarden zoals je bent. En een mens die zichzelf kan aanvaarden, eerlijk en innerlijk, zal ook door zijn medemensen wel gewaardeerd en aanvaard worden. Dus die kan in zijn wereld als vanzelf ook wat gemakkelijker leven en zal die wereld als geheel gemakkelijker aanvaarden, al zal men het daarom nog heus niet met alles zonder meer eens zijn.

In deze kring – een andere dan de uwe – bevond zich ook nog iets spichtigs van het vrouwelijk geslacht, dat in mijn ogen bovendien reeds meer dan slachtrijp was. Dit wezen riep opeens: Broeder…. Broeder. Nu ja, je moet je bij een dergelijke zitting als geest wel het een en ander laten aanleunen. En zo kreet zij verder: Broeder, wij bedoelen: het Grote Innerlijke Evenwicht!!!

lk: Wijfie, ik heb een nichtje gehad, dat wilde leren koorddansen. En weet je, hoe zij begonnen is? Neen, dat wist  zij niet.

Wel sprak ik: Dat was nicht Liesje. Zij was 7 jaar toen zij haar springtouw op de grond legde en probeerde daarop te lopen zonder met haar voetjes de vloer te raken. Zo is zij begonnen. Daarna op een gespannen touwtje vlak boven de grond en zo verder. Zij heeft het ver gebracht, want zij is werkelijk nog een tijdje koorddanseres in een circus geweest. Tot de roem haar naar het hoofd steeg en zij wegliep met een goochelaar.

Kijk, wijfie, wanneer je zoekt naar een innerlijk evenwicht, maar dit alleen hoog geestelijk wilt vinden, begin je op te grote hoogte met je act en is de kans groot, dat je na de eerste passen al te pletter valt.

Begin eerst maar eens laag bij de grond te oefenen om altijd je evenwicht te bewaren, ook in moeilijke omstandigheden. Dan krijg je een zekerheid, dan krijg je een gevoel voor evenwicht, waardoor je ook op grote hoogten je weg over een smalle weg kunt blijven volgen zonder te vallen. En pas wanneer je zover bent, is er een kansje op applaus.

Een mens die in het dagelijkse leven zijn evenwicht niet weet te vinden en voortdurend wankelt tussen zelfverwerping en zelfaanvaarding, tussen hetgeen hij werkelijk weet te zijn en hetgeen hij zou willen zijn, die kan toch ook in geestelijke zaken zijn evenwicht niet vinden en bewaren?

Het vinden van een innerlijk evenwicht begint altijd heel eenvoudig: met een paar gevoelens en een paar realisaties. Dan moet je leren te zien, wat je bent en wat je kunt en daarmede leren leven. Want wanneer je zo dicht bij de stoffelijke wereld al geen evenwicht kunt vinden in jezelf en goed en kwaad voor jezelf in jezelf nog niet in balans weet te brengen, hoe wil je dan ooit de kracht en het besef vinden om in de veel lichtere en meer geestelijke wereld, in deze piste van God, op de grootste geestelijke hoogten je evenwicht nog te bewaren?

Trouwens, ik ben nog eens met een achternichtje van mij naar het circus geweest. Zij zag de lege ruimte in het midden en informeerde: Wat is dat, oom? Ik antwoorde kort en zeer deskundig: Piste. Waarop zij vroeg: Wie? Want zo rechtlijnig is een kind. En hun innerlijk evenwicht verliezen zij bij dergelijke, voor hen toch wat wonderlijke, onthullingen ook al niet.

Ik kan daarom best begrijpen dat Jezus sprak, wijzende op een groepje kinderen: Indien gij niet wordt zoals dezen, voorwaar, gij zult niet ingaan tot het Koninkrijk.

Een kind vraagt eenvoudig, kijkt rond zich. Het vindt het helemaal niet vreemd dat de meest wonderlijke dingen gebeuren en de meest vreemde dingen worden gezegd. Het verwerkt eenvoudig alles. De wereld is eenvoudig een wereld van feiten. Je droomt je dromen, maar bent niet boos wanneer de wereld anders is. Je bent als kind gemeenlijk van je eigen belangrijkheid zodanig overtuigd, dat je geen twijfels kent. Die komen pas wanneer de volwassenen zich met de zaak gaan bemoeien.

Een kind zal gemakkelijker zijn evenwicht vinden en bewaren, omdat het gewend is zijn wereld te nemen zoals die is en niet steeds weer bezig is zich af te vragen: hoe de wereld dan wel zou moeten zijn? Maar gewoon zichzelf is.

