Zuid-Amerika

image_pdf

23 april 1982

Zuid-Amerika

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dus zelf nadenken is noodzakelijk.

De situatie die wij economisch – politiek en sociaal aantroffen in bijna alle Amerikaanse landen wordt bepaald door de koloniale periode van eens. Ook nu doet de opzet in vele gevallen nog denken aan de tijd van de Spaanse grandes en de hunnen. Wat erop neerkomt, dat er zich een soort elite, een gemeenlijk zeer kleine bovenlaag heeft gevormd vanuit de landeigenaren, die zich later ook steeds meer in andere vormen van bedrijf en handel heeft ingewerkt.

Om u een klein voorbeeld te geven: In Argentinië verovert iemand van Spaans bloed veel land en wordt veehouder. Hij heeft een estancia opgebouwd. Hij leeft als een hidalgo en is zeker van plan veehouder te blijven. Afzet vinden wordt echter wat moeilijker; tezamen met enkele andere belanghebbenden financiert hij een handelspost. Ook enkele kleinere industrieën komen onder zijn beheer. Gaat het in het begin voornamelijk om de belevering van de estancia en de daar levenden, al snel verzorgt hij ook voor anderen leveringen. Zijn kinderen trekken naar de steden en zelfs naar het buitenland. Zij begeven zich meer en meer in het verdeelapparaat en nemen zelf delen van in- en export in handen. De invloed van de familie neemt toe, terwijl men door de handel steeds betere contacten krijgt in de internationale handel. Het derde geslacht heeft dan ook al zeer veel invloed, beschikt over zeer goede relaties en vervreemd van de eenvoudige landarbeiders en gaucho’s. Afstammelingen leven nu in een luxe die zelfs een vorst niet zou misstaan.

Maar dergelijke families zijn er vele. Zij raken onderling verwant, vormen een apart wereldje. En een dergelijke bovenlaag kan je vinden in elk land, zeker hier. Hierdoor worden de sociale samenhangen grotendeels bepaald. Maar ook de economie wordt voor het merendeel bepaald door de wensen en mogelijkheden van een betrekkelijk kleine regenten-laag die zich overigens zeker niet altijd geheel onverantwoordelijk opstelt tegenover degenen die voor hen werken en van hen afhankelijk zijn, maar zichzelf beschouwen als enige beoordelaar van noden en wenselijkheden.

Zij betalen hun arbeiders in verhouding weinig en gaan uit van het standpunt dat die arbeiders maar beter arm, vroom en dom moeten blijven, want dat is beter voor hen en voor de patroons. Wanneer de macht van de heren wordt aangetast doordat er toch steeds meer mensen komen die leren lezen, schrijven en zelf nadenken en ageren, dan heeft men in feite maar een enkel antwoord: direct ingrijpen.

Dit betekent dat men een militair apparaat van node heeft. Het is zonder meer duidelijk dat dit zowel in de praktijk als politiek geleid zal worden door mensen die uit de rijke families voortkomen of hen in uiterste trouw gehoorzamen. Zo wordt het leger en ook de politiemacht in feite allereerst tot een verdediging van de heersende orde.

En wat het geloof, de kerk, betreft: zeker deze begint de laatste tijd in verschillende landen progressiever op te treden. Zij is er echter in de allereerste plaats voor de “zielszorg” en is hierbij van de heersende machten nogal afhankelijk geweest. Het gevolg is dat grote delen van de geestelijkheid, ook nu nog, de neiging vertonen zich bij de heersende kaste aan te sluiten.

Van belang bij dit alles is het ontstaan van de grote steden. In het begin zijn deze vooral de plaatsen waar handel wordt gedreven en industrieën gevestigd worden. Zij vormen daarnaast een aangename mogelijkheid tot opbouwen van gezelschapsleven door de leden van de grote families die wat meer luxe en sociaal verkeer wensen dan op de landgoederen haalbaar is.

