april 1966
Apollo versus Dionysus
Indien wij op het ogenblik de maatschappij bezien, dan ontdekken wij dat zij over het algemeen een religieuze instelling heeft, die apollonisch kan worden genoemd. Daartegen is haar maatschappelijke structuur niet bestand, aangezien zij – uitgaande van de menselijke geneigdheid en de menselijke behoefte – eigenlijk dionysisch denkt. En juist in deze dagen komen hierdoor bepaalde conflicten op de voorgrond, welke degene, die bewustwording zoekt, ten zeerste moeten interesseren. Misschien doe ik er goed aan eerst even het verschil tussen apollonisch en dionysisch te omschrijven.
Onder apollonisch verstaan wij de inwijdingsschool en de gedachtegang van degenen, die Apollo volgden. Het is gebaseerd op de Schone Kunsten. Men kent celibaat, onthouding en ascese. Dit is dus een bepaalde wijze om God te benaderen en geeft gelijktijdig een grondstructuur voor de ontwikkeling van een maatschappij of van een persoonlijk leven.
Dionysus daarentegen is de god van de natuur, van het uitleven. Wij zien bv. dat groepsorgieën als feesten worden gevierd. Wij zien dat de eigenlijke opzet van het leven praktisch anarchistisch is. Verder ontdekken we in het dionysisch streven ook de neiging om de eenheid uit te drukken als een innerlijke beleving, die de onzekerheden elimineert, niet door de wetgeving, zoals in een apollonische rite gebeurt, maar door de persoonlijke benadering.
In deze moderne maatschappij nu hebben wij te maken met een soort publieke moraal, met wetgeving, met politieke en economische structuren, die alle op dit apollonisch principe zijn gebaseerd. Men gaat dus uit van een strenge wetgeving, een strenge beperking van de mens aan de hand van geestelijke maar ook aan de hand van stoffelijke noodzaken en behoeften.
Men gaat dus uit van een zekerheid, die alleen via de wet bereikbaar is. Dit is aanvaardbaar zolang de maatschappij hanteerbaar blijft. In een kleine gemeenschap kan men geen werkelijke keuze maken tussen een apollonisch en een dionysisch principe. In feite zijn ze beide gelijkwaardig en is er geen enkele reden om één van beide een voorkeur te geven. Naarmate echter de gemeenschap groter wordt, zal het moeilijker worden om de voor een apollonische structuur noodzakelijke inzichten te verkrijgen in het werkelijke bestaan en de werkelijke verhouding van de mens.
Het resultaat is een verzet tegen de wet; en dit verzet tegen de wet krijgt een anarchistische achtergrond. Men probeert de regelingen teniet te doen. In de praktijk kan men wel zeggen, dat de mensen heel vaak dionysisch leven, terwijl ze uiterlijk de apollonische structuur nog aanvaarden. Zij kiezen in hun bestaan hun eigen wegen. Ze zoeken hun eigen mogelijkheden, ze bereiken vaak ook een eigen geluk, maar passen daarbij niet meer in die wereld. En dat brengt ons tot het eerste probleem, dat ik vandaag als zijnde actueel met u wilt bespreken.
Als wij een wereld hebben, waarin een principe van wet, van onthouding, ontzegging of beheersing te ver is doorgevoerd, dan komt men op een gegeven ogenblik zover, dat de massa niet meer kan volgen. En nu geldt er één ding: Wanneer de wet zo veeleisend wordt, dat zij niet meer kan worden gediend (ook al is dat in aspecten van onder geschikte aard), dan verliest de totale wet haar waarde. Dit zal door menige filosoof worden ontkend, maar ik wil u een klein voorbeeld geven. De verkeerswetgeving is zodanig, dat een zich geheel daaraan houden niet meer strookt met de mogelijkheden. Als iedereen zich strikt aan de voorschriften houdt, zal het verkeer in de meeste steden helemaal onmogelijk worden, of…het is gemakkelijker te voet te gaan. Het resultaat is, dat het verkeer blijft lopen dank zij een voortdurend overtreden van de wet. Dit lijkt niet zo ernstig, want de resultaten ervan zijn ten slotte gunstig. Maar als ik geen respect heb voor deze wet, dan heb ik ook geen respect meer voor een andere wet. Dan vraag ik mij af, waarom ik mij dan wel zo druk bezig zou houden met bv. eigendomsrechten. Als ik zin heb op een muur te schrijven, dan vraag ik niet, of hij van een ander is, dan schrijf ik. Als ik zin heb iets kapot te gooien, dan zeg ik toch ook niet: Ja, maar het is van een ander, dus moet ik daarvan afblijven. Dat is nu wel een regel, maar alle regels worden vandaag de dag toch gebroken. Waarom zou ik mij aan die ene regel nu wel houden? En zo kom je eigenlijk van kwaad tot erger. De wetten worden steeds complexer. Gelijktijdig wordt de achting voor de wet, het respect voor de wet steeds minder.
Op het ogenblik kunt u over de gehele wereld zien dat de eisen, die men vanuit wet en gezag stelt, het vermogen van de normale mens om te volgen te boven gaan en dat in vele gevallen die wetten en hun regelingen zelfs verdergaan dan maatschappelijk eigenlijk aanvaardbaar en praktisch is. Het resultaat is dus, dat er een nieuwe ontwikkeling begint en deze nieuwe ontwikkeling noemen wij anarchistisch. Wij kunnen haar echter evengoed dionysisch noemen. Ook hier kunnen wij gemakkelijk illustreren. Als wij denken aan het optreden van nozem- of provogroepen en hoe deze verder mogen heten, dan is het eerste wat ons opvalt niet, dat ze de wet niet respecteren (dat is een bijkomstigheid), maar zij verwerpen de totale moraal, de samenhang, de aanvaarde rechten, die in de maatschappij bestaan. Nu kunt u zeggen: Dat is heel vervelend. Dat is het inderdaad voor die maatschappij, maar het is een logisch gevolg. En als u dat zo bekijkt, dan moet u proberen om de zaak geestelijke te verwerken en dan komt u tot heel eigenaardige conclusies.
Een groot gedeelte van deze apollonische cultuur is gebaseerd op tegenstrijdigheden. U kunt dat zelf in de Bijbel lezen. Als u het Oude Testament en het Nieuwe Testament doorleest en u bent logisch, dan zult u zeggen: Die twee zijn op vele punten volkomen met elkaar in strijd. Vergelijkt u zo dan met de kerkelijke moraal, dan zegt u: Hier is wederom een disoriëntatie. Er is geen congruentie meer.
