Weten voor geloven

image_pdf

13 oktober 1978

Weten voor geloven

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, maar over het onderwerp weten wij toch wel het een en ander af. Een onderwerp, waarmee je alle kanten uit kunt. Laat ons allereerst dit stellen: Weten in zich is altijd beperkt. Het weten wordt ontleend aan de feiten en de ervaring. Wanneer wij iets weten, betekent dit, dat wij op grond hiervan vaste normen, waarden en mogelijkheden in ons bestaan kunnen hanteren. Wat erop neerkomt dat weten in feite iets is, wat in onszelf ontstaat en deel is van de wisselwerking tussen ons wezen en de wereld, waarin wij op dat ogenblik bewust zijn. Verder impliceert het dat wij door meer te weten ook meer te weten kunnen komen, zowel over onszelf als over de wereld, wat toch wel erg belangrijk is. Wanneer ik geloof, kom ik immers tot conclusies, zonder dat ik daarvoor andere dan gevoelsmatige bewijsgronden kan aanvoeren. Wat m.i. duidelijk genoeg is. Toch zal ik een voorbeeld geven: Ik weet dat de Bijbel een groot aantal historische gegevens bevat, maar men gelooft dat die Bijbel het woord Gods is. Daarin ligt het verschil tussen weten en geloven: het eerste is op grond van bewijzen aan te tonen, het andere niet.

Ook in geheel andere gebieden, tot de wetenschap toe, worden wij steeds weer geconfronteerd met emotionele aanvaardingen, die deels kunnen worden aangetoond, of op grond van feiten aannemelijk gemaakt, zonder dat de stelling op zich in feite berust op gegevens, die wijzelf kunnen ervaren en waarbij wij ons weten, zowel als onze mogelijkheid tot beheersing van het merendeel van het erkende, werkelijk kunnen toepassen.

Nu is het dwaas te stellen dat een mens dus maar niets moet geloven. Trouwens, wat geloven de mensen al niet. Wel dient men te beseffen: Wanneer je iets gelooft, zo dient dit een aanvulling te zijn van datgene, wat je weet. Een geloof dat nergens op gebaseerd is, is zinloos. Een geloof dat op emoties gebaseerd is, zal in zijn samenhangen en stellingen voor het ik ongetwijfeld bevredigend zijn, maar zal een volledig verkeerde interpretatie van het leven en de feiten kunnen veroorzaken.

Om weer een voorbeeld te geven: mensen hebben beweerd dat Atlantis een mythe was, een verzinsel dat door een Griekse denker werd gehanteerd om zijn beeld van de ideale staat beter te omschrijven. Wat op het eerste gezicht aannemelijk is, omdat het enige wat over dit land vaststaat, te vinden is in hetgeen deze denker heeft neergeschreven. Ga je verder dan deze stelling, interpreteer je dit feit op je eigen wijze, dan kom je in feite al op het gebied van de veronderstellingen. Neem je zonder meer aan dat jouw veronderstellingen juist zijn, dan is dit een kwestie van geloof. Overigens is de afwijzing wel te begrijpen. De mensen van heden, die menen het summum summarum te zijn van alle menselijke ontwikkelingen, voelen zich vaak zozeer in hun eigen waardigheid aangetast door de stelling dat er vroeger een volk met een gelijke of zelfs hogere graad van beschaving zou hebben bestaan, dat zij emotioneél gedreven worden om zelfs maar een veronderstelling van juistheid zonder meer af te wijzen.

Maar is er nu werkelijk een Atlantis geweest in het verleden of niet? Wij zeggen hier ja. Maar er kan over gestreden worden: wij kunnen voor de mogelijkheid dat een dergelijk rijk bestaan heeft, wel enige bewijzen aanvoeren, zoals cultuurovereenkomsten op gescheiden continenten, nl. in Amerika, Europa, Afrika. Zeker is, dat wij door het bestaan van Atlantis vele verschijnselen eenvoudig kunnen verklaren.

Maar weten wij daardoor dan dat dit rijk werkelijk eens bestaan heeft? Neen! Wij achten het dan aannemelijk dat een dergelijk rijk eens bestaan heeft. Van een werkelijk bestaansbewijs is geen sprake. In de stof moet je wel op een dergelijke wijze redeneren. Aangezien echter de feiten, het gestelde bestaan van Atlantis aanvaardbaar schijnen te maken, kan ik in het wezenlijk bestaan van dit rijk geloven, mits ik altijd bereid ben op grond van alle nieuwe feiten en weten mijn geloof te wijzigen. Dit alles is in feite reeds in een nutshell datgene waarover wij vanavond moeten spreken.

Indien je verklaart dat weten voor geloven gaat, zo betekent dit niet dat geloven op zich slecht is of dat weten in alle omstandigheden beter is voor een mens dan geloven. Maar het betekent wel dat de mens vanuit zijn wereld en omstandigheden altijd zal uitgaan van hetgeen hij weet en niet zich alleen mag baseren op hetgeen hij gelooft. Op het ogenblik dat je feiten gaat verdraaien en als juist bewezen theorieën gaat inpassen in, of aanpassen aan je geloof om deze zo in te kunnen voegen, maak je mijns inziens  een grote fout.

Neem de mensen, die om welke redenen dan ook verklaren dat volgens hen de wereld niet ouder is dan het uit de Bijbel daarvoor te berekenen jaren, duizenden in plaats van miljoenen jaren dus. Ik kan die mensen wel begrijpen, want het is hun geloof waarop zij zich baseren en indien zij hun geloof willen kunnen handhaven, dan moet de basis van dit geloof immers geheel waar zijn.

Maar zij komen dan te staan voor andere feiten, die niet zo eenvoudig weg te verklaren zijn en toch behoren tot het menselijke weten. Ik denk niet alleen aan de koolstofproeven waarmee ouderdom kan worden aangetoond, maar bv. ook aan potassium proeven, op grond waarvan je met een redelijke zekerheid tot rond 20.000.000 jaren terug kunt gaan. Op grond van dergelijke proeven is men in staat van alles te dateren, niet alleen grond, maar ook steen, fossielen enz. Maar deze op menselijk weten gebaseerde proeven tonen onomstotelijk aan dat lang voor volgens de Bijbel de schepping begonnen zou zijn, deze wereld reeds bestond en zelfs reeds leven droeg.

Let wel: of evolutie een proces is dat zich werkelijk altijd voltrokken heeft? Volgens de stellingen van vele geleerden blijft het een vraag, daar bewijs daarvoor grotendeels op omstandigheden en niet op onomstotelijke feiten berust. Trouwens, deze geleerden beseffen soms wel degelijk de betrekkelijkheid van hun eigen kennis en veronderstellingen. Een geleerde, bekend geworden door zijn reconstructies van vele prehistorische dieren, sprak eens: Ik ben overtuigd van de juistheid van mijn extrapolaties, maar elke keer dat men een nieuw soort bot vindt, bestaat de mogelijkheid dat alleen hierdoor reeds wij al onze voorstellingen omtrent het prehistorische leven moeten veranderen. Deze man is kennelijk ook bereid dit zo nodig te doen, zelfs indien dit al zijn denkbeelden en stellingen ondersteboven zou werpen: hij gaat uit van het weten.

Indien aan de Bijbel verknochte geleerden nu gaan stellen dat het beeld omtrent de bestaansduur van de wereld geheel onjuist is, daar de genomen proeven niet deugen en ook alles wat mensen tot op heden feitelijk daaromtrent onderzocht en gevonden hebben niet juist is, dan wordt de zaak anders. Iemand, die stelt dat God de aarde als geheel heeft geschapen inclusief fossielen, verschillen in actief koolstof en al wat dies meer zij, heeft hiervoor geen enkel bewijs.