Maar in die steden, havensteden en de andere handelsknooppunten is ook voor de armeren een mogelijkheid aanwezig om zich althans enigszins te onttrekken aan de algehele overheersing door de grote families. Er ontstaat hier een middenstand. Hier heeft men meer mogelijkheden dan op het platteland. Geen wonder dat vooral degenen die weinig of geen mogelijkheid meer hebben tot verbetering van hun lot op het platteland hierdoor als door een magneet worden aangetrokken.  Er ontstaat ook onder de armeren een splitsing. De gaucho’s, de cowboys worden een aparte stand die zich geheel richt op het harde leven van de veedrijver. Zij trekken niet naar de steden en beschouwen degenen die dit doen als mensen van minder inhoud en waarde. De landbouwers, de peones daarentegen, trekken zeer sterk naar de steden, zeker wanneer hun heer niet op voldoende wijze voor hen kan zorgen.

Gaucho’s treft men wel in het leger aan, maar zelfs daar vormen zij een groep apart, die hard is tegen zichzelf en tegenover elke medemens die zich aan hen niet nederig onderwerpt. En al neem ik mijn voorbeelden uit Argentinië, een dergelijke ontwikkeling treft u in alle landen van noord tot zuid op vergelijkbare wijze aan.

Overal zijn het de arme boeren die, soms gedreven door ambitie, maar even vaak door bittere nood tot overleven, naar de steden trekken. Een meester vinden slechts weinigen, vandaar dat in en rond alle grote steden van Zuid-Amerika de bidonvilles of favelas e.d. – zoals men krottendorpen daar noemt – welig tieren. Gehele wijken bestaan uit krotten, uit de meest vreemde materialen opgebouwd, worden bevolkt door mensen die vaak zelfs geen eten hebben.

Ook nu nog kan dit stadsproletariaat zich niet handhaven door werken alleen. Zeker, de vrouwen kunnen door prostitutie enige tijd voor zich en de hunnen wel de kost verdienen, maar zelfs dit maar beperkt. Er komen steeds meer mannen die op een andere wijze het noodzakelijke proberen te verwerven. Dezen zijn de kern van een zeer hard optredende macht: rovers, zakkenrollers, oplichters, geweldplegers. En deze groep omvat ook heel wat mensen die bereid zijn allerhande karweitjes tegen betaling op te knappen, tot moord toe. Zij vormen een reservoir waaruit zowel de heersende kaste als opstandige bewegingen hun mensen voor harde en wrede taken rekruteren.

Wanneer u de situatie zo beziet als ik dit nu deed, zult u het ook met mij eens zijn dat in de afgezonderde standen als de gaucho’s en de armen in de steden allerhande materiaal aanwezig is dat tot explosieve reacties kan voeren. Revoluties, wreedheden vinden in deze achtergrond hun voedingsbodem. Het is bijna onvermijdelijk dat fascistische tendensen en wrede dictaturen ontstaan in een maatschappij die als omschreven is opgebouwd. Mogelijk vergt deze laatste uitspraak enige toelichting: Fascisme ontstaat op het ogenblik dat een bepaalde bevolkingsgroep – of zij nu een heersende dan wel een onderdrukte is – geen andere mogelijkheid meer ziet om zichzelf te handhaven en eigen belangen te dienen dan door het vervolgen van anderen.

Vanaf dit ogenblik probeert men zich te rechtvaardigen door zich als meerderwaardig voor te stellen en een soort supermensmentaliteit aan te kweken. Het gevolg is dat men al snel eerlijk overtuigd geraakt van zijn recht om anderen met alle middelen te dwingen. Want dezen zijn immers minderen, minderwaardige mensen? Het is duidelijk dat in de omschreven maatschappelijke vorm deze mentaliteit bij verschillende bevolkingsgroepen zich snel en sterk zal ontwikkelen, zodat de standen in feite voortdurend op een voet van oorlog met elkander verkeren.

De macht van het geld zal bovendien erg groot zijn in alle staatsvormen waarin men de ambtenaren sterk onderbetaalt en gelijktijdig een waardigheid verschaft. Omkoopbaarheid is het gevolg. Alleen in het leger, dat een soort afzonderlijk wereldje is, blijft deze beperkt tot de hoogst geplaatsten. Het omkopen van machthebbers en beambten wordt in dergelijke landen dan ook al snel een als normaal ervaren procedure.

Vergis u niet. Dergelijke methoden bestonden bv. ook in Suriname, zelfs onder het Nederlandse bewind. Dankzij de mogelijkheid een douceurtje uit te delen of een “de ene hand wast de andere” techniek kon men daar bescherming vinden en aangenaam leven zonder al te veel gestoord te worden door de officiële regels.