Als u gaat kijken naar de bestrevingen, de verkondigde idealen en filosofieën in de maatschappij en u gaat dan kijken, hoe die eigenlijk zijn, dan komt u tot de conclusie dat vaak de grootste denkers op aarde feitelijk hun stellingen bevestigen door te verklaren, dat ze waar zijn. Kant bv. ontleent de bevestiging van zijn stellingen voor een groot gedeelte aan hetgeen hijzelf zegt en dat is natuurlijk niet aanvaardbaar. Dus is er een disoriëntatie. Maar nu gaat de geest in een maatschappij leven. Binnen die maatschappij zoekt zij zichzelf, dat is waar. Maar zij zoekt toch ook voor zich de samenhang, de beleving. Je bent als deel van de kosmos deel van de totaliteit. Die totaliteit bestaat in elk wezen en ook in elke mens even volledig. Het is niet mogelijkheid hier een onderscheid te maken. Als ik God zoek, dan vind ik
Hem in elke mens; en niet in de koning of de minister meer dan in de bedelaar en de putjesschepper. Hij is in elk aanwezig. De anarchistische structuur, die dus afhankelijk is van de wederzijdse waardering, stelt veel grotere eisen aan de mens dan de huidige apollonische. Want zij vergt een denken en handelen vanuit zich, een voortdurend vanuit zich dragen van verantwoordelijkheid.
Voor de geest betekent dit, dat haar gebonden-zijn aan wetten en maatregelen en daarmede het vaak geblinddoekt door de wereld gaan langzaam maar zeker wordt veranderd. Er wordt een persoonlijk denken en een persoonlijke mening gevraagd. En die persoonlijke mening kan niet meer worden geuit binnen het kader van het algemeen aanvaarde. Ze is dus een verzet. Dit verzet tegen algemeen aanvaarde normen impliceert echter ook een verzet tegen de begrenzingen van eigen vermogens, van eigen vrijheid tot denken, van eigen vrijheid tot handelen. En zo groeit in deze tijd de geest terug naar een persoonlijke aansprakelijkheid, maar daardoor ook tot een noodzakelijk geworden erkennen van de God in zich en de God in de ander. Dat dit op zichzelf misschien nog heel wat moeilijkheden baart en niet onmiddellijk uitvoerbaar is, is voor de geest niet zo belangrijk. Het is een periode van omwenteling. Maar die omwenteling op zichzelf kan voor de geest sneller verlopen dan zij in stoffelijke vorm uitdrukbaar is.
Er zijn meer van die facetten van de moderne tijd, waarmee men zich kan bezighouden en zeggen: He, daar zit voor de geest dus iets heel belangrijks aan vast. Ik denk bv. aan wat u waarschijnlijk noemt: De voortdurende inflatie. De officiële inflatie, daarover zullen wij maar niet spreken. Uw gulden van kort voor de oorlog is op het ogenblik waarschijnlijk nog maar 35% waard, de rest is weg. Uw gulden van 1949 is al meer dan 50% in waarde verminderd. Er is dus een voortdurende teruggang van de waarde van de munteenheid. Dat klinkt allemaal heel aardig, maar daardoor gebeurt er iets in de maatschappij.
Voor degenen, die een loon hebben, ach … dat loon stijgt wel mee. Voor hen, die een producerend bezit hebben, ach …. de waarde loopt op, want het product wordt meer waard. Maar voor degenen, die dat niet hebben, is er dus sprake van een teruggang. Wij zien, dat als gevolg van dit niet meer waardevast zijn van het geld steeds meer mensen hun aandacht niet meer op geld richten. Zij beschouwen geld als een ruilmiddel, maar niet meer als iets wat je kunt opslaan voor latere dagen, het is aan bederf onderhevig. Deze zienswijze nu reflecteert weer op de waardering van het bezit; want geld en geldswaarde zijn veel te lang de uitdrukking geweest van alle bezit. Daardoor gaat de mens zich minder aan bezit hechten. Hij denkt niet meer in termen van continuïteit, maar hij denkt in termen van ogenblikkelijk verbruik.
Nu kunt u zeggen: Wat u vertelt, is allemaal erg maatschappelijk. Maar wat zou u zeggen, als een geest gebonden is aan haar geld? Als zij meent, dat dit geld voor haar bestaan noodzakelijk is, als zij het lief heeft? Dan zal zij na de overgang daardoor gekweld worden. Hoeveel keren niet terug, omdat hun geld door hun erfgenamen wordt verspild? Hoevelen keerden vroeger niet terug, omdat ze ergens een schat hadden begraven? Het zijn allemaal maar spookverhalen, doch het is waar. En hoeveel mensen verknoeien niet hun leven, omdat zij dit geld (dit aantallenspelletje) voortdurend spelen? Zij ontzeggen zich gedurende hun leven elke vreugde, elke luxe. Zij willen een ander niet helpen en bijstaan, want dat kost geld. Zij willen eigenlijk niets behalve geld opstapelen. Als ze in een week minder kunnen wegleggen dan in de weken daar voor, zijn ze diep ongelukkig. Het leven is voor hen niet meer uit te drukken in bestaanswaarden, maar hoogstens in een rekensom.
Nu gaat dit wegvallen en daarmee krijgt de mens – vanuit geestelijk standpunt gezien – een andere oriëntatie. Die oriëntatie lijkt in het begin erg ongunstig. Het is zoiets: Wat ik vandaag kan krijgen, moet ik vandaag nemen, want wat er morgen is, weet ik niet. Het is een leven bij de dag. Het is de neiging om te zeggen: Laat een ander maar zorgen, ik moet vandaag mijn vreugde kennen. Ik moet vandaag genieten wat er te genieten valt. Maar dit loslaten van de toekomst in materiële vorm voert gelijktijdig naar een continuïteit van het geestelijk bestaan. Want een dergelijke mentaliteit kan alleen voor een mens voortdurend te handhaven zijn, indien hij innerlijke waarden in de plaats van bezit gaat stellen. De nadruk valt meer en meer op de appreciatie van de wereld en veel minder op het getallenbezit in de wereld. Hierdoor is een versnelde aanpassing mogelijk niet alleen op maatschappelijk maar ook op geestelijk terrein.
U zult begrijpen, dat ook hierdoor de geest vrijer wordt. Niet slechts na de overgang, maar zelfs in haar benadering van de wereld. Als je mensen benadert met de gedachte wat ze kunnen opleveren, dan zie je geen mensen. Hoogstens zie je briefpapiertjes met de een of andere waarde-opdruk, die aan je voorbij marcheren. Maar als je mensen ziet, dan zie je een stukje eeuwigheid. Hoe meer je de mens leert zien, hoe dichter je bij de werkelijkheid van het leven komt. Dit op zichzelf ongunstige aspect van uw economische ontwikkeling heeft dus geestelijk grote voordelen. En zo kunnen we doorgaan.
