mei 1966
Wijziging in de straling van de aarde
De aarde heeft een eigen magnetisch veld. Zij heeft een eigen fluïdum van meer astrale aard en zij heeft een eigen bezieling. Wanneer de aarde reageert op het een of ander, dan zal dat dus op een drievoudige wijze duidelijk kunnen worden.
Ten eerste kan de gedachtegang van de aarde, als ik het zo eens mag zeggen, zich wijzigen en dit heeft heel vaak op de mens een suggestieve inwerking. Ten tweede kan er een uitdrukking van die gedachte ontstaan op meer astraal terrein en dat zijn dan invloeden, die de mens vaak overheersen en tevens bepaalde verschijnselen naast en in de mensenwereld kunnen veroorzaken. Ten derde kennen wij dan de veranderingen, die kunnen optreden in het eigen veld (het normale veld van de aarde), dat – zoals u misschien weet – o.m. inhoudt: Zwaartekracht, snelheidsgerichtheid, een bepaald tijdselement en die tezamen worden aangesproken als magnetisch veld plus zwaartekrachtveld.
Als de laatste veranderingen optreden, zijn de gevolgen nogal gemakkelijk af te lezen. Wij krijgen abnormaliteiten in het gedrag van de aarde zelf, zoals bv. plotseling reeksen vulkanische uitbarstingen, plotselinge gebeurtenissen in zeeën, in de atmosfeer, aardbevingen, aardverschuivingen en al wat daarbij hoort. Daarnaast zullen wij zien, dat er in ditzelfde kader een beïnvloeding kan zijn door de verschillende stralingen.
Als we de aarde heel goed zouden bestuderen, dan zouden we ontdekken dat zekere kleuren op bepaalde tijden intenser naar voren komen dan anders. Wij zullen ook ontdekken, dat stralingsfrequenties van radio e.d. onder bijzondere omstandigheden worden afgedempt of versterkt. Maar dan alleen in een bepaald deel van zo’n frequentie, want dit kan aan de eigen reactie van de aarde liggen.
Nu ik u hiermee weer heb geïntroduceerd in een begrip dat de meeste van u reeds kennen (de bezielde en levende aarde), wil ik graag proberen u iets te vertellen over de wijze, waarop de aarde zich kan oriënteren. En dan stellen wij het heel eenvoudig: Er zijn in de kosmos bepaalde krachten, die wij vaak vergelijken met de bekende 7 stralen. Deze krachten regeren permanent een bepaald deel van de kosmos. Wanneer een ster zich met haar eventuele satellieten daarin bevindt, dan zal de kracht van deze ene straal die zon als het ware leiden. Zij zal ook de aarde, wanneer zij zich daarin bevindt een bijzonder karakter verlenen. Er ontstaat een kleuring van alle reacties van de aarde; in dit geval in overeenstemming met de kleur van de straal, waardoor zij wordt beheerst. Als u dit moeilijk vindt, stelt u zich dan voor dat een heersende straal een gekleurd stuk glas is, dat u voor het oog houdt. De hele wereld verandert dan. Met een rose glas ziet ze er erg prettig uit, met een blauw glas lijkt ze vaak een beetje spookachtig.
Naast deze vaste sectoren-beheersende invloed, die wij de “invloed van de stralen” noemen, is er wat wij noemen een primair en een secundair verschijnsel in de dagelijkse rotatie. Die “dag” is niet te vergelijken met de aardse dag en zij verschilt wat waarde betreft zelfs voor elke straal. Wij noemen dit echter een dagelijkse rotatie, omdat ze kan worden vergeleken met de dagrotatie van de aarde, waardoor dag en nacht ontstaat; terwijl de sector kan worden vergeleken met de jaarrotatie, waardoor o.m. de jaargetijden ontstaan. Bij de dagrotatie nu kunnen bepaalde stralen of kleuren op de aarde inwerken en zij zullen in alles, wat er op de aarde leeft een zeker antwoord wekken. Het is dus een invloed, die op de mens, de dieren, de planten, de dode materie en zelfs op de aan de aarde gebonden entiteiten (natuurgeesten e.d.) inwerkt. Maar de sterkste invloed ondergaat over het algemeen de aarde zelf.
Nu we deze twee punten stellen, kunnen we het leven dus zien als a. een beheerst worden door een bepaalde straal of kleur en b. daarin een optreden van variaties door het tijdelijk inwerken van andere stralen en ook wel eens door de inwerking van de reeds heersende straal en dan krijgen we dus een versterkt effect.
Nu heb ik u al gezegd, dat deze sectoren moeten worden gezien als afgescheiden delen van de ruimte. Denkt u aan een cirkel met segmenten. De overgang is echter geen vaste en scherpe grens. Zij is een geleidelijk overgaan van de ene invloed in de andere. Omdat wij deze stralen meestal met kleuren vergelijken, spreken wij dan van een verlopend kleurengamma. Is dit het geval, dan bestaat er en voor de mensheid en voor de aarde en wat dat betreft voor de zon geen vaste reactie meer. Er is geen overheersende kleur meer, want wat vandaag nog de heersende kleur is, is morgen al gewijzigd. De invloed van de stralen, die als dagstralen (dus als dagwerkingen) optreden, zal niet geheel berekenbaar zijn, tenzij men precies weet waar de aarde zich bevindt en in welke richting ze zich beweegt.
Ik heb dit zo uitvoerig vertelt, omdat wij op het ogenblik in een periode staan, die voor de bewustwording van de mens bijzonder interessant kan zijn en voor de geestelijke ontwikkeling wel heel erg nuttig is, maar die aan de andere kant de mens confronteert met veel grotere onzekerheden dan hij normaal in het bestaan zal kennen. Wij bevinden ons nu in een overgangsperiode. Deze is al een tijd geleden begonnen (1906 – 1907). Zij is acuut geworden rond 1957 en beweegt zich op het ogenblik naar een punt van evenwicht. Dit wil zeggen dat de invloed van de beide kleursectoren, waartussen de zon en de aarde zich thans bewegen, even sterk is.
Dit betekent dus, dat zij elkander qua werking opheffen. De resultante, die ontstaat, kan worden verwaarloosd, omdat beide krachten gelijk sterk zijn en wat daaruit voortkomt zodanig afwijkt van elke norm, die men op aarde en ook in de geest wel pleegt te kennen, dat wij hieruit geen stimuli voor het gedrag, de bewustwording of voor het gebeuren op aarde mogen verwachten.