In geheel Zuid-Amerika ontstaan hierdoor zodanig belastingen van zowel de economie als de sociale groei, dat conflicten bijna niet meer te vermijden zijn. Groepen proberen steeds weer hun deel van de koek in handen te krijgen. En daartegen treedt dan steeds weer het militaire apparaat op. Op de duur zullen de militairen geneigd zijn de macht dan maar geheel naar zich te trekken om zo een einde te naken aan alle wanorde en onrecht. Men beschouwt zijn optreden als dat van een verlosser. Maar het leger is gebaseerd op een discipline die in de gewone maatschappij moeilijk te handhaven is. Men heeft veel begrip van strategie in krijgskundig opzicht, maar weet weinig of niets van economische noodzaken en strategieën. Het leger blijkt alleen aanspreekbaar voor eenieder die er bewondering voor heeft en zich er althans schijnbaar aan onderwerpt Hierdoor krijgt het gemeenlijk eerst te laat in de gaten dat het door bepaalde belangengroepen wordt uitgebuit.

Dergelijke ontwikkelingen hebben zich overal afgespeeld in dit continent en vooral internationals hebben daarvan dankbaar gebruik gemaakt om – denk eens aan de kopermijnen van Chili – uitbuiting te plegen tot het laatste toe.

Het blijkt dat er overal wel sprake is van enig verzet. In bijna alle landen horen wij zo nu en dan over acties van guerrillero’s en dergelijke groepen. Een andere vraag is het of deze guerrillero’s wel de echte vrijheidsstrijders zijn die men zich hier daarbij voorstelt. Over het algemeen bestaan de groepen uit enkele idealisten  en verder vooral mensen die zeer wreed zijn behandeld en nu met alle middelen worden achtervolgd. Velen onder hen hebben zeer grote offers moeten brengen, hebben beminden verloren. Zij zijn niet rationeel en in hun optreden vaak even fascistisch als de dictators waartegen zij zich verzetten. Dat zij daarbij gemeenlijk een geheel ander politiek systeem aanhangen doet hierbij in feite weinig ter zake. Uiteindelijk kan het communisme onder omstandigheden even fascistisch optreden als de vertegenwoordigers van liberalisme, kapitalisme enz. tot het nationaalsocialisme toe.

Wij hebben steeds te maken met twee partijen die beiden veel redenen hebben voor hun optreden, maar alleen vanuit hun eigen standpunt. Maar dan ook groepen die, zeker wanneer zij zich in de verdediging gedrongen voelen, geen enkel – werkelijk geen enkel – middel zullen schuwen om hun macht en mogelijkheid te handhaven. Een dergelijke houding zal ook op de economie zijn invloed uitoefenen. Heb je internationale relaties – of je in Brazilië, Argentinië of Chili dan wel landen als Venezuela leeft – zo is het duidelijk dat je een beroep zult doen op de mogendheden of groepen, die je de nodige kapitalen kunnen verschaffen.

Gaat het om particulieren, dan zijn de beste relaties hiervoor de internationals. Die hebben immers invloed bij regeringen en kunnen deze er zo nodig toe brengen je leningen te verschaffen, instructeurs te zenden die je leren hoe je bepaalde problemen moet aanpakken. Al doen zij dit gemeenlijk, staten zowel als internationals, tegen een veel te hoge prijs, ook al zal men dit er niet expliciet bij zeggen. Het gevolg van dit alles is een enorme inflatie van de nationale valuta. In bijna alle Zuid-Amerikaanse landen is de inflatie zo groot dat, wanneer een munt aan het einde van het jaar nog rond 50% aan koopkracht bezit, vergeleken bij de toestand aan het begin van het jaar, men spreekt over een jaar dat heus economisch zo slecht niet was.

Het is duidelijk dat hierdoor de interest op leningen wel bijzonder hoog moet worden. De kleine ondernemer heeft weinig of geen mogelijkheden. De grote ondernemer kan echter lenen in en betalen in buitenlandse valuta, krijgt met gunstiger rentepercentages te maken en kan zich voor een groot deel beschermen tegen het muntwaardeverlies dat de inflatie nu eenmaal met zich brengt.

De staat absorbeert op deze wijze steeds meer van de inkomsten en spaargelden, en indirect dus het levenspeil van zijn burgers. Behalve wanneer het gaat om de leden van de top, de heersende kaste. Ofschoon dit in alle landen tegenwoordig wel in meerdere of mindere mate het geval zal zijn, kun je toch hieruit volgens mij wel een conclusie trekken.

Het is op het ogenblik voor velen van de heersers, of zij nu links of rechts denken, niet mogelijk zich zonder meer te handhaven. Zij hebben buitenlandse hulp hard nodig om hun macht te kunnen behouden. De meeste landen in Zuid-Amerika zijn zeer rijk aan kostbare grondstoffen en delfstoffen. Maar de winsten daarvan zullen voor een groot deel naar het buiteland verdwijnen. Wat overblijft komt ten goede aan de regering en de topkaste, niet aan het volk als geheel. Er zal op een gegeven ogenblik dus steeds weer hierdoor een revolutie uitbreken, waarbij het in feite niet eens meer om geld en macht gaat, naar waarbij velen vooral strijden om de gehate “anderen” te vernietigen.

Inquisitiemethoden worden dan ook steeds meer toegepast. Het vermoorden van mensen door hen alleen maar te doden, is velen allang niet meer genoeg. Men probeert ze op de meest gruwelijke wijze dood te martelen om zijn haat af te reageren en gelijktijdig een voor anderen afschrikwekkend voorbeeld te scheppen. Of de slachtoffers al dan niet schuldig zijn, komt er daarbij ook steeds minder op aan. Let wel: dit geldt zowel voor de zgn. guerrillero’s als voor regeringstroepen en politie. Doden, doodmartelen wordt meer en meer een normaal verschijnsel, dergelijke praktijken worden door steeds meer betrokkenen als noodzakelijk en onontkoombaar aanvaard.

Het lijkt wel of deze volkeren verdoofd zijn en zo niet meer kunnen reageren op martelingen, moorden, overvallen van de geheime politie en terreur. Voor de buitenstaander wordt al snel duidelijk dat in deze strijd niemand werkelijk kan winnen. Enige winst voor het gehele volk is alleen maar mogelijk wanneer eindelijk het gezonde verstand gaat overheersen. En dat kun je zeker niet bereiken door een zgn. democratie tot stand te brengen. Daarmee plaats je de tegenstanders van eens mogelijk in een parlement tegenover elkaar, maar beide partijen zullen evenzeer als voordien geneigd zijn achter de schermen elkander het mes in de rug te steken. Van een werkelijke samenwerking tussen de partijen zal ook in een dergelijk geval niet wezenlijk sprake kunnen zijn.

De middenstanders, degenen die zich net kunnen redden, maar het beter hebben dan de meeste anderen, zijn in feite de groep die in dat geval steeds weer op de wip zit. Helaas is deze groep gemakkelijk te manipuleren, daar zij aan eigen belangen alleen pleegt te denken. Dat blijkt steeds weer wanneer door op zich goede maatregelen van een parlement en leiders die de economie en de levensmogelijkheden van het gehele volk proberen te verbeteren voor deze groep nadelig uit blijken te vallen.

Denk in dit geval aan de ondergang en dood van Allende, die in feite mede veroorzaakt werd door het feit dat de middenstand zich in haar belangen voelde aangetast en als kredietgever voor velen van de armeren hierdoor in staat was een werkelijke tegenstand op te wekken, die een werkelijk zich verzetten van het gehele volk tegen een militaire coup onmogelijk maakte. Iets wat men in dergelijke gevallen veelal vergeet. Ik zou eindeloos over dit alles door kunnen spreken, maar wij zitten hier uiteindelijk vanavond niet om alleen maar politieke overzichten en commentaren te geven. Een ding wil ik aan dit alles nog toevoegen: Ik noemde Argentinië reeds enkele malen als voorbeeld. Niet onbegrijpelijk, want juist dit land is de laatste tijd nogal in het nieuws. Opgemerkt zij, dat over rond 4 maanden ook Brazilië weer tijdelijk wereldnieuws zal zijn.

Argentinië heeft de Malvinen – zoals men daar zegt – eindelijk tot zich getrokken. Mogelijk meent u dat het wel onredelijk is om over dergelijke kleine stukjes land een oorlog te gaan voeren. Dit is niet geheel juist. Deze stukjes land zijn door hun ligging van enorm groot belang, zeker wanneer het gaat om een verdelen van de Zuidpool en vooral de bodemschatten die daar onder het ijs verborgen zijn. Men spreekt hierover wel, maar er staat nog niets over vast. Voor staten betekent dit, dat je er wel voor dient te zorgen dat je de dichtstbijzijnde punten voordien in je macht hebt.

