Euthanasie

image_pdf

06 juni 2003

Aan het begin van de bijeenkomst wil ik jullie erop attent maken dat wij, sprekers van deze groep, niet alwetend noch onfeilbaar zijn. Gelieve zelf na te denken over hetgeen wij u brengen.

Mag ik vragen welk onderwerp had u vanavond voorzien?

  • Het onderwerp is: euthanasie, broeder.

Wanneer een mens geboren wordt, vanop het ogenblik dat hij als het ware zijn eerste kreet in deze stoffelijke wereld geeft, begint hij of zij reeds te sterven. Voor de stof is dit een vaststaand feit. Alle leven hier op aarde kent gewoon zijn gang. En alle leven op aarde eindigt ook in wezen zoals het begonnen is. En daarmee wil ik het volgende zeggen: dat geen menselijk leven mogelijk is zonder dat de geest zich eraan bindt en dat het menselijk leven ophoudt op het ogenblik dat de geest, die het stoffelijk voertuig heeft gestuurd, dit voertuig loslaat. De mens denkt in vele gevallen, en zeker hier in het Westen, dat hij heer en meester is over dit lichaam. Hij gaat ervan uit dat hij via zijn theorieën, via zijn kennis, weet hoe eigenlijk het menselijk lichaam in wezen functioneert en zelfs kan bepalen of het goed functioneert, of het in leven blijft, enz.

Wanneer we dat vanuit onze zijde bekijken, moet ik zeggen: dit is een zeer foutief beeld. Want het is uiteindelijk de chauffeur van de wagen – om het in menselijke termen uit te drukken – die bepaalt of hij de wagen zal behouden of dat hij hem naar de schroothoop voert. De mens vergeet maar al te ras dat hij eigenlijk in de stof heel weinig kan, wanneer de geest geen aandacht meer aan het voertuig geeft. En daar wordt het interessant, wanneer jullie willen praten over vrijwillig sterven.

Euthanasie: een veel omstreden woord, zeker in deze contreien, waar in andere delen van de wereld euthanasie een heel normaal voorkomend verschijnsel is. Wanneer we kijken in de wouden van de Amazone, daar zien we dat de ouderling, wanneer hij met de stam niet meer mee kan, wanneer hij of zij een ballast wordt voor de stam, zich gewoon terugtrekt in het oerwoud, zich daar rustig neerzet en wacht tot een of ander groot oerwouddier hem oppeuzelt. U kunt dit zeer wreed vinden, maar in de logica van die mensen is dit niet wreed. Integendeel is de offergave die de oude man of de oude vrouw brengt voor de stam, een hele grote eer. Want, hoe redeneert men daar? De oude man of de oude vrouw is een ballast geworden voor de mogelijke overleving van de stam. Ieder moet vechten voor voedsel, voor eten, enz. Doordat de oude vrouw of de man zich zo terugtrekt en zich in alle sereniteit opoffert, geeft hij of zij de stam de kans om beter verder te leven. Plus door zijn offer voorkomt hij of zij dat een kind of een jonger lid van de stam gedood wordt. Want de jeugd is voor de stam de toekomst.

En heus, we zien dit niet alleen bij de primitieven nog in Zuid-Amerika, in sommige afgesloten stammen die nog maar weinig of geen contact hebben met de moderne wereld. Vroeger was dit fenomeen over gans Amerika van toepassing; ook de oude Noord-Amerikaanse indianen, de Midden-Amerikaanse indianen, deden dit. Meer gekend in het Westen is dat de Eskimo’s dit ook deden. Diegene die bij de Eskimo indianen te oud was, bleef gewoon op het ijs achter en werd meestal voedsel, en men vond dit een hele eer, voor de grote witte beer. Zo kon deze overleven, ook tijdens de lange winternachten.

Als ik u dit vertel, klinkt dit waarschijnlijk in jullie Europese oren zeer bruut, zeer ruw. Nochtans, wanneer dat je het verder zou ontleden, zit daar een logica in. Eenzelfde logica die je nu via wetten en allerlei voorschriften tracht terug in te voeren in uw eigen maatschappij. Alleen, langs onze zijde zien we wel een heel kleine fout in de ganse opbouw rond euthanasie. Want wat blijkt? Dat men de mens die voor zichzelf besloten heeft niet verder te kunnen leven of te willen leven, gezien de miserie of de ellende die te wachten staat, zich als het ware wilt laten doden. In tegenstelling met het vroegere principe waar de ouderling of de zieke zelf het besluit nam en er zelf toe overging zich aan de daad over te geven, doet men nu beroep op een arts of iemand anders om het laatste spuitje of laatste medicamenten te geven. Dat vinden wij, vanuit onze zijde, niet correct.

Wanneer iemand wenst te sterven, wat zijn of haar volste recht is wanneer hij denkt dat hij of zij als mens geen menswaardig leven of mogelijkheid tot leven heeft, dan moet men daar ook consequent bij zijn. Dan moet men dit niet overlaten aan een arts, een verpleger of iemand anders die u dan wel het spuitje zal geven. Neen, dan moet u zelf de moed hebben om het medicijn of de inspuiting tot u te nemen. Zo stelt u de daad op de correcte wijze en belast je geen ander medemens met de taak uw leven te beëindigen, met de kans dat degene die het uitvoert voor zichzelf daardoor, ondanks het feit dat u er instemming hebt voor gegeven, toch morele bezwaren ondervindt en misschien zelf achteraf er depressietoestanden kan aan overhouden.

Het is van belang te beseffen dat je, wanneer je spreekt over euthanasie, je spreekt over het beëindigen van uw eigen stoffelijk leven. Maar een beëindiging die je zelf uitvoert; niet een beëindiging die je aan een ander overlaat. Het argument of de gedachte die hier oprijst: ja, maar er zijn toch mensen die het zelf niet meer kunnen, is niet correct. Op het ogenblik dat je beseft: kijk, dit gaat te ver, hier wil ik stoppen, is het ogenblik daar dat je voor uzelf de daad kunt stellen. Wachten tot het ogenblik dat u zelf niet meer in staat bent, hetzij doordat uw handelingen het niet meer toelaten of dat u geestelijk er niet meer aan toe bent, is gewoon de daad uitstellen om in vele gevallen de angst die in u leeft voor de dood te verschuiven en de verantwoordelijkheid op de schouders van een ander te leggen met de gedachte, in vele gevallen, zeker in deze middens: moest het toch fout blijken, dan heb ik het zelf niet gedaan, maar kan ik het op de ander steken. Spijtig genoeg aan onze zijde telt zulke redenering niet.

Als je bij ons komt, wanneer je het stoflichaam hebt achtergelaten, wordt je geconfronteerd met je eigen daden, je eigen ingesteldheid. En wanneer je denkt: ik laat mij hier doden door een ander, dus heb ik er geen verantwoordelijkheid in, zul je opmerken dat je aan onze zijde plots met uzelf geconfronteerd wordt voor het feit dat u een ander voor uw dood hebt verantwoordelijk willen stellen. Dit kan niet. Je kunt enkel en alleen verantwoordelijk zijn voor uw eigen overgang. En dat is toch belangrijk.

Daarom, lieve vrienden, de ganse polemiek die nu hier in uw contreien heerst rond euthanasie, is in feite overbodig. Dit geeft alleen maar aan mensen die angst hebben voor de dood, de mogelijkheid hun angst naar een ander te verleggen en daardoor een ander met eventueel de problemen van hun vervroegde dood op te zadelen.

Oh, ik weet het, jullie denken: maar er zijn toch veel mensen die lijden en die het zelf niet meer kunnen. Wanneer je voor uzelf euthanasie wenst en je weet dat je die weg opgaat, moet je de verantwoordelijkheid nemen de euthanasie toe te passen op uzelf voordat u zover bent dat u het zelf niet meer kunt uitvoeren.

De vraag natuurlijk die zich direct stelt – en dan zit je onmiddellijk op het terrein waar je eerder kunt spreken van zelfmoord – in welke omstandigheden is het beëindigen van uw eigen stoffelijk leven voor de geest aanvaardbaar? Dit zal voor de meeste mensen niet rap of snel, zoals je wenst, duidelijk zijn. Eerstens omdat de meesten onder u gewoon niet beseffen voor wat zij leven, wat zij op deze aarde eigenlijk komen doen en velen onder u zelfs niet eens het besef hebben dat in hen een geest aanwezig is. Ook het idee die velen opperen dat met de dood alles voorbij is, kan hierin een rol spelen. Nu, dat idee vinden wij aan onze zijde hoegenaamd niet erg, omdat, wanneer je aan onze zijde komt, je toch opmerkt hoe de zaken in mekaar steken, soms wel tot ontsteltenis van menigeen die nog niet volledig vrij is van zijn lichaam, denkt dat hij eigenlijk niet dood is, maar wel met problemen zit aangaande de motoriek van het lichaam. En dit kan soms tot hilarische toestanden leiden.

Maar goed, op het ogenblik dat de mens gaat nadenken, dat de mens beseft dat er leven is na de dood, dat de mens beseft dat hij op deze aarde is gekomen om lering en scholing op te doen, dat hij tijdelijk kan gebruik maken van een stoffelijk lichaam dat zonder hem eigenlijk niet zou kunnen functioneren, niet zou kunnen bestaan, wanneer je dat allemaal goed doorhebt, dan kun je langzaam maar zeker het einde van zo’n stoffelijk voertuig anders bekijken. Dan kun je voor uzelf zeggen: wanneer dat stoffelijke voertuig voor mij niet meer beantwoordt aan de mogelijkheden, dan laat ik het achter. En dan zie je, zoals nogal eens dikwijls voorkomt, dat mensen plots overlijden zonder enig aanmerkbare reden. Mensen doen plots, zonder verwittiging, een zwaar hartinfarct of een herseninfarct of men loopt gewoon verstrooid weg onder een vrachtwagen en men is ook aan onze zijde. Dit zijn zaken dat we kunnen stellen waar de geest ver genoeg is om te beseffen: kijk, met dit voertuig kan ik eigenlijk nog weinig, dus ik laat het los. En op het ogenblik dat de geest het voertuig loslaat, is het stoffelijk niet meer levensvatbaar. En daardoor zie je zulke verschijnsels als plotse dood of plotse ongelukken ontstaan. Meestal zijn zij niet direct te verklaren en hoor je zeggen: “Dat is toch raar; die man was nooit ziek of die vrouw heeft nooit over iets geklaagd.” En plots is zij aan gene zijde.

Anderzijds kun je hebben dat een geest een lichaam eigenlijk als een last vindt, omdat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt. Naargelang de hoogte van zijn bewustzijn zal die geest dan proberen er het beste van te maken. Dit kan dan in het leven in de stof best meevallen, maar het kan ook zijn dat de geest zegt: het lichaam is eigenlijk niet voor mij geschikt, maar gezien er die en die fout in zit, kan ik misschien die fout gaan uitbuiten om te zien: wat kan ik daaruit leren? En zo zie je plots dat mensen soms bepaalde zware ziekten krijgen, dikwijls ongeneeslijk, dat die mensen gedurende jaren soms deze ziekte meedragen, veel in uw ogen ‘ellende’ doormaken, om uiteindelijk dan toch te sterven. Al dan niet via euthanasie. De mens zegt dan: ja, maar wat zin heeft zo’n leven, een leven van ziekte, van miserie, van ellende? Wel, voor de geest kan dat leven, op dat ogenblik, zeer waardevol zijn. Hij kan uit die ziektetoestand misschien enorm veel leren. En zolang hij eruit kan leren, zal hij dat lichaam in die toestand trachten te behouden. Daardoor kun je soms komen dat je zegt: kijk, zie die nu aftakelen. Hij heeft bijvoorbeeld een zenuwziekte, ligt al 30-40 jaar in bed, kan bij wijze van spreken niets. Voor u in de stof is zulke toestand zeer dramatisch en vind je het onmenselijk zo lang bedlegerig te zijn. Maar vergeet niet dat voor die geest die 40 jaar of misschien langer, niet meer is dan een fractie van een beleving. In uw tijd uitgedrukt zou ik zeggen: het duurt, bij wijze van spreken, maar een seconde. Voor de mens duurt het lang. Maar gezien aan onze zijde tijd niet bestaat, benaderen wij deze zaak ook anders. En gezien dat voor ons het stoffelijke voertuig maar belang heeft op het ogenblik dat we er zelf kunnen van leren, met verder komen, maakt het voor ons niet uit of dat dit stoffelijk voertuig nu geparallelliseerd is en ons zo een leerschool bijbrengt dan dat dat stoffelijk voertuig, bij wijze van spreken, heel actief is en zich heel veel verplaatst.

En ook hier zie je weer dat de geest zijn bepaalde keuzes maakt. En hoe verder en hoe meer levens je in een stoffelijke wereld gehad hebt, hoe juister, hoe exacter je een keuze bepaalt. Zo krijgen we aan onze zijde al eens te horen van de mens: waarom moest dat kind geboren worden? Zie hoe hij of zij gehandicapt is; dat is toch geen menselijk leven. Jawel, zolang dat kind leeft, hoe erg de handicap ook is, is er een geest die er zich om bekommert, is er een geest die lering trekt uit al hetgeen wat zulk leven doormaakt. En dat is belangrijk. En dikwijls zien we dat geesten werkelijk, op sommige ogenblikken, zoeken achter lichamen met bepaalde afwijkingen, met bepaalde moeilijkheden, om juist zulke zaken te kunnen doorleven.

Dit klinkt misschien in jullie oren allemaal erg, maar bekijk het zo: het bestaan aan onze zijde is, voor zover wij het kunnen overschouwen, eeuwig. Daarmee willen we zeggen dat wij, zover we het kunnen als het ware inschatten, niet direct een eindpunt kunnen waarnemen. We kunnen spreken dat we gaan naar de Bron, enz., maar we kunnen daar geen einde aan breien. We weten dat we als geest reeds meerdere malen, de ene misschien enkele tientallen keren, de andere misschien al honderden keren en er zijn er die wel al duizenden keren op deze wereld steeds opnieuw geïncarneerd zijn. Anderen hebben genoeg lering opgedaan, zijn op andere planeten gaan incarneren of zoeken zich onder andere vormen ook verder een weg in dit bestaan. Maar het komt er op neer dat het bestaan als dusdanig oneindig is, dat het steeds verder gaat en dat, hoe verder je komt in uw bestaan, je steeds meer gaat zoeken naar nieuwe ervaringen, nieuwe mogelijkheden, enz. Zo kan het best zijn dat je op deze aarde komt gedurende verschillende periodes, bijvoorbeeld als een vrouw, om vervolgens geboren te worden als man, om vervolgens geboren te worden in een ander ras, enz. Alles hangt er van af wat je eigenlijk aan het zoeken bent, welke ervaring je eigenlijk wilt doormaken.

En waarom ga ik hier zo uitgebreid op in? Heel simpel, lieve mensen, omdat wanneer jullie spreken over zelfdoding, je goed moet beseffen dat zelfdoding eigenlijk alleen maar plaats kan hebben wanneer het lichaam voor de geest onbruikbaar wordt. Maar ‘onbruikbaarheid’ voor de geest heeft andere eigenschappen dan ‘onbruikbaarheid’ in de menselijke zin van het woord. En daar kan soms wel eens iets fout lopen. Stel u voor dat u vindt, omdat u ziek bent, dat u best het lichaam maar laat sterven. Wanneer juist uw geest op dat ogenblik alles er heeft voor gedaan, omdat u juist die bepaalde ziekte zou doormaken, die lijdensweg zou doormaken, omdat hij daaruit bepaalde leringen, bepaalde nieuwe mogelijkheden wou ontdekken. Wanneer je dat voor de geest dan afbreekt, veroorzaakt dat dat de geest waarschijnlijk in een volgende incarnatie hetzelfde gaat zoeken om misschien nog sterker en nog erger door te maken. Want wanneer dat bijvoorbeeld een bepaalde ziekte voor hem of haar, hoe je het wilt uitdrukken, een leerschool inhoudt, bijvoorbeeld het erkennen van de waarde van gezondheid daar tegenover, en hij moet dat als het ware kunnen leren om verder te geraken, dan zul je overgaan maar zal de geest zo snel mogelijk trachten een ander voertuig te vinden dat dezelfde defecten in zich draagt om, na verloop van menselijke jaren, eigenlijk hetzelfde terug door te maken.

Er zijn wel uitzonderingen. En hier wil ik niet mee gezegd hebben dat ieder mens die voor zichzelf besluit van: dit kan niet meer, ik stop ermee, een fout besluit neemt. Ik wil alleen maar u alle mogelijke perspectieven laten zien. Het is niet zo simpel of eenvoudig van te zeggen: mijn leven is niet meer het leven waard; ik maak er een einde aan. Het kan waardevol zijn aan het leven een einde te maken, bijvoorbeeld wanneer je door uw leven op te offeren, je de mogelijkheid geeft aan anderen verder te leven, in betere omstandigheden dikwijls. Zoals we soms gezien hebben in oorlogen en in gevangenschap dat bepaalde figuren zich opofferen voor anderen, omdat zo de anderen de vrijheid hadden om verder te leven. Dan kun je zeggen: kijk, dit is een waardevolle daad die ook aan onze zijde zijn vruchten draagt. Maar zeggen: Ik zie het niet meer zitten. Dit leven, en ik neem nu het andere uiterste, is mij het leven niet waard, want ik heb bijvoorbeeld teveel financiële schulden of ik heb het materieel niet zoals ik het wens, en dan er een einde aan stellen, dan kun je er van op aan, dat je wanneer je aan onze zijde komt, je heel snel zult vaststellen dat door die daad te stellen, je gewoon geen stap verder geraakt bent en zeer snel op het herexamen mag komen of, in schooltermen gezegd, een bisjaar mag uitvoeren. Dus alles hangt ervan af welke omstandigheden ertoe leiden om te zeggen: dit kan ik in de stof niet meer aanvaarden.

Wanneer deze verwerping van de stof volledig in harmonie kan gaan met uw eigen geest, dan kun je zeggen is er weinig of niets aan de hand. Maar dan zul je ook opmerken dat deze mensen eigenlijk geen euthanasie nodig hebben; dat deze mensen kunnen zeggen: voor mij is het genoeg geweest; ik sluit mijn ogen en ik verlaat deze wereld. En ieder van jullie zal zo wel al mensen gekend hebben die op zulke wijze vredig zijn overgegaan, waar misschien de medische wereld zei: dit kan niet, want normaal gesproken was dit lichaam nog voldoende in staat om nog langere tijd te functioneren. Toch besloot de mens, samen met de geest: het is mooi geweest, het is genoeg, dit voertuig is voor mij niet meer bruikbaar. En zo kan de geest dan, in een volledige harmonie, de gouden koord, zoals zo graag gezegd wordt door jullie, gebroken worden, sterft het lichaam in de stof en kan de geest gewoon aan onze zijde verder gaan.

Ach, en dat fenomeen kan op velerlei manieren gebeuren. Dit kan rustig in de zetel gebeuren. Dit kan gewoon ook gebeuren dat het hart gaat stilstaan. Dit kan gebeuren zelfs, en dat komt meer in het Oosten voor, vooral landen in Zuid- Oost-Azië kennen dat fenomeen meer dan jullie, een volledige implosie van het lichaam en in sommige gevallen, zoals nogal eens voorkomt bij yogi’s, een volledige zelfontbranding waardoor dat het lichaam gewoon ook, als het ware, van de aardbol verdwijnt. Gelukkig in deze maatschappij zijn er maar weinig mensen die deze techniek beheersen, want ik denk niet dat de crematoria dit graag zouden hebben.

Goed, ik heb zo voor deze avond mijn idee, en ik zeg wel ons idee, mijn idee als entiteit, zoals wij het bekijken vanuit onze zijde naar de mens toe, hier gebracht. U hoeft daar als mens hoegenaamd niet mee akkoord te gaan. Als mens hebt u uw vrije wil, uw vrije gedachte. En daarom, we zijn hier met niet velen, is het misschien interessant dat we nu even van gedachten wisselen. U zult waarschijnlijk bij dit gebrachte wel enkele vragen hebben. Ik geef graag even het woord aan jullie.

Ach, je moet er niet doodstil bij blijven. Dit is niet nodig. Er wordt geen praktische oefening van euthanasie gevraagd deze avond.

Kijk, we hebben aan onze zijde werk genoeg. De afhaaldienst heeft het in deze dagen zeer druk. Dus, blijf rustig aan deze zijde. De tijd is er zeker nog niet rijp voor. Maar voor vragen misschien wel. Doet u maar.

  • Euthanasie, mag ik dat dan bekijken als zelfmoord, maar door iemand anders laten doen?

Op het ogenblik dat de euthanasie uitgevoerd wordt door een arts, door een verpleger of iemand anders, kun je spreken van moord, hoe erg dit ook klinkt, maar dat is de correcte uitdrukking. Wanneer je een einde aan het leven wilt stellen, aan jouw leven, is het zoals ik het naar voor gebracht heb, moet je zelf de handeling doen. Dan ben jij 100% verantwoordelijk. Dat de arts u de medicatie geeft, is geen probleem. Maar je moet ze zelf innemen op het ogenblik dat jij zelf beslist. Je moet het zelf doen. Op die wijze is er geen enkele binding tussen jou en diegene die jou eigenlijk verzorgd heeft. Op het ogenblik dat de arts u doodt of de verpleger of iemand anders, creëer je een binding die, in sommige gevallen, niet altijd de juiste binding is en zware gevolgen, zo goed voor diegene die overgaat als diegene die overblijft, kan hebben, zelfs wanneer dit met de beste bedoelingen gebeurt.

  • Dus, met andere woorden zegt u, broeder, dat de arts eigenlijk een bepaalde geladenheid of beladenheid krijgt met het karma van diegene die hij naar jullie zijde helpt.

Op het ogenblik dat je iemand helpt sterven, onder welke conditie ook, heb je mede een verantwoordelijkheid. Nu moet je niet denken dat dit altijd negatief hoeft te zijn. In sommige gevallen kan dit best positief zijn. Maar dit is geval per geval te bekijken.

  • Dus dit zou leiden tot het feit dat men, zoals men er tegenwoordig in onze medische wereld tegenover staat, daar eigenlijk niet kan inschatten wat men eigenlijk doet?

Nee, men schat het niet in, omdat uw medische wereld ervan uitgaat dat leven na de dood niet bestaat. Uw medische wereld begaat de hoogmoedsflater van te denken te weten wat er gebeurt wanneer iemand sterft. De medische wereld, op het ogenblik, stelt gewoon dat het lichaam stopt met leven en daarmee is het voorbij. Men weigert te erkennen – uit angst wel te verstaan, en hoe verder men studeert daarop en zoekt, hoe groter de angst wordt bij deze heren – men weigert te erkennen dat het leven gewoon verder bestaat onder een andere vorm. Moest men dit kunnen erkennen, zoals bepaalde alternatieve dokters het doen, ik denk bijvoorbeeld aan antroposofische dokters, enz., zij beseffen dit wel degelijk. En in vele gevallen, wanneer zij zouden overgaan tot euthanasie, binnen hun denkwereld, zullen zij steeds de patiënt het zelf laten doen.

Zo bestaat, en misschien weten de aanwezigen dit hier, in Zwitserland een organisatie voor mensen die willen sterven, volledig legaal. Dagelijks laten die mensen sterven die dus terminaal ziek zijn, terminale kankerpatiënten dikwijls die nog een levensverwachting van hoogstens enkele maanden hebben, bijvoorbeeld met enorme pijnen, enz. Maar wat doen deze artsen? Zij maken alles klaar zodat de patiënt zelf en alleen, zonder dat er iemand bij is, de daad stelt. Dit wil zeggen: de patiënt gaat naar een appartement, heeft daar alles ter zijner beschikking, ook de cocktail die ingenomen wordt om te sterven. En dan laat men de patiënt alleen. Het is dan de patiënt die in volle bewustzijn beslist: ik neem het zonder dat iemand anders daar enige druk of spanning of hoe je het zou willen….. oplegt. Zelfs op het ogenblik dat de patiënt besluit: ik doe het niet of ik durf het niet, zal men hem niet met de vinger wijzen, zal men dit aanvaarden. Op deze wijze, kun je spreken, is euthanasie aanvaardbaar, omdat het voor de persoon voor 100% zelf op zijn verantwoordelijkheid en zijn vraag wordt uitgevoerd.

Het probleem wordt anders wanneer de persoon wel wilt sterven, wanneer hij of zij denkt dat de pijn en de ellende zo groot wordt dat ze het niet meer aankunnen, maar de moed niet hebben om dit zelf te doen, en daardoor een ander belasten met deze daad. Doden van een medemens, hoe je dat ook bekijkt, is in de meeste gevallen voor de uitvoerder van die daad geestelijk zeer belastend en kan in veel gevallen leiden tot een zeer lange binding die dikwijls niet al te beste mogelijkheden, en dikwijls voor beide partijen, in zich houdt. Voldoende?

  • Eigenlijk niet, broeder, omdat daar direct bij mij de vraag rijst, ik heb nu onlangs gehoord van iemand die vrij jong is, die reeds verschillende weken in coma ligt, die niet uit de coma komt – daar zijn coma’s die geruime tijd duren, op een gegeven moment in onze maatschappij dient dan de familie te beslissen – dus zou je dan ook zeggen: dit is dan weer moord?

Wanneer iemand in coma ligt en hij blijft in coma, is het de geest die deze toestand leerrijk vindt en hem handhaaft. De familie kan hier niet beslissen van: wij stoppen dit. De familie die dit beslist van: wij stoppen de coma door bijvoorbeeld te zorgen dat het lichaam niet meer kan functioneren, is verantwoordelijk voor de overgang.

Nu moet ik daarin een nuance brengen. Wanneer iemand in coma ligt, zonder dat hij of zij in leven gehouden wordt door apparaten, is mijn stelling 100% juist. Maar wanneer iemand in coma ligt maar in leven gehouden wordt door moderne technologie, klopt deze theorie niet meer, omdat het best kan zijn dat men daar, op dat moment, enkel en alleen een dierlijk leven intact houdt via een toestel of via machines, maar dat de geest dit al lang verlaten heeft.

Je ziet: het is niet zo zwart-wit te beantwoorden. Maar wanneer je een coma hebt, en er zijn coma’s op deze wereld geweest, ik denk als je in de medische annalen nagaat, toch die gemakkelijk 25 tot 26 jaar hebben geduurd, zonder enig machinaal ingrijpen, waar alleen bijvoorbeeld de moeder van de patiënt, de comapatiënt, regelmatig voedsel bezorgt, anders niets, wel in dat geval zie je dat de geest wel degelijk daarin een leerschool vindt. Dat ook degene die daarmee gebonden is dikwijls, degene die de comapatiënt verzorgt, er ook een bepaalde leerschool uithaalt en een bepaalde binding mee heeft.

Op het ogenblik, zoals u de vraag gesteld hebt en zoals ik ze meen te begrijpen, over een comapatiënte die in leven wordt gehouden dankzij alle mogelijke technische ingrepen, daar ligt de situatie anders. Want je kunt heel lang een menselijk lichaam redelijk goed conserveren met de middelen die we nu hebben, zonder dat het nog enige kans maakt op een werkelijk herstel, omdat de geest het lichaam al lang heeft losgelaten.

Is dit duidelijker nu?… Blijkbaar zit je nog te broeien.

  • Ik zit effectief nog te broeien omdat het, volgens mij, een logisch gevolg is dat, op het moment dat de apparatuur wordt afgezet, ofwel blijft de patiënt in comateuze toestand, ofwel gaat hij naar jullie zijde.

Nee, in vele gevallen zal hij al aan onze zijde zijn en ben je bezig met gewoon een leeg omhulsel in stand te houden. En is het lichaam dat daar aanwezig is, laat mij niet oneerbiedig zijn, maar te vergelijken met de in de tijd gemummificeerde lichamen van de Egyptenaren. Dat lichaam werd ook intact gehouden, ondanks dat hart, alle organen, alle darmen, noem maar op, eruit gehaald waren, werd het lichaam uiterlijk intact gehouden. Je zou de moderne coma waar de patiënt aan apparaten ligt en dit gedurende zeer lange tijd, ik spreek hier niet van een coma van enige uren maar ik spreek hier van coma van maanden of jaren, daarvan kun je als het ware dit met mummificatie vergelijken. Alleen dat hier dus de organen gedwongen worden van gewoon hun zenuwimpulsen te blijven volgen.

Uiteindelijk zien we – en diegenen die in de medische wereld zitten, zullen dit kunnen beamen – dat zulk een lichaam, langzaam maar zeker aftakelt; dat het langzaam maar zeker stukje na beetje uit elkaar gaat. Maar ook hier weer zit je in uw maatschappij met een bepaalde denkwijze, en neem mij niet kwalijk dat ik het zo naar voor breng, dat de mens die ziek of lijdende is, een economisch zeer waardevol potentiaal is waar men in deze westerse maatschappij heel veel aan kan en wil verdienen. Zulke zaken, zoals hier in uw omgeving kunnen gebeuren, zouden bijvoorbeeld in andere culturen nooit mogelijk zijn, omdat men daar nog wat respect heeft voor zijn medemens.

Ondanks al uw grote gebouwen, ondanks uw enorme technologische kennis om ingrepen op een menselijk lichaam te doen, is dit niet in de 1e plaats om de mens gezond en wel te houden, maar is dit in de 1e plaats om bepaalde grote financiële belangen te dienen. En daar moet je even bij stilstaan. En dan zul je begrijpen waarom een lichaam in coma wordt gehouden, wanneer men zeer goed beseft, weet, dat dit geen enkel nut of waarde nog heeft.

Zijn er nog vragen?

  • Ik heb nog altijd een…wat mij niet erg duidelijk is, is die implosie van dat lichaam aan de andere kant van de wereld. Het is mij…,ja, ik begrijp het eigenlijk niet.

  Een implosie van het lichaam aan de andere kant van de wereld?

  • Ik denk dat dit een rare vraag is, maar u heeft gezegd dat in …..Azië…?

Ik begrijp wel wat u wilt zeggen, hoor; u moet het niet verder uitleggen. Een lichaam dat implodeert, wil gewoon zeggen dat op een bepaald moment de geest gewoon zegt: ik laat het los. De geest breekt gewoon, in uw termen uitgedrukt, de gouden koord waardoor het lichaam gewoon in elkaar zakt. Het meest zwakke punt zal op dat moment eigenlijk optreden. Is het zwakke punt bijvoorbeeld het hart, dan zal het hart, dan zal het lichaam bezwijken aan een hartstilstand of een hartaderbreuk. Is het in de hersenen dat het het zwakste is, dan zal men bijvoorbeeld via een hersenbloeding, maar het kan ook 1001 andere zaken zijn. Het feit is dat de geest het lichaam loslaat waardoor er geen levensvatbaarheid meer is voor dat lichaam. En dat gebeurt heus alleen niet in het Oosten, hoor, dat gebeurt hier ook. Wanneer bijvoorbeeld een geest vindt dat hij met dit voertuig niet meer verder kan en hij is bewust genoeg, laat hij het los. En dan, in het beste geval, zit die man niet op dat moment juist achter het stuur van zijn wagen, want dan heb je weer zoveel kilometers file. Maar in het beste geval zit hij dan in zijn zetel en gaat hij rustig naar de andere zijde.

Maar maakt u heus geen zorgen, lieve zuster, over de mogelijkheden om naar onze kant te gaan. Die zijn er legio. En heus, op het juiste moment zal uw geest ook wel zeggen van: ik laat het hier of ik heb het voor bekeken en ik ga gewoon verder. En het heeft een groot voordeel, hoor, aan onze zijde. Ja, bij ons hoef je je geen zorgen meer te maken over: wat moet ik vandaag nu allemaal gaan eten? Want ik heb begrepen dat de laatste jaren, in het Westen, het nogal eens problematisch is wat men allemaal moet consumeren om de dag door te komen.

Wel kijk, in de tijd dat ik leefde lag het probleem een beetje anders. Voor ons was het: waar vinden we vandaag een stukje eten of een beetje drinken om onze maag een beetje rustig te houden? Nu is het het omgekeerde; nu is het: hoe krijgen we dit allemaal naar binnen zonder dat onze maag weer onrustig wordt? Eigenlijk moet ik zeggen: ik denk dat ik kies voor mijn tijd; want onze maag was soms wel eens lastig, maar wanneer we dan via een beekje liepen, konden we ze al een beetje stillen met daar aan te drinken en als het meeviel, stond er ergens een koe op de wei; dan hadden we wat melk of hier of daar een vrucht in de zomer die we konden plukken, en we waren ook gelukkig. En weet je wat het rare was? Wij hadden allemaal die ziektes niet die de mensen nu hebben. Wij hadden niks; letterlijk en figuurlijk hadden we niks, maar we hadden ook geen ziekten. We hadden gezondheid. We waren wat dat betreft, denk ik, vanuit mijn standpunt nu bezien en vanuit de andere zijde, eigenlijk toch geprivilegieerd. Want als ik jullie bezig zie, in deze maatschappij, met alles wat jullie toch allemaal moeten doen, jullie moeten zorgen dat je maandelijks zoveel geld opmaakt, dat je de volgend maand opnieuw het kunt doen. Nou, in mijn tijd moesten we dat niet doen, want geld dat zagen we bijna nooit. En als we het dan zagen, ja, dan konden we er niks mee doen want er was niks te koop, om het zo te zeggen. En jullie kunt alles kopen en je hebt nog meer problemen. Nee, sta mij toe te zeggen: ik denk dat, wanneer ik in deze tijd nu zou leven en ik zou een zekere leeftijd hebben, misschien effectief aan euthanasie zou denken, ja. Dit klinkt misschien cru vanuit onze zijde, maar … ja, eigenlijk … jullie tijd is misschien een heel leerzame om te leren u van alles te onthechten. Misschien dat je daarvoor deze tijd hebt opgezocht, ik weet het niet, maar eigenlijk ben ik blij dat ik, en ik hoop van harte de eerste honderden jaren, toch niet terug op deze aarde moet incarneren, want als ik zie hoe jullie nu leven, geef mij dan maar de goeie, ouwe tijd. Maar ja, als ik dat nakijk in de tijd dat ik leefde, klaagden de mensen ook, hoor. En ik hoor nog altijd mijn grootvader zeggen dat het in zijn tijd toch veel beter was. Blijkbaar blijven altijd dezelfde verhalen weer de ronde doen.

Goed, ik hoop dat u nu tevreden bent dat u weet hoe u kunt imploderen.

Zijn er nog verdere vragen?

Maar heus, u moet geen schrik hebben, hoor. Ik bijt niet.

  • Broeder, hoe is dat nu met de moderne struikrover?

De moderne struikrover? Mijn lieve zuster, als u zou beseffen wat er allemaal in wezen in deze wereld gebeurt, dan denk ik dat je mij zou gelijk geven dat de tijd waarin mijn laatste incarnatie plaats heeft gehad, misschien toch wel rustiger was. Want als we nu zien hoe de mens tegenwoordig zich mee laat slepen in alle vormen van agressie, die meestal ontstaan uit hebzucht, uit een onlesbare begeerte naar steeds meer en meer, niet begrijpende dat, om het binnen het onderwerp te houden van vanavond, een doodskleed geen zakken heeft – ik weet niet of men dat nu nog doet: mensen in een doodskleed begraven – maar in mijn tijd was dat de gewoonte, wanneer je toch nog iets of wat aanzien had, dan werd je begraven in een doodskleed. Dat was een wit laken, van boven een gat erdoor waar uw hoofd doorgestoken werd en dat voor de rest uw lichaam bedekte, meestal uit een witte of grijs-grauwe stof en dat had geen zakken. Waarmee ik wil gezegd hebben, om het hier duidelijk te stellen: al wat je hier aan materiële zaken vergaart, of de idee-fixe, zoals velen hebben van macht, wanneer je bij ons komt, heb je daar niks meer van. Soms komen er – en dat is misschien leuk om te vertellen, we zijn hier toch in een kleine groep – aan onze zijde van die mensen die in hun leven het idee hadden dat zij zeer important waren omdat hun bankrekening veel nullen vertoonde. En dan denken ze dat, wanneer ze bij ons zijn, dat ze daarop kunnen prat gaan. En wanneer dan blijkt dat effectief, hoe meer nullen je op je bankrekening had, hoe groter nul meestal in ontwikkeling je geweest bent, ja , dan is dat soms wel een keer erg. In sommige gevallen trachten we die mensen dan wel het een of het ander voor te spiegelen, dat ze het idee hebben dat daar toch nog een zekere vorm van geluk kan zijn, maar wanneer ze die dan weer willen gaan in valuta omzetten, ja, dan moeten ze steeds weer vaststellen dat ze lucht hebben. En op die manier doen wij misschien een beetje hetzelfde als de banken tegenwoordig: u veel lucht verkopen, het idee geven dat je rijk bent. Want in wezen, wanneer uw maatschappij de waarden zal moeten omzetten die theoretisch bestaan, ja, dan zal het er niet mooi uitzien. Dan zou je ertoe komen, zoals wij soms de illusie laten ontstaan dat er veel is, maar er is duidelijk niets. De schone, rijke villa is een idee-fixe die op de moment dat je het u realiseert, gewoon maar een hoop oud puin is. En, lieve mensen, wanneer je moest beseffen hoeveel rondom u rechtstaat, functioneert en doet op fictie, dat wanneer we – en spijtig genoeg of misschien gelukkig genoeg voor jullie – langzaam maar zeker in de toekomst zullen zien dat door de gebeurtenissen die overal plaatsgrijpen deze illusies in mekaar storten, ja, dan kun je daar misschien wel het een en het ander uit leren.

Maar eigenlijk, wat zit ik hier allemaal te bazelen! Jullie hebben zo’n leerscholen hier toch al gehad? Jullie hebben hier toch prachtige luchtindustrieën gehad, nee, sorry dat ik het zeg, het was klank- of taalindustrieën zeker hé, waar dat iedereen dacht van superrijk te zijn met de aandelen, maar uiteindelijk bleek, ja, dat ze, de aandelen bedoel ik dan, nog enkel goed waren om, waar men in onze tijd zei, op het kleinste kamertje te gebruiken.

Dus, lieve mensen, maak jullie allemaal niet te druk. Leef vandaag. Denk niet te veel aan wat er achter komt. Maak u niet te veel zorgen over euthanasie. En als je ermee in contact komt, tracht even na te denken of herinner u wat ik u vanavond gezegd heb. En als iemand u vraagt om raad of hulp op het einde van zijn of haar leven, tracht dan duidelijk te stellen dat het leven niet eindigt. Maar wanneer de persoon in kwestie het stoffelijk leven ondraagbaar vindt, laat de persoon in kwestie zelf de beslissing nemen van er een einde aan te stellen. Grijp zo weinig mogelijk zelf in. En wanneer men u vraagt om te helpen, dan kun je zeggen van: kijk, ik wil u bijstaan, ik wil u in de overgang helpen, maar de daad zelf moet je zelf stellen. Dat is belangrijk. En op die wijze kun je effectief veel mensen op een juiste manier naar onze zijde leren komen. En dan gaat het leven weer gewoon verder.

Besef dat, en dat kan ik misschien als einde eraan brengen, wanneer iemand op het punt staat naar onze zijde te komen, dat het goed is dat je met die persoon praat. Praten kan met klank zijn, met woorden, maar het kan ook met gedachten zijn. Een stervende begeleiden wilt zeggen: de mens doen ervaren dat je hem als mens apprecieerde. Praat bij iemand die het leven verlaat, of wilt verlaten, niet over wat er allemaal nog zou kunnen gebeuren of zou moeten gebeuren, maar denk of praat gewoon over de goeie zaken die u weet, wat die persoon betreft. Zelfs de meeste slechte persoon heeft wel eens in zijn leven of haar leven ooit iets gedaan waarvan je zegt: dit was goed. Al is het maar één punt: haal het aan, schuif het naar voor, laat daar de aandacht op gericht zijn. En dan zul je opmerken: dan zal diegene die overgaat in een rust komen en dan kan men vanuit onze zijde ook veel gemakkelijker aanzetten op de overgang en de geest helpen de overgang op een vlotte en positieve manier door te maken en zo te voorkomen dat de entiteit zich eventueel zou inkapselen, zich zou terugtrekken in duister of in nevel omdat, bij de confrontatie met zichzelf, er angst zou ontstaan dat de anderen zouden zien wie hij of zij eigenlijk is. Want het grootste probleem bij de overgang is niet het sterven zelf, maar de ogenblikken erna, wanneer je bewust wordt van wie je bent, wat je bent, en wanneer je bewust wordt van het feit dat aan onze zijde gedachten niet meer door stoffelijke hersenen worden tegengehouden, maar dat ieder waarneemt wat er in je omgaat, dat ieder u ziet zoals je werkelijk bent. Want een geest, mijn lieve vrienden, kan zich niet verbergen achter een lichaam. Een geest is een open boek. En wanneer je aan onze zijde komt en je durft gewoon te zijn wie je bent, gewoon dat open boek – en ieder van ons heeft zijn mindere kanten, niemand van ons is volmaakt, want dan waren we nooit geïncarneerd – dan waren we allang verder in het Licht. Dus het is niet zo dat je schrik moet hebben dat men aan onze zijde zal zeggen van: kijk eens wat voor iemand komt daar aan. Nee, hoe opener dat je bent, hoe eerlijker dat je bent ten opzichte van uzelf, hoe meer dat je kunt geholpen worden en hoe sneller uw gang in het Licht zal zijn.

Zo, mijn lieve vrienden, ik denk dat ik daarmee dit doodse onderwerp voor vanavond zo levendig mogelijk heb behandeld. En ik hoop dat ik iedereen toch een beetje heb kunnen geven wat men verlangde; een beetje meer zicht op het leven en misschien een beetje meer licht in uw hart.

Als er geen vragen meer zijn, dan zou ik de avond willen besluiten zoals gewoonlijk met een meditatie.

Wees gerust, we gaan geen meditatie over euthanasie doen. Dit is niet aan de orde. We gaan een meditatie over het leven doen. Daar kunnen we in de komende tijd misschien zeer nuttig gebruik van maken.

Meditatie: Eén zijn met de Bron

Stel u voor: in een lang vervlogen tijd was de aarde nog niet zo dichtbevolkt zoals nu en kende de aarde op vele plaatsen een heel mooi, natuurlijk evenwicht. Er was een bron van helder water en die bron, die vormde langzaam maar zeker een beekje van kabbelend, helder water en dat beekje werd een stroom. En rond dat watergeheel ontwikkelde zich een prachtig, groene natuur.

De bomen en struiken laafden zich aan het water en voelden zich gelukkig. De dieren kwamen van heinde en ver en dronken het water; hun dorst werd gelaafd, zij voelden zich goed en gelukkig. En de mens gebruikte ook het water om zijn dorst te lessen en leefde langs de stroom, leefde van de stroom, want in het water was er leven. Er waren vissen en alle andere dieren en deze ganse harmonie was één prachtig geheel. Zo leefde men op de aarde gedurende vele jaren.

De mens leefde in kleine getallen en in kleine groepen en was de natuur dankbaar. Tot op een bepaald ogenblik er een mens was die zich afvroeg: vanwaar komt dat water? En hij ging op zoek. Hij volgde het water tot aan de bron en bij de bron gekomen, wou hij weten van waar dat water uit die bodem kwam. Hij begon te graven en te graven en te graven en zag niet in dat door zijn begeerte naar het weten vanwaar het water kwam, dat hij het water modderig maakte. En het water werd vuiler en vuiler. Hoe meer hij groef en probeerde te vinden vanwaar de bron ontstond, wat het begin was, hoe vuiler en smeriger het water werd.

De dieren konden er niet meer van drinken en trokken weg. Zij waren boos. De bomen stierven af, want het brakke water was voor hen niet meer dienstig. De mensen werden boos, want zij konden het water ook niet meer gebruiken. De vissen verdwenen uit dat modderige water en uiteindelijk ging de mens zichzelf bestrijden, want het water verdween; het was alleen nog modder en vuil.

En uiteindelijk stopte de man met graven, doodvermoeid, zonder iets gevonden te hebben. Alleen had hij gecreëerd dat het evenwicht, het mooie, verbroken was; dat hij, waar alles functioneerde volgens het plan van de Schepping, dat het nu door zijn toedoen, door zijn begeerte naar weten van iets wat hij nooit kon vatten, heeft kapotgemaakt. De bomen zijn gestorven. De dieren zijn boos weggetrokken. En de mens heeft de zoekende mens vervloekt omdat hij gezorgd heeft dat de paradijselijke woning die hij had, door de begeerte, door de drang naar macht en meer, vernietigd is geworden. En dat is de essentie van het leven, mijn lieve vrienden.

De Bron van alle Kracht, de Bron van alle Licht, Die ons steeds stuurt, Die het ons mogelijk maakt dat wij leven, dat wij bestaan, de Bron Die ons toelaat van te incarneren, maar de Bron Die ons ook toelaat van terug het lichaam achter te laten en terug geboren te worden in de geest. Deze grote, krachtige Bron is noch voor de mens, noch voor de geest in Zijn Geheel vatbaar. Maar Ze is er! De Kracht is er! Zoals de Kracht Die er nu in ons midden aanwezig is.

En wanneer je je openstelt, wanneer je even de klanken van de natuur rondom u, hier in u laat doordringen, het gezang van de vogels, het ruisen van de bladeren, het bewegen van de lucht, het voortschrijden van de wolken; als je dat alles door u laat heengaan, u daar één mee voelt, beseffende dat dit alles behoort tot diezelfde Bron, tot diezelfde Kracht.

Een Kracht, een Bron Die, zoals in de parabel die ik u voorbracht, wanneer je het wenst, alle geluk kan geven; Die u een heldere beek, een heldere weg kan schenken om te gaan door het bestaan, wanneer je maar gewoon de moed hebt te aanvaarden dat deze Kracht er is; dat je de moed hebt van te zeggen: Heer, ik sta open voor U, schenk mij Uw Kracht, ik zal Ze gebruiken. En te beseffen dat je Ze hebt, dat Ze in u leeft, dat je steeds deze levende Kracht, deze Energie kunt voor alles wat voor u mogelijk is op de weg van bewustwording, op de weg van het Licht die je gaat, die je gekozen hebt; dat je dit, deze Kracht, ten allen tijde in uw bezit hebt, kunt gebruiken. En wat nog mooier is, dat je die Kracht kunt delen met ieder op deze wereld; dat je deze Kracht kunt delen, niet enkel met uw broeder of uw zuster, maar dat je deze Kracht kunt delen met de natuur, met het water, met de aarde, met de planten, met de dieren; dat je deze Kracht kunt delen met de winden; dat je deze Kracht kunt delen met het vuur, met het water, noem maar op …Geen deeltje van deze aarde, zelfs geen deeltje van deze kosmos kan er, wanneer jij er u voor openstelt, wanneer jij zegt: ik schenk Het, eraan ontsnappen.

Alleen moet je beseffen dat je gewoon er deel van bent. Dat je, zoals in de parabel, over het heldere water beschikt en dat je ervoor zorgt dat je de Bron in uzelf beschermt; dat je niet de fout maakt van de Bron zelf te willen zijn; te beseffen dat je van de Bron, als het ware, deel bent. En wanneer dat in u leeft, dan, wat er ook gebeure rondom u, zul je steeds gedragen worden  door de Kracht van deze Bron; zul je steeds gedragen worden door dat Licht, die Energie; zul je in de komende dagen en maanden en jaren, steeds verder kunnen gaan op uw weg naar het Licht, in het Licht, in harmonie met de Bron waaruit we allen zijn voortgekomen.

Mijn lieve vrienden, het is tijd om afscheid van u te nemen. Het was mij een zeer aangename avond.

Ik dank jullie voor het intense vertrouwen dat jullie mij allen geschonken hebt en ik hoop dat ik jullie, volgens de mogelijkheden die ik had, zaken heb kunnen geven waarover je in de komende tijd kunt nadenken, zaken die jullie een eindje verder kunnen brengen in jullie geestelijke ontwikkeling, maar vooral – en dat vind ik toch belangrijk – dat ik in jullie een klein beetje meer het Licht van onze Vader heb kunnen laten schijnen.

Nogmaals, vrienden, mijn hartelijke dank voor jullie positieve uitstraling naar mij toe. Ik wens jullie nog een zeer goede huisgang toe en voor diegenen die zich nog op de weg begeven: wees voorzichtig; laat diegene die haastig is maar voorgaan. Je hebt alle tijd om naar onze kant te komen. Je hoeft het heus niet te overhaasten.

image_pdf