Als wij dit eenmaal door hebben, dan begrijpen wij dat die z.g. dagkleuring dus erg belangrijk wordt. Want deze kleuren domineren. Ook zij worden vertekend, want zij niet de vaste waarden, die wij kennen (de nieuwe waarden zijn er nog niet), maar zij zijn zeer sterk. Zij zijn voor ons dus veel belangrijker dan normaal en ze zijn bovendien door hun veranderde, licht gewijzigde werking ten aanzien van de norm, onverwacht.
Deze periode is de periode van het onverwachte. Dat daaruit gewelddadigheden en allerlei eigenaardigheden op aarde uit voortkomen, dat weet u allemaal. Dat er vulkanen zullen uitbarsten, hebben wij u reeds gezegd. Ik meen in november van het vorig jaar. Dus dat alles is niets nieuws. Maar die dingen gaan nu allemaal gelijktijdig komen en wij moeten er rekening mee houden, dat al die dingen dus ook gelijktijdig veranderen. Vandaag is alles pais en vree, morgen is ineens alles in oproer, in oorlog. Vandaag zijn de mensen redelijk, morgen ontbreekt hun elk redelijk vermogen, gezien vanuit het oude standpunt.
De geest, die in zo’n periode in de materie leeft, staat dus wel voor een aantal grote raadsels. Zij moet voortdurend proberen te leven, te ervaren, een zekere harmonie en vrede te verwerven. Maar baseert zij zich op de wereld, dan heeft zij nergens houvast. De wereld is nog glibberiger dan sommige politici en dat wil heel wat zeggen in deze tijd. Dus wij moeten ons in deze periode allereerst baseren op ons eigen innerlijk. De geest, die in staat is zich los te maken van de invloeden buiten het “ik” en deze wel te beleven maar ze niet te beoordelen aan de hand van de gebeurtenissen, van de factoren, die heeft al een heel stuk voor. Zij kan nl. in zichzelf een zekere harmonie wekken, zij kan een zekere vrede kennen en die kan op de meest verschillende wijzen en op de meest verschillende momenten anders worden geuit. Zij kan misschien van buitenaf door vele invloeden worden bedreigd, maar omdat het “ik” zich aan zichzelf houdt, zal het alles, wat van buitenaf komt, in zich kunnen verwerken als deel van eigen ervaring. Het wordt niet meer de bepaling van eigen reactie, maar de vergroting van eigen reactiemogelijkheid.
Als we dan hieruit nog een stap verdergaan, dan komen we tot de conclusie dat alles, wat in de afgelopen tijd eigenlijk een vaste wet heeft geleken, een vaste regel is geweest of een bewezen aantal feiten, op het ogenblik op losse schroeven staat. Dit kan gelden voor het geloof, het kan ook gelden voor de wetenschap, de staatkunde en voor de normen van menselijk gedrag. Al deze dingen zijn niet meer te beoordelen aan de hand van de oude normen. Dit gebeurt natuurlijk nog wel. Het resultaat is: Toenemende strijdigheden in de maatschappij, in het menselijk leven, gevoelens van niet aangepast zijn enz. De mens is niet in staat om de middelen, waarover hij beschikt juist te hanteren, omdat hij in conflict is met de condities van de aarde, met de invloeden uit de kosmos, uit de sferen en dus eigenlijk in plaats van zijn problemen op te lossen deze ingewikkelder maakt.
Een geest, die dit inziet, kan in de materie zoeken naar de eenvoudigste weg. En dan kunnen we de weg van de meest eenvoudige, de minste factoren tellende verklaring nemen (de z.g. “ocam razor”), maar we kunnen ook heel eenvoudig zeggen: Het is onze taak vandaag te reageren volgens de waarden van vandaag. De gegevens, die gisteren golden, gelden vandaag niet. De middelen, waarover wij gisteren beschikten, moeten wij vandaag gebruiken in overeenstemming met de normen van vandaag. Voor veel mensen zal dat moeilijkheden opleveren, want het is vaak heel lastig te begrijpen, dat een statistiek, die vijf jaar geleden nog volledig juist was, vandaag volkomen onjuist kan zijn, ofschoon zij door dezelfde machine op dezelfde wijze werd berekend. Men moet zich dus realiseren, dat het probleem zich wijzigt.
Houdt men rekening met de gewijzigde probleemstelling, dan ontstaat er vanzelf ook een antwoord, dat steeds aan het heden is aangepast. Antwoorden voor morgen zijn vandaag niet te berekenen, omdat de doorsnee-mens niet in staat is de werkelijke condities en omstandigheden van morgen te kennen. Ware dit alles, dan zouden wij zeggen: De wereld, de mensheid, gaat een tijd van verwarring en van rampen tegemoet. Dat is binnenkort wel weer zo’n beetje afgelopen en dan gaat alles gewoon verder. Maar er is meer.
De aarde reageert op deze tijd van stuurloos-zijn door haar wezen scherper dan anders tot uitdrukking te brengen. Normaal is de aarde een deel van een kosmische functie. In deze tijd is de aarde een zuiver aardse functie, die in de materie haar wordingsgang recapituleert en in deze recapitulatie een volkomen eigen reactie en wet stelt.
De gevoeligheid van de wereldziel en van de fluïdieke aura van de wereld is op het ogenblik dan ook veel groter, vooral als het gaat om bv. menselijk denken, om reacties van de schepselen of om afwijkingen van de norm. Men zou mogen stellen, dat – aannemende dat de in de astrologie gestelde invloeden van de planeten geheel juist zijn (ik meen, dat ze slechts beperkt juist zijn), maar aannemende dat ze geheel juist zijn – een Mars-invloed bv. in dit jaar en in de komende twee à drie jaar misschien nog een veel sterkere invloed zal zijn dan in de voorgaande 15 à 1600 jaar en waarschijnlijk ook in de komende 15 à 1600 jaar. Een Venus-invloed is sterker. Een Saturnus-invloed is sterker. Niet omdat de verhouding tussen de planeten is gewijzigd, maar sprekend in een gelijkenis kan men zeggen: De muziek der sferen, die normaal voor de aarde het voornaamste is, zwijgt. Ze heeft een ogenblik pauze. In die pauze wordt het ritselen van het programmablad ontzettend hinderlijk en het kraken van de stoel van iemand, die gaat verzitten (wat onder de muziek niet wordt opgemerkt) wordt nu een storing van de spanning of een afleiding van de aandacht. Op deze manier gaat de aarde dus veel scherper reageren op alle invloeden. De geest van de mens, die op de wereld komt, heeft nu wel veel mogelijkheden. Er is nl. niet de beperking van een bepaalde wordingsgang, door een bepaalde straal of kleur gedirigeerd. Dat wil zeggen, dat je vanuit elke straal zonder meer op aarde kunt komen; dat er geen bepaalde bewustwordingseis bestaat voor het geboren worden op het ogenblik en het betekent ook dat dus de aantallen in deze periode aanmerkelijk toenemen. Voor de menselijke geest, die zich aanpast betekent het dat:
A. de krachten, die normalerwijze worden gedomineerd door een deel van het Goddelijke, nu een weerkaatsing kunnen vormen van het Goddelijke; de ziel kan gemakkelijker met het Goddelijke in contact komen.
