De spiegel der dwaasheid

image_pdf

8 september 1978

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denkt dus zelf na, ook over dit onderwerp dat door u aan het begin van dit verenigingsjaar werd gesteld en dat de titel draagt: De spiegel der dwaasheid.

Wanneer je aan mensen een spiegel voorhoudt, zien zij alleen hun eigen wijsheid. En dat is hun grootste dwaasheid. Wanneer ik zoek naar dwazen en dwaasheden, kan ik die overigens bij de vleet vinden.

Om een voorbeeld te geven: De nieuwe paus geeft een persconferentie. De man dacht: al die gedragen volzinnen die men voor mij heeft bedacht, liggen mij niet zo erg, dus gooi ik er maar een paar opmerkingen van mijzelf door.

Maar de verantwoordelijke leden van de curie lieten deze eigen woorden van de paus weg uit hun perscommuniqué, onder het motto dat een paus alleen ex cathedra onfeilbaar is. Een dwaasheid, al dachten degenen die dit deden, ongetwijfeld, dat zij zeer wijs handelden. De ezels! Wanneer je iets dergelijks uithaalt tegenover journalisten, krijgen immers de woorden, die men meende te moeten weglaten, de grootste aandacht.

Sommige ministers hebben trouwens ook wel eens last van hun woorden; wanneer die van een ambtelijke verklaring  afwijken. Niet, dat ik iets tegen ministers heb. Zij zijn gemeenlijk zeer geleerde, of tenminste zeer deskundige heren. Voordrachtskunstenaars zijn zij gemeenlijk ook: kijk maar eens, hoe zij opeens overgaan van een opruierstoontje in de oppositie tot de gedragen bijna bijbels vaderlijke toon zodra zij benoemd worden.

Denk maar eens aan het optreden van de heer Wiegel. Dat is op zijn minst kunstig te noemen, al doet het vaak kunstmatig aan.

Helaas denken dergelijke hoge heren vaak dat eenieder hen werkelijk gelooft, wanneer zij beloven ergens hun aandacht aan te geven en ingrijpen te overwegen. En dat klopt nu juist weer niet. Maar ja, zij geloven in hun eigen waardigheid.

Trouwens, hebt u wel eens gekeken naar de gewone mensen, wanneer die denken iets te mogen geloven? Zij geloven ‘iets’, omdat zij het willen geloven en stellen vervolgens dat het juist en waar is, omdat zij erin geloven. Daarom dient eenieder te geloven wat zijzelf geloven. Het is immers de waarheid, want zij zelf geloven het.

Dat is gevaarlijk: Indien u niet zou geloven wat zij geloven en volgens hen juist is, omdat zij het geloven, leeft u in onwaarheid en dient u bekeerd te worden. En wee degene die weigert zich te laten bekeren en zo te geloven wat zij geloven, dat u moet geloven, omdat zij het geloven, zodat het wel waar moet zijn, want daarmede rechtvaardigt u een hardhandig optreden, daar eenieder die niet gelooft wat de meerderheid gelooft, immers niet deugt.

Gewone mensen zijn in dit opzicht vaak ook al grote idioten. En daarvan wordt dan gebruik gemaakt. Zoals de groepen die steeds weer beweren op te willen komen voor de onderdrukte minderheden in de maatschappij. Een groep van hen wilde zelfs een omroep stichten en noemde die toen Symbiose, want zij dachten aan zichzelf als symbioten. Maar wanneer je dan ziet hoe zij hun eigen belangrijkheid overschatten en eisen stellen aan anderen, lijkt mij symbidioten meer op zijn plaats.

Trouwens, hetgeen zij doen, doen anderen ook. De VPRO op humanistisch christelijke basis, de VARA op humanistisch socialistische basis, de KRO op kerkelijke basis en anderen volgens eigen lust en de grootste kans op succes. Het enige werkelijke verschil is dus de wijze waarop de boodschappen gekruid worden.

Toch vind ik ondanks alles plaatsen als Hilversum en Bussum indrukwekkend: die ijle en dan nog al die zuilenheiligen die er bovenop zitten en hun eigen grootheid van ijzingwekkende hoogte boven het volk bewonderen, zijn een groots schouwspel. En het mooiste is, dat al die heiligen het volk verkonden, wat het moet denken, geloven en menen, dat hun invloed onbegrensd of tenminste onmetelijk groot is.

Maar zouden er nu werkelijk dwazen in de wereld zijn, die geloven dat alles goed gaat, omdat een zekere Wim of een Leo dat gezegd heeft? Zal het volk inderdaad geloven dat scherpe maatregelen nodig zijn, om arme turken en andere minderheden te beschermen tegen ergernissen? Zou het bereid zijn zijn taalgebruik te wijzigen, alleen omdat er een zuilenheilige is die dit maakt tot een zaak, waar hij of zij geheel en in de zendtijd van zijn omroep achterstaat? Zouden de mensen inderdaad denken: dit wordt verkondigd door iemand die troont op een zuil, dus dat is de waarheid?

Acties in overvloed in ieder geval. Denk maar eens aan de vrouwen, die beweren dat de vrouw gedurende de gehele geschiedenis van de mensheid door de mannen onderdrukt werden. Is dat waar? Wie had het eerste beroep en werd de eerste vrouwelijke fruithandelaar op aarde? Juist, Eva. Deze vrouwen strijden voor gelijke rechten onder het motto: dames gaan voor. Waarbij zij kennelijk niet beseffen, dat er een strijdigheid is tussen hetgeen zij zeggen te willen: algehele gelijkwaardigheid met de man, en datgene wat zij in de maatschappij van de mannen menen te mogen eisen.

Maar ja, zij handelen niet anders dan de rest van de mensheid, die immers ook de feiten liever niet beziet wanneer dit strijdig is met de wensen die men koestert? Een groot deel van de mensen ziet eenvoudig niet wat er werkelijk aan de hand is, omdat men dit eenvoudigweg niet wenst te zien.

Neem die mensen die streven naar volledige werkgelegenheid. Hun geliefde stelling is, dat de bedrijven het heus wel afkunnen met wat minder winst en dus best meer mensen in dienst  kunnen nemen.

Minder winst aanvaarden? Dat had u gedacht. Het zijn in deze dagen geen hebberige aandeelhouders meer, die bedrijven beheersen en uitbuiting bevorderen. De werkelijke financiers zijn de banken. En banken hebben met Shylock gemeen dat zij in ieder geval hun pondje vlees willen hebben, onverschillig uit wie dit gesneden moet worden.

Banken geloven alleen in bedrijven die steeds meer hun afzet en werkzaamheid uitbreiden. Zij eisen dit in feite vaak, wanneer zij kredieten verlenen om een bedrijf te moderniseren, ook al wordt dit niet openlijk gezegd. Het gevolg is, dat om de werkgelegenheid te kunnen behouden, de productie steeds verder moet worden opgevoerd en dat betekent weer, dat er te veel kapitaal in omloop komt en er zo veel goederen en kapitaalswaarden in omloop zijn, dat de afzet daarvoor in feite steeds minder wordt in vergelijk tot de productie.

Indien je je geld rendabel wilt houden, moet je dus in grote mate kapitaalsgoederen vernietigen, want dan kun je weer uitbreiden en kun je je product weer met winst kwijt.

En wat is de meest praktische wijze om kapitaalsgoederen te vernietigen? Juist… Oorlog. Wat trouwens ook voor de totale werkgelegenheid gunstig is, want dan laat je de mannen marcheren en sterven en voor alle vrouwen is er wel ergens een baantje in fabrieken of verpleging.

Met andere woorden: de arbeiders menen de overhand te hebben en eisen steeds hoger loon plus volledige werkgelegenheid. Hierdoor maken zij het bedrijfsleven dermate onrendabel, dat de geldgevers voor de vraag komen te staan, of zij het bedrijf zullen sluiten en hun verlies zullen nemen, dan wel een methode zullen volgen die vele mensen het leven zal gaan kosten, maar het in ieder geval mogelijk maakt tegemoet te komen aan de eisen van de vakbonden en gelijktijdig winst te maken.

Men begrijpt niet dat er op deze wijze een toestand wordt geschapen, die uit moet monden in oorlog of in revolutie.

Vol wijsheid blijven de kleintjes opkomen voor hun verworven rechten, zien zichzelf als verstandige mensen en beseffen niet dat zij de prijs voor een zelfs maar gedeeltelijke vervulling van hun eisen zelf zullen moeten betalen met hun leven, of tenminste met hun geluk.

Vooral onderschat men steeds weer de moeilijkheden die de mensen zelf met hun strijdige wensen en verlangens altijd weer zullen veroorzaken, wanneer zij daartoe maar de kleinste kans krijgen. Spanje is hiervan een aardig voorbeeld.

Franco was dood en dus diende men voortaan zijn porto weer algemeen te betalen. Democratie werd de leus. Maar nu blijkt, dat er in feite niemand is die de rekening wil betalen voor een werkelijk functioneren van een democratie. Ieder wil zijn macht uitbreiden en zijn voorrechten behouden. Om eruit te komen heeft men dan ook een koning aangesteld. Dit onder het motto: Onze koning heeft een aardig postzegel en in de hoop dat op de duur zo weer alles franco zal worden.

Buitenstaanders bemoeiden zich ook al met de zaak en hielden zelfs inzamelingen om een nu weer mogelijk geworden politieke partij goed in het pak te steken. Maar al gebeurde dit alles in naam van de democratie: één ding zag men over het hoofd.

In een land waar een dictatuur bestaat, kun je geen democratie in de plaats daarvan stellen, zonder eerst een zeer lang overgangstijdperk van steeds minder wordend machtsmisbruik door de overheid.

Waarom? Wel, eenieder heeft zoveel van de dictatoriale maatregelen en handelwijzen geleerd, dat hij denkt: o, maar dat kunnen wij nu ook. Dus geldt het volgende:

Indien in een democratie een dictatuur ontstaat, zal de massa nog langere tijd democratisch blijven denken en zo mogelijk ook blijven handelen. Indien er in een dictatuur de democratie uitbreekt echter, komt dit neer op een grote reeks van groepen die nu, elk op eigen wijze en met eigen leuzen, maar zonder enig respect voor andersdenkenden, proberen voor zich een dictatuur te vestigen, die zij dan echter wel een ware volksdemocratie zullen noemen.

Volgens mij kan een land dan nog beter lijden onder een enkele alomvattende dictatuur, dan onder de dictatoriale neigingen van vele kleinere groepen, die willen groeien en daartoe geweld en dergelijke zeker niet zullen schuwen.

Trouwens, wanneer men zo nadrukkelijk spreekt over de democratie in bepaalde landen, heb ik zeker bedenkingen. Democratie is immers alleen mogelijk, wanneer de mensen mondig genoeg zijn, om te beseffen wat de consequenties zijn van de beslissingen die zij tezamen nemen. Zolang er nog vele mensen rondlopen die steeds weer eisen, dat alle mensen het voortdurend beter moeten krijgen, zonder daarbij te zeggen hoe en zelf ook de nodige offers daarvoor te willen brengen, lijkt mij werkelijke democratie onmogelijk te zijn en ontstaat steeds meer een situatie, waarin het gebruik van terreur door het gezag, zowel als door anderen, onvermijdelijk wordt.

Op zich goede beweegredenen en standpunten worden op deze wijze tot grote dwaasheden, zoals de stelling: dat de maatschappij rekening dient te houden met de ongelukkige verslaafden en hen dient te helpen.

Ik zou zeggen, dat je hen voor de keuze moet stellen om zichzelf te redden, of ten onder te gaan, maar dan wel in isolement van de rest van de gemeenschap en zonder mogelijkheid in die gemeenschap een rol te spelen. Zolang je dergelijke mensen wel helpt, maar daarnaast de vrijheid geeft in de maatschappij hun wegen te gaan, lijkt het mij onvermijdelijk dat het kwaad zich steeds meer verbreidt.

Wanneer iemand mazelen, roodvonk, pokken heeft, wordt zo iemand immers ook geïsoleerd om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Iemand die sterk verslaafd is, is geneigd steeds meer van het geliefde gif te gebruiken. Dit kost zo veel, dat hij op de duur onvermijdelijk voor de keuze komt te staan door misdaad zijn verslaving te betalen, dan wel anderen tot verslaafden te maken, om dankzij hetgeen verdiend wordt, door die anderen te verslaven en hen gif te leveren, aan zijn trekken te komen.

Volgens mij betekent dit: zolang je verslaafden vrij in de maatschappij rond laat lopen, zal de reeks verslaafden geneigd zijn zichzelf steeds verder uit te breiden. Hierbij zullen vele jongeren het slachtoffer worden.

Kun je iemand die verslaafd is, toch niet zo en zonder meer van zijn vrijheid beroven? Goed. Stel zo iemand dan voor de keuze: afkicken of verwijderd worden uit de gemeenschap met de zekerheid wel drugs te krijgen, maar daaraan ten gronde te gaan. Of meent u dat de anderen, de grote meerderheid, niet het recht heeft te eisen dat hun nageslacht voor de verleiding met drugs veilig zal zijn en hun bezit gerespecteerd zal worden?

Neen, u hebt gelijk. Dit onderwerp wordt niet zo leuk als u had gedacht. Maar aan de andere kant had u kunnen weten, dat de wereld het nooit leuk vindt, ook u niet, een spiegel voorgehouden te krijgen die de dwaasheden aantoont. Want in een dergelijke spiegel zie je altijd weer iets anders dan je zou willen en hoopte te zullen zien.

Neem nu de kwestie van de gastarbeiders in uw land: 182 kregen geen vergunning hier te werken, omdat zij niet aan de eisen voor legalisering konden voldoen. Nu maakt hun aantal weinig uit op het aantal van de nu illegaal in uw land werkzame buitenlanders, dat tussen de 35 en de 50.000 ligt. Zeker, die 182 mogen er niet zijn. Menselijk gezien kun je hen dus best vergunning geven, wanneer zij maar werk kunnen vinden binnen afzienbare tijd. Maar zij staan niet in hun recht, wanneer zij eisen alsnog die vergunning te mogen verwerven.

Ik zou zo zeggen, dat 182 te weinig is om zoveel drukte over te maken. Een andere oplossing lijkt mij juister: wijs elke gastarbeider uit die zich aan een vergrijp schuldig maakt tegen de veiligheid, het bezit, of de gezondheid van de Nederlanders.

Gezien de gemiddeld, grotere misdadigheid en afwijkende gedragingen onder dergelijke migranten, kun je er dan binnen redelijke termijn zoveel kwijt raken, dat je weer een groot deel van de nu illegalen kunt legaliseren.

Leuk klinkt dit natuurlijk niet. Men kan niet ten onrechte stellen, dat je medelijden moet hebben met dergelijke mensen die toch niet uit weelde hierheen zijn gekomen. Ik ben er zelfs van overtuigd dat men mijn oplossing een dwaasheid zal noemen. Maar in sommige gevallen is een dergelijke dwaasheid, die de problemen onmatig vereenvoudigt, een vorm van wijsheid, zoals men, maar dan mogelijk wel te laat, eens zal ontdekken.

Een werkelijk wijze mens zal bijvoorbeeld stellen: ik heb medelijden met iemand die anderen zonder werkelijke aanleiding mishandelt of zelfs doodt. Want wat moet een dergelijke mens innerlijk niet beschadigd, ziek, zijn, om daartoe te komen?

Deze wijsheid wordt door velen overgenomen, zonder de portee ervan te begrijpen. Zodat zij, voortgaande op deze wijsheid, tot dwaasheid komen.

Zij stellen: wij moeten ook voor dergelijke mensen begrip hebben. Wij mogen hen dus niet bestraffen, maar moeten hen genezen. Waarop zij zo iemand met alle egards behandelen en na enige tijd met proefverlof sturen. En dankzij dit begrip en medeleven valt dan weer een nieuw slachtoffer, waar men kennelijk dan niet voldoende begrip voor op kan brengen, al vindt men het jammer. Want de arme misdeelde was immers weer net een eind op de goede weg? Jawel. Maar dan is men met zijn begrip en medegevoel volgens mij toch een stukje te ver gegaan.

Dwaasheid betekent heel vaak: je goede hart volgen zonder de gevolgen te overwegen. In dergelijke gevallen is wijsheid: juist beseffen wat je wel en wat je niet kunt riskeren. Maar helaas, degenen die zich wijs achten in de menselijke samenleving, weten vaak heel veel, maar toch niet wat werkelijk niet kan.

Zij menen steeds weer: wij zijn wijs genoeg om de verantwoordelijkheid op ons te kunnen nemen. Dan ontstaan de bommen, wordt het milieu vergiftigd en worden degenen, die de wijzen als dwazen en minderwaardig beschouwen met de puinhopen opgescheept. En degenen die zoveel respect hebben voor kennis en wijsheid, wil ik erop wijzen dat het altijd weer de zogenaamde dwazen zijn, die de mensheid proberen te redden.

Het verschil tussen de wijzen, verstandige mensen en de zogenaamde dwazen, kun je als volgt illustreren: Er stort een huis in elkaar en vele mensen worden onder het puin begraven. De wijze bestudeert de situatie, maakt plannen, probeert de nodige instanties te waarschuwen en de nodige werktuigen te doen aanvoeren. Wat inderdaad een redelijk gedrag is. De dwaas echter vraagt niet of meteen helpen mogelijk is, of zelfs maar zonder te veel gevaar mogelijk is. Hij zal desnoods met eigen handen het puin wegkrabben. Daardoor echter worden vaak mensen gered, die bij een wachten op de deskundige en doelmatige hulp de ramp niet zouden hebben overleefd. Dwazen vragen niet of iets redelijk, mogelijk, ongevaarlijk, of iets dergelijks is. Zij grijpen eenvoudig in waar hen dit noodzakelijk lijkt en zullen later wel eens  praten over de vraag, of een andere wijze van handelen mogelijk beter zou zijn.

Het jammere van vele dwazen is echter, dat zij zich te vaak laten meeslepen in de plannen van mensen die denken dat zij wijs zijn en overal een oplossing voor weten. En het zijn dan ook de dwazen die altijd weer de prijs moeten betalen, voor hetgeen hun leiders aan fouten hebben gemaakt.

Trouwens, de wijsheid is vaak onredelijk. Neem nu het steeds meer opgeld doende motto: dat je vooral geen minderheidsgroepen moogt kwetsen. Indien een minderheid zich door iets gekwetst voelt, zo redeneert men goedwillend en wijsgerig, dan zullen wij daarmede rekening moeten houden en ons daarbij aan moeten passen.

Maar daarmede kun je wel te ver gaan. Wanneer je iemand een vuile rot Jood noemt – of de man nu werkelijk een Jood is of niet – dan heet dit geen scheldwoord meer te zijn, maar geldt het als de krenking van een volle minderheid.

Zeg je tot een islamiet: je bent een varken, dan is dit voor zijn begrippen een grote belediging. Dat mag dus niet. Je moogt alleen je eigen mensen voor varken uitmaken, maar geen minderheden.

In dergelijke gevallen geldt niet, dat eerst eens bezien dient te worden, onder welke omstandigheden en door wie een dergelijke krenkende uitlating wordt gedaan. Men stelt eenvoudigweg: dit mag niet gezegd worden. Redelijk vind ik dit niet.

In vele gevallen heeft degene die de beledigende uitlating doet, daarvoor wel degelijk zijn redenen. En onchristelijk is het zeker niet, want ook Jezus heeft in zijn dagen een minderheid beledigd. Of meent u, dat zijn uitspraak tegenover de farizeeërs, een sekte en minderheid in die tijd in Israël, zich gevleid voelden door de woorden: “Gij, gepleisterde graven, van buiten verblindend wit en vol van bederf van binnen?”

Neen. Dat had Jezus toch niet mogen zeggen. Er zouden mogelijk wel enige goede farizeeërs kunnen zijn die zich hierdoor gekwetst voelen.

Laat mij eens zien in de spiegel der dwaasheid. Ik meen daarin het volgende te zien: op het ogenblik dat een minderheid zich beledigd voelt, omdat een van haar leden met een bepaalde term wordt aangesproken, geeft deze minderheid hiermede toe dat deze term niet alleen op de persoon in kwestie, maar op hen allen als geheel ook van toepassing is.

Indien dus bijvoorbeeld Turken protesteren tegen het gebruik van de term ‘varken’ tegen een Turk in een film, geven zij daarmede in feite toe een gelijke waardering voor zich te hebben en dus, indien de term terecht gebruikt werd, zelf varkens te zijn.

Indien deze mensen zouden denken dat het getoonde onjuist is, zouden zij ook besluiten dat zij zelf dus geen reden hebben om zich geraakt te voelen door de gebruikte woorden.

Om het anders te stellen: indien één enkele politicus boos wordt, omdat men hem een oplichter noemt, zo is dit begrijpelijk en is een verweer hiertegen voor mij geheel aanvaardbaar. Indien echter alle politici hierover boos zijn, geven zij hierdoor volgens mij toe, dat zij zichzelf in de beschuldiging herkennen en dus waarschijnlijk zelf ook in mindere of meerdere mate oplichters zijn.

Elders stelt men weer: geloof is heilig en mag niet aangetast worden. Mij best. Maar dat betekent dan volgens mij dan ook, dat alle geloof even heilig is en dat niet het ene geloof als heiliger dan het andere mag gelden.

Wanneer je echter deze stelling verkondigt en gelijktijdig bepaalde geloofsvormen voorrechten geeft onder het motto, dat zij door zovelen beleden worden, terwijl men andere geloofsvormen vervolgt onder het motto, dat de waarden van de staat en mogelijk zelfs haar veiligheid daardoor worden aangetast, begint de dwaasheid. En op vele plaatsen in vele landen is een dergelijke discriminatie tegen bepaalde geloofsvormen aan de orde van de dag, ofschoon men beweert op de bres te staan voor algehele godsdienstvrijheid enz.

Discriminatie is trouwens toch een gevaarlijk woord. Heeft u nog nooit gehoord, dat er in kerken regelmatig gebeden wordt voor de arme heidenen. Bent u tussen haakjes nog een vrome christen, of behoort u ook onder die arme heidenen? Dan beseft u mogelijk, dat in een dergelijke overigens goed bedoelde bede wordt gesteld, dat eenieder die het geloof van de kerkgangers niet deelt, in feite minderwaardig is. Ook u, al is men te christelijk om u dit te laten merken.

Soms komt men zelfs tot uitspraken die, taalkundig bezien, wat wonderlijk aandoen. Zoals de uitspraak van een bekende kerkelijke autoriteit, die sprak: Het huwelijk dient de enige erkende en toegelaten vorm van samenleving te zijn. Punt.

Maar vraag je af, wat een samenleving dan is en sla bijvoorbeeld de dikke Van Dalen open. Daar staat dan: “samenleving: groep van mensen, die in onderlinge samenwerking en taakverdeling tezamen een bestaan vinden.”

Maar dan is een commune dus ook een vorm van huwelijk? Of niet? De betrokkene zal antwoorden, dat dit een andere en zondige vorm van samenleving is. Want die denkt er natuurlijk graag het ergste van.

Elders stelt men, dat ook andere dan de gebruikelijke vormen van samenleving dienen te worden getolereerd. Maar dit houdt een ontkenning van gelijkwaardigheid in en is als zodanig een vorm van discriminatie, of niet soms? Jaja, er wordt vandaag de dag heel wat gediscrimineerd.

Wijze mensen zullen in deze dagen vaak stellen, dat men verschillende vormen van intermenselijk contact en samenleven dient te aanvaarden. Sinds Mary Quant de minirok in de mode bracht, is nu eenmaal ook de seksuele moraal van de wijzen in korte tijd veel veranderd.

Maar voor de uiterste consequentie van een dergelijke verklaring schrikt men kennelijk nog terug. Want dit zou betekenen, dat er maatschappelijk en in de wet geen verschil meer gemaakt mag worden tussen mensen die gehuwd zijn voor de wet en in de kerk, los samenlevende paren, homoseksuele of lesbische paren enz.

Het wonderlijke is nu, dat de gegeven stelling door heel wat mensen wordt aangehangen, maar dan wel alleen voor heteroparen en niet voor anderen. De reden is kennelijk in dergelijke gevallen: dat alles aanvaardbaar wordt geacht, maar niet een ‘anders’ zijn.

En alles wat anders is, moet bestreden worden. In mijn dagen kon een jongen, die vrijde met een meisje uit een ander dorp, erop rekenen dat hij voor zijn liefde moest vechten. Er kwam  zelfs moord en doodslag van. Want iemand uit een ander dorp was immers niet een van ons.

Nu zien wij dergelijke zaken zich in de maatschappij nog steeds afspelen. Vroeger kende men sterk gescheiden standen. Verkeer tussen standen was alleen mogelijk volgens bepaalde regels. Wie zich daaraan niet hield, werd uitgestoten.

Nu is er geen adel, geestelijkheid en burgerij meer. Maar nu heb je wel de leden van de werkgeversverbonden, de leden van de vakbonden, waarboven de politici staan en de rest hangt er, als het gepeupel van eens, bij en heeft weinig of geen mogelijkheid voor zijn rechten op te komen. Overlopers tussen verschillende standen, zoals de vakbondsman die werkgever wordt, worden uitgestoten, maar politicus mag kennelijk ieder zonder meer worden, mits hij dan de belangen van zijn eigen groep blijft verdedigen.

De massa maakt een dergelijke indeling mogelijk: zij denkt altijd weer, dat degene die aan de top staat ook werkelijk weet waarover hij het heeft. Toch weet zo iemand op een bepaald gebied vaak veel minder dan een eenvoudige mens, die op dat terrein de nodige ervaringen heeft opgedaan. Maar daar de man aan de top niet toe zal willen geven dat hij het mis kan hebben, telt de stelling van de hoger geplaatste in uw gemeenschap nog steeds als juist en de mening van de kleine man, die geen reclame voor zich en zijn standpunt weet te maken, telt nog steeds niet. Wat de wereld soms tot een lievelingsspeelplaats voor ondeskundige deskundigen schijnt te maken.

En bij regeringen en gezagsapparaten geldt nog altijd: grote bekken gelden, beleefde woorden niet.

Wanneer ik deze wereld bezie en haar feilen voor mijzelf probeer te omschrijven, zeg ik tot mijzelf: De wet is de wet en volgens de wet is niets beter of juister dan de wet. De meeste mensen zijn het hiermede eens, omdat zij het gevoel hebben dat zij, door toe te geven dat de wet niet deugt, toegeven dat hun samenleving niet in orde is. Een bepaalde staatssecretaris lijdt aan dit syndroom.

Politiek is een spel van mensen, die weten wat er moet gebeuren en het daarom niet doen. Ministers zijn gemeenlijk levende buiksprekerspoppen, gehanteerd door hun ambtelijk apparaat.

Dan heb je de geestelijkheid, het geestelijke leven aangepast aan de sociale noodzaak. En niet te vergeten de kardinaal: dit is iemand die mee een paus mag kiezen en nadien vaak ontdekt, dat hij een kardinale fout heeft gemaakt.

Een aartsbisschop is vaak iemand, die de aardse goederen van de kerk met geestelijke redenen beheert en de andere zielzorgers er toe aanmoedigt tot een verdere toename van deze aardse goederen bij te dragen.

Een bisschop is een prins van de kerk, die prinsheerlijk zijn gelijk verkondigt. Behalve wanneer de heren samenkomen, dan hebben zij onderons een kerkelijke prinsjesdag.

Geestelijken houden de gelovigen voor, wat de gelovigen dienen te geloven. Heel veel pastoors geloven veel van hetgeen hun gelovigen zouden moeten geloven wel en houden hun schapen voor dat zij niet moeten blaten, maar veel moeten bijdragen tot de collectes die voor het maken van nog meer schapen bestemd zijn.

Alle geestelijke leiders brengen, elk voor zich of in kerkverband, de mensen een eenzijdige visie op het leven, die op zich waardevol zou kunnen zijn, wanneer zij niet zo werd uitgelegd, dat de meest mensonwaardige dingen daarmede nog verdedigd kunnen worden, wanneer dit zo uitkomt.

Nog niemand kwaad? Dat komt dan nog wel. Wat zou u hiervan denken? Op het ogenblik, dat een verkondiger een menselijk redelijk onderzoek, naar hetgeen hij verkondigt, de mensen verbiedt, is wel duidelijk dat hijzelf niet geheel gelooft in alles wat hij verkondigt.

Daar heel wat mensen bezwaar hebben tegen een redelijk of vergaand onderzoek, naar de juistheid van hetgeen zij anderen als juist of ideaal verkondigen, moeten wij aannemen dat de meeste verkondigers niet geheel geloven in alles wat zij verkondigen.

Maar je kunt hiermede ook andere kanten op. Wanneer de regering niet bereid is alles, wat zij aan gegevens ten aanzien van het al dan niet terecht ontstaan van een Republiek der Zuid-Molukken te publiceren, en ook de heer Manusama die zegt te beschikken over een reeks eveneens veelzeggende gegevens, deze ook niet wil publiceren, moet een eenvoudig mens wel aannemen, dat geen van de twee partijen ervan overtuigd is geheel in zijn recht te staan, zodat alle verklaringen en eisen in dit verband voorlopig met heel wat zout verteerd dienen te worden.

En wanneer je dan kijkt hoeveel miljoenen aan een dergelijk spel verkwist worden, vraag je je onwillekeurig af, of de heer ‘Sijmen betaal’ (=diegene die het minste verdient, draagt de kosten, red.) in deze niet het werkelijke slachtoffer en tevens de grootste dwaas is.

Kent u Sijmen? Een eigenaardige figuur. Hij is de belastingbetaler, die voortdurend te veel betaalt voor allerhande zaken die hij niet wil hebben en die hem zelfs niet interesseren, dit in de hoop, dat men hem nog voldoende zal laten om dingen te doen of te kopen die voor hem wel van belang zijn.

Sijmen wordt altijd weer bijna doodgegooid met termen als solidariteit. Een term die mij altijd weer treft.

Solidariteit is kennelijk de eensgezindheid, die anderen van u menen te mogen eisen, in de hoop hierdoor datgene te kunnen verkrijgen, wat zij vooral voor zichzelf verlangen.

Er wordt heel veel over gesproken. Maar zijn de mensen dan werkelijk zo solidair? Misschien als het gaat om een staking, waarmede vakbondseisen doorgezet moeten worden. Maar wanneer er iemand in het water ligt te verdrinken, staat men elkaar aan te kijken in de hoop  dat een ander er iets aan zal gaan doen.

Men is kennelijk niet solidair genoeg om te zeggen :

Wanneer een ander in nood verkeert, moet ik helpen. Wanneer er ’s avonds laat iemand in elkaar wordt geslagen in de stad door een paar van die jongens, die het werkelijk zo kwaad niet bedoelen, maar een biertje te veel ophebben, waardoor de zaak wat uit de hand loopt, lopen alle mensen met een grote boog om een dergelijke kloppartij heen. Men is kennelijk niet solidair genoeg om in dergelijke gevallen zelf in te grijpen. Want dat is gevaarlijk, weet je.

Wanneer er vrouwen verkracht worden, lopen de zo romantisch solidaire helden van de arbeid snel een straatje om en bellen ten hoogste de politie, dat die daar en daar maar eens moet gaan kijken.

Intermenselijke solidariteit? Hun strijd, onze strijd! Wanneer het verder gaat dan staken en schreeuwen, kun je het beter maar vergeten lijkt mij.

Solidariteit is een mooi woord, daar niet van. Maar de praktijk lijkt mij niet bepaald groots. En wanneer ik de mensen overal hoor roepen om solidariteit, op hoor scheppen over de  solidariteit, dan ben ik geneigd hen toe te roepen, dat zij zich eerst maar eens solidair moeten tonen met de noden van hun medemensen in eigen omgeving, voor zij over internationale solidariteit en dergelijke zaken gaan spreken.

Zorg eerst eens zelf voor je medemensen, ook wanneer dit een zuiver persoonlijke inzet zonder voorafgaande actie en organisatie betekent. Misschien dat de mensen dan ooit leren beseffen, dat werkelijke solidariteit in feite alleen maar een andere vorm van naastenliefde is.

Stakingen zijn een middel bij dergelijke acties. Wat tot de vreemdste zaken voert. Zo staakten enige tijd geleden een aantal mensen om zo te bereiken, dat zij in het zelfde bedrijf verder zouden kunnen werken. De gemeenschap heeft er toen miljoenen tegenaan gesmeten, maar het bedrijf is geruisloos gesloten, de stakers zijn nu werkeloos.

Anderen wilden indertijd met deze stakers solidair zijn en staakten mee. Gevolg, dat in enkele getroffen bedrijven zoveel schade ontstond, dat ook hier mensen moesten worden afgevloeid. Wat een synoniem is voor geruisloos ontslaan of op andere wijze wegwerken.

Dankzij vele acties voor behoud van werkgelegenheid en meer werk, zijn bedrijven dermate in moeilijkheden gekomen dat er meer werkelozen kwamen. En dat noemt men dan een zinvolle actie van solidaire werkers. Nou ja.

De enige zin van dergelijke acties is het feit, dat actievoerders in vele gevallen hun zin weten te krijgen, ook al gaat dat vaak ten koste van degenen die met hen de actie voerden en deze in feite mogelijk maakten. Want actievoerders krijgen nu eenmaal vaak hun zin, omdat het te veel kost om rechtvaardig te zijn en hen hun zin niet te geven. Waarop de actievoerders, die hun zin gekregen hebben, ervoor zorgen, dat de zinnen van de slachtoffers snel op iets anders worden gericht, op een nieuwe mogelijkheid om solidariteit te betuigen. En zegt u nu maar eens dat dit alles nog nooit is gebeurd.

De mensen houden zich bezig met belangrijke vragen als: zal koningin Juliana binnenkort nu haar ambt overdragen of niet? Maakt dat voor die mensen nu werkelijk zoveel uit? En gun die koningin ook haar rechten. Elke mens heeft op 65 jarige leeftijd recht op AOW en rust. Zij niet? Indien u het mij vraagt, moet dat goede mens nu maar eens wat meer zichzelf zijn, weg uit die overvolle werkdagen, al dat geschipper, enz. Geef haar liever een 65+ pas, dan kan zij nog voortaan voor half geld reizen ook.

Indien Beatrix koningin wordt, zal zij het even goed of mogelijk beter kunnen doen? Voor haar eigen gevoel zal dat overigens wel het geval zijn en wat anderen ervan denken, zal men na enige tijd wel kunnen constateren.

Anderen vragen: Moeten wij dan haar regeringsjubileum niet vieren? Gezellig feestje bouwen? Om met een bekende cabaretier te spreken zou dat in ieder geval een gelegenheid zijn om weer heel wat krentenbroden achter de rododendrons te mieteren.

Maar hebben de teleurgestelde eerbetoners zich wel gerealiseerd, wat het voor een vrouw van meer dan 65+ betekent op een bordes enkele uren te staan glimlachen en te staan knikken, vol belangstelling voor alles, behalve haar eigen zere benen? Veel van de mensen, die het een schande vinden dat dit niet doorgaat, dringen eenieder opzij en stormen elke tram in, omdat zij op hun leeftijd, die nog niet eens 60 bedraagt, te moe zijn om 10 minuten te staan.

Deze mensen eisen uit zuivere genegenheid van die koningin, dat zij uren lang staat, dat zij vriendelijk wuivende rondrijdt, altijd glimlachend. Ofschoon misschien een menselijke nood haar doet verzuchten, dat er nu toch snel een rustpauze moet komen, omdat er anders ongelukken kunnen gebeuren.

Kortom, wat eisen jullie eigenlijk van deze Moeder des Vaderlands? Volgens mij is dit geen genegenheid meer, maar eerder een soort onnadenkend egoïsme. Neen, laat de koningin haar rust vinden. Indien Nederlanders het zonder haar niet menen te kunnen stellen, geven zij alleen maar toe, dat zij zelfs op rijpe leeftijd nog niet aan de emotionele luiers ontgroeid zijn.

Wanneer jullie zo graag over solidariteit praten, wees dan ook eens solidair met die koningin, gun haar ook eens wat privéleven, wat rust. Zij heeft heus haar eigen problemen en die tellen al genoeg. Het gaat niet met alle kinderen even goed, en manlief heeft kortgeleden ook een paar domme dingen uitgehaald die niet geheel door de beugel konden.

Leuk is anders, nietwaar? Bovendien: Bernard mag geen uniform meer dragen en dat stond hem net zo goed. Waar nog bij komt, dat het met voortdurend pijn in je rug ook niet meevalt om overal, handen op de rug en vol aandacht te staan en nog eens te staan. Hebt u wel eens met spit een uurtje op parade gestaan? Neen? Wees blij. Maar hij moet wel, indien u begrijpt  wat ik bedoel.

Ik zou zeggen: Laat ze met vrede, want de koningin en haar prins hebben hun rust heus meer dan verdiend. Maar ja, zeggen de mensen: Het is niet dat ik hen dat niet gun, maar wat zou het worden, wanneer Trix en Claus….. Want zo zijn Nederlanders: zodra de betreffende personen in de buurt zijn, stamelen zij majesteit en koninklijke hoogheid voor en na. Maar wanneer ze niet in de buurt zijn, horen zij opeens er weer bij en roddelt men gezellig over Trix en Claus. Maar ja, eens zal het er toch van moeten komen en zien wij die twee opeens in de huiskamer op tv, door ministers gemaakte opstellen voorlezend op Prinsjesdag, linten doorknippende, wuivende en steeds maar weer vol belangstelling voor alle goed gemeende onbenulligheden, waaraan zij door hun liefhebbende autoriteiten en pers worden onderworpen. En natuurlijk moeten zij van alles onthullen, wat vooral aanslaat wanneer het niet gaat. Of zij dopen schepen en laten die van stapel lopen, wat toch altijd al een specialiteit is geweest van Prinses Beatrix.

Zou Prinses Beatrix dergelijke dingen er nu werkelijk zo veel slechter vanaf brengen? Ofschoon deze in het oog van het publiek voornaamste bezigheden ongetwijfeld duur worden betaald. Dat wel. Maar daarover mag u zo dadelijk onderling van mening wisselen.

Trouwens: degenen die mopperen over de kosten die het koningshuis met zich brengt, moeten eens uitrekenen wat het zou kosten om een korps van deskundigen op te leiden en te salariëren, die in staat zijn plechtige openingen vol statie te voltrekken, provincies te bezoeken en op werkbezoeken eenieder het gevoel te geven dat hij of zij toch werkelijk meetelt? Die som zou er ook niet om liegen.

Trouwens, vorsten doen heel wat meer dan het volk beseft. Daarom hebben zij een eigen kabinet. Dat is de kast waarin al die brieven liggen, waaraan dan, dankzij ingrijpen van de allerhoogste hand, soms toch nog wat gedaan wordt.

Daarnaast heeft het land natuurlijk ook een kabinet, waarin alle kluiten als beraad, commissies e.d. opgeborgen zijn, tot de kamer weer eens lastig wordt, het volk eisen probeert te stellen.

Soms stuurt het kabinet van de koningin een brief door met het verzoek hier eens iets aan te doen. Dan heeft het landelijke kabinet het land in en stuurt dus de betreffende missive snel het land in naar andere autoriteiten, die dan op hun beurt iemand zoeken om de problemen op te lossen, of het kabinet van de koningin ervan te overtuigen, dat er toch werkelijk geen enkel foutje is gemaakt en dat de steller van dit verwerpelijke beroep dus wel gestoord moet zijn.

Dit alles overwegende, vraag ik mij af waarom burgers zich over al die zaken soms zo opwinden. Is de dankbaarheid en het medeleven van het volk dan soms een gesublimeerde vorm van bemoeizucht?

Zou de dankbaarheid van een volk er niet beter uit kunnen bestaan, dat men gewoon erkent, dat een koningin ook een mens is, met alle menselijke zwakheden, fouten, slechte buien. Zou het vorstelijke personen geen goed doen, wanneer zij wat meer met rust werden gelaten en de mensen zouden beseffen, dat vorstinnen geen voortdurend glimlachende moederlijke vrouwen zijn, maar mensen die heel wat hebben geleerd en die soms ook wel eens een vloek slaken?

Volgens mij zijn de privé opmerkingen van zo iemand heel wat verfrissender dan alle openbare beuzelpraat, waar zij vaak niet omheen konden. U had eens moeten horen, wat er privé werd gezegd over de laatste kabinetsformatie. Dat had heel weinig te maken met een Oranje boven of een afsmeken van Gods zegen op het uiteindelijk gevormde kabinet. En zo er al een bede is gesproken, leek die meer op: de Heer behoede Nederland, dan: de Heer behoede van Agt.

Indien ik u zo de spiegel van uw dagelijkse emoties voorhoud, krijgt u dan ook niet het gevoel dat het in feite veeleer een soort poppenkast is waar u naar kijkt?

En voor hen die streven naar de republiek, zou ik in het voorbijgaan nog het volgende willen zeggen: Een koningin is altijd nog voordeliger en onpartijdiger dan een president. Want elke president moet in korte tijd zoveel relaties maken dat hij, net als zovele politici, later een beter betalend baantje kan krijgen. Een koningin niet. Die wordt geboren, heeft dan levenslang, tenzij zij de kans krijgt om af te treden voor zij niets meer aan haar leven heeft.

Let wel: ik wil mij niet voor of tegen een bepaalde staatsvorm uitspreken. Ik vraag alleen maar: waarom men hooggeplaatste personen altijd zo ontmenselijken wil, maken tot sprookjesfiguren, veredelde marionetten vol goede wil, die democratie uitstralen waar zij gaan en verder alleen bestaan om verheerlijkt te worden.

Wanneer ik de wereld bezie en bijvoorbeeld even stilsta bij de ook al tot de kunst behorende glimlach van Jimmie Carter – die mij overigens steeds weer doet denken aan een kunstige melodie, die de titel Donkey Serenade droeg – krijg ik het gevoel: zo iemand zit daar nu op opvallende wijze machtig te zijn en zijn onmacht te verhullen, terwijl hij mogelijk uit eerzucht, mogelijk uit onvermogen, een stukje van de USA de grond in zit te werken.

Wat heb je aan dergelijke mensen? Wanneer je in hun hart kijkt, constateer je steeds weer: zij bedoelen het wel goed, maar doen het altijd weer zo verkeerd. Moet je dergelijke mensen dan ophemelen of afwijzen? Moet je hen zien als de groten van deze aarde? Als wezens die geen fouten kenden?

Denk aan Jerome Kenyatta. Een waarlijk machtig man die veel bereikte. Maar vergeet daarbij dan ook niet, dat hij behoorde tot de clan van luipaardmannen enz., die indertijd zo ontzettend veel moorden in die buurt hebben bedreven. Dat mag niet gezegd worden en ik betwijfel of hij ooit zelf aan dergelijke roof- en moordtochten heeft deelgenomen, maar hij was wel degelijk volledig mede verantwoordelijk voor al deze dingen. Toch was hij niet alleen eerzuchtig, maar wel degelijk voor zijn volk ook een goed en wijs staatsman.

Het is dwaasheid mensen alleen naar de uiterlijkheden te beoordelen. En wijsheid betekent: dat je nooit zult vergeten, dat eenieder, wie dan ook, twee aangezichten heeft. En als je dan toch zo wijs bent, realiseer je dan maar meteen, dat je zelf ook twee gezichten hebt, waarvan je er de wereld bij voorkeur ook maar één van laat zien.

Het is wijsheid je eigen verdeeldheid te beseffen, het is dwaasheid alleen in jezelf die facetten te erkennen en te eren die je zelf op prijs stelt en waarmede je ook meent op anderen een goede indruk te kunnen maken.

Ik heb een grote eerbied voor allen die deze zelfkennis weten te verwerven en tijdens hun gehele stoffelijke bestaan ook weten te behouden. Het zijn er niet veel, maar zij bestaan. Maar zelfs hen zou ik de raad willen geven:

Het is in deze wereld dwaasheid anderen alles te vertellen, wat je jezelf en omtrent jezelf erkent. Laat in dit opzicht desnoods de anderen voorlopig maar hun eigen gissingen en vergissingen maken. Want de waarheid kan deze wereld nu eenmaal niet goed verdragen.

De gehele geschiedenis van de wereld lijkt wel uit menselijke misvattingen te zijn opgebouwd. Ofschoon men later natuurlijk doet, of men alles al had voorzien en ook zo bedoelde.

Er zijn geestelijke krachten werkzaam op aarde en vele mensen voelen dit aan. De een spreekt over de Wil van God en de ander mogelijk over het laatste oordeel. Maar allen onderwerpen zij de ontvangen krachten en begrippen aan de menselijke rede als enig juiste selector.

Indien echter een geestelijke kracht u doet erkennen dat er iets zal gaan gebeuren, moet u dan eerst zelf uit gaan maken wat dat dan wel kan zijn? Of is het dwaas je eigen denkbeelden zonder meer aan een dergelijke impuls op te leggen? En is het niet nog veel dwazer een ingeving te verwerpen, omdat bijvoorbeeld in de courant staat, dat het anders zal zijn?

Indien een mens – en elke redelijke mens zal dit beseffen – erkennen moet, dat er in en rond de wereld vele onverklaarbare krachten en verschijnselen een rol spelen, zoals er ongetwijfeld ook nog vele onbekende vermogens en mogelijkheden van geestelijke aard bestaan, zo zal hij deze niet moeten toetsen aan het reeds bestaande in de menselijke kennis, maar deze als geheel nieuw moeten toetsen op hun eigen betekenis en waarde. Dan alleen komen de mensen, dankzij deze geestelijke krachten en invloeden, werkelijk op kortere termijn een  stapje verder.

Maar heel wat mensen, die toch wijs en verstandig genoeg plegen te zijn ten aanzien van  andere zaken, zullen zelfs maar het denkbeeld, dat er andere, niet zonder meer in de bestaande kennis te integreren waarden, krachten en mogelijkheden met grote felheid verwerpen, omdat zij het gevoel schijnen te hebben dat alle regels door het aanvaarden van dergelijke zaken ontkracht zullen worden.

Want zo denken velen die zich wijs achten, alles moet ingedeeld kunnen worden. En zodra persoonlijke eigenschappen een rol gaan spelen, die niet omschrijfbaar zijn, is het mis. Hun probleem zou je kunnen uitdrukken door de vraag: hoe kun je helderziendheid in een computer doen?

Maar ja, dat gaat eenvoudig nog niet en voor hen is de computer het model van het redelijk menselijk denken, waarbij de voeding nog wel aan de onvolmaakte mens is overgelaten, maar alle verdere processen zich op een meer dan menselijke wijze redelijk en in snel tempo afspelen.

Helaas komt dit alles er bij mensen vaak op neer, dat zij de uitkomst reeds vernemen, voor zij zeker zijn dat zij de goede vraag gesteld hebben.

Geestelijke krachten passen niet in dit mechanisch-elektronisch model van de wereld en de rede. Zoals wonderen gemeenlijk niet passen in een kerkgemeenschap. Want een wonder, dat je zelf niet kunt doen en anderen wel volbrengen, eist verklaring. Het is iets, een beleving. En hoe moet je nu duidelijk maken dat jij de enig juiste beleving en het enige onfeilbaar juiste geloof hebt, wanneer wonderen ook elders voorkomen?

In eigen omgeving kun je nog wat doen met heiligenbeelden, bedevaarten en grote processies. Dat kost wel een hoop, maar wanneer de pelgrims in grote getale aangelokt kunnen worden, krijg je die kosten wel weer duizendvoudig vergoed.

Maar goed. Even de dwaasheid terzijde en gekeken naar de werkelijkheid. Reeds op dit ogenblik is er een bijzonder sterke geestelijke invloed werkzaam op aarde, gedragen door een aantal zeer hoge geesten. Het voornaamste doel van deze inwerkingen schijnt te zijn: voorkomen dat de mensheid zichzelf op korte termijn uitroeit.

Deze krachten ageren niet volgens redelijke normen en houden bij hun beïnvloedingen geen enkele rekening met zaken als werkgelegenheid, economische noodzaken e.d. Zij baseren zich bij alle inwerkingen vooral op de innerlijke krachten van de mensen, houden zich bezig met het vormen van een nieuwe beleving van het voortbestaan van de mens na de dood en proberen steeds meer mensen gevoelig te maken voor uitstralingen en alle waarden die daarbij te pas komen.

Al zijn deze krachten reeds nu werkzaam, rond 19 september zullen zij bijzonder duidelijk kenbaar worden voor velen. Gezien de gemiddelde instelling van de mensen zal dit overal voeren tot grote conflicten. Geen oorlog waarschijnlijk, maar toch wel twisten van zeer grote felheid. Hopelijk blijft het bij woorden.

Besef het volgende goed: Indien in u een besef van die kracht, van dit noodlot, ontwaakt, vraag je dan niet af, of dit aanvoelen, deze innerlijke ervaring in een redelijk beeld past, maar houdt er volledig en overal rekening mee.

Indien je opeens voelt dat er voor jou bepaalde mogelijkheden bestaan, werk er mee en vraag je niet af, of dit wel juist en passend is. Na de genoemde datum zal maanden en mogelijk zelfs jaren lang de invloed van deze geestelijke krachten sterk en sterker worden.

Conflicten zullen zich hierdoor toespitsen, daar zij door zoekers naar macht als een dreiging zullen worden ervaren. Eind oktober zullen hiervan blijken te constateren zijn. Er zullen dan in korte tijd vele onredelijke zaken gebeuren waarbij mensen in gezaghebbende posities een hoofdrol spelen. Soms zullen zij zelfs reageren tegen alle redelijkheid en mogelijk hun eigen verlangen in.

Met dit alles begint een nieuwe ontwikkeling, die zich tenminste twee jaren lang zal voortzetten. Dit alles is gebaseerd op de laatste gegevens, die verkregen werden van de Witte Broederschap

Realiseer u reeds nu, dat deze invloeden en krachten niet alleen bij anderen, maar ook voor u persoonlijk een rol gaan spelen. Kijk zo nu en dan eens naar alle dwaasheden in uzelf in de wereld, om te beseffen hoe vaak u probeert op zich positieve ontwikkelingen van geestelijke aard met schijnbaar redelijke redeneringen weg te werken. En vraag u daarna af, of het toch voor u verstandig zou kunnen zijn om zo nu en dan eens onverstandig te zijn.

Waar de wereld naartoe gaat? Of er een conflict komt tussen Syrië en Israël? Dit laatste komt niet, dat is er al. En de belangrijkste vraag: of het nog lang zal duren voor er een wereldoorlog uitbreekt? Zolang alle mensen tegen wereldomvattend geweld zijn, oorlog schuwen en bestrijden en aan niets, wat daarmede te maken heeft, hun medewerking verlenen, ook al levert medewerken vaak heel veel op, dan zal een wereldoorlog onmogelijk worden.

De mens beschouwt zich maar al te vaak en graag als eenling te midden van velen, speelbal van maatschappij en noodlot. Dit is niet juist. Met vaak schijnbaar onbelangrijke dingen kan een eenling soms invloed uitoefenen op de gedragingen van velen. Denk maar aan die jongen, die naar boven stond te staren al was er niets te zien en een massa rond zich vergaderde, die weer een verkeersopstopping veroorzaakte enz. enz.

Een eenling, die handelt tegen de gedragsverwachtingen in, is in vele gevallen machtiger dan u zou denken, bereikt meer dan redelijk verondersteld kan worden.

Wie op innerlijke impulsen op het juiste ogenblik en zonder verstandelijke overwegingen reageert, zal heel wat bereiken en is machtiger dan alle anderen, die alleen binnen een bepaald kader plegen te denken en te handelen.

Dan blijkt dat een gedrag, dat in de ogen van de wereld een grote dwaasheid is, in feite de grootste wijsheid is.

Of de werkeloosheid in uw land toe zal nemen? Sommigen zeggen van wel, anderen beweren van niet. Buiten alle redelijkheid om is het juiste antwoord: Door een sterke toename van groepsegoïsme bij kleinere en grotere groepen, zal de werkgelegenheid in de productieve sector de komende tien jaren steeds minder worden.

De mensen leven in een wereld, waarin de meesten schijnen te denken dat alles vanzelf gaat. De overheid moet het maar opknappen, gelden beschikbaar stellen enz. Maar de middelen van die overheid, macht zowel als geld, ontleent zij aan u allen. Kortom, een arbeider die wel korter wil gaan werken, maar niet bereid is daardoor ook veel minder te gaan verdienen, eist van de staat een bijdrage. Hij betaalt een klein deel hiervan zelf, de rest moeten andere mensen voor hem opbrengen.

Een parasiet is iemand die ten koste van anderen leeft, volgens het woordenboek. Wat mij in moeilijkheden brengt. Een ambtenaar, een burgemeester, leeft in feite op kosten van de gemeenschap. Hij zal er wel iets voor doen, maar de vraag is nu maar, of dit werkelijk het welzijn en beter functioneren van de gemeenschap bevordert of niet. Zo neen, dan zou hij dus een parasiet genoemd kunnen worden?

Indien iemand werk verricht dat voor de gemeenschap werkelijk nuttig is, zou men hem mogelijk een symbioot kunnen noemen. Alle niet nuttig werk, dat binnen de gemeenschap wordt gecreëerd om mensen een kans te geven, een goed loon te verdienen, zou echter moeten vallen onder parasitisme. Moeilijk.

Het aantal werkelijk productieve werkers in uw land op dit ogenblik bedraagt ongeveer 1,5 miljoen. Maar hoeveel mensen werken er in uw land dagelijks? Zeg rond 6.000.000. Dat betekent dus in feite, dat een kwart van de werkende bevolking alles op moet brengen om de rest van de werkers in redelijke welstand te doen leven. En daar vele niet productieve werkers de hoogste beloningen krijgen, vraag ik mij toch af, in hoeverre een dergelijke opbouw van de maatschappij nog redelijk te noemen is. Maar ja, ik weet natuurlijk niet veel en mogelijk is dit het gevolg van gemeenschapszin, organisatienoodzaak of iets anders.

In die maatschappij wordt ook nogal wat opgeëist door zogenaamde minderheden. In vele gevallen blijken dezen te bestaan uit enkele heren met lange haren en baarden, die zoveel anderen door hun geschreeuw rond zich weten te verzamelen, dat zij hierdoor acties kunnen beginnen. Deze acties zijn mogelijk voor enkelen of de aanstichters ervan nuttig, maar in heel veel gevallen blijkt, dat het gevolg van die actie voor het geheel alleen maar nadelig is. Wat moet ik daarvan denken? Is mijn visie juist of niet?

Ik wil echter met nadruk constateren, dat het voor een gemeenschap en de menselijke verhoudingen daarin altijd nadelig zal zijn, wanneer groepsbelangen worden verdedigd met alle middelen ten kosten van de gemeenschap als geheel. Om zichzelf enig zgn. recht te verschaffen, doet men alle anderen in feite onrecht.

De oorzaak van dit alles ligt volgens mij in de neiging van de meerderheid van de mensen om macht en verantwoordelijkheden aan anderen te delegeren, zonder zelf alle ontwikkelingen te kunnen controleren en volgen.

De grootste dwaasheid van de mensen is volgens mij gelegen in hun verwachting, dat anderen alles beter kunnen en zullen doen, zodat je jezelf de moeite wel kunt sparen om iets te doen. Zoals het dwaas is aan te nemen, dat anderen, die jou en je leven ternauwernood kennen, altijd toch beter dan jijzelf zullen weten, wat goed voor je is, zodat je zelf geen beslissingen hoeft te nemen, maar eenvoudigweg kunt volstaan met hetgeen anderen je zeggen te doen.

Dwaas is het ook je anders voor te doen dan je bent, in de hoop dat je in de ogen van anderen zult beantwoorden aan een beeld, dat niet bij je werkelijke persoonlijkheid  past.

Dat lijkt mij voldoende. Na de pauze kunt u vragen stellen, verwijten uiten enz. Goeden avond,

Deel 2

Wat hebt u op de merken?

Vragen

  • U kent tweeërlei dwaasheid, dat wat u werkelijk dwaas en wat u schijnbaar wijs vindt.

Zeker vind ik vaak wijs wat de wereld dwaas vindt. Dwaas acht ik altijd de zgn. wijsheid van de wereld, die weigert na te gaan wat de mens werkelijk is en kan.

  • Waarom spreekt u zo wrang over alles?

Vindt u dat de waarheid over deze wereld honingzoet is? Wat u wrang vindt, maakt duidelijk dat de zaken niet in orde zijn. Er zijn helaas te veel dingen, die de mensen voor zich en anderen op een handige manier verbergen. Soms geven zij de dingen andere namen, alsof hierdoor de aard ervan zou veranderen. Zoals bijvoorbeeld het gevaarlijke carbolzuur wordt aangesproken als Fenol, schijnbaar in de hoop dat het transport daarvan dan minder gevaarlijk zal schijnen.

Spreek je over dergelijke verdraaiingen e.d., dan verbind ik daaraan conclusies, waarop men uitroept: Wat wrang, zo bedoelen wij het toch werkelijk niet. Neen, dat wil ik aanvaarden. Maar jullie doen het wel zo. De feiten blijven hetzelfde.

In wezen ben ik zeker niet zo wrang. Ik zie wel degelijk het goede in de mens, ook al heeft het mij meer moeite gekost dan de meesten onder u om dit te leren zien. Als bultenaar heb ik van mensen heel wat meegemaakt dat niet bepaald mooi en edel was. Ik heb moeten leren dat de wereld meer voelt voor bedrog dan voor feiten.

Ik heb moeten leren, dat een zeggen van de waarheid bij vele medemensen een soort haat opwekt. Maar ik heb ook leren beseffen, dat er achter dit alles ondanks de uiting toch ook veel goeds bestaat.

Wrange dingen zeggen heeft alleen zin, wanneer je de mensen wakker kunt schudden voor uiterlijke feiten, zodat de werkelijke mens, die achter die uiterlijkheden schuil gaat, op de voorgrond kan komen en verdere fouten steeds meer vermeden kunnen worden. Ik meen dat mijn optreden resultaat heeft, want ik ben ervan overtuigd, dat het zinloos en dwaas is te preken tegen mensen, die je toch niet wakker kunt schudden.

Het was niet mijn bedoeling iemand werkelijk te beledigen, maar wilde bepaalde zaken eens duidelijk stellen, zoals zij in mijn ogen zijn.

  • Wat is de geestelijke zin hiervan?

Wanneer je iemand zo wakker schudt, soms bijna misselijk maakt van woede, zal hij mijn opmerkingen nog lange tijd lopen te herkauwen. Hij denkt er dus over na. Zeg hetzelfde in de vorm van een mooie preek en de mensen, voor wie het van belang kan zijn, hebben al vergeten wat je werkelijk gezegd hebt, voor zij de deur uit zijn. Deze benadering kan dus bijdragen tot de bewustwording van sommige mensen, die je op een andere wijze niet kunt bereiken.

  • Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht?

Een wrange opmerking in dit verband, want wij kozen als titel: “de spiegel der dwaasheid”. Maar zeker geldt, dat een mens die de dwaasheid van anderen ziet, zo mogelijk in die ander iets van zijn eigen dwaasheid erkent. Wat nuttigs is, ook al komt het soms harder aan dan het spreekwoord doet vermoeden.

Voorbeeld: er zijn bij de Orde mensen, die steeds weer zeggen: Wat zijn wij toch uitverkoren, dat wij dit alles aan mogen horen. Maar hoe weten zij dit, wanneer zij nooit naar iets of iemand anders willen luisteren? Wie slechts één mening wil aanhoren, kan niet over de juistheid en dus ook niet over het gelijk of ongelijk van anderen oordelen. Hoe kan een mens denken dat hij uitverkoren is, wanneer hij niet eens weet wat er elders gaande is?

  • U spreekt voor een kleine kring. Zou u niet meer mensen kunnen beïnvloeden?

Gooi een steen in een vijver en zij raakt een klein deel van de inhoud, maar veroorzaakt rimpelingen over het gehele oppervlak.

Een hatelijkheidje, hier gezegd… een grap, hier verteld, gaat van mond tot mond, verandert de reactie van mensen op sommige punten. Daarom bereik ik niet slechts 50 of 80 mensen met mijn toespraak, maar veroorzaak ik in feite een soort sneeuwbaleffect, waarbij een wijze van denken en handelen steeds meer mensen beroert.

Uw houding tegenover bepaalde onderwerpen is veranderd. Bepaalde uitlatingen vormen voor u later een associatie die uw eigen woorden kleurt. Door zo te spreken tegen  50 mensen, bereik je op de duur met een deel van je denkbeelden wel 100.000 mensen voor alles uitgewerkt is. En dit maakt het de moeite waard met alle inzet van je wezen tegen een  dergelijke kleine groep te praten.

Daarnaast kun je mogelijk een of twee mensen helpen hun eigen problemen anders te benaderen, of iets te beseffen van de geestelijke werkingen en krachten, die ook in het ik  aanwezig zijn, maar tot nu toe niet werden gebruikt, of zelfs maar beseft. En ook dit maakt je blij en geeft zin aan de inspanningen die je je moet getroosten.

  • Maar in andere kleine groepen wordt ook gepraat, anders. En dat heeft ook zijn gevolgen. Compenseert dit elkaar niet?

Ten dele. Maar er zijn twee soorten van geklets: het onze en het oeverloze. Dit laatste haalt niets uit en heeft weinig of geen invloed. Daardoor valt het uiteindelijke resultaat meestal mee, terwijl op vele verschillende wijzen bovendien vanuit de geest hetzelfde gezegd wordt in vele verschillende groepen, zodat de invloed van de boodschap groter is dan u denkt.

( het geheel sterk bekort)

image_pdf