De betekenis van de beeldende kunst

image_pdf

7 december 1979

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Ons onderwerp draagt als titel:

De betekenis van de beeldende kunst

Daar dit vooral de geestelijke betekenis betreft, zullen wij ons allereerst moeten afvragen, wat kunst is. Nu gingen de volgelingen van Dada uit van het standpunt: wanneer een artist spuwt, is dit kunst. Het schijnt dat ook nu binnen het kader van de contraprestatie dit soort kunst nog voortdurend voortkomt. Er zijn ook mensen die stellen dat kunst zelfexpressie is. Maar ja, wanneer je hetgeen onder dit motto als kunst wordt geboden nader beziet, doet het eerder denken aan een soort artistieke zelfbevlekking. Dus zo behoef je ook niet te beginnen.

Kunst is in de eerste plaats een métier, een vak. Een beeldende kunstenaar is eerst dan in staat zijn denkbeelden op een juiste wijze over te brengen, wanneer hij beschikt over voldoende vakkennis en kunde. De kundigheid is noodzakelijk, waardoor men zijn materialen kan beheersen en deze gelijktijdig kan brengen tot de uitdrukking, die men er zelf werkelijk van verlangt.

Mogelijk vraagt u zich af of dit dan het wezen van de kunst vormt. Tja, ik kan er ook niets aan doen. Kunst is het primitieve beeldje dat ergens gemaakt wordt door een neger, even goed als het zeer gesofisticeerde beeld dat de een of andere kunstenaar in elkaar timmert in een werkplaats in een van de meest moderne beschavingen. Kunst is ongetwijfeld Rembrandt, maar evengoed Klee. Ook Mondriaan is kunst en zelfs Ouborg. Wie kan kunst karakteriseren aan de hand van haar inhoud?

Bij onze poging na te gaan, wat de geestelijke betekenis van kunst kan zijn, zullen wij ons daarom eerst eens moeten afvragen wat de betekenis van kunst is. Kennelijk bestaat ook daarover nogal wat verwarring. Ik heb tenminste gehoord dat mensen uit zuiver kunstzinnige overwegingen een soort fabriek in Parijs hebben neergezet hebben, waarin permanent kunst wordt geëxposeerd. Ik vindt het een grote kunst voor een architect een dergelijk werk te verkopen als kunst. Maar aan de andere kant lijkt het mij niet zo geslaagd voor alles wat men als kunst daarin wil exposeren. Want men brengt het dan onder in een kermissfeer. Aan de andere kant meen ik dat kunst toch ook weer niet als te exceptioneel, als te gewijd behandeld moet worden. Het is vakwerk en dient te werken in elke omgeving, waarvoor het ontworpen is, om in andere omgevingen toch nog iets te behouden van zijn eigen kwaliteiten.

Kunst moet je iets doen. Nu kan er natuurlijk een standbeeld omvallen en enkele van je tenen verbrijzelen. Dan heeft die kunst je ook iets gedaan. Maar het is ook mogelijk, dat je staat te kijken naar een paar abstracte vormen – waarschijnlijk door de kunstenaar voorzien van een beeldende titel als de worsteling of de kus. Maar die naam maakt er geen kunst van en geeft er ook geen diepere betekenis aan. De vraag is alleen maar: Wanneer je er naar kijkt, wat doet het je? Wanneer het kunst is, zie je er iets in, ook al is dat niet noodzakelijkerwijs een kus of een worsteling,

Zoals het kunst zijn niet bepaald wordt door het materiaal en de moeilijkheidsgraad van het vormgeven daaraan, maar door de weerschijn die het in je heeft waardoor dan een voorstelling in je psyché ontstaat. Wanneer dit beeld voor jou zo betekenis krijgt, word je in feite geconfronteerd met beelden, die losgewoeld worden uit je eigen innerlijke. Vergis u niet. In het kunstwerk zien wij niet het streven en denken van de kunstenaar in de eerste plaats, maar herleven wij delen van onze bewustzijnsinhoud.

De geestelijke betekenis van kunst is dus gelegen in het feit, dat zij ons een soort versleutelde spiegel voorhoud. Maar ja, er zijn nu eenmaal geheel zuiver spiegels en er zijn lachspiegels, er zullen heel wat ogenblikken zijn, waarop een ernstig beschouwer zich zou moeten afvragen of een algemeen geëerd kunstwerk in feite niet een lachspiegel is. Wanneer je bv. ziet naar de portretten van Van Dongen rijst steeds weer de vraag, of de man nu werkelijk een beeld van de verborgen persoonlijkheid heeft geschilderd dan wel een reclame voor een vermageringskuur.

Kijk je naar de vreemde abstracties die sommige mensen op het doek weten te werpen – een mengeling van kleuren – zo is het niet onmiddellijk mogelijk te zeggen wat het betekent. Maar misschien zuigt het je aan, is het een soort vortex van kleur geworden waarin je voor een ogenblik wordt opgezogen om kort daarna opeens weer neergesmakt te worden in de museumzaal of de galerie waarin je de beschouwing begon.

Wanneer je dan naar buiten gaat, heb je iets beleefd, ook al weet je mogelijk zelfs niet eens precies wat. Je bent even doorgedrongen in het onbekende dat de mens in zichzelf nog steeds bergt. Want één ding is zeker: De mensen hebben de witte plekken op de kaart zo langzaamaan wel grotendeels uitgevlakt, maar als zij het werkelijk onbekende willen ontdekken, zullen zij nog heel wat reizen naar binnen moeten maken.

De vraag, welk materiaal de kunstenaar gebruikt, blijkt op zich ook al niet zo belangrijk te zijn. Ik heb zo-even schilders genoemd, ik zou evengoed verschillende beeldhouwers kunnen noemen. Je zult bij hun werk zien dat het ene beeld een soort eeuwige boodschap heeft, terwijl het andere een flits, een soort korte werking bevat, die alleen maar op een bepaalde plaats en onder zeer bepaalde omstandigheden kan bestaan. Het ene werk is altijd kunst, het andere alleen bij een juiste plaatsing.

De een werkt in tin, brons, de ander in steen, Misschien is zijn werk wel alleen maar een stuk hout, waarin een aantal spijkers zijn geslagen. Maar als de werking van licht optimaal is, dan kan het zijn of je bij het bezien van het bespijkerde hout verdwaalt in een bos van lichtjes en schaduwen. En wanneer dit het geval is, is er volgens mij wel degelijk sprake van een kunstbeleving.

Maar alweer geldt dat die kunstbeleving niets anders kan zijn dan het naar buiten brengen van een aantal impulsen uit je persoonlijke inhoud. Ik weet dat je vooral bij de oudere kunstwerken, de kunstenaar vooral moet zien als iemand die iets heeft te vertellen. Hij vertelt hoe gewichtig en rijk de heer X is geweest, die zich met vrouw en verder gezin heeft laten portretteren. Zoals hij vertelt hoe belangrijk de mannen waren die deel uitmaken van… vul maar in… de chirurgijnskamer, een vendel, een handelsvereniging. Want die groepsportretten waren in feite alleen maar een kwestie van status.

Wanneer je die statussymbolen dan nader beziet, zo ontdek je met verbazing dat eigenlijk de portretten op zich weinig zeggen, hoe mooi en deskundig zij ook zijn uitgevoerd. Maar in de groepering en vaak ook in de details ligt er toch opeens iets wat je doet denken, hé. Dan werkt er meer op je in dan schijnbaar door de lastgevers van het doek bedoeld was. Een dergelijke detail kan bv. een hondje zijn. Een geliefkoosd toevoegsel gedurende een lange periode van vele kunstenaars. Het kan een boek zijn, een soort stilleven, een landschap, dat als het ware wordt ingelast. Het kan zelfs een spelletje zijn met een perspectief. Op zich zijn dergelijke dingen alleen tekenen van vaardigheid. Maar op het ogenblik dat je deze combineert met het portret of de weergave van een werkelijkheid, zo verandert daardoor de werking en de betekenis van het geheel. Dan gaat de mens dromen en denken. Dan vult hij als het ware aan de hand van deze details zelf het verhaal verder in. Wanneer er van zo een beleving sprake is – en anders niet – kunnen wij zeggen dat deze foto in verf ook een geestelijke betekenis heeft, dat zij voor de beschouwer wel degelijk een bewustwordingsmogelijkheid betekent.