B. de geest een scherper en voor het “ik” meer merkbaar rapport heeft met de wereldziel en haar uitstraling.
C. wij kunnen bemerken, dat de menselijke reactie veel scherpere reacties van de aarde mogelijk maakt dan lange tijd tevoren; de aarde reageert scherper en directer op het menselijk denken dan normaal is.
Hieruit zijn een aantal conclusies te trekken en voornamelijk wel ten aanzien van ons eigen gedrag in deze tijd. Wij stellen:
- Vandaag is vandaag. Wat wij heden volbrengen volgens de invloeden en normen van heden, is goed. Wat wij volgens de normen van gisteren vandaag doen, brengt onrust. Wat wij voor morgen proberen te doen aan de hand van de normen van vandaag, mislukt.
- Indien wij innerlijk een afstemming op het Goddelijk vinden, dan zal er geen omschreven begrip en ook geen omschreven openbaring, inspiratie of verlossingsgang optreden. Het geheel is vaag, maar is energie. Deze energie kan door de mens worden geabsorbeerd en gebruikt. Iemand, die deze energie voldoende absorbeert, kan haar ook gebruiken in tijden dat de directe toegang tot de bron alweer is afgesloten. Openbaringen van grote krachten moeten in deze tijden dan ook op aarde worden verwacht, zelfs wanneer hun werkzaamheid eigenlijk bedoeld is voor een mensheid, die reeds onder een nieuwe straal leeft.
- Daar de wereldziel eigen harmonieën met de z.g. dagstraal kent (denkt u aan de omschrijving, die ik heb gegeven), moeten wij rekening er mee houden dat de invloed, die ons op dit moment beroert, de meest belangrijke is. Als wij in deze geest, in deze richting denken, handelen, streven en mediteren, zullen wij gelijktijdig met de aardziel in harmonie zijn. Wij zullen daardoor in de astrale aura van de aarde voor ons wenselijke toestanden zien ontstaan en wij zullen – zij het misschien in een voor de doorsneemens nog niet te begrijpen wijze en mate – daardoor ook invloed hebben op onze directe, dagelijkse omstandigheden.
- Onze stemming, onze verwachtingen en vrezen – ook wanneer deze redelijk of zuiver emotioneel en onderbewust zijn – zullen in deze dagen scherper dan ooit onze verhouding tot de wereld als geheel bepalen. Zij zullen nl. in de wereld gemakkelijker dan ooit een weerklank wekken. Datgene, wat wij in ons dragen, versterken wij zodanig, dat de aarde het ons teruggeeft in een mate, waarin wij het misschien niet meer kunnen verdragen. In deze dagen is dus een zekere mate van zelfbeheersing – ook ten aanzien van het denken – aan te raden. Als u wilt dromen, is het goed. Maar als u dagdroomt, probeer dan in ieder geval uw droom te beperken tot hetgeen ook in het leven voor u aanvaard baar is, want dergelijke gedachtestromen zouden anders wel eens de droomtoestand voor u tot werkelijkheid kunnen maken en dan zou u met de brokken zitten.
- Door de bijna caleidoscopische wisseling van de verschillende stralen en hun invloeden mag worden aangenomen, dat de harmonische aspecten van mens tot mens eveneens van dag tot dag veranderen. Wij kunnen onze relaties nimmer baseren op een eenmaal bestaande waarde.
Wij moeten ons realiseren, dat die wederzijdse erkenning of waardering of wat het ook moge zijn zich elk ogenblik wijzigt. Gaan wij tegen deze wijzigingen in, dan zal het persoonlijk contact worden verbroken. Zijn wij in staat vanuit onszelf de harmonie in stand te houden, zonder daardoor eisen te stellen aan anderen, dan kan de harmonie behouden worden en zal zij wel vele verschillende vormen aannemen, maar zij zal qua geestelijke waarde en inhoud dezelfde blijven.
Van de aardziel zelf moet natuurlijk worden verwacht, dat zij haar gedrag en harmonie vooral baseert op de zon. Voor de zon bestaat er op het ogenblik nog een heel bijzondere conditie. Deze zon nl. bestaat krachtens een zeker omzettingsproces: drukverdichting en dus uitstoting van de verdichte stof, waardoor de beweeglijkheid van de moleculen groter wordt, er warmte ontstaat, gloeiing enz. Als wij aan de materie van de zon iets toevoegen, dan kan dat een kleine uitbarsting ten gevolge hebben. Denkt u aan de uitstekende vlammen in de corona, die heel vaak het resultaat zijn van een inslaande meteoriet bv. Maar stel u nu eens voor, dat één van de vele stromen van minuscule deeltjes, die door de ruimte trekken, met de zon in aanraking komt. Er zijn er bij die heel gevaarlijk zijn. Als je b.v. in een stroom van waterstof terecht komt, dan is het bijna zeker dat een ster, die niet erg stabiel is, al zeer snel – zeker als ze daar ongeveer 50 tot 100 jaar in blijft – tot nova wordt. Dus dat ze zoveel energie krijgt, dat ze uitbarst, waardoor het verdichtingsproces niet meer plaatsvindt, enorme energiegolven uitzendt en dan uitblust of wordt tot een rode reus of zelfs een rode dwerg.