Wij zien, dat de wetenschap steeds meer in diskrediet komt. En dat is begrijpelijk, want de wetenschap gaat in deze dagen veel te veel tellen hoeveel korreltjes zand er op het strand liggen, maar brengt daar niet de nodige vruchtbaarheid. De korrels aarde zijn wel geteld, maar men denkt er niet aan ze te begieten in de hoop, dat er iets gaat groeien. Want dat groeien kan men niet beheersen en dus is het niet wetenschappelijk.
Dit heeft dus ook een veranderde mentaliteit in de gewone mens gebracht. Niet bij de teller. Degene, die telt, ziet zijn tellen als levensbelangrijk en daaraan zullen we zo gauw niet iets kunnen veranderen. Maar het respect voor de teller neemt af. De tijd, dat een doctors- of ingenieurstitel je huizenhoog verhief boven de eenvoudige mens, is voorbij. Zelfs het feit, dat je hoofd bent van een belangrijk researchproject geeft je geen recht meer om nu je mening te verkondigen met volkomen straffeloosheid. Je krijgt kritiek, waar die mogelijk is. De mens staat dus niet meer tegenover valse waarden, maar probeert de inhoud te beoordelen. En al zal hij daarin – zeker ten aanzien van de wetenschap – voorlopig niet slagen, zijn poging om een persoonlijke benadering te vinden houdt ook in, dat hij niet langer genoegen neemt met aan anderen ontleende rationalisaties, maar dat hij zoekt naar een eigen verklaring, een eigen vaststelling.
Geestelijk gezien houdt dit in, dat de mens zich niet meer geestelijk laat leiden, maar langzaam maar zeker zelf geestelijk op weg gaat. Ik kan natuurlijk nog een aantal van dergelijke verschijnselen in deze tijd opnoemen. Ik geloof echter, dat met die paar genoemde punten reeds duidelijk is geworden, hoe groot eigenlijk de verandering is in deze overgangstijd. Ook bij een gelijk blijven van de uiterlijke toestand verandert de innerlijke waarde van dag tot dag. Kosmische invloeden worden misschien hier en daar wat spectaculair in de gebeurtenissen duidelijk, maar hun werkelijke invloed, hun blijvende inwerking ligt in de mens, in zijn wereldbeschouwing en zijn wereldaanvaarding.
Als u die actualiteit dan ook in de bewustwording wilt verwerken, dan moogt u haar dus niet bekijken vanuit het verleden. U kunt zeggen, dat de stellingen van….. en dan noemt u maar op: communisme, kapitalisme, religieus denken, antireligieus denken nog steeds van kracht moeten zijn en moeten worden nagestreefd, maar er is geen vaste keuze meer te maken. Een van de treurigste verschijnselen in Nederland is misschien wel het feit, dat zovele mensen geen groepering vonden, waarin zij konden passen. Dat zij een groepering, waartoe zij in feite niet behoorden, maar die andere groeperingen althans als waardevol ontkent, hebben gekozen. Die verandering is de omzetting van de wereld buiten u naar de wereld in u.
De kosmische golven van deze tijd (we hebben er pas weer eentje achter de rug, die is nu langzaam aan het uitwerken. Er komt morgen nog een dag, dat er een paar klappen kunnen vallen, maar dan is het zo’n beetje voorbij) hebben ons geleerd, dat die toename van energie vooral een toename van protest werd. Dat is veelzeggend. Naarmate de mens meer energie krijgt, protesteert hij meer. Niet de vrede, niet de productiviteit wordt groter, maar de onvrede en het verzet.
Wanneer we de volgende invloed krijgen, zullen we ontdekken, dat de mensen gaan zoeken naar een methode om samen te komen, om met elkaar in contact te komen, die niet meer aan regels is gebonden. Men weigert kerk, jeugdwerk, politieke groepering, omdat zij te wetmatig, te dogmatisch, te stelselmatig zijn. Men zoekt naar een verband, waarin men zijn eigen verantwoordelijkheid kan dragen, zijn eigen rol kan spelen en waarin men desondanks volledig vrij is.
De daarop volgende invloeden zullen waarschijnlijk hieraan een paar eigenaardige aspecten toevoegen. Want we moeten dan rekening houden met het achtervolgen van deze stellingen vanuit de maatschappij en een achtervolgen vanuit de maatschappij betekent in de meeste gevallen een vervolging door bepaalde elementen in de maatschappij. Men zou kunnen zeggen, dat het tweede gedeelte van dit jaar – zeker het laatste kwartaal – door die kosmische invloeden heel veel heksenjagerij te zien zal geven, heel veel dictatoriaal optreden, heel veel maatregelen en vele foutieve politieke beslissingen, die alleen ter handhaving van de macht worden genomen.
Die invloeden zijn echter ook geestelijk. Ik geloof, dat het verstandig is dit geestelijke beeld ook eens uit te werken. De mens denkt – principieel zou ik haast zeggen – dionysisch. Hij zoekt vanuit zich de wereld te omvamen en in die wereld te genieten. Hij distantieert zich niet van de wereld om zich te vormen, maar hij vormt zichzelf in, met en door de wereld. Het resultaat van dit persoonlijk denken en beleven zal voor de geest inhouden, dat de ervaringsrijkdom in deze dagen niet wordt opgedaan door het beschouwen maar door het beleven. Het houdt verder in, dat door de beleving de innerlijke waarde (men noemt dat vaak de sentimentswaarde, maar ook de geest speelt daarin een rol) steeds belangrijker wordt. Je doet de dingen niet meer, omdat ze goed zijn of omdat ze voor de wereld goed zijn, maar je doet de dingen, omdat je zelf voelt dat ze op dit moment begeerlijk of goed zijn. Morgen kunnen ze anders zijn. De geest kiest dus haar verschillende factoren zelf. En omdat ze daarbij de ordening – zelfs de z.g. wetenschappelijke vaststelling – en het systeem verloochent, tenzij het in haarzelf bestaat, zal zij de grenzen overschrijden van wat men noemt “het redelijk denken”. Er zijn de laatste tijd al heel veel verschijnselen, welke in die richting wijzen. We zien bv. dat dromen optreden, die van groot belang kunnen zijn. Wij zien daarnaast dat helderziende of intuïtieve waarneming toeneemt. Wij ontdekken dat instinctieve reacties een volledige uitdrukking vormen, niet alleen van bepaalde stoffelijke waarden maar tevens van geestelijk verzet, van geestelijk ontwaken. Dan moeten we toch wel concluderen: De geest ervaart meer in waarheid en groeit daardoor naar zichzelf toe. En dat kunnen we dan in een paar eenvoudige stellingen als volgt samenvatten:
- Naarmate de mens de wetmatigheid van zijn leven – voor zover die van buitenaf wordt bepaald – terzijde schuift en overgaat tot een beleven van zijn innerlijke wetmatigheid, komt hij tot een volledige ontwikkeling van zijn totale persoonlijkheid en daarmede ook van vele vermogens, die tot op dat ogenblik niet geuit of verborgen waren.
