27 juni 1980
De betekenis en ontwikkeling van de religie in de Aquariustijd
U weet het al: zelf nadenken, want wij zijn nu eenmaal niet geheel onfeilbaar en alwetend. Een religie is in feite een systeem dat is opgebouwd op een vertrouwen in iets wat niet bewijsbaar is. Dat wil zeggen dat een religie sterk afhankelijk is van haar leerstelligheden. Hierdoor bouwt zij al een hiërarchisch verband op. Hierin zoekt zij dan macht en probeert zoveel mogelijk zeggenschap te krijgen over het leven en beleven van de gelovigen en als het even kan van ieder ander ook.
Het zal u duidelijk zijn dat er dus een groot verschil is tussen de religie als zodanig een structuur en het persoonlijke geloof. Het geloof is een innerlijk vertrouwen waardoor men in zich bepaalde waarden kan beleven op een wijze die niet zonder meer naar buiten aantoonbaar is. Zolang beleven de hoofdrol speelt, doet het er eigenlijk niet toe in welke vorm je dit uitdraagt of beleeft. Daardoor hebben de godsdiensten vele voordelen.
Zo beheersen zij in vele staten een groot deel of zelfs het geheel van het onderwijs. De kinderen worden dus opgevoed in een denkwereld van het kindeke Jezus en Maria en Jozef of worden grootgebracht met denkbeelden omtrent Allah, de spreuken van de Koran en de wonderlijke belevingen van Mohamed.
U moet goed beseffen dat ik op zich geen bezwaar koester tegen dit alles. Maar wat gebeurt er in feite? In een tijd, waarin alles steeds meer materialistisch is geworden, hebben ook de godsdiensten zichzelf meer en meer veranderd. Zij zijn in wezen allereerst politieke organen geworden en proberen langs allerhande wegen invloed te krijgen op wetgeving terwijl zij tevens voortdurend trachten alle ontwikkelingen te beïnvloeden in eigen voordeel en zin.
Dit houdt in dat de denkende gelovige in vele gevallen zal stuiten op schijnbare of werkelijke tegenstrijdigheden tussen de verkondiging, het hiërarchieke gezag en de daaruit voortvloeiende praxis. In de tijd van Aquarius is de mens geneigd nogal kritisch en zelfstandig te zijn: hij wil wel broederschap, maar dan niet in een verhouding waarin hijzelf de jongste broer is en alle oudere broeders het in feite geheel voor het zeggen hebben. Aquarius is in feite en een invloed die vrijheid zoekt en een tijd die aan alle regentendom de doodsteek toebrengt. De kerken echter bestaan juist krachtens dit regentendom.
Het zal u hieruit reeds duidelijk zijn dat zij hun invloed zullen verliezen en hun benadering van de gelovigen dan ook aanmerkelijk zullen moeten wijzigen. Het betekent zeker ook dat vele personen die nu hun macht en gezag nog aan hun plaats binnen een religieus geheel ontlenen of zij nu Khomeini heten, paus, aartsbisschop of iets anders dit gaan verliezen. Daar echter de opvoeding van de mensen nog steeds mede bepaald is door het geloof van hun jeugd en daarmee ook door de formuleringen van die religie, blijft veel bewaard. De religie zal van inhoud veranderen zonder dat dit uiterlijk onmiddellijk kenbaar wordt en de nieuwe tijd zal zeker voortgaan zonder dat alle godsdienst daarbij onmiddellijk verdwijnt.
De godsdienst is voor de mens in feite de taal van het innerlijk vertrouwen – zo vreemd als dit moge klinken. Je geloof is je beleven. Maar om dit beleven uit te kunnen drukken, heb je ook een taal nodig, vaste uitdrukkingen. Deze stammen dan uit de heilige boeken waarin je gelooft en uit de gemeenschap waarin je leeft. Je zult dus hetgeen je innerlijk ervaart aan de mensen alleen kunnen weergeven in de termen van het geloof, dat rond je verkondigd wordt.
Dan zien wij in het eerste deel van deze ontwikkelingen het volgende: Kerken, die proberen hun gezag te verhogen kunnen hiermee tijdelijk wel enige successen boeken, maar brengen hiermee gelijktijdig een splijtzwam aan tussen de gelovigen. Hierdoor wordt de reeks gelovigen steeds sterker tegen zichzelf verdeeld en wordt de feitelijke macht van een kerk in de wereld daarbuiten ook steeds meer beperkt en tenietgedaan. In de praktijk zullen de gelovigen nog zeer lange tijd getrouw blijven aan de gewoonten van hun geloof. Ik geloof niet dat bv. een moslim opeens zal ophouden met het verrichten van de voorgeschreven dagelijkse gebeden of opeens het vasten van de maand ramadan die weer nabij is, zal vergeten. Er gebeurt iets geheel anders: de gebruiken worden meer en meer vooral de uitdrukking van een zeer persoonlijk en innerlijk beleven. De taal van het geloof ligt niet meer in de verkondiging van een leerstellige zekerheid, maar wordt een uitdrukking geven in gewende vormen aan een innerlijk beleefde waarheid.
Waar dit gebeurt, zullen de verschillende religies ook veel minder ver van elkander verwijderd blijken te zijn dan nu het geval is. Nu gaat het nog om de macht. En wanneer je duidelijk maakt dat alle christenen uiteindelijk maar verwerpelijke heidenen zijn, kun je daaraan een mate van politieke macht ontlenen en desnoods op grond hiervan een rijk opbouwen van alle musliman, alleen reeds door hen tezamen te brengen in een praktisch verzet tegen alle invloeden en beïnvloedingen vanuit dat andere, heidense deel van de wereld. Maar wanneer die heidenen opeens blijken ook gelovigen te zijn en de uiterlijkheden van veel minder belang worden geacht dan een innerlijk beleven, zo zal het zelfs mogelijk worden, om de termen van het enig geloof aanvaardbaar in de termen van het andere te vertalen.
Wie alles eerlijk beziet, ontdekt dat het verschil tussen islam en christendom zo groot nog niet is. Het lijkt misschien iets geheel anders. Maar wanneer de christenen zich gaan realiseren dat Jezus binnen de islam wel degelijk wordt geëerd en betekenis heeft en gelijktijdig gaan beseffen dat voor de ontwikkeling van moren en Arabieren de islam van een zeer grote betekenis is geweest en vele goede en juiste zaken heeft kunnen voortbrengen, zal men naar ik meen gemakkelijker met elkander kunnen gaan spreken – vooral wanneer de behoefte macht over de ander uit te oefenen kleiner gaat worden.
Het is het angstvallig je verzetten tegen al het andere, waardoor het isolement van religie wordt veroorzaakt. Misschien is het goed in dit verband eens te zien naar het Jodendom. Het wereldjodendom is veel machtiger dan menigeen beseft, ook al wordt het zo hier en daar nog wel eens te vuur en te zwaard bestreden. Maar dat wereldjodendom wordt langzaamaan meer en meer gerepresenteerd door een staat. Deze staat is in feite een koloniserende staat, die zich met geweld op het grondgebied van anderen heeft gevestigd en dit op grond van het geloof wil verdedigen. Iets dergelijks was aanvaardbaar te maken in de tijd van de kruistochten, maar kan in deze tijd niet voor anderen geheel aanvaardbaar worden gemaakt. Men denkt nu ook aan die andere mensen. Het resultaat zal dan ook niet alleen worden dat het geloof in en de trouw aan Israël, die in een groot deel van de christelijke wereld nog steeds bestaan, afnemen. Het betekent ook dat de Joden meer en meer gedwongen worden een keuze te maken, zodat er steeds scherper en meer een onderscheid zal worden gemaakt tussen het religieus Judaïsme en het zionistisch Jood-zijn. Wanneer dit gebeurt, is de kans groot dat het zionisme de ondergang betekent van een nationaal Jodendom. Het eindresultaat zou worden dat de joden zich veel meer dan voorheen zullen moeten integreren in de bevolking van de landen waar zij wonen en gelijktijdig hun geloof niet meer zozeer zouden moeten zien, als een reden om innerlijk boven en praktisch deels buiten bet leven van die anderen te staan. Er zal een einde komen aan de mogelijkheid, je de meerdere te achten op grond van je deel zijn van een uitverkoren volk en daardoor zal men ook moeten streven naar een meer delen van eigen geloof en denken met de anderen.