Als wij nu weten, dat de zon zich op het ogenblik, zij het niet in waterstof maar in een ander medium gaat bewegen, dan moeten wij er dus rekening mee houden dat de eigen straling van die zon gaat veranderen. Voor de aarde is de harmonie met de zon een gebaseerd-zijn op de onderlinge beweging. Maar ook een uitwisseling van straling is noodzakelijk om haar bestaan te handhaven. De aarde zal op grond daarvan een schijnbare geringe, maar in feite een zeer belangrijke aanpassing ondergaan, die o.m. betrekking heeft op de ionisatieverschijnselen in de hogere luchtlagen en op de samenstelling van vooral ook weer de hogere lagen van de atmosfeer. Daarbij krijgen wij te maken met edelgassen, die een beetje vreemd gaan doen (vooral argon zit erin, dat nogal heel vreemd reageert en nog een paar van die stoffen) en dat zou wel eens invloed kunnen hebben op de menselijke maatschappij; want daar wordt bv. de elektrische kracht beïnvloed.
Maar als er een versterkingsfactor optreedt – en dat lijkt mij over enkele jaren bijna onvermijdelijk en zelfs in deze tijd al aannemelijk en mogelijk – dan zullen ook de gedachtekrachten van de mens scherper doordringen. En gedachten zijn inderdaad krachten. Normalerwijze reageert de omgeving als een vertragend diëlektricum; er is een demping en een zekere mate van uitblussing van die gedachte-straling. Slechts wanneer ze zeer bewust en gericht wordt gezonden, kan ze grote afstanden zonder meer overbruggen. De onbewuste uitstraling wordt echter voor een groot gedeelte afgedempt. Indien dit nu steeds minder geschiedt, komt er een ogenblik, dat gedachten veel sneller dan normaal een vrije resonans bereiken. Een vrije resonans noemen wij dan een telepathisch of emotioneel contact.
Het resultaat daarvan is weer, dat steeds meer mensen in groepen steeds intenser en feller gaan reageren zowel vanuit een redelijk als vanuit een onredelijk emotioneel vlak. En naarmate die groep intenser één wordt, zal de invloed op de aarde groter zijn. Gezien de wijze, waarop de menselijke gedachte normalerwijze voor de aarde belangrijker is, kunnen wij aannemen dat de meeste verschijnselen, daaruit voortvloeiende, van astrale aard zijn. Niet alle echter. Indien een bepaalde gedachte te sterk en te veelvuldig wordt uitgezonden, zal de reactie ook in het eigen veld van de aarde liggen en dan kunnen wij te maken krijgen met abnormaliteiten in tijdswaarde, plotselinge veranderingen van continent, veranderingen van magnetische pool. Er bestaat dan een groot gevaar, dat de aarde word gedirigeerd – althans voor een groot gedeelte – door haar reacties op de mensheid. Dit lijkt misschien erg overdreven, maar u zult vermoedelijk in de tweede helft van 1967 reeds zien, dat ik niet heb overdreven.
Wanneer je als mens die chaotische veranderingen van de aarde ziet en je vergroot als het ware de behoefte van de aarde om een aanpassing te vinden aan de gewijzigde omstandigheden van de zon, dan ontstaat er een soort slingering. De aarde wil meer compenseren dan de waarde van de zon op dit moment gaat. Ze gaat terug; zij kan zich niet remmen. Wij krijgen dus een soort vibratie, die invloed kan hebben op de baan van de aarde en die na bv. 180 tot 200 jaar zelfs een verschuiving van de aardas ten gevolge kan hebben. Daarover behoeft u zich niet druk te maken. Dat is voor de komende generaties misschien belangrijk, maar voor u is belangrijk, dat de aarde dan ook atmosferisch, elektrisch, magnetisch die vibraties vertoont en wel lang voordat dit in haar baan en in haar reacties t.o.v. de zon tot uiting komt. Het zal u duidelijk zijn, dat een mens daarmede dus rekening moet houden. En als u nu ook rekening houdt met de zon, dan bent u niet zo dwaas als het lijkt. Men zegt wel eens, dat de oude volkeren primitief waren, omdat zij de zon zagen als God de Vader. Maar de zon, althans de kracht die in de zon leeft en de werking van de zon, is in zekere zin scheppend voor de wereld. Als een mens zich in deze dagen kan oriënteren op de zonnegeest en die zonnegeest is in harmonie en brengt een voortdurend herstel van evenwicht tot stand bij de geringste verstoring, dan zal die mens hierdoor aangepast blijven in alle materiële, in alle astrale en in alle geestelijke veranderingen, die zich op aarde kunnen voordoen.
De bewustwording zal dan niet, zoals bij de leek, schoksgewijs gebeuren, maar zal een geleidelijk en beheersbaar proces zijn. Daardoor kunnen alle details in de bewustwording worden verwerkt en zal het eindresultaat, dat de geest van haar leven op aarde heeft, aanmerkelijk groter zijn dan in een ander geval zelfs denkbaar is. Realiseer u, dat in deze dagen om een zo juist mogelijke geesteshouding en daarmee ook een zo juist mogelijke stoffelijke praktijk te verkrijgen het belang is u:
A. In te stellen op God. De instelling op God behoeft niet te resulteren in een of ander denkbeeld of theorie. Het is voldoende, indien u daaruit een gevoel van kracht en vrede verkrijgt. U zult ontdekken, dat de kracht reëel is, dat ook de vrede een concrete waarde is en een concrete onaantastbaarheid voor vele dingen inhoudt.
B. Stel u niet alleen in op de mensheid. Met de mensheid kunt u op het ogenblik toch weinig doen; die is te veel tegen zichzelf verdeeld. Stel u in op de kracht van de zon om het ritme van de veranderingen aan te voelen. Stel u daarnaast in op de aarde om uw eigen reacties op de krachten van de zon te kunnen aanpassen aan de reacties van de aarde. Doe dit geestelijk, dus door uw denken.
C. Pas uw daden slechts in zoverre aan als noodzakelijk is om de innerlijke harmonie en verbondenheid met God zoveel mogelijk te handhaven.
Gaat u van dit alles uit, dan zult u ontdekken, dat uw invloed op andere mensen groter wordt (uw vermogen tot helpen, tot genezen wordt dus groter), dat uw instabiliteit kleiner wordt en u zult merken dat u leert zo snel te reageren op de veranderingen, die in de aarde en in de zon merkbaar zijn, dat het anderen zal lijken, of u alle feiten voorvoelt. Ik geloof, dat dit voor u stoffelijk van het grootste belang is. De geestelijke waarden, daaraan verbonden, heb ik u reeds duidelijk gemaakt, zodat ik meen dit onderwerp hiermede te kunnen besluiten.
