30 mei 1980
Is de werkloosheid alleen door onwilligheid van de werklozen ontstaan of mede door het bedrijfsleven en het gebrek aan scholing van de werkloze?
Er zit meer aan vast. Deze vraag eist een nogal lange uitleg. De werkloosheid is in feite mede het resultaat van het onvermogen tot concurreren van het Nederlandse bedrijfsleven in een tijd waarin op vele gebieden de productie al het werkelijke behoeftepeil overtreft. Maar zolang men alle producten kan afzetten met een redelijke winst is er toch nog wel werk genoeg. En zolang men waren goedkoop genoeg kan leveren, is de vraag gemeenlijk nog voldoende.
In uw land worden echter de kosten per werknemer op de duur te hoog. Dit is o.m. te danken aan hoge lonen, maar vooral ook aan de nogal hoge belastingtarieven en de zeer hoge sociale kosten die mede deels door de werkgever moeten worden gedragen. Kortom, een arbeider is duur in Nederland. Ook in bepaalde andere landen zien wij dergelijke verschijnselen. De werkloosheid stijgt het meeste daar waar er dure arbeiders zijn. En in de meeste gevallen zijn dat georganiseerde arbeiders. Of dit georganiseerd zijn de reden is voor de werkloosheid? Ja en neen. De werknemer heeft zich een tijdlang kunnen koesteren in een situatie waarin hij het in feite voor het zeggen had. De werkgever had hem nodig, de economie groeide als kool.
Dit betekende dat de werknemer allerhande eisen kon stellen op het gebied van loon, secundaire werkomstandigheden en zich bovendien kon permitteren arbeid te weigeren wanneer hij daarvoor z.i. te lang zou moeten reizen of het bedrijf hem om welke redenen ook niet beviel. Hij kon met betrekkelijk weinig redenen zeggen: dat doe ik niet. En de gemeenschap, die eveneens zeer welvarend was, bezorgde hem middels verzekeringsgelden en sociale uitkeringen de mogelijkheid zelfs zonder werken een met het leven van de normale werker vergelijkbaar aangenaam bestaan te voeren. Het gevolg is geweest dat de eisen van de werknemer voor een groot deel in een stagnerende economie niet meer in overeenstemming waren met de mogelijkheden van de werkgevers. Men heeft getracht de positie van de nogal aangeslagen werkgevers aan te tasten door uit te roepen: Maar jullie maken toch maar winst. En zag daarbij voorbij aan het feit dat winst in een maatschappij als de uwe nu eenmaal een noodzakelijk bestanddeel van de economie is en blijft.
Indien een bedrijf in uw omgeving redelijk wil kunnen blijven functioneren, zo is er op het geïnvesteerde kapitaal tenminste een winst noodzakelijk van 20 %. Rond 10 % daarvan is noodzakelijk voor winstuitkering aan de aandeelhouders om te voorkomen dat dezen door de geldontwaarding in feite steeds meer van het belegde geld interen. Verder is het noodzakelijk dat tenminste een tiende van het bedrijfskapitaal steeds weer kan worden geïnvesteerd om het bedrijf op peil te houden. Dit, daar vernieuwing nu eenmaal noodzakelijk is en er heel wat materialen gebruikt worden bij de productie, zoals bepaalde machines e.d. die een afschrijfperiode kennen van rond 10 jaren.
Zo bezien wordt al snel duidelijk dat een deel van de werkloosheid zeker ook voortkomt uit het onvermogen van de werkgever om genoegen te nemen met de prestaties van de gemiddelde werknemer, bezien tegen de eisen van die werknemer. Toch is dit maar een deel van het probleem, hoe onprettig het ook velen in de oren zal klinken. De lasten die de gemeenschap in toenemende mate op de bedrijven legt – ook indirect door stijgen van tarieven van bv. de openbare nutsbedrijven – worden mede veroorzaakt door de eisen van niet werkelijk productief werkzame leden van die gemeenschap.
De mensen redeneren bv.: ik ben nu eenmaal agoog en heb er geen behoefte aan mij om te laten scholen tot metaalbewerker of machinebankwerker. Daar is mogelijk wel veel meer behoefte aan, maar ik wil nu eenmaal in mijn eigen door mijzelf gekozen professie te werk worden gesteld.
Wat betekent dat ondanks de werkloosheid vele bedrijven, de personeelsleden waaraan zij werkelijk behoefte hebben niet kunnen krijgen, terwijl gelijktijdig op andere gebieden een groot overschot van werknemers is die mopperend en ongeduldig zitten te wachten tot ook zij aan de bak zullen komen. De vraag is maar of je als gemeenschap iets aan deze toch wel zeer ongezonde economische ontwikkeling zou kunnen doen.
Volgens mij zou men allereerst moeten beginnen de verhouding tussen het aantal werkelijk productieve mensen en de in overheidsdienst werkzame mensen te wijzigen. In uw land is het zo dat – globaal gesteld – in het bedrijfsleven werkzaam zijn rond 3.500.000 mensen, waarvan rond 2.500.000 mensen werkelijk productief werk doen. Daar tegenover ligt een ambtenarencorps dat dicht tegen de 4.000.000 ligt. Dit betekent dat voor elke mens die productief werk doet ruim 1 1/4 mens die geen productief werk doet mede moet worden betaald en dit in feite op kosten van het inkomen, dat die productieve mens verdient. De ruim 3.00.000 werklozen en anderszins ten laste van de gemeenschap komende mensen laat ik dan nog maar buiten beschouwing.
Het is duidelijk dat dit een verhouding is die men niet onbeperkt kan handhaven. Men redeneert nu vaak dat een deel van de werkloosheid opgeheven kan worden door de diensten in de gemeenschap uit te breiden. Maar dat is geen werkelijke oplossing van het probleem. Want de kosten van de lonen van dergelijke lieden komen evenzeer als hun uitkering voorheen ten laste van de gemeenschap en hun hoger inkomen blijft dus nog steeds ten laste komen van de productief werk verrichtende minderheid. Of, indien men dit niet meer uit leningen kan doen, die eveneens een toenemend bedrag aan rente eisen, door het doen draaien van de banknotenpers, wat weer de positie van het bedrijfsleven kan aantasten.
Wat er dan nodig zou zijn? In de eerste plaats is het wenselijk dat de mensen niet meer vasthouden aan hun gekozen beroepen, maar zich om laten scholen tot de beroepen, die maatschappelijk gewenst worden met daarbij een grote nadruk op professies, die direct productief zijn. En onder productief versta ik hier, alle beroepen die een toename van de mogelijkheid tot handel binnenslands dan wel handel met het buitenland inhouden.
In de tweede plaats is het noodzakelijk dat bedrijven op de wereldmarkt kunnen concurreren. Dit echter bereik je niet door de staat die bedrijven te laten steunen. Men kan nu wel redeneren dat men door het geven van enkele miljoenen aan een bedrijf zoveel arbeidsplaatsen kan handhaven, maar geheel waar is dit niet. In de praktijk ga je een groot deel van de productie van een dergelijk bedrijf subsidiëren. En dit betekent gemeenlijk dat je de fouten en tekortkomingen van een dergelijk bedrijf ten laste legt aan degenen die nog wel productief en rationeel werkzaam zijn.
Dit betekent een nog verdergaande aanslag op de eigen mogelijkheden en inkomsten van degenen die zich wel kunnen redden en in feite het nationaal inkomen verdienen. Dat dit niet aanvaardbaar is onder de huidige omstandigheden zult u begrijpen. Ik stel dat een deel van de werkloosheid zou kunnen worden opgelost in uw land, wanneer eenieder maar bereid zou zijn alle werk waarvoor hij of zij geschikt zou zijn, aan te pakken en tevens bereid zou zijn omscholing te aanvaarden, wanneer in eigen beroep geen vacatures bestaan.
Gezien de kundigheden van het bedrijfsleven zou men dan met de bestrijding van de werkloosheid al goede vorderingen maken. Maar men zou daarnaast de mensen natuurlijk ook duidelijk moeten maken dat een bepaalde arbeidsmoraal noodzakelijk is. In deze dagen heeft menigeen kennelijk het gevoel dat alleen het aanwezig zijn op het werk en het daar verrichten van althans enige arbeid in feite een gunst is, die men de werkgever bewijst. En dit is natuurlijk niet waar.
Men is aanwezig omdat men in feite zijn arbeidsvermogen verkoopt of indien u dit mooier vindt, per uur verhuurt. Dit betekent dat de prijs die u vergt voor werken per tijdseenheid een product moet opleveren, dat uw loon betaalt plus tenminste alle kosten van grondstof plus 20%. En dit is werkelijk een minimum. Er zijn in deze dagen heel wat jonge mensen die uitroepen dat zij ook werk eisen, daar dit hun recht is. Mogelijk is dit laatste waar. Maar laat hen dan voorlopig maar eens werk doen dat niet productief is doch voor de gemeenschap nuttig en wel tegen de gelden, die zij nu als steun plegen te krijgen. Ik denk aan bv. een hondenpoepbrigade of iets dergelijks.
