9 december 1958
Inleiding
Ik wil allereerst beginnen u te vragen, welke punten er eventueel onduidelijk waren in de vorige les.
Vragen
Ik heb mij ingesteld op de Meesters der Wijsheid. De kleur komt goed door. De moeilijkheid was mij daarna over te schakelen op oneindigheid.
Wanneer u zich instelt op oneindigheid, moet u het zich zo realiseren: U begint met een instelling, gewoon op Meesters der Wijsheid als omschreven. Daarna stelt u zich de kleur voor, vervagend tot een eindeloosheid. U kijkt zo ver als u kunt: er is niets anders meer. Dan heeft u de instelling al bereikt. U kunt het rustig in elkaar over laten vloeien.
Dan ben ik verkeerd begonnen: Ik begon met de kleuren en toen met de meesters der Wijsheid. Mijn struikelblok was dus, over te gaan van de meesters naar de oneindigheid.
Van de meesters dus weer over naar de kleur. Dit laten vervloeien in een onbegrensde ruimte. Dat is de eenvoudigste weg.
Dan een vraag mijnerzijds: Door ons werden enige praktische magische procedures omschreven. Is er iemand onder u, die deze irreëel vindt? Kunt u zich voorstellen dat deze krachten werkelijk bestaan?
Tja dat zij werkelijk bestaan. Maar begrijpen doe ik het niet.
Dan zullen wij nog even proberen, dit zo eenvoudig mogelijk duidelijk te maken. Ook al is dit dan meer technisch. Kunt u zich voorstellen dat er naast uw eigen wereld een andere wereld bestaan kan, die toch de zelfde ruimte beslaat? (ja.) Dan is het niet zo moeilijk, u ook in te denken, dat zo een wereld tevens een eigen beschavingsvorm heeft. Deze beschaving kan hoger of lager zijn dan die van uw eigen wereld. Wanneer de beschavingsvorm hoger is, kan die wereld ook hulp verlenen, maar alleen binnen de begrenzingen van haar eigen beschaving. Wat wij nu doen met de magische procedures, is een gebruik maken van krachten, die feitelijk in parallel werelden bestaan. Die parallelwerelden kunnen binnen het zonnestelsel worden geïdentificeerd met een bepaalde planeet. De aanduiding daarvan heeft u in het verslag gevonden. Deze werelden staan nl. i.v.m. het veld van een bepaalde planeet of ster.
Wanneer wij nu een gunstige constellatie hebben hier komen wij dus bij de astrologie terecht zullen er zekere spanningen ontstaan in de tijdruimtelijke verhouding, waaronder u in uw wereld leeft. Vergelijk tijd en ruimte bij twee afmetingen van een stuk gummi. Wanneer er nu spanning op het gummi komt te staan, zal een gaatje zichtbaar worden, dat eerst niet waarneembaar was. Het werken der planeten, hun zwaartekrachtsverhoudingen onderling en hun eigen straling, de velden die zij zo genereren, produceren beter kan ik het niet zeggen tijdelijk een zwakte in de ruimtelijke verhoudingen van uw wereld. Hierdoor wordt het gemakkelijker zo een andere wereld te benaderen.
Wanneer er nu geen gaatje in het gummi is, kan ik ook een speld nemen. Wanneer de kracht, waarmee ik de speld tegen het gummi richt nu maar groot genoeg is, ontstaat er ook een gaatje. Wanneer ik mijn gedachten concentreer, genereer ik zelf ook een veld. De werking der gedachten veroorzaakt een zekere flux. Die stoot ik uit met een bepaald doel. Ik verbreek mits ik kracht genoeg kan uitoefenen de tijdruimtelijke verhoudingen van mijn eigen wereld en kom zo in contact met een andere wereld. Doordat ik in mijn streven selectief ben, en dus a.h.w. bepaal in welke richting ik mijn eigen tijdruimtelijke verhoudingen tijdelijk verbreekt kom ik met de wezens van die andere wereld in contact. Zo kan ik ook gebruik maken van de hulp en kracht, die zij mij eventueel willen geven.
Vandaar ook dat wij de zgn. Saturnuscyclus niet nader voor u behandeld hebben. Wel hebben wij haar aangeduid maar wij hebben u niet verteld hoe ze te gebruiken. Wanneer u leeft in een betrekkelijk prettige wereld en men zegt u: Je kunt ook nog extra krachten krijgen in een wereld, waar op het ogenblik oorlog is, dan zult u dit niet graag doen ongeacht de potentie, die u zo kunt verkrijgen. Het gevaar bestaat immers, dat er een granaat van die andere wereld naar u toe toekomen. Dan zou deze bij u kunnen exploderen. De schade zou misschien onvoorstelbaar groot zijn. Zo moet u zich dit alles dus voorstellen. Is het u hiermede nu ook begrijpelijker geworden?
Is dit geen hulpmiddel? Wanneer je je direct tot het goddelijke wendt, kun je toch dezelfde effecten bereiken?
Als u wit licht heeft, en toch een bepaalde kleur van licht wilt hebben, zoekt u het licht te selecteren door gebruik van kleur lenzen. Wanneer u zich onmiddellijk tot het Goddelijke wendt, is dit alles wel heel aardig. Maar uw eigen verlangen moet dan zo zeer sterk en richtend zijn voor de goddelijke kracht, dat een tint, een kracht uit het verkregen geheel, wordt behouden, zodat alleen de verlangde kracht geheel tot uiting komt. Ik geef toe dat wij uit de goddelijke kracht alles kunnen putten. Maar de magische weg is in sommige gevallen veel eenvoudiger en blijft met alle werkingen bovendien meer in de menselijke sfeer.
Dus intermediair?
Indirect, ja. Alle kracht komt uit God. Als zodanig is elke kracht die wij tot ons trekken slecht een intermediair voor de goddelijke kracht. Het is immers een uiting, waarin de Goddelijke Kracht bevat is, welke dan weer in zekere en beperkte vorm weer aan ons wordt doorgegeven. Dit neemt echter niet weg, dat het voor ons soms gemakkelijker is, ons tot een bepaalde groep of kracht te richten, dan zelf de Goddelijke Krachten om te vormen tot de verlangde kracht. Laten wij maar weer een voorbeeld nemen: U kunt hier in huis ook elektrische stroom van 15.000 volt krijgen. Maar uw leidingen werken op 110, 120 of 220 Volt. Wanneer u zelf die 15.000 volt tot bruikbare spanning om moet gaan werken, kunt u natuurlijk veel meer voltages krijgen. U heeft meer mogelijkheden. Aan de andere kant heeft u ook een veel groter risico. Het is dus verstandiger om, wanneer je alleen aan een bepaalde spanning behoefte hebt, of hieraan voldoende kunt hebben deze te betrekken van een instantie, die de hoogspanning reeds omgevormd heeft.
De moeilijkheid is bovendien te weten of wij wel goed selecteren..
Wanneer u vooral in het begin handelt naar de aanwijzingen, die wij u hebben gegeven, zult u ongetwijfeld juister selecteren, dan u alleen, volgens eigen instelling, zou kunnen doen. De werelden, zoals door ons beschreven werken in feite als een monitor, een besturend apparaat, dat kwade gevolgen in zekere zin uitsluit. Alleen de laatste drie waarvan de laatste door ons geheel buiten beschouwing werd gelaten zijn iets gevaarlijker. Wij hebben u dan ook geraden om met de gouden, of zonnekrachten Uw werken te beginnen. Het is echter niet redelijk, u te zeggen, met de bepaalde kracht te werken, zonder u redenen te geven en u tevens te vertellen dat er ook andere krachten zijn.
Zouden wij dit hebben nagelaten, dan zou u misschien in uw concentratie niet zorgvuldig genoeg zijn, geen duidelijke verschillen maken. Per ongeluk zou u dan in de verkeerde richting het vlak tijdruimte kunnen doorbreken. Met alle onverwachte gevolgen van dien.
Krachten uit andere werelden
Als alles duidelijk is, gaan wij nu weer aan de les beginnen. Veel is het niet deze keer, maar ik hoop dat u ook de oude lessen nu nog eens zult willen herhalen. Wanneer wij gebruik maken van krachten die uit een andere wereld stammen en dus niet behoren tot het voor ons normale, worden wij steeds weer geconfronteerd met essentiële verschillen t.o.v. onze eigen wereld. Deze verschillen te verwerken is vaak heel moeilijk. Wij kunnen over het algemeen niet begrijpen dat een andere wereld ook een andere logica kent dan de aarde. Dit is vooral moeilijk wanneer wij ons nog in gebondenheid door de stof moeten bewegen. Het gevolg is dat gebruiken van krachten die van buiten onze wereld stammen te allen tijde zeer nauwgezet en met een vastgesteld doel moet geschieden. Daarbij moet het ons gaan om de verwerkelijking van het doel. De middelen die daartoe door anderen worden gebruikt, zijn voor ons niet controleerbaar. Daar moeten wij ons dan ook niet mee bemoeien. Op het ogenblik, dat wij met vanuit de stof gezien – bovennatuurlijke krachten werken om zo een zeker doel te bereiken mogen wij ons niet afvragen, welke weg daartoe wordt gevolgd en waarom. Op het ogenblik dat wij dit laatste willen doen, zullen wij haast onvermijdelijk met die andere wereld in conflict komen, hoe goed, hoe hoog, hoe heilig die andere wereld ook is. Het moet ons gaan om de resultaten, niet om de procedures.
Toch is het noodzakelijk een klein inzicht te verwerven in de verschillen van mentaliteit die zo kunnen bestaan. Ik zal hierbij 2 kleine voorbeelden geven. U kunt deze als voorbeeld gelijkelijk op elk van de omschreven waarden toe gaan passen:
Menselijk: Ik heb honger. Dus moet ik eten. Dus moet ik voedsel hebben. Dus moet ik dit voedsel zien te verkrijgen.
Geest: Er is honger. Het is moeilijk voedsel te verschaffen. Indien wij onmiddellijk de energie toevoegen die anders uit het voedsel komt, zal het leven evengoed gehandhaafd blijven.
Bovendien zal deze kracht zuiverder zijn en zal het resultaat beter zijn, dan bij normale menselijke voeding. De geest heeft volkomen gelijk: Zij bereikt zo het best haar doel, het geven van kracht, of voedsel. De maag blijft echter daarbij leeg. De mens zich hierover beklagend, zegt: Er is geen kracht en geen voedsel gekomen. Ik ben in mijn verwachtingen teleurgesteld. Hij vergeet echter de kracht die hem geschonken is te aanvaarden en op juiste waarde te schatten. De mens zal zich altijd vast blijven klampen aan persoonlijke voorstellingen en verschijnselen, doch overziet niet het gehele beeld.
Tweede voorbeeld: een mens wil een waarheid leren kennen. Hij begint dus zich een beeld op te bouwen: Ik heb deze grondwaarden. Hieruit trek ik voor mijzelf de conclusie dat een ontwikkeling in gene richting te vrezen is. Die ontwikkeling, gebaseerd zijnde op dit en dat, zou kunnen worden afgebogen door dit ingrijpen, of deze stof. Ik moet dus deze stof gebruiken, of deze daad stellen, om zo het proces te reverseren en een voor mij gunstig resultaat te verkrijgen.
Geestelijke reactie: De gestelde grondwaarden zijn beperkt en dus niet geheel juist. Wanneer ik echter met het geheel der waarden reken, krijg ik een geheel andere reactie dan de mens meende te voorzien. Deze reactie is gunstig. Ik laat dus de ontstane actie verder gaan, omdat ik weet, dat juist daardoor, plus misschien enig toevoegen van kracht, een geheel juiste oplossing verkregen zal worden. Wat zegt de mens? Ik zie niet de verbetering, zoals ik mij die had voorgesteld. De reacties van andere zijde zijn niet zoals ik mij deze wens. Dus is het geheel foutief, niet werkzaam, ongunstig. Kritiek uit te oefenen op deze wezens uit andere werelden is dus wel heel erg lastig, wanneer men daarbij zelfbedrog wil voorkomen. Ik kan niet genoeg de nadruk leggen voor degenen die deze weg willen gaan, om volledig te geloven in en te vertrouwen op de krachten, waarmee zij werken. Dit is noodzakelijk.
Daarnaast zullen wij nog een ogenblik terug moeten keren tot een vriend van het vorige jaar: de Gestalt. Want ook in ons werken met de hogere, of bovennatuurlijke krachten kunnen wij niet komen tot een voor ons overtuigend geheel. Wij hebben geen vertrouwen genoeg in ons zelf. Wij moeten leren op ons gehele wezen te rekenen en te vertrouwen. Wij moeten leren de Gestalt van ons zijn te zien. Wij bereiken dit door een aanvullend schijnwezen naast ons op te bouwen. Daarnaast echter moeten wij de gehele Gestaltstructuur ook weten door te zetten in onze eigen wereld. Hetgeen u beleeft en ziet, bestaat uit ongetelde duizenden details. Dit is inderdaad waar. Maar al deze details te samen geven ook een vaste structuur, een vorm weer. Deze structuur deze vorm nu, zijn het meest belangrijk: Hieruit kunnen later alle details afzonderlijk worden afgeleid. Het is noodzakelijk, dat degenen, die streven naar magische bewustwording zich voortdurend richten op het grote. Men moet het grote beeld leren zien. Later kan men daaruit de nodige details eventueel aflezen. Overzicht is altijd mogelijk, (inhoudende ook alle kleine onderdelen) wanneer men het grote beeld maar voldoende duidelijk in zich bevat.