O, er zijn mensen die nogal wat wonderlijke opvattingen omtrent het wezen van kunst schijnen te bezitten. Er exposeerde eens een man  en mij viel het vooral op dat dit een man was – die een aantal enorm vergrote geslachtsdelen in meestal krijt bleke tinten had neergeworpen op zijn doeken. Toen ik daarvan hoorde, was mijn eerste indruk dat de man een zelfportret bedoelde. Zoiets zonder meer kan weinig betekenis hebben en is volgens mij waarschijnlijk geen werkelijke kunst meer. Het kan de beschouwer schokken. Zeker, maar kan een dergelijke voorstelling iets anders doen dan de gedachten van de beschouwer in enigerlei zin richten op dierlijke functies? Volgens mij niet.

Toch is het seksuele op zich niet bepalend voor het al dan niet kunst zijn van een werk. Er is een periode geweest, waarin de schilders hun modellen en scènes bij voorkeur het milieu zochten: dames in verschillende staten van ontkleding en omgeving. Wanneer je deze werken beziet, vormen zij vaak een interessant tijdsbeeld. Het is zoiets als een verbitterde foto, maar veel verder komt het gemeenlijk niet. Geestelijke betekenis zie ik in dergelijke zaken maar zelden, ook al zijn er heel wat oude snoepers die er heel wat voor over hebben om een dergelijk oud doek te hebben hangen. Nu ja, wanneer alles hangt, heb je daaraan mogelijk iets. Neem mijn niet kwalijk, dit was een gezien de omgeving onjuist, ofschoon op zich mogelijk niet zo onjuiste associatie.

Als tegenstelling kun je zien naar al die heiligenvoorstellingen. Het zoete Jesuke, omringd door een heiligenschijn die in de nevel schijnt te verdwijnen, mogelijk een schimmig kruis dragende en behoedzaam naast een oude ziel gaande, die op weg schijnt te zijn naar de hemel.

Goed, het is een mooie preek in verf en kleur voor de meeste mensen. Maar mogelijk is er iemand, die opeens zichzelf herkent in het beeld van de gebogen oude figuur die zo moeizaam de weg schijnt te gaan. En wanneer die mens daaruit dan troost put omdat die Jezusfiguur er bijstaat, dan mag dat voor mij. Dan is het kunst, dan heeft het betekenis, omdat het iets in een mens veranderd heeft. Het is die verandering, die de geestelijke betekenis uitmaakt, altijd weer. Het is die verandering die het voor mij tot kunst maakt, ook wanneer de artistieke waarde van het werk mogelijk niet zo groot is en menigeen dit na beschouwing zonder meer als kitsch bestempelt.

Nu moet ik ook opmerken dat het zelfs in deze dagen in de kunst nog vaak een kwestie is van “kitsch as kitsch can”. Wanneer ik kijk naar alle landschappen die al dan niet gestileerd geproduceerd worden, zo krijg ik het gevoel, dat deze mensen ondanks hun naam in feite een soort massaproductie hebben opgezet. Hun vaardigheid verhult dan het feit, dat hier inderdaad sprake is van kitsch. Duidelijker wordt het wanneer je de ontelbare haventjes met scheepjes en terrasjes met stoeltjes ziet, die door minder gedreven kunstenaars in massa worden vervaardigd. Dit is werkelijke massaproductie en wanneer je voor dergelijke producten een hogere prijs wenst te ontvangen, ga je er maar mee op de Place du Tertre staan.

Maar toch zie je dan opeens soortgelijke werkjes – je kunt niet eens zeggen dat zij qua inhoud veel van het massaproduct verschillen – die leven. Het aantal gezichten op de Seine dat door verschillende vaklieden die zich kunstenaar plegen te noemen wordt gebracht, is niet te tellen. En toch is er enige tijd geleden een man geweest, een pointillist, die een dergelijke scene wist neer te zetten, puntje naast puntje, basiskleur naast basiskleur voegende, dat je opeens het water ziet stromen, dat de licht schijnt te trillen van een komende hitte. Wanneer je naar deze toch bijna obligatoire voorstelling kijkt, krijg je opeens het gevoel dat je binnenloopt in een vreemd landschap. En wanneer iemand je door een dergelijke op zich simpele voorstelling op deze wijze weet te fascineren, heeft hij volgens mij werkelijke kunst geleverd. Maar is het meer dan dit? Heeft het ook een geestelijke betekenis? Ik meen dat deze voor de meeste mensen niet zal bestaan, mogelijk met uitzondering van een enkeling; die hierdoor wordt herinnerd aan iets, wat hij zelf eens beleefd heeft. En  dat doet voor mij de vraag rijzen of al deze kunstvaardigheid resulteerde in iets, wat in alle opzichten als kunst beschouwd mag worden.

Aan de andere kant heb ik onbeholpen tekeningen gezien en schilderijen met een kleurstelling en lijn die zelfs een aap met enig geduld ook zou kunnen schilderen en deze als kunst horen verheerlijken, Knoeiwerk, zou je zeggen, maar niet altijd. Soms is er een dergelijk iets waar, wanneer je er even langer naar kijkt, iets in vlamt. Achter de primitiviteit ligt dan een geladenheid. Soms is het een vredig landschapje met enkele mensjes er in, getekend zoals een kind dit zou doen en toch lijkt het of daarachter de hel brandt.

Kijk, wanneer iemand dit weet te bereiken zo confronteert hij u niet alleen maar met een voorstelling. Hij confronteert u met een diepte, met een beleving. En soms kun je iets dergelijks bereiken, maar dan alleen voor ingewijden. Er zijn nogal wat schilders geweest die in hun werken vooral veel symbolen verwerkten. En dat zijn heus niet altijd alleen maar de modernen. In deze plaats kunt u er verschillende vinden die stammen uit de 19e eeuw of zelfs uit de 18e. En wanneer u de moeite neemt, kunt u zelfs werken zien uit 1600 en soms nog vroeger, die deze taal hanteren.

Kijk je er als leek naar, dan zie je alleen een kennelijk allegorische voorstelling die je verder niet veel zegt. Maar kun je de tekens lezen dan staat er een heel verhaal geschreven over de waarden van de mens of over de achtergronden van het noodlot, de weg naar de erkenning. Voor iemand, die de symbolen kent, is er dan inderdaad een geestelijke betekenis in de prent, de plaat, het doek. Maar voor de normale beschouwer is het maar al te vaak een nietszeggend kleurig geheel. Met alle respect voor de vaardigheid van de uitvoerders, betwijfel ik of je dit nu werkelijk en zonder meer tot kunst moogt bombarderen. Volgens mij is er iets meer nodig.

U kent allen wel de voorstellingen van “het laatste oordeel”, zoals dit door verschillende kunstenaars benaderd werd. Je ziet de duveltjes druk bezig met alles wat in de hel is gevallen. En onder alles wat valt, zie je soms aardige stukken. Soms krijg je de indruk dat de schilder de beste stukken beneden heeft gezet. Daarboven troont de heiligenschaar en jubelt samen met engelen, die kennelijk net een duif beroofd hebben van zijn vleugels, vroom wazige halleluja’s. Maar zegt het iets? Wanneer je je vrome gevoelens even laat rusten, moet je toegeven, dat dit niet het geval is. Al die obligate figuren spreken niet werkelijk. Tot je, langer schouwende, opeens een vertekening ziet van gezichten in de hel. O, het is niet werkelijk monsterachtig, het is eerder totaal anders. Wanneer je naar die delen van het onbetekenende geheel kijkt, ontwaakt er opeens iets in je. Er blijkt sprake te zijn van kunst met een geestelijke betekenis en werking.

Wanneer het om  dergelijke uitbeeldingen gaat, maakt het weinig verschil uit of het nu gaat om een werk van Van Eyck of van Dali. Al moet ik toegeven dat Dali nog de meeste roem dankt aan zijn snor. Hierdoor heeft hij zoveel naam gekregen dat, wanneer hij iets maakt, dit ineens en onmiddellijk snor zit en kunst wordt genoemd. Toch heeft de man bepaalde dingen gemaakt, die werkelijk groots zijn. Kent u “de bekoring van Antonius”? Een werk, opgebouwd uit twee elementen: een, eindeloze leegte. Want dit is het werkelijke perspectief, wanneer je even blijft kijken. En daarin de spilpotige figuren van een angstdroom als een demonische karavaan. Dat zegt veel meer dan alleen maar dat er een bekoring op komst is. Het is of je kijkt naar een herinnering, naar iets wat je eens zelf gedroomd hebt, staande in een leegte waarin zich opeens iets materialiseert in een menging van begeerte en afzichtelijkheid. Je beleeft opeens een vergeten droom, die je in de nacht eens bevangen heeft.

Volgens mij is dit inderdaad kunst, die ook een geestelijke betekenis heeft. Waarom ik als voorbeeld Dali neem? Omdat de meeste mensen hem tenminste kennen. Er zijn vele andere schilders, die iets dergelijke ook met hun werken kunnen bereiken. Er is een wat pukkelig, pluisbaardig jongentje in Amsterdam – nog niet eens zo lang geleden losgelaten door de kunstacademie, dat op een gegeven ogenblik probeerde een doodskop te schilderen. Voor hij het wist werd die doodskop een soort landschap. Het is een vage mengeling van geel, rood, van okertinten, bruinen en grijzen en daarachter een voortdurende schemering van zwart. Hoe hij het voor elkaar heeft gebracht, weet hij waarschijnlijk zelf niet eens, maar hij heeft daarin iets uitgedrukt van de hopeloosheid, die de mens soms kan bevangen.

De dit werk beziende burger zal waarschijnlijk zeggen dat dit kennelijk onder de invloed van drugs is gemaakt. Maar ja, ook in zijn eigen deel van de gemeenschap worden de grootste stommiteiten steeds weer geboren onder drugs of onder druk en soms wordt onder diezelfde invloeden opeens een meesterlijke oplossing gevonden. Deze jongeman heeft echter op dit paneel iets neergezet dat een mens die de moeite neemt er werkelijk naar te kijken, vangt. Dan is het of er een schakelaar klikt en je opeens van binnen iets meer ziet dan je meende te bezitten.

Ik kan natuurlijk niet zeggen dat deze wat onsmakelijk ogende jongeman een groot kunstenaar is, want hij is nog niet ontdekt en niet erkend. Al bestaat er een kans dat hij binnenkort de kans krijgt iets te exposeren in een nevenzaaltje van een café-restaurant waar soms de mensen tussen borrel en biefstuk even gaan kijken: welke gek nu weer exposeert. Maar dit werk is werkelijke kunst met een grote betekenis en een geestelijk belangrijke betekenis, ook al is er technisch mogelijk wel het een en ander op aan te merken.

Soms lijkt het of kunstenaars voornamelijk bezig zijn met het tonen van hun vindingrijkheid. Denk maar eens aan de vele verschillende ontwerpen van bewegende beeldhouwwerken die enige tijd in de mode waren. Vaak gaat het om wat staken, die bewegen op de wind en soms zie je dat de kunstenaar niet alleen met molentjes loopt, maar die ook nog uitbeeldt. Vaak blijken dergelijke werken alleen betekenis te hebben als novum en is de vaak gezwollen verklaring omtrent de betekenis een gotspe, een enorme brutaliteit waardoor de “knutselaar” zijn werk tot kunst weet om te dopen.

Maar dan zie je opeens hoe iemand kans heeft gezien vijf staven van verschillende lengte en in verschillende kleur op te stellen in het midden van een soort watersproeier. Die dingen bewegen voortdurend en wanneer je er even naar blijft kijken, lijken zij een soort vlechtwerk dat met de val van het licht verandert, met de golving van het water verandert en zelfs in zijn weerkaatsing nooit een beeld schijnt te herhalen. Iets wat met zijn eeuwige rusteloosheid je voor een ogenblik absorbeert tot je met een schok wakker schrikt en je afvraagt, waarom je eigenlijk zo lang naar die grap hebt staan kijken. Dat werk heeft de beschouwer dan innerlijk beroerd. Volgens mij is hier inderdaad sprake van een kunstwerk met een geestelijke betekenis. Ook al zijn er in dit genre heel wat scheppingen, die in feite alleen maar een technisch knappe onzin zijn.

Iemand noemt het kunst wanneer hij ergens twee verroeste aambeelden neerzet, er wat koeienvlaai tegenaan kwakt en er een baal stro tegenaan legt. Want het blijkt in deze dagen mogelijk, ook dergelijke dingen als kunst te verkopen. En dat men dit kan doen, is volgens mij de ware kunst bij het geheel.  Geestelijke betekenis heeft het volgens mij niet.

Een ander legt een aantal stenen op elkaar. Hij speelt zoals een kind doet met blokken, maar dan alleen in het groot en met natuursteen. Zodra het resultaat hem aangenaam treft, zegt hij: dit is kunst. Maar is het dat? Misschien wel. Wat een kunstenaar kunst noemt, moet wel kunst zijn. Aan de andere kant is het gemeenlijk niet veel meer dan onzin. Soms echter bereikt zo iemand precies het effect dat hij wenst. Dan is opeens door die stapel stenen de sfeer veranderd, krijgt de omgeving een ruimte die zij voordien niet bezat of ademt opeens een bezinnelijkheid, die er zonder die hoop stenen niet geweest zou zijn. Dan is er volgens mij opeens sprake van werkelijke kunst.

Werkelijke kunst is het brengen en weerkaatsen van een sfeer, van een inhoud die de mens van binnen iets kan doen. Kan doen, niet moet doen. Want er zijn heel wat mensen die zich voortdurend bezighouden met kunst en druk bezig blijven met het opsommen van alle kunstzinnigheden die zij op hun pad menen te ontmoeten, zonder ooit werkelijk en in zich te ervaren wat zij betekenen.

Kunst is een verhaal. Het is een verhaal dat je vertelt aan een ziel. Soms alleen maar met enkele vormen van steen, wat glas of wat mij betreft een combinatie van aan en uitflitsende neonbuizen, oud roest desnoods. Het kan allemaal kunst zijn. Met enkele poppenmaskers en een paar kapotte speelgoedtelefoontjes neergekwakt in een hoop afval, kan je de hopeloosheid van de menselijke communicatie uitbeelden. Maar de uitbeelding alleen van een gedachte is niet genoeg om er kunst van te maken. Degene die het beschouwt, zich even er mee bezighoudt, moet die hopeloosheid, dat vale falen in zich voelen, moet begrijpen, niet alleen wat de kunstenaar wil zeggen over die communicatie, maar moet voelen dat er ook voor hem een communicatie stoornis bestaat. Hij moet voelen dat er een noodzaak bestaat, die beslotenheid te doorbreken. En wanneer iemand dit tot stand weet te brengen door het groeperen van een hoop afval, is hij voor mij een groot kunstenaar.

Er zijn natuurlijk mensen die stellen, dat de geestelijke betekenis in de kunst verder moet gaan dan dit. Ik heb hierover mijn licht eens opgestoken bij iemand, die zich in opdracht van het Vaticaan bezig heeft gehouden met de ontwikkelingen in de moderne kunst. Hij is overigens nu bij ons en dus reeds lang bekeerd. Toen ik hem de vraag voorlegde wat hij dacht over moderne kunst sprak hij: Wanneer moderne kunst in staat is, een mens te laten voelen wat Jezus heeft geleden voor de mensheid, zo is dit kerkelijk gezien werkelijk en ware kunst. En indien iemand in staat is, de gehele wording van de mensheid uit te beelden, zonder dat de beschouwer zich daardoor zondig voelt of zich naar God verwezen voelt, is dit volgens kerkelijke maatstaf geen kunst. Waarop ik sprak: dat is ook een kunst, men is sterk bevooroordeeld. Waarop hij, naar ik meen niet ten onrechte repliceerde: Is dan eenieder, die zich met kunst bezighoudt niet bevooroordeeld?

Want wat wij zoeken in de kunst is gewoon een antwoord. En dat antwoord moet dan van overal komen. Wat ik kon begrijpen. De kerk zakt immers langzaamaan in elkaar als een omelet, die te snel aan de lucht wordt blootgesteld. Ik kan mij dus best voorstellen dat men kerkelijk redeneert dat van ware kunst pas sprake kan zijn, wanneer men daarmee leden kan werven. Maar dan betekent die moderne kerkelijke kunst niet meer of minder dan de VARA haan, die een uitbeelding is van een kunstzinnig bedoelde propaganda die uiteindelijk zichzelf tegenspreekt. Ik sprak dus: mijn eerwaarde vriend, volgens mij is kunst, de mens die zichzelf terugvindt in de gedachten van de kunstenaar. Het is iemand, die zijn eigen stemmingen, verborgen als zij plegen te zijn en opgesloten in het diepste van zijn onderbewustzijn, voor een ogenblik weerkaatst ziet in het werk van anderen.

Wanneer de kunstenaar de mogelijkheid vindt de innerlijke mens te spiegelen, heeft hij het grootste geestelijke werk volbracht, dat er denkbaar is. Wanneer hij kans ziet een mens te bevrijden uit de ban van een reeks voortdurend herhalende gedachten en hem een ogenblik een nieuwe werkelijkheid laat zien, heeft hij een geestelijk werk verricht.

Maar het mag niet zo zijn, dat het alleen voor de uitverkorenen is. Dat klinkt misschien vreemd, maar zo zijn de mensen. De beste toneelspeler is vaak degene die een blijspel weet te spelen, die ook een goede komiek is. Want dat is veel moeilijker dan Shakespeare spelen, al beseffen dergelijke mensen dit zelf vaak niet en dromen zij er altijd van dramatische rollen te spelen. De mensen denken dat de loodzware ernst van een drama hoger staat dan een lach. Maar een werkelijke eerlijke lach, een blijheid bij de toeschouwers te kunnen wekken is de grootste prestatie die men op het toneel kan volbrengen.

Vanuit dit standpunt durf ik dan ook te stellen dat de cartoonist vaak een betere kunstenaar is dan degene, die allerhande pretentieuze taferelen weet neer te penselen op een wijze waardoor hij bij alle tentoonstellingen een mooie plaats krijgt om zijn werken te hangen. Erkenning betekent in de kunst minder dan men veronderstelt. Het zijn trouwens ook maar zelden de beste liedjes, die een onderscheiding of een gouden of platinaplaat verwerven. Trouwens die gouden of platinaplaat krijg je, wanneer er voldoende mensen stom genoeg zijn geweest om die plaat te kopen die hen al na 3 weken waarschijnlijk de keel zal uithangen. Werkelijke kunst bestaat uit de dingen die je werkelijk treffen en beroeren, even anders doen zijn. Ik weet haast niet hoe dit uit te leggen.

Chagall heeft een decor ontworpen voor de musical Anatevka. Wanneer je alleen naar het decor kijkt, zonder beweging, zonder verhaal, dan is het of je in kleuren en lijnen een Kol Nidrei ziet. Dan klinkt er in je iets van een klagende melodie. Dat is kunst.

Iemand kan een zeer modern en functioneel decor maken uit metalen buizen ladders en platforms. Dat kan vakkundig zijn, maar wanneer het je zonder iets daarbij niets doet, zie ik er niets in. Het is geen werkelijke kunst. Of men schept een decor met de mooiste balzaal die je je maar denken kunt, vol diepte en luister. Op zich doet hij je niets. Dan is het mogelijk heel goed vakwerk, maar werkelijke kunst is het alweer niet.

Maar dan zie je opeens op het lege toneel het werk van iemand die met enkele lijnen en bijna zonder kleur iets vaag aangeeft en het knijpt je ziel dicht alsof er al een drama gespeeld wordt, voor er ook maar iemand op is. Kunst. Zoals er decors zijn, die de mensen al conditioneren, open doen bloeien voor een lach, voor er op het toneel ook maar iets te lachen is. Ook dat is kunst.

De werkelijke kunstenaar is iemand die doordringt tot de ander. Naar niet een bepaalde mens. Wanneer het een kwestie is van mensen onder elkaar, nu ja, dan kent u het wel: Ja, Piet, je hebt het weer florissant gedaan. Wanneer ik kijk naar die zatte grijzen en ik zie daartegen dat kleurige coloriet stralen met een uit lijnloosheid ontstane vlakverdeling dan zeg ik jongen, dat je een groot kunstenaar bent. En kijk nu eens naar mijn werk. Ja klaas, wanneer ik die vreemde rotsformatie zie waarin die lijnen een suggestie vormen van een ander leven, dan zie ik het helemaal zitten. Je bent bezield man, je bent werkelijk geïnspireerd. En daarna applaudisseren de heren beleefd tot elkaar, waarschijnlijk omdat verder niemand dit ooit zal doen.

De gewone burger zou bij het zien van de zo bejubelde doeken zich waarschijnlijk afvragen, of de een hutspot over een vuil doek heeft gegooid en zal zich afvragen, waarom de ander ongeschilde aardappelen meende te moeten uitbeelden. Dat is geen kunst. Kunst ontstaat eerst wanneer er een mogelijkheid bestaat dat je bij iedere beschouwer iets wakker kunt roepen.

De geestelijke betekenis van kunst is gelegen in het feit dat zo ook verborgen drijfveren, vergeten dromen, onbesefte angsten of verwachtingen tot het besef kunnen doordringen. Wanneer de kunstenaar de mens wekt tot het beschouwen van een andere wereld, zelfs wanneer dit een fantasiewereld is, een mens een ogenblik confronteert met verdrongen delen van zijn ego, is hij voor mij eerst een kunstenaar met een geestelijke betekenis. Wanneer je de mens door een beeld, een voorstelling, voor een ogenblik weet te hullen in het weldoende fluïde van ontspanning, die genezing  kan brengen, ben je volgens mij een waarlijk magisch schilder of kunstenaar – ook al is het beeld mogelijk opgebouwd uit vreemde cirkels, die schijnbaar zinloos door elkaar kleurlekken over het doek

De kunst heeft de sleutels ven het onbewuste. De kunst heeft de sleutels zelfs van het geestelijke in de mens en kan daardoor deze dingen soms in de mens wakker roepen. Soms. Alleen waar een kunstenaar door werken daarin slaagt, hoe incidenteel dit ook moge geschieden, mag je van werkelijke kunst spreken.

De rest is vakwerk of knoeiwerk en meer niet. Ik wil hieraan nog enkele opmerkingen toevoegen. De kunstenaar moet zichzelf zien als een handwerksman, niet als een uitverkorene. Op het ogenblik dat hij denkt dat hij door zijn artist zijn meer of beter is dan anderen, is de kans immers groot dat hij zichzelf en zijn mogelijkheden verliest in een toenemende wereldvervreemding. Om de wereld wat te kunnen geven, moet je ook een normaal deel blijven van die wereld.

Een mens kan denken dat kunstenaar zijn je rechten geeft, die verder gaan dan die van anderen. Maar dit is onjuist. Kunstenaar zijn betekent wel dat je het leven meer emotioneel beleeft, dat je sterker visualiseert en meer in gescheiden perioden pleegt te leven dan andere mensen. Toch moet je zo goed je kunt een gewoon mens blijven, omdat je dient te spreken tegen gewone mensen door je kunst en niet alleen maar tegen je gelijken oreren moet.

De artist moet een goed vakman zijn. Want zelfs de edelste gedachte kun je niet met onvolledige middelen weergeven en innerlijke gloed kun je niet uiten door middel van bluf. Zelfs het gebruiken van de grootste eenvoud bij het gebruik van middelen eist grote vaardigheid en vooral ook grote beheersing. Naïeve kunst bv. die zonder een dergelijke beheersing ontstaat, is niet echt meer, maar vertolkt eerder de kinderachtigheid, die geboren wordt uit de onmacht, jezelf uit te drukken.

Een kunstenaar moet zijn vak beheersen. Wanneer je de steen wilt houwen, moet je de steen kennen, aanvoelen hoe zij in de rots zat. Je  moet de steen voelen, zoals zij is met haar eigen structuur tot je eenvoudig gaat voelen, waar fouten zitten en hoe breuklijnen in een brok steen waarschijnlijk lopen. De beeldhouwer moet één kunnen worden met een klomp steen. Pas wanneer hij die eenheid bereikt en werkelijk eerst dan, kan hij terecht zeggen dat het beeld dat in hem leeft in de steen schuilt en kan hij het er ook uit houwen. Dit neemt niet weg, dat ik groot respect heb voor het handelstalent van sommige kunstenaars, die hun werken verkopen zonder werkelijk iets te kunnen. U weet wel, die mensen die beginnen met een vrouwelijk naakt en als eindproduct uiteindelijk komen tot twee hammen op een keukentafel. Dergelijke artistiek onbekwame kundige handelaren veranderen eenvoudig elke keer, wanneer iets in hun schepping verkeerd gaat, de titel, en knoeien lustig verder. Want het eindproduct is in ieder geval goed, zolang er maar een pakkende titel voor te bedenken valt. Ik waardeer dit kunstjes werkelijk, maar ik vraag mij af of een dergelijke werkwijze die gemeenlijk bovendien probeert te beantwoorden aan alle heersende modes nu werkelijk kunst genoemd kan worden.

Tot de ware kunstenaar zou ik dan ook willen zeggen: probeer niet zo maar eens iets te maken, maar probeer uit je diepste verborgenheid iets neer te zetten en geef je voelen en beleven gestalte – of dit nu in de vorm van een allegorie, een landschap of een abstract gebeurt. Druk je desnoods uit in vakjes, zoals Mondriaan heeft gedan of zoek je gevoelens en zelfs verwarringen uit te drukken middels een trompe l’oeil. De werkwijze en de middelen zijn, mits beheerst, van geen belang. Maar om ware kunst voort te brengen, moet er eerst iets in je bestaan. Door vormen en kleuren moet je innerlijk naar buiten kruipen als een gedachte, een signaal dat onhoorbaar maar voortdurend uitgaat van je werk tot het een weerkaatsing vindt en de mensen wakker roept tot zij uit hun diepste zelf een antwoord proberen te geven.

Kortom, niet alle kunst is kunst. Heel wat kunst is niet meer dan kunstenmakerij… En toch, wanneer u het mij vraagt, is er geen enkele weg waarlangs de innerlijke, de geestelijke waarden, de onzienbare en slechts deels besefte achtergronden van het bestaan, juister en feller tot uiting kunnen worden gebracht dan juist middels die beeldende kunst. De ware kunstenaar beschikt over een schrift, waarin het onzegbare en het onbekende kunnen worden uitgedrukt, waarin verborgenheden mee kunnen klinken. Beeldende kunst geeft vaak twee dingen gelijktijdig, waarbij er een in feite een soort suggestie is, een bijna onwillekeurig ontstaande tweede betekenis.

Zoals je bij muziek soms meent onhoorbare harmonieën te horen, die voort botsen uit de atonaliteiten die werkelijk verklankt worden. Zo kan een kunstenaar soms de hel laten meeklinken in een vredig toneel en in een beeld van de hemel een gedachte doen meeklinken die nog bitterder is dan Guernica.

In schetsen van een dodendans kan in de dreiging van de dood een meeklinken van het menselijke leven, de menselijke hoop en verwachtingen leven, waardoor de mens zichzelf beter leert kennen en zelfs de dood uiteindelijk leert zien als een hemelwezen. Dat is kunst. En wanneer je dit kunt geeft het niet of je Dürer heet of Piet Jansen; maakt het niets uit of je een Rogier van der Weyden bent of een Henk van der Heiden. Want de werkelijke vraag aangaande kunst is en blijft, of je gravende uit de diepten van je eigen wezen, iets zo neer kunt leggen dat een ander erdoor geboeid wordt.

De veel verguisde en veel verheerlijkte van Gogh heeft in die ruwe, steeds worstelende penseelstreken van hem een hemel weergegeven met een dreiging, zo groot, dat zijn visie op een boomgaard alleen door die hemel erboven, wordt tot een aankondiging van een laatste oordeel. Je kunt zeggen dat de man gek was. Misschien was hij het. Maar hij heeft iets gegeven wat de mensen tot vandaag de dag trekt, beweegt. Hij heeft zonnebloemen geschapen die zo krankzinnig zijn dat, wanneer je ze goed beziet, dat het lijkt of zij je willen verteren, alsof zij zelf een zon zouden zijn die genadeloos op je toekomt en je dan uiteindelijk toch een oase van rust in zijn centrum biedt.

Maar wat praat ik. Er zijn zoveel kunstenaars geweest. Ik zou kunnen spreken over het bekende beeld van David, die overigens geen David heette toen de beeldhouwer hem maakte. Het beeld is duidelijk de aanbidding van de mannelijke vorm door een man, die juist die vorm belangrijk vond. Maar van dezelfde man kunt u een Mozes zien. En in die Mozes steekt iets van schrik, een angst voor het bijna saterachtige van de boden van God. Boden, die boven alle menselijke wetten staan, die door alle menselijke gebruiken heen schijnen te kijken en niet alleen vergeestelijkt zijn.

O, natuurlijk, je kunt zolang redeneren, dat een mooi heilig Hartbeeld ook kunst wordt. Maar is een dergelijk beeld, hoe vaardig ook ontworpen in feite niet slechts het voeden van een droom die reeds bestaat? Wanneer de kunstenaar alleen de echo wordt van de ijle beloften die al eeuwen lang geklonken hebben, moet hij zichzelf onderdrukken. En dan wordt hij voor mij eerder een oplichter dan een kunstenaar. Maar op het ogenblik dat hij een dergelijk beeld zou scheppen dat de mensen opeens doet beseffen dat de figuur Jezus niet alleen maar een verlosser is, maar vooral een weg, een gestalte die wij door onze gestalte moeten leren vervangen, dan is hij voor mij een groot kunstenaar.

De grootste moeilijkheid is wel het trekken van een grens tussen kitsch en kunst. Veel van de meest beroemde kunstwerken zijn in mijn ogen eerder kitsch. Veel van hetgeen een Rubens ooit heeft geschapen is voor mij niet veel meer dan de zorgvuldig uitgebeelde vlakte van bloot vlees die zijn betekenis eerst kan verliezen, wanneer je in de details zoekt en even opgaat in het landschap, dat er achter staat, wat, onder ons gezegd en gezwegen, niet door de meester zelf werd ontworpen en uitgevoerd. Daarvoor had hij zijn specialistische knechten die men verkeerdelijk wel zijn leerlingen noemde.

Neem Hals. Dergelijke typen noemt men ook nu nog wel onnozele hals. Maar soms vangt hij iets wat net iets meer is dan alleen een mens. Jan Steen, die van het huishouden, is al net zo. Kijk eens naar zijn mensen, kijk naar de weerkaatsing vooral van de menselijkheid van de mens en zie dan ergens achter in het doek soms toch weer een kind of een oud wijfje met een droom en laat je daardoor even bezatten. Dan zie je opeens, in vele stukken tenminste, hoe achter de gewone wereld van de gewone mensen toch de droom leeft. En dan is er opeens ook in die vreemde, soms losbandig aandoende tafrelen een geestelijke werking, een diepe achtergrond.

Waarom zouden wij een dergelijke zinrijkheid alleen zoeken bij de modernen of alleen bij de antieken desnoods? Kunst is tijdloos; wanneer het maar werkelijke kunst is. Want werkelijke kunst spreekt tot de verborgen diepten van de mens en die veranderen niet zoveel. Nogmaals, ware kunst confronteert de mens met de verborgen wereld waarvan hij toch ook deel is. Wie dat kan of tenminste steeds weer probeert, is een waar kunstenaar, wie dit niet doet is een handwerkman, de vervanger van de fotograaf of leverancier van wandbekleding voor de nouveaux riches.

Hebt u commentaar?

Vragen

  • Heyboer met zijn bruiden en Appel verdienen miljoenen met hun werk. Voldoen ook zij aan de eisen die u gesteld hebt ten aanzien van de inhoud?

Het is moeilijk u dit precies duidelijk te maken. Het is nl. zo dat Heyboer net als Appel in de mode is en daardoor veel kan verdienen. Dat de man vier bruiden heeft? Och, ik denk dat er heel wat mannen zijn die hem dit benijden, terwijl zij niet eens beseffen waar het hem in werkelijkheid om gaat. Maar soms zijn er inderdaad litho’s van zijn hand die inderdaad de door mij bedoelde eigenaardige werking bezitten.

Appel is natuurlijk vaak joviaal, brutaal, een verfsmijter. Maar soms is ook hij wel degelijk bezield en maakt uit zijn verfklodders fascinerende edelstenen, die een mens soms een ogenblik kunnen absorberen, die spreken ook tot de innerlijke mens. En wie zal dan zeggen dat Appel op dat ogenblik geen werkelijk kunstenaar is? O, hij verdient veel. En mensen hebben graag veel. Dus neem het hem niet kwalijk, dat hij op bepaalde ogenblikken ook een soort massaproductie vervaardigde.

U stelt dat u met zowel de werken als de resultaten daarvan moeilijkheden hebt. Vermoedelijk omdat u de werken van bepaalde modernere coryfeeën niet gezien hebt en hun levenswandel nog niet uitvoerig hebt leren kennen. Mijn standpunt is, dat het veel of weinig verdienen omtrent de waarde van werkelijke kunst maar weinig zegt. Maar iemand die eenmaal in zijn leven de ziel van een groot aantal mensen weet te beroeren door de verborgen boodschap van hetgeen hij schept, is in mijn ogen een werkelijke kunstenaar. Alleen dit is mijn maatstaf, geen andere. En dit betekent voor mij, dat ik zowel Heyboer als Appel onder de werkelijke kunstenaars moet rangschikken.

  • Wat vindt u van een kunstenaar als Johfra?

Ik kan hem bewonderen, Johfra herschept in feite de mythe. Hij schept het mystieke beeld, dat alleen gelezen kan worden in zijn volle betekenis door degene, die geleerd heeft ook alle symbolen juist te duiden. Gelijktijdig weet hij, zoals meerderen uit die school, contrasten te hanteren die de mensen beroeren, een soort licht duister werking, een vista suggererende naar het “andere”.

Een deel van zijn werken is voornamelijk een kwestie van manierisme en meer niet. Maar Johfra – al is hij na mijn tijd en weet ik niet al te veel van zijn werk –  heeft naar mijn weten tenminste 3 werken voortgebracht die bij bepaalde mensen de door mij bedoelde weerklank weten te wekken en zelfs bij mensen die van kunst verder weinig of niets weten of verstaan.

Kortom, Johfra is ongetwijfeld een kunstenaar en bovendien een goed vakman. Dat hij een tijd in de mode kwam, heeft hij natuurlijk goed uitgebuit en zo hoort het ook in deze tijd. Want dat doen er wel die minder presteren. Bovendien lijkt het mij voor de kunstenaar beter, zijn diepste gedachten en verwachtingen zo te midden van een hoop vakkundig gemaakte rommel te verbreiden onder vele mensen, dan de diepste gedachten die je hebt ten gronde te zien gaan in de contraprestatie. Of niet soms?

Johfra en velen van deze school moet je de eer geven, dat zij soms de ziel van de dingen weten te vangen. Bovendien zijn dit fijnschilders, die met zeer fijne details plegen te werken en daardoor tonen niet slechts kunstenaars, maar ook vakmensen te zijn. En ook dit laatste betekent in uw dagen wel degelijk een onderscheiding. Trouwens, een vakman, die bovendien zo nu en dan bezield wordt, is volgens mij het ideaalbeeld van de kunstenaar.

  • Legt Johfra in zijn werken niet ook beelden van de astrale sfeer vast?

Dat is moeilijk met zekerheid te stellen. Wie de door hem gemaakte voorstellingen beziet, zal moeten toegeven dat zij allen ook op aarde bestaande overleveringen, symbolen en samenhangen weergeven.

Zo onder ons kunnen wij wel aannemen, dat er bepaalde waarnemingen of belevingen van het astrale niveau en soms zelfs van een hogere wereld mede verwerkt schijnen te zijn. Door dit echter als feit te stellen, scheppen wij voor de meeste gevallen eerder een verwijdering tussen de kunstenaar en de beschouwer van zijn werken. Trouwens, wanneer u alleen kijkt naar een kunstwerk, omdat dit volgens u astrale vormen bevat, kijkt u anders en zult u uzelf daarin niet meer terug kunnen vinden. En juist deze in de mens tot stand komende zelferkenning is het die de kunst geestelijk zo belangrijk maakt. Laat ons op deze mogelijkheid dus maar niet te zeer de nadruk leggen.

  •   Biedt mediamiek schilderen zoals bv. Jozef Rulof heeft gedaan, mogelijkheid om een groot gehalte aan geestelijke inhoud te verwerken?

Nu moet u toch eens goed luisteren. Wanneer je werkt met afstandsbediening, moet je wel een heel perfect instrument hebben, om daardoor nog alles weer te kunnen geven, wat er in je leeft. Dit wil zeggen dat mediamiek schilderen wel mogelijkheden kan bieden, wanneer de overeenstemming tussen inspirator en instrument een ogenblik de perfectie benaderen kan. Dan is er een ogenblik, waarop je mogelijk waarden en waarheden op een zodanige wijze middels je instrument kunt weergeven, dat de beschouwer van het werk deze als het ware kan herbeleven.

U noemde Rulof bij naam. Het wonderlijke bij hem is, dat de meest sprekende waarden van zijn werk juist licht-donker contrasten zijn. Het zijn niet de bloemstukken, hoe symbolisch ook, de stillevens, de wat vage hemelachtige stukken, die een invloed overbrengen naar de mens, maar juist doeken vol uit rotsen en bergen opgebouwde somberheid waarachter het, licht schijnt.

Zo blijkt dat het innerlijk van de man en de inspirator in sommige gevallen inderdaad een signaal tot stand bracht dat in de mensen wordt weerkaatst en in hen iets wakker roept. Maar dit betekent nog niet, dat alle werk, dat geïnspireerd wordt – of dit nu bij Rulof of bij anderen gebeurt – op zich en alleen daardoor kunst is in de zin, waarin ik dit begrip heb gehanteerd.

  • U hebt het in het bijzonder over schilderen en beeldhouwkunst gehad. Maar voor muziek en literatuur zal wel hetzelfde gelden?

Mijn opdracht betrof de beeldende kunsten en dit zijn volgens mij die kunstvormen welke voorstellingen scheppen op een meer blijvende wijze. Muziek en in mindere mate ook literatuur beschouw ik dus niet als beeldende kunsten.

De laatste tijd zijn er nogal wat muziekgroepen die je als uitbeeldende kunstenmakers zou kunnen betittelen, dat is waar. En een schrijver kan onder omstandigheden schilderen met woorden en een sfeer oproepen. Maar er is volgens mij toch een verschil tussen deze woordkunst en de beeldende kunst, omdat woordkunst de boodschap expliciet overbrengt en zo vaste, alleen nog te aanvaarden of te verwerpen waarden schept, waar de beeldende kunst berust op eigen waarneming van de beschouwer en geen interpretatie afdwingt in een bepaalde richting.

Toch kunnen ook muziek en woordkunst soms sleutels bevatten, waardoor het innerlijk van de mens een ogenblik beter beseft kan worden. Woordkunst bestaat uit het aaneenrijgen van associaties op een zodanige wijze dat het eigen denken van degene die leest tijdelijk onderdrukt wordt en hierdoor een ogenblik het wereldbeeld van de schrijver in de mens herontstaat. Of dit geestelijk enige betekenis heeft, is niet zeker, daar het sterk afhankelijk blijft van de associaties en dus ook mentale bronnen in de lezer.

Bovendien is het geschreven woord gevaarlijk, omdat het een soort bron en rechtvaardiging voor egomanie kan inhouden, ook al is het anders bedoeld en is de feitelijke kern geestelijk een geheel andere dan dat wat lezers er uit menen te mogen puren.

Kijk maar eens naar het meest gelezen boek aller tijden, de Bijbel en zeg mij dan eens, dat het niet waar is, dat vele egomanen daarin de rechtvaardiging gevonden hebben voor hun daden, het opleggen van hun wensen en dromen aan anderen onder het motto dat zij aan dit heilige door God geopenbaarde boek het recht ontlenen om eenieder neer te slaan die het ook maar iets anders meent te lezen of zich afwijkend van de gestelde regels en wetten durft gedragen.

Voorzichtigheid is dus wel zeer noodzakelijk. Maar zoals u het stelt, moet ik toegeven dat alle kunsten mogelijk sleutels in zich dragen waardoor het innerlijk van de mens naar voren kan komen. Dit geldt zelfs voor het toneel, waarop soms een enkele juist gezegde zinsnede de mensen opeens kan terugvoeren tot iets in het eigen ik. Trouwens, wanneer dit gebeurt, plegen daarna die ogenblikken te volgen, waarop er geen applaus komt omdat de mensen nog stil zijn van hun verwerken van de ondergane inwerking. Trouwens, er zijn ook mensen die met stekeligheden de mensen weten te beroeren in hun innerlijk, vaak zo diep, dat zij lachen om te kunnen vergeten, hoezeer zij in hun diepste innerlijk geraakt zijn. Ook dit zou je als een kunstvorm kunnen beschouwen. In ieder geval is stekelig zijn wel mijn speciale kunstje.

Voor wij echter afwijken naar nog andere vormen van kunsten, wil ik u er aan herinneren, dat wij vandaag op uw en niet speciaal volgens mijn wil of mijn verzoek spreken over de beeldende kunsten. Wat ik daaronder versta, heb ik reeds duidelijk gemaakt: schilderkunst, beeldhouwkunst en alle daarvan afgeleide kunstvormen. Hierbij beschouw ik architectuur als een soort beeldhouwkunst in de ruimte. Dit laatste ongeacht het feit, dat vele moderne architecten hun kunst beschouwen als een mogelijkheid en vrijbrief tot het spelen met een blokkendoos en dan het werk omzetten in betonkolossen van meer dan menselijke grootte. De stijlnamen, die men hanteert, kunnen niet verhullen dat er op zijn minst sprake is van een vorm en ruimtebesef. Persoonlijk heb ik het gevoel dat in de moderne architectuur de stijlloosheid de meest geliefde stijl is geworden.

Zo kunt u daardoor bv. de verhoudingen in Scheveningen steeds schever zien worden. Wat eens de glimlach van het strand was, is nu de vertrokken grijnslach van de commercie aan het worden, terwijl die lach bovendien het uitzicht geeft op een uitvoerig beschadigd gebit.

Indien ik echter spreken moet over vooral de geestelijke betekenis van de beeldende kunsten, dan vindt ik mijn beste vergelijkingsmogelijkheden en het duidelijkste materiaal toch wel degelijk in beeldhouw- en schilderkunst.

Ik kan natuurlijk aangeven dat er ook andere vormen bestaan, waarin het door mij gestelde mogelijk is. Sommigen doen het met weven, met gobelins, applicatiewerk, poppenmakerij enz. Sommige mensen plakken de meest wonderlijke dingen bij elkaar en ook dit kan kunst zijn.

Overigens lijkt mij dit een vooral Nederlandse kunstvorm, want wanneer je ziet wat men in de tweede kamer aan elkaar geplakt heeft, is het bijna onvoorstelbaar. Al wat ik gezegd heb omtrent de geestelijke mogelijkheden en betekenis van de beeldende kunsten kunt u ook hierop van toepassing achten.

Indien u het betreurt, dat ik het boek niet besproken heb, zo kan ik alleen zeggen, dat de Boekenweek al voorbij is en dat u bovendien blij kunt zijn, dat ik zo niet in de verleiding kom een boekje open te doen. Trouwens, op het ogenblik dat de scheppingsdrang van een auteur tot een handelszaak wordt, wordt zijn imago belangrijker dan zijn persoonlijkheid en de verkoopbaarheid van zijn woordenspel belangrijker dan zijn ziel. Bovendien zal men om “in” te zijn veel drieletterwoorden dienen te gebruiken. Dan krijg je iets als “Ik, Jan Cremer” waarin alle momenten van werkelijke waarneming steeds weer begraven worden onder de drieletterwoorden. En daarmee hebt u van mij meteen een stukje literaire kritiek gehad, iets wat u van mij  waarschijnlijk niet hand verwacht.

Over toneelspel kan ik trouwens ook wel iets zeggen, want de wereld is vol van komedianten. Enkele daarvan spelen in theaters, anderen op de kansel, in de rechtszaal, in het parlement of in eigen gezin. Komediespelers tref je in alle openbare en de meeste andere instellingen aan. Komedie overal. En ook hier ben ik bereid aan te vullen: een komediant, die in staat is het innerlijk van een medemens te beroeren, zonder hem gelijktijdig een vals beeld op te dwingen is een kunstenaar – of hij nu preekt, een begroting verdedigt, zich ziek houdt of alleen maar een vers zegt.

En muziek? Die vergt in de eerste plaats voorstellingsvermogen en enige beheersing van instrumenten wanneer zij gespeeld moet worden. Hierbij gaat het niet om het scheppen van een beeld dat voor alle mensen gelijk is, maar eerder om de associaties, die men bij verschillende mensen weet te wekken. De normale ritmen van de mens zie je in zijn bewegen: driekwarts maat, vierkwarts maat zijn gemeenlijk voldoende. Wanneer je de mensen er dan toe kunt bewegen in het ritme van een 5/8 maat toch nog iets van hun eigen ritme van 4/4 en 3/4 maat terug te vinden, ben je een groot componist. Zeker, wanneer je nog ingewikkelder tempi en maatindelingen hanteert. Want wanneer de mensen dan nog geboeid worden, heb je voor hen in feite een deel van het voor hen onkenbare verklankt.

Toch moet u er zich niet te veel van voorstellen. Meestal komen de luisteraars en vele musici niet veel verder dan een soort tearoomtango uitgevoerd door een symfonieorkest voor een gehoor van toondove luisteraars die zeggen het mooi te vinden in de hoop daardoor aanzien te gewinnen bij degenen, die het werk nog niet gehoord hebben. Het mooiste van concerten is voor mij altijd weer het groot aantal mensen die in hun begeestering voor het opus van Von Beethoven opeens herinneren wat het recept ook weer is voor die velouté de poule die moeder zo lekker maakte.

  • U sprak even over architectuur. Welke betekenis, ook geestelijke, hebben kathedralen als die de Chartres, Amiens en Beauvais?

Deze bouwwerken hebben veelzijdige betekenis. Zij geven uiting aan de macht van de kerk. Zij tonen het vakmanschap van de bouwers. Zij scheppen bovendien een ruimte met juiste verhoudingen, wat al belangrijker is, en ten laatste zien wij hier hoe een ruimte met een geheel eigen sfeer kan ontstaan, waarin de mens geconfronteerd wordt met zijn innerlijke begrippen omtrent God. Waaruit blijkt dat de architectuur wel degelijk in staat is een ook voor geestelijke doeleinden juiste ruimte te scheppen, die aangenaam aandoet of, in andere gevallen, onaangenaam aandoet.

Wanneer wij bv. de kathedraal in Chartres vergelijken met het Centraal Station in Den haag hebben wij een perfecte tegenstelling, zowel in sfeer, mogelijkheden als in opvatting. Wanneer een architect vakkundig is, zal hij het volgende in ieder geval moeten kunnen bereiken: 1 doelmatigheid. 2. Een structuur die mee sfeerbepalend is voor een juiste sfeer volgens het doel van het bouwwerk. 3 Het scheppen van mogelijkheden waardoor een uitbreiding en eventueel verdieping volgens de oorspronkelijke bedoeling van het bouwwerk mogelijk zal zijn.

In de Kathedralen is dit inderdaad waargemaakt, in het Centraal Station. zal dit nooit geheel kunnen gebeuren. Weet u wat dit centrale station in feite is? Een door spoorwegen en andere instanties tezamen geschapen perfecte gelegenheid om in de verkeerde trein of tram te stappen of, wanneer je haast hebt, je tram of trein nog net te missen.

  • Is een mandala een afbeelding, waarin de geestelijke betekenis het duidelijkste tot uiting wordt gebracht?

Niet direct. Een mandala is een afbeelding die ten doel heeft – of een structuur – in de mens iets te ontsluiten. Zij brengt als zodanig niets zelf tot uiting en stimuleert zelf weinig of niets, maar geeft de mens wel de mogelijkheid tot een zo juist mogelijke concentratie te komen en de juiste gevoelsinstelling te vinden voor bepaalde geestelijke oefeningen en taken. Er is dus geen boodschap, ofschoon de gehele structuur wel degelijk bedoeld is om innerlijke reacties mogelijk te maken. Met enige goede wil kan men dus stellen dat de mandala een op zich niet actieve constructie is die dermate gebaseerd is op bepaalde aan bijna alle mensen eigen kwaliteiten, dat hierdoor een activeren van bepaalde en bewust gewilde geestelijke kwaliteiten eerder mogelijk wordt. De mandala op zich is dus in feite geen kunst, ook al kan zij soms omringd worden door niet ter zake doende, maar in stijl en sfeer passende beelden of kleuren en lijnen, die dan wel weer kunst zouden kunnen zijn. Kortom, een mandala kan eerst als kunst worden aangesproken wanneer je haar weet te omringen met overbodigheden zonder dat haar eigen karakter en mogelijkheid daarin teloor gaat.

  • De demonische figuren van Jeroen Bosch, heeft hij die in die verwarde tijden kunnen zien of zoiets?

Ik heb eerder het gevoel dat hij, als kind van zijn tijd, getracht heeft de verwarring van en de verwarring veroorzaakt door de geestelijkheid uit te beelden. Hij deed dit op een zodanige wijze, dat hij daarbij gelijktijdig de onmacht van de mens, de zelfverdoeming van de mens en de toch bestaande mogelijkheid tot het verwerven van voldoening, geluk en zaligheid ondanks alles uitbeeldt. Denk aan de groepen die wegtrekken naar onbestemde verten, die niet alleen maar oorlog, rook en brand doen vermoeden.

  • Men zegt vaak dat ware kunst uit nood geboren wordt. Heeft dit iets te maken met de stelling dat lijden noodzakelijk is?

Geheel waar is dit natuurlijk niet, ofschoon ik toegeef dat de moderne kunst soms de indruk wekt dat zij uit hoge nood geboren is. Ik stel nadrukkelijk dat kunst niet uit nood geboren behoeft te worden en herinner er aan dat heel wat grote kunstenaars alles behalve noodlijdend zijn geweest in de tijd dat zij hun beste werken maakten.

Wel is het zo, dat de kunst een drang is, waardoor men vaak niet in staat is zich volledig te wijden aan alles, wat maatschappelijk wenselijk is. Anders gezegd: de kunst kan tot een vorm van bezetenheid voeren waarbij men niet meer in staat is, de maatstaven van de gemeenschap als zodanig en voor zich te aanvaarden. In dat geval zal de spanning die tussen de gemeenschap en de kunstenaar kan ontstaan, inderdaad een noodtoestand veroorzaken, die bovendien voor de geboorte van vele kunstwerken aansprakelijk kan worden geacht.

In vele gevallen zijn de kunstwerken dan meer dan normaal geladen omdat de kunstenaar probeert daarmee zichzelf te rechtvaardigen en gelijktijdig aan de wereld duidelijk te maken dat hij recht heeft op vele zaken, die in de normale maatschappij alleen in het verborgene schijnen te mogen bloeien. In vele gevallen heeft hij inderdaad gelijk en confronteert zo door zijn werk inderdaad de mensen met een verborgen deel van hun ik. Maar  aan de andere kant is het natuurlijk zo dat wanneer men alles wat in het verborgene pleegt te bloeien opeens in de openbaarheid zou brengen, de gemeenschap niet meer zou kunnen bestaan in haar huidige vorm, wat betekent, dat ook een mecenaat niet meer voor zou komen.

De kunstenaar, die dit vaag aanvoelt, maar niet wil aanvaarden, laat staan zich geheel wil aanpassen, vertaalt dit dan in een lijden dat noodzakelijk is om zijn kunst te kunnen produceren. ofschoon het lijden veelal eerder voortkomt uit zijn weigering zich aan te passen dan uit de onmogelijkheid zonder dit zijn werken te scheppen. Het zijn vooral de minder geslaagde kunstenaars en degenen, die geen plaats  kunnen vinden in de gemeenschap zoa1s deze is en leeft, die deze stelling Verkondigen. Het maakt het hen bovendien dan mogelijk op geslaagde kunstenaars neer te zien als mensen, die wel iets maken, maar niet voldoende weten te lijden om iets van werkelijke betekenis voort te kunnen brengen.

Ojee, een mooi betoog, dat het nadeel heeft, dat het bovendien nog waar is ook. Nog iemand? Neen? Wij zijn er dus. Dat is prettig. Jullie zijn werkelijk vlot vandaag.

Ik heb geen bezwaar hoor, want ik heb nog vel enkele kleine definities bij de hand die ik nu gevoegelijk kan lanceren voor ik al mijn slotwoord toekom.

Allereerst dan deze, het verschil tussen kunst en kunstenmakerij is gelegen in de innerlijkheid die naar buiten komt in de kunst, terwijl bij kunstenmakerij uiterlijkheid juist de leegte van het innerlijk pleegt te verhullen.

Een uitvoerend kunstenaar behoort iemand te zijn die de kunst van een ander in zich weet te herscheppen. Heel vaak is het echter iemand die zich kunstenaar noemt en  verder zoveel mogelijk rust achter een bordje waarop staat werk in uitvoering.

Ik heb de grootste bewondering voor de kunst omdat zij altijd vooruit loopt op de wetenschap. De kunst voelt nl. datgene intuïtief aan en geeft het ook weer, wat veel later eerst door de wetenschap als een nieuwe vinding wordt aangekondigd en bewezen. Maar de kunst is niet in staat een nuttig gebruik te maken van haar intuïtieve erkenningen, maar kan deze alleen aan anderen overdragen. De wetenschop daarentegen zal in vele gevallen haar onvermogen tot   erkennen gebruiken om anderen haar eigen inzichten zonder meer op te leggen.

Heb ik niemand beledigd? Niet? Dan moet ik nog even doorgaan.

De  werkelijkheid, die wij beleven, is een droom. De kunst om die werkelijkheid achter de droom weer te geven, is nu juist het vermogen de droom te laten zien als wat zij is, terwijl de schaduw van de werkelijkheid daar doorheen komt.

De grootste kunst voor een kunstenaar is zijn kunst als kunst te verkopen aan degenen die zich kunstkenners noemen zonder kunst te kennen.

Met welke fraaie woorden ik dit kunstzinnig geheel langzaam aan zal moeten gaan afronden. Dat afronden doet mij aan iemand denken. Het was, een boerenmeid, maar als je haar zag, was het een zeer kunstzinnig geheel, een perfecte samenvoeging van ferme lijnen en volle kleuren – indien u begrijpt wat ik bedoel.

En daarmee komen wij toe aan het slotwoord. Wij zijn bezig geweest over de geestelijke betekenis van de kunst. Maar eigenlijk heeft alles in het leven zijn geestelijke betekenis wanneer wij die maar weten te vinden.

Wanneer wij ons dan ook vandaag gericht hebben op de kunst en dan nog wel op zeer bepaalde kunstvormen, zo heb ik dit gedaan omdat dit nu eenmaal de gebruikelijke benadering is van de kunst.

Ik wil echter nu, aan het einde van deze bijeenkomst, toch het volgende stellen: Alles kan kunst zijn en wel wanneer het verder reikt dan zijn uiterlijke mogelijkheden kenbaar maken. De grootste kunst van de mens is het misschien wel, God te beleven. Maar God beleven wil juist zeggen dat je het onuitsprekelijke in jezelf voor een ogenblik als waarheid kunt aanvoelen. Wanneer je nu kans ziet dit onuitsprekelijke als een zweem door te laten lekken in hetgeen je bent, in hetgeen je doet en hetgeen je vervaardigt, ben je pas werkelijk een kunstenaar.

Misschien is het dwaas, dit zo te stellen in een tijd, waarin de mensen vaak niet eens meer aan ’t bestaan van de ziel geloven. Toch zou ik willen zeggen dat werkelijke kunst eerst geboren wordt op het ogenblik dat de ziel spreken kan met de middelen van het verstand of de vaardigheden van het lichaam. Wanneer je dit in de gaten houdt, zult u de kunst waarschijnlijk toch wat anders gaan benaderen. En zeg niet dat u iets mooi moet gaan vinden omdat het kunst heet te zijn. Wel zeg ik u dat u, wanneer u met kunst geconfronteerd wordt, moet leren in uzelf luisteren en zien om te ontdekken wat erachter schuilt. Kunst, waar niets achter schuilt is geen echte kunst en is geestelijk waardeloos. Maar kunst waarachter voor u, in uzelf een ander beeld kan oprijzen, is inderdaad scheppend werk. U bent dan de herschepper, herscheppend kunstenaar ten aan zien van elk kunstwerk dat u werkelijk beleeft en kunt heel wat meer herscheppend werk in uzelf doen dan u vermoedt. Onthoud nu maar, dat wij in dit herscheppend werk onze gelijkenis met God waarmaken en daardoor ons eigen wezen juister leren doorgronden.

Zo, nu doe, ik eenieder een plezier en vooral het medium door te zeggen: vrienden dit was het voor vanavond. Hartelijk dank voor uw aandacht. Ik ben blij dat u onder mijn betoogtrant hebt willen lijden. Ik hoop dat u in het vele dat ik gezegd heb, iets kunt vinden waar u zelf nog eens mee kunt werken of eens nader over wilt denken.

image_pdf