Leven en functie van natuurgeesten

image_pdf

26 oktober 1979

Leven en functie van natuurgeesten

Elementalen zijn levensvormen die bestaan zuivere energie, maar zich met die energie plegen te binden aan één van de oude elementen. Vandaar ook de naam elementalen. Men spreekt in dit verband van aarde, water, lucht en vuurgeesten. Een dergelijke geest is opgenomen in het gebeuren dat stoffelijk in het element plaats vindt en kan daarop in zijn omgeving enigermate invloed uitoefenen.

Voorbeeld: een luchtgeest kan besluiten een wolk te doen ontladen boven bloemen die water nodig hebben, ofschoon zonder zijn ingrijpen de regen eerst enkele kilometers verder gevallen zou zijn. Veel meer kan een dergelijke geest niet doen. De berggeest is gebonden met de aarde. Wanneer er in de aarde nabij zijn plaats een fout in de aardkorst is, kan hij mogelijk die iets verhogen of iets doen afnemen. Meer niet.

Verder dient men te beseffen, dat een elementaal voor zover het de materie betreft,  gebonden is aan het besef dat het door hem bewoonde  element mogelijk maakt. Al het andere zegt hem niet veel. Er zijn soms echter wel geestelijke mogelijkheden. Een luchtgeest behoort tot de hoogste klassen van de op aarde voorkomende elementalen. Hij is opgenomen in de bewegingen van de lucht. Ook is het soms mogelijk dat een dergelijke geest bv. getroffen wordt door de geestelijke uitstralingen op aarde, die hem al dan niet passen. Onder omstandigheden kan een dergelijke elementaal dan gaan optreden als een soort stofzuiger, die veel van de voor hem onaanvaardbare uitstralingen opneemt en neutraliseert.

Hoe elementalen ontstaan? De elementaal is een ziel, die gemeenlijk nog in een beginstadium van ontwikkeling ten aanzien van de stof verkeert en daarbij dus ofwel een voorgaande reeks stoffelijke levens heeft gekend die tot zelfontkenning hebben geleid, dan wel komt uit de ruimte. Dan is het een ziel, die wel uit de oerexplosie is voortgekomen, maar zich tot dan toe niet aan vastere materievormen heeft weten te binden en mogelijk een lange tijd bv. in ijle stofwolken in de ruimte heeft geleefd. Een gebrek aan mogelijkheden beweegt die ziel er dan toe de dichtere en daardoor meer ervaringen biedende materie van een planeet, i.c. de aarde, te benaderen. Zijn bestaan is niet zielloos, zoals men wel beweert althans in die zin dat er in hem geen levende of binding met het eeuwige leven bestaat. Wel kan worden gezegd dat het gemiddelde besef iets lager ligt dan dat wat wij voor de mens normaal noemen. De geheugenfunctie van de meeste elementalen is nl. geringer dan die van de mens. Wanneer wij kleine elementalen en natuurgeesten vinden, kunnen wij hen vaak bewegen, om een menselijk denkbeeld te volgen. Zij kunnen gemeenlijk maar één ding gelijk leren en doen.

Een uitzondering zijn de luchtelementalen. Ofschoon het zelfs in de magie als een zware taak wordt beschouwd, een zoon van Ariël aan te trekken, zou het mogelijk zijn, een dergelijk elementaal er toe te brengen reeksen van 7 à 8 handelingen te leren en uit te voeren volgens wens. Hierbij geldt dan wel dat deze handelingen altijd in dezelfde volgorde dienen te geschieden, want bij een veranderen van die volgorde wordt het weer noodzakelijk, elk bevel afzonderlijk te geven en zelfs dan zijn fouten niet uit te sluiten.

Met dit alles hoop ik duidelijk te maken, dat het denken en geheugen van dergelijke entiteiten zeker niet met die van een mens te vergelijken zijn. Aan de andere kant kennen deze wezens niet de sterke begrenzing van het bewustzijn tot het eigenlijke ego, zoals die bij de mensen pleegt te bestaan. Zij nemen op grote afstanden nog waar en kunnen daar dan ook handelen of het gebeuren direct betrokken zou zijn bij het eigen ik.