- Daar een mens voor zichzelf niet geheel zonder wet of stelsel kan leven, zal een ieder voor zich een persoonlijke discipline kiezen, die gelijktijdig een persoonlijke taak inhoudt. Deze taak op zichzelf is – omdat ze van binnenuit geboren wordt – de uitdrukking van de innerlijke mens, de geest. De geest krijgt grotere mogelijkheden zichzelf op aarde te verwezenlijken.
- Door het toenemend chaotische karakter van de maatschappelijke structuren, van politieke en andere situaties op aarde, wordt de zekerheid, die buiten het “ik” kan worden gevonden, steeds geringer. Het resultaat zal zijn, dat de mens steeds meer zoekt naar een innerlijke zekerheid. De innerlijke zekerheid is het God-verbonden zijn van de ziel. En of deze nu atheïstisch of theïstisch tot uitdrukking wordt gebracht, doet niet ter zake. De erkenning van het innerlijk wezen als motiverend voor het geheel impliceert niet slechts de juiste beleving maar ook de volledige ontwikkeling van alle krachten, die in het ego geborgen zijn.
- Daar de mens, die zijn wereld niet meer kan beheersen, zijn behoefte tot beheersen en regeren via de innerlijke erkenning op zichzelf gaat richten, mag worden gesteld, dat ook in zuiver stoffelijk aspect een grotere lichaamsbeheersing (o.m. een beheersing van vele nu onwillekeurige functies) gaat optreden. Hierdoor zal het mogelijk zijn het lichaam langzaam maar zeker aan te passen aan de werkelijke behoeften van de geest en de werkelijke noodzaken tot beleving op aarde. Waar dit gebeurt, wordt het aandeel van de geest in het stoffelijk beleven groter en zal de harmonische waarde, die voor de geest dominant is, ook in het stoffelijk leven tot uiting komen.
Dit zijn een paar eenvoudige stellingen, maar daarin ligt eigenlijk de tragiek en gelijktijdig de verwachting van deze dagen opgesloten. Als wij een probleem van deze dagen bezien, dan kunnen wij dit niet afdoen met een logisch antwoord. Wij kunnen niet zeggen, dat de provo’s alleen maar nietsdoeners zijn, luie kereltjes, vieze kereltjes, die niets anders willen doen dan zichzelf uitleven. Wij moeten beseffen, dat er voor hen wel degelijk een reden is om te zijn, zoals ze zijn. En dat er achter hun verzet tegen de maatschappij niet altijd alleen iets negatiefs moet schuilen, maar dat er ook een zeer positieve achtgrond kan zijn, al is die voor de maatschappij nu nog niet aanvaardbaar. Als wij horen over toenemende zedeloosheid en toenemende vernielzucht, dan moeten we zeggen: “Ja, maar wat voor symptomen zijn dat? Zijn dat nu alleen maar negatieve ontwikkelingen?” En dan komen we tot de conclusie, dat het een zoeken is naar een nieuwe vorm (een onbewust zoeken misschien), maar dat het een positieve waarde heeft. Nu weet ik wel, als je een pak slaag krijgt van iemand op straat, zonder dat je het verdient, dat het heel erg moeilijk is te zeggen: Die moet er een reden voor hebben. Toch moet die reden bestaan. Jammer is daarbij, dat het in dictatoriale staten vaak verkondigde “algemeen verantwoordelijk zijn voor alle eenlingen” en elke eenling dus ook verantwoordelijk stellen voor alle daden van het geheel, heeft geleid tot het afreageren op de willekeurige eenling van het verzet tegen het geheel. En omgekeerd: Het wreken op het geheel van wat men in zich als verzet tegen de eenling ervaart. Dat is heel jammer, maar het is begrijpelijk. De verschijnselen van deze dagen zijn niet onbegrijpelijk, vreemd of verward. Ze zijn logisch. En als wij in ons naar een bewustwording zoeken, dan behoeven wij niet de waarde van anderen zonder meer te accepteren, maar wij moeten erkennen dat er zin in schuilt, dat er een reden is. Zoals men bij wijze van spreken kan zeggen, dat er voor velen een reden heeft bestaan en nog bestaat om te stemmen op een Boer Koekoek, die – eerlijk gezegd – staatkundig en politiek het zout in de pap niet eens waard is. Die reden is er. En nu kunnen wij dat wel voor onszelf verwerpen, maar we moeten erkennen dat die reden bestaat. We moeten die reden erkennen.
Het leven in de kosmos – en dus ook hier op aarde – is nimmer te baseren op een bepaalde regel. Het moet zijn gebaseerd op de erkenning van het totaal. En het totaal van het leven is altijd een werking van evenwichten. Op het ogenblik, dat er een sterke regeling aan deze kant optreedt, moet een ontbinding van erkende regels en waarden aan de andere kant daarvan het gevolg zijn. Op het ogenblik, dat naastenliefde wordt gemaakt tot een abstracte waarde, moeten tegenover die naastenliefde even abstract een verachting voor de naaste komen te staan. En als er ergens een eeuwige zaligheid is, dan moet er naast die eeuwige zaligheid een eeuwige verdoemenis zijn. Niet als een persoonlijke waarde, maar als een mogelijke toestand. Men kan daaraan niet ontkomen. In de veranderende structuur van deze wereld is men geneigd zich vast te klampen aan een bepaald idee of een bepaalde stelling. Maar voor het bewustzijn, voor het “ik” dat waarlijk leeft en dat eeuwig leeft, is het niet belangrijk wat er gebeurt op één moment. Wat belangrijk is, is het besef voor het evenwicht, dat in het geheel bestaat. En het is die evenwichtigheid, waarop wij ons zullen moeten richten. Het is dit begrijpen, dat niets zich negatief kan ontwikkelen, zonder dat er een positieve waarde tegenover staat. En omgekeerd: dat niets positief kan worden genoemd, zonder dat er ook een negatieve waarde achter verborgen is.