Het is duidelijk dat Engeland, in de hoop zijn eigen claim om een deel van het Zuidpoolland hierdoor kracht bij te zetten, lang getalmd heeft met het overdragen van de Falklands aan Argentinië. Ruim 20 jaren lang loopt deze zaak reeds, is er sprake van een eis het beheer van deze eilanden over te mogen nemen en een belofte dat Engeland zal overwegen hoe en op welke wijze dat mogelijk is.

Argentinië handelt dus niet bepaald overhaast. Engeland op zijn beurt wel zijn aanspraken als voornoemd zeker stellen en heeft bovendien de grote ellende dat men overal ter wereld behalve in Engeland zelf reeds begrepen heeft, dat het imperium van eens al lang dood is en het land zelf, mede door de interne situatie reeds lang tot een tweede of mogelijk zelfs derderangs staat is afgezakt. Gezien de houding van de man in the street” was de regering dan ook, zelfs indien zij haar belangrijke aanspraken had willen opgeven, dus wel genoopt harde taal te spreken. Nu dit gebeurd is, hangt de politieke rol van Mrs. Thatcher af van het verdere verloop van zaken.

Ook de Argentijnse regering had een politiek doel met het bezetten van de eilanden. Intern waren en in dit land enorme spanningen ontstaan en gezien de slechte economie bestond er een reële kans dat de militaire junta tot val gebracht zou worden. Door het bezetten van de Malvinen of Falklands kon men dit voorkomen, een zekere euforie scheppen en alle kritiek doen verstommen. Zeker, nu reeds beginnen meer en meer te beseffen dat deze bezetting geen verandering brengt in de interne ellende, zodat er in feite niets van groot belang is gebeurd. Maar dit zeggen betekent ingaan tegen de allerwege gekittelde nationale trots. De trots op eigen volk en vlag heeft tijdelijk een zekere eenheid geschapen. Een terugkrabbelen zou niet alleen de val van de huidige negering, maar ook opstand tegen de militaire macht als geheel en de heersende kaste betekenen.

Daarom kan Argentinië niet zonder meer afzien van – tenminste het blijven wapperen van de Argentijnse vlag op deze eilanden. Zou Thatcher – die reeds nu door bepaalde groepen van Labour fel wordt aangevallen – terugkomen op haar beslissingen, ze kan ook geen stap terug doen. Niet alleen het voortbestaan van haar regering staat op het spel: de tegenpartij zou winnen en de maatregelen die zij, ten koste van zeer veel offers, ten koste van volk en zelfs heersende kaste heeft genomen, zouden binnen enkel maanden ongedaan worden gemaakt. Het gezonder worden van het pond sterling bv. kan men dan wel vergeten, evenals een vermindering van de invloed van de vakbonden. Ook zij moet met alle geweld een succes kunnen melden om haar regering in stand te houden en haar maatregelen – die toch reeds onder sterke druk staan – verder door te kunnen zetten.

Uit dergelijke zaken worden dan soms oorlogen geboren. In dit geval beseffen echter beiden zeer goed wat de gevaren van een langdurig conflict zijn. Argentinië weet dat zijn havens en kuststeden zonder meer kwetsbaar zijn voor aanvallen van de Britse vloot en luchtmacht – mits deze laatste een basis op het vasteland kan vinden, boven in Chili. (Wat zeker niet ondenkbaar zou zijn. Engeland op zijn beurt beseft heel goed dat het, gezien de lange aanvoerlijnen, niet in staat is om zonder veel te hoge en in feite te kostbare investeringen en kosten een half jaar lang bv. een blokkade of bezetting van de eilanden vol te houden wanneer Argentinië met alle macht tegenspartelt.

De kans dat men toch nog tot een overeenkomst geraakt, mogelijk nadat er zonder al te veel bloedvergieten eerst een klein treffen is geweest, is dan ook groot.

Hebt u vragen? O ja, ik kan u wat een ding betreft wel geruststellen: op een van de schepen van de Britse vloot is een band reeds ijverig bezig countermarching te oefenen voor de overwinningsparade op de Falklands. Daaraan zal het dus niet mankeren.

image_pdf