De psychologie van het paranormale
Paranormaal is een mode uitdrukking. Was vroeger iets een wonder, een gave Gods of alleen maar iets bijzonders, dan is het tegenwoordig paranormaal, want het steekt boven het normale uit. Men weet er geen raad mee en dus probeert men het te vangen in een pseudowetenschappelijke term. Dit paranormale moet echter gebaseerd zijn op de menselijke psyche en moet de achtergronden van die menselijke psyche ook ergens representeren.
Vandaar dit onderwerpje en ook de volgende meningen.
Elke mens wacht voortdurend op het wonder. Maar naarmate hij ouder wordt, verliest hij de mogelijkheid, die voor zichzelf waar te maken en zal hij het wonder dus steeds meer projecteren in een ander. Als iemand nu de gave heeft om het wondergeloof en daarmee de aanvaarding van het schijnbaar onredelijke voor zichzelf te behouden, dan zal zo’n persoon heel vaak het middelpunt worden van hen, die niet meer het vermogen hebben tot een zelfstandig wondergeloof, een zelfstandig waarmaken van het schijnbaar onredelijke. Hij/zij wordt het brandpunt van de verlangens van een menigte. Die menigte kan groot of klein zijn, maar zeker is, dat daardoor een scheidslijn wordt getrokken tussen de z.g. paragnost(e) en de normale mensheid.
Dit is al heel oud. Reeds in het allereerste begin was daar de oude medicijnman, die misschien twee kunstjes kende en één recept, maar die op grond daarvan werd gezien als staande buiten en boven de gemeenschap. En op dezelfde wijze, waarop de primitieve mens dat heeft gedaan, zo een projectie vormende voor zijn angsten, zijn behoeften en vooral voor zijn behoefte te ontvluchten aan een daagse werkelijkheid, doet de mens van vandaag de dag het nog. Alleen, hij heeft daarbij een deel van het z.g. paranormale in zijn maatschappelijk bestel ingevoegd en noemt dat zijn geloof. Daarnaast heeft hij de waarden, welke niet door een geloof onmiddellijk en volledig te omschrijven zijn en die noemt hij paranormaal.
Wat is nu de achtergrond van dit paranormale verschijnsel in de mens? Wel, in de eerste plaats: De mens, die reageert op alle indrukken reageert vollediger maar daardoor ook onberekenbaarder dan de mens, die alleen reageert op de hem bekende indrukken. Omdat een onberekenbaar gedrag in de maatschappij niet aanvaardbaar is, heeft men de mens voortdurend gedresseerd zich te beperken tot de aanvaardbare impulsen. Maar het leven omvat veel meer dan hetgeen de mens aanvaardbaar noemt. En deze op zichzelf zeer natuurlijke waarden worden dan ook langzaam maar zeker verheven tot iets buitengewoons of tot iets demonisch; want beide zijn eigenlijk hetzelfde, het is alleen een andere wijze van beschouwen.
Nu stel ik: Een paragnost neemt waar wat een ander niet kan waarnemen. Deze waarneming is niet gebaseerd op zien, ook niet op het “derde oog”, zelfs niet op een aura met buitengewone gevoeligheid, maar zij is doodgewoon gebaseerd op het vermogen van de mens om met de totaliteit van zijn zintuigen, zonder een afzonderlijke selectie, in zich een voorstelling te vormen.
Een blinde kan zich een voorstelling maken van de dingen aan de hand van hetgeen hij hoort; hij ziet met zijn oren. Dat klinkt ongelooflijk. Toch zal hij u kunnen vertellen dat het inderdaad waar is, dat hij zijn wereldvoorstelling ontleent aan het geluid. Als men met al zijn zintuigen en bovendien nog met een zekere gevoeligheid voor andere waarden een totaal beeld ontvangt, zal dit altijd verschillen van de nauwkeurig geselecteerde zintuiglijke waarnemingen van anderen. Men ziet niet wat iedereen ziet. Men ziet een totaalbeeld, waarvan datgene, wat door een ander wordt waargenomen, eigenlijk maar een onderdeel uitmaakt.
Nu zal de helderziende of de paragnost(e) zich zo sterk verschillend gevoelen van de normale mensheid, dat hij/zij het normaal waargenomene wegcijfert. Het als helderziend gegeven beeld is dus in feite onvolledig. Er ontbreekt de band met de werkelijkheid aan. En omdat dat niet helemaal aanvaardbaar is, wordt er een eigen volkomen onredelijke en meestal ook onware band gelegd. Hier zien wij dus, dat de menselijke psyche eigenlijk ingrijpt. Er is een waarneming. Die waarneming kan alleen tot bevrediging en zelfverheffing dienen, indien zij geheel los staat van de massa en dus wordt zij losgemaakt. Maar om haar elders waardering te bezorgen moet er toch weer een verbinding worden gezocht en die verbinding zoeken wij dan op de meest ongebruikelijke wijze. Datzelfde geldt voor verschillende vormen van mediumschap en voor praktisch alles, wat samenhangt met het occulte. Het is dus heel goed om daarop onze aandacht te vestigen.
De z.g. paranormale genezer is in feite geen paranormale genezer. Hij is iemand, die gebruik maakt van algemeen bestaande krachten, maar die het geval “ziekte” een beetje anders ziet dan het normaal is. Daardoor is hij misschien anormaal, maar zeker niet paranormaal. Omdat nu echter de rationalisatie van het ingrijpen een scheppen van een groot onderscheid tussen hemzelf en de ander vergt (een methode van zelfuitdrukking en zelfbevestiging), gaat de paranormale genezer zijn geneeskunde dus toeschrijven aan van alles en nog wat. En ja, dan ligt het er maar aan, waarmee hij zich het meest bezighoudt. Misschien heeft hij veel Karl May gelezen en dan heeft hij een Indian scout, die hem helpt. Misschien zou hij in zijn hart graag een gewone arts willen zijn en dan heeft hij een geestelijke dokter die helpt, of misschien is het wel een overgegane grootvader, aan wie hij vroeger een hekel heeft gehad, maar aan wie hij voor zijn gevoel iets heeft goed te maken, waardoor hij een band met deze projecteert.
