Gemeenschap op de wip

image_pdf

19 september 1975

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dus nadenken hoort er ook bij. Ons onderwerp voor heden zal van actuele aard zijn. Ik zou met willen spreken over:  Gemeenschap op de wip.

Wie de situatie van het ogenblik overziet, kan klagen, dat een enorme crisis de gehele mensheid overspoelt. Het vreemde hierbij is, dat die crisis er niet zou zijn, wanneer niet alles om de centen ging. Want er is van alles nog steeds genoeg, zeker bij u.

Maar die beroemde, voor de welvaart z.g. noodzakelijke groeiende economie is langzaamaan aan het verwelken. Ook de verdeling, zoals die op de wereld tot nu toe gold: Het grootste deel van de mensheid wordt door het kleinste geëxploiteerd, klopt niet geheel meer.

Geld is genoeg in omloop, maar van zekerheden en vaste maatstaven, zoals in het verleden, is in feite geen sprake meer. Zelfs is goud niet meer de feitelijke en praktisch waarde, vaste dekking van alle valuta’s.

In een poging de verschillende kanten te schetsen die de mensheid nu verder uit kan gaan, wil ik daarom beginnen met de stelling, dat de huidige situatie in ieder geval onhoudbaar is.

Wil je, zoals vele z.g. deskundigen, terug naar de oude toestand van economische groei en toenemende welvaart, zo zul je er voor moeten zorgen, dat er weer voldoende goedkope grondstoffen gevonden worden en dat men weer de beschikking krijgt over voldoende goedkope arbeid. Daarnaast zal men dan er naar moeten streven een zodanig kapitaalsrendement te bereiken, dat bezitters weer investeren en hun welvaart zonder enige beperking kan worden gehandhaafd.

In feite impliceert een dergelijke ontwikkeling, dat men met geweld de massa weer terug moet dringen tot een voor bezit en industrie aanvaardbaar inkomen, dat men de zeggingsschap van de massa weer dient te beperken en haar middels macht en propaganda weer tot algehele gehoorzaamheid dient te bewegen. Lager loon voor arbeid is noodzakelijk. Afremming van de vrije ontwikkeling van de z.g. derde wereld is eveneens dan niet te vermijden.

Wanneer de derde wereld voor haar grondstoffen en werk vraagt, waarop zij, gezien de inkomens in de rest van de wereld, recht zou hebben, gaat immers het westen langzaam failliet. Men zou, in welke vorm dan ook, weer moeten gaan koloniseren.

Men zou daarnaast de geldomloop moeten beperken, bv. door bestaande muntwaarden te vervangen door andere en zo gelijktijdig getallen en mogelijkheid tot vrije circulatie te beperken. Het hanteren van een vaste waardemaatstaf is daar voor eveneens noodzakelijk.

Maar het zal moeilijk zijn de mensen van heden weer wijs te maken, dat elke soldaat een maarschalksstaf in zijn ransel heeft en wanneer hij maar ransel genoeg heeft gekregen, dat ding er mogelijk nog ooit eens uit zal mogen halen ook.

Kortom, een ontwikkelingsbeeld, dat voor de meerderheid van de hedendaagse mensen niet meer aanvaardbaar, laat staan attractief is. Maar indien men een andere kant uit wil gaan, zal men toch allereerst moeten komen tot een geheel andere instelling in de gemeenschap, zowel ten aanzien van productie als ten aanzien van nationaliteiten. Kortom: Heel wat heilige huisjes zullen overboord moeten gaan.

Het jammere, vooral voor de voormannen van heden, is wel, dat daarbij zowel linkse als rechtse stokpaardjes zullen moeten sneuvelen.

Theoretisch gaat men tegenwoordig uit van de gelijkheid van alle mensen, ook al interpreteert men dit voornamelijk zo, dat men bv. ministerssalarissen, die toch al te hoog zijn gezien de prestaties, optrekt in overeenstemming met de trend van de andere lonen.

Willen wij echter een nieuwe kant uitgaan, dan zullen wij o.m. moeten stellen: Arbeid is alleen belangrijk en noodzakelijk zoverre die van werkelijk belang is voor de gemeenschap. Geen ” recht op arbeid”, maar de plicht voor een ieder mee te werken aan de instandhouding van de gemeenschap in overeenstemming met haar werkelijke behoefte als uitgedrukt in het verlangen van de leden van de gemeenschap.

Ten tweede zou men moeten stellen, dat er geen verschil van waarde of betekenis is tussen de verschillende soorten van arbeid. Daarom zal alle arbeid gelijkelijk beloond moeten worden.

Men zal het recht moeten erkennen van een ieder in de gemeenschap om niet te werken en toch redelijk goed te leven, mits men door zijn niet werken de gemeenschap als geheel niet kennelijk schaadt. Vooral die laatste stelling zal niet bepaald graag aanvaard worden. Mogelijk in verband met de werkgelegenheid. Want schaf het eerlijke zweet af en je kunt minder deodoranten verkopen, zodat de economie nog verder op haar je weet wel valt.

Verder zal men moeten stellen, dat er in de gemeenschap als geheel geen enkele voorkeur kan bestaan voor een bepaald geloof een bepaald sociaal systeem. Men zal zijn stellingen terzijde moeten stellen en alleen rekening mogen houden met alles, wat op dit moment bijdraagt tot het werkelijke welzijn van de gemeenschap.

Voor de politici zou dit natuurlijk erg zijn. Voor Den Haag zou dit bv. betekenen, dat men geen burgemeester krijgt van een bepaalde politieke overtuiging, maar een deskundige. Voor vele politieke partijen zou het betekenen, dat zij ophouden te bestaan en hun voormannen naar huis moeten sturen. Want wie eerlijk is, zal toegeven, dat de gemeenschap behoefte heeft aan mensen, die werkelijk iets kunnen en niet alleen aan mensen, die iets zeggen …. wat mogelijk te hatelijk klinkt, omdat er soms zelf politici zijn, die werkelijk iets kunnen.

Het zal u duidelijk zijn, dat er op deze wijze een geheel andere vorm van samenleving ontstaat. Hierin zal nog steeds gelden, dat de meeste stemmen gelden, maar nu alleen, wanneer het gaat om materiële zaken. En bovendien zal gelden, dat waar de stemmen staken of onvoldoende mensen voldoende geïnteresseerd zijn om hun stem uit te brengen, een ieder kan doen, wat hij zelf wil.