Het is duidelijk dat men stellingen oppert om zo het eigen geloof onaangetast te kunnen bewaren. Maar ik vraag mij dan wel af of men door een dergelijke benadering van de feiten, het gehele menselijke denken niet buitenspel probeert te zetten. Zo iemand gaat immers uit van hetgeen hij emotioneel als juist wenst te beschouwen en gaat verder door aan te nemen dat elk feit dat zijn vooropgestelde stellingen bevestigd juist is en elk ander feit, ook al is het constateerbaar en wetenschappelijk bewijsbaar, niet juist kan zijn. Zelfs indien bepaalde feiten onontkoombaar duidelijk zijn, stelt men nog dat een normaal interpreteren daarvan volgens de menselijke kennis, in overeenstemming met het ervaren en denken van de mensen niet juist is, zodat een andere interpretatie aanvaard dient te worden, zelfs indien deze in feite in strijd is met alle menselijk weten tot dan. Opvallend hierbij is dat deze geleerden voor de juistheid van hun eigen stellingen weinig of geen directe bewijzen kunnen aanvoeren en daarom veronderstellingen als feiten gaan hanteren. Dit is overigens een strijd tussen verschillende meningen, die op het ogenblik nogal fel gevoerd wordt.

Begrijpelijk is het wel: het gaat over twee geloofswaarden en inzet van deze strijd is de vraag, of nu de Bijbel met het daarin gestelde en daaruit berekenbare juist is, dan wel de evolutieleer. Waarbij ik op mijn beurt veronderstel dat de tijd op de duur wel duidelijk zal maken dat geen van beide stellingen geheel juist is. Wanneer je over feiten beschikt, kennis bezit, zal je in de eerste plaats met en vanuit die feiten moeten opereren. Zelfs indien hierdoor je geloof in de knel dreigt te komen.

Wanneer iemand zegt: God is toornig, wanneer men zo handelt en zal je daarvoor straffen bv. door je met zijn bliksem neer te slaan, dan komt mij dit aangenaam over. Er zullen altijd wel mensen zijn, die tegen een dergelijk verbod ingaan. Wanneer zij dan door de bliksem getroffen worden, kun je aannemen dat er inderdaad een relatie bestaat tussen God en het gestelde. Gebeurt zoiets vele malen, dan kun je voorlopig het gestelde als een voorlopige zekerheid aanvaarden.

Maar wanneer iemand mij vertelt dat je wanneer je iets bepaalds doet, daarvoor na je dood in de hel zult moeten boeten, doet mij dit veel minder sympathiek aan. Mij zal het moeilijk vallen enige relatie tussen God en deze verklaring te vinden. Op grond waarvan stelt men immers dat een dergelijke daad God niet welgevallig is? Je weet eenvoudigweg niet of dit juist is, want daarvoor bestaat geen enkel bewijs in menselijke termen, geen mogelijkheid op grond van menselijk weten tot een conclusie te komen.

O, zeker, men zegt dan: dit is waar, want dit staat in de Bijbel. Maar is het daarom waar? Het is ons geopenbaard, zo vervolgt men dan. Vraag je hoe men dan weet dat die openbaring van God komt, dan zegt men: omdat het in de Bijbel staat. En de Bijbel is het woord van God, want dat staat in de Bijbel. Maar dit is een rond redeneren, het rondgaan in een cirkelgang. Dan kun je ook redeneren: Ik ben God en omdat ik dit zelf zeg, ben ik God, want God liegt niet. Wat dan toch wel kolder is ten aanzien van alle denken en logica. Met geloof kom je echter vaak tot een dergelijke benadering van jezelf en de feiten en zo tot een foute interpretatie van alle feiten en mogelijkheden, tot zelfs een geheel verkeerd begrip over de kosmos, waarvan je deel uitmaakt.

Juist daarom vind ik de stelling, die in onze titel geïmpliceerd wordt, juist: Weten voor het geloof. Wij hebben geloof vaak nodig om te komen tot een aanvaarden van het nog onverklaarbare. Maar daarom is het nog niet een interpretatie, die wij met alle middelen aan het verklaarbare moeten opleggen, zelfs indien de feiten daar tegen spreken. Het geloof kan ons zeker in contact brengen met werelden en krachten, die redelijk bewust niet beleefbaar of hanteerbaar zijn. Dit is ongetwijfeld juist. Laat in dat geval de feiten voor zich spreken.

Ik kan mij voorstellen dat hier iemand zit, die zegt: hier zit een vent, die beweert dat hij even een geest is. Ik weet niet of dit juist is. Wat hij zegt, klinkt heel aardig en aannemelijk, alles tot je dienst, maar daardoor is het feit dat dit van een geest stamt, voor mij nog lang niet bewezen. Die man of vrouw reageert volkomen terecht zo. Niet omdat ik geen geest zou zijn, die hier doorkomt, maar omdat er geen redelijk bewijs voor dit feit geleverd wordt. Iemand, die langer hier komt, zou kunnen stellen: een dergelijke reactiesnelheid, een dergelijke kennis en vermogen zovele diverse onderwerpen te bespreken, waarbij spontaan op vragen e.d. gereageerd wordt, is volgens mij niet menselijk meer. Iemand, die dit zou kunnen, zou werkelijk geniaal zijn. Daarom geloven wij dat er werkelijk een geest aan het woord komt. Juist: wij geloven! Wij geloven het, omdat het een aannemelijke verklaring geeft voor op een andere wijze voor ons niet verklaarbare feiten, terwijl het daarnaast ook nog beantwoordt aan persoonlijke behoeften en mogelijk zelfs aan persoonlijke ervaringen, die wij hebben doorgemaakt.

U vindt het wat vreemd, dat juist dit op een seance gezegd wordt? Maar waarom zou een seance niet de mens het recht en de mogelijkheid mogen bieden om op zijn eigen wijze zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. En een waarheid, die voor de mens hanteerbaar is, dient te berusten op de menselijke mogelijkheid tot weten en ervaren. Men zal zich als mens nu eenmaal zoveel mogelijk op de feiten moeten baseren. Zoals men als mens steeds weer zal moeten beseffen dat alle geloof dat men kent, in feite een aanvulling en mogelijk een verklaring is voor zaken, die anders niet te duiden zijn, zonder dat het daarom opeens ook de enig mogelijke of enig juiste verklaring behoeft te zijn. Wanneer je op deze wijze tewerk gaat, bespaar je jezelf als mens heel wat ellende.

Het volgende mag voor u een kwestie van geloven zijn, al is het voor mij bewezen feit, zekerheid. Wanneer je leeft op aarde, zo vorm je je persoonlijkheid onder meer door de wijze, waarop je denkt. Want je denken bepaalt ongeveer de helft van je handelen en ervaren. De rest wordt bepaald door instincten, erfelijke waarden, conditioneringen e.d., maar rond 50% van je handelen wordt door je bewuste denken bepaald. Wat wil zeggen dat je voor een groot deel jezelf maakt tot wat je ook op aarde bent en dat je niet volledig maar toch tenminste voor de helft ook jezelf aansprakelijk moet stellen voor alles, wat je goed gaat of misgaat.

Rond de helft van hetgeen je bereiken kunt, zal je op grond van feiten, logisch denken en vergaard weten tot stand brengen. Tref je als mens dan in je ik nog zaken aan, die je met dit alles niet kunt verklaren, zoals bv. paranormale kwaliteiten, of innerlijke belevingen, uittredingen, zo is de stelling dat er werelden van de geest en krachten van de geest zijn of iets dergelijks in feite alleen een aanvulling op het weten, waardoor dit alles voor het ik aanvaardbaar wordt, zodat wij de mogelijkheid vinden op grond van ons geloof middels experimenten ons eigen weten te vergroten. Maar dat betekent wel dat wij zo ons eigen geloof gelijktijdig omzetten in erkenningen, in ervaring en weten.