Voorbeeld. Herinnering. Je kunt de courant artikel voor artikel lezen. U zult dan ongetwijfeld bepaalde artikelen geheel of ten dele, kunnen onthouden. U kunt echter ook het totaal beeld van de gehele courant memoreren Dan zult u elk blad in u opnemen als geheel, met de gehele structuur. U zult op dat ogenblik dan niet in staat zijn, een artikel, wat daarin staat, in zijn geheel weer te geven. Ten hoogste zult u enkele koppen weer kunnen geven die uw aandacht hebben getrokken. Dus minder dan bij de voorgaande wijze van bestudering.
Bij een goede memorisering, een goed opnemen in het ik, is het mogelijk op elk gewenst ogenblik later elke regel, elke letter, elke tittel en jota, van die gehele bladzijde, die u zo heeft opgenomen, te reproduceren. Het betekent dus, dat het materiaal, dat u ter beschikking staat veel groter en veel vollediger is, dan in het eerste geval. Het werken van beelden i.p.v. met reeksen is een noodzaak van ontwikkeling. Verder is men over het algemeen gewend als mens onmiddellijk zijn eigen combinaties en conclusies te voegen bij het beeld. Dit moet worden afgeleerd. Men moet leren zo objectief mogelijk te observeren. Dat daarbij een zekere vertekening door de eigen persoonlijkheid ontstaat, is niet te voorkomen. Toch is het noodzakelijk, dat wij zoveel mogelijk een beeld in ons opnemen, zonder daar kritiek op te geven.
Voorbeeld: U neemt een kleurenportret in u op. U constateert dat het “een aardig gezicht is”. Maar dat rode haar vindt u eigenlijk niet mooi. Wanneer u gevraagd wordt uit uw herinnering dit beeld te reproduceren, aannemende dat u elke lijn voldoende gememoreerd heeft, dan zal u blijken, dat juist die afgekeurde kleur haar niet meer juist is. Zij is vervormd en vertekend. Het gesproken oordeel alleen heeft een bias geschapen, waardoor men niet meer in staat is, die kleur juist te reproduceren. Wanneer wij ons voorlopig van deze regels goed bewust blijven kunnen wij verder gaan met onze magie.
In onze magie zullen wij vooreerst werken met bepaalde groeperingen. Ik denk hierbij bv. aan de Heren des Levens en de Heren der Wijsheid, twee belangrijke krachten. Stel nu dat ik werk met de Heren des Levens. Ik heb mij ingesteld. Ik heb het contact verkregen. Er komen in mij bepaalde voorstellingen op aan de hand van dit contact. Hieraan kan ik niet ontkomen. De beelden die in mij ontstaan zijn natuurlijk uit mij zelf voortgekomen. De werkelijke verhoudingen en waarden van een andere wereld kan ik immers mij stoffelijk niet voorstellen. Toch is het mij mogelijk deze voorstellingen zonder eigen oordeel te ondergaan. Wanneer wij aan het detail, de verschijningsvorm het licht en de rest geen aandacht besteden, kunnen wij alle aandacht concentreren op de kracht. Het werken met die kracht moet dan van onze zijde geheel in overeenstemming zijn met de krachten die wij hebben aangeroepen.
Bij de Heren des Levens gaat het hier dus bij alles om levenskracht, continuïteit van bestaan enz. Wil ik nu voor mijzelf bv. een vitaliteitsverhoging en levensuitbreiding verkrijgen door bv. mijn levenskracht te intensifiëren en mijn geheugen uit te breiden, dan kan ik dit bereiken met de Heren des Levens. Ik zal mij echter niet af mogen vragen, waar deze kracht vandaan komt, hoe zij werkt. Ik moet leren haar te ondergaan als een weldoend bad. Dan zal blijken, dat ik op deze wijze veel meer van deze kracht kan absorberen dan onder andere condities, terwijl mij dit bovendien mogelijk is in veel minder tijd. Ook blijkt dat de werking van die kracht langer aanhoudt, dat zij a.h.w. meer houdbaar is.
Wanneer ik echter met of voor een ander werk, wordt het geheel veel moeilijker. Wanneer ik werken moet met iemand, die niet in staat is een geestelijke kracht geheel te accepteren, zoals zij is, dan zal ik voor het zelfde doel geen beroep mogen doen op de Heren des Levens. Ik zal mij moeten beroepen op de Heren der Wijsheid. De wijsheid geeft begripsvermogen. De levenskracht die van hier wordt uitgestraald is minder dan bij de Herens des Levens. De wijsheid geeft een begripsvermogen. De kracht en de intensiteit waarmede deze wordt uitgestraald, worden echter dank zij het begrip op eenvoudiger wijze aangepast aan de behoeften en mogelijkheden. Dit zal voor mij zeer belangrijk kunnen zijn. Op het ogenblik, dat ik een ander wil helpen, zal het voor mij nu ook noodzakelijk zijn, een kracht te verkrijgen, die op mijn patiënt is afgesteld en niet alleen op mijn wezen.
Van de Heren des Levens krijg ik alleen rauwe, onvervormde levenskracht. Wat daar eventueel aan moet worden veranderd, moet ik wel zelf doen. Dit is echter niet aanvaardbaar, omdat ik meestal niet in staat zal zijn, nauwkeurig te begrijpen wat een ander nu eigenlijk wel nodig heeft. Voor de Heren des Levens is een dergelijke aanpassing onvoorstelbaar. De Heren der Wijsheid kunnen dit echter wel, door hun andere wijze van denken, zien en begrijpen.
Verder hebben wij in de magie te maken met moraal en ethiek. Het is misschien wel goed, dat wij hier de nadruk ook nog even opleggen. De moraal en de ethiek, die wij vinden in de magie zijn volledig onafhankelijk van de moraal en ethiek, zoals wij die leren kennen in het dagelijks en menselijk bestaan. In de magie gehoorzamen wij niet aan reeksen van beperkingen en wetten, maar slechts aan twee grondregels.
De eerste luidt:
Gij zult u zelf niet verrijken ten koste van een ander. Dit betekent dus ook: Ten koste van krachten uit een andere wereld.
De tweede regel:
Gij zult niets en niemand schaden of verderven, noch in leven, noch in bezit, noch in geestelijke inhoud.
Wie zich aan deze twee regels houdt, heeft daarmede de grondslag gevonden indien men zich op deze gronden blijft baseren, is elke handeling toelaatbaar en mogelijk. In de magie kan het nl. wel voorkomen, dat men eigenaardige handelingen moet uitvoeren of van zeer eigenaardige bestanddelen gebruik maakt. Ik denk hier bv. aan het bereiden van sommige magische recepten. Er zijn er daaronder, die u niet alleen verplichten gebruik te maken van aloëhout, cederhout, saffraan, poeder van leisteen enz. enz. maar ook bv. van het bloed van een vos, of de hersenen van een ezel. Dit is in feite onzinnig, want wij kunnen de zelfde effecten ook bereiken: Door o.m. gebruik te maken van het plantensap “wolfsmelk” een plantaardig, zij het giftig product. In de oudheid echter meende men dat persoonlijkheden met de magische werkingen onmiddellijk gebonden werden. Men vond dezen ook in dieren en kwam zo tot genoemde voorschriften. De stoffen die zich ook daarin bevinden zijn echter reëel werkzame stoffen. De werkzaamheid van dergelijke stoffen is echter weer niet chemisch te bepalen. Een magisch recept, of een magische procedure, kan nooit langs een wetenschappelijk redelijke weg bepaald worden. Toch is de werking ten dele ook gebaseerd op wetenschappelijk vaststelbare en kenbare effecten. Een geheel vastleggen van het werkzame deel is echter niet mogelijk. Voorbeeld: Zekere magische giften kunnen niet geheel door het westen gereproduceerd worden, ofschoon men dit wel probeert. Reden: Men zoekt uit het samengestelde gif de werkzame bestanddelen te trekken en houd er geen rekening mee, dat temperaturen en zelfs geestelijke uitstralingen op de specifieke eigenschappen van nieuw te vormen moleculaire structuren hun invloed uitoefenen. Het gevolg is, dat kleine, maar zeer belangrijke eigenschappen niet in het wetenschappelijk en chemisch vervaardigde product voor kunnen komen.
Dat men desalniettemin ook stoffen weet te onttrekken aan deze recepten, die medisch bv. bruikbaar blijken, is dan te danken aan het feit, dat ook stoffelijke waarden natuurlijk worden mee verwerkt en gebruikt. Voorbeeld: Er bestaat een bepaald extract, dat wordt gemaakt uit paddenstoelen. Dit gif schenkt de mens dromen die of een zeer ontspannende werking en daarnaast brengt het elke kramptoestand tot rust. Het gevolg is dat het kan worden gebruikt om o.m. zekere psychosen een tijdlang te doen bedaren, gewelddadige patiënten te kalmeren en overspannen personen een ontspanning te verschaffen, waardoor zij na korte tijd qua denken vitaliteit en zenuwkracht weer geheel zichzelf zijn.
De magiër kan echter het oorspronkelijke recept nog bij veel meer gevallen gebruiken. O.m. voor een bezoek aan verschillende sferen. Bij deze contacten kan hij dan betrekkelijk ver doordringen in licht zowel als duister. Het chemische product kan dit niet. Waarom? Omdat de bepaalde gedachtekrachten de magische cadansen a.h.w. vastgelegd in het primitief gemaakte gif, niet meer overeenstemmen met hetgeen de wetenschap heeft gemaakt en zo een bepaalde fijne trilling ontbreekt in de totale scala van uitwerking. Ik heb dit voorbeeld gegeven om duidelijk te maken, dat magie en wetenschap nog twee verschillende dingen zijn. Pas op het ogenblik dat de wetenschap leert om de inhoud van de mens, dus zijn geest, zijn ziel, mede te berekenen en te manipuleren, is er een mogelijkheid dat zuiver wetenschappelijke resultaten bereikt kunnen worden, die thans de magie bereikt.
Het is dus duidelijk dat zowel moraal als ethiek bij de magie niet kunnen worden gesteld onder dezelfde maatstaven en beperkingen, die men stoffelijk aanvaardt. Voorbeeld: Het is bv. kwaad zegt men, om demonen op te roepen. Toch zal de magiër dit in sommige gevallen doen. Hij kan er verschillende incantatievormen bij gebruiken. Het gaat er nu om, welke incantatievorm er gebruikt wordt, dus welk totaal trillingsgetal wordt geschapen, om uit te maken, of hier nu een goede, of slechte werking van uitgaat. Die incantatie is onzinnig vanuit wetenschappelijk standpunt. Magisch gezien is zij gelijktijdig zeer krachtig. Ik wil een voorbeeld geven van een dergelijke bezwering, een kleine bezwering, opdat u een indruk kunt krijgen. Het eerste voorbeeld is niet volledig, het tweede wel:
Ik roep u op, O machtige Azazel, bij mijn bloed en de naam, die gij kent, opdat gij zult verschijnen en u zult binden aan mijn wil, zodat gij u zult voegen naar mijn wil, volbrengende wat ik wens, dat wat ik denk, bereikende daarmede datgene, wat ik wil bereiken, opdat ik u eer moge geven en dank moge heten.
Deze aanroep is fout: “de naam die gij kent”. Onjuist. Azazel op zichzelf is nog niet eens een demon. De naam van een werkelijke demon zou ik hier niet eens willen gebruiken. Belangrijk is echter. Hier is de naam weg gewerkt, terwijl er te gelijkertijd sprake is van een geven. Er is dus sprake van een ruilhandel met een geestelijke kracht. Ook wanneer die kracht leeft in een lichtere wereld is dit magisch onaanvaardbaar. Dit wetende heb ik door een fout, die ik opzettelijk maakte, er zorg voor gedragen, dat de spanningen, die normalerwijze het resultaat zijn van dergelijke bezweringen, niet optraden.
Nu zal ik een tweede vorm van bezwering gebruiken, om u duidelijk te maken, hoe het wel kan en wel moet. Hoe men dus in feite een dergelijke bezwering magisch kan richten op het goede: Men begint dan heel anders zeggende:
“Hoor mij, O grote geest, gij die hoedt de werken van deze dag. Hoor mij, gij behoeder van dit uur. Verleen mij uw gehoor en uw vriendelijke medewerking. Sprekende in de Heilige Naam Emanuel zeg ik u, Azazel, gehoorzaam mij en volbreng, wat mijn wil en werken is. Ik noem u hier verplicht aan mij in de heilige namen Tetragrammaton, Ayos, Eschoïs, Agla.”
Daarna volgt dan de rest van de oproeping en de omschrijving van het doel waarmede dit geschiedt. Is men nu klaar, is de opdracht volbracht, dan zal men in dit tweede geval wederom een formule gebruiken. In het eerste geval doet men dit niet. Men zegt dan:
Almachtige God. Ik dank u, dat Gij mij hebt toegestaan uw krachten en Namen te gebruiken ter volbrenging. U dankende voor uw kracht en dankend hen, die in deze kracht, voor mij gewerkt hebben, zeg ik u, Azazel, u dankende voor uw werk. Ga heen en ken vrede in de heilige Naam Eschnios, Tetragrammaton, Agla.”
Daarmee is dan de bezwering dus ten einde. Misschien heeft u gemerkt, dat deze witte bezwering hier een zekere trilling, een zekere spanning opwekte. Wanneer dit geheel is voorbereid zijn de spanningen en trillingen weliswaar gelijk, maar hun werking is veel groter. Wetenschappelijk is dit onzin, nonsens. Magisch gezien is het de grote werkelijkheid, want de kleine spanning, die hier een ogenblik werd opgeroepen, hoe onbelangrijk zij misschien ook moge zijn, kan verduizendvoudigd worden door de juiste wijze van optreden. Wanneer u die spanningen en trillingen voelt, gaan zij ook rond in wel alle dingen buiten u. Zij openbaart zich in alle materie rond u. Wanneer deze spanning eenmaal in die materie bestaat en gij heersen kunt of verzoeken kunt aan een kracht, die in staat is met de uitgezonden trillingen te werken, om u bij te staan, dan komt daardoor als vanzelf een resultaat tot stand. Het resultaat is dan gebaseerd op de trillingen vooral, maar niet merkbaar in alle materie, doch beperkt. Maakt dit voorbeeld u weer het een en ander duidelijk?