Er zijn landen waar dit reeds in zekere mate is gebeurd. Ik denk hierbij bv. aan Nederland. Er zijn ook landen, waar dit kennelijk nog steeds niet in een dergelijke mate mogelijk is geweest als bv. de USA. De vraag is alleen maar: zal een godsdienst als bv. de roomse of de verschillende takken van protestanisme zich kunnen blijven handhaven op het ogenblik dat de mensen geconfronteerd worden met zaken die in het geloof niet passen, precies zoals dit geldt voor het jodendom.
De mensen worden geconfronteerd met een in de naam van Christus bevorderen van de onmenselijkheid in verschillende landen, met een in de naam van degene die als leidende redder en zoon van God op aarde kwam, proberen zichzelf te verheerlijken en gezag over anderen aan te meten. Steeds meer mensen zullen gaan beseffen dat men probeert op grond van allerhande handige beweringen en het spelen met religieuze gevoelens anderen monddood te maken en hen de persoonlijke beleving en aanvaarding van een God en zelfs van Jezus onmogelijk probeert te maken tenzij deze in overeenstemming is met hetgeen door aardig formulerende mensen, die vooral hun eigen belangen verdedigen, eens is vastgelegd.
Er is reeds een verbrokkeling. Wie in deze tijd, waarin de invloed van Aquarius reeds meer en meer kenbaar begint te worden, eens ziet naar alles wat er bv. in de kerk van Rome gebeurt, zal constateren dat alle propaganda van de laatste tijd, al dit vertoon van eenheid een pogen betekent om te bemantelen hoe groot reeds de onderlinge strijdigheden binnen deze kerk wel zijn geworden. Bemantelen hoe groot het verschil is tussen de vele bisschoppen die met de heersende regimes samenwerken- ongeacht hetgeen deze mensen aandoen – en die enkele bisschoppen en priesters die in wezen willen opkomen voor de armen, de onderdrukten kortom voor de verworpenen der aarde.
Deze deling moet, tenminste in het besef van de gelovigen, ongedaan gemaakt worden. En dan kan de paus rondreizen maken en de helft van Zuid-Amerika hem met Ole en andere kreten welkom heten. Maar daarmee verander je de feiten niet. De onderliggende kwestie is het broeder-zijn, maar dat is tevens de essentie van de invloed van Aquarius. Daarom zullen dergelijke uiterlijkheden steeds minder werkelijke betekenis krijgen en op de duur niet meer zijn dan vertoon. Hun werkelijke uitwerking, zo die nog bestaat, zal steeds sneller door de feiten tenietgedaan worden.
Maar ja, wat moeten die religies dan doen? Ik geloof dat een kerk in de eerste plaats een gemeenschap van mensen dient te zijn die in zich God zoeken en daarover sprekende dezelfde taal en beelden hanteren. Dus geen gevoel van meerwaardigheid en alleen juist zijn, maar een gevoel van innerlijk beleven en innerlijk juist reageren, uitgedrukt in bepaalde geformaliseerde beelden.
Ik kan mij de kerken: gebouwen zowel als religies, voorstellen als gemeenschappen en plaatsen van bezinning. Ach, op het platteland is iets dergelijks minder noodzakelijk. Daar kun je altijd wel een plaats vinden waar je even rustig kunt staan of zitten en de weidsheid beleven in sterren, opgaande of ondergaande zon of desnoods in het zinderen van de slaperige middag. In grote steden, te midden van opeenhopingen van mensen heb je echter plaatsen nodig, waar de mens zich even buiten het gewoel kan plaatsen en even tot rust kan komen. Ik stel mij kerkgebouwen voor die veel minder versierd zijn dan in deze tijd nog gebruikelijk pleegt te zijn. De gebouwen zullen mogelijk als gevolg van een lange traditie nog wel kunstschatten herbergen, maar zullen vooral toch eenvoudige plaatsen van stilte en bezinning zijn.
O, men zal er mogelijk nog steeds gezamenlijk bidden of een avondmaal vieren, communie uitdelen, misoffers opdragen, biecht horen en afspraken voor het leven bezegelen en gezegend weten. Tegen dergelijke uiterlijkheden bestaat zeker geen overwegend bezwaar. Deze plechtigheden zullen echter meer gevoeld worden als een door uiterlijkheden beantwoorden aan de innerlijke behoeften van de mensen en niet meer beschouwd als het alleenrecht van de gelovigen. Een kerk die zo functioneert, zal ook trachten alle innerlijk geloof en erkennen uit te dragen door vanuit zich actief te zijn. Het is trouwens opvallend hoeveel kerkgenootschappen in de laatste tijd zich mede in de sociale sector zijn gaan bewegen en daar allereerst praktische hulp proberen te verlenen. Zij zijn begonnen met het verstrekken van onderricht, zorg voor de opgroeiende jeugd, maar bewegen zich meer en meer ook op het gebied van raadgeven aan eenieder, het helpen van degenen die in moeilijkheden zijn gekomen zonder hen te vragen of zij wel rechtgelovig zijn.
Zoals men ook in de missie zich meer en meer richt op het allereerst helpen van de mensen, het tenietdoen van onnodige ellende en pas dan aan verkondiging schijnt te denken, wanneer men de problemen grotendeels heeft kunnen oplossen. De hulp aan anderen landen is in de kerken echter vooral nog een zaak van organisatie, een geven aan de collecte omdat de buurman kan zien wat men doet. Wat natuurlijk geen werkelijke waarde heeft. Komt een helpen uit een innerlijk besef zoals meer en meer toch ook geschiedt, dan is het echter al heel iets anders. Je kunt dan zeggen dat de kerken ook voor hen die willen helpen en samenwerken ontmoetingsoorden kunnen worden. U zult begrijpen dat ik nu meer spreek van de gebouwen dan de organisaties. Deze worden dan meer en meer plaatsen waar men niet alleen God, maar ook zijn medemensen kan ontmoeten, dit laatste lijkt mij nog steeds heel erg belangrijk. O, het zullen oorden zijn waar oude tradities kunnen worden overgeleverd en bewaard, maar dan zonder dat zij gelijktijdig een bindend beslag leggen op de denk- en leef-vrijheid van de mens. De mens die zijn kerk verlatende toch altijd weer te midden van een meer werkelijke wereld moet reageren.
Het is duidelijk dat wij bij dit alles wel degelijk ook rekening dienen te houden met de gemiddelde ontwikkelingsgraad van de mensen. Mogelijk klinkt dit wat gemeen, maar het betekent toch wel, dat de geloofsbeleving veel intenser zal zijn bij eenvoudige mensen omdat dezen hun emoties niet behoeven te vertalen in voor henzelf aanvaardbare en logisch samenhangende beelden. De ontroering, de gevoelens zijn er eenvoudig. Vooral dergelijke mensen zijn dan ook geneigd alle beelden die hun geloof hen zo rijkelijk verschaft, geheel te binden met al wat zij in de wereld zijn en doen.
Een eenvoudige neger redeneert misschien: Jezus is opgestaan uit de dood en was dus een groot tovenaar. Hij heeft gezegd, dat wij die in hem geloven ook de tweede dood niet behoeven te sterven. Ik geloof in hem en dus ben ik onkwetsbaar geworden. Een geloof dat in bepaalde streken langere tijd stand heeft gehouden. Andere eenvoudige mensen hebben zich een patroon gekozen als bv. de H. Jacobus en uitgeroepen, dat zij op grond van hetgeen omtrent deze heilige in de boeken te lezen is, zij van hem alle macht zullen krijgen die nodig is om vijanden en onderdrukkers uit het land te verdrijven.
Let wel, dit zijn geen willekeurige voorbeelden, maar dingen die zich werkelijk in een nabij verleden hebben afgespeeld. Want op een dergelijke wijze beleven eenvoudige mensen hum geloof vaak: een innerlijk beleven, dat wordt omgezet in een reeks rechten en beloften op grond van de wijze, waarop een religie vorm geeft aan dit geloven.
Vele mensen zijn bv. in India nog sterk gebonden aan hun eigen goden, alleen omdat dezen voor hen geworden zijn tot symbolen van een wisselwerking die voor hen daadwerkelijk bestaat tussen het ongeziene en de menselijke wereld. Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat eenvoudige mensen een groot deel van de religieuze formuleringen en eisen dan ook snel en zonder meer terzijde zullen leggen.
