7 mei 1971
Vragenavond
Allereerst moet ik u erop wijzen, dat wij sprekers van deze groep, niet alwetend of onfeilbaar zijn. Deze avond is bestemd voor de beantwoording van uw vragen. Ik wil hierbij opmerken dat wij op uw vragen slechts in zullen gaan in zoverre als wij dit juist en verantwoord menen te kunnen doen, terwijl op meer persoonlijke vragen ten hoogste zover zal worden ingegaan als deze van algemeen belang kunnen worden geacht.
Ik zou nu allereerst willen beginnen met de vragen die schriftelijk zijn binnengekomen.
Volgens mededelingen uwerzijds is reïncarnatie geheel een kwestie van vrije wil. De keuze van moeder vindt dus geheel naar eigen gevoelen en inzicht plaats. Hoe rijmt zich dit met het feit dat een kind zo dikwijls conflicten heeft met de moeder?
Heel eenvoudig. Het is hier zoals vaak bij het bespreken van een hotel: op de brochure ziet het er schitterend uit, maar daarom kan het nog wel ontzettend tegenvallen.
Is spiritisme en occultisme niet in strijd met zowel de Bijbel als het moderne denken?
Werkelijk in strijd met de Bijbel is het m.i. niet, daar in de Bijbel een groot aantal verschijnselen, die wij onder occultisme en soms ook onder het spiritisme kunnen rekenen naar voren worden gebracht. Wel valt hierbij op, dat deze alleen worden goedgekeurd, wanneer zij plaatsvinden binnen het kader van een bepaalde religie. Ik meen echter dat het onjuist is om te stellen dat dergelijke verschijnselen, zoverre zij binnen het kader van een bepaalde religie vallen, juist en aanvaardbaar moeten heten, terwijl alle soortgelijke uitingen die niet in het kader van deze religie vallen, verwerpelijk en duivels moeten zijn.
Wat het moderne denken betreft: de modernste denkers zijn reeds meer en meer occultisten aan het worden. Maar velen van degenen die zelf menen moderne denkers te mogen heten, zijn er nog van overtuigd dat al hetgeen zij niet kunnen zien, te verwerpen is. Dit, terwijl zij vaak uitgaan van vele verschijnselen en krachten die eveneens onzienlijk zijn, waarvoor eveneens geen werkelijke verklaring tot op heden is gevonden, zodat men ook hier uiteindelijk moet volstaan met werkhypothesen. Het grote verschil ligt hierbij in het feit dat door deze dergelijke werkhypothesen en afleidingen aanvaardbaar worden geacht, iets wat tot voor kort ten aanzien van spiritisme en occultisme niet het geval was.
Wat bedoelt u met ‘tot voor kort’?
In de laatste 5 à 6 jaren is men bij bestudering van het occultisme tot de conclusie gekomen, op basis van vele divergerende aanwijzingen, dat men weliswaar geen wetenschappelijk aanvaardbaar bewijs voor het bestaan van geesten e.d. kan leveren, maar dat vele indicaties toch pleiten voor een mogelijk bestaan van geesten enz. Ik wijs erop dat deze tendens bij de meer wetenschappelijke beschouwers eerst enige jaren merkbaar is. Voorheen probeerde men voornamelijk een bewijs tegen de stellingen van de occultisten te leveren.
Is het voortbestaan na de dood te bewijzen en zo ja, op welke voor de wetenschap aanvaardbare wijze?
Naar ik meen, werd deze vraag reeds binnen het kader van de voorgaande vragen beantwoord.
Ik wil hierbij nog opmerken dat men niet over het hoofd mag zien, dat het zgn. wetenschappelijk bewijs is gebaseerd op de hantering van een bepaalde logica binnen een bepaald systeem. Dit betekent dat alles wat buiten dit systeem valt en alles wat niet geheel met die logica strookt, als niet wetenschappelijk zal worden verworpen door vele denkers. In deze zin is het positief voortbestaan na de dood nog niet op voor de wetenschap aanvaardbare wijze aan te tonen. Dit neemt niet weg dat steeds meer wetenschapsmensen er toe overgaan dit bestaan na de dood toch als een zekerheid te beschouwen op grond van vele indicaties, zij het, dat men dit voortbestaan dan niet zeker acht voor alle, maar wel voor enkele entiteiten.
Dit laatste is mij niet geheel duidelijk.
Men stelt vaak: er zijn zeer vele aanwijzingen voor het voortbestaan van enkele persoonlijkheden, ook na de dood. Dit houdt echter niet noodzakelijk in, dat dit voor alle mensen die sterven eveneens het geval zal zijn. Waaraan men dan toe zou willen voegen – al doet men dit meestal niet – gezien hetgeen wij onder de mensen waarnemen, lijkt ons de mogelijkheid dat allen na de dood zouden voortbestaan, een grote vraag.
Stammen de Rozenkruisers in alle variaties af van de kruisridders? Zo niet, hoe zijn zij dan ontstaan?
Het is moeilijk heel juist te antwoorden. De geschiedenis van het rozenkruis begint eerst rond 1600, waar een hernieuwing van wetenschappelijk denken plaatsvindt. In die dagen wordt, naast andere namen, ook de naam rozenkruis gebruikt als aanduiding voor bepaalde loges. Er is een leer en een systeem dat echter ten dele termen, symbolen enz. omvat, die stammen van o.m. de alchemisten, die reeds lang voordien bestaan. Dergelijke stellingen komen overigens ook voor bij de Johannieterorde en enkele andere orden. Men zou dus kunnen stellen dat dit stamt van de kruisridders. Aan de andere kant: indien men de afkomst terug wil voeren door deel van de rozenkruisertheorieën na te gaan, zou men met evenveel gemak terug kunnen gaan tot de middenperiode van het Egyptische rijk, waarin ook bepaalde denkwijzen worden aangetroffen en zelfs bepaalde symbolen en systemen gehanteerd worden, die wij ook aantreffen als deel van de rozenkruiserleringen. Volgens mij zou men echter moeten stellen dat de eerste groepen die zich rozenkruisers hebben genoemd in 1600 als bron moeten gelden, indien wij ten minste niet willen stellen dat de moderne rozenkruisers het merendeel van hun leringen danken aan nog latere denkers als bv. de nogal visionair schrijvende Heindel.
En Christian Rozenkreuz dan?
Een mythische figuur, die wel eens in de tijd van Jezus wordt geplaceerd. Zoals bij vele dergelijke mythische figuren is er echter geen enkele aanwijzing, dat deze persoon ooit werkelijk bestaan heeft. Men stelt ook wel dat de comte de St. Germain een latere incarnatie van hem geweest zou zijn. Waarvoor geen enkele aanduiding te vinden is. De comte heeft inderdaad bestaan en verschijnt en verdwijnt in verschillende landen – onder verschillende namen – op eigenaardige wijze. Maar zelfs uit de enkele verklaringen van tijdgenoten en van hemzelf is niet af te leiden dat hij de bewuste incarnatie zou zijn van een vroegere ingewijde of zelfs van de mythische Rozenkreuz. Overigens is de naam Christian Rozenkreuz zelf reeds een aanduiding voor het mythische karakter van deze figuur. Hij zou immers vertaald kunnen worden als: de christen met het rozenkruis. Wanneer men zich realiseert, dat een dergelijke naam niet bestaan kan hebben in de tijd waarin hij geleefd zou hebben, zeker niet in de landen waarin hij geleefd zou hebben, zal men mijn mening juist achten en ook zelf zeggen: dit is kennelijk geen werkelijke persoon, maar mythos.
Hoe reageren kortgeleden overgeganen op tv-uitzendingen die hun beeld en stem weergeven, bv. Davids, Pruis e.d.
Over het algemeen reageren zij niet. Wanneer je kort geleden bent overgegaan, ben je meestal zo druk bezig met je nieuwe wereld, dat je niet de menselijke gedachten gaat napluizen, waaruit je dan weer de gegevens omtrent tv-voorstellingen zou moeten putten.
Kunt u ons nadere inlichtingen geven over de werking van een runenstaaf? Welke bomen werden vroeger als heilig beschouwd?
Ik neem aan dat u met runenstaven wichelstaven bedoelt. Zij werden meestal gemaakt uit het hout van beuk of es, die beiden ook wel als heilige bomen werden beschouwd. De ingegrifte tekens zijn ontleend aan runen, dus symbolen uit een schriftreeks. De rune bepaalt de betekenis van de staaf, zodat de val daarvan tijdens het wichelen in bepaalde zin geduid dient te worden.
Heilige bomen variëren van land tot land. In het Noorden werd zelfs bij bepaalde stammen de berk als heilig beschouwd. Oleanders en sycomoren zijn eveneens heilige bomen geweest in bepaalde landen en voor magie gebruikt. In uw eigen land vereerde men over het algemeen vooral eik en beuk.
Is er feitelijk een telepathisch contact geweest tussen de laatste astronauten en enkele Amerikanen, zoals dit in enkele tijdschriften werd beweerd?
Er is mij hiervan niets bekend, maar durf u niet zonder meer een definitief uitsluitsel te geven.
Er blijkt een overeenkomst te bestaan tussen temperament en bloedgroep. Gaarne uw commentaar.
Ik acht de uitspraak niet geheel juist. Temperament berust in feite op klierafscheidingen. Deze worden niet zonder meer beïnvloed door de bloedgroep of de resusfactor in het bloed. Komt men tot een vergelijking van typen, dan kan men inderdaad wel stellen, dat driftige typen onder de bloedgroep B inderdaad meer voorkomen, dat daadkrachtige typen en impulsieve typen wat meer voorkomen bij bloedgroep O, terwijl in bloedgroep A nogal veel mensen voorkomen die zich larmoyant plegen te beklagen over het onrecht dat het leven hen aandoet. Bij een bepaald bloedtype treffen wij dus bepaalde eigenschappen wel wat meer aan dan bij andere, maar toch niet in zo overheersende mate dat men kan stellen: die eigenschap is kenmerkend voor degenen die een bepaalde bloedgroep hebben.
Ik zou dan ook liever stellen, dat iets omtrent het weefseltype en mogelijke balans van interne secreties, wel aan de hand van het bloedtype kan worden verondersteld, zonder dat dit zekerheid geeft. Men zou iets dergelijks kunnen stellen in verband met de pigmentering. Maar men zal steeds weer rekening moeten houden met opvoeding, omgeving, scholing, zelfbeheersing, die een veel grotere invloed op karakteruitingen naar buiten toe schijnen te hebben.
Bestaat er zoiets als het verschijnsel tweelingziel? In de boeken van J. Rulofs wordt zelfs gesteld dat vrijgezellen niet door kunnen dringen tot de Lichte sferen, omdat zij ten aanzien van kosmische wetten verzaakt hebben.
Dat de schrijver iets dergelijks stelde, kan wel kloppen. Wat onze ervaringen betreft: wij vinden zowel gehuwden als ongehuwden in de Lichtere sferen, zoals ook in de duistere sferen. In Lichte sferen blijkt geen groot verschil in beleving daarvan door gehuwden en niet gehuwden, terwijl, zover mij bekend, dit ook in duistere sferen niet het geval is. Overigens is volgens mij hier sprake van een fout, doordat men bepaalde kosmische regels beschouwen wil als direct betrekking hebbende op een zuiver stoffelijke relatie. Wij kunnen wel stellen: de mens die niet komt tot een geestelijke erkenning van en een harmonie met anderen, zal niet in staat zijn het hogere Licht te aanvaarden. Zover mij bekend is dit inderdaad juist, maar het heeft m.i. weinig te maken met vrijgezellen en gehuwden.
De tweelingziel is een soort mythe. Men stelt namelijk dat men geschapen wordt met een aanvullende entiteit daarnaast die de tweelingziel is, die je steeds weer terug zult vinden door alle incarnaties heen. Dit strookt niet met de ervaringen die wij in dit verband hebben. Wij concluderen dat geen ‘vaste’ partner bestaat.
Als tweelingziel zou men desnoods echter een entiteit kunnen omschrijven, die een van het Ik differente, maar harmonische inhoud heeft op een wijze, waardoor voor het Ik een algehele eenheid daarmee mogelijk is en beider prestatie als een soort eenheid voert tot een hogere geestelijke waarde van de twee-eenheid dan elk van de delen daarvan voor zich ooit zou kunnen bereiken. Dit is dus niet gebonden aan een bepaalde entiteit of een bepaalde sekse, maar wel aan een zekere gelijkheid van innerlijk niveau.
Wanneer twee entiteiten die elkander meerdere malen in incarnaties of sferen hebben aangevuld, een volledige harmonie bereiken, zal er geen behoefte meer zijn de eigen persoonlijkheid als specifiek en verschillend tegenover anderen te uiten. Er ontstaat dan een eenheid, waarin deze twee persoonlijkheden zich tegenover de buitenwereld inderdaad als een enkele persoonlijkheid manifesteren. Het aantal oorspronkelijke persoonlijkheden dat in een dergelijke eenheid kan worden opgenomen, is, zover wij weten, onbeperkt, zodat zeer hoge entiteiten die voor ons als een enkele persoonlijkheid verschijnen, mogelijk zijn opgebouwd uit een veelheid van persoonlijkheden die in perfecte harmonie gezamenlijk bestaan.
Wat gebeurt er met zelfmoordenaars bij de overgang? Moeten zij hun ontbinding zelf meemaken en de rest van hun aardse tijd in het ledige vertoeven?
Dit is een van de meest geliefde legenden. De status en de toestand waarin men verkeert na de overgang wordt bepaald door je leven op aarde, je concept van jezelf plus de toestand op het ogenblik van overgang. Deze hebben dus een beslissende invloed.
Iemand die zelfmoord pleegt in een pogen een bepaalde situatie te ontvluchten, zou op die situatie inderdaad zo geconcentreerd kunnen zijn, dat hij hierdoor tijdelijk aardgebonden wordt. Of hierbij de ontbinding wordt meegemaakt of niet, is daarbij afhankelijk van de vraag of men zich nog één acht met het lichaam – maar dit geldt gelijkelijk voor elke overgegane. Indien wij echter beseffen dat de zelfmoord niet werkelijk tot op het laatste moment gewenst wordt door de meesten die haar bedrijven, dat aanvaarding van eigen toestand en problemen in het stoffelijke bestaan juist tijdens de laatste ogenblikken van het leven veelal toch nog plaatsvindt, zo moeten wij stellen dat de toestand van algehele wil tot ontvluchting van de werkelijkheid en algehele verwerping van eigen wezen maar zelden voorkomt.
Als vormen van zelfmoord zou men bovendien bv. martelaarschap kunnen beschouwen, opoffering voor anderen, die de dood ten gevolge heeft, harakiri – om de eer van de familie te bewaren – het per ongeluk expres verongelukken om zo de familie te helpen verzekeringsgelden te ontvangen e.d. Dergelijke vormen van zelfmoord bezitten een mate van onzelfzuchtigheid en berusten op de overtuiging dat men de enig juiste weg kiest. Het gevolg van deze instelling is dan ook: dat degenen die dit doen, hierdoor niet in hun verdere ontwikkeling zullen worden belemmerd, maar hierdoor soms zelfs sneller tot bewustzijn in de sferen geraken.
Met de Bijbel in de hand zijn verschillende groepen in de laatste tijd weer op mensenjacht gegaan onder het motto: Voor Jezus, tegen homofilie, abortus en drugs. Wat heeft Jezus met genoemde zaken uitstaande?
Hij is een gemakkelijk te hanteren autoriteit die je kunt gebruiken, wanneer je voor je overtuiging geen voldoende menselijk overtuigende bewijzen aan kunt voeren, ten aanzien van de onwenselijkheid van dergelijke zaken. Ook God wordt op deze wijze maar al te vaak door gelovigen geëxploiteerd.
Hebben wij, indien na de overgang blijkt dat wij bewust anderen leed hebben berokkend, aansprakelijkheid voor onze daden in direct verband met hen die wij leed hebben berokkend?
In zoverre bewust leed aan anderen werd berokkend, bestaat inderdaad aansprakelijkheid. Deze is gefixeerd in het besef van de overgegane, niet in diens feitelijke toestand. Daarom kan men ook niet stellen, dat men aansprakelijk is voor alle gevolgen van een bepaalde handeling die anderen leed bracht. In zoverre er geen intentie was om leed te berokkenen of bewust een zeer beperkt doel hiermede werd nagestreefd, zal de verantwoordelijkheid hiervoor daarmede in overeenstemming zijn.
Dit geldt uit de aard der zaak niet, wanneer degene die leed berokkende de gevolgen had kunnen voorzien van deze daad. Men kan een enkele mens, ook zichzelf, niet volledig verantwoordelijk stellen voor reeksen van oorzaak en gevolg, waarin ook de wil en acties van anderen een rol spelen. Wel komt men tot erkenning van de betekenis van de eigen handelingen tegenover anderen.
Eenvoudige voorbeelden hiervoor zijn door ons vaak gegeven. Wie op aarde een ander kwaadwillig slaat, zal dit in zich verankeren en na de dood het geheel voor zich nogmaals doormaken, waarbij men ook de rol van de ander speelt en zo begrijpen kan wat de slag voor die ander heeft betekend. Kan men dit aanvaarden, dan kan hieruit soms een gevoel van verplichting tegenover de ander voortkomen, zonder dat dit echter een rem op de eigen bewustwording pleegt te vormen. Wel krijgt men in dergelijke gevallen vaak een gevoel van gebondenheid of verbondenheid, waarbij een dergelijke entiteit dan vaak zal proberen iemand op aarde in het bijzonder te helpen. Vele geleidegeesten komen o.m. op een dergelijke basis bij bepaalde personen terecht.
Wat verstaat u onder geleidegeest?
Bewaarengelen, geestelijke leiders, meesters. Bedoeld wordt eenvoudig: geesten die trachten iemand tijdens zijn stoffelijk bestaan te begeleiden en middels inspiratie e.d. te helpen datgene te doen wat de geleidende geest juist acht. Dit is voor de persoon in kwestie dus niet altijd het meest juiste. Genegenheid zowel als haat kunnen er eveneens toe voeren dat men als geest een bepaalde persoon tracht te bereiken. Schuldgevoelens of een gevoel van verplichting kan tot eenzelfde zich met een enkele persoon in de stof voornamelijk bezighouden voeren.
Wanneer een homofiel overgaat, wordt deze dan opeens mannetje of vrouwtje? Wordt deze mens bij u wel opeens geaccepteerd?
Een leuke vraag. Alleen zou ik graag willen weten, hoe u zich onze wereld eigenlijk voorstelt. Misschien is het voor u vervelend dit te horen, maar bij ons is er in feite geen sekse meer. Voor ons is homofilie dan ook iets wat te maken heeft met aardse omstandigheden en waarbij voor ons eerder oprechte genegenheid telt, dan de wijze waarop men deze stoffelijk pleegde te beleven, zodat wij zeker niet discrimineren. Bij ons telt de oprechtheid van een genegenheid en zien wij niet naar de wijze waarop deze tot uiting kwam. Bij u schijnt het mij vaak andersom te zijn: men let niet op de oprechtheid van genegenheden, maar bijzonder sterk op de wijze, waarop deze – al dan niet oprecht – tot uiting schijnen te komen.
Is het op sommige andere planeten waar leven is, net zo een rotzooi als bij ons?
Ik kan hier bevestigend antwoorden, met dit voorbehoud, dat zoiets alleen op de minder ontwikkelde planeten het geval is.
Hoe komt het dat, naargelang er een bepaalde entiteit spreekt via het medium, ook het timbre van de stem van dit medium verandert?
Middels een soort suggestie. U weet dat je middels hypnose iemand zover kunt brengen dat hij loopt te kukeleku-en als een haan of toktokt als een kip, dit als het gevolg van het opleggen van een bepaald beeld. Aangezien wij werken met een medium, wat betekent dat de suggestibiliteit van de persoon groot is en de eigenschappen van lichaam en hersenen blijven bestaan, ook wanneer de eigen geest tijdelijk weg is, is het betrekkelijk eenvoudig een bepaald patroon suggestief aan het lichaam op te leggen en zo althans een deel van onze persoonlijkheid zo goed mogelijk tot uiting te brengen. Dit heeft mede ten doel de eigen persoonlijkheid van een spreker voor de toehoorders meer kenbaar te maken, zodat een betere en m.i. ook vaak juistere waardering voor diens argumentatie mogelijk wordt.
Ik las in een filosofie over het ontstaan van het Al, dat er na de eerste explosie op gedachten, uitgaande van de oorspronkelijke bron, roterende centra van geestelijke aard zijn ontstaan. Hoe ontstaan die centra?
Ik vind het mooi dat u zoiets vraagt, maar hoe moet ik daar antwoord op geven? Het is een filosofie, waar ik het niet mee eens ben. Ik wil u wel kort mijn visie geven. Op een gegeven ogenblik bestaat er latente energie. Wanneer de spanning zo groot wordt, dat een veldwerking kan ontstaan die bij verdere aangroei van de potentie fluctueert, komt de explosie.
Hierdoor ontstaan potentiaalverschillen, waarbij wervelingen in het veld ontstaan. Delen van de energie gaan zich dan ten aanzien van andere delen als massa gedragen en vertonen een reeks van interne veldfluctuaties, die naar buiten toe het karakter van een werveling schijnen te hebben. Hierbij ontstaan eerst kleinste delen, dan een binding van de kleinste delen, hierna straling, warmte, licht. Hierdoor ontstaat materie. Volgens mij is er slechts één gedachte ongedeeld die het geheel tot stand heeft gebracht en beheerst. Van geestelijke centra kan echter eerst worden gesproken op het ogenblik dat afzonderlijke ontwikkelingen en ervaringen plaatsvinden, die tot een niet stoffelijk besef van persoonlijkheid en ruimte voeren.
Ik wijs er verder nog op, dat bij alle energieomzetting een zeer klein deel van de energie teloor gaat. Deze verdwijnt in een ander dimensionaal stelsel. Hierbij blijft zij latent. Wij menen dat de spanning in dit latente deel energie hoger zal worden, naarmate minder potentiaalverschillen in uw eigen Al voorkomen. Wij nemen aan dat voor het wegvallen van de laatste energieomzettingen in uw Al, het andere Al het vooromschreven proces van explosie enz. zal ondergaan, zodat er in feite sprake schijnt te zijn van een continu scheppingsproces.
U stelt dat wervelingen tot kleinste deeltjes worden en dat eerst hierna het wordingsproces van materie ontstaat. Hoe klopt dit met elkaar?
Ongebonden kleinste deeltjes hebben geen massa en kunnen m.i. daarom niet beschouwd worden als materie, zeker niet in de zin waarin dit woord nu gehanteerd wordt op aarde. Materie ontstaat volgens mij eerst wanneer de verschillende kleinste deeltjes in onderlinge bindingen samen zijn gevoegd en bv. het simpelste atoom ontstaat.
Vindt de bezieling van de materie – ik denk bv. aan een Sterregeest – synchroon plaats, of is dit een latere ontwikkeling?
De ontwikkeling van de geest vindt afgezonderd van de materie plaats, zeker in de eerste fasen. In de praktijk kan men echter wel stellen dat vanaf het ogenblik dat energie een zodanige dichtheid en begrenzing ten aanzien van de omgeving bereikt, zodat voor een geest identificatie hiermede mogelijk is, de bezieling plaatsvindt. Voordien is er dus alleen de kosmische wet, de goddelijke kracht, of hoe u dit wilt noemen.
Worden er op het ogenblik in ons heelal nog steeds atomen gevormd?
Ja, zoals zij voortdurend ook worden vernietigd. Het hele Al is gebaseerd op een voortdurende omzetting van materie in energie en omgekeerd, plus een voortdurende vormomzetting in de materie. Indien u nagaat hoe uw eigen zon werkt, zult u tot de conclusie komen dat de werking van massa, versnelling en veldkrachten voert tot een verdichten van de materie in die zon tot zeer complexe vormen van atomaire grootorde. Onder hoge druk ontstaan veldeigenschapsveranderingen in de materie, waardoor atomen – en moleculen natuurlijk – naar mindere druk, dus naar de oppervlakte stijgen, en daar tot ontbinding komen. In de ontbinding komt o.m. energie vrij, een gedeelte van de kleinste delen komt in de vorm van straling vrij en wordt uitgestoten. De resten van de materie binden zich weer in de zonneatmosfeer, dalen tot het oppervlak, verzinken enz. tot het proces opnieuw begint. Het is dus een zich steeds herhalend proces, berustende op een voortdurende omzetting.
Wat is de oorzaak van het plotseling verlaten van Mayasteden als Tikal, Copan en vele andere, die toch op het toppunt van beschaving stonden in de 9e eeuw?
Ik neem aan dat dit samenhangt met natuurverschijnselen, ziekten e.d. Een vlucht voor door demonen bewoonde plaatsen is in deze cultuur begrijpelijk. Ook bij andere beschavingen in het verleden die als hoger worden geklasseerd, zien wij immers dergelijke verschijnselen die soms zelfs tot gehele volksverhuizingen aanleiding worden. Daar ik op dit gebied geen specialist ben, kan ik dit niet met zekerheid zeggen, doch ik acht het waarschijnlijk. Men stelt ook wel dat het ontbreken van het wiel hier een rol heeft gespeeld, daar de aanvoer van voedsel over grote afstanden moeilijkheden zou gebaard hebben. Ik meen echter dat dit niet juist is, daar elders gebleken is dat de verzorging van steden van een dergelijke omvang ook door dragers, eventueel met lastdieren, zonder bezwaar kan plaatsvinden.
Dit geldt zeker in een gemeenschap waarin men over veel slaven en onderworpen volkeren kon beschikken.
Hoe is het natuurwetenschappelijk verklaarbaar dat magische invloeden zich in voorwerpen hechten? Zou u hierover een zo mogelijk glasheldere uiteenzetting kunnen geven?
U denkt hierbij o.m. aan pusaka. Stel: materie is vatbaar voor verschillende invloeden, waarvan het dan in zich veranderingen ondergaat. IJzer kan bv. magnetisme overnemen van een magneet. Koper kan onder bepaalde omstandigheden ook blijvend zijn geleidbaarheid veranderen. Indien wij aannemen dat niet zichtbare werkingen de materie kunnen beïnvloeden, is het eenvoudig genoeg aan te nemen dat de magie, waarbij o.m. gedachtekrachten worden gebruikt en eventueel astrale krachten worden gewekt, op deze wijze ook invloed op materie kan uitoefenen. Het is denkbaar, dat op deze wijze een geringe wijziging in de atomaire, of moleculaire structuur tot stand zou worden gebracht, of de rangschikking daarvan minder willekeurig zou worden.
Het is denkbaar dat een dergelijke inwerking bij verschillende materialen ook verschillende resultaten zal geven, terwijl het eveneens denkbaar is dat de vorm en de massa van de materie van invloed zal zijn voor opname, zowel als de wijze van eventuele weergave van de opgenomen energieën. Ik stel dat dit de werkelijkheid zeer benadert. In dat geval zal herhaling, namelijk versterking van de zo vastgelegd energie, kunnen betekenen en kan het magisch geladen voorwerp beschouwd worden als een soort accumulator voor gedachtekrachten die een zelfstandige energieafgifte kan gaan doen. Dit laatste effect is waarschijnlijker naarmate meer mensen bijgedragen hebben tot de lading. Bij een pusaka-kris bv. hebben vele geslachten hun begrippen van eerwaarde, waardigheid en kracht in het voorwerp geprojecteerd, waardoor begrijpelijk wordt, dat het voorwerp iets van deze krachten ook uit zal stralen. Eenieder die hiervoor gevoelig is, zal m.i. dan ook de invloed van een dergelijk voorwerp kunnen ondergaan en aanvoelen.
Ik kan mij voorstellen dat dergelijke voorwerpen, die lange tijd in een museum achter glas staan, in potentie afnemen.
Dit is mogelijk. Maar het zal afhankelijk zijn van de aard en vorm van het voorwerp, zowel als van de kracht die erin werd gelegd. Er bestaan bepaalde krachten die bijna onbeperkt bewaard kunnen blijven, mits gelegd in de juiste materie. Soms kunnen zij duizenden jaren blijven bestaan. Bij andere voorwerpen is echter een kracht ingelegd die bij gebrek aan verdere invloeden na enkele honderden jaren of soms zelfs na enige dagen reeds als het ware vervliegt.
Dit betekent dus, dat de aankoop van voorwerpen uit bepaalde culturen met grote zorg voor de magische werking daarvan zou dienen te geschieden?
Op het ogenblik dat de mensen zich weer voldoende van dergelijke invloeden en mogelijkheden bewust worden, zal men hiermede m.i. ook wel degelijk rekening gaan houden. Men zal zich echter ook realiseren dat de aanwezigheid van dingen meestal met geheel differente invloeden in een enkel vertrek, of zelfs in een enkele vitrine, elke werkelijke beïnvloeding naar buiten toe, juist door het elkaar kruisen en tegengericht zijn van de verschillende werkingen, geheel teniet kan doen.
Zover mij bekend zijn uit de periode van Atlantis – 9000 v. Chr. – slechts zeer eenvoudige artefacten als b.v. vuistbijlen gevonden, terwijl de cultuur van Atlantis op een zeer hoog peil stond. Hoe dit te verklaren?
Inderdaad kende deze beschaving het verwerken van metalen. Ook zijn er uit de periode van rond 8000 v. Chr. wel enkele resten van metaal gevonden, maar dit betrof edelmetaal verwerkt met obsidiaan. Ofschoon men niet in de werkelijke oudheid ervan schijnt te geloven, stelt men toch de werkelijke ouderdom op t.m. 4000 jaar. U weet dat juist voor dergelijke voorwerpen de tot nu toe gebruikte methoden van ouderdomsbepaling niet perfect zijn. Verder bedenke men dat na de ondergang van Atlantis en de terugval van hun onderdanen tot barbarij, verschillende gebruiks- en kunstvoorwerpen tot heiligdommen worden, die ofwel verborgen dan wel gebruikt, maar ook geroofd worden.
Soms worden deze voorwerpen dan verhandeld en het materiaal opnieuw gebruikt. In andere gevallen vernietigen de bezitters zelf voorwerpen die als talisman hebben gediend, daar zij niet de begeerde zegen brachten. Soms ook vernietigt men dergelijke voorwerpen om te voorkomen, dat anderen daarvan enig nut zouden kunnen hebben. Het teloorgaan van ook voor tijdgenoten kostbare artefacts is dus begrijpelijk, vooral wanneer men zich realiseert dat het merendeel daarvan niet alleen uit metaal en steen, maar vaak mede uit hout bestond, terwijl kostbare metalen natuurlijk ook verbruikt werden, wanneer zij later gevonden werden. Indien men denkt dat er in het verre verleden alleen instrumenten als vuistbijlen bestaan zouden hebben, zo wijs ik op reeds gevonden oude ruïnes in Zuid-Amerika, waarvan de waarschijnlijke ouderdom veel hoger dan slechts 8000 jaren wordt geschat. De stenen van deze ruïnes zijn geheel vlak behouwen en van een zodanige omvang, dat geen zinnig mens ooit aan zal nemen dat men alleen met stenen vuistbijlen stenen van een dergelijke omvang in zo groot aantal en zo rechthoekig en glad af zou kunnen werken.
Er bestaan enkele ruïnes, waarvan men de ouderdom o.m. aan de hand van eens daarover uitgevloeide vulkanische producten heeft vastgesteld. Eén daarvan werd oorspronkelijk zelfs geschat op een ouderdom van rond 40.000 jaren. Dit is echter later aangevochten – en persoonlijk meen ik – dat de ouderdom van deze ruïne rond 15 tot 16.000 jaren zal zijn.
Sommige mensen hebben zeer veel baat bij het geriatricum KH3. Volgens farmaceuten is dit succes niet verklaarbaar uit de bestanddelen, waaronder procaïne. Is hierbij sprake van een tot op heden onbekend effect, dan wel van een suggestietherapie?
Bij elke therapie speelt suggestie een rol, zo ook hier. Het volgende dient men zich echter wel te realiseren: Er zijn vele stoffen die op zich of in samenstellingen niet of beperkt werkzaam zouden kunnen zijn, doch, met andere stoffen in het lichaam samenkomende, eventueel versterkt met bepaalde sporen uit de voeding, opeens een grote werkzaamheid kunnen krijgen. Anders gezegd: stoffen die aan het lichaam worden toegevoegd kunnen in het lichaam met andere stoffen die in het lichaam aanwezig zijn, of daarin door de voeding komen, tot reactie komen, waardoor in het lichaam zelf geheel andere stoffen ontstaan met een biologische inwerking, die sterk van het normaal verwachte afwijkt.
Wanneer dromen zich altijd weer in inferieure omgevingen als achterbuurten afspelen en dit alles kleurloos bij vaal licht, is men dan uitgetreden? Wat zegt dit van de dromer?
Over de dromer is aan de hand van de verstrekte gegevens niets met zekerheid te zeggen. De kleurloosheid en vaalheid die worden genoemd, duiden op een afwezigheid van kleuren. Dit maakt het waarschijnlijk dat wij hier te maken hebben met werkingen uit eigen onderbewustzijn. Indien werkelijk sprake zou zijn van uittreding, zou deze een van de minder duistere sferen moeten betreffen. Dergelijke uittredingen kunnen wijzen op persoonlijke actie in een dergelijke sfeer – taakvervulling – of een harmonie met een dergelijke sfeer. Ten laatste zou het ook nog kunnen duiden op een verbondenheid met personen of krachten dan wel denkwijzen, die in die sfeer bestaan of zelfs domineren. In het laatste geval zou ik niet veel over hebben voor een dergelijke dromer.
Kortgeleden is hier gezegd dat men zijn ware gezicht kan zien door lang in een spiegel te staren, die geflankeerd is door twee kaarsen. Kan men dit ook spontaan bij anderen waarnemen, doordat de persona, zijnde het masker dat eenieder draagt, plotseling transparant wordt en het wezen van de ander je aanziet? Algemeen bekend is dat innerlijke goedheid een lelijk gezicht tot schoonheid kan verheerlijken.
De voorgeschreven proef heeft niets te maken met het werkelijk zien van een gezicht in een spiegel. Het is een vorm van autohypnose, waardoor het werkelijke ik voor de persoon zelf kenbaar naar voren kan treden. Het wordt mede veroorzaakt door het doel dat men zich stelt bij het nemen van de proef. Verder wil ik opmerken dat de werkelijke persoonlijkheid altijd door het masker uitstraalt, maar dat de gevoeligheid van de beschouwer hiervoor varieert, vooral omdat zijn beeld van anderen veelal mede door omstandigheden wordt bepaald.
Het is inderdaad mogelijk dat men goedheid en zo als schoonheid ervaart bij iemand met een lelijk uiterlijk. Dit betekent dat men door erkende of aangevoelde waarden de ander op een van het normale afwijkende wijze beziet, niet dat de ander inderdaad mooi wordt.
Het bevredigt mij niet. Ik heb zelf bij iemand die mij dierbaar is iets meegemaakt, waardoor achter het masker iemand met andere ogen, haren en huidskleur te voorschijn kwam.
Dit zou een helderziende waarneming kunnen zijn, maar heeft m.i. niets te maken met een tijdelijk wegvallen van wat u de persona noemt. Indien u uitgaat van een persoonlijke ervaring en daardoor uw persoonlijke verklaring prefereert, zo is dit uw goed recht. Wanneer ik een verklaring moet geven die redelijk voor eenieder enigszins aanvaardbaar blijft en bovendien met de feiten strookt, kan ik het door u geïmpliceerde echter niet zonder meer bevestigen.
Hoe ontstaat de zgn. slijtage, of artrose? Kunnen ontstekingsverschijnselen hierbij een rol spelen? Als therapie denk ik aan de eens hier genoemde omslagen met gekneusde koolbladeren of weegbree tegen gewrichtspijnen?
De verouderings- of slijtageverschijnselen hebben natuurlijk niets te maken met de voorgeschreven therapie met gekneusd koolblad. Dit laatste werd voornamelijk gebruikt wanneer door gewelddadige beschadigingen gewrichtspijnen ontstaan of zwellingen optreden. Het kompres veroorzaakt in de eerste plaats interne verhitting, brengt een soort enzymase voort, waarvan delen de huid doordringen en doet delen leevocht (?) verdwijnen.
Dit is overigens een zeer oud recept, dat zover mij bekend in uw dagen hoofdzakelijk door wielrenners en primitieve voetballers gebruikt zal worden. Ik zeg primitieve voetballers, omdat de geëmancipeerde voetballer in uw dagen meestal over een dokter kan beschikken die hem voorschrijft te rusten, terwijl hij verder salaris trekt. Artrose is een verkalkingsverschijnsel, waarbij ook slijtage van kraakbeen een rol kan spelen. Ontstekingen spelen hierbij zelden een beslissende rol.
De door u genoemde weegbree wordt alleen gebruikt bij bepaalde open ontstekingen en dan een ventilerend kompres, waarin sterk gekneusde weegbreebladeren zijn gelegd. Dit heeft dan een uittrekkende werking. Het gaat hier dus om oude volksrecepten, die werkzaam zijn op dezelfde wijze als men peterselie kan gebruiken om een waterafdrijving te veroorzaken, waardoor zij gebruikt kan worden – bij gebrek aan andere middelen – in gevallen van suikerziekte om het bloedsuikergehalte te verlagen.
Voor ouderen lijken mij dergelijke recepten niet bepaald belangrijk, ook al kunnen zij een tijdelijke mildering van de kwaal tot stand brengen. Ook in gevallen van artrose lijkt mij gezonde en regelmatige, niet te rijke voeding, evenals zindelijkheid en het zoveel mogelijk vermijden van vervuild milieu. In vele gevallen blijkt artrose bevorderd te worden door een te kalkrijke voeding – denk ook aan kalkhoudend drinkwater – en een onjuiste voeding, waardoor de normale processen van celvervanging vertraagd worden of uitblijven.
Is er een psychosomatisch moment aan te wijzen voor reumatische aandoeningen?
Men dient eerst zo goed mogelijk de basis na te gaan. Ongeveer de helft van de als reuma beschouwde verschijnselen heeft medicatie werkelijk nodig; de andere helft zou met een zuiver psychische therapie evengoed genezen kunnen worden.
Aan te bevelen is dus:
- Het nagaan van de problematiek van de persoonlijkheid. Vraag u af, in hoeverre de kwaal voordeel of zekerheid schijnt te bieden, waarvoor de patiënt mogelijk in zijn ziekte vlucht.
- Geef een zodanige medicatie dat de vaak aanwezige overbodige lichaamszouten kunnen worden afgevoerd en gelijktijdig een mildering van de pijnen ontstaat.
- Geef een bewegingstherapie, zo mogelijk onder pressie, waardoor het terugvallen op de kwaal moeilijk wordt en de bewegingsloosheid die daarmede vaak gepaard gaat, wordt voorkomen.
In feite zal een dergelijke behandeling voor een groot deel van de reumagevallen voldoende blijken te zijn.
Er bestaat echter een reeks kwalen, die onder reuma geklasseerd worden, maar in feite o.m. veroorzaakt worden door verkeerde stand van bekken, gewrichten, ruggengraat enz. Verder dient men na te gaan, in hoeverre sprake was of is van spierontstekingen en ontstekingen in het zenuwstelsel. De verschijnselen hiervan worden immers wel populair reumatiek genoemd, maar hebben geen psychische oorzaak.
Wat betekent de volgende ervaring: Iemand ligt in een koud en vochtig hotelbed tussen waken en slapen. Plotseling ziet hij zijn onderbenen en een dikke ringvormige zwarte wolk die om zijn voeten ligt en langzaam hoger komt. Hij hoort een stem die zegt: Wanneer deze ring te hoog komt, ben je er geweest. Dit is een occulte aanval. Bid het Onze Vader. De aangevallene kent alleen de eerste regel en gaat die dan maar herhalen. Met succes, daar het verschijnsel zich oplost.
Wanneer je zo iets hoort stel je allereerst: bij de persoon in kwestie is een zekere suggestibiliteit zeker aanwezig. Het verhaal van de aanval op zich is niet logisch. Gesteld wordt, dat er een gelijktijdigheid is van de aanval en de waarschuwing. Zou hier sprake zijn geweest van een strijd tussen twee entiteiten, dan zou hiervan iets gebleken moeten zijn, terwijl het herhalen van een regel uit het Onze Vader zeker geen noodzaak zou zijn. Overigens maakt het verhaal duidelijk, dat de eerste regel van het Onze Vader het wel aardig doet. Waaruit ik de enige voor mij waardevolle conclusie wil trekken: nl. dat de meeste mensen kennelijk veel te ingewikkeld bidden. Ik wil verder alleen maar opmerken, dat de omschreven omstandigheden, vochtig, koud, mogelijk lakens die niet meegeven enz., een nachtmerrie kunnen bezorgen aan iemand die waarschijnlijk toch reeds in mineurstemming is. Er zijn vele vergelijkbare dromen die op soortgelijke grondslagen blijken te berusten en zo een ongeveer gelijke verklaring vergen. Slechts zelden speelt iets van occulte origine een rol. Uit de aard der zaak is dit een algemene verklaring.
Zou de droom niet veroorzaakt zijn door koude tenen?
In dat geval zouden heel wat vrouwen last moeten hebben van dromen over dergelijke rookwolken. Daarvan is mij echter niets bekend.
Komt Amerika spoedig uit de economische depressie?
Wat noemt u spoedig? Over honderd jaren is men er wel overheen. Deze economische depressie is een logisch uitvloeisel van het systeem. En aangezien de neiging het systeem afdoende te wijzigen bij de machthebbers niet zo groot is, zal een werkelijk aanpassen van het systeem aan de noodzaken en zo een wegvallen van de oorzaken voor deze crisis nog langere tijd vergen. Ik neem overigens aan, dat de USA tegenover de binnenwereld groot zal blijven doen, zolang er een dergelijke interne crisis bestaat. Het is nl. de crisis tussen verbruik en productie, die hen dwingt steeds weer buiten eigen land een aanleiding tot verbruik te vinden. Men beseft niet dat men zo ten koste van werkelijke interne mogelijkheden de huidige economie in stand houdt door middel van uitgaven, die, gezien de werkelijke mogelijkheden van het volk, op het ogenblik zeker niet verantwoord zijn.
Daarmede zijn uw vragen afgehandeld, vrienden. Dit betekent dat wij aan het einde zijn gekomen van dit eerste deel van de bijeenkomst. U kunt in de pauze natuurlijk nog vragen indienen voor het tweede deel van de avond. U kunt zich natuurlijk dan ook beklagen over het feit dat ik bij de beantwoording van uw vraag te kortaf ben geweest. Niet, dat dit veel zal helpen, maar het is voor u misschien aangenaam, wanneer u uw ergernissen kunt uiten. Indien er geen vragen meer zijn, kunt u de tweede spreker misschien een onderwerpje stellen. Wat mij betreft: ik dank u voor uw gehoor, voor uw vele vragen en hoop, volgens mijn kunde en in volledige eerlijkheid, een zodanig antwoord op uw vragen gegeven te hebben, dat de strekking daarvan voor allen begrijpelijk was. Ik dank u voor uw aandacht.
Deel 2
Iedereen uitgegiecheld?
Dan, vrienden, beginnen wij dit tweede deel van de avond met de vraag, of er nog vragen zijn.
Op welk moment is abortus niet meer verantwoord? Op welk ogenblik hecht zich de ziel van het kind in de moeder?
De eerste 3 maanden is het huis in aanbouw. De geest komt wel eens kijken, heeft er een claim op, maar is er nog niet ingetrokken. In de vierde maand begint hij er over te denken hoe de zaak in te richten. Abortus wordt dan voor de geest reeds pijnlijker. Daarna identificeert de geest zich steeds sterker met het kind en de moeder. M.i. is abortus volgens mij dus verantwoord in de eerste 3 maanden, terwijl nadien slechts bij grootste noodzaak een dergelijk ingrijpen nog geoorloofd kan zijn.
Wat gebeurt er dan met dat ego?
Dat ego, dat nog niet gevestigd is, zal reageren met een: daar heeft de huisvesting mij weer een lelijke streek geleverd. Nu moet ik weer een passend huis gaan zoeken. Verder niets. Word je er echter na minstens vier maanden uitgegooid, dan is er voor het ego wel degelijk sprake van een schokervaring, waarbij de ervaringen en gedachten van de moeder veelal worden overgenomen als een eigen beleven; dit is meestal eerder erg vervelend dan ernstig, maar daar een mens nooit kan weten in hoeverre de entiteit, die toch dit lichaam heeft gekozen, geschaad kan worden in zijn ontwikkeling als Ik, meen ik dat het beter is na de derde maand niet te aborteren.
Gaat dat ego terug naar de sferen, of blijft het zenuwachtig zoeken naar een moeder, die het past?
Je keert bijna altijd naar de sfeer toe vanwaar je incarneerde. Maar al hebben wij geen instanties, de kans is groot dat de betrokken geest in het begin lelijk moppert. Later zal hij zich realiseren: wanneer ze al zo weinig voor mij over hadden, is het misschien toch wel beter dat ik nu de kans heb mij een wat sympathieker ouderpaar uit te zoeken. Want u moet goed beseffen dat, al hebben wij alle begrip voor de wenselijkheid of soms zelfs noodzaak van abortus, wij degenen die erbij betrokken zijn, toch wel minder sympathiek plegen te vinden.
Is het dan voor het betrokken ego een bewustwording of zoiets?
Bij abortus in de eerste 3 maanden niet. Nadien kan het inderdaad een bewustwording betekenen. Maar dat is dan weer sterk afhankelijk van de emoties van de moeder. U moet er namelijk rekening mee houden dat zeker vanaf de 6de maand, maar veelal reeds eerder, het grootste deel van het emotionele leven van de moeder door het wordende kind wordt meebeleefd, terwijl daarnaast – noem het telepathie – het kind deel heeft in een groot deel van de denkwereld van de moeder. Hierbij heeft het geen aardse werkelijkheidsreferenties, zodat de beelden wat vaag plegen te blijven. Toch kan in deze periode veel van de moeder door het kind worden overgenomen. Wat niet altijd leuk zal zijn. Wanneer je iemand maar steeds hoort denken: “Hoe kom ik er af, hoe kom ik er af?”, krijg je er op den duur ook de p… in.
Het ego keert dus niet meer bij dezelfde moeder terug, wanneer zij na een paar jaren wel een baby wil hebben?
Dat zal maar zelden voorkomen. Misschien wel eens, wanneer er ondanks alles een grote affiniteit tussen moeder en wordend kind is geweest, terwijl het ego in kwestie in de tussentijd geen andere aanvaardbare incarnatiemogelijkheid heeft gevonden, of een specifieke binding met het ego van de moeder heeft, die uit andere incarnaties of de sferen stamt. Wat wel vaak voorkomt: wanneer zonder wil of schuld van de moeder – door natuurlijke oorzaken dus – de vrucht verloren wordt of het kind doodgeboren wordt, zal een ego zich vaak toch met de moeder gebonden voelen en ongeveer redeneren: Ik voel mij zo thuis in die sfeer, dat ik wacht op een volgende gelegenheid.
Is er geen kans dat iemand die veel met abortus te maken heeft een stoet van verontwaardigde geesten achter zich aan krijgt, een aborterende arts bv.?
En hem dan uitschelden voor sloper of lelijke huisjesmelker? Zo wordt het niet. U zoekt het wel wat ver. Voor iemand die nog niet als stoffelijke persoonlijkheid met uw wereld contact heeft – daar alles via de moeder komt – is de moeder de bron van alles. Dat kunt u toch wel begrijpen? (ja.) Nu, dan is hiermee het vraagstuk opgelost.
Is het mogelijk, dat het kind invloed uit kan oefenen op de moeder, zodat daar een geïncarneerde inkomt?
U stelt het wat eigenaardig, want u vraag betekent: kan het kind invloed uitoefenen op de moeder, zodat er in die moeder nog iemand bij komt? Maar dat bedoelt u niet.
Het is mogelijk dat iemand die voldoende bewust is en een bepaald stoffelijk levensdoel kiest, incarneert in een bepaald gezin, een bepaalde moeder en na de eerste paar maanden voldoende besef en stoffelijk houvast heeft om de moeder zelfs stoffelijk enigszins te beïnvloeden. Er zijn enkele gevallen bekend, waarbij het kind in de laatste twee maanden van de zwangerschap de moeder feitelijk domineerde. Maar dit komt maar zeer zelden voor.
Heeft een ego rond de 6de maand nog voldoende besef van de eigen sfeer, of zit men dan al ingezogen in de hersens van het kind?
Er is voor de geboorte nog geen werkelijk hersenleven van het kind, maar alleen iets, wat u kunt vergelijken met een onderbewustzijn, waarin het gehele levensbesef ligt en waarin flarden van een algemener bewustzijn, of een daarin geprojecteerd geestelijk bewustzijn mede een rol spelen. Verder komt je voor de geboorte bijna niet. Er blijft dan ook een besef van de eigen sfeer bestaan, dat misschien vergeleken kan worden met een menselijk besef gedurende een uittreding, zonder dat er echter van een feitelijke uittreding sprake is, daar in deze tijd juist het inwerken en één worden met de vrucht, het je ingraven in het zenuwstelsel dat dan voldoende af is, belangrijker is voor het Ik. Je komt er dan niet toe er eens op uit te gaan, of eens goed om je heen te kijken.
Indien ik dit laatste vroeger had gedaan, was mijn leven op aarde anders geweest. Want op het ogenblik dat de fabricage van mijn stoffelijk ik-je begon, was de toestand bij ons heel erg gezellig. Maar tussen dat ogenblik en mijn komst op aarde gebeurden er enkele dingen, waardoor mijn vader… laat ons zeggen de geest zocht in meer geestrijk vocht. De oorzaken en het verloop van de dingen heb ik mij eerst na mijn dood geheel gerealiseerd. Toen erkende ik ook, dat juist dit leven voor mij erg nuttig is geweest, maar het was lang niet altijd aangenaam. Dat is volgens mij de grote moeilijkheid, wanneer met mensen over incarnatie gesproken moet worden. Zij zoeken het aangename en begrijpen niet waarom zij, wanneer er toch een keuze mogelijk was, zij niet iets aangenamers gekozen hebben. Zij begrijpen niet dat het onaangename in het leven vanuit een geestelijk standpunt vaak het meest nuttige in dit leven is.
Ik zou het prettig vinden, wanneer u het verschil tussen harddrugs en softdrugs en het moderne jeugdprobleem eens behandelde.
Waarom niet. Een softdrug is een drug die niet geheel een drug is, althans niet méér een drug dan menige drug die geen drug genoemd wordt. Een harddrug is een drug die in feite een vergif is, dat buiten enkele inwerkingen op gestel en denkvermogen ook het lichaam aantast. Het gebruik van harddrugs, zelfs beperkt, is dan ook iets waarvoor je altijd lichamelijk betaalt. Deze drugs hebben bij meermalig gebruik de eigenschap je te dwingen steeds weer de drug te nemen, dan wel ernstige lichamelijke onaangenaamheden te ondergaan. Je wordt dus gedwongen steeds meer van de drug te nemen, waardoor je lichamelijk steeds zieker wordt. Bij softdrugs bestaat praktisch geen fysieke, maar wel een psychische verslavingsmogelijkheid. Hierdoor geen lichamelijke ellende, maar wel de neiging om in de ellende van je wereld steeds weer te zoeken naar de veel aangenamer wereld die de drug je voorgoochelt, de wereld waarin je je thuis voelt. De vlucht voor de werkelijkheid, die aanleiding pleegt te zijn tot een overmatig gebruik van deze middelen, is vergelijkbaar met de verslaving die men o.m. bevocht met de leuze: Ach vader, drink niet meer.
Wat de jeugd daarmee te doen heeft? Och, de ouderen hebben veel dwaasheid uitgehaald en de grootste is wel, dat zij hun kinderen de kans hebben gegeven veel meer te leren dan zij zelf ooit geleerd hebben en te discussiëren over vele onderwerpen, waarvan zij in hun jeugd het bestaan misschien niet eens kenden. Het valt daarom vele kinderen op, hoe weinig hun ouders en alle ouderen geleerd hebben, zelfs van hun ervaringen. De kinderen zien daardoor ook duidelijker wat de ouderen van de wereld hebben gemaakt. Dit betekent weer, dat de jongeren niet geneigd zijn deze wereld van de ouderen zonder meer de aanvaarden. Of zij die wereld echter nu accepteren of niet, zij zullen ermee moeten leven. Dat geeft een gevoel van zinloosheid en hulpeloosheid. Rook je een stickje, of neem je een drug, dan heb je opeens het gevoel dat alles veel beter gaat en dat je toch nog heel wat mogelijkheden hebt. Neem je een beetje hasj, dan maak je een heel klein tripje en als je terug bent, voel je je als Lizaberta.
Lizaberta?
Ja. Dat is een mopje voor de ouderen. Tripje en Lizaberta waren vroeger figuren in een strip. Je komt dus wat melig terug van je tripje. Het was even anders. Maar als je terugkomt, is de wereld nog precies dezelfde gebleven. Dat is zo mies, dat maakt je zo mismoedig, dat een groot deel van de jeugd zegt: Waarom zou ik die wereld blijven volgen? Geef mij maar mijn stickje en zo weinig mogelijk ellende. Zeker, wanneer ik werken moet, zal ik het wel doen, maar dan zo weinig mogelijk. Ik heb geen zin mij af te sloven voor dingen die ik in wezen veracht. Laat mij dan maar buiten de wereld van die gewichtig doende volwassenen leven.
De volwassenen hebben uit de aard van de zaak vooral tegen deze houding bezwaar. Het is natuurlijk ook niet leuk te moeten horen, dat al je streven naar grotere welvaart in de ogen van vele jongeren niets anders betekent dan een poging tot een steeds verdergaande milieuvergiftiging. Zoals je het niet leuk vindt te ontdekken dat je volgeladen tafel die voor jou een aangenaam contrast is met de armoede van je jeugd en werkeloosheidsbedeling, voor de jongeren in feite betekent, dat je je maar volvreet en je lichaam verpest door te veel te eten, terwijl je zo bovendien tekort doet aan de velen die op de wereld nog verhongeren. De jongeren kijken nu eenmaal anders tegen de dingen aan. Ouderen willen met alle geweld een mooie gave glanzende appel hebben. De jongeren bezien het en vragen: Hoeveel vergif zit er daarom in? Want die hebben geleerd over dergelijke dingen na te denken.
Met de politiek is het al precies zo. De ouderen zeggen: “Wij hebben thans een regeringsprogramma, waarin een urgentielijst van sociale noodzakelijkheden is opgenomen en zullen hierdoor in staat zijn – mits wij zekere heffingen kunnen doen en het gezag wat beter kunnen handhaven – de wenselijkheden in de nabije toekomst beter te vervullen”.
En de jongeren zeggen dan alleen maar: “Wat staat zo een vent te kletsen?” Ik kan die jongeren best begrijpen. Want wat nodig is, is niet zo gek als het menigeen zal klinken: een je kapotbouwen aan bouwdozen, waarin je mensen tijdelijk kunt opbergen tot zij voldoende psychisch gestoord zijn om in een inrichting opgenomen te worden. Er is ruimte voor de mensen nodig om te leven. En leven betekent iets anders dan opgeborgen zijn. Wanneer het over werken gaat, zo zeggen de jongeren: Als je er gelukkig mee wordt of iets mee bereikt, is werken mooi. Maar wat heb ik eraan?
De ouderen stellen: Wij hebben wel 16 uur op een dag gewerkt en jullie hoeven hoogstens 8 uur te werken. Dat is toch alle reden om plichtsgetrouw bezig te blijven en blij te zijn? Maar de jongeren merken dan op: De wereld is zo interessant. Wat heb ik eraan om allerhande dingen te doen die mij niet interesseren, om dingen te kunnen kopen waar ik niets aan heb? Ik wil dingen doen die voor mij belangrijk zijn. Zo ontstaat een generatieconflict dat vooral op uiterlijke afwijzing van het bestaande, dwaas of niet, is gebaseerd. En zeg nu niet dat er geen discriminatie bestaat tegen jongeren die zichzelf proberen te zijn, in plaats van een kopie van ouderen te worden. Want zo dit juist zou zijn, is het toch wel heel vreemd dat bij een rel iemand met een kale kop die de politie uitjouwt, er meestal zonder kleerscheuren afkomt, terwijl iemand die erbij staat te kijken, maar lange haren heeft, in puin wordt geslagen.
En daar lacht u nu eens niet om. Misschien omdat mijn opmerking zelfs voor uw besef te dicht bij de werkelijkheid ligt? Vooroordelen, vooroordelen, vooroordelen in een wereld, waarin je als jongere, zelfs wanneer je dit wilt, niet werkelijk jezelf kunt zijn. En dan de drugs die je de illusie geven dat je voor een ogenblik jezelf bent. Is het een wonder dat jongeren die in een te groot conflict met de oude wereld van orde, gezag en bezit komen, naar dergelijke middelen grijpen? Ik meen dat u het toenemende drugmisbruik in de eerste plaats dient te zien als een sociaal verschijnsel, vergelijkbaar met het alcoholisme, zoals dit bestaan heeft in de jaren 1900 tot 1930. Trouwens, voor die tijd bestond het drankprobleem ook, want mijn vader wist er ook van. Ik stel dus: Dit zijn sociale verschijnselen.
Wanneer je leeft in een overbevolkte maatschappij met een minimum aan verdraagzaamheid, een gebrek aan contact, aan communicatie tussen de verschillende groepen, waarbij alles zo complex is geworden dat het zelfs niet meer mogelijk is dit complexe geheel als een geheel te hanteren of zelfs maar geheel te overzien, wat moet je dan? Je staat er als een jong mens tegenover en wilt de dingen graag eenvoudig doen. Je maakt dan fouten, veel van je denkbeelden en idealen berusten misschien zelfs op vergissingen. Maar het is wel zeker dat je het gevoel krijgt: de wereld biedt mij niet veel.
Aan de ene kant word je steeds weer verteld, dat je vooral zelfstandig moet zijn; aan de andere kant eist men, dat je je conformeert aan het bestaande. Aan de ene kant vertellen ze je: ik vertrouw je, je bent nu oud en wijs genoeg om zelf te weten wat je wilt. En aan de andere kant hoor je even later: die rokken zijn veel te kort. Kind, je mag alles van mij, maar braaf blijven en om 10 uur thuis. Die dingen zijn strijdig. Verwondert het u dat de jongeren die met dergelijke tegenspraken worden geconfronteerd zich afvragen: Wat is waar? Waarom zus, waarom zo? Zij zien de wereld en geloven niet meer dat de ouderen wijzer zijn en weten wat goed voor je is. Zij hebben weinig of geen vertrouwen meer in het gezag en willen vrij zijn.
Nu is werkelijke vrijheid in de eerste plaats een innerlijke vrijheid. Maar in een maatschappij, die alles schijnt te baseren op uiterlijkheden, denk je daaraan niet zo snel en blijkt innerlijke vrijheid moeilijk te vinden. Zeker, je kunt vluchten naar de kerken en voor je moeite nog uitgelachen worden ook misschien. Je kunt vluchten in de drugs en zo terecht komen in een kliek waarin je niet meetelt, wanneer je niet steeds weer drugs gebruikt. En dan komt de ellende. Wat nodig is, is doodgewoon een aanvaarding, een aanvaarden van de medemens, zoals die is.
Kijk eens in de wereld. De mensen praten over de noodzaak homofilie als menselijke uiting te erkennen. Maar wanneer zij met zo iemand in aanraking komen, is de kans groot dat zij schelden op die vuile flikker en hem nog de das om proberen te doen ook. Waarom? Wel, om de doodeenvoudige reden dat iedereen hoort te zijn zoals wij zijn. Want als hij niet is zoals wij zijn, deugt hij niet. Want wij zijn de enigen die deugen. En omdat er zoveel ondeugdelijke deugdzamen in de wereld rondlopen, deugt de wereld niet. Hierin ligt een van de redenen voor het drugmisbruik.
Je kunt de jongeren voorlichten. Natuurlijk. Dat moet je ook doen, maar dan wel geheel eerlijk en zonder vooroordeel. Want zij worden al te veel bedrogen. Je moet niet zonder grondig onderzoek en voor eenieder duidelijk en aanvaardbaar bewijs zeggen: Wanneer jij een stickje rookt, zal je nageslacht misvormd zijn en jijzelf zult geen steek meer waard zijn. Vroeger had men ook zoiets: Vooral niet onaneren hoor, want dan word je ziek, je krijgt geen kindertjes en je gaat vroeg dood op de koop toe en komt dan nog in de hel ook.
Vele jongeren geloofden vroeger dergelijke sprookjes. Ook nu zullen vele jongeren hun ‘voorlichters’ nog wel in het begin geloven. Maar zij bemerken veel eerder dan vroeger dat er iets niet klopt. En dan zeggen zij: Wanneer zij ons op dit ene punt bedriegen, zal er van de rest van hun verklaringen ook wel niets waar zijn. En zo geloven zij dan ook de dingen die wel waar zijn niet meer.
Ik kan mij voorstellen, dat je het als ouder van kinderen van 17, 18 jaar toch wat genuanceerder wilt zien.
U stelt het extreem en dan nog vanuit het oogpunt van de jeugd, u stelt het scherp. Ik kan mij voorstellen dat je als ouder dan toch wel bepaalde criteria wilt aanleggen. Mogelijk schijncriteria, maar maatstaven die je jezelf aanlegt en die je je kinderen mee wilt geven. De kinderen van heden verwerpen alle maatstaven en ik voel dat dit een ongewenste situatie is.
Natuurlijk. Omdat de waarden van de jongeren niet stroken met uw waarden en waarderingen. Maar dat is in het verleden ook zo geweest. Alleen was het toen geen openlijk, maar meer een verborgen conflict, zodat de ouderen zichzelf eenvoudiger konden bedriegen. Nu is hetzelfde generatieconflict openlijker geworden, omdat men eerlijkheid, althans naar buiten toe, bepleit. Ik stel niet dat men eerlijk is, maar men bepleit eerlijkheid. Wanneer de jongeren geconfronteerd worden met uw wereld, zo kan ik mij best voorstellen dat zij alles ziende zoals de jeugd pleegt te doen, in zwart-wit verhoudingen, daarvan kotsmisselijk zijn.
Wanneer u bepaalde waarden hebt als oudere en dezen werkelijk beleeft, dan zal bij jongeren ook een vertrouwen ten aanzien van die waarden en uzelf bestaan. Zelfs dan kunt u echter niet duidelijk maken dat de zwart-wit verhouding, waarin de kinderen uw wereld beschouwen, niet werkelijk bestaat. Want deze is voor hen de realiteit. U kunt hen nooit overtuigen van het verkeerde van hun visie, doch hen hoogstens helpen door tussen de extremen enkele tussentonen in te voegen en duidelijk te maken dat er steeds een gehele scala van mogelijkheden en feiten ligt tussen de uitersten, waarop zij hun oordeel baseren. Maar verder dan dit kunt u niet gaan.
Want de wereld van vandaag brengt uw kinderen in contact met kennis, inzichten, die u misschien in de loop van vele jaren verworven hebt en die juist daardoor gerijpter verwerkt zijn. Men wil bv. al met seksuele voorlichting beginnen in de kleuterschool. Niets op tegen. Maar je moet je wel realiseren dat bij iemand die reeds zo jong met het probleem wordt geconfronteerd – want dat is het voor de mens steeds weer – daarop geheel anders zal gaan reageren dan degenen die op oudere leeftijd hiermee eerst kennis maakten. Het resultaat van zoiets is dan een geheel nieuwe visie op moraliteit, terwijl het gehele sociale bestel, de maatschappij alleen reeds hierdoor anders zal worden bezien.
Ook de verhouding kind-ouder verandert hierdoor. Maar daaraan denkt men niet. Men is voortdurend bezig voor te lichten, in de tijd die overblijft van het oplichten. De vraag is niet alleen: wie licht je voor en hoe? maar ook: wat betekent die voorlichting in het nu bestaande maatschappelijke kader? Waarbij steeds weer blijkt dat de voorlichting vooruitloopt op de maatschappelijke ontwikkelingen. Hierdoor zal een revolutionaire instelling bij de jeugd ontstaan. Als je een doel hebt, streef je ernaar, zeker wanneer je jong bent. Menigeen offert nu heel wat op om een goede voetballer te worden, alleen omdat hij van Cruyff houdt. Zoals velen vroeger vroom wilden leven, omdat dominee een zo gewichtig man scheen te zijn.
Het voorbeeld van de ouderen valt als invloed weg door een voorlichting, waardoor de visie op de ouderen objectiever wordt. Maar de reactie van de ouderen op deze door henzelf gekweekte objectiviteit is dan een gevoel van gekwetst zijn, zich beledigd voelen en het gezag handhaven. Nietwaar?