Een geloof, dat geloof moet blijven, omdat het nooit door onderzoek en experiment tot weten kan worden, heeft vele gevaren. Want wanneer u iets gelooft, bent u ook geneigd om aan datgene wat u gelooft, persoonlijke consequenties te verbinden. Op grond van de getrokken consequenties, die niet bewijsbaar juist zijn en vaak zelfs strijdig zijn met veel van hetgeen u weet of met de feiten die kenbaar rond u aanwezig zijn, stelt u voor uzelf een relatie tussen ik en wereld, ik en kosmos, die niet strookt met de feiten en dus niet met uw mogelijkheden. U reageert vanuit uw geloof en komt dan tot reeksen van handelingen die niet meer stoffelijk aanvaardbaar of juist zijn.

Laat mij de consequentie hiervan met een voorbeeld verduidelijken. U weet allen dat polio een heel vervelende ziekte is. Zoals bekend kan men op een betrekkelijk eenvoudige wijze het gevaar, polio te krijgen, worden voorkomen. Degenen die verder gaan dan de uiterlijkheid, zullen zich ervan bewust zijn dat de serums en geneesmiddelen, die daartoe gebruikt worden, niet geheel zonder gevaar en schade voor het menselijk lichaam zijn. Er ontstaat hierdoor nl. een preconditionering van het lichaam, waardoor andere, evenmin gewenste verschijnselen op kunnen optreden. Toch is het gebruik van deze middelen een mogelijkheid om een groot gevaar voor verlammingen e.d. te voorkomen die bij besmetting met grote waarschijnlijkheid zullen optreden, terwijl de kans op even ernstige nevenverschijnselen van de immunisatie klein is en de correctiemogelijkheid in dergelijke gevallen groter is dan bij polio.

Is het dan redelijk om bv. te stellen: het is de wil van God, wanneer wij deze ziekte krijgen, het gevolg van onze zonden, of een ons opgelegde beproeving, dus mogen wij geen voorzorgen treffen? Ik vind een dergelijke redenering wat zonderling, zeker wanneer blijkt dat deze redeneringen vooral worden aangehangen door mensen die zelf met de ellende van polio niet geconfronteerd werden. Met andere woorden: een dergelijke benadering lijkt mij voort te komen uit de behoefte tussen de feiten en het geloof een zo grote kloof te doen ontstaan dat de feiten, zoals die bestaan, verklaard kunnen worden en door menselijk bewust ingrijpen, gevormd kunnen worden, allen terzijde geschoven zullen worden, ter wille van een hypothese, die allesbehalve bewezen of bewijsbaar is.

U kunt nu stellen dat, wanneer je gelooft, ook naar dit geloof moet leven. Ik ben het daarmee eens, mits uw geloof – en dit is het belangrijke punt – mede gebaseerd is op de feiten, die u kent, want geloof mag een aanvulling zijn van het weten, maar niet een plaatsvervanger daarvoor.

Heel wat mensen zullen nu zeggen: wij bezitten geheime kennis en weten hoe dit of dat werkelijk is. Best. Voor uzelf kan dit mogelijk van kracht zijn, ofschoon zelfs dan de vraag blijft bestaan of uw geheime kennis wel op feiten berust, u dus werkelijk iets weet, dan wel alleen maar verklaringen en veronderstellingen van anderen als zekerheid hebt aanvaard. In dit geval is het in feite een geloof. Voor u geheel aanvaardbaar, zeker. Maar moogt u, zonder werkelijke kennis, gebaseerd op feiten, anderen aan de consequenties van uw geloof onderwerpen? Bent u gerechtvaardigd van anderen een onderwerping aan uw geloof te eisen, wanneer de feiten, zover je die kunt overzien, dit niet bevestigen of mogelijk zelfs daarmee in strijd zijn? Velen schijnen dit te menen. Ik dacht van niet. En daar ziet u alweer waarom het zo belangrijk is dat kennis voor het geloof komt. Want het is van het hoogste belang dat je weten als basis gebruikt voor je leven, zolang je mens bent.

Wanneer u later geest bent – wat voor u een geloofspunt blijft tot u dood bent, dan pas weet ook u dit zeker – zijn de feiten wat anders, blijken vele betekenissen geheel veranderd te zijn. Zolang u op aarde consequent bent geweest volgens uw beste weten en mogelijkheden, zal dit erkenningsproces in de geest positief zijn. Het is een bereiking, een vreugde.

Op het ogenblik dat u de kennis en het weten van uw eigen wereld en leven, in feite verworpen hebt, geweigerd hebt uw eigen menselijk besef te laten ingrijpen waar dit mogelijk en noodzakelijk was, zal de erkenning van de werkelijke betekenis van leven en wereld negatief worden. Je bereikt door blindelings een geloof aan te hangen dus niet feitelijk de grotere heiligheid of zaligheid, die je hebt nagestreefd, maar eerder een periode van zelfverwijt en kwelling. Want geloof is natuurlijk, tot u dood bent. Pas dan wordt het volledig tot weten.

Wanneer wij zo bezig zijn over de waarde en betekenis van weten en geloof, moeten wij echter ook zien naar andere dan religieuze geloofsvormen. Want hoeveel vormen van geloof bestaan er niet buiten alle godsdienst om. Er is bv. het geloof dat de mensen in erkenning van elkander en opperste solidariteit bereid zullen zijn voor elkander ook alle offers te brengen die noodzakelijk zijn om elke mens de mogelijkheid te geven een menswaardig leven te leven.

Gelooft u mij: dit is een geloof, terwijl de feiten dit geloof steeds weer tegenspreken. Wanneer je weet wat er zich in de wereld voortdurend afspeelt, ziet hoe mensen tegenover medemensen optreden, hoe mensen denken en bepaald worden door macht-denken, bezit-denken, gezag-denken zelfs, zonder daarbij werkelijk aan anderen te denken, zo zult u met mij eens moeten zijn, dat alle stellingen die hierop gebaseerd zijn, eenvoudigweg geloof zijn. Maar wanneer je nu gaat handelen of dit geloof een werkelijk weten, waarheid, zou zijn, kun je in grote moeilijkheden komen. Vandaar dat er zoveel moeilijkheden spelen in de zgn.  socialistische staten. Want ook daar beantwoorden de mensen die er leven in genen dele aan het beeld van de ideale mens die een dergelijke gemeenschap werkelijk zou kunnen vormen. Wat erop neerkomt dat je eerst de mens zou moeten vormen voor een werkelijke socialistische gemeenschap in vrijheid mogelijk wordt. Wie aan dit feit voorbijgaat, komt, zoals vele levende en dode politici hebben kunnen constateren, ondanks alle goede wil in moeilijkheden.

Of neem als voorbeeld de wetenschapsmensen. Zij worden opgeleid tot een volkomen redelijk en logisch denken, tot een voortdurend onderzoeken van alle feiten, tot zij feitenkennis en werkelijk begrip zijn geworden. Schitterend, maar helaas geloven deze mensen wel dat al wat zij geleerd hebben, altijd juist is. Maar is het wel onder alle omstandigheden zo volledig en juist als zij geloven? Dat is de grote vraag.

Zelfs het geloof in de juistheid van de leerstof op zich kan tot vreemde resultaten voeren. Eerst rond 15 jaren geleden werd ontdekt dat in een veel gebruikt leerboek der natuurkunde formules voorkwamen, die niet juist waren. Een factor 1000 was eenvoudig in bepaalde formules verwaarloosd. Toch hadden onderzoekers, geleerden in de jaren 40 toen dit werk uiterst belangrijk werd genoemd, bewijsvoeringen gebaseerd op de nu onjuist gebleken formules en had men vele experimenten opgezet uitgaande van deze formules. Niemand had nagegaan of de formule zelf wel juist was. Men noemde ontstane mislukkingen en ongevallen onverklaarbaar. Theoretici gebruikten de nu gewraakte formules zelfs om hun gelijk middels theorieën aan te tonen. Het wonderlijke is nu, dat schijnbaar alle proeven en theorieën op basis van dit foute gegeven toch heetten te kloppen. Ik wil overigens niemand hiervan een verwijt maken, maar kennelijk hebben deze mensen de basis van hun weten zonder meer als juist, dus in feite als in een geloof aanvaard en waren zij zelfs afkerig van elk onderzoek naar de juistheid van deze sedert lang als juist erkende formules.