Dit juist kan ons vrijmaken voor de werkelijke, innerlijke en geestelijke beleving. Ik wil u een klein voorbeeld hierbij geven. Er bestaan geestelijke scholingen, die aan hun volgelingen een groot aantal voorschriften geven, die op zich zeer prijzenswaard zijn. Zij beginnen bv. met te zeggen: In de eerste klas moet je: Aan bepaalde vormen van zelfbeschouwing doen. In de tweede klas moet je: Je gaan onthouden van alle schadelijke voedings- en genotsmiddelen. In de derde klas moet je: Je op de hoogte stellen van bepaalde Arcana-wetenschappen. In de vierde klas……enz. Maar nu is daar een gevaar bij en dat gevaar wordt groter, naarmate we de regels strakker gaan doorvoeren. Want iemand, die zich helemaal nog niet onthoudt van de ongezond geachte voedings- en genotsmiddelen, kan misschien in de Arcana-wetenschappen zeer begaafd zijn. Indien je dit systeem gebruikt en hem zegt: Je bent er nog niet aan toe, dan ontneem je hem zijn persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden. Wat je nodig hebt, is niet een vast systeem, waardoor je wordt ingeleid. De ideale esoterische of inwijdingsschool zou eigenlijk moeten bestaan uit een soort boekerij, waaraan een ieder naar zijn behoeven de voor hem op dat moment belangrijke feiten, leringen, stellingen en denkbeelden zou kunnen ontlenen. De praktijk moet groeien uit het besef, niet het besef uit de praktijk. En als u dit voorbeeld begrijpt, dan zult u ook beseffen wat ik juist in deze les wil zeggen. Wij kunnen nimmer van een bepaalde kant beginnen en iets positiefs doen, zonder dat wij gelijktijdig voor velen een negatieve waarde scheppen. Aangezien negatief en positief altijd evenwichtig zijn ten aanzien van elkander, bestaat er geen werkelijke voorkeur. Onze voorkeur is een persoonlijke. Onze gerichtheid is een persoonlijke. Beseffen wij dit evenwicht en richten wij ons volgens ons werkelijk wezen, dan richten wij ons ook op de kern van ons bestaan. En wij richten ons via die kern van ons bestaan op God. Wij beleven God op onze wijze in alle dingen. En dat wil zeggen, dat we eeuwige waarden verwerven, die op geen enkel ogenblik meer uit ons bestaan en bewustzijn kunnen worden uitgewist.
De verwervingsmogelijkheden van bewustzijn zijn in deze tijd buitengewoon groot. De mogelijkheden om inwijding te verkrijgen zijn veel groter dan ooit te voren. Dat is niet alleen maar een slagzin, dat is een feit. Maar we moeten daar bijvoegen, dat er geen vaste weg is aan te geven, langs welke deze inwijding te bereiken is. We moeten erkennen, dat het de mens is, die in zijn besef voor de evenwichtigheden van de wereld rond zich God in zich erkent en beleeft en dat Deze de inwijding waar maakt.
In een tijd, waarin steeds meer alle tot nu toe erkende regels en waarden in twijfel zullen worden getrokken, in een wereld waarin steeds duidelijker zal worden, dat geen enkel dogma eeuwig kan zijn, dat geen enkele godsdienstige leerstelling een eeuwigheidswaarde kan hebben, zal de mens echter sneller geneigd zijn tot het persoonlijk denken. De les moet natuurlijk eindigen met een aantal positieve opmerkingen, zoals dat heet. En u zult zelf ontdekken, dat ook achter deze positieve aanwijzingen voor u vele negatieve kanten schuilgaan en die laat ik u dan zelf ontdekken.
Wij moeten stellen:
- Juist in ons erkennen van de evenwichtigheid in het totaal moeten wij de evenwichtigheid in onszelf evenzeer erkennen. Daarbij niet zoekend naar het zuiver positieve of het zuiver negatieve, maar naar de evenwichtigheid, waardoor wij onszelf kunnen kennen.
- Onze wijze van leven en oriënteren in de wereld moeten wij zien als volledig vrij, zolang zij aan ons wezen beantwoordt. Er is geen wet of regel, die ons daarin mag belemmeren of die ons daarbij kan helpen. Het is ons innerlijk, onze oriëntatie, die ons belangrijk maakt.
- Wij hebben geen aanleiding om mensen te ergeren, maar we moeten ook geen aanleidingvinden om anderen tevreden te stellen, zonder dat dit werkelijk noodzakelijk is. Wij zoeken niet de waardering van de wereld, wij zoeken niet de verachting van de wereld, maar wij zoeken onze persoonlijke beleving van de wereld.
- (Dit is misschien wel de belangrijkste aanwijzing): Wat ik in en voor mijzelf veroordeel, kan ik nooit en te nimmer voor een ander veroordelen. De deugd, die ik mij toe-eigen impliceert een bevorderen van de ondeugd bij een ander en omgekeerd. Ik kan deze wisselwerking ten opzichte van de ander nooit bepalen. Daarom kan ik noch met mijn deugden, noch met mijn ondeugden waarlijk iets bereiken. Ik kan slechts iets bereiken door harmonisch met mijzelf te leven en steeds grotere delen van de wereld als met mij onmiddellijk ver bonden ervaren. De grootste verbondenheid in de wereld bestaat in een wederzijdse erkenning van volledige vrijheid.
Als u deze regels hebt overwogen – en ik zou u aanraden dit niet alleen door lezing, maar werkelijk door een ogenblik meditatie te doen – dan zult u misschien ook begrijpen dat de mens, die deze regels en hun waarde beseft, niet gaat zoeken naar een absolute vrijheid, maar naar een persoonlijke discipline, die aangepast aan het “ik” alle mogelijkheden uitbaat, welke deze tijden te zien geven. En degene, die dit doet, zal zijn persoonlijke begaafdheden aanmerkelijk vergroten. Hij zal zijn contact met het Goddelijke aanmerkelijk intensifiëren en bewuster leven. En hij zal over een veel grotere kracht beschikken dan tot nu toe.
Beroep u niet op anderen. Zoek in uzelf. Dan zult u begrijpen, dat ook in u een strijd woedt tussen Apollo en Dionysus. En dat eerst, waar deze met elkaar vrede sluiten, er een oplossing wordt gevonden voor uw innerlijke strijdigheid.
Hekserijen
Heksen zijn een zeer oud en algemeen erkend geloofspunt bij zeer vele volkeren. Typisch is daarbij, dat aan de heks altijd weer de kwaliteit van de verandering wordt toegeschreven. Zij kan zichzelf veranderen en daardoor optreden bv. in een dierlijke vorm. Zij kan zich onttrekken aan de normale wetten der natuur.