Maar mensen die leren de verschijnselen en feiten van de wereld beter en juister onder ogen te zien, zullen steeds minder genoegen nemen met woorden en beloften die, gezien de feiten, grotendeels leeg zijn. Zij zullen zekerlijk ook niet meer geneigd zijn hun innerlijke ervaringen aan te passen en te laten beperken door hetgeen hen door anderen geleerd wordt. Integendeel, zij zullen steeds meer proberen de leer aan te passen aan hetgeen er innerlijk in hen bestaat. Blijkt dit hen niet geheel mogelijk, dan zoeken zij naar een minimummogelijkheid tot communicatie met anderen, zoals die ook binnen de geloofsgemeenschappen pleegt te bestaan.
Ik ben ervan overtuigd dat de ontkerstening maar ook de werkelijke vernieuwing van het geloof zich allereerst zal voltrekken in de hoger ontwikkelde landen. Ik sluit hierbij ook de atheïstische landen als Rusland en China niet uit. Ook daar is er sprake van een soort innerlijk reveil in deze dagen. Het wordt dan wel niet uitgedrukt in de termen die u godsdienstig pleegt te hanteren. Maar zeker is dat ook daar steeds meer mensen aandacht gaan besteden aan hun innerlijk leven en wanneer zij niet in staat zijn dit door te zetten, blijken zij steeds meer op de vlucht te slaan voor zichzelf en de wereld in roes en andere vormen van werkelijkheidsverwerping.
De kerken zullen natuurlijk trachten alsnog hun macht te handhaven en hun invloed te herwinnen. De mogelijkheid om iets als een inquisitie weer in te stellen met alle daaraan verbonden beproevingen van het lichaam en de geest te redden bestaat niet overal, maar kan in enkele delen van de wereld nog steeds in werking gezien worden, ook buiten het christendom. Maar ook waar geweld tegen het lichaam niet meer aanvaardbaar is, zien wij de leiders zoeken naar middelen en pressiemogelijkheden, waarvoor althans een uiterlijke trouw aan geloof en systeem kan worden afgedwongen. Waar men echter deze middelen probeert te hanteren in een tijd die zozeer de nadruk legt op persoonlijke vrijheid en de mogelijkheid tot een persoonlijke ontwikkeling als de Aquarius tijd, zal men ook steeds meer aan geloofwaardigheid verliezen. De mensen zullen juist door dergelijke maatregelen nog eerder zich bewust worden van de onjuistheid van hetgeen hen wordt voorgehouden. En al zal men zo misschien de uiterlijke schijn nog enige tijd langer kunnen handhaven, het systeem zal steeds meer een hol en leeg geheel worden, dat alleen uiterlijk nog bestaat.
Systeem en religie verliezen steeds meer hun zin als het denken van de mensen beheersende instituten. De religie herwint echter meer en meer aan betekenis als een innerlijke beleving. Wanneer je deze eindstrijd overziet, stel je dat het misschien nog wel een eeuw zal duren voor eenieder erachter is gekomen dat een systeem minder waard als dan de innerlijke beleving van de mens. Maar die tijd breekt zeker aan. Is het eenmaal zover, dan kunnen wij ons echter wel degelijk voorstellen dat kerken en systemen blijven bestaan, dat religieuze boeken nog steeds gelezen zullen worden en dat de mensen nog steeds in de Koran, in de Veda’s, in de Bijbel zullen lezen, omdat zij daarin inspiratie vinden, de mogelijkheid hun innerlijk voor zich te verwoorden. Maar die mensen zullen steeds minder dogmatisch staan ten opzichte van de buitenwereld. En dat is gelijktijdig de vernieuwing van de religie en de ondergang van alle hiërarchische structuur die op het ogenblik nog zo sterk alle menselijk leven beheerst.
De vraag van het nut blijft nog open. Het nut van een kerk is op het ogenblik volgens mij vraagwaardig. De kerken scheppen nl. een wereldbeeld dat maar zeer ten dele met de feiten overeenkomst. De kerken scheppen uiterlijke verplichtingen die innerlijk en uiterlijk zelden geheel en vaak niet eens ten dele worden nageleefd. Als zodanig schept de religie in haar huidige vorm vaak een leugen in het leven en handelen van de mens.
Aan de andere kant is een mens nu eenmaal, of hij dit nu leuk vindt of niet, een kuddedier. De mens heeft rond zich een gemeenschap nodig. Zelfs wanneer hij geheel voor zich zou kunnen opkomen en zorgen, is het voor hem belangrijk een gezelschap van anderen te genieten en te komen tot een uitwisselen van gedachten door tekens, gebaren, woorden, daden.
Het is voor de mens een dringende behoefte zich met anderen verbonden te weten en zich te midden van anderen aanvaard te voelen. Dit betekent dat de religie wel degelijk een van de middelen is waardoor dit voor de mens werkelijk mogelijk is. Vergeet hierbij niet, dat godsdiensten niet nationaal gebonden plegen te zijn. Wanneer het godsdienstig beleven van de mens echter steeds meer los komt te staan van alles wat politiek heet of direct en indirect te maken heeft met iets anders dan een persoonlijk gevoel van juist handelen en zijn binnen de wereld, zo is deze een perfect trefpunt. Ik kan mij voorstellen dat de gemeenschappen van de toekomst heel vaak bijeen zullen komen zoals nu de quakers al doen: de gemeente komt samen in stilte en wacht af, tot een van hen zich door de geest gegrepen gevoelt en probeert uit te drukken wat er in hem of haar leeft. Daarna heerst er weer stilte. Men denkt na over hetgeen men beleefde, hoorde, voelde en gaat na enige tijd gesterkt weer naar huis, juist omdat men in dit samenzijn zo goed als mogelijk in die enkele manifestatie van een innerlijke waarheid zichzelf heeft herkend en zo weet niet alleen te zijn. Men beseft de band die tussen het ik en ongetelde anderen existeert, ook al zal men dezen mogelijk nooit ontmoeten en leren kennen. In deze aangevoelde band heeft dan het innerlijke leven en beleven opeens meer zin en van daaruit komt men ook eerder tot een aanpassen van uiterlijkheden aan het innerlijke beleven en komt men tot een persoonlijk meer verantwoord bestaan.
Kerken kunnen dus ook de toekomst zeer nuttig zijn. Maar men zal afzien van vele gebruiken die in feite een vorm van ritueel bijgeloof zijn. Om een voorbeeld te geven: In de kerk van Rome bestond een oude traditie, bekend als de Blasius-zegen. Het ging overigens niet over de blaas, maar was een zegen die voornamelijk de keel werd gegeven en dat dan nog wel op een wijze die sterk herinnert aan de Griekse ritus, nl. door middel van een drietal samengebonden kaarsen. Hierbij kwam het wel eens voor, dat een kind een ernstige ziekte had en dat kort na het geven van deze zegen opeens een vijftigtal andere kinderen van diezelfde kwaal konden genieten. Men zal al snel beseffen dat dergelijke gebruiken in wezen onzinnig zijn. Het is een mooi ritueel, zeker. Maar in wezen zijn dergelijke dingen niet veel anders dan een volksdansen in zeer kerkelijk rituele stijl. Dergelijke dingen kan men in de toekomst missen. De pracht en de praal mogen weg. Ook zal de priester niet meer zich van de andere mensen behoeven te onderscheiden, al is het maar door zich te kleden als een middeleeuwse poorter of als een ouderwets aangelegde opoe in lange rok. Want dergelijke zaken hebben nu eenmaal niets te maken met de werkelijke betekenis van een geloof en een bisschop die plechtig sinterklaasje speelt, is mogelijk een mooi gezicht, maar aan dergelijke zaken heeft de werkelijke gelovige zeker geen behoefte meer.
Het uiterlijk vertoon, de gewaden, de show is er immers alleen maar voor het verblinden van de eenvoudigen van geest. Maar wanneer de eenvoudige van geest zich de ware eenvoud leert beleven, kijkt hij door dergelijke vertoningen al snel heen. Er zal ook geen behoefte meer zijn aan mensen die met mooie ingestudeerde woorden en voor de spiegel bestudeerde gebaren de zegen Gods over de gemeente afroepen. De mensen weten dan innerlijk te goed wat zegen in feite is, kennen de feiten in zich en kunnen door woorden en gebaren alleen niet meer onder de indruk worden gebracht.
Het gebruik om samen te zingen zal nog lang blijven bestaan denk ik. Want dit samen zingen is een manier om één te worden met de anderen in de gezamenlijkheid van de melodie. Vaak zijn gezangen zelfs een middel tot grotere zelfvergetelheid, waardoor het innerlijk beter kan spreken. In de kerken vind ik dergelijke dingen wel degelijk zinvol, ook in de toekomst. Wanneer u bv. luistert naar het gregoriaans dan zult ook u vaak de indruk niet kunnen ontkomen, dat hier een bijna magische werking van uitgaat. Maar niet alle gezangen hebben een dergelijke invloed. Luister je naar de vol zelfverheffing en zeer traag gezongen gezangen in bepaalde andere gemeenschappen, dan krijg je eerder het gevoel, dat er iemand aan het grote wiel staat te draaien om een zeer lange lijn te scheppen.
De mensen zullen zoeken naar een uitdrukking van hetgeen zij zelf zijn en niet meer naar plechtstatigheid, naar vertoon. Geloven zal ook zeker niet meer een zoeken naar een mate van exclusiviteit betekenen. Wel zal het belangrijk zijn en blijven, de innerlijke erkenningen en gevoelens van verbondenheid met God en wereld zo nu en dan tezamen te beleven. De kerken hebben in feite, of zij dit beseffen of niet, dit doel al lang nagestreefd en hebben daardoor grote betekenis voor de mensheid gehad.
Het zijn de kloosters geweest die veel kennis uit de oudheid hebben bewaard, ook kennis van de Griekse wijsbegeerte die zonder hen ongetwijfeld geheel verloren zou zijn gegaan. Het zijn de beeldenstormers en de reformanten geweest, die de mens geconfronteerd hebben met de noodzaak ook op dit gebied zelf na te denken. Daardoor hebben zij een geheel nieuwe visie toegevoegd aan het menselijke bestaan – iets wat niet alleen het geloven en leven van de zgn. protestanten maar wel degelijk ook de beleving van het oudere geloof sterk heeft beïnvloed. Je zou kunnen zeggen dat Luther met het aanslaan van zijn artikelen in feite onbewust de voorloper werd van de encyclopedisten, degenen die de menselijke kennis aan alle mensen wilden geven. En dezen zijn, zoals u weet, de voorlopers geweest van de Franse revolutie.
Ach, ik denk zo dat elk geloof op zijn eigen plaats betekenis blijft hebben, ook in de tijd van Aquarius. Maar ik meen ook dat de structuren die daaraan nu verbonden zijn, hun opzet en betekenis wel heel sterk zullen moeten wijzigen indien zij nog willen blijven voortbestaan. Ik geloof in feite nog het meeste in de eenvoud, waarmee sommige jonge priesters proberen om goed te doen, zonder meer. Zoals: ik geloof in de simpelheid waarmee bepaalde kloosterzusters zich bezighouden met de mensen die ook in deze welvaartsmaatschappij tussen de wal en het schip dreigen te geraken. Ik geloof in de eenvoud in alle relaties van mens tegenover mens en mens tegenover God. Ik meen dat het juist mens zijn met een besef van God de werkelijke basis zal vormen voor alle betekenis van religies in de toekomst.
Vragen
Op het ogenblik is er in het Westen nogal belangstelling voor Oosterse visies, sekten e.d. Denkt u dat deze stromingen nog toenemen? Het westen heeft toch een eigen gezicht?
Zij hebben natuurlijk wel enige invloed daar zij het Westen confronteren met een andere denkwijze. Vaak bovendien geeft men hier technieken. Maar er is iets anders wat ik door een voorbeeld duidelijker maak: Spanje is nog niet eens zo heel ver weg. Maar wanneer je er heen gaat of de plaatselijke gerechten van dit land uitvoerig verslindt, moet je niet gek kijken wanneer je darmen nog dagenlang na pruttelen. Het gevolg is dat men dergelijke gerechten slechts bij uitzondering geniet en zich voor de rest aan de meer gewende pot pleegt te houden. Met filosofie en technieken is het al net zo: wanneer je in een systeem terechtkomt dat niet past bij jou, dan is dat iets waardoor je geest als het ware in de ellende komt. Je krijgt dan een soort emotioneel mentale diarree. In het begin meen je meestal nog wel enige resultaten te boeken, maar al snel blijven die uit, voel je je uitgeput en wanneer je nog doorzet, weet je op de duur vaak niet meer, waarheen te gaan.
Vele sekten zijn – of zij dit nu zichzelf toegeven of niet – in feite meer en meer machtsstructuren geworden en vaak nog uitbuiters bovendien. Er zijn groeperingen waarin men in feite de vaak zeer jonge gelovigen misbruikt. Maar zelfs deze jongeren zullen te enigerlei tijd beseffen, dat zij misbruikt worden en uitgebuit. Hun enige andere keuze is ten onder gaan aan de sekte waartoe je behoort. In beide gevallen betekent dit, dat dergelijke groepen bezig zijn zichzelf ten gronde te richten en dit sneller zullen doen naarmate zij in het begin meer aanhang hebben gevonden.
Wanneer dergelijke groepen er bovendien praktijken op na houden die wettelijk, sociaal en menselijk niet aanvaardbaar zijn, zullen zij bovendien een bestrijding veroorzaken en een steeds toenemende weerstand in de groep wakker roepen tegen dergelijke leringen. Een dergelijke groep noemt zich “the holy family”, maar het Westen reageert daarop reeds nu met een “nu ja, van je familie moet je het maar hebben”.
Sekten en sektarisme zijn volgens mij niet op zichzelf verwerpelijk, zolang zij maar de vrijheid van de gelovige niet te zeer beperken. Op het ogenblik dat men overgaat tot hersenspoelingtechnieken, probeert de mens te vervreemden van de werkelijkheid en met alle middelen in zijn macht te houden, maak ik echter bezwaar.
Maar dan dragen dergelijke groepen ook in zich reeds het zaad van hun eigen ondergang. Nu nog zijn vele mensen stuurloos, weten geen raad met zichzelf en zoeken naar een gezag, dat hen zal kunnen redden. Maar al heel snel zal men gaan beseffen dat het niet gaat om gezag en zgn. zekerheden, maar om samenwerking. En zodra dit beseft wordt, zal men alle gezag eenvoudig links laten liggen. Zeker wanneer dit gezag je alles ontneemt, wat voor een eigen en persoonlijk bestaan en beleven belangrijk is. En vele sekten doen dit.
Ik meen dan ook dat vele, maar niet alle, sekten in de komende periode heel wat moeilijkheden zullen ondervinden. Velen van hen schuiven bovendien internationaal met nogal grote kapitalen, verduisteren gelden, onthouden minderjarigen aan het gezag van ouders en gemeenschap, maken misbruik van de goedgelovigheid van het publiek of proberen het met een beroep op het medelijden van de gewone man. Door zich zo op te stellen hebben zij hun mogelijkheden iets te betekenen en werkelijk iets te bereiken, anders dan het verzamelen van gelden, in feite reeds tenietgedaan, ook al is dit nog niet altijd even duidelijk kenbaar.
Let maar eens op uw eigen reacties. Wanneer men u vroeger op straat een bloem aanbood of een bedrukt stukje papier, nam u het aan en wanneer men u dan vroeg in ruil daarvoor een bijdrage af te staan voor de groep of de beweging, dan taste u wel in uw zak. Op het ogenblik mogen zij u alles aanbieden, u weigert. Wanneer zij u nalopen met bloem of geschrift en u mogelijk ook nog uitschelden – want ook dat komt voor – haalt u de schouders op of ergert u, maar het geld houdt u in uw zak. Dit alleen maakt reeds duidelijk, dat er een verandering heeft plaatsgevonden, terwijl de groepen die zo een inkomen bijeen plachten te bedelen andere manieren gaan zoeken om toch nog aan hun trekken te komen, maar daardoor gelijktijdig hun volgelingen zwaarder belasten en gelijktijdig duidelijk maken dat niet alles zo mooi en goed is als wel werd gezegd.
Vele groepen die werken met oosterse en andere systemen komen langzaamaan terecht in een sfeer die bijna crimineel is en hanteren praktijken die oplichting nabijkomen. Maar er zijn ook andere zaken, zoals bv. het systeem van de Bhagwan. Op zich is zijn systeem niet zo kwaad, omdat daarmee de mens van veel spanningen en remmingen ontdaan kan worden. Voor velen is hier dus iets positiefs te beleven. Gelijktijdig echter – Bhagwan betekent zoiets als levende godheid – wordt er een autoriteit geschapen waaraan men zich geheel dient over te leveren. In de tijd van Aquarius is dit een je overleveren aan een entiteit die wel uiterlijk invloeden heeft en mogelijk veel biedt, maar innerlijk niet geheel als zodanig beleefd kan worden, iets wat men verwerpt en voelt als uit den boze zijnde.
Daarom zullen dergelijke systemen ook voor een deel verdwijnen. Wanneer er iets nog langere tijd blijft voortbestaan, zal dit zeker geheel anders zijn dan de stichters en eerste volgelingen ooit hebben gedacht. Dit lot zal ook vele sekten treffen, die toch heel veel goeds hebben gedaan. Neem als voorbeeld het leger des heils. Men moet zeker veel bewondering hebben voor de mensen die in en met dit heilsleger werken voor de mensheid. Maar dit behoeft ons nog niet blind te maken voor het feit dat men daarbij van de leden van dit leger een zo eenvoudig geloof eist en een zo algeheel aanvaarden van gezag vergt, dat in de periode die door Aquarius beheerst wordt dit door steeds minder mensen opgebracht zal kunnen worden. Zeker, dit leger zal nog lange tijd kunnen blijven bestaan, maar het zal zijn eigen religieuze structuur veel minder streng moeten hanteren, wil het leden kunnen blijven trekken. En dit is dan nog een Westerse sekte, die uitgaat van u allen bekende geloofswaarden en werkt op een wijze, die in overeenstemming is met uw maatschappijvisie en opvoeding.
Oosterse denkwijzen bezitten deze mogelijkheid van jezelf daarin herkennen in veel geringere mate. Wat daarvan in het westen langere tijd overleeft, wordt dan ook steeds weer zeer sterk verwesterst, tot yoga e.d. Bezien wij de opvattingen en praktijken van bv. de theosofie en deze vergelijken met de bronnen, dan blijkt dat van het oosterse karakter van deze beweging maar heel weinig is overgebleven behoudens mogelijk de ook door andere dergelijke groepen graag gehanteerde leuze “ex oriente lux”. En dat de luxe daar te vinden is, is nog waar ook, want daar komt de meeste olie vandaan. Realiseer u, dat je ook met dergelijke oosterse zaken zelf moet leren leven. Je kunt dan een taal ontwerpen op basis van een lering waarmee je je innerlijk kunt uitdrukken. Maar je zult toch steeds minder in staat zijn jezelf van de rest van je samenleving te isoleren en je op grond van de zelfgekozen afzondering jezelf gevoel van meerwaardigheid aan te praten.
Heb ik goed begrepen dat u niet aanneemt dat de staat Israël zich zal kunnen handhaven?
Inderdaad, maar ik stel het wel zeer voorwaardelijk: Wanneer deze staat voortgaat met het hanteren van haar huidige methodieken en wel vooral die welke door de huidige regering worden toegepast, ondergraaft zij haar eigen bestaansmogelijkheden dermate, dat zij hooguit 15 à 20 jaren ten koste van zeer grote offers zich mogelijk nog zal kunnen handhaven.
Vele mensen in Israël beseffen dit ook wel. Men snoert hen de mond wel niet, maar hun standpunten worden belachelijk gemaakt, zij worden uit de openbaarheid weggedrukt of voorgesteld als onbelangrijke en dwaze minderheden. In feite betreft het hier een meerderheid, die echter eerst eens net zo actief dient te worden als de zeer fervente zionistische groepen, die zich het gehele oude heilige land willen toe-eigenen en daarvoor strijd voeren, clandestiene nederzettingen stichten en wat dies meer zij.
Alleen wanneer men met evenveel geweld en nadruk durft optreden zal deze zwijgende meerderheid iets bereiken. Zeker kan men voor Israël niets bereiken door weer naar zijn oorspronkelijke land terug te keren, zoals in toenemende mate geschiedt. Het is jammer dat aan beide zijden van het geschil vooral de extremisten aan het woord komen. Want de Jood en de Islamiet, de Israëli en de Arabier kunnen heus wel samenleven. Zij hebben zeer veel gemeen. Maar dit is alleen denkbaar wanneer geen van de beide groepen de superioriteit – de veronderstelde dan – gebruikt om daardoor de mogelijkheden en de vrijheid van de ander te beperken.
Dit laatste nu speelt zich in feite voortdurend af binnen de grenzen van het huidige Israël. Dit wordt bovendien in de wereld in steeds sterkere mate bekend. Bij een toenemende invloed van islamitische staten zal het standpunt van de tegenstanders van Israël ook in de gehele wereld steeds meer gewicht in de schaal gaan leggen. De eenzijdigheid waarmee Israël eens zijn public relations kon bedrijven en waardoor het van buitenaf bijzonder veel steun kon aantrekken, wordt meer en meer tenietgedaan. De christenen buiten Israël worden steeds duidelijker geconfronteerd met hetgeen er zich werkelijk afspeelt.
De huidige president is een goed politicus. Maar steeds meer mensen beginnen te beseffen dat zijn handelingen meer dan zijn woorden onder de invloed staan van hetgeen de man vroeger is geweest. En men herinnert zich nu ook duidelijker dat deze man, evenals andere leidende figuren op leeftijd in Israël in zijn tijd een terrorist is geweest. Men beseft dat deze in wezen terroristische opvattingen door dergelijke mensen ook nu nog, zij het met een grotere schijn van legaliteit, worden uitgedragen en in de praktijk gebracht.
Ook andere aspecten dringen meer tot de buitenwereld door en tot zijn verbazing ontdekt men dat er Joden leven in dit land, die niet geloven aan het terecht bestaan van de staat Israël, daar immers de Messias nog niet is gekomen en dus de opbouw van de tempel nog niet werkelijk plaats kan vinden. Indien ook u beseft dat hetgeen ik stel terecht is, zal u ook mijn conclusie, dat Israël zijn houding op korte termijn moet veranderen of zijn eigen ondergang veroorzaken, u niet meer zo vreemd in de oren klinken.
Let wel, ik gun dit lot zeker niet aan een volk, dat veel heeft bereikt en zelfs de woestijnen weer tot bloei weet te brengen. Maar zo liggen nu eenmaal de feiten. Indien echter het land binnen enkele jaren zich bereid toont met anderen op voet van gelijkheid te leven binnen de grenzen, deels uit sympathie, deels ook uit verdrongen schuldgevoelens, de mogelijkheid scheppen voor een redelijk goede ontwikkeling van een Joods-Arabische staat die dan in het noorden van Afrika en het zuiden van Azië een leidende rol kan gaan spelen.
Want het Westen en zelfs andere delen de wereld voelen voor een voortbestaan van Israël en zal bereid zijn alle middelen die nodig zijn om een voortbestaan mogelijk te maken ook aan dit land te schenken. Maar wanneer men alleen en desnoods tegen de gehele wereld zijn eigen droom tot werkelijkheid wil maken, zal men zelf de ondergang van deze joodse staat veroorzaken.
Voldoende? Besef dat de middelen van buitenaf steeds minder gaan vloeien, terwijl gelijktijdig de economische moeilijkheden in het land steeds groter worden. Dit betekent een proces dat voeren kan tot een toenemende reeks van gewelddadigheden ook tussen verschillende groepen van Joden. Terreur zal dan als vanzelf van beide zijden uit weer toenemen en zo ook de toevloed van nieuwe burgers beperken. Niet voldoende middelen, geen mogelijkheid om moderne wapens te kopen en gelijktijdig een groter aantal emigranten dan immigranten zou de ondergang van deze staat betekenen.
Zeker vele Joden zullen in dit gebied ook dan nog kunnen blijven wonen, ondanks alles. Ik geloof niet dat zij verdreven worden en in de zee gejaagd. Maar in dat geval zullen zij weer moeten leven onder een gezag dat uitgaat van een ander geloof en weinig respect heeft voor de geloofswaarden en wetten die nu het land beheersen. En dit zal zelfs de mildst denkende Jood bitter vallen. Maar zoals gezegd: onvermijdelijk zijn deze ontwikkelingen de eerste paar jaren nog niet.
Is het niet mogelijk dat de invloed van Aquarius ook de opvattingen van het Jodendom wat milder maakt?
Op lange termijn is dit denkbaar en zelfs zeer waarschijnlijk, ja, op de zeer lange duur volgens mij zelfs onvermijdelijk. Zoals ik u echter reeds eerder uitlegde zal de orthodoxie vooral bij degenen die het gezag en de macht hebben eerder nog toenemen in de eerste jaren dan afnemen. U kunt dit overigens zien in alle kerken en constateren bij alle staatkundige verhoudingen. Waarom zou het bij de Joden dan anders gaan? De mensen zijn meer en meer geneigd alles, desnoods de gehele wereld op te offeren om eigen voorrechten, macht en prestige te kunnen handhaven.
Het gezin is tegenwoordig de veel bevoordeelde basis van alle denken. Zou het niet beter zijn om elke mens gelijkelijk de ruimte te geven…
Men is ook nu volkomen bereid u als afzonderlijk persoon, wie en wat u ook bent, te aanvaarden binnen de boezem van de gemeenschap, mits u aan de zeer strikte opvattingen van die gemeenschap onderwerpt en uw steentje meer dan bijdraagt om haar in stand te houden. Dat kerk en staat het gezin als basis beschouwen, is overigens niet zo vreemd. De kerken zien kinderen als de basis van de toekomstige macht en ook staten redeneren ongeveer hetzelfde. Elke verhouding waarbij geen kinderen worden voortgebracht of waarbij de kinderen niet binnen het gezin opgroeien – en ze niet een strikt religieus en maatschappelijk gericht milieu vinden als basis voor hun ontwikkeling, is dus voor kerken en ook wel voor de staat eenvoudig niet te aanvaarden binnen het kader van het normale denken tenzij degene die niets voortbrengt op een andere wijze aan de grootheid, macht en het gezag van de kerk bijdraagt.
Eerst wanneer de kerken veranderd zijn van een geheel dat macht zoekt en leden in een meer geestelijk denkende en strevende groep zal ook de staat mogelijk iets minder nadruk leggen op het gezin, De eerste tijd lijken mij werkelijk ingrijpende wijzigingen in de zin waarop u doelt dan ook niet bereikbaar. Het spijt mij.
U sprak over de verwantschap tussen mens en God, de ontwikkeling van de mens in deze, enz. Wij leven nu in een rationele wereld enz. Bij de wetenschap is er in het heden geen plaats voor esoterie. Kan de mens nu God beter gaan ervaren door en een betere ontwikkeling van zijn psychische vermogens en veranderingen in de gemeenschap? Is dat een ander soort mens? Hoe moet ik dat zien. Speelt opleidingsniveau een rol?
U spreekt over de wetenschap. Deze heeft op zich zeker haar betekenis. Maar laat ons dan niet vergeten dat ook die wetenschap in feite een soort geloof is. Alleen is dit een vorm van geloof die schijnbaar zijn stellingen kan bewijzen door herhaalbaarheid van effecten. Maar waarbij de zekerheid niet bestaat ten aanzien van de verklaringen die men voor die effecten geeft of ten aanzien van de juistheid van de redeneringen waardoor men tot het veroorzaken van die effecten is gekomen. Met andere woorden: wetenschap is een geloof, dat zich in alle aspecten steeds weer zeer waarschijnlijk kan maken zonder dat het zeker is dat de stellingen enz. op de werkelijkheid berusten.
Ik wilde dit eerst even vastleggen, maar misschien is het u opgevallen dat er een tijd was, waarin op aarde het paranormale geheel aanvaard werd. In die dagen kwam het zelfs tot heksenvervolgingen omdat bepaalde paranormale effecten alleen binnen het kader en onder goedkeuring van de kerk getolereerd werden. Van daaruit zijn wij gekomen tot een visie waarbij men dit soort zaken steeds meer terzijde heeft geschoven als bijgeloof, zelfbedrog enz. Er waren ook toen natuurlijk wel paranormale verschijnselen, maar wanneer men daarvoor geen redelijke verklaring kon vinden, werden die glimlachend terzijde geschoven, want dat was natuurlijk alleen maar toeval en de rest was flauwekul. Nu zijn wij zover gekomen, dat een groot deel van die kul al wetenschap of tenminste doel van wetenschappelijk onderzoek is geworden. Wij krijgen te maken met zaken als de parapsychologie, die weliswaar verklaringen verzint voor effecten die constateerbaar en herhaalbaar zijn, maar waarbij de benadering verkeerd is en dus de theorieën geen hout hakken. Ook hier is men nu nog vaak bang zich aan koud water te branden bovendien, zodat men stellingname vermijdt. Toch kan gesteld worden, dat er nu sprake is van een wetenschappelijke benadering van vele verschijnselen die vroeger als hekserij of bijgeloof werden afgedaan. De techniek heeft zich de laatste tijd eveneens bezig gehouden met verschijnselen die dicht in de buurt van het paranormale komen. Denk dan niet alleen aan de pogingen van Rhine en hetgeen deze probeerde te bewijzen, maar ook aan zaken als de Kirlian fotografie en de laatste ontwikkeling, waarbij men een mogelijkheid heeft gevonden in de zgn. ruis van radiogolven of middels een eenvoudige oscillator die aangesloten is op een bandrecorder, een soort stemmen hoorbaar te maken, waarvan een deel herkenbaar en woorden verstaanbaar zijn. Dat kun je niet zomaar weg verklaren, ook al zal men mogelijk de herkenning van een dergelijke stem als behorende tot een zeer bepaald en overleden persoon op wetenschappelijke gronden voorlopig nog kunnen aanvechten. Er is dus een ommekeer gaande. Het onzichtbare krijgt meer en meer betekenis voor de wetenschap terwijl wij aan de andere kant zien dat de wetenschap de neiging heeft om, vooral wanneer zij komt op gebieden die niet meer direct lichamelijk kenbaar zijn, te ontwikkelen in de richting van de filosofie.
U zult mij deze feiten wel toe willen geven. Maar dan zeggen wij daarmee in feite, dat zelfs in de huidige ontwikkelingen en deze mens, een zich steeds meer bezighouden met en beleven van de zgn. paranormale verschijnselen verwacht kan worden. En dit vloeit zonder meer uit het voorgaande voort.
U spreekt over verwantschap met God. Of God met ons verwant is, weten wij natuurlijk niet. Het zou trouwens ook moeilijk vol te houden zijn, want wij weten niet werkelijk wat God is. Ik geloof dat wij pas realistisch kunnen streven, ook in esoterie en op geestelijk gebied, wanneer wij bereid zijn toe te geven dat wij bepaalde dingen absoluut niet weten. En één daarvan is het feit, dat wij niet weten, ja, zelfs niet redelijk kunnen vermoeden, wat God eigenlijk is, wat zich voor ons achter dit woord verbergt. Wij weten zelfs niet of het werkelijk een hij is of eerder een iets, want wij weten niets daaromtrent met zekerheid en kunnen ook niets daaromtrent – zelfs niet het bestaan – bewijzen.
Wel kunnen wij ervaren, dat er in ons iets bestaat, dat kennelijk zo nu en dan reageert op een grotere en niet kenbare macht die buiten ons schijnt te bestaan. Of dat dan de ziel van de zon is of de schepper van de gehele kosmos, heeft daarmee niets te maken.Wij ervaren het, zodat het voor ons bestaat. Verder blijkt dat vele belevingen in onszelf, die u als illusies of zelf geïnduceerde hallucinaties mogelijk terzijde kunt schuiven, wanneer je er niet zelf bij betrokken bent, toch feitelijke veranderingen tot stand brengen in bv. het menselijke lichaam, in de wereld buiten de dit belevende mens en zelfs in de mogelijkheden van die mens.
Dan komen wij op een punt waarop je niet meer kunt stellen dat de esoterie minder belangrijk wordt, maar waarbij de esoterie in feite in zeer vele gevallen de werkhypothesen gaat leveren voor een meer bewuste en ook zintuigelijk constateerbare reeks ontwikkelingen. Wanneer dit gebeurt verandert de mens niet, alleen zijn besef ondergaat een wijziging. Indien wij het gemiddelde besef – mentaal vermogen en psychisch vermogen – vergelijken van een mens uit bv. 1980 met dezelfde waarden van iemand van bv. 1480, dan valt ons op dat de moderne mens wel een veel meer omvattend wereldbeeld heeft. Dat hij een juister gevoel voor samenhangen bezit en daarbij meer dan zijn voorganger de kleine dingen over het hoofd ziet, maar een veel betere kijk heeft op de grote lijnen. Verder valt op, dat de moderne mens een groot aantal zaken als vanzelfsprekend beschouwt die eens voor de mens uit 1480 een wonder waren. Anders gezegd: een aantal wonderen is nu normaal geworden, maar er blijft ook nu nog menig mysterie. Is de mens echter door die verandering anders of mogelijk zelfs beter geworden? Ik vind niets waaruit ik dit onomstotelijk zou kunnen bewijzen. In het verleden waren er natuurlijk maar enkele mensen die staat waren hun innerlijke visie om te zetten in praktische beelden. Da Vinci is wel één van de meest overtuigende voorbeelden van deze mogelijkheid. Maar wanneer wij dergelijke uitzonderingen even buiten beschouwing laten en naar het gemiddelde zien, moeten wij constateren, dat de mens in al die tijd ongeveer gelijk is gebleven en dat dit eveneens geldt, wanneer wij rekening houdende met de kennis en ontwikkeling van mensen uit een duizenden jaren in het verleden liggende tijd vergelijken met de hedendaagse mens. Trouwens, er zijn nog steeds oorlogen, nog steeds zijn er mensen die menen geroepen te zijn om anderen te zeggen wat zij moeten doen en nog steeds wemelt het van mensen die spreken over vrijheid of liberalisme, maar daaronder kennelijk verstaan: Ik zorg voor mijzelf, God moet dan maar voor de anderen zorgen. Het wemelt ook in uw dagen nog steeds van de mensen, die wel streven naar macht, maar zonder dat zij de consequenties die daaruit voortvloeien ook voor zich geheel wensen te aanvaarden. Er is werkelijk niet zoveel veranderd. Maar wel leeft de mens van heden in een veel grotere en in vele verschijnselen beter begrepen wereld. Aannemende dat de huidige beschaving niet met één slag ten gronde gaat, moeten wij dan wel veronderstellen, zelfs op redelijke en logische gronden, dat deze zich verder zal voortzetten. Dat dus de mens een steeds groter en meeromvattend wereldbeeld zal verwerven, komt tot een als normaal aanvaarden van zaken die eens tot de esoterische geheimen hebben behoord, maar dat maakt de mens nog niet tot een ander wezen.
Wat het verleden betreft: een Chinese dichter, een zekere Li Po sprak in een van zijn betogen over de “warreling van de kleinste delen”. Wat men, gezien de totale inhoud, zelfs zou kunnen interpreteren als een besef van een kennis omtrent het bestaan van en zelfs de onderlinge reacties van atomen. Maar ja, dat doet men niet. Die man leefde zo lang geleden dat hij dit niet had kunnen weten. Zover zijn wij pas gekomen, nietwaar? Toch blijft het vreemd. En er zijn wel meer van die dingen te vinden. In het verleden treffen wij steeds weer mensen aan, die kennelijk een visie bezitten die de toen bestaande wetenschappelijke mogelijkheden verre te boven ging. Dit ofschoon die visie, bezien in het kader van het nu bekende, mogelijk wat vreemd geformuleerd was, maar toch redelijk juist schijnt te zijn.
Ook in deze dagen zullen er dergelijke mensen bestaan. Maar die mensen die als het ware op de ontwikkeling van de menselijke kennis vooruitlopen, duiden toch zaken aan, die eens voor alle mensen bereikbaar zullen worden. Hetgeen impliceert dat voor een nieuwe era de mens niet noodzakelijkerwijze een ander wezen behoeft te worden. Wel zal de mens wanneer een nieuwe kennis en besef ontstaan, onder de invloed daarvan zijn eigen gedragswaarden gaan veranderen. Maar hij blijft zichzelf. Hij blijft, zoals alle mensen voor hem, ook in contact met God, met het onbekende. Alleen de betekenis van die God wordt voor hem een andere.
God wordt een sturende factor in overzienbare ontwikkelingen, terwijl hij eens werd gezien als de bepaler van het noodlot, het onvoorzienbare. Beleeft die mens deze God nu innerlijk – en dit zien wij in de esoterie en de mystiek steeds weer voorkomen – dan is het niet belangrijk hoe hij die God omschrijft. Het is alleen belangrijk dat hij daarin voor zich mogelijkheden erkent en overziet, die hij naar buiten toe kan uiten en waardoor hij meer invloed krijgt op zijn omgeving of anders en gemakkelijker, bewuster ook, kan gaan leven. Het lijkt mij niet aanvaardbaar dat aan deze ontwikkelingen opeens een einde zou komen en dus moet ik wel aannemen dat de mens niet “anders” wordt, maar dat wel zijn wereldbeeld en mogelijk ik-beeld veranderingen zullen ondergaan.
Er zijn ongeveer 7000 geregistreerde psychotherapieën. Soms maakt men daarbij gebruik van hypnose, soms ook om terug te gaan tot vorige incarnaties. Welke negatieve en positieve effecten verwacht u bij het gebruiken van hypnose?
Het positieve effect is wel, dat je een zeer sterke illusie kan scheppen waardoor de problemen van een mens hanteerbaar worden. De problemen veranderen wel niet, maar de mens kan zich gedragen alsof zij opeens minder belangrijk werden en zal hierdoor in zijn relaties met de buitenwereld, de betekenis van de problemen inderdaad minder belangrijk en beheersend maken. Hij leeft hierdoor minder krampachtig en krijgt een betere mogelijkheid, met zijn problemen af te rekenen. Alles onder voorbehoud dat de suggestie aangepast en de hypnose geheel geslaagd is.
Een nadeel kan zijn, dat degene die de hypnose oplegt een beeld geeft dat een mens weliswaar tot vrede met een aanpassing aan zijn wereld brengt, maar gelijktijdig in strijd is met een deel van de persoon en zo een beleven voortbrengt, dat zich aan alle verwachtingen en bedoelingen onttrekt. In andere gevallen slaagt men wel, maar schept men een dermate sterke illusiewereld, dat elk contact met de werkelijkheid voor de patiënt na het verflauwen van de suggestie een schok wordt. In dergelijke gevallen verplaatst men dus de psychische moeilijkheden van het ene punt naar het andere, maar lost men niets werkelijk op.
Het onder hypnose teruggaan tot voor de geboorte kan in enkele gevallen belangrijk zijn, omdat in de prenatale periode bepaalde psychische schokken kunnen ontstaan die verdrongen blijven, maar wel op het gedrag later een sterke invloed kunnen uitoefenen. Kan men de patiënt hiervan bewust maken, dan zal hij waarschijnlijk zijn gedrag beter kunnen beheersen en overzien.
Teruggaan naar vroegere incarnaties heeft minder zin. Wanneer de mensen hun vroegere levens leren kennen, is er een neiging, zich daarop steeds weer te beroepen, terwijl men met de huidige middelen en mogelijkheden wel degelijk ook een oplossing gevonden zou hebben. Vergeet niet dat het huidige ik, althans in geestelijke zin, het product is van alle voorgaande levensfasen, inclusief incarnaties. De resultaten zijn natuurlijk interessant, maar de vraag is of alle gegevens inderdaad geheel juist zijn. Ik heb nog nooit iemand AM radio horen ontvangen op een FM ontvanger. Het schijnt wel mogelijk te zijn maar dan te voeren tot enorme vervormingen. Voor de patiënt lijkt het mij niet goed een band te scheppen met een verleden dat voor het ik afgelopen is en zal in vele gevallen volgens mij een beperking vormen voor een juist gebruik van de mogelijkheden die men in het heden bezit.
Langdurige hypnotische behandelingen plegen een sterke afhankelijkheid van de hypnotiseur te veroorzaken. Ik zou dus hypnose in behandelingen aanvaardbaar achten mits zij niet van te lange duur zijn en vooral het opheffen van tijdelijke onredelijkheid ten doel heeft.
Alle poging om het wereldbeeld van een patiënt langs deze weg te wijzigen, lijkt mij onaanvaardbaar. Ten hoogste kan men hypnose gebruiken om het heden tijdelijk meer draaglijk te maken. Teruggaan in het verleden verder dan het huidige lichamelijke leven is volgens mij een bron van vele illusies die voor de patiënt schadelijk kunnen zijn.
Gebruik van hypnose voor bv. pijnonderdrukking tijdens behandelingen, kleine operaties, acht ik gunstig. Wat verdere behandelingen betreft: hypnose is een psychisch effect. We weten dat wij middels psychische reacties het lichaam inderdaad vaak sterk kunnen beïnvloeden, maar wij weten ook, dat een dergelijke beïnvloeding nooit eenzijdig, maar altijd wederkerig is. Alleen om een lichamelijk euvel te verhelpen, kan dus hypnose voor een kort ogenblik goed zijn. In een psychosomatisch geval kan men natuurlijk wel proberen de lichamelijke kwaal middels hypnose weg te nemen, maar gelijktijdig zal men een ander wereldbeeld scheppen, dat niet onbeperkt kan blijven bestaan zonder wederom lichamelijke invloeden te veroorzaken. Een verschuiving van lichamelijke verstoring wordt dan wel bereikt, maar geen genezing. Daarom dient men te volstaan met een suggestie waardoor de kwaal minder hinderlijk wordt, terwijl men gelijktijdig en zoveel mogelijk middels natuurlijke middelen, het lichaam van geneesmiddelen voorziet. Psychosomatica zou moeten bestaan uit een zo goed en zoveel mogelijk met natuurlijke middelen behandelen van het lichaam, terwijl men gelijktijdig probeert de psychische spanningen tot oplossing te brengen, zeker wanneer kan worden aangenomen dat zij de fout of mede de fout hebben veroorzaakt. De psychische behandeling zal erop gericht zijn, het lichaam snel door medicatie te doen genezen. Daarna zal de patiënt echter wederom met de feiten van het leven geconfronteerd moeten worden en kan een hypnotische verdere behandeling gemeenlijk eerder schaden dan baten.
Hoe definieert u natuurlijke middelen?
Waar mogelijk zal de voorkeur moeten worden gegeven aan het gebruik van kruiden boven chemische preparaten of geneesmiddelen, die zgn. de werkzame bestanddelen van natuurlijke bevatten. In het merendeel van de gevallen kan bovendien een voorkeur worden uitgedrukt voor sporen-therapie boven volledige behandeling met chemicaliën of krachtige geneesmiddelen. Ik geef de voorkeur aan een rustkuur boven een directe ingreep in het lichaam, Wanneer bv. iemand een ontstoken appendix heeft, is men geneigd te zeggen: er uit dat ding, het is toch nergens goed voor. Maar met ijszakken en enkele dagen rust kan de zaak ook zonder operatie genezen.
Natuurlijke middelen betekent voor mij dan ook, die middelen waarbij men het lichaam zoveel mogelijk zelf het werk laat doen. Wanneer men al sterkere middelen moet hanteren, geef de voorkeur aan natuurlijke middelen wanneer mogelijk en steeds het gehele kruid en niet alleen werkzame stoffen – er zijn nl. in het kruid niet direct werkzame stoffen aanwezig, die het effect verbeteren en de verwerking door het lichaam vereenvoudigen.
Wat denkt u van magnetiseren, gebedsgenezing?
Zij is mogelijk zowel door eigen krachten van de genezer, de krachten aanwezig in een op het gebeuren geconcentreerd aantal mensen, als door medewerking vanuit onze werelden of sferen.
Werkte Jezus zo?
Volgens mij wel. Hij bracht grote genezingen tot stand, maar koos wel altijd zijn patiënten zelf uit. Bv. aan de poel waar de engel het water beroerde, waren velen die niet in staat waren tijdig het water te bereiken, waarin dan de eerste genezen heette te worden. Hij koos slechts één van hen uit en wel degene, die met zijn krachten het meest harmonisch was.
Wat de verdere verhalen over zijn genezingen betreft: schijndood is in deze tijd bekend, toen nog niet. Vele verhalen daarover zijn kennelijk niet geheel juist verteld, mogelijk uit propaganda overwegingen. Er is geen overtuigend en historisch bewijs voor deze genezingen, zelfs niet voor een historisch bestaan. Alleen het feit, dat er een sekte van zgn. Nazareners was, kunnen wij aantonen uit de geschriften van Flavius Josephus.
In de apocriefe evangeliën zijn enkele punten die erop wijzen dat Jezus bij alle genezingen uitging van gezond verstand en harmonie. Maar ook deze evangeliën waren in feite propagandageschriften die met een ander doel dan het weergeven van een zuiver historische waarheid werden geschreven. De 4 nu erkende evangeliën werden uit een veelheid uitgekozen door een zgn. wonder dat meer aan goochelarij doet denken dan aan een werkelijk bovennatuurlijke ingreep. Ten laatste: dergelijke zaken kwamen in Jezus tijd veel voor. Indien men de evangeliën aanvaardt, zo blijkt dit uit de klacht van de apostelen tot Jezus toen zij werden uitgezonden om duivelen uit te drijven en zieken te genezen in Jezus’ naam en de naam des Vaders. Zij klaagden immers, dat anderen dit eveneens deden met gevolg. Uit Romeinse geschriften kan men ontlenen, dat er in dit land en het gehele oosten vele wonderdoeners rond plachten rond te gaan die o.m. genazen en profeteerden. De apostelen, zoals blijkt uit de brieven en de handelingen, genazen eveneens selectief. Dit zal ook op de van huidige gebedsgenezers, althans wat hun successen betreft, van toepassing zijn.
In de Bijbel wordt gezegd dat de kerk geleid wordt door de H. Geest.
Dit staat in brieven en handelingen, niet in de Bijbel en niet letterlijk in de evangeliën. De echte Bijbel is overigens het oude testament, dat met het christendom niet veel te maken had tot het geïntroduceerd werd door fervente Judaisten die christen werden zoals Paulus. Men wilde zelfs dat men aleer men christen kon worden eerst Jood zou worden en zich dan ook zou laten besnijden. Voor de christenen wordt het Oude Testament eerst deel van de leer rond 20 jaren na Jezus dood.
De H. Geest komt overigens ook eerst op de voorgrond rond 120 jaren na Jezus dood. De vurige tongen, die op de apostelen zouden zijn neergedaald tijdens het eerste pinksterfeest worden bv. in de oorspronkelijke geschriften niet nadrukkelijk aan de H. Geest toegeschreven maar vermeld als de adem Gods, elders als een zegel Gods. Wat iets anders is dan de H. Geest als een soort afzonderlijke persoonlijkheid.
Het drievuldigheid is volgens mij eerst later en uit een Griekse, dus aan de eerste christenen zelfs wezensvreemde godsvoorstelling ontstaan. Afrikaanse kerkvaders verzetten zich tegen het denkbeeld, dat God meer persoonlijkheden zou hebben en stellen dan ook, dat Jezus een mens is, waardoor God zelf tot de mensheid spreekt. Zij werden rond 320 n. Chr. daarom uitgesloten uit de kerk. Een dergelijke voorstelling vinden wij trouwens ook elders, zoals bij de manicheeën. Enig bewijs is niet te leveren voor het al dan niet juist zijn van deze stelling, maar wie de daden van de christenen beziet zal betwijfelen, dat hun kerk geleid wordt door een H. Geest. Hopelijk is dit voldoende. U moogt voor mij geloven zoals u wilt, maar enig bewijs is niet te leveren. Het feit dat men als bewijs meestal het geschrift zelf aanvoert waarin dergelijke dingen zijn gesteld, doet de vraag rijzen, of dit nog wel redelijk genoemd kan worden. Ik kan niet bewijzen dat iets wat ik zeg waar is door erop te wijzen dat ikzelf dit immers gezegd heb.
En hiermee beëindig ik mijn bijdrage.