Dan zijn er nog enige punten: Wanneer wij werken met de krachten, waarover ik sprak, zullen wij soms te maken krijgen met reukstoffen. Wij gebruiken bij vele bezweringen, zelfs bij enige meditaties parfums, om zo sneller en kenbaarder contact te krijgen met andere krachten. Dit lijkt u misschien wat dwaas. Maar er bestaan enkele etherische stoffen, die praktisch gelijkelijk merkbaar zijn in twee werelden gelijk. Door verhitting en de daarmee gepaard gaande vergrote moleculaire bewegingen zenden zij een trilling uit, die door zijn grote snelheid in twee, of meer werelden merkbaar wordt zij het dan niet op gelijke wijze. Sommige reukstoffen en wierook soorten zijn echter geschikt om een brug te slaan tussen twee werelden op een wijze, waarbij in beiden een gelijke gewaarwording ontstaat. In dit geval ontstaat a.h.w. een spiegelbeeld aan de andere kant. Hebben wij te maken met in gelijke ervaring, plus een gelijke of gelijk geaarde materie het spiegelbeeld dan is het mogelijk voor geesten om zich op grond hiervan stoffelijk te manifesteren. Zelfs is het mogelijk, dat door dergelijke reukstoffen contacten worden geschapen met sferen, die anders niet te bereiken zijn. Misschien is het goed, reeds hier aan te duiden, wanneer men gebruik maakt van reukstoffen ook al is het schijnbaar alleen om een beetje sfeer te wekken. U moet dan dit onthouden:
Nooit en te nimmer mag een reukstof worden ontstoken met alcohol bevattende middelen. Zoveel mogelijk zullen wij trachten te voorkomen, dat zwavel, of een zwavelderivaat ter ontsteking worden gebruikt. Wij weten nl. dat zwavel en nauw verwante stoffen in de werking een kleine verandering te weeg kunnen brengen. De meest zuivere methode is: Houtskool tot gloed brengen op een bed van gloeiende kolen. Wanneer eenmaal een felle wit rode gloed is ontstaan de reukstof in korrelvorm hierop neer leggen. Daarbij zullen wij trachten, de reukstof zo uit te strooien, dat zij haast ogenblikkelijk verbrandt. Dus niet zoals men gezelligheidshalve wel doet, uren lang een beetje wierookdamp omhoog laten kringelen. Het gaat er om dat a.h.w. explosief de ruimte voor een ogenblik geheel met geurstoffen wordt gevuld. Dit laatste is belangrijker dan een langer blijven hangen van de geur.
Dit zijn een paar aardigheden. Meer betekent dit u op het ogenblik nog niet. Maar aardig, omdat zij reeds nu ons in staat stellen, iets van de nauwe doch vreemde relaties tussen de werelden te beseffen. In verband hiermee moet u ook nog iets anders onthouden. Er zijn bepaalde geuren, die u prikkelen, nietwaar? Knoflooklucht bv. zal de meeste van u wel zeer onaangenaam zijn. Een vertrek, met deze geur gevuld zult u zoveel mogelijk vermijden. Er bestaan bepaalde geestelijke en stoffelijke uitstralingen, die voor wezens uit een andere wereld al even onaangenaam zijn. Ook zij zullen trachten, dergelijke onaangename indrukken te ontgaan, door de plaatsen, waarop deze uitstralingen merkbaar worden, zoveel mogelijk te vermijden. Zo kunnen wij ook voor het uitdrijven van geesten mede reukstoffen gebruiken. Omgekeerd zullen wij door gebruik van de juiste geuren en uitstralingen vertakken en plaatsen dus voor sommige geesten zeer aangenaam kunnen maken.
Nu een aanvulling van de meer praktische regels die wij u steeds trachten te geven:
Bij alle zoeken naar licht en levenskracht ongeacht de sfeer of instantie, via welke men tracht deze te bereiken of te onttrekken – zal de instelling er een van absolute zuiverheid moeten zijn. In de eerste plaats moet deze zuiverheid mentaal aanwezig zijn. Wanneer u zich vuil voelt, baadt u zich. Wanneer in uw omgeving iets gevlekt is en de vlek behoort niet bij het wezen, verwijder het dan, vervang het door iets anders of neem desnoods genoegen met niets.
Zorg voor de juiste purificatie, door gedachten en handelingen samen te doen gaan. Hoe reiner u zelf, hoe reiner uw omgeving, hoe eenvoudiger levenskrachten op kunnen treden. Alle bewustzijn van vuil, schuld, vervuiling en veronachtzaming is nl. een ernstige belemmering voor de werkingen der levenskracht. Vuil en schuldbewustzijn zijn tevens een aantrekkende factor voor levenskracht van de krachten uit meestal lagere gebieden, het astrale gebied.
Op het ogenblik dat de bezwering, of handeling wordt volvoerd, met bovengenoemde doeleinden, mag in de gedachten geen spoor meer te vinden zijn van bezit, seksualiteit, persoonlijke relatie. Bij een poging om levenskrachten voor uzelf, of anderen, te verwerven is de volgende instelling – naast de reinheid zeer wenselijk: Vertrouwen op god, een bidden, waarin men een eenheid met god zoekt te bereiken. Een zich voorstellen van het goddelijke als een ogenblikkelijke openbaring in de omgeving. Verder: Een u voorstellen van de wereld als gelouterd door het lijden, waardoor zij rein is en in staat, Gods kracht en licht te verdragen.
Gebruik makende van deze voorstellingen bereikt men een eigen instelling, die uitermate aantrekkelijk en sympathisch is t.o. alle kosmische krachten en levenskrachten, ongeacht uit welke bron zij tot u worden gedirigeerd. Verder zal een dergelijke instelling gelijktijdig beletten, dat krachten van minder allooi, kunnen binnen dringen bij u, of slechts iets van deze levenskracht kunnen nemen, tenzij dit de absolute wil is van de schenker.
Wanneer u verlangt naar geestelijke ontwikkeling en wijsheid. U wilt bv. uw denkvermogen eens uitbreiden. U wilt een ander en beter inzicht geven in zijn eigen behoeften en omstandigheden, dan is het absoluut verkeerd om de stoffelijke problemen te omschrijven, waar het om gaat. Men doet dit wel voor zichzelf, opdat men het doel van eigen handelen zal kennen. Zodra men werkelijk begint, begint men wederom met een soort reiniging. Deze reiniging behoeft in dit geval niet zo stoffelijk te worden uitgevoerd als in het eerste geval. Er moet toch een idee zijn van afgeslotenheid: Ik laat de wereld achter mij.
Heel vaak kan dit worden gesymboliseerd door zich tijdelijk in een klein vertrek te begeven, waar men alleen is. De functie van het vertrek doet minder terzake, mits het geen opslagplaats is voor voedingsmiddelen, of opslagplaats voor afvalstoffen en deze zich er ook niet in bevinden. Wanneer men deze afgeslotenheid heeft, dan heeft men wederom de wereld dus terzijde gezet. Men stelt zich nu in op de alwetendheid, het kosmisch geheugen overdenkt men, dat in zich de kennis van alle eeuwen, ook van de komende eeuwen, draagt. Men stelt zich voor de wetende God, Die de volmaaktheid in Zichzelf draagt en deze volmaaktheid uit via al Zijn schepselen. In deze instelling krijgt men een soort reinheid en verhevenheid, waarbij het weten een kosmische kwestie is geworden en niet slechts een persoonlijke.
Van hieruit verder gaan in de richting van weten, komt men tot veel betere resultaten. Wil men bepaalde zakelijke en stoffelijke belangen bevorderen dan staat men weer voor een ander probleem. Ik neem aan dat men deze zakelijke en stoffelijke problemen niet slechts voor zichzelf zoekt te bevorderen, maar dat men dit doet in gemeenschapszin, dan wel voor anderen, wier nooddruft bekend is.
Zou dit laatste nl. niet het geval zijn, dan krijgt het geheel een zwart magisch aspect en als zodanig is het dus voor ons onaanvaardbaar en zal ik om verder niet over spreken. Wij moeten ons wederom instellen: Wij hebben met zaken een voorstelling nodig. Wij hebben te maken met de grote Parabogath, met Mercurius. Dat is een vriendelijke geest en een uitermate snelle planeet. Wij moeten ons a.h.w. afsluiten van de wereld en het probleem voor ons zelf op papier zetten. Bij voorkeur gebruiken wij er papier voort wat wij makkelijk later kunnen verbranden. Het is niet nodig, dat die problemen verder blijven liggen. Wij noteren het zo snel en zo kort omschreven mogelijk. Alle getallen, die wij kennen, schrijven wij erbij. Er moet een volledig beeld zijn. Nu gaan wij ons voorstellen, dat dit een onvolledige uiting van een volledigheid. Dit probleem bestaat niet in werkelijkheid. Het is een onvolledig begrip van de mogelijkheden dat dit probleem geschapen heeft.
Wanneer wij de volledigheid van mogelijkheden kunnen krijgen, dan is dit probleem weg, draaien het blad om en wij leggen het voor ons neer, met de blanke zijde boven. Nu concentreren wij ons op degenen, die wij willen gebruiken om deze hulp te verkrijgen. Wij doen dit wederom volgens de vorige omschreven les, met een absoluut geloof aan een Goddelijke rechtvaardigheid die een volmaaktheid zal openbaren.
Wij hebben hiermede de eigenaardige zakelijke sfeer geschapen die ons onmiddellijk kan helpen aan impulsen en gedachten. De lege zijde van het papier kan ook heel vaak gebruikt worden om onmiddellijk de inspiratie, die men krijgt, even te noteren. Dit is een zakelijke sfeer, er moet zakelijk worden afgehandeld. Zo als men werken wil, moet men de sfeer bouwen. Men moet dit doen in overeenstemming met de kosmische kracht maar gelijktijdig in een zodanige beperktheid, dat alle nevenbedoelingen wegvallen, dat elke bijkomende beïnvloeding, bijkomende gedachtegang wordt uitgeschakeld en wij ons geheel richten op het doel van onze concentratie. Het scheppen van deze sfeer kan worden aangepast aan elk doel. Voor degenen, voor wie het misschien moeilijk is om de juiste sfeer voor zichzelf te krijgen, zou ik aanraden het Oude Testament te nemen, bij voorkeur de boeken van de Profeten (Salomon). En zoekt u daar naar een spreuk, die voldoende slaat: op uw probleem hetgeen u wilt bereiken.
Door dit zoeken alleen zult u afgestemd raken op het probleem. Het feit dat u dit doet in een voor u heilig boek, brengt met zich mee dat een zekere afsluiting en gewijdheid gelijktijdig ontstaat. Deze methode is toe te passen bij elke specialisatie en als zodanig zeer nuttig te noemen.
Tweeledige werkelijkheid
Wij zullen even nagaan, of hetgeen wij de vorige maal behandeld hebben voor iedereen duidelijk is geweest. Geen vragen dus?
De vorige maal hebben wij gesproken over: “Magie en magische processen”. Wanneer wij vandaar uit nu verder willen gaan, dan is het noodzakelijk, dat wij de stelling van de twee realiteiten verder ontwikkelen. Naast de realiteit, waarin u leeft, bestaat een tweede realiteit die, evenzeer als deze stoffelijke volledig buiten u ligt. In u is de reactie op deze realiteiten mogelijk en dus uw eigen wereldbeeld. Datgene, wat buiten u ligt, is werkelijk. Het kan u beïnvloeden ook wanneer u zich daartegen zou willen verzetten. Als u door een kamer loopt en u stoot zich tegen een stoel, dan kunt u wel zeggen, dat wilt dat die stoel er niet staat, maar zij staat er. Zo reëel is dat voor u.
Zo geldt dat ook dus voor de tweede realiteit. Ook daar kunnen wij obstakels ontmoeten. Die obstakels ontstaan meestal door onze onkunde. Wanneer u weet, dat er een stoel staat, loopt u er omheen. Wanneer u weet, dat er een obstakel is, zult u er ook omheen gaan. De grote vraag is nu: Wanneer wij eenmaal een stemming hebben gewekt, een sfeer hebben geschapen, wanneer wij voor onszelf een contact hebben geschapen met al die invloeden, die buiten ons bestaan, kunnen wij dan deze tweede werkelijkheid voldoende realiseren. Kunnen wij voorkomen dat wij daar tegen een obstakel aanlopen?
Nu moet ik met een waarschuwing beginnen. Tenzij u zeer eenzijdig bent in uw contacten met deze tweede werkelijkheid, zult u bijna altijd voor onverwachte obstakels komen te staan. Die obstakels uiten zich voor ons in de eerste plaats wel als en verwachte tendensen. Zij komen stoffelijk tot uiting in een ziekte: Een plotseling mislukken van al wat je wil doen, neerslachtigheid, onevenwichtigheid. Deze dingen zijn te overwinnen. Als je ze niet overwint, heb je grote kans dat je de speelbal wordt van de krachten, waarmee je hebt geprobeerd te werken. Het is dus voor u zeker raadzaam om niet in het algemeen te gaan werken met de krachten, waarover wij de vorige maal spraken. In eenzijdigheid kunnen wij veel bereiken.
De tweede realiteit is de realiteit waarin de Meesters van Wijsheid, De Heren van Leven enz. bestaan. Het is a.h.w. de macrokosmische verhouding, krachten, die zich in uw tijd, uiting, openbaren door hun inwijding. Zij werken in op meer dan één wereld. Wereldvlak. U weet, geloof ik, allemaal, dat tijd niet beschouwd moet worden dat hebben wij toch al besproken?