Een belangrijke invloed valt dan wel: Die van de kleine, maar zeer actieve pressiegroepen, die een groot deel van de ontwikkelingen in uw dagen beheersen. Ik kan mij voorstellen, dat men dit een reeks onmogelijke stellingen mijnerzijds zal noemen en bv. zal vragen: Wie wil onder die omstandigheden nog ergens kapitaal in investeren?

Ik meen echter, dat je dan geen kapitaal meer nodig hebt. Wanneer je iets nodig meent te hebben, ga je met elkaar te rade en maak of bouw je het. Maar wanneer je iets niet werkelijk hard nodig hebt, heeft het weinig zin met veel kosten en moeiten iets tot stand te brengen en je moe te maken.

Om u een voorbeeld te geven van het overbodige: Waarom zou men meer dan 20 verschillende soorten zeeppoeder van ongeveer gelijke samenstelling en werking blijven produceren en opvallend verschillend blijven verpakken, wanneer de werkelijke behoefte kan worden gedekt met twee soorten, met en zonder bleekmiddelen, die beiden in grauw papier kunnen worden verpakt en met weinig moeite in voldoende mate zouden kunnen worden geproduceerd en verdeeld.

Op andere gebieden zien wij een soortgelijke diversiteit, die eveneens overbodig is. Men zou moeten volstaan met de werkelijk nodige producten, die overal gelijkelijk verkrijgbaar zijn tegen een gelijke voorwaarde of vergoeding, zodat het ook niets meer uitmaakt, waar je je portie gaat halen.

Voor de huidige economie is ook een dergelijke verdeling natuurlijk niet aanvaardbaar. Want dan kunnen zaken als de Bijenkorf, Albert enz. wel sluiten. Korting zaken zullen niet meer bestaan, omdat de mensen beseffen, dat het bij een eerlijke productie en verdeling veel goedkoper kan, waardoor de stimulans tot handeldrijven bij grote zaken snel zal verdwijnen.

De kleine man, de middenstander, die nu gemangeld wordt tussen de groothandel en de korting zaken, zal zijn deskundigheid kunnen gebruiken om anderen te raden, waar zij geen voldoende inzicht hebben in de mogelijkheid aan bepaalde wensen of behoeften tegemoet te komen.

De nadruk valt niet meer op omzet en bezit, maar op de mogelijkheid, dank zij je eigen kennis, anderen van dienst te kunnen zijn.

Veel schijnbaar onoplosbare problemen zouden in die nieuwe maatschappij zonder meer opgelost kunnen worden. Wanneer men werkelijk het milieu wil sparen en schoonmaken, dan doet men dit eenvoudig wanneer er voldoende belangstelling voor blijkt te bestaan. Men weigert te werken aan zaken, die het milieu verontreinigen. Men kan dit doen, omdat men alles, wat voor het leven werkelijk belangrijk is, toch heeft, zodat de arbeid een kwestie van keuze en niet van dwang is.

Het is duidelijk, dat, om deze weg in te slaan, een grote verandering van mentaliteit noodzakelijk zal zijn. Nu wil iedereen zijn eigen auto, kleuren tv., ijskast, vaatwasmachine, wasmachine enz. Om maar niet te spreken over de elektrische vleessnijder, allessnijder, citruspers, messenslijper, koffieautomaat enz.

Want iedereen wil alles hebben, wat de buren zouden kunnen hebben, ook al heeft men het geheel niet nodig. En zolang mensen nog dingen voor zich willen bezitten, waaraan zij in feite weinig of niets hebben, blijft het natuurlijk bij het oude.

Indien men echter uitgaat van behoefte en niet van bezit, verandert er al veel. In Amsterdam was er eens het z.g. witte-fietsen-plan. Er zijn de witcars. Uitgaande van behoefte en niet van bezit, is dit een zeer reëel plan. Wanneer je een voertuig nodig hebt, moet je er een in de buurt kunnen vinden. Maar waarom zou dit voertuig van jou moeten zijn? Aan de behoefte kan eveneens tegemoet gekomen worden middels voertuigen, die een ieder op zijn beurt zal kunnen gebruiken.

Neem als voorbeeld het woon-werkverkeer eens. De werker kan dicht bij eigen huis een voertuig vinden, dat hij in de stad kan achterlaten. Maar daar kan dan een ander op zijn beurt gebruik maken van dit voertuig, dat dus niet de hele dag nutteloos ruimte in de stadskern in beslag neemt, maar bezoekers van de stad, huisvrouwen en anderen ten dienste staat om op hun beurt snel, goedkoop en op persoonlijke basis eigen bestemming te bereiken.

Bovendien: Wanneer er wat minder voertuigen op een bepaalde plaats zijn dan gebruikers, neemt men eenvoudig anderen mee, tot zij een vrij voertuig vinden om daarmede verder te gaan.

Men krijgt meer ruimte, zal sneller dan nu komen tot een schone aandrijving, omdat dit een zaak voor allen is en niet meer afhankelijk is van de lusten van een enkeling. Om veiliger verkeer mogelijk te maken, zal men de kinderen op school leren chaufferen, fietsen enz. en vele overbodige vakken afschaffen om zo het onderricht eveneens op de werkelijke wensen en behoeften te kunnen baseren.

Let wel, dit is alleen maar een voorbeeld. Maar het lost problemen op: Meer ruimte in de steden, meer ruimte op de wegen en toch is particulier verkeer nog steeds mogelijk, alleen zijn er geen eigen, geen particuliere vervoermiddelen meer. Natuurlijk is een dergelijke gedachte krankzinnig.

Gelijkschakeling! Heb je daarvoor net een luxe auto gekocht, die net iets mooier en sneller is dan die van je buurman?

Neem prestige overwegingen weg en je zult beseffen, dat het bezit op zich niet belangrijk is, maar wel de mogelijkheid van bepaalde mogelijkheden gebruik te maken. Denk vanuit gebruiks- en niet vanuit bezitsbeelden en er is een gemeenschap denkbaar, die vrijer, beter, gemakkelijker kan functioneren dan het huidige systeem. Van belang is verder, dat een ieder gelijkelijk de kans heeft gebruik te maken van alle faciliteiten van de gemeenschap. Er zijn mogelijk enkele nadelen aan verbonden. Er zal bv. geen voertuig voor je deur staan. Maar dan zoek je even, of je wacht even tot er in de nabijheid iemand zijn voertuig verlaat. Nu sta je in de file en verknoei je tijd met het zoeken naar parkeergelegenheid, dus dat blijft ongeveer gelijk.