Als wij de achtergrond van dit alles willen onderzoeken, zullen wij ons allereerst moeten realiseren, wat de eigenschap van de heks oorspronkelijk was. En dan blijkt, dat oorspronkelijk de heks een mens is geweest, die is voortgekomen uit de vereniging van mens en godheid. Ze neemt als zodanig in twee werelden een plaats in en beschikt over de eigenschappen van twee werelden. Daardoor kan zij de normale mensheid domineren. Zij beschikt over gaven, die de normale mens haar benijdt.
Al heel snel zien wij daardoor een verandering van de structuur ontstaan, gezien vanuit een menselijk standpunt. De heks wordt iemand, die moet worden gemeden en gevreesd. Ik wil herinneren aan de eigenaardige heksenfiguren, die wij in het oosten vinden, zoals bv. de zeeheks, maar ook aan andere figuren, zoals de vossen in Japan en de draken (althans bepaalde draken) in China. Wij hebben hier te maken met figuren, die optreden en handelen als mensen, maar die gelijktijdig optreden als direct instrument van de goden. Men vreest hen en kent hun een zekere kwaadaardigheid toe.
Maar die kwaadaardigheid is meestal niets anders dan een normale vergelding, een oorzaak-en-gevolg-werking. Als de heks eenmaal op deze wijze overal in de folklore is gegrondvest, komt het ogenblik dat degenen, die abnormale mogelijkheden kennen, paranormaal begaafd zijn, enz., een suggestie proberen uit te oefenen en dat hun gedrag meestal zodanig is, dat andere mensen daarvan gruwen. Zij gebruiken de meest eigenaardige relieken, plegen te werken en op te treden bij kerkhoven of in grotten, in valleien, die als verdoemd of door geesten bezocht gelden. De gedachte aan het voortdurend contact met de geest komt dan pas meer op de voorgrond. Tot op dat ogenblik was het voor de heks eerder een kwestie van relatie met natuurkrachten en eventueel met goden.
Nu echter wordt het Christendom geboren en daarnaast de Islam. Beide zijn niet geneigd naast zich ook nog een andere autoriteit te erkennen. Daar begint dan de vervolging van een ieder, die met hekserijen omgaat. Tot in deze dagen toe blijven er echter heksen bestaan.
Hun geloofsartikelen zijn voor velen wat vreemd. Zij gaan uit van het standpunt: Zo boven, zo beneden, zo beneden, zo boven. Waarbij de handeling op aarde dus een gelijksoortige werking in de kosmos of in een godenrijk tot stand zou brengen.
Zij stellen: Bloed is noodzakelijk voor elk contract (overeenkomst) met het bovennatuurlijke, of het goed of kwaad moge zijn. Zij zien hierbij dus het leven en de levenskracht zelf als de bindende factor tussen mens en godheid.
Zij stellen, dat beweging vaak belangrijker is dan overweging en dat door de beweging de mens vanuit een natuurlijk innerlijk ontwaken komt tot een contact met andere waarden.
Op zichzelf zijn deze stelregels zeker niet dwaas. En wij kunnen nog steeds zeggen, dat deze oude wijsheden zijn bewaard, zelfs in de moderne heksenkringen. Ze zijn langzaam maar zeker begraven onder formules, er zijn vele misverstanden, maar de denkwijze blijft dezelfde. Indien wij dus de achtergronden van de hekserij willen nagaan, dan mogen wij formuleren: De mens, innerlijk deel-zijnde van het hogere, kan door in zichzelf te handelen in het hogere een verandering tot stand brengen, die niet alleen hem betreft maar ook anderen.
Dat is een heel begrijpelijk standpunt. Indien ik mijzelf verander, verander ik iets in het totaal van het zijnde. Duid ik een verandering aan, dan heb ik daarmee een denkbeeld geschapen, dat elders volledige zeggenschap heeft. En als dit gerealiseerde denkbeeld weer op de wereld inwerkt, zal het een zekere uitwerking moeten hebben.
Men gelooft, dat er een perfect evenwicht moet bestaan. Men zegt bv.: Daar, waar een ziekte is, is het kruid daarvoor nabij. (In de kruidkunde van de heksen een zeer belangrijk punt.) Maar waarom? Omdat een kwaal een verstoring van evenwicht is en het evenwicht kan worden teruggevonden in het andere leven in de omgeving.
De gedachtegang van de z.g. “Familiaren” (de dienende geesten van de heksen) is eveneens al wat vreemd geworden. Men zegt: Een heks heeft altijd een dier in haar nabijheid. Dit dier is dus in feite een demon. Deze helpt de heks of de heksenmeester om haar/zijn taak en werkingen te vervullen. Maar indien wij nu de demon eens weglaten, dan zouden we kunnen zeggen: Vele mensen hebben het vermogen om met de natuur in contact te komen. Dit in-contact-komen met de natuur zal plaatsvinden via een bepaald deel van die natuur. De overbrenging van hun wensen op de krachten der natuur geschiedt dus middels een bepaald en voor hen kenbaar facet. Een volkomen redelijke en aanvaardbare stelling. Als wij ons daarbij verder nog realiseren, dat vele huisdieren, zoals paarden, honden, katten, slangen, eigenschappen bezitten op paranormaal terrein, zodat zij dus sterker gericht zijn op de wereld van het onzienlijke dan de mens, wordt het geheel nog veel aanvaardbaarder. Het dier dient in feite als versterker voor de mens, die op deze manier zijn contact met het paranormale versterkt en vergroot en ook de uitwerking daardoor juister en beter verkrijgt.
De hekserij is niet zo vreemd. Jammer is het echter, dat deze hekserijen langzaam maar zeker worden verborgen achter stellingen en dogma’s, die zinloos zijn. De basis is dus: Evenwicht in het “ik”, contact met de natuur. Verandering van evenwicht in het “ik” produceert verandering van evenwicht in de natuur. Deze stelling is volledig geldig voor elke mens, die zichzelf erkent als deel van de natuur en in die natuur bereid is als deel van het geheel te functioneren. Hij zal dan zijn eigen functies voor een deel zelf kunnen bepalen en daarmede ook de werking van hetgeen buiten hem optreedt.
Ik geloof, dat de mensen van vandaag blind zijn geworden voor de band, die er bestaat tussen de aarde en de mensheid. De aarde is bezield. Er is een Heer der Wereld, er is een bezielende kracht. En al datgene, wat in die bezielende kracht tot uiting komt, wordt weer naar de mens gereflecteerd. Als de mensheid haat en strijd kent, neemt de wereld dit op en zij produceert in zich op de zwakke punten natuurrampen, zij wekt stormen. En waarom? Omdat datgene, wat in enkelen bestond, nu als een onpersoonlijke waarde uit de aarde wordt geuit. Waarom zouden wij dat niet anders kunnen doen? Een mens moet leren dat hij in zijn wezen verwant is met de aarde en met alle krachten, die buiten de aarde optreden. Hij mag zich niet laten verblinden door namen.
