De onbekende kracht

image_pdf

11 juli 1980

U weet het: wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dus moet u zelf nadenken over al wat besproken wordt. Ons onderwerp: De onbekende kracht.

Wanneer wij spreken over al wat er op aarde gebeurt, ons bezighouden met het noodlot en al die andere zaken, zo aanvaarden wij de aanwezigheid van een onbekende kracht. Wanneer wij het hebben over God, hebben wij het in feite over een onbekende kracht, maar eveneens wanneer wij spreken over geweten en dergelijke zaken. Wij leven in feite op een klein eiland te midden van het onbekende en de energieën die ons vanuit het onbekende bereiken, worden door ons beleefd. Wij werken er zelfs wel mee, maar zij zijn en blijven voor ons raadselen.

Wanneer ik, om een voorbeeld te geven, denk aan de laatste Wessac-bijeenkomst, dan herinner ik mij dat ik daar minstens 20 verschillende kleuren van lichtbundels meende te zien. Sommige van die bundels liepen rechtlijnig, andere hadden andere vormen zoals spiralen. Al deze krachten komen, zoals u mogelijk weet, in een enkel brandpunt samen. Dit zijn de verbeeldingen van kosmische krachten vanuit de ruimte die op aarde zullen aankomen en daar zeker ook het beleven en gedrag van de mensen mede zullen gaan beïnvloeden.

Je vraagt je wel eens af waar dat alles vandaan komt. Want je kunt het alles wel heel fraai benoemen en er namen aan geven. Onder ons zeggen wij dat deze kracht uit de kern van het melkwegstelsel komt, gene kracht eerder een harmonische reflex vanuit een ander melkwegstelsel moet zijn, terwijl de derde kracht weer behoort tot een lichte sfeer en de volgende twee kleuren invloeden weergeven die uit een meer duistere sfeer stammen.

Schijnbaar deskundig praten wij door. Maar weten wij dit alles ook werkelijk en zeker? Wanneer wij eerlijk zijn, zullen wij eerder moeten toegeven te maken te hebben met het onbekende. Wij hebben te maken met zaken die voor ons kenbare en controleerbare gevolgen hebben, maar waarvan wij niet weten, waar zij in feite vandaan komen. Dat wil niet zeggen dat geen conclusies mogelijk zijn. Wanneer ik het resultaat van de Wessac bezie, zo staat het voor mij wel vast, dat er nog heel wat grote veranderingen zullen komen in het nu lopende zonnejaar. Grote spanningen zijn onvermijdelijk. De mensen zullen nog wel meer tegen elkander verdeeld geraken dan nu reeds het geval  is. Geweld zal overal losbarsten en ook de natuur zal zich niet onbetuigd laten. Maar wanneer ik dit zo zeg, zo weet ik wel dat ik gelijk zal krijgen. Want uit de wijze waarop de verschillende krachten optraden, is dit zonder meer af te lezen. Maar hoe het komt dat juist dit door die kleuren en lichten wordt aangeduid, weet ik in feite niet.

Ik zie dan de plechtige bijeenkomst van de broeders in de raad van de Witte Broederschap en het Verborgen Priesterrijk. Zij zitten naar dit alles dan deftig te kijken en spreken naderhand over ontwikkelingsmogelijkheden hieraan verbonden en de bewustwordings- en inwijdingsgangen die eruit voortkomen. Maar al eer ik hun deskundigheid zeer, toch spreken zij volgens mij altijd en alleen maar over gevolgen en niet over oorzaken. Wat mij dan weer terugbrengt tot de stelling, dat wij allen steeds weer te maken hebben met het onbekende, met dingen die wij niet werkelijk kunnen weten en werkingen waarvan de gevolgen wel bekend zijn, maar de oorzaken nog steeds duister en verborgen blijven.

In het leven moet je je vasthouden aan de werkelijkheid die je beleeft. Een mens die niet redelijk leeft, is over het algemeen maar een dwaas, want de rede heb je nu eenmaal nodig. Het is het werktuig waardoor je je onder alle omstandigheden toch weer kunt oriënteren, erkennen en besef hebben van het bestaande, waardoor het je bovendien mogelijk is allerhande vermoedens uit te spreken en op grond van verwachtingen zo nodig voorzorgen kunt treffen e.d. De rede is hard nodig. Wij hebben natuurlijk wel onze emoties, maar u zult wel weten dat de onbeheerste emotie de grootst mogelijke vervalser van de rede en de werkelijkheid is.

Zeker, met onze gevoelens kunnen wij bepaalde zaken aanvoelen en voorzien. Maar waar komt dat vandaan? Hoe ontstaat dit en waarom? Wij weten het ondanks alle verklaringen, die wij er voor plegen te verzinnen eenvoudigweg niet. Zoals wij hier allen bijeen zijn, zullen wij ongetwijfeld streven naar ontwikkeling en bewustwording. Hoe komt het eigenlijk dat u dit zo belangrijk vindt? Waarom voelt u dit zo aan? En praat mij nu niet op de gebruikelijke wijze van hoger worden en bestemming. Dit immers zijn woorden die wij gebruiken, verklaringen die op niets wat bewijsbaar is, berusten. Maar toch schuilt in ons kennelijk de behoefte op een bepaalde wijze te leven en te streven. Hoe komt dat?

Vertel mij nu niet, dat deze drang uit uw samenleving voortkomt. Want in die samenleving ben je er in deze dagen veel beter aan toe wanneer je een grote nul bent met een heel grote mond. Dan krijg je heel wat meer en word je heel wat beter erkend dan wanneer je de meest verlichte mens bent met het meest lichtende bewustzijn. Vergeef mij die laatste opmerking. Maar in feite is zij juist.

Laat ons eens nagaan, wat er de laatste tijd alzo gebeurd is. Men veroordeelt steeds weer het verleden. Dat was slecht. In Zuid-Afrika en vele andere Afrikaanse landen oordeelt men nog steeds over de keizer Chaka als een wreed en al te strijdlustig heerser. Zelfs vele naturellen menen dat het toch maar goed is, dat zij dit verleden eindelijk overwonnen hebben. Maar dan schijnen zij alle daden van Idi Amin Dada te vergeten en alle daden die zijzelf steeds weer tegenover anderen stellen, niet te beseffen. Men kan zeggen dat dit nu eenmaal de aard, het lot is van vele Afrikaanse volkeren. Maar waarom gebeurt het? Waarom gaat het steeds weer zo en niet anders?

Ik hoor de mensen zeggen dat een Hitler maar een enkele keer voorkomt in de geschiedenis. Maar kijk even naar de feiten. Zijn praktijken worden in gewijzigde vorm nog steeds gebruikt en overal lopen kleine Hitlertjes in pocketformaat rond. En al die mensen worden toch op de een of andere wijze gedreven tot juist deze benadering van het leven? Zij willen zich duidelijk maken, willen meer zijn. Mogelijk. En u zult dit veroordelen.

Maar wanneer u streeft naar geestelijke bewustwording, wat is dan uw drijfveer? Vaak lijkt die op een dergelijke droom: men ziet zichzelf als de hogere, de ingewijde die zegenend rondgaat tussen alle minderwaardige mensen, die men langzaam wil optrekken tot ook zij in het licht leven.

Wanneer je drijfveren zoekt, zal je de uiteindelijke redenen niet zo gemakkelijk kunnen erkennen en vele onbekende waarden en krachten worden voor een onbevooroordeeld beschouwer in dit alles kenbaar. Maar wanneer je de gevolgen ziet bij degenen die bewustzijn zoeken en willen verbreiden, voel je je maar al te vaak verdoold in het spookhuis van de geest. Wanneer wij onszelf eerlijk bezien, dan weten wij niet werkelijk waarom wij bepaalde drijfveren kennen en bepaalde behoeften koesteren. Wel weten wij dat in ons een alles beheersende behoefte bestaat om onszelf duidelijker te profileren, om alles wat wij zijn in de wereld duidelijker te maken.

De mens brengt grote offers, alleen maar om zich in de wereld te doen kennen zoals hij volgens eigen ik en dromen is. Want de doorsnee mens wil liever gekend worden voor hetgeen hij zou willen zijn dan voor hetgeen hij wezenlijk weet te zijn. Dat moet ergens vandaan komen. Aan de basis van dit alles ligt bij nader beschouwing een onbekende kracht die ons voortjaagt langs een levenspad dat wij niet helemaal begrijpen.

Zeker, wij hebben onze termen en verklaringen. Wij zeggen bv. dat wij leven in een eeuw van vooruitgang. Maar wij zien over het hoofd dat voor velen die vooruitgang neerkomt op een niet meer gebruiken van de hersenen, omdat je gemakkelijker gebruik kunt maken van microchips en men vergeet daarbij helemaal dat iemand zich maar behoeft te vergissen in de zak met chips om u opeens hulpeloos en zonder bruikbare hersenen achter te laten.

Het lijkt misschien mooi, maar in feite is het alles zo mooi en goed nog niet. Uw vooruitgang betekent een wereld, die steeds ingewikkelder wordt, een wereld waarin steeds meer zekerheden voor steeds meer minderheden kunnen worden geschapen, maar waarbij het steeds weer gaat om groepen, om bepaalde uiterlijkheden. Waar blijft dan de werkelijke mens?

O ja, wij hebben het gevoel dat wij vooruitgang boeken wanneer wij dergelijke “zekerheden” scheppen. Maar het is geen kwestie van werkelijkheid, redelijkheid of realisme. Daarvoor zijn die zekerheden te zeer afhankelijk van veronderstellingen – die steeds weer door de feiten worden gelogenstraft. En wanneer je je afvraagt, waarom de mensen dan toch zo zeer die op zich niet al te vruchtbare richting blijven voortgaan, zo blijkt dat de basis ervan een kwestie is van gevoelens en een behoefte aan meerwaardigheid die steeds minder tot uiting komt.

Wanneer landen met hun ontwikkelingshulp pronken, zo doen zij dit heus niet alleen om al die arme mensen elders te helpen. Dan zijn de drijfveren hiertoe bij sommigen mogelijk egoïstisch en praktisch, maar de meerderheid streeft dergelijke zaken na om zich meerderwaardig te kunnen voelen. Want zij kunnen immers anderen geven wat die zelf niet hebben en kunnen bereiken?

Iets dergelijks speelt een rol bij het “geweten”. Ook al zal de wijze waarop dit geweten zich manifesteert in de loop van de tijd grote veranderingen ondergaan. Eens waren de mensen in grote gewetensnood wanneer zij zich op een zondag zozeer hadden verslapen dat zij zelfs de hoogmis niet meer konden bijwonen. In deze dagen voelen even vrome mensen het niet eens meer als iets wat henzelf aangaat, wanneer blijkt dat een aantal mensen werden doodgedrukt door of mede door eigen opdringen, toen zij pausje kwamen kijken.

Normen veranderen, maar het geweten blijkt toch niet alleen maar een product te zijn van dressuur. Er is kennelijk bij de mens weer sprake van een niet geheel zuiver te formuleren behoefte om te beantwoorden aan het onbekende. Toch weten wij niet werkelijk, wat geestelijk en menselijk het meest juiste is. Al roepen sommigen dat zij het wel degelijk weten, want het staat immers geschreven? Maar wanneer u zich erop beroept dat iets gedrukt staat, wil ik u er toch wel even aan herinneren dat de grootste leugens vaak het eerst en het uitvoerigst geschreven of gedrukt worden. En de verbreiding van dergelijke onwaarheden heeft een hoogtepunt gevonden in deze dagen dankzij de uitvinding van Gutenberg – o, pardon, in uw land krijgt Laurens Janszzoon Koster de schuld. Typisch Nederlands: de koster moet het uitvinden want de dominee of pastoor heeft het te druk met het bedenken van de zaken, die later bij voorkeur gedrukt worden.

Maar hoe ver je ook in de tijd terug probeert te gaan, altijd weer blijkt dat de mens druk bezig is met voor zich bepaalde dingen te verzinnen en op grond van die verzinsels voor zich en anderen leefregels op te stellen. Waarom zoeken wij toch zozeer naar die leefregels. Welke onbekende kracht in ons wezen is voortdurend drang op ons aan het uitoefenen en brengt ons er steeds weer toe te willen leven op een bepaalde wijze en niet anders? Hoe komt het dat wij, zelfs indien wij de zinloosheid van vele regels beseffen, ons toch onbehagelijk gevoelen wanneer wij van dit gebaande pad der gewoonten afwijken?

Een van de antwoorden luidt natuurlijk dat dit een van de uitingen van het menselijke kudde-instinct is. Maar wanneer de mensen een kudde zijn, is het wel verwonderlijk dat zij hun ras in stand houden terwijl de kudde steeds weer zo tegen zichzelf verdeeld is als bij mensen gebruikelijk pleegt te zijn. Dat de mens toch nog verder bestaat na alles wat hij anderen heeft aangedaan en zichzelf heeft opgelegd, is voor mij een mirakel. Wanneer wij echter zien, hoeveel voor ons onvermijdelijk is, zo lijkt het mij niet onaannemelijk wanneer ik stel dat een groot deel van onze levensweg voor ons bepaald wordt door het onbekende.

Wij kunnen vele theorieën ontwerpen die met de ons bekende feiten schijnen te stroken en ons uitgangspunt mede bevestigen. Dan kunnen wij stellen dat het geweten de goddelijke wil is die in ons tot uiting komt. Maar wanneer wij eerlijk zijn en verder gaan dan de theorie toelaat, valt er steeds weer een stukje af. Dan blijkt ons geweten mede gevormd te worden door het onderwijs dat wij genoten, terwijl andere delen daarvan ons kennelijk zijn opgelegd door onze ouders of  grootouders. Wanneer wij zoeken naar regels, die ons niet door menselijke waarden en invloeden uit onze eigen wereld zijn opgelegd, zo blijft er maar heel weinig over. Alleen een behoefte in feite om aan onszelf te beantwoorden terwijl wij ons eigen ego niet eens goed kennen.

Ik meen alle redenen van de wereld te bezitten om te stellen dat het onbekende in en rond ons overal werkzaam is. Maar misschien kunnen wij ooit van dit onbekende althans iets meer leren beseffen en mogelijk zelfs iets daaromtrent leren kennen. Dit lijkt mij mogelijk wanneer wij steeds weer zien hoe die onbekende kracht bepaalde veranderingen afdwingt en tot stand brengt. Ook dan hebben wij nog te maken met een vergelijking met vele onbekenden, maar wij kunnen in ieder geval tot een iets verder gaande conclusie ten aanzien van dit onbekende komen. En tenzij u dit alles al erg vervelend vindt en beschouwt als geklets, wil ik een poging in die richting wagen. U hebt de gelegenheid tot inspraak hiermee gehad en zoals dat hoort bij zaken als de veel gevraagde en geroemde inspraak, ga ik nu rustig op de ingeslagen weg verder, onverschillig of u nu nog iets zegt dan wel niet.

Ik stel dat de werkelijke kracht waardoor wij bewogen worden, een complex moet zijn dat is samengesteld uit het geheel van alle krachten en waarden, dus alles bijeen. Ik stel verder dat ons wezen in die kosmos een bepaalde plaats inneemt. Ik wil ons geplaatst zijn in het geheel vergelijken met de plaats van een snaar in een piano. Wij horen toevallig bij de g-snaar thuis in het middelste octaaf. Wij trillen mee met elke aanslag elders, maar in zeer verschillende mate. Ook wijzelf worden soms beroerd en veroorzaken dan weer reacties in alle andere snaren. Ik stel dat die beroering plaatsvindt door de onbekende speler. Het feit dat wij reageren, hangt niet van onze vrije wil af, maar wordt veroorzaakt door de met ons harmonische snaren die elders in beroering worden gebracht. Stel u maar voor dat de kosmos een piano is en dat God de pianist is. Als snaar weet je niet wat de speler speelt, of het Wagner, Beethoven Chopin of desnoods boogie woogie is. Wel weet je, dat je soms tegen wil en dank moet resoneren en kun je leren beseffen dat de plaats waarop je je bevindt meebepaald op welke invloeden elders men resoneren moet.

Het is de plaats waarop ik mij in het geheel van de schepping bevindt die uitmaakt op welke invloeden, op welke delen van de gehele kracht ik zal reageren. Mogelijk brengt ons dit het onbekende toch iets nader. Wij kunnen nu constateren dat alles door het onbekende beheerst wordt, maar dat de  wijze waarop ikzelf daarmee te maken heb en daardoor beheerst wordt afhankelijk is van de plaats die ik te midden van het geheel inneem. Zoals duidelijk wordt dat alle invloeden die onverklaarbaar in mij aanwezig zijn het gevolg moeten zijn van trillingen die elders ontstaan zijn, ook al weet ik niet precies waar of hoe.

Kunt u mij nog volgen? Dan stel ik: als ik harmonisch ben met een impuls betekent het dat iets van de invloed of in harmonie met de invloed, in mijzelf aanwezig moet zijn. Dat deel dat mij uit de kosmos beroert, is dus mede dat deel wat ik gemeen heb met de kosmos als geheel en de onbekende kracht, die daarin werkzaam is.

Wanneer ik nu nog eens kijk naar de kosmische uitstralingen van de laatste tijd wordt meer begrijpelijk. Ik zal geen gewetensonderzoek van u eisen, maar wil u enkele vragen ter verheldering voorleggen. Hebt u de laatste tijd ook met van die eigenaardige toevalligheden te maken gehad? En hebt u ook meer dingen dan normaal is voor u uit uw handen laten vallen? Hebt u zich enkele malen danig vergist en bv. een vreemdeling voor een vriend gehouden en aangesproken en dat soort zaken? Vreemd eigenlijk. Anders gebeurt u dat toch niet zo vaak. Maar wanneer ik nu zie naar de kosmische inwerkingen zoals wij die in hun geheel op de Wessac bijeenkomst bezien, dan blijkt dat er toevallig de laatste dagen wel een sterke rode invloed met witte neveninvloed werkzaam is.

Wij weten dan nog steeds niet wat de feitelijke bron is van die stralingen. Wij kunnen zelfs niet aantonen dat zij werkelijk bestaan. Maar wanneer ons constateren van die werkingen steeds weer samenvalt met bepaalde gebeurtenissen op aarde, mogen wij als werkhypothese stellen dat hier sprake is van invloeden vanuit de kosmos waardoor de menselijke reactie ten dele wordt beïnvloed of veranderd.

Ter verduidelijking: invloeden die wij rood noemen, beïnvloeden vooral de menselijke emoties nogal sterk en tasten de beheersing van bepaalde menselijke functies soms ook aan, witte invloeden zijn invloeden die tegenstellingen meer kenbaar maken en verscherpen. Dankzij deze invloeden, die ik kon constateren, ben ik ervan overtuigd dat in de laatste 14 dagen bijna eenieder die hier aanwezig is een plotseling en onverwacht gebeuren heeft meegemaakt. Vaak betreft het iets waar u wel rekening mee hield, maar niet op de wijze waarop het kenbaar werd. Net of alles een klein beetje scheefloopt en daardoor toch u voor verrassingen zet.

Wat zou betekenen dat deze niet bewijsbare invloeden wel degelijk iets in de mens veranderen. Want wanneer die invloed weer wegvalt, wat over rond 7 à 8 dagen het geval is, breekt u opeens geen kopjes meer, ziet u opeens de feiten weer scherper, worden uw verwachtingen minder beschaamd en haalt u ook opeens zelf minder stommiteiten uit. U zult zich zelfs weer opeens beter voelen dan nu. Dat alles hangt met deze rood-witte invloeden samen. Er is een samenhang tussen het theoretisch gestelde en feiten aantoonbaar. De onbekende kracht heeft schijnbaar voor de mensen in dit deel van de wereld een resonantie die wat atonaal aandoet, waardoor het is of niets meer geheel klopt.

Mogelijk wordt het beeld u nog duidelijker, wanneer ik u vertel wat er volgens mij verwacht kan worden wanneer enkele van de invloeden die wij tijdens de Wessac hebben afgelezen, werkzaam worden. Er waren daar enkele kurkentrekkers van giftig groen zichtbaar. Wanneer deze invloeden op aarde werkzaam worden o.a. begin september en eind februari, zal men ontdekken dat vele mensen opeens zeer driftig worden, onbeheerst reageren en uitgaan van theorieën die niets meer met de feiten te maken hebben. Dat is zeker de laatste tijd al wel meer voorgekomen, maar niet zo algemeen en intens. Uit het geheel kan volgens mij worden afgeleid, dat dit ook op meer algemeen vlak een rol zal spelen en daardoor in de genoemde perioden ongewoon vaak en sterk zal voorkomen, hetgeen zelfs voor mensen die er zelf mede door getroffen worden duidelijk constateerbaar zal zijn. Gevoelens spelen hierbij de hoofdrol.

Stel even dat dit alles waar en bewezen is. Dan volgt hieruit dat uw eigen gedrag, gevoelsleven en beleven mede wordt gedicteerd door een kracht die van buitenaf u bepaalt. En wat nog vreemder is: U zult bemerken dat hetgeen u uw geweten pleegt te noemen, hierdoor eveneens veranderingen ondergaat. Je zou kunnen zeggen dat de onbekende kracht in zekere mate ons manipuleert. Voor u is het dan wel zeker dat uw gewetensnood niet alleen door uw eigen daden ontstaat, maar mede wordt bepaald door invloeden van buiten. Wat inhoudt dat uw geweten geen vaste waarde en uw waarheid geen vaste waarheid is.

Het betekent dat alles voortdurend in betekenis voor u kan verschuiven en veranderen. Indien u God gelooft, zult u die onbekende kracht als deel van zijn ingrijpen beschouwen. Herinner u dan dat diezelfde God een vaste wereld met schijnbaar vaste waarden heeft geschapen. Denk maar dat het onbekende uw aarde heeft laten ontstaan met alles wat erop leeft. Het is eens begonnen met half eiwitten. Beestjes waren een volgende trap, weekdieren, gewervelde dieren, de mens, zijn delen van één van de ontwikkelingstrappen die buiten alle mogelijkheid van stoffelijke wil en ingrijpen tot stand kwam. Dan kunt u mogelijk eerder aannemen dat wij worden gestuurd door ons leven, zoals de gehele ontwikkeling op aarde gestuurd werd in een bepaalde richting. En de fase waarin wij onszelf bevinden wordt mede bepaald door het onbekende.

Juist omdat wij ons bevinden in een gehele reeks van invloeden die wij niet kunnen beheersen, dienen wij te zoeken naar dat ene punt waarmee wij zelf wel iets kunnen gaan doen: de rede. De rede is beperkt. De mogelijkheden van onze rede zijn zeer beperkt. Ongetwijfeld is dit waar. De rede is vaak in tegenspraak met onze gevoelens en ons geweten. Zeker, dat staat wel vast. Maar die rede is het enige wat wij bewust kunnen baseren op waarden die controleerbaar buiten ons bestaan. Het proces van onze rede zal wel grotendeels worden veroorzaakt door waarden die eveneens buiten ons bestaan, maar toch is en blijft die rede het enige werktuig dat wij kunnen hanteren, terwijl wij buiten ons steeds weer kunnen controleren of hetgeen wij met die rede doen, ook klopt. Met de rede bouwen wij onszelf dus een hanteerbare waarheid op, hoe beperkt deze ook verder moge zijn.

Het is deze waarde en waarheid die wij kunnen gebruiken om al die andere inwerkingen die ons treffen althans enigszins te kanaliseren. Wij kunnen dan beseffen: ons geweten speelt vandaag wel heel erg op, maar dat kan ook aan een kosmische invloed liggen. Indien ik echter naar de feiten zie, dan blijkt mij dat ik ondanks dat toch op deze wijze verder zal moeten reageren, omdat dit voor mij de meest juiste wijze is.

Je kunt het gevoel hebben dat iets niet bepaald goed is. Maar kijk dan eerst eens of je redelijk bezien mogelijk iets beters kunt doen en of hetgeen je doet voor jou noodzakelijk of onvermijdelijk is. Op deze wijze wordt de rede voor ons tot een maatstaf die wij kunnen hanteren wanneer wij worden geconfronteerd met invloeden die van onbekende of onredelijke krachten uitgaan.

Al datgene wat ik ben, als mens of als geest hangt aan elkaar van  de impulsen. Voorbeeld: je weet niet alleen dat je moet eten, maar je krijgt ook honger en dorst. Je hebt in dit laatste geval misschien de keuze tussen gemeentepils en Heineken pils – wat geen vergelijking van  kwaliteiten bedoelt te zijn – maar daarbij kan de rede u helpen. De gemeentepils veroorlooft het u nuchter te blijven, terwijl het product van die ander u bij een stevige dorst kan reduceren tot een onbeheerst en deels tijdelijk onredelijk wezen. Maar drinken moet. Je kunt nu wel zeggen dat je als mens boven al die simpele aardse dingen verheven bent, maar wanneer het er op aan komt, bent u aan dergelijke simpele drangverschijnselen evenzeer onderworpen als het eenvoudigste dier.

Denk maar eens aan uw beleven tijdens de storm en drang periode. Dat was een tijd waarin – of u dit nu besefte of niet, of u dit nu wenste of niet – seksuele drangverschijnselen uw gedrag, denken en beleven sterk beïnvloeden en soms zelfs geheel beheersten. U koesterde natuurlijk in die tijd wel allerhande illusies, maar nu, op afstand bezien, kunt u beseffen dat dit in wezen alleen maar pogingen waren om rijm en reden te vinden voor de gevoelens die u beheersten. En denk niet dat u nu eindelijk die periode van uw leven geheel juist kunt bezien, want je bekijkt de dingen nu eenmaal anders wanneer je 17 bent dan wanneer je al 70 bent. Maar zeg nu ook niet dat die drang bij u geheel verdwenen is. Er zijn wel mensen die denken dat het gehele organisme en alle drijfveren daarin opeens veranderen zodra zij AOW krijgen, maar dat valt tegen. Je hebt nu eenmaal bepaalde lichamelijke noden. Je kunt die wel ontkennen en doen alsof zij niet bestaan, maar daarmee verander je in feite maar heel weinig.

De mens is nu eenmaal vol tegenspraken.  Een van de grootste vind ik  die mensen die zich uit alle geslachtelijk verkeer onthouden en dan andere mensen vermanen dat het vooral belangrijk is om kinderen voort te brengen. Vindt u het bij nader overweging ook niet krankzinnig dat er een religie is, waarin gegarandeerde vrijgezellen leiding en voorlichting moeten geven aan hen, die het huwelijk betreden? Trouwens, wanneer je die voorlichting hoort, doet zij vaak denken aan de poort van Dante’s inferno: gij die hier binnen gaat, laat alle hoop varen.

 Realiseer u ook wat er met u aan de hand is. U hebt nu eenmaal bepaalde lichamelijke drijfveren. Moet u zich daarvoor schamen, moet u die verdringen, wegwerken? Moet u die sublimeren? Of doe je er beter aan eerlijk het bestaan van die dingen te erkennen. Moet je misschien die drijfveren aanvaarden, erkennen en invoegen in je beschouwing van de feiten, je redelijke benadering van je leven en je wereld?

De onbekende kracht heeft ook die drijfveren geschapen en daarom mogen wij voorlopig wel veronderstellen dat zij ook een eigen betekenis hebben. En indien blijkt dat het drift- en zelfs liefdeleven van de mens door een enkele kosmische invloed geheel beheerst en overhoop kan worden gegooid, is dit iets wat wij alleen middels onze rede kunnen benaderen en leren beheersen op de voor ons juiste en meest aanvaardbare wijze. Tussen haakjes: Let eens op de tweede decade van augustus. Dan hebt u op de wereld met heel wat moordbevliegingen en gewelddaden op impuls te maken. U maakt het mogelijk niet zo erg en gooit alleen een vaas kapot, maar een ander wordt door die zelfde invloed zover gestimuleerd dat hij bij gebrek aan redelijk besef van zich en zijn daden een ander de hersens inslaat zondermeer.

Er zijn heel wat drijfveren in het ik, die op het eerste gezicht niet geheel aanvaardbaar zijn. Zeg tot u zelf: ik heb die dingen nu eenmaal, dus laat ik die dan maar aanvaarden ook en eens zien hoe ik met die kwaliteiten in de wereld die ik redelijk ken het meeste kan bereiken. Ik kan het onbekende niet bestrijden, definiëren of beheersen. Ik kan zelfs maar een klein deel van de werkingen, die voor mij vanuit het onbekende bestaan, vaststellen. En wanneer ik deze constateer zo zal ik mij nog steeds weer moeten realiseren dat ik mijzelf niet met anderen over een kam kan scheren, daar de wijze waarop een invloed mij beheerst en beïnvloed mede afhankelijk zal zijn van de plaats waarop ik mij bevindt, de omstandigheden waarbinnen ik reageer.

Om mijzelf toch te beheersen en mijn mogelijkheden ondanks alle invloeden steeds weer bewust te beseffen, blijft alleen de rede. O, het onbekende wordt door het gebruik van de rede niet meer bekend. Maar de werking van het onbekende wordt beseft en zo middels de rede voor een zeer groot deel beheersbaar. Dat wat beheersbaar wordt, wordt daardoor ook meer  bruikbaar en kan ook in zijn gevolgen en mogelijkheden redelijk beter beseft worden. Wij kunnen de onbekende kracht wel degelijk constateren aan onszelf en in de wereld. Hoe meer wij nu in onszelf de rede hanteren als middel om deze zaken ten aanzien van onszelf te beseffen, zullen wij ook juister weten te reageren en meer in overeenstemming met ons besefte doel voortgang kunnen maken.

Let wel, het leven is nog steeds een soort detective roman waarin de dader onbekend blijft. Wie heeft de wereld geschapen? Zelfs Sherlock Holmes ziet in dit probleem geen gat. Maar het is ons wel mogelijk althans iets van de kwaliteiten die ons bereiken, iets van de krachten die ons vaak tegen wil en dank voortstuwen, te erkennen en op grond daarvan althans de ogenblikkelijke betekenis van het onbekende voor onze persoon leren beseffen.

Op die wijze krijgen wij een lijn, die bepalend is voor ons eigen leven. Wanneer je over de oceaan gaat, kun je niet elke waterdruppel of elke golf kennen. Die veranderen trouwens steeds weer. Maar wanneer je weet wat je koers is, weet je ook enigszins wat je mogelijke bestemming kan zijn. Let wel, daarmee weet je nog niet, hoe het er op die bestemming voor jou zal uitzien. Het kan u gaan als mensen die de zon op gaan zoeken in Spanje en dan tot de conclusie moeten komen dat zij daar lekker een paar weken in de regen zitten, terwijl het in die zelfde tijd in eigen land toevallig warm en lekker weer was. Wij weten niet precies waar wij terecht komen en wat dit voor ons betekent, maar wij kunnen tenminste beseffen waarheen wij op weg zijn. Aan de hand van de bekende feiten van onszelf en onze mogelijkheid tot waarnemen en redelijk erkennen van alles wat ons stimuleert en stuwt, kunnen wij weten waarheen wij ons bewegen. Ik meen dat dit van groot belang kan zijn, al is het maar voor je gevoelens van zekerheid en je mogelijkheid tot ontwikkeling. Wanneer  je omringd door het onbekende tenminste je koers weet, zal je gemakkelijker alles kunnen aanvaarden wat het volgen van die koers nu eenmaal onvermijdelijk maakt.

Er zijn zoveel mensen die voortdurend denken en spreken over alles wat zij zouden willen zijn. Zij zouden ingewijd willen zijn en zo dit al niet mogelijk is, tenminste de hemel binnengaan als martelaren in het oog van God en de mensheid. Want, zo redeneren zij, het verdragen van martelingen, ook wanneer wij die zouden kunnen vermijden, maakt duidelijk hoe taai wij zijn, hoezeer wij door weten te zetten. Helaas komt het in vele gevallen er eerder op neer dat men niet de moed heeft te leven voor en volgens zijn principes en er daarom maar voor hoopt te mogen sterven. Wat natuurlijk ook veel gemakkelijker is. Je kunt het ergste wel doorstaan wanneer je jezelf voldoende opzweept en dan ben je tenminste meteen van al die principes en de noodzaak daar ook naar te leven bevrijdt.

Wat weten die mensen nu eigenlijk van hun werkelijke koers te midden van het onbekende. Vraag het hen en zij zullen zo iets zeggen als:wij zijn op weg naar het koninkrijk der hemelen”. In dergelijke gevallen ben ik geneigd te vragen met welke vliegtuigmaatschappij of luchtvervoersfirma je daar kunt komen. Want degene die zij als basis gebruiken voor dit “streven” heeft immers gezegd: “het koninkrijk der hemelen is in u lieden”. Hebt u het gevonden? Toch betekenen die woorden in feite dat het koninkrijk der hemelen een illusie is, tenzij het eerst ook in ons bestaat en door ons erkend wordt – want dan alleen is het voor ons een werkelijkheid.

Dat geldt trouwens voor alle hemelvoorstellingen evenzeer: er komen bij ons mensen aan in de sferen die hun eigen hel in zich meedragen en dan menen dat die in onze wereld bestaat. Zoals er mensen zijn die de hemel zich dragen en deze direct naast die ander met zijn hel als een werkelijkheid beleven. Van belang is, dat velen pretenties hebben, die zij innerlijk wel weten nooit waar te kunnen maken. Die komen dan bij ons en vragen hun woning in Gods hemel toegewezen te krijgen. Je doet niets, maar even later vertellen zij je al, dat dit toch werkelijk niet voor hen past, dat dit maar een krot is. Terwijl ik persoonlijk altijd de neiging onderdruk om te zeggen: “wanneer u binnenkomt in een woning in de hemel is dat meteen een kraakpand geworden”. En hen dus overlaat aan hun teleurstelling, die niets met de feiten, maar met hun onvermogen hun eigen werkelijkheid te aanvaarden te maken heeft. Mensen, die hierdoor lijden – en dat zijn er nogal wat – hebben dit te danken aan de illusies, die zij koesterden omtrent zichzelf en het leven. Zij hebben zich een beeld geschapen van een onbekende wereld, een onbekende macht en kracht en hebben zo geprobeerd deze aan te passen aan hetgeen zijzelf toevallig zijn en verlangen.

Soms hebben de mensen zich al tijdens hun aards bestaan heel wat ellende op de hals gehaald met deze pogingen. Nu komen zij in de geestelijke wereld en menen te kunnen decreteren dat het geestelijke bestaan zo en niet anders dient te zijn voor hen. Waarbij zij over het hoofd zien, dat hun diepst verborgen twijfels, weten en gevoelens voor hen mede de wereld vormen, waarin zij als geest zullen moeten leven. U hoort dus dat u in de hel kunt komen, ook al bestaat die niet werkelijk. Maar denk dan niet dat het eeuwig zo blijft. Wanneer het erg met je is, duurt het misschien 500 of 700 jaren en hup, je incarneert weer en je kunt opnieuw beginnen. De feiten zijn voor jou gebonden aan je persoonlijkheid.

En met dit alles wil ik alleen maar duidelijk maken, dat wij nu wel allerhande mooie formuleringen voor het onbekende kunnen vinden, maar dat je terug dient te keren tot de rede en de redelijke beschouwing van ik, geweten, godsdienst, emoties en gevoelens, wil je verder kunnen komen. Want wij moeten eerst eens weten wie en wat wij werkelijk zijn, ontdaan van alle franje en ontkenningen. Wanneer wij dit eenmaal weten en aanvaarden kunnen wij voortgaan. Er is dan geen traditionele hemel of hel meer voor ons, maar alleen de werkelijkheid.

Die werkelijkheid is dan nog steeds alleen maar een klein deel van het onbekende geheel. Maar het is dan wel degelijk een deel dat wij kunnen aanvaarden, omdat wij er harmonisch mee zijn. Ook daar en dan zullen wij door alle onbekende krachten beroerd worden. Maar wij zullen weten dat wij beroerd worden en zullen ook beseffen, wat dit voor ons betekenen kan. Wij zullen dan meer bewust en beheerst reageren op, maar ook volgens de waarden van de totaliteit,

Kom je eenmaal zover met je beschouwingen, dan wordt de onbekende kracht toch iets meer vriendelijk in ons ervaren. Want het is voor ons niet nodig, alle geheimen te kennen. Wanneer wij zover komen, bemerken we dat wel. Maar wel en reeds nu is het voor ons noodzakelijk te beseffen waar niet redelijke en niet verklaarbare invloeden onszelf en de mensheid beroeren.

Wij moeten leren begrijpen dat de weg van het leven die wij gaan niet de weg is die geheel door onszelf wordt uitgestippeld of geheel voor ons wordt bepaald door de leringen die wij volgen. Wij moeten beseffen dat onze levensweg wel degelijk een pad is, dat mede bepaald dient te worden door de ons gewezen koers. Wanneer je dan het volgen van die koers ontdoet van emotionaliteit, van zelfbedrog en daarvoor onder alle omstandigheden probeert het eigen ik te zien zoals het werkelijk is, wordt het ook mogelijk meer en meer te beseffen van de kracht, die je in die richting stuurt.

 Het ik zal begrijpen waarom die kracht het ik opeens pakt en dwingt tot allerhande belevingen die niet aanvaardbaar of onredelijk schijnen te zijn. Het is een gevolg van het feit, dat je met je streven en beseffen van de juiste koers bent afgeweken. Het noodlot wordt voor ons meer en meer voorzienbaar. Niet omdat wij de feiten tevoren kennen, naar omdat wij de feiten rond ons kennen en onszelf kennende, beseffen hoezeer wij afwijken van hetgeen wij innerlijk zijn. Niet alleen beseffen wij dan het noodlot dat op ons aankomt, maar wij kunnen het ook zonder meer aanvaarden als correctie die onvermijdelijk is geworden.

Mogelijk denkt u nu: dat betoog wordt een gebed zonder einde. Nu ja, wanneer een mens over zijn deugden praat, is het inderdaad vaak een gebed zonder einde. Begint hij aan een omschrijving van zijn zonden dan betekent dit gemeenlijk een einde zonder gebed.

Toch is het voor mij wanneer ik over dit onderwerp spreek, in feite een heel kort onderwerp. Want waarom gaat het in feite? Wij leven met het onbekende. Het onbekende is voor ons, zeker zoals  wij nu zijn, niet benaderbaar, omschrijfbaar of definieerbaar. Laat ons dus afzien van de pogingen om het onbekende namen en vormen toe te kennen. Laat ons datgene wat voor ons kenbaar en hanteerbaar is, zoals het eigen ik en onze eigen wereld, zo goed mogelijk begrijpen.

Laat ons bij dit alles vooral steeds weer gebruik maken van de rede, de kwaliteit die de mens nog steeds onderscheidt van het merendeel van zijn medeschepselen. De mens heeft nu eenmaal meer mogelijkheid tot erkennen en beredeneren dan de meeste dieren en zelfs bepaalde geesten. Dit is voor ons de weg. De onbekende kracht zal nog lang voor ons onbekend blijven. Maar wij zullen onszelf leren kennen, wij zullen de feiten van onze wereld leren aanvaarden. Wij zullen ook onszelf leren aanvaarden en daardoor ook kunnen beseffen, wat onze bestemming is volgens huidig weten en kennen. Meer hebben wij niet nodig. Want de mens die in zichzelf het gevoel heeft dat hij ondanks alles iets van zijn werkelijke bestemming vervuld heeft, kan vrede hebben met zichzelf en zijn lot. En wie zover komt, leeft ook in vrede en steeds toenemende harmonie met het onbekende.

Vragen

  • Hoe is het mogelijk met de rede door te dringen in het diepere ik. Mijn ervaring is dat de mensen die redelijk zijn niet verder komen.

Zij komen met die rede inderdaad niet verder dan de wereld van de stof en alle conclusies die daaraan te verbinden zijn. Maar wanneer je innerlijk dan al onzegbare en onredelijke diepten meent te bezitten zo zal je toch eerst moeten leren die in de termen van je eigen wereld uit te drukken. Dat betekent dat je die innerlijke wereld van u in redelijke termen zult moeten weergeven indien zij voor u een hanteerbaar en waardevol geheel wil worden.

Ik dacht dat dit een kort en duidelijk antwoord op uw vraag was. Ik weet wel dat wij altijd graag spreken over de geheimen en de mysteriën. Maar een geheim is alleen een geheim wanneer wij niet in staat zijn datgene waaruit het is opgebouwd te begrijpen.

Voorbeeld: toen men in het Manhattan project bezig was met het maken van de atoombom was er een schrijver, die precies vertelde hoe men een atoombom kon maken en wat de gevolgen van een atoomexplosie zouden zijn. Volgens de geleerden kon de man dat geheel niet weten. Dus moest hij volgens hen wel een spion of zoiets zijn. Men heeft alles gedaan om die man aan te vallen en te bewijzen dat hij fout was. Maar het gevolg van alle onderzoek was, dat de man alleen maar iemand was die zijn redelijke vermogens had gebruikt. Hij maakte gebruik van alle, soms tientallen jaren eerder gepubliceerde gegevens en kwam tot een reeks conclusies, die de geleerden en de staat als hun zeer bijzonder en aller diepste geheim beschouwden. Men was aan een kant blij, want nu kon men zijn conclusies over gevolgen als onzin terzijde leggen. Later bleek dat de man dankzij zijn redelijke conclusies alle latere ontwikkelingen die in feite plaats vonden, inclusief stralingsziekte e.d. geheel juist beschreven te hebben, zodat zijn fantasie alleen de plaatsen maar niet de ontwikkelingen betrof.

Dergelijke mogelijkheden bezit ook u, zelfs ten aanzien van uzelf. U zult mij tegenwerpen dat er in uw wezen diepten zijn die u niet kunt doorgronden. U hebt volkomen gelijk. Maar de betekenis die die diepten hebben in de wereld, waarin u leeft, zult u wel degelijk constateren en leren begrijpen, want daarmee wordt u steeds weer geconfronteerd. En wanneer u dan die diepten alleen mystiek en niet redelijk probeert te benaderen, volgt hieruit dat u niet in staat zult zijn de zekerheid te vinden die u als mens nodig hebt om uzelf geheel aanvaardende, een bewuste koers te volgen in het stoffelijke leven en daarna. En daarom gaat het toch.

Let wel: ik heb u niet gezegd, dat alles is voorbeschikt, ik heb wel gesteld dat u een vaste bestemming, een vast doel hebt in uw bestaan. Ik heb niet gesteld dat u dit doel in dit leven waar zult maken. Ik heb wel gezegd dat u dit doel moet leren erkennen, al is het alleen maar om daardoor de relatie met de onbekende kracht voor uzelf beter te kunnen beseffen. Innerlijke waarden kun je niet altijd uitdrukken en omschrijven en redelijk beseffen. Dat ben ik het met u eens. Maar de betekenis die zij voor je hebben in je relatie met de wereld kun je wel degelijk leren kennen en omschrijven. Daarmee moet je toch beginnen.

Het zou dwaas zijn de rede te laten vervagen, alleen om je in de emotie vollediger te kunnen uitdrukken. Want eerst wanneer de rede de beperkingen aangeeft waarbinnen de emotie nu toelaatbaar is, zullen wij de emoties juister kunnen benaderen, ons van de betekenis daarvan bewuster worden. Wij zullen in onze wereld meer weten en onszelf beter beseffen in  relatie tot de feiten en gelijktijdig een grotere innerlijke rust verwerven.

  • Is die eindbestemming altijd gelukkig of kan zij zo zijn, dat zij ook wel ongelukkig kan zijn?

Ik geloof dat je, wanneer je de eindbestemming bereikt, geen geluk of ongeluk meer beleeft, althans niet in de termen en met de inhoud die wij aan deze waarden nu toekennen. Simpel gezegd: ik geloof niet aan een eeuwige zaligheid die bestaat uit niets doen, sigaren roken, ijsjes likken en halleluja roepen. Toch zijn er mensen, die dit wel degelijk hebben gedacht en soms zelfs nu nog prediken.

Wanneer je het punt bereikt waarop alles een erkende zekerheid is geworden, zo voel je volgens mij niet meer dergelijke dingen. Voordien is het gevoel, en zeker gevoelens van geluk en ongeluk volgens mij een suppletie van het onvermogen tot werkelijk erkennen. Is het einddoel bereikt, dan is er volgens mij geen plaats meer voor gevoelens, maar wel voor erkenning, niet voor beleving, maar wel voor een vredig beschouwen van.

Geluk en ongeluk zijn onevenwichtige ervaringen die tijdens het leven naar de bereiking toe veel zullen voorkomen, maar die nadat het doel bereikt is, opgelost worden in het evenwicht van beleven, beseffen, kortom in de vrede waaraan men dan deelheeft. Kortom: er is geen gevoel, alleen beleving. Geluk en ongeluk zullen alleen in onze gang naar dit doel een rol kunnen spelen, omdat wij dan de onbekende kracht niet kunnen erkennen en er niet in slagen haar werkingen voor onszelf te begrijpen of zelfs maar te omschrijven.

Door ons onvermogen zullen wij ons beleven aanvullen met een voorstellingswereld, die met de werkelijkheid niet veel gemeen heeft. Het zijn deze voorstellingen, die wij gebruiken in plaats van de nog niet beleefbare of kenbare werkelijkheid, waardoor wij zoals reeds gezegd een soort hemel of hel kunnen beleven. Zelfs indien wij een hemel of hel beleven zal er voor ons een ogenblik komen, waarop wij deze zelfgeschapen werelden moeten verlaten. Want zij zijn slechts beperkte voorstellingen, die niet oneindig gehandhaafd kunnen worden als een voor ons geldende pseudo-werkelijkheid.

Dan zullen wij toch weer verder moeten op onze weg naar de werkelijkheid. Ik meen dat dit doel niet omschreven kan worden als iets wat ook maar enig gevoel in menselijke betekenis met zich kan brengen voor degenen die er zich van bewust zijn. Het betekent een volledige erkenning van de ons nog onbekende kracht en daarin een volledige zelfvervulling, waarbij het ik naar men zegt alleen nog als deel van het geheel ervaren wordt. En of je dit geluk of ongeluk moet noemen vanuit een menselijk standpunt weet ik werkelijk niet. Ik denk dat dergelijke termen gewoonweg tekortschieten bij de werkelijkheid.

  • Heeft de rede nog een functie wanneer het einddoel bereikt is?

De rede is het menselijke werktuig. Op het ogenblik dat de kennis meer dan menselijk wordt, zal immers elke conclusie die op het dan bereikte niveau redelijk is voor mensen onredelijk zijn.

  • Is de rede in de geest sterk verschillend van die in de stof?

Wanneer u bemerkt hoezeer wij de menselijke redelijkheid kunnen gebruiken om een betoog op te bouwen dat voor uw denkwereld nog aanvaardbaar is, zult u moeten toegeven dat rede en redelijkheid ook bij ons bestaan. Alleen omvat onze rede meer en andere waarden dan de uwe en berust onze redelijkheid op meer zekerheden dan de uwe, zeker ten aanzien van onze eigen wereld en de krachten die daarin een rol spelen.

 Overigens wordt gelijktijdig de onzekerheid ten aanzien van de feiten van uw wereld iets groter en is definitie in tijd voor ons moeilijk zonder een op aarde bestaand houvast. Waarbij het u naar ik hoop duidelijk zal zijn dat wij ons met uw wereld minder bezighouden zolang wij werken in eigen wereld of bezig zijn ons in die geestelijke wereld te ontwikkelen,

Op de duur zouden wij echter in onze rede met grotere redelijkheid en zekerheid dan de uwe, alle feiten uit uw wereld in ons besef mede moeten kunnen bevatten plus een groot aantal waarden van geestelijke werelden.

Daar kunnen, kennen en denken dan voor ons nog steeds een vast verband tonen – zoveel weet ik er uit ervaring al van – kan gesproken worden van een geestelijke rede, die door de veelomvattendheid van haar mogelijkheid echter beseffen en conclusies mogelijk maakt die voor u buiten alle rede liggen. Er zijn dus overeenkomsten te vinden, maar vooral door het omvatte besef dat redelijk gehanteerd kan worden, zullen er ook vaak grote verschillen optreden.

Ik hoop dat ik alles voor u begrijpelijk en netjes beantwoord hebt, want ik ga nu afsluiten:

Beste vrienden, er zijn natuurlijk heel wat kneepjes bij het behandelen van een dergelijk onderwerp noodzakelijk. Zonder dit kun je op korte termijn geen beeld geven dat aanvaardbaar blijft. U wordt beroerd door onbekende krachten. Voorbeelden daarvan heb ik u gegeven op een wijze waardoor het u mogelijk wordt dergelijke inwerkingen ook zelf te constateren. Wees niet bang voor die invloeden, want zij vormen een deel van uw leven. Wat ik u duidelijk wilde maken, is vooral het feit dat de onbekende kracht niet onze vijand is, maar onze vriend. Zij is een middel waardoor wij in het leven onze eigen gerichtheid beter kunnen beseffen en zo onze koers in alle leven beter kunnen bepalen. Zolang wij een koers volgen in het bestaan die beantwoordt aan de kern van ons eigen wezen en alle voor ons denkbare waarnemingen en uitingen zullen wij hierdoor bewuster worden, meer deel uitmaken van alle krachten die rond ons bestaan en zo in wezen een aspect van de onbekende kracht kenbaar maken in een wereld, waarin zonder deze aspecten van het onbekende niet zo doelmatig en nuttig geleefd en beseft zou kunnen worden.

Ik hoop dat u dit alles niet alleen als ijdele theorie zult beschouwen, want dat is het zeker niet. Ik hoop ook dat u de punten die u toch als onaanvaardbaar of onredelijk voorkomen, zult willen afmeten aan de hand van uw eigen beleven, beseffen en zelfs aan de hand van uw gevoelens. Dan zult u mogelijk dit alles willen hanteren volgens de redelijke betekenis die dit alles kan hebben voor uzelf zover u uzelf kent en in uw wereld zover u die redelijk beseft. Dan zult u vanzelf naar ik meen tot de conclusies komen die u dienstig zijn voor een verdere geestelijke ontwikkeling, een juistere ontplooiing van uw persoonlijkheid en naar ik meen zelfs u helpen een grotere harmonie te bereiken met de kracht, waaruit u bent voortgekomen.

image_pdf