Ook afwijkingen van een eenmaal gangbaar patroon van denken en onderzoek worden beschouwd als een ketterij, zodat men eenzijdig een bepaald spoor verdergaat, tot er opeens iemand komt die ondanks alle tegenwerking, anders doet en bekwaam genoeg is om zijn gelijk aan te tonen. Maar dat zijn dan steeds weer mensen, die in hun instelling niet zo orthodox zijn dat zij al het aanvaarde zonder meer als zoete koek op hun beurt voor juist aannemen. Kortom: voor een terugkeer naar de werkelijke kennis heb je mensen nodig als bv. Einstein – een geniaal mathematicus en denker, die gelijktijdig als mens vol onvolkomenheden was.

Wat te doen, gezien dit geloof in zovele vormen het leven. beheerst? Je zou allereerst moeten stellen: weten is eerst werkelijk weten en zekerheid, wanneer het door mij persoonlijk en herhaaldelijk bewezen is. Alle weten dat ontleend is aan gegevens, die ik niet zelf door ervaring heb verworven, of gebaseerd is op proeven en berekeningen waaraan ik zelf geen deelhad, dient als voorlopige kennis beschouwd te worden. Indien bij een ontwikkeling of experiment onverwachte resultaten bereikt worden, moet je dit niet alleen wijten aan ontwikkeling of fouten bij de proef, maar dien je ook na te gaan of alle stellingen waarvan je bent uitgegaan, je baseerde, wel geheel juist zijn. Eerst dan kom je tot een redelijk bewijs en zal ook in de wetenschap de logische samenhang, de theorie en de mode beheersen.

Wetenschapsmensen geloven maar al te vaak in de juistheid van al wat zij zeggen en doen. Politici geloven in de juistheid van de droombeelden die zij tegenover anderen hanteren. Militairen geloven in de werkelijke waarde van zgn. afschrikkingswapens, economen in een toekomst die geheel zal beantwoorden aan de cijfers, waarin zij het verleden hebben uitgedrukt.

En zij zijn geen uitzondering, want alle mensen geloven vaak zaken zonder redenen daarvoor te hebben. Zoals mensen al te vaak geloven dat iets wel anderen, maar niet henzelf zal overkomen; Bv. een ander kan worden overvallen en doodgeslagen, maar mij overkomt dat niet. Of omgekeerd: indien 1 mens op 50.000 op straat wordt aangevallen, durven zij bijna niet meer de straat op, omdat zij tegen alle redelijkheid in geloven dat zij die ene zullen zijn. Emoties zijn in dergelijke gevallen steeds weer de achtergrond, waartegen bestaande feiten worden geïnterpreteerd Dit nu is volgens mij niet aanvaardbaar, wanneer er een andere mogelijkheid bestaat.

  • Voor veel mensen is er niet zozeer sprake van een geloof dan wel van een voelen. Maar dat is de dierlijke kant. Of mag ik die er niet bijhalen?

Indien u uw wereld wilt begrijpen, moet u de dierlijke kant er wel degelijk bij halen. Menige moeder gelooft bv. dat haar baby het mooiste kind is dat de laatste tijd in de buurt geboren is. Hierbij wordt een emotionele – dierlijke – binding omgezet in een schijnbaar redelijke waardering, geuit als mooi. Dit, terwijl zij in feite daarmee bedoelt: “Mijn”.

U wilde echter stellen dat emotie, ook bij het geloof een rol speelt. Gevoel, instinkt. Wat dit laatste betreft, heb ik het gevoel dat menigeen er bij een geloof instinkt, omdat hij bij de keuze daarvan alleen op zijn instincten afgaat. Wat ongetwijfeld voorkomt.

Maar let wel! Ik zeg niet dat de emotie en het geloof op zich voor mij onaanvaardbaar zijn. Ik stel slechts – en niet ten onrechte naar ik meen, dat je het weten aan alle volledige aanvaarding van geloof en gevoelens zoveel mogelijk vooraf moet laten gaan. Eerst wanneer je werkelijk weet, wat je weet, kun je ook werke1ijk beseffen wat je gelooft. En wanneer je weet, wat je gelooft – of wat je bent wat dat betreft – kun je je weten uitbreiden, tot het geheel van je geloof op de duur tot een werkelijk weten en beseffen is geworden.

Ik kan mij voorstellen dat u innerlijk voelt of meent te beseffen: dit is het! Maar beantwoord dan eerst even de vraag: Wat is het? Wat betekent het werkelijk, voor je je met huid en haar overgeeft. Het wonderlijke is wel dat de mens gevoelsmatig vaak geneigd is alle verklaringen die anderen voor het onbekende of onbegrepene geven, zonder meer te aanvaarden, omdat  dit onbekend of onbegrijpelijk schijnt te zijn.

Stel: een mens komt in een bedevaartsplaats. Hij ondergaat daar een reeks grote emoties, die lichamelijk hun uitwerking niet missen. Zal hij nu stellen: Ik heb iets meegemaakt wat ik niet begrijp? In 9 van de 10 gevallen zal hij zonder meer verklaren, genezen te zijn door een heilige, de H, Maagd enz. Maar is dat werkelijk wel zo of niet? Je kunt dit niet zeggen. Maar eenieder in die plaats is gewend alle ongewone gebeurtenissen te wijten aan een ingrijpen van een bepaalde kracht of persoonlijkheid. Men constateert een feit en neemt zonder meer de algemeen gegeven verklaring daarvoor als de enig juiste aan. En dat is de fout. Begrijpelijk is het overigens wel. Men wil een aanvaardbare verklaring kunnen geven voor hetgeen er in eigen ik is gebeurd. Met het gevolg dat men vaak een geloof aanvaard dat in wezen bijgeloof is, omdat het geheel niet met de feiten in samenhang bestaat, dit op grond van de verklaringen van anderen die niet eens weten wat er feitelijk in je gebeurd is.

Een menselijk probleem. Want hoe vaak zijn wij niet geneigd iets als juist of waar aan te nemen, op grond van de stellingen van anderen, alleen maar omdat zij en alle anderen het gemakkelijker vinden op deze wijze te reageren, dan zich bezig te houden met het onverklaarbare, waarmee de betrokkenen innerlijk ook nog niet in het reine konden komen.

In het leven van bijna alle mensen spelen zich zaken af, die in zuiver menselijke woorden en begrippen niet eens kunnen worden geduid. Het aanvaarden van een willekeurige uitleg, waardoor de zaak noembaar, bespreekbaar wordt, is dan wel zeer aanlokkelijk. Maar u zult het met mij eens zijn dat zelfs in dergelijke gevallen het raadzaam is, weten en feiten voor het geloof, de willekeurige verklaring te stellen. Keer steeds terug naar de feiten, de ervaringen, de erkenningen en de op grond van feiten erkende wetmatigheden. Zie het geloof niet als iets, wat al deze zaken in belangrijkheid overtreft en desnoods zelfs ongeldig kan maken, maar alleen als een aanvulling op alles, wat als weten en dus verklaarbaar voor de mens bestaat.

Nu gaan wij even een andere kant uit, want zoals elke medaille heeft ook deze een andere zijde. Wanneer je als mens een mystieke ervaring doormaakt, kom je tot een beleving die niet meer weer te geven is, maar die wel als een neerslag in eigen gevoelens, toestand en denken terug te vinden is.

Wat is de mystieke beleving dan wel? Is zij werkelijkheidsbeleving? Je kunt dit geloven, maar aantonen is niet mogelijk. Indien wij gemakshalve even uitgaan van hetgeen erkende mystici hebben gezegd, moeten wij aannemen dat er ofwel heel veel verschillende hogere en mystiek beleefbare werelden bestaan – en dit lijkt mij menselijk gezien aanvaardbaarder – dat een mystieke beleving, zodra zij wordt omschreven, uitgedrukt wordt in termen van persoonlijk denken, geloof en zelfs persoonlijke preferentie.

De mystieke ervaring blijft nog steeds belangrijk, daar zij de mogelijkheid biedt tot het verwerven van een beter of ander inzicht in jezelf. Maar dit inzicht moet ten minste aan de werkelijkheid te toetsen zijn. Indien deze toetsing bewijst dat onze ervaring inderdaad nieuwe mogelijkheden heeft geschapen, zal ons weten hierdoor groter worden – nieuwe ervaring brengt nieuwe erkenning. Indien je echter niet in de praktijk toetst, wat je in de mystieke ervaring meent te hebben geleerd of verkregen, geen resultaten probeert te zien van de krachten die je mogelijk meent ontvangen te hebben, de verworven gegevens toepast en omzet in iets wat ook in het dagelijkse stoffelijke leven zijn betekenis heeft, zijn juistheid zelfs kan bewijzen, dan ga je op de duur in een droomwereld leven.

Mystiek kan een verrijking vormen van het werkelijkheidsbesef, kan voeren tot een juister kennis omtrent eigen wezen en leven, maar kan evengoed worden tot een vlucht voor de werkelijkheid van zowel de wereld als jezelf.

Alleen indien steeds weer het weten voor het geloof, voor de klakkeloze aanvaarding komt te staan – emotioneel of anders gebaseerd – is het mogelijk altijd een bewustwordingswaarde in mystieke belevingen te erkennen zonder het contact met je menselijke wereld en werkelijkheid daardoor te verliezen.

Ik geloof oprecht dat vele zgn. heiligen op hun eigen wijze grootse dingen tot stand hebben gebracht, zowel christelijke als andere heiligen, zgn. heidense ingewijden en meesters enz. hierbij samenvattende onder het begrip heiligen. Onder hen zijn zeer zeker exceptionele mensen geweest en sommigen onder hen hebben zaken gepresteerd, die zeker wonderlijk waren. Maar laat ons dan ook beseffen dat een verklaren van deze prestaties door een verbonden zijn met God of de goddelijk wil op zich niet voldoende is.

Wanneer men stelt dat een mens een heilige was, omdat hij wilde dieren rond zich wist te verzamelen, die zich in zijn nabijheid gedroegen als vreedzame huisdieren, dan ziet men wel even over het hoofd dat dierenverzorgers en dresseurs iets dergelijke tot stand weten te brengen. Zelfs gewone mensen die in de wildernis leven, weten soms normalerwijze gevaarlijke dieren aan zich te gewennen en daarmee zelfs een bepaalde relatie aan te gaan. Moet ik hen dan heiligen noemen en bij hun bereikingen ook de geest of God als directe oorzaak noemen?

Kijk liever eerst eens naar de eigenschappen van mens en dier. Wat maakt een mens geschikt om op een dergelijke wilde wijze met dieren om te gaan? Allereerst geen vrees hebben. Wanneer u bang bent voor een gifslang, maakt u bruuske bewegingen, straalt u angst u uit, waardoor deze bewegingen de slang als een bedreiging voorkomen. Indien u u echter zonder vrees gelijkmatig voort blijft bewegen, u bewust van de aanwezigheid van het dier, dan bent u voor het dier geen bedreiging. En gezien uw omvang bent u voor het dier ook geen aanvaardbare prooi, tenzij u te maken zou hebben met een grote boa of anaconda. Het dier valt niet aan, maar zal mogelijk vluchten. Indien u echter regelmatig zo door het gebied van het dier trekt, zal het u op de duur als normaal deel van zijn milieu gaan zien. Zou u dan dicht bij het dier gaan zitten, zo bent u mogelijk warmer dan de omgeving, wat voor de slang reden kan zijn, zich bij u te gaan koesteren. Zolang u dan geen plotselinge bewegingen maakt, zal de slang u ook niet in schrik bijten of aanvallen.  Integendeel, u kunt nadat dit enkele malen is gebeurd, de slang zonder meer aanraken, mits u ervoor zorgt dat dit voor het dier geen dreigende betekenis kan hebben.

Op soortgelijke wijze kunnen contacten worden opgebouwd met oudere wilde dieren. Met jongere wilde dieren is een dergelijke relatie zelfs bijna moeiteloos te bereiken, zolang het gaat om een groter wild dier waarmee nog geen vaste relatie bestaat, kun je prooi zijn. In het contact moet dus rekening worden gehouden dat het dier geen honger heeft. Is de band echter volledig tot stand gekomen, dan zal het dier u als gelijke, of een soort eigendom zien en u zo nodig zelfs tegen anderen van eigen ras verdedigen. Dit alles is meerdere malen bewezen. Waarom dan te stellen dat dit een wonder Gods is en op grond van iets dergelijks een ander als heilig beschouwen en eventueel invloed geven op uw eigen leven en denken.

Kort gezegd: in vele gevallen presteren zgn. heiligen wel bijzondere dingen, maar de verklaringen, die daarvoor gegeven worden, hakken – gezien de beschikbare kennis bij de mens geen hout. In de meeste gevallen blijkt er sprake te zijn van een nogal willekeurige interpretatie van feiten in de hoop zoiets aan te duiden en duidelijk te maken, waarover mensen in feite niets weten.

Zodra wij echter allereerst uitgaan van menselijke eigenschappen en kwaliteiten, kunnen wij ons afvragen hoe de verschijnselen tot stand komen en daarvan werkelijk iets leren. Indien wij ons dan nogmaals met die “heilige mensen” bezighouden, zo komen wij tot de conclusie dat zij zich niets gelegen laten liggen aan zaken als bezit. Hun angst treedt maar zeer beperkt op en wordt door hen beheerst. Hun begeerte is inderdaad beperkt, omdat zij hun innerlijke belevingen en de vrijheid om zichzelf te zijn, hoger schatten dan toegeven aan hun begeerten of het verwerven van bv. goederen. Conclusie: onthechting kan belangrijk zijn en blijkt ook een gemakkelijker je invoegen in de natuur mogelijk te maken. Wat ook de aanvaarding door dieren eenvoudiger maakt. En zo kunnen wij nog wel even doorgaan.

Moeten wij dan de mystieke ervaringen terzijde zetten? Ik geloof dit niet. Wanneer je iets niet kunt verklaren, zo betekent dit volgens mij alleen dat je daaraan ook geen vaste verwachtingen kunt verbinden.

Alleen datgene wat je op grond van feiten kunt aantonen, kunt leren begrijpen, weet, kun je als zekerheid hanteren. Al het andere kan wel bestaan, maar blijft onzeker. Het is belangrijk je daarvan steeds bewust te blijven. Dat er echter heel wat meer bestaat dan een mens kan waarnemen, zien, horen, begrijpen, is wel zeker. Dat er zaken bestaan, die heel wat verder zullen gaan dan alles wat de wetenschap in vele eeuwen tot stand heeft gebracht, is wel zeker. Eenieder, die niet zeer bevooroordeeld is zal dit aanvaarden als feit.

Wij zijn op weg, maar wij zijn er nog niet. Daarom kun je ervaringen, die behoren tot zaken, die nog geen kennis en weten zijn geworden, beter klasseren als behorende tot het nog niet beheerste deel van het bestaan, datgene waar je redelijk en menselijk geen zekerheden kunt vinden.