Een ander facet is het bestaan van gelijke voertuigen voor een ieder. Dus heeft men niet meer de behoefte, bv. elk jaar in een nieuw voertuig te rijden, zijn de nu bestaande vele modellen overbodig. Men kan met een standaardmodel volstaan.

Dit betekent, dat je voor een zelfde wagenpark als nu bestaat veel minder behoeft te investeren in arbeid en kosten. Het betekent, dat werkelijke verbeteringen sneller kunnen worden toegepast, juist omdat kunstmatige uiterlijke verschillen geen rol meer spelen.

Dergelijke vervoermiddelen zullen ook langer gebruikt worden, wat een werkelijke besparing aan grondstoffen oplevert. Daar het type is afgestemd op de eisen van de gemeenschap, zal bovendien de overlast, die veroorzaakt wordt door het vervoer aanmerkelijk af kunnen nemen.

Dit voorbeeld maakt duidelijk, hoe je de goede kant uit kunt gaan en met minder werk toch beter kunt leven als gemeenschap. Om nog een voorbeeld te noemen: Vele producten zijn in deze dagen verpakt op bijna luxueuze wijze. Meer dan de helft van de verpakking is overbodig, daar deze alleen dient om bv. meer inhoud te suggereren, dan feitelijk wordt geboden. Denk maar eens aan parfums. Ook zo kan men grondstoffen en arbeid, maar ook teleurstellingen sparen.

Zeer veel is in deze maatschappij in feite geheel overbodig. Schaf het overbodige af. Geef de mensen de kans zelf te kiezen, zelf te maken, zelf te zoeken. Hierdoor krijgt het leven een meer persoonlijke noot, die in de plaats kan treden van een overvloed van algemeen overal voorkomende zaken.

Neem bv. meubels: De meeste bankstellen hebben een soortgelijk casco. Het verschil ligt in de bekleding en de stoffering. Laat een ieder de mogelijkheid zijn eigen casco tegen kostprijs te stofferen en te bekleden, geef degenen, die dit eens beroepshalve deden, de mogelijkheid zich nuttig te maken voor anderen door hen raad en zo nodig hulp te geven.

Geef de mensen de kans hun eigen huizen te bouwen en stel raad en toezicht beschikbaar, maar geef hen vooral de gelegenheid steeds weer van woonplaats te veranderen, zonder veel beperkende maatregelen en kosten.

Op deze wijze krijgt een ieder de mogelijkheid van zijn leven te maken, wat hijzelf wenst. Er is geen reden meer om elkander vliegen af te vangen op stoffelijk terrein, daar een ieder de zelfde bezits- of beter gebruiksmogelijkheden heeft. De mens kan dan sneller emotioneel rijp worden en zijn eigen toestand en mogelijkheden zonder meer te aanvaarden.

Velen zullen nu uitroepen, dat je om een dergelijke omwenteling mogelijk te maken, toch een systeem nodig zult hebben. Waarbij de een dan doelt op het marxisme, een ander mogelijk op de kerk van Rome. Maar die twee hebben iets gemeen: De een beroept zich op een onfeilbare dode, Lenin, terwijl de ander een levende dit gezag toekent, de paus. Bovendien wordt elke uitspraak van dergelijke personen dan nog weer door anderen zodanig uitgelegd, dat zij hun eigen denken en hun eigen woorden in de uitleg niet meer kunnen herkennen.

“Wanneer Gijsen Paulus woorden spreekt, lijkt het wel dat Gijsen Paulus breekt.”

Geen systeem dus, alleen een reageren op noodzaken, een werken met mogelijkheden en wanneer de mensen een geloof nodig hebben, best. Schep stille ruimten, waar zij kunnen bidden en mediteren, maar vermijd alle poespas. Geef de mensen ruimte, waar zij naar believen onderling kunnen praten en discussiëren. Dan kan een ieder, die zijn God wil vinden dit op eigen wijze doen. Maar sta de mensen niet toe, dat zij kerken bouwen, die alleen voor een deel van de gemeenschap zijn, dat zij vergaderzalen scheppen, die niet voor een ieder gelijkelijk bruikbaar en toegankelijk zijn. Ga ook hierbij uit van de gemeenschap als geheel.

Iets dergelijks is natuurlijk niet opeens en zonder meer mogelijk. Maar toch. Meent u ook niet, dat wij innerlijk vrijer en geestelijk juister kunnen beleven, wanneer wij niet worden geconfronteerd met allerhande dogma’s, die je van buitenaf worden opgedrongen? Wij bereiken innerlijk eerst werkelijk iets, wanneer wij vanuit onszelf en in onszelf kunnen leven naar die dingen, die voor ons waarde en betekenis hebben, kunnen streven naar dat gene, wat voor ons nu belangrijk schijnt.

Wanneer de mensen de juiste keuze doen, wanneer de wip naar de juiste kant doorslaat, zullen de mensen niet alleen gelukkiger, harmonischer en meer sociaal bewust worden, maar ook geestelijk veel bewuster leven.

Ik kan de aarzeling begrijpen, die u voelt bij deze oplossing, zoals ik u die voorstel. Ik meen ook niet, dat je dit uiterlijk en in alle opzichten op kortere termijn zult kunnen doorvoeren zonder veel strijd en ellende.

Er zijn bv. medici, die zich niet voor kunnen stellen, dat zij hun inderdaad zware taak zouden moeten verrichten zonder daarvoor een groter inkomen dan anderen te ontvangen en dergelijke.  Hoogleraren menen vaak, dat in hun inkomen eerst werkelijk hun belangrijkheid voor de wereld kenbaar dient te worden. Ik kan meer voorbeelden geven. Maar vooral bij de beter gesitueerden zal het zeker langere tijd duren, voor ook zij gaan beseffen, dat het er op aankomt, wat je bent, dan op wat je hebt.

Wanneer echter deze benadering van het leven meer algemeen wordt en steeds grotere delen van de gemeenschap zich hierop baseren, breekt toch wel een nieuwe tijd aan. De gemeenschap van heden zit echter nog steeds op de wip.