Misschien heeft u nu door, wat ik op het ogenblik zit te doen. Ik zit niet het paranormale te ontluisteren, maar ik probeer duidelijk te maken, dat dit paranormale, zoals het dan heet, zeker niet zo mag worden verklaard, als de meeste bedrijvers van het paranormale dit plegen te doen. Wij moeten hier ook niet al te veel naar de parapsychologen toe. Want de parapsycholoog wenst het z.g. paranormale terug te brengen tot zijn uit het heden voortgekomen redelijke en wetenschappelijke normaliteit. Zoals de paragnost aan de ene kant een afstand schept tussen zich en het normale, zo zal de parapsycholoog aan de andere kant proberen om de totaliteit van waarneming en de totaliteit van zijn, waarop het paranormale effect berust, te herleiden tot herkenbare, registreerbare factoren.
Nu weten we allemaal, dat als je een hertje hebt, dan is dat een aardig, lief, levend wezen. Het kan je vertederen, het kan mooi springen enz., maar zodra je het gaat ontleden en hier de huid neerzet, daar de botjes en daar het vlees en de organen, dan is er geen leven en geen bewegingsmogelijkheid meer. Het grote conflict, dat er dus bestaat rond al deze bovennatuurlijke dingen, is eigenlijk gelegen in het feit, dat de mens het bovennatuurlijke niet kan aanvaarden als deel van zijn natuurlijk bestaan.
En met die vaststelling zijn we alweer een eind op streek gekomen om ons eens af te vragen
- waarom, zoeken wij het paranormale?
- waarom vinden wij het nooit, zoals wij het zouden willen?
Een mens – en wat dat betreft ook menige geest – zoekt het bovennatuurlijke, omdat dit een aanvulling vormt voor de tekorten, die hij in de eigen persoonlijkheid kent. Iemand, die met alle geweld paranormaal wil genezen, is heel vaak iemand, die met zijn leven niet tevreden is of die op bepaalde gebieden tekorten heeft.
Iemand, die helderziende is, is vaak iemand, die meent dat hij niet voldoende aandacht krijgt. En zo kan ik doorgaan. Er is dus een tekort. Wij moeten stellen, dat hier een compensatie in de psyche aansprakelijk is voor de vertekening van de zaak.
Als wij nu iets willen, dan zoeken wij niet het werkelijke, het in de natuur levende verschijnsel – een mogelijkheid, die voor een ieder bestaat – maar wij zoeken datgene, wat een verschil – en als het kan een verschil van tenminste enkele treden – schept tussen ons en een ander. Doordat wij de gevolgen proberen te zien vanuit onszelf en onze eigen hoogheid, of wij dat nu toegeven of niet, zullen wij er dus niet zo gemakkelijk in slagen om te bereiken wat wij willen. Want wij moeten bij het paranormale niet uitgaan van het verschil dat ertussen ons en de wereld bestaat, maar wij moeten uitgaan van de gelijkenis of de overeenstemming, de harmonie, die ertussen ons en de wereld bestaat. En die harmonie kunnen wij niet alleen uitdrukken op een zuiver menselijke of geestelijke wijze. Het is een gevoelskwestie. En het is vooral een kwestie van jezelf zeker te weten; weten, dat je niet te kort komt.
Een mens, die tekorten heeft, kan dus wel paranormale arbeid verrichten en vaak met verbluffende resultaten, maar hij zal die arbeid nooit ten volle juist en vooral beheersbaar kunnen verrichten. Wilt u paranormale gaven openbaren, dan zult u dus in de eerste plaats moeten beginnen met over uzelf na te denken. U moet niet erover gaan nadenken: Hoe kan ik genezen? U moet erover nadenken: Hoe ben ik? Wat zijn mijn tekorten? Waarom voel ik mij onzeker? Waarom zoek ik aandacht? enz. enz. En als u op die vragen een antwoord hebt gevonden, dan verandert daardoor de zaak misschien niet, maar u staat eerlijk tegenover uzelf en dus ook tegenover datgene, wat uit en rond uzelf kan ontstaan.
Dan komt de kwestie: Hoe kan ik dat paranormale voor mijzelf laten functioneren? En dan is het antwoord: Het paranormale, althans wat men zo noemt, treedt op op het ogenblik dat ik het menselijke begrip van redelijke samenhang en beperking terzijde stel en volledig reageer op de mogelijkheden, die er rond mij bestaan. U heeft dus twee dingen nodig:
1e: Zelfkennis en de mogelijkheid om in jezelf dan tenminste nog een zekere harmonie te vinden.
2e: Een vrij tegenover alles staan wat rond je is.
Misschien zegt u, dat dit allemaal wel mooi klinkt, maar dat het niet waar is. Ik heb die verklaring meer gehoord. Ik heb horen vertellen, dat helderziendheid, helderhorendheid, geneeskracht e.d. eigenlijk atavismen zijn, een terugval naar het verleden. Ik heb horen vertellen, dat ze een vorm zijn van de nieuwe ontwikkeling van de mens. Maar ik heb nog nooit horen zeggen – en dat is toch eigenlijk wel de essentie van de zaak – dat al deze dingen een grondeigenschap zijn van alle mensen.
Wij moeten dus beginnen met voor onszelf te zeggen: Het kan. Maar het kan alleen en het kan goed en beheersbaar, indien ik het niet gebruik als een middel om mijzelf te rechtvaardigen. Zodra er in mij een behoefte bestaat om aandacht te verkrijgen, of om voor mijzelf een schuldbewustzijn weg te dringen misschien, zal ik – zelfs als ik paranormale of bovennatuurlijke dingen zie, erken en gebruik – ze nooit gebruiken volgens hun aard en wezen. Iemand, die probeert een auto op water te laten lopen, die noemt men een gek.
Iemand, die probeert een ander geheel te genezen in zijn behoefte zichzelf groot en sterk te weten, die noemt men over het algemeen een redelijk genezer. En dat is natuurlijk dwaas. Een redelijk genezer ben je pas, indien het genezen een normaal proces is, dat nergens mee samenhangt en dat niet een poging is om jezelf uit te drukken, maar dat eenvoudig een erkenning is van een bestaande mogelijkheid en van een bestaande verplichting.