Maar je leeft zolang je in de stof bent als mens. Mogelijk zal je kunnen leren leviteren door het gebruik van je paranormale vermogens, maar desondanks zal je altijd nog gebonden zijn aan de op aarde heersende zwaartekracht. Want indien je die zou kunnen uitschakelen, zou je niet behoeven te leviteren, om van de verdere mogelijkheden en gevolgen maar te zwijgen.

Hoezeer geloof op zich van belang mag zijn voor de mens, hij zal uit moeten gaan van de gekende en bewijsbaar van kracht zijnde regels. Een daarvan is dat alles naar beneden valt op aarde. Daarmee zal je zelfs al leviterende rekening moeten houden wanneer je ongelukken wilt voorkomen. Er zijn vele dergelijke regels en wetten te noemen, waaraan je je als mens niet kunt onttrekken. De regels, die ik ken en die ik bewijzen kan, moeten steeds de basis vormen voor alles, wat ik op grond van mystieke ervaringen, innerlijk beleven en geloof verder tot stand tracht te brengen. Slechts hij, die bouwt op de feiten, heeft een fundament dat sterk genoeg is. Wanneer je al een toren wilt bouwen die reikt tot in de hemel, zo zal je moeten beginnen met graven en bouwen in de aarde tot je een fundament hebt verkregen dat de last van je bouwsel kan dragen.

Wil je op grond van een beperkt weten vele hoge veronderstellingen uiten, dan doet het resultaat je denken aan de zgn. schommel- of windstenen, die in de uitgesleten kloven van Amerika en Afrika soms wankelen boven een ravijn. De steen staat op een enkel, beperkt grondvlak. De wind zelfs doet hem wiegen en bewegen, een onverwachte extra druk in een bepaalde richting is al voldoende om een dergelijke steen tot gruizels te pletter te doen vallen. Het is in feite alleen zijn massa en beperkt evenwicht, waardoor hij zijn plaats lange tijd kan behouden.

Ongeveer zo zijn mensen, die geen fundament in weten bezitten. Hun plaats mag geestelijk gezien zeer hoog zijn, maar zij zijn sterk vatbaar voor alle indrukken vanuit hun eigen wereld en een onverwachte sterke beïnvloeding kan hen zonder meer in de afgrond doen vallen. Juist daarom geldt: weten voor geloof.

Wat mij tot het laatste punt van dit betoog brengt. Het is duidelijk dat geloof in feite de basis is van een zeer groot deel van de menselijke samenleving. Je gelooft de dingen of neemt bepaalde zaken eenvoudig als juist en natuurlijk aan. Er is niets wat met die aanname in strijd schijnt te zijn, zo voelt men kennelijk, dus zal het wel zo zijn.

Bezie je de conventies, die de menselijke gemeenschappen samenhouden, dan blijkt dat slechts een zeer beperkt deel daarvan op feiten is gebaseerd. Het grootste deel van de maatschappelijke visies berust veelal eerder op een gemeenschappelijk gedeelde hallucinatie. Wie begint bij alles werkelijk uit te gaan van zijn weten en niet van veronderstellingen, wie zelfs bereid is een wetenschap in zichzelf te beschouwen als iets wat eerst bewezen moet worden voor het gelding heeft, zal daardoor in de maatschappij ongetwijfeld vele moeilijkheden ervaren.

Overal hoor je in de maatschappij kreten die in feite op emotie stoelen, zoals bv. wij moeten het ongeboren leven beschermen. Toch schreeuwen degenen die zo roepen vaak evenzeer om het recht op persoonlijk leven en denken, het leven volgens eigen begrippen van verantwoordelijkheid. Zolang een kind nog niet geboren is, is het echter geen deel van die maatschappij, maar deel van de moeder. Mag dan de moeder volgens eigen begrip en op eigen verantwoordelijkheid over zichzelf beschikken of niet? Gezien alle feiten op aarde zou je moeten zeggen dat de moeder wel degelijk dat recht heeft, want zij is een mens als ieder ander en wanneer je uitgaat van een persoonlijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, al is het maar tegenover God, zo heeft niemand het recht, beslissingen voor een ander tegen diens wil in te nemen. Dat lijkt mij zonder meer duidelijk. Zodra het kind geboren is, is het deel geworden van de gemeenschap en bestaat als een zelfstandige eenheid van die gemeenschap. Vanaf dat ogenblik zal de gemeenschap voor dit kind en later voor de mens aansprakelijk moeten zijn en wel in overeenstemming met de regels, die men onderling voor het deel-zijn van een gemeenschap overeen is gekomen. Dat ik in dit opzicht die regels aanvaard, betekent nog niet, dat ik daarmee erken dat zij altijd juist zijn. Het betekent alleen, dat die regels volgens mij de maatstaf vormen van een samenleving, waarbij de juistheid en vooral de bewijsbare juistheid daarvan verder beter buiten het geding kunnen blijven.

Veel van de wetten, die in vele staten op aarde bestaan, zijn aan de hand van het weten van de mensheid en de feiten, de mogelijkheid tot erkenning, onzin. Toch worden zij vaak verdedigd als het heiligste, waarover een mens kan spreken en denken.

Een mens heeft het recht dit te doen. Zoals u het recht hebt  uw geloof te verdedigen, zeker wanneer men u dit geloof zou willen afnemen. U hebt recht om een bepaalde rechtsorde te verdedigen en na te streven, mits u maar niet zegt, dat dit alles een bewezen juiste benadering van het leven is en niet probeert uw visie zonder enig mogelijk alternatief aan anderen op te leggen, maar er allereerst naar streeft uw inzichten en opvattingen in de praktijk van eigen leven waar te maken.

Dan alleen immers zult u ervaringen kunnen opdoen, waardoor uw weten groter wordt en uw oriëntatie ten aanzien van het eens gestelde juister en eerlijker kan worden.

Wij kunnen niet geheel zonder geloof. Iemand heeft eens gezegd: De mens leeft in een onbekende kosmos. Een groot deel daarvan weet hij uit zijn besef uit te sluiten. Maar datgene wat overblijft, de wereld waarin hij wel bewust moet leven, bevat zovele onverklaarbaarheden, dat hij als vanzelf komt tot postulaten omtrent goden, geesten, krachten en andere werelden. Alleen krachtens deze postulaten vindt hij een verklaring, die ook het in feite niet begrepene voor hem aanvaardbaar en beleefbaar maakt.

Misschien zouden wij ook dit nog nader moeten bezien. In hoeverre is geloof voornamelijk een poging, het leven voor jezelf aanvaardbaar en dragelijk te maken? Laat hierbij de pretenties die aan een geloven vaak verbonden zijn, maar even buiten beschouwing,

Vraag: Wanneer ik iets geloof, kan ik op grond van dit geloof feiten tot stand brengen en aantonen dat dit herhaalbaar is, terwijl de geloofsuitleggingen voor mij juister zijn en mijn leven harmonischer en juister verloopt dan zonder dit het geval zou zijn geweest?

Zelfs indien u dit kunt bevestigen, is het geloof niet meer dan een lemma, een werkhypothese, een stelling, waarvan je dan maar uitgaat. Zo beseft en beleeft, wijzigt het geloof zich met de ervaring. Er zal dan te enigerlei tijd in dit leven of daarna voor eenieder een ogenblik komen, waarop er geen geloof meer is. Want dan is het geloof tot weten geworden, niet een innerlijk weten zonder meer, maar een weten dat hanteerbaar toepasbaar en bewijsbaar is aan de hand van de feiten. Op dat ogenblik is het niet meer van belang of er voor de feiten een religieuze, politieke of andere verklaring bestaat. Alleen belangrijk is dan dat ik op grond van mijn weten nieuwe mogelijkheden heb verworven. De bron is onbelangrijk, wanneer ik de waarheid van mijn kennis steeds weer kan aantonen, zowel aan anderen als voor mijzelf.