Zij zouden dan werk hebben en kunnen bijdragen tot bv. een verbetering van het milieu door het beter te reinigen, groenvoorzieningen beter te verzorgen e.d. En indien zij voldoende geschoold zijn, kunnen zij zich mogelijk bezig gaan houden met milieutechnische zaken, maar dan wel tegen een dergelijk minimumsalaris.
Kortom: verschaf die jongeren niet zondermeer een financiële onafhankelijkheid, maar laat hen daarvoor werkzaamheden uitvoeren ten bate van de gemeenschap. Maak het hen moeilijker onmiddellijk in het bedrijfsleven in te stappen – waar zij in vele gevallen niet in staat zijn meteen voldoende te presteren, indien men hun mogelijkheden, arbeidstrouw en productiviteit vergelijkt met die van ouderen, ofschoon zij wel onmiddellijk gelijke rechten en inkomensmogelijkheden wensen te bezitten, die de ouderen zich verworven hebben.
De door mij aangegeven benadering van de werkloosheid voorkomt een verdere groei daarvan en een afname van het aantal werkelijke werkelozen – groter dan het officiële – met rond 8% per jaar doen afnemen. Het door mij vooral voor de jongeren voorgestelde heeft bovendien een ander voordeel: zij hebben werk om handen en verdienen hun inkomen, terwijl zij bovendien iets van arbeidsdiscipline leren, indien men hen alleen betaalt voor de werkelijk gedane arbeid. Zij Ieren dan dat je aanwezig moet zijn, omdat anders geen betaling volgt, tenzij je valt onder een sociale verzekering en vanaf de eerste dag aan de eisen daarvan kunt voldoen.
Wanneer men zich streng houdt aan de letters van de regels bij het toepassen van alle sociale verzekeringen en wetten zal dit bovendien ten gevolge hebben, dat de mensen eerder bereid zijn omscholing te aanvaarden wanneer dit maatschappelijk wenselijk is en eerder bereid zullen zijn genoegen te nemen met volgens hen voor hen minder ideale werkomstandigheden.
Ik weet dat deze poging werkloosheid nuchter benaderen bij velen erg rechts zal overkomen, ook al is dit niet de bedoeling. En nu moet ik een punt aansnijden, dat voor velen nog veel gevoeliger ligt: de stelling dat vrouwen ook recht op werk hebben.
Men kan stellen dat een huwelijk in feite een contract is, waarbij de vrouw op zich neemt het huishouden van de man en het verzorgen van de kinderen op zich te nemen. Onder omstandigheden zou de man deze rol kunnen overnemen.
Dat levert natuurlijk niet veel op, dat besef- ik wel. Zo als het mij duidelijk is, dat het niet onaangenaam is wanneer de vrouw niet alleen een bezigheid kan vinden die haar past maar daarmee bovendien zoveel bijverdient dat men daardoor zich een zekere luxe kan veroorloven zoals een stacaravan, een kleurentv, een reis naar het buitenland e.d.
Onder de huidige economische tendens betekent dit echter in feite, dat de gehuwde vrouw die werkt, in negen van de tien gevallen werkt voor een zekere luxe, terwijl zij daardoor werkgelegenheid wegneemt voor mensen die een dergelijk inkomen voor levensonderhoud nodig hebben en dus nu op kosten van de gemeenschap leven. Een dergelijke stelling is natuurlijk erg ouderwets. Maar wanneer de werkloosheid zo schrikbarend toeneemt, zou men daarover toch eens verder na moeten denken. Ik wil niet te veel zeggen op dit gebied.
Indien ik echter zie naar het overschot aan onderwijzend personeel in Nederland en dan bezie, hoeveel gehuwde vrouwen een groot aantal lesuren geven of zelfs een volledige taak hierin hebben, rijst bij mij toch de vraag of het redelijk is, gehuwde vrouwen een aanstelling te geven. Zou het niet beter zijn wanneer zij zich op privé onderricht zouden gaan richten e.d. en de volledige banen over zouden laten aan hen, die nu op kosten van de gemeenschap leven? Volgens mij zouden alle leden van een leefgemeenschap, huwelijk of andere samenlevingsvorm dus, zich uit dergelijke banen moeten terugtrekken indien een partner een volwaardige arbeidsplaats heeft. Op deze wijze zouden vele anderen, die nu werkloos zijn, een vaste betrekking kunnen verkrijgen. Wat een voorbeeld is. Ik zou ook dit punt tot en met kunnen uitbouwen en met getallen onderstrepen, maar dit is naar ik meen niet de bedoeling.
Het probleem in Nederland, kort gesteld en vergelijkbaar met bv. dit probleem in de USA, Duitsland, maar weer niet Engeland en Frankrijk, vergt de volgende oplossing:
- Vermindering van de reeks sociale rechten en voorzieningen waardoor in deze dagen de impuls om alle werk te aanvaarden bij zeer velen te gering is.
- Het stellen van een verplichte contraprestatie voor alle gelden die men van de gemeenschap verwerft.
- Het scheppen van omscholingsmogelijkheden, waarbij de omscholingen niet bepaald worden door de wensen van degenen die daaraan deelnemen, maar door de wensen en behoeften van het bedrijfsleven, dat de deelnemers dan ook een arbeidsplaats garandeert na een in redelijke tijd en met goed gevolg volbrachte omscholing.
- Ouderdoms- arbeidsongeschiktheid en dergelijke verzekeringen worden bijzonder goed gecontroleerd op een juist gebruik van de voorzieningen. En nadat men aan dit alles is begonnen, zal men alle ambtenaren die geen doelmatige taak hebben – en er zijn nogal wat – ambtenaren die je in dit land overbodig kunt verklaren, worden ingezet op gebieden waar nu een tekort aan beambten of werkers bestaat, ongeacht hun vooropleiding en na overgangsregeling met een vergelijkbaar salaris als de oorspronkelijke beoefenaars van dit beroep.
De meest actieve ambtenaren, die zich nu gemeenlijk bezighouden met het ontwerpen van prestigeprojecten of het bedenken van nieuwe formuleringen voor nieuwe formulieren worden er toe gebracht hun vindingrijkheid te gebruiken voor een juistere presentatie en vertegenwoordiging van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland.
Want één ding is voor Nederland wel erg te betreuren: Nederlands beste en grootste handelsreiziger van de laatste 30 jaren is in ruste gegaan. Prins Bernhard heeft zich, ook wat dit betreft, geheel teruggetrokken en toch heeft hij enorm veel gedaan voor het vergroten van de afzet van uw land naar vele gebieden. En indien ik hieraan nog iets toe mag voegen dat de meesten onder u wel als gemeen of slecht zullen beschouwen: Indien u werkelijk de werkloosheid wilt oplossen en gelijktijdig daarbij uw eigen economische positie wilt stabiliseren, dan moet u niet te zeer principieel zijn, zodra het de interne zaken van andere landen betreft en u dan ook vooral onthouden van allerlei principiële politieke uitspraken, die toch geen zin hebben daar men de daarin vervatte resoluties toch niet feitelijk kan waarmaken. Iets wat voornamelijk voor de politici dient te gelden.
Kunt U iets zeggen over Elisabeth Haich en haar volgelingen?
Geen commentaar. U moet mij dit niet kwalijk nemen. Maar inwijding is nu eenmaal een innerlijk gebeuren. Een inwijding die in een boek wordt neergelegd, is dus in feite een vervalsing in woorden van een gevoelsbeleving die niet weer te geven is.
Hierbij wil ik veronderstellen dat hetgeen men publiceert en leert verder geheel oprecht is. Uitgaande van het voorgaande is de conclusie dan ook gewettigd dat alles wat er aan filosofie en eventuele openbaringen aan het begrip inwijding wordt verbonden zelfs vertroebelend zal inwerken op de mogelijkheid tot werkelijke inwijding.
Een geestelijke beweging kan alleen dan in de werkelijke zin des woords als zodanig bestaan, wanneer de leden van die beweging op bun eigen wijze kunnen komen tot een steeds meer omvattend bewustzijn. Op het ogenblik dat je aan dit proces bindende voorschriften gaat verbinden, hoe dan ook, kan men zelfs met de beste bedoelingen de mogelijkheid tot een werkelijke bewustwording in vele mensen ten gronde richten. Hetgeen u voldoende duidelijk maakt waarom ik geen uitvoerig commentaar wil en kan geven op deze beweging.
Kunt u iets zeggen over de Wessac?
Iets kan ik daarover nu reeds zeggen. U bent van ons gewend dat wij u voorlichten over hetgeen gebeurt en besloten wordt aan de hand van het gebeuren op het Wessac-feest. U weet ook dat wij dit gemeenlijk eerst uitvoeriger doen nadat bepaalde beslissingen zijn getroffen. Ik kan u echter reeds nu het volgende zeggen: Het geheel van de verschijnselen was op zijn minst genomen verwarrend. Datgene wat wij hebben waargenomen, was sterk en lichtend, ongetwijfeld. Maar daarnaast was het toch wel geheel anders dan tot nu toe. Het geheel wijst dan ook op een verschuiving van evenwichten.
Laat mij hieraan onmiddellijk toevoegen, dat de Witte Broederschap deze tijd van onevenwichtigheden een lange tijd tevoren reeds heeft voorzien, zodat men gedurende een betrekkelijk lange periode niets anders heeft gedaan dan juist deze tijd voor te bereiden.
Onze Orde is bv. lange tijd bezig geweest u basismateriaal te verschaffen, waarmee u dan zelf in staat zou kunnen zijn de toch wel wat knellende veranderingen, die onvermijdelijk schenen, met een redelijke gemoedsrust te doorstaan en daardoor ook een geestelijk evenwicht te bewaren bij het verwerken van alle uiterlijke en innerlijke veranderingen. U herinnert zich misschien dat wij een aantal jaren geleden tot u hebben gezegd dat onze onderwijzende taak nu in feite afgelopen was. Wij stelden dat wij ons verder bezig zouden gaan houden met het geven van praktische inlichtingen, tips en een voorlichten van de mensen omtrent de verschillende zijden van waar men de problemen van de wereld zou kunnen bezien en benaderen. Wij hebben dit inderdaad gedaan, maar de Witte broederschap heeft nog veel beter geweten dan wij wat noodzakelijk was en wat zou komen. Ik neem aan dat ook daar men nog niet precies weet, hoe alles zal uitpakken. In ieder geval is men druk bezig over de laatste uitstorting van kracht elkander te raadplegen. De definitieve resultaten hiervan zullen over 6 à 7 weken van uw tijd wel duidelijk zijn.
Op het ogenblik houdt men zich voornamelijk bezig met de beperking van een aantal natuurrampen die anders het komende jaar onvermijdelijk in grootte en belangrijkheid zouden uitbreken. Vooral maakt men zich op om ervoor te zorgen dat bij dergelijke gebeurtenissen niet te veel onnodige slachtoffers vallen. Men houdt zich verder bezig met het beperken van bepaalde grotere oorlogsdreigingen door verschuiving van tegenstellingen tussen binnenland en buitenland naar binnenlandse groepen op zodanige wijze, dat een oplossen van interne problemen door oorlog naar buiten geen oplossing meer kan bieden.
Men doet dus op het ogenblik wel degelijk ook daadwerkelijk al het een en ander en beraadt zich nog over de wijze waarop van bepaalde invloeden op de meest juiste wijze gebruik kan worden gemaakt. Wat daaruit zal voortkomen, is moeilijk reeds nu te zeggen. Wel is zeker dat degenen die meer ingewijd zijn in deze periode in toenemende mate een belangrijke rol krijgen, terwijl degenen die tot nu toe noodzakelijk waren en mogelijk zelfs tot de kleinere ingewijden hebben behoord, worden teruggetrokken of hun taak en werkwijze op zeer korte termijn drastisch zullen zien veranderen. Dit alles is eigen aan het gebeuren dat zich nu ontwikkelt en in zijn gehele verloop tot het einde van de omwenteling waarschijnlijk 3 à 4 jaren zal vergen zover het de geestelijke invloeden betreft.
De Wessac zegt ons dus in wezen dit jaar: het ogenblik is gekomen waarop het geheel van de veranderingen zich in een versneld tempo zal gaan afspelen en dus het gevaar voor wereldomvattende conflicten steeds groter zal worden. Wat jullie ertegen kunnen doen? Wij bezitten de mogelijkheid bepaalde krachten uit te stralen, wetenschappers te inspireren, geschillen die dormant waren tijdelijk op de voorgrond te schuiven. U kunt alleen proberen zo harmonisch mogelijk te blijven en u niet tot angst of woede te laten opzwepen. Tezamen kunnen wij dan er zorg voor dragen dat onvermijdelijke veranderingen zich geleidelijk voltrekken zodat de verwarring vermeden kan worden die bij zeer snelle veranderingen op korte termijn anders zouden ontstaan.
Is dit voldoende? En zit nu niet allemaal opeens te denken dat het zo erg zal worden. Het is in feite niet erg. Want groeistuipen heeft eenieder op zijn tijd en wanneer aarde en mensheid groeistuipen vertonen, zo bewijst dit in ieder geval dat zij nog leven, dat de mensheid nog verder groeit naar een nieuw en beter mens-zijn terwijl de aarde zich aanpast aan nieuwe noodzaken en evenwichten.
Kunt u iets vertellen over de Orde van de Ster?
Deze orde kan men zien als een verzameling van een aantal geestelijke bewegingen. Het gegeven symbool hiervan is vaak een 8 puntige ster. Soms ook is er sprake van een 12 puntige ster, welke dan een symbool is van meerdere de ster hanterende groepen, welke in deze groep vaak als geheel optreden.
Onze Orde bv. hanteert op aarde nog steeds de 5 puntige ster en wel om organisatorische redenen. De werkelijke fase waarin onze orde zich geestelijk op het ogenblik bevindt, wordt echter aangeduid door een zes puntige ster. Hiervan is u overigens inderdaad mededeling gedaan, zodat u zich daarover niet hoeft te verbazen.
Dit alles om u een voorbeeld te geven van de groepen, die een ster als symbool hanteren en vaak met de Orde van de Ster samenwerken binnen het kader van de Witte Broederschap. Het zal u duidelijk zijn dat de Orde van de Ster in de eerste plaats probeert de mensheid licht te brengen. Daarnaast tracht zij inwijdingen tot stand te brengen en wel binnen de verschillende groepen daaraan verbonden en in elk geval op een daarbij passende en dus afwijkende wijze. Zij is een soort uitvoerend orgaan, vooral wanneer het gaat om geestelijke taken en werkingen van de Witte Broederschap en is gelijktijdig een soort liaison tussen de directe acties van het Verborgen Priesterrijk en de directe ingrepen van de Witte Broederschap.
De natuur, maar ook de verschillende landen, worden in hun ontwikkeling bijgestaan door bijzondere engelen, ook wel deva’s genoemd. Wat is nu de invloed van de deva die onder Nederland heerst op onze omstandigheden en onze samenleving? Kan de communicatie met deva’s ten gunste gewijzigd worden bv. door ingrijpen tot stand te brengen bij extreme natuurverschijnselen als grote droogte of regenval? Kunt u aangeven hoe het beste met deva’s gecommuniceerd kan worden?
Deva is een naam ontleend aan de Indische mythologie. Wij spreken gemeenlijk over groeps- en rassengeesten met daarnaast verschillende natuurgeesten. Nederland heeft een groepsgeest, die de neiging heeft het geheel van het denken van het volk zoveel mogelijk te beïnvloeden. Daardoor is uw land gelijktijdig enggeestig en kleinhartig. Is het eens een keer niet enggeestig dan blijkt het juist weer wel enghartig te zijn. Dit is typerend voor de invloed, ook voor de regulerende invloeden die naar uw gemeenschap vanuit deze deva gaan. Wat zij daarmee probeert te doen kan nog het beste omschreven worden als het scheppen van nieuwe mogelijkheden door samenbrengen van verschillen.
Nederland is een wieg voor denkbeelden, ook al zal de doorsnee Nederlander dit in deze tijd niet zozeer meer beseffen en veronderstellen dat het werkelijk denken in uw land is opgehouden na Erasmus. In feite is uw land een bakermat voor allerhande denkbeelden. Het wonderlijke is dat de uitwerking in uw eigen land veelal tekortschiet en dat die denkbeelden en filosofieën dan in andere landen verder gestalte krijgen. Door de invloed van de deva vertoont uw land dus een soort geestelijk serre effect, een plaats waar jonge denkbeelden tot ontwikkeling komen, om zodra zij een voldoende rijpheid bereikt hebben over de gehele wereld te worden uitgeplant. Hiervoor en voor de wijze en plaats waarop dit zal geschieden zijn echter weer andere groepsgeesten verantwoordelijk.
Wat de natuur betreft: in uw land wordt deze door een 3-tal natuurgeesten beheerst, die niet in tegenstelling tot hetgeen men vaak elders ziet, trachten vooral het oude te behouden. Zij proberen vooral een redelijke variëteit van leven in stand te houden die tegen uiteenlopende levenscondities bestand is. Sterke wisselingen in natuurvormen en weer zijn dus vanuit het standpunt van deze geesten wenselijk. De experimenten betekenen wel, dat enige jaren achtereen eenzelfde type van klimaat en vochtigheid gehandhaafd wordt.
Hoe men met dergelijke rassen geesten in contact kan komen? De kans voor een mens daartoe is zeer beperkt, tenzij men tot de grote ingewijden behoort. Wanneer u dit bent, behoef ik u ook niet meer te vertellen hoe u met de entiteiten die u deva noemt kunt communiceren. Voor uzelf betekent het, dat u eerder een soort rapport kunt bereiken met bv. natuurgeesten en daardoor enige invloed kunt hebben op kleine verschijnselen. U kunt een bui regen, door een u op de juiste wijze concentreren bv. wel een uur langer of korter doen duren, maar niet geheel uitschakelen. Maar u kunt er dan dus voor zorgen, dat het nog even droog blijft terwijl het eigenlijk al had moeten regenen en dat kan soms als belangrijk zijn. Omgekeerd kunt u – mits er enkele wolken aan de hemel zijn – wel zorgen dat er enige regen valt terwijl het in feite droog had moeten blijven – ook al zal in dit geval de regenval vaak zeer plaatselijk optreden.
Hoe dit te doen? Ga niet uit van uw voorstelling van een deva of iets dergelijks. Ga uit van een voorstelling van het volgens u noodzakelijke en wanneer de verschijnselen aan de hemel voor u kenbaar zijn, kunt u zich ook een verandering van de situatie daar voorstellen. Hierdoor zendt u een boodschap uit die door de betreffende krachten in de natuur afgelezen kunnen worden. Indien uw boodschap sterk genoeg doorkomt, zullen zij daarop vaak reageren.
Er zijn ook dergelijke geesten die zich voornamelijk bezighouden met de gezondheid van het groen, bepaalde dieren e.d. Zij zijn te vergelijken met opzichters, degenen die het toezicht hebben op het werken en streven van vele kleinere groeps- en rassengeesten. Zij echter zijn zeker niet nationaal gebonden en bestrijken in hun werk grotere gebieden. Dat een deel van hen zich juist in dit land en omgeving bij voorkeur ophouden, is te danken aan het feit dat dit klimaat plus de gesteldheid van de bodem hen bepaalde mogelijkheden biedt die elders niet in zo grote mate aanwezig zijn. U kunt hen praktisch alleen bereiken, wanneer u een landschap als een geheel op u laat inwerken. Eerst wanneer u daarbij het gevoel krijgt dat het landschap u begint te verzwelgen, kunt u bepaalde vragen of wensen projecteren. Indien dergelijke wensen dan samenhangen met vruchtbaarheid of de mogelijkheid iets te verdrijven, zult u daarna gemeenlijk snel een antwoord krijgen door het optreden van de met uw wens strokende omstandigheden en ontwikkelingen. Gaat het u om storende factoren bij bv. de groei van een gewas, zo blijkt het verkrijgen van een hanteerbaar resultaat veel moeilijker te zijn. Wel zullen kleinere rassengeesten in dergelijke gevallen nogal eens de opdracht krijgen u behulpzaam te zijn. U zult dan veelal opeens verkleuringen van gewas of een vreemd gedrag van insecten zien optreden, waardoor het al mogelijk wordt tot de juiste conclusies te komen en door eigen ingrijpen mee te werken aan een opheffen van de ongewenste ontwikkeling. Indien u echter probeert de natuur te doen terugkeren tot haar oude vorm, dan dient u – en de velen met u die dit nastreven – wel beseffen dat groeps- en rassengeesten daaraan geen interesse hebben. Hen gaat het er niet om het verleden terug te vinden of te behouden, maar om aan de toekomst ook reeds vandaag vorm te geven. Ga bij een benaderen van dergelijke entiteiten dus nooit uit van een “zo was het” maar van een: “zo is het, zo zou mij een verdere ontwikkeling zeer welkom zijn”.
Er is veel geschreven over methoden om helderziendheid en paranormale gaven te ontwikkelen. Kunt u aangeven wat volgens u de meest effectieve manier is om helderziendheid e.d. te ontwikkelen en welke oefeningen zouden kinderen moeten doen om hun gaven van jongs af aan te trainen?
Dat is weer één van de bekende misvattingen. Eke mens is in mindere of meerdere mate paranormaal begaafd, deze gaven maken nu eenmaal deel uit van uw wezen. U wordt er echter toe gebracht, deze gaven voortdurend te onderdrukken. Wanneer u nu probeert later die gaven volgens een bepaald systeem te ontwikkelen, zult u bij uw pogen vaak uitgaan van methoden en eisen die niet stroken met hetgeen in u als mogelijkheid op dit ogenblik aanwezig is. Elke mogelijkheid een gave binnen een bepaald systeem te ontwikkelen, kan dan ook voeren tot grote frustraties en vaak zelfs tot een teloorgaan van capaciteiten, waarover men zonder die oefeningen zou hebben kunnen beschikken.
Hoe men deze zaken dan het beste benadert? Helderziendheid en helderhorendheid beantwoorden lang niet altijd aan de voorstelling die leken zich daarvan maken. Er is niet altijd een stem die keihard, maar zonder dat een ander daarvan iets kan bemerken, iets tegen u zegt. Helderziendheid bestaat ook lang niet altijd uit een bewust en visueel geheel waarnemen van iets wat er voor anderen niet is. Helderziendheid, helderhorendheid en nog bepaalde andere paranormale kwaliteiten kun je dan ook beter omschrijven als hallucinatoire gebeurtenissen en beïnvloedingen, waardoor in het ik – en vaak alleen in het denken – een beeld of klank ontstaat, die door het bewustzijn dan op de zintuigelijk ervaren indrukken wordt gesuperimposeerd. Bij een helderzien is het dus vaak of men twee afdrukken over elkaar beschouwt. Toch is het geen zien met de ogen, maar een in het ik ontstaan van een beeld – soms alleen maar een soort uitgewerkt voorstellingsbeeld – dat de normale waarnemingen overschaduwt.
U hebt allen nogal eens last van dergelijke u opeens overheersende voorstellingen en denkbeelden of gezegden. U bent er echter op getraind daaraan geen aandacht te schenken en er aan voorbij te gaan, of zij onbelangrijk en alleen maar lastig zouden zijn. Probeer die training te vergeten, of zorg ervoor dat dit soort training niet plaats heeft. Indien u opeens geplaagd wordt door een dergelijke voorstelling of een onverwacht denkbeeld, leg dit eenvoudig voorlopig vast. Kijk of het iets kan betekenen, maar doe dit eerst na verloop van rond 24 uren en dus niet onmiddellijk. U gewent zo uzelf, alles wat u aan paranormale capaciteit bezit, bewuster te beleven en aanvaarden. Hebt u eenmaal uitgevonden welke indrukken en welke procedés samenhangen tonen tussen uw innerlijke werkelijkheid en die van de mensen om u heen, dan dient u zich hiermee te oefenen. Dit oefenen, betekent niet dat u stil gaat zitten navelstaren, ademhalingsoefeningen moet gaan doen of iets dergelijks. Soms kunnen deze werkwijzen u inderdaad helpen, maar zeker is dat niet. Oefenen betekent doodgewoon dat u steeds meer probeert die capaciteiten bewust te gebruiken.
Wanneer u eenmaal tot de conclusie komt dat dergelijke buitenzintuigelijke indrukken nogal vaak spontaan bij u voorkomen kunt u immers proberen, deze kwaliteiten te richten op een bepaald persoon of plaats. Kijk eens of u de mogelijkheid hebt in de tijd te schouwen en dus bepaalde gebeurtenissen redelijk juist te voorvoelen. Want het klopt wanneer u begaafd bent wel aardig, maar zelden geheel. In andere gevallen krijgt u misschien de indruk dat een medemens vergezeld is van een persoon die bepaalde uiterlijke kentekenen heeft, ofschoon uw ogen deze niet kunnen zien. Informeer dan eens voorzichtig of de persoon in kwestie iemand heeft gekend die deze kenmerken had. In het begin maakt u natuurlijk, gedreven door uw haast om iets te bereiken, wel eens missers, maar op de duur boekt u steeds meer treffers en leert u op uw gave vertrouwen. Dit is erg belangrijk. Want eerst wanneer je zo ver gekomen bent, is het mogelijk doelbewust met uw gave te gaan werken en eventueel proeven te nemen waardoor het mogelijk wordt de grenzen daarvan voor jezelf vast te leggen.
Op deze wijze kunt u langzaamaan voor uzelf een systeem ontwikkelen waardoor de voor u belangrijke gave voortdurend ontwikkelt en een doelmatig gebruiken daarvan ook steeds verder verscherpt wordt. U bereikt dan dat deze een steeds meer bewust beleefd geheel beheerst en voor u normaal deel van uw beleven gaat uitmaken.
En kinderen? Moet je die dan hierop richten?
Niet nodig. Dat doen zij gewoonlijk in de eerste levensjaren trouwens zelf wel. Je moet er alleen rekening mee houden, dat wanneer kinderen fantaseren zonder dat daar een direct kenbaar doel op aarde aan verbonden is, het mogelijk zou kunnen zijn dat die verhalen samenhangen met andere dan de normale menselijke gevoeligheden. Kap daarom hun verhalen niet af, maak hen niet belachelijk en zeg hen ook niet dat zij niet moeten liegen of fantaseren. Zeg hen wel telkens weer: Zeker kind, maar dat bestaat alleen voor jou. Dus ik kan daarmee op het ogenb1ik geen rekening houden. Hierdoor laat u de kinderen in hun eigen waarde en u zult dan ook ontdekken dat zij steeds meer met fantasietjes komen aandragen die slaan op een werkelijkheid of een verleden, waarvan zij op redelijke wijze geen kennis zouden kunnen hebben. Wanneer u dit constateert, zeg het hen, leg eventueel uit wanneer en hoe bepaalde dingen gebeurd zijn in het verleden of wat er plaats heeft gevonden of bestaat in het heden. Hierdoor kunnen de kinderen groeien in een gebruik van capaciteiten, die een kind vooral de eerste levensjaren toch reeds gebruikt, maar waarop het slechts zelden een respons kreeg die aanvaardbaar was.
In een van de boeken van Edgar Cayce staat, dat deze in trance vertelde dat er een belangrijke ondergrondse schatkamer zou bestaan bij de grote piramide die nog steeds ontdekt moet worden. Hierin zou een schat aan gegevens te vinden zijn over Egypte, het leven in die dagen en over Atlantis. De toegang zou liggen in een van de poten van de sfinx.
Er bestaan in de sfinx niet alleen een vijftal gangen, maar ook een tweetal ruimten. Uit één van die ruimten voert een gang naar een groter vertrek dat, zover mij bekend, niet geheel recht onder de grote piramide ligt – rond 2/3 van de hoogte diep. Dat is een feit. Of het schatkamers zijn, ligt er maar aan, wat u als schatten beschouwt. Het is geen bibliotheek. Wel zijn er een aantal gehouwen glyphen die ook nu nog te ontcijferen zullen zijn, maar het merendeel van de hier aanwezige geschriften bestaat uit gelijmde papyri die niet bepaald goed geconserveerd zijn. Deels zouden zij tot stof vervallen. Wel treft men in deze ruimte een aantal cultusvoorwerpen en een aantal magische voorwerpen die gebruikt zijn in Egypte, maar technische mogelijkheden aantonen en eens behoorden tot de technische opmaak van de 800 jaren, technische top in Atlantis, waarvan dit trouwens deels kopieën, deels overblijfselen zijn. Het geheel omvat – als ik mij niet vergis – rond 3000 items, waarvan rond 1200 in een staat waardoor zij voor u van belang zouden kunnen zijn. De rest is niet te ontcijferen of bevindt zich in een toestand waardoor zij niet meer bruikbaar en slechts ten dele te reconstrueren zijn.
Of de ingang in een van de poten van de sfinx ligt? Er is inderdaad een toegemetselde ingang nabij een van de poten. Maar er is dus geen sprake van een deurtje, dat in een van de poten ligt of daaronder. Of het kosmisch zinvol is die dingen nu te laten ontdekken? Ik vrees van niet: datgene wat aan wetenschappelijke gegevens ontdekt wordt, zal onmiddellijk onderdrukt worden of aangepast worden aan de stellingen die nu overheersen. Dat is zelfs met de zgn. Dode Zee-rollen gebeurd. Daarvan is hier en daar een klein stukje zeer deskundig verdonkeremaand. Dat iets dergelijks zal gebeuren, wanneer een deel van de vondsten wijst op een aantasting van de nu algemeen aanvaarde wetenschappelijke principes, is onvermijdelijk. Men beseft al te weinig dat de wetenschap in zich op het ogenblik een zo grote en machtig gevestigde orde uitmaakt, dat elke interpretatie als zou zij minder ontwikkeld en kleiner zijn dan in het verleden door haar beoefenaren onaanvaardbaar en zelfs beledigend zou worden geacht. Dit zou ertoe kunnen voeren dat bepaalde zaken worden vernietigd of verminkt, die beter bewaard zouden kunnen blijven in hun huidige toestand, ook al weet men er nog niet onmiddellijk raad mee.
Houd er ook rekening mee, dat een prestigestrijd zou kunnen ontstaan tussen de ontdekker en de staat op wiens gebied de vondst gedaan wordt. Het zal u bekend zijn, dat de staat recht heeft op het merendeel van dergelijke vondsten en alleen onder conditie en controle opgravingen nog pleegt toe te staan. Het gevaar bestaat dus ook nog, dat bepaalde belangrijke vondsten weliswaar goed geconserveerd, maar verder nutteloos in een museum terechtkomen zonder dat hun betekenis de eerstkomende eeuwen zal worden ontdekt. Gezien dit alles is het volgens mij beter, dat deze schat voorlopig nog blijft waar zij is. Bent u dit misschien met mij eens?
Stoppen met roken. Bestaan er bepaalde oefeningen, is er een bepaald soort voedsel dat de lust tot roken wegneemt?
Er bestaan wel enkele zaken die mee kunnen werken, maar het werkelijk belangrijke is toch wilskracht. Roken is voor een groot deel een gewoontepatroon, dat zeker niet alleen te maken heeft met een nicotine honger.
Roken is in vele gevallen mede een houding, een soort sociaal gebaar, een zichzelf geruststellen. Laat je dit gebaar wegvallen, dan zal je er iets anders tegenover moeten zetten. Bij mensen, die het inderdaad weten vol te houden, blijkt het vervangende gebaar vaak snoepen te worden. En dat is nu ook weer niet zo gezond.
Maar wilt u werkelijk van het roken af, dan kunt u verdunde kruidnagelolie mengen met wat druivensuiker. Wanneer u dan werkelijk het gevoel krijgt de lucht in te gaan, dan kunt u dit in de mond nemen en langzaam opzuigen. De menging moet rond 1 op 100 delen suiker zijn.
Een dieet? Wanneer u gezond eet, veel rauwkost en ervoor zorgt dat uw vitaminehuishouding in orde is en tijdens de ontwenningsperiode het eten van zware gerechten en gebraad zoveel mogelijk nalaat, zal het u hierdoor gemakkelijker mogelijk worden de periode van onthouding door te komen.
Besef echter wel dat het gaat om de gewoonte. De tabak op zich is niet zo verslavend als men wel eens stelt. Een lijden door tekort aan nicotine toevoegingen kan zonder ernstige lichamelijke gevolgen in minder dan 2 weken overwonnen worden. Indien u al lang en zwaar pleegt te roken, moet u na de eerste 36 uren van onthouding wel rekenen op enkele minder prettige dagen, waarin u zich niet geheel wel voelt en last hebt van uw zenuwen. In deze dagen is het van belang te zorgen voor andere lichamelijke prikkels zodat u deze specifieke prikkel zo nu en dan kunt vergeten. Dit vereenvoudigt het gewennen van het lichaam aan een ontbreken van verdere toevoegingen van nicotine.
Het ergste is het breken met de gewoonte, het gewende gebaar. Mogelijk helpt het u te weten, dat een dergelijke gewoonte gemeenlijk het gevolg is van spanningen en onevenwichtigheid. Mensen die roken, herstellen hierdoor een evenwicht voor zichzelf dat zij zonder dit mogelijk zouden verliezen. Daarom lijkt het mij ook belangrijk dat men in de periode van ontwenning ervoor zorgt goed uitgerust te zijn en innerlijk zo evenwichtig mogelijk te zijn. U zult dan al snel ontdekken dat de nicotinehonger veel minder is, dan men voor zich pleegt te verwachten.
Zou u een schets kunnen geven van de ontwikkeling in de samenleving voor de komende 20 jaren?
Dat zou een hele lezing worden. Ik zal alleen kort antwoorden. Indien u meer wilt weten kunt u dit dan mogelijk met mijn opvolger na de pauze opnemen.
Wat is het meest kentekenend voor ontwikkelingen in de samenleving? Op het ogenblik wel een zeer sterke neiging tot eenzijdigheid, dat wat men wel polarisatie noemt. Dit betekent dat men zich denkende in een bepaalde richting zeer sterk in zijn eigen denkbeelden vastbijt, zonder zich er iets van aan te trekken of de eigen denkwijze en hetgeen daaruit voortvloeit aan eisen en wensen wel past bij de feiten. Het is duidelijk dat zowel economisch als anderszins hierdoor felle strijd onvermijdelijk wordt. En waar strijd is, vallen ook slachtoffers, Dat dit nu geldt voor Nederland en de rest van de wereld zal niemand willen ontkennen naar ik meen. Deze tendens zal de volgende 8 tot 10 jaren voortduren.
Eerst wanneer mensen leren samen te werken en niet alleen samen te praten, wanneer de mensen bereid zijn om aansprakelijk te zijn voor en tegenover anderen, kan een verbetering ontstaan. Daar de economie afhankelijk is van een tot stand komen van dit laatste patroon kan met redelijke zekerheid worden gesteld, dat de economische wisselvalligheden zeker nog 4 à 5 jaren zullen aanhouden en zelfs toenemen. Het is mogelijk dat de effecten van dit alles ten dele door oorlogshandelingen versluierd worden, maar over het geheel kan worden gesteld dat de eerste 10 jaren hierin de kern van alle problemen schuilt.
De wetenschap heeft zich voor een groot deel eveneens aangesloten bij de algemene jacht op macht, belangrijkheid en bezit. Dit houdt in dat een zeer doelgericht optreden van wetenschappers vaak zal voeren tot een verwaarlozen van werkelijk belangrijke zaken. Dit gaat zo ver dat een medicus in sommige gevallen de waarde van bepaalde geneesmethoden en procedés ontkent en deze bestrijdt, alleen omdat deze een aantasting zouden vormen van zijn eigen debiet en aanzien.
Zoals het betekent dat men in bepaalde industrieën wel degelijk andere oplossingen zou kunnen vinden voor productie en op korte termijn beter en doelmatiger zou kunnen gaan produceren. Maar al is dit voor de verbruiker en de gemeenschap gunstig, toch zal men steeds weer weigeren tot een dergelijke omstelling over te gaan, omdat dit de persoonlijke macht van bedrijfsvoerders, zowel als de invloed van vakbonden zou kunnen schaden. Integendeel, men zoekt nog liever naar een procedé en werkwijze waardoor men de kosten voor de verbruiker nog hoger kan maken. Dit is reeds enige tijd zo gaande en het zal u duidelijk zijn dat ook een dergelijke ontwikkeling niet onmiddellijk tot stilstand kan komen. Een groot deel van het belangrijke bedrijfsleven zoekt in feite steeds weer naar methoden – wetenschappelijk verantwoorde methoden vaak zelfs – om tot een betere en voor het behoud van het bedrijf in zijn huidige vorm werkzame uitbuiting van anderen te kunnen komen. Het resultaat zal een verzet van de verbruiker zijn, wat eveneens economische moeilijkheden kan betekenen. Daarnaast zal je zien dat heel wat wetenschappers in toorn ontsteken, die dan gaan zoeken naar nieuwe machtsapparaten, waardoor toch nog het gewone volk – door hen beschouwd als klootjesvolk of minder – toch nog zullen kunnen onderwerpen aan het volgens hen belangrijke productieproces.
Het is duidelijk dat de groei van de energiebehoefte in de wereld voor negen tiende mede te danken is aan de wijze waarop de industrie haar eigen productiewijzen indeelt. Dit houdt in dat een besparing van het persoonlijk energieverbruik geen uiteindelijke oplossing kan betekenen voor het energieprobleem. Integendeel: wanneer de gewone mensen gaan sparen met energie zal vaak meer dan redelijk en noodzakelijk de gespaarde energie verbruikt worden door instanties en in bepaalde fabricageprocessen. Het is duidelijk dat ook dit wijst op een ontwikkeling die eveneens eerst na rond 10 à 12 jaren kan worden omgebogen. Want dit is mede het gevolg van de bestaande machten, die zouden moeten veranderen. En dat gebeurt zo snel nog niet.
Gezien deze ontwikkelingen moeten wij ook aannemen dat in deze eerste periode van rond 10 jaren in vele gebieden het nationale egoïsme en chauvinisme nog sterk toeneemt. Dit betekent niet alleen dat samenwerkingsverbanden als bv. de EEG zwaar op de tocht komen te staan. Maar betekent ook dat, dat wat er nog aan bondgenootschappen blijft voortbestaan, dan wel op angst gebaseerd is ofwel het gevolg is van wederkerige pogingen persoonlijk voordeel te bereiken. Wat het eerste betreft, is wel duidelijk dat eerst wanneer het bedrijfsleven de onmogelijkheid heeft ervaren op de oude voet voort te gaan, enige verandering kan gaan optreden. Want de politiek wordt nu eenmaal voor een groot deel – of zij dit niet of wel beseft en wenst – voor een groot deel door het bedrijfsleven gedirigeerd. Ik neem aan dat over ongeveer 14 à 15 jaren de eerste gunstige veranderingen in deze richting kenbaar zullen worden. Dit houdt in dat na rond 20 jaren een aanmerkelijke verbetering in de economie heeft plaats gevonden, dat een betere en grotere samenwerking mogelijk wordt tussen landen, volkeren en groepen. In deze periode zullen denkbeelden als polarisatie ook plaats hebben gemaakt voor een intensief streven naar harmonisatie en kan worden aangenomen dat – waarschijnlijk per continent – sterke bindingen tussen staten ontstaan, waarbij chauvinisme en egoïsme steeds minder een rol spelen en men inderdaad bereid is, offers te brengen voor het welzijn van het geheel.
Grenzen zullen in deze tijd zo snel in belangrijkheid verminderen, dat zij na iets meer dan 20 jaren even onbelangrijk worden als de staatsgrenzen in bv. de USA. Dit impliceert ook een andere indeling van werk, van productieprocessen. Het betekent een vernieuwing van vervoersnetten en mogelijkheden. Wij moeten echter aannemen dat dit in eerste aanleg reeds rond de 90’er jaren kenbaar zal worden en dus in eerste aanleg reeds het een en ander zal gaan gebeuren. Voordien zal men er weinig van bemerken. Voor eenieder zal het echter eerst kenbaar zijn rond 94 —96. Ik meen op grond van dit alles te mogen stellen dat over rond 20 jaren het kenmerk van alle ontwikkelingen – economisch, wetenschappelijk en zelfs politiek – zal zijn: een sterke neiging tot samenwerking, waarbij de egoïstische motieven een steeds meer ondergeschikte rol gaan spelen, daar het vorderen van belangrijkheid bij anderen dan betekent dat men zelf meer waard is, terwijl erkenning meer waard wordt dan meer bezitten en beheersen dan anderen.
Onlangs werd in Nederland het zgn. evangelie van de heilige twaalven uitgegeven. Dit evangelie zou van Esseense oorsprong zijn en tot de vorige eeuw in een boeddhistisch klooster zijn bewaard. Is dit evangelie u bekend? Is het inderdaad een aanvulling op de bekende evangeliën?
Indien wij dit evangelie bezien zo behoort het bij de reeks van apocriefe geschriften en is rond 142 jaar na Jezus dood eerst geschreven. Dus betrekkelijk laat. Het komt van een Afrikaanse groep kluizenaars en heeft nogal wat gecirculeerd tot de Afrikaanse kerkvaders in de ban werden gedaan e.d. Daarna verdween het al snel uit de circulatie. Het is waarschijnlijk dat, gezien de uittocht van sommige groepen christenen in die richting, exemplaren hiervan terecht zijn gekomen in Indië. Zoals met dergelijke geschriften wel meer gebeurde, zal het mogelijk in vele afschriften, in verschillende kloosters of priestergemeenschappen bewaard zijn gebleven. Zoals gebruikelijk zal men de tekst bij kopiëring vaak lichtelijk aangepast hebben aan eigen begrippenwereld zoals nu met evangelievertalingen in bv. uw land en tijd voorkomt. Dit betekent dat elementen die niet zuiver christelijk zijn ongetwijfeld in de tekst zijn doorgedrongen. De grootste waarheid die u in dit boek kunt aantreffen en die geheel strookt met de leringen van Jezus zelf is die omtrent de innerlijke Christus.
Voldoende? Niet? Luister: zoals bij alle evangeliën is ook dit een neerschrijven van zaken die men alleen van horen zeggen heeft. De zekerheid die men voorwendt, is dus een schijnzekerheid. Dit geldt ook alle andere apocriefe evangeliën zoals dat van de H. Thomas plus de geldige evangeliën.
Evangeliën zijn geschreven op grond van verhalen die verteld werden. Deze werden neergeschreven en samengevoegd tot een soort propagandageschrift voor het christendom. Waarbij men niet mag vergeten dat de apostelen en de hen direct opvolgende ouderen plus diakenen de leer toepasten, zoals deze bij hen was overgekomen. Wat nogal wat verschillen mogelijk maakte. Zij kenden ook een soort geheime leer, die deze dagen grotendeels teloor schijnt te zijn gegaan. De verhalen van de evangeliën waren vooral die verhalen, die men aan de beginners, de mogelijke bekeerlingen, placht voor te houden, maar niet in hun geheel. Daarbij komen later steeds nadrukkelijker de zendbrieven van verschillende “apostelen”. Deze zijn in de eerste plaats bedoeld voor de besloten communiteiten, dus de gesloten bijeenkomsten van de gedoopte christenen. Later worden zij echter meer en meer gebruikt als een richtlijn voor gedrag en benadering van het geloof ook door hen, die dit geloof zullen gaan aanhangen.
Zo verandert de betekenis en werking van dergelijke geschriften en worden zij meer en meer aangepast aan de behoeften en tradities van de groepen, waarin zij bewaard worden en eventueel van belang worden geacht.
Wat is momenteel de heersende kosmische kleur en wat moet men doen om de uitwerking daarvan positief te doen zijn?
De overheersende kleur van deze periode is wit, ten dele doorschoten met flitsen van rood. Dit betekent dat tegenstellingen vaak bijzonder scherp op de voorgrond treden, dat een neiging tot botsen van denkbeelden mensen en humeuren onontkenbaar optreedt. Het beste wat je dan kunt doen is eenvoudigweg: probeer niet te snel en te fel te reageren wanneer schijnbaar scherpe tegenstellingen optreden. Streef naar een gemiddelde benadering. Zeg tot uzelf, dat het ideale in deze dagen toch niet te halen is, zodat het beter is genoegen te nemen met iets waaruit dan later mogelijk het ideaal alsnog verwezenlijkt zal kunnen worden. Dit geldt zowel in het persoonlijke leven en omgeving als het gelden zal voor meer algemene zaken als politiek, zaken e.d.
Nabij Jeruzalem ligt het zgn. Gordon-calvarie. Is de heuvel inderdaad Golgotha en het graf dat men daar vond inderdaad Jezus graf?
Ja – Neen. Golgotha was inderdaad een kale heuvel, die reeds toen in vorm herinnerde aan de schedel. Zij ontleent haar naam dus niet alleen aan het feit dat hier misdadigers terecht werden gesteld. De vorm deed die naam reeds eerder voor deze heuvel ontstaan. Er waren daar echter weinig of geen tuinen, wel enkele rotsgraven aangebracht. De overlevering maakt het mogelijk dat Jezus in deze rots graven werd neergelegd. Jezus is echter – dat wordt ook gesteld – begraven in de tuinen van Jozef van Arimathea. Deze nu had tuinen die dicht hij de Olijfberg lagen en dit is nogal op een afstand van de schedelplaats zonder meer. Dat klopt niet met het Bijbelverhaal, waarin staat dat men hem snel moest begraven omdat de sabbat zou beginnen. Er staat ook in dat het lichaam in doeken werd gewikkeld en gezalfd. Om dit te kunnen doen, diende men toch wel een daartoe geschikte plaats te vinden. Met andere woorden: zo heel erg groot was de haast nu ook weer niet. Het is gezien de verdere verhalen en bepaalde apocriefe zelfs waarschijnlijk dat men Jezus wikkelde in doeken met kruiden, iets wat dicht bij een primitieve vorm van balseming komt. Dit procedé nam zelfs enkele uren. Kennelijk is de schrijver steeds weer uitgegaan van de meest aansprekende weergave van feiten en juist hierdoor komen nogal wat strijdigheden voor.
In Rome was bv. bekend dat velen het gehele paasverhaal onjuist achtten omdat immers het gedrag van de Romeinse soldaten niet strookte met de algemeen bekende discipline, terwijl ook hun opdrachten niet werden gegeven op een voor de Romeinen aanvaardbare wijze. De landvoogd, zo redeneerde men, had nimmer Romeinen een graf kunnen en mogen laten bewaken, maar zou wel toezicht gehouden kunnen hebben op Joodse of andere niet Romeinse wachters.
Een ander voorbeeld: men stelde dat het gedrag van Pilatus niet denkbaar was, daar hij, als Romein, zich nooit tot een bepaalde handeling door een schreeuwende menigte van niet Romeinen had kunnen en mogen laten dwingen, daar hierdoor de grootheid van keizer en volk verloochenend zou zijn. Het “wassen van de handen in onschuld” zou nooit plaats hebben gevonden indien de landvoogd zelf een vonnis had geveld of zelfs maar bevestigt. Dit betekent dus, dat het vonnis in feite door de hogepriester werd geveld. En dit houdt weer in dat Romeinen wel voor het handhaven van de orde konden worden gebruikt, maar niet als beulen konden optreden.
Waarmee ik probeer aan te tonen dat de evangeliën niet zonder meer een historisch geheel juist en onaanvechtbaar verhaal zijn. Een evangelie is in feite een samenvatting van vele verhalen die de ronde deden omtrent Jezus en waarin de waarheid omtrent Jezus ongetwijfeld tot uiting komt op verschillende wijzen, maar waarbij van een geheel juiste en historische weergave van alle gebeurtenissen en feiten geen sprake is. Het spijt mij, dat ik u dit zeggen moet.
Waarom spijt dit u?
Omdat zoveel mensen de evangeliën zien als Gods woord en dus letterlijk waar. Ditzelfde geldt voor de rest van de Bijbel. Juist het feit dat men de woorden onaantastbaar verklaart, betekent gelijktijdig, dat men alles wat men niet kan begrijpen op zijn eigen wijze gaat uitleggen.
Wat de evangeliën betreft, betekent dit vaak, dat men tot een onmenselijke benadering komt van een lering, die in feite de essentie van het mens-zijn zou moeten betekenen. Zodat zij het tegendeel bereiken van het heil dat zij uit de schrift voor zich en alle gelovigen menen te mogen aflezen.
U sprak over het graf op de Olijfberg. Bestaat dit nog of is het verdwenen?
Met algehele zekerheid kan ik u dit niet zeggen. Ik neem echter aan dat men de kunstmatige kleine grot voor een deel heeft ontmanteld, zodat de steen en voorloop zijn verdwenen. De nis als zodanig is echter nog wel aanwezig en wordt, zover mij bekend, soms zelfs nog wel eens door schaapherders gebruikt. Maar mijn laatste gegevens hieromtrent stammen van rond 50 jaren her. Deze plaats werd weliswaar eens vereerd als heilig graf door een nonnenorde, maar na de val van Jeruzalem is dit vergeten. Sindsdien heeft men een aantal graven ontdekt, waarop met enige goede wil de gegevens van het evangelie van toepassing zouden kunnen zijn. Op het ogenblik zijn er nog 5 van deze graven als heilig graf bekend, waarvan 2 als het ware onder christelijk protectoraat, terwijl een derde graf in de overlevering van islamieten als het werkelijke graf wordt aangeduid.
Kunt U zeggen in hoeverre het verhaal, dat Jezus op de derde dag is opgestaan, juist is?
Ik meen dat dit verhaal voor rond negen tiende juist is. Jezus is inderdaad uit het graf opgestaan. Of dit nu precies na drie dagen gebeurd is, staat niet vast, maar lijkt mij niet waarschijnlijk. Het zal eerder gebeurd zijn na ongeveer 48 uren.
Dat Jezus zich heeft vertoond is inderdaad juist. Indien men meent, dat het ware graf vlak bij de schedelplaats zou zijn, dient men zich overigens wel af te vragen, waar dan de tuin vandaan komt, waarin immers Jezus zich volgens het evangelie aan Maria Magdalena getoond zou hebben. De schedelplaats was een krijtformatie en bekend om zijn onvruchtbaarheid. Ik neem aan dat Jezus inderdaad gestorven is, zodat er werkelijk sprake is geweest van een scheiding tussen geest en lichaam, waarna een rematerialisatie heeft plaatsgevonden, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de materie van het dode lichaam. Dit zou verklaren, waarom Jezus zichzelf eerst op de proef stelt bij de Emmaüsgangers als het ware, eerst ziende of hij kan eten en wandelen met sterfelijke mensen, eerst daarna geeft hij zichzelf te kennen door het breken van het brood.
Een gerematerialiseerde toestand zou tevens verklaren, hoe Jezus opeens het vermogen bezit om te verschijnen in afgesloten vertrekken en op afgesloten plaatsen, terwijl hij kennelijk in staat is, zich veel vlugger te verplaatsen dan zijn leerlingen, ook al begeven die zich onmiddellijk op weg en haasten zij zich ten zeerste. Deze punten worden wel niet direct weergegeven in de evangeliën, maar een aanduiding van dit niet normaal verschijnen en reizen van Jezus vindt u in alle evangeliën terug.
Bestaat er een speciale band tussen de planeet aarde en Venus?
Ik meen dat dit niet het geval is, anders zou de gehele aarde venerisch genoemd kunnen worden… pardon, venusisch. Venus zou dan de ontwikkelingen op aarde overheersen doordat zij nader is aan de zon.
Ik meen dat die band normaal is en niet bijzonder groot, tenzij u daarbij wilt uitgaan van de contacten en pogingen tot beïnvloeding die de laatste honderd jaren ontstaan zijn door pogingen van een levensvorm die niet eigen is aan de planeet zelf, doch daarop een vestiging heeft in een kunstmatige omgeving die men voor zich heeft geschapen. Deze levensvorm heeft inderdaad waarnemingen van de aarde gedaan en heeft ongetwijfeld ook de laatste tijd middels tussenstations, telepathische signalen naar de aarde gezonden. Dit is de enige bijzondere band die men volgens mij kan stellen. Een speciale band bestaat volgens mij niet. Tussen Mars, aarde, Venus, Jupiter en Mercurius bestaat een onderlinge band door het feit dat zij elkander onderling, mede dankzij het baanverloop, soms zeer sterk kunnen beïnvloeden, ook al is dit astrologisch of astronomisch niet geheel zuiver te berekenen.
Is er naast automatisch schrift op andere wijze contact mogelijk met degenen die leven in de nieuwe wereld aan gene zijde?
Wanneer u het zo formuleert, klinkt het haast of wij de Amerikanen uit de geest zouden zijn. Wanneer u beseft dat op het ogenblik van een dergelijk contact sprake is, daar ik immers behoor tot dat wat u een nieuwe wereld gelieft te noemen, zal u duidelijk zijn dat er vele methoden bestaan om een dergelijk contact op te nemen.
Automatisch schrift is daarvan slechts een enkele. Het is iets beter dan ouijabord en kruis en bord, maar er zijn zeer vele andere methoden waardoor men een contact vanuit de geest met de aarde tot stand kan brengen. Welke wijze van contact gekozen zal worden is meestal afhankelijk van de intensiteit waarmee de geest dit contact wenst op te nemen, plus de middelen waarover de geest voor het opnemen van een dergelijk contact kan beschikken.
Maar zelden kan een dergelijk contact vanaf de aarde door mensen geheel bepaald en naar eigen wens opgenomen worden, daar dit een dermate grote kennis van de verschillende sferen en hun wetten vergt, dat de doorsnee mens daartoe niet in staat zou zijn.
Welke methodes zijn er al zo?
Gebruik van verschillende vormen van mediumschap, inspiratie, oversluiering, modulatie, waarbij bv. variaties in lichtsterkte en materiaaleigenschappen onder omstandigheden bereikt kunnen worden, de mogelijkheid velden te beïnvloeden, waarbij men moduleren kan in het veld van een spoel onder gelijkspanning, dan wel in het veld van een luchtcondensator onder gelijkspanning. Men kan dan modulaties veroorzaken die bij een voldoende versterking als een soort stemgeluid kenbaar worden. Men kan andere magnetische stralingen en velden moduleren, al is dit proces minder beheersbaar en selectief.
Beschik je over voldoende kennis en kracht dan kun je je verder geheel of ten dele materialiseren door een verdichting van astrale materie tot stand te brengen. Hiermee worden verschijningen, maar ook verschijnselen als de zgn. directe stem mogelijk.
Is men werkelijk zeer krachtig, dan is het zelfs mogelijk een astrale schijnvorm dermate te verdichten, dat zij niet meer door materiële invloeden verstoord kan worden en zelfs trillingen als die van het licht zonder meer kan weerkaatsen. Dan kun je dus direct in een menselijke schijnvorm met de mensen spreken.
Dan is er nog de mogelijkheid van de droombeïnvloeding, waarbij je tot de mensen kunt spreken wanneer zij slapen en in een toestand van grote ontspanning verkeren. Ook is het mogelijk het zgn. toeval te gebruiken om mededelingen te doen. Men kan bv. de plaats beïnvloeden waarop een boek openvalt e.d.
Voor de doorsnee geest is kortom elke methode bruikbaar waarbij door een geringe beïnvloeding van een menselijke reactie of een kleine beïnvloeding van de omgeving van die mens kan voeren tot een besef, dat door de geest gewenst is.
In prediker komt de volgende passage voor: de boom blijft liggen zoals hij valt. Wordt hier bedoeld dat degene die overgaat verder kan gaan met de gaven en ondervindingen die hij in deze levensperiode in de stof heeft opgedaan.
Een mooie interpretatie, die echter door vele godsdienstige groepen geweigerd zal worden. De boom blijft liggen zoals hij valt, betekent dat een feit niet ongedaan gemaakt kan worden. Bij herlezing zal u duidelijk worden dat de bedoeling hier is, dat hetgeen eenmaal is geschied nooit meer ongedaan gemaakt kan worden.
Wat is een bolbliksem? Is zij gevaarlijk?
Als zij op uw bol komt wel. Een bolbliksem is in feite een elektrostatisch veld in een eigen rotatie waardoor het de eigen energie tijdelijk binnen eigen grenzen besloten houdt dankzij het gegenereerde eigen veld.
De bolbliksem zal daarnaast statische elektriciteit middels dit veld uit de omgeving absorberen om zo zichzelf in stand te houden. Hierbij wordt de gang van dit geheel gemeenlijk bepaald door de lijnen van de minste weerstand. Dit betekent dat zij zich beweegt langs die punten waar een voldoende statisch veld aanwezig is en dat gelijktijdig alle magnetische velden worden vermeden die als het ware afstotend werken op het eigen veld.
Als zodanig kan de bolbliksem op vele hoogten ontstaan. Zij wordt echter eerst spectaculair wanneer zij zich beweegt op hoogten tussen 20 m en 50 cm boven het aardoppervlak. Dit laatste betekent een grens, bij een lager dalen, zal de bolbliksem door een langzame of explosieve ontlading verdwijnen.
Op het ogenblik dat het veld rond de bolbliksem verstoord wordt, zal de aanwezige energie – een hoge statische spanning vooral – zich in een milliseconde ontladen. Hierbij ontstaat een grote luchtverplaatsing, zodat in de onmiddellijke omgeving een grote hitte ontstaat en tevens een grote klap gehoord wordt.
Een nucleaire reactie? Indien u bereid bent een elektrostatisch veld zonder meer als nucleaire waarde te beschouwen, wel. Met andere woorden: het is nadrukkelijk geen atoom reactie.
Heeft het opwekken van bolbliksems praktische waarde voor onze wetenschap?
Voor de energievoorziening is het van geen belang. Wel kan het belangrijk zijn wanneer men leert dergelijke velden te scheppen. Het is immers een veld, waardoor deze bliksem in stand wordt gehouden. Dit zou bij nader onderzoek kunnen voeren tot het beheersen van vrije magnetische velden met een eigen schijnbaar eenzijdige polariteit. Men zou daarmee dan de kant kunnen uitgaan van een schijnbare opheffing van de zwaartekracht, terwijl men ook door bestudering van de kanalen waarlangs de bolbliksem zich bij voorkeur beweegt, leren begrijpen hoe men middels ionisatie e.d. geleidende kanalen in de lucht zal kunnen doen ontstaan – theoretisch zou dit mogelijk zijn door bv. snel fluctuerende laserstralen – waarlangs men dan met een zeer gering verlies en draadloos grote hoeveelheden elektrische energie kan overbrengen. Belangrijk is, dat men deze banen kan aantappen door daarop een gemodificeerd veld te projecteren, waardoor een gedeeltelijk lek en dus een aftapmogelijkheid van de draadloze banen ontstaat.
Wetenschappelijk zou een bestudering van de bolbliksem, haar ontstaan en gedrag, dus wel degelijk belangrijk en ook van praktische betekenis kunnen zijn.
Er zijn gevallen van spontane zelfontbranding mogelijk bij personen en in verschillende gevallen.
De term zelfontbranding doet mij denken aan een mesthoop of hooiberg, geen mens. Er zijn echter verschillende mogelijkheden. Sommige mensen kunnen door concentratie de beweging van moleculen rond zich tijdelijk dermate versnellen dat hitte ontstaat op het punt van concentratie en ontvlammen het gevolg kan zijn.
Soms ook ontstaat er in een mens een gasafscheiding die rond de mens een soort knalgas doet ontstaan. U denkt nu wel aan een ander soort knal, maar ik denk aan een mengsel van methaan, stikstof, oxygen en waterstofgas.
Dit mengsel is zeer explosief en heeft ook een zeer hoge verbrandingstemperatuur wanneer het eenmaal ontvlamt rond 2500 graden C. Indien dit mengel in voldoende mate wordt uitgescheiden en explodeert door bv. een vonkje, dan is het denkbaar dat de mens hierdoor tot een schijnbaar spontane zelfontbranding komt. De oorzaak van dit laatste is gelegen in een zelden voorkomende afwijking in de stofwisseling, waarbij tijdelijk zeer sterke, maar van de norm afwijkende zuren worden geproduceerd, plus het aanwezig zijn van voedingsstoffen die dergelijke gassen zelf reeds deels bevatten als bv. kool.
Ik ben geen biochemicus, maar hoorde dat er bij de mens dan al sprake pleegt te zijn van een boven de norm uitgaande zuurgraad in de weefsels en dat het genoemde zuur mede ontstaat als gevolg van een te hoge zenuwspanning. Verder hoorde ik dat dit gas niet alleen langs de weg waarvan u dacht toen ik van knalgas sprak, maar ook langs de poriën wordt uitgewasemd. Overigens schijnt de periode van heftige uitwaseming nogal kort te zijn en een periode van 5 minuten nooit te boven te gaan. Indien er in die periode dus niets gebeurt, is het gevaar geweken. Het organisme keert dan min of meer naar normaal terug, maar als gevolg van het geproduceerde sterke zuur komen wel ontstekingen en zweren voor in darm en maag die nog lange tijd storend blijven. Dit alles is echter van horen zeggen. Meer weet ik hiervan ook niet. De ontsteking schijnt te worden ingeleid door een vonkje elmsvuur, een vlammetje, een stofdeeltje zelfs, dat gezien zijn eigen structuur tot gloeiing komt in contact met deze gassen. Maar nogmaals, mijn kennis in deze is beperkt en wat ik hier weergeef, stamt in feite van gegevens die ik aan anderen ontleen en die mogelijk niet geheel juist zijn begrepen door mij.
Vergelijkt men het leven van een gewoon mens met dat van bv. Rubinstein, dan is dit een vuurvliegje vergeleken met een vuurwerk. Wat moet je doen om eens een incarnatie als vuurwerk te beleven?
Explosief op je eigen wereld en mogelijkheden reageren. Dat deed Rubinstein ook. U ziet naar de explosie van muzikaliteit bij de door u zeer bewonderde Rubinstein, er zijn echter vele anderen. Denk eens aan Menuhin als voorbeeld. Op andere gebieden zien wij ditzelfde verschijnsel. Elke mens heeft bijzondere kwaliteiten. Wanneer je van die kwaliteiten volledig gebruik maakt, zo betekent dit nog niet, dat je een aangenaam mens zult zijn. Wel, dat men op het gebied dat men werkzaam betreedt een mate van creativiteit vertoont die door anderen niet snel vergeten wordt.
Een genie erkent gemeenlijk de grenzen van de mensen rond hem niet en is dus grotendeels egoïstisch, maar al leeft men amoreel, zo geeft men de anderen toch veel, daar men de zeden van anderen niet als voor zich geldig erkent, maar wel het geheel van zichzelf geeft in hetgeen men doet