Een luchtgeest zal gemiddeld gevoelig zijn en kunnen reageren tot op afstanden van rond 500 zeemijlen. En een cirkel van 1000 zeemijlen is werkelijk een heel gebied. Alles wat binnen deze cirkel in de lucht — het eigen element dus — gebeurt, wordt door de luchtgeest onmiddellijk ervaren terwijl hij daarop ook onmiddellijk kan reageren en wel zo nodig op de plaats waar de indruk ontstond. Een aardgeest kent een kleiner gebied. Zijn gemiddelde bereik is rond 1 500 m. Binnen een cirkel 3 km. kan deze dus waarnemen en, zij het beperkter dan de luchtgeest, ter plaatse onmiddellijk reageren. De watergeest is enerzijds flexibeler, maar werkt meestal met een in een enkele richting geconcentreerde waarneming – vergelijk met de taststraal van sonar. Hierbij neemt hij scherp waar langs de lijn van gerichtheid, terwijl alle andere impressies, zelfs die in de onmiddellijke nabijheid van zijn krachtlichaam afgedempt worden. Hierdoor kan gericht waargenomen, worden tot op rond 500 km. terwijl bij niet gerichte waarneming de gevoeligheid en mogelijkheid niet veel verder gaan dan 700 m. Waaruit nu wel duidelijk wordt dat het hier gaat om een heel andere wijze van leven en beleven dan een mens kent.

Wat de betekenis van de elementalen is voor de mensen en de wereld? Zij bezielen de zaak en als zodanig zijn zij medeaansprakelijk voor allerhande processen in hun element waarbij levenskracht te pas komt. Juist deze levenskracht, waarover elementalen een grotere beheersing kennen dan de doorsnee mens, kan voor mensen, dieren en planten van groot belang zijn. De elementalen kunnen, wat als een evolutie wordt beschouwd, zich hechten aan een bepaalde plant of plantensoort, aan bepaalde dieren of diersoorten en soms zelfs aan enkele bepaalde mensen. Dit maakt begrijpelijk, waarom de oude boeren wel spraken van natuurgeesten, die door hun aanwezigheid rijkdom en armoede konden brengen. Wanneer u zich voorstelt, wat extra levenskracht of te weinig levenskracht voor een gewas kan betekenen, zal u duidelijk zijn dat dit gezegde niet zo dwaas is.

Van aardgeesten wordt verteld dat zij menselijke werkzaamheden tot op zekere hoogte kunnen imiteren. Maar de kabouters, die alle schoenen maakten voor een schoenlapper blijven een sprookje: voor elke handeling, dus het snijden van leer, het voegen, naaien, spijkeren van leer enz. zou steeds een afzonderlijke kabouter moeten zijn en dit veronderstelt een veelheid, die binnen een bepaald gebied zelden aanwezig zal zijn. Geheel ondenkbaar, is zoiets natuurlijk niet.

Helaas worden de vrije elementalen vaak verward met deze natuurgeesten, die, echter niet meer in zo grote getale op aarde voorkomen, omdat de aanwezigheid van de mens over het algemeen door hen als te storend wordt ervaren, daar zij dan een veelheid van indrukken moeten beoordelen die boven hun feitelijk vermogen ligt.

Elfen bv. zijn geen elementalen meer, maar zijn natuurgeesten geworden. Deze elfen zijn overigens gemeenlijk zeer sterk gebonden aan de levensprocessen van bepaalde planten.

Ook kent men de watergeesten, die men undines, nereïden e.d. pleegt te noemen. Zij zijn echter geen elementalen meer, maar entiteiten die sterk gebonden zijn aan levensvormen en bovendien altijd voor hun ervaringen de wisselwerking tussen land en water zoeken. Van de nereïden bv. kan men zeggen dat zij niet in de volle oceaan voor plegen te komen, maar wel optreden in de buurt van branding, mits het water voldoende levensvormen bevat. Undines komen niet midden in een meer voor, maar leven daar gemeenlijk waar een rivier een meer bereikt of bij de bron van een stroom. Hun ervaringsmogelijkheden zijn sterk bepaald door hun omgeving en hun mogelijkheid tot ingrijpen is veel kleiner dan van een normale elementaal. Ik beschouw hen daarom niet als elementalen in de volle zin des woords, al weet ik dat mensen hen daaronder rangschikken.

Soms gaat de verdere ontwikkeling van dergelijke natuurgeesten dermate ver, dat zij in een zeer bepaalde plant, als bv. een boom leven. De boom is dan als het ware bezield en kan reageren op alles wat er de omgeving gebeurt, heeft invloed op het gedrag van dieren die in de boom wonen, jagen e.d. Een goed voorbeeld van hetgeen daarbij zich alzo af kan spelen vindt u in de verhalen over heilige bomen als bv. de waringin. Let wel: er is geen vaste gedragsnorm, zodat deze van plant tot plant kan verschillen. Maar er is altijd een bewustzijn, dat aan de plant gebonden is en van daaruit ageert.

Ook aardgeesten kunnen in zekere mate evolueren en geven dan hun vrijheid van bewegen door hun element op om zich aan een bepaalde plaats te hechten en alles wat daar gebeurt met bijzondere aandacht te volgen. Zij worden o.m. tot berggeesten.

Nog iets anders valt hierbij op: de echte elementalen kunnen zich alleen kenbaar maken als een werking van het element, waartoe zij behoren. Natuurgeesten kunnen de vormen uit hun omgeving imiteren en nemen indien zij zich manifesteren gemeenlijk dezelfde vorm aan als iets wat hen zeer treft.

Natuurgeesten kunnen zich daarbij alleen manifesteren in het gebied dat behoort tot hun “woonplaats”. Zij beschikken echter over zoveel levenskracht, dat zij een astrale vorm kunnen verdichten tot deze zelfs voor een mens waarneembaar zal zijn – ofschoon zij dit maar zeer zelden schijnen te wensen.

Wanneer u te maken zou krijgen met elementalen, zo wil ik u vragen hen zoveel mogelijk gerust te laten. Vragen zij uw aandacht, wees dan uitermate voorzichtig, want de kans dat u aan hun grillen zou kunnen ontkomen, is gering.

Natuurgeesten dient u voorzichtig en welwillend te benaderen. Neem er de tijd voor en houdt rekening met hun uitingen, die in de vorm van een eventuele manifestatie of een vaste gedragsnorm kenbaar worden.

Natuurgeesten zijn over het algemeen welwillend gestemd zolang men hun veronderstelde rechten respecteert. Zou men bewust of onbewust tegen deze rechten ingaan, dan wordt de natuurgeest onmiddellijk uw vijand. En daar hij in zijn omgeving een deel van de natuur beheerst, zult u op de plaatsen waar een dergelijke geest macht uitoefent niet veel geluk meer kunnen vinden.

Is dit voldoende?

  • Zijn er elementalen die ook zonder dat de mens dit weet invloed kunnen oefenen?

Elementalen kunnen dit niet zo sterk, daar hun invloed altijd algemeen zal zijn en gebonden blijft aan hun eigen element. Ook hier moet echter verschil gemaakt worden tussen de werkelijke elementalen en de natuurgeesten.

De natuurgeest reageert op uw optreden onverschillig of u weet dat die geest er is, deze mogelijk ziet of niets van zijn bestaan afweet. Want al beseft u niet dat die natuurgeest er is, voor deze bent u een invloed in zijn gevoeligheids- en machtsgebied, iets wat hij ongeveer ervaart als een soort lichaam. Daarom zal de natuurgeest altijd op het optreden van de mens reageren. Overigens kan ik hieraan nog toevoegen dat een natuurgeest die zich aan een mens toont dit gemeenlijk zal doen in een vorm, die geheel of ten dele aan die van de mens in kwestie is ontleend. Het wonderlijke is dat een natuurgeest, die een mensachtige gedaante heeft aangenomen, hierdoor meer begrip schijnt te krijgen voor de mens. Hij is in dergelijke gevallen tenminste vaak eerder bereidt menselijke lompheden te vergeven.

Vragen

  • Kun je zeggen dat dergelijke geesten niet of slechts ten dele geïncarneerd zijn?