De basis van alle innerlijk evenwicht, tot op het hoogste niveau toe, berust op een jezelf aanvaarden, zoals je bent en de kosmos nemen zoals je de kosmos vindt.

Hoe omvattender en sterker het innerlijk aanvaarden van ik en Al bestaat, hoe minder moeite je zult hebben met alle krachten die er bestaan in het Al. Dan kun je ook hun aanwezigheid en werking gemakkelijk en zonder meer accepteren. Ik durf niet te beweren dat ik het al zover heb gebracht. Afstand doen van je illusies omtrent jezelf, blijkt een pijnlijke zaak te zijn en toch heb je dit nodig om een werkelijk innerlijk evenwicht te bereiken.

U die mij dit onderwerpje hebt gesteld, kan ik dan ook alleen maar zeggen: Innerlijk evenwicht begint met aanvaarding. Het wordt versterkt door erkenning van jezelf en van de kosmos. Het voert tot een volledige beleving, waardoor je de kracht krijgt in dit evenwicht zelfs de totaliteit die kenbaar wordt zonder meer te aanvaarden.

Bent u aan dit alles nog niet toe, dan moet u maar onthouden, dat ook heel klein beginnen, jezelf en de wereld wat beter te aanvaarden, zoals zij zijn, helpt om uiteindelijk dat Hoge Innerlijke Evenwicht te verwerven.

Hiermede heb ik het mijne wel gezegd over dit onderwerp.

Maar dat zou volgens mij te veel van het goede worden. Dan zal ik nog maar eens iets vertellen over mijn eigen ervaringen en zo mogelijk enkele wijsheden debiteren.

Ik heb getracht, middels een medium, een boek te schrijven. Maar dat ging mis, want wanneer ik sprak over een rechter…. schreef zij Mozes. Mogelijk een famliedeformatie. Het resultaat bevredigde mij in ieder geval niet.

Daarna heb ik het met muziek geprobeerd. Ik inspireerde een mediamiek aangelegde musicus. Maar helaas schreef deze de noten allen van achter naar voren op. Dus dat was ook al mis. Trouwens, het resultaat is nog een tophit geworden 00k.

Wanneer je te zeer bezig blijft met hetgeen je geweest bent en steeds weer je oude persona probeert op te poetsen – waaraan ik mij nogal eens schuldig maak – blijk ik niet tot de werkelijkheid door te kunnen dringen. Eerst wanneer ik mij geen zorgen meer maak over wat ik ben, was of zou moeten zijn, bereik ik goede resultaten.

Daaronder reken ik resultaten van mijn overpeinzingen, waarvan ik er u nu enkele voor wil leggen:

Doodgaan is als het trekken van een kies: het doet even pijn, je ziet er tegenop, maar je bent blij wanneer het eindelijk voorbij is.

God is zo ontzettend dichtbij, dat wij steeds weer over Hem heenzien, wanneer wij proberen Hem te zoeken.

De gehele kosmos, God zelf en alle kracht zijn voortdurend in en rond ons te vinden. Maar wanneer wij te zeer proberen uitsluitend onszelf te zijn, zullen wij daar weinig van bemerken.

Wie zichzelf leert verliezen, door zijn illusies omtrent zichzelf terzijde te stellen, ontdekt eerst werkelijk hoeveel licht en kracht er ook in hem leeft.

Dan ontdekte ik: wanneer je iets wilt scheppen, dien je dit te doen in de wereld waarin je op dat ogenblik thuis hoort en met de middelen die daar gehanteerd kunnen worden. Probeer nooit iets te scheppen in een andere wereld dan je eigene. Want je zult zelf de schepping niet beheersen en degenen die er mede geconfronteerd worden, weten ook niet wat zij eraan hebben.

Dit laatste is trouwens bij sommigen onder u ook ten aanzien van mijn betoog het geval, zoals ik helaas moet constateren. Ik geef toe dat ik vroeger een deel van dit betoog ook als onzin beschouwd zou hebben. Maar sindsdien heb ik geleerd dat je, wanneer je achter de schijnbare onzin naar de werkelijke zin daarvan zoekt, uiteindelijk gaat beseffen dat er geen werkelijke onzin bestaat.

Mijn conclusie tot op heden luidt: dat er niets is, wat geen werkelijke en tot het Rijk Gods behorende zin in zich bergt en daarin zijn eigen betekenis heeft. Dit erkennende zullen wij speels door het leven durven gaan, omdat de ernst nu eenmaal eerder voortkomt uit zonde, behoefte onszelf waar te maken, dan uit onze erkenning van een hogere werkelijkheid.

image_pdf