Weten is dan niet alleen meer iets wat voor het geloof moet komen, maar groeit zodanig dat het alles, wat eens werd geloofd, heeft geabsorbeerd en gemaakt heeft tot een werkelijkheidsbesef, waarin het ik volledig is bevat en van waaruit het ik volledig erkend en beheerst kan worden.

Vragen

  • Ik denk aan de ongelovige Thomas en het antwoord  dat Jezus hem gaf. Is het volgens u verantwoord hetgeen grote meesters leren als leidsnoer voor je leven te gebruiken. Schaadt het je bewustzijn, wanneer je dit doet?

Ik heb duidelijk gesteld dat je dit wel degelijk moogt doen, mits je maar beseft dat volgen geen weten is, zodat de leer van de meester, hoe mooi ook, wat u betreft nog steeds een veronderstelling is, die bewezen moet worden.

Een meester, die een werkelijk goede meester is, zal zijn leerlingen dan ook zaken leren, die ook in de praktijk te toetsen zijn, zodat eenieder voor zich kan bewijzen dat de feiten in overeenstemming zijn met de stelling. Is dit het geval, dan is de meester een weg, die u gaat. Vele mensen maken van de meester echter eerder een orakel dat hen van de noodzaak ontheft, zelf verder te gaan,

Ten aanzien van het christendom is dit vrees ik wel degelijk waar. U citeert de ongelovige Thomas. Mag ik u er in dit verband op wijzen dat de evangeliën veel later tot stand zijn gekomen dan men veronderstelt. De eerste aanhef tot een evangelie begint eerst te circuleren in het jaar 60 rond 30 jaren na Jezus dood. De erkende evangeliën komen eerst tot stand na de dood van alle leerlingen, die Jezus zelf nog hebben meegemaakt. Zij zijn overlevering, geen beschrijving van feit. Bovendien beginnen deze geschriften niet rond te gaan in Jeruzalem, waar Jezus geleefd heeft, maar in Griekenland en klein Azië – Antiochië.

Het laatste nu aanvaarde evangelium kwam eerst tot stand in zijn huidige vorm rond 190 jaren na Jezus dood. Deze geschriften zijn geen historische weergave, maar een visie van mensen, die hun eigen geloof wilden verkondigen en verbreiden. Anders gezegd: het zijn propagandageschriften. Wat duidelijk wordt, wanneer u ziet, hoe gegevens worden samengevoegd en gebeurtenissen in afwijkend tijdsverband worden geplaatst op een wijze, die voor een bewust denkende mens volgens mij niet geheel aanvaardbaar zou mogen zijn.

Er worden conclusies getrokken die niet in overeenstemming zijn met de feiten. Jezus zou niet tot een bepaalde sekte, behoord hebben. Waarom spreekt Jezus dan op 12-jarige leeftijd met wetgeleerden en farizeeën? Volgens de gebruiken van Zijn tijd betekent dit dat hij uit een farizees geslacht stamt.

Jezus leringen bevatten vele visies, die wijzen op de denkwijze van de Essenen. Mogelijk heeft hij dus zelf tot deze groep behoord ook al was hij geboren uit een farizees geslacht. Mogelijk is hij zelfs opgevoed door Essenen. Het is maar een vraag, hierop wordt echter nooit een antwoord gegeven, want “Hij is de Heiland”.

Indien je dit wordt gezegd, zo mag je toch ook wel vragen, op grond waarvan men dit stelt? En het is goed daarbij te beseffen dat men op grond van het menselijk weten zelfs het historisch bestaan van die Jezus niet kan aantonen. Wel kan men het bestaan van christenen aantonen, maar dezen zijn volgens de gegevens in feite een joodse sekte, die pas veel later een meeromvattende betekenis krijgt als een nieuwe geloofsvorm. Ook is het goed te beseffen dat de leringen van Jezus in vele gevallen grote overeenkomst vertonen met andere leringen, sommige van lang voor zijn tijd. Wel is de rabbinale spreekwijze kentekenend.

Ik ben geneigd om te stellen dat het al dan niet historisch bestaan hebben van Jezus van geen belang is, zolang de leer, die namens Hem verkondigd wordt, voor ons de mogelijkheid tot positieve ontwikkelingen inhoudt en niet gelijktijdig een verdere ontwikkeling van ons eigen denken en weten belemmert. Dit laatste geldt voor alle leringen van meesters, godsdiensten e.d. zover hun inhoud positieve waarden omvat. Belangrijk is het zelf denken ongeacht de nadruk, die men volgens mij overdreven en verkeerdelijk legt op een geloven zonder ooit te zien in het door u geciteerde evangelieverhaal.

Een meester is geen meester omdat hijzelf dit zegt. Een meester is geen meester, omdat een ander zegt dat hij dit is. Een meester is alleen werkelijk een meester, omdat hij u waarden kan overdragen, die voor uzelf, in het geheel van uw denken en leven, op grond bovendien van feiten en erkende gegevens hanteerbaar zijn. Een meester die u vervreemdt van uw wereld, is geen ware meester. Een meester die u leert u zelf en de wereld zo te benaderen dat u haar beter en mogelijk anders dan voorheen gaat erkennen en beschouwen, is een goede meester. Hiermee is uw vraag, zij het indirect, wel beantwoord.

  • Is dogmatiek geloofszwakte, negatief geloof?

Wanneer een staat vrije meningsuiting verbiedt op een enkel gebied of vele terreinen, zo is dit een bewijs voor haar zwakte. Zij vreest vragen, waarop geen antwoord mogelijk is.

Wanneer een religie of -isme een dogma stelt en daardoor weigert een vrij denken en eigen meningsvorming over een bepaalde stelling toe te laten, bewijst zij daardoor dat zij zelf de zwakte van deze stelling beseft, maar gelijktijdig een aanvaarding daarvan essentieel acht voor het behouden van haar invloed en macht.

Een dogma is volgens mij, waar het ook optreedt, niets anders dan een bewijs van zwakte, daar een verwerpen van een mogelijkheid tot onderzoek, een besef aangeeft dat dit onderzoek ten nadele van stelling, positie, macht e.d. zou uitvallen.

Gelukkig is de tijd dat men zeggen kon: “vader denkt wel voor je, jij hebt alleen maar te doen wat je gezegd wordt” al lang voorbij. Daarom kan ik u ook raden wanneer u in contact komt met zaken die dogma worden, die u niet zou mogen onderzoeken, zo is het bijna zeker dat juist dit zwakke punten zijn, die een onderzoek meer dan waard Zijn. Voor u aanvaardt – onderzoek dus.

  • U neemt alle zekerheid weg, ook die welke voortkomt uit aanvaarding door gevoelen van verbondenheid en behoefte tot bereiking…

Gesteld werd, voor een mens kan zekerheid alleen dan bestaan wanneer deze ook zijn eigen wereld, hoe dan ook aantoonbaar is. Indien u zoekt naar zekerheden die in uw wereld niet aantoonbaar zijn en het weten en kennis in aanmerking nemende, ook nooit te bewijzen zullen zijn, dan moogt u wat mij betreft daarin geloven.

Ik dring er wel op aan dat u dan in feite alleen maar gelooft, dat iets zeker of waar is. Zodra u hierdoor uw gedrag laat bepalen, wil ik de raad geven na te gaan in hoeverre uw gedrag ook feitelijk de resultaten brengt, die u op grond van uw geloof meent te mogen verwachten Alleen op deze wijze is het u mogelijk, uw geloof zo te richten en te preciseren dat uw zekerheid geen illusie meer is, maar een hanteerbare werkhypothese wordt.

  • Indien er een kracht in ons leeft, hoe komt het dan dat deze kracht alleen door het geloof opgewekt kan worden?

Hebt u zich wel gerealiseerd dat de zekerheid dat die kracht in je schuilt, ofschoon op zich niet redelijk, in feite het opnemen, gebruiken en hanteren van krachten gemakkelijker mogelijk maakt door een wegvallen van de grenzen, die wij ten aanzien van ons vermogen tot presteren gemeenlijk bezitten?

Wij kunnen constateren dat mensen onder hypnose eveneens soms kunnen komen tot een dergelijke grote prestatie, die alles, wat zij van zich normalerwijze als mogelijk verwachten, verre te boven gaat. De prestatiegrens wordt verwijd tot het werkelijk mogelijke en wordt niet meer beperkt door de heersende ik-voorstelling. Waarom zouden wij een onderscheid maken tussen de hypnose en het geloof, wanneer onder omstandigheden de verschijnselen gelijk zijn?

Is er sprake van vergelijkbaarheid, maar niet van gelijkheid, dan mogen wij toch nog veronderstellen dat het geloof niet werkt in zijn geformuleerde essentie, maar als een vorm van autohypnose of suggestie. Het erkennen van een mogelijkheid maakt deze vaak bereikbaar. Dan is het geloof niet bewezen door het resultaat, maar wel een middel, waardoor het resultaat bereikt kan worden en moet als zodanig beschouwd worden.

  • Jezus zou gezegd hebben: Indien uw geloof zo groot was als een mosterdzaadje, zou u huizen kunnen verzetten. Hier wordt het geloof vooropgezet, niet het weten.

Al dergelijke uitspraken passen wonderlijk genoeg in een geloof, zoals dit eeuwen na Jezus’ dood verkondigd wordt. Stel dat een mens een geloof heeft zo groot als een mosterdzaadje en stel dat hij dan een innerlijke zekerheid heeft, wanneer alle aardse zekerheden hem in de steek schijnen te laten en dit is waar.

Stel dat je op grond hiervan echter geloof voor weten, zo zeg je in wezen dat de wereld, die in je leeft, belangrijker is dan de wereld die je beleeft. Waarbij de moeilijkheid ligt in het feit dat je desondanks die innerlijke wereld nog niet in de plaats van die uiterlijke wereld kunt stellen. Verwarring van waarden is dan onvermijdelijk.

Voorbeelden? De prediking van Jezus, zelfs zoals deze uit de erkende evangeliën naar voren komt, dient u te vergelijken met de zendbrieven van Paulus. Grote verschillen komen onmiddellijk naar voren. Paulus blijkt organisator en coördinator te zijn. Hij schept een zekerheid en een reeks van als wetten gehanteerde regels op grond van een leermeester, die hij wel aanvaardt, maar niet zelf gekend heeft.

Dit paulinisme is de basis van alle moderne benaderingen in het christendom. Bezie het resultaat en u wordt duidelijk, hoezeer Jezus’ leer hierdoor verdraaid wordt. Op grond van Paulus “dwingt hen om in te gaan” plus een mosterdzaadje geloof hebben christenen heidenen over de kling gejaagd, omdat zij zich niet wilden laten bekeren. Karel de Grote heeft dit wel zeer duidelijk doen zien.

Later kwam de inquisitie, kwamen de godsdienstoorlogen. Denk aan de kruistochten enz. U kunt voorbeelden vinden zoveel u wilt. Alles op grond van Paulus behoefte zijn geloof tot gelding te brengen en een mosterdzaadje geloof. Indien het geloof dan al een mosterdzaadje moet zijn, is het bij de christenheid kennelijk wel verkeerd opgekomen, dunkt u niet? Dan is het beter eerst te beseffen waar je mee te doen hebt, na te denken over de feiten en op grond van je weten plus je geloof te handelen, zoals Jezus zelf dit gedaan zou hebben.

De eerste christengemeenten in Jeruzalem stonden ongetwijfeld veel dichter bij de leer van Jezus dan alle latere gemeenschappen. Zij kwam voort uit het leven van Jezus. Alle veranderingen sindsdien zijn niet bepaald verbeteringen. Er is nu op aarde een machtig christendom, maar er zijn maar weinig christenen. Zonder Paulus zou er geen machtig christendom geweest zijn, maar heel wat meer ware christenen. Dat is mijn opinie.

Uit dit alles blijkt wel, dat het christendom zich niet kan baseren op feiten, maar steeds weer uitgaat van hypothesen, die niet met de werkelijke feiten en menselijke eigenschappen stroken. Het gevolg is, dat de praktijk niet in overeenstemming te brengen valt met hetgeen Jezus – zelfs indien wij alleen uitgaan van de erkende evangeliën – heeft geleerd.

  • Helderziendheid: ik weet al wat morgen gebeurt. Dan valt geloof deels weg.

U zegt dit. U zegt: ik heb de film al gezien, maar wat, wanneer blijkt dat morgen een andere rol wordt vertoond? Ofwel: bij helderziendheid is er geen volledige zekerheid, al kan men op grond van ervaringen een grote waarschijnlijkheid veronderstellen. Die waarschijnlijkheid  ontleen je dan aan het feit dat je door helderziende ervaringen in het verleden weet dat een groot deel – maar niet het geheel – van het voorziene waar zal worden.

Trouwens kijk uit met gelovigen ook op dit terrein. Want die gaan niet uit van feiten, maar van veronderstellingen, zodat hetgeen men gelooft waar zou kunnen worden indien de anderen anders zouden zijn dan zij zijn en anders zouden handelen dan zij handelen. Waarbij zij hun uitgangspunt kiezen in de hoop dat anderen hen erkennen voor iets wat zij niet kunnen zijn. Waarmee mijn visie wel duidelijk zal zijn.

Ik zou nu mijn onderwerp willen beëindigen. Ik dank u voor alle vragen, waarvan het grootste deel toch wel met ons onderwerp in verband stond. Ik kan begrijpen dat u, vanuit een geloof-denken, de stelling van vandaag wonderlijk vindt en liever zou willen omdraaien: Eerst geloven en dan weten.

Maar wanneer je eenmaal gelooft, geloof je de rest gemeenlijk verder wel en beseft op de duur niet meer, hoe iets waar kan zijn, wanneer het in strijd is met hetgeen je gelooft, zelfs indien de feiten die waarheid apert maken.

Het in de titel gestelde was volgens mij juist. Ik heb getracht duidelijk te maken, waarom ik dit meen. Gelijktijdig heb ik getracht duidelijk te maken dat u leeft in een wereld waarin geloof een veel grotere rol speelt dan men over het algemeen aanneemt – niet slechts godsdienstig, maar sociaal, economisch enz.

Wanneer je begrijpt dat iets geloof is, kun je dit nog steeds aanvaarden, maar je zult het dan niet meer als een onontkoombaar feit beschouwen, doch je eigen weten ook willen gebruiken om aan te tonen wat van je geloof ook in de werkelijkheid. manifesteerbaar is en kan worden: omgezet in feiten.

Dit is het belangrijkste: Geloven aan God? Ik doe het ook. Maar ik meen dat mijn geloof aan God eerst werkelijke betekenis krijgt, wanneer ik daardoor de goddelijke kracht zich ook door mij kan laten manifesteren en de wil Gods niet ervaar als een opdracht, mij persoonlijk of aan de wereld gegeven, maar kan beleven als een eigenschap die in mijn wezen is ingelegd. Want langs deze weg kom je volgens mij bewust de waarheid nader.

Vergeef mij de scherpe dingen, die ik heb gezegd. Het is echter beter kort en duidelijk te zijn, zelfs indien dit scherp klinkt, opdat eenieder begrijpen kan, wat je bedoelt. Mijn dank voor uw aandacht.

image_pdf