U zou moeten zeggen dat ook dergelijke geesten geïncarneerd zijn, maar in een geheel ander levensbereik en met een geheel andere belevingsinhoud dan die van de mens. U kunt eraan toevoegen dat het daardoor niet bepaald waarschijnlijk is dat dergelijke geesten tot een binding met de menselijke – geestelijke evolutiecyclus zullen komen.

Bepaalde zaken die voor de mens erg belangrijk zijn, zoals liefde, haat, angst en dergelijke zaken, voor hen in feite niet bestaan dan ten hoogste als een zeer tijdelijke opwelling, die snel weer vergeten wordt en eigen besef praktisch niet beïnvloedt.

De natuurgeest valt niet aan uit angst of haat, maar omdat hij zijn eigen persoon niet meer als ongestoord geheel kan ervaren. Hij zal mogelijk mensen en dieren helpen, maar doet dit gemeenlijk niet uit liefde, doch omdat hetgeen hij doet voor zijn gevoel een deel vormt van zijn eigen welzijn. Je zou kunnen zeggen dat elke natuurgeest vanuit een menselijk standpunt een doorgewinterde egoïst is met een zeer kort geheugen.

Op het ogenblik dat een natuurgeest echter een meer langdurige binding met bv. een mens en daardoor een gevoelswereld ontwikkelt die buiten zijn eigen ik treed — de zeemeermin van Andersen bv. — kan op dat ogenblik een menselijke ziel krijgen. De gevoelens maken de entiteit dan los van de eigen lotsontwikkeling en stellen daarvoor in de plaats de dwang, alle consequenties van een ander leven mee op zich te nemen. In dat geval kan de natuurgeest verder gaan naar een menselijke ontwikkeling en daardoor ook komen tot menselijke incarnaties.

  • Blijven zij anders op hetzelfde peil?

Neen. Zij volgen een andere weg en kunnen overgaan van element tot e1ement, zich steeds weer met andere soorten bezig gaan houden e.d. Het gevolg is dat zij tot een harmonie komen met planeetgeesten en in die relatie een verdere bewustwording doormaken. Hun bewustwordingsgang is dan dus een geheel andere dan die van de mens, maar het einddoel daarvan is, zover mij bekend, precies hetzelfde als bij de mens, daar alle werkelijke kracht van de oerbron steeds weer terug zal stromen tot die bron. Een doel overigens, dat allen eerst zullen kunnen bereiken aan het einde der tijden, zoals men dat gebeuren pleegt te noemen, ofschoon ik mij vaak afvraag, of het niet eerder de vervulling betekent van het doel der schepping.

  • De levenskracht die wij kunnen opnemen en die volgens u overal aanwezig is, wordt die door het hoofd of door het hart opgenomen?

Zij wordt altijd eerst opgenomen door de aura, dus door het geheel van uw eigen stralingsveld. Zij kan daarbij gecentreerd worden op het hoofd of op het hart. Dit echter komt als gevolg van uw eigen instelling en concentratie tot stand en is dus niet bepalend voor de mogelijkheden van deze kracht. Hoofd en hart hier dus gebruikt als synoniemen voor denken en gevoel. Zelfs uw eigen mogelijkheid, deze kracht op te nemen, wordt door deze in u bestaande gerichtheid niet vermeerderd of verminderd.

De meest gunstige gang voor de doorsneemens met zijn gemiddelde ontwikkeling is inderdaad de opname door het hart. In feite komt het erop neer, dat de kracht wordt omgevormd door het borst of, in enkele gevallen, door het keelkopchakra. Maar voor de bewuste mens is de enige juiste wijze, waardoor de krachtopnamen goed plaats kunnen vinden, gelegen in het gebruik van het dan gemeenlijk ook vol of bijna vol ontwikkelde kruinchakra.

Is ook dit voldoende? Dan moet ik eindigen. Ik had mogelijk van bepaalde onderwerpen wat meer kunnen maken, maar heb eerlijk getracht zo kort en zo duidelijk mogelijk alle kleinere onderwerpjes af te handelen.

Daar u bij de meesten geen verdere vragen stelde, vreesde ik u met verdere uitweidingen alleen maar te vervelen. Toch hoop ik enig materiaal te hebben aangedragen, waarover u eens verder wilt nadenken. Ik dank u voor uw aandacht.

image_pdf