Bij helderziendheid is dat precies hetzelfde. U zit hier bij elkaar en u realiseert zich niet dat u allen ergens helderziende bent. Toch zijn er onder u, die wel eens een lichtschijn, een figuur, een gestalte hebben waargenomen, maar incidenteel. Waarom? Omdat u alleen onder omstandigheden, wanneer uw emoties, uw normale reacties zijn uitgeschakeld of volledig door iets anders worden beheerst, ziet wat er werkelijk en eigenlijk voor iedereen altijd te zien is. Het is dus geen uitzonderingstoestand. Het is normaal, maar uw reactie is niet normaal. En dan wil ik nog even terug naar de psychologie. Elke mens is een samenstel van een aantal afwijkingen van hetgeen hij meent als normaal te moeten beschouwen. Die afwijkingen kunnen op allerhande terrein liggen. De een heeft het op het gebied van denken, van hebzucht of heerszucht of van seksualiteit. Iedereen heeft ergens een afwijking of soms een aantal afwijkingen van de norm. Nu is het begrijpelijk dat iemand, die aanneemt dat de wereld is zoals ze zegt te zijn, daardoor voor zichzelf een gevoel van minderwaardigheid, van onbelangrijkheid of zondigheid verkrijgt. Maar kan er iets werkelijk zondig zijn? Een heel grote vraag.
Ik geloof niet, dat er een werkelijke zonde bestaat in die zin, dat er een feit bestaat dat tegen de Schepper of zelfs tegen de mensheid concreet gericht kan zijn. Een heel sterke verklaring, maar ik baseer die hierop: Als een mens geheel volgens zijn aard kan reageren en dus de waarheid van zijn wezen tot uitdrukking zou kunnen brengen, dan vervult hij eigenlijk niets anders dan hetgeen er in hem is gelegd. Alleen, indien de maatschappij dit normale beleven onmogelijk gaat maken, dan ontstaat de abnormaliteit, waardoor de compensatie (de z.g. zonde) excessief wordt. Ze gaat de eigen behoefte ver te buiten en schept daardoor een nieuw probleem, dat weer moet worden uitgewist door een nieuw exces, enz.
De gehele kwestie van leven in een menselijke maatschappij is dus: De kunst om jezelf te zijn, om een zekere evenwichtigheid te handhaven, wat er ook gebeurt. De mens kan dat meestal niet zonder meer en hij stelt daar dan verschillende theorieën over op. Ik citeer er één van, die voor de meeste van u wel bruikbaar zal zijn:
Dat wat ik ben, ben ik niet door mijn eigen schuld. Ik ben dit nu, omdat ik in het verleden zo gegroeid ben door mijn ervaringen. Als ik mijzelf, zoals ik nu ben, dus uit, beantwoord ik aan mijn lot of mijn karma of mijn fatum. Als ik dit “beantwoorden aan mijn lot” doe zonder enig exces, zonder de poging om het al te veel de een of andere kant uit te jagen, maar alleen door mijzelf te zijn, dan zal ik dus nooit de schuld op mijzelf laden. Dan is mijn leven aanvaardbaar, ook als het van de norm afwijkt.
Heb je jezelf op die manier eenmaal aanvaard in je leven met al zijn tegenslagen en zijn goede kanten, dan sta je ook veel gemakkelijker tegenover alles, wat het leven toont. Je bent niet gepreoccupeerd met jezelf. En dan wordt het heel logisch, wanneer je als gevolg hiervan gaat stellen: Iemand, die vrede heeft met zichzelf, zal qua waarneming en vermogen altijd de meerdere zijn van ieder ander, die die evenwichtigheid niet bezit. Maar hij of zij zal niet de behoefte kennen om dit tot uiting te brengen. Dat is een heel belangrijk punt!
Het paranormale wordt eigenlijk pas een normale en een hanteerbare waarde, als het niet meer exhibitionistisch is, maar het een normaal deel van het leven, van de persoonlijkheid is geworden.
Een tweede punt dat wij natuurlijk ook moeten begrijpen is: Alles, wat wij gebruiken om iets te verkrijgen, onverschillig wat, en waarvoor wij niet betalen (dus geen offer ervoor brengen of er iets voor geven), wekt voor ons weer het denkbeeld van een verplichting, een gebondenheid. Dat kunnen wij niet hebben. Dus moeten wij onze waarneming niet zien als iets belangrijks, maar wij moeten wel begrijpen dat het feit van de waarneming inhoudt, dat wij moeten handelen en denken volgens de waarneming. Doen wij dat, dan is eigenlijk het hek van de dam, zou ik zo zeggen, want dan wordt het leven veel vollediger.
De mens begint dan allerhande, haast microscopisch kleine dingen waar te nemen en daarop te reageren, die een normaal mens niet ziet. Hij begint volgens zijn eigen waarneming en niet volgens de redenering van anderen alles in zich te verwerken; en dan krijgen wij dus het kenmerk van de ware paragnost. De ware paragnost is in staat om een veelheid van indrukken weer te geven in een enkel compact beeld. Dit geldt voor helderzienden, helderhorenden en voor genezers. Het compacte is het kenteken van het ware. Het exhibitionisme vergt een uitsmeren van de zaak, een opjagen van het feit. Maar honderd verschillende invloeden die samenkomen, geven slechts één daadimpuls of één resultaat. De werkelijke paragnost zal het op zich ware en normale resultaat dus kort, bondig en eenvoudig weergeven of ten uitvoer doen leggen. Hebben we dat eenmaal door, dan zijn we niet alleen in staat om te zien wie in deze uitingen van het z.g. paranormale de moeite waard is en wie niet, maar we kunnen daarnaast ook begrijpen dat we zelf deel eraan hebben, dat we zelf ermee werken en dat we het alleen evenwichtiger en meer bewust moeten doen. Ten laatste kunnen wij begrijpen, dat de honger naar het paranormale eigenlijk betekent: Een verloochenen van een deel van eigen wezen, een ontkennen van het z.g. bovennatuurlijke of paranormale in het eigen “ik”. Ik zou hier willen sluiten met een kort pleidooi:
1e. Laat u door de parapsycholoog aub niet al te veel de wonderen verklaren. Zijn verklaringen zijn immers de rationalisaties, waardoor hij het bovennatuurlijke tracht te herleiden tot voor hem redelijk hanteerbare feiten en het paranormale is nimmer volledig redelijk.