Want of ik nu zeg “de onmetelijke God”, “Adonai”, “Jehova” of wat anders, de naam zegt niets. Alleen datgene, wat er achter verborgen is, zegt iets. Men zou evengoed kunnen spreken over Cybele, Isis of de H. Maagd Maria, de eeuwige Moeder, als over de Aarde als levenbrengende kracht. Men kan evengoed spreken over Re of Aton of over andere grote godheden, als over een onzichtbare God. Want de zon is de levengever voor de aarde en gelijktijdig de oordelende kracht. Men wil dat eenvoudig niet accepteren. Maar accepteer je dat eenmaal, dan besef je dat je een rol speelt in een totaal van evenwichten, van gelijkblijvende waarden, waarbinnen manipulatie mogelijk is. Wie zijn plaats binnen het evenwicht verandert, verandert de werking van het geheel op zichzelf.
Hekserij, mijne vrienden, mag niet worden gezien als een vreemde afwijking, een soort psychische abnormaliteit. We kunnen toegeven dat velen, die zich tot de hekserij wenden, misschien ergens abnormaal zijn, maar de basis ervan is gezond. De kennelijke evenwichtigheid van het totaal der natuur, de voortdurende compensatiewerkingen bestaan in onszelf. Waarom dan een onderscheid maken tussen wat in ons is en wat buiten ons is? Wat ik in mijzelf met mijzelf doe, doe ik buiten mij met het ander. Er is geen onderscheid.
Dan zult u hieruit ongetwijfeld ook de esoterische waarde van de hekserij gaan begrijpen. Zo vreemd als het moge klinken, een heks zal vaak verder doordringen in de werkelijke geheimen van eigen ego en van de goddelijke waarheid dan de mensen, die zich alleen bezighouden met allerhande leerstellingen. Want als ik werk met het geheel, moet ik het geheel beseffen. Als ik werk met mijzelf als deel van het geheel, moet ik mijzelf erkennen, voordat ik in het geheel bewust kan ageren. Het is logisch, dat de innerlijk zelferkenning niet alleen voortkomt uit een abstract streven. Zij komt voort uit een praktisch streven, waarin men zichzelf beschouwt als een deel van het geheel en in zijn handelingen zelf tracht het geheel te bepalen.
Men verwijt de heksen wel eens, dat zij nooit aan anderen hebben gedacht. Dat er witte heksen zijn, wordt altijd vergeten. Maar vroeger zijn er evenveel op de brandstapel gekomen, omdat zij zieken hebben genezen, als omdat zij anderen ziek hebben gemaakt. Als men zich dit realiseert, moet men toch wel zeggen: De mens heeft in zich de kracht ten goede en ten kwade. Hij kan voor het geheel ten goede reageren en hij kan voor het geheel ten kwade reageren. Maar hij kan nooit iets werkelijk veranderen. Hij kan alleen de verschijnselen verschuiven.
Wanneer een gebied droogte kent en een ander gebied watersnood, dan is het vanuit menselijk standpunt een goede daad, indien wij het teveel aan water verplaatsen naar het gebied, waar een droogte heerst. Maar is er in feite iets veranderd? Neen. Want terwijl het droge terrein vochtig begint te worden, zal op het vochtige terrein het opdrogen beginnen. Dit eigenaardige werken met evenwichten kunnen wij ook gebruiken voor geestelijke werking en geestelijke waarden.
Als ik een astraal beeld opbouw, dan zal dit astrale beeld deel moeten uitmaken van de totaliteit, die de astrale wereld is. En dat wil zeggen, dat het geheel van de kracht wordt verminderd met de kracht, die ik heb gebruikt. Dat gelijktijdig de spanning, die ik op die manier in de astrale wereld leg, door een tegengerichte spanning ergens moet worden opgeheven. Ik kan met astrale krachten, astraal licht, astrale waarden onnoemelijk veel bereiken. Ik kan er zeer veel mee tot stand brengen, maar ik moet uitgaan van het standpunt, dat ik primair de verandering aanbreng; en dat ik die alleen kan aanbrengen, indien ik mijzelf voldoende ken.
Een heks moet eerlijk zijn. Dat is voor vele mensen een droevig verschijnsel. Want als je eerlijk moet zijn, dan moet je zoveel dingen toegeven, die voor de gemeenschap niet aanvaardbaar zijn, dat je een slecht idee krijgt omtrent jezelf. De heks erkent eenvoudig niet, dat ze slecht of goed is. Ze zegt: Ik ben. De heksenmeester zegt precies hetzelfde. Hij gaat uit van het standpunt, dat hij zichzelf erkennende kan werken volgens eigen wezen.
Ik kan mij voorstellen dat mensen, die graag een illusie van rechtvaardigheid handhaven, terwijl ze onrechtvaardig zijn, een heks haten. Een heks kan alleen eigen onrechtvaardigheid toegeven, anders is zij geen werkelijke heks meer. Zelferkenning is primair voor elke werking in het paranormale. Alle occultisme is gebaseerd op een kennen van en een werken met innerlijke evenwichtigheden.
U ziet, dat de achtergronden van de hekserijen heel wat verdergaan dan alleen maar het verhaal van arme hysterische vrouwtjes, die worden verbrand door hen miskennende geestelijken. Of van vreemde, door duivels bezeten mensen, die anderen regeren. De achtergrond is waarheid. En waarheid kan niet worden gevonden zonder meer. Zij vergt discipline. Het klinkt vreemd, als men zegt, dat de heks een discipline kent. Maar toch zal een goede heks – zij het dan niet op voorschrift van anderen – voor zich bepaalde oefeningen kennen en herhalen. Zij zal gebruik maken van voor het “ik” speciaal bestemde middelen, omdat dit de enige manier is om zichzelf te blijven en gebruik te maken van die krachten.
Wie zegt, dat je zonder scholing de eeuwigheid kunt betreden, is een dwaas. Wie zegt, dat je alleen via een bepaalde scholing de eeuwigheid kunt betreden, is nog dwazer. Wie echter erkent, dat ieder in zichzelf en naar de aard van eigen wezen een scholing en een discipline moet erkennen en vandaaruit verder moet gaan, is een wijze. Men zal in deze dagen veel spreken over dingen als Christian Science, als Yoga met alle bijkomstige mogelijkheden. Men zal spreken over de geheime leringen van deze en gene. Maar met al die dingen bereik je niet meer of niet minder dan de heks met haar eigen erkenning en eigen discipline.
Want als u in Christian Science wilt genezen, dan moet u zo’n groot geloof bezitten, dat uw geloof te veel is voor de waarheid. Het zal dan worden overgedragen naar de ander en zo genezend werken. Als u in de Yoga-leer prana uit de omgeving wilt opnemen, als u uw lichaam wilt beheersen en de zenuwstromen reguleren, dan kunt u niet volstaan met lichamelijke veranderingen van situatie en lichamelijke scholing alleen. U zult gebruik moeten maken van een geestelijke scholing. En als die geestelijke scholing niet past bij uw wezen, dan ontstaat het tegengestelde van wat u beoogt. U moet een nieuw evenwicht scheppen tussen geest en stof.
Als u zich bezighoudt met een geheimleer (of dat nu die van Blavatsky is of van een ander), dan is die leer misschien heel aardig en u kunt er misschien wel wat mee bereiken, maar pas als u leert in die leer uzelf te zoeken, uw eigen evenwicht in de termen ervan uit te drukken, kunt u uzelf evenwichtig veranderen en evenwichtig iets bereiken.
De kern van de zaak is – helaas misschien wel – dat de mens in zich het evenwicht draagt, dat wij kennen als Yang en Yin. Wij kennen licht en duister. De volledige schijf van ons wezen bestaat uit twee levenswaarden, identiek met elkaar, in licht en duister. Wij kunnen de stand daarvan ten opzichte van de buitenwereld wijzigen, maar onze innerlijke structuur kunnen wij niet wijzigen. Wij kunnen in het “ik” de totale spanning evenwichtig erkennen en verdelen en als eenheid optreden tegenover de buitenwereld. Of wij kunnen de delen in ons wezen tegen elkander richten en zo door de buitenwereld worden beheerst, omdat wij onszelf niet beheersen. Maar wij zijn daarmee toch altijd weer gebonden aan het ego, aan wat er in het “ik” bestaat.
Namen geven maakt geen verschil. Of ik iets goed of kwaad noem, voor mij blijft het dezelfde waarde behouden. Of ik iets Licht of duister noem, het is in mij of het is niet in mij. De achtergrond van hekserij, mijne vrienden, is misschien wel: Een besef van jezelf en een gebruik van een innerlijke toestand of harmonie om daardoor in de buitenwereld iets tot stand te brengen. De buitenwereld zal dit nooit kunnen erkennen, tenzij zij eerst haar eigen waarheid accepteert.
Men zegt van de draken in China, dat zij rechters zijn. Want de draak, die vandaag ter markt gaat en spreekt met de mensen, zoals een voornaam heer misschien spreekt met de hooggeplaatsten, verandert bij nacht in een wezen, dat zich – misschien enigszins tegen de eigen wil – neervlijt in een rivier en zo een overstroming veroorzaakt, wegvagende dat wat hij zo even heeft bezocht, omdat het onevenwichtig was. En de sluwe vos van Japan bouwt in de nacht een droomhuis en lokt de mensen. Als de mens harmonisch is, dan schenkt hij hem veel. Maar als de mens innerlijk disharmonisch is, dan juist komt hij tot de conclusie, dat alles waan en bedrog is. Wie de rijkdom wil nemen, die de vos biedt, wordt armer wakker. Wie echter weigert gewin te verkrijgen, maar voor zich wil geven, hij wordt wakker met nieuwe wetenschap en nieuwe rijkdom en nieuwe wapenen in het leven.
Zo is het ook met de heksen. Degene, die zelfzuchtig naar de heks toegaat, vindt een gave, die misschien een vloek wordt of een illusie, die snel vergaat. Maar wie in contact kom met de heks en de harmonie zoekt, ontdekt dat hij/zij in zekere mate zelf heks is geworden. Indien u mijn bescheiden en ongetwijfeld onvolkomen meningen in dit onderwerp mede wilt bezien, zo zou ik willen zeggen: Er zijn te weinig ware heksen in de wereld. Want slechts de mensen, die uit een eerlijke erkenning hebben geleerd in zich de verschuiving van waarden te veroorzaken, kunnen de banden van oorzaak-en-gevolg, die een wereld ketenen in haar onbewustzijn, zodanig wijzigen, dat zij de wereld heil brengen in plaats van ondergang.
Balans
God is de balans. In de ene schaal ligt duisternis en in de andere Licht. Een balans is ons wezen. In de ene schaal leggen wij onze illusies en verwachtingen en in de andere onze werkelijkheid. Als ze evenwichtig zijn, dan prijzen wij onze God, dan prijzen wij onszelf. Maar als wij ze onevenwichtig maken door teveel te verwachten of teveel kwaad of teveel goed te noemen, dan is alles rondom verstoord. Dan bestaat er geen mogelijkheid meer om alle dingen te overzien en uit de eenzijdigheid komt de disharmonie voort.
Balans betekent: Nimmer worden beheerst door Licht of duister, maar beide in jezelf kennen.
Balans betekent: Van de Eeuwige geen goed en geen duister verwachten, maar het totaal der mogelijkheden, waarin het “ik” zichzelf ook in balans kan brengen en houden.
Gij spreekt van balans, van evenwicht. Maar is het wegen der dingen, dat mensen zo gaarne doen, wel gebaseerd op de werkelijkheid? Kunt gij God wegen en bepalen? Kunt gij de ware loop der sterren bepalen? Gij meent het misschien. Maar zelfs nu worden de onzekerheden steeds groter. Zelfs nu komt het onbekende in het Al u steeds sterker tegemoet. En waar gij het meent meer te kennen, ontdekt ge meer raadselen. Er is geen weg tot algehele kennis; en er is geen mogelijkheid om alle weten te doven. Wij zijn een evenwicht, een deel van een groot krachtveld, in onszelf besloten en evenwichtig. En zelfs, als wij daarin opgaan, kunnen wij de evenwichtigheid nimmer verloochenen.
De balans is een noodzaak van ons wezen. En daar, waar we deze niet erkennen of dreigen te verstoren, bedreigen wij alle waarden, die met het wezen samen gaan. Wie tot God wil gaan, erkenne het evenwicht van Zijn schepping, de totaliteit van Zijn mogelijkheden, de noodzaak in die totaliteit evenwichtig te zijn volgens eigen wezen, te streven – niet naar eenzijdigheid, maar naar een volledigheid van eigen wezen en om in al zijn uitingen naar waarheid te zijn: Licht en duister te zijn, mens en God te zijn, alle dingen en toch zichzelf. Want slechts wie zo kan leven en denken, vindt in de balans der eeuwigheid de volledige uitdrukking van het Zijn.
Het Zijnde is het evenwicht, dat wij wegen op de balans van de rede, maar dat wij eerst in een evenwichtig besef kunnen overbrengen in het bewustzijn, waardoor wij de totaliteit kunnen beleven.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst |
