juni 1977
Openbaringen
Als je terugdenkt aan de tijd toen de mensheid nog erg jong was, dan kun je begrijpen hoe die mensen leefden in een wereld vol van geheimen, van raadselen, van ongekende gevaren. Een van de methoden die men toepaste om daar bovenuit te komen, was het benoemen van die gevaren, men gaf ze een naam. Ze werden aanspreekbaar en daarmee bekend. De mensen die nadachten en veel ervaring opdeden, beriepen zich op die onbekende krachten. Het is maar zelden dat iemand een openbaring brengt of een nieuwe school sticht en zich daarbij beroept op zichzelf. Altijd weer verwijst men naar het onbekende, naar de hogere autoriteit.
In het begin was het voor de mensen ongetwijfeld de vraag: hoe krijg je de vrouwen ertoe om bepaalde zaden te verzamelen en te planten, want de vrouwen deden dat toen. Degene die dat openbaarde, beriep zich op een god. Die god was de zon. Later is het Amon geworden. Ook de mannen moest hij wat leren, namelijk om in een vast verband samen te leven. Daarvoor beriep hij zich wederom op diezelfde god Amon. Maar hij had ook iemand nodig om anderen aan het werk te zetten. Dat werd Seboey, die later in Babylon Naboe zou worden genoemd. Maar degene die zelf de openbaring bracht, een ingewijde in zijn tijd mogen we wel zeggen, heette Esir. En Esir met zijn broeder Horem werden later Osiris en Horus, goden van een nieuwe godsdienst. Zo is het eigenlijk altijd gegaan in de wereld.
Als we denken aan goden en godennamen als Brahma, Brahman, dan komen we tot de conclusie dat Brahman oorspronkelijk alleen maar een aanduiding was van “oudere”. Dat was in een tijd dat ze nog niet eens wisten hoe ze Sanskriet moesten schrijven. En daarmee beriep hij zich eigenlijk op een voorvader. Het was de neiging om een combinatie te scheppen van het eigen ik en het hogere, een soort vader-zoonverhouding, zoals we die zo vaak tegenkomen. Zo ontstond eigenlijk de sekte van de wijzen der brahmanen.
Elke keer als je zo’n openbaring bekijkt, zeg je: het is toch wel erg onwerkelijk wat daar wordt gezegd. Als Jezus vertelt dat je je naasten en zelfs je vijanden moet liefhebben, dan denk je: dat kan nooit lukken. Als je de Boeddha hoort vertellen dat je een pad moet gaan, dat je geen begeerte moet hebben, dat je onthecht moet leven, dan kijk je naar de wereld en denk je: hoe wil hij dat nu voor elkaar brengen? Als Mohammed komt vertellen dat ook vrouwen rechten hebben, hoe een mens precies moet leven en voor wie hij respect moet hebben, dan denk je ook: daar komt niet veel van terecht. Dat zijn dan maar drie voorbeelden. Er zijn ontzettend veel van die openbaringen geweest op de wereld.
Er zijn leraren geweest die bij u allang vergeten zijn, die de leer van de Manitoes (de indianen) hebben gebracht. Er zijn leraren geweest die de leer van de Weg uit de Grotten hebben gebracht, de bevrijding door de wil der goden en die goden ook nog beschreven, zoals we dat bij indianenstammen heden nog zien, zeker als ze Azteekse of Tolteekse afstamming kennen. Altijd weer is het een verhaal waarin het onbekende voorkomt. En naarmate de mens dichter bij de werkelijkheid komt, meer gaat begrijpen van de verschijnselen die hem omgeven, gaat hij ook een andere kwaliteit zoeken.
In het begin is het voldoende als er een god achter de donder schuilt. (Als er nu gedonder is, schuilt er een politicus achter of een terroristengroep.) Later wordt het wat moeilijker. De god moet degene zijn die een bepaalde wet geeft. Maar als wetgever moet hij tevens zijn gezag handhaven, hij moet een wrekende god zijn. Als de mensen ook daaraan ontgroeien, wordt de god een vaagheid, maar hij moet blijven bestaan. Ergens is dat het onbekende waarop je je beroept om zo datgene wat in je wordt geboren, achtergrond en gestalte te geven. De mensheid maakt een bepaalde ontwikkeling door. Als je probeert te begrijpen wat er aan de hand is, moet je ook proberen te begrijpen wat de achtergrond is.
Religie op zichzelf is heel leuk want religie is de goddelijke rechtvaardiging die de mensen zoeken om elkaar de das om te doen. En dan vragen we ons af: hoe zit het dan met al de openbaringen die er zijn geweest?
In de eerste plaats: waarom die openbaringen?
In de tweede plaats: waarom zijn ze vaak zo cryptisch, zo onbegrijpelijk?
In de derde plaats: waarop heeft men eigenlijk dit alles gebaseerd? Waar komt het vandaan?
De eerste vraag is gemakkelijk te beantwoorden. Er zijn mensen, die noemen zich dominee. De een heet Paisley, de ander Metiari en meer van die namen. Zij zeggen: God rechtvaardigt onze strijd voor het recht. Terwijl het God geen cent kan schelen. Hij trekt zich er niets van aan. Men gaat dus proberen iets op een bepaalde manier te brengen. Er is niet alleen een achtergrond van geestelijke bewustwording en ontplooiing aan verbonden, maar wel degelijk ook nog iets anders. Er is aan verbonden de rechtvaardiging van je eigen gezag.
Er is een betrekkelijk oude mysterieschool geweest, de mysterieschool van Isis. Isis treedt op in twee gestalten: als de wreekster en als de godin van het leven en de huiselijkheid. Zij is gelijktijdig de moeder en een wrekende Megaera. Deze inwijdingsschool is uiterlijk gezien een hoop humbug, omgeven met heel veel rituelen, optochten met fakkels, priesteressen met rinkelbanden en nog zo wat van die dingen. De kern ervan was eigenlijk een sublimatie van de oude geheime riten die de seksen van elkaar onderscheidden. Die zijn er nu ook nog. Er zijn zelfs nu nog bepaalde stammen, waar de mannen hun eigen goden en rituele plechtigheden hebben en de vrouwen eveneens. Op dat punt mogen ze niet bij elkaar komen. Op andere punten geen bezwaar, maar waar de goden komen, daar is een scheiding. Het is ongeveer zoals een pastoor uit 1850 zich de hemel voorstelde.
In deze leer wordt geprobeerd iets duidelijk te maken. Er wordt gesteld in de eerste plaats (vergeet niet in welke tijd dat gebeurt) dat de vrouw in haar eigen recht, de meerdere is van de man, maar in haar plaats vaak de mindere van de man. In de tweede plaats: tot de taken van de vrouw behoorde ook kennis. Die kennis wordt ook onderwezen. Niet alleen magie, maar ook hoe je bepaalde geneesmiddelen en schoonheidsmiddelen vervaardigt, bepaalde geheimen leerde voor het vervaardigen van vaatwerk en zelfs, vreemd genoeg, voor het vervaardigen van het zo genaamde primitieve natuurglas. Wat zegt men verder?
Wie in zich uitgaat (een esoterisch begrip, een uittreding in jezelf of in een kosmische wereld) ontmoet de goden. Wie echter tot de goden spreekt als mindere, zal slaaf zijn. Hij die spreekt tot de goden als gelijke, zal god zijn. Want boven de goden is de enige macht die leeft, dat is het onbekende. Wij beroepen ons op kwaliteiten en eigenschappen. Die kwaliteiten en eigenschappen hebben hun tekenen. De maan Isis, de zon Re, Horus. Al die verschillende gestalten hebben een naam, maar daarboven is de werkelijkheid. In deze geheimleer, die nu toch zeker 5500 à 6000 jaar oud is, en mogelijk nog ouder, wordt reeds gesteld dat wij namen geven om de kracht van het onbekende te kunnen ervaren.
Wonderlijk genoeg heeft de Isis-inwijding ook een weg. Die weg bestaat uit een soort “ken jezelf”, een zelferkenning, een zelfdiscipline, bepaalde meditatieve praktijken waardoor de god tot je kan spreken. Daarnaast uit technieken om krachten, die met godennamen worden omschreven, te beheersen. Anders gezegd, de ingewijden van deze school beheersten feitelijk de goden. Dat is natuurlijk kolder, want een god kun je niet beheersen als je mens bent. Om een god te beheersen, moet je een hogere god zijn. Daaruit blijkt alweer hoe men in die dagen reeds de geheimen van de schepping begon te doorgronden. Maar er is meer.
Er is een tijd geweest dat men uit de sterren las, dat men uit die sterren allerlei conclusies trok. Maar het wonderlijke is dat men dat niet deed zoals men tegenwoordig astrologie bedrijft. Die sterren zijn geen bepaalde personen, ze zijn geen wereldbollen. Neen, ze hebben namen, ze zijn eigenschappen van het onbekende of van de goden. Hieruit ontstaat een inwijdingsleer, die wonderlijk genoeg eveneens aan de maangod is opgedragen. De sekse van de goden hebben ze kennelijk nooit kunnen vinden. Bij de een is de maan mannelijk, bij de ander vrouwelijk.
Wat is de kern van die leer? “De weerspiegeling van de werkelijkheid maakt het mogelijk de toekomst te lezen” (kristalkijkerij, kijken in water e.d. dingen die men nu nog doet), daar voegt men nog aan toe: “want eenieder draagt in zich de kennis der tijden”. Het was een heel selecte groep. De slechten daarvan werden later orakel. De goeden werden de woestijn ingestuurd, die zag je nooit terug, zoals dat meestal gaat.
Waarom die vreemde nadruk op wat je kunt doen? Omdat een openbaring niet bedoeld is om duidelijk te maken wat er ergens anders bestaat, maar om wat er nu moet gebeuren. In deze zin is het christendom in de eerste plaats een leefregel en niet de openbaring van een goddelijke genade, vergeving van zonden en de rest, ook al is het zo gemakkelijk omdat je je zo moeilijk aan de leer kunt houden. Zo zijn er nog een paar secundaire paden, die men in bepaalde boeddhistische tradities gebruikte, omdat de directe weg gaan zo ontzettend moeilijk is. Er is echter een omweggetje en dan kunnen wij ons beroepen op de steun van de Boeddha. De profeet wordt een soort god. Hij heeft een macht waardoor hij degenen die in hem geloven en hem volgen, voorrechten kan verschaffen. Zoals er christenen zijn die zeggen dat alleen een christen van een bepaalde denominatie uitverkoren kan worden. Als je dan ziet wat voor mensen dat zijn die dergelijke stellingen aanhangen, dan zeg je: als dat waar is dan heeft God een ontzettend slechte smaak.
De situatie wordt duidelijker als we kijken bij andere disciplines. Denk bijvoorbeeld aan de alchemie. In de alchemie vinden we in het begin alleen het doen van de dingen, het experiment. Maar het wordt al heel vlug zo dat ook de alchemist een parallel gaat trekken tussen datgene wat hij in zijn laboratorium ziet en wat hij innerlijk aan mogelijkheden bezit. Dit verklaart de dubbelzinnigheid van vele geschriften. Ook hier zijn bepaalde profeten. Ze noemen zich vaak met wonderlijke namen. Hermes Thoth bijvoorbeeld is een van de lievelingsnamen in de beginperiode van de ontwikkeling van deze kennis. Men probeert de geheimen van de natuur te ontsluieren maar pretendeert gelijktijdig dat men daardoor een macht bezit die boven het natuurlijke uit gaat. Ook hier schept men instrumenten waaraan men macht kan ontlenen. Niet alleen de Steen der Wijzen, maar ook het vloeibaar goud en nog meer van die zaken. Ze zijn niet alleen leuke dingen voor de mensen, ze zijn ook machtsmiddelen, instrumenten.
Wie zich bezighoudt met openbaringen, moet zich realiseren dat elke openbaring, of u nu teruggaat naar de Aton-leer of liever luistert naar Mary Eddy Baker (Christian Science), niet in de eerste plaats betekent een nieuwe visie op de oneindigheid, maar dat het een instrument is waardoor het leven kan worden veranderd waardoor men zelf kan veranderen. Het is ook, ofschoon het in de oudheid sterker tot uiting kwam dan in deze dagen, een middel om bepaalde krachten te verwerven. Wat de vraag: waar komt het vandaan, wel zeer urgent gaat maken.
Als ik terugga naar de eerste openbaringen, kom ik tot de ontdekking: dit zijn mensen die behoren tot wat men toen reeds noemde ‘het Verborgen Priesterrijk’, de Witte Broederschap of de Witte Magiërs. In deze gevallen hebben we te maken met mensen die de kunst verstaan om in contact te treden met iets anders. Let wel, iets niet definieerbaar. Wij kunnen zeggen dat het met God is, maar dat weten we eigenlijk niet. Zeker is dat een mens die een bepaalde instelling bereikt, hierdoor beschikt over mogelijkheden waar een ander aan voorbij gaat, maar gelijktijdig denkbeelden ontwikkelt waardoor hij een vernieuwing tot stand kan brengen of misschien een verandering voor een deel van de mensen mogelijk maakt.
Alweer heeft zo‟n openbaring twee kanten. Er is altijd ook dreiging bij, dat is heel vreemd. Het is een belofte en een dreiging. Dreiging kan alleen komen uit het onbekende. Het bekende kan wel dreigen maar daar kunnen we iets tegen doen. Moet er een dreiging zijn die niet te weerstaan is, dan moet die komen uit het voor ons onbekende, hetzij uit de wereld van de dood, de wereld van de goden, hetzij uit een onderaards rijk. Het mag nooit iets zijn waarmee we direct worden geconfronteerd.
Waarom deze dingen? Het is alweer duidelijk: iemand die zo’n systeem onderwijst, kan niet door middel van de rede duidelijk maken waarom het goed is. Het is in de eerste plaats de bron, die voor hem of haar (er zijn ook vrouwelijke profeten en vernieuwers geweest) over het algemeen niet duidelijk is. Je weet niet waar het vandaan komt. Je noemt het wel God of Vader, maar je weet het niet. Verstandelijk kun je het dus niet doen. Dan is er iets anders, als het ware het voortjagen van de ezel met het worteltje aan de zweep. Zaligheid, geluk, Nirwana of de mohammedaanse hemel, compleet met de schone hoeries die drank komen brengen, of misschien een katholieke hemel, of een protestantse hemel die iets soberder is uitgevoerd. Je hebt iets nodig wat aanspreekt. En bovendien de belofte dat alles wat je hebt gedaan, op de een of andere manier wordt beloond en dat anderen die verkeerd hebben gedaan natuurlijk ook worden gestraft, zodat je een dubbele bevrediging krijgt.
Als je verkeerd doet, moet je ook weten dat dat gevolgen heeft. Wat heb ik dus nodig? Een onderwereld, een hel. Onderwerelden van alle soorten vindt men in alle geloofsbelijdenissen. Het is duidelijk, deze elementen die in meer of mindere mate bij elke openbaring een rol spelen, zijn eerder bedoeld om de niet wetenden alvast op het goede spoor te brengen, dan een beschrijving van de feiten. Er zullen wel veel mensen boos worden en zeggen: het staat toch in de Evangeliën, in de bijbel, anders. Natuurlijk, maar vergeet niet dat dat geschriften zijn die een soortgelijke bedoeling hebben. De openbaringen hebben nog een eigenschap. Niet alleen dat ze voortkomen uit de mens die de openbaring brengt, maar ze hangen ook direct samen met de situatie waarin hij verkeert.
De leer van Jezus is alleen denkbaar in de omstandigheden waarin de mensheid leefde rond Jezus’ tijd. Datzelfde geldt ook voor Esir. Esir, die te maken kreeg met de herders en de jagers die op een gegeven ogenblik in moeilijkheden kwamen, een soort zoutgebrek. Dan is het nodig om meer plantaardige voeding te vinden, dus een landbouwbeschaving. Dan zijn er natuurlijk goden nodig. Er zijn krachten nodig waardoor die mensen zich gedwongen voelen de goede weg te volgen, anders zouden ze zeggen: graan zoeken, uitzaaien, zo gek zijn we niet. De hele situatie wijst er dus op dat, als je spreekt over die dingen, je dan niet alleen spreekt uit een goddelijke openbaring maar dat je wel degelijk spreekt vanuit de situatie. Bij alle openbaringen die ik heb kunnen nagaan, en dat zijn er nogal wat, word je geconfronteerd met een verandering van levenshouding die gelijktijdig ook de relatie tussen de mensen en de omgeving wijzigt.
Maar het christendom dan? Dat was niet alleen ideëel. Het was een poging om een commune te stichten. Het leven van de apostelen en de andere leerlingen (de 72 bijvoorbeeld) was eigenlijk een soort commune. Alles werd immers betaald uit één beurs. U kunt het zelf in de Evangeliën controleren. De liefde voor de medemens, zeker, maar ook het gevoel om anderen te moeten helpen. Het veranderen van de taak van de mens. Tegenwoordig zouden ze dat waarschijnlijk solidariteit noemen. Toen noemde men dat naastenliefde.
Wat Jezus brengt is niet in de eerste plaats de leer van de Vader die goedertieren is en van de zoon die als enige weg tot de verlossing voert. Wat Jezus brengt, is de leer van een ander leven. En waarom brengt hij dat? Omdat er in zijn tijd een probleem bestaat dat even groot is als indertijd het probleem van de trekkende stammen.
Als er ooit imperialistische bewegingen zijn geweest, dan was dat wel in de tijd van Rome. Rome dat zich vet vrat met alles wat het stal uit zijn koloniën. Er waren slaven, er heerste onvrijheid, machteloosheid. Waar machteloosheid is, waar je verder niets kunt doen, daar is het samengaan, het respect voor elkaar, het grijpen naar alle mogelijkheden en krachten om elkaar te helpen, het enige middel om die dominantie, door grof geweld of door macht, uit te bannen. Dat brengt Jezus. En dan kunt u wel zeggen dat dat niet in de bijbel staat, maar zo goed leest u die toch ook weer niet. De buitenste duisternis en het Koninkrijk der Hemelen zijn eigenlijk maar schetsmatige aanduidingen.
Datzelfde vinden we ook bij de Boeddha. De Boeddha zegt: je blijft in de kringloop gebonden, maar je kunt daar uitbreken. En vertelt hoe. Daarbij gaat hij in tegen de kwaliteiten die in zijn tijd de hoofdrol spelen. Denk aan al die kleine rijkjes, al die intrigerende vorsten die elkaar vernietigen, van elkaar stelen waar ze konden, elkaar mishandelden, die absoluut geen respect hadden voor iemand die van een andere stand was, tenzij die hoger en machtiger was. Het was eigenlijk een onmenselijke samenleving. Een samenleving met ontzettend veel uitgestotenen. Het probleem was dus: hoe vind ik een methode om deze mensen tot elkaar te brengen?
In de eerste plaats moesten ze geen begeerte kennen. Ze mochten rustig van elkaar houden, daar was helemaal geen bezwaar tegen, maar ze moesten niet aan iets gebonden zijn, ze moesten zich niet vastklampen aan bezit.
In de tweede plaats moesten ze rechtvaardig zijn, niet met twee maten meten. Er waren toen vorsten die zelfs een stuk of twintig maten hadden. Als er recht werd gesproken, dan kwam het erop aan wat de aangeklaagde wilde betalen om zijn recht te krijgen of zijn positie en nog vele andere dingen. Er waren veel graderingen. Eigenlijk was dat ook een leer die voortkwam uit de noodzaak.
Denk nu eens aan een leraar als Gandhi. O, het was een heel andere tijd en hij was misschien ook geen erkende profeet. Maar deze Mahatma Gandhi, deze handige, geslepen advocaat, deze grandioze komediant (want dat was hij ook) wist dat er maar een manier was om de maatschappij geweldloos te veranderen. En dat was door haar enerzijds te overtuigen en anderzijds te confronteren met iets waartegen moeilijk gevochten kon worden. Niet een geweld dat met geweld kon worden beantwoord, maar met onverbiddelijkheid. Met zijn hongerstakingen heeft deze man meer gewonnen dan menig veroveraar met de wapens.
O zeker, wat hij zei, was weer niet geschikt voor de mensen. Het is een andere benadering. En of u het weet of niet, het is deze man geweest die een zeer hecht, duizenden jaren oud kastensysteem aan het wankelen heeft gebracht. Zo kunnen we doorgaan. Ik kan ze stuk voor stuk opnoemen. Het is de situatie waarin ze leven die bepaalt hoe ze reageren en ageren.
Wat is de kern van hun leer? Daarvoor moeten we de andere kant uitgaan. De mensheid was in het begin natuurlijk zuiver egoïstisch, net als alle kinderen. Kinderen zijn egoïstisch. Langzaam maar zeker ga je begrijpen dat je niet gelukkig kunt zijn als een ander ongelukkig is. Je zou kunnen zeggen dat het vermogen tot empathie (het meevoelen met anderen) bij al die leermeesters veel groter is dan bij de doorsnee mens van die tijd. Of ze nu in deze tijd de goede mensen heten, bijzondere mensen, de ware geboren zoon Gods en dergelijke, dat maakt geen verschil uit. Kijk naar hun leven. Kijk naar wat hen beweegt. Het is een gevoel van verbondenheid waardoor ze niet in staat zijn slechts hun eigen leventje te leiden. Het is alsof ze juist de onrechtmatigheden in het bestaan sterker aanvoelen dan een ander. Denk maar aan de bron waar de engel neerdaalde.
Er ligt daar iemand al een paar jaar te wachten. En elke keer als het water in beweging komt, dan probeert hij het wel, maar hij kan niet. Het is zoals altijd, het zijn degenen die met een kiespijn of hoofdpijn erin springen en genezen naar huis gaan, maar de lammen blijven liggen. Dan komt Jezus. Hij ziet de man die niemand heeft om hem te helpen, die helemaal alleen staat, en hèm geneest Jezus. Dat is een medegevoel, een verbondenheid, een erkennen van een situatie.
Datzelfde vinden we ook terug in het boeddhisme. Boeddha wordt ook geconfronteerd met lijden, met dood en ouderdom. Hij begrijpt opeens dat het leven niet altijd zo is als het voor hem prettig is, dat het ook nog anders is. En dan voelt hij zich te zeer met de ander verbonden om te aanvaarden dat hij ten koste van de ander zichzelf kan zijn. Het is niet alleen maar een bewustwordingsproces dat van bovenaf wordt gegeven. Het is iets wat mede voortkomt uit de mensheid. Het is een bewustwording van de mensen.
Dan kunnen we zeggen dat zijn hooggeboren krachten die speciaal daartoe incarneren. Ongetwijfeld, dat is waar. Maar die openbaringen hebben dan toch niets wat buiten de natuur om gaat, want ze passen precies in alles wat er bestaat. Ze grijpen precies naar die ene snaar die vals klinkt in die periode. U zult zeggen: dat zou toch onzin zijn als God elke keer met zo’n boodschap komt. Dat is onbegrijpelijk.
Wat betekent dit nu voor de mensheid? Het betekent bijvoorbeeld dat sommige mensen anders gaan leven en denken dan andere mensen. Maar dat betekent niet in de eerste plaats dat wat ze zijn tegenover anderen, zich plotseling wijzigt. Een koning blijft een koning, maar wat hij doet, dat gaat hij op een andere manier rationaliseren. Hij gaat nu proberen te verklaren dat hij is wat hij is door de genade Gods. En dan haalt hij daar de christelijke overlevering bij of hij zegt: ik ben weliswaar vorst, maar ik moet vrij zijn van begeerte en dus moet ik ook soms monnik zijn. Daardoor kan hij afstand nemen van zijn ambt.
Die openbaringen laten de mensen anders leven. De christelijke samenleving is allesbehalve wat Jezus heeft bedoeld, dat kunnen we wel met elkaar eens zijn. Wat dat betreft, vinden we ook in het boeddhisme een hoop zaken die de Gautama zeker in grote verbazing zou hebben gebracht als hij hoorde dat dat in zijn naam gebeurde. Maar de wereld verandert. De christelijke leerstellingen tellen niet alleen maar bij christenen in christelijke landen, ze domineren ook de wereld van de andersdenkenden, tot de islamieten toe. Wie dit begrijpt, ziet ook hoe die beïnvloeding wederkerig is. De instellingen van de islam hebben, of men zich dat realiseert of niet, een grote invloed gehad op het christendom. Het is heel waarschijnlijk dat de invloed van de islam in Zuid-Europa het begin is geworden van een wijsgerige omwenteling die haar bekroning vindt in de reformatorische denkwijzen van bepaalde leraren, of je nu begint bij Luther of bij Zwingli (red, Zwitserse Reformator), dat hangt samen. Er is een veranderingsproces.
Als ik dat proces probeer te omschrijven, zou ik het zo willen stellen: Door zijn plaats in het leven anders te zien, verandert de mens niet zijn gewoonten maar wel zijn gevoelens ten aanzien van zijn gewoonten. Elke openbaring betekent een emotionele verandering bij een aantal mensen op een zodanige wijze dat dit zich op den duur als een besmettelijke ziekte verbreidt. Daarmee verandert langzaamaan ook het gedrag van de mens omdat de gewoonte meer en meer, althans uiterlijk, zal worden aangepast aan de emotionele toestand die de openbaring tot stand heeft gebracht.
De mens leert daardoor ook zijn innerlijke wereld benoemen. Daarbij zijn de namen die hij aan de dingen geeft helemaal niet belangrijk. Ik heb mensen meegemaakt die contact hadden met een van de hogeren bij ons (Theodotus) en hoor nu hoe ze reageren. De een zeg:, ik heb Jezus aanschouwd; een ander werd door een engel bezocht. (Dat is Theodotus nooit geweest. Hij is een heel goede, wijze geest, maar om er een engel van te maken, vind ik overdreven). Weer een ander zegt dat hij door de duivel was belaagd. En een dame beweerde dat een overgegane man zich als geleidegeest had gemanifesteerd. Dat was de beschrijving van de gestalte en de invloed van een entiteit. Maar het eigenaardige was, de boodschap die bij allen overkwam, was ongeveer gelijk. Er was dus een contact ontstaan dat niet alleen aanvaardbaar was op een bepaalde manier, maar waardoor toch de grenzen konden worden uitgewist tussen leven en dood, waardoor innerlijke waarden en geestelijke waarden van de mensen ook stoffelijk uitdrukbaar werden.
Het is helemaal niet nodig om die dingen te gebruiken, als je ver genoeg bent om innerlijk te beseffen en daaruit je kracht te putten. En als je dat nu niet hebt, dan heb je geloof nodig. En als je geloof nodig hebt, dan moet er iemand zijn die dat geloof voor je ontwerpt. Ook dat is duidelijk. Hij, die een openbaring brengt, brengt in feite een kader tot stand waarbinnen de eeuwige krachten voor de mens aanvaardbaar worden en in zekere mate hanteerbaar.
Nu kan men zich afvragen, of al degenen die profetieën hebben gebracht, allen van gelijke grootte waren. Dat is helemaal niet nodig. Er is een zekere mijnheer Jamin, die in snoepjes in ’t groot doet en er is een klein zaakje (dat er nu niet meer zal zijn) waar je voor een cent drop kon kopen. Dan kun je zeggen: beide zijn het openbaringen, beide gaat het om snoepjes. Maar er zit toch wel verschil in.
Er zijn hoge geesten die openbaringen brengen en er zijn lagere geesten die dit ook doen. Je kunt niet zeggen dat het duistere geesten zijn. Duistere geesten brengen geen openbaringen, die zijn op zichzelf gericht. Maar eenieder die zich richt op de ander, brengt zo het nieuwe kader tot stand waarbinnen de mens zich aanvaard kan voelen zodat hij op grond daarvan ook zijn gedrag en zijn gewoonten enigszins wijzigt.
De bewustwording van de mens is een proces waarbij hij het totaal van zijn persoonlijkheid steeds sterker en bewuster tot uiting probeert te brengen in een stoffelijke wereld. Maar die uiting is stoffelijk alleen mogelijk indien er referenties zijn waardoor hij uitdrukking kan geven aan hetgeen hem beweegt. In het begin was het voldoende om de dingen een naam te geven. Nu bestaan er stoffelijk zoveel begrippen dat je steeds meer afstand moet nemen, steeds verder weg moet gaan van de feiten om toch nog deze ongekende emotionele inhoud in nieuwe begrippen te kunnen uitdrukken.
De innerlijke mens verandert want de mens is deel van een eeuwigheidsproces. Je kunt wel doodgaan maar als je denkt dat je er dan van af bent, heb je het lelijk mis. Dan gaat het voort in een andere vorm en dat kan zich oneindig blijven herhalen, theoretisch. Het is daarom zo belangrijk dat we weten wat een openbaring in feite beoogt, namelijk de mens meer mens te maken, maar ook die mens meer zichzelf te laten zijn.
Al die uitroepen als ‘ken u zelve’ zijn ook nu nog bekend. Maar het is niet alleen maar ‘ken u zelve’ in de zin van kijk in de spiegel. Het is eerder: besef de totaliteit die je bent en beroep je op de totaliteit, zelfs in de beperktheden van een stoffelijk bestaan.
Alle goden zijn deel van jezelf. Je speelt het spel, zo lees je in de oude mysteriespelen. Je bent eigenlijk al die personen. Je bent de verheerlijkte Jezus en de gekruisigde Jezus. Je bent de Vader en je bent de duivel die Jezus komt uitdagen. Je bent het allemaal tegelijk. Een mens omvat zoveel dat hij er zelf geen weg mee weet. Naarmate hij zich meer bewust wordt van de krachten die in zijn ‘ik’ bestaan (of je die nu geest noemt of wat anders), zal hij ook termen zoeken waardoor hij zijn gevoelswereld duidelijker kan uitdrukken. Hij moet echter dit onthouden: de grootste vijand van verdere bewustwording is gelijkschakelen, of dat nu socialistisch, communistisch, religieus of anderszins gebeurt.
Elke mens moet zijn eigen dromen hebben omdat hij uit zijn dromen de juiste aanpassing kan vinden, ook aan de stoffelijke werkelijkheid. Elke mens moet in staat zijn zich te gedragen volgens eigen wezen en normen, want alleen op die manier kan hij de innerlijke kracht puren uit het menselijk onbekende en zo tot stand brengen wat nodig is op grond van zijn gevoel van verbondenheid met het leven en de mensheid.
Het bewustwordingsproces van de mens zou kunnen worden omschreven door een deskundig maar ook onbevooroordeelde analyse van de werkelijke betekenis van alle openbaringen die er in de loop der tijden zijn geweest en zijn vastgelegd, of dat nu was op kleitafelen, papyri, in oude boeken, op oude rollen of misschien met de modernste druktechniek. Al die openbaringen tezamen maken duidelijk waar de mens naartoe gaat. Want openbaring is het product van de mensheid en van het hogere, niet het hogere dat zich oplegt aan de mensheid.
Openbaringen zijn niet de goddelijke boodschap door een bijzondere vertegenwoordiger goedkoop aangeboden aan de mensheid die het heil zoekt. Ze zijn een beroep op datgene wat er reeds leeft in de mens en het scheppen van die termen waardoor hij eindelijk in staat is daaraan vorm en gestalte te geven.
Wie zich wil bezighouden met de ontwikkeling van de wereld, van de mensheid en van de kosmos, moet wel begrijpen dat de kosmische mens alleen kan voortkomen uit een toenemend besef dat in inhoud zo niet in omschrijving vergelijkbaar is in alle werelden waarin de mens als individu bestaat. Het heeft weinig zin als een deel van u in het hoogste licht leeft en u bent op aarde alleen maar duisternis. Als u in het hoogste licht leeft, moet u dat licht zo vertalen dat het nog een rol kan spelen in de materie van welke wereld dan ook waarin u denkt te bestaan. Het leven is een leven van illusies, omdat we alles steeds weer moeten benoemen om het te kunnen hanteren. Elke benoeming op zichzelf betekent dat de naam in de plaats treedt van een werkelijkheid. Maar laten we dit onthouden: Het is de werkelijkheid waarin we leven, al het andere is middel. Naarmate de mens meer middelen vindt om vanuit zichzelf zijn grotere werkelijkheid te benaderen, zal de mens meer kosmisch worden, zal hij deel worden van de totaliteit. Maar hij zal ook veel meer grenzen kunnen overwinnen.
Wie zich realiseert dat Jezus het denkbeeld dat de dood een slaap zou zijn tot het Laatste Oordeel, heeft veranderd in het besef van een voortleven dat onmiddellijk na de dood begint, hij begrijpt misschien hoe groot de stap is die toen werd genomen in de eerste christengemeenschappen. En wie zich realiseert wat er in deze dagen gebeurt, hoe de mens wordt geconfronteerd met een kosmos die eindig blijkt in haar oneindigheid, die vol is van analyseerbare krachten waarbij krachten, die stoffelijk niet eens kenbaar zijn, meetbaar worden en kunnen worden omgezet in een kracht die ook de mens hanteert, hij beseft hoezeer dit een stap verder is naar de eenheid van het ‘ik’ en de gezamenlijke projectie van alle krachten.
Dan is het ook mogelijk de grens tussen sterren en werelden weg te vagen als het zover komt, en dat is nodig. Dan is het mogelijk de dood terug te zenden totdat je voelt dat het nu tijd is om in een andere vorm voort te bestaan.
Er is niets onmogelijk. Daar leeft de mensheid naartoe. En wanneer er een ogenblik komt dat ze verstart en vastloopt in bepaalde denkwijzen en opvattingen, dan komt er weer zo’n vreemde openbaring, die zich beroept op gevoelens en niet op de rede. Een openbaring die nieuwe termen schept, nieuw besef van relatie en verhoudingen, nieuwe gevoelens wakker roept en daardoor de verstarring verbreekt zodat men kan verdergaan. Dat is de zin van openbaringen. Dat is de geboorte van de kosmische mens, ook op aarde.
Samenhangen
Het geheel van de wereld is gebaseerd op de wijze waarop de mensen elkaar beïnvloeden. Deze wederkerige beïnvloeding kan op tweeërlei wijzen, grof gezegd, geschieden. In de eerste plaats door druk, onder meer verwervingsdrang. In de tweede plaats door geweld, dus onderwerping. De hele economie is altijd daarop gebaseerd geweest. Een groot gedeelte van hetgeen zich heeft afgespeeld in de vorige eeuw, was gebaseerd op onderwerping. Een betrekkelijk klein gedeelte van de wereld had een groot deel van de wereld onderworpen en kon daardoor beschikken over de middelen van dit grotere deel van de wereld en dit voor zichzelf gebruiken.
Op het ogenblik wordt het wat anders, zoals u waarschijnlijk weet, maar daardoor zijn er weer andere situaties ontstaan. Er zijn nu internationale rijken gekomen. Deze Internationals, zoals men ze noemt, hebben eigenlijk de plaats ingenomen van de grote staten van vroeger, ook als dit niet zo wordt gerealiseerd. Een aardig voorbeeld in uw eigen land: Een groot aantal gemeenten wordt in feite bestuurd door projectmaatschappijen en niet door de democratisch gekozen vertegenwoordigers. Dat kun je ontkennen, maar de praktijk wijst uit dat het anders is. En zo is het overal. Wanneer men nu de samenhangen tracht te overzien, dan blijkt dat er in de hele wereld voortdurend dingen aan het veranderen zijn. Zeker, soms onder dwang van de situaties. De oliecrisis bijvoorbeeld heeft ongetwijfeld een enorme stimulans betekend voor een aantal ontwikkelingen in de wereld. Een stimulans die onder meer ook de samenwerking van groepen en landen bevordert en daarbij misschien indirect ook de invloed van bepaalde Internationals wat afzwakt. Maar alles wat er in de wereld gebeurt, wordt mede bepaald door datgene wat de mens denkt omtrent zichzelf.
Als men zuiver economisch redeneert, dan kan men uitgaan van abstracties. Dat klinkt allemaal heel aardig, daarom hebben ze zeer abstract uitgerekend dat Nederland in de komende tijd minder werklozen zou hebben. Nu hebben ze uitgerekend dat er in 1980 juist meer werklozen zullen zijn en zo gaat het verder. Want de econoom houdt geen rekening met de mens en met de mentaliteit van de mens. De mentaliteit van de mens wordt nu bepaald door de situatie waarin hij zich bevindt. Dat is iets waaraan je niet voorbij kunt gaan. Als je kijkt naar de krankzinnige politieke situatie die op het ogenblik in Nederland is ontstaan, dan ga je je wel realiseren dat hier de illusie van weelde een grote rol speelt.
Er is een partij die aardig heeft gewonnen, maar eigenlijk nog niet genoeg. Deze partij, die aardig heeft gewonnen, maar net niet genoeg, moet nu doen alsof ze sterker is dan ieder andere partij. Ze kan zich dit echter in feite niet permitteren, dus moet ze uiterlijk een groot aantal winstpunten boeken, terwijl ze eigenlijk zeer veel opgeeft van datgene wat ze zelf als begeerlijk heeft gepredikt. Dat is onvermijdelijk. Dat heet dan een politiek compromis en het eind ervan is een kabinet. Dat zal ongetwijfeld wel een volgend kabinet worden en dan zullen er weer ontzettend veel Nederlanders op de kast gaan als ze tot de conclusie komen dat het veel meer kost dan het oplevert.
De situatie die hierdoor is ontstaan, is er een van weelde. Het probleem van Nederland is grotendeels weelde. Als je rekening houdt met het feit dat er een hele hoop mensen zijn die zouden kunnen werken indien ze bereid waren om werk te aanvaarden dat niet in hun plaats van inwoning of op korte afstand daarvan is gelegen, dan zie je al wat er aan de hand is. Een typisch voorbeeld: Er is een groot aantal bouwvakkers in Nederland werkloos, onder andere in de Achterhoek, in Limburg, in Groningen. Er is grote behoefte aan geschoolde bouwvakkers in Noord- en Zuid-Holland, in een deel van Utrecht en ook in Zeeland is een toenemende vraag. Nu moet men buitenlandse arbeiders importeren die minder deskundig zijn en kostbaarder om de doodeenvoudige reden dat de mensen die in Limburg, in de Achterhoek of in Groningen wonen, geen zin hebben om te gaan werken in Noord- en Zuid-Holland of in Zeeland. Dat is weelde! Het is niet nodig, dus doen we het niet.
Dit is kentekenend voor een groot gedeelte van de wereld. Men heeft het idee: het is niet nodig, dus doen we het niet. Het is niet nodig om democratisch te zijn, dus kunnen wij onze dictatuur doorzetten. Ook deze mentaliteit is een weelde-mentaliteit. Ik kan het mij wel permitteren. Of dit nu werkelijk het geval is of niet, de mens reageert zo. Dat dit op het totaal van de economische belangen en samenwerking een zeer grote invloed heeft, zal iedereen moeten erkennen.
Denk aan de koffie. Als u weet dat de verhoging van de koffieprijzen zeer grote winsten heeft opgeleverd aan de koffie-exporteurs en -importeurs, dat een betrekkelijk klein gedeelte van de oplopende prijs ten goede is gekomen aan de directe producenten (de koffieverbouwers en de eerste verwerkers) en dat het grootse gedeelte van de kosten wordt betaald door de mensen die het zich eigenlijk niet kunnen permitteren, dan ziet u dat het belachelijk is. Maar iedereen denkt: ik kan toch mijn afzet wel blijven handhaven, dus waarom niet. Op deze manier zal men elk handelsrisico afwentelen op de schouders van de consument, terwijl men gelijktijdig elke winst neemt zonder daarvan iets aan de consument door te schuiven. Dit is een bekend verschijnsel. Deze verschijnselen nu moeten veranderen. Dan is het weer begrijpelijk dat men overal hoort dat er een andere maatschappij moet komen.
Nu is het natuurlijk heel moeilijk te zeggen wat voor een soort maatschappij. Een maatschappij waarin niemand vrij is om anders te handelen dan door de overheid wordt voorgeschreven, zal ongetwijfeld de economen in staat stellen om kloppende berekeningen te maken, dat wel. Maar aan de andere kant betekent het gelijktijdig dat elke ontwikkeling in een dergelijk land komt stil te liggen. Het is een steriliseren van de menselijke samenleving. Dit is dus niet aanvaardbaar.
Wat hebben we dan voor een systeem nodig? Wat voor een verandering? In de eerste plaats zal elke mens vrijer moeten zijn in zijn manier van handelen. In de tweede plaats zal niemand een beroep mogen doen op de gemeenschap om zijn eigen tekorten aan te vullen. Dat kan alleen geschieden op basis van vrijwilligheid, maar nooit op basis van dwang. Als je daarvan uitgaat, dan ben je al een heel eind verder.
Dan is het zo dat de mensen wel moeten samenwerken voor hun eigen belang. Uit die samenwerking komt dan als vanzelf een gevoel van saamhorigheid voort. Die saamhorigheid zal hen in staat stellen, zoals het bij bepaalde vakbonden nu reeds het geval is, om zich, tegen sterkere machten in, door te zetten.
En als het innerlijk daarbij ook een rol speelt, zal men ook leren meer te denken aan een ideaal, dus aan een innerlijk erkende betere toestand of mogelijkheid en minder aan het directe effect. Anders gezegd, het behoeft niet in het loonzakje te komen. Het kan ook zijn dat men alleen het gevoel van samenwerking of broederschap belangrijk vindt. Dat moet u natuurlijk niet tegen een vakbond zeggen op dit ogenblik, want dit geldt alleen voor de eigen leden en dan nog als ze datgene doen wat de Bond hun voorschrijft. In de praktijk is dat zo. Wat is er dan zo belangrijk? Er is een enorme samenhang in alles. Je kunt op dit moment zien waar de wereld naartoe gaat. Wat gaat er gebeuren? Ik kan het u vertellen.
Verenigde Staten
In de Verenigde Staten een toenemend conflict tussen ambtenarij, de grote belangengemeenschappen en de huidige regering, inclusief de president. Dat is niet te vermijden. De president kan nu wel maatregelen nemen die erg prettig zijn, maar of het allemaal lukt, dat is een andere vraag. Als hij zegt: “Wij moeten openstaan voor de handel met de wereld”, dan zijn er een hoop mensen die denken: maar dan wordt mijn product teveel beconcurreerd door zaken die uit Japan komen of zelfs uit Europa. Dus dat mag niet. Als hij zegt: “Er moeten meer mensen uit Mexico aanvaard worden, ook al zijn ze zonder geldige papieren binnengekomen”, dan zijn er vele bonden die zeggen: ho, wacht eens even. Onze leden zijn werkloos en jij laat die lui binnen. Waarbij men er geen rekening mee houdt dat de werklozen niet bereid zijn het werk te doen dat deze transmigranten wel doen. Op deze manier komt er dus een toenemend conflict, dat zowel sociaal zal zijn alsook politiek. Dit interne conflict in de USA betekent een grote verandering die indirect zowel de productiemethoden, de stadssamenlevingen zal aantasten, alsook de relaties met het buitenland.
Rusland
Het is ook interessant als we zien wat daar gebeurt. U zult zich waarschijnlijk afvragen waarom zo’n groot rijk met zo‟n enorm machtsapparaat zich zo druk maakt over een paar dissidenten? Heel eenvoudig, deze dissidenten zeggen dingen die heel veel mensen denken. En als dat lang genoeg wordt gezegd door een paar enkelingen, dan gaan meer mensen het zeggen. En als meer mensen het gaan zeggen, dan zal men meer moeten doen wat de gemeenschap in feite wenst. Dit betekent dat de feitelijke macht van een betrekkelijk kleine groepering kleiner wordt. Het is niet voor niets dat men een wat oudere man, die wat wil toegeven aan het volk, heeft uitgeschakeld (Podgorny). Dergelijke situaties zal men overal zien.
Polen
Binnenkort komt ook daar een verandering die onder meer voor de Kerk van Rome niet erg prettig zal zijn.
Hongarije
Daar zien we bepaalde verschuivingen, die voor de gewone burger niet zo erg zijn, maar die ongetwijfeld wel de relatie tussen productieapparaat en Partij zullen veranderen. Dat kan niet worden voorkomen. Zoals je ook niet kunt voorkomen dat in West-Duitsland op het ogenblik de sterk nationalistische denkwijze weer toeneemt. Dit zal gepaard gaan met de jezuïtische opmerking dat alleen het doel telt en niet de middelen. Iets wat ook in Nederland, zij het in een bepaalde groep, een grote rol schijnt te spelen.
Frankrijk
Daar zie je dat de illusie van macht en van grandeur belangrijker is dan welvaart. Maar er zijn steeds meer groepen die om die welvaart roepen. Er zijn steeds meer groepen die vragen: wat kunnen wij nu eigenlijk beginnen? Deze groepen zijn bereid om desnoods een groot gedeelte van de macht van het land uit te leveren, hetzij aan Rusland, hetzij aan de Verenigde Staten. Uitholling van de macht in Frankrijk met als gevolg een aantal politieke omwentelingen en grote terreurdaden is onvermijdelijk. Dat zijn de veranderingen die zich op dit moment aankondigen.
Wat er achter zit, is in feite de onvrede van de mens met de huidige situatie. Die onvrede zal vooral in het westen sterk worden gestimuleerd en ook in de Oostbloklanden door de illusie dat men recht heeft op meer dingen dan men op het ogenblik kan krijgen.
Datzelfde zal ook gelden in de zogenaamde derde wereldlanden. Ook die hebben het gevoel dat zij meer moeten hebben. En dit meer kan niet worden uitgedrukt in materiële waarden. Dat is hetgeen waar men aan voorbij gaat. Men kan het niet uitdrukken in koelkasten, wasmachines, transistorradio’s, auto s, fietsen en dergelijke dingen. De hele wereld is gewoon niet in staat om een dergelijke welvaart in stand te houden. Wat men dus zal moeten hebben is een ander gevoel. Een gevoel van persoonlijke waardigheid, van persoonlijke verbondenheid. De economen van deze tijd zouden veel beter rekening kunnen houden met de menselijke behoefte aan verbondenheid, aan gemeenschapsgevoel. Dan zouden ze ongetwijfeld een veel juistere becijfering kunnen maken. Maar helaas, dergelijke dingen heeft men nog niet geleerd in cijfers uit te drukken. Houden we ons bezig met de planning, dan zien we eveneens krankzinnige zaken. Neem nu de situatie in China.
China
Rood-China heeft zich voorgenomen om weer een grote sprong vooruit te maken, maar nu toch wel in de richting van consumptie en buitenlandse handel. De mogelijkheid daarvoor is tamelijk gering. Men heeft het te wijten aan het feit dat het Rode Leger ten aanzien van de huidige regering neutraal is. Dat zal het ook wel blijven zolang het leger de kans krijgt om zich militair meer te specialiseren en dus te distantiëren van de directe verbondenheid met het volk dat een leger van werksoldaten heeft. Deze situatie is niet houdbaar. Er zijn op het ogenblik tenminste drie provincies waarin voortdurend opstanden zijn tegen het huidige gouvernement. Er is een toenemende onrust bij mensen, die zich toch nog te zeer geperst voelen in een keurslijf van bepaalde regels, terwijl aan de andere kant er mensen zijn die alle zekerheden dreigen te verliezen en die dus als een soort St. Michelslegioen van Mao willen optrekken om de oude permanente revolutie weer in het leven te roepen.
Het is duidelijk, in dit land zullen er grote moeilijkheden komen en die kunnen, althans voorlopig, het best worden opgelost door een vergroting van de import uit het buitenland en de export naar het buitenland, zodat men de mensen wat kan overdonderen met hetgeen er plotseling beschikbaar komt. Maar ook dit is maar in beperkte mate voldoende. Na ongeveer 6 à 7 jaar van een dergelijke tactiek zal men worden geconfronteerd met het denken van de massa en de gevoelswaarden die daar achter liggen. En dan kan de hele economische berekening (die precies en wiskundig juist is opgezet) niet verder worden doorgevoerd. Misschien zal men dan proberen er Internationals bij te halen. Maar die kunnen het ook niet aan. Want een China dat wordt overgeleverd aan buitenlands kapitaal, weet dat het zijn karakter helemaal zal verliezen, dat het gekoloniseerd zal worden en dat zal het zeker niet toelaten.
Als je kijkt naar de landen in Afrika, dan zie je weer precies hetzelfde. Deze mensen denken dat uiterlijkheden bepalend zijn. Ze bouwen een hoofdstad met een schitterende universiteit, grote bibliotheken, een groot paleis, grote ministeries, mooie wegen, een aantal mooie winkels en dan denken ze dat ze welvaart hebben. Maar de bevolking die dat ziet, vraagt zich af wat zij eigenlijk krijgen. Anders gezegd, men heeft feitelijk jaloezie en onrust bevorderd en daardoor verdeeldheid. Is het een wonder, dat er voortdurend moordpartijen zijn? Deze mensen zoeken op dit moment naar een materiële stabiliteit omdat men tevens uit economische overwegingen de stamgebondenheid, de economische stabiliteit heeft aangetast. Dat ze dan daarvoor een oplossing zoeken in kleine legers van opstandelingen, behoeft u niet te verbazen.
Ik zou u zo de hele wereld kunnen voorgoochelen. Maar wat is er dan in feite aan de hand? Waar zitten we nu eigenlijk mee opgescheept? Kijkt u nu eens in uw eigen land. De gijzeling. Deze gijzeling heeft eigenlijk maar weinig te maken met de feiten. Ze is gebaseerd op ideeën en wat meer is, ze is gebaseerd op ideeën die materieel niet verwezenlijkt kunnen worden.
Men zal zeggen, die extremisten zijn dwazen. Dat zijn ze zeker niet. Degenen die op de achtergrond zitten, hebben inderdaad voldoende scholing gehad. Ze hebben een terreurscholing gehad bij de Palestijnen. Die mensen zijn geen dwazen, want ze hebben geleerd dat iedereen bang is voor geweld. Ze gaan uit van de gedachte dat je elk idee kunt verwezenlijken indien je over macht beschikt. En daarbij maken ze dezelfde stomme fout, die bepaalde gouvernementen in het Oostblok maken en ook bepaalde groeperingen in andere landen, zelfs in Nederland. Zij denken als wij maar levens kunnen gijzelen, als wij de welvaart en de gezondheid van een heel volk kunnen gijzelen, dan krijgen wij onze zin. Maar er komt een ogenblik dat het niet meer gaat. En dan is er een compromis met de werkelijkheid nodig. Dat compromis kan alleen worden gevonden indien die mensen ook persoonlijk gaan denken, indien ze zelfstandig gaan reageren en leven. Met andere woorden, indien ze zich losmaken van de scholing.
Wat is er gebeurd met de kapers? Die mensen zitten daar in een groep bijeen. Ze hebben alle idealen aangepraat gekregen. Ze horen hetzelfde verhaal duizend keer en er gebeurt niets. Dus, zeggen ze, dan zullen we het maar zelf doen. En dan is het voor hen erg belangrijk dat zij zich tezamen een eenheid voelen, dat ze zich gesteund voelen door anderen, bewonderd weten door anderen, want dan zijn ze tenminste iemand. Dit blijkt dan belangrijker te zijn dan alle rationele overwegingen van wat mogelijk en haalbaar is. En als dat zo is, moeten wij die mensen de mogelijkheid geven los te komen uit hun beslotenheid.
Economie moet dan niet meer gebaseerd worden op “ik heb en jij kunt kopen”, maar op de vraag “wat heb ik over en wat heb jij nodig”. Dat is iets heel anders. Dan moet de vraag van productie niet meer gebaseerd zijn op “hoeveel uur wil je werken voor een bepaald loon”, maar moet de vraag zijn “wat is nodig voor de ander en wat ben ik bereid daarvoor op te brengen”. Dat is iets wat ondenkbaar is. Maar het is de werkelijkheid en daar gaat het naar toe. Dat de heersende machten zich ertegen gaan verzetten, dat weten we natuurlijk ook wel.
Er zullen nog wel een paar oorlogjes komen in bepaalde landen waar men dan door militair machtsvertoon probeert de ander te intimideren. Er worden ook nog een paar revoluties op touw gezet door belangen uit het buitenland, zoals dat in een bananenrepubliek al eeuwenlang gebruikelijk is geweest. Een wereldoorlog zal misschien op een gegeven ogenblik ook dreigen. Ze zal waarschijnlijk niet waar worden. Dat zit er nu niet in. Niemand kan er beter van worden. Maar als het gaat om een gevoel van zelfrespect, om een gevoel van eindelijk weer een verbondenheid bereiken, eindelijk weer iemand te zijn te midden van anderen, de eenzaamheid te doorbreken, als u het zo wilt uitdrukken, dan gaat niemand zich meer afvragen, overleef ik dit wel of niet? Dan vraagt men zich alleen nog maar af: kan ik, door op deze wijze te handelen, meer worden? Meer worden, dat wil zeggen: in contact met anderen, in de ogen van anderen en ook in de ogen van mijzelf.
Dit alles kun je economisch niet berekenen. Maar je kunt wel begrijpen dat de huidige economische structuren niet houdbaar zijn, want ze hebben de neiging om de mens steeds meer te isoleren, steeds meer te wijzen in de richting van bezit en van schoolgeleerdheid. En daar heb je niets aan. Wat je nodig hebt, is een gevoel van betekenis, dat is het gevoel van de gemeenschap waarin je thuishoort. En dan behoef je niet alle mensen aardig te vinden, maar je moet wel weten dat je erbij hoort. Dat je ergens een plaats hebt in het geheel, dat je iets doet voor een ander wat die ander ook waardeert. Iets waarin waardering heus niet kan worden uitgedrukt in betaling. Kijk, dat is het grote probleem van deze tijd, waarmee men wordt geconfronteerd. Het is een proces dat, zoals de eerste spreker u heeft duidelijk gemaakt, zich op ander gebied al heel veel malen heeft getoond. Ik zou zeker evenals hij kunnen teruggaan tot de tijden van vroeg Egypte, de tijd dat de Blauwe Kroon erbij kwam. Ik zou kunnen spreken over Rome, over Troje als handelsgemeenschap, over de situatie ten aanzien van de gevestigde gemeenschap als Athene, de ondergang van de Phoeniciërs. Al die dingen bij elkaar zijn eigenlijk precies hetzelfde wat ik u nu vertel.
Ik zou het ook kunnen gooien op godsdiensten, maar in feite gaat het over mensen. Economie is niet iets wat los te denken is van mensen. Politiek is iets wat niet is los te denken van verbondenheid tussen mensen. Een partij die alleen maar een zeker aantal leden heeft en dan tien keer zoveel stemmen krijgt, is in feite een partij die toevallig geluk heeft gehad. Dat ziet men nog wel eens over het hoofd. Het gaat om de mensen die in een bepaald systeem, in een bepaald denken, in een bepaalde manier van leven voor zichzelf betekenis vinden. Het is niet wat anderen ervan zeggen, het is wat je er zélf van voelt. Dat is de politieke betekenis ervan.
Politici, die denken dat ze dit kunnen oplossen door hun persoonlijkheid, zijn eigenlijk dwazen, want die persoonlijkheid wordt door eenieder anders gezien. Het ligt er maar aan wie er kijkt. Wat men vergeet, is dat die visie bij degenen die voelen er eigenlijk niet bij te horen, gedurig verandert. Zo goed als economisch de situatie verandert. Men kan nu wel zeggen: de arbeider heeft rechten, maar op het ogenblik dat de arbeider werkelijk brood op de plank nodig heeft en hij die op een andere manier niet kan krijgen, wordt hij misschien geen stakingsbreker omdat hij zijn leven liefheeft, maar dan gaat hij gewoon ergens anders werken. Dan wordt hij bijvoorbeeld kelner of beunhaas.
Wat men zich misschien niet realiseert is, dat tijdens stakingen de arbeiders vaak staken omdat ze niet anders kunnen en gelijktijdig proberen elders bijverdiensten te krijgen. Wat erg prettig is voor mensen die nieuwe kraanleertjes nodig hebben of die een plafond gewit moeten hebben. Er zijn veel mensen die dat dan goedkoop willen doen. En daar kan je dan weer de gevolgen van zien bij de gevestigde bedrijven.
Die gevestigde bedrijven derven hun winst. Zij hebben minder arbeiders nodig en zo gaat het verder. De kleine ondernemer komt terug. Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat de grote ondernemer kennelijk niet in staat is te beantwoorden aan de eisen van zijn werknemers. En dan gaat de werknemer in de tijd, die hij niet nodig heeft om te protesteren tegen zijn werkgevers, beunhazen en wordt daardoor in feite een kleine ondernemer. Dat zijn de eenvoudige feiten en daaraan kun je niet voorbijgaan.
Je kunt politiek of economisch niet zeggen: dit is de theorie en die zullen we waarmaken. Je kunt alleen maar zeggen, dit zijn de mensen en we zullen proberen aan die mensen te beantwoorden.
Als ik de ontwikkelingen in de nabije toekomst zo bekijk, dan zal er nog wel wat geweld losbreken. Geweld bij bedrijven die gesloten moeten worden. Geweld omdat men het, met hetgeen er bij de gijzeling is gebeurd, niet eens is. Geweld, omdat men zich toch wel weer wil verzetten tegen bepaalde bouwplannen van gemeentelijke en andere instanties. Er komt nogal wat geweld in Nederland en daarbuiten.
Voor de rest zie ik prijzen die op een gegeven ogenblik niet te betalen zijn. Als de nieuwe haring te duur wordt, eten de mensen er een en denken: ik wacht wel tot ze goedkoper wordt, en ze eten geen nieuwe haring. Dan komt er een ogenblik dat de haringman zegt: ik kan het niet meer afzetten. En dan kan de reder zijn haring niet meer kwijt, ook al is er nog zo weinig. Dan moet hij het exporteren. Maar als hij ook daar niet krijgt wat hij hebben wil, wat dan? En zo gaat dat op elk terrein.
Dat gaat ook zo met de gemeentelijke diensten. Als de politie zeer bereid is u een bon te geven als u zonder licht rijdt maar niet in staat is uw veiligheid op straat te garanderen, dan komt er een ogenblik dat u zegt: laat de politie maar opdonderen.
Al deze dingen betekenen: er moet iets veranderen. Die verandering kan niet liggen op het economische of politieke vlak. Ze kan zelfs niet door een moreel reveil tot stand worden gebracht. Dat kan alleen geschieden door een praktische aanpassing van het eigen gevoel, een duidelijker groepsbewustzijn en persoonsbewustzijn van elk individu afzonderlijk. Niet: dit zijn mijn rechten, dit zijn mijn plichten, maar: dit is mijn betekenis en dat is de betekenis van de ander voor mijn zijn.
Het zoeken van betekenissen is de basis van een nieuwe economische ontwikkeling, van een nieuwe maatschappij, van een werkelijke vernieuwing, waarbij het niet meer een kwestie wordt van belangen tegen elkaar afwegen, maar van een gezamenlijk erkennen wat gemeenschappelijk bereikbaar is en gelijktijdig het eigen “ik” in zijn volle recht manifesteren. Dit is een situatie waarmee u zich nog lange tijd kunt bezighouden.
Ik zou willen afsluiten met enkele opmerkingen over de dwaasheden die politiek op het ogenblik in Nederland worden begaan.
De eerste politieke dwaasheid. Er wordt op het ogenblik een politiek kabinet in elkaar gesleuteld dat er komen moet. Dientengevolge zal geen enkele partij ook maar iets van haar werkelijke beloften aan de kiezers kunnen waarmaken. Dit betekent dat er in elke partij een steeds groter oproer ontstaat. Het betekent ook dat het komende kabinet in toenemende mate, ook door zijn eigen partij of delen van haar fractie, zal worden aangevallen. Dat betekent weer dat dit kabinet in grote moeilijkheden komt. Men zal dit kunnen voorkomen door uit te gaan van een zakenkabinet. Maar de figuren die daarvoor geschikt zijn, zijn weer niet attractief in de ogen van de partijen, die op het ogenblik hun eigen belang nog zo groot achten dat ze daaraan de werkelijke ontwikkeling in Nederland graag opofferen.
Een tweede politieke dwaasheid die wordt begaan, is de gedachte dat je met iedereen rekening houdend, gelijktijdig toch een juiste samenleving kunt vormen. Je kunt namelijk als gouvernement alleen rekening houden met regels. Als je dat niet doet, blijft er niets over. Misschien zouden we het zo kunnen zeggen: Een rechter heeft rekening te houden met de wet, niet met een psychiatrisch rapport. Een politieagent heeft geen rekening te houden met zijn persoonlijke gevoelens in een bepaalde situatie, maar alleen met de reglementen krachtens welke hij opereert. Een leger heeft geen recht eisen te stellen vanuit zichzelf. Het heeft slechts het recht als leger juist te functioneren, al het andere moet eraan ondergeschikt worden gemaakt. Een economie is niet belangrijk op grond van de winsten die enkelen maken, maar op grond van de wisselwerking productie / koop / verkoop welke mogelijk is binnen een bepaalde gemeenschap en vanuit een bepaalde gemeenschap. Wanneer men dit gaat beseffen, komt men verder. De meeste mensen denken op het ogenblik teveel aan groepsbelangen. Ze denken te zeer aan bepaalde partijen die het toch zo moeilijk hebben en vergeten daardoor datgene wat werkelijk belangrijk is. Dat is nog een grote politieke blunder die wordt gemaakt.
De derde is misschien nog groter. Men denkt openheid te betrachten ten aanzien van de inkomens en neveninkomens van ministers, parlementsleden, burgemeesters, wethouder e.d. Het is natuurlijk heel aardig wanneer men dit doet, maar die openheid zal wel ten gevolge hebben dat iedereen zich gaat afvragen hoe je je in godsnaam zo rijk kunt stelen in zo’n korte tijd en dit terwijl de mensen in kwestie toch menen dat ze er eerlijk voor werken. Anders gezegd, de afgunst wordt aangewakkerd. Openheid is voor de overheid alleen dan haalbaar, indien gelijktijdig begrip kan worden gewekt voor al hetgeen wordt gedaan. Daar men dit begrip niet kan wekken, is openheid een groot gevaar voor elke verdere ontwikkeling in politiek en andere opzichten.
Dan is het ook een grote dwaasheid dat men meent via mooie woorden en compromissen organisaties, die zelf naar macht streven, in de hand te kunnen houden. Het gaat hier niet alleen over werknemers, maar ook over de werkgeversorganisaties. In beide gevallen is men namelijk op het ogenblik wel degelijk van plan om zichzelf te redden van het zinkende schip van Staat. En wanneer men daar probeert een compromis te treffen, zal men zichzelf niet kunnen handhaven. Kiest men voor een van de beide partijen, dan kan men erop rekenen dat de andere partij zoveel onheil probeert te stichten, dat ook hierdoor het politieke evenwicht aan het wankelen wordt gebracht. Anders gezegd, de politiek als kunst van het haalbare is vervangen door de politiek als schijnvoorstelling van hetgeen men zegt te willen bereiken, terwijl het in wezen steeds onbereikbaarder wordt. Het is het verwezenlijken van zakelijke belangen in naam van de idealen en het verwezenlijken van idealen in naam van zakelijke noodzaken. Dit is niet houdbaar.
Als u verder nog iets wilt zien, neem onze vriend Aantjes, die zich inderdaad en terecht op grond van verkiezingsuitslagen tot aankomend fractieleider probeert te ontwikkelen in een CDA waar dat een crisis door achterdocht schijnt te betekenen. Men heeft echter een ding vergeten. De grootste intrigant heet geen Aantjes, al begint zijn naam ook met een A (maar zonder ‘van’). Deze zal ongetwijfeld de macht die hij lange tijd heeft bezeten, niet uit handen willen laten glippen. Daarom is hij nu reeds bezig een aantal mensen aan te sporen om zeer hoge eisen te stellen voor een samenwerking met de Partij van de Arbeid.
Het is duidelijk, dat daaruit allerlei moeilijkheden en geschillen zullen voortkomen en dat daaruit nu reeds is af te lezen dat de huidige formatie wel zal slagen, maar desastreuze gevolgen zal hebben. Dit kunnen ook de politici weten, maar niemand wil dat accepteren. De weigering om de feiten onder ogen te zien, om de werkelijkheid ook voor te leggen aan de kiezers en aan het volk, betekent voor Nederland in de komende vier jaar enorm veel economische moeilijkheden en politieke ellende.
Dit zijn politieke dwaasheden. En als u dit voor Nederland hoort, kunt u een soortgelijk lijstje opstellen voor elk ander land. Realiseert u zich dit en besef dat u zelf, en op basis van menselijke begrippen, niet op grond van beloften of eisen, zult moeten trachten in die samenleving houvast te vinden.
Mensen die elkaar steunen, zonder daaraan eisen te verbinden tegenover de buitenwereld, zullen in de komende tijd sterk staan. Ze zullen zich kunnen handhaven. Degenen die alleen maar bezig zijn om van anderen te eisen, zullen niets bereiken. Zij zullen vaak ten ondergaan. Zij zullen hun illusies verliezen en in vele gevallen hun auto moeten afschaffen, hun caravan moeten verkopen en zelfs hun met zwart geld gekochte boot voor een koopje moeten veilen.
Als u het zo bekijkt, zult u het met mij eens zijn dat de economie van deze tijd, door geen rekening te houden met de psychologische achtergronden en behoeften in de hele mensheid en van bepaalde volkeren in het bijzonder, zal moeten falen zowel in haar planning als in haar prognoses. Dit zal voor u dan een verklaring zijn voor de ontwikkelingen die vooral in de komende twee jaar manifest worden ook in uw eigen land. U zult daardoor uw houding zo weten te bepalen dat u zich ondanks alles kunt handhaven en redden.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