2e. Laat u nooit verleiden het paranormale te zien als ver boven uzelf staande. Want het paranormale is geheel gelijk aan uw eigen normaliteit. Met dien verstande, dat het voortkomt uit ofwel een uiterste onevenwichtigheid, dan wel uit een uiterste evenwichtigheid, terwijl u waarschijnlijk tussen die beide in zweeft.
3e. Beschouw het paranormale nimmer als gezaghebbend over het normale. Besef, dat het paranormale een deel is van het normale bestaan en voeg het als zodanig in dit bestaan in.
Het bezitten of het ontwikkelen van paranormale vermogens betekent niet anders leven dan anderen, maar wel – indien u het bewust kunt doen – vollediger leven dan anderen. En dat – zo lijkt het mij – wordt al te veel vergeten.
Het wonder
Het werkelijke wonder ziet men niet. Als de bloemknop langzaam zich ontvouwt en wuivend naar de zon staart, dan zegt men; “Het is schoonheid”, maar het wonder ziet men niet. Want het is altijd zo geweest. Het is niets bijzonders en daarom zegt de mens niet: “Hier openbaart zich de grootheid Gods. Hier is het onbegrijpelijke hernieuwd voor ons herboren.”
Hij zoekt de sporen van de eeuwigheid. He zoekt datgene, wat onbegrijpelijk, onnatuurlijk, tegenstrijdig voor hem is. Maar het mirakel is in het meeste geval bedrog, waarbij de handen sneller zijn dan ’t oog. Waarin ’t idee sneller is dan het verstand, waarin de woorden worden tot een stroom, die al verdooft aan eigen besef en eigen gevoelen.
Wat mensen met een wonder bedoelen is geen wonder meer. Het werkelijke wonder is rond je. Luister naar het ruisen van het bloed en het kloppen van het hart en vraag je af, hoe het mogelijk is en je zult weten wat een wonder is.
Wees stil en dring door in jezelf en voel de vele beelden rijzen. Laat werelden ontstaan met hun vreemde droompaleizen, hun tuinen en hun somberheid, hun monsters en demonen en besef, welk een wonder het is dat er in jou werelden wonen, dat er in jou een heelal bestaat.
Zoek niet naar het wonder in de wetenschap, ofschoon de wetenschap vaak wonderen baart, die ze zelf niet beseft. Zie naar het kristal, dat zich opbouwt steeds weer, getrouw in zelfde waarden, in zelfde vorm en norm. En vraag je af, hoe het komt. En als je het al verklaard hebt, dan weet je: Ik heb nog niets verklaard. Ik heb alleen omschreven.
Het wonder, dat overal bestaat, is het leven. Dat is de matrix, waarin materie wordt geperst, gedrukt door onbekende krachten. Dat zijn de machten, die – steeds herhalende hetzelfde -een wereld scheppen, waarin je kunt leven.
Het wonder, dat is niet het ongewone. Als je iemand oproept uit de dood, is dat geen wonder. Maar dat een leven in de dood uitmondt en toch zinrijk is, dat elke minuut en elke seconde een schrede nader is tot de dood en dat het leven toch vol vreugde kan zijn, dat is een wonder.
Het is geen wonder, dat mensen denken en steden en bruggen bouwen. Het is geen wonder, dat de zon en de maan aan de hemel staan. Maar het is een wonder, dat wij in staat zijn deze dingen te beseffen, ze te ontleden en toch daarachter steeds het onbekende vermoeden.
Het wonder, dat is het vage, het onbestemde, dat in het alledaagse tot uiting komt. Het wonder, dat is de kracht, die je overal kunt zien, als je wilt zien. Het is het licht, dat in de loop van een dag tienduizend kleuren tekent op een enkel stukje steen.
Het wonder, dat is de zee, die ruisend, golvend, steeds zichzelf herhaalt in het spel der branding en toch geen ogenblik zichzelf is. Geen enkel ogenblik precies gelijk is aan het ogenblik daarvoor. Een wonder!
Een wonder is een boom, die bloesem en blad krijgt, die vruchten draagt, waarin takken leven en leven dragen en andere sterven, zonder dat je weet waarom.
Een wonder is het, dat het leven altijd voortbestaat in duizend vormen, zonder dat je als mens ze werkelijk kunt doden en uitroeien; want de mens denkt te heersen. Als hij nadenkt, voelt hij hoe hij wordt beheerst en hoe het de omstandigheden zijn, die hem tot instrument maken voor iets, wat groter is: Een grotere Wil.
Het wonder is voor ons het onbegrepene, dat men wel een God noemt. Het is de voortdurende aanwezigheid van een Denken en een Wil, die je aanvoelt en die je niet kunt begrijpen.
Het wonder is, dat je jezelf bent en altijd anders wilt zijn en toch in je streven om anders te zijn slechts meer jezelf wordt.
Dat zijn de wonderen van deze tijd. Dat is de eeuwigheid, zoals ze wordt uitgedrukt in de beperktheid van de materie.
Spreek niet van de grote wonderen, van de openbaringen Gods. Spreek niet van de grote wetten en de grote krachten of van engelen die neerdalen. Ze zijn minder wonderlijk dan de wereld, waarin je leeft en dat wat je zelf bent.
Als je het werkelijke wonder als zodanig eenmaal beseft, dan kun je vreemd genoeg die hele wereld, die men de wereld van wonderen noemt, aanvaarden, zonder haar als iets bijzonders te zien. En het grootste wonder is misschien wel, dat je telkens bereikt en in elk bereiken een nieuwe onvolledigheid vindt, zodat je steeds verder kunt streven. En in het streven steeds de vreugde van de bereiking kent, zonder ooit aan een eind te komen.
De wonderen, die er zijn, zijn niet de wonderen van kennis en macht. Niet de wonderen van magie of erkenning en besef alleen. Ze zijn samen te voegen in één woord: Het werkelijke bestaan, dat alles is. Dat is het wonder. En wie dit wonder aanvaardt en erkent, erkent en aanvaardt ergens een God. En wie een God erkent en aanvaardt, die voelt zich in en met het wonder verbonden buiten alle tijd en over alle grenzen heen. Zo vindt hij zichzelf terug als het oneindige in de oneindigheid. Toch blijft hij gelijktijdig een klein brokje tijd, energie en materie. En dat is misschien het grootste wonder van alle: Wat vergaat, wat wordt gedoofd, wat jij bent, wat je waart, bestaat altijd voort.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst |
