De natuurkundige bewijsbaarheid van het occulte

image_pdf

26 maart 1982

Natuurkundig kun je het occulte niet bewijzen, wel het bestaan van iets wat mogelijk het occulte insluit of daarvan deel uitmaakt. Om u enkele typische voorbeelden te geven: Wanneer materialisaties plaatsvinden, wordt daarbij als tweede energiebron een deel van de luchtenergie – warmte – verbruikt. Dit betekent dat op het ogenblik van een dergelijk fenomeen een ongelijkmatige, maar meetbare reeks van temperatuurdaling zal kunnen worden geconstateerd in delen van de ruimte waarin het fenomeen zich afspeelt. Deze dalingen zouden, uitgedrukt in graden Celsius maximaal rond 4 graden bedragen en minimaal 1 1/2  graad wanneer wij uitgaan van een aanvangstemperatuur van 20 tot 22 graden.

Dit effect zal dus meetbaar zijn. Maar daarmee is nog niet bewezen dat het verschijnsel op enigerlei wijze geschiedt in overeenstemming met de occulte verklaringen. Men toont alleen aan dat bij het ontstaan van het verschijnsel ook warmte-energie werd onttrokken en waarschijnlijk omgezet in iets anders. Het zal u wel duidelijk zijn dat andere occulte zaken al even moeilijk te bewijzen zijn. Wanneer je probeert het bestaan van telepathie aan te tonen zoals Rhine heeft gedaan, is het wel degelijk mogelijk aan te tonen dat er iets bestaat. Zodra je echter wilt tonen dat dit verder gaat dan middels enige toeval rekening waarschijnlijk kan zijn, kom je in moeilijkheden, zoals gebeurde.

De moeilijkheid ligt in het feit dat je wel kunt aantonen dat er iets bestaat, maar niet wat het is en wat er precies gebeurt. Kom je met veronderstellende verklaringen die je probeert te onderstrepen met statistieken van genomen proeven, dan zal je al snel moeten ontdekken dat indien je je mede baseert op bepaalde in de natuurkunde bekende golf- of stralingsverschijnselen, de natuurkundigen de juistheid van de grafieken zullen aanvechten, terwijl de deskundigen op gebied van grafieken weer je verklaring aanvechten. Alle deskundigen kortom vallen je stelling en bewijs aan en steeds weer op die punten waarop zijzelf in feite het minst deskundig zijn. Want bewijsbaarheid is iets wat meer eist dan men wil stellen. Om tot een sluitend en erkend bewijs te komen, dienen niet alleen de feiten van het bewijs aangetoond worden, maar het bewijs als geheel inclusief de stellingen zal ook aanvaard moeten worden.

Het zal u duidelijk zijn dat juist ten aanzien van de occulte fenomenen en de daarbij optredende verschijnselen vooral ook vaak andere verklaringen of zelfs ontkenning van geldigheid voor velen veel eenvoudiger zijn dan erkenning of onderzoek.

Spreken wij bv. over mediamiciteit en kunnen wij aantonen dat tijdens de trance de persoon ook inderdaad bepaalde veranderingen vertoond, zo kan de onwillige nog altijd spreken over een bepaalde vorm van hysterie met lichamelijke gevolgen en zo de oorzaak van het fenomeen bv. terugzoeken in het onderbewustzijn van de proefpersoon.

Hebben wij te maken met helderziendheid, dan kun je nog altijd stellen, dat de helderziende in de waarneming dermate onnauwkeurig is dat het erkennen van een waarneming als zijnde geheel echt en juist niet van enige willekeur ontbloot schijnt te zijn. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik meen dan ook dat het enige op den duur aanvaardbare bewijs niet kwalitatief, maar vooral kwantitatief zou moeten zijn. Om het bestaan aan te kunnen tonen zou men verder althans voorlopig moeten afzien van een poging tot verklaren van het fenomeen. Men zou het gebeuren moeten registreren en dan moeten proberen het gebeuren als zodanig nader te definiëren; niet zich allereerst bezighouden met de mogelijke oorzaak ervan.

Elke mens die occulte gaven heeft, werkt immers daarmee vanuit eigen persoonlijkheid en gesteldheid,  bezit aan die persoon eigen bijzondere mogelijkheden en tekorten. Het zal u zonder meer duidelijk zijn dat alleen hierdoor al de voorwaarden voor het ontstaan van een fenomeen van persoon tot persoon en zelfs van dag tot dag kunnen veranderen.

En daarmee staan wij voor een bijna onmogelijke taak wanneer het gaat om het leveren van een bewijs op natuurwetenschappelijke basis: het is niet mogelijk onder gelijke condities en bij herhaling het gelijke fenomeen tot stand te brengen. Ik vrees dus dat wij, wat dit betreft, voorlopig nog wel even zullen moeten wachten. Wel zijn er gelukkig enkele andere benaderingen en ontwikkelingen in de laatste tijd gaande – op meer technisch terrein – die een ondersteuning zouden kunnen vormen voor bepaalde verklaringen ten aanzien van occulte fenomenen. Maar zelfs hier gaat het eerder om een ondersteuning van bepaalde stellingen, niet om het leveren van een wetenschappelijk vlekkeloos bewijs.

Ik wijs op het volgende: Men is erin geslaagd middels een receptor die geplaatst was in een kooi van Faraday signalen op te vangen die, bij een versterking met de factor 50.000, inderdaad geestenstemmen lieten horen zoals ook bij bandopnamen met bepaalde techniek elders werden geproduceerd. Deze “stemmen” waren in dit geval wat minder vervormd en minder onkenbaar dan bij dergelijke opnamen het geval pleegt te zijn, maar door de sterke en niet geheel uitfilterbare ruis kleven aan de ontvangen signalen nog wel enkele bezwaren.

Het feit dat dit niet altijd of met vaste regelmaat mogelijk bleek, is voor verdere publicatie van deze proeven voorlopig nog een belemmering. Men zoekt op het ogenblik nog steeds na of en hoe in deze magnetisch en elektrisch afgeschermde ontvanger signalen zouden kunnen doordringen. Zou men ertoe overgaan een verband te leggen tussen de aanwezigheid bij de proeven van bepaalde personen en het optreden van bepaalde stemmen, dan zou men mogelijk een beter inzicht krijgen.

Het gaat hierbij overigens over in Rusland – Odessa – genomen proeven. Een andere soort proef wordt op het ogenblik nog steeds genomen in Italië. Hierbij gaat het om het scheppen van een soort veld, dat van invloed zou kunnen zijn op het genezingsproces van patiënten. Stel u voor dat middels stelsels van draden in plafond en vloer van een bepaald vertrek een soort condensator-effect wordt gewekt waarbij de patiënten zich dus binnen het diëlektricum bevinden. Op de draden komt een spanning te staan, zij het gelijkstroom van verschillende sterkten, zij het wisselstromen van verschillende frequenties. Men meent binnenkort aan te kunnen tonen dat bij bepaalde spanningen en bepaalde soorten patiënten sneller en beter te genezen. Deze experimenten lopen nu reeds rond 10 jaren. Maar daar men wel versnelde genezingen heeft geconstateerd, maar geen algemeen geldende regels heeft kunnen stellen, laat staan een redelijke verklaring voor het fenomeen heeft kunnen vinden, staat alles ook hier, zover het bewijsbaarheid enz. betreft op natuurkundige basis nog in de kinderschoenen.

Ten laatste wil ik u wijzen op een aantal proeven die op het ogenblik in Californië worden genomen: Hier probeert men – vermoedelijk tot het experiment door bepaalde gebeurtenissen in Schotland aangemoedigd – door het denken van mensen de groei van planten te beïnvloeden. Dit gebeurt in klimaatkamers, zodat de omstandigheden gelijkblijvend en controleerbaar zijn. Er wordt gewerkt met vooral groepen studenten. Meerderen van hen behoren tot scholen of sekten waardoor kan worden aangenomen dat zij getraind zijn in concentratie, het uitstralen van bewondering, sympathie, rust enz.

De proeven zijn nog niet met goed succes zo vaak herhaald dat van enige werkelijke bewijskracht kan worden gesproken, maar toch verscheen kortgeleden in Pasadena een kleine publicatie waarin wordt gesteld dat, op grond van de reeds genomen proeven, kan worden aangenomen dat plantengroei zowel door muziek als door gedachtekracht kan worden beïnvloed. Door veranderingen in muzikaal ritme, maar ook van overwegend denkbeeld, zou een snelle verandering in de plantengroei bovendien bereikt kunnen worden.

Ik meen dat dit alles tezamen erop wijst dat veel van hetgeen nu nog duister of occult heet langzaamaan – zij het dan niet langs occultistische of spiritistische wegen – iets van zijn duisternis begint te verliezen.

Oorzaken zal men voorlopig nog wel niet geheel en bewijsbaar leren kennen, maar men zal meer en meer moeten aanvaarden dat bepaalde zgn. occulte fenomenen reëel zijn en dus niet in de eerste en voornaamste plaats op bedrog behoeven te worden onderzocht, maar moeten worden onderzocht op werking en zo mogelijk ook oorzaak.

  • Denkt u dat de stralingen waaraan dergelijke zaken worden toegeschreven op de duur ook met instrumenten meetbaar zullen worden zoals met kosmische straling het geval was?

In feite kun je sommige van die stralingen al aantonen, ook al kun je nog niet bewijzen dat zij bv. een essentieel deel zijn van bv. een telepathisch contact.

Ik verwijs hiernaar proeven die in Riga, Letland, genomen zijn. Het ging daarbij om veronderstelde telepaten. Hierbij werd gebruik gemaakt van een encefalograaf. Met de encefalogrammen kon worden aangetoond dat er een bijzonder sterke activiteit ontstond in een zeer bepaald deel van de hersenen rechts frontaal op de grens van de hersen lobben, op het ogenblik dat de proefpersoon probeerde een bepaald beeld aan een ander over te brengen. Wanneer er van enig succes daarbij sprake was, kwamen in de versterkte uitslag van dit controlepunt na langere tijd heftige uitslag opeens twee, soms drie sterke pieken voor, waarna de uitslag snel terugviel tot normaal of iets daarboven.

Waarmee ik maar wil zeggen dat meetbaarheid in dit opzicht kennelijk reeds bestaat zover het de toch geringe microstromen betreft in de hersenen. Gebruik werd gemaakt van schijfcontactjes met geleizalf. Het lokaliseren van het deel van de hersenen dat bij dergelijke inspanningen bijzonder actief is, was binnen redelijke grenzen mogelijk. Maar men zal eerst moeten leren het frequentiebeeld te ontleden en dit zal van persoon tot persoon nogal eens verschillen voor men in storingvrije ruimten met zeer gevoelige apparaten de aanwezigheid zonder persoonscontact of zelfs op enige afstand zal kunnen meten.

Maar wat andere fenomenen betreft: men zal naar ik meen, eerst moeten leren de vibratiegebieden van elkaar te scheiden en de verschillende intensiteiten en frequenties daarbij optredende te meten voor van enige bewijsbaarheid en betrouwbare meting sprake kan zijn. Het gaat hierbij overigens niet om een straling, maar om vibraties die worden gewekt in een overal aanwezig veld dat als een soort tussenstof dient.

Maar gezien dit alles lijkt het mij in afzienbare tijd toch wel mogelijk om versterkers te bouwen waarmee het bestaan van het basisveld aantoonbaar wordt en het bestaan van deze trillingen daarin duidelijk aantoonbaar kan worden.

Men zal dan in ieder geval een onderscheid kunnen maken tussen paranormale fenomenen en de normale fenomenen, die een dergelijke trilling niet of minder gericht en geconcentreerd vertonen. Mogelijkheden liggen op dit gebied er volgens mij zeker wel. Of men in de eerste tijd daartoe al zal komen is iets anders. Dat durf ik u niet te zeggen.

image_pdf