De verschillende tijdwerelden, die naast elkaar, liggen staan allen onder dezelfde macrokosmische beïnvloeding, waar deze zijnde van een ander gehalte dan de materie, niet aan tijd gebonden is en dus ook niet aan de ruimtelijke beperkingen, die in de binding van een tijdsmoment. aan een verhouding voor kan komen. Zolang u op uw eigen wereld bent en in uw eigen werkelijkheid staat, kunt u het contact met de tweede werkelijkheid verkrijgen, een tweede realiteit, door u te concentreren op een der grote krachten. Let wel: Een der grote krachten per geval, die u in staat zullen stellen de gewenste invloed tot uiting te doen komen.
Naarmate u meer preciseert, wat u tot stand wilt brengen, wordt de werking, die u verlangt, complexer. Voorbeeld: Ik wil, dat het mij goed gaat algemeen. Ik wil morgen zo en zo laat zo en zoveel geld ontvangen. Of: Dan en dan dit boek van geestelijke wijsheid plotseling ter beschikking hebben. Complex, er zit veel meer aan vast. Het gevolg is, dat u, naarmate u een zuiverder definitie geeft van het verlangde en dit verlangde sterker met uw persoonlijkheid gebonden is, dat hoort er ook bij, meer krachten gelijktijdig in het spel brengt. Hoe meer krachten u gelijktijdig in het spel brengt, hoe sneller u zult ondergaan in een spel van krachten, die u niet allen kent waarvan u de verhoudingen niet kunt overzien en die u dus ook niet kunt beheersen, totdat zij elke storing voor u verdrijven.
Degene die magisch streeft begint natuurlijk altijd weer met het element van de bezwering, Wanneer wij zo’n voorbeeld geven, dan is het duidelijk dat zo’n bezweringsvoorbeeld niet voor gebruik wordt gegeven. Nog niet. Het is ook duidelijk dat daarin een aantal krachten worden genoemd, een aantal namen naar voren gebracht. Elke naam drukt een mathematische verhouding uit. D.w.z. het geheel van een bezwering kan worden omgezet in een formule, die als uitkomst geeft de trillingsverhouding, waarin uw eigen persoonlijkheid, na het uitspreken van de formule, zal bevinden. De trilling is gelijk aan een zich afstemmen op. Je kunt afstemmen op om nu eens een vergelijking uit de ontvangsttechniek te gebruiken een zeer smalle, of een zeer brede band, beperkte, of zeer eenzijdige band.
Hoe breder de band is, waarop u ontvangt, hoe groter de mogelijkheid dat u storing krijgt van een nabij gelegen station op de radio. Hoe wijder het gebied is, dat u bewust tracht te beheersen, hoe groter de kans is, dat storende invloeden van verwante gebieden, en mogelijkerwijze van geheel verschillende geaardheid, hun invloed doen gelden op u. Wanneer dat gebeurt, dan ontstaat er een schrikbeeld. Dat is de beste uiting, die ik daarvoor kan vinden. Wij kunnen dat schrikbeeld natuurlijk verdrijven door onmiddellijk onze procedure af te breken en alle krachten, die wij hebben opgeroepen, onmiddellijk vrij te laten. In vele gevallen betekent dat een grote schade.
Wanneer u in klei boetseert en u maakt een beeldje, u bent half klaar en u onderbreekt het, dan is het heel goed mogelijk, dat de volgende maal die klei niet meer versterkt kan worden, tenzij u ze heeft kunnen beveiligen. Wanneer de klei een deel van uw eigen levenskracht is, betekent dit, dat een deel zelfs van uw eigen levenskracht verloren kan gaan. Nu echter kunnen wij ook het schrikbeeld overwinnen door er onaantastbaar voor te zijn. U ziet op straat 100 mensen, u volgt er een van onverschillig wat er met de anderen gebeurt, of er een opstootje is, of een ongeluk. U blijft die ene alleen volgen met de ogen en alleen daarop uw aandacht concentreren. Kunt u dat, dan kunt u die ene volgen door alle gewoel heen.
Wanneer wij komen te zitten in een situatie, waarbij ons magische ren grote verwarring tot stand heeft gebracht, en voor ons dus plotseling een complex beeld ontstaat, waaruit wij geen uitweg vinden, dan moeten wij ongeacht de verschijningen, of verschijnselen ons blijven richten op die ene intentie, willen wij wat tot stand brengen.
Heel vaak gebruiken wij incantaties om die stemming, die bezweringsstemming, die afstemming van het ik te bevorderen. De vorige maal heb ik u een paar voorbeelden van die bezweringen gegeven. Kunt u zich persoonlijk voorstellen dat u zo’n bezwering uitspreekt? Hoe zou u dat doen?
Vragen
Ik zou de naam in gedachten nemen die u in de vorige les opgegeven hebt en deze vragen mij te helpen.
Ja, dan staat u voor de moeilijkheid dat u niet weet wat die namen betekenen
Het zijn Goden?
Geen Goden: Krachten. Ik heb dan ook o.m. uitdrukkelijk gezegd, dat de door mij gebruikte naam Azazel niet die van een demon is. (Eerste, zgn. negatieve bezwering). Voorzichtigheidshalve heb ik nl. “verhoudingsnamen” gebruikt en verder alleen enkele Godsnamen. In ieder geval: U kunt het zich enigszins voorstellen en begrijpt dat het een soort aanroepen is.
Ik zal heel kort zeggen, wat ik zou willen en erop rekenen dat ik het krijg. Maar hoe zit het met die namen?
Dit vertel ik u zo dadelijk. Ik had mij voorgenomen u iets meer te vertellen over de bezwering, maar wilde eerst vastleggen hoe u er tegenover staat.
Bij mij blijft de concentratie gericht op het punt waarmee mijn concentratie begon.
U zegt het verkeerd. Gelukkig begrijp ik wat u bedoelt. Dat is hier wel het belangrijkste. U meent dat het belangrijk is het beeld te hebben, de intentie, maar in dit geval is dit niet helemaal waar. Bij algebra kunt u ook wel, wanneer u een bepaalde uitkomst voor ogen hebt, proberen eenvoudig wat verschillende letters neer te zetten, om dan maar te zeggen dat het zo wel klopt. Maar daarmee heeft u nog geen algebraïsche vergelijking. Wij werken hier met formules. Het intuïtieve, wat hier ook al naar voren komt, is dus in dit geval niet helemaal bruikbaar.
Ik zal mij altijd de figuur die ik altijd in gedachten heb………..
Met andere woorden, u prefereert het werken met een persoonlijke binding aan de kosmos.
Ik zal rechtstreeks aan mijn geleidegeest hulp vragen.
Dus weer hetzelfde: Persoonlijke binding.
Ik zou deze aanroep doen tot God en ik meen, dat ik het bevel moet richten tot de kracht, die het werk moet doen.
Dat geeft meer uiting tot het begrip van de situatie. Het is inderdaad waar.
Ik vind het zo’n gevaarlijk terrein, maar ik zal er niet toe over gaan, voordat ik heden een goede uitleg heb gehoord.
Niemand zegt u dat u er toe over moet gaan. Als u rekenen krijgt met centen, dan wilt u toch niet direct een groot handelshuis openen? Ik mag de reactie als volgt samenvatten. Een van de aanwezigen kan het zich niet voorstellen. M.a.w. hij is niet in staat tot de nodige rationalisaties om zonder een zeer grondige kennis van gegevens dit voor zichzelf te doen en vreest dan zelfs in eigen ogen enigszins belachelijk te worden. Er zijn er ongeveer drie, die in staat zouden zijn, om gebruik te maken van de procedure die ik u ga omschrijven. De anderen proberen op het ogenblik een meer persoonlijke binding met het bovennatuurlijke, dat in feite een volledige uiting van de eigen persoonlijkheid inhoud, maar met dit terrein op zichzelf weinig te maken heeft. Het is mogelijk voor een technisch tekenaar bv. om in enkele eenvoudige formules een totale structuur uit te beelden. Dat betekent dat hij met deze formule de structuur op elk moment hernieuwd op kan bouwen.
In deze ene formule ligt dus een totale opbouw verborgen. Dat kan zelfs zijn het draagvermogen van de vleugel van een vliegtuig: Het draagvermogen van een schip, de structuurvastheid van een bepaald materiaal enz.
Alles kan op deze manier worden vastgesteld en uitgedrukt en de associatie, die de formule heeft, voor degene die haar bewaart en gebruikt maakt een volledige reconstructie mogelijk. Wat wij doen wanneer wij de magische sfeervormende bezwering gebruiken, wanneer wij dus op zoek gaan naar ons contact met de macrokosmos en via de macrokosmos ook met een tweede werkelijkheid: Dat is eigenlijk onze persoonlijke structuur opbouwen, maar met een kennis van onderdelen, zodat het ons mogelijk is door het gebruik van verschillende formules, verschillende geestelijke structuren te doen ontstaan in onszelf en gezien de wet van harmonie en evenwicht dus ook tussen onszelf en de macrokosmische krachten, een zekere vaststaande verhouding te scheppen. Wanneer ik nu alleen met een Scheingestalt werk, dan blijf ik uiteindelijk toch gebonden aan mijn eigen persoonlijkheid en mijn eigen bereiken.
Misschien, dat ik mij als magiër, niet in staat voor die verhouding zelf tot stand te brengen en dat ik mij dus de Scheingestalt neem als een hulp bij het magisch werk. De Scheingestalt zelf kan nooit dezelfde contacten betekenen, die ik langs deze weg van afstemming, van persoonlijkheid, sfeervorming enz. kan bereiken. Wij zullen dus de kwestie van het vormen van sfeer werkelijk eens nader onder de loep moeten nemen. U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen, dat je om niet gebonden te zijn aan een steeds wisselende koers van vreemde valuta, een gemiddelde neemt, een omrekenkoers, die je aanhoudt bij elke calculatie van een prijs voor het buitenland. Het is toch helemaal niet belachelijk, dat je dan rekent met deze gemiddelde prijs, dat je die opgeeft, ook al is zij onnauwkeurig. Evenmin is natuurlijk belachelijk, wanneer wij gebruik maken van zekere middelen om toch het magische te bereiken. Wanneer wij daarbij gebruik maken van de formule als de gemiddelde waarde, dan is dat alleen maar om het ons makkelijk te maken met die tweede werkelijkheid in verbinding te keren en bovendien de krachten uit de macrokosmos te kunnen verwerken, zowel in de tweede realiteit als in onze eigen wereld. Of u daar gebruik van kunt maken, is weer een andere vraag.
Wij hebben nu even de verschillen, die in de kring bestaan, onder de loep genomen. Nu gaan wij dus een formule opbouwen. Wat heb ik voor een formule nodig? Geen concentratie in de eerste plaats. De concentratie op zich zelf doet het niet. Ik heb een beeld nodig. Dat beeld moet mij desnoods als zuiver persoonlijk beeld, een verhouding in de kosmos voor ogen brengen. De vorige maal hebben wij, geloof ik, de naam van Mercurius gebruik de grote Parabogath. Wat is dat? Wat is die grote Parabogath? Het is het symbool van bepaalde kracht, met bepaalde inwerkingen. Wanneer wij dit nu eens gaan ontladen, dan kunnen wij ook zeggen, dat dit de uitdrukking is van een bepaalde evenwichtsverhouding tussen werkelijkheid A waarin wij leven, een werkelijkheid B, die ons voortdurend benadert maar zich aan ons direct kennen, onttrekt. Denkt u aan de tijdsmomenten.
Ik heb hier een verhoudingsgetal a.h.w. vastgelegd in een naam. Nu is die naam geconstrueerd. Het construeren van die namen kan ik u op ’t ogenblik niet ineens gaan leren. Dat gaat te ver. Er zijn namen, die door de letters, die gebruikt zijn en de verkortingen die mogelijk zijn men doet dat meestal in het Hebreeuws – verkorte namen dus tot Hebreeuwse tekens een getallenwaarde hebben. Die getallenwaarde maken deel uit van onze formule. De naam is dus een symbool als bv. in de bereiking van de cirkel: pi, 22/7, oftewel 3, enz. Wij geven hiermee een waarde aan.
Wanneer ik begin met een aanroep: “Grote Parabogath …..” wat doe ik dan eigenlijk? Ik realiseer voor mijzelf dus deze uiting van verhouding van kracht. De persoonlijkheid bestaat wel. Maar niet zoals wij hem voorstellen en zoals wij hen gebruiken. De persoonlijkheid is er, maar wat wij doen, is de werking die in de persoonlijkheid zwak wordt weerkaatst, in zijn zuivere verhouding nemen. Er zijn ook tegengestelde namen. Wat zoudt u zeggen van Modiath? Modiath is een zgn. dienende naam. Hij kan onder omstandigheden ook een demonische naam zijn. Is kleiner en korter. In deze naam is ook een verhouding uitgedrukt. En nu is dit eigenaardig genoeg, weer een verhouding, waarin uw eigen werkelijkheid superieur is.
Parabogath stelt de tweede wereld superieur. Wij gaan dus de werkingen van die wereld in onze wereld openbaren. Maar onze wereld heeft in Modiath invloed op de andere wereld. Het ene geval gaat dus van buiten onze wereld de eerste werking uit, in het tweede geval is het onze wereld, die werkingen veroorzaakt. U zult dus zich afvragen, wat doe ik met die magische namen? Moet ik die allemaal leren?
Het is meestal beter. Een kennis van die namen is, laat ons zeggen, prettiger. Wij hoeven niet met een eigen schrift te beginnen, maar wij hebben een schrift, dat heel oud is, dat door alle eeuwen gebruikt is, waarmee wij dus a.h.w. met anderen contact kunnen krijgen en van mening wisselen. Maar nodig is het niet.
Ik kan net zo goed zeggen als grote Parabogath: “O, snelle hemelbode. Mercurius”, dat komt op hetzelfde neer. I.p.v. Modiath kan ik ook zeggen: “Gij, dienende genius”. De namen op zichzelf met hun getallenwaarden, kabbalistische waarden feitelijk, zijn uitdrukkingen van ideeën. Wanneer ik die uitdrukking van ideeën vervang door andere, althans, dan kan wanneer de intentie gelijk is, de werking volledig gelijk blijven. U kunt een steno uitvinden, dat nergens op de wereld bekend is, maar wat voor u herleesbaar is. Al kan niemand anders het lezen, heeft het voor u dezelfde betekenis die een normaalschrift voor een ander heeft. Vooral in het begin is het erg prettig dit te weten. U heeft voor bepaalde begrippen en verhoudingen ook uw eigen naam, uw eigen ideeën. Deze kunt u dus gebruiken. Nooit en te nimmer mag de kracht, die u aanroept, worden gezien als alleen maar een persoonlijkheid. Zij is en blijft het symbool van een zekere werking, anders niet. Dat moet u goed onthouden,
De Heren van Wijsheid en de Heren van Leven ook?
Zij zijn de symbolen van bestaande persoonlijkheden. Symbool van bestaande krachten, die niet anders voorstelbaar zijn. Dat is hetzelfde als het plaatje, wat u ziet in een encyclopedie Daar kunt u misschien uit zien, wat een tweevingerige luiaard is, maar dan weet u nog niet precies hoe het beest werkelijk is. Dan kan er in staan, dat een automobiel u voort kan drijven over de wegen door middel van zus en zo motoren en dan een vervoerssnelheid op kan leveren van 130 km. per uur. Maar dan weet u nog niet, hoe het is in een auto te rijden en u kent die auto nog niet. Maar als je geen auto hebt, kun je in ieder geval het beeld bij benadering verkrijgen, door het encyclopedisch symbool, wat ervoor gegeven wordt, plus de omschrijving.
De Heren van Leven enz, waar wij het over hadden, zijn in feite symbolen. Zij zijn de beperkte uitdrukking van krachten, welke bestaan voor de doorsneemens en zelfs voor vele geesten, nog niet bereikbaar is. Wij hebben verschillende planeten, die wij nemen als symbolen van werking. i.v.m. astrologie. Nu hebben wij bv. Mars. Mars voor de dinsdag. Zo goed als de maan voor maandag en de zon voor zondag is. Wat geeft Mars? Wat voor eigenschappen kennen wij Mars toe?
Strijdlustig, oorlogszuchtig.
Dat is allemaal niet even juist. Mars staat dus voor ons in de eerste plaats, behoort voor ons te staan, als symbool van mannelijkheid, staat ook voor het mannelijk symbool. Het is eigenaardig, dat het Zegel van Ophiël een praktisch fallische vorm heeft. Het is dus weer een naam. Dan verder staat hij voor vrijheid van verraad, ridderlijkheid, voor krijgslustigheid, in de vorm van nood en strijdvaardigheid. Maar Mars staat niet voor oorlogszuchtigheid. Dat is iets, wat men op aarde wel zegt, maar dat is het demonisch, oftewel het schaduwaspect van Mars, dus niet het goede aspect. Dan heb ik dus een aanroep te richten tot deze Mars. Nu hoef ik dat helemaal niet te doen in termen, die zo buitengewoon zijn. Eerst moet ik contact krijgen.
Als u een vreemdeling ontmoet, wat doet u? U begint te praten. Wanneer u ergens binnenkomt begint u ook te begroeten. Nu goed, begint u dan maar: “O Mars, gij derde Licht van de Hemel, gij, krachtige ster, ik groet u”. Wij groeten elkaar. En het werk, dat ik ga ondernemen, dat omschrijft u desnoods, “verzoek ik u mij bij te staan en door uwe krachten mij te doen slagen en te beschermen voor deze dag, ik vraag u dit in de heilige naam of de machtige naam en dan haalt u daar Gods namen aan. De Godsnamen zijn wel werkelijke namen. Daar kom ik dadelijk nog op.
Dus bv. kan die bezwering dus beginnen: “O, Machtige Mars, derde Licht van de hemel, Heerser van deze dag. Ik vraag u om mij bij te staan in het werk, dat ik tracht te volbrengen, Geef mij uw kracht, uw moed en uw strijdvaardigheid. Dit smeek ik u bij de heilige naam Emmanuel”. U had net zo goed Adonai kunnen nemen, want deze naam past ook hierbij.
Emmanuel geeft n.l. een vredesaspect, zal dat wat u oorlogszucht noemt, uitschakelen. Dan begin je dus: “Ik roep u op”. Dan hebben wij contact gemaakt. Waarvoor hebben wij dat contact gemaakt?
Ik roep u op, O, Ophiël en al uwe strijdbare heirkrachten. Dat gij komen zult en mij bescherme. Ik vraag u dit door de bemiddeling van uwe geliefde dienaren” ,dan noemt u de dienaren op, dienaren die u wilt hebben, dus bv. om nu te omschrijven en niet de namen te geven; “uw dienaren, die geven de moed, de beveiliging en de zekerheid, zij die de vrede handhaven en zijnde de krachten en sterkte der wereld. Zend hen tot mij, opdat dit werk, wat ik volbreng ter ere van de Schepper en in uwe naam, zal moge gelukken en slagen.” Nu hebben wij opgeroepen. Nu hebben wij te maken met die krachten en krachtverhoudingen. Nu de bezwering:
“Ik bezweer u, gij strijdbaren van het Derde Licht der Hemel, kom tot mij. Komt en aarzelt niet. Komt tot mij en bescherm mij tegen alle kwade krachten, die mijn werk zouden doen mislukken”.
Dan kunt u daar iets bijvoegen.
“Geef mij de kracht, die noodzakelijk is, de taak, die ik op mij neem, te volvoeren. Geef mij de nood om de beproevingen en gevaren te doorstaan, die daaraan verbonden zijn. Aarzelt niet en voegt u bij mij. Dit beveel ik u in de heilige namen: Elohim, El, Jahweh, Agyos”.
Het is een voorbeeld van een bezwering: U moet het ontleden. Het gaat hier, om het begrip ervoor. Door dit spreken heb ik mij gericht op een bepaalde kracht. Dat ik daarvoor het symbool van de planeet Mars heb genomen, komt maar alleen maar, omdat Mars in de gedachten der mensen vereenzelvigd wordt met een bepaalde kosmische kracht, die lang niet altijd dezelfde behoeft te zijn als Mars, de planeet. Verder heb ik de naam van die kracht gebruikt. Soms gebruikt men ook het cijfer ervan. Door dit te doen heb ik dus een omschrijving gegeven, een formule. Wat betekent die formule nu, zoals ik hier Ophiël heb gebruikt?
Ophiël is, wat men noemt de heerser van de strijdbare krachten. Strijdbare krachten betekent: krachten in conflict. Het woord “Ophiël” geeft in het “iël”, dat wij ook als “aël” tegenkomen, een veel voorkomende uitgang, praktisch bij alle namen die betrekking hebben op functies, een kosmische werking. Het “Oph” geeft aan “goud”. D.w.z.: hiermee geef ik aan de kleur van de kracht, die werkt. In “Oph” zit verder opgesloten de weerbaarheid en het conflict. Mars is een planeet van conflicten. Of beter gezegd de kosmische kracht, die door Mars en het voorstellingsvermogen van de mens wordt vertegenwoordigd. Door dit zó te stellen, heb ik dus gezegd: Heerser van de strijdbare krachten. Storing, of tegenstelling in het Goddelijk veld. “Op u stel ik mij in” een kwestie van instelling.
Nu heb ik daarvan een bepaald iets nodig. Denkt u eens aan de vloed, waar die opkomt. Je ziet de golven aanspoelen. Het wordt omhoog geheven, zij het tijdelijk, het water. Het kan ook omslaan, de golf kan bedelven. De golven kunnen voor zich uitstuiven, zij kunnen ook omwerpen. Dat is van allerhande dingen afhankelijk. Een golf kan ergens recht op aan komen, of wel wat scheef. Degenen, die zeilen kunnen, weten het wel. Je moet stroming en golfslag en vooral ook de branding goed bekijken, voor je je erin waagt. Doe je dit niet, dan dreigt er groot gevaar.
Nu nemen wij dus aan, dat ik deze kracht nodig heb om een geschil uit de weg te ruimen, een ruzie. Dan zal ik nooit een kracht nodig hebben, die direct de strijdvaardigheid zelf is. Wat heb ik wel nodig? Stille kracht. Vandaar, dat ik in de formule spreek door bemiddeling van “uw geliefde dienaren”. “Van uwe geëerde dienaren,” indien u met meer duistere krachten werkt.
Ik heb hiermee bepaalde functies uit dit veld gedefinieerd, zoals ik, een formule ook kan ontleden, zodat ik stel: x = za + zb +xe enz. Ik heb uit het totaal der in de kracht aanwezige factoren dus precies dat genomen wat ik nodig heb. Deze ga ik nu verbinden met een Godsnaam. Maar wat is een “Godsnaam.” U weet allemaal dat er in de kosmos krachten zijn, die als delen van het Goddelijke de scheppende werkingen Gods in een bepaald vlak van het Goddelijke volbrengen. Tronen, Heerschappijen enz. Dezen worden nu door die Godsnamen aangeduid.
Het zal u duidelijk zijn dat, wanneer ik een conflictwerking nodig hebt ik deze in een bepaald vlak nodig zal hebben. Wanneer ik een stroming zoek bij Hoek van Holland zal ik niets bereiken in Scheveningen of IJmuiden, bij Dordrecht of bij Vlissingen. Ik zal naar Hoek v. Holland gaan, op de zelfde wijze bepaal ik het gebied, waarin het voor mij belangrijke conflict moet ontstaan. Ik doe dit door het gebruik van een bepaalde Godsnaam. Maar het is niet voldoende, wanneer ik daarbij stil blijf staan. Door het gebruik van de namen heb ik a.h.w. de som voor mij op het bord geschreven. Nu ga ik gebruik maken van de krachten, die in mij schuilen. Dit nu is het waarbij voor u daar de Scheingestalt, de geleide geest, de geestelijke leider enz. bij te pas gaan komen. Ik ga mijn wezen instellen op het voor mij voorstelbare totaal van de goddelijke Kracht. Nu kun je je God nooit helemaal voorstellen. Dat gaat niet. Dus een beeld is altijd maar een deel. Wanneer je een bol ziet, zie je de achterkant niet. Goed.
Ik aanvaard God en tracht, zij alle goddelijke functies zo voor te stellen dat ik die verenig in de kracht, waarmee ik vanuit mijzelf beveel. Want uit het totaal der goddelijke kracht trek ik het ver mogen om via de geschapen harmonie de werkingen die ik heb aangeroepen, opgeroepen en bezworen, werkzaam te doen worden. Zijn zij eenmaal werkzaam, dan zijn er twee mogelijkheden: In de eerste plaats kan ik werken vanuit mijn eigen wereld, maar met deze kracht. Ik verkrijg dan dus een door mijn denken en voorstellingsvermogen precies gereguleerd verschijnsel en uit zo door de kracht mijzelf. Ofwel ten tweede. Ik heb een impuls gegeven aan een kracht en zal nu afwachten, hoe deze zich in mijn wereld openbaart.
U zult misschien menen, dat die eerste methode een voorkeur verdient. Maar dit is niet juist: Wanneer ik met de goddelijke kracht werkt beschik ik ook over een groter weten dan ik als mens of geest ooit zal kunnen bezitten. Herinner u maar wat wij gezegd hebben over het aanvullen van het weten en denkvermogen door de “scheingestalt. Herinner u verder hetgeen wij vertelden over het kosmisch bewustzijn, dat ook in een mens vol kan ontstaan, wanneer hij voor een ogenblik het eigen bewustzijn verliest in het grotere bewustzijn, waarvan hij deel is.
Het is dus zeer beperkt, wanneer ik vanuit mijn eigen wereld die krachten ga beheersen. Ik heb zelfs geen voldoende overzicht over de consequenties. Ik zal dit dus alleen doen, wanneer het voor mij noodzakelijk is om een bepaalde werking te verkrijgen: Dat is meestal een negatieve.
Ik kan natuurlijk vernietigende krachten oproepen en die van buitenaf op laten treden. Maar dan vernietigen datgene, wat het meest aangetrokken is door de vernietiging zelf. Dus gelijksoortige krachten. Het zou wel eens kunnen, dat je met bv. het vredelievende wilt vernietigen, i.p.v. het oorlogszuchtige. Dat is demonisch, dat is duister. Maar in dat geval dus werk je alleen in dergelijke gevallen met de krachten, die dienend zijn zonder meer. In alle andere gevallen roep je krachten aan tot bijstand en neem aan, dat zij dus de gunstige condities voor het erkennen van je totale persoonlijkheid scheppen. Daar hebt u een ontleding van deze bezweringen. Wij hebben u verteld over deze gebieden, met zoals hun kleuren erbij, die u zich voor kunt stellen onder de Meesters van Wijsheid enz. van Leven. Deze dingen zijn bruikbaar in concentratie. Daarmee kun je bepaalde krachten in jezelf versterken.
Wat is dus logisch? Wanneer ik ga beginnen met een magische bezwering, zal ik mij niet alleen reinigen, maar ik zal bovendien trachten om datgene reeds te verkrijgen door meditatie – wat nodig is en mijn magische bezwering meer werkzaam te maken. Wat is daarvan het gevolg? Dat ik bv. voor iets waar het om het leven gaat, mij op de Heren van Kracht of van Leven ga concentreren. Het gaat om bewustzijnswaarden op de Heren van Wijsheid. Ik heb dan een instelling, die het mij makkelijker zal maken in mijn bezweringsformule zo dadelijk het juiste te beseffen en buiten mijn verstandelijke middelen om het juiste te doen en te bereiken met mijn gehele persoonlijkheid. Elke Godsnaam dat moet u even onthouden heeft een beduiding. Om een Godsnaam te kunnen gebruiken, moet u ook weten. wat zij betekent. Wanneer u die namen niet volledig kent in hun betekenis Emmanuel, Hij, Die gaat komen, Jehova, Hij, Die beschermt en regeert: Adonai, Hij, Die lief heeft en vrede geeft dan doe je verstandig om de Godssymbolen te nemen, die je zelf kent.
Wij kunnen dus vooral in het begin, de grootkosmische kracht de beschermer en de wijsheid aan te spraken met “Vader”. De openbaring en de werking op de wereld als de “Zoon”, of als Jezus Christus. De vlucht van het bewustzijn als “Heilige Geest”. Wij hebben die grote sortering niet direct nodig, maar hoe verder wij komen met ons vermogen om de eigenschappen van het kosmische te onderscheiden, hoe makkelijker wij zullen werken.
De realiteit, waarin u denkt te leven bestaat eigenlijk niet. D.w.z. dat het irreële, het zgn. niet werkelijke in feite vaak werkelijker is, dan wat u “werkelijk” noemt. Onze vriend Henri zou er misschien jaloers op zijn maar het is waar.
Op het ogenblik dat wij – vanuit ons standpunt dus gaan spreken dan over werkelijk ongeveer van het geheel. 10% ten hoogste 90% blijft ons onbekend en wordt door ons als gelijkwaardig met de 10% berekend. Wij vergeten daarbij, dat ons eigen wezen selectief is: Dat het dus geen doorsnee monster is van onze werkelijkheid, doch een geselecteerd monster, zodat het niet met het totaal volledig overeen kan stemmen. Daardoor ontstaat onze waan. De mens heeft op 1001 manieren getracht aan die waan te ontkomen Juist degenen, die dit terrein van het magisch werken zochten, hebben hun best gedaan daar een concretere achtergrond aan te geven, door te erkennen, wat zij niet wisten. Zij hebben het onbekende een reeks van namen gegeven en een reeks van aanduidingen. Zo is men gekomen tot reeksen van cijfers, die elk hun eigen betekenis hebben. Zo kan het getal 666 een functie zijn van Mercurius, maar ook van Saturnus. Maar het is gelijktijdig het anti Goddelijke. D.w.z. Het principe, dat het volledig materialisme vertegenwoordigt 999 precies hetzelfde. Het getal van hen, die hogepriesterlijk is, die nl. niet alleen 3 x 9 is, naar ook 27 en dus wederom 9. Dus 9 doorgevoerd in het symbool. Deze is niet alleen, zoals men zegt: Jezus Christus, of de Verlosser, of de Openbaring, of de wijsheid, maar het is de uitdrukking voor de mens van het contact met God, dat hij niet nader kan omschrijven.
Vreemd genoeg vinden wij dat ook terug in Mercurius, daarnaast in Venus, maar ook in de zon. Wij vinden bv. getallen als 111, maar ook 47, die elk weer een verhouding aangeven tot God. 111 is 3, is de Schepping. Maar de volledige uiting van krachten, waarbinnen wij bestaan. 47 is een aanduiding van het getal 2, ook van 11, 1 + 1 Het geeft als zodanig weer: God werkend in de men, maar ook: De openbaring in tegendelen.
Het totaal der elkaar aanvullende tegenstellingen, zo het evenwicht in het getal aangeduid, met daarnaast: God in de bewuste mens, of hogepriesterlijke mens, zo de vervulling van bewustwording. Men heeft geprobeerd in deze getallenreeksen dus een basis te vinden, zoals bv. Einstein op een gegeven ogenblik een formule stelt voor hetgeen niet redelijk waarneembaar is, of aantoonbaar. Deze oude vorm van werken is voor de magiër van erg veel belang. Van zoveel belang, dat wij het zonder dit het niet kunnen stellen. Wij hebben een kennis nodig van wiskunde, die misschien niet alomvattend is, maar die ons toch de mogelijkheid geeft om toch verhoudingen te zien, zelfs al is dit alleen maar in een tweedimensionaal vlak. U moet iets weten van formule rekenen, omdat wij begrijpen, hoe je door bepaalde waarden op een zekere wijze t.o.v. elkaar te stellen, de waarde van de uitkomst wijzigt.
Ik zeg: a / b = c. Dan kan ik ook zeggen: b x c = a, enz. Dan hoef ik niet te weten, wat die waarden zijn, dat is toch altijd juist. Wanneer ik dus verschijnselen ontdek, waarvan ik de achtergrond niet precies ken, maar waar ik wel een zekere kracht in herkennen wil dan kan ik die een naam geven. Wanneer ik meer gelijk voorkomende verschijnselen ken, kan ik die ook een naam geven. Wanneer ik weet, hoe die krachten t.o.v. elkaar zijn in uiting, kan ik berekeningen maken, waardoor ik de werking van die krachten in alle verschillende verhoudingen en verschillende wijze van samentreffen op deze wereld berekenen kan. Daarnaast krijgen wij ook de kwestie van intonatie en klank. Nu is een klank in feite ook niets anders dan een trilling, een getal. Maar ’t is bovendien een getal, dat gevormd is. Dus ik heb een toon áááá’, zoveel trillingen. Maar ik ga nu op deze toon áááá een woord vormen. Ik ga de trilling zelf moduleren. Wat krijg ik? Twee waarden, die t.o.v. elkaar variëren, die een hecht geheel vormen, maar een tweeledige, nl., een hoge frequent en een lage frequent de beïnvloeding van de omgeving betekent. Maar nu kan ik ook die toon gaan variëren: á áá á áá. Wat krijg ik dan? Dan krijg ik nog een derde ritme erbij. Dat schep ik ook weer met ritmische klank en formules. Het is dan ook zo, al zou menig musicus mij dat willen bestrijden, dat muziek uitdrukbaar is in mathematische formules: Dat je aan de hand van wiskundige vergelijking een heel aardig muziekstuk op kunt bouwen.
U zult vragen: Waar blijft de ziel, het gevoel, want het is structuur. Dat is de intentie, waarmee wij het gebruiken, de bedoeling, de wil, die er achter zit. Wanneer wij ook de klankvorming kunnen beheersen, kunnen wij ook invloeden scheppen. Nu heeft u misschien wel eens gehoord, dat wanneer 2 op zichzelf lage trillingen samentreffen, vaak door een onderling verschil, boventonen bestaan, die veel hogere en veel lagere frequenties beroeren.
Wanneer ik een bezwering uitspreek en ik gebruik daarbij de juiste ritmiek en klankvorming, wat doe ik dan? Dan schep ik 3 ritmen. In de eerste plaats de toonhoogte met zijn variaties. In de tweede plaats mijn klankvorming met zijn variaties, en in de derde plaats dat is nu het leuke het samenvallen van die klankvorming en de toonvorming in wederom een bepaalde frequentie. Ik straal dus door dit samenspelen van 3 aparte trillingswaarden, een betrekkelijke grote reeks van hogere en lagere klankwaarden uit. Waarden, die veel verder gaan, niet alleen dan het hoorbare gebied, maar die ook onmiddellijk een boventoon hebben, andere dan stoffelijke gebieden. Het is dus logisch te stellen, dat de schijnbaar onzinnige aanroeping die ik gebruik, toch geestelijke consequenties en werkingen kan hebben. Dan volgt hieruit, dat de aanroeping voor mijzelf een zekere zin behoort te hebben, maar dat deze zin een zeer persoonlijke kan zijn. In de tweede plaatst dat de werking van mijn aanroeping zich onttrekt aan alle beredeneringen en logica, zij het dan aan de berekening van frequenties met een volledige kennis van de mogelijke boventonen boven en onder frequenties, die kunnen ontstaan als gevolg daarvan. Ten derde: Dat pas een oordeel over een incantatie en bezwering kan worden gesproken op het ogenblik dat wij in staat zijn niet alleen onze eigen wereld, maar ook de neven gelegen werelden, de andere werkelijkheid te kennen, eerst dan weten wat zij inhouden. Is hier iemand, die hieraan een conclusie kan verbinden? Neen, Ik wil u een heel simpele geven.
Het is onder omstandigheden noodzakelijk om luid op te bidden, waar de werking van dit gebed een geheel andere is, dan van hetzelfde, dat stilzwijgend, zelfs met de grootste intensiteit, wordt uitgesproken. Omdat hetgeen de gedachten bereikt, iets anders is dan hetgeen door het uitspreken bereikt wordt. Door het uitspreken van het gebed heb ik dus een tweede wereld a.h.w. mee betrokken erin en heb ik de werkzaamheidsmogelijkheid van het gebed aanmerkelijk vergroot.
Mary Eddy Baker wenst juist dat wij in stilte bidden.
Het ligt eraan welke wereld je wilt bereiken. Wij gaan hier uit van ’t magisch principe. De kern van deze leergang is gebaseerd op de magie. Is het dus ook niet logisch dat wij moeten leren hoe wij onze stem moeten gebruiken? Is er iemand die hiervan een voorbeeld kan geven?
Men kan door de intonatie nadruk geven aan het gesprokene en zo zijn publiek meekrijgen. Ik breng dit ook bij mij patiënten in praktijk.
Volkomen juist.
Op een congres sprak ik over “Broederschap der Mensen”. Ik riep symbolisch de Russische leiders toe, dat er een God is en eindigde, dat zo zij wilden bidden, wij met hen zouden bidden. Ik besloot dit met een driemalig “Amen”, gesproken met resonerende n.
Het voorbeeld is niet helemaal duidelijk, omdat u het hier werpt op een enkel woord, maar dat is niet juist. De sfeer was natuurlijk al opgebouwd. Zodat het voorbeeld niet juist gekozen is, waar het hier om ging om een gebruikmaken van het reeds aanwezige.
Inderdaad, ik probeerde in Zeist hetzelfde, maar daar word het niets.
Hieruit blijkt dus wel, dat u in staat moet zijn, de sfeer van uw omgeving wel degelijk te beheersen. Dit is nogal moeilijk. Maar onze eisen gaan nog verder. Voorbeeld: Wij zitten hier heel gewoon te praten: Een zekere sfeer is er natuurlijk door uw geboeidheid. Dat kan ik niet voorkomen. Ik kan niet beginnen met een platte grap te tappen, zodat u geërgerd zult zijn. Dat gaat een beetje te ver. Toch is het nu moeilijk om in een kort ogenblik iets speciaals op te bouwen. Dat doen wij dan bv. zo: Wat is de eerste behoefte? Rust. Wij moeten beginnen met rust, met gedragenheid te suggereren. In deze suggestie moet onze wil doordringen in de mens opdat hij gevat en geketend in de ban van de woorden, een ogenblik zijn eigen wezen vergeet en samensmelt.
Ik weet niet, of u het merkt. Wat heb ik gedaan? Ik heb mijn betoog vervolgd, maar u heeft de woorden niet meer zo gevolgd. U heeft wel een zekere invloed ondergaan. Dus dit is nu een zuiver woordgebruik, wat je t.o. een menigte gebruiken kunt. Wij kunnen het ook anders doen. Het kan mij nl. wel eens gaan om het doorklinken van mijn woorden, niet naar de mensen, maar naar andere werelden. Daar moet ik ook weer mijn woorden aan gaan aanpassen. Ik moet ook hier weer iets opbouwen. Dat is heel wat anders dan een overweldigen door mijn woorden. Dan moet ik gaan spreken in de cadans, die het mij mogelijk maakt en door te dringen tot in verdere sferen en om mij te verheffen boven het menselijke, opdat ik doordringend in de andere wereld, daaruit de krachten mag verwerven, die mij in staat stellen de sfeer en de vrede te handhaven, die noodzakelijk is, of de verklaring van begrip te brengen, die u wanneer u een ogenblik voelt en opmerkt het als een lichte koelte zult aanmerken: Een contact met een andere wereld dat ik heb verkregen en verwerkt, alleen door het gebruik van de steil en het juiste ritme en in de juiste klankvorming.
Misschien heeft u ongeveer op kniehoogte wel enige koelte gevoeld. Dat is nl. iets wat je hiermee krijgt. Ik ga niet te ver ermee door. Het heeft geen zin om andere werelden te ver te wekken. Maar datgene wat ik hier doe, is nu alleen het gebruiken van de klank, maar ook nog veel meer. Stel nu eens, dat ik een van de genoemde groepen, bv. licht, wijsheid, leven op wil roepen…
Wijsheid
Nu wil ik dus contact maken tot de Heren der Wijsheid: Dat contact kan ik natuurlijk meditatief gaan maken. Maar ik kan het ook gaan doen door een reeks van namen. U moet mij één ding beloven: Gaat u nu niet proberen die methode van die namen te volgen. Er zit nog wat meer dan alleen maar een paar namen. Dat kan ik u verzekeren. Later leert u langzaam maar zeker ook dit gebruiken. Voorlopig moet u eerst weten, wat er gaande is en wat er mogelijk is.
Wij gaan de Heren van Wijsheid zoeken. Dat hebben wij daarvoor nodig, in de eerste plaats eigen instelling. In de tweede plaats: Kennis van datgene, wat met de wijsheid in verband staat. In de derde plaats: De mogelijkheid om je zo uit te drukken, dat ik a.h.w. naast de instelling op een andere wereld, die zo makkelijk is, de kosmos zelf benader.
Dan krijg ik weer een heel andere sfeer en een heel andere stemming. Ik zet het vuur niet helemaal door. Ik zeg het u er uitdrukkelijk bij dat het hier ons niet alleen om het experiment gaat. Maar om de lering, die er voornamelijk uit te trekken is.
In de macht van het blauwe licht, erken ik u, o, waker Zachiël. En uit uw licht put ik, op dat mijn ziel zich moge verheffen. Ik zeg u, omhul mij met uw mantel, o, Azraël. Draag mij opwaarts, O, gij boodschapper. Gabriël. Hoed mij ten zeerste, Samaël. Breng mij over de grenzen van tijd en leven. Wonder licht van kracht, Archilumen, Otayan, Archisbona, Anasbona. Verhef mij tot uw weten. Laat het blauwe licht der wijsheid heersen, de kracht der waarheid zich openbaren, de sluier vallen en het weten één worden met de kracht.
Daarbij laten wij het vandaag. Misschien, dat wij later gezamenlijk die oefeningen eens helemaal doorvoeren. Maar voor het ogenblik is het voldoende, dat u evt. weet, wat er gebeuren kan. Misschien heeft u ook wel opgemerkt, dat dit anders is, misschien voelt u van binnen.
Dit was een klein voorbeeld, wat nodig is, te vocaliseren, te spreken en de verschillende manieren waarop je spreekt, die maken eigenlijk precies uit, wat je bereiken kunt. Er is een zekere kennis voor nodig. Door op deze manier dus te leren spreken, kunnen wij al die gebieden van de groot kosmische krachten bereiken. Wij kunnen contacten maken. Of wij die contacten nu maken om iemand te genezen, of te helpen of wij contacten maken op de oude, of op de nieuwe manier maakt heel weinig uit. Er bestaan heel oude incantaties van zuiver religieuze geaardheid, die even werkzaam zijn als degenen, die ik hier gebruik. Per slot van rekening, het is makkelijk genoeg, vrienden. Het is eenvoudig genoeg, wanneer je eerst maar went aan het idee, dat je juist door dit, misschien op zichzelf schijnbaar onzinnige, toch wat anders kunt krijgen, toch wat anders kunt beroeren. Om dat te kunnen bereiken, moet je iets doen. Je moet de rede opzij zetten. Nu kan ik dus hier met een zekere suggestieve kracht, omdat u hier bent, misschien wat verder meekrijgen dan een ander. Maar dan krijgen, wij nog de nuchtere, die haast automatisch deze dingen van zich afschuift, die dat eigenlijk niet wil ondergaan onderbewust heel vaak een zekere angst ervoor en wij hebben degenen, die zich eraan over geeft en zich erin verdiept ineens. Als je deze dingen gaat beginnen, kun je dat niet doen met een innerlijke afweer. Je moet het met overgave doen, anders heeft het geen zin.
Dan staan dus al die gebieden van kracht, al deze Heren, deze gebieden, waarin ook kosmische entiteiten tot uiting komen, staan voor ons open. Daaruit kunnen wij putten, zoveel als wij willen. Voor allerhande doeleinden. Allen zullen wij die doeleinden steeds onzelfzuchtig moeten nemen. Verder zullen wij er rekening mee mogen houden, omdat het vaak verstandiger is, om een beetje algemener te werken, dan speciaal in één richting. Het is bv. beter om te vragen: “Geef mij kracht om alle lijden der mensheid te helpen dragen” dat betekent dat in elk speciaal geval je die kracht ook wordt gegeven, dan te vragen: “Help deze of gene”.
Dat gaat wel in meditatie met gedachtekracht, maar dan is het wat anders, dan ga je aan de persoonlijkheid denken. Maar in de magie ga je andere krachten helemaal dat werk laten doen. Hoe nauwer je het omschrijft, hoe meer je kans hebt, dat er storing komt, of een obstakel, dat je onverwachte gevolgen krijgt: Omdat je de zaak niet juist inziet, of niet goed genoeg overziet. Hoe vager het blijft, hoe beter het resultaat is.
Hetzelfde als u precies adverteert wat u aanbiedt, dan zult u over het algemeen in een betrekkelijk kleine kring resultaat hebben. Vandaar, dat iemand u een advertentie toont, waarin staat: “Ons nieuwste tv apparaat, voorzien van zoveel buizen, met zoveel functies, waarin zoveel schakelingen vernieuwd werden en zoveel oude schakelingen werden gehandhaafd”. Dat staat er niet.
Er staat: “Onze tv is supervisie”. Of :”Met ons goudfilter en de gouden cascadeschakeling…” Vaag. Waarom? Het wekt veel meer reactie.
Net zomin als de slager u precies vertelt: Morgen heb ik een reclameaanbieding, want ik heb een oude koe gekocht! Hij zegt: Nergens in de stad vindt u zulke goedkope aanbieding van deze kwaliteit. Hij laat het aan uzelf over, ermee te werken. Het is voor hem het beste.
Wanneer een reclamemens op de aarde dat nu ontdekt, dat alleen de nauw omschreven offerte zin heeft, wanneer wij staan tegenover een zeer nauw omschreven geval. D.w.z., dat wij beter wat vager kunnen blijven wanneer wij de belangstelling ermee prikkelen, wanneer wij maar contact krijgen.
Dat is met ons ook zo. Wanneer wij naar die geest toegaan en wij gaan precies vertellen, wat wij willen, dan zijn er een hele hoop, die zeggen: “Neen, dat hebben wij niet”. Wanneer u zegt, dat u tv wilt hebben, dan kunt u overal kiezen. Maar wanneer u gaat preciseren, wat u allemaal in dat apparaat hebben wilt, dan komt u tot de conclusie, dat er geen fabriek is, die dat maakt.
Het is de vraag, wat u eigenlijk wilt hebben. Een bepaalde structuur, of wilt u een zo goed mogelijke tv-ontvanger hebben. Dit nu als voorbeeld. Wilt u een zo goed mogelijke tv-ontvanger hebben, stelt u dan uw eisen wat vager. U krijgt dan makkelijker reactie, er zijn meer mogelijkheden om te kiezen en dus ook meer krachten, die u helpen. Door uw vage vraag, krijgt u een zo goed mogelijke vervulling, van zo groot mogelijke krachten. Door een zeer nauwe omschrijving krijgen wij magisch te maken met een betrekkelijk kleine kracht, met een kleine entiteit vaak zijn er ook weer persoonlijkheden aan zo’n kracht gebonden die dan ook precies, maar dan ook zeer precies, aan onze definitie beantwoorden, maar die nevenwerkingen heeft, waar wij misschien niets van afweten. Wij staan misschien voor hele rare resultaten.
In de tijd van de radio was er iemand, die een toestel wilde hebben, waarmee je ook China mee kon horen. Toen hij het eindelijk kreeg, apart voor hem gebouwd en ontworpen, bleek dat hij zoveel koppelingsknoppen moest bedienen, om een juiste instelling te krijgen, dat hij er zelfs geen Hilversum uit kreeg. Dat zou u dus kunnen overkomen, wanneer u geestelijk te preciesjes bent, te veel wilt vragen.
Daarom is dus het principe van deze magie, wanneer u deze bezweringen wilt gebruiken: Neem het wat vrijer, neem het wat algemener. Laat liever de goede en wetende krachten aan de andere kant, waarmee u contact zoekt, werken en onderwerp uw beperkt oordeel aan het betere weten van deze kracht. Maar vraag ze altijd in de naam van God, het Hoogste het Beste, wat je je voor kunt stellen. Laat je bij die keuze, wanneer je voelt, dat je zelf niet voldoende capaciteiten hebt, helpen door een beeld, wat je projecteert als aanvulling van je wezen. Of je dat nu je geleider noemt, of je Scheingestalt, desnoods je schutspatroon, je engelbewaarder, ’t geeft niet.
Aanvaard elke aanvulling van datgene, wat volgens u goed en zuiver is, om tot een zo juist mogelijk procedé te komen. Beschouw de rede in de magie als een basis, van waar je uit gaat, omdat je je doelstellingen redelijk moet stellen. Maar vandaar uit: Laat de rede achter. Begeef je in het rijk van de geest.
Dat is dan voor vandaag eigenlijk de hoofdzaak.
Dan hoop ik, dat u de voorgaande les nu beter aangevuld ziet, meer tot iets redelijks ziet gemaakt, waar enkelen van u erbij herlezing, voor sommigen, “wel aardig, maar niets voor mij vonden”. Ik hoop, dat wij daar in ieder geval hebben aangetoond, dat het niet iets is voor kinderen, of voor bijgelovigen, maar dat het een redelijke basis heeft.
U moet het niet teveel in de praktijk gaan brengen, maar dat u eerst eens probeert om dat beeld helemaal te krijgen. Hoe meer u dat beeld heeft, hoe juister u zo dadelijk kunt gaan gebruiken wat u op de duur toch moet gaan leren nu.
De laatste 3 á 4 maanden zullen wij toch wel nodig hebben om juist op dit terrein weer eens wat te leren. Verdere aanwijzingen krijgt u niet, maar aan het einde van de eerste les van de vorige keer vindt u een reeks van kleine tips en kleine voorschriften. Neemt u die nog een keer door, want die zijn werkelijk belangrijk.
Vragen
Ik heb gevraagd het verschil van spanning, waardoor het ene monotoon gezegd wordt en het andere veel gemoduleerder. Ik vond het gemoduleerde meer spanning wekkend.
U moet dit anders bezien. Wanneer wij voor mensen invloeden willen scheppen, dan is het nodig om betrekkelijk scherpe tegenstellingen te veroorzaken. Het menselijk organisme is nu eenmaal wat grover besnaard, dan vele geestelijke krachten. Waar het ons dus gaat om het beïnvloeden van de mens zult u ontdekken, dat van scherpe toonverschillen en ook de verschillen in sterkte in klank moeten worden gebruikt. Daarmee kan men dan de mens a.h.w. lichamelijk beïnvloeden en daarnaast hem ook geestelijk boeien. Maar eerst gaat het om lichamelijke eenheid. Wend men zich tot een bezwering van stoffelijke geaardheid waarbij b.v. de astrale gebieden mee tot uiting komen, dan zult u ontdekken, dat de klankverschillen niet zo groot zijn, maar dat wij daarentegen te maken hebben, wat men wel noemt, een staccato ritme, dat echter in zijn frequentie zeer sterk verschilt. Hier is het de ritmiek, die verandert. Niet zozeer als de toon. Gaan wij ons nu wenden tot kosmische gebieden, dan is het niet noodzakelijk, dat wij een zo grote verschil van kracht, of van toon gaan vormen: Er is wel een variatie van toon, maar die valt niet meer op, omdat zij geleidelijk en vloeiend is. Zij versmelt met het woord. In het eerste geval overweldigt de toon en vooral de geluidssterkte in zijn betekenis.
In het tweede geval worden de tempi dus ook gebruikt om verschillen aan te duiden, waardoor de betekenis van het woord ook nog wat meer wegvalt.
In het derde geval is het een gedachtetrilling, die wordt uitgesproken, waarbij de vloeiende toon, die wij uitspreken, zeer hoge trillingen kan veroorzaken, maar daarentegen veel lage neventrillingen heeft.
U zult dus altijd moeten constateren, dat de op de stof gerichte trilling, spanningen veroorzaakt die betrekkelijk sterk zijn, vooral lichamelijk. In het tweede geval zult u ontdekken, dat een dergelijke bezwering, zij het ook niet volkomen rustgevend, een zekere boeiing van aandacht inhoudt: Daarbij soms enkele lichamelijke fenomenen, maar die zijn niet zo erg groot.
In het derde geval krijgt u een ritme, waarop u bijna slaapt, waar op u een beetje wegdeint. In dit wegdeinen bereikt u onwillekeurig een zekere openheid van wezen. U gaat andere dingen aanvoelen en begrijpen. U drijft weg. In het eerste geval staat u aan een drilboor. In het tweede geval zit u in een auto op een hobbelende weg. In het derde geval zit u in een vliegtuig, dat na de start, heel geleidelijk verder gaat.
In de vorige lessen is behandeld de inwerking op de chakra. Nu is bij mij opgevallen, dat op het voorhoofd een zekere spanning ontstaat, wanneer ik mij inderdaad concentreer op bepaalde onderwerpen. Wat is dit?
Wanneer die spanning daar ontstaat op het voorhoofd-chakra bij sommige punten en wij weten, dat hier sprake is van een chakra en niet inspanning van de hoofdhuid, door een te sterke en te intense hersenarbeid, dan namen wij aan, dat deze spanning aangeeft een mogelijkheid tot ontvangst, van wat u noemt, intuïtieve waarde, waarbij de intuïtie dus grotendeels de taak van de benadering over kan nemen. Er is dan een veel helderder doorzicht in mogelijkheden, maar ook in waarschijnlijkheden. Zou het hiervan een aanduiding zijn, dan zou het aanbeveling verdienen, wanneer u een dergelijke spanning gevoelt, een ogenblik uw redelijk denken te onderbreken en te wachten, tot u niet een flits plotseling in gedachte krijgt over het probleem. Wacht niet te lang. Wanneer die spanning bestaat, zou het beeld, na het uitschakelen van het redelijk denkproces binnen ongeveer 40 á 50 seconden reeds kunnen komen, maar zal zeker niet langer dan 80 seconden wegblijven. Het is dus een zeer korte onderbreking. Vaak heeft u dan een uitkomst, die u dan later gemakkelijker kunt beredeneren.
Nu weet ik wat het is.
Al deze dingen zijn zeer eenvoudig. Alleen de mens weet ze niet en daarom schijnen ze geheimzinnig. Het is het onbekende, niet het onmogelijke.
De gebaren van de moedra’s
Dit vraagt enige illustratie. U moet goed opletten en zal ik proberen het uit te leggen. Daarvoor nemen wij eerst de gezeten houding. De moedra, die ontspanning brengt, is de eenvoudige zittende houding. Wanneer hij wordt aangenomen als symbool, betekent zij veelal dood. Dus het ongevoelig zijn voor de wereld.
Kruisen wij de benen, dan is de betekenis een andere geworden. Dan zijn wij niet meer een rechtstreekse lijn tussen hemel en aarde maar in deze houding zijn wij de kruising van invloeden.
Nu kan ik mijn handen zo laten liggen. Dan ben ik verzonken in mijzelf. Ik kan ook de armen kruisen, dan geef ik aan vervlochten te zijn met andere waarden.
Ik kan mijn handen openleggen. Dan geef ik aan afwachting. Een afwachten van krachten. Ik kan achter ook mijn handen bv. met elkaar verbinden. Dan is in deze houding sprake van een erkennen van het hogere. De vingers rusten dan tegen de neuswortel, de duim. Terwijl het voorhoofds-chakra gedekt wordt door de toppen der vingers. Dit kan ook gebruikt worden als eerbetuiging, of groet.
Deze grondhoudingen zijn dat moet u zich voorstellen een verbinding tussen hemel en aarde. Deze verbinding kan in zeer veel verschillende vormen voorkomen. Denk niet alleen hier aan de verfijnde taal van het handgebaar bv. dat zich een openplooien in bewustzijn met de hand aan kan geven. Dat een beslotenheid en daardoor wijsheid aan kan duiden, maar ook een verwerping in opgaan en een dreiging. Deze gebaren zijn a.h.w. woorden, die met de hand worden uitgesproken. De kern van het gebaar en de gebarentaal is eigenlijk een symboliek, die overeenkomt met die van de levensboom. Let u op.
Ik sta. Ik ga mijn houding aannemen. Ik wortel in de aarde. Ik grijp naar de kracht. Hogere krachten zijn in mij. Mijn hoofd geeft aan op welke wijze ik verander. Ik richt mijn kracht anders. Ik ga met mijn gebaar dreiging maken.
Ik kan natuurlijk op alle wijzen dit doen. Ik kan mijzelf voorstellen, als zijnde verbinding tussen hemel en aarde. Ik neem mijn handen en houd ze boven mij. Wanneer de wereld mij beroert, dan grijp ik nog hoger uit en blijf in contact. Maar nu, zoals de boom de kruin openplooit, geeft het mogelijkheden in de aarde. U ziet de aanduiding levenskracht door mijn uitwisseling, kosmos. Natuurlijk kan ik ook mijn gebaar terug brengen tot handgebaar. Ik kan bv. de strijd aanduiden. Een strijd in de houding van de voet, in de houding en het gebaar van het lichaam. Dit lichaam is niet geschoold, niet soepel.
Ik kan dus steeds mijn taal spreken. Een spreken van deze taal symboliseer ik als achtergrond steeds verhouding mens, demon, kosmos. Deze moedra kan natuurlijk worden overgezet in handgebaren. Maar zij is op zich niet voldoende. Het gebaar symboliseert tevens een hele zinsnede.
Wij nemen weer de bekende wijsheidsmoedra. In mijn hand rust de kosmos. De kosmos is begrip. Kosmos is eenheid. Ik draag ze. Maar draai ik ze om. Wat dan? Ik verhef mij boven de wereld. Mijn wijsheid en begrip is dwaasheid geworden. Ik draag mijn hand zo. Nu begint het spel van de vinger.
Openplooit zich de lotus. Openplooit zich de mens voor begrip. Ik gebruik een ogenblik het gebaar, waarmee ik een vlucht aanduid. Bv. weg vlucht het hert voor de jager. De vluchtende mens voor de demon. In mijzelf besloten, aanvaard ik het eeuwig Niet. Dat is een spreuk en een gebaar, die gebaar, die samen één zijn.
Het is niet altijd mogelijk om een taal te spreken met lichaam en met waarden die voor iedereen begrijpelijk is. De ouden hebben dit heel goed geweten. Zo besloten zij in hun symboolspelen, naast de inhoud van het algemeen verhaal, een reeks van esoterische wijsheden te leggen. Daarvoor was een dubbele taal nodig.
In de eerste plaats een taal, waarbij het woord, dat een menigte niet zo makkelijk bereikt, wat hinderen kan bij het persoonlijk leven, word omgezet in gebaar of lichaamshouding.
In de tweede plaats was het nodig, dat men de kosmische krachten in zich door bracht en maakte tot een weten in zichzelf.
Zo kwam dan de tweeledigheid bv. van het dansgebaar en het daar mede gepaard gaande esoterische gebaar. Ik demonstreer, zover als het lichaam het toelaat. De demon dreigt het kwade noemt uit de wereld, ontvangt uit de kosmos en geeft. Kwaad en goed tezamen zijn des Scheppers wil. Ander voorbeeld: De held bevrijdt en overwint. Waar ook, wanneer ik door mijn richting van denken en moed enerzijds mijn hand volgt waarmee ik het wapen hanteer, dan moet ik anderzijds veel achter mij laten. Er is en evenredigheid tussen bereiken en verlies. Soms wordt een aanroeping gedaan: Ik kan hier niet knielen en al wat er bij hoort. Stel: Ik kniel. Dan krijg ik bv. dit gebaar. Ik raak met het voorhoofd de aarde. Ik draai de handen om en breng ze zo weer terug. Wat heb ik aangegeven? In een dansgebaar, dat een begroeting, schijnt te zijn, heb ik aangetoond dat beide werelden, wereld van licht en van duisternis meestal getoond door lichten, die ik soms in de handen draag geheel zijn, geheel ontsproten, maar door de snelheid van mijn eigen bewustzijn onttrek ik mij aan de gebondenheid, die in de gewrongenheid zou bestaan. Ik kan een cirkel volbrengen door het bewustzijn mij gegeven.
U zult begrijpen, dat deze oosterse uitdrukkingswijze voor u vaak wat ver gaat. Om haar te kunnen, moet u dan leren om het gebaar en zicht te begrijpen. Elke vingerhouding, elk verschil van hoofdhouding geeft aan de totale figuur een andere betekenis. Zij geeft niet alleen aan: Karakter, geestelijke inwerking, begripsinvloeden, openbaring, waar daarnaast in de persoon uitgedrukte verhouding: materie, kosmische vrijheid. Zo zult u ook zien, dat bv. in het westen bepaalde gebaren gebruikelijk zijn, die een zeer intense betekenis hebben. Ik weet niet of u het oude gebruik kent van het zich kruisigen met de duim. Mijn denken behoort aan Jezus Christus. Zijn spreken behoort aan de Vader, mijn hart is de openbaring van de Geest. Dit kunt u op 1.000 manieren tot uitdrukking brengen. Waarom denkt u, zal een spreker, die veel applaus heeft, de afweer tonen? Dat is geen vijandschap. Dan wordt het zo teruggebracht. Ontsteltenis en vijandschap kan tot aanval overgaan. Ook kan zij tot een verwijt overgaan. Het is het begin van een zegening, maar gelijktijdig een afweer. Uit de handpalmen straalt het licht. Uit het ik wordt de kracht geopenbaard. Zo geef ik mijn welwillende kracht, niet zegeningen, maar u zeggende: weest stil, tot bedaren komen.
Moedra’s gebruikt haast iedereen. Waarom ontbloot u het hoofd wanneer u een dame tegenkomt? Ik onderwerp mij aan uw schoonheid. Zo heeft elk gebaar zijn betekenis. Achter elk gebaar ligt de bijpassende spreuk. U zult zelf ontdekken, dat wanneer u een spreuk ernstig zegt: U onwillekeurig het juiste gebaar maakt. Wanneer u zegt, dat de vrede met ons zij, wordt het haast een gebaar van bidden: Wenden tot God. Is dit gebaar los, dan is dit kosmische verheffen boven mijzelf: Aandacht op het Goddelijke vanuit mijzelf zo, weer een eenheid met God in mijzelf.
De mens van het westen kent natuurlijk vele spreuken. Enkele daarvan zijn, volgens mij buitengewoon belangrijk. U zult mij wel toestaan, aan het einde van mijn betoog er enkele op te sommen: Een van de schoonste spreuken van oost en west luidt:
“In mij is de vrede van de kosmos. En onberoerd ben ik”.
Dit betekent: In mij is een eenheid met het Goddelijke, de scheppende kracht zelf. Niets kan mij beroeren, wanneer ik in eenheid met die kracht basta.
Een tweede is:
“Vrede zij, vrede is, vrede breng ik, opdat er vrede zij.”
De wens, volkomen eerlijk, doet de vrede ontstaan in u. Wanneer er vrede heerst in u, zult u ze ook brengen aan anderen. Nog een:
“Ik wil goed zijn, ik zal goed zijn, ik ben goed, en het licht is met mij”.
Of, wanneer u een andere versie prefereert: “…. en God is met mij.”
Men stelt eerst begrip, dan streven, voltooiing, dan openbaring en eenheid. In al deze dingen vindt u steeds weer terug, wat belangrijk is. U kunt deze spreuken wel eens gebruiken als een meditatie tekst. U zult ontdekken, dat wanneer u dit overdenkt en het uzelf realiseert, zo goed u kunt, hieruit een zelfopenbaring wordt geboren. Een dragen van het wezen tot hoger begrip, het ontstaan van hogere wijsheid en inzicht. Uiteindelijk: Eenheid en het ontvangen van goddelijke kracht.
Zo. Dan hoop ik, dat deze niet zeer volledige en helaas niet bijzonder vloeiende verhandeling voor u tenminste een kleine bevrediging is geweest t.o.v. het gestelde onderwerp.
Bezwering
Bezwering? Leidt mij niet in verzoeking, anders zou ik beginnen over een zweer, maar goed.
Meditatie: Bezwering
Rond mij zijn krachten. De krachten, die rond mij zijn, regeren mij ten dele, maar ook ik regeer deze krachten ten dele. In God bestaat een algemene eenheid. Ik behoef mij geheel niet te onttrekken aan deze eenheid. Want ik behoor bij de schepping. Maar ik moet mij bewust zijn hiervan. Indien ik mij bewust ben, zal ik ook begrijpen, wat op dit ogenblik voor mij noodzakelijk is. Om deze noodzaak voor mij zelf tot een werking te maken grijp ik dan naar krachten, die buiten mij liggen. Ik probeer hetgeen buiten mij tot een perfecte harmonie met mijn ik te brengen. Soms betekent dit, dat het buiten mij liggende mij moet dienen, dan weer, dat het mij moet leiden. Om dit te bereiken bezweer ik, geef ik kracht uit mijzelf aan de krachten die buiten mij liggen. Op deze wijze dwing ik hen tot een eenheid, die het mij mogelijk maakt, het door mij gestelde doel te bereiken. Wanneer ik bezweer, in de scheppende kracht in de Naam van Hem, Die het Al geschapen heeft dan breng ik daarmede tevens mijn overtuiging van een intense eenheid met die God tot uiting. Ik kan niet anders zijn, dan een met die God, wanneer ik streven wil naar de waarheid.
Zo is het de kracht van die God in mij, die het mij mogelijk maakt, al het andere in de schepping, of ik het nu ken in de wereld of niet, te mengen tot een eenheid met mijn wereld en met mijn bestaan. Uit de bezwering groeit dan de beheersing van hetgeen thans voor mij nog niet goed of duister is. Uit de bezwering bloeit de eenheid op tussen al wat licht is en mijzelf, bevredigend mijn verlangen naar licht. In de bezwering bevestig ik een eenheid, waarin ik geloof. Wanneer ik die eenheid niet slechts zoek met mijzelf als brandpunt, maar haar zoek als deel van een kosmische harmonie die ik zo tracht te scheppen volgens mijn beste weten en bewustzijn dan is dit de beste geloofsdaad die ik scheppen kan. Dan is dit het grootst magische werken, dat kan bestaan binnen de wetten der witte magie. Want wie de eenheid met de Schepper zoekt en bevordert, wie voor zichzelf de werkelijke waarheid van God openbaart in alle leven en streven, in elke wereld die hij maar beseffen of bereiken kan, vormt daar mede zichzelf tot een deel Gods, werkende de wil Gods op de plaats, waar God begeert, dat dit zal zijn.
Zo is de bezwering niet het machtsmiddel van het ik, dat zich verheft boven geest of mens, maar de schakel, waarmede de mens de eenheid bevestigt, die de Schepper heeft gelegd en bewust ondergaan en bewust ervaren. En bewust aangepast aan al datgene, wat rond hem ligt in de wereld, rond hem ligt in de sferen…..
Ik ben misschien geen groot magiër, dat zal ik misschien ook nooit worden, maar ik zou dan misschien aan het einde van deze avond ook een bezwering moge spreken, eenvoudig als zij is, die ons denken – naar ik hoop en ons streven, omschrijft en gelijktijdig uitdrukt.
Hoort mij, al gij geesten en schepselen. Hoort gij, die regeert duister en licht. Gij, die zijt tekenen aan de hemel en gij, die verborgen zijt in het kleine en gehoorzaamt de wil van Hem, Die ons geschapen heeft. Weest met mij in mijn werken en streven. Dien mij daar waar ik des Scheppers wil vervul opdat er eenheid zij. In de naam van de Vader, in de naam van de openbaring van de Vader op aarde, in de naam van datgene, dat de Vader als bewustzijn heeft uitgeademd in al Zijn Schepping: opdat onze eenheid in de Schepper bevestigd zij in het leven te allen tijde, dat elke wijze, die voor ons aanvaardbaar is als wil des vaders. Amens.
Daarmede, gaan wij een einde aan de les maken. Ik geloof, dat u voldoende stof tot overpeinzing heeft gekregen en dat u ook enige kracht heeft kunnen putten uit hetgeen gebracht is. Ik wens u ook namens de andere medewerkers toe een maand van innig geestelijk beleven, van bewuster stoffelijk streven en van een slagen, stoffelijk, geestelijk en magisch op alle vlakken.
← vorige tekst | overzicht | volgende tekst → |