Men kent theoretische idealen, die men uit praktische overwegingen steeds weer terzijde stelt. Men predikt een altruïsme, dat vaak de dekmantel is voor een mom van egoïsme.

Het wordt tijd, dat de mensen eindelijk eens leren denken en te samen een nieuwe weg kiezen Niet noodzakelijk de weg, die ik u in voorbeelden schetste, maar een weg, waarin de intrinsieke gelijkheid van alle mensen en alle functies toch een rol speelt. Daarbij zou men vooral met zijn idealen meer praktisch moeten reageren.

Ik zie steeds weer grote groepen mensen demonstreren, wanneer het gaat om zaken als ellende in Chili, omwenteling in Portugal e.d. Maar het valt mij op, dat er maar weinigen zijn, die zich geroepen voelen om te demonstreren voor een grotere eigen vrijheid voor ouden van dagen in tehuizen. En toch is dit laatste vlak bij en zou men hier op korte termijn wel iets kenbaar kunnen bereiken. Want vergeet niet, dat in vele tehuizen ouden van dagen dictatoriaal geregeerd worden en in feite evenveel vernederingen moeten aanvaarden als die mensen in het buitenland, waarvoor men wel de straat op trekt.  O, de redenen voor een voornamelijk demonstreren voor zaken, die ver weg zijn, kan ik wel begrijpen. Je kunt er gemakkelijker sprookjes over vertellen, de zaak is meer vrijblijvend en legt geen persoonlijke verplichtingen op. Je hebt minder kans onmiddellijk met gelijk en ongelijk te worden geconfronteerd.

Wanneer de wip naar de goede kant uit moet slaan, zal de gemeenschap zich meer realistisch op moeten stellen. Men zal zich moeten realiseren, dat het geen zin heeft grote bedragen of andere bijdragen aan vreemde, onder ontwikkelde landen te geven, wanneer die dat alles alleen maar gebruiken voor zaken, die gezien hun eigen samenleving in feite niet belangrijk of noodzakelijk zijn; ook al hebben enkelingen daarvan voordeel.

De beste hulp is een eerlijke handel, waarbij men eigen producten inruilt voor de grondstoffen en materialen, die het onderontwikkelde gebied voortbrengt en die men zelf kan gebruiken. Het beste zou zijn, wanneer men uit zou kunnen gaan van een, wat hebben jullie nodig? Hier is het. En dat hebben wij op het ogenblik nodig. Op die manier kun je het regelen, dat een ieder alles krijgt, wat hij werkelijk nodig heeft.

Krankzinnig? Natuurlijk. Dit geeft weinig of geen voordeel voor de leiders van de staten en doet bovendien de wereldhandel ineenstorten, omdat er niet meer wordt gesproken over kostprijs en winst, maar alleen over de mogelijkheid elkaar zo goed mogelijk te helpen.

Beter dan de meesten van u besef ik de bezwaren, die op het ogenblik verbonden zijn aan een dergelijke houding.

Maar zoals het nu gaat, zal het niet verder meer kunnen gaan. Men zal een keuze moeten doen. En die keuze zal op feiten gebaseerd moeten zijn en niet op stellingen en verklaringen alleen. Wanneer ik sommige officiële communiqués hoor, vraag ik mij af of degene, die dezen opstellen, nog wel in uw werkelijkheid leven.

Je hoort bv. schijnbaar hooggeleerde heren zeer ernstig spreken over de noodzaak tot kapitaalsinjectie ten behoeve van de werkgelegenheid, waardoor diepte investeringen weer mogelijk zullen worden, hetwelk de totale productie in diepte doet toenemen in relatie tot de totale productie – mogelijkheid en zo door intensivering van productie – terwijl men nu de producten al niet aan de straatstenen kwijt kan. De nationale welvaart op korte termijn tot een nieuw hoogtepunt zal brengen.

Wanneer ik dergelijke feiten verdoezelende prietpraat hoor, hoef ik al niet meer. Eerlijk. Wanneer die mensen daarin zelf geloven, dan zijn zij voor mij alles behalve werkelijk hooggeleerd.

Fanatieke kreten lossen weinig op en vertroebelen de feiten. Wanneer ik bepaalde sekten hoor uitroepen, dat je alles opzij moet zetten en je voortaan alleen nog maar met Jezus dient bezig te houden, zo vraag ik mij af, of zij werkelijk geloven, dat Jezus niet heeft gezegd, dat je je naasten lief moet hebben, maar wel dat je je in vrome, zelf verheerlijking dient rond te wentelen en in een poging tot verdere zelfbevestiging en zelfverheffing zendeling moet gaan spelen, zonder ooit de werkelijke noden en problemen van anderen in ogenschouw te nemen. Christendom betekent volgens mij ook voor deze sekten niet, dat zij alleen maar anderen te overtuigen hebben van hun eigen geestelijk gelijk, maar dat zij voor die anderen moeten leven. Waar dit laatste ontbreekt, of alleen schijnt te gelden voor geloofsgenoten, behoeft het voor mij ook al niet meer. Dan is dit even zinloos als de politieke uitspraak, die ik zo even wat spottend imiteerde.

Mogelijk luistert u ook vaak naar de vele verschillende belijdenissen in het christendom en hoopt en gelooft u, dat zij eens te samen het Koninkrijk Gods op aarde zullen vestigen. Maar wanneer je ziet, hoe zij elkaar te lijf plegen te gaan vol broederlijke liefde, voorzie ik geen Koninkrijk, maar een wereldoorlog. Fanatisme, gelijk hebberij, zelfzuchtige bestrevingen en prestigedrang zijn voor de wereld van heden een groot gevaar, dat tot ondergang van de mensheid, of een groot deel daarvan zou kunnen voeren. Nu nog kan men alle kanten uit. Laat ons hopen, dat steeds meer mensen zelf de juiste keuze doen, steeds meer mensen gaan beseffen, waarom het in feite gaat. Je moet niet meer willen, niet meer willen hebben of zijn, dan werkelijk noodzakelijk is. Je leeft in een wereld waarin geld belangrijk is.

Best, besteed dan alleen geld voor dingen, die je werkelijk belangrijk vindt en verder niet. Verdien niet meer dan je nodig hebt. Werk dus, voor wat je nu hebben wilt en niet voor meer.

Bouw geen grote reserves op. U zult zich minder ergeren, hebt geen kapitaalsverlies, dank zij de inflatie, behoeft minder belasting te betalen en voorkomt bovendien, dat er een steeds grotere overvloed van geld komt, waarmede uiteindelijk niemand meer raad weet.

Indien wij reëel willen zijn, zo moeten wij erkennen dat de wereld op de wip zit als gevolg van een wat verkeerde geestelijke instelling. Alle materiële  zorgen vloeien hieruit voort. Indien de mensen maar bereid zouden zijn zich werkelijk eens af te vragen, wat zij voor hun geluk werkelijk van node hebben en daarna zich af zouden vragen, hoeveel energie zij daarna nog overhouden om het geluk van anderen te bevorderen, zou men reeds een grote stap verder zijn.

Let wel: Het gaat er in feite in het leven niet om dat iedereen geleerd is, ervaring heeft en op de volgens anderen juiste wijze leert handelen. Het gaat er om, dat elke mens zichzelf kan ontwikkelen volgens eigen aard en vermogen.

Indien wij uitgaan van de innerlijke waarden en ons op basis daarvan eens af zouden durven vragen, wat is voor mij geluk, harmonie, vrede? Zal hierdoor alleen reeds een beperking in uiterlijkheden onze leefwijze gaan beïnvloeden.

In deze beperking vinden wij dan ook steeds meer tijd en mogelijkheid aan anderen te denken en hen de hulp te geven, die zij nodig hebben. Dan zijn er minder professionele hulpverleners nodig en zal alles minder ambtelijk, maar op meer persoonlijke wijze en meer gericht op het werkelijke geluk van de mens kunnen worden gedaan.

Indien wij in een dergelijke situatie ontdekken, dat wij ons gelukkiger gevoelen, wanneer onze medemensen gezond zijn, zullen wij niet alleen meer proberen dit aan anderen op te dragen door wettelijke regelingen enz., maar zullen wij onze eigen krachten gebruiken en ons afvragen, wat wijzelf tot de gezondheid of genezing van anderen bij kunnen dragen.

Het gevolg is mogelijk niet zo erg redelijk, want de een zal zijn energie gebruiken door voor anderen te bidden, een ander zal proberen medemensen langs paranormale weg te genezen, pillen draaien, studeren in geneeskunde, zo elk op eigen wijze iets bijdragende tot het welzijn van de ander.

De mensheid is een geheel. Of je dit nu wilt ontkennen of niet, het blijkt steeds weer waar te zijn. Laat ons die eenheid dan ook werkelijk niet ontkennen. Neem bv. de EEG, die eenheid predikt en een voorbeeld is van verdeeldheid.

Slecht de grenzen. Waarom moet Frankrijk iets heel anders zijn dan Nederland? Zeker, de mensen zijn wat anders, spreken een andere taal. Maar moeten er daarom nu ook grenzen zijn, die de mensen verder van elkaar verwijderen dan noodzakelijk of zelfs maar wenselijk is?

Waarom zouden staten onderling uit moeten maken, wat bepaalde producten in geld waard moeten zijn? Vraag je eerder af, wat de mensen werkelijk nodig hebben en spreek niet over een prijs, maar geef een ieder dat, wat hij werkelijk van node heeft. Besef als mens, dat je deel bent van de mensheid en vraag je, niet af, wat de verschillen zijn tussen eigen natie en ras en anderen. Vraag je alleen maar af, of je elkaar mogelijk kunt helpen dan wel niet.

Vraag je niet af, wat je aan een ander kunt verdienen maar stel jezelf liever de vraag, wat je kunt doen om te bereiken, dat allen krijgen, wat zij werkelijk nodig hebben. Dan zul je al snel beseffen, dat grenzen niet werkelijk nuttig of nodig zijn, behalve voor enkelen, die macht begeren. Dan besef je vooral, dat grenzen steeds weer ontstaan, doordat mensen, rond zich grenzen trekken, grenzen, waardoor zij te totaliteit van hun wezen in feite beperken en in feite een deel van hun eigen wezen en mogelijkheden amputeren.

Een bewuste mens kent zichzelf, erkent zich als deel van de mensheid en ziet in zich waarden, die in het totaal van de mensheid bestaan. Zo iemand erkent dan ook, dat in hem een grote kracht berust – die hij dan mogelijk een naam geeft of God noemt.

Een dergelijke mens beseft steeds weer, dat deel zijn van een geheel betekent, dat je leven niet kan bestaan uit het tot stand brengen of handhaven van verschillen, maar dat werkelijk menselijk en menswaardig leven betekent, vooral ook innerlijk bestaande vooroordelen en verschillen uitwissen, zodat je steeds meer een eenheid kunt vormen in denken en leven met anderen.

Waarom zou een wereld, die in deze tijd in staat is dergelijke denkbeelden te bevatten en deels in de praktijk te brengen, niet wat verder gaan en zeggen: Dit wordt onze wijze van leven.

Er is vaak angst voor gelijkheid. Geweld van staat tegen staat, staat tegen burgers, mens tegen mens komt maar al te vaak voort uit de angst de gelijke van anderen te zijn en zo oude vooroordelen en begrippen terzijde te moeten stellen – ook al beseft men reeds, dat die denkbeelden in feite op niets werkelijk berusten.

Angst voor gelijk zijn met anderen voert tot oorlogen, tot het wrede geweld van dictaturen tegen mensen, die een eigen visie op het bestaan hebben en zelfs tot de behoefte eigen grootheid te tonen door met een paar man een onschuldig iemand in elkaar te slagen na het genot van enkele glazen bier.

Vraag u eens eerlijk af, waar alle geweld vandaan komt, dit geweld, dat u steeds meer dreigt, zelfs in eigen omgeving. Berust het niet op de behoefte meer te zijn dan een ander, de angst de mindere te zijn, het gevoel, dat een ander op een bepaald punt onze meerdere is? Hoe zinloos, wanneer je beseft, dat wij allen elkander nodig hebben, geestelijk zowel als stoffelijk, dat wij allen in feite deel zijn van een en hetzelfde geheel.

De nadruk dient te verschuiven van een “hier ben ik”, tot een “wat zijn wij?”. Maar dan op de juiste wijze. Ik las eens in het verleden een uitspraak van een partij theoretici een soort stalinistisch marxistisch theoloog zonder geloof. Deze partijleer verduidelijker sprak: Het belang van de eenling dient voortdurend te wijken voor het belang van de gemeenschap en het opofferen van de eenling aan de gemeenschap is altijd geheel gerechtvaardigd, omdat de eenling alleen dank zij de gemeenschap leeft.

Soortgelijke theorieën hoor je wel meer, maar dan verdraait men de feiten toch wel. Want elke gemeenschap is opgebouwd uit eenlingen. De eenling kan desnoods zonder deze gemeenschap bestaan, maar de gemeenschap nooit zonder het bestaan daarin van de eenlingen.

Ik zou willen stellen: Elke gemeenschap, die niet voortdurend opkomt voor het recht van de eenling zichzelf te zijn en zichzelf naar eigen wil en wezen te ontwikkelen, is zijn eigen vijand. Want deze gemeenschap dood alles, waardoor zij als geheel betekenis zou kunnen verkrijgen in de leden van die gemeenschap.

Overigens geloof ik niet zozeer in al die leuzen. Kijk maar eens naar uw eigen land, dat op het ogenblik toch wel zeer socialistisch doet. Maar uiteindelijk blijkt al dit socialisme neer te komen op een andere benadering van en vooral verklaring voor dezelfde kapitalistische praktijken. Wanneer alleen termen het verschil uit moeten maken, kun je ze beter vergeten. Het zijn de mensen met hun denken en handelen, die het verschil moeten maken.

Zolang er nog mensen zijn, die zeggen: Een ander heeft meer dan ik, dus wil ik evenveel hebben, ook al zal ik daardoor anderen moeten duperen, dan zijn dit voor mij geen socialisten, geen bewuste werknemers en geen goede mensen, maar gewoonweg idioten. Want door hun wijze van handelen veroorzaken zij bij anderen vergelijkbare reacties, waar van men uiteindelijk dan weer zelf het slachtoffer zal worden.

Wie in uw en andere landen de gemeenschap beziet, zal moeten toegeven, dat het leven in uw dagen nog steeds beheerst wordt door twee zaken: De grote gemeenschap, die meent alleen reeds door haar bestaan alle recht en alle vrijheid voor zich op te mogen eisen en aan de andere kant kleine groepen, die menen terecht zich ten koste van alles en een ieder te mogen verrijken.

Zolang een maatschappij een dergelijke opbouw handhaaft, is de kans groot, dat zij sociaal ten onder gaat. Zolang een gemeenschap op een dergelijke wijze reageert, bevordert zij de ineenstorting van haar eigen systeem. Naarmate de gemeenschap meer tracht de mensen eerst met leuzen te verdwazen om dan een klein deel van die leuzen ten voordele van beperkte groepen en ten koste van allen waar te maken, zal zij eerder failliet gaan.

Je moet werken en leven met de dingen, die je hebt.

Wat heb je? Mensen met grote gaven, mensen met belangstelling en capaciteiten, die zelf iets willen en kunnen doen.

Wanneer je eens ziet, hoeveel kundig uitgevoerde en verantwoorde alternatieven er de laatste tijd zijn gekomen uit de burgerij, wanneer een stad vernieuwd moet worden of iets dergelijks, zult u mij de juistheid van het gestelde niet ontkennen.

Vaak blijken dergelijke plannen beter gefundeerd, reëler, minder kostbaar en bovenal menselijk meer verantwoord te zijn dan alles, wat de grote deskundigen gebrouwen hebben. Er zijn altijd weer mensen die iets willen doen en ook kunnen doen. Zou het dan niet beter zijn de gemeenschap meer door zichzelf te laten ontwikkelen en minder grote en dure experts in te schakelen, die mooie plannen maken, waarbij echter de mens op de laatste plaats komt?

Steeds weer, wanneer een gemeenschap meent, dat bepaalde problemen opgelost moeten worden, zijn deze uit werkelijke belangstelling meewerkende mensen beschikbaar en actief.

Dit bewijst, dat ook een zeer vrije gemeenschap, die geen, steeds weer voor en ten koste van een ieder beslissingen nemend apparaat opbouwt, zich aan de noodzaken zal kunnen aanpassen en wel op een meer bij de mensen en hun wensen passende wijze.

Tegenstanders van het meedenken van allen stellen steeds weer, dat het te lang duurt, wanneer de gemeenschap meedenkt, voor een beslissing kan worden genomen. Dat is inderdaad wel waar. Maar het heeft ook het grote voordeel, dat vele verkeerde beslissingen, waarvan de gevolgen nooit meer te herstellen zijn, niet genomen zullen worden.

Ik meen, dat een nieuwe mentaliteit nodig is om de mensheid te redden en ben er ook van overtuigd, dat deze andere geestesgesteldheid zich bij steeds meer mensen ontwikkelt.

Neem bv. het onderwijs. Mogelijk beseft men langzaamaan reeds, dat elk kind niet alleen de kans moet hebben om te leren, maar dat het ook de kans moet hebben om zo te leren en datgene te leren, wat het zelf wenst. Een school die het kind zonder meer zegt, wat het te leren heeft, conditioneert het kind; wat volgens mij niet bepaald goed is. De school, die het kind zelf de mogelijkheid geeft te ontdekken, wat het wil weten en wil leren, ontwikkelt de persoonlijkheid.

Ofschoon deze tweede werkwijze in het begin veel weerstanden zal ontmoeten, voert zij uiteindelijk tot een meer rationeel leerproces, waarin minder arbeid en materiaal verspild zal worden en op de duur zelfs een veel juistere wijze van denken algemeen zal worden. Dit kost in het begin beheersing van de ouders en veel inzet en zenuwen van de onderwijzenden. Dat is waar. Maar iemand, die een dergelijke vrije opvoeding achter de rug heeft, zal zijn gehele leven verder leren en steeds meer kunnen presteren. Want zo leert men, hoe men zelfstandig moet leren. Nu laten de meeste mensen zich graag beleraren, maar dat is iets anders dan zelf leren en zo in feite meer zelfstandig zijn.

Ik meen, dat men niet alleen het onderwijs, maar ook alle andere gemeenschappelijke instellingen, tot het leger toe, steeds meer zal moeten gaan baseren, op hetgeen voor mensen en werkers daarin van wezenlijk belang is. Vrijwilligheid is bij alles van het hoogste belang. Vrijwilligheid is altijd van het hoogste belang, omdat alleen zij, die geheel vrijwillig een bepaalde taak aanvaarden, ook bereid zullen zijn de zelf beperkingen te aanvaarden, die daarmede samengaan. In een leger bv. dient een zeer sterke discipline te heersen, een onderwerping aan een gezag zonder dat men naar redenen vraagt. Maar dat kun je m.i. alleen eisen en verwachten van iemand, die vrijwillig en bewust koos voor deze taak.

Indien de mensheid eindelijk weer houvast wi1 krijgen op zichzelf en de wereld, dan zal vrijheid van zo groot belang moeten worden, dat een ieder kan zijn en doen wat hij wil, terwijl de gemeenschap alleen vraagt, dat je hetgeen je wilt doen, dan ook wel zo goed mogelijk doet.

Het gaat er om, dat je niets ten koste van of tegen de gemeenschap doet, maar in alles zoveel mogelijk samenwerkt met anderen.

Wanneer dit waar wordt, zijn wij gekomen bij het grote ideaal van de Witte Broederschap, bij de Christusgeest, die allen verenigt, bij de belofte, die op aarde steeds weer heeft geklonken, maar die door mensen maar o zo zelden en dan nog maar zeer beperkt en voor korte tijd waar is gemaakt. Dat alleen een zijn in besef van het hoogste, dat alle mensen in zich de mogelijkheid vinden zonder belemmeringen door anderen, of opvatting van anderen de geestelijke kracht te verwerven, die voor hen belangrijk is.

De wereld zit op de wip. Men zal moeten uitmaken waarvoor men kiest. Kies je voor de heersende macht of voor allen? Kies je voor macht of voor innerlijke vrijheid? Kies je voor theorieën, of voor de mensen, voor wie je nu werkelijk iets kunt doen? Dat is de vraag?

Ik meen, dat in de wereld steeds meer mensen deze keuze maken, zodat in toenemende mate de mensen tot een keuze worden gebracht, omdat zij geen andere wegen meer zien. Het uit zich vaak wat meer negatief, zoals in een blokkade van vaarwegen, of een demonstratie op binnenhof, de nieuwe folklore van Nederland. Maar men doet iets.

Velen willen zich laten horen, willen ook iets zeggen.

Maar om iets te bereiken, om gehoord te worden, zullen zij ook iets moeten doen. En dat betekent een belangrijke ontwikkeling. Vooral wanneer steeds meer mensen zich ook de vraag gaan stellen, wat zij feitelijk kunnen doen, kunnen zijn. Wanneer de mensen uitgaan van hetgeen zij zelf kunnen doen en bereiken en minder eisen aan anderen stellen, zal het de wereld in korte, tijd reeds veel beter gaan.

Kiest men echter voor woorden, voor eigen belang en eigen belangrijkheid alleen, dan is de kans groot, dat over enige jaren een wereldoorlog uitbreekt. Reeds in 1977 zal door deze mentaliteit een groot conflict op aarde ontstaan. Dat wordt geen wereldoorlog. Maar wanneer de mensen daarin verkeerd kiezen en voor zich, hun eigen belang, hun eigen groep alleen willen werken en denken zou er rond 1981 van een wereldomvattend geweld sprake kunnen zijn. Dan vallen in dat geval de atoombommen en krijgt de rest van de mensheid weer tijd genoeg om een nieuwe weg te zoeken. Want geld heeft dan geen betekenis meer en de weinigen, die in leven blijven, zullen intens samen moeten werken en hun gaven ontwikkelen om in leven te kunnen blijven.

Maar zover zie ik het nog niet komen. Want steeds meer mensen beginnen langzaamaan hun mentaliteit te wijzigen. Men zal nog verder daarmede moeten gaan en zich niet in de eerste plaats met misstanden ergens ver weg bezig moeten houden, maar de onjuistheden en noden van eigen omgeving aan gaan pakken.

Daardoor verandert er dan zoveel, dat ondanks meerdere politieke en economische crisis geen wereldoorlog zal ontstaan, maar de maatschappij een verandering ondergaat, die in verhouding snel en grondig de mensheid nieuwe mogelijkheden leert beseffen.

Wanneer ergens een volk leert in vrijheid en vrede, ondanks verschillen in denken en handelen, samen te leven in harmonisch verband, bereikt het een geestelijke onoverwinnelijkheid, een geestelijke inwerking op het geheel van de mensheid, die door vele eeuwen heen niet teniet gedaan kan worden.

Het christendom heeft 2000 jaren lang zelfs tegen de onchristelijke gedragingen van de christenen zelf in, zich weten te handhaven en beïnvloedt het denken en leven van de wereld.

1300 jaar ongeveer geleden ontstond de Islam. Het denken van de Islam speelt nog steeds een grote rol in de wereld van de mensen en heeft geestelijk meer invloed in de wereld, dan men mogelijk bij u nu veronderstelt.

Het is ruim 8000 jaren gelden, dat belangrijke filosofen van de hindoes hun gedachten en leerstellingen voor het eerst in vaste vorm aan anderen overdroegen. Die gedachten leven nog voort en beïnvloeden het gedrag en denken van een groot deel van de mensheid.

Wat een enkel volk in deze tijd doet, wat een betrekkelijk kleine groep geestelijk bereikt, kan in deze dagen voldoende zijn om het lot en de ontwikkeling. van de mensheid in uw wereld voor vele eeuwen te veranderen en zo de mensheid een kans te geven nieuwe rijpheid te bereiken.

Maar evenzeer geldt, dat een betrekkelijk kleine groep mensen zonder een dergelijk harmonisch tegenwicht in staat zal zijn binnen korte tijd de vernietiging van 4/5 van de mensheid uit te lokken.

Dat is mijn betoog voor vandaag. Wees niet al te pessimistisch, want ik zie nog geen wereldoor1og of vernietiging in uw wereld en ik zie veel positieve ontwikkelingen in de mensheid.

Wij dienen echter goed te begrijpen, dat alles wat wijzelf doen van groot belang kan zijn, omdat de wereld van heden werkelijk op de wip zit en door de kleinste invloeden uit haar schijnbaar evenwicht kan worden gebracht. Daaraan verander je niets met miljoenennota’s, economische injecties, monetaire financiering, verdragen of ontwikkelingshulp in geld. Je kunt het lot van de wereld alleen maar ten goede beïnvloeden door zelf anders te worden.

De wereld heeft een goede kans. In deze dagen zijn er steeds meer mensen, die leven voor hun ideaal en niet voor bereiking of bezit. Er zijn steeds meer mensen, die bereid zijn genoegen te nemen met de goederen, die zij werkelijk nodig hebben om te leven en gelukkig te zijn en de tijd, die hen rest, besteden om anderen gelukkiger te maken.

Wanneer de mensen de harmonie en de vrede rond zich sterken en zo het gevoel van eenheid bij steeds meer mensen bewust doen leven, komt al het andere vanzelf.

Tweede deel – esoterie.

Dit tweede deel is bestemd voor esoterie. Daar ik weinig tijd ter beschikking heb, volg ik het voorbeeld van een collega en beperk mij tot korte uitspraken

Al wat in mij bestaat is mijn werkelijkheid. Al wat buiten mij bestaat, zonder dat ik het in mij ken, heeft geen deel aan mijn werkelijkheid.

Wij leven niet slechts in onszelf, want al wat wij beseffen en zijn wordt mede bepaald door alles, wat wij buiten onszelf tonen te zijn en het antwoord, dat wij vanuit de wereld op ons wezen menen te erkennen.

Er zijn vele theorieën, die waardeloos zijn, daar zij voor ons niet bevestigd worden door een praktijk, waarvan wij zelf deel uitmaken.

Er zijn vele waarheden, die voor ons zinloos blijven, omdat wij deze wel kennen, maar niet leven.

Wij dromen steeds van een totaliteit van de mensheid, een totaliteit van mens en geest. Wij zullen dezen nooit tot werkelijkheid kunnen maken, zolang wij dromen, dat wijzelf daarbij het middelpunt zijn.

Wat wij nodig hebben, is in feite de zekerheid bemind te worden. Waar wij aanvaard zijn, vinden wij vrede in onszelf, kunnen wij vanuit ons wezen veel voortbrengen. Waar wij het gevoel hebben niet aanvaard te zijn, niet bemind te worden, ontstaat in ons een mate onzekerheid, die ons doet handelen in wrok tegenover al, wat wij ontmoeten.

Wij hebben onze zorgen, maar veel van onze zorgen bestaan niet echt. Wij denken steeds weer aan iets wat zou kunnen zijn, maar niet is en baseren daarop ons gedrag.

Indien wij in onszelf beleven, wat is en daarop ons gedrag baseren, nemen onze zorgen steeds meer af.

Denkende over de mensheid, stel ik: De mens is als een elektrische lamp. Hij kan voor anderen een groot licht zijn, maar alleen wanneer hij in een gesloten circuit staat.

Een mens heeft grote energieën in zich, maar hij zal deze meestal niet gebruiken, tenzij hij innerlijk de leiding heeft gevonden, die het hem mogelijk maakt zijn krachten te richten.

Wanneer wij spreken over welvaart, moeten wij niet vergeten, dat wij meestal op het land staan. Wanneer wij spreken over de waarheid van het geloof, mogen wij nooit vergeten, dat wij dit geloven.

Wanneer wij spreken over de zekerheden van het leven, mogen wij nooit over het hoofd zien, dat wij daarvan nog niet zo zeker zijn. Want anders zouden wij ons daarover niet zo druk maken.

Op aarde is men bang voor de dood en gelooft er toch niet geheel in. Wij denken altijd, dat de dood alleen voor anderen komt. Bewijst dit niet, dat wij er innerlijk zeker van zijn, dat er geen dood bestaat?

Laat ons dan leven vanuit het standpunt, dat er een stoffelijk sterven bestaat, maar geen werkelijke dood. Want dit is onze innerlijke waarheid. Indien wij daarop ons denken en handelen baseren, zullen wij niet slechts gelukkiger zijn, maar ook meer tot stand kunnen brengen.

Er zijn wat meer ingewikkelde dingen, die ik wil zeggen. Maar het is zo gemakkelijk populair te zijn en zo moeilijk om waar te zijn. Vandaar dat vele dingen, die populair zijn, onwaar zijn. Mag ik het zo zeggen: Wanneer ik leef en weet gestorven te zijn en wetende, dat ik bewust besta, moet ik stellen, dat leven altijd meer is dan hetgeen, wat ik als zodanig ervaar. Dan mag ik niet neerzien op een mens, die zich nog minder van zijn leven bewust is, maar dien ik te erkennen, dat wij allen te samen zoeken naar de betekenis van een leven, dat wij niet geheel beseffen.

Ik zoek te weten, wie ik ben. Want eerst wanneer ik mijzelf gevonden heb, meen ik, dat ik tegenover een beleefde werkelijkheid mijzelf ook zal kunnen handhaven.

Wanneer ik zoek naar een illusie voor mijzelf of anderen, verwerp ik daarmede een werkelijkheid, die ik zou kunnen beseffen. Zoek ik naar de werkelijkheid van mijn eigen wezen – eerlijk en oprecht -, dan zoek ik gelijktijdig naar datgene, wat buiten, mij waar is en wat zich in mij als waarheid openbaart. Deze tezamen voegende vind ik dan een kracht, die niet vergaat, omdat zij altijd weer waarheid is en daardoor tijdloos.

Een gezonde hond heeft vlooien. Een geestelijk gezonde mens heeft problemen.

Problemen zijn dingen, die wij nodig hebben. Want wie geen problemen heeft, slaapt in. Maar wie problemen heeft, zal wakker en daardoor meer bewust zijn.

Juist het zoeken naar wegen om voor ons bestaande vragen op te lossen, maakt ons meer bewust van onszelf, doet ons beter beseffen, wat de wereld is, waarin wij leven en schept ons een juister beeld van onze mogelijkheden en noodzaken in en buiten ons wezen.

Weest daarom nooit bang voor problemen, maar zie ze, als wat zij zijn: Vraagstukken, die een oplossing zoeken, niet lasten, die wij zonder meer en geduldig moeten dragen.

Een probleem is een soort opblaasboot. Wanneer je die mee wilt nemen zonder moeite, moet je hem vooral niet opblazen. Maar zo nodig kan de inhoud je vaak drijvende houden. Waarmede ik voor heden moet besluiten.

image_pdf